Tag Archives: hoger doel

Sustainocratisch debureaucratiseren

23 feb

De Nederlandse maatschappij zitten in een spagaat tussen de macht van de alles blokkerende dictatoriale bureaucratie en de vrijheid van de vooruitstrevende democratie. Sinds de introductie van Sustainocratie in 2012 kunnen machthebbers die niet gehinderd zijn door bureaucratisch eigenbelang een betekenisvolle vooruitstrevende stempel drukken met debureaucratisering tot gevolg binnen een maatschappij die anders in een crisis en opstand zou belanden.  Dit gebeurt vooralsnog op lokaal, gemeentelijk niveau maar kan wereldwijde proporties aannemen als de waarde ervan ook door autoritaire personen wordt ingezien. De bestuurders hebben een uitvergrote verantwoordelijkheid, ook in de ze keuze, maar elk van ons heeft die keuze ook als bestuurder van ons dagelijks leven.

Bureaucratie is heerszucht, geen vooruitgang

De Nederlandse maatschappij is bol komen te staan van heerszuchtige praktijken die de vooruitgang in de weg staan. De crisissen die ons land al decennia lang teisteren hebben die bureaucratie alleen maar verder aangewakkerd. Deze heeft zich alleen in stand weten te houden door de speculatie rond grond, vastgoed en zorg met de hulp van een vrijgegeven financiële markt. De economie groeit nu al geruime tijd niet meer omdat het spel uit is en in ons land geen andere bronnen van waardecreatie zijn overgebleven die de klappen kunnen opvangen. We hangen nog aan het zijden draadje van ons geografische positie, de bijbehorende logistieke relatie met Europa en onze satellietfunctie voor een land als Duitsland.  Voor de rest is Nederland uitgehold door de machtsbeluste bureaucraten die erop uit zijn geen spaan heel te laten van het land totdat de melkkoe tot aan de merg is leeggemolken en achtergelaten wordt met een materiële schuld voor de komende generaties. Er zijn voorbeelden te over van machtsmisbruik met het wetboek of het politieke handjeklap in de hand. Kijk hoe in 15 jaar tijd de verzorgingsplaatsen voor speciale zorg behoevende bejaarden is gehalveerd terwijl de kosten van de zorg zijn vervijf- en tienvoudigd. Kijk hoe infrastructuurbesluiten werden genomen ten behoeve van de vastgoedbelangen van lokale politieke machthebbers. Kijk hoe oude politici de duurbetaalde plekjes bezetten van de nuts en geldhierarchie uit zogenaamd nationaal (eigen)belang en op die manier het spel in het ons kent ons netwerk houden, al dan niet met een liberaal, arbeiders of christen-logo als bindend boegbeeld. De nationale en private schuld hoopt zich op en de maatschappij wordt gedwongen deze weg in stand te houden via verkeerde werkgelegenheid, belastingen en opgelegde regels.

Er wordt veel gesproken over de vele complexe dossiers van de ambtenaren die zouden leiden tot machtsmisbruik in gemeenten door de ondeskundigheid van de raad en tijdelijke bewindslieden onder de meer vaste elite positie van de burgemeester en omringde politiek getinte magnaten. De “te kleine”gemeenten moeten gefuseerd worden zodat de schaalgrootte van de macht zich kan vergroten en de besluitvorming nog ondoorgrondelijker wordt, met geheime achterklap door enkelingen die zich de koek van belangen onderling verdelen. Geen wet die er tegen op kan omdat de spaghetti van loodzware maatschappelijke bureaucratie als een kankergezwel de werkelijkheid onttrekt aan het zicht van elke vorm van ethiek.  Leefbaarheidsteams, burgerparticipatiebelangen, burgerinitiatieven, welwillende ambtenaren worden stelselmatig gepasseerd door de schijnvertoning van duurbetaalde instanties die zich samenwerkend noemen en uiteindelijk voor veel geld helemaal niets doen, behalve zichzelf in stand houden.

Niets nieuws

Bovenstaande is van alle tijden en is altijd de onderliggende oorzaak geweest van oorlogen, opstanden en het instorten van zogenaamde  beschavingen. Het enige beschaafde aan die samenlevingen is dat de wettelijke onderdrukte bevolking zich geruime tijd koest hield om de moed op te brengen zichzelf op te offeren voor gerechtigheid. De historische kennis van de gebeurtenissen is uitgebreid voor handen en ook al worden de toenmalige bureaucraten en machtswellustelingen verheerlijkt in de geschiedenisboeken. De verwijtbaarheid van hun moordzuchtig, hebzuchtig of kortzichtige gedrag staat buiten kijf. Veel van de huidige machthebbers zullen ook de geschiedenis in gaan als mensen die uit eigenbelang en dat van hun steunpilaren de mensheid in een diep dal hebben gestort.

Er is echter een modern groot verschil met het verleden, vroeger (en in sommige gebieden in de wereld nog steeds, maar onder zware druk) was macht absoluut, tegenwoordig relatief. Dat is essentieel en ook de reden waarom wij nu wel de kans hebben om via diplomatie en menselijkheid de macht te herpositioneren door het te blijven relativeren. Dat is tevens de route om de debureaucratisering mogelijk te maken zonder dat dit gepaard gaat met een burgeropstand of oorlog tegen de hiërarchie (zoals in Egypte, Syrië, enz) en bijbehorende groeiende armoede en ellende.

Sustainocratie debureaucratiseert zonder de macht omver te werpen, wel te herschikken

In Sustainocratie (de nieuwe democratie) wordt de gefragmenteerde institutionele macht juist erkend wegens de doelgerichte autoriteit die het vertegenwoordigt, niet de blokkerende machtspositie die het regelmatig uit. Sustainocratische processen worden georganiseerd rondom concrete menselijke belangen, zoals gezondheid, veiligheid, zelfredzaamheid, welzijn, voedsel, kennisontwikkeling, enz. Deze belangen zijn de basis van een stabiele samenleving en dienen in balans te zijn om te stabiliteit te waarborgen. Gecentraliseerde gebiedsoverstijgende machtsposities leveren daar geen enkele toegevoegde waarde, lokale autoriteiten juist wel. Echter dienen de lokale autoriteiten zich niet op te stellen vanuit een bevooroordeelde eigenbelang positie maar een faciliterende autoritaire kracht die kleine positieve vooruitgangsprocessen uit kan vergroten door de positie die men bekleedt.  In feite bevestigt de machthebber de positie van autoriteit door effectief te faciliteren en de erkenning ervan te genieten door de vooruitgang die de bevolking erdoor boekt. Daar passen geen “beoordelende” dossiertrajecten meer bij want de processen zijn niet gestuurd op eigenbelang maar gemeenschappelijk resultaat. Macht wordt gekoppeld aan waardecreatie en niet aan creëren van tekorten. Waarde is het doel, niet het eigen geld. Als macht gekoppeld wordt dan waardecreatie in plaats van eigen geld dan wordt het blijvend en van historische betekenis.

De kracht van de sustainocratische processen is dat zij multidisciplinair worden uitgevoerd waardoor de  daadwerkelijke gefragmenteerde krachten van de mens tot een uiterste worden uitgedaagd. De gebiedsverantwoordelijke faciliteert optimaal de waardengedreven vooruitgangsprocessen waardoor de toegevoegde waarde bij blijft dragen aan de lokale krachtsituatie in een bevolkingsgebied. De ondernemende verantwoordelijke worden uitgedaagd om technologische en sociale innovaties zichtbaar te maken die er toe doen in een resultaatgedreven proces, en de wetenschappelijke kennisstructuren zorgen ervoor dat de processen gestoeld zijn op actuele kennisniveau en toepassing ervan. Gaandeweg wordt de behoefte ontwikkeld om nieuwe vormen van kennis te ontwikkelen en daarmee de wetenschap verder te voeden voor duurzame vooruitgang. Succes bevestigt macht en autoriteit als deze zich vertaalt in menselijkheid en duurzame menselijke ontwikkeling die vanuit de mens zelf komt.  Paradoxaal zien we dan dat de gemeenschappelijk “waarde” van een gebied, dus ook het vastgoed, de gronden, zich bestendigen doordat de menselijke omgeving zich weer bestendigt vanuit stabiliteit, samenwerking en aantoonbare vooruitstrevendheid.

In dit plaatje laat ik het verschil zien aan de hand van de positionering van ethiek, structuur en organisatie.

Persoonlijk bestuurlijke keuze om te faciliteren of te blokkeren

Persoonlijk bestuurlijke keuze om te faciliteren of te blokkeren

Persoonlijke bestuurlijke keuze en publieke controle 

Door de relativering van macht over allerlei instanties is de mensgedreven samenwerking een persoonlijke keuze van de machthebber. Dit wordt vaak beïnvloed door de (geheime) eigen belangen van de persoon in kwestie. Deze verdoezeld men nog steeds vanuit partijpolitieke samenzweringen en achterkamertjes die het daglicht niet kunnen verdragen, vaak gerelateerd aan oude familiaire vermogensposities, erfrecht en eigendommen. Maar zoals steeds vaker zichtbaar wordt nu in de media zijn die spelletjes zichtbaarder en gemakkelijker aanwijsbaar. Er is geen enkele machthebber meer die ongemoeid zijn of haar gang kan gaan maar men wordt vaak omringd door allerlei ander mensen met autoriteit die bereid zijn onethisch gedrag aan de kaak te stellen. Als dat gebeurd in de geld-gedreven economie dan ontstaat er een onstabiliteit. Maar als welwillende mensen met autoriteit zich in gaan zetten voor duurzame vooruitgang dan schoont het tegelijkertijd de tegenwerkende krachten op, ook als zij wegens ondoorzichtige spelletjes bepaalde posities bekleden. Sustainocratie biedt een structurele weg uit de crisis door de verhoudingen te verleggen met exact dezelfde mensen als in de geldgedreven economie, echter verbonden aan ethische menselijkheid ipv geld. Dat is een persoonlijke bestuurlijke keuze die sterk afhankelijk is van de ruggengraat van de betreffende persoon. De omgeving kan de persoon wijzen op verantwoordelijkheden en zelfs aan de kaak stellen als er een eigen belang vermoed wordt dat door een bepaalde werkwijze wordt gevoed.

Sinds het opzetten van het allereerste sustainocratische proces in Eindhoven tekenen zich de bestuurders af die vanuit lange termijn ethiek en daadkracht inzetten voor de maatschappij en degenen die een stoel warm houden uit macht door instellingen in stand te houden ten kosten van structurele vooruitgang. Steeds meer zullen die zaken zichtbaar worden en uiteindelijk bepalend voor het aanzien van de persoon in kwestie en de ontwikkeling van diens carrière  De vraag “waar neem je verantwoordelijkheid voor?” horen we steeds vaker  met het oog op faciliterende autoriteit en samenwerking. Terwijl de vraag geformuleerd wordt vanuit de authentieke wens tot vooruitgang zal dezelfde publieke daadkracht zich  steeds sterker manifesteren om verwijtbaar gedrag buiten spel te zetten en met oude en nieuwe wettelijke middelen tot de orde te roepen. Sinds er een keuze is heeft de macht eigenlijk alleen maar een keuze, en dat is duurzame menselijke vooruitgang steunen of een heel goede verklaring bedenken waarom men het niet doet.

En diezelfde keuze dienen wij ons ook af te vragen op individuele basis. Zijn wij zo afhankelijk geworden van de geld dat wij geen ethische keuzes meer maken? Of stellen wij ons wel eens vragen over menselijkheid en de dagelijkse keuzes die wij maken? Waar nemen wij verantwoordelijkheid voor als puntje bij paaltje komt? Wat doet u bijvoorbeeld als ik u uitnodig om samen te werken aan het co-creëren van de “gezondste stad van de wereld”? Bent u bereid om in uw eigen privé domein en manier van leven (kleine) veranderingen of aanpassingen door te voeren die daaraan bij dragen?

Huidig onderwijs leert niets

8 nov

De leerprestaties van jongeren zijn onder de maat vindt de inspectie en het ministerie van onderwijs van Nederland. Men plaatst de verantwoordelijkheid van het leren bij de jongeren via een leerplicht maar vergeet daarbij dat leren zich uitsluitend voltrekt vanuit een maatschappelijk context. Als er geen hoger maatschappelijk doel wordt gesteld dan zal er door niemand, jongeren noch ouderen, een leerdoel worden bereikt. Waarom leren? Wat is het nut? Welke innerlijke motivatie spreekt men aan om te leren? Jongeren hebben sinds 1900 in Nederland een leerplicht maar Nederland heeft vooral een onderwijs plicht. In de huidige scholen vormt “onderwijs” een doel op zich aangestuurd door het beleid uit Den Haag waarbij de scholen beperkte vrijheden hebben om zich te ontwikkelen volgens een eventueel eigen maatschappij beeld. Men is afhankelijk van de middelen die per leerling worden toegekend en dient via diploma uitreiking aan een normering te voldoen. Welk verband er ligt tussen maatschappij en normering is veelal ver te zoeken en de leerling is een middel om de school in stand te houden.

In dit huidige onderwijs leert men niets.

Om “het leren” te begrijpen grijp ik even naar een vergelijking die we ook gebruiken voor het bedrijfsleven en de maatschappij zelf, namelijk die van de individuele vrijheid en sturing.

Onderwijs is geen doel op zich maar functioneel binnen een maatschappelijke context

In onze democratie gaan wij uit van grote individuele vrijheid. Maar we gaan er ook van uit dat wij een maatschappij draaiende houden waarin een hoge graad van gemeenschappelijk welzijn wordt genoten. Dat betekent dus ook dat onze vrijheid niet vrijblijvend is maar bij zou moeten dragen aan de inhoudelijk invulling van de maatschappij. Wat die kaders zijn dient maatschappelijk duidelijk te zijn. Dat is het niet. In een geldgedreven consumptie maatschappij is geld en consumeren misschien een maatschappelijk kader waar omheen een economie draait maar opvoedkundig verwachten wij natuurlijk veel meer van een maatschappij. Denk daarbij aan ethiek, sociale cohesie en duurzame vooruitgang. Deze essentiële parameters zijn niet meer aanwezig en als zodanig ook niet te vinden in een onderwijscultuur.

Bij het ontbreken van een hoger maatschappelijk kader dat de hebzucht van een geldgedreven maatschappij overstijgt met ethische normen (zoals sustainocratie de democratie nuanceert met duurzame menselijke vooruitgang) vervalt het onderwijs tot een gefragmenteerde, doelloze overdracht van kennis. Als de leerprestaties van de jongeren dan onder de maat zijn dan duidt dat niet op de jongeren maar op de leeromgeving. De scholen, ouders en de overheid dienen dan vooral bij zichzelf te raden te gaan.

De jeugd is perfect in staat gebleken om van alles te leren binnen de mogelijkheden van hun open vrijheden en vanuit een intrinsieke, ongestuurde motivatie. Denk daarbij aan social media, elektronica en de vele prikkels die een consumptie gerichte maatschappij hen opdringt. Die prikkels raken het eigenbelang zoals Mitra zo mooi vertelt in zijn  toespraak over “The hole the wall”, een experiment in India waarin ongeletterde straatkinderen geconfronteerd werden met een gat in de muur en een computer. De natuurlijke nieuwsgierigheid, de open onderlinge communicatie en concurrentie, samen met de vele dingen die ze met het apparaat konden ontdekken leidde tot verrassende resultaten. Binnen 6 maanden beheersten honderden jongeren vele Engelstalige computerwoorden, wisten ze hoe het apparaat en de software werkte en konden ze aangeven welke verbeteringen erop toegepast konden worden. De onderlinge stimulans zorgde voor een zelflerend proces dat zijn weerga niet kent in de moderne onderwijswereld.

Onze huidige maatschappij is voor de meeste jongeren een gat in de muur waarmee men experimenteert zonder toezicht noch concreet doel. De stimulans die zij krijgen horen bij de normale opgroeiende, zoekende jeugd die is omringd door een cultuur van koopkracht (hebben). Binnen die cultuur spelen ouders de rol van financier en de overheid die van lastpost. Het zwarte gat van de maatschappij waarin de jongeren met hun ongenuanceerde vrijheden experimenteren en elkaar uitdagen tot uitersten vormt een schril contrast met het huidige onderwijs. Dit probeert normen en waarden op te leggen vanuit “verplichtingen” om zodoende enig overwicht te behouden op deze jeugd. Via de leerplicht worden de jongeren geacht om op een bepaalde tijd op school te zijn en na een aantal uren weer weg te gaan. Op de vraag waarom ze naar school gaan wordt geantwoord “omdat het moet”.

Het huidige onderwijs is vooral gefocust op het overdragen van rationele, cognitieve vaardigheden, zoals rekenen, taal en andere tastbaarheden. Naar mate de jongeren ouder worden wordt in het onderwijs van ze verwacht dat ze een vak leren. Wat de overheid vergeet is dat rationaliseren van informatie pas pakkend beklijft in de bewustwording van de jongeren als zij het verwerken middels emotionele en lichamelijke ervaringen. De hele dag in een schoolbank zitten is geen stimulans. Het uit het hoofd leren en automatiseren van de tafeltjes of het leren van de provincies en hoofdsteden van Nederland heeft pas blijvend invloed als het zich verbindt aan de belevingswereld van de jeugd.

Als de jeugd zich niet binnen een grotere maatschappelijke context weet te plaatsen richt zij haar eigen ontwikkeling op de vergelijking met leeftijdgenoten en niet die van een persoonlijke, volwassen toekomst en verantwoordelijkheid. Daarvoor is een referentiekader nodig met de volwassen werkelijkheid.  Onderwijzen gaat niet over het pure cognitieve leerproces maar de bewustwording van zichzelf in een maatschappelijke context. Dat vergt iets anders van het onderwijs dan het afvinken van aanwezigheid lijstjes en het plaatsen van gedragskruisjes bij elke afwijking van de algemene norm. Elk kind is anders, heeft een geheel eigen belevingswereld die positief kan worden beïnvloed door het kind te betrekken bij een hoger doel. Maar dan moet dat hoger doel wél bestaan.

Een kind, een puber of een jong volwassene kan uitstekend zelfstandig leren, uitgedaagd worden, allerlei informatiebronnen verwerken en uiteindelijk uiten in zeer diverse vormen van wijsheden die ontstaan. Alles bepalend is uiteindelijk de cultureel, maatschappelijke omgeving waarin het leerproces wordt gestimuleerd. Als de prikkels gaan over de laatste mode, meer geld hebben dan de ander, al dan niet verantwoordelijkheid nemen, angst of durven, wat heb ik en hoe zie ik er uit, dan zullen de jongeren die prikkels gebruiken in hun reactieproces. Reflectie gebeurd bij jongeren nog sterk op basis van het “eerst doen, daarna leren”, al experimenterend met het leven in de onbevangenheid van de beveiligde creativiteit. Onbevangen omdat zij zelf kunnen experimenteren en beveiligd omdat zij nog worden omringd door ouders en school die verantwoordelijkheid nemen voor de maatschappelijke inhoud en veiligheid in de ontwikkeling van de onschuld. Reflectie is essentieel maar dient plaats vinden binnen aanvaardbaar nut en kaders die de jongeren kunnen begrijpen.

Het huidige systeem van verplichten, straffen, examineren, normeren en reguleren toont uitsluitend de machteloze beperking van het onderwijssysteem als eenzijdig instrument dat haar verbinding is kwijtgeraakt met het grotere geheel. Natuurlijk passen de jongeren daar niet in omdat zij zelf een holistisch menselijk bestaan en ontwikkeling leiden die niet te minimaliseren valt.

Door onderwijs te ommuren en af te zonderen van de maatschappelijke context mist men de voorbeeldfunctie die de jongeren nodig hebben om  te reflecteren over de theoretische werkelijkheid die hen wordt verkocht als gedragsnorm. Vertrouwen, gelijkwaardigheid, respect, veiligheid, gezondheid, kennis zijn thema’s die genoemd worden in de boeken maar in de omgeving structureel worden verkwanseld. Het gezinsleven bestaat amper, jongeren groeien op van opvang tot opvang, binnen gescheiden ouder situaties, los van familiaire relaties en veelal met allerlei gedragsstempeltjes vanuit de overheid. De norm is utopisch beperkend en de afwijking wordt de norm. Het zijn niet de jongeren die niet voldoen maar hun verplichte leeromgeving waarin ze verplicht worden te doen waar ze geen enkel nut in zien.

Een hoger doel heeft te maken met gezondheid, welzijn, sociale cohesie, onderlinge relatie, zelfkennis en de kennis van de ander, veiligheid, samenwerking, visie, verantwoordelijkheid nemen, een maatschappelijke richting (duurzame menselijke vooruitgang) en alle daaraan gerelateerde kennisbehoeften. Er dient een verbintenis te zijn tussen de unieke persoon en de omgeving die zich samen ontwikkelen volgens een bepaalde natuurlijke, dynamische, evolutionaire code waar de jeugd haar eigenheid op creatieve manier in kwijt kan om de eigen toegevoegde waarde te ontdekken. In een jagersstam zien de jongeren de ouderen op jacht gaan en kijken er naar uit om een keer mee te mogen. Bij een timmerman zal de zoon of dochter geneigd zijn de hamer een keer te pakken en iets te knutselen. Maar als de ouders ’s morgens van huis gaan en ’s avonds thuis komen is er amper interactie en geen enkel volwassen voorbeeld. Ook in de wijken zijn er geen functionele prikkels die de jongeren aanzetten tot het nemen van verantwoordelijkheden.

Kortom, in een maatschappij zonder hoger doel zijn er geen emotionele prikkels die leiden tot een intrinsieke motivatie van de jongeren om iets te leren. Als de school daar ook nog eens negatieve prikkels tegenover zet door een bureaucratische, gefragmenteerde werkwijze, zonder verband tussen reflectieve cognitie en jeugdige emoties met een welhaast militaristische afrekening van aanwezigheid en gedrag, dan ontstaat er een generatie die meer leert op straat dan op school. En dat mag niet de bedoeling zijn.

We zijn toe aan een sustainocratische transformatie van het onderwijs door het weer een structurele, functioneel inhoudelijke pilaar van de maken van duurzame menselijke vooruitgang. Onderwijs is geen gefragmenteerd doel op zich maar stelt de mens centraal in haar duurzame ontwikkeling.

Het onderwijs is dienstbaar aan de menselijke vooruitgang