Life forms in nature are healthy by definition. Unhealthy ones disappear to make room for a new cycle of healthy life. If human organizations, societies, governance and economies accept unhealthy pollution we destroy ourselves. A new governance appears based on awareness of core human values to sustain our species and living surroundings. It a new democracy called Sustainocracy. Old structures collaps as new, better ones grows. Sustainocracy exists through new age ventures like AiREAS, FRE2SH, COS3I and STIR learning cooperation.
Steeds meer raken we (Stad van Morgen) verwikkeld in discussies over zorg en zelfredzaamheid en wat nu zou moeten veranderen in onze maatschappij? Zo komen ook de afvinkdokter, 10 minuutjeshuisarts en nepfactuur tandarts voorbij. Het is een fenomeen van deze tijd waarin alles op klok moet en door een ieder anders wordt geïnterpreteerd.
De afvinkdokter
Jan stort onverwacht in elkaar. Hartinfarct denken omstanders en bellen 112. Het eerste wat Jan zich weer herinnert is de mond van de ambulance medewerker die hem reanimeert. Met loeiende sirenes wordt hij naar het ziekenhuis vervoerd. Daar volgt een hart onderzoek. De hartspecialist constateert dat hij het niet aan zijn hart heeft. “U mag weer naar huis.”
Pardon? Naar huis?! Een uur geleden lag hij stervende op straat. Waarom? Het ligt niet aan het hart maar wat dan wel? “Ik doe alleen hart” zegt de specialist en daarmee is de kous af. Voor hem althans. Niet voor Jan want die heeft de angst goed te pakken.
Het bovenstaande verhaal kan aangevuld worden met allerlei voorbeelden van de gefragmenteerde afvinkcultuur in de medische wereld. Op zich is het logisch want door bepaalde ziektebeelden uit te sluiten komt misschien de oorzaak wel een keer bovendrijven. Daar hebben veel medici een kostbaar netwerk van belangen omheen gebouwd. Men verwijst mensen door zonder specifieke noodzaak maar om “af te vinken”. De onderliggende stroom is puur economisch ook al wordt het vanuit menselijkheid “verkocht”. De afgebakende eilandjes leven dan een leven dat meetbaar is op basis van economische relaties. De wildgroei die ontstaat is al snel onoverzichtelijk en wordt ook als “noodzakelijk” ervaren. De patiënt (ook cliënt! genoemd) wordt van kastje naar de muur gestuurd zonder dat ergens een holistisch beeld wordt bewaakt van de persoon. Elk stukje staat op zichzelf, voelt zich onmisbaar, doet stinkend zijn/haar best maar binnen de muren van de eigen tunnel visie.
10 minuutjeshuisarts
Het is algemeen bekend dat de huisarts de consults plant in blokjes van 10 minuten. Dat is een prima insteek om de tijd redelijk efficiënt te benutten. Een mens is echter geen 10 minuutjes mens. De een gaat naar de huisarts voor een minuutje omdat het euvel bekend is maar even door de deskundige moet worden bevestigd. De ander gaat wegens eenzaamheid en maakt van de huisarts een uitje dat variable wordt opgerekt. Natuurlijk zit daartussen van alles dat met de 10 minuutjes wordt teruggebracht tot een redelijke standaard en gemiddelde.
Maar dan is er ook de opvatting van de huisarts en organisatie waarin men werkt. De 10 minuten krijgen een economische status: 10 minuten = 1 consult = “x” euro. Als vader Piet met dochter Jennifer binnen komt wegens herstel van een ingegroeide teennagel van de dochter zijn ze na 3 minuten weer klaar. Piet besluit de tijd goed te benutten en brengt zijn eigen prostaat klachten nog even ter sprake. De huisarts geeft aan dat hij dan een tweede consult moet rekenen. Dezelfde 10 minuten tijd worden dan 2 of 3 economische 10 minuutjes. Voor de huisarts is dat handig om de facturatie wat op te krikken en de lege 10 minutenblokjes aan te vullen. Als bedrijf is dat natuurlijk interessant en dan gaat het veelal een eigen leven leiden. Huisartsen worden gestuurd op aantal economische 10 minuten in plaats van dienstverlening. Zo kan het gebeuren dat er economisch efficiënte huisartsen zijn die goed scoren met hun 10 economische minuutjes en er zelfs meer declareren dan een natuurlijke werkdag heeft. Door patiënten naar elkaar door te verwijzen volgens de afvinkcultuur kan een patiënt een oneindige cirkel van consults volgen die nergens toe leidt behalve een constante stroom 10 minuutjes. Door het misbruik gaan de verzekeringen meer controle uitoefenen en bureaucratie invoeren waardoor de premies omhoog gaan. Want de consument betaalt altijd de rekening!
Nepfactuur tandarts
Je komt net van de tandarts na een korte behandeling. Als je dan na een paar weken de rekening krijgt voor de verzekering dan blijker er allerlei onherkenbare handelingen op te staan. Je bent geen tandarts dus denkt het zal wel goed wezen”. Maar nu een groot deel van de kosten op eigen conto komen via het eigen risico kijk je toch eens kritisch naar zo’n factuur. Röntgenfoto? Niet gemaakt, in ieder geval niet waar jij bij was. Eenzelfde rekening van een behandeling 6 jaar geleden toont een bedrag dat 25% is dan die van nu, met hele andere en simpele beschrijvingen.
Ook de tandarts rekent consult kosten. Vroeger was je in een keer klaar en nu kun je drie keer terug komen voor zaken waarvan jezelf denkt dat ze gemakkelijk in een keer afgehandeld kunnen worden.
Marktwerking
Marktwerking noemt men dat. Het economiseren van gefragmenteerde belangen. De economie gaat erop vooruit maar de zorg achteruit. De patiënt wordt cliënt. Maar de cliënt is helemaal geen klant. Dat is de overheid en de verzekering die de facturen betaald. Die zijn zo gebureaucratiseerd en ongevoelig omdat men deze economie in haar eigen belang verwerkt via de belastingen en premies. 10 jaar geleden was de gemiddelde zorglast per inwoner van Nederland 1000 euro zonder eigen risico. Nu is dat 5000 euro met eigen risico er boven op.
Alternatieve zorgsystemen mogen niet geïmplementeerd worden omdat de Nederlander gebonden is aan de wet van solidariteit. Logisch in maatschappelijk opzicht, onlogisch wanneer de economie de overhand heeft genomen en het uitgekiende bedrog zich heeft genesteld in de structuur als een hardnekkig virus.
Hoe reageert de bevolking? Men gaat minder naar de dokter als men niet kan betalen. Voor de rest? Worden we aan het lijntje gehouden met toeslagen en afhankelijkheid. De vergrijzing doet de rest. Half Nederland is chronisch lichamelijk ziek en daarom te afhankelijk om in opstand te komen. De rest is bestuurlijk ziek door economie de menselijkheid te laten verzieken.
Wat doet de Stad van Morgen? Wij introduceren GroZ: Gezondheid, regionaal ondernemerschap voor Zelfredzaamheid. Solidariteit begint bij onszelf en onze omgeving, niet een vastgelopen corrupt systeem.
Met tussenpozen van 2 jaar wordt door het ministerie een conferentie georganiseerd die de naam ROET heeft gekregen. Normaal gesproken wordt deze conferentie gehouden in een van de vier grote steden van Nederland. Deze keer echter had Edwin de vraag gekregen of Noord Brabant als gastheer kon optreden. Het verband met onze AiREAS (www.aireas.com) samenwerking in Eindhoven werd snel gelegd door het pionierschap van Edwin in AiREAS. Dus zat ik op 13 november als toehoorder in de zaal van het High Tech Campus met het stiekeme genoegen toch een beetje bij te hebben gedragen aan dit Haagse feestje in onze stad. Dit genoegen deelden ook andere aanwezigen die nauw betrokken zijn bij onze samenwerking voor een gezonde stad terwijl zij hun verbazing uitten dat AiREAS geen enkel punt van aandacht kreeg als praktisch concept terwijl het grootste deel van de sprekers en het lokale publiek tot het samenwerkingsverband behoren. Maar AiREAS is een burger initiatief met lidmaatschap van de overheid. Deze bijeenkomst is van landelijke aard, aangestuurd door de Haagse politiek, waarin de kracht van samenwerking nog niet aan de orde is.
De toespraken waren vooral gericht op de ambtelijke beleving van de uitdaging rond luchtkwaliteit en volksgezondheid. Het was dan ook boeiend om te zien hoe ver men was gekomen met allerlei maatregelen op gebied van verkeersstromen, infrastructuur, onderzoeken en beleid.
Interessant is ook de benadering op basis van statistieken over de belangrijkste gezondheid bedreigende factoren. Er zit enorm veel kennis en goede wil in de overheid maar ook onmacht en eenzijdigheid (te veel ambtelijke organisatie en geen samenwerking).
Mooi was de interactie met de zaal door de dagvoorzitter. Regelmatig kwam uit de zaal de vraag voor aandacht voor burger verantwoordelijkheid en de multidisciplinaire interactie waardoor er toch wat veelzijdige balans kwam. Zo kwam ook het spanningsveld weer in beeld tussen de systeem complexiteit van Den Haag en de menselijkheid benadering van AiREAS. Ergens in het midden komen we bij elkaar maar de uitgangspunten willen nogal verschillen.
Ik noteerde enkele opmerkingen:
* toen burger verantwoordelijkheid rond luchtverontreiniging ter sprake kwam vond de staatssecretaris het belangrijk om toch ook het economische belang nog even te benadrukken.
* de beperking van de overheid kwam aan het licht toen vervuild auto rijden en open haard stoken betiteld werden als “recht” dat moeilijk aan te pakken is.
* “we zijn allereerst mens” zei de wethouder van Eindhoven (partner in AiREAS).
* “hemel op Aarde is mogelijk, een kwestie van willen” zei Ruud Koornstra in een clownesk duet met de wethouder. Maar de boodschap was duidelijk. Er is vaak geen kwade wil maar gebrek aan zelfbewuste keuze. Dan valt men terug op oude tradities. Bij keuze kiest men graag de hemel op Aarde.
* Subsidies worden uitgetrokken om de meest vervuilende auto’s te laten vervangen voor schonere. “Zo wordt de vervuiler beloond en degene die verantwoordelijkheid heeft genomen niet.” Het gevoel in de zaal gaf aan dat dit de verkeerde weg was.
* Adviseur van Bree gaf een uitgewerkt beeld van “wat betekent dat nu “de gezonde stad”?”. Het was voor het eerst dat de beleving van gezondheid in de stad werd uitgespit in complexiteit. Dat deed mij genoegen omdat het laat zien dat het leeft. Maar tussen het presenteren van een advies en het praktisch uitvoeren van de transformatie zit toch een extra dimensie. Ook al werd AiREAS niet genoemd was de sfeer wel degelijk aanwezig.
Onze uitdaging is dat we laten zien aan de hele wereld dat het ook echt kan. Dan is het geen Haags feestje meer maar een succes van de Nederlandse bevolking die de schouders heeft gezet onder een van de meest uitdagende problemen van deze tijd. Dat begint in Eindhoven maar komt vanzelf terecht in de andere gebieden, ook in Den Haag. Al met al was het een boeiende conferentie maar nog steeds geldt de opmerking van Isha die wij aanpassen aan onze beleving:
“Zolang men niet investeert in bewustwording, verantwoordelijkheid en samenwerking zal verduurzaming vooral een thema blijven voor conferenties.”
We waren als AiREAS uitgenodigd om mee te doen met de Vitale Wijk op de beursvloer van Innovatie Estafette en Horizon 2020. Maar hoe beeld je de samenwerkingsvorm uit waar wij voor staan (overheid, bedrijfsleven, wetenschap en burgers voor luchtkwaliteit en volksgezondheid) als een beurs traditioneel opgezet is om dingen aan elkaar te verkopen?
Wat hebben wij te verkopen als we aan de medemens vragen om het nemen van verantwoordelijkheid door samenwerking?
AiREAS op een van de schermen
Natuurlijk had het samenwerkingsverband AiREAS ook producten opgeleverd die we aan zouden kunnen bieden, zoals de Airbox maar hoe zorgen we ervoor dat we niet overkomen als leverancier maar werkwijze?
Uiteindelijk besloten we aanwezig te zijn met tokens en een spelvorm. Het idee was dat de beurs bezoekers wat meer interactief zouden omgaan met de standhouders en zo een token konden verdienen die men kon inruilen voor een workshopje over samenwerking.
Er kwam weer niets van terecht.
De tokens werden geaccepteerd, in een laadje gestopt en vergeten in de hectiek van het verkoopproces van de standhouders. Ook onze kleine ronde matjes ontvingen weerstand van de organisatie want er zou iemand over kunnen struikelen. Dat kon natuurlijk niet over de vele kabels die de organisatie zelf onder verantwoordelijkheid had.
Omdat we toch niets te verkopen hebben als samenwerkingsverband stelden we ons flexible op. We liepen veel mensen tegen het lijf die iets wilden weten over samenwerking maar het nergens konden vinden. Ik vertelde graag over wat wij ervaren. Geen workshops maar directe interactie. Leuke mensen allemaal die niet op zoek waren naar producten maar inspiratie. Ik kon constateren dat de beweging er goed in zit in de regios maar dat er nogal wat moet gebeuren om tot de juiste multidisciplinaire samenwerking te komen. AIREAS in Eindhoven werd als uniek ervaren maar de toepassing van Sustainocratische processen zelf vergt nog wat bewustwording en durf. Vaak zit nog vast in de toestemming cultuur van de overheid en de behoefte aan geld om stappen te nemen. De zaak omdraaien zoals we in AiREAS doen was inspirerend voor de bezoekers.
Ook ontdekten we een nieuwe uitdaging voor onze ILM (lucht meet systeem) die we life lieten zien via een 3D tafel. Het partnerschap met Jeroen Heindijk in deze liet zo zijn onverwachte vruchten afwerpen. Jeroen had zich, net als wij, als verbinder opgesteld met mooie resultaten die we zeker hebben kunnen appreciëren. De real time weergave van de 28 Airboxes in Eindhoven gaf ons beelden waar we zelf vragen bij gingen stellen. Het was voor het eerst dat ook wij dit zagen omdat de installatie nog kersvers is. Het riep meteen een nieuwe uitdaging op over de interpretatie van complexe gegevens en de communicatie ervan. Alleen meten is nog niet weten. Meteen na de RAI werd een nieuw wetenschappelijk project gedefinieerd. Zo snel gaat dat in AiREAS.
Conclusie
De algemene boodschap van de beurs was duidelijk: “de hele maatschappij betrekken”. De vraag is alleen “waarbij”? Daar willen de meningen nogal over verschillen. Economie? Technologie? Mens? Milieu? Verandering?
Veel werd er gesproken over producten, nooit over de mens. Uiteindelijk moest ik denken aan de zinsnede die vandaag in mijn mailbox kwam:
“Unless humanity invests in consciousness actively, sustainability will be just a subject of conferences” (isha foundation)
Het STIR avondcollege van 5 november 2013 stond in het teken van complexe verduurzamingsprocessen. Gastdocenten zijn Wiet van Meel (Pontifax) en Patrick van der Voort (Kleurrijke stad).
Wiet van Meel – Pontifax
Wiet van Meel is opgegroeid in Esbeek, een plattelandsgemeenschap nabij Hilvarenbeek. Als jonge knaap wilde hij al op een eerlijke manier dingen voor elkaar krijgen in een gemeenschap waar tegenstrijdigheden en onrechtvaardigheden meer de regel dan de uitzondering waren. Wiet leerde dat binnen de tegenstrijdigheden ook gemeenschappelijke belangen te vinden waren die partijen tot elkaar konden brengen. Al experimenterend ontwikkelde hij voor zichzelf een beeld dat met de tijd evolutioneerde tot een aanpak om complexe uitdagingen aan te pakken. De moderne People, Planet, Profit ideologie maakt het compleet.
Hij raakte verwikkeld in grote maatschappelijke trajecten in de Kempen en later ook heel Europa waar veel verschillende partijen en grote bevolkingsgroepen bij betrokken zijn. Zijn verduurzamingsmodel heeft hij vandaag uitgelegd.
Wiet verdeelt de werkelijkheid in twee horizontale gebieden:
Sociaal – De mens en de menselijke omgangsvormen
Materiaal – De manier waarop we omgaan met materialen om dingen te bouwen en maken
Als je die twee gebieden toepast op de People, Planet, Profit ideologie van bijvoorbeeld een harmonieuze gebiedsontwikkeling dan ontstaat het volgende model:
Verduurzamingsmodel van Wiet van Meel
In elk van de velden van het verduurzamingsmodel (“Duurzaamheid bestaat niet”, aldus Wiet, “het is een mooi streven”) zijn bedrijven en instanties actief die vaak muren hebben opgeworpen rondom hun eigen beperkte kijk op de wereld. Door partijen te vinden in elk van de 6 velden rondom een concrete uitdaging, en deze samen aan tafel te zetten, ontstaat er een mogelijke dynamiek die bruggen slaat tussen de velden. Men kan samen gaan werken in waardecreatie waar allen wat aan hebben. Het hele gebied gaat er op vooruit.
“Overal zijn mensen te vinden die fatsoenlijk (definitie van Wiet: met respect voor mens en omgeving) om willen gaan met elkaar en de ontwikkeling van hun belangen”, zegt Wiet met passie en overgave. Die mensen zijn het die samen vooruitgang boeken.
Verschillende voorbeelden werden aangehaald die u in de presentatie van Wiet (Presentatie wiet verduurzaming 5-11-2013 stir) kunt terugzien. Boeiend waren de projecten in Haarlemmermeer (ganzen en Schiphol), manege in de Kempen en coöperatief Esbeek zelf, allemaal gebaseerd op waardengedreven samenwerking. Wiet biedt zich aan om anderen te helpen die ermee aan de slag willen gaan. Als voorbeeld en case werden de plannen van Patrick van der Voort gebruikt.
Patrick van der Voort
Patrick van der Voort – Kleurrijke Stad Eindhoven
Patrick is actief als initiatiefnemer van de “Kleurrijke Stad Eindhoven” op sociaal maatschappelijk vlak met de positieve multiculturele beleving van de maatschappij. Hij vertelt hoe hij vele projecten initieert met multiculturele jongeren en betrokkenheid van onder andere de scholen. Zo viert hij binnenkort het 10 jarig bestaan van multicultureel sporten waarin alle nationaliteiten van Eindhoven samen een lokaal “wereldkampioenschap” spelen. Per slot van rekening is de hele wereld vertegenwoordigd in de stad.
De case “World Plaza” werd ter plekke uitgewerkt
Patrick wil graag een stap verder gaan en een World Plaza opzetten voor de multiculturele ontmoeting en sociaal ondernemerschap met een inspirerend en aantrekkelijk multicultureel programma. De moeilijkheidsgraad is groot door de afhankelijkheid en mogelijke betrokkenheid van vele partijen. Daarom is het interessant om het plan als case te gebruiken met het model van Wiet als leidraad.
De case “World Plaza” door Wiet en Patrick
Al snel werd duidelijk dat het professionele netwerk van Patrick erg sterk zich heeft ontwikkeld op sociaal maatschappelijk vlak (het veld rechtsboven in de tekening op de foto) maar er een onbalans is in de andere velden. Het lijkt moeilijk om dat op te lossen maar na een uitdagend vraag en antwoordspel van Wiet blijkt dat het netwerk van Patrick vele malen groter is dan hij professioneel benut. Dat geldt natuurlijk voor iedereen. We hebben toeleveranciers, klanten, privé relaties, bankrekeningen, vrienden, enz. En al deze relaties hebben weer een netwerk van relaties.
Door het hele spectrum van menselijke relaties en verbintenissen te raadplegen konden een aantal vakjes al ingevuld worden met positieve intenties. In het avondcollege zitten ook weer mensen met een professioneel en privaat netwerk die meteen aangesproken werden voor de opbouw van een band.
De boodschap was duidelijk. Als je wat groots wilt bereiken dan breek je eerst je eigen muren af en kijkt integraal naar je relatienetwerk. Die ga je dan betrekken met het model als gids. Al doende vullen de gaten zich en ontstaan er verrijkende verbanden van waardecreatie. Zo kan de World Plaza een kloppend hart worden met veel interactie met de omgeving en betrokkenheid van allerlei directe en indirecte belangen die elkaar structureel en “volhoudbaar” aanvullen.
NB Volhoudbaar is een mooi woord uit de vocabulair van Wiet, zijn eigenwijze maar doeltreffende en inspirerende benadering van verduurzaming.
VE2RS en GroZ in AiREAS
Het model van Wiet werd ook in verband gebracht met de gezonde stad ontwikkeling via AiREAS. Het blijkt een mooie praktische benadering tussen Sustainocratie en gebiedsontwikkeling. We gaan het dan ook experimenteel toepassen in VE2Rs en GroZ.
Wij danken Wiet en Patrick voor hun inspirerende woorden en interactie, en natuurlijk alle aanwezigen voor hun commitment aan een boeiend leerproces.
Volgend college:
Het volgende avondcollege is op 3 December met het thema “de 5 bewustzijnsniveaus van Dabrowski”
Op het podium staan Martijn Aslander, Peter Ros en Jan-Henk Bouman. Deze jongens zijn de drijvende kracht achter Permanent Beta in Amersfoort.
Permanent Beta betekent zoveel als “altijd in fase van uitproberen”. Dat is een metafoor die uit de wereld van de techniek (Beta testen) komt maar ook van toepassing is op de ontdekkingsreis van iedere zelfbewuste mens en organisatie. Als je maar blijft ontdekken, nieuwe dingen uitproberen en het avontuur van verandering blijft durven aangaan.
Vandaag was de 3e open netwerk dag. Het concept groeit uit tot een begrip in Nederland omdat het onbevooroordeeld, onbevangen en vrij is. Zoekende mensen laten zich inspireren door anderen die iets uitproberen. Het is erg actueel omdat de inrichting van het heden geen zekerheid meer geeft voor de toekomst en men op zoek is naar zekerheden. De een zoekt elementen uit het verleden weer op, anderen putten zekerheid uit de ontwikkeling van iets geheel anders.
Veel mensen hebben het voortouw genomen en zijn in een status van Permanent Beta aangeland. Dat zijn tevens degenen die hun inzichten graag delen met anderen en zo een diversiteit aan inspiratie vertegenwoordigen.
35 sprekers en 230 bezoekers. Gratis (doe je wat in de pot?). 4 zalen van groot tot klein. Voor iedereen wat wils.
Het ging natuurlijk vooral over inzichten rond verandering. Dat is ook wat PermanentBeta oproept en aantrekt. Ook AiREAS http://www.aireas.com en onze Sustainocratische avonturen in Eindhoven kwamen aan bod.
Zoals altijd zijn de contrasten en tegenstellingen bij veranderingsvoorstellen meteen zichtbaar in een zaal. Men wordt geconfronteerd met iets nieuws en beoordeelt ter plekke op basis van de eigen perceptie. De een wordt lyrisch van herkenning, de ander geïrriteerd door de innerlijke weerstand dat een verhaal oproept. Weer anderen zijn getuigen van wat anderen doen maar zien het meer als een circus dan iets waar men zichzelf in verbeeldt.
Het AiREAS en Stad van Morgen verhaal is confronterend. Het roept op tot deelname en verantwoordelijkheid vanuit menselijkheid in plaats van “het systeem”. Het is een ja of nee verhaal. “Ja” is empathisch en “nee” stimuleert innerlijk tot een uitleg waarin het geweten een rol speelt. De reacties zijn dan ook de uitersten van intense support via neutraal tot irritatie.
Zelfs de “ja”s vinden het daarna moeilijk om zichzelf te positioneren in de rol van Sustainocraat ook al voelt men zich ermee vereenzelvigd. De vragen komen dan van het type “hoe doe ik dat?”. Men wordt persoonlijk geconfronteerd met twee praktische en bestaande werkelijkheden (Sustainocratie is geen utopie meer) en een geheel eigen transformatie traject. Dat roept veel vragen en onzekerheden op.
Verandering is een proces van uitersten. Dat was duidelijk te merken op de dag ook al kwamen veel mensen met de veranderbehoefte. Het getuigen zijn van de verandering van een ander hoeft nog niet het antwoord te zijn op de eigen vragen. Vaak roept het juist meer vragen op. De boodschap van Permanent Beta is dan ook duidelijk. Er bestaat geen eenduidig antwoord op alles en ook geen ultieme waarheid. Er bestaat wel een wereld van zelf uitproberen en ervaringen opbouwen die passend zijn voor jezelf. Word zelf Permanent Beta en leer genieten van het experiment dat wij “zelfbewust leven” noemen. De vele sprekers zijn slechts voorbeelden.
Mijn eigen motto is: “De enige constante in het leven is de verandering”.
Verandering kun jezelf veroorzaken door de prikkels van buiten naar binnen te vertalen in actie. Je kunt het je ook laten overkomen. Hoe het ook komt, de verandering is altijd “in een fase van uitproberen”.
Uiterst aanbevelingswaardig en zeker toe te passen in andere steden. Blijf uitproberen! Permanent Beta!
Met deze vraag werkt iedereen dagelijks in een geld afhankelijke cultuur van transacties. Wat moet ik betalen? En wat krijg ik ervoor terug?
Die vragen worden ook gesteld wanneer ik mensen uitgenodig voor sustainocratie en de transformatie economie. In feite vraagt men dan “Als jij verantwoordelijkheid neemt voor verandering? Wat schiet ik ermee op?”
Het uit handen geven van verandering is natuurlijk risicovol. Bij de meeste mensen en instanties geldt: “Alles moet veranderen behalve ik”. Betalen voor verandering is dan een soort verzekering dat voor de betaler alles hetzelfde blijft.
10€!
“Dat is alles wat nodig is om te veranderen” zeg ik dan. De kosten in 2014 om het oude in stand te houden is volgens de overheid 15.570€ per persoon in Nederland met een tekort van 2000 € per persoon. Maar het oude is in crisis. Dat merken we ook want de overheid vraagt meer en we krijgen er steeds minder voor terug. Het oude kan dus niet in stand worden gehouden. Dat betekent meteen “dat het moet veranderen”. Maar men wil geen verandering. Daarom kost het zo veel om het wankele huis te blijven stutten. Wat kost het? Veel! Wat levert het op? Minder dan niets!
Voor een 10tje per persoon zorgen wij voor verandering.
Waar veranderen wij dan naar toe?
vraagt men dan. Naar “duurzame menselijke vooruitgang” is het antwoord. “Wat is dat?”
Ja, het antwoord op die vraag is juist de verandering. Als je die beantwoordt dan is de wereld al veranderd, verdwijnt de crisis en ontstaat voorspoed. En dat allemaal voor een 10tje!
In de praktijk verdelen we die kosten ook nog eens: 50% overheid en 50% per persoon. Ieder 5€ per persoon :-). Niet elke overheid wil dus schieten vaak groepjes veranderingsgezinde mensen het deel van de overheid voor.
Het is natuurlijk altijd leuk om te weten hoe vaak je blog bekeken wordt en vanuit welk land (als je voor een internationaal publiek schrijft). Mijn bloggen begon enige jaren geleden met mijn internationale Persoonlijke blog. De statistiek van WordPress ging alleen maar terug tot eind februari 2012. Toch was ik verrast om 101 verschillende landen te tellen.
Natuurlijk spant Nederland de kroon ondanks de Engelse taal. De landen daarna vind ik zeker boeiend. Het zegt natuurlijk niet zoveel want de hits tonen niet of men ook wat gelezen heeft. Maar toch. Ik schrijf nu eenmaal over onderwerpen die niet populair zijn en soms ronduit vervelend voor de niet betrokkene. Daarom is het zeker leuk om te zien dat er toch mensen ergens in de wereld woorden als Sustainocratie, transformatie economie of AiREAS hebben opgepikt. Wie weet ontstaat daar ook een “Stad van Morgen”?
Veranderen is het moeilijkste wat er is. Toch is het noodzakelijk in een bedrijf, gezin of maatschappij voor de continuïteit in een veranderende omgeving. Laten we aan de hand van simpele tekeningen er een gevoel bij creëren.
Status quo
Dit is wat we hebben vandaag. Iedereen is blij. Wat we hebben is bekend en vertrouwd. Het geeft een gevoel van zekerheid. Waarom zouden we wat willen veranderen?
Dit is vandaag. Iedereen happy!
Groei
Om verschillende redenen willen we groeien. Denk aan het bedrijf, ons inkomen, de economie, enz.
Groei wordt algemeen aanvaard, als we maar mee groeien
Om te groeien hebben niet veel nodig. Iedereen snapt de vorm en de context. Groei hoort nu eenmaal bij onze oer gevoelens van concurrentie en winst. Groter is nu eenmaal altijd “beter”. Het geeft een gevoel van meer zekerheid. Het kost misschien moeite om te groeien maar het is een moeite die niet veel uitleg nodig heeft.
Crisis en krimp
Lastiger wordt het als we moeten krimpen. “Kleiner” raakt onze psychische gemoederen dat we wat kwijtraken.
Krimp is niet leuk meer
En als we iets los moeten laten geeft dat een gevoel van onzekerheid, minder macht of kracht. Om te minderen moet er overtuiging of noodzaak tegenover staan. We minderen als we crisis ervaren. Door de krimpen ontstaat een nieuwe situatie die misschien beheersbaarder is dan voorheen. Denk aan het voorstel om voor minder geld te gaan werken.
Verandering
Er zijn ook veel situaties wanneer een oude situatie onhoudbaar is geworden en ingrijpend dient te veranderen.
Hoe ziet het nieuwe nu er uit? En is het echt wel nodig?
Maar “verandering” roept veel meer op dan krimp. Waarom anders? En wat is “anders”? De oude vorm is niet meer houdbaar als het niet meer kan groeien, krimpen ook niet en ook niet hetzelfde blijven. Het moet dus anders.
Een consensus rond verandering is in een mensenwereld moeilijk te krijgen. Het verval van de oude situatie moet zo groot zijn of de “nieuwe nu” zo veelbelovend, dan wil men wel overstappen. Maar overstappen waarheen? Voordat het zover is vraagt men zich eerst af of de oude werkelijkheid wel echt ophoudt te bestaan? En hoe moet die nieuwe werkelijkheid er dan uitzien?
Welke keuze?
In plaats van een grote nieuwe werkelijkheid zien we de oude versnipperen in allerlei allerlei nieuwe, experimentele vormen. Ondertussen probeert de oude vorm zich nog in stand te houden. Deze is vertrouwd, ondanks het verval, omdat het toch nog zekerheden blijft bieden aan allerlei mensen.
Elke nieuwe vorm zoekt weer groei door de omgeving te overtuigen. De winnaar is de vorm die sneller groeit dan de anderen.
Risico of uitdaging?
Het oude vertrouwde loslaten en erkennen dat iets nieuws nodig is gaat vaak gepaard met pijnlijke gebeurtenissen die de ogen openen. Niet iedereen laat onmiddellijk los. Als het dan toch moet ervaren wij verandering al snel als risico, vooral als we zien hoeveel verschillende nieuwe vormen uiteindelijk het onderspit delven ten opzichte van de ene die door pakt. De angst om bij de verliezers te horen neemt gemakkelijk de overhand waardoor we verandering uit de weg gaan of bediscussiëren vanuit de “veiligheid” van een oude vertrouwde maar onhoudbare vorm.
Een speciale slag mensen overwint die angst door de verandering als uitdaging te gaan zien. Zij zien de verliezers niet in het proces maar alleen de overwinning door zelfvertrouwen, overtuiging, innerlijke drijfveren en passie. Dat noemen we leiderschap. Zonder leiderschap ontstaat de diversiteit niet en ook niet de nieuwe groeikans. Het leiderschap werkt aanstekelijk op de andere mensen die er ook vertrouwen uit putten.
Iedereen heeft dit leiderschap in zich. Het zijn de omstandigheden die de prikkels van behoud en angst of zelfverzekerdheid en moed doen opbloeien. Soms is het gewoon goed om eraan toe te geven en eraan te beginnen, of iemand te volgen en te helpen die het meeste vertrouwen geeft. Dan is de nieuwe werkelijkheid een feit, of er nu 1 is of 100, de keuze is gemaakt. En dan begint het proces weer opnieuw tot de volgende verandering zich aankondigt.
Onze economie is te eenzijdig opgebouwd. Het kan anders. Een simpele andere kijk op waarden en waardecreatie levert Nederland minstens 300 miljard op aan bruto binnenlands product zonder ook maar met de ogen te knipperen en bovenop de traditionele productiviteit. Het bespaart Nederland ook nog eens zeker 100 Miljard, simpelweg door dingen anders te gaan zien.
Wat is waardevol voor de mens uitgedrukt in geld?
Alles draait om “perceptie” en het begrip “waardering” in geld. We moeten onderscheid durven maken in “soorten economie”.
Traditie van handel in producten (handelseconomie)
Er wordt door de consument een gevoel van waarde gekoppeld aan producten. Die waarde wordt pas zichtbaar als er een verkooptransactie plaats vindt. Dan wordt het ook uitgedrukt in geld. Dat is een belangrijk principe waardoor de economie redelijk onvoorstelbaar is maar ook te manipuleren.
De “waarde” van het moment van een product wordt bepaald door de concrete behoefte aan het product, de beschikbaarheid, de relatieve zeldzaamheid, de eventuele houdbaarheid van het product of de waarde en het verkoopbeleid. “Behoefte” kan onderverdeeld worden in basisbehoefte, noodzaak, luxe en hebzucht. Bijvoorbeeld:
basisbehoefte: eten, een dak boven het hoofd, drinkwater….
noodzaak: een arts wanneer je ziek bent, politie bij geweld, een rolstoel als je niet kunt lopen …
luxe: meer hebben dan je nodig hebt, overvloed, gemak, vermaak
hebzucht: hebben om te hebben of het te weerhouden van anderen, niet om zelf te gebruiken
De wereld van de handelseconomie speculeert met deze waarden aan de kant van zowel productie, distributie en afname volgens het fenomeen product, klant, winstoptimalisatie. Zo heeft ook het produceren, distribueren en vermarketen van producten (en diensten) “waarde” gekregen voor degenen die daar belang aan hechten (bedrijven).
Het belasten van deze handelseconomie door de overheid wordt gezien als “waarde” omdat men daarmee havens, wegen en spoorlijnen aan kan leggen die de handel bevorderen. Ook onderwijs kan hiertoe behoren omdat het jongeren opleidt voor deze economie rond productcreatie, productiviteit en consumptie. Speculatie met tekorten, diensten rond de supply chain, financiele systemen, enz. horen er ook bij net als de groeiende discussie over ethiek en verantwoordelijkheid.
Dit is niet de enige economie ook al doet men ons dat vaak voorkomen in de consumptie discussie over koopkracht. Er is bijvoorbeeld ook de “crisis economie”.
De handel in crisissen (crisis economie)
Een crisis draait om “het kwijtraken” en de “angst van het kwijtraken”. Er zijn zoveel dingen die we kwijt zouden kunnen raken zoals alles wat we in materiële zin tot eigendom beschouwen. Als we ons in onze basis behoeftevoorzieningen afhankelijk hebben gemaakt van de handelseconomie dan is het kwijtraken van koopkracht beangstigend. Waar anders halen wij onze basisvoorzieningen vandaan? Als die alleen toegankelijk is middels geld (en niet als ruilmiddel van waarde tegen waarde) dan wordt de kans van het ontbreken van geld een angst. Hoe groter die afhankelijkheid des te groter de angstgevoelens.
Maar ook onze gezondheid, veiligheid, welzijn, het leven zelf, kunnen we kwijt raken. Zelfs ons leefmilieu, het drinkwater, enz. Ook dat levert angst op.
Angst is daarom een economie geworden waar velen op inhaken of die angst nu terecht is of niet. Hoe meer we (denken te) hebben des te groter de angst iets kwijt te raken. Men beleeft een permanente psychologie van crisis.
Een crisis is voor veel partijen van waarde en voor anderen is het veel waard om het opgelost te zien om dat gevoel van angst kwijt te raken. Met de angst van de mens wordt dan druk gemarchandeerd en zelfs macht uitgeoefend of verdeeld.
Angst heeft een beklemmend effect dat misbruikt wordt in de crisiseconomie
Een crisis is echter pas een crisis als een angst bewaarheid wordt. Voor die tijd kan er nog van alles gedaan worden. Maar afkopen of uitbesteden van in ruil voor zekerheden levert alleen maar meer angst op. Als te laat is dan kan men er niets meer aan kan doen behalve het zelfbewust aanvaarden van een nieuwe werkelijkheid door de oude los te laten. Dat willen de meeste mensen niet. Men speculeert met wat er “zou kunnen gebeuren” en koopt zekerheden rond problemen die nog niet bestaan. Hoe ver we daarin gaan? Veel te ver! Denk aan ziekenkosten verzekeringen, pensioenen, antivirusprogramma, politie, enz. En al die zekerheden bouwen weer een grote hiërarchie en lobby op om de angst vooral aan te wakkeren en levendig te houden. Men creëert dus zelf de angst, houdt het met betalingen in stand en wakkert het aan totdat het een cultuur van antiwaarde is geworden.
Overheidcrisis is een angstcrisis, lucht dus.
De huidige overheid beleeft een crisis omdat het niet de hoeveelheid geld binnen krijgt die het zou willen hebben. Men verhoogt dan de belastingen waardoor men de koopkracht en handelseconomie verder blokkeert en weer minder binnenkrijgt. Deze reageert door verder waarden te onttrekken uit de keten waardoor het probleem zichzelf versterkt.
Men voedt zo de eigen angst door de werkelijkheid erop af te stemmen. Men ontleent eigenbelang, macht en waarde aan een crisis die niemand van de bevolking snapt, om er oplossingen bij te bedenken die niemand begrijpt of iets aan heeft maar die wel via de belastingen worden verrekend met de maatschappij. Eigenlijk is deze crisis dan de grote “antiwaarde”. Het onttrekt altijd waarde door zichzelf als waarde te verkopen, eigenlijk hetzelfde als waardoor de krediet crisis is ontstaan.
Voor de regering is het een argument om geld te onttrekken aan de maatschappij om “het” op te lossen. Men is alleen bezig met de eigen financiering, niet met waarde. Zo kan men voor altijd bezig zijn met niets en er zelfs macht aan ontlenen terwijl men bewust een crisis in stand houdt. Deze nep overheidcrisis, uit angst zichzelf niet te kunnen bedruipen, wordt dan een echte crisis voor mensen die niet meer in hun basisbehoeften kunnen voorzien en voor een onoplosbaar probleem komen te staan. De overheid lost haar crisis niet op en creëert crisis voor anderen.
De antiwaarde wordt machtiger dan de oorspronkelijke waarde waardoor er echte crisissen ontstaat op mens niveau. Geld pompen in de maatschappij is dan niet de oplossing want dat geld heeft nu een angstwaarde door de insteek van een angstgedreven overheid. De mens gaat eerder hamsteren dan waarde creëren.
Echte waarde is productiviteit Een volksvertegenwoordiging zou zich natuurlijk nooit bezig moeten houden met angsten. Crisis bestaat niet op maatschappij niveau. Een maatschappij bestaat uit een stuk grondgebied en een bevolking. Daar moeten we het mee doen. Dat is niet verandert, we hebben zelfs steeds meer bevolking, dus we zijn niets kwijtgeraakt, we hebben erbij gekregen. We hebben daarom eigenlijk een luxe situatie, geen crisis. De vraag aan de volksvertegenwoordiging is dan “hoe gaan we ermee om?”. Met angst of zelfvertrouwen?
De enige maatschappelijke waarde is vooruitgang door doelgerichte productiviteit afgestemd op de omstandigheden van het moment en de duurzame menselijke vooruitgang die iedereen ambieert, ongeacht waar we geboren zijn maar waar we pp dat moment zijn. Veranderen de omstandigheden dan verandert de productiviteit en inzet ook al is de evolutionaire richting gelijk.
Een risico is pas een probleem als het zich voordoet, zoals een ongeluk of een catastrofe (overstroming, oorlog, aardverschuiving) die de productiviteit en zelfvoorziening in de war schopt. Vooruitzien is prima maar op basis van duurzame vooruitgang, niet uit angst om wat niet is gebeurd of wat men kwijt denkt te kunnen raken.
De instelling van productiviteit heeft niets met geld te maken maar met inzet van bewustzijn, kennis, menselijke creativiteit en energie. Dat is de echte waarde, hoe we die ook omzetten in geld. Het wordt uitgedrukt in echt welzijn. Geld kan daarbij gebuikt worden maar hooguit indirect een maatstaf.
Crisis is bewuste antiwaarde. De huidige regering (en voorgaande) is dus niet bezig met het landsbelang, lost niets op en is verwijtbaar dat het vooruitgang blokkeert op alle fronten.
Balans
De huidige maatschappijbalans is ontwricht door het eigenbelang van de overheid in het financieren en in stand houden van een angstcultuur. Na verloop van tijd weet men ook niet beter. Men denkt blind aan “het systeem” en snapt niets meer van beleid. Het zijn robotjes, geen mensen.Velen zijn bang macht kwijt te raken in plaats van de moed op te brengen om autoriteit te gaan benutten.
Oplossing
De oplossing is eenvoudig. We elimineren de crisis door het af te schaffen. Crisis bestaat niet. Angst dus ook niet. Niet in Nederland. We hebben grond, relaties en bevolking. Wat willen we nog meer voor het scheppen van waarden?
Wat wel bestaat is productiviteit en zelfvertrouwen. We hechten geen waarde meer aan angst want dat is antiwaarde. We hechten waarde aan onszelf en wat we willen bereiken binnen de mogelijkheden die een ieder kan aanreiken. Aan die waarde koppelen we het geld niet aan antiwaarde.
Nieuwe waarde (gunsten economie) – voorbeeld
Neem nu als voorbeeld de waarde van elkaar helpen? Als we een kwartier hulp waarderen als “5 euro”. Het wordt pas geactiveerd wanneer die hulp ook daadwerkelijk gegeven wordt en als hulp wordt ervaren. Net als een productverkoop maar nu als gunst overdracht. Het instrument “tijd” plus “menselijkheid” heeft de waarde van 5 euro afgestemd op de eenheid 15 minuten.
Wat de werkelijke toegevoegde waarde wordt bepaald door de ontvangende partij die aan de productiviteit van tijd, talent en inzet echte waarde ontleent. Dat kan van alles zijn als het maar als positief wordt ervaren.
Er is waarde gecreëerd en 5 euro overgedragen. De 5 euro blijft 5 euro. De gecreëerde waarde is toegevoegd aan de maatschappij. Waarom zou een schroef waarde hebben en een gunst niet? Dat is een kwestie van onderlinge afspraken. Als we allemaal elkaar 4 uur per dag helpen zijn dan 16 blokjes van een kwartier a 5 euro per stuk. Dat hoeft niet op straat te zijn, noch in een bedrijf. We helpen onze kinderen, de buren, onze ouders, onze naasten, enz. Dat gaat niet volgens de productiviteit normen van de handelseconomie maar van de gunsteneconomie. De handelseconomie werkt gemiddeld 200 dagen per jaar a 8 uur per dag. De gunsteneconomie werkt 350 dagen per jaar (15 dagen ruimte voor ziekte) en kent geen 9 tot 5 mentaliteit.
Als 70% van de bevolking (iedereen boven de 12 jaar, onder de 12 jaar is vooral ontvangende partij hetgeen een zorgzame moeder of vader ook waardevol maakt) in staat is om dit te doen, zo’n 12 miljoen mensen dus, dan levert dat een potentiële extra economie op van:
4 uur × 4 kwartier × 350 dagen × 5 € × 12 miljoen mensen = 336 miljard euro bruto binnenlands product.
Net zo belangrijk en waardevol is het verdwijnen van een evenredig deel van de angsteconomie. Op dit moment is dat jaarlijks minimaal 120 miljard euro aan zorg en verzorgingskosten plus een evenredig bedrag aan zekerheden die we afkopen via allerlei verzekeringen. Gaandeweg verdwijnen die kosten uit de overheidsbegroting waardoor ook de bijbehorende bureaucratie kan verdwijnen als sneeuw voor de zon. Hierdoor ontstaat er meer ruimte en vrijheid voor vooruitgang.
Reken uit de winst.
De som van de opbrengst in het BNP is 336 miljard aan circulaire economie waar structurele waarden uit ontstaan die te meten zijn in vooruitgang, inclusief de besparing op de angst cultuur. De belasting hiervan gaat niet naar het aanleggen van nieuwe wegen want dat doet de handelseconomie al, maar het faciliteren van sociale cohesie en onderlinge productiviteit in de buurten en wijken.
Het mooiste van alles
Het mooiste van alles is dat dit gewoon latent aanwezig is in Nederland en alleen maar geactiveerd hoeft te worden. Het brengt de handelseconomie niet in gevaar, in tegendeel. Het haalt wel de risico-economie onderuit maar die is gebaseerd op de antiwaarde van angst die we het liefst zo snel mogelijk kwijt zijn, hoe belangrijk lobbyisten en machthebbers ze ook mogen vinden.
Het geld ligt op straat en de waarde van Nederland zit thuis of is met de verkeerde dingen bezig
Het voegt een vorm nationale productiviteit toe aan ons land die niet uitbesteed kan worden aan China of India. De regering en instanties kunnen er autoriteit aan ontlenen met bijbehorende positieve erkenning. Tot slot brengt het stabiliteit dat als voorbeeld kan dienen voor andere delen van de wereld. Het maakt ons minder kwetsbaar voor invloeden vanuit Brussel of economieën buiten ons land en geeft ons individueel meer ongesubsidieerde koopkracht. Iemand die werkloos is in de handelseconomie kan in de gunsteneconomie prima zelfredzaam zijn. Ouders van kinderen zijn zelfredzaam door hun kinderen op gewaardeerde manier op te voeden in plaats van uit te besteden. Grootouders leveren weer een productieve bijdrage van overdracht van kennis, ervaring en levenswijsheid aan de jongere generaties. En ooj zij worden ervoor gewaardeerd zonder dat het ten kosten gaat van het pensioen dat in het industriële tijdperk is opgebouwd.
En zelfs als we allemaal besluiten dat een kwartier geen 5€ waard is maar 10€ is er geen haan die er naar kraait. Hooguit uit de handelseconomie zich dankbaar uit dat er meer geld in roulatie komt voor consumptie.
En dan zouden we misschien eens kunnen kijken hoe die menselijkheid op het milieu kan worden toegepast want ook daarin is de onbalans groot.
Conclusie
Economie is perceptie en afspraken. Crisis is nep en in handen van antiwaarde tenzij in tijden van natuurlijke catastrofe. Die hebben we wel (klimaat verandering, global warming, vervuiling) maar deze is niet zo zichtbaar. Laten we ons eerst op vooruitgang concentreren. Vooruitgang is echt en in handen van onszelf. Waarderen wij in geld angst of zelfvertrouwen? Dat is een zelfbewuste keuze.
Ondertussen laat Nederland honderden miljarden liggen en zit een groot deel van het land met angst thuis of op het werk.