Samen maken we Eindhoven klimaatneutraal

Op 22 sept 2020 nodigt de Stad van Morgen uit om samen het proces op te starten naar Eindhoven klimaatneutraal. Dit naar aanleiding van de bijeenkomst die de gemeente Eindhoven organiseerde vorige week en hier is weergegeven in de blog.

De link naar deze eerste verkennende en verbindende zoomsessie treft u hier. Graag even registreren zodat we weten wie er allemaal meedoet. Iedereen is welkom die vanuit overheid, ondernemerschap, burgerparticipatie, wetenschap, onderwijs, enz een bijdrage wil leveren aan het proces. We maken kennis met elkaar, met het voorgestelde proces en de uitdagingen waar we voor staan. We gaan trachten om lopende zaken met elkaar te verbinden, te versterken en projectmatig, resultaat gedreven tot integrale samenwerkingsclusters te komen.

Stad van Morgen heeft dit reeds vaak gedaan, sinds ze Sustainocratie in 2009 heeft gedefinieerd en opgezet. Stad van Morgen heeft lopende projecten zelf die ook als precedent en voorbeeld kunnen dienen. Denk aan AiREAS (luchtkwaliteit en gezondheid) dat direct met klimaat in verband gebracht kan worden.

Mooie rede van Prof. Jan Jonker

Het is verrassend dat Prof. Jan Jonker deze duurzaamheid rede geeft. Verrassend voor mij omdat ik in het verleden contact had en amper aansluiting vond met mijn eigen beleving vanuit Sustainocratie. Nu daarentegen bespeur ik een steeds sterkere conversie in zijn huidige woorden met die van mij. Reden genoeg om het te delen via de Stad van Morgen waarin we veel toepassen wat hij in de rede benoemd…

Klimaat, overheid of samen?

Op gepaste 1,5 meter kwamen we samen in Eindhoven. De door de gemeente geïnitieerde bijeenkomst was bedoeld als kennismaking tussen allerlei klimaatgerelateerde initiatieven. Wethouder Rik Thijs stelde zich kwetsbaar op. “Wij als gemeente kunnen dit niet alleen”, zegt hij en vertelt dat klimaatplan na klimaatplan gewoon niet waargemaakt wordt. Het volgende is in de maak. Hoe kunnen we dit aanpakken? Samen?

Met deze duale insteek, kennismaking en wat kunnen we doen, gingen de gesprekken verder aan een 10 tal tafeltjes van 4 personen. Stad van Morgen was aanwezig met 2 sustainocraten en trof er natuurlijk verschillende partners aan die aan sommige van onze verbindende processen deel hadden genomen, maar ook allerlei nieuwe gezichten. Toch mooi dat de gemeente zicht heeft op zoveel initiatieven.

Tijdens het tafelrondje stelden we ons aan elkaar voor. Opvallend was dat men erg sterk vertelde over een eigen initiatief, vaak met de bijbehorende frustratie over de relatie met de overheid (oordelend, traag, niet meewerkend, geen steun, enz) maar bij de uitnodiging tot samenwerking er vooral afhoudend wordt gereageerd. De een stelt “er zijn veel valkuilen”, de ander stelt “ik stem elke vier jaar op een politieke partij die verantwoordelijkheid moet nemen”….Op de uitnodiging van de Stad van Morgen tot verbinding, inclusief de overheid als partner maar wél vanuit eigen verantwoordelijkheid, wordt gevarieerd gereageerd. De een ziet dat als taak van de overheid die vooral geld beschikbaar moet stellen voor initiatieven. De ander reageert enthousiast en wil graag meedoen.

Tijdens de presentaties van de resultaten kwamen die nuances in krachtige bewoordingen naar voren. Van “we willen een faciliterend maar ook participerende overheid” tot “wij verwachten verantwoordelijkheid van jullie want het is al 5 over 12 en houden jullie aansprakelijk als je het niet doet”….. De wethouder reageert weer vanuit zijn kwetsbaarheid “ik sta aan jullie kant, niet aan “een andere” kant” maar haalt vervolgens uit de presentaties alleen elementen “dat is concreet, daar kan ik wat mee”….Het woord “samen” valt maar hoe dit “samen” dan echt sterk vorm gegeven wordt, behalve elkaar informeren en uiteindelijk toch ieder de eigen weg bewandelen, komt niet uit de verf. De organiserende “Morgenmakers” zullen er als gebruikelijk (dit is niet de eerste keer dat we bij elkaar komen en steeds weer hetzelfde spel spelen) iets mee doen als adviseurs. De vraag is of het “de overheid” is die, in de huidige vorm en positionering in maatschappij (geldafhankelijk, “zorgmaatschappij”, belangen gestuurd), het verbindende initiatief moet nemen? Of dat een onafhankelijke partij als de Stad van Morgen dat moet doen vanuit de menselijke kernwaarden?

De bijeenkomst geeft de tegenstellingen weer waar de huidige maatschappij mee kampt. Iedereen wil wel maar het blijven eilandjes van gefragmenteerde belangen, ook bij de overheid. Ambtenarij is vaak zelf ondernemend met publiek kapitaal (in de zorgopstelling waardoor de overheid vele verantwoordelijkheden van de maatschappij heeft overgenomen) waardoor initiatieven in de maatschappij als bedreigend worden gezien. Het zou per slot van rekening de baan van een of meerdere ambtenaren kunnen kosten. Aan de andere kant zijn veel initiatieven weer afhankelijk van de goedkeuring van de overheid en het verstrekken van middelen omdat er geen (gekaderde) vrijheid is in de maatschappelijke structuur. Veel (burger) initiatieven worden getolereerd als “experiment” om uiteindelijk door de overheid overgenomen te worden als ze enig succes hebben, of de subsidie stekker eruit getrokken als de overheid elders haar gefragmenteerde steun verleend. De initiatiefnemers hebben dan het nakijken. Het wantrouwen is daarom groot, de kritiek ook, terwijl er in de overheid zelf veel mensen zitten die het juist “goed willen doen en anders”.

De smeekbede van de wethouder rondom het begrip “samen” en “we zijn allen één” is natuurlijk een mooi beeld maar in de praktijk weerbarstig door bovengenoemde problematiek. Het samen krijgt meer gehalte als de overheid minder ondernemend zelf is en daardoor meer faciliterend rondom een gemeenschappelijk hoger doel zoals de klimaatdoelstellingen. Het creëren van ruimte, participerend met middelen met oog op meetbare resultaten, is wat veel gevraagd wordt. Als dit niet gebeurt dan wordt de overheid door anderen al snel aansprakelijk gesteld voor de problemen.

De Stad van Morgen tilt alle partijen naar het gewenste niveau van gelijkwaardigheid aan tafel, sturend op toegevoegde waarde en de meerwaarde van het verbinden. Maar dan is het belangrijk dat elk van de partijen zich erin kan vinden. Klimaat is een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid dat als het elkaar aanvult door kan stoten tot exponentiële proporties. Het gaat niet alleen om zonnepanelen of windmolens. Het gaat ook om gedragsverandering, eigen verantwoordelijkheid, nieuwe volgers mentaliteit creëren, enz

Daarom heb ik besloten om de partijen wederom uit te nodigen maar dit keer als Stad van Morgen op participatieniveau, allereerst via zoom. We zullen kijken of we draagvlak kunnen creëren en iedereen op een lijn krijgen van één plus één is meer dan twee. Het is de moeite van het proberen waard.

School of Talent and Wellness wereldwijd via Zoom

Steeds meer mensen willen zich verdiepen in Sustainocratie en de mogelijkheden om het toe te passen in hun eigen omgeving. Daarom biedt de Stad van Morgen vanaf volgende week de mogelijkheid om deel te nemen aan participerend lerende zoomsessies.

Deze sessies zijn gratis maar niet vrijblijvend. Na deelname aan introductie sessie kan men kiezen om gratis door te gaan met de uitdaging om uiteindelijk na de uitdagingde processen en coaching als Sustainocraat te worden erkend.

Als men dit kiest dan wordt de deelnemer uitgedaagd om voor zichzelf een sustainocratische ambitie te formuleren en succesvol tot uitvoering te brengen.

Onderweg worden coaches geïntroduceerd die behulpzaam zouden kunnen zijn in het proces. Zij vertellen over hun ondersteunende aanpak of kijk op transformatie processen, metamorfoses, enz. Het is aan de deelnemers en hun eigen weg hierin om de relevantie voor zichzelf te bepalen.

De zoomsessies bestaan uit verschillende vaste onderdelen:

  • algemene introductie en uitnodiging tot participatie
  • fase 1: het proces leren kennen
  • fase 2: van ideologie naar focus
  • fase 3: van focus naar projectidee
  • fase 4: van projectidee naar samenwerkings cluster
  • fase 5: project definitie, verdeling van taken en middelen
  • fase 6: uitvoering
  • fase 7: afronding
  • fase 8: evaluatie en continuïteit
  • fase 9: vieren

De eerste zoomlink wordt gedeeld met de aangemelde deelnemers. De sessies worden in 3 talen gedaan: Nederlands, Engels en Spaans.

Verzet tegen manipulatieve dominantie?

In 2005 keerde ik de maatschappelijke structuur van hiërarchisch gevormde politieke belangen in Nederland de rug. Ik was uiterst pijnlijk tot het inzicht gekomen dat deze maatschappij niet dienstbaar (meer?, ooit geweest?) is naar de mens, ondanks alle belastingdruk en voorzieningen. Ik voelde mij boos, uitgespuugd, de rug toegekeerd door instanties, uitgebuit, in de steek gelaten, enz. Gedurende enige tijd zag ik alles wat “overheid en aanverwant” was, als vijand.

Mijn eerste stap was de bewustwording dat ik niets maar dan ook niets had aan deze zichzelf erende mammoetorganisatie die als een dwangbuis trachtte mij in de kapselen vanuit plichten maar mij tegelijk alle rechten ontnam. Mij bevrijden uit deze dwangbuis betekende ook dat ik er alleen voor kwam te staan. Ik had niets meer, behalve mijzelf, mijn twee kleine dochters, en de hulp van familie, vrienden en kennissen (wat ik later de échte maatschappij ging noemen). Maar ik had óók mijn natuurlijke vrijheid en zelfbeschikking teruggenomen.

Mijn tweede stap was te kijken hoe ik mij, in de ruimte die was ontstaan van eenzame zelfverkozen vrijheid, in stand kon houden met de verantwoordelijkheid die ik droeg naar mijn kinderen en mijzelf? Alles is mijn directe omgeving (huisvesting, voedsel, zorg) was dichtgetimmerd door het manipulatieve systeem dat volledige afhankelijkheid nastreeft. Ook al erkende ik de regels niet meer, ze projecteerden zich nog steeds op mij vanuit opgelegde plichten als ik mij wilde bewegen.

Om te leven diende ik niet het gevecht aan te gaan met iets dat veel machtiger is dan ik. Ik moest er boven gaan staan als mens en het eventueel gaan gebruiken als middel terwijl ik mijn nieuwe werkelijkheid vorm begon te geven. Vanuit het besef dat het systeem bestaat uit mensen, belangen en afspraken, kon ik in dit spel ook mijn weg trachten te vinden door uit te nodigen tot nieuwe afspraken. Ik was buiten het systeem terecht gekomen, maar redeneerde terug het systeem in van buiten en trachtte zo die bruikbare elementen te benutten die mee wilden werken aan een nieuwe versie van de maatschappij die zich gaandeweg aan mij manifesteerde.

Ik breidde mijn claims uit vanuit natuurlijk menselijk perspectief, zoals ik het had ervaren als alleenstaande vader in een moeilijke situatie. Zo ontstond Sustainocratie, de werkwijze en de kernwaarden voor de mens in haar natuurlijke werkelijkheid. Ook al kreeg ik hulp van mijn informele omgeving, mijn keuze werd nauwelijks begrepen. “We hebben het toch goed” klonk algemeen. En voor het gros van de bevolking was dat ook zo. Daarom werd ik in die eerste tijd amper gehoord. Ik was “die gek op de zeepkist” die verkondigde “dat het anders moest”. Tot eind 2008, de zogenaamde kredietcrisis, de ogen opende van velen en het vertrouwen eerst in banken, daarna in de overheid weg, begon te vallen. Ons “we hebben het toch goed” stond op losse schroeven. Deuren gingen open en men kwam ook bij mij kijken vanuit “misschien zit er toch wat in wat hij te zeggen heeft”.

Alleen werd twee en gaandeweg “niet meer alleen”. Op mijn uitnodiging tot samenredzaamheid sloten niet alleen medemensen zich aan maar ook instanties, inclusief overheden, die het moeilijk begonnen te krijgen en in zelfreflectie werden geduwd. Plotseling werd duidelijk dat overal, ook in de instanties, partijen en ondernemingen, er mensen (inclusief bestuurders) te vinden zijn met idealen die meedoen met Sustainocratie en de vertaalslag makend naar hun beroep, als een verademing ervaren.

Ook politieke partijen begonnen mij te raadplegen over visie en mogelijkheden om er eigen politieke, ideële opvattingen van te maken. Ik werd zelfs gevraagd om van Sustainocratie een politieke beweging te maken. Dat weigerde ik omdat het geen politieke beweging is maar een overkoepelend verantwoordelijkheidskader dat wij met zijn allen delen. Als men er politiek of economie aan wil ontlenen dan is dat prima, mits het bijdraagt aan de claims. Dat valt zelfs te formaliseren in het kader. Sustainocratie is een real time democratie, geen vier jaarlijkse uitbesteding. Dat zet de oude maatschappelijke structuur ook op scherp. Wie kan er bijvoorbeeld tegen “gezondheid” zijn (waaronder voedselkwaliteit, luchtkwaliteit, water, enz?) en een gezonde levensstijl (meedoen aan gezondheid)? Zelfs de manipulerende krachten krijgen het moeilijk om daar een antwoord op te vinden.

Sustainocratie heeft ondertussen verschillende benamingen gekregen: de realtime participatie maatschappij, niveau 4 bewustzijn gedreven gebiedsontwikkeling, enz…. Wereldwijd word ik uitgenodigd om hierover te vertellen, artikelen te schrijven of presentaties te geven, rollenspellen te spelen, enz. Het blijkt dat de corruptie, manipulatie in het systeem, een spel is van een historische wildgroei aan materialistische machtswellustelingen die veel van de doorgeslagen spelregels bepalen en zelf binnen het systeem druk uitoefenen. Toch is het grootste deel van de mensen die werkzaam is in instellingen gewoon zoals u en ik, zonder al die pretenties, behalve het zorgen voor het welzijn van hun gezin via een inkomen. Zij willen ook professionele waardering door toegevoegde waarde te leveren voor de mens en niet alleen voor “het systeem”.

De claims van Sustainocratie zijn reëel, erkend en beloond. Wat echter niet past in Sustainocratie is geldsturing, blokkerende macht, afhankelijkheid, politieke of economische manipulatie, hiërarchie, enz. Het proces van deelname aan Sustainocratische cluster programma’s is een zelf selecterend geheel. Het gaat uit van een waardemodel waarin de toegevoegde waarde van elke partner zich manifesteert. Gaandeweg staat de manipulatie verder weg, en uiteindelijk alleen, omdat deze geen toegevoegde waarde heeft. Dan doet de manipulatie even waar het goed in is, zoals dreigen, angst zaaien, dwang uitoefenen en omkopen. Totdat ze daarop terecht wordt gewezen (een kwestie van tijd). De machtsuitingen gebeuren natuurlijk nog steeds alom maar de tekenen van opschoning zijn al aanwezig als natuurlijk weerbaarheid proces.

Sustainocratie is nu allang niet meer “van mij” maar van ons allemaal. Er studeren mensen op af op universiteiten en hoge scholen door het Sustainocratische kader af te wegen in hun analyses. Ook het juridische systeem komt aan bod en staat daarin ter discussie. Er zijn nieuwe vormen van ondernemerschap 21ste eeuw die hun plannen baseren op het 4 x winst principe binnen Sustainocratie. Burgerparticipatie groeit ook…..

Ondertussen heeft een virus en gerelateerde maatregelen veel meer verdeling gecreëerd in de maatschappij dan destijds de bankcrisis. Velen staan voor een intieme eigen keuze, zoals ik destijds in 1996, en definitief in 2005. Mijn proces kan hen helpen in het maken van keuzes. In Sustainocratie gaat het proactief (niet reactief) om gezondheid en veiligheid die we SAMEN creëren voor onze duurzame weerbaarheid. Het virus is dan een discussiepunt maar ook alle andere zaken, zoals armoede, ongelijkheid, vervuiling, zorg voor elkaar, participatie, enz en die blijken allemaal gerelateerd.

Het is niet vreemd dat steeds meer mensen (en instanties) kijken naar Sustainocratie als oplossing ook voor hun problemen. Maar dan dient ook een ieder de geformuleerde claims te aanvaarden en naleven. Dat is niet altijd even gemakkelijk, want er zijn veel consequenties aan verbonden van loslaten van de oude werkelijkheid. Maar blijven hangen in de huidige werkelijkheid, of de uitingen van dodelijke belangen manipulaties blijven tolereren, is nog minder gemakkelijk…..de tijd zal ons leren…

Anders is ook echt héél anders

Als we écht verandering willen in de maatschappij, een verandering die er toe doet, dan moet “anders” ook écht ánders zijn. En dat is niet gemakkelijk.

Binnen de Stad van Morgen beginnen we het “anders” met het kader waarin we onze maatschappij vorm geven. Het gangbare kader is “politiek economisch” gedreven. Op basis van een kader vormen wij onze dialoog en keuzes. Het kader van de Stad van Morgen is “mens en natuur centraal vanuit 5 gedefinieerde kernwaarden”. Door vanuit dit veranderde kader te redeneren blijft alles in de maatschappij nogsteeds hetzelfde als voorheen, alleen is de dialoog en bijbehorende keuzepatronen anders geworden. Probeer het maar eens, als mens zelf of in gezinsverband. Of in je professionele functie. We doen zelfs rollenspellen om het te ervaren.

Door het kader aan te passen verandert ook onze relatie met geld. Geld wordt geen doel meer, dus ook geen afhankelijkheid. Het is slechts één van de vele middelen die ter beschikking staan. Het geld hoeft niet eens in de doorgemanipuleerde euro vorm te bestaan. Het kan ook anders worden opgezet, niet als schuldsysteem maar bijvoorbeeld als “dank voor je inzet” systeem. De doelen worden onze kernwaarden die we dan onderling verdelen volgens onze inzet, ieder naar vermogen. Dat is ineens een hele nieuwe manier om samen bijvoorbeeld voor ons voedsel te zorgen, of voor huisvesting.

Ook onze onderlinge relaties worden anders. Belangen eilandjes bestaan niet meer. Want die doen er niet meer toe. Er ontstaan clusters van mensen en instanties rondom concrete uitdagingen. Iedereen draagt bij op zijn of haar manier, volgens de eigen, authentieke mogelijkheden van de persoon of instantie. Zo worden onze overheden, bedrijven, kennisinstellingen, expertise instrumenten om onze complexe uitdagingen waar te kunnen maken. Maar ze worden gevormd en verbonden onderling door mensen, die allemaal meedenken en hun bijdragen leveren. Voor ons en door ons allemaal.

We concentreren ons op onze lokale productiviteit en behoeften. De lokale communities vormen onderling ook een grotere community waartussen uitwisseling kan plaatsvinden om elkaars tekorten aan te vullen. Zo kan een wereldwijde structuur ontstaan van samenwerking tussen alle lokale clusters, alles gebaseerd op slechts 5 natuurlijke menselijke kernwaarden en onze symbiotische relatie met onze natuurlijke omgeving.

De vele knelpunten die we nu kennen in de oude werkelijkheid verdwijnen. Denk aan ongelijkheid, armoede, vervuiling, eenzaamheid, machtsmisbruik, enz. Sommige zaken die we nu juridisch uitvechten organiseren we dan op basis van vertrouwen. Andere zaken die nu sturend zijn achten we dan ongrondwettelijk en illegaal. We zullen het gaan zien als een evolutionaire doorbraak in onze geschiedenis, een totale omslag in het menselijke bestaan.

Het “anders” is geen utopie, geen denkbeeldige illusie of ideologie. Het bestaat al. Als Stad van Morgen in Eindhoven hebben we werkende initiatieven zoals AiREAS, FRE2SH, COS3i en School of Talent and Wellness.

In werkelijkheid bestaat het al miljarden jaren, net zolang als het leven op Aarde en in het universum. Alleen heeft de mens een lange leerweg afgelegd doordat we ooit hebben leren nadenken en zo, naast onze oplossingsgerichte creativiteit, ook veel angsten voor het onbekende hebben moeten overwinnen.

Deze laatste stap maakt eigenlijk het cirkeltje rond voor onszelf. We overwinnen onze angsten door te vertrouwen op elkaar en de kennis die we hebben opgebouwd door deze samen toe te passen zonder onze omgeving te schaden maar ermee samen te werken. Voor de meeste mensen (en instanties) is het echter erg moeilijk om het oude kader los te laten. In de Stad van Morgen is dat niet nodig zoals velen reeds hebben ervaren. Beide kaders kunnen samen bestaan als we het nieuwe kader maar sturend maken.

Onzekere tijden

Het is een vreemde gewaarwording dat de huidige onzekere tijden eerst werden veroorzaakt door angst voor de effecten van een onbekende variant van een virus maar nu worden voortgezet door de angst van een overheid voor de politieke economische aansprakelijkheid voor de ingevoerde maatregelen. Het voeden van maatschappelijke angst en het stoïcijns vasthouden aan machtvertoon met niet onderbouwbare “oplossingen” ondermijnt op termijn alle geloofwaardigheid van deze risicomijdende, inzichzelf gekeerde overheid.

Het nieuwe SAMEN:

Ik ben opgegroeid in een Spanje in de laatste jaren van dictator Franco (jaren 70). De oppositie van de dictatuur leefde in ballingschap in Frankrijk. Hier probeerde zij het Spaanse volk te stimuleren tot verzet middels de zin “El pueblo unido jamas sera vencido” dat zich in het Nederlands laat vertalen naar “Het volk SAMEN kan nooit worden verslagen“.

Met deze zin in mijn hoofd werd ik wakker vanochtend. In de geschiedenis is dit al zo vaak aangetoond. Als het erop aankomt is SAMEN de enige oplossing tegen de verdeeldheid die wordt gezaaid door belangen, macht en machtsmisbruik.

Maar SAMEN mag zich niet alleen uiten in verzet tegen de gevestigde orde. Het dient zich te uiten vóór onze vrijheid, onze samenredzaamheid (broeder en zusterschap, zorg voor elkaar en met elkaar), gelijkwaardigheid en duurzame ontwikkeling als mens en natuur. Zo realiseer ik mij dat onze verdeeldheid voortkomt uit de luxe die we voor onszelf in stand willen houden, of het nu macht is of de rust van een redelijk onbezorgd leven. Dat we ons niet realiseren dat deze luxe voortkomt uit een naoorlogse fase waarin het begrip SAMEN het fundament legde voor de huidige luxe die we vanuit verdeeldheid in stand trachten te houden door het begrip samen teniet te doen en ons welzijn al decennia lang uit handen hebben gegeven in de zogenaamde zorgmaatschappij.

Angst loslaten en verandering omarmen vanuit bewustwording

De chaos die we voelen is door de angst iets kwijt te raken dat ons zekerheid gaf (geld, zorg, het schijnbaar oneindige leven, gevoel van overvloed, afhankelijkheid). Dat geldt ook voor de machtcultuur die zich erdoor ontwikkeld heeft. Waar we naar toe gaan is het besef dat die zekerheden niet zomaar er zijn als onhoudbaar “recht” maar door ons SAMEN gecreëerd en gewaarborgd dienen te worden. Dat niemand ons levenslang in een watte mandje legt en betuttelt maar dat we dit mandje samen waar moeten blijven maken.

Dit besef draag ik ook uit via het Sustainocratische gedachtengoed in de Stad van Morgen en alle spinoffs waar iedereen aan mee kan doen of er zelf een creëren. Gewoon omdat we het SAMEN doen. Als we ons verzetten dan is dit tegen de onterechte dominantie van structuren die onze vrijheid in de weg staan om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor ons welzijn. Als we die vrijheid weer verwerven moeten we wel bereid zijn om deze ruimte in te vullen met visie, daadkracht en productiviteit.

Ik vraag mij af of die bereidheid er al voldoende is?….of dat verzet zich alleen uit om weer terug te vallen in het watte mandje van de afhankelijkheid?…

Wetgeving en Sustainocratie

Op 8 mei 2020 deed Anna Berti Suman haar verdediging over haar doctoraal eindscriptie “Citizen Sensing” aan de Law School van de Universiteit van Tilburg. Daar had ze ruim 4 jaar aan gewerkt en AiREAS in meegenomen. Ze heeft verschillende partners van AiREAS geïnterviewd tijdens haar studie over “het rechtssysteem en burgers die zelf metingen verrichten in hun leefomgeving”. De vraag die Anna zich stelde was of het rechtssysteem hiervoor toereikend zou zijn en zo niet wat er zoal aangepast zou moeten worden?.

Voorafgaand aan haar presentatie deed zij een wereldwijde online workshop met meer dan 80 deelnemers. Ik mocht als spreker optreden met de leuke bijkomstigheid dat een cartoonist het verhaal in een tekening verwerkte.

Mijn kijk op de werkelijk als mens en alleenstaande vader is anders dan wanneer we kijken vanuit “het systeem”, ook al is het mogelijk te komen tot een gemeenschappelijke stip op de horizon. In mijn optiek dient het juridische systeem dienstbaar te zijn voor mens, maatschappij en natuur. Bij de uitnodiging tot het samen verantwoordelijkheid nemen voor het co-creatie proces van een gezonde stad bleken de verhoudingen vaak toch anders te liggen. Terwijl ik een aantal natuurlijke menselijke kernwaarden hanteerde voor mijn kijk een duurzame samenleving redeneerden instanties zoals de overheid veelal vanuit parameters zoals groei, innovatie, geld, maatschappelijke diensten…. maar niet vanuit basis principes zoals “gezondheid” of “gezonde lucht”. Zorg in geval van ziekte was een dienst, luchtkwaliteit binnen een tolerantienorm van vervuiling een vorm van sturing.

Hoe konden de overheid en “ik” (waarbij ik in dit geval een eerste cocreatie werd met een partner op mens niveau, een kleine “wij” van twee individuen, Marco en JP) dan toch een samenwerking opstarten? En dit vasthouden tot vandaag de dag? En welke juridische hindernissen kwamen wij tegen?

Het belang van “de mens” kan dan gezondheid zijn, die van de verschillen lagen en zuilen van de overheid iets totaal anders maar toch verbinden aan het hogere doel. De eerste die aansloot als overheid was geen stad maar de provincie Noord Brabant. Deze kanaliseerde financiële middelen naar steden vanuit de hogere Haagse overheid en “het Schone Lucht Akkoord” (lees inderdaad “schone”, niet “gezonde”). Er was een afdeling die zich bekommerde om de lucht. De provincie (lees: mensen met een bepaalde deskundigheid in deze instelling) waren bepalend voor twee zaken:

  • – “we zouden het samen moeten doen”
  • – de eerste financiële middelen om dit multidisciplinaire platform te creëren

Van het een kwam het ander en uiteindelijk konden we een gigantische lijst van juridische en praktische belemmeringen gaan opsommen die we onderweg tegen kwamen. Door een mentaliteit te hanteren van flexibiliteit, al meanderend door de werkelijkheid tussen de blokkades door, daar waar we stapjes vooruit konden zetten, wisten we ons steeds meer te consolideren als beweging. We moesten daarbij voorkomen dat we zelf een nieuw instituut toe gingen voegen met structuur, personeel, gebouwen en belangen. Het gemeenschappelijke belang van gezondheid en gezonde lucht werd een onzichtbare lijm die vooral bleef plakken voor deelnemers als men projectmatig het eigenbelang kon dienen vanuit deelname aan het gemeenschappelijke. Zo ontstond het dynamisch cluster gehalte van AiREAS rondom concrete projecten steeds met een diversiteit aan deelnemers.

Juridisch is hier echter niet in voorzien. Integendeel zelfs. Door de manier waarop de maatschappij zich in de loop der tijd politieke en economisch ontwikkelde zijn er allerlei juridische bepalingen die vaak onze aanpak in de weg stonden. Dat heeft een logica waar we vandaan komen als maatschappij waarin individuele belangen een hoofdrol speelden en verstrengelingen, misbruik en vriendjespolitiek voorkomen diende te worden. Binnen AiREAS hanteren we niets daarvan en sturen aan op individuele toegevoegde waarde, authenticiteit, creativiteit en betrokkenheid. Dat zijn termen waar de wetgever weinig mee kan maar oude wetgeving kan het wel in de weg staan. Drie voorbeelden bekrachtigen dit:

  1. In het gefragmenteerde veld van politieke economische belangen is de overheid fondsenbeheerder van publiek kapitaal. Zij investeert in eigen verantwoordelijkheden en subsidieert processen van derden die passen in de politieke economisch beleidskeuzes. Daarbij heeft de overheid een controle functie en mag niet participeren omdat dit gezien kan worden als belangenverstrengeling. Maar een gezonde stad kun je niet uitbesteden via subsidies. Noch kan de overheid dit zelf opknappen, omdat de invloeden van gedrag van burgers of bedrijven hooguit gereguleerd kunnen worden maar niet door de overheid worden bepaald. Nu vragen wij de overheid om mede verantwoordelijkheid te nemen, publiek kapitaal te investeren (dat is geen subsidie), samen met de andere deelnemers (burgers, bedrijven, kennisinstellingen), en haar eigen belang te betrekken en te dienen in plaats van anderen te controleren. Volgens de wet is dat niet toegestaan. De dynamiek van niveau 4 gebiedsontwikkeling via cocreatie is nog een volledig braakliggend terrein. Juridisch gezien zouden vele regels opgeheven kunnen worden, met bijbehorende controle en handhavingsstructuren. Dit zou behoren tot een gemeenschappelijk gedeelde transformatie van de maatschappij waarbij de waardekolom die door Stad van Morgen is gepubliceerd gehanteerd wordt en waarin vertrouwen een bindmiddel is. Zover zijn we helaas nog niet in de breedste zin van de maatschappij, maar het precedent is er….
  2. Burgers/inwoners meten altijd puur door ons menselijk bewust zijn. We voelen, ruiken, zien, horen, enz en interpreteren deze prikkels dagelijks. Als we echter voor onszelf “het onzichtbare zichtbaar” willen maken door onze eigen biologische sensoren aan te vullen met technologische varianten dan komen we op het gebied van juridische bruikbaarheid van wat we zien. De landelijke overheid heeft zich het alleenrecht toegeëigend voor de interpretatie van datgene wat ze zelf meet. Dat wat de inwoners meten heeft geen juridische waarde. Binnen de context van AiREAS is dat ook niet nodig. Participatie is niet gericht op het aanvallen van onze overheid of het oude systeem maar op cocreatie van gezondheid waar de overheid mede verantwoordelijkheid voor neemt. Het is niet “angst” gestuurd maar juist “kans”. Persoonlijke metingen zijn belangrijk om te kijken naar de eigen verantwoordelijkheid binnen een probleem, vraagstuk of uitdaging. Iemand die eigen verantwoordelijkheid neemt kan dat ook aan de andere partners vragen. De overheid is zo’n partner die hierop gewezen wordt. Daar is geen juridisch systeem voor nodig, wel open en kundig overleg.
  3. In AiREAS is deelname van het lokale ondernemerschap van groot belang. We trachten nu eenmaal door middel van innovatieve processen en toevoeging van resultaat gedreven producten en diensten te komen tot gemeenschappelijke, meetbare resultaten. De ondernemers aan tafel worden gevraagd om hun meest innovatieve ideeën en mogelijkheden te opperen waar de andere deelnemers warm en enthousiast van kunnen worden. De grootste financier in AiREAS is echter de overheid. Dat is logisch want het is per slot van rekening geld dat door onszelf als onze eigen maatschappij is opgebracht en waar we aanspraak op mogen maken als het dienstbaar is naar het gemeenschappelijke doel (gezonde lucht, gezonde mensen, gezond ondernemen). De overheid is echter verplicht om openbaar aan te besteden als bedragen boven een bepaald bedrag uitkomen. Ondernemers die hun achterste van de tong hebben laten zien over hun innovatieve mogelijkheden kunnen zo buiten spel gezet worden omdat iemand van buiten de regio het idee oppikt en er een goedkopere versie van maakt. Men laat hierdoor niet gemakkelijk de nieuwtjes zien voordat er duidelijke opdracht zekerheden zijn. Zo werkt de co-creatie echter niet. De product of dienstontwikkeling wordt in context geplaatst van gemeenschappelijk resultaat op gebied van gezondheid ontwikkeling (Piramide Paradigma en UNITED). Het gaat dus niet alleen om een productlevering maar de betrokkenheid bij het proces en eindresultaat. Dat lukt niet via de openbare aanbesteding wegens gebrek aan verbinding.

Voor elk van deze en andere barrières hebben we oplossingen moeten zoeken, samen. En gevonden. Waar een wil is, blijkt er altijd een weg. Boeiend is te zien hoe verschillende mensen de werkelijkheid interpreteren. Bijvoorbeeld degenen die vanuit het systeem naar de mens en onze activiteiten kijken. Men gaat primair uit van regels en vorm. Dan zijn er degenen die vanuit de mens naar het systeem kijken. Die gaan uit van het doel en stellen eventueel de regels en vorm ter discussie als deze een blokkade vormen. Door systeemdenkers mee te nemen naar de mens kant nodigen we hen uit om “anders” te denken en handelen om daarna de inzichten mee te nemen in het systeem en zich hard te maken voor transformatie van het systeem.

Zover ging de analyse van Ana niet. De blog over de seminar kunt u lezen op de site van de universiteit….