Dit klinkt dramatisch maar in essentie is het waar het in de huidige wereldorde om gaat. Wij hebben een wereldeconomie gecreëerd dat handelt in dode dingen waar we allemaal veel waarde aan hechten. Wij mensen kleden ons met dode materialen, eten gedood voedsel, wonen in dode stenen huizen en maken levende dingen dood om er de vele producten van te maken waar wij ons mee omringen. Er wordt aangedrongen op een groei-economie omdat we al die dode dingen een economische waarde hebben gegeven en er een sport van maken om de waarde zoveel mogelijk te optimaliseren door ermee te handelen. Een groei economie heeft derhalve behoefte aan veel meer dode dingen en speculeert ermee door een psychologisch gevoel van tekort te veroorzaken in de menselijke mentaliteit van hebzucht.
De complexe dualiteit van de mens geeft ons een keuze
Door deze focus op dode dingen is onze aandacht verdwenen over de essentie van alles, het leven. Niet voor niets worden wij mensen nu gezien als 6e oorzaak van massavernietiging van het leven op Aarde sinds het ontstaan van onze planeet. Dit intense drama speelt zich onder ons af en is zichtbaar door de vele vluchtelingen, armoede en vervuiling in de wereld. Wij hechten zoveel waarde aan deze economie van de dood dat we het leven erbij laten. Maar de mens heeft een keuze. Kiezen wij voor het leven? Of de dood? Welke rol speelt Eindhoven of Nederland in deze? Welke beweging ontstaat er in de wereld? Wat doet de Stad van Morgen?
Inspirator: Jean-Paul Close
Locatie: Fontys Hogeschool te Eindhoven, Rachelmolen 1, lokaal 0.13
De STIR avondinspiratie van 20 januari stond in het teken van de consequenties van niveau 4 gebiedsontwikkeling, ofwel Sustainocratie. Bij de vraag wat dit nu betekent voor alle belangenpartijen (overheid, bedrijfsleven, wetenschap, burgers, de andere niveaus, het wettelijke systeem of het geld) kwamen we al snel allereerst op het voorbeeld van participatief onderwijs dat we toepassen in het Erasmus+ programma met Turkse jongeren en ook neer trachten te leggen bij het Nederlands onderwijs.
Erasmus+ groep uit Turkije
Participatief onderwijs gaat uit van betrokkenheid bij de ontwikkeling van de Sustainocratische kernwaarden in de maatschappij. Door de leerweg van een beroepskeuze uitnodigend toe te passen in een concrete en reële alledaagse uitdaging worden de jongeren geraakt waardoor ze in enkele dagen leren en borgen wat in cognitieve overdracht jaren duurt of zelfs nooit plaats vindt. Dit (levenslang) leren door participeren verlangt een geheel andere leeromgeving en begeleiding dan het traditionele klassikaal verblijf. Het gaat namelijk niet primaire om de theorie maar de praktische toepassing ervan voorafgaand aan het leerproces. De onderwijzer wordt coach in een productief lerende omgeving. Daarin kunnen tegelijkertijd verschillende leerwegen samenkomen die elk de ruggespraak met een of meerdere docenten verlangen. Als voorbeeld nemen we de jongeren uit Turkije die gevraagd worden te helpen in onze communicatie met de Turkse gemeenschap in Eindhoven. De jongeren projecteren de hulpvraag op hun studierichting en passen die toe door iets te creëren, zoals een website, posters, een theatershow of presentatie. In korte tijd leren ze omgaan met de technieken, de maatschappelijke uitdaging, de praktijk issues in verschillende landen en zichzelf positioneren in deze werkelijkheid met eigen talent, inzicht, motivatie en waarde gedreven inzet.
Theoretiseren gebeurt met terugwerkende kracht, verbindend met daadwerkelijke beleefde ervaringen. Zo bereiken we een ongekend patroon van waardengedreven kennisontwikkeling maar ook commitment aan maatschappelijke uitdagingen.
Burgerschap
“De jeugd staat relatief onbevooroordeeld open voor nieuwe kennis en vaardigheden”, suggereerde iemand die aanwezig was. Toen kwam de vraag hoe we andere en oudere burgers mee kunnen krijgen in dit soort waardecreatie processen? Dit was een boeiende kwestie omdat het alle verhoudingen raakt van een mens in relatie tot de omgeving en dat wat men verwacht van burgerschap in de diversiteit van paradigma’s waar we op verschillende niveaus waarde aan hechten. En wat motiveert mensen? In een economisch gedreven speculatieve omgeving gaat het vooral om geld en de afhankelijkheid daarvan. Iemand meekrijgen in waardecreatie verlangt een positieve prikkel én beloning. Beloning wordt zeker niet altijd in geld uitgedrukt maar in wederkerigheid.
De Turkse studenten werden bijvoorbeeld beloond met inzichten, kennisontwikkeling en praktische vaardigheden. Maar voor de gemiddelde burger is dat niet zo. Mensen die geen financiële zorgen hebben, zoals degenen met een pensioen of een uitkering zijn geneigd een zinvolle daginvulling te zoeken in de wereld van vrijwilligers werk. De beloning is dan de dagbesteding en de relatie met andere mensen of situaties.
Maar mensen die financiële verplichtingen hebben zijn minder geneigd mee te doen met maatschappelijke waardecreatie omdat er geen beloningsstructuur tegenover staat waar men wat mee kan rond deze verplichtingen. De kernwaarden zelf zijn niet te koop en vergen bewustzijn en cocreatie. De beloning van een gezonde levensstijl en leefomgeving betaalt niet de hypotheek in handen van vastgoed gedreven manipulatie noch eten uit de supermarkt.
Men wordt dus aangestuurd door de geldgedreven belangen. Sociale innovatie is daarom beperkt mogelijk. Alleen bijvoorbeeld als het valt binnen de economische sfeer zoals verandering in consument keuzes, waarbij prijs nog altijd sturend blijkt. We zien daarbij ook dat een belangrijk deel van het bestaande beloningssysteem bijdraagt aan de problemen, niet de oplossing. Denk aan de vervuiling van woon werk verkeer.
Dit brengt ons op de behoefte aan een nieuw waardesysteem dat participatie in waardecreatie opvangt.
De optie van twee waardesystemen
Met een enkel waardesysteem, de Euro, dat zich heeft ontwikkeld tot speculatief systeem, wordt waardecreatie niet beloond. Het wordt vaak zelfs gezien als risico omdat innovatie de gevestigde orde ter discussie zou kunnen stellen. Dat hoort namelijk bij verandering. Door een andere (lokale) waarde-eenheid te introduceren, die de transitie vorm geeft vanuit kernwaarden, dan zien we dat, wanneer de handel terugvalt de creativiteit toeneemt en andersom, wanneer de handel toeneemt komt creativiteit in verval. Beide systemen vullen elkaars gaten waardoor een harmonieuze samenhang kan ontstaan.
Als men niet met een duaal waardesysteem wil werken dan dient men de resultaten van speculatie evenredig te belasten om zo waardecreatie (niet de bureaucratie) te voeden. Dat is vaak lastig omdat speculatie te maken heeft met hebzucht en machtsbelangen die zich niet zomaar laten belasten en eerder een lobby vormen om dat juist niet te doen.
Dat brengt ons op ondernemerschap. Het gros van het huidige ondernemerschap voegt geen waarde toe maar handelt speculatief met waarden die elders zijn gecreëerd. Men speculeert door te concurreren. Deze marktconfrontatie zorgt voor waardeonttrekking in de keten zodra er meer dan 2 concurrenten optreden in een marktsegment. Belangrijker is de creatieve waarde van disruptieve innovatie van het bedrijfsleven, ofwel het creëren van iets totaal nieuws dat zich laat stimuleren door aandacht voor onze kernwaarden. Dit is de basis voeding van een harmonieuze economie, niet groei. Groei is slechts een natuurlijke bevestiging van ruimte en aandacht.
Waarde gedreven ondernemerschap kan nooit alleen verantwoordelijkheid nemen. Dat dient in de context geplaatst te worden van onze collectieve verantwoordelijkheden. Dat noemen we multidisciplinair, context gedreven ondernemen, ofwel het piramide paradigma of 4 x winst model.
Het brengt ons automatisch op multidisciplinaire cocreatie als waardecreatie systeem met faciliterende aandacht van de lokale overheid.
De overheid is de volgende die de consequenties aanvaardt. In plaats van zich duaal te richten op infrastructuur ontwikkeling, belasting inning en bureaucratische regelgeving, wordt het partner in haar eigen maatschappelijke cocreatie rond menselijke kernwaarden. Dat vergt een grote omslag daar de overheid de laatste decennia de aandacht vooral heeft gevestigd op economische groei met steun en stimulans van speculatie, met bankbelangen, in plaats van harmonisering en vernieuwende ideeën.
“Niet top down, niet bottom up, maar allemaal tegelijk!” was de boodschap van een van de betrokken wethouders. Zeggen is een, vormgeving en deelname is iets heel anders.
Financiële modellen staan ter discussie en verlangen creatieve innovatie. Nu wordt de overheid nog gefinancierd vanuit BTW (consumeren), IB (contract arbeid) en VB (winstgevend speculanten) met wat gasbaten (9%). Dit model voedt het probleem van de maatschappelijke onbalans. Loslaten kan de overheid niet want alles is gestoeld op dit inkomstenpatroon. Er dient dus iets nieuws te ontstaan waardoor de overheid mee kan opbouwen aan de vernieuwing terwijl het oude wordt afgebouwd. Datzelfde geldt ook voor het bedrijfsleven, de zekerheden van de bevolking, het onderwijs enz. Ook het juridische systeem kan op de schop omdat het modellen in stand helpt houden die uit de tijd zijn, inclusief justitie zelf. Denk aan de solidariteit wetgeving die participatie in zorg uitsluitend uitdrukt in geld in plaats van zorg voor elkaar.
Tot slot zien we dat de doorbraak tot niveau 4 gebiedsontwikkeling voortkomt uit de aanwezigheid van de eerste 3 niveaus, inclusief slimme hulpmiddelen en prikkels voor innovatieve ontwikkelingen. Maar als niveau eenmaal is bereikt dan stelt de kernwaarden gedreven werkelijkheid de onderliggende structuren weer ter discussie omdat ze meestal niet voldoen aan de nieuwe context van niveau 4. Kijk bijvoorbeeld naar de plannen rond de luchthaven van Eindhoven. Maar verandering brengt nieuwe werkgelegenheid, betrokkenheid en inspiratie.
Vanuit de context `health deal` ontstaat een geheel andere mobiliteit dan toen `economische groei` voorop stond. Alles staat ter discussie.
Conclusie
De consequenties van Sustainocratie zijn gigantisch en alles omvattend. Door de evolutie naar niveau 4 van gebiedsontwikkeling ontstaat een geheel nieuwe onderlinge relatie tussen mensen, instanties, middelen en betrokkenheid. Er ontstaat een vibrerende gemeenschap waarin alles kan mits het bijdraagt aan de duurzame ontwikkeling van onze kernwaarden.
Met dank aan LinkedIn en de TED contributie van een onderzoek Psychologe van Harvard, Amy Cuddy, hebben we nu een boeiend idee hoe men bij een eerste ontmoeting naar een ander kijkt.
Bij een ontmoeting gaat dit natuurlijk op aan beide kanten. In een wereld van economische belangen vertaalt `vertrouwen` zich al snel in een innerlijke vraag `gaat deze persoon iets van mij wegpakken?´. In intercultureel onderzoek van de Stad van Morgen rond de `angst voor de ander` is dit een prangend aspect dat de sociale relaties met migranten vaak in de weg staat. De Nederlander staat bekend als iemand die een ander op straat scherp aankijkt. Een andere cultuur heeft daar moeite mee. Het enige wat de Nederlander wil is een korte groet. Dit wordt ervaren als een teken van `ik ben te vertrouwen` waardoor de angst of twijfel verdwijnt en de aandacht onmiddellijk verslapt. Men zoekt geen contact maar het wegnemen van onzekerheid. In andere culturen is `elkaar negeren` ook zo´n aspect met de achterliggende gedachten dat `als ik laat blijken dat iemand voor mij niet bestaat dan is het ook geen gevaar tenzij anders blijkt´.
In de Stad van Morgen doen we aan dynamisch en multidisciplinair clusteren van mensen en instanties rondom processen van waardecreatie. Clusteren rond samenwerking en innovatieve productiviteit ontstaat pas als men zich verbindt aan de uitdaging. Vaak komen mensen of bedrijven binnen met de uitstraling `ik kom halen wat er te halen valt´ in plaats van `ik kom helpen om iets van waarde te creëren´. De eerste groep is niet in staat te verbinden en de tweede juist wel.
De eerste groep heeft zich sterk afhankelijk gemaakt van economische belangen, vaak door verplichtingen zoals een hypotheek of maandelijkse lasten, of de druk van een acquisitie/geld gedreven instelling. Zulke mensen en instanties komen niet ver in de Stad van Morgen omdat men onbetrouwbaarheid uitstraalt door gebrek aan verbinding en de focus op korte termijn financieel resultaat zonder bij te dragen aan het waardecreatie proces waaraan het financiële resultaat kan worden ontleend. In feite ontstaat dan waarde-onttrekking, hetgeen de basis blijkt van alle politieke-economische en sociale problemen van deze tijd.
De tweede groep straalt betrouwbaarheid uit door zelfvertrouwen en betrokkenheid bij een waardengedreven proces. Zij verbindt wél en in de multidisciplinaire context krijgt toegang tot de middelen die vrijgemaakt worden om het waardecreatieproces vorm te geven. Men verdient dus twee keer, de eerste keer door betrokkenheid en de tweede door het uitvergroot proces van gecreëerde waarden.
Dynamisch clusteren in de Stad van Morgen draait dus om de energie van de eerste indruk in wederzijdse zin. Als vertrouwen er niet is dan ontstaat er geen band en als vertrouwen geschaad wordt dan loopt een cluster de kans om uit elkaar te vallen. In een werkelijkheid waarin we allemaal door de Staat tot een schuldsituatie gedwongen worden is de Staat de eerste instantie die betrouwbaarheid problemen heeft waardoor sociale cohesie alleen mogelijk blijkt als men zelf anders in de werkelijkheid gaat staan dan de huidige Staat opdraagt. “Het falen van de Staat” is een werkstuk dat draait om de band tussen de gemeenschap en de individu. Als deze band verdwijnt door gebrek aan onderling vertrouwen en respect dan is er geen gemeenschap meer.
De grote maatschappelijke omslag is er dus een op basis van vertrouwen en die kan alleen worden bereikt als we doorbreken in de productiviteit van een participatiemaatschappij (sustainocratie – niveau 4 gebiedsontwikkeling) waarin de Staat faciliteert en de waarden onderling worden gecreëerd en verdeeld in plaats van geroofd door bank en overheid met apathie of anarchie tot gevolg. Multidisciplinaire cocreatie is de weg vooruit en de eerste krachtige voorbeelden zijn zichtbaar geworden in AiREAS, FRE2SH en STIR Academy. Het warme gevoel overheerst en zorgt ervoor dat het groeit alsof we bezig zijn met onze eigen maatschappelijke klimaatverandering.
Introductie: In de hele wereld ontwikkelen gebieden zich met de intentie van burgerparticipatie. Dat kan op twee manieren worden uitgelegd:
1. De burger mag meepraten maar de bestuurlijke hiërarchie is de baas.
2. Zowel bestuur als burgers leven zich in in kernwaarden en nemen samen verantwoordelijkheid.
Dit laatste is waar het college over gaat. Wat betekent dit voor een gebied, de bestuurders, ambtenaren en burgers of ondernemers. Wat betekent dit voor het onderwijs?
Recent werd de vraag gesteld of er meer mensen waren die de rol van Sustainocraat konden vervullen? Dit komt omdat de overheid bepaalde kerntaken niet vanuit een hiërarchische (zorgstaat) positie kan aanpakken maar multidisciplinair dient samen te werken om tegelijkertijdzowel een bestuurlijke, sociale, ondernemende en economische cultuur te transformeren. Als de overheid het eenzijdig wil doen dan groeit de regelgeving, bureaucratie en maatschappelijke last ten kosten van arbeid en flexibiliteit. Als de burgers het eenzijdig willen doen dan ontstaat een opstand en chaos. Om het tegelijk te doen is er kernwaarden gedreven overleg, prioriteitstelling en stapsgewijze multidisciplinaire samenwerking nodig.
MIT’s Precensing Institute van Otto Scharmer en Peter Senge noemt het niveau 4 gebiedsontwikkeling (Global Eco-systems).
Hoe kom je van niveau 1 tot niveau 4?
In oktober 2015 verscheen er een rapport van een externe onderzoeksorganisatie (Venture Springs) die in opdracht van het bestuur van Eindhoven een aantal Smart City initiatieven had bestudeerd. Stad van Morgen initiatief AiREAS werd als een van de weinige niveau 4 initiatieven gekenmerkt.
Samenwerking is heel iets anders dan co-creatie. De meeste organisatievormen, inclusief de overheid bevinden zich op niveau 1, 2 of 3. Om tot niveau 4 door te dringen dient de eigenheid zich te verbinden op basis van gelijkwaardigheid en veiligheid rondom universele kernwaarden in plaats van eigenwaarden. Dat kan alleen als de eigenwaarde goed gedefinieerd is en men zich van daaruit zonder angst kan verbinden met de multidisciplinaire gemeenschap. De overheid stapt opzij van hiërarchische baas naar faciliterende partner, de andere partners stappen in de groep vanuit toegevoegde waarde, betrokkenheid en innovatiedrang.
In de ruimte die ontstaat positioneert de Stadvan Morgen haar Sustainocratische samenwerkingsprocessen
De Sustainocraat is de onafhankelijke mens die vanuit die hoedanigheid het complexe instrumentarium van de mens (gebiedsbestuur, kennis, ondernemerschap, gedragsmentaliteit) om zich heen vergaart om tot een authentieke, gedreven en fundamentele samenspraak te komen dat leidt tot unieke en ongekende creaties.
De sustainocraat positioneert zich altijd in de harmonie van Sustainocratie en accepteert dat een groot deel van de omgeving elders verkeerd in de cyclus.
In de huidige menselijke wereld is harmonie ver te zoeken en beleven we vooral verval en chaos (de onderste helft van de cyclus), ondanks de politieke – economische verhalen en kapitaalinjecties die uit eigenbelang e.e.a trachten te maskeren. De publieke uitingen daargelaten is er op de voor en achtergrond vooral veel gaande om de chaos te overstijgen naar een nieuwe menselijke en natuurlijke fase van harmonie. De uitnodigende kracht van de Sustainocraat is gericht op alle sectoren tegelijkertijd.
De techniek is uniek en ongekend. Het is de laatste 5 jaar in de Stad van Morgen geperfectioneerd en er zijn verschillende Sustainocraten in opleiding die de rol van verbindende, waardengedreven tafelvoorzitter kunnen vervullen in de vele coalities die we vormen. De verwachting is echter dat we er veel en veel meer nodig zullen hebben de komende tijd. Daar zijn hele goede redenen voor.
Sustainocraat zijn is een vak apart. De status van volledige onafhankelijkheid schrikt velen af omdat we vaak gewend zijn om te werken op basis van ondergeschiktheid. Ook de economische resultaatgedreven organisatie rondom een sustainocraat wordt niet altijd meteen begrepen. Voorbereidingen worden getroffen in de transitie van onze maatschappelijke context om die obstakels te overbruggen.
Ondertussen nodigen wij belangstellenden uit tot een kennismakingsworkshop rond het 21e eeuwse beroep “Sustainocraat”.
De kennismakingsworkshop:
09:30 – 12:00 – de basis van Sustainocratie
13:30 – 15:30 – oefeningen
15:30 – 17:00 – overleg vervolg
Kosten: 80€ (ex btw) per persoon – inclusief boek, lunch, koffie en thee.
Introductie: Steeds vaker wil men zijn of haar leven integreren in de dagelijkse praktijk en niet wonen werken en leven als iets afgescheiden van elkaar. Mensen raken hierdoor opgebrand en verliezen zo hun levensveerkracht. Nu is werk vaak extern georiënteerd en wordt werk meer gezien als een soort transactie, is vaak concurrentie gericht en wordt zo het maken van vergelijkingen een stressvolle routine.
Wat als je nu gaat leven vanuit je essentie, vanuit je unieke menselijke kern die je bent en daarbij bewust wordt welke boodschap en bijdrage je leven te geven heeft aan je zelf, gezin, samenleving en van daaruit je levens-ondernemerschap opzet?
Studies tonen aan dat purpose oriented mensen een hoger welzijn (be)leven, groter sociaal impact hebben en betere maatschappelijke ontwikkelingen op weg helpen.
Het is een uitnodiging om anders naar werk te kijken en je leven een vervullend doel te geven i.p.v. alleen een financiële oriëntatie.
Binnen deze 3 daagse training komen verschillende bezielde en praktische aspecten aan de orde en ga je met je eigen levensverhaal positief aan de slag. In uitnodiging en in ontwikkeling naar je eigen innerlijke creativiteit en creatieve mogelijkheden. Vanuit een empathische benadering leer je je innerlijk leiderschap ontwikkelen om dit vervolgens purpose gericht in de praktijk te gaan brengen. Alleen of in co-creatie.
Trainingsdagen:
Zaterdag 9 januari
Zaterdag 6 februari
Zaterdag 27 februari
Tussentijds zijn zowel persoonlijke 1 op 1 gesprekken en/of telefonische begeleiding mogelijk. Mocht blijken dat er behoefte is aan uitbreiding van een dag of dagen dan is dat altijd mogelijk.
Inhoud in grote lijnen:
< Inzicht in de transformatie die gaande is.
Zichtbaar maken 2 wereldbeelden van economische oriëntatie naar mensgerichte oriëntatie.
Wat is en wanneer ben je purpose oriented?
Gezin is ook een organisatie
Positief in je levensverhaal – wat is je boodschap?<
Leiderschap – leiderschap in stilte en actie
Angst, Liefde en Moed
Psycho-spirituele aspecten van het beperkte zelf en het grotere Zelf
Kernwaarden van het bestaan.
Hoe nu verder?
Tijdens de training komen verschillende voorbeelden van mensen die een purpose georiënteerd leven hebben in beeld, alsook de mogelijkheid met hen te verbinden.
Tijd en locatie: 10.00 – 17.00 uur STIR Academy Eindhoven, Daalakkersweg 2, 3e verdieping lokaal 178. Mogelijkheid bestaat dat een van deze dagen op een FRE2SH locatie wordt gegeven.
Kosten van deelname en begeleiding 750€ exl. BTW per persoon.
Paul experimenteert al jaren met levend en eetbaar groen in de stad. Nu verbouwt hij vooral op strobalen en doet dat op zeecontainers in stadsdeel Strijp-S. Verbouwen op strobalen heeft enorme voordelen volgens Paul zeker als we ons realiseren dat de bodem in een stad veelal nog vervuild is door oude industriële activiteiten uit het verleden of dat er veel beton en stenen in de grond zitten die stadslandbouw moeilijker maken. Als het aan Paul ligt wil hij veel meer en grootschalig gaan (samen)werken met levend (eetbaar) groen in de stad en verbanden leggen met waterhuishouding en luchtkwaliteit (AiREAS). Vanavond vertelt hij over zijn ervaringen en plannen.
Je loopt zo rond tijdens de Dutch Design Week in Eindhoven en dan sta je ineens oog in oog met de Afgaan Massoud Hassani. Ik ben op zoek, samen met STIR partner en Turk Rustem en zijn vrouw Dilek, naar inspirerende samenwerking voor ons uitwisselingsprogramma van studenten die we bewust willen maken van allerlei werkelijkheden en de menselijke kernwaarden.
De werkelijkheid van Massoud ontstond in Afghanistan waar hij als kind speelde in een door landmijnen vervuild landschap. Toen hij naar Nederland kwam zag hij speelgoed dat een bron van inspiratie werd voor het ontwerp van een mijnenveger in de vorm van een GPS gestuurde bol.
Het is natuurlijk fantastisch dat een van de kernwaarden van Sustainocratie, veiligheid, op zo’n manier aandacht krijgt. De agressie van landmijnen is al erg genoeg, de perverse economie er achter is nog verwerpelijker. Dat uiteindelijk dit met bamboe, plastics en een nobel design aangepakt kan worden, om veel menselijke slachtoffers te voorkomen in die vervuilde gebieden, is geweldig. Van het een komt het ander en ontwikkelt hij drones die helpen bij het in kaart brengen van de onveilige gebieden.
Bezig zijn met menselijke kernwaarden blijkt wederom verbindend te werken. Met onze studenten gaan we ook met deze inspiratie aan de slag.
Dit jaar heb ik besloten om te kijken naar de creatieve geest in Eindhoven door de ruim 400 initiatieven te bezoeken die verspreid over de stad zich presenteren tijdens DDW2015. We zijn nu op de helft van de Dutch Design Week en ik bruis van enthousiasme. Het gaat mij niet alleen om de kunst en kitsch die ik tegen kom maar vooral om al die geweldig gedreven, vriendelijke en uitnodigende mensen die hun passie delen zonder dat het een verkooppraatje wordt. Of het nu gaat om hightech applicaties op gebied van gezichtsherkenning, mozaïek kunst of metaalbewerking. Allemaal even vriendelijk, uitnodigend en sympathiek.
Tussendoor staan allemaal eettentjes, wordt muziek gemaakt of kunnen we kijken naar een dans of theater optreden. Het is een en al feest, waar je ook komt. Er is geen reden om iets te missen. Gratis bussen verbinden de lokaties!
Deze blog gaat over 4 niveaus van verstedelijking. Drie ervan zijn hiërarchisch ingericht, de vierde is sustainocratisch. De stap van 3 naar 4 is ingrijpend en zeker als het zich blijvend dient te integreren in een duurzame stedelijke eco-dynamiek. Zover zijn we nog niet. Niveau 4 manifesteert zich als dieper bewuste oplossing en transformatief spanningsveld tegelijkertijd.
Volgens een extern rapport voor het gemeentebestuur van Eindhoven is het AiREAS initiatief van de Stad van Morgen (STIR) een niveau 4 manier van verstedelijking. Het is tevens een van de weinige, zoniet enige in de wereld dat stand houdt onder druk van de drie hiërarchisch gestuurde onderlagen. Hoe zit dat met die 4 niveaus en waarom is niveau 4 zo uniek, belangrijk en kwetsbaar?
Het eerste niveau van verstedelijking is het ontwerp van een basis-infrastructuur. Er zijn wegen nodig maar ook riolering, elektriciteit, voorzieningen, enz. Dat geldt voor elke stad waarin natuurlijke diversiteit de identiteit van de stad bepaald. Een havenstad is anders dan een stad op een logistiek knooppunt of handelsroute. In de basis infrastructuur treffen we de geschiedenis van zo’n stad, met oude stadsmuren, kerken, kastelen, kades en bestrating. Hele woonwijken, winkelgebieden en kantoorcentra behoren tot het uiterlijk van een stad.
Het tweede niveau verbindt de verschillende infrastructuren om stadsmanagement efficiënt en effectief te maken. Denk aan de manier waarop elektriciteit wordt afgestemd op vraag in seizoenen of wegen worden afgestemd op bereikbaarheid van winkelcentra of ziekenhuizen. Om de investering in infrastructuur te kunnen financieren draait het in de stad om geld via belastingen. Door de hiërarchische positie van de stad in een land int de staat het grootste deel van de belastingen en wordt het stadsbestuur onderdeel van het landsbelang. Men krijgt middelen toebedeeld volgens een verdeelsleutel waarin het bureaucratische landsbelang de overhand heeft.
Het derde niveau kennen we als de Smart City. Door toepassing van technologie wordt gedrag gecontroleerd, systemen geïntegreerd en belangen tussen institutionele partijen (overheid, bedrijfsleven en onderwijs – triple helix) onderling afgestemd volgens de politieke en economische sturing. Smart betekent “slim” maar dat kan op verschillende manieren uitgelegd worden. Technologie in handen van bureaucratie en controle heeft een hele andere slimme structuur dan technologie voor maatschappelijke cocreatie en productiviteit samen met de burgers. Niveau 3 is van groeiend belang gezien de uitdagingen van deze tijd. Drinkwater wordt schaarser en intelligente distributie en verwerkingssystemen zijn belangrijk. Steden zijn dichtgemetseld met asfalt, cement en glas waardoor de klimaatverandering en bijbehorende regelval of hitte perioden speciale aandacht vragen voor slimme oplossingen, vaak met terugkeer van de natuur in de verstedelijking maar ook de inzet van de bevolking zelf uit eigen wel-belevingsdrang.
Niveau vier wordt bereikt wanneer de instellingen zich bewust worden van hun eigen en stedelijke kwetsbaarheid door structurele afhankelijkheid van geld met goederenstromen van buiten de stad zonder dat er lokale productiviteit tegenover staat. Of de toename van verwijtbare problemen zoals vervuiling, armoede ontwikkeling en kostbare remediale infrastructuur en zorg oplossingen die niet meer via belastingen te dekken zijn. Geld van stedelijke productiviteit verdampt naar buiten de stad via landelijke belastingen of bedrijfskundige concentraties elders. Hierdoor komt het stadsbestuur in de klauwen van hogere economische en politieke belangen terecht terwijl het wel de lokale politieke, economische en maatschappelijke verantwoordelijkheid draagt. Als men echt wil besturen dan dient de stad gezien te worden als een centrum van authenticiteit door zich veel onafhankelijker op te gaan stellen. Dat kan alleen door de bevolking aan te sporen medeverantwoordelijkheid te nemen voor de ontwikkeling van de stad. Economische drijfveren zijn dan te onpersoonlijk en nog ondergeschikt aan de afhankelijkheid structuren. De grote uitdagingen van deze tijd brengen ons al snel op menselijke kernwaarden waar men zich wél persoonlijk voor in wil zetten. Die ontwikkelingen vallen echter buiten de economische patronen van oude geïndustrialiseerde belangen die eigen zijn aan de onderliggende niveaus. Een nieuw waardesysteem is nodig op lokaal stadsniveau.
Waar slimme infrastructuur keuzes en speculatieve groeipatronen rondom economische geldbelangen nog vanuit de bestuurlijke hiërarchie gecoördineerd konden worden wenst het productief nastreven van kernwaarden voor de mens en natuur een andere relatie tussen de omgeving en het gedrag van het bestuur en de bevolking. Niveau 4 draait om heel andere doelstellingen dan de onderliggende niveaus. Paradoxaal zijn de eerste 3 niveaus nodig om ze daarna via niveau 4 te gaan aanpassen aan een nieuwe complexiteit. AiREAS streeft naar gezondheid en luchtkwaliteit, FRE2SH naar stad/platteland productiviteit en samenredzaamheid, de STIR leercoöperatie naar levenslang leren, SAFE naar de innovatieve transitie voor onafhankelijkheid van gevaarlijke grondstoffen. Kernwaarde gedreven samenwerking is de essentie van menselijke maatschappijvormen waarbij we allemaal verantwoordelijkheid nemen en investeren in ons integrale welzijn. De stedelijke ontwikkeling tot en met niveau 3 was gebaseerd op bestuurlijke en economische afhankelijkheid. Niveau 4 draait echter de zaak om en stuurt aan op gemeenschappelijke verantwoordelijkheid en productiviteit.
Het stadsbestuur reguleert niet op niveau 4 maar faciliteert door ruimte te scheppen voor innovaties en samenredzaamheid. De kwetsbaarheid door afhankelijkheden mindert omdat mensen verantwoordelijkheden nemen die de ruimte opvullen. Als de menselijke en natuurlijke kernwaarden van Sustainocratie centraal komen te staan, om de balans te herstellen tussen mens en omgeving, dan dient de bevolking en het bestuur samen een waarde en niet geldgedreven interactie aan te gaan. Dat laatste vormt een probleem ten opzichte van de onderliggende bestuurlijke gelaagdheid. Niveau 1, 2 en 3 zijn opgebouwd door economische en politieke lobbies op gebied van vastgoed, constructiewerken en technologie. Op niveau 4 gaat de aandacht naar geheel andere zaken die de lobby aantasten. Bestuurders die op niveau 4 actief willen zijn krijgen al snel te maken met moties van wantrouwen en tegenwerken op de onderliggende niveaus die het liefst alleen maar groei wensen uit economisch eigenbelang.
Stad van Morgen biedt de doorbraak zonder amper bestuurlijk risico. Door de Sustainocraat te positioneren op niveau 4 en het bestuur van niveau 3 uit te nodigen naar een werkelijkheid van multidisciplinaire samenwerking op basis van menselijke kernwaarden, kan het bestuur amper weigeren. Niveau 4 is dan een populair initiatief waar het bestuur zich bij dient aan te sluiten als het voeling wil blijven houden met de gemeenschap en optimaal wenst te profiteren van de inzet van de eigen bevolking. Dat is tevens het argument naar de oude lobby die zich dient te schikken in de nieuwe verhoudingen die ontstaan en waar de bevolking verantwoordelijkheid voor neemt.
Eindhoven is pionier dankzij de relatie Sustainocratische Stad van Morgen (niveau 4) en Slimme Stad van Vandaag (niveau 3).