Tag Archives: zelfleiderschap

Zelfsturende teams bestaan niet

27 Sep

Dat is natuurlijk een spannende opmerking van iemand die dagelijks bezig is met hiërarchieloze, zichzelf sturende structuren, zoals natuurlijke en menselijke eco-systemen binnen de maatschappelijke leer-experimenten van Stichting STIR. In de Stad van Morgen mengen we individueel zelfleiderschap net zo gemakkelijk met bestuurders van strakke hiërarchische organisaties, eigengereide wetenschappers en “machteloze” burgers in eenzelfde zichzelf sturend team. Hoe zit dat dan met de opmerking dat dit soort teams niet bestaan?

Als we kijken naar al die cursus aanbiedingen rond zelfsturende teams dan valt op dat men het allereerst heeft over “het scheppen van de voorwaarden” of “de organisatie om de teams heen”. Organisaties die het hebben over zelfsturing willen vooral dat hun personeel meer eigen verantwoordelijkheid draagt en initiatief neemt, alleen of in teamverband. Op zich is daar niets mis mee en vaak zelfs erg noodzakelijk in een sterk veranderende omgeving waarin een “hiërarchische toestemmingscultuur” alleen maar de nodige flexibiliteit en daadkracht weghaalt uit een proces. De oude tijd van een “baas met zijn hulpjes” is getransformeerd naar “met experts omringde zelfstandige operationele samenwerkende krachten”.

hierarchie-238x300

Hierarchy: Top level people look down and only see shit. Lower level people look up and only see assholes. 

Dood of leven 3

Het Stad van Morgen dynamisch cluster proces op basis van gelijkwaardigheid

In het geval van de Stad van Morgen gaan we zelfs een grote stap verder. We hebben niemand op de loonlijst en de teams kunnen variëren tussen enkele personen tot duizenden samenwerkende individuen en een grote diversiteit aan instanties. Als we het geheel tillen naar het niveau van een Sustainocratie dan betrekken we met evenveel “gemak” hele regio’s met miljoenen mensen, bedrijven, overheden en wetenschappelijke instellingen. Dynamisch clusteren noemen wij dit waarbij teams zichzelf vormen en verbinden aan de hand van prikkelende motivatie, doelgerichtheid en eigenbelang.  Maar in hoeverre is er sprake van zelfsturing?

Zelfsturing betekent dat men zelf richting bepaalt en vervolgens daar keuzes en acties op afstemt. We hebben allemaal te maken met deze vorm van zelfsturing als we in het dagelijks leven willen bepalen waar we willen werken, wie onze levenspartner wordt en hoe we ons in onze dagelijkse behoeften voorzien. Maar zelfs dan liggen er in de kern voorgeprogrammeerde prikkels die onze vermeende zelfsturing sturen. Onze genetische drang naar het opbouwen van een of meerdere intieme relaties geeft ons weliswaar de schijnbare vrijheid van het kiezen van wie die uitverkorene zou moeten worden maar binnen die keuzeprocessen liggen allerlei zintuiglijke prikkels die onze keuze bewust of onbewust manipuleren en beïnvloeden. De vrijheid van keuze wil nog niet de vrijheid van sturing weergeven. Er is altijd een sturend belang.

Binnen een organisatie, waar personeel een gesalarieerde functie bekleedt, is ondergeschiktheid en loyaliteit aan de belangen van de organisatie essentieel. Dat is op zich al sturend. Dat men daarbinnen de mogelijkheid krijgt om zelf te kijken hoe dit belang het beste gediend kan worden behoort amper tot zelfsturing. Het zou pas zelfsturing zijn als men ook het belang van de organisatie ter discussie zou mogen stellen en uiteindelijk veranderen. Denk aan zelfsturende teams in een zorginstelling. Zij dienen zorg te verlenen. Mocht die zorginstelling lid worden van een Sustainocratisch proces in de Stad van Morgen, waarin we “zorg voor gezondheid” trachten te organiseren in plaats van “gezondheidszorg”, dan zouden de betrokken personen zelfsturend mee gaan werken aan het ter discussie stellen van hun eigen broodheer. Er is dus altijd een kader en doelgerichtheid waarin men al dan niet met een zekere vrijheid zelf kan handelen zonder dat dit vooraf gebeurt met toestemming van een baas. Hoe scherper de kaders des te “vrijer” het personeel of betrokken deelnemers kunnen handelen, ook in het aangeven en nastreven van haalbare doelstellingen maar altijd binnen de kaders.

In Sustainocratie is het democratische kader duidelijk. De 5 natuurlijke en menselijke kernwaarden zijn sturend voor ons zelfleiderschap en de complexiteit van organisatie, innovatie en gebiedsontwikkeling. Deze kernwaarden zijn historisch, wetenschappelijk en praktisch empirisch onderbouwd. Zodra men deze kernwaarden aanvaardt, ongeacht status of autoriteit, dan ontstaat vanzelf het zelfsturende karakter van het zoeken naar verbindingen met anderen die ook die aanvaarding hebben gedaan. Het doel en de richting is dan voor iedereen duidelijk alleen nog niet hoe men het bereikt. Het dynamische clusteren geschiedt dan door het doen van voorstellen, kiezen van prioriteiten en het nemen van initiatief. Vaak is dat “iemand” die het voortouw neemt en allerlei mensen en instanties om zich heen verzameld die waarde kunnen toevoegen aan de missie. Als de groep eenmaal geformeerd is en met elkaar in staat blijkt om een commitment te geven voor een groepsproces met een beoogd eindresultaat dan stapt de initiatiefnemer weer terug in de groep zodat deze zoveel mogelijk zelfsturend kan worden op basis van onderlinge gelijkwaardigheid en vertrouwen in een ieder’s toegevoegde waarde. Als het project is afgerond dan valt de groep weer uit elkaar en schept ruimte om tot nieuwe verbindingen te komen. Zo zien we veel partners in onze processen die in meerdere dynamische clusters een rol spelen.

Kortom, zelfsturende teams bestaan niet, ze kunnen zich hooguit onder de juiste omstandigheden tijdelijk redelijk zelfsturend gedragen. Maar daar is dan een heel proces aan voorafgegaan, is een band ontstaan van onderlinge erkenning, en houdt men eveneens rekening met de eindigheid van het team na het behalen van de gestelde doelen. Uiteindelijk zijn sturend:

  • het kader,
  • het onafhankelijke verbindende initiatief of motief,
  • het gemeenschappelijke doel,
  • het groepsbelang,
  • de unieke kwaliteiten van elke deelnemer,
  • het individuele eigenbelang (wederkerigheid) om te verbinden,
  • en de basisvoorwaarden voor niveau 4 leiderschap in groepsverband: authenticiteit, respect, veiligheid, gelijkwaardigheid, empathie en vertrouwen.

 

Waarom wij spiritualiteit zweverig vinden

30 Sep

Wij vinden spiritualiteit zweverig omdat het ons confronteert met ons geweten in een tijd dat doorgeslagen materialisme hoogtij viert. Bij hebzucht is het gemakkelijk af te geven tegen datgene dat spiegelt met ons gedrag. We horen liever niet dat wij mede schuldig zijn aan de dood van vele miljoenen mensen, de uitdroging van de aarde veroorzaken en de toekomst van onze kinderen voorspelbaar vullen met vervuiling en verderf. Natuurlijk is het zweverig als we praten over bewustzijn en verantwoordelijkheid wanneer we voor de zoveelste keer met geleend geld onze koelkast en huis volstoppen met tastbare rommel, alleen omdat “de buren het ook hebben” en we toch minsten gelijkwaardig moeten zijn, liefst met net een beetje meer. “Waarde” is dan niet bestaansrechtelijk maar wat een ander van ons zou kunnen vinden. Dat er tegenwoordig mensen zijn die met net zoveel afkeer kijken naar merkproducten als destijds tegen dierenleed veroorzakend bont kan er bij velen van ons nog niet in. Status wordt nog voornamelijk ontleend aan het huis en de soort auto die we hebben, niet de manier waarop we onze kinderen opvoeden of omgaan met onze ouderen en buren bijvoorbeeld. Afgunst regeert door de angst een bezit kwijt te raken omdat we alleen zekerheid ontlenen aan dat wat we hebben, zelfs zonder het te hoeven gebruiken.

Spiritualiteit kun je niet tellen op een bankrekening, een boodschappentas mee vullen of te koop mee lopen al flanerend op de promenade.”Waar ben jij dit jaar op vakantie geweest?” is een veel interessanter onderwerp dan “hoeveel ellende heb ik met mijn geld of statusgedreven werk nu weer weten te veroorzaken in de wereld?”. Dat wil men toch niet weten, als men maar genoeg geld verdiend voor het volgende rondje boodschappen. Met een halve euro in de bus tegen armoede, kanker of dierenleed zijn we toch ook verlost van ons schuldgevoel? Bewustwording is ongemakkelijk, zeker als de omgevingscultuur net zo materialistisch is georganiseerd als wijzelf en ons politiek en commercieel aanstuurt op hebzucht wegens institutioneel eigen en landsbelang. Dan wijzen we dat ongemak af, ontkennen het en verwijzen naar de verantwoordelijkheid van politieke of industriele leiders, niet onze eigen consumptiedrang, zelf denkvermogen noch betrokkenheid bij de teloorgang van alles.

“Wie ben ik?” is dan een gemakkelijke minimiserende dooddoener. Maar dan stellen we ons toch onbewust een boeiende spirituele vraag, ook al stellen we het met een toon van “ik kan in mijn eentje toch niets doen”, terwijl we weer een mond volstoppen met fair trade chocolade.

“Wie ben ik?” is een gewetensvraag die men kan beantwoorden vanuit het genoemde perspectief van onkennende afhankelijkheid en ondergeschikheid aan “het almachtige systeem”. Dan is het klatergoud van externe franje van belang om jezelf enige vorm van identiteit te geven waar men naar kan verwijzen. Mensen die vanuit eenzelfde ondergeschikte positie naar hun omgeving kijken kunnen alleen maar een drang ontwikkelen naar meer van het zelfde om zichzelf enig aanzien te blijven verschaffen. Wat men eigenlijk laat zien is de innerlijke leegte die men probeert te verdoezelen door zich te omringen met spullen. Daar heeft men veelal een dagtaak aan en met de drang naar onverzadigbaar meer is het een weg naar een burnout, agressie of zelfminachting zodra men merkt dat men niet aan de eigen verwachtingen kan blijven voldoen. De wereld draait door en de consument draait dol.

Of als men erop wordt aangesproken, zoals nu steeds meer gedaan wordt door te verwijzen naar de olieprijs, de voetafdruk, de crisissen en de miljarden aan andere landen en niet aan onszelf…….Men gaat eerst de splinter zien van de politiek en het bedrijfsleven voordat men de balk in eigen ogen begint te zien. Dat geldt niet alleen voor de individu maar vooral ook voor de institutionele wereld die zich verschuilt achter het nietsontziende aandeelhoudersbelang en een oude merkidentiteit die tegenwoordig meer moreel en praktisch verwijtbaar is dan waarde toevoegt aan de menselijkheid.

Een andere benadering rond “wie ben ik?” is dan de weg naar binnen. Het is de weg van de reflectie, bewustwording en het leren van de uitdaging van het leven door er positief vorm aan te geven. De innerlijk kracht is dan zo sterk in ontwikkeling dat het geen uiterlijk vertoon meer nodig heeft en men blij is met een glimlach, een goed gesprek of een boterham met zelfgeteelde tomaten. Men heeft geen drang naar meer alleen een wens voor rechtvaardigheid die niet overeenkomt met die van de ontwikkelde menselijke rechtspraak maar die van moreel natuurrecht. Dan spreekt spiritualiteit keihard, helemaal niet zweverig en enorm tastbaar. Dan zijn ouderen geen kostenpost meer maar een eerbaar verleden en de jongeren onze toekomst die gekoesterd dient te worden met aandacht en liefde. Dan is geld hooguit een middel en gaat de aandacht naar de onderlinge relaties, de eenheid met de natuur en de principiele rol die men speelt in het leven samen. Dan vormt zich een spiegel met die andere hebzuchtige werkelijkheid die de wereld van spiritualiteit zweverig noemt maar zichzelf kenmerkt door oppervlakkigheid en gebrek aan inhoud. De angst voor het geweten houdt het bewustzijn buiten de deur door het te barricaderen met een nepleven. Zodra een crisis de barricades weg slaat en de werkelijke emoties bereikt dan komt men in aanraking met zichzelf en is er een kans dan de rivier van spirituele warmte de innerlijke mens gaat roeren en men de werkelijkheid van zichzelf durft te gaan erkennen. Dan is een verwijt overbodig omdat men beseft dat de tastbaarheid van het staan niet in de hoeveelheid van bezit te vinden is maar in de vleeswording van de nederigheid en samenhorigheid. Spiritualiteit blijkt dan de kracht van de eeuwigheid te bevatten die een rijk alternatief blijkt voor de tijdelijkheid en beperking van het goud dat alleen blinkt als je het niet hebt. Het werkelijke licht blijkt men zelf te zijn dat blijft branden door passie, zelfreflectie, zelfleiderschap en samenwerking. Dan laat men de afhankelijkheid en ondergeschiktheid los om als hergeboren mens de universele werkelijkheid te omarmen. “Ik ben” hoeft dan niet ge-etaleerd te worden aan niemand, het uit zich in daadkracht zonder dat er iets tegenover hoeft te staan. Men wordt dan geprezen voor wat men is, niet achter de rug versmaad voor wat men al dan niet heeft.

Spiritualiteit blijkt dan veel concreter en zekerder dan de materialisten de wereld in hun ontkennende tegenstelling willen doen geloven. Gelukkig komen steeds meer mensen daar achter en bouwen aan een nieuwe wereld, spiritueel verdiepend, niet oppervlakkig ordinair materialistch.