1 December STIR avondinspiratie – eetbaar groen in de stad

Gast inspirator: Paul van Hedel (5D Solutions)

Paul experimenteert al jaren met levend en eetbaar groen in de stad. Nu verbouwt hij vooral op strobalen en doet dat op zeecontainers in stadsdeel Strijp-S. Verbouwen op strobalen heeft enorme voordelen volgens Paul zeker als we ons realiseren dat de bodem in een stad veelal nog vervuild is door oude industriële activiteiten uit het verleden of dat er veel beton en stenen in de grond zitten die stadslandbouw moeilijker maken. Als het aan Paul ligt wil hij veel meer en grootschalig gaan (samen)werken met levend (eetbaar) groen in de stad en verbanden leggen met waterhuishouding en luchtkwaliteit (AiREAS). Vanavond vertelt hij over zijn ervaringen en plannen.

Stadslandbouw op strobalen
Stadslandbouw op strobalen

Datum: 1 december       Tijd: van 19:00 – 21:30

Locatie: Fontys Hogeschool, Rachelmolen 1, Gebouw R1, lokaal 0.13.

Kosten: 5€ (koffiebijdrage) of 1 AiREAS munt

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

 

Houtstook problematiek

Stichting STIR werkt onder de populaire vlag van de Stad van Morgen aan een maatschappijmodel dat de kernwaarden van het leven en de mens erkent, respecteert en handhaaft door innovaties te prikkelen die in onze veranderende werkelijkheid steeds de kernwaarden moeten herstellen. Zo werkt de natuur zelf ook en in essentie zijn wij als mens onderdeel van de natuur. Echter sinds wij het vuur hebben leren beheersen hebben wij ons oppermachtig leren voelen ten opzichte van onze omgeving. Die oerdrift van controle en overheersing heeft geleid tot waar we nu staan, een wereld van schijnbare overvloed dat ten kosten gaat van onze leefomgeving en de armoede van velen, ver weg van ons. We leven ongezond en het ongezonde sterft uit in een natuurlijke kringloop die gebaseerd is op gezond, niet ongezond leven. De mensheid zit in een fase van haar bestaan dat wij bewust worden van gezondheid als drijvende kracht maar geblokkeerd worden in onze vooruitgang door de diepgewortelde ongezonde cultuur. 7 Miljard mensen op Aarde binnen een overheersende politiek economisch systeem dat waarde hecht aan het probleem én het dweilen met de kraan open staan wij op een historisch punt van potentiële natuurlijke zelfvernietiging.

Neem nu houtstook als oerissue waar vele duizenden jaren de mens zich mee heeft kunnen ontwikkelen. We hebben ons kunnen warmen, het donker verlichten, ons eten bereiden, onze angsten bestrijden en oorlog voeren met vuur. Maar houtverbranding is nu vooral een luxe, een gezelligheidsfactor in de huizen naast kaarsjes en wierookstokjes. Onze warmtevoorziening komt veelal uit heel andere bronnen, uitzonderingen daargelaten die ook in Nederland helaas nog voorkomen. De open haard, de vuurkorf, de barbecue zijn overblijfselen uit onze oertijd maar hebben geen reële basisfunctie anders dan recreatie. Het neveneffect van deze recreatievorm is de rookvorming van de brandhaarden.

Met de huidige wetenschappelijke kennis is duidelijk dat houtstook een van de grootste vervuilers is van onze leefomgeving. Vaak merkt de veroorzaker dit niet omdat de rook uit de schoorsteen vooral de buren bereikt. Steeds meer buren komen in opstand wegens deze ongewenste en onaangename inbreuk in hun gezondheid en privacy. Maar als men de kernwaarde van gezondheid hard maakt door de buren te vragen op te houden met de vergiftiging van de leefomgeving dan lijkt de ongezonde wereld nog steeds te prevaleren. De overheid hecht waarde aan het economische belang van de verkoop van hout en kachels, of het politieke belang van het tevreden houden van meerderheden die houtstook en gezelligheid als oerrecht blijven zien.

AiREAS

Stad van Morgen heeft de kernwaarde van gezondheid in een gezonde leefomgeving ondergebracht in het sustainocratische samenwerkingsverband AiREAS. De stad Eindhoven was de eerste die het aandurfde om luchtvervuiling zichtbaar te maken daar waar de burgers en bezoekers aan vervuiling worden blootgesteld. De vele vervuilingspatronen zijn nu bekend. Hierbij zien we dat alles te maken heeft met een levensstijl en maatschappelijke organisatie die historisch is gegroeid rondom de verkeerde beginselen. Als we luchtvervuiling op willen lossen ten behoeve van gezondheid dan dienen we integraal onze levensstijl en politiek economische structuur ter discussie durven stellen. Daar lossen we niet veel mee op want velen blijven belang hechten aan de oude levensstijl en hebben een hiërarchische structuur om vanuit macht die levensstijl af te blijven dwingen. Daarom heeft de Stad van Morgen de Sustainocratie gedefinieerd als maatschappelijk alternatief en nodigt iedereen, burgers en bestuurders, ondernemers en wetenschappers uit om simpelweg over te stappen naar Sustainocratie als hoger liggende maatschappelijke organisatie. Het focussen op kernwaarden is leven scheppend, dat geldt ook voor de economie van steden en gemeenschappen die nu noodlijdend zijn terwijl dat helemaal niet nodig is. Voorwaarde voor Sustainocratie is dat we samen verantwoordelijkheid nemen voor de constante innovatie naar onze kernwaarden, dus niet alleen bestuurlijk. In Sustainocratie is het bestuur faciliterend, niet sturend, en is er kernwaarden gedreven interactie tussen alle pilaren van de maatschappij. Sustainocratie begint bij de mens zelf die verantwoordelijkheid neemt. Het is daarom niet vreemd dat de oorsprong van sustainocratische processen in gemeenschappen, bijvoorbeeld door het opzetten van een lokale AiREAS beweging, begint bij zelfbewust burgerschap en daarna pas bestuurlijk gevolgd wordt in plaats van andersom. Gezondheid is namelijk geen politieke keuze, economie wel. Maar op een kernwaarde als gezondheid kan geen enkele politieke partij tegen kan zijn zonder op termijn politieke zelfmoord te plegen. Als men het niet kan tegenhouden dan blijkt meedoen een explosie van innovatie teweeg te brengen dat de lokale economie mede harmoniseert. De eerste politieke organisatie die meegaat heeft profijt van een groeiend maatschappelijk draagvlak. Sustainocratie is dus geen politiek noch economie maar er wordt wel politiek en economie aan ontleend.

Eindhoven is een precedent. Breda volgde als stad omdat AiREAS via een hoge school beroep deed op het gebruik van de infrastructuur van de stad en daarbij de overheid uitnodigde om mee te doen en zo mede zeggenschap te krijgen over de data en met elkaar het maken van keuzes. Eindhoven heeft “gezonde stad” nu in haar coalitie akkoord opgenomen, provincie Noord Brabant ook. De benadering van het bestuur is veelal nog sterk via de grote lijnen van infrastructuur aanpassingen en productinnovaties in plaats van investeringen in de mens, gedragsverandering en sociale innovatie zoals AiREAS dat betaamt. Daarom is samenwerking essentieel daar beiden – omgeving en mens – hand in hand gaan. De stappen zijn gezet in een van de meest complexe transities ooit in het bestaan van de mensheid.

Er zijn volgens AiREAS drie manieren om luchtvervuiling aan te pakken:

1. Vervuiling proactief voorkomen. Dit roept spanningen op wegens oude cultuur patronen die ter discussie komen te staan. Politieke en economische overwegingen krijgen dan vaak de voorkeur boven de kernwaarden van gezondheid. Dit is echter tijdelijk omdat WHO luchtvervuiling als doodsoorzaak nummer 1 in de openbare ruimte heeft aangewezen waardoor er ook een juridische casus ontstaat vergelijkbaar met roken. Het probleem ontkennen heeft daarom geen zin daar men op termijn aansprakelijk gesteld kan worden voor het in de weg staan van oplossingen. We zitten dus in een complexe transitiefase waarin gezond verstand en samenwerking een betere optie blijkt dan verzet, stoïcijnse doof-blindheid of opstand.

2. Vervuiling ontwijken. Dit kan door fiets en verkeersroutes om te leiden, mensen met gepersonaliseerde informatie te helpen keuzes te maken die voorkomen dat men teveel wordt blootgesteld aan luchtvervuiling. Men heeft dan wel een relatief goedkoop lucht-meetsysteem nodig dat de luchtkwaliteit in de gaten houdt en iedereen betrekt bij de problematiek. Veel burgers en buurtverenigingen in Nederland vragen aan AiREAS of ze zelf, al is het zonder de overheid, een meetsysteem kunnen aanvragen en zich aansluiten bij de AiREAS beweging. AiREAS onderzoekt de mogelijkheid om hier invulling aan te geven als eerste stap naar een proactieve lokale samenwerking, inclusief het gemeente bestuur. Maar als de eerste stap van verantwoordelijkheid-name vanuit burgerschap komt dan krijgt dat aandacht puur omdat het om de kernwaarde gezondheid gaat.

https://www.youtube.com/embed/_Hr8uVyRCXY

Voorbeeld van een oplossing van een van onze partners die in Nederland door bijvoorbeeld Eco-solutions NL wordt vertegenwoordigd.

Dutch Design Week en de Mijnenveger

Je loopt zo rond tijdens de Dutch Design Week in Eindhoven en dan sta je ineens oog in oog met de Afgaan Massoud Hassani. Ik ben op zoek, samen met STIR partner en Turk Rustem en zijn vrouw Dilek, naar inspirerende samenwerking voor ons uitwisselingsprogramma van studenten die we bewust willen maken van allerlei werkelijkheden en de menselijke kernwaarden.

De werkelijkheid van Massoud ontstond in Afghanistan waar hij als kind speelde in een door landmijnen vervuild landschap. Toen hij naar Nederland kwam zag hij speelgoed dat een bron van inspiratie werd voor het ontwerp van een mijnenveger in de vorm van een GPS gestuurde bol.
image

image

Het is natuurlijk fantastisch dat een van de kernwaarden van Sustainocratie, veiligheid, op zo’n manier aandacht krijgt. De agressie van landmijnen is al erg genoeg, de perverse economie er achter is nog verwerpelijker. Dat uiteindelijk dit met bamboe, plastics en een nobel design aangepakt kan worden, om veel menselijke slachtoffers te voorkomen in die vervuilde gebieden, is geweldig. Van het een komt het ander en ontwikkelt hij drones die helpen bij het in kaart brengen van de onveilige gebieden.
image
image

Bezig zijn met menselijke kernwaarden blijkt wederom verbindend te werken. Met onze studenten gaan we ook met deze inspiratie aan de slag.

Dutch Design Week 2015 is erg inspirerend

Dit jaar heb ik besloten om te kijken naar de creatieve geest in Eindhoven door de ruim 400 initiatieven te bezoeken die verspreid over de stad zich presenteren tijdens DDW2015. We zijn nu op de helft van de Dutch Design Week en ik bruis van enthousiasme. Het gaat mij niet alleen om de kunst en kitsch die ik tegen kom maar vooral om al die geweldig gedreven, vriendelijke en uitnodigende mensen die hun passie delen zonder dat het een verkooppraatje wordt. Of het nu gaat om hightech applicaties op gebied van gezichtsherkenning, mozaïek kunst of metaalbewerking. Allemaal even vriendelijk, uitnodigend en sympathiek.

Tussendoor staan allemaal eettentjes, wordt muziek gemaakt of kunnen we kijken naar een dans of theater optreden. Het is een en al feest, waar je ook komt. Er is geen reden om iets te missen. Gratis bussen verbinden de lokaties!

image

image

image

image

image

Niveau 4 stadsontwikkeling

Deze blog gaat over 4 niveaus van verstedelijking. Drie ervan zijn hiërarchisch ingericht, de vierde is sustainocratisch. De stap van 3 naar 4 is ingrijpend en zeker als het zich blijvend dient te integreren in een duurzame stedelijke eco-dynamiek. Zover zijn we nog niet. Niveau 4 manifesteert zich als dieper bewuste oplossing en transformatief spanningsveld tegelijkertijd.

Level 4

Volgens een extern rapport voor het gemeentebestuur van Eindhoven is het AiREAS initiatief van de Stad van Morgen (STIR) een niveau 4 manier van verstedelijking. Het is tevens een van de weinige, zoniet enige in de wereld dat stand houdt onder druk van de drie hiërarchisch gestuurde onderlagen. Hoe zit dat met die 4 niveaus en waarom is niveau 4 zo uniek, belangrijk en kwetsbaar?

Het eerste niveau van verstedelijking is het ontwerp van een basis-infrastructuur. Er zijn wegen nodig maar ook riolering, elektriciteit, voorzieningen, enz. Dat geldt voor elke stad waarin natuurlijke diversiteit de identiteit van de stad bepaald. Een havenstad is anders dan een stad op een logistiek knooppunt of handelsroute. In de basis infrastructuur treffen we de geschiedenis van zo’n stad, met oude stadsmuren, kerken, kastelen, kades en bestrating. Hele woonwijken, winkelgebieden en kantoorcentra behoren tot het uiterlijk van een stad.

Het tweede niveau verbindt de verschillende infrastructuren om stadsmanagement efficiënt en effectief te maken. Denk aan de manier waarop elektriciteit wordt afgestemd op vraag in seizoenen of wegen worden afgestemd op bereikbaarheid van winkelcentra of ziekenhuizen. Om de investering in infrastructuur te kunnen financieren draait het in de stad om geld via belastingen. Door de hiërarchische positie van de stad in een land int de staat het grootste deel van de belastingen en wordt het stadsbestuur onderdeel van het landsbelang. Men krijgt middelen toebedeeld volgens een verdeelsleutel waarin het bureaucratische landsbelang de overhand heeft.

Het derde niveau kennen we als de Smart City. Door toepassing van technologie wordt gedrag gecontroleerd, systemen geïntegreerd en belangen tussen institutionele partijen (overheid, bedrijfsleven en onderwijs – triple helix) onderling afgestemd volgens de politieke en economische sturing. Smart betekent “slim” maar dat kan op verschillende manieren uitgelegd worden. Technologie in handen van bureaucratie en controle heeft een hele andere slimme structuur dan technologie voor maatschappelijke cocreatie en productiviteit samen met de burgers. Niveau 3 is van groeiend belang gezien de uitdagingen van deze tijd. Drinkwater wordt schaarser en intelligente distributie en verwerkingssystemen zijn belangrijk. Steden zijn dichtgemetseld met asfalt, cement en glas waardoor de klimaatverandering en bijbehorende regelval of hitte perioden speciale aandacht vragen voor slimme oplossingen, vaak met terugkeer van de natuur in de verstedelijking maar ook de inzet van de bevolking zelf uit eigen wel-belevingsdrang.

Niveau vier wordt bereikt wanneer de instellingen zich bewust worden van hun eigen en stedelijke kwetsbaarheid door structurele afhankelijkheid van geld met goederenstromen van buiten de stad zonder dat er lokale productiviteit tegenover staat. Of de toename van verwijtbare problemen zoals vervuiling, armoede ontwikkeling en kostbare remediale infrastructuur en zorg oplossingen die niet meer via belastingen te dekken zijn. Geld van stedelijke productiviteit verdampt naar buiten de stad via landelijke belastingen of bedrijfskundige concentraties elders. Hierdoor komt het stadsbestuur in de klauwen van hogere economische en politieke belangen terecht terwijl het wel de lokale politieke, economische en maatschappelijke verantwoordelijkheid draagt. Als men echt wil besturen dan dient de stad gezien te worden als een centrum van authenticiteit door zich veel onafhankelijker op te gaan stellen. Dat kan alleen door de bevolking aan te sporen medeverantwoordelijkheid te nemen voor de ontwikkeling van de stad. Economische drijfveren zijn dan te onpersoonlijk en nog ondergeschikt aan de afhankelijkheid structuren. De grote uitdagingen van deze tijd brengen ons al snel op menselijke kernwaarden waar men zich wél persoonlijk voor in wil zetten. Die ontwikkelingen vallen echter buiten de economische patronen van oude geïndustrialiseerde belangen die eigen zijn aan de onderliggende niveaus. Een nieuw waardesysteem is nodig op lokaal stadsniveau.

Waar slimme infrastructuur keuzes en speculatieve groeipatronen rondom economische geldbelangen nog vanuit de bestuurlijke hiërarchie gecoördineerd konden worden wenst het productief nastreven van kernwaarden voor de mens en natuur een andere relatie tussen de omgeving en het gedrag van het bestuur en de bevolking. Niveau 4 draait om heel andere doelstellingen dan de onderliggende niveaus. Paradoxaal zijn de eerste 3 niveaus nodig om ze daarna via niveau 4 te gaan aanpassen aan een nieuwe complexiteit. AiREAS streeft naar gezondheid en luchtkwaliteit, FRE2SH naar stad/platteland productiviteit en samenredzaamheid, de STIR leercoöperatie naar levenslang leren, SAFE naar de innovatieve transitie voor onafhankelijkheid van gevaarlijke grondstoffen. Kernwaarde gedreven samenwerking is de essentie van menselijke maatschappijvormen waarbij we allemaal verantwoordelijkheid nemen en investeren in ons integrale welzijn. De stedelijke ontwikkeling tot en met niveau 3 was gebaseerd op bestuurlijke en economische afhankelijkheid. Niveau 4 draait echter de zaak om en stuurt aan op gemeenschappelijke verantwoordelijkheid en productiviteit.

Het stadsbestuur reguleert niet op niveau 4 maar faciliteert door ruimte te scheppen voor innovaties en samenredzaamheid. De kwetsbaarheid door afhankelijkheden mindert omdat mensen verantwoordelijkheden nemen die de ruimte opvullen. Als de menselijke en natuurlijke kernwaarden van Sustainocratie centraal komen te staan, om de balans te herstellen tussen mens en omgeving, dan dient de bevolking en het bestuur samen een waarde en niet geldgedreven interactie aan te gaan. Dat laatste vormt een probleem ten opzichte van de onderliggende bestuurlijke gelaagdheid. Niveau 1, 2 en 3 zijn opgebouwd door economische en politieke lobbies op gebied van vastgoed, constructiewerken en technologie. Op niveau 4 gaat de aandacht naar geheel andere zaken die de lobby aantasten. Bestuurders die op niveau 4 actief willen zijn krijgen al snel te maken met moties van wantrouwen en tegenwerken op de onderliggende niveaus die het liefst alleen maar groei wensen uit economisch eigenbelang.

Stad van Morgen biedt de doorbraak zonder amper bestuurlijk risico. Door de Sustainocraat te positioneren op niveau 4 en het bestuur van niveau 3 uit te nodigen naar een werkelijkheid van multidisciplinaire samenwerking op basis van menselijke kernwaarden, kan het bestuur amper weigeren. Niveau 4 is dan een populair initiatief waar het bestuur zich bij dient aan te sluiten als het voeling wil blijven houden met de gemeenschap en optimaal wenst te profiteren van de inzet van de eigen bevolking. Dat is tevens het argument naar de oude lobby die zich dient te schikken in de nieuwe verhoudingen die ontstaan en waar de bevolking verantwoordelijkheid voor neemt.

Eindhoven is pionier dankzij de relatie Sustainocratische Stad van Morgen (niveau 4) en Slimme Stad van Vandaag (niveau 3).

Blog beter dan website

Dit is de 300ste blog van de Stad van Morgen. Misschien goed om even stil te staan bij al dat schrijven en een onderscheid te maken tussen de blog en website.

Een website is informatief maar relatief statisch. Er zijn natuurlijk ook heel complexe websites met veel dynamiek maar die gaan meestal standaard over hetzelfde. De dynamiek zit m dan in de massale herhaling en een kunstmatige intelligentie op gerichte punten. Denk aan de website om een goedkope vlucht te boeken. Van A tot Z wordt je begeleid in het proces. Het gaat niet alleen om de vlucht, de betaling en automatisch gegenereerde boarding pass. Het gaat ook om het verkrijgen van de “beste deal” voor de luchtvaartmaatschappij. Zo biedt men tijdens het boeken allerlei extra’s aan, van koffers en verzekeringen tot autoverhuur en hotels. Men kijkt ook hoe vaak je op de site komt om diezelfde vlucht te boeken. Hoe vaker des te groter de behoefte dus past men de prijs naar boven aan. Slim en krachtig gemaakt.

Maar de meeste websites zijn online brochures. Je bladert er door heen en krijgt informatie. Er is nauwelijks variatie noch interactie. Een blog is anders. Het is een soort boek waar elke keer een nieuw hoofdstuk aan wordt toegevoegd. Degenen die geïnteresseerd zijn in de verhalen van het “boek” kunnen het volgen om geen enkel hoofdstuk te missen. Of de hoofdstukken te kiezen die men leuk of interessants vindt.

Het is gemakkelijk om met bloggen actief te zijn op social media en zo aandacht te trekken voor elk nieuw verhaal. Elke keer bereiken we wel weer nieuwe mensen. Stad van Morgen is uitgegroeid tot een veelzijdig fenomeen met initiatieven zoals AiREAS, FRE2SH en de STIR leercoöperatie die de kernvisie inkleuren met allerlei activiteiten en veel partners. Het borgen van onze ervaringen is essentieel om onze vooruitgang te funderen.

Stad van Morgen is in 2009 gaan bloggen over onze werkwijze in de ontdekkingsreis naar een nieuwe wereld maatschappij. Al experimenterend vanuit ons bewust-zijn hebben we elke ervaring gedeeld. Zo ontstond niet alleen een interactie met alle mensen die ook met soortgelijke thema’s bezig waren. Er ontstond ook een naslag document waarin we regelmatig terug kunnen grijpen naar onze eigen ervaring opbouw. De blog is daarom een heel ander instrument dan een website.

image

Met bijna 19.000 bezoekers en zo’n 43.000 weergaven is de Stad van Morgen blog goed bezocht gezien het feit dat het toch vaak lastig te begrijpen materie behandeld. Vaak wordt ook aanspraak gedaan op het geweten of de durf om anders naar de werkelijkheid te kijken. Dat is nooit massaal populair maar vervult wel een groeiende behoefte wegens de vele problemen die ontstaan zijn in de oude manier van leven en denken. Het meest bekeken zijn de onderwerpen van de STIR leercoöperatie en bijbehorende avond inspiratie sessies. Die zijn ook extra leuk omdat we gastsprekers betrekken bij onze activiteiten. Deze brengen elk weer mooie pareltjes van bewustwording en waardevolle inzichten. Maar de meest bekeken blog is toch de controverse geweest over basisinkomen als waardecreatie instrument.

De Stad van Morgen blog is geen populaire “like” blog. We doen dan ook geen beroep op de lachspieren of emoties. We rationaliseren de complexiteit van het antropoceen, antropologie en maatschappij ontwikkeling. We proberen het zelf te begrijpen en begrijpelijk te maken voor andere mensen. Maar bovenal nodigen we uit om samen te werken vanuit bewustwording en empathie met de kernwaarden van de mens en haar natuurlijke omgeving. Dankzij de persoonlijke ontmoeting, de projectmatige aanpak en de blog cultuur gaan steeds meer mensen en instanties in op de uitnodiging.

Omroep Brabant interview

Nu AiREAS samen werkt met de Marathon Eindhoven staat luchtkwaliteit en gezondheid volop in de schijnwerpers. Omroep Brabant wilde een beeld schieten met lucht en de stad van bovenaf. De parkeergarage aan de Mathildelaan heeft een open dakparkeerterras en biedt een perfect decor voor een interview.

image

We hebben de rollen omgedraaid. Ik fotografeer de interviewer Joost en de cameravrouw. Voor de blog. Daarna gingen zij met mij aan de slag.