Tag Archives: Geluksroute Gemert

Bezoekverslag aan de Stad van Morgen van de provincie

25 Aug

Dit is het persoonlijke verslag van Annelies Cuijpers. Zij kwam namens de Provincie Noord Brabant op bezoek in de “Stad van Morgen” en onze genetwerkte vormen van multidisciplinaire samenwerking aan onze menselijke kernwaarden (Sustainocratie). We begonnen de tour met FRE2SH (voedselzekerheden), School of Talents (participerend leren), COS3I (sociale integratie) en eindigden met AiREAS (gezonde stad en luchtkwaliteit). Het is 10 uur in de ochtend in Eindhoven op 15 augustus 2017 (komkommertijd).

De stad van morgen: Eindhoven van onderop

Annelies Cuijpers, Sr. Communicatie Adviseur Provincie Noord Brabant.

Er is regen voorspeld. Ten minste in de morgen. Maar dat maakt mijn afspraak hooguit interessanter door de extra vraag: laat de stad van morgen zich weerhouden door miezerige luchten? Of is er meer nodig om de kiemen van Brabantse Health Deal te ontmoedigen?

Dinsdag 15 augustus wil “De stad van Morgen” in Eindhoven heel graag aan de provincie laten zien wat burgerinitiatieven bijdragen aan de Health Deal voor Brabant. Want in juli 2016 sloten Brabantse bestuurders van de provincie, de vijf grote gemeenten, de Brabantse waterschappen en GGD’s, de kennisinstellingen, RIVM, en de universiteiten van Tilburg en Utrecht een deal. Ze spraken af voortaan gezondheid als item te benoemen bij beleidsbeslissingen. Economische waarden, milieu-uitgangspunten, ruimtelijke kwesties, ze zijn allemaal belangrijk als het gaat om besluitvorming voor nieuwe initiatieven. Maar het blijkt minstens zo belangrijk om daar ook gezondheid bij te betrekken. Met de Health deal voor Brabant wordt dat uitgangspunt onderschreven.

Hoe pakt dat uit? Wat betekent dat? We gingen kijken in Eindhoven.

Perma-cultuur met Stan

cof

Annelies en Stan praten over permacultuur (foto: Jean-Paul)

De regen deert de eerste ontmoeting niet. Naast het station, in de prachtige flat van de studentenhuisvesting, zit Stan op me te wachten. Hij is landbouwkundig ingenieur en woont in Oirschot. Daar heeft hij een boerderij met een lap grond waar hij zijn eigen eco-systeem heeft gecreëerd en in stand houdt. Hij heeft er een heus kenniscentrum over opgezet: het “Perma Culture Research Netherlands”. Gewassen verbouwen met uitgangspunten van perma-cultuur, betekent op een andere manier met landbouw omgaan. “Je bouwt je eigen eco-systeem door op een andere manier gewassen te verbouwen”, vertelt Stan enthousiast. “We hebben een holistische aanpak. We leggen proeftuinen aan om verbinding te leggen tussen de verschillende aspecten van voedsel kweken. Door onze andere manier van aanpak oogsten we voedsel, maar verbeteren tegelijkertijd de kwaliteit van water, lucht en aarde. Als je gefragmenteerd denkt, kan je je eigen probleem misschien wel oplossen, maar loop je groot risico dat ergens anders een probleem ontstaat. Met onze aanpak bekijken we alle aspecten van het verbouwen van voedsel. We onderhouden proeftuinen en vormen een community om onze kennis te bundelen. In Nederland hebben we weinig ruimte, maar veel kennis. In bijvoorbeeld India is dat andersom. Daarom werken we internationaal veel samen. Zo versterken we elkaar.”

Stan is overtuigd van zijn toekomstvisie. Zijn perma-cultuur trekt jonge kenniswerkers aan die vernieuwing nastreven en werken vanuit gedrevenheid en bewustwording. Nu richt zijn Research Center zich nog met name op groenten en hard fruit. Binnen enkele jaren zullen daar andere soorten groenten en fruit bij komen. Het is een onstuitbaar proces “dat is ingegeven door positiviteit”, voorspelt Stan.

Aquaponics in Veemgebouw

We constateren dat we niet van suiker zijn en stappen op de fiets richting het Veemgebouw in Strijp S. Regenwater spat uit de plassen op straat als we richting de oude Philips-gebouwen fietsen. Daar zal Jean-Paul Close van “De stad van morgen” me laten zien wat er in een afgeschreven parkeergarage gebeurt. Geen auto’s meer die geparkeerd moeten worden, maar jonge ondernemers die de verbintenis tussen stad en platteland leggen door voedsel te kweken met behulp van water, kunstmatig LEDlicht en heel veel geduld en liefde voor wat er groeit.

IMG_0176

Aquaponics (foto: Annelies)

Oesterzwammen

De lift brengt ons naar de vijfde verdieping. Ik betreed een immense ruimte die gevuld is met paarsig licht en rijen kleine groene blaadjes zo ver je kunt kijken. Per pakweg tien meter, zijn de blaadjes wat groter en helemaal achteraan staan complete kroppen lollo rosso en krulsla te wachten op hun oogst zodat ze naar een restaurant kunnen worden gebracht om vanavond gegeten te worden. Helemaal rechts staan kleine paprikastruikjes en tomatenplantjes te groeien. Links staan enkele blokken wit plastic van zo’n 50 bij 50 centimeter op een schap te verpieteren, zo lijkt het. Hier en daar zitten wat ondefinieerbare uitstulpingen. “Dat zijn witte oesterzwammen”, vertelt Jean-Paul. “De balen bestaan uit koffiedrab met stro dat geperst is in een omhulsel dat biologisch afbreekbaar is. In twee weken groeit zo’n pak uit tot oesterproducent waar jij niet tegenop kunt eten. Het is een echt Brabants product. Er worden nu oesterzwam-burgers van gemaakt. Er loopt onderzoek welke andere toepassingen voor de oesterzwammen mogelijk zijn.“

IMG_0161

Oesterzwammen teelt (Foto: Annelies)

Terry
Onder de indruk loop ik verder naar een groepje heren dat me alles kan vertellen over de verbinding tussen stad en platteland en hoe zij dat vorm geven. Zo is daar Terry. Hij legt me uit dat het op het platteland “veel gewoner” is om te denken vanuit netwerken. “Op het platteland ben je meer op elkaar aangewezen. Het coöperatieve is de normale gang van zaken. Successen vieren we samen, bijvoorbeeld met onze geluksroute in Gemert. Het was een van de laatste vrijstaatjes van Nederland. Het coöperatief gedachtengoed is er nog steeds heel gewoon. Er zijn relatief veel innovatieve ondernemers.” Bevlogen vertelt Terry over het leegstaande kasteel, klooster, en andere Gemertse gebouwen. Deze zouden van kostenpost naar zelfvoorzienend moeten worden gebracht. “Daarvoor gaan we van een geldgedreven naar een mensgedreven werkelijkheid”, legt Terry uit. “We willen het kasteel niet in eigendom, dat zou onbetaalbaar zijn. Maar we kunnen er wel dusdanig mee omgaan dat het voor veel mensen meerwaarde heeft. Voor de Gemertse gemeenschap, maar ook voor bezoekers en zelfs internationaal als voorbeeldfunctie.” Terry wil er plekken van maken die uitkeringsgerechtigden met passie helpt aan werk dat inspireert en betrokkenheid creëert. Maar daarmee komt hij in een spiraal die omgekeerd is aan de hedendaags ingerichte werkelijkheid. Terry: “Het is een kip-ei-verhaal. Uitkeringsinstanties willen dat we vacatures melden zodat er mensen met een uitkering kunnen komen werken. Wij benaderen het andersom. Wij willen voor deze mensen werk creëren dat uiteindelijk geld opbrengt zodat de uitkering verminderd kan worden. Wajongers, 55plussers, het is een ongekend potentieel aan kennis, kunde en enthousiasme dat je kunt benutten op die manier. We noemen het sustainocratie. Als we dat van de grond krijgen, ligt er een basis waarin alles mogelijk is!”

Ibren en Fernando
Ibren en Fernando zijn twee studenten die de bevlogen uitgangspunten van Terry koppelen aan “de stad van morgen.” Ze studeren milieukunde en onderzochten hoe de stadslandbouw waarde kan creëren om van onderop samen te werken aan voedselveilige ontwikkeling van landbouw in de stad. Ze willen het groenproject zo opzetten dat het transformeert van kostenpost naar economisch haalbaar en bovendien waardevol is voor stadse gezondheid, betrokkenheid, integratie en samenwerking. Nu werken er voornamelijk mensen met een Wajong-uitkering. Straks moet het project zelfvoorzienend worden. “Een nieuwe economie met een nieuwe werkelijkheid op basis van samenwerken en aandacht voor elkaar”, vat Ibren samen. Hij schreef er een gloedvolle afstudeer-scriptie over, waar hij een 9 op zijn diploma mee verdiende.

cof

Ibren overhandigt zijn scriptie aan Annelies. Rechtsonder: Terry (Foto: Jean-Paul)

 

Fernando gaat een stapje verder in de productieketen en legt zich toe op een gedegen distributiesysteem. Want nu gaat het nog vooral over sla en oesterzwammen. In de nabije toekomst zullen Kefir-limonade en meelwormen (basis voor eiwitrijk voedsel) hun weg moeten zien te vinden. Plus de andere initiatieven die er aan zitten te komen. Blockchain is het uitgangspunt voor Fernando. Hij onderzoekt hoe een infrastructuur te ontwikkelen is op basis van betrokken netwerken, via smart-concepts, “zodat iedereen zelf zijn aandeel kan nemen in het distributieproces van hoogwaardig gezond voedsel”, vat hij samen. “We willen alle tussenschakels weg en een rechtstreekse verbinding tussen producent en gebruiker van voedsel. Daarmee verhogen we de voedsel-bewustwording en de onderlinge afstemming. De macht gaat weer naar de producenten in plaats van de instituten die het geld hebben. Zo kan democratie weer een eigen inhoud krijgen.” Na dit betoog proberen ze me allemaal om het hardst duidelijk te maken dat ze niks tegen de supermarktketens of de politiek hebben. Ze willen alleen de verantwoordelijkheid terug voor een eigen, gezonde omgeving, waar gezamenlijke waarde-creatie uitgangspunt is.

Bram
Intussen is Bram binnen komen wandelen. Bram vertegenwoordigt de Wajongers. Sinds enkele jaren woont hij in Strijp-S en “sindsdien doe ik alles op de fiets”, vertelt hij trots. Hij is een kenner van computers en ondersteunt de initiatieven van “de stad van morgen” met het bouwen van websites en andere digitale toepassingen. Dat doet hij voor heel Strijp-S. “Ik wil helpen van een slaapwijk een bruisende wijk te maken”, legt hij uit. “Met co-creatie kan je gemakkelijker uitwisselingen op gang krijgen. Als ik bijvoorbeeld weet dat mijn buurman slotenmaker is, kan ik hem vragen mij te helpen met mijn slot. Dan hoef ik niet naar een winkel met geld, maar zet ik koffie en ontstaat sociale cohesie.” Anderzijds is Bram heel open in de voordelen van app-groepjes die uitwisseling bevorderen. “Toen ik eens heel ziek werd, hoefde ik niet naar het ziekenhuis omdat de mensen in de app-groep me opvingen. Ieder had een beetje hulp voor me en samen was dat genoeg om me uit de interne gezondheidszorg te houden.”

sdr

Bram speelt piano terwijl Annelies en Rustem overleggen over de School of Talents (Foto: Jean-Paul)

Soulkitchen
Bram loopt mee als we naar de School of Talent wandelen. In feite gaan we lunchen in de Soulkitchen: een project waar de sla gegeten wordt die we daarnet nog zagen groeien. En waar ook vanuit de principes van “de stad van morgen” horeca wordt bedreven. De Soulkitchen is niet alleen gebaseerd op gezond eten, maar ook op personeel met begeleiding. Het is regelmatig dé ontmoetingsplek tijdens evenementen voor voedselinnovatie of sociale integratie vanuit de ‘stad van morgen’. “Maak maar iets lekkers voor ons”, vraagt Jean-Paul. En jawel, vóór ik het goed en wel heb begrepen, zit ik achter een bord met frisse sla, mooie stukken verse paprika’s en tomaten, versierd met hier en daar een stuk buitengewoon smakelijke oesterzwam. Het luncht verrukkelijk.

cof

Rustem en Annelies in Soulkitchen (Foto: Jean-Paul)

Rustem
Rustem Demir is aangeschoven. Hij is van oorsprong leraar burgerschapskunde aan het MBO, maar heeft zich de laatste jaren toegelegd op “leren zonder tijd- en plaatsgebondenheid.” Hij ontwikkelde e-learning platforms en haalde het afgelopen schooljaar zo’n 1500 studenten en leraren uit Turkije naar Eindhoven en omgeving. “We willen participatief leren ontwikkelen, met studenten in een pro-actieve positie. Jongeren dienen meer zelf op zoek te gaan naar mogelijkheden voor kennisoverdracht. Als je op die basis de menselijke waarden als uitgangspunt neemt, zie je vanzelf elkaars overeenkomsten in plaats van onderlinge verschillen,” betoogt hij. Als ik heel voorzichtig vraag hoe het politiek zit met deze uitwisseling, vertelt Rustem dat hij geen kleur heeft. “Ik werk met mensen, gewone burgers die open staan voor ontmoetingen. Het is handig om bij de macht te horen, maar als je vanuit de mensen werkt, is dat niet belangrijk.” Rusten legt uit: “Ik werk vanuit educatie. Ik denk dat het belangrijk is dat er meer uitwisseling komt, dat jongeren zelf aan zet komen. Er waren leraren verbaasd over wat de studenten allemaal bleken te kunnen. Dat geeft motivatie! In deze regio werken veel slimmeriken. Zij hebben makers nodig om hun ideeën uit te voeren. Die verbinding verdient versterking en proberen wij structureel te maken.” Rustem noemt het bouwen van een brug als voorbeeld: “Als je een brug wilt slaan tussen culturen of mensen, moet je eerst zorgen dat de brughoofden stabiel zijn. Door het participerend leren te ondersteunen, maken we stevige brughoofden. Het initiatief komt dan van onderop om een mooie brug te bouwen. Dat zijn bruggen die stand zullen houden,” stelt Rustem. Intussen heeft Bram op zijn iPad muziek opgezocht en bespeelt hij de piano die in de Soulkitchen staat. Het lijkt een cadeautje als buiten een waterig zonnetje is gaan schijnen.

sdr

Een demonstratie survivalkit voor Annelies. Links Syl. Bram kijkt toe. (Foto: Jean-Paul)

Boss: Jorrit en Syl
Gevuld met een rugzak vol gedachten en nieuwe indrukken, stappen we op de fiets om vanuit het centrum naar een van de noord-oostelijke punten van Eindhoven te fietsen. Daar zitten zo’n acht jongeren met twee begeleiders luidruchtig aan een tafel de toestand van de wereld door te nemen. Ze blijken grote pret te hebben omdat hen net is verteld dat een ambtenaar op de fiets een praatje zal komen maken. Ambtenaren die fietsen, lijkt hen een onmogelijke combinatie. En eerlijk gezegd ben ik blij dat ik om een glaasje water kan vragen na de droge overtocht. Jorrit en Syl blijken allebei oud-beroepsmilitair te zijn. Zo zien ze er ook uit: stoere laarzen, stevige kleding over strakke spieren en allebei minstens een hoofd groter dan de rest. Na hun militaire loopbaan besloten ze “vergeten jongeren” een plekje te geven. Zo belandde de groep jongvolwassen jongens om heel uiteenlopende redenen bij de ‘Bosven Outdoor Survival Stichting’, of kortweg Boss, zoals Syl en Jorrit hun initiatief noemen. “We hebben de beschikking over pakweg 10 hectare bos tussen Nuenen, Son en Breugel, en Eindhoven. Daar gaan we vier dagen per week naar toe. De jongens die meegaan zijn gemotiveerd om te komen. Ook als ze het moeilijk hebben, betrekken we ze bij de groep. We halen ze desnoods thuis op, praten met hen, ondersteunen hun pogingen om van allerlei rommel af te blijven. We kijken naar wat ieder kan, wat de overeenkomsten zijn. We hangen nergens veroordelingen aan. Je mag vooral jezelf zijn.” “En daarnaast bieden we ze fysieke uitdagingen,” vult Jorrit aan. “Wij hebben de ervaring dat jongeren heus niet te beroerd zijn om te werken. Ze willen heel graag van nut zijn, betekenis geven aan hun leven. Maar vaak lukt het niet. En dan blijkt ook nog regelmatig dat de hulpverlening maar heel moeilijk buiten de vastgestelde hokjes in oplossingen gelooft. Wij gaan uit van een gezondheids-gedreven maatschappij. Mensen willen echt wel aan hun gezondheid werken. Ze moeten alleen in de gelegenheid worden gesteld. We begonnen met drie keer per week een stevige wandeling. Dat sprak aan. Nu onderhouden we een stuk natuur en hebben we een hechte groep.” En dan komen de jongeren naar buiten. Eén voor één vertellen ze hun verhaal. Over leraren die hen niet begrepen, thuissituaties die onhoudbaar waren, vereenzaming en troost in drank en andere rookgewoonten. Hoe ze wel anders wilden, maar niet konden. En hoe de vrijheid van Syl en Jorrit, in combinatie met de noeste arbeid die erbij gevraagd werd, hun leven veranderde. Trots laten ze de spullen zien die Boss aanschafte om ook echt buiten te kunnen werken. De scheppen, laarzen en poncho’s. Die laatsten blijken over een boomtak gedrapeerd te kunnen worden om als heuse slaaptent dienst te doen.

IMG_0182

De poncho die ook als tent kan dienen (Foto: Annelies)

Waterdichte slaapzakken en de kunst om een veilig vuurtje te maken voor het avondeten, doen de rest. De jongens hebben net drie dagen in de vrije natuur gekampeerd. Ze willen nooit meer weg bij de Boss. Dan blijkt in een onderling gesprekje dat één van de jongens eigenlijk sportinstructeur is. Er wordt gevraagd of hij wil helpen om in de stad een obesitas-clubje op te richten dat gericht gaat sporten. Vragend kijkt hij Syl en Jorrit aan. Ze knikken. Genoeg voor de instructeur om te durven zeggen dat hij intussen zeker genoeg is van zichzelf om een dergelijk initiatief mee te kunnen dragen.

IMG-20170815-WA0004

Jorrit (4e van links) en Syl (2e van rechts) (Foto: de buurman)

Jean-Paul
Met een waterig maar zomers zonnetje in de rug, fietsen we terug naar het stadscentrum en het Eindhovense station. Onze laatste halte is er vlakbij, op de Vestdijk. Midden op straat, waar het een onoverzichtelijke wirwar is van onduidelijke fietsstroken en met betonblokken afgesloten rijbanen, stopt Jean-Paul. “Kijk”, wijst hij naar boven langs een lantaarnpaal. “Daar hangen ze!” En dan zie je ze pas: twee kastjes met wat vreemde aanhangsels hier en daar. Ze meten de luchtkwaliteit van Eindhoven en zijn van het project AiREAS. Op meerdere plaatsen in Eindhoven heeft AiREAS het Innovatief Luchtmeetsysteem (ILM) geïnstalleerd. Het zijn meetkastjes die doorlopend en zeer gedetailleerd de kwaliteit van de lucht meten op gebied van verschillende soorten fijnstof, ultrafijnstof en ozon. Deze stoffen kunnen schade toebrengen aan de gezondheid. Jean-Paul is een van de initiatiefnemers van het luchtmeet-systeem. “Het is onvoorstelbaar hoeveel invloed schone lucht heeft op de gezondheid van mensen. Met dit systeem kunnen we precies aangeven waar de lucht gezonder is”, vertelt hij enthousiast. De gemeente kan er zijn voordeel mee doen. Maar burgers, mensen van de stad, kunnen ook zelf de kwaliteit van de lucht in hun straat meten. Soms leent Jean-Paul meetkastjes uit en mogen kinderen, volwassenen of andere groepen met hem op pad om zich te verbazen over de samenstelling van datgene wat ze dag en nacht inademen.

Annelies Cuijpers

15 augustus 2017