In Eindhoven mochten in 2026 ruim 191.000 mensen stemmen voor de gemeenteraad. Uiteindelijk hebben slechts 84000 inwoners van dat recht gebruik gemaakt. Een meerderheid van 107000 mensen dus niet. De gemeenteraadzetels worden verdeeld onder de gekozen politieke partijen. De niet stemmende meerderheid telt niet mee. GL/PvdA viert dat ze weer de grootste partij is geworden met ongeveer 21000 stemmen. Maar is dat reeel? 170000 mensen hebben niet op deze partij gestemd. Dat ligt niet aan GL/PvdA of de andere politieke partijen. Die timmeren hard aan de weg.
“De grootste meerderheid is die van “apathie”, van onverschilligheid.”
De geschiedenis leert dat onverschilligheid, individualistisch eigenbelang en gebrek aan betrokkenheid (armoede, polarisering, uitsluiting) de basis voor de groei van narcisme en totalitarisme.
GL/PvdA staat voor vergroening en sociaal maar de ruim 64000 stemmen die niet op GL/PvdA hebben gestemd geven de voorkeur aan een ander overheersend geluid, gezicht of belofte. Hun eigenbelang is echter zo versnippert over de 16 andere partijen dat men geen eenduidig geluid laat horen. Hierdoor kan GL/PvdA met slechts 10% van de uitgsproken steun van de lokale bevolking “de macht” naar zich toe trekken om een coalitie te gaan vormen. Een coalitie die uiteindelijk samen maar ongeveer 25% van de bevolking vertegenwoordigt. Velen van de GL/PvdA partij (en de andere partijen) hebben het goed voor natuurlijk met de stad, maar 10% kunnen we amper “volksvertegenwoordiging” noemen.
Heerschappij van het volk?
De oorspronkelijke betekenis van het begrip “democratie” komt van het griekse “demos” (volk) en “kratien” (heersen). Democratie betekent dus “heerschappij van het volk”. In de parlamentaire vorm van de democratie mag het volk elke vier jaar stemmen op wie er namens hen mag “heersen”. Zo wordt het heersen dus uitbesteed via het stemrecht. Welke criteria gebruikt de kiezende bevolking voor haar keuze? Vaak zijn het oude gewoontes, een knap gezicht, een aansprekend verhaal, een bekende. Erg weinig mensen verdiepen zich in partij programmas. “Oh, ik vind die opmerking van die persoon belangrijk”, is een veelgehoorde opmerking. Na het stemmen gaat men ervan uit dat de belofte of het inzicht van die persoon of opmerking ook aandacht krijgt.
Wat motiveert de vele mensen om niet te gaan stemmen? “Wat maakt mijn ene stem nu uit? Ik heb toch geen invloed!” of “Ze doen toch waar ze zelf zin in hebben”, enz.
Daarnaast is de overheid, waar we voor kiezen, maar een deel van het maatschappelijke verhaal. De overheid is van huis uit geen leiderschap (tenzij het doorbreekt in narcisme als verkeerde vorm van leiderschap) maar een kostbare faciliterende organisatie. Dat faciliteren is contextueel historisch gerelateerd aan het ontwikkelen van en groei economie door het faciliteren van eerst het bedrijfsleven en later ook het consumptie gedrag. Zodra we gestemd hebben dan houdt de democratie in de vorm van “heerschappij van het volk” op. Dan heerst het kapitaal. En het kapitaal gebruikt de mens en natuur voor eigenbelang.
Daarom faalt deze vorm van democratie op allerlei punten:
- Het gemeenschappelijke kader van een politiek economische werkelijkheid heeft aantoonbaar de problemen opgeleverd die door politiek economische beloftes aangepakt zullen worden. Er heerst een degeneratieve spiraal die zichzelf voedt.
- De uiteindelijke winnaar vertegenwoordigt slechts 10% van de gehele bevolking (25% van de stemmers).
- 56% van de bevolking laat niet van zich horen. Is die betrokken? Waar neemt die 56% verantwoordelijkheid voor?
- 75% van de gekozen partijen (63000 van de 84000 stemmen) krijgt een meer ondergeschikte rol door de versnippering. Men kan hooguit deelnemen aan een moeizaam onderhandeld coalitieakkoord of een plek in de oppositie.
- De maatschappelijke sturing na de verkiezingen is economisch met het bedrijfsleven en de financiele belangen aan het roer.
- De grote uitdagingen van deze tijd staan onder druk en krijgen maar beperkt aandacht in deze hierarchische belangencultuur.
Het probleem van “heerschappij van het volk” zonder sturend kader is dat het kan uitmonden in anarchie en chaos door de verschillende belangen uitersten. Eigenbelang is een belangrijke motivator van mensen. Het is tevens een reden tot voortdurend conflict als dit niet onderdrukt wordt via een structuur. Die politieke onderdrukking leidt tot controle bureaucratie en uiteindelijk een narcistische uitbraak.
Dit conflict uit zich nu in het falen van deze vorm van democratie, door apathie enerzijds, versnippering van keuzes anderzijds. Er is geen overkoepelende duurzaamheid boodschap noch gedrag. Zeker in onze financiele wereld van materialistische afhankelijkheden en ongelijkheid is de kans op conflict erg groot. We wijzen gemakkelijk naar anderen (de rijken, de armen, de buitenlanders, de politiek, de bedrijven, de buren, de overheid, de economie, enz) voor onze problemen. Zo raakt ons eigen verantwoordelijkheidbesef veelal gekleurd door het materialistische eigenbelang, niet onze eigen toegevoegde waarde aan het geheel.
“Ondertussen bouwen de werkelijke problemen voor ons duurzame voortbestaan zich op”.
Verantwoordelijkheid van het Volk
In de Stad van Morgen (Sustainocratie) hanteren we een andere vorm van democratie, namelijk die van een gemeenschappelijk gedragen verantwoordelijkheid voor de essentiele waarden van ons bestaan. Deze verantwoordelijkheid kunnen we niet uitbesteden. Ze wordt gekaderd door concrete waarden van ons voortbestaan. Dat valt prima te combineren met de parlamentaire democratie waarin we periodiek keuzes maken rondom het bestuur van onze overheid, zonder onze eigen verantwoordelijkheid los te laten. Dat is belangrijk want dat bestuur moet, binnen datzelfde kader, aansluiten op onze eigen dagelijkse waarde gedreven verantwoordelijkheid als burger of ondernemer of onderneming. De verkiezingsstrijd gaat dan om de te kiezen prioriteiten in de waardecreatie, niet de (financiele) belangenafweging. De overheid coalitie die ontstaat spiegelt zich dan al faciliterend aan het kader en de gekozen prioriteiten van existentiele waarden, zoals bijvoorbeeld “De gezonde stad of regio” of “onze zelfvoorzienende regio”. Daarmee sluit het faciliterend aan op de verantwoordelijkheid die we ook verwachten van de burgers en het bedrijfsleven, ieder op hun eigen manier (gedrag, handel en innovatie).
Het is bijvoorbeeld heel wat anders als 2500 huizen gebouwd dienen worden in een financieel gedreven context of wanneer gezondheid, sociale, ecologische verbinding en veiligheid sturend zijn. Datzelfde geldt voor onze mobiliteit, het onderwijs, de zorg en alle andere functies van de maatschappij.
“Want die verantwoordelijkheid voor ons duurzame voortbestaan dragen we allemaal samen (inwoners en instanties)”
- 100% van alle inwoners, ongeachte de functie, wordt uitgedaagd én aangesproken om mee te werken en mede-verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen en gemeenschappelijke essentiele welzijn:
- Integrale gezondheid
- Veiligheid
- Invulling van onze basisbehoeften (onvervuilde leefomgeving, schoon drinkwater, gezonde voeding en warmte)
- Samen (overheid, burgers, bedrijven, kennisinstellingen, onderwijs en omringende natuur)
- Bewustwording (ons gemeenschappelijke leer en aanpassingsproces)
- Stemmen gaat dan over het bepalen van de prioriteiten, niet vanuit uitbesteding maar door samenwerking.
- Waarden worden optimaal onderling verdeeld.
- Het volk, dat zijn we allemaal, ook de mensen die werkzaam zijn in de instanties.
- En we hebben allemaal samen belang én de verantwoordelijkheid voor ons duurzame voortbestaan dat niet in geld valt uit te drukken maar wel in een eco-nomie (de wet van de natuur).

