Waarom wij spiritualiteit zweverig vinden

Wij vinden spiritualiteit zweverig omdat het ons confronteert met ons geweten in een tijd dat doorgeslagen materialisme hoogtij viert. Bij hebzucht is het gemakkelijk af te geven tegen datgene dat spiegelt met ons gedrag. We horen liever niet dat wij mede schuldig zijn aan de dood van vele miljoenen mensen, de uitdroging van de aarde veroorzaken en de toekomst van onze kinderen voorspelbaar vullen met vervuiling en verderf. Natuurlijk is het zweverig als we praten over bewustzijn en verantwoordelijkheid wanneer we voor de zoveelste keer met geleend geld onze koelkast en huis volstoppen met tastbare rommel, alleen omdat “de buren het ook hebben” en we toch minsten gelijkwaardig moeten zijn, liefst met net een beetje meer. “Waarde” is dan niet bestaansrechtelijk maar wat een ander van ons zou kunnen vinden. Dat er tegenwoordig mensen zijn die met net zoveel afkeer kijken naar merkproducten als destijds tegen dierenleed veroorzakend bont kan er bij velen van ons nog niet in. Status wordt nog voornamelijk ontleend aan het huis en de soort auto die we hebben, niet de manier waarop we onze kinderen opvoeden of omgaan met onze ouderen en buren bijvoorbeeld. Afgunst regeert door de angst een bezit kwijt te raken omdat we alleen zekerheid ontlenen aan dat wat we hebben, zelfs zonder het te hoeven gebruiken.

Spiritualiteit kun je niet tellen op een bankrekening, een boodschappentas mee vullen of te koop mee lopen al flanerend op de promenade.”Waar ben jij dit jaar op vakantie geweest?” is een veel interessanter onderwerp dan “hoeveel ellende heb ik met mijn geld of statusgedreven werk nu weer weten te veroorzaken in de wereld?”. Dat wil men toch niet weten, als men maar genoeg geld verdiend voor het volgende rondje boodschappen. Met een halve euro in de bus tegen armoede, kanker of dierenleed zijn we toch ook verlost van ons schuldgevoel? Bewustwording is ongemakkelijk, zeker als de omgevingscultuur net zo materialistisch is georganiseerd als wijzelf en ons politiek en commercieel aanstuurt op hebzucht wegens institutioneel eigen en landsbelang. Dan wijzen we dat ongemak af, ontkennen het en verwijzen naar de verantwoordelijkheid van politieke of industriele leiders, niet onze eigen consumptiedrang, zelf denkvermogen noch betrokkenheid bij de teloorgang van alles.

“Wie ben ik?” is dan een gemakkelijke minimiserende dooddoener. Maar dan stellen we ons toch onbewust een boeiende spirituele vraag, ook al stellen we het met een toon van “ik kan in mijn eentje toch niets doen”, terwijl we weer een mond volstoppen met fair trade chocolade.

“Wie ben ik?” is een gewetensvraag die men kan beantwoorden vanuit het genoemde perspectief van onkennende afhankelijkheid en ondergeschikheid aan “het almachtige systeem”. Dan is het klatergoud van externe franje van belang om jezelf enige vorm van identiteit te geven waar men naar kan verwijzen. Mensen die vanuit eenzelfde ondergeschikte positie naar hun omgeving kijken kunnen alleen maar een drang ontwikkelen naar meer van het zelfde om zichzelf enig aanzien te blijven verschaffen. Wat men eigenlijk laat zien is de innerlijke leegte die men probeert te verdoezelen door zich te omringen met spullen. Daar heeft men veelal een dagtaak aan en met de drang naar onverzadigbaar meer is het een weg naar een burnout, agressie of zelfminachting zodra men merkt dat men niet aan de eigen verwachtingen kan blijven voldoen. De wereld draait door en de consument draait dol.

Of als men erop wordt aangesproken, zoals nu steeds meer gedaan wordt door te verwijzen naar de olieprijs, de voetafdruk, de crisissen en de miljarden aan andere landen en niet aan onszelf…….Men gaat eerst de splinter zien van de politiek en het bedrijfsleven voordat men de balk in eigen ogen begint te zien. Dat geldt niet alleen voor de individu maar vooral ook voor de institutionele wereld die zich verschuilt achter het nietsontziende aandeelhoudersbelang en een oude merkidentiteit die tegenwoordig meer moreel en praktisch verwijtbaar is dan waarde toevoegt aan de menselijkheid.

Een andere benadering rond “wie ben ik?” is dan de weg naar binnen. Het is de weg van de reflectie, bewustwording en het leren van de uitdaging van het leven door er positief vorm aan te geven. De innerlijk kracht is dan zo sterk in ontwikkeling dat het geen uiterlijk vertoon meer nodig heeft en men blij is met een glimlach, een goed gesprek of een boterham met zelfgeteelde tomaten. Men heeft geen drang naar meer alleen een wens voor rechtvaardigheid die niet overeenkomt met die van de ontwikkelde menselijke rechtspraak maar die van moreel natuurrecht. Dan spreekt spiritualiteit keihard, helemaal niet zweverig en enorm tastbaar. Dan zijn ouderen geen kostenpost meer maar een eerbaar verleden en de jongeren onze toekomst die gekoesterd dient te worden met aandacht en liefde. Dan is geld hooguit een middel en gaat de aandacht naar de onderlinge relaties, de eenheid met de natuur en de principiele rol die men speelt in het leven samen. Dan vormt zich een spiegel met die andere hebzuchtige werkelijkheid die de wereld van spiritualiteit zweverig noemt maar zichzelf kenmerkt door oppervlakkigheid en gebrek aan inhoud. De angst voor het geweten houdt het bewustzijn buiten de deur door het te barricaderen met een nepleven. Zodra een crisis de barricades weg slaat en de werkelijke emoties bereikt dan komt men in aanraking met zichzelf en is er een kans dan de rivier van spirituele warmte de innerlijke mens gaat roeren en men de werkelijkheid van zichzelf durft te gaan erkennen. Dan is een verwijt overbodig omdat men beseft dat de tastbaarheid van het staan niet in de hoeveelheid van bezit te vinden is maar in de vleeswording van de nederigheid en samenhorigheid. Spiritualiteit blijkt dan de kracht van de eeuwigheid te bevatten die een rijk alternatief blijkt voor de tijdelijkheid en beperking van het goud dat alleen blinkt als je het niet hebt. Het werkelijke licht blijkt men zelf te zijn dat blijft branden door passie, zelfreflectie, zelfleiderschap en samenwerking. Dan laat men de afhankelijkheid en ondergeschiktheid los om als hergeboren mens de universele werkelijkheid te omarmen. “Ik ben” hoeft dan niet ge-etaleerd te worden aan niemand, het uit zich in daadkracht zonder dat er iets tegenover hoeft te staan. Men wordt dan geprezen voor wat men is, niet achter de rug versmaad voor wat men al dan niet heeft.

Spiritualiteit blijkt dan veel concreter en zekerder dan de materialisten de wereld in hun ontkennende tegenstelling willen doen geloven. Gelukkig komen steeds meer mensen daar achter en bouwen aan een nieuwe wereld, spiritueel verdiepend, niet oppervlakkig ordinair materialistch.

Nederlandse economie is verrot

Geld heeft geen kleur, geur, noch smaak. Wanneer je geld hebt dan kun je er allemaal leuke dingen mee doen. Vanuit dat algemene perspectief staan we zelden stil bij het concept “geld” behalve dat we er voldoende van willen hebben om aan onze dagelijkse behoeften te kunnen voldoen én een beetje meer. Hoe we met geld om gaan heet “economie” en er zijn goede en slechte versies. En dat heeft helemaal niets met veel of weinig geld, groei of krimpt te maken. Het verwijst naar de cultuur van al of geen waardecreatie.

Waardecreatie 
Een cultuur van waardecreatie heeft niet perse geld nodig want geld zelf heeft geen waarde. Het is hooguit een catalysator om waarde te kunnen creëren. In de oorsprong van het industriële tijdperk werd volop waarde gecreëerd omdat de fabriekjes dingen produceerden die mensen echt konden gebruiken. Stoelen, tafels, kasten, fietsen, enz. Gebruiksartikelen die het dagelijks bestaan gemakkelijker maakten werden gefabriceerd. Geld had een tegenwaarde in goud en vertegenwoordigde een voorraadje arbeid. Iemand ging ambachtelijk werken en kreeg daarvoor in ruil geld. Daarmee kocht men spullen die men zelf gemaakt had tijdens het werk en zo circuleerde het geld weer gewoon terug. Dat noemen we een kringloop-economie, een economie waarin geld een proces mogelijk maakt waarin waarde wordt gecreerd en het geld weer vrijkomt voor hetgebruik in waardecreatie. Als het om een stoel gaat is die waarde “kunnen zitten” of “kunnen uitrusten”” . “Fietsen” of “zich sneller dan lopen van A naar B kunnen verplaatsen” als het om een fiets gaat, of “eten” als het om dagelijkse voeding gaat. Lokaal bedient lokaal door te werken aan het vervaardigen van de behoeften en dit onderling te betalen wegens die behoeften. Geld komt onveranderd uit dit proces en wat er overblijft is een concrete meerwaarde die voorheen niet bestond, of die hernieuwd diende te worden.

Om die meerwaarde te creëren diende men creatief te ondernemen, ambachtelijk te werken en samen initiatieven te nemen.

Geld heeft zelf dus hier geen waarde maar stelt in staat om toegevoegde waarde te creëren. Dat is de goede economie. De deelnemers verdelen de toegevoegde waarde onderling al naar gelang de inzet in het proces en talent om het mogelijk te maken (in sustainocratie noemen we dit “buddinomics” om een onderscheid te kunnen maken met “economics”).

Waarde consumeren
Een andere vorm van economie is die van waardeconsumptie. Dat is een economie waarin geld nodig is om de gebruiksartikelen te mogen kopen en gebruiken, consumeren. Om zo’n economie stabiel te houden dient waardecreatie sterk afgestemd te zijn met waardeconsumptie want anders zouden er overschotten of tekorten ontstaan, ook in geld. Dat zou weer een hapering in het circuleren van het geld veroorzaken met problemen als gevolg. Dat is een moeilijk maatschappelijk proces. Als er bijvoorbeeld teveel stoelen worden gemaakt die dan niet afgenomen worden in de lokale geldgebaseerde kringloop dan is er meer geld in omloop door de gedane arbeid maar dit vloeit niet terug doordat men geen stoelen meer nodig heeft. Het stoelenbedrijf dreigt dan in de problemen te komen. Deze zoekt nieuwe afzetmarkten voor het overschot, om de uitbetaalde arbeid terug te verdienen en weer terug te investeren in een nieuwe cyclus. Men gaat dus op zoek naar nieuwe markten. In de nieuwe markten zit geen kringloop economie omdat de arbeid die gedaan wordt om de stoelen te maken elders wordt gedaan dan waar het verkocht wordt. Geld om de stoelen te kopen vloeit dus weg uit het gebied naar het gebied van de fabriek. Het geld kan dus niet lokaal meer worden hergebruikt in een nieuwe cyclus. En bij de fabriek ontstaat een nieuwe kringloop waar meer geld nodig is voor lokale arbeid voor overproductie. Er is dus overal een onbalans.

Dat gaat misschien even goed zolang er niet teveel andere gelijkwaardige bedrijven op het pad komen. Want dan begint concurrentie dat dwingt tot waardevermindering of het creëren van een onderscheidend vermogen via “het anders zijn en blijven”. De zuigkracht van kapitaal naar de plek van waardecreatie maakt de fabriek afhankelijk van de “markt” waar het niet wederkerig mee omgaat met arbeid. Er ontstaat een onbelans in de kringloop die de kringloop kwetsbaar maakt voor alle betrokken partijen. De “economie” wordt aangetast zowel aan de kant van consumeren als aan de kant van produceren. Als “wereldeconomie” zou dit goed kunnen komen als er een wereldse kringloop zou zijn maar die is er (nog) niet. We praten over een globale consumptie-economie maar niet een globale waarde-creatie economie.

Als er daarentegen tekorten ontstaan in een consumptie economie door te kleinschalige productie en een te grote vraag dan gaan er weer andere krachten werken. De prijs kan dan omhoog gedreven worden of men investeert om meer te kunnen gaan produceren voor de vraag. Er is dus meer geld nodig om te kunnen groeien. Als deze groei is afgestemd op de juiste vraag dan komt dat extra geld gewoon weer terug en is er geen enkel probleem. Wel natuurlijk als over dit extra geld rente betaald moet worden want dat gaat ten kosten van het ingelegde geld. Er vindt waardecreatie plaats maar ook waardeonttrekking (rente) via het geld.

Als geld geen catalysator meer is maar een doel op zich voor partijen via rente of winst op geld, dan kan dat alleen door waarde te onttrekken aan het uiteindelijke waardecreatieproces.

Er is nog een manier om geld te laten groeien en dat is door speculatie. Door kapitaalgoederen (goud, zilver, huizen, autos, ed.) schaars te houden stijgt de waarde van het object in een consumptie-economie. Het geld dat de waarde bepaalt van het object wordt niet meer afgestemd op de arbeid die erin wordt gestopt maar de wens die men heeft om het object te hebben. Zo ontstaat de hebzucht in een consumenten economie. De economie groeit maar de waarde vermindert.

In feite verrot de economie van binnen uit, niet alleen door structurele waardeontrekking uit de omgeving en onze toekomst maar ook door de blinde mentaliteit van “het vermeende recht tot consumeren” zonder wederkerigheid van onszelf.

De verrotte Nederlandse economie
In de Nederlandse economie, net als die van de meeste landen van de wereld tegenwoordig, speelt het bovenstaande op gigantisch niveau. Nederland is afhankelijk van de rest van de wereld voor haar economische stabiliteit door groei die gebaseerd is op twee pilaren: speculatie en consumptie. Op twee fronten wordt dus structureel waarde onttrokken aan de maatschappij. Paradoxaal stijgt de hoeveelheid geld die in omloop wordt gebracht om beide pilaren in stand te houden. Het is allemaal een hypthecaire schuld op de toekomst om ons huidige consumptieniveau op peil te houden omdat de economie daarop is gebaseerd, juist om de consequenties ervan te kunnen financieren. Om effectief te kunnen consumeren moet de infrastructuur worden aangepast voor goederen en personen vervoer. Er moeten winkelcentra beschikbaar zijn die het gemakkelijk maken om te kunnen consumeren en de voorraden van beschikbare materialen moeten overvloedig aanwezig zijn om de consumptie optimaal te laten verlopen. Onze betrokkenheid in de economie is via werkzaamheden aan de infrastructuur en de distributie van de goederen. De enige “toegevoegde waarde” is die van het in stand houden van de etalage voor de consument. De mens is verworden tot een gebruikersmachine die geld verslind om goederen te verslinden. De goederen voor consumptie worden amper meer lokaal gemaakt noch van waarde voorzien maar komen overal vandaan. Vandaar dat geld structureel wegvloeit uit Nederland naar andere gebieden of blijft hangen in het speculatieve distributiesysteem.

Overconsumptie leidt uiteindelijk tot het uitdrogen van de aarde, de vervuiling van ons nest, de opkomst van de vele consumptieziekten (psychische hebzucht klachten, gezondheidproblemen, onderlinge problemen, enz), klimaatverandering, de verloedering van jaloerse onderlinge menselijke relaties, enz. We zien een stijging van criminaliteit, ongezondheid, armoede, vervuiling alom en tegelijkertijd een stijging in inflatie, economische groei en groei in de algemene geldelijke schulden van de individu en de omgeving. De economie is verrot en de maatschappelijke mentaliteit ook. Er wordt geen waarde meer toegevoegd aan de maatschappij door onszelf en wij hebben het structureel onttrokken door onszelf te verzieken op alle fronten.

Het geld is precies hetzelfde, of het nu uit een kringloop economie komt waar het geen waarde heeft maar bijdraagt aan waardecreatie, of in een consumptie-economie waar het bijdraagt aan algehele vernietiging. Het gaat niet om het geld zelf maar de manier waarop wij ermee omgaan, het belang dat wij eraan hechten en de waarden die wij onderling al dan niet verdelen. De huidige manier in Nederland is verziekt. Wat nu?

Rotte economie herstellen?
Van een goede naar een slechte economie verhuizen is gemakkelijk. Men hoeft het geld maar te koppeken aan consumeren in plaats van het creëren van waarde. Dan is het kwaad geschiedt (gebeurde in de jaren 70) en stuurt men op de onverzadigbare hebzucht van de mens met alle gevolgen van dien. Uiteindelijk leidt dit tot gigantische crisissen, niet alleen economisch maar vooral ook psychisch en maatschappelijk. Die werkelijkheid zien wij overal om ons heen.

Van een verrotte economie naar een gezonde verhuizen is nagenoeg onmogelijk omdat men de mentaliteit van de bevoking én de aan hebzucht verbonden maatschappelijk organisatie volledig moet omdraaien. Dat wil zeggen dat wij weer om moeten leren gaan met directe waardecreatie, zelfvoorziening en persoonlijke inzet en verdeling van waarde. Dat betekent dat de bevolking, die generaties lang omringd is geweest met een feestwinkel van consumptieartikelen ineens moet kijken wat men er zelf nog van kan maken in een duidelijke wederkerige relatie met haar (natuurlijke) omgeving? Niet veel waarschijnlijk omdat we dat niet meer gewend zijn en ook in gedrag niet voor worden opgevoed. Men heeft twee linkerhanden ontwikkeld en een grote broekzak. Daarnaast zijn alle consequenties van de hebzuchtperiode zo groot dat er veel middelen nodig zijn om er iets tegen te kunnen doen. Die middelen worden nu nog uitgedrukt in geld. En dat geld moet uit de belastingen van een consumerende bevolking komen. Eigenlijk moet het komen vanuit inzicht en inzet van de bevolking zelf maar dan staat er geen geld meer tegenover maar gezondheid, de reparatie van een ongezonde maatschappij en zware arbeid vanuit inzicht. En daar zijn wij niet meer toe bereid.

Dat werk gaat generaties lange inzet kosten. De natuur lost dit soort situaties veel handiger op door ons onszelf te helpen vernietigen. Dat is de werkelijke hypotheek die wij op inze toekomst hebben gelegd, namelijk de dood van onze kinderen en kleinkinderen die wij elke kans hebben ontnomen door hen een mentaliteit over te dragen in een vervuilde omgeving die alleen maar leidt tot dood en verderf. Dat is de consequentie van onze hebzucht maar omdat deze verblindt binnen de rotheid van de economie en ons eigenbelang zal het ons over het algemeen een rotzorg wezen. Wie dan leeft, wie dan zorgt.

De enigen die verantwoordelijkheid kunnen nemen zijn wijzelf, de volwassen generatie en via onderwijs en opvoeding ook naar de toekomstige generaties.

Sustainocratie is een voorbeeld van een oplossing in een complexe, geinstitutionaliseerde maatschappij. Waardecreatie staat dan voorop en kan snel worden waargemaakt én Nederland zelfs op de wereldkaart zetten als gebied waar voor het eerst echt verantwoordelijkheid werd genomen.

“Dankjewel papa en mama” kan dan uiteindelijk in de toekomst verschillende betekenissen hebben in de ondertoon. Wij bepalen welke.

Waarom Nederland in geldnood verkeert

Prinsjesdag 2012 was weer een vertoning van de grote afstand die politiek Den Haag heeft met de werkelijkheid en de politieke onmacht waar men in leeft. De miljoenennota werd gepresenteerd en ondanks de vele bezuiningsacties van het vorige kabinet en dat wat nu in de maakt is schieten we er helemaal niets mee op. De staatschuld stijgt, de overheid kan het probleem niet meer aan en ondertussen worden de lasten van de maatschappij steeds maar hoger zonder dat men er ook maar iets van terugkrijgt behalve meer lasten en schulden. De maatschappij heeft zich rond verkeerde principes ontwikkeld. Probeer daar nog maar eens uit te komen…..

We zien een gemiddelde jaarlijkse stijging van de overheiduitgaven van 6%. Dat is een verdubbeling elke 11,5 jaar. En dat is ook te verifieren. In 2001 was de miljoenennota geen 260 Miljard maar ergens rond de 110 Miljard. De groei in lasten is exponentieel. Hebben we het zoveel beter dankzij die extra lasten? Nee, helemaal niet. Integendeel. Een groot deel van de groei in kosten gaat dan ook zitten in extra bestuurslagen, meer controle en regels, maar geen enkele toegevoegde waarde.

De economische groei in Nederland bleef echter een tijdje steken op ongeveer 3% maar de laatste jaren vertoont deze een afvlakking rond de 0% en soms zelfs een krimp. De grote groei van de onkosten heeft te maken met de manier waarop onze maatschappij is georganiseerd. Die heeft een ontwikkeling doorgemaakt die we nu voor onze kiezen krijgen. Dat ligt niet alleen aan de overheid. Aan de hand van wat plaatjes probeer ik een beeld te schetsen van het complexe probleem. Natuurlijk mag iedereen schieten op de weergave door over details te vallen maar de inhoudelijke tendens en problematiek zal niemand kunnen weerleggen. Helaas eigenlijk want we zitten midden in een schijnbaar onoplosbaar probleem vanuit een puur geldgedreven (lees economie) invalshoek. Er moet iets heel anders gebeuren dan politiek haalbaar is. Dat beschrijf ik al in sustainocratie, maar die oplossing wordt nog niet algemeen aanvaard. Dat komt nog wel…..

Een modern mensenleven:

Als we een normaal mensenleven beschouwen vanuit de traditionele productiviteit dan zien wij een plaatje waarin gezonde volwassenheid een piek vertoont waaraan een opbouwende jeugd vooraf gaat en een lichamelijke aftakeling op latere leeftijd.

De menselijke productiviteit kan positief worden beïnvloed

Een mensenleven wordt in productiviteit positief beinvloed door gezondheid, vrede, opleiding en positieve arbeidsomstandigheden in de directe omgeving. Zo kan men degewenst (motivatie is ook belangrijk) zelfredzaam bijdragen aan de maatschappij waarin men leeft.

De meerwaarde van zo’n productief leven wordt maatschappelijk belast om de investering te dekken die nodig is om die positieve productiviteit in stand te houden. In onze moderne samenleving hebben we tevens alles zodanig ingericht dat een mens zich volledig kan richten op die productiviteit waardoor er niet alleen belastbare meerwaarde optreedt maar ook voldoende extra’s voor investering in wooneigendom, luxe, pensioenen en zekerheden via verzekeringen.

Meerwaarde wordt belast voor zekerheden
Productiviteit en Meerwaarde wordt gebruikt om risico’s af te dekken

Dat is op papier een perfect draaiende economie ware het niet dat de mens nu eenmaal een mens is en geen robot. Wij hebben onze goede en minder goede kwaliteiten. Zo ontwikkelde de maatschappij zich in lutele decennia vanuit een relatief zelfredzame waardengedreven cultuur naar een consumptiecultuur van allerlei externe afhankelijkheden en hebzucht. Een gemeenschap die zichzelf afhankelijk heeft gemaakt van consumptie in plaats van meerwaardecreatie is uiteindelijk gedoemd te mislukken. Waardecreatie is namelijk een goede manier om innovatief bezig te zijn met verandering. Maar consumptie van overvloeden haalt niet de creativiteit maar juist gemak en hebzucht boven bij de mens. Daarnaast is overconsumptie ziekelijk voor de mens én de omgeving  Er ontstaan allemaal negatieve kwaliteiten die uiteindelijk de productiviteit van meerwaarde structureel schaden en zelf volledig teniet doen.

De lasten stijgen exponentieel
Lasten stijgen exponentieel als toegevoegde waarde achter blijft

Enerzijds leven we langer dankzij de medische kennis en langdurige vrede van deze tijd. Maar vanaf een bepaalde leeftijd leven we geen productief leven meer maar soeperen wij een welverdiend pensioen op waarvoor we gespaard denken te hebben. Deze pensioenen zijn gespaard in een economie die met inflatie gepaard gaat. Daardoor moet met het pensioen geld worden gespeculeerd om zowel de prijsstijging over de jaren als de langere levensduur te kunnen financieren.

We hebben daarnaast de maatschappij functioneel zodanig gefragmenteerd dat de oude rol van wijsheid en familiaire ondersteuning van de gepensioneerden niet meer wordt benut. De bewustwording die de ouderen hebben ontwikkeld wordt niet meer structureel overgedragen aan de jongere generaties. Noch krijgt deze generatie hulp van de ouderen in de opvoeding en opvang van de kinderen. Ook dat is structureel ge-economiseerd waardoor de lasten voor de productiviteit alleen maar omhoog zijn gegaan terwijl de generatie die dat als natuurlijk proces had ondergaan zich heeft ontwend van de taak.

De daarop volgende generaties leven met een gevoel van heb en gemakzucht omdat zij omringd zijn door schijnbare overvloed van een distributie maatschappij die erbij gebaat is zoveel mogelijk consumptie impulsen te leveren aan de gemeenschap. Opvoeding en ouderenzorg is uitbesteed aan het systeem waardoor er extra hard moet worden geconsumeerd om die lasten te kunnen bekostigen. Dat werk vindt men vooral in de distributie en verkoop sector welke zich niet kenmerkt door kennis maar vooral kosten efficientie. Hierdoor zijn vooral goedkope handjes van belang en lopen ouderen met een opleiding en ervaring steeds meer in de problemen om een toegevoegde waarde te kunnen leveren. Dankzij internet en webgebaseerde winkels is ook in deze de distributie en verkooparbeid onder druk komen te staan. De overheid gedomineerde instantie zoals zorg, onderwijs, veiligheid, e.d. worden in stand gehouden door de directe en indirecte belastingdruk op de consumptiewereld. Ongezondheid is economie geworden, gezondheid niet. Je hebt echter gezondheid (fysiek en mentaal) nodig voor waardecreatie. Ongezondheid onderbouwt vooral een consequentiegedreven zorgsysteem.

Dit valt om omdat zorg zonder waardecreatie alleen maar met schuld op te lossen is. Maar met welk onderpand? Schuld op een nog onbekende productiviteit in de toekomst?

Zo zijn er veel meer details die de individuele productiviteit omlaag brengen en de maatschappelijke lasten omhoog. Dit is natuurlijk onhoudbaar en ontploft in ons gezicht. Naast een reeds geleden (en voortdurende) kredietcrisis geldt in Nederland een “zekerheden” crisis en een “waardcreatie” crisis. Het gaat dan niet om geld alleen maar om de mentaliteit van de bevolking die oude zekerheden als garantie ziet maar niet het gebrek aan waardecreatie dat nodig is om de zekerheden te onderbouwen.

Recht op zekerheden, bureaucratie en gebrek aan waardecreatie

Met kapitaalinjecties worden de verkeerde elementen in stand gehouden die juist de problemen hebben veroorzaakt (banken, consumptiefocus en financiele zekerheden) terwijl het onderlinge wantrouwen en de bureaucratie toeneemt wegens de druk van de lasten (die hierdoor maar hoger worden). De schuldenlast stijgt bij alle partijen terwijl de maatschappelijke belasting steeds meer drukt op een onproductieve bevolking. De consumptiecultuur lost het niet op waardoor het faillissement van Nederland ook niet lang meer op zich laat wachten. Kapitaalinjecties die een hypotheek leggen op de toekomst kunnen het nog enige tijd uitstellen maar de ziekte zit al gebakken in de maatschappij.

Daarom verkeert Nederland in geldnood. Maar met geld lost men het niet op dus is al die politieke discussie zinloos in Den Haag. Helaas kan het niet anders omdat de democratie nu eenmaal van de instelling verlangt dat zij het klatergoud in stand houdt, tegen beter weten in, of men weet niet beter, een van de twee.

Waardecreatie is een emotie, een gevoel van innerlijke drang die te maken heeft met zingeving, duurzame vooruitgang en persoonlijke ondernemerschap. Dat ontbreekt in Nederland de laatste decennia en als dat niet snel wordt teruggevonden dan zal ons risicomijdend landje over niet al te lange tijd zich ook in de rij van de probleemlanden van Europa mogen gaan scharen. Als er dan nog sprake is van een Europa.

Wat is dan “sustainocratie”?

Sustainocratie bestaat uit “sustainability” en “democracy”. Het betekent zoveel als “duurzame menselijke vooruitgang op een democratische manier”. Dat verschilt niet zoveel van een normale democratie zou je misschien zeggen maar dat doet het wel. Hier treft u een korte uitleg (10 minuten op YouTube) van mij tijdens een wandeling in 2012 op verzoek van Nicolette Meeder.

Wat is duurzame vooruitgamg?

Het grote verschil is juist dat het maatschappij-doel vast staat, namelijk: duurzame menselijke vooruitgang. De democratische discussie, de vrijheid van meningsuiting en handelen vanuit verantwoordelijkheden is dan volledig gericht op dat hogere doel.

Dat is leuk en aardig en zal ook iedereen wel begrijpen maar in de Stad van Morgen zaten we nog met één groot probleem. Wat verstaan we onder woorden als duurzaamheid, duurzame vooruitgang en duurzame menselijke vooruitgang? Er zijn veel definities in omloop maar geen enkele gaf ons voldoende handvatten om er dagelijks verantwoordelijkheid voor te nemen, als instelling noch als individu. Ook als ik vroeg in een congres “wat verstaat u onder duurzaamheid?” dan was het antwoord altijd iets tastbaars op gebied van energie, fair trade, gezond eten, enz maar niemand keek naar een breder evolutionair menselijk perspectief, onze levensstijl of de kijk op de wereld die wij hanteren en waarop wij onze dagelijkse verantwoordelijkheden afstemmen. Wij hadden een definitie nodig die ons kon helpen om verantwoordelijkheid te nemen voor de mens zelf.

Definitie van “duurzame menselijke vooruitgang”

 Samen blijven werken aan een gezonde, vitale, veilige, vooruitstrevend zelfredzame menselijke maatschappij, binnen de context van onze aldoor veranderende natuurlijke omgeving.

Deze definitie is van een hele andere orde dan de manier waarop onze maatschappij vandaag de dag democratisch is ingericht rondom geldgedreven eigenbelang  zonder verwijzing naar concrete verantwoordelijkheden voor de mens zelf, laat staan de relatie die wij hebben met van onze omgeving. We zien de dingen die we willen hebben als externe zekerheden waarmee we ons omringen. We debatteren heel democratisch over het in stand houden van deze zekerheden die we ooit verworven hebben en stemmen op politieke partijen die daar allerlei beloftes over doen maar ondertussen dragen wij onbewust bij aan de aftakeling van onze omgeving en onszelf. Straks is er geen democratische keuze meer mogelijk omdat onze heb- en heerszucht roofbouw heeft gepleegd op onszelf en de natuur. Vaak gaat dat zonder dat we er veel van merken omdat we omringd zijn door allerlei geruststellende geluiden van overheden en instellingen die ons proberen aan te tonen dat het wel goed zit. Dat is natuurlijk niet zo.

Co-creatie

Als we het BAGE proces doormaken dan worden we er ons bewust van en zien we ook hoe we veelal door die belangenpartijen gemanipuleerd worden, inclusief het rechtsysteen. We noemen dit “het systeem” dat we hebben opgebouwd met elkaar en waarin we een gelukkig leven hebben geleid. Daar is de moderne democratie ook voor bedoeld. Dat kan nog altijd, zeker gezien de technologische en wetenschappelijke ontwikkelingen die we hebben doorgemaakt, maar dan moeten we ons de definitie van duurzame menselijke vooruitgang eigen gaan maken. Dat blijkt toch vaak moeilijker dan we denken.

De begrippen gezondheid, veiligheid, vitaliteit zijn niet te waarborgen uitsluitend met geld. Het zijn begrippen die gefundeerd zijn op ethiek terwijl een systeem van regels en wetten niet strikt gebaseerd is op morele zingeving, hooguit straffen van immorele of onethisch gedrag volgens een normering binnen het systeem.  We zien dat deze begrippen noodzakelijkerwijs gepaard gaan met de ontwikkeling van ons bewustzijn rondom de manier waarop wij met onszelf en elkaar omgaan. We zien dan ook hoe we onze omgeving vervuilen en daarbij ook onze eigen gezondheid en vooruitstrevendheid. Het is niet moeilijk in te zien dat als een “gezonde leefomgeving” de maatschappelijke norm zou moeten zijn er een heleboel zou moeten gaan veranderen in de maatschappij, in onze eigen levensstijl maar ook de hele maatschappelijke organisatie, tot aan de grondwet toe.

We willen dan al snel de opgebouwde structuur van onze maatschappij als vaststaand feit aanvaarden en oplossingen trachten te zoeken binnen de gestelde kaders. Maar ook de geschiedenis toont dat af en toe die blinde toevlucht tot oude kaders juist leidt tot de instorting van het systeem. Sustainocratie schept op eenvoudige wijze een alternatief dat zich voor uiterst concrete belangen van harmonie, balans en stabiliteit bedient van de bestaande pilaren van de huidige maatschappij maar in een andere co-creatieve verhouding met elkaar. Heb en heerszucht zullen wij nooit elimineren uit de menselijke natuur maar kunnen het wel ondergeschikt maken aan vrede en vooruitgang.

Door de mens centraal te stellen staat meteen de maatschappij ter discussie die decennia, bijna eeuwen lang, rondom geld heeft gedraaid en zich heeft ontwikkeld. De verschillen tussen maatschappijbeelden, mens of geld centraal, zijn in deze tekening ondergebracht.

Image
Sustainocratie positioneert zich met welzijn boven hebzucht zonder hebzucht ter discussie te stellen

Sustainocratie laat een maatschappij niet cyclisch meer vervallen in chaos zoals dat in het verleden gebeurde met oorlogen, recessies en depressies. Door de maatschappelijke context te verleggen naar welzijn kan hebzucht een ondergeschikt belang zijn dat aan banden wordt gelegd ten behoeve van duurzame menselijke vooruitgang. Een sustainocratie zet daarom geen streep door onze menselijke evolutie maar vult het aan met wat we over de eeuwen heen geleerd hebben. Het is een aanpak die de mens centraal stelt rondom een structuur van hoger bewustzijn waarin macht en autoriteit erkend blijft maar wel als toegevoegde waarde voor de mens en natuur en niet ten kosten van. Iedereen wordt uitgenodigd om daar mede verantwoordelijkheid voor te nemen en deel uit te gaan maken van Sustainocratie. Het is een persoonlijke keuze op basis van ethiek, verantwoordelijkheid en zelfbewustzijn.  Het nieuwe leiderschap, dat bent u zelf.

De Sustainocratie ziet er dan zo uit:

Sustainocratie is een tagel met fysieke mensen die autoriteit toevoegen an co-creatie voor menselijk belang
Sustainocratie is een tafel met fysieke mensen die autoriteit toevoegen aan co-creatie voor menselijk belang, harmonische relaties met mens en omgeving, en ethiek

Fasen van de Stad van Morgen

De Stad van Morgen heeft drie van de vier fasen doorlopen die wij nu het BAGE proces noemen. Dit proces doorloopt iedereen die in aanraking komt met onze stichting en de wereldbeelden die wij oproepen om de transitie te onderbouwen tussen de huidige werkelijkheid en dat wat wij als doel stellen (duurzame menselijke vooruitgang volgens onze eigen definitie).

Fase 1: Bewustwording

Deze fase hebben wij intens beleefd. De stichting is ontstaan door de intense bewustwording van mijzelf (inititaiefnemer Jean-Paul Close) maar daar red je het natuurlijk niet mee. Hoe vertaal je persoonlijke inzichten naar een maatschappijbreed gedragen nieuwe complexiteit? Dan is allereerst een veel algemenere bewustwording noodzakelijk.

Stad van Morgen ging daarom aan de slag met het organiseren van allerlei bijeenkomsten. Daarvoor vonden wij onze gelijke in het toemalige duurzaamheid centrum (ICSE) in Eindhoven. Het was een mooie exporuimte van vele duizenden vierkante meters en een auditorium waar we mee aan de slag konden met onze bewustwordingscongressen. We hebben er 8 in totaal georganiseerd samen met allemaal bevlogen mensen op gebied van duurzaamheid.

Er is een verslag gepubliceerd uit die periode (september 2009 tot en met mei 2010) onder de naam 23.000 uur, hetgeen de inschatting weergeeft van de vele uren die vele mensen hebben geinvesteerd in het vormgeven van vernieuwing volgens het Stad van Morgen en hun eigen inzicht en zoektocht.

23000uren (2)

Maar helaas kwam er, behalve bewustwording, niet veel van maatschappelijke verandering terecht. De volgende fase diende zich aan.

Fase 2: Aanvaarding van nieuwe verantwoordelijkheden

In de eerste fase waren wij er als stichting vooral op uit om “anderen” bewust te maken van de grote maatschappelijke uitdagingen via allerlei thematische bijeenkomsten. Wij hoopten natuurlijk dat al die partijen verantwoordelijkheid zouden nemen voor die veranderingen. Waar wij zelf uiteindelijk ons bewust van werden was dat de meeste mensen wel realiseerden wat er toen stond maar opgesloten bleven in de oude keten van afhankelijkheden van de geldgedreven maatschappij. Zij zochten dan ook al snel naar oplossingen binnen die oude structuur. Vaak speelde ook het materiele eigenbelang daarin een rol. Idealisme is prima maar de medemens moet ook overleven en rekeningen betalen in een wereld die draait om geld. De oplossingen die men zocht werden zo mogelijk afgestemd op die belangen.

De stichting en ikzelf kwamen tot de conclusie dat we zo niet verder konden komen. Als wij een doorbraak wilden creeren in de transitie van de gehele maatschappij dan moesten wij daar zelf verantwoordelijkheid voor nemen. Dat is een uiterst intens besluit dat vooral mij als persoon aanging en niet de stichting als instantie. Van een sprekende, visionaire rol transformeerde mijn rol in een van het nemen van het voortouw in nieuwe tijdse verantwoordelijkheden. Daarbij stelde ik mijzelf enorm kwetsbaar op maar diende als voorbeeld voor mogelijke andere pioniers om via de stichting ook mee te gaan doen. Dat is een intense gewaarwording die dan automatisch de volgende fase inluidt.

Fase 3: Gedragsverandering

De stichting begon zich op een andere manier op te stellen in haar omgeving. Allereerst was ikzelf uiteindelijk de enige die zo’n beetje overbleef van de grote groep betrokken mensen. Ik was de enige die verantwoordelijkheid wilde nemen voor het ingrijpende transformatie proces met alle gevolgen van de dien. De andere deelnemers aan fase 1 wilden oplossingen blijven zoeken in het oude paradigma terwijl ikzelf overtuigd was dat het geheel anders moest.

Gedragsverandering is een uitdaging op zich omdat je jezelf ineens ziet in een enorme leegte waar alles nog georganiseerd moet worden en je er helemaal alleen voor staat. Daarbij ben je natuurlijk persoonlijk enorm kwetsbaar omdat je het oude systeem de rug toe keert. Ik had het “geluk” dat ik met redelijke vrijheid en zonder oude lasten van het verleden aan deze taak kon beginnen. Mijn huis en oude zekerheden waren mij al ontnomen. Alles lag dus nu aan mijzelf en mijn eigen geworven souvereiniteit.

Naar mate ik stapje voor stapje onderzocht hoe ik dan die complexe veranderingen door moest gaan voeren, die we in de eerste fase al ideologisch hadden belicht, kwam langzaam het sustainocratische principe in beeld. Het maatschappijbeeld waar we naar toe wilden was er al en zo ook de route via chaos en bezieling om naar een nieuwe complexiteit te gaan werken. Maar dat er ook een mogelijke kortere route was ontdekte ik gaandeweg. Dat deed ik na verloop van tijd niet meer alleen. Er waren concrete initiatieven ontstaan waar zich partners aan hadden gekoppeld:

  • AiREAS: Marco van Lochem
  • STIR Academy: Nicolette Meeder
  • Spanje: Luis Escobar

Zonder de unieke kwaliteiten van deze mensen zou ik de complexiteit nooit zelfstandig aankunnen. Samen begonnen we verantwoordelijkheid te nemen waarbij ik het visionaire kader verder ontwikkelde en mijn partners op de deelgebieden een unieke bijdrage gingen leveren in de praktische concretisering. Dat bleek te werken ook al moesten ook mijn partners het BAGE proces doorlopen. In die fase zaten we anno herfst 2010.

Fase 4: Erkenning

Erkenning van je inzet en verantwoordelijkheid komt als je algemeen aanvaardde resultaten boekt die de mensen die meekijken overtuigen dat je op de goede weg zit. In deze wereld kunnen we grofweg de verhouding 10-80-10 hanteren als we veranderingen willen doorvoeren, Van de 100 mensen:

  • 10% zijn altijd voorstander
  • 80% twijfelen altijd
  • 10% zijn altijd tegenstander

De erkenning van onze resultaten vormen argumenten om de twijfelaars mee te krijgen in de vernieuwingsprocessen. De voorstanders die zich als pionier inzetten hebben de keiharde en vaak enorm moeilijke taak gehad om bewijs te leveren van hun inzet en visie. De mens zoekt zekerheden en wil pas meegaan als die zekerheden geboden worden. Idealisme is een mooie belofte maar blijft zweverig voor de massa als deze zich niet concretiseert in praktische ontwikkelingen. Ook voor de pioniers zelf is erkenning van belang om voortgang te blijven boeken en de aanpak op te gaan schalen naar een groter bereik.

Het is dan ook van enorme betekenis dat de fase van erkenning gezocht wordt bij de invulling van verantwoordelijkheden. Dat kan alleen door het grote idealisme te verkleinen tot haalbare, korte termijn stapjes. Daar zit een uitdaging op zich, zeker als het gaat om de ingrijpende verandering van een Global Shift, een transformatie van het kaliber van een Sustainocratie waarin een nieuwe werkelijkheid gaat overheersen.

In de loop van 2012 zijn de eerste tekenen van erkenning zichtbaar geworden door resultaten op gebied van de STIR Academy (kleinschalig) en later AiREAS (op Sustainocratisch grote schaal). De huidige status van de Stad van Morgen is derhalve er een van doorpakken vanuit de ingeslagen weg en vooral de eerste erkenningen opschallen naar een definitieve status van verandering. Met de ervaringen die wij hebben opgedaan kunnen nieuwe ambities worden aangegaan met geduld omdat we nu de tekenen herkennen die nodig zijn voor de stip-stap processen. Waar we vroeger haast hadden om resultaten te boeken zijn we nu geduldig om de resultaten te waarborgen, zichtbaar te maken en uit te laten groeien tot een wereldveranderende beweging. Sustainocratie bestaat nu en is de fase van kwetsbaarheid doorheen. Het uitzaai proces is begonnen en zal onstuitbaar zijn.

Door de fasen zelfbewust te zijn doorlopen en op te hebben geschreven kunnen we ook respectvol omgaan met de weg die de vele anderen die volgen moeten doormaken. Als dat al moeilijk is op persoonlijk vlak dan kunt u zich voorstellen hoe ingrijpend het is voor instutionele partijen en een hele maatschappij. Maar we hebben aangetoond dat het kan en dat is voor de meeste mensen doorslaggevend om het ook te proberen.

Waar staat de Stad van Morgen voor?

Stad van Morgen is de roepnaam die spontaan is ontstaan toen Jean-Paul Close een beeld schetste van de nieuwe maatschappij die hij voor ogen heeft. De “Stad van Morgen” sprak meer tot de verbeelding dan de Mens, Maatschappij of Samenleving van morgen. De maatschappij anno oprichtingsjaar 2009 is nog erg hard materialistisch waardoor een verwijzing naar iets tastbaars zoals een stad veel meer tot de verbeelding roept dan het abstracte begrip “mens” of “samenleving”. Het doorgeslagen individualisme vindt elke verwijzing naar samenzijn, samenleven, spiritualiteit, e.d. maar zweverig en van een geiten wollen sokken cultuur. Als je verschillende mensen vraagt welk beeld er bij hen opkomt als ik “Stad van Morgen” zeg dan zijn de reacties erg verschillend. De een ziet een bos van wolkenkrabbers met monorails en vliegende auto’s. De ander ziet niet veel anders dan wat we vandaag hebben maar wél een verzameling van huisjes en straten met veel verkeer. 

Dat beeld willen we eigenlijk helemaal niet bij de Stad van Morgen. In onze stichting staat namelijk de mens centraal en helemaal niet de toeters en bellen die ons in de verstedelijking omringen, integendeel. We zien dan ook een enorm groot risico in het stadsbeeld van de toekomst dat men schetst juist omdat het voortkomt uit een vergaande economisering van onze maatschappij. De gevolgen zijn gigantisch geweest door onze afhankelijkheid van geldelijke middelen voor onze dagelijkse behoeften. De toestroom naar de stad is eeuwenlang gaande en nu al woont meer dan 55% van de wereldbevolking in een stad. Steden groeien en daarmee ook de noodzaak om de steden te bevoorraden met alle basisbehoeften van de mens.

Daarin zitten nogal wat uitdagingen. Omdat de toegang tot basisvoorzieningen in de steden wordt georganiseerd via een economische keten van belangen zien we dat de stadsmens alleen toegang heeft tot de basisvoorzieningen als men ook toegang heeft tot geld. De hele stroom van goederen en diensten is zo in speculatieve handen van economische grootmachten die daaruit hun eigenbelang dienen. Dat zou helemaal niet erg zijn als de Aarde een onbeperkte groei zou faciliteren met grondstoffen en ruimte. Maar die zaken zijn beperkt. We hebben een situatie bereikt waarin de economische grootmachten de ruimtelijke ontwikkeling van de mensheid én het gebruik van grondstoffen, ten kosten van onze natuurlijke omgeving, zo hebben misbruikt dat het gevaarlijk is geworden voor het menselijke voortbestaan. We staan de dus op de rand van een afgrond, tenzij er enorm grote veranderingen plaats vinden in onze manier van samen leven.

Aangezien wij een afgrond voor de mensheid helemaal niet leuk vinden concentreert de Stad van Morgen zich als stichting op het zoeken naar oplossingen om die grote veranderingen binnen de complexiteit van ons huidige bestaan vorm te geven. In de wereld wordt die aangeduid met de “Global Shift” of de “Global Transformation”. De aanpak die wij hebben ontwikkeld heet SUSTAINOCRATIE. In een volgende blog zullen we dit begrip verder uitleggen net als de fasen die we doorlopen hebben om op dit punt aan te landen. 

De Stad van Morgen is dus een stichting (Stichting STIR) die zich bezig houdt met pionierswerk op gebied van sustainocratie. Wat dat precies inhoud en welke resultaten wij boeken en welke problemen we tegen komen leest u in de blogs die hierop volgen. Zo zult u gelijkaan misschien ook uw eigen rol in dit proces gaan inzien en u aansluiten bij de ontwikkelingen.

Schrijver van de blog is Jean-Paul Close, initiatiefnemer van de Stad van Morgen, maar naar verloop van tijd zullen ook andere bloggers vanuit sustainocratische processen deelnemen.