We worden weer overspoeld met speelgoedreclame dus zal de Sinterklaastijd wel weer in aantocht zijn. Steeds vroeger in het jaar wordt de goedheiligman verbonden aan de verkoopbelangen van een consumptie gedreven maatschappij. Zijn kerkelijke boodschap als redder van kinderzieltjes uit de moordende hebzucht van een handelaar wordt zo ontkracht.
Het zwarte gezicht van zijn knechten wordt door de vieze schoorsteen veroorzaakt wanneer hij presentjes aflevert voor de kinderen. Maar nu wordt het zwarte gezicht met dezelfde schijnheiligheid verbonden aan slavernij en discriminatie, een oud schaamtegevoel uit onze eigen “gouden eeuw”.
Hebben of gebruiken?
“Papa, dat speelgoed hoef ik het niet te “hebben”, ik wil er gewoon een keer mee spelen”. Datzelfde geldt ook voor mij. Ik hoef die auto niet te hebben, ik heb er alleen af en toe een nodig, soms uit noodzaak, soms om er mee te spelen. Volgens de minister president dien ik echter beter het landsbelang door de auto in eigendom te nemen. Daar heb ikzelf andere opvattingen over als ik naar al die geparkeerde blikken bakken kijk die de straten bevolken. We hebben nog een cultuur van hebben. Die van gebruiken komt eraan.
Het systeem wil dat ik consumeer door aan te schaffen, ik wil gewoon gebruiken en teruggeven.
Mens of systeem?
Mijn dochters groeien op in een wereld waarin we zelf leren kijken naar de werkelijkheid en het interpreteren op basis van ethische aspecten en verantwoordelijkheden die de omgevingscultuur stelselmatig lijkt af te breken. Op school “waar iedereen zichzelf mag zijn” moet men huiswerk inleveren over het verschil tussen allochtonen en autochtonen. Ik was 42 toen ik de woorden moest opzoeken in het woordenboek bij terugkeer naar Nederland. Ik was 27 jaar allochtoon geweest en had het nooit geweten. In Nederland werd mijn gezin bestempeld met discriminerende woorden. De blog van Paul de Blot praat over “legalen en illegalen”, recht en onrecht over de onmenselijkheid van systemen die mensen beoordelen en veroordelen op afkomst.
Burgerparticipatie of verantwoordelijkheid in menselijkheid?
Tijdens een recente “burgerparticipatie” bijeenkomst vertelt de kersverse wethouder dat de burger mag meepraten maar de overheid het laatste woord heeft. Dat is een boeiende opstelling als burgers samenkomen om te praten over verantwoordelijkheid, ethiek of verwijtbaarheid in schending van menselijke en milieuwaarden. Men stelt gemeenschappelijke acties voor om te ondernemen om daarna terug gefloten te worden door de toestemming en beoordelingscriteria.
Een week later zit een andere wethouder aan tafel om samen met de burgerbevolking verantwoordelijkheid te nemen in een sustainocratisch proces over de gezonde stad. Dezelfde wereld, hetzelfde systeem, andere mensen, andere opvattingen en betrokkenheid of keuzes. De een doet het wel, de ander niet. Menselijkheid!
Wat leren wij onze kinderen?
Maar het gaat om verantwoordelijkheid nemen. Wat leren wij onze kinderen? Hoe gaan wij met elkaar om op straat? Welke verantwoording is nodig als je zelfbewust hebt leren bijdragen aan leefbaarheid? Waarom een kostbare bureaucratie van kwartjes om dubbeltjes te beoordelen? Hoe zit dat met verantwoordelijkheid en ethiek?
Het laatste woord heeft niet de wethouder, niet het systeem, niet de overheid noch de bank. Het laatste woord heeft de mens, de natuur en ons ge-weten in maatschappijspel dat we samen spelen. Het laatste woord heeft duurzame menselijke vooruitgang. Morgen is gisteren begonnen om er vandaag verantwoordelijkheid voor te nemen.
Een kind weet dat en dit kind zit in ons allemaal. We hebben niets, ook al bezitten we alles. In het spel van het leven gebruiken we alleen maar en geven alles terug wanneer we klaar zijn. Het laatste woord hebben wij niet want dan zouden onze kinderen niets meer te zeggen hebben. We hebben het laatste woord als we als mens uitgespeeld uitgespeeld zijn. Dan is het te laat.
De mens gedraagt zich net als een pompoenplant. Deze groeit maar door en woekert over alles heen. Als er ergens een obstakel is dan stopt de groei niet maar verandert van richting.
In onze economie gebeurt dat ook.
Bedrijven
Wanneer een bedrijf geen groei meer ondervindt dan moet er een richting verandering plaats vinden. Die verandering hoeft niet groot te zijn maar heeft wel grote consequenties. Zonder verandering zou het bedrijf ophouden te bestaan. Met de aanpassing is vooruitgang weer mogelijk. Daarin zijn veel keuzes. Dat vinden veel ondernemers moeilijk.
Als groei hapert dan gelden de regels:
1% transformatie = 100 % acceleratie.
Maar ook:
1% transformatie = 100 % transpiratie
Transpiratie ontstaat omdat “verandering” enorm moeilijk is. In onze huidige maatschappij zijn er al zoveel stromingen dat richting verandering bijna onvermijdelijk in het vaarwater komt van een ander. Het vinden van het spreekwoordelijke “gat in de markt” is daarom een uitdaging op zich. Richting verandering kan dan op verschillende manieren. Door net als een pompoenplant gewoon van richting te veranderen of door zelfbewust te transformeren naar iets anders dan een pompoenplant. Iets nieuws dus.
Denk aan Nokia die veranderde van elektronica fabrikant in GSM marktleider, Nintendo die met de Wii een nieuwe succesfase insloeg of Apple die met de i-reeks de wereld van communicatie revolutioneerde.
Nederlandse Staat
De staat heeft die transformatie mogelijkheid veel minder. De staat werkt met en voor “het succes van haar bevolking”. Als de staat als instituut in crisis verkeert dan kan het niet zomaar transformeren tenzij het een nieuw staatsmodel zou kiezen. Dat gebeurt niet snel in vredestijd.
Men kan dan alleen als land weer succesvol worden door de cultuur transformatie van de bevolking te faciliteren en eventueel als instituut mee te transformeren. Dat is moeilijk.
In de Stad van Morgen richten wij ons op hulp bij transformatie, zowel in richting verandering als integrale aanpassing, in het bedrijfsleven, de overheid en hele maatschappij. Wij helpen ook bij de transpiratie door niet vanuit crisis en herstel te redeneren maar vanuit kans en vooruitgang.
In vele gevallen nemen we er zelfs integraal verantwoordelijkheid voor zodat de gevestigde orde het maar hoeft over te nemen als acceleratie weer mogelijk is. We vragen hen dan om mee te doen. De transpiratie van de omgeving gaat dan voor zitten in het weghalen en opruimen van obstakels. Een even eerzaam werk als men daarmee het eigen succes bevordert.
Voorbeeld: AiREAS (gezonde stad )
In dit artikel wordt gekeken naar het spanningsveld tussen twee parallel lopende werelden, die van de natuurlijke mens en van het functioneren van een modern maatschappij systeem. Dit spanningsveld levert positieve interactie op maar kan ook leiden tot crisis. Op dit moment zijn we in crisis en wordt het spanningsveld groter omdat het systeem en de mens voor hetzelfde probleem tegenstrijdige oplossingen bedenken.
In dit plaatje geef ik twee werelden weer die met elkaar een noodzakelijk spanningsveld beleven, de natuurlijke wereld en de onnatuurlijke wereld.
Het spanningsveld bepaalt vooruitgang of crisis
De “natuurlijke” wereld is die van moleculen, levensvormen, natuurlijke omgeving, evolutie, enz waar ook de mens een biologisch en evolutionair onderdeel van is. De mens functioneert in groepsverband en hanteert daarbinnen allerlei zelfbedachte mechanismen die op zich ook een evolutie en leerproces doormaken. We noemen dit “het systeem” omdat het instrumenten omvat waaraan door de mens bedachte economische en politieke waarden worden gehecht. Dit systeem is “onnatuurlijk” en dient zich af te stemmen op de mens en omgeving met het oog op scheppen van bepaalde harmonieuze rust en zekerheden. Zonder het systeem zou de mens een losgeslagen element zijn op zoek naar eigen individuele zekerheden middels onderlinge concurrentie en een zekere Darwinistische chaos.
Dankzij het systeem ontstaat een cultuur waarin de mens zich ordent volgens eigen opgestelde regels. Het systeem heeft echter de tendens een eigen leven te gaan leiden waardoor de afstand tot de menselijke natuur groeit en een spanningsveld laat zien die uitmondt in crisis. Teveel systeem is dus ook niet goed. Nu zien we dat het systeem zekerheden heeft opgeleverd maar ook lokale en wereldwijde vervuiling, verkeerde infrastructuur keuzes, ramp-scenarios, menselijke vervreemding, migraties, de angst voor de ander, vereenzaming, verstedelijking, individualisering, enz. Het spanningsveld levert dus een constante en boeiende interactie op die wij vooruitgang noemen door de constante stress tussen zekerheden en onzekerheden, menselijkheid en onmenselijkheid.
Vier grote aandachtsvelden
In het leerproces over de omgang met deze twee contrasten zien wij de interactie tussen het DOEN (organiseren, structureren, produceren, systeem) en ZIJN (ethiek verantwoordelijkheden, (natuur)bewustzijn, mens) waardoor er vier grote aandachtsvelden ontstaan: groei (afhankelijkheid cultuur), chaos (crisis ), aanpassing (menselijkheid) en symbiose (evenwicht tussen systeem en menselijkheid).
Natuurlijke evolutie
Het hele verhaal wordt complexer doordat wij vanuit “het systeem” hebben leren denken in termen van uitsluitend geld en economie. Onze maatschappij beperkt haar systeemdenken door in financiering te redeneren vanuit geldgedreven transacties (consumptie). Want daarover wordt belasting geheven waar weer systeemzaken uit worden betaald, en bedrijfswinsten geboekt om vervolgens deze transactie wereld verder te stimuleren. Omdat tegenwoordig de gevolgen van dit economische systeem op de natuur en natuurlijke mens zo groot zijn geworden is de economie van die gevolgen ook enorm stijgend.
De gevolgen economie overtreft de primaire economie
Door de groeiende crisis in de transactie en gevolgen economie is er een enorme stress gekomen in het gehele systeem. Daarboven op komt het economische systeem dat ook nog eens een schuldenlast hanteert op gebruikte materiële middelen. Omdat men van binnenuit het systeem uitsluitend redeneert aan de hand van economische prikkels komt men tot twee problematische maatregelen:
Men wil de transactie economie zo snel mogelijk herstellen en laten groeien
Men wil kosten besparen op de gevolgen economie (zoals de zorg).
In deze enorme systeemstress vergeet men “de mens” en “de natuur” waardoor het spanningsveld tussen beiden werelden alleen maar groter wordt. Een mooi voorbeeld kunt u zien in dit recente interview met wethouder Lenie Scholten van Eindhoven. Zij gaat over het zorgbeleid en zit midden in die economische systeemstress.
Wat we in het filmpje constateren is een beleid dat gebaseerd is op het voor een deel robotiseren van de zorg met het oog op besparingen op arbeidskosten. Voor een stad als Eindhoven is dit misschien geloofwaardig wegens de hightech cultuur van de stad, Brainport en de Technische Universiteit. Ook vanuit de transactie economische gedachten kunnen argumenten deze ontwikkeling onderbouwen, zeker als wij ons baseren op de systeemafhankelijkheid van de mens met bijbehorend economisch groeisysteem in een vergrijzende omgeving.
Daar is niets mis mee, geredeneerd vanuit die denktrant die zich positioneert in het systeemgebied van “groei zonder menselijkheid” van het van doen en zijn. Elke technologisch innovatie met bijbehorende diensten is natuurlijk een “product” dat aangeschaft wordt als transactie en op die manier ook weer via de belastingen bijdraagt aan de overheid economie. Op zich een prima gedachten als je midden in dat “systeem” zit. De kosten worden afgedekt met de middelen uit belasting.
Geredeneerd vanuit de menskant is het anders
Binnen de wereld van biologische werkelijkheden is de mens enorm gebaat bij groepsdynamiek. De kern van menselijke vooruitgang is het gezin en de familie. Het is gebleken dat “elkaar helpen” genoegdoening schept en zingeving verschaft aan grote bevolkingsgroepen die anderszins maar lastig actief zouden zijn op de arbeidsmarkt. “Zorg” was lange tijd een interactie tussen generaties waarin de overdracht van culturele waarden even belangrijk waren als het opvangen van kinderen. Grootouders hadden autoriteit die in de familie respectvolle relaties gaf. Dit is grotendeels verdwenen en ondergebracht in systemen zonder warmte, waarden, respect noch generationele expertise.
Niet alles hoeft geprofessionaliseerd te zijn zoals men dat nu heeft georganiseerd vanuit een puur systeem gedreven economisch oogpunt. De mens is verworden tot een opsomming van gefragmenteerde acties die allemaal ge-economiseerd kunnen worden door er een belastbare tijdbesteding, robot of prijskaartje aan te hangen. Denk aan acties zoals wakker worden (medicijn), opstaan (dienstverlening en controle), persoonlijke hygiëne, aankleden (elk kledingstuk per sok, kous, spelt, enz), gezelschap, entertainment, koffie zetten, licht aan, licht uit, schoonmaken, toilet, en dan het hele proces andersom. Hoe individueler des te groter het economische belang en de macht van de systemen. Integrale afhankelijkheid ontstaat dan van systeembelangen, met erachter ook hele optimaliseer processen, netwerken en bureaucratische programma’s die men moet handhaven en uitbreiden en die niets meer met de mens te maken hebben. Ze gebruiken de natuurlijke mens als object. Dat is de basis van de huidige crisissen.
De individu is doelwit van processen waar elke vorm van zingeving, waarde en menselijkheid uit is verdwenen. Zorgverleners in het huidige systeem die, exclusief reistijd, 7 minuten de tijd krijgen om bij iemand met overgewicht de sokken aan te trekken, worden geconfronteerd met een medemens die gewoon even een praatje wil maken. Als het aan het systeem ligt wordt daar ook weer een praatrobot voor bedacht maar aan de menselijke warmte wordt niet gedacht. De vereenzaming van de ouderen wordt opgevangen door een efficiënt systeem gericht op taken die de noodzaak van menselijke interactie steeds verder op de achtergrond brengen. Recent werd bijvoorbeeld een 60 jarig huwelijksfeest in een gewone flat georganiseerd waarbij alle flatbewoners waren uitgenodigd. Voor enkele ouderen was de drempel van angst voor andere mensen zo groot dat zij een week lang in de zenuwen hadden gezeten over het feest. Daar zijn geen robots voor, die veroorzaken juist het probleem dat onzichtbaar blijft voor het systeem door inherente onmenselijkheid.
Intermenselijke verbanden zijn gebaseerd op gewoonte, behoefte en gelegenheid. Als de behoefte en gelegenheid weggenomen wordt door het als inkoopproduct beschikbaar te stellen verdwijnt de gewoonte en ook de gedragsdynamiek. Men raakt geïrriteerd, intolerant en asociaal naar elkaar. Er ontstaan perverse gedragsstoornissen die door een effectieve “zorg”alleen maar worden aangewakkerd en uitvergroot, hetgeen weer aanleiding is voor wethouders en systeemlobbyisten om meer geld te vragen voor het zorgsysteem.
De persoonlijke lokale werkgelegenheid in productie wordt onderuit gehaald en ondergebracht in productiviteit die ongetwijfeld grotendeels in fabrieken van China en India wordt uitgevoerd. De gecentraliseerde dienstverlening is gebaseerd op statistieken, knopjes, toeters en bellen zonder menselijke interactie terwijl de bevolking gemiddeld steeds ouder wordt en steeds meer als kasplantje wordt behandeld en vereenzaamd.
De huidige economie vertoont al gigantische tekorten wegens de zorgstaat en niemand weet nog hoe men het kan opbrengen. Het gaat er niet om of we de robots wel of niet kunnen betalen. Die vraag stellen we ons ook niet over de stofzuiger, vaatwasser of wasmachine. Het gaat erom in hoeverre de maatschappij de last van onmenselijkheid op psychisch, lichamelijk, spiritueel, sociaal en financieel niveau aan kan zonder aan zichzelf ten onder te gaan?
Spanningsveld
Het contrast is groot als we beide werelden naast elkaar leggen. In de huidige maatschappij ligt er een zekere macht en autoriteit bij de overheden die vanuit de eenzijdige systeembenadering redeneren en de instrumenten van techniek, politiek en economie hanteren. Vaak vraagt men aan de Stad van Morgen waarom wij geen politieke partij vormen? Het bovenstaande geeft aan dat dit onmogelijk is. De natuur en de biologische mens trekt zich niets aan van geld of politiek. Mensen krijgen diabetisch, kanker of hartziekten of een wethouder nu robots bedenkt, geld vrijmaakt of uitsluitend redeneert vanuit gevolgen. De natuur is niet voor de gek te houden en gezondheid, veiligheid of zelfredzaamheid zijn natuurlijke bronnen van productiviteit, interactie en creativiteit die door het systeemgeweld alleen maar worden verziekt en daarna omringt door systemen. Dat levert altijd crisis op en onhoudbaarheid. Vandaar dat wij de kant van de natuurlijke mens kiezen en trachten het spanningsveld te minderen door de interactie aan te gaan met het systeem middels de toepassing van bewustzijn en kennis.
Dat is ook de reden waarom wij coöperaties opzetten waar alle partijen in vertegenwoordigd zijn om vanuit de mens naar het systeem te redeneren in plaats van eenzijdig vanuit het systeem naar de mens. De keuze van de wethouder wordt dan genuanceerd en onder druk gezet door experimenten te voeren die de menselijkheid als uitgangspunt nemen en niet uitsluitend systeeminstrumenten. We vermijden op die manier de confrontatie tussen mens en systeem die onvermijdelijk gebeurt wanneer het te laat is. Een modern maatschappij positioneert zich op de punt van symbiose. Dit betekent ook dat de mens en maatschappij een balans dienen te zoeken tussen natuur en systeem. Dat kan alleen als deze op gelijkwaardige basis met elkaar schakelen en niet hoeven te polderen over menselijk belang ten opzichte van systeembelang. Zowel systeem en mens zoeken dan het hogere menselijke doel van gezondheid en zelfredzaamheid waarbij toegepaste technieken een onderdeel zijn van het instrumentarium maar niet om de mens afhankelijk te maken maar de mens te faciliteren in haar levensgenot. Samen, liefde, gemeenschap, generaties en geven aan elkaar is van evolutionaire belang en kan niet zomaar weggepoetst worden door geldbelang. Het is een menselijke verantwoordelijkheid die we uit gemakzucht wel eens vergeten maar vroeg of laat ons met de neus op de feiten druk. Robots, net als de overheid als instelling, zijn een instrument van de mens voor de mens, en niet andersom. Dan pas heerst er stabiliteit, vooruitgang en harmonie. Dat komt alleen tot stand door de samenwerking in plaats van confrontatie tussen tegenstellingen op zoek naar compromis met menselijkheid als uitgangspunt.
Daarom wordt de bestuurders in de overheid en het bedrijfsleven vanuit hun eigen menselijkheid lid van Sustainocratische samenwerking. Zo kan men het systeemdenken nuancering met menselijkheid en het spanningsveld positief krijgen en houden.
In de levende natuur is transformatie overduidelijk zichtbaar. Als je moet concurreren dan zijn er maar twee mogelijkheden, je wint of je verliest. De verliezer verdwijnt in de vergetelheid, de winnaar overleeft tot een volgende ronde. Wat gebeurt er als concurrentie zo divers is dat het niets meer oplevert omdat het geen winnaars meer heeft, alleen verliezers? Daar kunnen we nog uitgebreid over filosoferen maar wat we altijd zien in levende werkelijkheden (bewustzijn toegevoegd aan materiële en energetische banden) is dat er dan een integrale vernieuwing plaats vindt, door invloeden van buitenaf of een transformatie van binnenuit. Dat is de consequentie van de dynamiek van het leven zelf.
Transformatie Economie
We gebruiken even niet de natuur maar de “economie van het transformeren”. In essentie vertoont een economie veel gelijkenissen met de natuur en geldt deze als bron van inspiratie voor succes, groei, harmonie, concurrentie of evolutionaire verandering. Veel economen hebben niets met vergelijkingen met de natuur omdat men uitsluitend de werkelijkheid aanvaardt van “winst”. Binnen de gefragmenteerde wereld van eenzijdige productiviteit sluit het invloeden van buitenaf grotendeels uit. Men noemt dit “concreet” en “realistisch” maar dat is veel te beperkt als we een enkele verlies en winst rekening plaatsen binnen de context van een veranderende, veel grotere omgeving. Winst en verlies wordt dan vooral een korte termijn meet instrument waarin innovatie als kostenpost wordt meegenomen maar transformatie buiten beschouwing wordt gelaten. Men ervaart het als “abstract”.
Dat geldt voor bedrijven maar ook voor maatschappijen, zeker als deze op een transactie economie zijn gebaseerd waarin de variabelen zijn teruggebracht tot de hoeveelheid en waarde van transacties die omgaan in een gebied. Dan verschilt een maatschappij niet veel van een bedrijf. Een bedrijf kan de strijd verliezen en verdwijnen in een faillissement waardoor er ruimte ontstaat voor groei van de oude vijanden of voor nieuwkomers. Een land of gebied kun je wel economisch failliet verklaren maar het verdwijnt niet zomaar tenzij de zwakte het een prooi maakt voor agressie en inlijving van buitenaf. Dat is redelijk uit de tijd tegenwoordig.
Een land is als een soort begrensd territoriaal ecosysteem dat crisissen beleeft door invloeden van binnen en buiten om er in potentie steeds op een nieuwe manier uit te komen. Er ontstaat op termijn noodgedwongen een transformatie proces, ofwel “een integrale aanpassing aan een nieuwe werkelijkheid”. Vaak gaat de breuk met de conservatieve, diplomatieke gevestigde orde gepaard met een opstand, stakingen of zelfs een oorlog. Dan vindt ook het verval plaats dat de basis schept voor een integraal nieuwe werkelijkheid, helaas pas na veel ellende en verderf.
In de economische cyclus van bijvoorbeeld Kondratiev spreken we dan van een nieuwe opleving door de introductie en toepassing van ingrijpende vernieuwingen die een nieuwe economische cyclus inluiden (van zo’n 54 jaar). Denk aan de bloei van de scheepvaart in de gouden 17e eeuw van Nederland dankzij fundamentele uitvindingen die massale scheepsbouw mogelijk maakten. Of de toepassing ervan in de industriële processen van de textiel die het industriële tijdperk inluidden in Engeland in het begin van de 18e eeuw. De trein, die daarna het logistieke netwerk uitvergrootte, de telefoon voor wereldwijde telecommunicatie, de computersystemen, netwerken en PC die het kennistijdperk inluidden en internet dat de wereld van kennisdeling revolutioneert. Maar ook de watersnoodramp in 1953 die heeft geleid tot de ontwikkeling van wereldwijd erkende expertise op water gebied.
Als we terugkijken in de geschiedenis zien we dat de transformaties allemaal een plek kregen op een moment dat de gevestigde orde een punt van competitieve verzadiging bereikte, groei niet meer mogelijk bleek, de status quo leidde tot verzwakking en recessie of werd verrast door een catastrofe. Was dat niet te voorzien? Soms niet maar in vele gevallen wel. Ontkenning hoort bij de weerstand van conservatieve krachten.
Huidige tijd
Ook nu weer zien we zo’n periode waarin we een grote transformatie tegemoet gaan die wellicht alle voorgaande voorbeelden zal overtreffen. We hebben het voor het eerst over een globaal fenomeen. Wat uiteindelijk doorslaggevend zal zijn om het nieuwe tijdperk open te breken is nog de vraag. De oorzaak kan worden gevonden in het huidige systeem van schulden met gigantische consequenties tot gevolg op gebied van ecologische, menselijke en economische onbalans.
De genoemde lijst van technologische doorbraken suggereert dat ook nu weer de techniek voor de transformatie zal zorgen. Er wordt er dan ook flink geïnvesteerd door overheden in gesubsidieerde vormen van innovatie in de hoop dat men het lontje van de transformatie aansteekt en extra profijt neemt van de transitie.
Zo werkt het echter niet.
De gesubsidieerde innovatievormen missen veelal de pijn en creativiteit die aan integrale vernieuwing ten grondslag ligt. Een innovatieve olifant zal ook nooit een aap bedenken. De olifant zal meestal een andere olifant bedenken. Dat is voor de transformatie economie echter niet voldoende. Een transformatie stelt juist de oude werkelijkheid ter discussie door de oude werkelijkheid te confronteren met geheel nieuwe inzichten en oplossingen. De gevestigde orde zal dan ook nooit de transformatie bedenken hooguit leren faciliteren uit zelfbewustzijn.
De genoemde complexe onbalans (mens, milieu en economie) suggereert echter een veel ingrijpender proces dan puur technologisch. De vele rampen die de mens raken overal ter wereld geven onze kwetsbaarheid weer. Er staat veel meer op het spel waar we tegelijkertijd aandacht aan moeten besteden en dat heeft niets te maken met het instand houden van het verleden. We dienen urgent omgaan met onze toekomst. Tot op heden lukt dat onvoldoende.
Nokia als voorbeeld oude technologie transformatie
In het bedrijfsleven kennen we allemaal het bedrijf Nokia. Ooit begon Nokia als fabrikant van rubber laarzen om daarna te transformeren naar een elektronica gigant. Toen de concurrentie te groot werd probeerde het eerst samen te werken maar dat lukte niet. Het besloot uiteindelijk wederom te transformeren met een nieuwe kijk op mobiele telefonie en werd wereldwijd marktleider. Deze positie staat na 20 jaar weer ter discussie. De vraag is of Nokia in staat is om haar transformatieve kunsten nogmaals uit te voeren of dit keer ten onder gaat in het concurrentie geweld? Toch heeft Nokia geschiedenis geschreven door te laten zien dat “het kan”. Er zijn nog meer voorbeelden, maar dat zijn, net als Nokia, vooral uitzonderingen die de regel bevestigen. Als het bedrijfsleven het moeilijk vindt bedenk u moeilijk het is in een maatschappelijke democratie! ?
Nieuwe complexiteit
Van alle economische technieken blijkt transformatie de allermoeilijkste. Het combineert noodzaak met visie, leiderschap en gelegenheid. Toch vormt transformatie de enige werkelijke basis van vooruitgang. Zonder transformatie zou elke economie zich verzadigen, nooit vernieuwen en uiteindelijk een dood sterven. Dat zien we nu een beetje gebeuren door de constante kapitaal injecties die oude economieën moeten behouden terwijl we zien dat het helemaal niets oplevert. Het enige wat men doet is de noodzakelijke transformatie in de weg blijven staan.
Transformeren vormt dus een wezenlijk onderdeel van het economische leven. Een moderne zichzelf respecterende maatschappij neemt het dan ook enorm serieus. De grote vraag is altijd “wanneer activeert het zich?”. En wanneer “breekt het door om de werkelijkheid te veranderen?”. In dit plaatje toon ik een formule dat kan helpen, los van de vraag waar en hoe de transformatie moet plaatsvinden.
< 1 = crisis, > 1 = succes
Kan het begrip “transformatie” standaard gaan behoren tot de economische werkelijkheid? Niet als kansloterij in een sinusgolf van Kondratiev, maar als wezenlijk zelfbewust instrument binnen de werkelijkheid van een vooruitstrevende maatschappij? Tot op heden niet omdat men de cyclus aanvaardde als feit niet als eenzijdige werkelijkheid.
Sustainocratie
Met de introductie van Sustainocratie kunnen we nu voor het volmondig met “ja” antwoorden. Maar dat wil nog niet zeggen dat het meteen met alle egaars wordt ontvangen. Als gezegd is de economische werkelijkheid nog steeds gebaseerd op de eenzijdigheid van winst op basis van groei en neemt “verandering” alleen ter harte als het de oude werkelijkheid in stand houdt. De gevestigde orde heeft voor twee dingen angst: chaos en verandering. Door de introductie van Sustainocratie wordt chaos vermeden en wordt de gevestigde orde deelgenoot van de verandering door het te faciliteren, niet te sturen of manipuleren. Dat stukje kost nog even moeite ook zijn machthebbers door de dreiging van chaos steeds meer bereid om experimenteel mee te doen.
De economische werkelijkheid toont de klassieke cyclus van de menselijke complexiteit. Als we economie en menselijkheid naast elkaar leggen dan zijn de prikkels voor transformatie ruim van te voren te herkennen. Omdat de traditionele economie draait rond tastbare materialistische instrumenten (transactie, product, dienst, winst, verlies) introduceert Sustainocratie de transformatie economie dat draait om een aantal wezenlijke maar voor de materialist “abstracte” menselijke zaken. Deze zijn:
Gezondheid
Veiligheid
Zelfredzaamheid
Kennis
Voeding (inclusief water)
Als we deze zaken projecteren op de succes formule dan zien wij de negatieve ontwikkeling ervan binnen het kernwoord “gevolgen”. Rondom de gevolgen is ook een economie ontstaan die groei vertoont maar zich voedt door de huidige primaire economie van consumeren. Wij trachten die gevolgen te compenseren middels externe sociale zekerheden zoals een uitstekende gezondheid zorg, groeiende politie aandacht, enz. Maar deze gevolgen overtreffen op termijn de groei en tonen dit al geruime tijd eerder in de macro economische ontwikkelingen. De gevolgen hebben altijd te maken met de mens en haar natuurlijke omgeving. We kunnen daarin ook de klimaatverandering, stijgende zeeniveaus en opwarming van de Aarde onder scharen maar ook de cultuurmigraties verstedelijking en groeiende afhankelijkheid van onhoudbare systemen.
De schreeuw is daarom voor Transformatie. Omdat we dit voor het eerst in onze economische en maatschappelijke beleving horen en weten te interpreteren trachten we ook het een plekje te geven. Om dat te laten gebeuren dienen er twee dingen tegelijk te gebeuren:
Blokkerende zekerheden dienen stapsgewijs opgeheven te worden
De maatschappij dient zich open te gaan stellen voor transformaties en deze gaan faciliteren
Ad 1. Het wegnemen van blokkerende zekerheden gaat niet alleen om de huidige kostenbesparende praktijken van het weghalen van steunmiddelen aan kwetsbare groepen. Het juist vooral om het wegnemen van de steunpilaren waaraan oude hierarchieën hun zekerheid ontlenen en hen uitdagen de transformatie zelf aan te gaan door de pijn die is ontstaan. We moeten aanvaarden dat dit economische slachtoffers oplevert die ooit behoorden tot de trotse diversiteit van het verleden. Het gaat dan zeker niet om het bezuinigen maar om het veroorzaken van een zichzelf opschonende nieuwe werkelijkheid. Dat wat sterk is om te blijven blijft dat wat niet sterk genoeg is verdwijnt of wordt opgegeten door een sterkere.
Dat geldt ook voor de sociale zekerheden. Mensen in de bloei van hun leven dienen dat te benutten voor de toepassing van creativiteit als ze daar de tijd en ruimte voor krijgen. Er ontstaat een cultuur rond verandering waarin de vernieuwing zich manifesteert. Door deze vernieuwing te koppelen aan veranderbewuste pilaren van de maatschappij (overheid, onderwijs, ondernemerschap en omgeving) kan er ruimte ontstaan om de innovaties uit te vergroten tot een nieuwe werkelijkheid.
Ad 2. Open stellen voor transformatieve vernieuwing gebeurt alleen als je er midden in zit en betrokken raakt vanuit eigen belang. Dat valt niet te sturen maar wel te faciliteren. Daarom kan een Triple Helix boeiende olifantachtige vernieuwingen bedenken maar zonder de betrokkenheid van de bevolking nooit tot de transformaties komen. De mens moet in een transformatie een kernrol spelen en dat gebeurt binnen Sustainocratie. In Sustainocratie wordt vanuit de menselijkheid naar de structuren gekeken, niet vanuit de structuren naar de mens. Deelnemende organisaties worden op bestuurlijk niveau gevraagd als mens aanwezig te zijn en dan pas hun bestuurlijke talenten en autoriteit in te zetten. De daadwerkelijke innovaties komen echter van buiten maar dienen de verbindende ruimte te krijgen om te groeien. Ook daarin faciliteert Sustainocratie omdat het onbevooroordeeld insluit en nooit uitsluit. Nieuwe initiatieven worden op basis van gelijkwaardigheid gehoord en getoetst aan het hoger menselijke doel waar men voor staat.
Andere economievormen
Er zijn ook andere economievormen die niet gebaseerd zijn op de beperking van materialisme, transacties en speculatieve handel in tekorten. Denk bijvoorbeeld aan de economie die zich baseert op de creatieve daadkracht van de mens en waardengedreven gunpatronen naar anderen. Ondanks het feit dat deze economievormen misschien meer moderne ruimte tot groei bieden dan de oude industriële basis, zal ook deze uiteindelijk weer tegen een plafond aanlopen. Dat is prima want dan ontstaat ook weer de transformatieve basis voor vernieuwing volgens de omgevingsfactoren van dat concrete tijdperk. Van belang is dat dan al de transformatie, transformatie economie en misschien ook geheel nieuwe vormen van Sustainocratie zijn gaan behoren tot de nieuwe werkelijkheid en geen problemen meer opleveren, niet voor de mens, niet voor onze omgeving en ook niet voor de economie.
1% transformeren is 100% groeisucces maar ook 200% van de moeilijkheid
STIR Academy is een initiatief van de Stad van Morgen om samen de transformatie van het onderwijs aan te gaan. Onderaan het artikel kunt u zich aanmelden voor meer informatie
Ruim 25 jaar aftakeling in het onderwijs
Nu de economische crisis haar sporen achter laat in de maatschappij en zich dieper wortelt zien we het spanningsveld tussen de koudheid van het systeem en de warmtebehoefte van de medemens alleen maar groeien. Ook hebben wij het onderwijs zich de laatste 25-30 jaar zien ontwikkelen naar systeemstructuren rondom vooral emotieloze cognitieve vaardigheden, ontdaan van elke vorm van menselijkheid en menselijke omgangsvormen, alsof het gaat om het programmeren van robotjes.
In dit plaatje tonen we het groeiende onnatuurlijke spanningsveld tussen de mens en het systeem:
Het spanningsveld tussen mens en systeem wordt steeds groter maar daartussenin zitten onze kinderen.
Leerkrachten raken in de stress
Uitval, gestreste leerkrachten, stafblaadjes, kruisjes, gedragsstempeltjes, groeiende bureaucratie, inspecties, cijfercultuur, enz drijven de zelfbewuste, gepassioneerde leerkrachten tegen de muren omhoog. Systeem georiënteerde figuren maken van de school een strafkamp. De afstand tussen de mensgedreven professionals en de geldafhankelijke besturen wordt zichtbaar.
De kinderen en jeugd hebben een leerplicht maar de school heeft een onderwijsplicht. Maar wat is “onderwijs”? Door de uitval gaan steeds meer scholen over op geautomatiseerde computersystemen om toch aan hun uren te voldoen. Of men laat de jeugd “zelfstudie” verrichten. Vanuit de verantwoordelijkheid van menselijkheid en de intensiteit van het leerproces op basis van verwerking van emoties, lichamelijke ontwikkeling, spiritualiteit (de essenties van het leven die elk systeem overstijgen) als ook de vaardigheden in bewustwording, is dit onaanvaardbaar.
Leerkrachten worden niet afgerekend op hun menselijkheid maar op de toepassing van een onmenselijk systeem. Zelfs bestuurders willen het anders maar zien vaak amper een uitweg. Er is niet meer geld voor het onderwijs maar met geld los je gebrek aan menselijkheid niet op. Daar is iets anders voor nodig.
Ouders én kinderen worden mondig
De klachten en weerstand hopen zich op. Scholen en leerkrachten worden zelfs bedreigd, ouderavonden lopen in het honderd, gesprekken tussen medewerkers en ouders lopen uit op hoog oplopende ruzies, kinderen snappen het niet. De jeugd gaat verplicht naar school maar leert meer op straat waar ook het onrecht wordt uitgespeeld tussen de leeftijden. Jongeren verlangen naar het einde van hun schooltijd en ouders ook. Want dan begint het échte leven pas met alle sociaal, emotionele en intellectuele achterstand die onze jeugd gaandeweg heeft opgelopen, met alle consequenties van dien. Het onderwijs wordt nu geacht als een kostbare onmenselijke verplichting dat men liever kwijt is dan rijk. Dit is niet eens een verspilling van middelen maar dat van de maatschappelijke waarden die ons bestaansrecht geven als gemeenschap.
We staan vaak onze jongeren verplicht af aan een opleidingssysteem waar wij geen vertrouwen aan hechten. Dat moet anders!
Er zijn natuurlijk uitzonderingen, zoals overal en met alles in het land, maar die bevestigen helaas de stelling in plaats van haar ter discussie te stellen. Alleen de scholen die aan het overheidsinfuus hangen en naar de pijpen dansen van “het systeem” overleven en dat zijn juist de omgevingen waar we onze jeugd het liefst niet willen hebben. Alternatieven zijn ofwel te kostbaar, te ver weg of op een andere manier onbereikbaar. Ook samenwerkende ouders, nieuwetijdse schooltjes, nieuwe modellen, die binnen het onderwijs alternatieven, steun en visie aanbieden, krijgen hun financiering niet rond of wordt de toegang tot het systeem ontzegd.
Transformatie
Zo kan het niet langer. De afstand tussen dat wat wij willen voor onze kinderen en de aangeboden werkelijkheid is te groot geworden. Het gaat om de toekomstige generaties die zo opgroeien in de onmenselijkheid en zich radeloos afvragen waar zij met hun emoties naar toe moeten? De een kiest drugs of alcohol, de ander springt voor de trein, soms zoekt men de criminaliteit of raakt te vroeg zwanger op zoek naar menselijke warmte. De dure, stempelgedreven zorg en strafcultuur maakt het alleen maar erger.
Het gaat niet om een vingertje opsteken en klagen. Het gaat om het verbinden van de mens en het leersysteem met de menselijke werkelijkheid in de opvoeding, opleiding en begeleiding van onze jeugd. Elke mens is “een held” en leert het hele leven om te gaan met de zoektocht naar het geheim van duurzame welzijn en vooruitgang. Dit gebeurt door geprikkelde interactie met de omgeving en reflectie over de eigen resultaten. We moeten als mens weer het menszijn gaan waarborgen in onze omgeving en systemen, te beginnen met het onderwijs!
Ons kind is een held op levensreis
Sustainocratie wil geen nieuw schoolsysteem introduceren maar het hele schoolbeleid aanpakken en helpen transformeren naar iets waar we trots op willen zijn, niet enkele kinderen en ouders, maar allemaal. We hebben geen extra geld nodig maar de bereidheid van “het systeem” zelf om los te laten en lid te worden van “toegepaste kennis en menselijkheid” als doelgericht samenwerkingsverband tussen de mens als burger, overheid, onderwijs, wetenschap en bedrijfsleven, rond duurzame menselijkheid.
We doen de transformatie niet alleen maar allemaal samen. We maken de kloof (het spanningsveld) tussen de warme mens en koude cultuur weer kleiner en beheersbaar. Wij nemen de verbindende verantwoordelijkheid op ons en nodigen uit tot de “transformatie”. We hebben er geen moeite mee om dit de komende 10 jaar te doen als experiment, bijvoorbeeld in Noord Brabant.
Voor het eerst in jaren is mijn voorspelling voor Prinsjesdag niet uitgekomen en daar ben ik redelijk blij om. In voorgaande jaren kon ik mij er gemakkelijk van afmaken door te voorspellen dat op Prinsjesdag er weer een begroting zou komen met een stijging van 6%. Dat kwam steevast op de halve Miljard verschil uit. In dit plaatje van vorig jaar laat ik het zien:
Prinsjesdag 2003 tot en met 2012
In ruim 10 jaar tijd gingen de overheid uitgaven steevast met 6% omhoog hetgeen een verdubbeling betekende in 11 jaar tijd!! Schrikbarend als we ons bedenken dat wij samen die kosten op moeten brengen en er naar verhouding maar bar weinig voor terugkregen. Hoe brengen we de vele Miljarden op?
4 grote lijnen:
Consumeren: Dat is te zien aan de BTW dat een aantal jaren geleden de grootste inkomstenpost werd van de overheid. Het is de belasting die wij betalen over de goederen die wij inkopen. Daar kunnen we de accijns ook aan toevoegen.
Werken: Dat zien we aan de Inkomsten Belasting die ingehouden wordt van ons loon.
Geld verdienen: Dit bedrag komt terug in de Vennootschap Belasting die geïnd wordt over de winst van de bedrijven
Gasbaten: De inkomsten van Nederland over de verkoop van gas uit eigen bodem.
De overheid stuurt het land dus aan op basis van deze parameters. Met deze inkomsten kan men het ambtenaren apparaat betalen, de benodigde infrastructuur, de scholing, de politie, de zorg, zekerheden en de rente over staatsleningen.
Transactie economie
In feite draait alles om de belastbaarheid van het heen en weer schuiven van producten en diensten (transacties) met de arbeid en winst die eraan verbonden wordt. We zien diezelfde basisdynamiek ook terugkomen in de zogeheten “gevolgeneconomie” die zich ontwikkelt rond de kosten van de samenleving en de consequenties van deze op levensstijl, de mens, het milieu en de maatschappelijke organisatie.
Die gevolgen zetten juist onze wereld op zijn kop:
De gevolgen economie overtreft de primaire economie
De opeenstapeling van crisissen die wij de laatste 10 jaar hebben meegemaakt, met een doorslaggevend dieptepunt in 2008 (kredietcrisis), toont ons nu dat de gevolgen door blijven lopen terwijl die transactie-economie structureel blijft haperen.
De overheid heeft met kapitaalinjecties, mooi weer verhalen en redding van banken nog jarenlang geprobeerd om ons aan te zetten tot het aanschaffen van kapitaalgoederen (huis, auto) waarop een belangrijk deel van de economische luchtballon dreef, maar het mocht niet baten. De bomen groeien niet tot aan de hemel. Maar die gevolgen groeien maar door.
Doorbraak 2013?
Voor het eerst zien wij in de miljoenennota 2013 een trenddoorbraak waarin de overheid haar gevecht heeft opgegeven om het verleden in stand te houden met bijbehorend verzet tegen verandering. Den Haag begint tekenen te vertonen van besef van de veranderende werkelijkheid en dat geeft ook ons (voorop lopers in de transformatie economie) het prille vertrouwen dat we misschien ooit ook samen kunnen werken met de centrale overheid en niet alleen met de gemeentes en provincies. Tot op heden waren het twee volstrekt gescheiden werelden.
Wat is dan die doorbraak 2013?
Miljoenennota 2013
Het eerste wat natuurlijk opvalt is de veelbesproken besparing. In 2012 werd nog een nota gepresenteerd met de traditionele 6% verhoging ten opzicht van het jaar daarvoor. Dit jaar is de verhoging er niet. De absolute hoogte van overheidsuitgave anno 2014 is nagenoeg hetzelfde als 2013. Dat is betekenisvol omdat duidelijk de overheid uitgaven bevroren zijn in absolute zin. Binnen de inhoudelijke details is er dus enorm geknok ontstaan om de zaken “anders” te gaan doen, vaak ten kosten van allerlei afhankelijke mensen en structuren door besparingsdrang in plaats van verandering zelf. Het dwingt die structuren wel tot kritische zelfbeschouwing. En dat is een begin.
Wat ook opvalt is het verschil tussen de inkomsten en uitgaven. De economie draait onvoldoende en ondanks de bevriezing van de traditionele 6 % verhoging is er een belangrijk gat. Dat drijft de staatsschuld omhoog met bijbehorende rentelasten. Dat is geen gezond beeld.
En dan is er nog die “zorgstaat” dat meer dan 50% van de begroting opslokt. Een goed functionerende staat faciliteert vooruitgang door maatregelen waardoor de bevolking optimaal voor zichzelf kan zorgen. We zien hier de omgekeerde wereld met een totaal verkeerde positionering van de functies van een moderne staat. De staat is geen instituut maar en samen-leving, een soort coöperatie waarin kerntaken onderling zijn verdeeld. In deze maatschappij is de staat de overheid, de burgers zijn de financiers via consumptie zonder dat er verantwoordelijkheden tegenover staan. De overheid kan die wel af proberen te dwingen door druk op werkgelegenheid en arbeidsbemiddeling maar dat komt al snel overeen met een nationaal strafkamp zonder intrinsieke motivatie. De gevolgen zijn uitgedrukt in de gevolgen-economie.
Maar voor Den Haag is dat allemaal “geld” zonder psychologie noch spiritualiteit. De gevolgen van onze consumptie gedreven economie gaan onverminderd door en hebben weerslag op de mens, de levensverwachting, het gedrag, het milieu, ons welzijn, enz. Die kosten kunnen nergens meer op worden verhaald nu de zorgstaat omvalt. Dus praat de minister president over een “participatie maatschappij”, los van alle zorgzaamheid die nu onttrokken wordt door de overheid. Er worden verantwoordelijkheden, die in het verleden door de overheid waren opgenomen, teruggelegd bij de bevolking.
En verantwoordelijkheid gaat niet om geld. Dat draait om waarden. Die koop je niet maar worden gecreëerd. “Participatiemaatschappij” is dan het verkeerde woord want in feite participeren we altijd al, of het nu is als financier door consumptie en arbeid of door de problemen voor onze kiezen te krijgen als het fout is gegaan. Wat het kabinet eigenlijk wil is een “initiatief-neem-maatschappij”. Maar dat gaat niet zomaar. Je kunt wel los willen laten maar we hebben generaties lang de bevolking in afhankelijkheid opgevoed en aan het overheid infuus gehangen. De regering wil besparen maar tegelijkertijd dient ineens de hele maatschappij te transformeren. Wil de regering die transformatie wel?
Het is lastig voor de centrale overheid. Hoe laat je de oude zorgtaken los, met bijbehorende machtsposities en structuren? En hoe stel je jezelf faciliterend op zonder dat er in belastinginkomsten op achteruit te gaan? De belastingen houden dan wel een grote bureaucratie in stand maar zijn ook de basis van de overgebleven zekerheden van grote groepen mensen. Hoe doe je zoiets zonder ook je partijbelang onherstelbaar te schaden in de stembus?
Dat kan geen van allen! De verandering gaat ten kosten van het verleden en er vallen slachtoffers. Kan de centrale overheid dat alleen? Nee, natuurlijk niet want die oude sturing systemen zijn vastgeroest na 150 jaar gebruik, wortel schieten en verankering.
Belangrijk is dat de losse schroeven van het kabinet en onze maatschappelijke structuur zelf zichtbaar zijn geworden. Men is noodgedwongen in een transformatie terecht gekomen en dient zich open te gaan stellen voor alternatieven. Dat dit proces gepaard gaat met de nodige innerlijke schermutselingen moge duidelijk zijn. We leven per slot van rekening in een verzuilde democratische structuur waarin eerste alle kalveren én koeien verdronken moeten zijn voordat men niet de put dempt (alle belangen rond een open put lobbyen gewoon door) maar overweegt een nieuwe te slaan op basis van ervaringen en parlementaire commissies. Het schip lijkt meer lekgeslagen en gestrand dan zinkende. Op een gestrand schip wacht iedereen op nieuw hoog water. Een zinkend schip wordt verlaten en met leert weer zwemmen.
De eerste tekenen van echte verandering zijn nu zichtbaar maar men roert nog steeds in het 150 jaar oude Thorbecke pannetje. Als de inkomsten dan niet uit auto’s en huizen komen dan zoekt het kabinet heil in het verhogen van de belasting op consumptie en gebruik. Men gaat ervan uit dat de consument evenveel blijft consumeren en daardoor de belastinginkomsten stijgen. Maar dat is natuurlijk niet zo. Als men niet consumeert dan gaat er arbeid verloren, gaan de gevolgkosten omhoog en schrijdt de crisis voort tot uiteindelijke chaos. De overheid laat los maar niet voldoende. Men stuurt nogsteeds met dezelfde middelen.
Conclusie
De belangrijkste conclusie die we kunnen verbinden aan Prinsjesdag 2013 is dat het kabinet eindelijk het verleden voor een belangrijk deel heeft losgelaten. Beter laat dan nooit zeggen we dan maar. De bevolking zal het maar moeilijk begrijpen terwijl we ons vaak afvragen of de regering zelf wel begrijpt waar ze naar toe wil? Besparingen enerzijds en de verandering van belastingstromen zijn de belangrijkste beleidsaanwijzingen. Maar dit mist elke vorm van creativiteit en opening voor vernieuwing. Of dat achter de schermen er wel is vragen we ons af.
De toekomst verlangt nog veel meer van ons maar dat ligt niet alleen aan Den Haag. Initiatiefname is essentieel, niet uit participatiedrang maar vanuit het besef dat zelfleiderschap beter is dan afhankelijkheid van een instortend systeem. Uiteindelijk werkt natuurlijk de gecreëerde opening van de alom aanwezige overheid mee. Maar die overheid is steeds kouder en materialistischer in haar geldnood terwijl de huidige maatschappij juist menselijkheid verlangt. Dat kan het systeem niet opbrengen waardoor het lijkt of de premier vraagt om participatie in het begrip voor de onmenselijkheid. Dat komt er niet en het onbegrip zal alleen maar groeien.
Wij mensen onder elkaar kunnen die menselijkheid wel opbrengen maar dan niet met de bevriezende adem van een belasting en schuldstaat in ons nek. Hopelijk beseft de overheid dat op termijn ook en laat het haar dictatoriale koude materialisme enigszins varen. Dat hoeft zeker niet door met geld te gaan smijten en oude afhankelijkheden in stand te laten houden. Dat kan vooral door levend lab constructies toe te staan, te stimuleren en faciliteren, transformatiefondsen (anders dan investeringsfondsen) in te stellen en nieuwe waarden zich eerst te laten consolideren voordat men de belastinghamer er weer op loslaat.
Tot slot
In mijn openingszin zeg ik dat ik “redelijk” blij ben. Dat is al een wereld van verschil vergeleken met al die jaren dat ik mij publiekelijk ergerde aan die regeringen die maar blind vast bleven houden aan het verleden. Ik zie prille openheid tot verandering en dat maakt mij blij. Waar ik nog vele honderden slagen om de arm bij houd is de manier waarop de centrale overheid zich nu ontwikkelt tussen koude dwang en warme bevrijding. De blauwdrukken van transformatie zijn al in ontwikkeling in ee maatschappij en worden toegepast buiten Dem Haag om, maar het Thorbecke systeem blijft nog veelal een rem en geen gaspedaal. De dag dat Den Haag (actief!) lid wordt van bijvoorbeeld Sustainocratie zou ook voor Den Haag een opluchting zijn. Wie weet komt dat nog als ook het vertrouwen dat buiten de regering ook oplossingen te vinden zijn. Vooralsnog is mijn negativiteit veranderd in “the benefit of the doubt” hetgeen al een betere basis is voor de toekomst.
Sustainocratie is een transformatieve toevoeging waar de overheid aan deel kan nemen. Het veroorzaakt de transformatie van de economie parallel met de maatregelen in de oude structuur. Toepassing verlangt durf en bereidheid tot een coöperatieve samenleving.
Ondernemers worden zelfs constant geconfronteerd met die vraag omdat de continuïteit van hun onderneming ervan afhangt. Ook hele maatschappijen vragen zich nu af wat het is?
Succes is natuurlijk een combinatie van een aantal factoren. In essentie draait succes om de resultaatgedreven interactie van uzelf met uw omgeving waarbij het resultaat voor u positief is, of u nu een individu bent, een instelling of een maatschappij. Als het resultaat negatief zou zijn dan zou u het als onsuccesvol ervaren met bijbehorende pijn en angst. Vanuit een wiskundig perspectief kunnen we dus praten over twee variabelen (U en Uw omgeving) en een resultaat (positief of negatief).
Van die twee variabelen bent u voor uzelf het meest voorspelbaar en uw omgeving het minst. U zult dus voor uw succes zo het beste uit uzelf moeten halen om zo goed mogelijk om te gaan met uw omgeving en succesvol te zijn (innerlijke kracht en zelfbewustzijn). U merkt vanzelf wanneer u dat goed doet want dan ontstaat er “groei” (externe kracht). Maar de omgeving reageert ook op uw groei door te gaan concurreren of mee te liften.
Natuurlijke wetten
In feite passen wij automatisch de cyclische natuurlijke wetten toe die altijd de volgende fasen doorlopen: groei, concurrentie, aanpassing en harmonie.
Natuurlijke evolutie
Het is eigenlijk heel simpel. Zodra de concurrentie zo groot wordt dat uw groei stopt en verandert in krimp dan weet u dat u zich moet aanpassen. De aanpassing zorgt weer voor een nieuwe zoektocht naar een positieve interactie met uw omgeving. U vindt deze door op zoek te gaan naar de onbalans in de omgeving. U kunt er waarde aan toevoegen door balans aan te bieden meestal door ergens een leegte te vinden waar u in past. Zodra de omgeving dat aanvaardt dan ontstaat weer een nieuwe groei curve en de cyclus begint opnieuw.
Op papier is deze uitleg eenvoudig maar in de werkelijkheid blijkt het enorm lastig uit te voeren. Daarom ervaren wij “succes” als iets speciaals terwijl het eigenlijk de normaalste zaak van de wereld zou moeten zijn. In de natuur zijn wij omringt met successen omdat het falen verdwijnt in de geschiedenis. Alleen succes evolueert. Zolang u leeft (of bestaat als organisatie) heeft u kans op succes en is de succesformule positief.
De formule
De genoemde variabelen spelen op elkaar in. Succes doet dus een beroep op de ontwikkeling van ons talentom er zelfbewust mee om te gaan. De een doet dat beter dan de ander. Ik toon u nu een formule die is gebaseerd op bovenstaande natuurwetten voor succes. Het linker deel van de formule vertegenwoordigt uw talent waar, de rechterkant uw omgeving.
De succes formule (>1 = succes)
Transformatie
In de formule treft u de variabel “transformatie” aan dat naast “groei” positieve invloed heeft op de succesformule. Transformatie geeft betekenis aan onze veranderingsgezindheid en praktische toepassing ervan. In feite voegt dit onze zelfbewustzijn toe aan de manier waarop wij omgaan met de werkelijkheid en onze eigen groei. De basis van transformatie is de creatie. Deze varieert van kleinschalige aanpassingen om groei te bevorderen tot het ontwikkelen van totaal nieuwe producten, diensten, inzichten en werkwijzen waarmee wij ons beeld van de veranderende werkelijkheid vorm geven en wederzijds beïnvloeden. Transformatie als variabel groeit wanneer groei mindert en krimpt wanneer groei stijgt. We beseffen dat groei niet oneindig is en pas continuïteit krijgt als het tegelijkertijd zich aanpast aan de veranderende werkelijkheid.
Consequenties
Ook zien wij de variabel “gevolgen” naast “concurrentie”. Concurrentie is de confrontatie tussen gelijken rond hetzelfde doel. De wet van de sterkste geldt maar gaat ook gepaard met consequenties op gebied van algehele waarde onttrekking dat door de concurrentie wordt veroorzaakt. Als er geen duidelijke winnaar is dan zijn er alleen verliezers. Dat heeft niet alleen invloed op de concurrenten zelf maar ook op de omgeving waar de waarde uit onttrokken wordt. De hele formule wordt zo omlaag gehaald en veroorzaakt uiteindelijk stress situaties. Als de formule onder de “1” komt dan er geen succes meer, maar u leeft nog wel. U ervaart het als een crisis. Wanneer het uitkomt op “0” dan is de dood ingetreden, hetgeen zoveel betekent als een faillissement, een overname of gewoon ophouden te bestaan. Elk van de variabelen kan zowel het succes als de ondergang betekenen. Uw talent is de manier waarop u ermee omgaat.
Deze gevolgen maken ook een verbintenis met ons zelfbewustzijn waar wij ook ons “geweten” aantreffen, een set instrumenten om op een bepaald moment de juiste prikkels te geven voor het opstarten van een transformatie. Als de concurrentie groeit vermindert ons succes. Als de consequenties groeien dan mindert succes ook. Deze prikkels zijn meetbaar, niet alleen door naar onze groei te kijken maar ook aan te leren voelen wanneer de confrontatie niet meer leidt tot succes maar afzwakking. Dan is het tijd om transformatie extra aandacht te geven, zelfs als we nog genieten van groei. Denk bijvoorbeeld in onze huidige werkelijkheid aan klimaatverandering, opwarming van de Aarde, grondstoftekorten. 100 jaar geleden speelden die gevolgen niet in de groei keuzes en werden ook niet meegenomen in de formule. Nu wel.
We merken wanneer we energie moeten gaan steken in transformatie als we actief de hele formule blijven bewaken. Transformatie is een techniek op zich dat omringd wordt door prikkels en bewijs van succes door groei. Zonder transformatie is succes nooit duurzaam en op termijn kwetsbaar. Transformatie zonder groei is nutteloos. Verandering op zich is geen groei, het is het scheppingsproces voor groei. De mens doet dat vanuit zelfbewustzijn. Zelfbewustzijn wordt door organisaties ingekocht maar transformaties dienen uit de innerlijke “ik” te komen. Dat heet dan leiderschap. Prof. Paul de Blot op Nijenrode noemt dat Business Spiritualiteit.
Conclusie
Hieruit kunnen we concluderen dat succes weliswaar te maken heeft met permanente groei maar uitsluitend zich evolutionair ontwikkelt vanuit “transformatie”. Het een kan niet zonder het ander waarbij transformatie een wezenlijke aanpassing of toevoeging vanuit toegevoegde waarde aan de omgeving betekent. De transformatie veroorzaakt dan ook altijd weer de transformatie van de omgeving. Transformatie ontwikkelt zich buiten de oude groei en veroorzaakt een totaal nieuwe groei.
1% transformatie geeft 100 % groei. Maar die 1 % kost 99.99 % moeite.
Transformatie is een van moeilijkste eigenschappen van succes. Het is iets waar amper aandacht wordt besteed in gemeenschappen die vooral uit zijn op groei en zich laten verrassen door de concurrenten en consequenties. De huidige crisissen in de wereld zijn daar een voorbeeld van. Ook de transformatieve kracht die ontstaat op de meest onvoorspelbare plekken toont aan dat schepping overal kan plaats vinden als het de ruimte krijgt. De gevestigde orde weert die transformatie vaak uit angst voor oude groeibelangen maar delft het onderspit of past zich aan.
Daarom plaatst Sustainocratie de transformatie naast de democratische werkelijkheid en nodigt belangenpartijen van de groeiwereld uit om mede verantwoordelijkheid te nemen op experimentele basis zonder nog hun huidige groeiprocessen ter discussie te stellen noch te verwarren door de transformaties.
Transformatie en Sustainocratie
In de mensenwereld hebben wij allerlei belangen gefragmenteerd en onderling afhankelijk gemaakt van geld. Door deze kunstmatige werkelijkheid als basis te nemen voor de succesfactor is men gaandeweg het contact kwijtgeraakt met fundamentele omgevingsfactoren (milieu en mens). De consequenties die wij in de wereld tegenkomen dwingen alle actoren tot het nemen van transformatieve verantwoordelijkheden tegelijkertijd. We zien veel bedrijven en overheden organisch reageren binnen het fragment van hun eigen autoriteit. We zien ook dat dit in beperkte mate effecten heeft op de veranderende werkelijkheid maar de grote crisissen niet oplost omdat de harmonie van onszelf en onze omgeving is verstoort.
Sustainocratie voegt er een transformatie platform aan toe waarin alle partijen samen verantwoordelijkheid nemen voor het creëren en herscheppen van optimale omgevingsfactoren waarin die natuurlijke universele componenten van gezondheid en veiligheid een hoofdrol spelen. Dat kan alleen door allereerst uiterst lokaal samen te werken want overal in de wereld zijn de mens en omgevingsfactoren verschillend. Door een netwerk te creëren van lokale transformaties die uitkomen in groei transformeert uiteindelijk de hele wereld. Wij noemen dit de “transformatie economie” en de “economie van het integraal transformeren”. Wanneer de integrale transformatie hebben plaatsgevonden kunnen de gefragmenteerde belangen weer groeien.
Sustainocratie is zelf een transformatie die stap voor stap een groeiproces mee aan het maken is. Het begon klein maar groeit gestaag door de toepassing van de natuurlijke werkelijkheid.
Regelmatig komt dit aan de orde in de colleges van de STIR Academy als ook in alle Sustainocratische organisaties die we opzetten. Hieronder een schematisch voorbeeld van de transformatie, experimenteel toegepast in onze economie (Eindhoven en Noord Brabant).
“We zijn het niet geworden” klonk het teleurgesteld in het wereldje van bepaalde kringen toen Eindhoven de titel van cultuurhoofdstad 2018 aan haar neus voorbij zag gaan. “Eindelijk weer tijd voor gezond verstand” klonk het in de vele andere wereldjes. Want laten we wel wezen. Waar heeft Eindhoven die titel voor nodig? “Wat doen we nu met die vrijgemaakte miljoenen” klonk uit de mond van enkele gewetenloze elementen die gewend zijn om met het schijnbaar onbeperkte vermogen van andere mensen te smijten. Zo zit het echte Eindhoven niet in elkaar.
De cultuur van Eindhoven is die van verandering. De permanente zelf-reflectieve aanpassing aan een veranderende werkelijkheid. We zijn een relatief kleine stad in het Nederland dat omringd wordt door een grote mensenwereld. Als de wereldkaart op een bepaalde manier neerlegt kun je ons zelfs bezien als het centrum van de wereld. Maar we zijn geen havenstad, geen regeringsstad, geen Den Haag, Rotterdam of Amsterdam. Ook geen Parijs, Rio de Janeiro, Sjanghai of Las Vegas. Wij zijn Eindhoven!
Niet de 5e op de ranglijst van grootste steden in het land maar onze eigen nummer 1 op gebied van wereldwijde cultuur en economieverandering door transformaties. Wij hebben er ons stad en regioberoep van gemaakt om toegevoegde waarde te leveren aan de wereld door onszelf steeds proactief aan te passen aan de veranderende werkelijkheid. Dat kost pijn en moeite maar het transformeren zit in onze regionale genen. We hebben het zelf meermalen gedaan en doen het weer als het moet. Totdat we tot het besef komen dat die transformaties juist onze identiteit hebben geschapen en aanzien in de wereld.
Nu staat de rest van de wereld voor allerlei transformaties en kunnen we ons vermogen ook dienstbaar ontwikkelen als economie.
Dat kan op niveau van product en techniekontwikkeling (Brainport) of Design. Maar dat kan ook op gebied van transformaties van integrale zaken zoals het functioneren van de stad in een nieuw tijdperk, het centraal stellen van de evolutie van de mens (Sustainocratie) of het bewust zoeken naar harmonie met onze natuurlijke omgeving ( AiREAS, The Natural Step), enz. We hebben het allemaal.
Global issues, local solutions, global application
De huidige wereldmaatschappij wordt gekenmerkt door de grootste uitdagingen ooit voor de mensheid. Wij worden vooral geconfronteerd met onszelf. We komen voort uit een industrieel tijdperk waarin we geleerd hebben om producten massaal te vervaardigen en ze wereldwijd te verhandelen totdat er enorme economieën ontstonden. We hebben technieken ontwikkeld om dit efficiënter en grootschaliger te maken. Ook werd er gewerkt aan de psychologie van de mens via marketing technieken om zo veel mogelijk te willen consumeren. De transactie economie evolueerde van lokale productiviteit naar wereldwijde machten rondom productie, distributie en consumptie.
Over elke transactie wordt geld verdiend in de vorm van bedrijfskundige winst. En belasting geheven voor de ontwikkeling van faciliterende infrastructuur en maatschappelijke structuren rondom werkgelegenheid en sociale zekerheden. Maar nu wordt de belasting ook geheven om de gigantische gevolgen van de transactie economie het hoofd te bieden. Opwarming van de Aarde, vervuiling, klimaatverandering, stijgende zeeniveaus, migraties, “de angst voor de ander”, enz. enz.
De Staat kan zelf niet transformeren
Het geeft allemaal weer dat er zaken moeten veranderen die in die transactie economie geen verandering kunnen vinden. Ook de politiek heeft haar oorsprong in de verzuiling rond economische en transactie belangen en is amper tot niet in staat om anders met de werkelijkheid om te gaan. De politieke democratische vertegenwoordiging is niet bij machte om verantwoordelijkheid te nemen voor consequenties als haar politieke oorsprong en staatshuishouding juist voortkomt uit de probleemveroorzaker. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat de Staat wel in staat is tot zelfreflectie maar niet tot zelftransformatie. De transformatie komt altijd van buitenaf, door een alles vernietigende crisis of een beter alternatief. In Eindhoven ontstaat het betere alternatief door LID te worden van de transformatie economie (verandering) en die toe te passen op onszelf.
Eindhoven is een zelfbewuste coöperatie, niet alleen overheid
Eindhoven is geen Staat, geen industrieel bolwerk noch een logistiek centrum. Daar hebben we vleugjes van meegepikt toen die werkelijkheden overheersten. Maar nu overheersen geheel andere zaken, gigantische wereldse uitdagingen die door de gevestigde orde niet opgelost kunnen worden. Eindhoven is een flexibel bolwerk van vernuft, samenwerking en toegevoegde waarde. Eindhoven is een waardengedreven coöperatie gericht op welzijn, leefbaarheid en duurzame menselijke vooruitgang door toegepaste innovatie en creativiteit.
Als de wereld transformatie nodig heeft dan ontstaat de economie van de transformatie hier, in deze stad en regio, niet door het te verkopen maar allereerst door de transformatie zelf te zijn en dan van de ervaringen een wereldeconomie te maken.
Het is niet verrassend dat Sustainocratie in Eindhoven een juiste voedingsbodem heeft gevonden. Het is ook niet verrassend dat de Stad Eindhoven beseft dat zij niet alleen bestaat uit overheid. Zowel de overheid, bedrijven, burgers en wetenschap zijn allemaal samen LID zijn geworden van de eigen transformatie noodzaak en economie ontwikkeling door AiREAS te omarmen als eerste wereldwijde stap een gemeenschappelijke transformatieve uitdaging (gezonde stad). AiREAS is uniek en maar een begin. Het is een economie van transformaties die in Eindhoven haar wortels vindt maar tevens ook de transformatie van economieën veroorzaakt door een integrale, onbevangen en onbevooroordeelde aanpak waarin de mens en milieu centraal staan.
In dit download document kunt u het nog eens uitgebreid nalezen en zich eigen maken. Het is de werkelijkheid van Eindhoven waardoor we geschiedenis schrijven zonder dat er een “commissie” aan te pas komt. Wat wij als Eindhoven zijn bepalen we zelf.
Eindhoven is dus misschien geen culturele hoofdstad in 2018 geworden door besluit van een externe commissie maar wel wereldhoofdstad cultuurverandering en transformatie economie NU en minstens voor de komende 30 jaar vanuit onze eigen intrinsieke motivatie en gedurfde daadkracht!
Jean-Paul Close (ideologische grondlegger en praktische uitvoerder Sustainocratie).
Nu de eerst leden zich hebben aangemeld kan de VE2RS wijkcoöperatie van start in Eindhoven en omgeving. Wat kunt u verwachten?
In algemene zin gaan we experimenteren met het thema “zelfredzaamheid en samenwerking” op gebied van duurzame wijk en gebiedsontwikkeling. Een aantal zaken zijn al lopende:
1. Gemeenschappelijke inkoop van:
Energie
Stadslandbouwproducten
Workshops
Lokale recreatie
Verzekeringen
Mobiliteit
2. Samenwerking op gebied van:
Energie productie
Verbetering van de woning
Verbetering leefbaarheid
Stadslandbouw in de wijk en uw tuin
Sociale cohesie
Wijkprojecten
Advies
Wijkgezondheid
Wijkveiligheid
Wijkverduurzaming
Wijk-economie
Wijk-dienstverlening
Activiteiten
Wijk-ondernemerschap
Woonachtig in of om Eindhoven? VE2RS zal steeds verder groeien in de wijken en ontmoetingsplekken creëren waar men bij elkaar kan komen.
De wijkcoöperatie VE2RS is onder de Stichting STIR (www.stadvanmorgen.com) gestart en groeit. Vanaf het 100-ste lid zal de coöperatie zich notarieel verzelfstandigen. Wijken vormen vanaf 100 leden een eigen zelfstandige VE2RS groep volgens de algemene kaders van deze coöperatie.
Angst is een democratische drijfveer, maar niet voor altijd
De grote waarde van een democratie is dat de bevolking eens in de zoveel tijd haar volksvertegenwoordiging mag kiezen. Ondertussen is er de vrijheid van meningsuiting en het rechtssysteem om de orde een beetje te bewaken. In principe is dit een grote winst van onze organisatorische evolutie. De bevolking lijkt het voor het zeggen te hebben terwijl de regering vooral moet voldoen aan de wensen van de massa om herkozen te worden.
Maar werkt dat echt?
In Nederland leven wij in een van de rijkste landen ter wereld. Dat hebben wij voor elkaar gekregen door een sterke handelscultuur en de voorzichtigheid om voldoende sociale zekerheden op te bouwen voor als het een keer minder gaat of als we door leeftijd kunnen gaan genieten van een verzorgde oude dag. Als we dan naar de stembus gaan dan stemmen we vooral op de belofte om die luxe situatie te behouden.
We zijn namelijk bang. Bang om ons werk te verliezen, bang om de hypotheek niet te kunnen betalen, bang dat we niet meer twee keer per jaar op vakantie kunnen, bang dat we geen nieuwe meubels meer kunnen kopen, bang dat onze auto het begeeft en we niet meer kunnen rijden, bang dat we niet meer naar de dokter kunnen als we ziek zijn, bang om ons pensioen te verliezen, bang dat de buren meer hebben dan wij, bang dat de kinderen niet het beste van het beste krijgen,…… bang bang bang.
We zijn vooral bang omdat wij zelf niets in de hand hebben. We zijn voornamelijk afhankelijk van het functioneren van een economie die in handen is van allemaal onzichtbare mensen. Zolang dat goed gaat zijn we tevreden. Dan klagen we misschien dat het misschien ook beter kan maar in essentie zijn we blij dat we het allemaal nog hebben. We hoeven maar op televisie te kijken om te weten dat het ook anders kan. Maar dat is gelukkig ergens anders in de wereld, niet bij ons.
Als we dan naar de stembus gaan dan stemmen we op behoud. We zijn bang dat we onze situatie kwijt kunnen raken dus luisteren we naar de beloftes van mensen die zeggen dat ze alles in stand kunnen houden en zelf verbeteren. Sinds 2000 hebben we 6 regeringen gehad die allemaal via de stembus het mandaat van behoud kregen maar telkens dat niet konden waarmaken. Zij gingen vroegtijdig ten onder om plaats te maken voor de volgende die ons overstelpte met beloftes. Sinds 2008 is er ook nog de kredietcrisis die ons heeft aangetoond dat degenen die wij het meeste wilden vertrouwen, de banken, dit en ons spaargeld hadden verkwanseld aan allerlei twijfelachtige buitenlandse handeltjes die men financierde door onze huizenmarkt kunstmatig op te drijven en ons via de hypotheek 25 jaar lang kaal te plukken en nog banger te maken.
Ook de regering laat zien dat zij alleen maar haar beloftes waar kan maken door de rekening bij ons zelf neer te leggen. Jaren lang speelden ze onder een hoedje met de banken. In 10 jaar tijd zijn de lasten via de belastingen verdubbeld. Hoeveel kan onze angst nog verduren?
De maatschappelijke lasten via de belastingen zijn verdubbeld in 10 jaar tijd
Van angst naar moed is een kleine stap
Het wordt duidelijk gaandeweg dat de oplossing niet ligt bij angst maar bij moed. Die afhankelijkheid van allerlei onzichtbaar personen is geen optie meer als uit die onzichtbaarheid alleen maar incasso’s verschijnen waar we zelf geen enkele schuld aan hebben maar die ons via de stembus wél worden toegerekend. Wie kunnen we vertrouwen als de banken en de regering alleen maar zichzelf in stand houden en geen enkele zekerheid meer bieden voor onze toekomst? Hoe lang accepteren we nog dat de rekening om onze angst te sussen aan onszelf en onze kinderen ver in de toekomst wordt gepresenteerd? Hoe lang duurt het nog voordat het allemaal als een plumpudding in elkaar zakt en we inderdaad niets meer hebben?
Het democratische systeem is uitstekend maar evenzeer een last als het achterliggende systeem niet meer voldoet. Verandering kan dan niet zomaar organisch via de stembus omdat de massa nooit ineens geconfronteerd wordt met het inzicht van de noodzaak tot verandering. Daarvoor is men te bang. Het verleden terug verlangen is veilig en bekend. Veranderen is instemmen met het onbekende. Wie krijgt de democratische massa zover dat men ingaat op verandering als de problemen nog maar pas echt bij de deskundigen bekend zijn? Zodra de massa er mee eens is dan is de plumpudding allang in elkaar gezakt.
De oplossing moet dus van buiten de gangbare werkelijkheid komen maar wel op een nette manier. De “onnette” manier is die van de gefragmenteerde opstand zoals staking, barricadewerk en zelfs vormen van terrorisme of activisme.
In de moderne tijd is er ook een andere optie. Dat noemen wij het opzetten van de “transformatie economie”, een verandersysteem dat werkt op basis van ethiek en verantwoordelijkheid. Sustainocratie is zo’n verander economie. Men kiest in een democratie voor de afhankelijkheid en welzijn. In de Sustainocratie neemt men verantwoordelijkheid door deel te nemen aan duurzame zelfredzaamheid. Men werkt dus mee aan veranderingen die het duurzame welzijn in gevaar brengen vanuit een inzicht dat door de massa nog niet wordt gedragen.
Vertrouwen in onszelf
De enige die we kunnen vertrouwen dat zijn wij zelf. Als we vertrouwen willen uit besteden via de democratische weg dan weten we al bij voorbaat dat er niets van terecht komt zoals de situatie er NU voor staat. Daar hoeven we dan al niet meer bang voor te zijn. De angst verplaatst zich dan naar onszelf. Hoe betrouwbaar en talentvol ben ikzelf om richting te geven aan de toekomst en zekerheden te creëren waar ik en mijn omgeving wat aan heeft? Ook dat is beangstigend maar die pijn schept wel mentale ruimte om na te denken over mijn eigen rol in dit geheel? Wat doe ik eigenlijk? Hoe zelfredzaam ben ik? Hoe zelfbewust ben ik over de werkelijkheid? Als ik zo afhankelijk ben hoe zorg ik dat ik weer wat controle krijgt over mijn eigen leven?
In kringen van menselijk ontwikkeling wordt dat proces “bewustwording” genoemd. “Alles wat ik heb kan ik verliezen” en dat schept angst waar anderen gebruik of misbruik van maken. “Alles wat ik ben neemt niemand van mij af” en is de basis van het scheppen van zekerheden en zelfvertrouwen.
Wanneer wij in de Stad van Morgen praten over de “transitie economie” dan hebben we het allereerst over de verandering van mentaliteit van angst voor het onbekende naar vertrouwen in jezelf. Pas met dat zelfvertrouwen kan men de verbintenis aangaan met anderen en samen gaan werken aan hernieuwde zekerheden. Soms dient dat zelfvertrouwen op zoek te gaan naar nieuwe talenten die men vaak wel heeft maar in de afhankelijkheid wereld niet werden benut maar in die nieuwe wereld juist enorm van toepassing zijn. Die oude vaardigheden die men loslaat waren veelal kunstjes die door de omgeving werden verlangd, de nieuwe vaardigheden komen meestal van binnenuit en worden geboren uit de passie van de mens zelf. Men staat er dan ook veel authentieker mee in het leven.
Maar dat is allemaal een proces. Ondertussen gaan we naar de stembus weer in Maart 2014 voor de raadverkiezingen. Nu regeert angst nog in heel Nederland. Als we naar de raadverkiezing gaan laten dan vooral stemmen op die mensen die in staat zijn om ons de ruimte te geven om onszelf weer te ontwikkelen. De nieuwe gemeentelijke besturen kunnen faciliterend lid worden van burgerinitiatieven (géén participatie want we participeren nergens in maar nemen zelf verantwoordelijkheid) en samen gaan werken aan de transitie.
Laat Maart 2014 een stapje zijn in de omslag van een cultuur van angst naar een van zelfverzekerdheid. We willen geen rekeningen meer hebben van onze overheden maar zelf waarden creëren zodat we onze maatschappij zonder schulden zelf kunnen dragen.
Sustainocratie, de transformatie economie
U kunt ook desgewenst gratis (niet vrijblijvend) lid worden van Sustainocratie (de transformatie economie). Dat is geen politiek partij maar een verander initiatief dat helpt de maatschappelijke onbalans saneren die door angst is ontstaan, door collectieve angst blijft regeren en de zaak democratisch alleen maar verergerd. Als u lid wordt van Sustainocratie dan nodigen wij u regelmatig uit om mee te doen met de transformatie via vreedzame veranderprojecten in speciale coöperaties waar paradoxaal ook de overheid, wetenschap en het bedrijfsleven zich bij aansluit. Kijk naar bijvoorbeeld AiREAS