De graanschuur in het Genneper park

Genneper parken is een prachtig stukje Gestel in Eindhoven. Ik leg de nadruk op Gestel omdat er al ruim 580 jaar geschiedenis drukt op het gebied volgens het al even oude lokale St. Joris Gilde. De Genneper watermolen werd zelfs al in 1249 genoemd! Pas in 1920 is Gestel als dorp geannexeerd bij de stad Eindhoven die zich sindsdien tracht te profileren als wereldstad van innovatie met behoud van een groene inslag. Dat levert prachtige gebieden en routes op om te wandelen, te fietsen, te ontmoeten en te recreëren. Drie fundamentele groene stroken worden gekenmerkt als “stadspoorten”: Wasven, Genneper park en de Wielewaal (nu ook de Groene Corridor)  maar zijn vooral nog verbindende zones van de oude dorpsgemeenschappen van destijds. Nu levert het een uniek beeld op van een Eindhoven dat een authentieke samenstelling heeft van harde zakelijke en zachte natuurlijke impressies. Nog doorgeslagen hard en koud in de binnenstad ondanks vooruitgang op gebied van terrasjes en ontmoetingsmogelijkheden, mooi zacht op vele beeldschone plekken langs de Dommel en in de Stadspoorten.

Eindhovenaren identificeren zich sterk met deze samenhang waarin men kan genieten van de ijsvogel, een 300 jaar oude plataan en ongekende natuurschoon terwijl we verwikkeld zitten in de grootste technologische en design uitdagingen van deze tijd. Deze contrasten van yin-yang, rust en stress, groen en beton, zorgen voor een lokale mentaliteit van aanpakken onder de paraplu van Brabantse gezelligheid en gemoedelijkheid. Deze realiteit is verder geprikkeld door de wereldwijde eisen voor onze evolutionaire kernwaarden. Dat Eindhoven als eerste gemeenschap zich manifesteert op het gebied van Sustainocratie, de democratie vanuit menselijke kernwaarden, kan alleen evolutionair worden gezien als logische stap.

Maar dat gaat niet zonder schermutselingen met onszelf in diezelfde dualiteit. Zo ook de bestuurlijke transitie in de nieuwe samenhang. Met passie en gedrevenheid verbindt bestuurlijk Eindhoven zich met onze AiREAS beweging voor gezonde verstedelijking vanuit luchtkwaliteit, om met net zoveel tegenstelling in onhandigheid en gebrek aan faciliterende stellingname te klungelen met het gesloten Milieu Educatie Centrum en de cocreatie van de Genneper park positionering, inclusief de boerderij, het zwembad, de schaatsbaan, enz. Een en ander heeft natuurlijk een belangrijke achtergrond. Terwijl AiREAS een gemeenschappelijke investering is in allerlei innovatiestromen, zonder ander oud zeer dan onze luchtvervuiling, blijken de sociaal recreatieve milieu gebouwen en gebieden uit de kluiten gewassen subsidieslurpers te zijn geworden uit een oud economische groeitijdperk in het kielzog van de vooruitstrevende komeet die sinds 2009 de broekriem aan dient te trekken. Semi-overheid als “psuedo-maatschappelijk-ondernemerschap” is nu eenmaal in de volksmond een relatief veilig subsidieputje voor afgeschreven of geparkeerde ambtenaren en, als de instellingen groot genoeg zijn, ook voor oud bestuurders uit het ons kent ons netwerk. Semi-overheid is altijd een kostenpost, een wildgroei tijdens hoogtijdagen en een last in moeilijke tijden.

Als de kink in de kabel van de economie komt dan dienen kosten bespaard te worden. En dat kan alleen door het scheppen van chaos juist omdat onze wettelijke kaders wel instrumenten hebben voor saneringen, faillissementen en afschrijvingen van gedwongen ontslagen maar niet voor netjes gestructureerde transities naar een betere en opgeschoonde samenwerkingsvorm met respect voor de medemens. De andere kant van de transitie blijft dan met de ellende van de voorgangers zitten terwijl men juist een schone lei wenst. Dat in die ambtelijke chaos ook jarenlange gebruikers de dupe worden is “colateral damage” (nevenschade) omdat het opschoon doel van chaos de gebruikte middelen heiligt. Het is nooit een eerzame zaak.

Uit deze situatie leren we twee belangrijke dingen:

  • Semi-overheid is geen basis voor betrouwbare samenwerking, zeker niet in tijden van maatschappelijke heroriëntatie of transitie. Het dient zoveel mogelijk gemeden te worden. Ze probeert zich altijd in stand te houden met de hulp van de politieke partijbelangen en blokkeert de natuurlijke veerkracht van maatschappelijk ondernemerschap.
  • De centrale overheid dient zich te houden aan haar basis verantwoordelijkheden als faciliterende ruggengraat van een maatschappij waaraan vruchtbare symbiotische (= wederzijds afhankelijke en elkaar steunende) relaties groeien gebaseerd op vertrouwen en samen(niet markt)werking.

De Graanschuur

Wat er overgebleven is van het Milieu Educatie Centrum is een geraamte met een dak vol asbest, een ziekelijke afspiegeling van de boodschap die het trachtte uit te stralen. Het gemeentelijke besluit tot sluiting had menigeen al tot actie gebracht om het gebied naar zich toe te trekken (ook de Stad van Morgen, om er een internationale school van Sustainocratie van te maken) maar met de overdracht ervan aan een zorginstelling (ook semi-overheid) was het gemeenschappelijke gevoel tot een dieptepunt gedaald. “We zijn het kwijt”, dacht menigeen triest. Totdat er ineens een oproep verscheen onder de naam “de Graanschuur”. Onder de bezielde, verkennende leiding van Wieteke Brocken werd er open huis gehouden deze week om te bezien hoe allerlei partijen zich weer kunnen verbinden aan de regionale uitdaging.  Er werd een tijdpad van 2 jaar voorgelegd waarin men gebruik kan gaan maken van de installaties. Er kon horeca in, of bijeenkomsten worden gehouden. Dat van de asbest was zeker een probleem maar redelijk beheersbaar zolang men er rekening mee hield.

De belangstelling is groot, de onzekerheid ook

Het voorstelrondje duurde lang omdat iedereen een geheel eigen verhaal en emotie verbond aan de locatie. De situatieschets van Wieteke was helder en transparant. Voor een lange termijnplan was er voor het gevoel geen ruimte. De 2 jaar leek afgestemd op het afsluiten van deze bestuurlijke beleidsperiode en om besluitvorming over het gebied over de verkiezingen heen te tillen. Op zich ook een logische zaak, als dit echt de achterliggende gedachten zou zijn, gezien de andere brandhaarden in de regio die misschien met veel moeite financieel geblust waren, en menig bestuurder en beleidsambtenaar deed afbranden, maar nog steeds volop maatschappelijk aanwezig waren, ook in de volksmond. Deze politieke vooruit schuif praktijken in de 4 jaarlijkse beleidsperiodes is één van de grote tekortkomingen van de gangbare democratie en iets waar Sustainocratie bijvoorbeeld geen last van heeft.

Tijdelijk gebruik van de Graanschuur was een optie, in de sfeer van coaching bijeenkomsten, start van wandelroutes of opname in onze geluksinfrastructuur, creatieve experimenten met studenten in als gebouw maar vooral als gebied. Als het gebouw en de omgeving echter in onze handen van multidisciplinaire coöperatieve cocreatie zou komen op niveau 4 dan was een lange termijn gebied commitment essentieel met bijbehorende garantie dat degenen die meewerken aan de opbouw van het gebied ook delen in het vruchtgebruik. Investeren in een grotendeels gesloopt gebouw voor de korte periode van 2 jaar is op zijn minst risicovol, gebruik ervan maken niet natuurlijk maar dan is er al keuze genoeg in Eindhoven, allen in een soortgelijke afwachtende houding met veel tijdelijke gebruikers. Ook nieuwetijdse pioniers zoals wij willen zich ontwikkelen tot kwalitatief hoogwaardige sectoren die niet steeds op de afvalhoop van het verleden dienen te gedijen maar er ruimte in willen vinden voor het nieuwe elan, niet gefragmenteerd voor ons alleen maar voor allemaal samen als samenleving. Maar dan verwacht de overheid een zak met geld om te kunnen blijven reguleren en controleren in plaats van de uitnodiging te aanvaarden om samen te investeren in cocreatie. Een proactieve, loslatende en faciliterende partner zoals de overheid is net zo belangrijk als het enthousiasme van de diversiteit aan deelnemers die het nieuwe verhaal mee willen schrijven.

Gelukkig hebben we Wieteke nog……

Wordt vervolgt……

Betrokkenheid is het nieuwe geld

Tijdens de kick-off van de groene dialoog in Eindhoven gisterenavond viel de opmerking dat “voedsel gratis zou moeten zijn voor iedereen”. Dit is een boeiende visie die we toch wat trachten te nuanceren. Gratis wordt namelijk geassocieerd met “voor niets” en dat het beschikbaar is “zonder er iets voor te doen”. En dat is een misverstand want de wekelijkse discussie draait om onze voedselzekerheden en hoe we daar samen verantwoordelijkheid voor kunnen nemen. 

Nu is voedsel in een stedelijke omgeving bijna uitsluitend beschikbaar via geld. Als je geen toegang hebt tot geld dan heb je ook geen toegang tot de overvloed aan etenswaren doe via de commerciële kanalen wordt aangeboden. Armoede wordt niet gezien als het ontbreken van zekerheden maar het ontbreken van geld. Voedsel komt zo in handen van geldgedreven speculanten waardoor er allerlei onmenselijke misstanden ontstaan die zelfs op termijn ons duurzame voortbestaan als soort kunnen bedreigen door alle neveneffecten op onszelf en onze planeet. Allerlei voorbeelden komen voorbij die onze huidige voedselkwetsbaarheid duidelijk maken. 

Een alternatief is dat voedsel als kernwaarde voor het menselijke voortbestaan wordt erkend door ons allemaal. Hierdoor moet het uit het manipulatieve geldsysteem worden ontheven om vrij toegankelijk te worden in goede verdeling voor iedereen. Dat kan alleen als iedereen weer betrokken raakt bij het creëren van onze voedselvoorziening. Dat kan op vele manieren. Bijvoorbeeld door deel te nemen aan de voedselproductie of in de distributie onderling, de verwerking, de bereiding, het bedenken van innovaties of door het beschikbaar stellen van middelen. 

Er werd gesproken over lokale productiviteit, in de stad bijvoorbeeld, daarna de productiviteit in de nabijheid, bijvoorbeeld op fiets afstand en dan op auto afstand, enz waarbij de verhoudingen in volume, behoefte, schaarste en specialisatie kan worden uitgedrukt. Daar waar meer mensen betrokken zijn kan volume ontstaan met verdeelbare productiviteit. Naar mate de afstand groter wordt verminderd de betrokkenheid om plaats te maken voor specialisatie of zeldzaamheid. 

Om het lokale volume en de diversiteit van voedsel op peil te brengen werd gesproken over de toepassing van meerlaagse voedselbossen, indoor technieken die de natuur nabootsen maar geen last hebben van seizoenen noch hagelbuien of tornados en herinrichting van het publieke domein. In al die toepassingen en inzichten zit veel kennis, vaardigheden en arbeid verstopt. Door dit te ruilen voor een verdeelsleutel van de overvloed die men samen genereert is er geen geld meer nodig. Dat is namelijk vervangen door iets anders van veel meer waarde: betrokkenheid. 

In onze voedselzekerheden van morgen is daarom betrokkenheid het nieuwe geld, net als in alle menselijke kernwaarden die ons voortbestaan en welzijn garanderen. 

Voedsel expertise verzamelt zich in de groene dialoog elke woensdagavond

Op niveau 4 heeft de overheid niet het laatste woord

Wat is “Niveau 4”? Niveau 4 is een begrip dat we op verschillende fronten zijn tegengekomen in wetenschappelijke en intellectuele publicaties, en onze eigen expertise opbouw dat heeft geleid tot het ontstaan van de Stad van Morgen:

Niveau 4 bewustwording
Wanneer we de inzichten van psychiater en filosoof Dabrowski ter harte nemen dan geeft niveau 4 betekenis aan een multi-niveau loslaatproces:

dabrowski-niveau-4

Niveau 4 menselijke complexiteit
In mijn eigen research over de menselijke complexiteit sinds 2007 refereer ik naar niveau 4 als het gebied waarin we opnieuw op zoek gaat naar een nieuwe fase van harmonie door toepassing van authentiek leiderschap (de groene lijn vanuit een nieuwe fase van bewustwording).

geluksinfrastructuur-1b
Niveau 4 leiderschap positioneert zich in een nieuwe maatschappelijke cyclusvorming naar samenhang en harmonie

Niveau 4 gebiedsontwikkeling
De analyse die door Presencing Institute van Otto Schwarmer (U-Theorie) en Peter Senge (beide van Harvard University) wordt geponeerd laat een matrix zien van bewustwordingsniveaus en organisatievormen. De vorm die op beide assen niveau 4 bereikt is het gebied van “bewustzijn gedreven co-creatie”.

social-evolution-1

Wat men echter niet laat zien in deze matrix is het complexe proces om van niveau 1 (Hierarchy) in “global systems” te transformeren naar niveau 4 (Awareness Based Collective Action). De weg ertussen is niet lineair maar vergt een proces van afbrokkeling van de hiërarchische organisatievormen en de wederopbouw vanuit samenhangend bewustzijn.

ego-vs-eco

Niveau 4 ondernemerschap
Deze vorm van ondernemen richt zich op het 4 x winst principe of het Piramide Paradigma van structurele waardecreatie.

Pyramid 3
Het centrum van de piramide verzameld alle positieve waardegedreven energie

Niveau 4 leiderschap
Deze vorm van leiderschap overstijgt het volgerschap, zelfleiderschap en hiërarchisch leiderschap door empathisch verantwoordelijkheid te nemen voor het sturende mechanisme van menselijke of natuurlijke kernwaarden. Aangezien deze vorm vaak combinaties vertoont van autoritair leiderschap en empathisch volgerschap van hogere maatschappelijke doelen is het in staat zich te verenigen met gelijkdenkend leiderschap uit andere sectoren om zo tot een co-creatie te komen.

Sustainocratie
Als we luisteren naar sociologen en psychologen over de techniek van maatschappelijke transities dan zou er een democratisch draagvlak van 30% van de bevolking nodig zijn om een structurele verandering door te kunnen voeren. De praktijk laat echter zien dat dit niet waar is. Veel mensen zullen het wel “anders” willen maar worden geblokkeerd door de politieke economische werkelijkheid die ons omringt en hen aan blijft sturen.

Sustainocratie gaat uit van een geheel andere rekensom: Je hebt voldoende niveau 4 leiderschap nodig uit elk van de gefragmenteerde pilaren van de maatschappij die samen verantwoordelijkheid nemen zowel voor het nastreven van de kernwaarden als de integrale innovatie in hun onderliggende structuren.

sustainocratie-1
Veel huidige niveau 4 leiders hebben het gevoel niet in de juiste “ballenbak” te zitten terwijl ze juist betekenisvol vooruitgang willen boeken.

Op regionaal gebied van miljoenen mensen kan een groepje van 10 a 20 juiste personen het verschil maken, mits ze de juiste leiderschapsmentaliteit, maatschappelijke autoriteit en het doorzettingsvermogen hebben in elke fase van het proces en beïnvloeding van de onderliggende lagen. En daar zit juist de uitdaging.

Op de onderliggende niveau’s van gebiedsontwikkeling heeft de overheid een duale verantwoordelijkheid: het opbouwen en onderhouden van een publieke infrastructuur met bijbehorende regelgeving en controle mechanismen, en het beheer over de ingezamelde publieke middelen via de belastingen.

Wanneer dan het niveau 4 geactiveerd wordt als bewustzijnsgedreven cocreatie omdat mensen met autoriteit en leiderschap hiervoor maatschappijbreed verantwoordelijkheid nemen, dan botsen ze met de regionale dominantie rond beheer van geldelijke middelen van de lokale politieke/economische overheid. Over de infrastructuur kan men over het algemeen vrij beschikken maar niet het gemeenschapsgeld. Als men op niveau 4 aanspraak wenst te maken op een deel van de beschikbare publieke middelen dan is men afhankelijk van de overtuigingskracht van de betrokken niveau 4 leiders die uit deze “ballenbak” voortkomen. Maar ook dan blijft de niveau 4 leiderschapsgroep zich bewegen in een sfeer van afhankelijkheid die degenen met de financiële middelen meer macht geeft om niveau 4 processen te verhinderen of mogelijk te maken dan degenen die de verbindende kracht, waardevolle kennis, technologieën, innovatie kracht of sociale netwerken toevoegen.

De hiërarchische niveau 2-3 overheid kan nooit het laatste woord hebben op niveau 4 omdat men veelal zowel het bewustzijn als het leiderschap mist. Het niveau 4 leiderschap ontstaat nooit als er geen dwingende aanleiding toe is. Het blokkeren ervan leidt tot grote potentiële kwetsbaarheid van de regio en mogelijke kostbare problemen die op termijn de tijdelijke niveau 4 aanpak ruimschoots zullen overstijgen. Tijdig optuigen van niveau 4 verlangt een investering die zelfs op termijn het meervoudige oplevert voor de lokale gemeenschap.

Dit integrale besef vereist een nieuwe indeling van de gemeenschapsgelden waarbij een relatief gering percentage ervan (bijvoorbeeld 10%) als regionaal fonds beschikbaar dient te komen voor niveau 4 ontwikkelingen. Dit fonds wordt ondergebracht in onafhankelijke niveau 4 coöperaties die onder toezicht staan van de eigen leden, niet de overheid. Een goed voorbeeld hiervan is AiREAS (gezonde verstedelijking vanuit luchtkwaliteit) waarin nog geen fondsvorming heeft plaatsgevonden maar wel een investering in geld en andere middelen van de leden die door de groep zijn beheerd en benut in ongekende waardecreatie waarin alle bovenstaande niveau 4 eigenschappen zijn toegepast.

niveau-4

Pas als je meedoet leer je het meest

Programma STIR niveau 4 leercoöperatie – oktober 2016
logo-stir-niveau-4
Niveau 4 is het samenwerkingsgebied dat boven de politiek economische sturing zich verbindt met de natuurlijke en menselijke kernwaarden die de stabiliteit en duurzame vooruitgang van een gemeenschap garanderen. Niveau 4 betrekt alle mensen en instanties bij een gemeenschappelijk gedragen verantwoordelijkheid. Voorbeelden zijn AiREAS, FRE2SH, Rijk van Dommel en Aa en deze leercoöperatie zelf.
Programma oktober 2016
Hier volgt een lijstje van de komende evenementen waar u of uw organisatie desgewenst aan deel kunt nemen. U mag deze mail doorzetten naar anderen die er gebaat bij zouden kunnen zijn:
Inspiratie: veelal gratis – drankjes/eten voor eigen rekening
Woensdagavond 28 sept, vanaf 18.00: Kick-off De Groene Dialoog
S-Plaza in de oude Schellensfabriek aan de Vestdijk
Voedsel is een kernwaarde van ons bestaan. Ondanks volle supermarkten is het niet evident dat we in de toekomst te eten hebben tenzij er drastische maatregelen worden genomen.Gelukkig gebeurt er al veel. De groene dialoog nodigt wekelijks uit ons te verdiepen én verbinden aan het voedselbewustzijn en innovaties die er toe doen.
Dinsdagmiddag 11 Okt vanaf 13:00, Kennisfestival 
Evoluon
STIR heeft ook dit jaar de beschikking over 3 minitheaters waarin 3 verschillende STIR leerprogramma’s worden gepresenteerd: 
  • Brabantse Health Deal – wat betekent dit voor het onderwijs?
  • Niveau 4 leiderschap – wat betekent dit?
  • Participerend leren –  hoe werkt dat in de praktijk?
Woendagavond 12 Okt, vanaf 19.00: Tegenlicht040 “What makes you kick?”
Singularity-U op Strijp-S
Dutch Design Week – 22 – 30 Okt Stadhuis 1e verdieping voor de raadzaal – Expositie en activiteiten rond De Brabantse Health Deal – Samen werken aan een gezonde stad! Inclusief AiREAS en Sustainocratie.
Innovatie: persoonlijk – laagdrempelig
 
Dinsdagochtend 11 Okt, 09:00 – 12:30: Geluk en Ontzorgen
STIR in Sectie-C, Doornakkersweg 2-178
Geluk staat vaak in relatie tot een zorgeloos leven. Maar niemand leeft zonder zorgen. Deze workshop geeft u tips om geluk de boventoon te laten voeren en uw zorgen niet.
Implementatie: professioneel
Donderdag 12 Okt, 10 – 16:00: Presenteren voor het oog van de camera
STIR in Sectie-C, Doornakkersweg 2-178
Het oog van de camera registreert anders dan die van de mens. Als je een uniek publiek moment hebt om op het podium je boodschap te verkondigen dan wil je dat de opnames via YouTube of Vimeo, e.d. ook optimaal zijn. Deze workshop met online TV maker Hein Kuijper geven u tips en inzichten om het meeste te halen uit uw optreden en terugkijk mogelijkheden.
Donderdag 27 Okt, vanaf 12:30: Hoe stel ik mijn organisatie in staat te kiezen tussen wat werkt en wat niet? 
Rotterdam
Voor grote en kleine organisaties is het enorm lastig om keuzes te maken in tijden van intense veranderingen zowel in marktbenaderingen als samenwerkingsvormen. Wat bepaalt succes en wat juist niet? Rotterdam Kantelt, Comdys en Stad van Morgen laten allerlei visies zien die werken maar ook hoe we omgaan met blokkades.
Donderdag 28 Okt, vanaf 12:30: Hoe stel ik mijn organisatie in staat te kiezen tussen wat werkt en wat niet? 
Eindhoven – Sectie-C
Hetzelfde als in Rotterdam maar nu in Eindhoven met DDW2016 op de achtergrond.
Samenwerkingspartners deze maand in de STIR niveau 4 leercoöperatie: 
Comdys, Rotterdam Kantelt, Stichting Duurzaam Brabant, CityTV.nl, gemeente Eindhoven, Tante Netty, Brainport, S-Plaza, Studio van Origine, Rik Konings ondernemerscoach, AiREAS, FRE2SH, enz…….en u!

Zelfsturende teams bestaan niet

Dat is natuurlijk een spannende opmerking van iemand die dagelijks bezig is met hiërarchieloze, zichzelf sturende structuren, zoals natuurlijke en menselijke eco-systemen binnen de maatschappelijke leer-experimenten van Stichting STIR. In de Stad van Morgen mengen we individueel zelfleiderschap net zo gemakkelijk met bestuurders van strakke hiërarchische organisaties, eigengereide wetenschappers en “machteloze” burgers in eenzelfde zichzelf sturend team. Hoe zit dat dan met de opmerking dat dit soort teams niet bestaan?

Als we kijken naar al die cursus aanbiedingen rond zelfsturende teams dan valt op dat men het allereerst heeft over “het scheppen van de voorwaarden” of “de organisatie om de teams heen”. Organisaties die het hebben over zelfsturing willen vooral dat hun personeel meer eigen verantwoordelijkheid draagt en initiatief neemt, alleen of in teamverband. Op zich is daar niets mis mee en vaak zelfs erg noodzakelijk in een sterk veranderende omgeving waarin een “hiërarchische toestemmingscultuur” alleen maar de nodige flexibiliteit en daadkracht weghaalt uit een proces. De oude tijd van een “baas met zijn hulpjes” is getransformeerd naar “met experts omringde zelfstandige operationele samenwerkende krachten”.

hierarchie-238x300
Hierarchy: Top level people look down and only see shit. Lower level people look up and only see assholes. 
Dood of leven 3
Het Stad van Morgen dynamisch cluster proces op basis van gelijkwaardigheid

In het geval van de Stad van Morgen gaan we zelfs een grote stap verder. We hebben niemand op de loonlijst en de teams kunnen variëren tussen enkele personen tot duizenden samenwerkende individuen en een grote diversiteit aan instanties. Als we het geheel tillen naar het niveau van een Sustainocratie dan betrekken we met evenveel “gemak” hele regio’s met miljoenen mensen, bedrijven, overheden en wetenschappelijke instellingen. Dynamisch clusteren noemen wij dit waarbij teams zichzelf vormen en verbinden aan de hand van prikkelende motivatie, doelgerichtheid en eigenbelang.  Maar in hoeverre is er sprake van zelfsturing?

Zelfsturing betekent dat men zelf richting bepaalt en vervolgens daar keuzes en acties op afstemt. We hebben allemaal te maken met deze vorm van zelfsturing als we in het dagelijks leven willen bepalen waar we willen werken, wie onze levenspartner wordt en hoe we ons in onze dagelijkse behoeften voorzien. Maar zelfs dan liggen er in de kern voorgeprogrammeerde prikkels die onze vermeende zelfsturing sturen. Onze genetische drang naar het opbouwen van een of meerdere intieme relaties geeft ons weliswaar de schijnbare vrijheid van het kiezen van wie die uitverkorene zou moeten worden maar binnen die keuzeprocessen liggen allerlei zintuiglijke prikkels die onze keuze bewust of onbewust manipuleren en beïnvloeden. De vrijheid van keuze wil nog niet de vrijheid van sturing weergeven. Er is altijd een sturend belang.

Binnen een organisatie, waar personeel een gesalarieerde functie bekleedt, is ondergeschiktheid en loyaliteit aan de belangen van de organisatie essentieel. Dat is op zich al sturend. Dat men daarbinnen de mogelijkheid krijgt om zelf te kijken hoe dit belang het beste gediend kan worden behoort amper tot zelfsturing. Het zou pas zelfsturing zijn als men ook het belang van de organisatie ter discussie zou mogen stellen en uiteindelijk veranderen. Denk aan zelfsturende teams in een zorginstelling. Zij dienen zorg te verlenen. Mocht die zorginstelling lid worden van een Sustainocratisch proces in de Stad van Morgen, waarin we “zorg voor gezondheid” trachten te organiseren in plaats van “gezondheidszorg”, dan zouden de betrokken personen zelfsturend mee gaan werken aan het ter discussie stellen van hun eigen broodheer. Er is dus altijd een kader en doelgerichtheid waarin men al dan niet met een zekere vrijheid zelf kan handelen zonder dat dit vooraf gebeurt met toestemming van een baas. Hoe scherper de kaders des te “vrijer” het personeel of betrokken deelnemers kunnen handelen, ook in het aangeven en nastreven van haalbare doelstellingen maar altijd binnen de kaders.

In Sustainocratie is het democratische kader duidelijk. De 5 natuurlijke en menselijke kernwaarden zijn sturend voor ons zelfleiderschap en de complexiteit van organisatie, innovatie en gebiedsontwikkeling. Deze kernwaarden zijn historisch, wetenschappelijk en praktisch empirisch onderbouwd. Zodra men deze kernwaarden aanvaardt, ongeacht status of autoriteit, dan ontstaat vanzelf het zelfsturende karakter van het zoeken naar verbindingen met anderen die ook die aanvaarding hebben gedaan. Het doel en de richting is dan voor iedereen duidelijk alleen nog niet hoe men het bereikt. Het dynamische clusteren geschiedt dan door het doen van voorstellen, kiezen van prioriteiten en het nemen van initiatief. Vaak is dat “iemand” die het voortouw neemt en allerlei mensen en instanties om zich heen verzameld die waarde kunnen toevoegen aan de missie. Als de groep eenmaal geformeerd is en met elkaar in staat blijkt om een commitment te geven voor een groepsproces met een beoogd eindresultaat dan stapt de initiatiefnemer weer terug in de groep zodat deze zoveel mogelijk zelfsturend kan worden op basis van onderlinge gelijkwaardigheid en vertrouwen in een ieder’s toegevoegde waarde. Als het project is afgerond dan valt de groep weer uit elkaar en schept ruimte om tot nieuwe verbindingen te komen. Zo zien we veel partners in onze processen die in meerdere dynamische clusters een rol spelen.

Kortom, zelfsturende teams bestaan niet, ze kunnen zich hooguit onder de juiste omstandigheden tijdelijk redelijk zelfsturend gedragen. Maar daar is dan een heel proces aan voorafgegaan, is een band ontstaan van onderlinge erkenning, en houdt men eveneens rekening met de eindigheid van het team na het behalen van de gestelde doelen. Uiteindelijk zijn sturend:

  • het kader,
  • het onafhankelijke verbindende initiatief of motief,
  • het gemeenschappelijke doel,
  • het groepsbelang,
  • de unieke kwaliteiten van elke deelnemer,
  • het individuele eigenbelang (wederkerigheid) om te verbinden,
  • en de basisvoorwaarden voor niveau 4 leiderschap in groepsverband: authenticiteit, respect, veiligheid, gelijkwaardigheid, empathie en vertrouwen.

 

Herpositionering van groot Gemert

VE2RS
Gemert kan een kernrol vervullen in de Brabantse Health Deal

Als we naar de ligging van Gemert kijken dan valt ons op dat het een platteland gemeente is die centraal ligt ten opzichte van veel grotere Brabantse gemeenschappen zoals Eindhoven, Den Bosch, Oss of Helmond. Daarnaast heeft Gemert, sinds het bekend maken van de Brabantse Health Deal (filmpje niet gezien met de wethouders van de 5 grote Brabantse gemeenten? Kijk hier), eigenlijk alles in huis waar de andere gemeentes naar toe zouden willen groeien; meer groen in de stad, betere samenhang water, groen en leefbaarheid, gezonde lucht, rechtstreekse toegang tot lokale voedselsystemen, aantrekkelijk erfgoed, gezellige horeca, de stad als ontmoetingsplek, enz. In het filmpje zien we de Euro-commissaris al een oproep doen aan de wereld om er een voorbeeld aan te nemen. Dat voorbeeld hoeft Gemert en omgeving alleen maar zichtbaar te maken en verder, in samenwerking met de Health Deal partners verder verbinden met de plannen van deze gemeentes.

Als voorbeeld kunnen we de groen-blauwe ruit van Rijk van Dommel en Aa gebruiken waar we als Stad van Morgen samen met bestuurders,ondernemers, burgers en kennisinstellingen tot interessante cocreatietafels zijn gekomen door het doorlopen van het Sustainocratische 3 stappenplan.

Gemert heeft daarbij het voordeel dat ze een enorm gedreven gemeenschap heeft met een groeiende verbinding met de sustainocratische processen door het leerproces van Atelier3P en de gangmaker, Terry van de Vossenberg. Al zoekende kwam men op het pad van de ontwikkelingen in en rondom Eindhoven en zagen de kans om dit ook in de regio van Gemert te positioneren. Dat kost natuurlijk moeite, net  als ook wij in Eindhoven en Noord Brabant de juiste personen moesten treffen om de multidisciplinaire tafels, processen en uiteindelijk de formele coöperatieve waardecreatie te gaan vormen. Deze kennis hebben we al beschikbaar gesteld aan de Gemertse gemeenschap maar we hebben er een ambitielaag boven gesteld. We zien Gemert niet als een eilandje in een Brabantse zee van belangen maar als unieke verbinder van moderne stad-platteland ontwikkeling op basis van kwaliteit van leven en kernbelangen. Zo is Gemert al een parel waar anderen jaloers op kunnen zijn maar de gemeente dient nu niet de fouten te maken die de andere, grotere gemeentes noodgedwongen of door herziend beleid trachten te herstellen.

kasteel-gemert_hoofdbeeld
Kasteel Gemert

Denk aan het prachtige Kasteel Gemert dat door gefragmenteerde geldbelangen in de handen kan komen van projectontwikkelaars die het pand als duur hotel of vastgoed enclave neerzetten. Maar dit kasteel is erfgoed dat in morele zin eigendom is van de gemeenschap, los van wie er formeel de eigendomspapieren heeft. Want uiteindelijk, wat er ook in de economische wereld van speculatie gebeurd, de rekening van elk debacle van milieu en maatschappelijk of zelfs economische schade komt bij de Gemertse gemeenschap terecht terwijl de tijdelijke winst verdwijnt in de zakken van de speculanten. Hetzelfde geldt voor het lokale Nazareth klooster, het regionale landschap dat zo brood nodig is voor de regionale voedsel, energie, recreatie en gezondheid innovatie, en de infrastructuur waar de ruim 1 miljoen verstedelijkte Brabanders hun rust, geluk en welzijn zouden kunnen vinden.

Door het contrast van speculatieve geldafhankelijkheid van de steden en de structurele sturing op regionale waardecreatie van Gemert op te bouwen kan een Yin-Yang ontstaan die beide partijen sterkt in samenhang. Dat op zich is een aanpak waar vele gebieden van Europa een voorbeeld aan kunnen nemen.

De manier van werken is echter totaal anders dan de verzuilde belangen in de meer versteende steden waar men zich concentreert op kostbare bureaucratie, controle en “slimme technologische oplossingen”. In het geval van Gemert zou men structureel, en inclusief de belangen van de omringende steden, tot een Sustainocratisch multidisciplinair overleg structuur kunnen komen. Het is een uitnodigende multidisciplinaire tafelcultuur onder onafhankelijk voorzitterschap van een Sustainocraat (Atelier3P) met rechtstreekse betrokkenheid van de lokale overheid, innovatieve ondernemers, burgers en wetenschap. Deze constructie trekt juist kernwaarden-gedreven autoriteiten aan en schrikt korte termijn speculatie af. Bestuurders uit de steden kunnen vaak beter zaken doen op gebied van waarden in deze kernwaarden-gedreven omgeving dan bij henzelf thuis waar de speculanten veel touwtjes in handen hebben. Zo ontstaat een band tussen geld en waarde waar Gemert en omgeving wel op kan varen en nog beter op kan boeren.

Nazarethklooster en tuin boven
Nog zo’n parel met duurzame mogelijkheden

 

We creëren onze eigen terreur

Nederland is een van ’s werelds grootste vleesproducenten. Hoe kan dat in zo’n klein deltalandje aan de Noordzee? Door de intensieve veehouderij. 

Regelmatig moet Nederland met schaamrood bekennen dat ze met haar welvarende handelsgeest de grenzen van ethiek aftast en soms ver overschrijdt. Als er geld te verdienen valt dan is mens en natuur ondergeschikt. Het politiek economische samenspel over de rug van onze kernwaarden is een van de redenen waarom de Stad van Morgen Sustainocratie heeft opgezet. Helaas moeten wij het nog doen met de macht van de oude bestuurlijke werkelijkheid. 

Nederland heeft geen terrorisme nodig. Wij hebben onze eigen ontvlambare risico’s zelf gecreëerd. Al jaren heeft de Stad van Morgen deze intensieve veehouderij op het netvlies wegens de beest en mens onterende industriële productie processen waarbij massaal veevoer wordt geïmporteerd uit Verweggistan zoals Brazilië, met de nodige snelgroeimiddelen in levende dieren gestopt om zo snel mogelijk slachtrijp te zijn voor de export. Wat blijft in Nederland achter? Wat weggesaneerde werkgelegenheid, schulden aan banken wegens kostbare installaties voor automatisering en tegemoetkomen aan regelgeving, bureaucratie, stront en luchtvervuiling. 

Het economisch perspectief is sturend. Maar de producent kan alleen maar overleven door te groeien in export en productiviteit. Ondertussen gaan de maatschappelijke problemen tikken als een tijdbom.

Twee zorgwekkende interviews:

1. Van Dick Veerman van food log

Dick sprak tijdens onze publieke kickoff in 2009 al bij ons in Eindhoven. 7 jaar zijn we verder, inclusief misschien het meest indrukwekkende samenwerkingsverband luchtkwaliteit en volksgezondheid van Europa. Maar op provinciaal niveau stapelen de risico’s zich op.

http://www.foodlog.nl/artikel/ggd-arts-van-de-sande-politiek-begrijpt-gevaar-intensieve-veehouderij-niet/
2. Onderzoek luchtkwaliteit Brabant en Limburg 

Enige maanden geleden werd ik uitgenodigd voor overleg in de provincie over het onderzoek luchtkwaliteit in relatie tot intensieve veehouderij. Stad van Morgen vliegt de problemen aan vanuit gebiedsontwikkeling waarin de kernwaarden van de mens centraal staan. Dat betekent dat voedsel integraal aandacht behoeft als maatschappelijke kernwaarde in samenhang met alle andere issues zoals luchtkwaliteit. “We snappen allemaal dat we het probleem integraal aan moeten pakken maar dat krijgen wij er politiek niet door.” Aldus de programmaleider. Dus maar weer terugvallen op regelgeving. Kostbaar voor de boer, producent en maatschappij. En de risico’s blijven door tikken. Het rapport is uit. 

http://www.omroepbrabant.nl/?news/2459341003/Meer+longkanker+in+Brabant+door+intensieve+veeteelt.aspx

Tijd voor een nieuwe maatschappelijke sturing. 

G1000 Eindhoven

G1000 kwam mij ter oren tijdens onze Stad van Morgen gesprekken over de “Geluksinfrastructuur” in de regio Rijk van Dommel en Aa. Het leek mij meteen een geweldig initiatief dus schreef ik mijzelf in, ook al behoorde ik niet tot de burger loting die er kennelijk aan vooraf was gegaan. Mijn eigen rol was gewoon zelfverkozen deelnemer. Ik schreef mij in als “vrijdenker”, een van de opties die beschikbaar waren.

Verschillende uitgangspunten in de G1000 opzet kwamen sterk overeen met het maatschappijmodel en aanpak dat Stad van Morgen via Sustainocratie hanteert. De G1000 aanpak is echter groots, met indrukwekkende technische middelen en een strakke regie. In het Beursgebouw van Eindhoven kwamen die zaterdag, 25 juni, zo’n 500 mensen bij elkaar. Dat is indrukwekkend. Een groot deel van de aanwezigen waren mensen uit het bekende Eindhovens circuit van uiterst bevlogen en betrokken burgers. Toch zagen we ook een bont nieuw gezelschap van ouderen en jongeren die hun zaterdag investeerden in een nieuw avontuur.

20160625_141653.jpg
Veel boeiende interactie tussen de mensen uit de stad en hun opvattingen over samen leven

Stad van Morgen heeft veel leuke bijeenkomsten georganiseerd de afgelopen 7 jaar maar kwamen nooit veel verder dan zo’n 150 deelnemers per keer. Toch was de Stad van Morgen werkwijze uitgegroeid tot een fenomeen in allerlei steden en gebieden in Europa en de rest van de wereld. Ons succes was te wijten aan de focus op menselijke kernwaarden, ondergebracht in “Sustainocratie”, een andere vorm van democratie, en de multidisciplinaire coöperaties die daaruit ontstonden. Volume is blijkbaar niet van belang om succesvol te zijn, de boodschap wel, net als de continuïteit vanuit veranderingsgezindheid.

Maar G1000 richtte zich wel op volume. Het commentaar was dan ook vaak van teleurstelling dat nergens in Nederland, ook niet in Eindhoven, sinds het ontstaan van het initiatief, men in staat was geweest om de beoogde 1000 deelnemers bij elkaar te krijgen. Gezien onze eigen ervaring met “burgerparticipatie” vonden we een opkomst van 500 toch uiterst bewonderenswaardig en zeker geen teleurstelling waardig. Ook de technische infrastructuur was zeker een hoogstandje van de organisatie.

“Niemand is de baas” was ook een G1000 boodschap maar wat was dan wel richtinggevend? Sturend bleek de democratische keuze (wat zou je in Eindhoven willen zien) die per tafel uitgediscussieerd moest worden. Zo ontstonden er kernwoorden die via de techniek als hoofdzaak naar voren werden gebracht. Daar mocht de zaal dan weer uit kiezen en via een scherm volgen of ze ook daadwerkelijk zichtbaar werden.

20160625_114917.jpg
Veel techniek werd ingezet 

De top tien van kernwoorden die vandaag gekozen werden waren: verbinding, basisinkomen, veiligheid, leefbaarheid, groen, openheid, samenwerking, diversiteit, communicatie, ontmoetingen.

Het is boeiend om te zien dat het klaarblijkelijk in de zaal ook om “waarden” gaat. De sturende kernwaarden uit Sustainocratie zijn: gezondheid, veiligheid, samenredzaamheid, zelfbewustzijn en de invulling van de 3 basisbehoeften: voedsel, water en lucht. Die kernwaarden kunnen we grotendeels ook terugvinden in de woordenoogst van de G1000 ochtend. Het leeft dus steeds meer in het bewustzijn van een grotere groep mensen.

Hier kwam een van de problemen van de G1000 aanpak naar voren. De inhoudelijke discussies aan de tafels moesten samengevat worden in een kernwoord. Zo’n kernwoord is slechts een schrille afspiegeling van de mooie gesprekken die werden gevoerd. Ook was de vraagstelling van de organisatie veelal verwarrend zodat aan de tafel een discussie ontstond over wat men nu eigenlijk precies wilde. Eén woord per deelnemer is natuurlijk beperkend. Op een bestand van 400 actieve deelnemers is een eenvoudig woord dat toevallig 20 keer genoemd wordt al snel een top tien kandidaat terwijl woorden met een diepere inhoud vaak niet aan bod komen simpelweg omdat complexere woorden veel variaties kennen. Een veel beter systeem zou zijn om de tafel middels 7 kernwoorden hun gesprek te laten samenvatten. 100 tafels leveren dan 700 kernwoorden op die een veel duidelijkere afspiegeling geven van een groepsdynamiek. Zo kunnen bepaalde kernwoorden ook gecombineerd worden zoals bijvoorbeeld “verbinding, ontmoetingen en communicatie” suggereert.In de Stad van Morgen is juist die combinatie de basis van het succes van dynamisch clusteren, zoals wij het noemen. Kijk naar AiREAS, dat vanuit de kernwaarde “gezondheid” gekoppeld is aan “luchtkwaliteit” en “gebiedsdynamiek”.

G1000 gaat vervolgens verder door de opgebrachte woorden als tafelthema onder te brengen in een volgende discussie ronde. Net als in de Stad van Morgen tracht G1000 tafels multidisciplinair te bezetten. Die groepsdiscussie dient de weg te volgen van dromen, denken, doen, met als eindresultaat een prezi – presentatie waar de hele zaal vervolgens individueel op kan stemmen. Iedere persoon mocht 4 stemmen uitbrengen. De gekozen “winnaars” bleken de meest opvallende en aansprekende presentaties, niet de beste inhoudelijke plannen.

Dit leverde het tweede punt van verbetering op. Aan de tafels werden vaak inhoudelijk erg scherpe en constructieve gesprekken gevoerd met als uitkomst een uitstekende basis voor een cocreatief project in de stad. Maar als dit niet goed uit de verf komt in de prezi dan is al het werk verloren. Bij navraag aan deelnemers of ze ook aan het vervolg mee wilden doen kwam daarom vaak een negatief antwoord. “Te weinig diepgang in het eindresultaat” werd vaak gesteld. En daar kon ik mij ook in vinden.

Over het algemeen werd de dag als erg positief ervaren. Dat kwam niet door de resultaten die, zoals gezegd, een schrale weerspiegeling waren van de daadwerkelijke kracht en opgebrachte resultaten van de interacties aan de tafels. Het was juist de dynamiek van de ontmoeting, het uitwisselen van gedachten en het samen komen tot consensus dat de mensen aansprak. Wat dat betreft is deze G1000 een enorm succes van verbinding, empathie, ontmoeting en communicatie onderling, eigenlijk een mooie weerspiegeling van de kernwoorden die in de ochtend naar voren zijn gekomen. Er is echter veel meer uit te halen wil het zich nestelen in een maatschappij als inspraak alternatief voor de huidige politieke – economische werkelijkheid. De uiteindelijke uitkomst is te simplistisch en minimalistisch vergeleken met de daadwerkelijke inhoud die gedurende de daginvestering van zoveel mensen werd geboetseerd en geeft daarom een vertekend beeld van de kracht van participatief burgerschap. In de krant van maandag werd ook dit aangehaald met een terechte kritische noot over de verkozen zwoele, mierzoete, kleinerende manier van presenteren waardoor een regelmatige graad van irritatie werd waargenomen over de rol van de deelnemers (we zijn geen schoolklasje) of het belang van de sturing van techniek in het proces in plaats van de inhoud.

Dat neemt niet weg dat de G1000 aanpak, met de nodige fundamentele aanpassingen ook een structurele rol zou kunnen spelen in de processen van de Stad van Morgen. Nu werd dat door de indrukwekkende groep enthousiaste vrijwilligers op uiterst professionele wijze neergezet. Met de beoogde aanpassingen zou het onderdeel van een resultaat gedreven aanpak kunnen worden waar ook ondernemers, onderwijs en wetenschap bij aanschuiven en de organisatie teams erkend worden in hun professionaliteit met een resultaatgebonden wederkerigheid.

Small Giants: Fort Collins, Colorado, USA

In Eindhoven zijn we niet de enigen die maatregelen nemen om zelfbewust de kwaliteit van ons leven en leefomgeving te verbeteren. Het is leerzaam om ook eens naar andere steden in de wereld te kijken en te bezien hoe zij omgaan met de werkelijkheid. Zo werden we geattendeerd om een kleine gemeenschap (151.000 mensen) in de Verenigde Staten. Fort Collins in Colorado schrijft dat ze wellicht de allereerste gemeente is die de afdelingen voor economisch gezondheid, milieudiensten en sociale duurzaamheid onder een paraplu hebben gevat – de afdeling “verduurzamingsdiensten”. Zij zoeken hiermee de samenwerking met de bevolking en noemen dit de “triple bottom-up”. Kijk hier naar een mooi filmpje over deze stad die stelt dat ze “de beste plek is om te leven in Amerika”. Oordeel zelf:

Op de site van de stad treffen we een aantal video’s aan die te maken hebben met tips en maatregelen over de verbetering van de luchtkwaliteit. De stad heeft bijvoorbeeld een drukke spoorader die vaak voor verkeersopstoppingen zorgt. De tip is om bij een oponthoud van langer dan 30 seconden de motor uit te zetten.

Dat het allemaal niet gemakkelijk is getuigd het uitgebreide rapport dat de stad publiceert en waarin nogal wat hoge risico factoren worden opgenomen waar men rekening mee dient te houden. Bewustzijn is de eerste stap naar maatregelen. De menselijke kernwaarden zoals gezonde lucht en beschikbaar drinkwater zijn knelpunten die door menselijk toedoen en klimaatverandering in geding zijn. Mooi is te zien dat men er transparant en zelfbewust mee omgaat…. Download hier het boeiende rapport . Samenredzaamheid op gebied van voedsel en veiligheid komt niet aan de orde maar aandacht op gebied van de energietransitie juist volop. Voedsel en gezondheidzorg blijken namelijk ondergebracht in de Larimer county, een soort samenwerking tussen gemeenten.

De ligging van de stad in een landklimaat zorgt voor allerlei invloeden van buitenaf waar men mee geconfronteerd wordt. Dat bepaalt ook de mentaliteit waarmee verschillende instanties omgaan met de werkelijkheid. Zo doet de lokale universiteit onderzoek naar het effect van Radon in de lucht op onze gezondheid. Een onderzoeker is de natuurkundige Nederlander Leo Moorman die nu als zelfstandig ondernemer zijn specialisatie beschikbaar stelt en woonachtig is in deze stad. Hij attendeert op bepaalde gebieden in Nederland waar dit fenomeen van radium in de grond en in bouwmaterialen onze gezondheid kan beïnvloeden.

Tot slot wat mogelijk interessante opmerkingen:

De aandacht voor kwaliteit van leven in Fort Collins is niet zweverig maar uiterst aantrekkelijk, zoveel zelfs dat een directe link gelegd wordt met het economische welzijn in de regio dat met een werkloosheid cijfer van 3,9% tot de best presterende communities van Amerika behoort.

De nummer 1 tip voor een gezonde leefomgeving van Fort Collins: 1. Teleworking
Save time and money by working from home. Check to see if your employer has teleworking options. Teleworking helps reduce traffic congestion and pollution, not to mention office politics! Contact the City’s SmartTrips office to receive a free teleworking kit that will help guide you and your employer through the process of establishing a complete telework program.

Het maandsalaris van de burgemeester: 1141$, ruim onder de Balkenende norm 😉

 

Licht op Eindhoven, het belang van sturen op kernwaarden

“De menselijke kernwaarden onze maatschappij aan laten sturen” is een boodschap die wij via de Stad van Morgen verkondigen en tot uitvoering brengen in AiREAS, FRE2SH, STIR enz. Dat deze boodschap belangrijk en waardevol wordt gevonden getuigt de aandacht die eraan wordt besteed door communicatie partners in de stad. Dit is een overzicht van de laatste dagen:

img-20160604-wa0002.jpg

Tegenlicht juni

European Innovation Platform – Eindhoven meet-up:

  • Recommendations for citizen engagement: We will hear brief examples of co-creation projects from a variety of background to kick-off an open call to gather use cases. We will discuss the key relevant issues that need to be refined to make it an effective knowledge transfer tool and useful resource for citizens in smart cities.
    • Jean-Paul Close –  AiREAS Project, Small Giants initiative 
    • Francesca Rizzo – University of Bologna, Social Innovation Network (SIN)
    • Saskia Beer – ZO!City, Transforming Amsterdam Southeast
    • DTV

Slimme steden – 100 jaar bibliotheek

Eindhovens Dagblad
http://www.ed.nl/mening/opinie-slimme-stad-werkt-ook-aan-gezondheid-en-veiligheid-1.6078457