De cocreatie van de Wijk van Morgen?

In een wereld vol tegenstrijdige belangen willen wij toch proberen ergens in Nederland de handen op elkaar te krijgen voor de “cocreatie van de Wijk van Morgen”. Het zou een proefgebied moeten worden voor de hele wereld. In de Wijk van Morgen gaan we de moeilijkste uitdagingen aan, samen met de inwoners, de overheid, zorginstellingen, woningbouwcorporaties, verzekeringen, kennisinstellingen en bedrijven. We pakken het Sustainocratisch aan.

De wijk of buurt is de kleinste vorm van maatschappij na het gezin. Als ergens de integrale verduurzaming plaats dient te vinden is het hier, in de wijk. Dat kan natuurlijk ook een klein dorp zijn, mits er de hiërarchische politieke structuur bereid is zich faciliterend op te stellen. Dat geldt ook voor wijken en buurten want de Wijk van Morgen is gebaseerd op integrale samenwerking, bewustwording, aanpassingsvermogen aan een veranderende werkelijkheid, met integraal, gezond en duurzaam welzijn als gemeenschappelijk doel.

Waarom is dit zo moeilijk?

Van alle partijen vragen wij het uiterste. Iedereen verlaat de traditionele comfort zone om samen aanpassingen te aanvaarden die baanbrekend en logisch zijn binnen de context van duurzame menselijke en ecologische vooruitgang en de vijf sustainocratische kernwaarden die wij nastreven. Voor de deelnemende instellingen is dit interessant om te kijken hoe deze veranderingen zich verhouden tot hun beleid, organisatie en boekhouding, niet per afdeling maar integraal. Tevens introduceren wij de 4 x WIN feedback lus (mens, maatschappij, milieu, economie). Uiteindelijk is het een experiment waaruit meervoudige lessen kunnen worden gedistilleerd en zichtbaar gemaakt die in eerste instantie het traditionele functioneren van de instelling niet beïnvloeden. Het experiment is per slot van rekening geïsoleerd in een bepaalde wijk of buurt. Met de lessen in de hand en de meetbare resultaten kan een ieder uiteindelijk keuzes maken om de aanpak breder te trekken, aan te passen op punten of om wat voor reden dan ook te verwerpen.

Enkele thema’s die aan de orde gaan komen (ter illustratie)

Energie: Met het huidige integrale energieverbruik (verwarming, mobiliteit, bevoorrading, automatisering, elektronica, etc) in de wijk als uitgangspunt dient een besparing van 75% gerealiseerd te worden. De overige 25% dient lokaal in de wijk geproduceerd en gebruikt te worden op een niet vervuilende manier. Dit kan alleen als het grootste deel van de wijkgerichte behoeften in of nabij de wijk worden geproduceerd en gebruikt op een circulaire manier. De wijkbewoners dienen zelf die productiviteit te organiseren.

Huisvesting: De huidige woonruimtes zijn star en niet flexibel in gebruik. Inwoners houden noodgedwongen vast aan hun woonruimte ook al is deze niet (meer) geschikt voor hen. Mensen met een handicap bijvoorbeeld blijven in een eengezinswoning en verlangen kostbare aanpassingen terwijl een gelijkvloerse oplossingen beter zou passen bij hen. Net als gescheiden eenlingen. Jonge gezinnen met kinderen zijn gebaat met de eengezinswoning maar moeten zich vaak behelpen bij familie of op kamertjes. Door inwoners te stimuleren te verhuizen, binnen een regelmatige, samen gedragen (vrijwillige) herdistributie van woonruimtes, naar beter passende woningen in dezelfde wijk, kan veel beter woongenot, een betere verdeling en kostenbesparing worden gerealiseerd.

Sociale zorg voor en met elkaar: De sociale verbindingen dienen optimaal en zorgzaam te ontstaan. 25% of meer van de huidige huisartsen consultaties zijn niet medisch. Dit kan voor een deel door de wijk zelf worden opgevangen. Ook zijn er diensten in de privé sector die invulling geven aan de brede gezondheid, ruim nog voordat iemand een patiënt is. Met 30% van de Nederlandse bevolking lijdend aan een chronisch aandoening is het van belang dat we integraal positieve gezondheid met elkaar serieus gaan nemen. De zorglasten kunnen gehalveerd worden en meer maar dan dienen we te werken aan onze levensstijl, zelf en samen.

Dit zijn slechts enkele van de bekende issues die spelen en in de gangbare maatschappijvorm nauwelijks aangepakt kunnen worden door gebrek aan doelgerichte samenwerking, maatschappelijke empathie en aanpassingsvermogen. Vaak wil men wel maar ziet geen ruimte in de eigen instelling om de complexe verbindingen eenzijdig te gaan realiseren. Dat past niet bij de bedrijfsvoering. Door de Stad van Morgen (Stichting STIR) als verbinder te aanvaarden kunnen gezamenlijk projecten worden gedefinieerd en tot uitvoering worden gebracht, ook al staan die vaak haaks op gangbare normen elders.

Hoe ver staan wij? Op stedelijk, regionaal en internationaal niveau is Stad van Morgen aI jaren actief met o.a. AiREAS, FRE2SH, School of Talents & Wellness en COS3i. In sommige wijken vinden boeiende burgerinitiatieven plaats. Ook woningbouwcorporaties hebben aangegeven dit te willen doen maar niet de kartrekker ervan kunnen noch willen zijn. Innovaties zijn er voldoende voor handen maar vinden hun weg niet naar de Wijk van Morgen. Overheden laten het tot op heden afweten omdat ze op zichzelf veelal een bolwerk van tegenstrijdige belangen zijn geworden. Dit doorbreken is al een uitdaging op zich, ook voor de overheid zelf. Een plek vinden die als integraal voorbeeld wil gaan dienen blijkt niet gemakkelijk omdat vele neuzen tegelijk eenzelfde richting in moeten willen. Toch lijkt de tijd rijp.