Zelfsturende teams bestaan niet

Dat is natuurlijk een spannende opmerking van iemand die dagelijks bezig is met hiërarchieloze, zichzelf sturende structuren, zoals natuurlijke en menselijke eco-systemen binnen de maatschappelijke leer-experimenten van Stichting STIR. In de Stad van Morgen mengen we individueel zelfleiderschap net zo gemakkelijk met bestuurders van strakke hiërarchische organisaties, eigengereide wetenschappers en “machteloze” burgers in eenzelfde zichzelf sturend team. Hoe zit dat dan met de opmerking dat dit soort teams niet bestaan?

Als we kijken naar al die cursus aanbiedingen rond zelfsturende teams dan valt op dat men het allereerst heeft over “het scheppen van de voorwaarden” of “de organisatie om de teams heen”. Organisaties die het hebben over zelfsturing willen vooral dat hun personeel meer eigen verantwoordelijkheid draagt en initiatief neemt, alleen of in teamverband. Op zich is daar niets mis mee en vaak zelfs erg noodzakelijk in een sterk veranderende omgeving waarin een “hiërarchische toestemmingscultuur” alleen maar de nodige flexibiliteit en daadkracht weghaalt uit een proces. De oude tijd van een “baas met zijn hulpjes” is getransformeerd naar “met experts omringde zelfstandige operationele samenwerkende krachten”.

hierarchie-238x300
Hierarchy: Top level people look down and only see shit. Lower level people look up and only see assholes. 
Dood of leven 3
Het Stad van Morgen dynamisch cluster proces op basis van gelijkwaardigheid

In het geval van de Stad van Morgen gaan we zelfs een grote stap verder. We hebben niemand op de loonlijst en de teams kunnen variëren tussen enkele personen tot duizenden samenwerkende individuen en een grote diversiteit aan instanties. Als we het geheel tillen naar het niveau van een Sustainocratie dan betrekken we met evenveel “gemak” hele regio’s met miljoenen mensen, bedrijven, overheden en wetenschappelijke instellingen. Dynamisch clusteren noemen wij dit waarbij teams zichzelf vormen en verbinden aan de hand van prikkelende motivatie, doelgerichtheid en eigenbelang.  Maar in hoeverre is er sprake van zelfsturing?

Zelfsturing betekent dat men zelf richting bepaalt en vervolgens daar keuzes en acties op afstemt. We hebben allemaal te maken met deze vorm van zelfsturing als we in het dagelijks leven willen bepalen waar we willen werken, wie onze levenspartner wordt en hoe we ons in onze dagelijkse behoeften voorzien. Maar zelfs dan liggen er in de kern voorgeprogrammeerde prikkels die onze vermeende zelfsturing sturen. Onze genetische drang naar het opbouwen van een of meerdere intieme relaties geeft ons weliswaar de schijnbare vrijheid van het kiezen van wie die uitverkorene zou moeten worden maar binnen die keuzeprocessen liggen allerlei zintuiglijke prikkels die onze keuze bewust of onbewust manipuleren en beïnvloeden. De vrijheid van keuze wil nog niet de vrijheid van sturing weergeven. Er is altijd een sturend belang.

Binnen een organisatie, waar personeel een gesalarieerde functie bekleedt, is ondergeschiktheid en loyaliteit aan de belangen van de organisatie essentieel. Dat is op zich al sturend. Dat men daarbinnen de mogelijkheid krijgt om zelf te kijken hoe dit belang het beste gediend kan worden behoort amper tot zelfsturing. Het zou pas zelfsturing zijn als men ook het belang van de organisatie ter discussie zou mogen stellen en uiteindelijk veranderen. Denk aan zelfsturende teams in een zorginstelling. Zij dienen zorg te verlenen. Mocht die zorginstelling lid worden van een Sustainocratisch proces in de Stad van Morgen, waarin we “zorg voor gezondheid” trachten te organiseren in plaats van “gezondheidszorg”, dan zouden de betrokken personen zelfsturend mee gaan werken aan het ter discussie stellen van hun eigen broodheer. Er is dus altijd een kader en doelgerichtheid waarin men al dan niet met een zekere vrijheid zelf kan handelen zonder dat dit vooraf gebeurt met toestemming van een baas. Hoe scherper de kaders des te “vrijer” het personeel of betrokken deelnemers kunnen handelen, ook in het aangeven en nastreven van haalbare doelstellingen maar altijd binnen de kaders.

In Sustainocratie is het democratische kader duidelijk. De 5 natuurlijke en menselijke kernwaarden zijn sturend voor ons zelfleiderschap en de complexiteit van organisatie, innovatie en gebiedsontwikkeling. Deze kernwaarden zijn historisch, wetenschappelijk en praktisch empirisch onderbouwd. Zodra men deze kernwaarden aanvaardt, ongeacht status of autoriteit, dan ontstaat vanzelf het zelfsturende karakter van het zoeken naar verbindingen met anderen die ook die aanvaarding hebben gedaan. Het doel en de richting is dan voor iedereen duidelijk alleen nog niet hoe men het bereikt. Het dynamische clusteren geschiedt dan door het doen van voorstellen, kiezen van prioriteiten en het nemen van initiatief. Vaak is dat “iemand” die het voortouw neemt en allerlei mensen en instanties om zich heen verzameld die waarde kunnen toevoegen aan de missie. Als de groep eenmaal geformeerd is en met elkaar in staat blijkt om een commitment te geven voor een groepsproces met een beoogd eindresultaat dan stapt de initiatiefnemer weer terug in de groep zodat deze zoveel mogelijk zelfsturend kan worden op basis van onderlinge gelijkwaardigheid en vertrouwen in een ieder’s toegevoegde waarde. Als het project is afgerond dan valt de groep weer uit elkaar en schept ruimte om tot nieuwe verbindingen te komen. Zo zien we veel partners in onze processen die in meerdere dynamische clusters een rol spelen.

Kortom, zelfsturende teams bestaan niet, ze kunnen zich hooguit onder de juiste omstandigheden tijdelijk redelijk zelfsturend gedragen. Maar daar is dan een heel proces aan voorafgegaan, is een band ontstaan van onderlinge erkenning, en houdt men eveneens rekening met de eindigheid van het team na het behalen van de gestelde doelen. Uiteindelijk zijn sturend:

  • het kader,
  • het onafhankelijke verbindende initiatief of motief,
  • het gemeenschappelijke doel,
  • het groepsbelang,
  • de unieke kwaliteiten van elke deelnemer,
  • het individuele eigenbelang (wederkerigheid) om te verbinden,
  • en de basisvoorwaarden voor niveau 4 leiderschap in groepsverband: authenticiteit, respect, veiligheid, gelijkwaardigheid, empathie en vertrouwen.

 

Brabant en voedsel

Ontvangen van Provincie Noord Brabant voor agrofood professionals…..12 oktober….

unnamed-1

Agrofood: de tijd vooruit. Dé ontmoetingsplaats voor professionals die bijdragen aan de transitie in de agrofoodsector. Brabantse (koepel)organisaties, ondernemers, kennisinstellingen en gemeenten bieden jou als professional een afwisselend programma aan waarin je kunt horen, zien en beleven hoe de transitie in de agrofoodsector verloopt. En daarmee je voordeel doen in jouw eigen stappen voorwaarts!

De Brabantse Agrofood ís haar tijd vooruit: we mogen trots zijn op waar we vandaan komen, waar we nu staan en op wat er nog in het vat zit. Met de vele kennissessies, workshops en thematafels ervaar je op woensdag 12 oktober a.s. in één inspirerende dag hoe de transitie van de agrofoodsector ervoor staat. Samen innoveren, successen delen en ideeën uitwisselen. Van elkaar kunnen we immers leren en samen kunnen we ons verwonderen!

 
Programma
Er zijn sessies en workshops over allerlei thema’s op het gebied van agrofood, voor professionals in de keten. Van ondernemer tot gemeenten en waterschappen, voor ieder wat wils.
 
Een (kleine) greep uit het programma:
  • do’s en don’ts van crowdfunding, door Jeroen ter Huurne, bekend van Collin Crowdfund;
  • gemeente Zundert, Waterschap Brabantse Delta, Treeport Zundert, ZLTO en diverse landbouw(gerelateerde) ondernemingen tekenen de samenwerkingsintentie bodem van VICOE (Vitale Circulaire Organische Economie). Onder leiding van René Jochems (directeur GroeiBalans);
  • tijdens de Dragon’s Den pitchen jonge ondernemers hun idee aan een expert jury;
  • debatteren over voeding en techniek, waarbij gedeputeerde Bert Pauli (Economie en Internationalisering) onder leiding van Anne-Marie Fokkens (presentator Booming Brabant) in gesprek gaat met Brabantse ondernemers uit de agrofoodsector over kansen op het snijvlak van agrofood en high tech;
  • uitreiking Agrofoodpluim door Anne-Marie Spierings;
  • 1 op 1 sessies met succesvolle ondernemers;
  • #durftevragen-sessies over diverse thema’s. En stel ook zelf de vraag die jou bezig houdt!;
  • ga aan de verschillende thematafels de discussie aan met je vakgenoten;
  • benieuwd naar agrofood op Mars? Bas Lansdorp (Mars One missie) neemt ons mee;
  • kookworkshops verzorgd door jongeren;
  • tientallen ondernemers laten hun innovaties en succesverhalen zien en horen.
Ga naar de website voor meer informatie over het event en houd deze in de gaten voor updates in het programma.
 
Nog even op een rijtje
Wie professionals uit de hele agrofoodketen  
Wat gratis agrofood inspiratie event
Waar centrale hal, provinciehuis ‘s-Hertogenbosch
Wanneer 12 oktober 2016, tijdens de Dutch Agri Food Week
Tijd 10.00-17.00 uur
  open inloop: stel je eigen programma samen
Website Agrofood: de tijd vooruit
 
Aanmelden
Deze dag wil je niet missen. Meld je meteen aan via het digitaal aanmeldformulier en laat je inspireren en verwonderen op 12 oktober! Mocht je andere geïnteresseerden kennen die ook graag deel zouden nemen aan het Agrofood inspiratie event, dan kun je deze uitnodiging aan hen doorsturen.

Kunst komt van kunnen 

Tijdens een korte vakantie in Duitsland werd voor mij de associatie gemaakt tussen “kunst” en “kunnen”. In het Duits is dit een eenvoudige oude vervoeging van het werkwoord “können” maar in het Nederlands niet. Toch is de vergelijking erg aantrekkelijk, ook in onze taal. 

Kunnen omvat niet alleen associaties met concrete vaardigheden maar ook met de mogelijkheid, gelegenheid of ruimte om iets te doen. In “kunst” is dit alles van directe toepassing als men zich wil uiten op de een of andere creatieve manier. “Kun je dat?” is een innerlijke uitdaging die aanzet tot experimenteren met communicatie middels het creatieve vermogen van de mens en de inzet van de daartoe beschikbare middelen. Een innerlijk beeld tot uiting brengen zodat het zich laat bevredigen in de tastbare wereld is Kunst, je kunt het, los nog van wat het doet met anderen. 

Het innerlijke begrip rond “kunnen” kan dan tot enorme motivatie leiden, zelfs een obsessie, een bezielde waanzin, een wanhoop, tot het moment van bevrediging via dans, muziek, schilderen, beeldhouwen, films, design, praten of zelfs een maatschappelijke missie. Als dat niet tot uiting komt dan is “Du Kunst het nicht”, hoe zeer anderen in contemplatie tot bewondering geneigd zijn en zich zo uiten terwijl de kunstenaar radeloos verder op zoek gaat naar de ultieme expressie en het doorzettingsvermogen van “du könntest” of “er könnte es” ofwel “Kunst!” tot het is gelukt. En dat lukken brengt weer associaties met “geluk”.

Voedsel vormt de groene Eindhovense dialoog

28 september doen we de kick-off in het multiculturele ontmoetingscentrum S-Plaza in de oude Schellens fabriek aan de Vestdijk langs de Dommel. Het betreft de start  van de groene dialoog rondom voedsel in zijn algemeenheid en samenwerking op gebied van kwaliteit, beschikbaarheid en innovatie van voedsel specifiek. Het doel van de kick-off is drieledig:

  1. Een permanente ontmoetingsplek faciliteren in S-Plaza waar men gelijkgestemde mensen kan ontmoeten voor besprekingen, plannen smeden, samenwerking coördineren, ruilsessies organiseren, handelen, enz gericht op de kernwaarde van voedsel in de regio.
  2. Regelmatig (wekelijks – elke woensdag?) thema-avonden faciliteren waarin allerlei aspecten over voedsel aan de orde komen en mensen aan het woord kunnen komen die in Eindhoven en omstreken actief zijn op dit gebied.
  3. Communicatie en samenwerking bevorderen tussen initiatiefnemers en de bevolking van Eindhoven en Brabant met het oog op de verdere ontwikkeling van een duurzame stad-platteland beleving, gezondheid ontwikkeling, betrokkenheid, voedseleducatie, duurzame voedselinnovatie en financiering van activiteiten.

Het initiatief is van een groepje maatschappelijk betrokken sociale ondernemers:

  • Patrick van de Voort – bekend van de Kleurrijke Stad, raadslid en initiatiefnemer/beheerder van S-Plaza als multiculturele ont-moetingsplek en voedseldialoog,
  • Rik Konings – bekend van Circus Menz en de jonglerende marathonloper,
  • Anna en Laura – communicatie onderneemsters met passie voor beeldende kunst via foto en film,
  • Jean-Paul Close – sustainocraat in de Stad van Morgen en initiatiefnemer van de FRE2SH stad-platteland verbindende multidisciplinaire beweging en platform

Samen vormen wij het team dat gaat proberen zo veel mogelijk initiatieven met elkaar te laten verbinden, uitgroeien, bekend en zichtbaar maken binnen de kaders van voedsel en innovatie.

Waarom vinden wij dit belangrijk?

Een greep uit het nieuws:

  • Venezuela kampt met een voedseltekort. Door de dalende olieprijzen kan het land onvoldoende voedsel importeren en is er een tekort aan basisvoorzieningen zoals brood. Door de tekorten is de inflatie omhoog geschoten met 700%!
  • Een belangrijk deel van de vluchtelingen problematiek wordt niet primaire veroorzaakt door het oorlogsgeweld maar het structurele gebrek aan voedsel voor de bevolking.
  • Een belangrijk deel van onze klimaatproblemen en luchtvervuiling wordt veroorzaakt door eenzijdige landbouw, gerelateerde boskap en het besproeien van de landschappen het chemische gifsoorten.
  • Het industriële, massaal geproduceerde voedsel heeft vaak nog maar 20% voedselwaarde vergeleken met biologisch, natuurlijk voedsel. Het gebrek aan voedingsstoffen wordt aangevuld door kostbare, kunstmatige supplementen en de natuurlijk drang om meer te eten, met lichamelijke onbalans tot gevolg.
  • Er zijn boeren die in de schuldsanering zitten omdat ze uitgemolken zijn door de groothandels en tegelijk zich in de schulden moeten steken door nieuwe regelgeving. Velen gaan failliet en opvolging is nagenoeg niet te vinden door een totaal verkeerde economische balans in de voedselketen.
  • De geldgedreven voedselbaronnen in het politiek-economische systeem gedragen zich hetzelfde als de banken ten tijden van de kredietcrisis. Hebzucht regeert ten kosten van de gezondheid en veiligheid van de mens.

In positieve zin kunnen we berichten dat:

  • er sinds 2009 een sterke impuls is waar te nemen rondom stadslandbouwinitiatieven,
  • kleinschalige en gevarieerde veeteelt en landbouw ontstaat, geconcentreerd op kwaliteit in plaats van volume,
  • nieuwe voedselbanden zich ontwikkelen tussen regionale productie en consumptie zonder tussenkomst van groothandel,
  • het publieke bewustzijn ontstaat dat biologisch niet duurder is dan het gemanipuleerde voedsel, zeker als men de voedingswaarde in acht neemt,
  • bestuurlijk een Brabantse Health Deal is gesloten waardoor er ruimte ontstaat voor multidisciplinair samenwerken zonder de politieke economische sturing maar op basis van menselijke kernwaarden,
  • we de hele stad, dus ook de daken, verticale oppervlakten, parken, enz als groene ontwikkeling met voedselpotentieel,
  • in Rijk van Dommel en Aa we verder willen met voedsel proeftuinen, innovaties in samenwerking met 6 gemeenten, burgers, onderwijs en ondernemers,
  • veel basisscholen beginnen met een moestuin voor educatieve doeleinden en daarbij de ouderen uit de omgeving betrekken voor samenwerking. Een mooi contact tussen jong en oud terwijl er samen wordt gewerkt aan lekkere dingen.
  • en voor iedereen geldt dat wat je zelf verzorgd hebt en daarna plukt véél lekkerder is dan wat uit zo’n pakje komt.
  • verschillende grootgebruikers van vers voedsel in Eindhoven bereid zijn hun inkoop te doen via samenwerking in plaats van groothandel,
  • onze stadspoorten, die een soort overgang lieten beleven tussen de stadsmens en de geneugten van het platteland, ontwikkelen zich tot groene aders diep in de stad.
  • de bevolking neemt geen genoegen meer met de afhankelijk positie van handel en politiek waaruit zoveel schandalen zijn voortgekomen. Steeds meer mensen nemen zelf initiatief en gaan op zoek naar kwaliteit van leven via betrouwbare relatie of het opbouwen van eigen kennis en vaardigheden.
  • enz

Hoe dan ook is de ingrijpende transitie nu zichtbaar maar nog te veel gefragmenteerd en kleinschalig. Het is nu vooral zaaks om er een culturele werkelijkheid van te maken dat integraal maatschappelijk gedragen wordt door ons allemaal middels inzet en betrokkenheid. Onze regionale innovatieve geest die de regio wereldwijd kenmerkt kan ook allerlei interessante wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen eraan toevoegen. Kortom…….S-Plaza – onze eigen grensverleggende groene voedseldialoog!

Herpositionering van groot Gemert

VE2RS
Gemert kan een kernrol vervullen in de Brabantse Health Deal

Als we naar de ligging van Gemert kijken dan valt ons op dat het een platteland gemeente is die centraal ligt ten opzichte van veel grotere Brabantse gemeenschappen zoals Eindhoven, Den Bosch, Oss of Helmond. Daarnaast heeft Gemert, sinds het bekend maken van de Brabantse Health Deal (filmpje niet gezien met de wethouders van de 5 grote Brabantse gemeenten? Kijk hier), eigenlijk alles in huis waar de andere gemeentes naar toe zouden willen groeien; meer groen in de stad, betere samenhang water, groen en leefbaarheid, gezonde lucht, rechtstreekse toegang tot lokale voedselsystemen, aantrekkelijk erfgoed, gezellige horeca, de stad als ontmoetingsplek, enz. In het filmpje zien we de Euro-commissaris al een oproep doen aan de wereld om er een voorbeeld aan te nemen. Dat voorbeeld hoeft Gemert en omgeving alleen maar zichtbaar te maken en verder, in samenwerking met de Health Deal partners verder verbinden met de plannen van deze gemeentes.

Als voorbeeld kunnen we de groen-blauwe ruit van Rijk van Dommel en Aa gebruiken waar we als Stad van Morgen samen met bestuurders,ondernemers, burgers en kennisinstellingen tot interessante cocreatietafels zijn gekomen door het doorlopen van het Sustainocratische 3 stappenplan.

Gemert heeft daarbij het voordeel dat ze een enorm gedreven gemeenschap heeft met een groeiende verbinding met de sustainocratische processen door het leerproces van Atelier3P en de gangmaker, Terry van de Vossenberg. Al zoekende kwam men op het pad van de ontwikkelingen in en rondom Eindhoven en zagen de kans om dit ook in de regio van Gemert te positioneren. Dat kost natuurlijk moeite, net  als ook wij in Eindhoven en Noord Brabant de juiste personen moesten treffen om de multidisciplinaire tafels, processen en uiteindelijk de formele coöperatieve waardecreatie te gaan vormen. Deze kennis hebben we al beschikbaar gesteld aan de Gemertse gemeenschap maar we hebben er een ambitielaag boven gesteld. We zien Gemert niet als een eilandje in een Brabantse zee van belangen maar als unieke verbinder van moderne stad-platteland ontwikkeling op basis van kwaliteit van leven en kernbelangen. Zo is Gemert al een parel waar anderen jaloers op kunnen zijn maar de gemeente dient nu niet de fouten te maken die de andere, grotere gemeentes noodgedwongen of door herziend beleid trachten te herstellen.

kasteel-gemert_hoofdbeeld
Kasteel Gemert

Denk aan het prachtige Kasteel Gemert dat door gefragmenteerde geldbelangen in de handen kan komen van projectontwikkelaars die het pand als duur hotel of vastgoed enclave neerzetten. Maar dit kasteel is erfgoed dat in morele zin eigendom is van de gemeenschap, los van wie er formeel de eigendomspapieren heeft. Want uiteindelijk, wat er ook in de economische wereld van speculatie gebeurd, de rekening van elk debacle van milieu en maatschappelijk of zelfs economische schade komt bij de Gemertse gemeenschap terecht terwijl de tijdelijke winst verdwijnt in de zakken van de speculanten. Hetzelfde geldt voor het lokale Nazareth klooster, het regionale landschap dat zo brood nodig is voor de regionale voedsel, energie, recreatie en gezondheid innovatie, en de infrastructuur waar de ruim 1 miljoen verstedelijkte Brabanders hun rust, geluk en welzijn zouden kunnen vinden.

Door het contrast van speculatieve geldafhankelijkheid van de steden en de structurele sturing op regionale waardecreatie van Gemert op te bouwen kan een Yin-Yang ontstaan die beide partijen sterkt in samenhang. Dat op zich is een aanpak waar vele gebieden van Europa een voorbeeld aan kunnen nemen.

De manier van werken is echter totaal anders dan de verzuilde belangen in de meer versteende steden waar men zich concentreert op kostbare bureaucratie, controle en “slimme technologische oplossingen”. In het geval van Gemert zou men structureel, en inclusief de belangen van de omringende steden, tot een Sustainocratisch multidisciplinair overleg structuur kunnen komen. Het is een uitnodigende multidisciplinaire tafelcultuur onder onafhankelijk voorzitterschap van een Sustainocraat (Atelier3P) met rechtstreekse betrokkenheid van de lokale overheid, innovatieve ondernemers, burgers en wetenschap. Deze constructie trekt juist kernwaarden-gedreven autoriteiten aan en schrikt korte termijn speculatie af. Bestuurders uit de steden kunnen vaak beter zaken doen op gebied van waarden in deze kernwaarden-gedreven omgeving dan bij henzelf thuis waar de speculanten veel touwtjes in handen hebben. Zo ontstaat een band tussen geld en waarde waar Gemert en omgeving wel op kan varen en nog beter op kan boeren.

Nazarethklooster en tuin boven
Nog zo’n parel met duurzame mogelijkheden

 

Stadsdebat luchtkwaliteit en gezondheid

Ter gelegenheid van het 5 jarige bestaan van AiREAS in Eindhoven organiseerde de Stad van Morgen als oprichtingspartner van deze vorm van kernwaarde gedreven samenwerking een uniek stadsdebat om te delen wat we geleerd hebben en met elkaar te kijken naar de toekomst. Hier kunt u de presentaties en de interactie met de aanwezige deelnemers integraal terugzien.

AiREAS 5 jaar logo slide V4

Een greep uit de gecommitteerde partners in AiREAS

We creëren onze eigen terreur

Nederland is een van ’s werelds grootste vleesproducenten. Hoe kan dat in zo’n klein deltalandje aan de Noordzee? Door de intensieve veehouderij. 

Regelmatig moet Nederland met schaamrood bekennen dat ze met haar welvarende handelsgeest de grenzen van ethiek aftast en soms ver overschrijdt. Als er geld te verdienen valt dan is mens en natuur ondergeschikt. Het politiek economische samenspel over de rug van onze kernwaarden is een van de redenen waarom de Stad van Morgen Sustainocratie heeft opgezet. Helaas moeten wij het nog doen met de macht van de oude bestuurlijke werkelijkheid. 

Nederland heeft geen terrorisme nodig. Wij hebben onze eigen ontvlambare risico’s zelf gecreëerd. Al jaren heeft de Stad van Morgen deze intensieve veehouderij op het netvlies wegens de beest en mens onterende industriële productie processen waarbij massaal veevoer wordt geïmporteerd uit Verweggistan zoals Brazilië, met de nodige snelgroeimiddelen in levende dieren gestopt om zo snel mogelijk slachtrijp te zijn voor de export. Wat blijft in Nederland achter? Wat weggesaneerde werkgelegenheid, schulden aan banken wegens kostbare installaties voor automatisering en tegemoetkomen aan regelgeving, bureaucratie, stront en luchtvervuiling. 

Het economisch perspectief is sturend. Maar de producent kan alleen maar overleven door te groeien in export en productiviteit. Ondertussen gaan de maatschappelijke problemen tikken als een tijdbom.

Twee zorgwekkende interviews:

1. Van Dick Veerman van food log

Dick sprak tijdens onze publieke kickoff in 2009 al bij ons in Eindhoven. 7 jaar zijn we verder, inclusief misschien het meest indrukwekkende samenwerkingsverband luchtkwaliteit en volksgezondheid van Europa. Maar op provinciaal niveau stapelen de risico’s zich op.

http://www.foodlog.nl/artikel/ggd-arts-van-de-sande-politiek-begrijpt-gevaar-intensieve-veehouderij-niet/
2. Onderzoek luchtkwaliteit Brabant en Limburg 

Enige maanden geleden werd ik uitgenodigd voor overleg in de provincie over het onderzoek luchtkwaliteit in relatie tot intensieve veehouderij. Stad van Morgen vliegt de problemen aan vanuit gebiedsontwikkeling waarin de kernwaarden van de mens centraal staan. Dat betekent dat voedsel integraal aandacht behoeft als maatschappelijke kernwaarde in samenhang met alle andere issues zoals luchtkwaliteit. “We snappen allemaal dat we het probleem integraal aan moeten pakken maar dat krijgen wij er politiek niet door.” Aldus de programmaleider. Dus maar weer terugvallen op regelgeving. Kostbaar voor de boer, producent en maatschappij. En de risico’s blijven door tikken. Het rapport is uit. 

http://www.omroepbrabant.nl/?news/2459341003/Meer+longkanker+in+Brabant+door+intensieve+veeteelt.aspx

Tijd voor een nieuwe maatschappelijke sturing. 

G1000 Eindhoven

G1000 kwam mij ter oren tijdens onze Stad van Morgen gesprekken over de “Geluksinfrastructuur” in de regio Rijk van Dommel en Aa. Het leek mij meteen een geweldig initiatief dus schreef ik mijzelf in, ook al behoorde ik niet tot de burger loting die er kennelijk aan vooraf was gegaan. Mijn eigen rol was gewoon zelfverkozen deelnemer. Ik schreef mij in als “vrijdenker”, een van de opties die beschikbaar waren.

Verschillende uitgangspunten in de G1000 opzet kwamen sterk overeen met het maatschappijmodel en aanpak dat Stad van Morgen via Sustainocratie hanteert. De G1000 aanpak is echter groots, met indrukwekkende technische middelen en een strakke regie. In het Beursgebouw van Eindhoven kwamen die zaterdag, 25 juni, zo’n 500 mensen bij elkaar. Dat is indrukwekkend. Een groot deel van de aanwezigen waren mensen uit het bekende Eindhovens circuit van uiterst bevlogen en betrokken burgers. Toch zagen we ook een bont nieuw gezelschap van ouderen en jongeren die hun zaterdag investeerden in een nieuw avontuur.

20160625_141653.jpg
Veel boeiende interactie tussen de mensen uit de stad en hun opvattingen over samen leven

Stad van Morgen heeft veel leuke bijeenkomsten georganiseerd de afgelopen 7 jaar maar kwamen nooit veel verder dan zo’n 150 deelnemers per keer. Toch was de Stad van Morgen werkwijze uitgegroeid tot een fenomeen in allerlei steden en gebieden in Europa en de rest van de wereld. Ons succes was te wijten aan de focus op menselijke kernwaarden, ondergebracht in “Sustainocratie”, een andere vorm van democratie, en de multidisciplinaire coöperaties die daaruit ontstonden. Volume is blijkbaar niet van belang om succesvol te zijn, de boodschap wel, net als de continuïteit vanuit veranderingsgezindheid.

Maar G1000 richtte zich wel op volume. Het commentaar was dan ook vaak van teleurstelling dat nergens in Nederland, ook niet in Eindhoven, sinds het ontstaan van het initiatief, men in staat was geweest om de beoogde 1000 deelnemers bij elkaar te krijgen. Gezien onze eigen ervaring met “burgerparticipatie” vonden we een opkomst van 500 toch uiterst bewonderenswaardig en zeker geen teleurstelling waardig. Ook de technische infrastructuur was zeker een hoogstandje van de organisatie.

“Niemand is de baas” was ook een G1000 boodschap maar wat was dan wel richtinggevend? Sturend bleek de democratische keuze (wat zou je in Eindhoven willen zien) die per tafel uitgediscussieerd moest worden. Zo ontstonden er kernwoorden die via de techniek als hoofdzaak naar voren werden gebracht. Daar mocht de zaal dan weer uit kiezen en via een scherm volgen of ze ook daadwerkelijk zichtbaar werden.

20160625_114917.jpg
Veel techniek werd ingezet 

De top tien van kernwoorden die vandaag gekozen werden waren: verbinding, basisinkomen, veiligheid, leefbaarheid, groen, openheid, samenwerking, diversiteit, communicatie, ontmoetingen.

Het is boeiend om te zien dat het klaarblijkelijk in de zaal ook om “waarden” gaat. De sturende kernwaarden uit Sustainocratie zijn: gezondheid, veiligheid, samenredzaamheid, zelfbewustzijn en de invulling van de 3 basisbehoeften: voedsel, water en lucht. Die kernwaarden kunnen we grotendeels ook terugvinden in de woordenoogst van de G1000 ochtend. Het leeft dus steeds meer in het bewustzijn van een grotere groep mensen.

Hier kwam een van de problemen van de G1000 aanpak naar voren. De inhoudelijke discussies aan de tafels moesten samengevat worden in een kernwoord. Zo’n kernwoord is slechts een schrille afspiegeling van de mooie gesprekken die werden gevoerd. Ook was de vraagstelling van de organisatie veelal verwarrend zodat aan de tafel een discussie ontstond over wat men nu eigenlijk precies wilde. Eén woord per deelnemer is natuurlijk beperkend. Op een bestand van 400 actieve deelnemers is een eenvoudig woord dat toevallig 20 keer genoemd wordt al snel een top tien kandidaat terwijl woorden met een diepere inhoud vaak niet aan bod komen simpelweg omdat complexere woorden veel variaties kennen. Een veel beter systeem zou zijn om de tafel middels 7 kernwoorden hun gesprek te laten samenvatten. 100 tafels leveren dan 700 kernwoorden op die een veel duidelijkere afspiegeling geven van een groepsdynamiek. Zo kunnen bepaalde kernwoorden ook gecombineerd worden zoals bijvoorbeeld “verbinding, ontmoetingen en communicatie” suggereert.In de Stad van Morgen is juist die combinatie de basis van het succes van dynamisch clusteren, zoals wij het noemen. Kijk naar AiREAS, dat vanuit de kernwaarde “gezondheid” gekoppeld is aan “luchtkwaliteit” en “gebiedsdynamiek”.

G1000 gaat vervolgens verder door de opgebrachte woorden als tafelthema onder te brengen in een volgende discussie ronde. Net als in de Stad van Morgen tracht G1000 tafels multidisciplinair te bezetten. Die groepsdiscussie dient de weg te volgen van dromen, denken, doen, met als eindresultaat een prezi – presentatie waar de hele zaal vervolgens individueel op kan stemmen. Iedere persoon mocht 4 stemmen uitbrengen. De gekozen “winnaars” bleken de meest opvallende en aansprekende presentaties, niet de beste inhoudelijke plannen.

Dit leverde het tweede punt van verbetering op. Aan de tafels werden vaak inhoudelijk erg scherpe en constructieve gesprekken gevoerd met als uitkomst een uitstekende basis voor een cocreatief project in de stad. Maar als dit niet goed uit de verf komt in de prezi dan is al het werk verloren. Bij navraag aan deelnemers of ze ook aan het vervolg mee wilden doen kwam daarom vaak een negatief antwoord. “Te weinig diepgang in het eindresultaat” werd vaak gesteld. En daar kon ik mij ook in vinden.

Over het algemeen werd de dag als erg positief ervaren. Dat kwam niet door de resultaten die, zoals gezegd, een schrale weerspiegeling waren van de daadwerkelijke kracht en opgebrachte resultaten van de interacties aan de tafels. Het was juist de dynamiek van de ontmoeting, het uitwisselen van gedachten en het samen komen tot consensus dat de mensen aansprak. Wat dat betreft is deze G1000 een enorm succes van verbinding, empathie, ontmoeting en communicatie onderling, eigenlijk een mooie weerspiegeling van de kernwoorden die in de ochtend naar voren zijn gekomen. Er is echter veel meer uit te halen wil het zich nestelen in een maatschappij als inspraak alternatief voor de huidige politieke – economische werkelijkheid. De uiteindelijke uitkomst is te simplistisch en minimalistisch vergeleken met de daadwerkelijke inhoud die gedurende de daginvestering van zoveel mensen werd geboetseerd en geeft daarom een vertekend beeld van de kracht van participatief burgerschap. In de krant van maandag werd ook dit aangehaald met een terechte kritische noot over de verkozen zwoele, mierzoete, kleinerende manier van presenteren waardoor een regelmatige graad van irritatie werd waargenomen over de rol van de deelnemers (we zijn geen schoolklasje) of het belang van de sturing van techniek in het proces in plaats van de inhoud.

Dat neemt niet weg dat de G1000 aanpak, met de nodige fundamentele aanpassingen ook een structurele rol zou kunnen spelen in de processen van de Stad van Morgen. Nu werd dat door de indrukwekkende groep enthousiaste vrijwilligers op uiterst professionele wijze neergezet. Met de beoogde aanpassingen zou het onderdeel van een resultaat gedreven aanpak kunnen worden waar ook ondernemers, onderwijs en wetenschap bij aanschuiven en de organisatie teams erkend worden in hun professionaliteit met een resultaatgebonden wederkerigheid.