Vrijheid, onderdrukking en vooruitgang

We leven in een land in vrede en daarom kunnen wij in vrijheid denken, zols bijvoorbeeld aan onze vooruitgang. Om deze luxe te bereiken is ook een vorm van onderdrukking nodig. Dat lijken twee tegenstrijdige begrippen, vrijheid en onderdrukking, dus laten we er even bij stil gaan staan. Dit is belangrijk omdat het principe van menselijke vooruitgang juist daar weer mee te maken heeft, zeker nu wij uitgedaagd worden door crisissen in onze maatschappij die ook het begrip “vooruitgang” ter discussie stellen.

Vrijheid
Wat is vrijheid eigenlijk? Is het de vrijheid om je te bewegen? Vrijheid van meningsuiting? Keuzevrijheid? Je mag wel iemand beledigen of uitschelden maar niet slaan of vermoorden. Je mag wel karretjes volladen met voedsel in een supermarkt maar niet ermee weglopen zonder te betalen. Je mag de wereld vrij rondreizen maar niet zonder identiteitsbewijs.

Alles wat je mag doen in vrijheid is dus omringd met voorwaarden en beperkingen. We worden in onze vrijheid dus gestuurd en onderdrukt. Deze “onderdrukking” blijkt noodzakelijk om onze vrede en vrijheid te behouden maar waar begint het en waar houdt het op?

Het “zijn”
Vrijheid heeft een directe relatie met de erkenning van een zelfbewust wezen als zelflerende, zelfstandige identiteit. Deze erkenning is op zichzelf ook een blijk van zelfbewustzijn. We stemmen deze erkenning dus op elkaar af door elkaars identiteit te erkennen. We zijn daarin dus geen boom of lantaarnpaal maar een denkend, redenerend, lerend en actief wezen dat in de medemens haar gelijke erkent.

Deze gelijkwaardigheid in het zijn heeft tegelijkertijd een belangrijke consequentie, namelijk dat wij onderling ook afspreken wat voor een ieder van ons belangrijk is en waardoor wij er bewust aandacht aan moeten besteden. Veiligheid is zo’n thema. Doordat wij een zelfbewust wezen zijn kennen wij ook pijn, lijden en de dood als gegeven van ons bestaan. Elkaar vrijwaren van deze zaken is dan ook belangrijk. We worden dus in ons bestaan door onszelf geholpen door onderlinge afspraken te maken die respectvol zijn naar elkaar toe. Daarin kunnen we verder gaan, zoals samenwerken bijvoorbeeld.

Het “doen”
Nu is de mens ook een levend wezen dat zoals elke levende soort wil voldoen aan haar levensbehoeften. We moeten dus overleven om te kunnen leven. In dat aspect zit een doelbewuste actie die samenwerking maar ook de nodige concurrentie met elkaar kan opleveren. We concurreren om voedsel, woonruimte, een partner, enz. In dat doen willen we wel eens onze respectvolle zijns afspraken vergeten en de agressie ontdekken die onze soort ook eigen is. We komen voor ons eigenbelang op. En dat kan soms erg ver gaan. Hoe ver dit mag gaan is afhankelijk van de omgevingsfactoren waarin de confrontatie plaats vindt. In tijden van oorlog zijn vijanden dodelijk op elkaar ingesteld. In tijden van vrede verwacht men van elkaar een soort tolerantie en overredingskracht.

Dat vergt dan weer een stukje opvoeding en opleiding dat ge-ent is op de eigenheid van een lokale omgeving en bijbehorende cultuurontwikkeling. Het overstijgt de individu waardoor er structuren worden gecreëerd rondom het overleven en leven in een regio. Gaandeweg hebben die structuren allerlei instellingen opgeleverd die ook weer onderling met elkaar omgaan. Denk aan overheden, bedrijven, scholen, enz.

Normen en waarden
Afhankelijk van de omstandigheden leggen wij onszelf dus regels (normen) op die ons onderlinge gedrag bepalen. Wij genieten daardoor vrijheden onder voorwaarden. De voorwaarden (waarden) die wij met elkaar afspreken bepalen onze eigen cultuur van vrijheid en de manier waarop wij elkaar aan kunnen spreken op de uitoefening ervan. We noemen dit “maatschappij”.

Tot zover lijkt het allemaal erg logisch maar waarom zijn er dan zoveel verschillende soorten maatschappij? Waarom wordt vrijheid en onderdrukking overal anders toegepast? En zijn onze eigen vrijheden en opgelegde beperkingen wel zo “normaal” voor anderen?

Dat komt omdat in verschillende gebieden de erkenning van de vrije zelfredzame identiteit, de “ik”, niet voor iedereen en overal gelijk wordt erkend. De vrouw wordt wel eens gezien als bezit van de man, bedoeld om er nageslacht mee op te bouwen, maar niet om in gelijkheid en evenredige veiligheid mee om te gaan. De menselijke “ik” van kinderen wordt soms pas erkend als ze een bepaalde leeftijd hebben bereikt en sommige maatschappijen hanteren eigen normen en waarden die zij ook verwachten van andere maatschappijen voordat zij de betreffende mensen als identiteit erkennen. De mens is dus niet zomaar eenduidig als mens aan te duiden maar de inkleuring via normen en waarden van de mens wordt als even belangrijk en soms zelfs belangrijker ervaren.

Lokale onderlinge afspraken gelden vaak wel voor de een maar niet voor de ander op basis van leeftijd, geslacht, huidskleur, geloof, geboortegrond, enz. Het is nog niet zo dat de mens in de hele wereld elke mens automatisch in het “zijn” erkent vanaf de geboorte. Die erkenning wordt ook geconditioneerd door de omringende levensovertuiging en het wereldbeeld van die identiteit die zich gaandeweg lokaal in de geschiedenis heeft ontwikkeld. “Ik ben een zelfbewust menswezen” is derhalve niet onmiddellijk voldoende om als zodanig erkend en gerespecteerd te worden. Er zit vaak meteen al een dikke historische schil omheen. Die schil geldt voor lokale veiligheid maar garandeert niet de veiligheid tussen ALLE mensen.

In tijden van duidelijk afgebakende landen en culturen was dit onderscheid redelijk aanvaardbaar. Het leverde soms oorlogen op maar dat was tussen “mens of maatschappij “soorten” – de “wij” en “niet wij””. In ons huidige tijdperk van open grenzen, multiculturele samensmeltingen en een groeiende wereldpopulatie, is het redeneren en blijven handelen vanuit cultuur-historische verschillen niet of nauwelijks te doen. Zijn wij verschillende soorten mensen? Of hebben wij ons anders ontwikkeld in onderlinge afspraken? Dienen wij onze eigen afzonderlijke afspraken van elkaar af te dwingen of bij gemengde culturen de verschillen overstijgen en de overeenkomsten in t elren zien? Gaan wij dan terug naar de menselijke basis? Loslaten en opnieuw beginnen met het maken van afspraken? Zijn er misschien afspraken die we nu al met elkaar kunnen afstemmen zonder afbreuk te hoeven doen aan onze oorspronkelijke levensovertuiging? Hoe gaan we samen om met onze vrijheid en onze noodzakelijke maar verschillende uiting van onderdrukking?

Ethiek
In een multiculturele samenleving is opnieuw beginnen erg lastig. Een levensovertuiging op basis van normen en waarden die men van huis uit heeft meegekregen laat men niet zomaar los. Die berusten op een “waarheid” die erg sterk van binnenuit wordt beleefd. Moet iedereen zich dan aanpassen aan de normen en waarden van het gebied waarin men komt te wonen?

Betekent dat dan ook niet een verplicht, dwangmatig loslaatproces van iemand’s oorsprong? Wat gebeurd er als men geen van beide eist en de mens zelf laat stoeien met de eigen normen en waarden en die verschillen met de omgeving? Wat is dan het nut van lokale wetgeving en wat is “recht”?

De complexiteit waarmee we in onze vrijheid worden geconfronteerd is dat wij de onderdrukking om die vrijheid te beleven op verschillende manieren hebben ingevuld in onze geschiedenis. Daar zijn vaak goede redenen voor aan te wijzen maar de vraag is dan of die ook in deze tijden nog geldig zijn? En waar of wanneer wel? En wanneer niet? Of zijn ze universeel van toepassing (en opeisbaar) als ze ooit onder concrete omstandigheden lokaal zijn ontstaan.

We komen dan op het terrein van de filosofische en praktische discussie van “ethiek”.

Terwijl normen en waarden een duidelijke lokale oorsprong hebben en bepalend zijn voor de manier waarop wij aldaar onderling met elkaar omgaan, hoe verwerpelijk ook vanuit het blikveld van een andere levensovertuiging, gaat ethiek over universele waarden. Ook dit is natuurlijk een delicaat punt omdat ook religies de pretentie hebben om zich daarover te uiten volgens de geschriften en onderbouwing door een of meerdere profeten. Het kan dus zijn dat de discussie over ethiek tot andere conclusies komt dan die van een bepaalde religie. Waarom is dat?

Ook religie is een vorm van onderdrukking om vrijheid te kunnen beleven. Religies zijn ontstaan in de historische perioden van onzekerheid van de zelfbewuste mens ten opzichte van de mystiek van het leven zelf. Territoriale wetten werden aangevuld met goddelijke wetten. Zo werd het bestaansrechtelijke “zijn” vergoddelijkt en het “doen” vermenselijkt om een onderscheid te kunnen maken in bestaan en gedrag, met verschillende vormen van verwijtbaarheid en schuld. Die vergoddelijking is door de profeten verkondigd om de vaak vastgeroeste lokale normen en waarden te doorbreken met universele reflectie. Daar zijn daarna weer menselijke eigenaardigheden geslopen op gebied van macht en hiërarchie door de dogmatische verkerkelijking van de bewust gekozen onderdelen van universele inzichten. Zo zijn er vanuit eenzelfde oorsprong allerlei verschillende geloofsovertuigingen ontstaan die elkaar ook weer beconcurreren vanuit de regerende dogma’s. De “waarheid” heeft op deze manier verschillende interpretaties gekregen. Ga iemand maar een verkondigen dat zijn of haar “waarheid” meer of minder is dan die van een ander…..

De gemiddelde mens heeft angst en schuldgevoelens die gekoppeld worden aan het bovenmenselijke, de dood en onze evolutie (waaronder de vermeende mogelijkheid van een leven na de dood en de opvattingen over het moment van de wederopstanding). Het is logischerwijs enorm moeilijk voor de mens om hierover zonder onzekerheid te durven relativeren. Men laat zich dus graag risicomijdend beïnvloeden en daar wordt vanuit specifieke overtuigingen weer gebruik van gemaakt om grote groepen mensen te binden aan het een of het ander.

In een enkel gebied waar een meerderheid zich uit hetzelfde geloof bediend zal weinig discussie ontstaan. Wanneer echter verschillende overtuigingen naast elkaar trachten te overleven en leven dan kan de discussie erg intens worden. Geloof gaat niet over wat men doet maar wat men gelooft te zijn en van waaruit men het doen relativeert en goedkeurt. Als het zijn geraakt wordt ontstaat er verschil in de beleving van menselijkheid. Dit verlangt dan een belangrijke bestaansrechtelijke discussie met duidelijke afspraken op basis van onderlinge erkenning. Dat laatste is erg lastig als de oorsprong gelegd wordt in een beleving van goddelijk gelijk.

Ethiek gaat over aantoonbare universele wetten die voor een ieder gelden ongeacht religie of lokaal geldende wetten rond normen en waarden. We leggen onze evolutionaire lat dus hoger door geen afstand te doen van onze overtuigingen of regels maar ze ondergeschikt te maken aan een nieuwe soort maatschappij. Dat is lastig als over erkenning van menselijk “zijn” al meningsverschillen zijn. Als de een de vrouw, het kind of een andere huidskleur wel erkent als gelijke en de andere niet, dan lijkt ethiek afhankelijk gemaakt te worden van een wetenschappelijke interpretatie van “wat is een mens?”.  Hanteren wij dan alleen tastbare bewijsvoering, zoals algemene lichamelijke kenmerken en dna? Of ook spirituele, zoals bewustzijn en bewustwording?

Wanneer is een mens een mens? Die vraag op zich is al een rechtsfilosofische ontwikkeling op gebied van bewustwording. De vraag zou ontkend worden door partijen die het antwoord leggen binnen een externe onzichtbare macht waaraan zij zelf waarden aan ontlenen. “De mens” is voor hen van goddelijke oorsprong en dient verantwoording af te leggen aan dat geloof. Maar ook die goddelijke oorsprong wordt door mensen anders ingevuld. Zijn er verschillende goden die zich uiten in de verschillende religies of is het dezelfde God en geven wij andere interpretaties aan die oorsprong?

Kortom. Ethiek stelt de historische interpretatie ter discussie ten behoeve van de bestaansrechtelijke menselijkheid binnen de context van onze universele oorsprong. Wetenschap en geloof dienen zich af te stemmen op duurzame menselijke vooruitgang van alle partijen. Waar we aan toe blijken te zijn is de erkenning van onze verschillen van opvattingen en het respect om die verschillen te aanvaarden en niet te bestrijden. Om dat te doen is het van belang dat er nieuwe overkoepelende afspraken komen die het universele gedrag en de onderlinge relaties bepalen van de mens of mensen. Dat betekent automatisch dat alle andere overtuigingen, zoals religie maar ook lokale wetten op basis van interpretatie van normen en waarden daar ondergeschikt aan worden gemaakt. Gelijkheid in vrijheid zullen dan maar zeggen maar keuze vrijheid in de beperkingen met in acht name van de universele ethiek.

Sustainocratie

Sustainocratie is een op ethiek gebaseerde maatschappijvorm. Het gaat niet in op levensopvattingen of geloofsovertuigingen maar wel op een gemeenschappelijke universele drang van evolutionaire duurzame vooruitgang. De algemene doelstelling die wij formuleren is vrijgemaakt van elke vorm van oordeel. Het individuele “ik ben” besef mag dan gekleurd zijn, de individuele talentvorming en inzet wordt verbonden aan een resultaat-gedreven missie volgens een universeel ethisch kader. Natuurlijk kan er ook discussie ontstaan over het kader maar dat lost veelal de huidige crisissituatie op. Het kader dient veiligheid te bieden waar anders onveiligheid kan ontstaan in een complexe situatie.

Geld
De complexiteit wordt nog groter nu er zich een andere hiërarchie en schuldsysteem heeft toegevoegd aan de discussie over ethiek: geld. Geld is ook verbonden aan “waarden”. De ontwikkeling van lokale economieën van waarden heeft de hele situatie al van een andere dimensie voorzien. Door geld als overkoepelende zekerheid te gaan zien zijn mensen bereid gebleken hun verschillen ondergeschikt te maken. Dat geeft al aan dat de oorspronkelijke geloofswaarheden en oude dogma’s geen onoverkomelijke hindernis vormen om tot een relatief vreedzame gemengde samenleving te komen. Geld heeft de maatschappij al uitgedaagd om te komen tot een status quo rond een hogere maatschappelijke waarde, namelijk geld. Geld is gekoppeld aan materialisme hetgeen via geld een tegenpool is geworden van het immateriële van het geloof. Er is een nieuw omhulsel geschapen die de mens wederom in verwarring brengt, namelijk dat van de maatschappelijke organisatie rond “het hebben”. De angst rond de onzekerheden van het zijn hebben plaatsgemaakt voor hebzucht uit angst te verliezen wat men heeft. Hebzucht heeft de laatste decennia een verontrustende ontwikkeling doorgemaakt die heeft geleid tot een wereldwijde crisis. Maar ook de macht van het geld beleeft ontkenning over universele waarden door zichzelf als enige waarheid te positioneren.

Dit brengt ethiek tot een verdere dimensie en grotere complexiteit. Niemand doet een ander kwaad door het bestaansrecht te koppelen aan een persoonlijk geloofsovertuiging, tenzij men anderen tracht te dwingen tot eenzelfde geloof. Bij hebzucht is er altijd een zuigkracht dat ten kosten gaat van de omgeving en ook de medemens. Hebzucht individualiseert verschillen en geld helpt bij het scheppen van nieuwe normen en waarden. Welke ethische universele wetten dienen zich te ontwikkelen vanuit het materialisme als dit aantoonbaar ten kosten gaat van het bestaansrecht van anderen? Hoe ontwikkelen normen en waarden zich als geld een andere waardesysteem hanteert dan bestaansrechtelijke waarden van identiteit en menselijkheid? Hoe verhouden deze lokale normen en waarden rondom economische doelstellingen zich ten opzichte van ethiek? Welke rechten ontlenen groepen mensen zich ten opzichte van anderen over het hebben en gebruiken van universele tastbare waarden? Is deze discussie hetzelfde of anders dan de ontastbare waarden van geloof?

Conclusie

Normen, waarden, religie, geloof en geld bevatten in onze moderne tijd een unieke en noodzakelijke bestaansrechtelijke reflectie en globale bewustwording  die wij onder brengen in de universele bezielende discussie van “ethiek”. Onze menselijkheid en duurzame vooruitgang is ervan afhankelijk en de discussie wordt al gevoerd. We hebben echter haast. Nu de enige overkoepelende, verbindende zekerheid in de vorm van geld in crisis verkeerd door menselijk misbruik, is de discussie van groot belang. Bij het wegvallen ervan gaan de onderlinge verschillen zich weer manifesteren met het gevaar dat men terug pakt naar oude zekerheden. Dat maakt de multiculturele maatschappij uiterst kwetsbaar en zelfs gevaarlijk. Ethiek zal dus zowel het principe van het materialisme en het immateriële moeten voorzien van duidelijkheid voordat men weer de oude vormen de boventoon laat voeren met alle gevaren van dien.

Sustainocratie is daarbij een neutrale samenleving- en samenwerkingsvorm dat zich concentreert op evenredige waardecreatie en onderlinge verdeling. Binnen Sustainocratie kan het overleg in praktische zin plaatsvinden om zo de integriteit van alle betrokken  partijen te waarborgen en van een duurzame vooruitgang te voorzien.

Wat is dan “sustainocratie”?

Sustainocratie bestaat uit “sustainability” en “democracy”. Het betekent zoveel als “duurzame menselijke vooruitgang op een democratische manier”. Dat verschilt niet zoveel van een normale democratie zou je misschien zeggen maar dat doet het wel. Hier treft u een korte uitleg (10 minuten op YouTube) van mij tijdens een wandeling in 2012 op verzoek van Nicolette Meeder.

Wat is duurzame vooruitgamg?

Het grote verschil is juist dat het maatschappij-doel vast staat, namelijk: duurzame menselijke vooruitgang. De democratische discussie, de vrijheid van meningsuiting en handelen vanuit verantwoordelijkheden is dan volledig gericht op dat hogere doel.

Dat is leuk en aardig en zal ook iedereen wel begrijpen maar in de Stad van Morgen zaten we nog met één groot probleem. Wat verstaan we onder woorden als duurzaamheid, duurzame vooruitgang en duurzame menselijke vooruitgang? Er zijn veel definities in omloop maar geen enkele gaf ons voldoende handvatten om er dagelijks verantwoordelijkheid voor te nemen, als instelling noch als individu. Ook als ik vroeg in een congres “wat verstaat u onder duurzaamheid?” dan was het antwoord altijd iets tastbaars op gebied van energie, fair trade, gezond eten, enz maar niemand keek naar een breder evolutionair menselijk perspectief, onze levensstijl of de kijk op de wereld die wij hanteren en waarop wij onze dagelijkse verantwoordelijkheden afstemmen. Wij hadden een definitie nodig die ons kon helpen om verantwoordelijkheid te nemen voor de mens zelf.

Definitie van “duurzame menselijke vooruitgang”

 Samen blijven werken aan een gezonde, vitale, veilige, vooruitstrevend zelfredzame menselijke maatschappij, binnen de context van onze aldoor veranderende natuurlijke omgeving.

Deze definitie is van een hele andere orde dan de manier waarop onze maatschappij vandaag de dag democratisch is ingericht rondom geldgedreven eigenbelang  zonder verwijzing naar concrete verantwoordelijkheden voor de mens zelf, laat staan de relatie die wij hebben met van onze omgeving. We zien de dingen die we willen hebben als externe zekerheden waarmee we ons omringen. We debatteren heel democratisch over het in stand houden van deze zekerheden die we ooit verworven hebben en stemmen op politieke partijen die daar allerlei beloftes over doen maar ondertussen dragen wij onbewust bij aan de aftakeling van onze omgeving en onszelf. Straks is er geen democratische keuze meer mogelijk omdat onze heb- en heerszucht roofbouw heeft gepleegd op onszelf en de natuur. Vaak gaat dat zonder dat we er veel van merken omdat we omringd zijn door allerlei geruststellende geluiden van overheden en instellingen die ons proberen aan te tonen dat het wel goed zit. Dat is natuurlijk niet zo.

Co-creatie

Als we het BAGE proces doormaken dan worden we er ons bewust van en zien we ook hoe we veelal door die belangenpartijen gemanipuleerd worden, inclusief het rechtsysteen. We noemen dit “het systeem” dat we hebben opgebouwd met elkaar en waarin we een gelukkig leven hebben geleid. Daar is de moderne democratie ook voor bedoeld. Dat kan nog altijd, zeker gezien de technologische en wetenschappelijke ontwikkelingen die we hebben doorgemaakt, maar dan moeten we ons de definitie van duurzame menselijke vooruitgang eigen gaan maken. Dat blijkt toch vaak moeilijker dan we denken.

De begrippen gezondheid, veiligheid, vitaliteit zijn niet te waarborgen uitsluitend met geld. Het zijn begrippen die gefundeerd zijn op ethiek terwijl een systeem van regels en wetten niet strikt gebaseerd is op morele zingeving, hooguit straffen van immorele of onethisch gedrag volgens een normering binnen het systeem.  We zien dat deze begrippen noodzakelijkerwijs gepaard gaan met de ontwikkeling van ons bewustzijn rondom de manier waarop wij met onszelf en elkaar omgaan. We zien dan ook hoe we onze omgeving vervuilen en daarbij ook onze eigen gezondheid en vooruitstrevendheid. Het is niet moeilijk in te zien dat als een “gezonde leefomgeving” de maatschappelijke norm zou moeten zijn er een heleboel zou moeten gaan veranderen in de maatschappij, in onze eigen levensstijl maar ook de hele maatschappelijke organisatie, tot aan de grondwet toe.

We willen dan al snel de opgebouwde structuur van onze maatschappij als vaststaand feit aanvaarden en oplossingen trachten te zoeken binnen de gestelde kaders. Maar ook de geschiedenis toont dat af en toe die blinde toevlucht tot oude kaders juist leidt tot de instorting van het systeem. Sustainocratie schept op eenvoudige wijze een alternatief dat zich voor uiterst concrete belangen van harmonie, balans en stabiliteit bedient van de bestaande pilaren van de huidige maatschappij maar in een andere co-creatieve verhouding met elkaar. Heb en heerszucht zullen wij nooit elimineren uit de menselijke natuur maar kunnen het wel ondergeschikt maken aan vrede en vooruitgang.

Door de mens centraal te stellen staat meteen de maatschappij ter discussie die decennia, bijna eeuwen lang, rondom geld heeft gedraaid en zich heeft ontwikkeld. De verschillen tussen maatschappijbeelden, mens of geld centraal, zijn in deze tekening ondergebracht.

Image
Sustainocratie positioneert zich met welzijn boven hebzucht zonder hebzucht ter discussie te stellen

Sustainocratie laat een maatschappij niet cyclisch meer vervallen in chaos zoals dat in het verleden gebeurde met oorlogen, recessies en depressies. Door de maatschappelijke context te verleggen naar welzijn kan hebzucht een ondergeschikt belang zijn dat aan banden wordt gelegd ten behoeve van duurzame menselijke vooruitgang. Een sustainocratie zet daarom geen streep door onze menselijke evolutie maar vult het aan met wat we over de eeuwen heen geleerd hebben. Het is een aanpak die de mens centraal stelt rondom een structuur van hoger bewustzijn waarin macht en autoriteit erkend blijft maar wel als toegevoegde waarde voor de mens en natuur en niet ten kosten van. Iedereen wordt uitgenodigd om daar mede verantwoordelijkheid voor te nemen en deel uit te gaan maken van Sustainocratie. Het is een persoonlijke keuze op basis van ethiek, verantwoordelijkheid en zelfbewustzijn.  Het nieuwe leiderschap, dat bent u zelf.

De Sustainocratie ziet er dan zo uit:

Sustainocratie is een tagel met fysieke mensen die autoriteit toevoegen an co-creatie voor menselijk belang
Sustainocratie is een tafel met fysieke mensen die autoriteit toevoegen aan co-creatie voor menselijk belang, harmonische relaties met mens en omgeving, en ethiek

Fasen van de Stad van Morgen

De Stad van Morgen heeft drie van de vier fasen doorlopen die wij nu het BAGE proces noemen. Dit proces doorloopt iedereen die in aanraking komt met onze stichting en de wereldbeelden die wij oproepen om de transitie te onderbouwen tussen de huidige werkelijkheid en dat wat wij als doel stellen (duurzame menselijke vooruitgang volgens onze eigen definitie).

Fase 1: Bewustwording

Deze fase hebben wij intens beleefd. De stichting is ontstaan door de intense bewustwording van mijzelf (inititaiefnemer Jean-Paul Close) maar daar red je het natuurlijk niet mee. Hoe vertaal je persoonlijke inzichten naar een maatschappijbreed gedragen nieuwe complexiteit? Dan is allereerst een veel algemenere bewustwording noodzakelijk.

Stad van Morgen ging daarom aan de slag met het organiseren van allerlei bijeenkomsten. Daarvoor vonden wij onze gelijke in het toemalige duurzaamheid centrum (ICSE) in Eindhoven. Het was een mooie exporuimte van vele duizenden vierkante meters en een auditorium waar we mee aan de slag konden met onze bewustwordingscongressen. We hebben er 8 in totaal georganiseerd samen met allemaal bevlogen mensen op gebied van duurzaamheid.

Er is een verslag gepubliceerd uit die periode (september 2009 tot en met mei 2010) onder de naam 23.000 uur, hetgeen de inschatting weergeeft van de vele uren die vele mensen hebben geinvesteerd in het vormgeven van vernieuwing volgens het Stad van Morgen en hun eigen inzicht en zoektocht.

23000uren (2)

Maar helaas kwam er, behalve bewustwording, niet veel van maatschappelijke verandering terecht. De volgende fase diende zich aan.

Fase 2: Aanvaarding van nieuwe verantwoordelijkheden

In de eerste fase waren wij er als stichting vooral op uit om “anderen” bewust te maken van de grote maatschappelijke uitdagingen via allerlei thematische bijeenkomsten. Wij hoopten natuurlijk dat al die partijen verantwoordelijkheid zouden nemen voor die veranderingen. Waar wij zelf uiteindelijk ons bewust van werden was dat de meeste mensen wel realiseerden wat er toen stond maar opgesloten bleven in de oude keten van afhankelijkheden van de geldgedreven maatschappij. Zij zochten dan ook al snel naar oplossingen binnen die oude structuur. Vaak speelde ook het materiele eigenbelang daarin een rol. Idealisme is prima maar de medemens moet ook overleven en rekeningen betalen in een wereld die draait om geld. De oplossingen die men zocht werden zo mogelijk afgestemd op die belangen.

De stichting en ikzelf kwamen tot de conclusie dat we zo niet verder konden komen. Als wij een doorbraak wilden creeren in de transitie van de gehele maatschappij dan moesten wij daar zelf verantwoordelijkheid voor nemen. Dat is een uiterst intens besluit dat vooral mij als persoon aanging en niet de stichting als instantie. Van een sprekende, visionaire rol transformeerde mijn rol in een van het nemen van het voortouw in nieuwe tijdse verantwoordelijkheden. Daarbij stelde ik mijzelf enorm kwetsbaar op maar diende als voorbeeld voor mogelijke andere pioniers om via de stichting ook mee te gaan doen. Dat is een intense gewaarwording die dan automatisch de volgende fase inluidt.

Fase 3: Gedragsverandering

De stichting begon zich op een andere manier op te stellen in haar omgeving. Allereerst was ikzelf uiteindelijk de enige die zo’n beetje overbleef van de grote groep betrokken mensen. Ik was de enige die verantwoordelijkheid wilde nemen voor het ingrijpende transformatie proces met alle gevolgen van de dien. De andere deelnemers aan fase 1 wilden oplossingen blijven zoeken in het oude paradigma terwijl ikzelf overtuigd was dat het geheel anders moest.

Gedragsverandering is een uitdaging op zich omdat je jezelf ineens ziet in een enorme leegte waar alles nog georganiseerd moet worden en je er helemaal alleen voor staat. Daarbij ben je natuurlijk persoonlijk enorm kwetsbaar omdat je het oude systeem de rug toe keert. Ik had het “geluk” dat ik met redelijke vrijheid en zonder oude lasten van het verleden aan deze taak kon beginnen. Mijn huis en oude zekerheden waren mij al ontnomen. Alles lag dus nu aan mijzelf en mijn eigen geworven souvereiniteit.

Naar mate ik stapje voor stapje onderzocht hoe ik dan die complexe veranderingen door moest gaan voeren, die we in de eerste fase al ideologisch hadden belicht, kwam langzaam het sustainocratische principe in beeld. Het maatschappijbeeld waar we naar toe wilden was er al en zo ook de route via chaos en bezieling om naar een nieuwe complexiteit te gaan werken. Maar dat er ook een mogelijke kortere route was ontdekte ik gaandeweg. Dat deed ik na verloop van tijd niet meer alleen. Er waren concrete initiatieven ontstaan waar zich partners aan hadden gekoppeld:

  • AiREAS: Marco van Lochem
  • STIR Academy: Nicolette Meeder
  • Spanje: Luis Escobar

Zonder de unieke kwaliteiten van deze mensen zou ik de complexiteit nooit zelfstandig aankunnen. Samen begonnen we verantwoordelijkheid te nemen waarbij ik het visionaire kader verder ontwikkelde en mijn partners op de deelgebieden een unieke bijdrage gingen leveren in de praktische concretisering. Dat bleek te werken ook al moesten ook mijn partners het BAGE proces doorlopen. In die fase zaten we anno herfst 2010.

Fase 4: Erkenning

Erkenning van je inzet en verantwoordelijkheid komt als je algemeen aanvaardde resultaten boekt die de mensen die meekijken overtuigen dat je op de goede weg zit. In deze wereld kunnen we grofweg de verhouding 10-80-10 hanteren als we veranderingen willen doorvoeren, Van de 100 mensen:

  • 10% zijn altijd voorstander
  • 80% twijfelen altijd
  • 10% zijn altijd tegenstander

De erkenning van onze resultaten vormen argumenten om de twijfelaars mee te krijgen in de vernieuwingsprocessen. De voorstanders die zich als pionier inzetten hebben de keiharde en vaak enorm moeilijke taak gehad om bewijs te leveren van hun inzet en visie. De mens zoekt zekerheden en wil pas meegaan als die zekerheden geboden worden. Idealisme is een mooie belofte maar blijft zweverig voor de massa als deze zich niet concretiseert in praktische ontwikkelingen. Ook voor de pioniers zelf is erkenning van belang om voortgang te blijven boeken en de aanpak op te gaan schalen naar een groter bereik.

Het is dan ook van enorme betekenis dat de fase van erkenning gezocht wordt bij de invulling van verantwoordelijkheden. Dat kan alleen door het grote idealisme te verkleinen tot haalbare, korte termijn stapjes. Daar zit een uitdaging op zich, zeker als het gaat om de ingrijpende verandering van een Global Shift, een transformatie van het kaliber van een Sustainocratie waarin een nieuwe werkelijkheid gaat overheersen.

In de loop van 2012 zijn de eerste tekenen van erkenning zichtbaar geworden door resultaten op gebied van de STIR Academy (kleinschalig) en later AiREAS (op Sustainocratisch grote schaal). De huidige status van de Stad van Morgen is derhalve er een van doorpakken vanuit de ingeslagen weg en vooral de eerste erkenningen opschallen naar een definitieve status van verandering. Met de ervaringen die wij hebben opgedaan kunnen nieuwe ambities worden aangegaan met geduld omdat we nu de tekenen herkennen die nodig zijn voor de stip-stap processen. Waar we vroeger haast hadden om resultaten te boeken zijn we nu geduldig om de resultaten te waarborgen, zichtbaar te maken en uit te laten groeien tot een wereldveranderende beweging. Sustainocratie bestaat nu en is de fase van kwetsbaarheid doorheen. Het uitzaai proces is begonnen en zal onstuitbaar zijn.

Door de fasen zelfbewust te zijn doorlopen en op te hebben geschreven kunnen we ook respectvol omgaan met de weg die de vele anderen die volgen moeten doormaken. Als dat al moeilijk is op persoonlijk vlak dan kunt u zich voorstellen hoe ingrijpend het is voor instutionele partijen en een hele maatschappij. Maar we hebben aangetoond dat het kan en dat is voor de meeste mensen doorslaggevend om het ook te proberen.

Waar staat de Stad van Morgen voor?

Stad van Morgen is de roepnaam die spontaan is ontstaan toen Jean-Paul Close een beeld schetste van de nieuwe maatschappij die hij voor ogen heeft. De “Stad van Morgen” sprak meer tot de verbeelding dan de Mens, Maatschappij of Samenleving van morgen. De maatschappij anno oprichtingsjaar 2009 is nog erg hard materialistisch waardoor een verwijzing naar iets tastbaars zoals een stad veel meer tot de verbeelding roept dan het abstracte begrip “mens” of “samenleving”. Het doorgeslagen individualisme vindt elke verwijzing naar samenzijn, samenleven, spiritualiteit, e.d. maar zweverig en van een geiten wollen sokken cultuur. Als je verschillende mensen vraagt welk beeld er bij hen opkomt als ik “Stad van Morgen” zeg dan zijn de reacties erg verschillend. De een ziet een bos van wolkenkrabbers met monorails en vliegende auto’s. De ander ziet niet veel anders dan wat we vandaag hebben maar wél een verzameling van huisjes en straten met veel verkeer. 

Dat beeld willen we eigenlijk helemaal niet bij de Stad van Morgen. In onze stichting staat namelijk de mens centraal en helemaal niet de toeters en bellen die ons in de verstedelijking omringen, integendeel. We zien dan ook een enorm groot risico in het stadsbeeld van de toekomst dat men schetst juist omdat het voortkomt uit een vergaande economisering van onze maatschappij. De gevolgen zijn gigantisch geweest door onze afhankelijkheid van geldelijke middelen voor onze dagelijkse behoeften. De toestroom naar de stad is eeuwenlang gaande en nu al woont meer dan 55% van de wereldbevolking in een stad. Steden groeien en daarmee ook de noodzaak om de steden te bevoorraden met alle basisbehoeften van de mens.

Daarin zitten nogal wat uitdagingen. Omdat de toegang tot basisvoorzieningen in de steden wordt georganiseerd via een economische keten van belangen zien we dat de stadsmens alleen toegang heeft tot de basisvoorzieningen als men ook toegang heeft tot geld. De hele stroom van goederen en diensten is zo in speculatieve handen van economische grootmachten die daaruit hun eigenbelang dienen. Dat zou helemaal niet erg zijn als de Aarde een onbeperkte groei zou faciliteren met grondstoffen en ruimte. Maar die zaken zijn beperkt. We hebben een situatie bereikt waarin de economische grootmachten de ruimtelijke ontwikkeling van de mensheid én het gebruik van grondstoffen, ten kosten van onze natuurlijke omgeving, zo hebben misbruikt dat het gevaarlijk is geworden voor het menselijke voortbestaan. We staan de dus op de rand van een afgrond, tenzij er enorm grote veranderingen plaats vinden in onze manier van samen leven.

Aangezien wij een afgrond voor de mensheid helemaal niet leuk vinden concentreert de Stad van Morgen zich als stichting op het zoeken naar oplossingen om die grote veranderingen binnen de complexiteit van ons huidige bestaan vorm te geven. In de wereld wordt die aangeduid met de “Global Shift” of de “Global Transformation”. De aanpak die wij hebben ontwikkeld heet SUSTAINOCRATIE. In een volgende blog zullen we dit begrip verder uitleggen net als de fasen die we doorlopen hebben om op dit punt aan te landen. 

De Stad van Morgen is dus een stichting (Stichting STIR) die zich bezig houdt met pionierswerk op gebied van sustainocratie. Wat dat precies inhoud en welke resultaten wij boeken en welke problemen we tegen komen leest u in de blogs die hierop volgen. Zo zult u gelijkaan misschien ook uw eigen rol in dit proces gaan inzien en u aansluiten bij de ontwikkelingen.

Schrijver van de blog is Jean-Paul Close, initiatiefnemer van de Stad van Morgen, maar naar verloop van tijd zullen ook andere bloggers vanuit sustainocratische processen deelnemen.