6 aandachtspunten burgerparticipatie en mede verantwoordelijkheid

Tijdens het stadsdebat afgelopen zaterdag in de raadzaal van Eindhoven, over burgerparticipatie en het samen dragen van maatschappelijke verantwoordelijkheden volgens geformuleerde kernwaarden zoals gezondheid en luchtkwaliteit, kwamen zes aandachtspunten unaniem naar voren. Het debat was georganiseerd door Stichting STIR  (Stad van Morgen) en AiREAS naar aanleiding van de expositie tijdens Dutch Design Week 2016 over gezondheid gedreven gebiedsontwikkeling volgens het sustainocratische maatschappijmodel. In dit model wordt gesteld dat menselijke kernwaarden (zoals gezondheid) alleen waargemaakt kunnen worden in strikte samenwerking tussen de verschillende onderdelen van een samenleving: burgers, overheid, wetenschap en innovatief ondernemerschap. Omdat functies in onze traditionele en verouderde manier van samenleven gescheiden zijn werd de aandacht voor de kernwaarden nooit gemeenschappelijk noch in de gefragmenteerde verantwoordelijkheden gedragen. Hierdoor beleven we de huidige situatie van intense wereldwijde vervuiling, misbruik van grondstoffen en politiek economische sturing met veel bureaucratie en regelgeving, reagerend op problemen maar nergens in staat om eenzijdig een proactieve benadering te formuleren voor een duurzaam menselijk voortbestaan. Kritieke situaties stapelen zich op.

Sustainocratie wordt daarom steeds vaker gezien als een noodzakelijke evolutionaire stap in gebieds-en maatschappijontwikkeling maar vergt daarbij een geheel nieuwe omgang en samenhang tussen alle belangenpartijen. Die samenhang wordt ook wel het nieuwe niveau (niveau 4) van gebiedsontwikkeling genoemd, een niveau waarin de onderliggende functionele niveaus samenkomen en zich verbinden aan het nastreven van de geformuleerde menselijke en natuurlijke kernwaarden.

De vele internationale bezoekers tijdens Dutch Design Week reageerden aangenaam verrast over het ontstaan van Sustainocratie in Eindhoven, de gemeenschappelijke expositie hierover in het gemeentehuis en de praktische uitvoering via (onder andere) AiREAS. Velen namen ervan kennis, noteerden de publicaties hierover, om het ook in te gaan voeren in hun thuisgebied ergens in de wereld.

In Eindhoven gaan we echter weer stappen verder. De fase van het activeren van proactief betrokken burgerschap in de Sustainocratische processen is in volle gang, net als het betrekken van de vele instanties die gewend zijn om op een hele andere manier met elkaar en hun institutionele opdracht om te gaan. De recent geformuleerde bestuurlijke Health Deal in Brabant is misschien een mooie kapstok voor besluitvorming en beleid maar dient zich wel te verbinden aan burgerparticipatie, initiatieven en gemeenschappelijk gedragen programma’s. Kernwaarden zoals gezondheid kun je namelijk niet kopen, je maakt ze waar, samen! In een koop en verkoop georiënteerde maatschappij overheerst geld met de “economie” als maatstaf waarin allerlei beloningsstructuren mensen en instanties bezig houden. Maar het nastreven en onderhouden van kernwaarden is geen handelseconomie. Het is een cocreatie met doelgerichte veranderingen vanuit een gemeenschappelijk gedragen bewustwording en dragen van verantwoordelijkheid. Deze doet er veel toe maar niet past in die oude wereld van regulering, geldgedreven beloning of afhankelijkheden. Er zijn nieuwe instrumenten nodig die deze vorm op niveau 4 consolideren.

Het debat begon met presentaties van burgers die pioniers zijn in deze ontwikkeling. Zij tonen hun motivatie, aanpak, successen en doorzettingsvermogen. De vraag in het debat is geënt op het uitvergroten en consolideren van de initiatieven in een nieuw geformaliseerde maatschappelijke context. Nu is de evolutie nog te veel afhankelijk van pioniers en daarom erg persoonsgebonden en kwetsbaar. Het veralgemeniseren van de processen vergt erkenning en positionering dat onderdeel is van een nieuwe werkelijkheid en complexiteit.

De zes grote lijnen zijn daarvan het resultaat:

1. Erkennen en waarderen van sociaal ondernemen.

2. Indexeren en meetbaar maken van sociaal ondernemerschap.

3. Wijkgerichte burger betrokkenheid creëren.

4. Durf bestuurlijke ambities gezonde verstedelijking hoog te leggen.

5. De jongeren betrekken bij de maatschappelijke uitdagingen.

6. Internationale uitwisseling  van het goede voorbeeld.

Er is een manifest ontstaan uit dit debat dat de punten verder toelicht. Het manifest kunt u hier downloaden manifestburgerparticipatie-2 en eventueel ondersteunen.

Stadsdebat burger verantwoordelijkheid gezonde verstedelijking

Gezondheid is geen politiek economisch discussiepunt. Het is een van de 5 sustainocratische kernwaarden en daarom een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van ons allemaal! Een gezonde stad creëren en onderhouden we samen!

Help mee onze prioriteiten te stellen voor de komende jaren.

Burgers aan zet: Stadsdebat – Raadzaal Eindhoven – Zaterdag 29 oktober – 14:00 – 16:30 (Gratis aanmelden kan hier)

stadsdebat-gezonde-stad-burgers2-2

Op niveau 4 heeft de overheid niet het laatste woord

Wat is “Niveau 4”? Niveau 4 is een begrip dat we op verschillende fronten zijn tegengekomen in wetenschappelijke en intellectuele publicaties, en onze eigen expertise opbouw dat heeft geleid tot het ontstaan van de Stad van Morgen:

Niveau 4 bewustwording
Wanneer we de inzichten van psychiater en filosoof Dabrowski ter harte nemen dan geeft niveau 4 betekenis aan een multi-niveau loslaatproces:

dabrowski-niveau-4

Niveau 4 menselijke complexiteit
In mijn eigen research over de menselijke complexiteit sinds 2007 refereer ik naar niveau 4 als het gebied waarin we opnieuw op zoek gaat naar een nieuwe fase van harmonie door toepassing van authentiek leiderschap (de groene lijn vanuit een nieuwe fase van bewustwording).

geluksinfrastructuur-1b
Niveau 4 leiderschap positioneert zich in een nieuwe maatschappelijke cyclusvorming naar samenhang en harmonie

Niveau 4 gebiedsontwikkeling
De analyse die door Presencing Institute van Otto Schwarmer (U-Theorie) en Peter Senge (beide van Harvard University) wordt geponeerd laat een matrix zien van bewustwordingsniveaus en organisatievormen. De vorm die op beide assen niveau 4 bereikt is het gebied van “bewustzijn gedreven co-creatie”.

social-evolution-1

Wat men echter niet laat zien in deze matrix is het complexe proces om van niveau 1 (Hierarchy) in “global systems” te transformeren naar niveau 4 (Awareness Based Collective Action). De weg ertussen is niet lineair maar vergt een proces van afbrokkeling van de hiërarchische organisatievormen en de wederopbouw vanuit samenhangend bewustzijn.

ego-vs-eco

Niveau 4 ondernemerschap
Deze vorm van ondernemen richt zich op het 4 x winst principe of het Piramide Paradigma van structurele waardecreatie.

Pyramid 3
Het centrum van de piramide verzameld alle positieve waardegedreven energie

Niveau 4 leiderschap
Deze vorm van leiderschap overstijgt het volgerschap, zelfleiderschap en hiërarchisch leiderschap door empathisch verantwoordelijkheid te nemen voor het sturende mechanisme van menselijke of natuurlijke kernwaarden. Aangezien deze vorm vaak combinaties vertoont van autoritair leiderschap en empathisch volgerschap van hogere maatschappelijke doelen is het in staat zich te verenigen met gelijkdenkend leiderschap uit andere sectoren om zo tot een co-creatie te komen.

Sustainocratie
Als we luisteren naar sociologen en psychologen over de techniek van maatschappelijke transities dan zou er een democratisch draagvlak van 30% van de bevolking nodig zijn om een structurele verandering door te kunnen voeren. De praktijk laat echter zien dat dit niet waar is. Veel mensen zullen het wel “anders” willen maar worden geblokkeerd door de politieke economische werkelijkheid die ons omringt en hen aan blijft sturen.

Sustainocratie gaat uit van een geheel andere rekensom: Je hebt voldoende niveau 4 leiderschap nodig uit elk van de gefragmenteerde pilaren van de maatschappij die samen verantwoordelijkheid nemen zowel voor het nastreven van de kernwaarden als de integrale innovatie in hun onderliggende structuren.

sustainocratie-1
Veel huidige niveau 4 leiders hebben het gevoel niet in de juiste “ballenbak” te zitten terwijl ze juist betekenisvol vooruitgang willen boeken.

Op regionaal gebied van miljoenen mensen kan een groepje van 10 a 20 juiste personen het verschil maken, mits ze de juiste leiderschapsmentaliteit, maatschappelijke autoriteit en het doorzettingsvermogen hebben in elke fase van het proces en beïnvloeding van de onderliggende lagen. En daar zit juist de uitdaging.

Op de onderliggende niveau’s van gebiedsontwikkeling heeft de overheid een duale verantwoordelijkheid: het opbouwen en onderhouden van een publieke infrastructuur met bijbehorende regelgeving en controle mechanismen, en het beheer over de ingezamelde publieke middelen via de belastingen.

Wanneer dan het niveau 4 geactiveerd wordt als bewustzijnsgedreven cocreatie omdat mensen met autoriteit en leiderschap hiervoor maatschappijbreed verantwoordelijkheid nemen, dan botsen ze met de regionale dominantie rond beheer van geldelijke middelen van de lokale politieke/economische overheid. Over de infrastructuur kan men over het algemeen vrij beschikken maar niet het gemeenschapsgeld. Als men op niveau 4 aanspraak wenst te maken op een deel van de beschikbare publieke middelen dan is men afhankelijk van de overtuigingskracht van de betrokken niveau 4 leiders die uit deze “ballenbak” voortkomen. Maar ook dan blijft de niveau 4 leiderschapsgroep zich bewegen in een sfeer van afhankelijkheid die degenen met de financiële middelen meer macht geeft om niveau 4 processen te verhinderen of mogelijk te maken dan degenen die de verbindende kracht, waardevolle kennis, technologieën, innovatie kracht of sociale netwerken toevoegen.

De hiërarchische niveau 2-3 overheid kan nooit het laatste woord hebben op niveau 4 omdat men veelal zowel het bewustzijn als het leiderschap mist. Het niveau 4 leiderschap ontstaat nooit als er geen dwingende aanleiding toe is. Het blokkeren ervan leidt tot grote potentiële kwetsbaarheid van de regio en mogelijke kostbare problemen die op termijn de tijdelijke niveau 4 aanpak ruimschoots zullen overstijgen. Tijdig optuigen van niveau 4 verlangt een investering die zelfs op termijn het meervoudige oplevert voor de lokale gemeenschap.

Dit integrale besef vereist een nieuwe indeling van de gemeenschapsgelden waarbij een relatief gering percentage ervan (bijvoorbeeld 10%) als regionaal fonds beschikbaar dient te komen voor niveau 4 ontwikkelingen. Dit fonds wordt ondergebracht in onafhankelijke niveau 4 coöperaties die onder toezicht staan van de eigen leden, niet de overheid. Een goed voorbeeld hiervan is AiREAS (gezonde verstedelijking vanuit luchtkwaliteit) waarin nog geen fondsvorming heeft plaatsgevonden maar wel een investering in geld en andere middelen van de leden die door de groep zijn beheerd en benut in ongekende waardecreatie waarin alle bovenstaande niveau 4 eigenschappen zijn toegepast.

niveau-4

Kunst komt van kunnen 

Tijdens een korte vakantie in Duitsland werd voor mij de associatie gemaakt tussen “kunst” en “kunnen”. In het Duits is dit een eenvoudige oude vervoeging van het werkwoord “können” maar in het Nederlands niet. Toch is de vergelijking erg aantrekkelijk, ook in onze taal. 

Kunnen omvat niet alleen associaties met concrete vaardigheden maar ook met de mogelijkheid, gelegenheid of ruimte om iets te doen. In “kunst” is dit alles van directe toepassing als men zich wil uiten op de een of andere creatieve manier. “Kun je dat?” is een innerlijke uitdaging die aanzet tot experimenteren met communicatie middels het creatieve vermogen van de mens en de inzet van de daartoe beschikbare middelen. Een innerlijk beeld tot uiting brengen zodat het zich laat bevredigen in de tastbare wereld is Kunst, je kunt het, los nog van wat het doet met anderen. 

Het innerlijke begrip rond “kunnen” kan dan tot enorme motivatie leiden, zelfs een obsessie, een bezielde waanzin, een wanhoop, tot het moment van bevrediging via dans, muziek, schilderen, beeldhouwen, films, design, praten of zelfs een maatschappelijke missie. Als dat niet tot uiting komt dan is “Du Kunst het nicht”, hoe zeer anderen in contemplatie tot bewondering geneigd zijn en zich zo uiten terwijl de kunstenaar radeloos verder op zoek gaat naar de ultieme expressie en het doorzettingsvermogen van “du könntest” of “er könnte es” ofwel “Kunst!” tot het is gelukt. En dat lukken brengt weer associaties met “geluk”.

Voedsel vormt de groene Eindhovense dialoog

28 september doen we de kick-off in het multiculturele ontmoetingscentrum S-Plaza in de oude Schellens fabriek aan de Vestdijk langs de Dommel. Het betreft de start  van de groene dialoog rondom voedsel in zijn algemeenheid en samenwerking op gebied van kwaliteit, beschikbaarheid en innovatie van voedsel specifiek. Het doel van de kick-off is drieledig:

  1. Een permanente ontmoetingsplek faciliteren in S-Plaza waar men gelijkgestemde mensen kan ontmoeten voor besprekingen, plannen smeden, samenwerking coördineren, ruilsessies organiseren, handelen, enz gericht op de kernwaarde van voedsel in de regio.
  2. Regelmatig (wekelijks – elke woensdag?) thema-avonden faciliteren waarin allerlei aspecten over voedsel aan de orde komen en mensen aan het woord kunnen komen die in Eindhoven en omstreken actief zijn op dit gebied.
  3. Communicatie en samenwerking bevorderen tussen initiatiefnemers en de bevolking van Eindhoven en Brabant met het oog op de verdere ontwikkeling van een duurzame stad-platteland beleving, gezondheid ontwikkeling, betrokkenheid, voedseleducatie, duurzame voedselinnovatie en financiering van activiteiten.

Het initiatief is van een groepje maatschappelijk betrokken sociale ondernemers:

  • Patrick van de Voort – bekend van de Kleurrijke Stad, raadslid en initiatiefnemer/beheerder van S-Plaza als multiculturele ont-moetingsplek en voedseldialoog,
  • Rik Konings – bekend van Circus Menz en de jonglerende marathonloper,
  • Anna en Laura – communicatie onderneemsters met passie voor beeldende kunst via foto en film,
  • Jean-Paul Close – sustainocraat in de Stad van Morgen en initiatiefnemer van de FRE2SH stad-platteland verbindende multidisciplinaire beweging en platform

Samen vormen wij het team dat gaat proberen zo veel mogelijk initiatieven met elkaar te laten verbinden, uitgroeien, bekend en zichtbaar maken binnen de kaders van voedsel en innovatie.

Waarom vinden wij dit belangrijk?

Een greep uit het nieuws:

  • Venezuela kampt met een voedseltekort. Door de dalende olieprijzen kan het land onvoldoende voedsel importeren en is er een tekort aan basisvoorzieningen zoals brood. Door de tekorten is de inflatie omhoog geschoten met 700%!
  • Een belangrijk deel van de vluchtelingen problematiek wordt niet primaire veroorzaakt door het oorlogsgeweld maar het structurele gebrek aan voedsel voor de bevolking.
  • Een belangrijk deel van onze klimaatproblemen en luchtvervuiling wordt veroorzaakt door eenzijdige landbouw, gerelateerde boskap en het besproeien van de landschappen het chemische gifsoorten.
  • Het industriële, massaal geproduceerde voedsel heeft vaak nog maar 20% voedselwaarde vergeleken met biologisch, natuurlijk voedsel. Het gebrek aan voedingsstoffen wordt aangevuld door kostbare, kunstmatige supplementen en de natuurlijk drang om meer te eten, met lichamelijke onbalans tot gevolg.
  • Er zijn boeren die in de schuldsanering zitten omdat ze uitgemolken zijn door de groothandels en tegelijk zich in de schulden moeten steken door nieuwe regelgeving. Velen gaan failliet en opvolging is nagenoeg niet te vinden door een totaal verkeerde economische balans in de voedselketen.
  • De geldgedreven voedselbaronnen in het politiek-economische systeem gedragen zich hetzelfde als de banken ten tijden van de kredietcrisis. Hebzucht regeert ten kosten van de gezondheid en veiligheid van de mens.

In positieve zin kunnen we berichten dat:

  • er sinds 2009 een sterke impuls is waar te nemen rondom stadslandbouwinitiatieven,
  • kleinschalige en gevarieerde veeteelt en landbouw ontstaat, geconcentreerd op kwaliteit in plaats van volume,
  • nieuwe voedselbanden zich ontwikkelen tussen regionale productie en consumptie zonder tussenkomst van groothandel,
  • het publieke bewustzijn ontstaat dat biologisch niet duurder is dan het gemanipuleerde voedsel, zeker als men de voedingswaarde in acht neemt,
  • bestuurlijk een Brabantse Health Deal is gesloten waardoor er ruimte ontstaat voor multidisciplinair samenwerken zonder de politieke economische sturing maar op basis van menselijke kernwaarden,
  • we de hele stad, dus ook de daken, verticale oppervlakten, parken, enz als groene ontwikkeling met voedselpotentieel,
  • in Rijk van Dommel en Aa we verder willen met voedsel proeftuinen, innovaties in samenwerking met 6 gemeenten, burgers, onderwijs en ondernemers,
  • veel basisscholen beginnen met een moestuin voor educatieve doeleinden en daarbij de ouderen uit de omgeving betrekken voor samenwerking. Een mooi contact tussen jong en oud terwijl er samen wordt gewerkt aan lekkere dingen.
  • en voor iedereen geldt dat wat je zelf verzorgd hebt en daarna plukt véél lekkerder is dan wat uit zo’n pakje komt.
  • verschillende grootgebruikers van vers voedsel in Eindhoven bereid zijn hun inkoop te doen via samenwerking in plaats van groothandel,
  • onze stadspoorten, die een soort overgang lieten beleven tussen de stadsmens en de geneugten van het platteland, ontwikkelen zich tot groene aders diep in de stad.
  • de bevolking neemt geen genoegen meer met de afhankelijk positie van handel en politiek waaruit zoveel schandalen zijn voortgekomen. Steeds meer mensen nemen zelf initiatief en gaan op zoek naar kwaliteit van leven via betrouwbare relatie of het opbouwen van eigen kennis en vaardigheden.
  • enz

Hoe dan ook is de ingrijpende transitie nu zichtbaar maar nog te veel gefragmenteerd en kleinschalig. Het is nu vooral zaaks om er een culturele werkelijkheid van te maken dat integraal maatschappelijk gedragen wordt door ons allemaal middels inzet en betrokkenheid. Onze regionale innovatieve geest die de regio wereldwijd kenmerkt kan ook allerlei interessante wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen eraan toevoegen. Kortom…….S-Plaza – onze eigen grensverleggende groene voedseldialoog!

Diana Livingstone

Heeft u ooit van Diana Livingstone gehoord? Eind jaren 80 bewoog zij hemel en aarde om de politieke leiders zover te krijgen dat ze tijdens de top van Rio in 1992 een “top soil” resolutie aan zouden nemen. Ze kreeg het voor elkaar en men tekende voor het in stand houden en verbeteren van de voeding van onze aardbodem door ons organisch afval te verwerken tot humus.

Peanut_Kompost_Humus_Experiment[1]

 

Diana werkt al jaren in Bali waar ze met de lokale bevolking werkt aan het rijk maken van de voedingsbodem voor het verbeteren van het voedselrendement middels het teruggeven aan de aarde van organische grondstoffen.

Vandaag had ik haar aan de lijn voor samenwerking met FRE2SH waar ze graag aan meedoet.

Stadsdebat luchtkwaliteit en gezondheid

Ter gelegenheid van het 5 jarige bestaan van AiREAS in Eindhoven organiseerde de Stad van Morgen als oprichtingspartner van deze vorm van kernwaarde gedreven samenwerking een uniek stadsdebat om te delen wat we geleerd hebben en met elkaar te kijken naar de toekomst. Hier kunt u de presentaties en de interactie met de aanwezige deelnemers integraal terugzien.

AiREAS 5 jaar logo slide V4

Een greep uit de gecommitteerde partners in AiREAS

We creëren onze eigen terreur

Nederland is een van ’s werelds grootste vleesproducenten. Hoe kan dat in zo’n klein deltalandje aan de Noordzee? Door de intensieve veehouderij. 

Regelmatig moet Nederland met schaamrood bekennen dat ze met haar welvarende handelsgeest de grenzen van ethiek aftast en soms ver overschrijdt. Als er geld te verdienen valt dan is mens en natuur ondergeschikt. Het politiek economische samenspel over de rug van onze kernwaarden is een van de redenen waarom de Stad van Morgen Sustainocratie heeft opgezet. Helaas moeten wij het nog doen met de macht van de oude bestuurlijke werkelijkheid. 

Nederland heeft geen terrorisme nodig. Wij hebben onze eigen ontvlambare risico’s zelf gecreëerd. Al jaren heeft de Stad van Morgen deze intensieve veehouderij op het netvlies wegens de beest en mens onterende industriële productie processen waarbij massaal veevoer wordt geïmporteerd uit Verweggistan zoals Brazilië, met de nodige snelgroeimiddelen in levende dieren gestopt om zo snel mogelijk slachtrijp te zijn voor de export. Wat blijft in Nederland achter? Wat weggesaneerde werkgelegenheid, schulden aan banken wegens kostbare installaties voor automatisering en tegemoetkomen aan regelgeving, bureaucratie, stront en luchtvervuiling. 

Het economisch perspectief is sturend. Maar de producent kan alleen maar overleven door te groeien in export en productiviteit. Ondertussen gaan de maatschappelijke problemen tikken als een tijdbom.

Twee zorgwekkende interviews:

1. Van Dick Veerman van food log

Dick sprak tijdens onze publieke kickoff in 2009 al bij ons in Eindhoven. 7 jaar zijn we verder, inclusief misschien het meest indrukwekkende samenwerkingsverband luchtkwaliteit en volksgezondheid van Europa. Maar op provinciaal niveau stapelen de risico’s zich op.

http://www.foodlog.nl/artikel/ggd-arts-van-de-sande-politiek-begrijpt-gevaar-intensieve-veehouderij-niet/
2. Onderzoek luchtkwaliteit Brabant en Limburg 

Enige maanden geleden werd ik uitgenodigd voor overleg in de provincie over het onderzoek luchtkwaliteit in relatie tot intensieve veehouderij. Stad van Morgen vliegt de problemen aan vanuit gebiedsontwikkeling waarin de kernwaarden van de mens centraal staan. Dat betekent dat voedsel integraal aandacht behoeft als maatschappelijke kernwaarde in samenhang met alle andere issues zoals luchtkwaliteit. “We snappen allemaal dat we het probleem integraal aan moeten pakken maar dat krijgen wij er politiek niet door.” Aldus de programmaleider. Dus maar weer terugvallen op regelgeving. Kostbaar voor de boer, producent en maatschappij. En de risico’s blijven door tikken. Het rapport is uit. 

http://www.omroepbrabant.nl/?news/2459341003/Meer+longkanker+in+Brabant+door+intensieve+veeteelt.aspx

Tijd voor een nieuwe maatschappelijke sturing.