Algemene beschouwingen 2013 en menselijkheid

Het debat tijdens de algemene beschouwingen in de tweede kamer gaat over systeempolitiek, macht en geld. In het onderstaande plaatje geef ik het spanningsveld weer van de huidige werkelijkheid.

Onze toekomst wordt bepaald door de ontwikkeling van het spanningsveld in deze complexe tijden.
Onze toekomst wordt bepaald door de ontwikkeling van het spanningsveld in deze complexe tijden.

De geschiedenis heeft ons getoond dat het spanningsveld onderhevig is aan cyclische patronen die te maken hebben met de menselijke en universele natuur.  Als het spanningsveld de mens en het systeem uit elkaar drijft dan kan het breken. In het verleden ontstond dan burger opstand, oorlog of het algehele verval en zelfs verdwijnen van een maatschappij.

In onze huidige werkelijkheid loopt deze spanning al geruime tijd steeds hoger op. Uit het plaatje blijkt dat dit twee kanten heeft, de mens en het systeem, die beide verantwoordelijk zijn voor het veroorzaken en oplossen van de stress. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan.

Aan de kant van het systeem staat de democratie met veel conservatieve neiging tot behoud van verworven rechten en handhaving van plichten. Na een grote piek van welzijn in de cyclus stijgt de spanning om dit welzijn systematisch in stand te houden door de afhankelijkheden die de burger eraan ontleent. Aan de menskant ontstaan de symptomen van menselijke stress die zich gaandeweg opbouwt (armoede, werkloosheid, verschillen tussen rijk en arm, voedselbank, criminaliteit, enz). De mens wordt uitgedaagd de eigen verantwoordelijkheden in ogenschouw te nemen om welzijn te behouden of opnieuw op te bouwen. De natuurlijke mens is dan erg creatief maar vaak niet direct passend in het oude systeembelang. Er ontstaat een uniek spanningsveld tussen vernieuwende en conservatieve krachten die de natuurlijke weg opzoeken.

Transformatie Economie

(Download hier een praktische uitnodig bestuurdersregio Eindhoven  GemeenteSustainocratie (1) )

Om de spanning te ontlasten heb ik de Transformatie Economie (Sustainocratie) geïntroduceerd. Dit is voor mijn gevoel en inzicht een noodzakelijke aanvulling op de democratie en even menselijk. De Transformatie Economie groeit als het spanningsveld zich vergroot en krimpt als het spanningsveld zich verkleind. Dit is nieuw en heeft zich nog nooit vertoond in onze geschiedenis. Voorheen werd transformatie ingegeven door een breuk waarna men opnieuw kon beginnen. Dat kunnen we ons in de huidige wereldmaatschappij niet meer permitteren. Het is ook niet nodig omdat onze kennis over de menselijke complexiteit gigantisch is toegenomen en wij ook daarin verantwoordelijkheid kunnen nemen in onze structuren.

Het aanvaarden van Sustainocratie is lastig voor de oudetijdse machtsstructuren maar in tijden van groeiende spanningen en onzekerheden is het juist de redding van die macht. Men laat wat macht los en doet mee aan Sustainocratie met autoriteit waardoor de macht zich via de transformatie weer bevestigt.

De Transformatie Economie plaatst zich buiten de systeem werkelijkheid richt zich op de kern van de menselijke welzijnsuitdagingen door “het systeem” uit te nodigen naar de mens kant en niet andersom. Sustainocratie is geen aparte maatschappij noch instelling. Het is een serie van transformatieve coöperaties rond specifieke menselijke kernzaken. De transformaties hebben een effect zowel op de menskant als de systeemkant. Daarom doen alle kernpartijen mee (overheid, ondernemerschap, burgers en wetenschap).

Met deze aanpak wordt in Eindhoven en Noord Brabant projectmatig ge-experimenteerd. Het is vooralsnog in een pioniersfase. De eerste resultaten zijn zo bemoedigend voor alle betrokken partijen dat het steeds meer steun krijgt. De Transformatie Economie voegt met Sustainocratie een belangrijke variabel toe aan de succesfactor van duurzamer maatschappelijke en economische ontwikkelingen:

De succes formule
De succes formule

In de, op natuurwetten gebaseerde, formule activeert “Transformatie” zich vooral als groei hapert, gevolgen te groot worden, concurrentie noopt tot verandering of lokale harmonie onevenwichtig is geraakt. In een “normale” duurzaam vooruitstrevende maatschappij is “transformatie” maar een klein percentage van de werkelijkheid maar kost wel de nodige moeite omdat het richting bepalend is door in te gaan op veranderprikkels. Lokale balans of onbalans kan daarbij uitstekend helpen om prioriteiten te bepalen. De onzichtbare variabel in deze formule die we er zelf aan toe kunnen voegen is “graad van integraal bewustzijn” hetgeen een toegepast leerproces weergeeft op basis van ervaringen, samenhang en open kijk op het leven zelf.

Jean-Paul Close

Sustainocratie, de huidige werkelijkheid en de Transformatie Economie

jp@stadvanmorgen.com

Sustainocratisch debureaucratiseren

De Nederlandse maatschappij zitten in een spagaat tussen de macht van de alles blokkerende dictatoriale bureaucratie en de vrijheid van de vooruitstrevende democratie. Sinds de introductie van Sustainocratie in 2012 kunnen machthebbers die niet gehinderd zijn door bureaucratisch eigenbelang een betekenisvolle vooruitstrevende stempel drukken met debureaucratisering tot gevolg binnen een maatschappij die anders in een crisis en opstand zou belanden.  Dit gebeurt vooralsnog op lokaal, gemeentelijk niveau maar kan wereldwijde proporties aannemen als de waarde ervan ook door autoritaire personen wordt ingezien. De bestuurders hebben een uitvergrote verantwoordelijkheid, ook in de ze keuze, maar elk van ons heeft die keuze ook als bestuurder van ons dagelijks leven.

Bureaucratie is heerszucht, geen vooruitgang

De Nederlandse maatschappij is bol komen te staan van heerszuchtige praktijken die de vooruitgang in de weg staan. De crisissen die ons land al decennia lang teisteren hebben die bureaucratie alleen maar verder aangewakkerd. Deze heeft zich alleen in stand weten te houden door de speculatie rond grond, vastgoed en zorg met de hulp van een vrijgegeven financiële markt. De economie groeit nu al geruime tijd niet meer omdat het spel uit is en in ons land geen andere bronnen van waardecreatie zijn overgebleven die de klappen kunnen opvangen. We hangen nog aan het zijden draadje van ons geografische positie, de bijbehorende logistieke relatie met Europa en onze satellietfunctie voor een land als Duitsland.  Voor de rest is Nederland uitgehold door de machtsbeluste bureaucraten die erop uit zijn geen spaan heel te laten van het land totdat de melkkoe tot aan de merg is leeggemolken en achtergelaten wordt met een materiële schuld voor de komende generaties. Er zijn voorbeelden te over van machtsmisbruik met het wetboek of het politieke handjeklap in de hand. Kijk hoe in 15 jaar tijd de verzorgingsplaatsen voor speciale zorg behoevende bejaarden is gehalveerd terwijl de kosten van de zorg zijn vervijf- en tienvoudigd. Kijk hoe infrastructuurbesluiten werden genomen ten behoeve van de vastgoedbelangen van lokale politieke machthebbers. Kijk hoe oude politici de duurbetaalde plekjes bezetten van de nuts en geldhierarchie uit zogenaamd nationaal (eigen)belang en op die manier het spel in het ons kent ons netwerk houden, al dan niet met een liberaal, arbeiders of christen-logo als bindend boegbeeld. De nationale en private schuld hoopt zich op en de maatschappij wordt gedwongen deze weg in stand te houden via verkeerde werkgelegenheid, belastingen en opgelegde regels.

Er wordt veel gesproken over de vele complexe dossiers van de ambtenaren die zouden leiden tot machtsmisbruik in gemeenten door de ondeskundigheid van de raad en tijdelijke bewindslieden onder de meer vaste elite positie van de burgemeester en omringde politiek getinte magnaten. De “te kleine”gemeenten moeten gefuseerd worden zodat de schaalgrootte van de macht zich kan vergroten en de besluitvorming nog ondoorgrondelijker wordt, met geheime achterklap door enkelingen die zich de koek van belangen onderling verdelen. Geen wet die er tegen op kan omdat de spaghetti van loodzware maatschappelijke bureaucratie als een kankergezwel de werkelijkheid onttrekt aan het zicht van elke vorm van ethiek.  Leefbaarheidsteams, burgerparticipatiebelangen, burgerinitiatieven, welwillende ambtenaren worden stelselmatig gepasseerd door de schijnvertoning van duurbetaalde instanties die zich samenwerkend noemen en uiteindelijk voor veel geld helemaal niets doen, behalve zichzelf in stand houden.

Niets nieuws

Bovenstaande is van alle tijden en is altijd de onderliggende oorzaak geweest van oorlogen, opstanden en het instorten van zogenaamde  beschavingen. Het enige beschaafde aan die samenlevingen is dat de wettelijke onderdrukte bevolking zich geruime tijd koest hield om de moed op te brengen zichzelf op te offeren voor gerechtigheid. De historische kennis van de gebeurtenissen is uitgebreid voor handen en ook al worden de toenmalige bureaucraten en machtswellustelingen verheerlijkt in de geschiedenisboeken. De verwijtbaarheid van hun moordzuchtig, hebzuchtig of kortzichtige gedrag staat buiten kijf. Veel van de huidige machthebbers zullen ook de geschiedenis in gaan als mensen die uit eigenbelang en dat van hun steunpilaren de mensheid in een diep dal hebben gestort.

Er is echter een modern groot verschil met het verleden, vroeger (en in sommige gebieden in de wereld nog steeds, maar onder zware druk) was macht absoluut, tegenwoordig relatief. Dat is essentieel en ook de reden waarom wij nu wel de kans hebben om via diplomatie en menselijkheid de macht te herpositioneren door het te blijven relativeren. Dat is tevens de route om de debureaucratisering mogelijk te maken zonder dat dit gepaard gaat met een burgeropstand of oorlog tegen de hiërarchie (zoals in Egypte, Syrië, enz) en bijbehorende groeiende armoede en ellende.

Sustainocratie debureaucratiseert zonder de macht omver te werpen, wel te herschikken

In Sustainocratie (de nieuwe democratie) wordt de gefragmenteerde institutionele macht juist erkend wegens de doelgerichte autoriteit die het vertegenwoordigt, niet de blokkerende machtspositie die het regelmatig uit. Sustainocratische processen worden georganiseerd rondom concrete menselijke belangen, zoals gezondheid, veiligheid, zelfredzaamheid, welzijn, voedsel, kennisontwikkeling, enz. Deze belangen zijn de basis van een stabiele samenleving en dienen in balans te zijn om te stabiliteit te waarborgen. Gecentraliseerde gebiedsoverstijgende machtsposities leveren daar geen enkele toegevoegde waarde, lokale autoriteiten juist wel. Echter dienen de lokale autoriteiten zich niet op te stellen vanuit een bevooroordeelde eigenbelang positie maar een faciliterende autoritaire kracht die kleine positieve vooruitgangsprocessen uit kan vergroten door de positie die men bekleedt.  In feite bevestigt de machthebber de positie van autoriteit door effectief te faciliteren en de erkenning ervan te genieten door de vooruitgang die de bevolking erdoor boekt. Daar passen geen “beoordelende” dossiertrajecten meer bij want de processen zijn niet gestuurd op eigenbelang maar gemeenschappelijk resultaat. Macht wordt gekoppeld aan waardecreatie en niet aan creëren van tekorten. Waarde is het doel, niet het eigen geld. Als macht gekoppeld wordt dan waardecreatie in plaats van eigen geld dan wordt het blijvend en van historische betekenis.

De kracht van de sustainocratische processen is dat zij multidisciplinair worden uitgevoerd waardoor de  daadwerkelijke gefragmenteerde krachten van de mens tot een uiterste worden uitgedaagd. De gebiedsverantwoordelijke faciliteert optimaal de waardengedreven vooruitgangsprocessen waardoor de toegevoegde waarde bij blijft dragen aan de lokale krachtsituatie in een bevolkingsgebied. De ondernemende verantwoordelijke worden uitgedaagd om technologische en sociale innovaties zichtbaar te maken die er toe doen in een resultaatgedreven proces, en de wetenschappelijke kennisstructuren zorgen ervoor dat de processen gestoeld zijn op actuele kennisniveau en toepassing ervan. Gaandeweg wordt de behoefte ontwikkeld om nieuwe vormen van kennis te ontwikkelen en daarmee de wetenschap verder te voeden voor duurzame vooruitgang. Succes bevestigt macht en autoriteit als deze zich vertaalt in menselijkheid en duurzame menselijke ontwikkeling die vanuit de mens zelf komt.  Paradoxaal zien we dan dat de gemeenschappelijk “waarde” van een gebied, dus ook het vastgoed, de gronden, zich bestendigen doordat de menselijke omgeving zich weer bestendigt vanuit stabiliteit, samenwerking en aantoonbare vooruitstrevendheid.

In dit plaatje laat ik het verschil zien aan de hand van de positionering van ethiek, structuur en organisatie.

Persoonlijk bestuurlijke keuze om te faciliteren of te blokkeren
Persoonlijk bestuurlijke keuze om te faciliteren of te blokkeren

Persoonlijke bestuurlijke keuze en publieke controle 

Door de relativering van macht over allerlei instanties is de mensgedreven samenwerking een persoonlijke keuze van de machthebber. Dit wordt vaak beïnvloed door de (geheime) eigen belangen van de persoon in kwestie. Deze verdoezeld men nog steeds vanuit partijpolitieke samenzweringen en achterkamertjes die het daglicht niet kunnen verdragen, vaak gerelateerd aan oude familiaire vermogensposities, erfrecht en eigendommen. Maar zoals steeds vaker zichtbaar wordt nu in de media zijn die spelletjes zichtbaarder en gemakkelijker aanwijsbaar. Er is geen enkele machthebber meer die ongemoeid zijn of haar gang kan gaan maar men wordt vaak omringd door allerlei ander mensen met autoriteit die bereid zijn onethisch gedrag aan de kaak te stellen. Als dat gebeurd in de geld-gedreven economie dan ontstaat er een onstabiliteit. Maar als welwillende mensen met autoriteit zich in gaan zetten voor duurzame vooruitgang dan schoont het tegelijkertijd de tegenwerkende krachten op, ook als zij wegens ondoorzichtige spelletjes bepaalde posities bekleden. Sustainocratie biedt een structurele weg uit de crisis door de verhoudingen te verleggen met exact dezelfde mensen als in de geldgedreven economie, echter verbonden aan ethische menselijkheid ipv geld. Dat is een persoonlijke bestuurlijke keuze die sterk afhankelijk is van de ruggengraat van de betreffende persoon. De omgeving kan de persoon wijzen op verantwoordelijkheden en zelfs aan de kaak stellen als er een eigen belang vermoed wordt dat door een bepaalde werkwijze wordt gevoed.

Sinds het opzetten van het allereerste sustainocratische proces in Eindhoven tekenen zich de bestuurders af die vanuit lange termijn ethiek en daadkracht inzetten voor de maatschappij en degenen die een stoel warm houden uit macht door instellingen in stand te houden ten kosten van structurele vooruitgang. Steeds meer zullen die zaken zichtbaar worden en uiteindelijk bepalend voor het aanzien van de persoon in kwestie en de ontwikkeling van diens carrière  De vraag “waar neem je verantwoordelijkheid voor?” horen we steeds vaker  met het oog op faciliterende autoriteit en samenwerking. Terwijl de vraag geformuleerd wordt vanuit de authentieke wens tot vooruitgang zal dezelfde publieke daadkracht zich  steeds sterker manifesteren om verwijtbaar gedrag buiten spel te zetten en met oude en nieuwe wettelijke middelen tot de orde te roepen. Sinds er een keuze is heeft de macht eigenlijk alleen maar een keuze, en dat is duurzame menselijke vooruitgang steunen of een heel goede verklaring bedenken waarom men het niet doet.

En diezelfde keuze dienen wij ons ook af te vragen op individuele basis. Zijn wij zo afhankelijk geworden van de geld dat wij geen ethische keuzes meer maken? Of stellen wij ons wel eens vragen over menselijkheid en de dagelijkse keuzes die wij maken? Waar nemen wij verantwoordelijkheid voor als puntje bij paaltje komt? Wat doet u bijvoorbeeld als ik u uitnodig om samen te werken aan het co-creëren van de “gezondste stad van de wereld”? Bent u bereid om in uw eigen privé domein en manier van leven (kleine) veranderingen of aanpassingen door te voeren die daaraan bij dragen?

Vastgoed voor economische of maatschappelijke doeleinden

We leven in een maatschappij die bezig is met een transformatie, van een noodlijdende  structuur die op zoek is naar een nieuwe lange termijn stabiliteit. Dat betekent dat er verschillende maatschappijbeelden (paradigma’s) ontstaan en zich manifesteren, de een overheersend, de anderen vernieuwend.  In die natuurlijke confrontatie speelt ook het begrip “vastgoed” een uitdagend onderscheidende rol.  Stad van Morgen (Stichting STIR) en bijbehorende STIR Academy zijn actief aan het zoeken naar een of meerdere geschikte locaties om  van daaruit onze eigen sustainocratische visie voor een stabiele maatschappij praktisch vorm te geven. Dit doen we veelal samen met de gevestigde orde  maar wel naast de gangbare maatschappelijke structuur om verschillende redenen.  De voorwaarden waarop wij relaties aangaan staan dan haaks op die van de gefragmenteerde belangen van de huidige vastgoedeigenaren of  beheerders.  Wat is het verschil? En waarom komt er steeds meer ruimte voor Sustainocratie, ook in gebruik van bepaalde vastgoed?  Waarom neemt men Stad van Morgen serieus ook al zijn wij schijnbaar van een andere wereld?

Stad van Morgen (STIR) en vastgoed

STIR gaat uit van een stabiele maatschappij die voortkomt uit het samen dragen van duurzame menselijke verantwoordelijkheden. Dit doen wij door co-creatief met elkaar, de invulling van onze behoeften en de harmonieuze relatie met onze omgeving, om te gaan. De stabiele maatschappij van STIR is zelfvoorzienend op gebied van de essentie van het menselijk bestaan: voedsel, gezondheid, veiligheid, vitaliteit, welzijn (zoals huisvesting, energie, kleding, gebruiksartikelen) en toegepaste kennis. De harmonieuze relatie tussen mensen onderling en onze natuurlijke omgeving is daarin cruciaal. Wij noemen dit Sustainocratie. De beschreven verantwoordelijkheid worden dan resultaatgedreven gedragen door alle maatschappelijke  pilaren samen (regionale overheid, bedrijfsleven, kennisinstellingen en burgerbevolking), in tegenstelling van wat in de huidige maatschappij gebeurt.

Het is een nieuwe vorm van democratie waarin duurzame menselijke vooruitgang ons richting geeft. Zo is STIR met haar sustainocratische organisatie AiREAS bezig met “de gezondste stad” in Eindhoven. Dat is echter maar een (veelzeggend) stapje binnen de complexiteit naar een “andere” werkelijkheid.

Als we goed kijken naar onze huidige samenleving dan is de huidige werkelijkheid geheel anders dan wat wij voorstellen als Sustainocratische maatschappij. Wij zijn als regio volledig afhankelijk van gecentraliseerde belangen en daardoor helemaal niet zelfvoorzienend. Wij zijn afhankelijk van structuren die alleen maar toegankelijk zijn met geld. In de huidige crisistijd is iedereen op zoek naar geld om die afhankelijkheid met middelen af te dekken en op de een of andere manier te “overleven”.  Vastgoed in deze context is een vermogenspositie op een balans die zo snel mogelijk gekapitaliseerd dient te worden. De middelen in een geldafhankelijke maatschappij kan men goed gebruiken. De vele leegstand in alle verzuilde sectoren zijn dan ook een economische aderlating die vooral aandacht krijgt voor urgente herbestemming. Omdat de panden gepositioneerd zijn in een geldgedreven wereld zullen de oplossingen ook in die hoek gezocht worden. Bedrijfspanden worden omgezet in woonruimtes en winkelcentra. Oude kloosters worden hotels. Kerken worden speelzalen of congresruimtes. De dode muren van vastgoed hebben commerciele waarde als onderdeel van een logistiek consumptie proces.  Binnen deze kijk op de maatschappij is de richting en bijbehorende keuze van geldgedrevenheid logisch als ook de bestemming van het vastgoed. De panden zijn een soort retail-eindpunt in een complex proces en op dat punt waardevol.

Maar deze wereld van een consumptiegedreven economie  heeft zijn langste tijd gehad. Dat betekent ook dat er steeds meet leegstand komt in het daarvoor bestemde vastgoed. Gaandeweg hebben de dode muren géén commerciele waarde meer als de commercie hapert.

Menselijkheid en waarden

STIR ziet vastgoed niet als geldobject binnen een geldsysteem. Voor STIR komt vastgoed pas tot leven als er mensen zijn die er gebruik van maken. Het consumptiesysteem is daar een logisch voorbeeld van maar dat is niet het enige waar de mens waarde aan ontleent, ook al lijkt het wel of het economische consumptiesysteem als enige is overgebleven. STIR gebruikt vastgoed als ontmoeting en woonplek binnen menselijke  Sustainocratische co-creatieprocessen. Dat wil zeggen dat wij een pand betrekken om daarbinnen en rondom heen de zelfvoorzienende maatschappij te creëren die in de grote werkelijkheid botst met de oude belangen. Het pand is dan een functioneel geheel binnen een proces, vaak een startpunt voor waardecreatie.   In het begin is die waarde er nog niet omdat we beginnen met niets, behalve een pand en een omringend terrein.

Zo’n pand dient dan ook bepaalde karaktertrekjes te hebben.  We hebben grond nodig om voedsel te verbouwen. En ruimtes voor allerlei activiteiten die te maken hebben met de ontwikkeling van de mens als creatief samenwerkende identiteit,  zoals voor kunst, expressie maar ook ambachtelijke werkzaamheden. We hebben ook eet, rust en slaapvertrekken nodig. Het begrip “verantwoordelijkheid nemen” geeft betekenis aan zelfredzaamheid en is vanuit die context ook van toepassing op het onderhoud van een optimale omgeving, inclusief het pand waarin men de activiteiten organiseert. Ideale bestaande structuren worden veelal gevormd door de oude kloostergemeenschappen die in onze geschiedenis vanuit eenzelfde gedachten zijn ontstaan. De zelfvoorziening vanuit bezieling, ambacht en arbeid had toen een godsdienstig fundament waarbij ook dienstbaarheid naar de omgeving vorm werd gegeven. Vaak hebben dit soort gemeenschappen een naam van een concrete orde, zoals de Dominicanen, Franciscanen, Augustijnen, enz en elk is ooit ontstaan in tijden dat ook een bewsutzijns transformatie aan de orde was. Ze hebben meestal een meer blijvend karakter dan de omringende, op hebzucht gebaseerd structuren die altijd kwetsbaar zijn door hun concurrerende en vernietigende natuur.

Het gaat STIR niet om het vestigen van een nieuwe kloosterorde maar wel om dat gedachtegoed in een gemoderniseerde vorm, zonder oude dogma’s, tot uitvoering te brengen en te integreren in het geheel van de lokale maatschappij. Sustainocratie kan nu eenmaal niet los gezien worden van de integrale maatschappelijke context. Het gaat uit van de mens en niet het geld. Daarom vraagt STIR niet om het eigendom van de panden maar om het gebruik ervan. In de geldgedreven economie wordt de gebruikersrelatie uitgedrukt in een huurcontract tussen partijen waarin een geldelijke verplichting aangegaan wordt. Die relatie kan en wil STIR niet aangaan omdat het beperkingen met zich mee brengt voor beide partijen. STIR  moet zich gaan verbinden met de omgeving vanuit een waardecreatie perspectief, binnen de context van dienstbaarheid in zelfredzaamheid. In die relatie ontstaat wederkerigheid die niet uitsluitend in geld uit te drukken valt. Denk daarbij aan het openstellen van de faciliteiten voor mensen die om wat voor reden dan ook tijdelijk niet mee kunnen komen in de geldgedreven cultuur. STIR helpt hen dan om weer een positief zelfbeeld op te bouwen door de omgang in een niet geldgedreven cultuur waar waardecreatie direct tastbaar wordt gemaakt via arbeid op het land of creatief met elkaar. De onafhankelijkheid van geld is dan essentieel om het juiste  onderscheid te maken.  Wat het pand betreft gaat STIR een relatie aan van onderhoud en verbetering. In de geldgedreven wereld stelt een klant eisen aan de leverancier, ook bij een huurovereenkomst. In een sustainocratische relatie gaan de partijen een samenwerking aan. De een levert het pand en behoudt het eigendom, de andere levert de levendigheid en waardecreatie en zorgt voor de kwaliteit van het pand en de omgeving. De  waardecreatie is evenredig van toepassing is op de middelen die wij gebruiken als de omgeving waar wij mee omgaan. De locatie is een centrum van vernieuwing, inspiratie en innovatieve toepassingen met een constante verwijzing naar menselijk waarden en zelfredzaamheid. Dat geldt ook voor onze relatie met het pand.

De optimale mix tussen regionale zelfvoorziening, technologische innovatie én sociale innovatie, toegepast vanuit een hoger bewustzijn , is de kern voor duurzame menselijke vooruitgang in een regio. AiREAS in Eindhoven is daarvan een voorbeeld en heeft in korte tijd al de aandacht op zich gevestigd uit de hele wereld.

Wethouder Mary-Ann Schreurs benadrukt de verandering van de maatschappij
Wethouder Mary-Ann Schreurs (Eindhoven) benadrukt de verandering van de maatschappij

Boeiend is dat de institutionele belangen ook mee doen met het Sustainocratische centrum. Door een onderscheid te maken tussen niet geld maar zingedreven creatie, co-creatie en verhandeling in de complexiteit van de moderne maatschappij ontstaat er een geheel nieuwe maatschappelijke dynamiek. Sustainocratie is als een publieke R&D met de betrokkenheid van de gehele lokale bevolking en instanties. Het volgt het pad van de natuurlijke processen (zie hieronder) van evolutionaire vernieuwing (Stad van Morgen), co-creatie van vernieuwing (zoals AiREAS) en groei (zoals de huidige maatschappij).

AiREAS is het eerst Sustainocratische proces in een concreet gebied. Een Sustainocratisch centrum voedt de lokale economie met vernieuwende waarden.
AiREAS is het eerst Sustainocratische proces in een concreet gebied. Een Sustainocratisch centrum voedt de lokale economie met vernieuwende waarden.

Stapje voor stapje

Het is een hele weg om de betrokken partijen bekend te maken met het onderscheid tussen de gefragmenteerde belangen van een klant/leverancier relatie in vastgoed-verkoop en verhuur, en duurzame co-creatieve regionale samenwerking met vastgoed en grond als te gebruiken inzet.  STIR maakt haar plannen bekend via de rechtstreekse benadering en verwacht op termijn wereldwijd overal Sustainocratische centra te hebben naast de economische ontwikkelingscentra (steden). De wetenschap dat een maatschappij, die uitsluiten gebaseerd is op geldafhankelijke structuren, altijd met crisissen te maken krijgt, is een gezonde basis voor de ontwikkeling van Sustainocratie voor balans en stabiliteit. Ergens zullen wij onze eerste plek vinden waar wij de stelling aan kunnen tonen met een eerste precedent, net zoals AiREAS een precedent is voor duurzame gebiedsontwikkeling vanuit de intrinsieke burgermotivatie die de lokale institutionele wereld mee heeft gekregen.

Stapje voor stapje zal ook dit zich ontwikkelen, van binnen uit de maatschappij (zoals AiREAS) en ernaast (zoals STIR Academy) waarbij de effecten van de crisis uiteindelijk de opening zullen creëren voor de ruimte die nodig is. Het blijft mensenwerk en uiteindelijk zijn het ook de betrokken bestuurders in de regios die inzien dat het belang van de eigen regionale ontwikkeling voort komt uit een stuk eigenheid die zich niet door speculatie laat ontstaan. Sustainocratie bevestigt de verzuilde machtsposities door ze de kans te geven zich te sterken in resultaatgedreven ontwikkelingen die lokaal zichtbaar zijn vanuit de co-creatie voor het lokale menselijke belang. Die zichtbaarheid is veel moeilijker in de wereld van economie waarin de keten invloed uitoefent op het geheel en daardoor onbeheersbaar is door de individuele bestuurder, die vooral stuurt op gevolgen in plaats van menselijkheid. In Sustainocratie is het resultaat direct verbonden aan de uitvergroting die bestuurlijk wordt veroorzaakt in de co-creatie, door de diversiteit van samenwerkende belangen. Het is een omgekeerde wereld die door de betrokken wereld van macht en autoriteit ook als een oase van bezieling en erkenning vanuit menselijkheid wordt ervaren. Men concurreert namelijk niet maar schept samen waarde, die daarna uitgezet wordt in de economische werkelijkheid waar de jungle van eigenbelang er weer stukjes van maakt in een natuurlijk proces.

Waardengedreven samenwerking
Waardengedreven samenwerking

Een Sustainocratische plek is tevens een verzamelgebouw voor allerlei maatschappelijk betrokken instanties. Ideaal ligt zo’n complex dicht tegen de  geldgedreven wereld aan om vanuit het contrast de bewustwording en stabiliteit te bewerkstelligen.

Waar zijn we geweest?

Sinds het opstarten van onze wens om Sustainocratische centra te gaan creëren (begin 2012) voeren wij gesprekken met:

  • Kloostergemeenschap Steyl voor de grens en Maas regio van Venlo
  • Trainingskazerne Nijmegen (mogelijk technologisch testgebied voor de Stad van de Toekomst)
  • Kloostergemeenschap Wittem voor het gebied Zuid Limburg
  • Stilteklooster Maarssen voor regio Utrecht

In alle gevallen wordt transparant gekeken naar de mogelijkheden. Daarvoor moeten onze gesprekspartners vaak moeilijke wegen bewandelen door de omringende wereld van inzichten en lokale belangen, als ook de oorspronkelijke religieuze belangen die overheersen in de kloosters zelf. Vaak heerst er een geldgebrek waar men een korte termijn oplossing voor zoekt en wil men tevens de oorspronkelijke bezieling in tact houden, ook al raakt deze door vergrijzing van de bewoners in de knel. Daarnaast zijn de oude gebouwen vaak nog doorspekt met nieuwetijdse uitdagingen in onderhoud en sanering die  onmiddellijk gebruik in de weg staan. Geen enkele oplossing lijkt dan ook voor de partijen afdoende de lading van de verantwoordelijkheden te dekken waardoor besluitvorming traag en complex is. Wij wachten geduldig af. STIR heeft alleen haast vanuit de menselijke maat, de belangenpartijen vaak vanuit de korte termijn geldelijke problematiek. Ergens in het midden zullen we elkaar op termijn wel ontmoeten. Als dat gebeurt dan is de bewustwording zodanig dat Sustainocratisch samenwerken gedragen kan worden omdat de stip van nieuwe stabiliteit dan steeds sterker is gaan leven.

Stip-stap, we wachten geduldig af maar zitten niet stil.

Jean-Paul Close

0654326615          jp@stadvanmorgen.com

Nederland wordt klimaatnalatigheid verweten

Als je met wat instrumenten uit de ruimte naar Europa kijkt dan ziet het gebied van Nederland er wel erg roodgekleurd uit.

Het vervuilingsgebied van Europa
Het vervuilingsgebied van Europa

De graad van vervuiling komt grotendeels overeen met de dichtheid van logistieke en industriële activiteiten, de concentratie van de 300 jarige ontwikkeling van het industriële tijdperk. Als je daar ook de economische ontwikkeling overheen legt dan ontstaat er een belangrijke parallel.

Nu heeft deze zelfde evolutie ook een weerslag op de gezondheid van de lokale bevolking en de bijdrage van een gebied aan de klimaatontwikkeling van de wereld. De lokale gezondheidproblemen worden gecompenseerd door een sterke consequentiegedreven gezondheidszorg waardoor mensen weliswaar ongezond maar ook weer opgelapt worden. Daar omheen is ook weer een belangrijke economie ontstaan.

Terwijl de economische drijfveer zich manifesteerde als belangrijkste motor van de samenleving, ontstond tegelijkertijd de drang naar ontkenning van ethische verantwoordelijkheden. Gedurende lange tijd werd vooral rond de hete brei heen gedraaid met het excuus dat oorzaak en effect (nog) amper een wetenschappelijke basis bevatte. Aansprakelijkheid is moeilijk te aanvaarden als verwijtbaarheid nog op losse schroeven staat. Geleidelijk aan begint daar nu verandering in te komen. De wetenschappelijke inzichten die de problematiek bevestigen beginnen door te dringen tot de publieke opinie en de beleidskantoren. Zij doordringen het gordijn van verwarring van zwaar gesubsidieerde rapporten die moeite doen om het geheel te ontkennen.

Als je bovenstaande plaatje zo bekijkt dan mag Nederland zeker ter verantwoording worden geroepen, zowel door de lokale bevolking als door de gehele wereld. Net zoals wij Brazilië vragen om de economie rond houtkap te herzien ten behoeven van de zuurstofvoorziening van de hele wereld mag de wereld ook Nederland vragen haar economie te herzien ten behoeve van klimaat en volksgezondheid van de wereld. Nederland poogt dan wel met haar economische daadkracht maar zou zich ook diep moeten schamen dat die daadkracht verworven is ten kosten van onze natuurlijke omgeving, inclusief de medemens in de wereld. Dan is het zeker terecht dat men Nederland nalatigheid verwijt. Dan blijft er niet veel anders over voor Nederland om haar verantwoordelijkheid te erkennen en twee structurele maatregelen te nemen:

  1. Haar ontkenning te laten varen en open gaan staan voor herpositionering van het land ten behoeve van duurzame menselijke vooruitgang
  2. Een structureel korte en lange termijn innovatiebeleid toe gaan passen waarin menselijke gezondheid, omgevingskwaliteit en veiligheid de basis vormt.

Juist daarin zit ook weer een enorm grote potentiële economische kans. Door verantwoordelijkheid te nemen voor iets waar we nu pas echt iets over te weten komen kan Nederland een intellectuele en bedrijfskundige positie verwerven rond deze maatregelen die uiteindelijk ook door andere dichtbevolkte gebieden zullen moeten worden genomen. Deze expertise geeft weer extra export kansen, net zoals water kennis, huishouding en beveiliging een extra impuls kreeg na de watersnoodramp in 1953. Nu hebben we ook met een milieuramp te maken die de daadkracht van een ondernemend volk zoals Nederland nodig heeft.

Daarnaast vervult Nederland een belangrijke functie in Europa als deltagebied voor logistieke activiteiten. Dat dit vervuiling en klimaatproblemen met zich meebrengt is pas de laatste decennia bekend. De rest van de wereld kan dan wel van Nederland verantwoordelijkheid eisen maar verwacht ook van Nederland dat zij haar huidige rol optimaal blijft vervullen. De verantwoordelijkheid voor het geheel is dus ook van de omringde landen. Door zelf verantwoordelijkheid te gaan nemen kan Nederland ook de Europese gemeenschap vragen om mede-verantwoordelijkheid, niet door zich te laten beboeten maar door samen te gaan werken aan integrale innovatie dat verder gaat dan de aanpak van milieu en klimaatproblemen maar ook de basis van welzijn aandacht schenkt. Daarin kan Nederland en omgeving voor heel Europa en de wereld een belangrijke rol spelen.

Economie versus Sustainocratie

Een van de belangrijkste belemmeringen van de Nederlandse staat om verantwoordelijkheid te nemen voor menselijkheid en milieu is haar afhankelijkheid van de huidige economische structuur van onze financiële huishouding. Men ziet milieu en volksgezondheid nu nog als kostenpost met als gevolg dat de focus ligt op een groei-economie.

Maar dat hoeft juist geen belemmering te zijn maar een grote kans.

Als we sustainocratie ter harte nemen dan plaatsen wij het menselijk belang als voorwaarde voor de democratie. Dat wil zeggen dat de democratie niet meer vrijblijvend wordt maar structureel afgestemd wordt op integraal duurzame menselijke belangen. Als we daaraan de integrale economie verbinden dan schoont het zichzelf op. De huidige economie is gefragmenteerd onuitvoerbaar afhankelijk van onvoorspelbaarheid. Dat zorgt er voor dat de Nederlandse staat geen enkel zich meer heeft op de werkelijkheid omdat die werkelijkheid gewoon niet bestaat. Men is consequentiegedreven hetgeen in deze tijd en met de huidige wetenschap zoveel is als “dweilen met de kraan open”. Dat is niet op te brengen vanuit een geldgedreven schuldsysteem en speculaties. Wij moeten af van de consequenties en de maatschappij bouwen op verantwoordelijkheden. Dat kan de overheid niet alleen, dat is een taak voor de gehele menselijkheid in een gebied.

Sustainocratie is een nutgedreven samenwerking
Sustainocratie is een nutgedreven samenwerking

En dat is precies wat Sustainocratie doet. Het plaatst menselijkheid in het centrum van de belangen en maakt integrale economie (zowel baten als lasten) ondergeschikt aan “het geheel”. Dat wil zeggen dat we de kraan langzaam dicht draaien en de blower op Nederland zetten terwijl we dweilen. Op termijn is de omslag een feit. We worden ons dan ook bewust van verantwoordelijkheden voor lokale zelfvoorziening, hetgeen de gehele bevolking aan het werk kan zetten om bij te dragen aan een stabiele economie van welzijn en voorspoed. En we kunnen het. Gaandeweg is Nederland een land “van het volk” geworden waarin de diversiteit van macht en vrijheid op elkaar inwerken. Sustainocratie bevestigt dit door “macht” autoriteit te geven namens de bevolking en “vrijheid” te voorzien van verantwoordelijkheid.

Daarom is Sustainocratie instantaan toe te passen. Het respecteert de historische machtsontwikkelingen door ze te bevestigen en ze te verbinden aan universeel menselijk  belang dat door de mens zelf gedragen wordt via een duidelijke definitie van duurzame menselijke vooruitgang.

AiREAS

Dat wij dit kunnen toepassen wordt aangetoond door AiREAS in Eindhoven, een coöperatie van verschillende belangen die samenwerken aan een gezonde stad. De coöperatie legt onderling verantwoording af voor de vooruitgang die men samen boekt in de stad. De coöperatie wordt aangestuurd door inzicht in gezondheid en omgevingskwaliteit, dus niet door institutioneel eigenbelang of een individuele machtspositie. Het is een waarden-gedreven samenwerking hetgeen zich ontwikkelt naar een gezonde, integraal duurzame economie op basis van co-creatie. Het vormt een transformatie waarin onze huidige economische kwetsbaarheid zich transformeert naar ondernemende kracht.

Conclusie

Nederland mag dan wel verweten worden voor haar nalatigheid maar dient ook geprezen te worden voor haar openheid en transparantie als het erop aan komt. Macht in Nederland is functioneel ook al wordt er vaak nog misbruik van gemaakt. Dat is mens eigen en zal de komende jaren verder genuanceerd worden naar mate de kracht van het gekaderd loslaten duidelijk wordt. Het kaderen moet dienstbaar zijn naar meetbare menselijkheid en dat biedt Sustainocratie, een Nederlands product dat we eerst op Nederland moeten durven toepassen. Dan zal de huidige zwakte en verwijtbaarheid van Nederland zich ontwikkelen tot kracht en wederom een piek van ontwikkeling vertegenwoordigen van deze regio. Een nieuwe gouden tijd.

Nederlandse economie is verrot

Geld heeft geen kleur, geur, noch smaak. Wanneer je geld hebt dan kun je er allemaal leuke dingen mee doen. Vanuit dat algemene perspectief staan we zelden stil bij het concept “geld” behalve dat we er voldoende van willen hebben om aan onze dagelijkse behoeften te kunnen voldoen én een beetje meer. Hoe we met geld om gaan heet “economie” en er zijn goede en slechte versies. En dat heeft helemaal niets met veel of weinig geld, groei of krimpt te maken. Het verwijst naar de cultuur van al of geen waardecreatie.

Waardecreatie 
Een cultuur van waardecreatie heeft niet perse geld nodig want geld zelf heeft geen waarde. Het is hooguit een catalysator om waarde te kunnen creëren. In de oorsprong van het industriële tijdperk werd volop waarde gecreëerd omdat de fabriekjes dingen produceerden die mensen echt konden gebruiken. Stoelen, tafels, kasten, fietsen, enz. Gebruiksartikelen die het dagelijks bestaan gemakkelijker maakten werden gefabriceerd. Geld had een tegenwaarde in goud en vertegenwoordigde een voorraadje arbeid. Iemand ging ambachtelijk werken en kreeg daarvoor in ruil geld. Daarmee kocht men spullen die men zelf gemaakt had tijdens het werk en zo circuleerde het geld weer gewoon terug. Dat noemen we een kringloop-economie, een economie waarin geld een proces mogelijk maakt waarin waarde wordt gecreerd en het geld weer vrijkomt voor hetgebruik in waardecreatie. Als het om een stoel gaat is die waarde “kunnen zitten” of “kunnen uitrusten”” . “Fietsen” of “zich sneller dan lopen van A naar B kunnen verplaatsen” als het om een fiets gaat, of “eten” als het om dagelijkse voeding gaat. Lokaal bedient lokaal door te werken aan het vervaardigen van de behoeften en dit onderling te betalen wegens die behoeften. Geld komt onveranderd uit dit proces en wat er overblijft is een concrete meerwaarde die voorheen niet bestond, of die hernieuwd diende te worden.

Om die meerwaarde te creëren diende men creatief te ondernemen, ambachtelijk te werken en samen initiatieven te nemen.

Geld heeft zelf dus hier geen waarde maar stelt in staat om toegevoegde waarde te creëren. Dat is de goede economie. De deelnemers verdelen de toegevoegde waarde onderling al naar gelang de inzet in het proces en talent om het mogelijk te maken (in sustainocratie noemen we dit “buddinomics” om een onderscheid te kunnen maken met “economics”).

Waarde consumeren
Een andere vorm van economie is die van waardeconsumptie. Dat is een economie waarin geld nodig is om de gebruiksartikelen te mogen kopen en gebruiken, consumeren. Om zo’n economie stabiel te houden dient waardecreatie sterk afgestemd te zijn met waardeconsumptie want anders zouden er overschotten of tekorten ontstaan, ook in geld. Dat zou weer een hapering in het circuleren van het geld veroorzaken met problemen als gevolg. Dat is een moeilijk maatschappelijk proces. Als er bijvoorbeeld teveel stoelen worden gemaakt die dan niet afgenomen worden in de lokale geldgebaseerde kringloop dan is er meer geld in omloop door de gedane arbeid maar dit vloeit niet terug doordat men geen stoelen meer nodig heeft. Het stoelenbedrijf dreigt dan in de problemen te komen. Deze zoekt nieuwe afzetmarkten voor het overschot, om de uitbetaalde arbeid terug te verdienen en weer terug te investeren in een nieuwe cyclus. Men gaat dus op zoek naar nieuwe markten. In de nieuwe markten zit geen kringloop economie omdat de arbeid die gedaan wordt om de stoelen te maken elders wordt gedaan dan waar het verkocht wordt. Geld om de stoelen te kopen vloeit dus weg uit het gebied naar het gebied van de fabriek. Het geld kan dus niet lokaal meer worden hergebruikt in een nieuwe cyclus. En bij de fabriek ontstaat een nieuwe kringloop waar meer geld nodig is voor lokale arbeid voor overproductie. Er is dus overal een onbalans.

Dat gaat misschien even goed zolang er niet teveel andere gelijkwaardige bedrijven op het pad komen. Want dan begint concurrentie dat dwingt tot waardevermindering of het creëren van een onderscheidend vermogen via “het anders zijn en blijven”. De zuigkracht van kapitaal naar de plek van waardecreatie maakt de fabriek afhankelijk van de “markt” waar het niet wederkerig mee omgaat met arbeid. Er ontstaat een onbelans in de kringloop die de kringloop kwetsbaar maakt voor alle betrokken partijen. De “economie” wordt aangetast zowel aan de kant van consumeren als aan de kant van produceren. Als “wereldeconomie” zou dit goed kunnen komen als er een wereldse kringloop zou zijn maar die is er (nog) niet. We praten over een globale consumptie-economie maar niet een globale waarde-creatie economie.

Als er daarentegen tekorten ontstaan in een consumptie economie door te kleinschalige productie en een te grote vraag dan gaan er weer andere krachten werken. De prijs kan dan omhoog gedreven worden of men investeert om meer te kunnen gaan produceren voor de vraag. Er is dus meer geld nodig om te kunnen groeien. Als deze groei is afgestemd op de juiste vraag dan komt dat extra geld gewoon weer terug en is er geen enkel probleem. Wel natuurlijk als over dit extra geld rente betaald moet worden want dat gaat ten kosten van het ingelegde geld. Er vindt waardecreatie plaats maar ook waardeonttrekking (rente) via het geld.

Als geld geen catalysator meer is maar een doel op zich voor partijen via rente of winst op geld, dan kan dat alleen door waarde te onttrekken aan het uiteindelijke waardecreatieproces.

Er is nog een manier om geld te laten groeien en dat is door speculatie. Door kapitaalgoederen (goud, zilver, huizen, autos, ed.) schaars te houden stijgt de waarde van het object in een consumptie-economie. Het geld dat de waarde bepaalt van het object wordt niet meer afgestemd op de arbeid die erin wordt gestopt maar de wens die men heeft om het object te hebben. Zo ontstaat de hebzucht in een consumenten economie. De economie groeit maar de waarde vermindert.

In feite verrot de economie van binnen uit, niet alleen door structurele waardeontrekking uit de omgeving en onze toekomst maar ook door de blinde mentaliteit van “het vermeende recht tot consumeren” zonder wederkerigheid van onszelf.

De verrotte Nederlandse economie
In de Nederlandse economie, net als die van de meeste landen van de wereld tegenwoordig, speelt het bovenstaande op gigantisch niveau. Nederland is afhankelijk van de rest van de wereld voor haar economische stabiliteit door groei die gebaseerd is op twee pilaren: speculatie en consumptie. Op twee fronten wordt dus structureel waarde onttrokken aan de maatschappij. Paradoxaal stijgt de hoeveelheid geld die in omloop wordt gebracht om beide pilaren in stand te houden. Het is allemaal een hypthecaire schuld op de toekomst om ons huidige consumptieniveau op peil te houden omdat de economie daarop is gebaseerd, juist om de consequenties ervan te kunnen financieren. Om effectief te kunnen consumeren moet de infrastructuur worden aangepast voor goederen en personen vervoer. Er moeten winkelcentra beschikbaar zijn die het gemakkelijk maken om te kunnen consumeren en de voorraden van beschikbare materialen moeten overvloedig aanwezig zijn om de consumptie optimaal te laten verlopen. Onze betrokkenheid in de economie is via werkzaamheden aan de infrastructuur en de distributie van de goederen. De enige “toegevoegde waarde” is die van het in stand houden van de etalage voor de consument. De mens is verworden tot een gebruikersmachine die geld verslind om goederen te verslinden. De goederen voor consumptie worden amper meer lokaal gemaakt noch van waarde voorzien maar komen overal vandaan. Vandaar dat geld structureel wegvloeit uit Nederland naar andere gebieden of blijft hangen in het speculatieve distributiesysteem.

Overconsumptie leidt uiteindelijk tot het uitdrogen van de aarde, de vervuiling van ons nest, de opkomst van de vele consumptieziekten (psychische hebzucht klachten, gezondheidproblemen, onderlinge problemen, enz), klimaatverandering, de verloedering van jaloerse onderlinge menselijke relaties, enz. We zien een stijging van criminaliteit, ongezondheid, armoede, vervuiling alom en tegelijkertijd een stijging in inflatie, economische groei en groei in de algemene geldelijke schulden van de individu en de omgeving. De economie is verrot en de maatschappelijke mentaliteit ook. Er wordt geen waarde meer toegevoegd aan de maatschappij door onszelf en wij hebben het structureel onttrokken door onszelf te verzieken op alle fronten.

Het geld is precies hetzelfde, of het nu uit een kringloop economie komt waar het geen waarde heeft maar bijdraagt aan waardecreatie, of in een consumptie-economie waar het bijdraagt aan algehele vernietiging. Het gaat niet om het geld zelf maar de manier waarop wij ermee omgaan, het belang dat wij eraan hechten en de waarden die wij onderling al dan niet verdelen. De huidige manier in Nederland is verziekt. Wat nu?

Rotte economie herstellen?
Van een goede naar een slechte economie verhuizen is gemakkelijk. Men hoeft het geld maar te koppeken aan consumeren in plaats van het creëren van waarde. Dan is het kwaad geschiedt (gebeurde in de jaren 70) en stuurt men op de onverzadigbare hebzucht van de mens met alle gevolgen van dien. Uiteindelijk leidt dit tot gigantische crisissen, niet alleen economisch maar vooral ook psychisch en maatschappelijk. Die werkelijkheid zien wij overal om ons heen.

Van een verrotte economie naar een gezonde verhuizen is nagenoeg onmogelijk omdat men de mentaliteit van de bevoking én de aan hebzucht verbonden maatschappelijk organisatie volledig moet omdraaien. Dat wil zeggen dat wij weer om moeten leren gaan met directe waardecreatie, zelfvoorziening en persoonlijke inzet en verdeling van waarde. Dat betekent dat de bevolking, die generaties lang omringd is geweest met een feestwinkel van consumptieartikelen ineens moet kijken wat men er zelf nog van kan maken in een duidelijke wederkerige relatie met haar (natuurlijke) omgeving? Niet veel waarschijnlijk omdat we dat niet meer gewend zijn en ook in gedrag niet voor worden opgevoed. Men heeft twee linkerhanden ontwikkeld en een grote broekzak. Daarnaast zijn alle consequenties van de hebzuchtperiode zo groot dat er veel middelen nodig zijn om er iets tegen te kunnen doen. Die middelen worden nu nog uitgedrukt in geld. En dat geld moet uit de belastingen van een consumerende bevolking komen. Eigenlijk moet het komen vanuit inzicht en inzet van de bevolking zelf maar dan staat er geen geld meer tegenover maar gezondheid, de reparatie van een ongezonde maatschappij en zware arbeid vanuit inzicht. En daar zijn wij niet meer toe bereid.

Dat werk gaat generaties lange inzet kosten. De natuur lost dit soort situaties veel handiger op door ons onszelf te helpen vernietigen. Dat is de werkelijke hypotheek die wij op inze toekomst hebben gelegd, namelijk de dood van onze kinderen en kleinkinderen die wij elke kans hebben ontnomen door hen een mentaliteit over te dragen in een vervuilde omgeving die alleen maar leidt tot dood en verderf. Dat is de consequentie van onze hebzucht maar omdat deze verblindt binnen de rotheid van de economie en ons eigenbelang zal het ons over het algemeen een rotzorg wezen. Wie dan leeft, wie dan zorgt.

De enigen die verantwoordelijkheid kunnen nemen zijn wijzelf, de volwassen generatie en via onderwijs en opvoeding ook naar de toekomstige generaties.

Sustainocratie is een voorbeeld van een oplossing in een complexe, geinstitutionaliseerde maatschappij. Waardecreatie staat dan voorop en kan snel worden waargemaakt én Nederland zelfs op de wereldkaart zetten als gebied waar voor het eerst echt verantwoordelijkheid werd genomen.

“Dankjewel papa en mama” kan dan uiteindelijk in de toekomst verschillende betekenissen hebben in de ondertoon. Wij bepalen welke.

Waarom Nederland in geldnood verkeert

Prinsjesdag 2012 was weer een vertoning van de grote afstand die politiek Den Haag heeft met de werkelijkheid en de politieke onmacht waar men in leeft. De miljoenennota werd gepresenteerd en ondanks de vele bezuiningsacties van het vorige kabinet en dat wat nu in de maakt is schieten we er helemaal niets mee op. De staatschuld stijgt, de overheid kan het probleem niet meer aan en ondertussen worden de lasten van de maatschappij steeds maar hoger zonder dat men er ook maar iets van terugkrijgt behalve meer lasten en schulden. De maatschappij heeft zich rond verkeerde principes ontwikkeld. Probeer daar nog maar eens uit te komen…..

We zien een gemiddelde jaarlijkse stijging van de overheiduitgaven van 6%. Dat is een verdubbeling elke 11,5 jaar. En dat is ook te verifieren. In 2001 was de miljoenennota geen 260 Miljard maar ergens rond de 110 Miljard. De groei in lasten is exponentieel. Hebben we het zoveel beter dankzij die extra lasten? Nee, helemaal niet. Integendeel. Een groot deel van de groei in kosten gaat dan ook zitten in extra bestuurslagen, meer controle en regels, maar geen enkele toegevoegde waarde.

De economische groei in Nederland bleef echter een tijdje steken op ongeveer 3% maar de laatste jaren vertoont deze een afvlakking rond de 0% en soms zelfs een krimp. De grote groei van de onkosten heeft te maken met de manier waarop onze maatschappij is georganiseerd. Die heeft een ontwikkeling doorgemaakt die we nu voor onze kiezen krijgen. Dat ligt niet alleen aan de overheid. Aan de hand van wat plaatjes probeer ik een beeld te schetsen van het complexe probleem. Natuurlijk mag iedereen schieten op de weergave door over details te vallen maar de inhoudelijke tendens en problematiek zal niemand kunnen weerleggen. Helaas eigenlijk want we zitten midden in een schijnbaar onoplosbaar probleem vanuit een puur geldgedreven (lees economie) invalshoek. Er moet iets heel anders gebeuren dan politiek haalbaar is. Dat beschrijf ik al in sustainocratie, maar die oplossing wordt nog niet algemeen aanvaard. Dat komt nog wel…..

Een modern mensenleven:

Als we een normaal mensenleven beschouwen vanuit de traditionele productiviteit dan zien wij een plaatje waarin gezonde volwassenheid een piek vertoont waaraan een opbouwende jeugd vooraf gaat en een lichamelijke aftakeling op latere leeftijd.

De menselijke productiviteit kan positief worden beïnvloed

Een mensenleven wordt in productiviteit positief beinvloed door gezondheid, vrede, opleiding en positieve arbeidsomstandigheden in de directe omgeving. Zo kan men degewenst (motivatie is ook belangrijk) zelfredzaam bijdragen aan de maatschappij waarin men leeft.

De meerwaarde van zo’n productief leven wordt maatschappelijk belast om de investering te dekken die nodig is om die positieve productiviteit in stand te houden. In onze moderne samenleving hebben we tevens alles zodanig ingericht dat een mens zich volledig kan richten op die productiviteit waardoor er niet alleen belastbare meerwaarde optreedt maar ook voldoende extra’s voor investering in wooneigendom, luxe, pensioenen en zekerheden via verzekeringen.

Meerwaarde wordt belast voor zekerheden
Productiviteit en Meerwaarde wordt gebruikt om risico’s af te dekken

Dat is op papier een perfect draaiende economie ware het niet dat de mens nu eenmaal een mens is en geen robot. Wij hebben onze goede en minder goede kwaliteiten. Zo ontwikkelde de maatschappij zich in lutele decennia vanuit een relatief zelfredzame waardengedreven cultuur naar een consumptiecultuur van allerlei externe afhankelijkheden en hebzucht. Een gemeenschap die zichzelf afhankelijk heeft gemaakt van consumptie in plaats van meerwaardecreatie is uiteindelijk gedoemd te mislukken. Waardecreatie is namelijk een goede manier om innovatief bezig te zijn met verandering. Maar consumptie van overvloeden haalt niet de creativiteit maar juist gemak en hebzucht boven bij de mens. Daarnaast is overconsumptie ziekelijk voor de mens én de omgeving  Er ontstaan allemaal negatieve kwaliteiten die uiteindelijk de productiviteit van meerwaarde structureel schaden en zelf volledig teniet doen.

De lasten stijgen exponentieel
Lasten stijgen exponentieel als toegevoegde waarde achter blijft

Enerzijds leven we langer dankzij de medische kennis en langdurige vrede van deze tijd. Maar vanaf een bepaalde leeftijd leven we geen productief leven meer maar soeperen wij een welverdiend pensioen op waarvoor we gespaard denken te hebben. Deze pensioenen zijn gespaard in een economie die met inflatie gepaard gaat. Daardoor moet met het pensioen geld worden gespeculeerd om zowel de prijsstijging over de jaren als de langere levensduur te kunnen financieren.

We hebben daarnaast de maatschappij functioneel zodanig gefragmenteerd dat de oude rol van wijsheid en familiaire ondersteuning van de gepensioneerden niet meer wordt benut. De bewustwording die de ouderen hebben ontwikkeld wordt niet meer structureel overgedragen aan de jongere generaties. Noch krijgt deze generatie hulp van de ouderen in de opvoeding en opvang van de kinderen. Ook dat is structureel ge-economiseerd waardoor de lasten voor de productiviteit alleen maar omhoog zijn gegaan terwijl de generatie die dat als natuurlijk proces had ondergaan zich heeft ontwend van de taak.

De daarop volgende generaties leven met een gevoel van heb en gemakzucht omdat zij omringd zijn door schijnbare overvloed van een distributie maatschappij die erbij gebaat is zoveel mogelijk consumptie impulsen te leveren aan de gemeenschap. Opvoeding en ouderenzorg is uitbesteed aan het systeem waardoor er extra hard moet worden geconsumeerd om die lasten te kunnen bekostigen. Dat werk vindt men vooral in de distributie en verkoop sector welke zich niet kenmerkt door kennis maar vooral kosten efficientie. Hierdoor zijn vooral goedkope handjes van belang en lopen ouderen met een opleiding en ervaring steeds meer in de problemen om een toegevoegde waarde te kunnen leveren. Dankzij internet en webgebaseerde winkels is ook in deze de distributie en verkooparbeid onder druk komen te staan. De overheid gedomineerde instantie zoals zorg, onderwijs, veiligheid, e.d. worden in stand gehouden door de directe en indirecte belastingdruk op de consumptiewereld. Ongezondheid is economie geworden, gezondheid niet. Je hebt echter gezondheid (fysiek en mentaal) nodig voor waardecreatie. Ongezondheid onderbouwt vooral een consequentiegedreven zorgsysteem.

Dit valt om omdat zorg zonder waardecreatie alleen maar met schuld op te lossen is. Maar met welk onderpand? Schuld op een nog onbekende productiviteit in de toekomst?

Zo zijn er veel meer details die de individuele productiviteit omlaag brengen en de maatschappelijke lasten omhoog. Dit is natuurlijk onhoudbaar en ontploft in ons gezicht. Naast een reeds geleden (en voortdurende) kredietcrisis geldt in Nederland een “zekerheden” crisis en een “waardcreatie” crisis. Het gaat dan niet om geld alleen maar om de mentaliteit van de bevolking die oude zekerheden als garantie ziet maar niet het gebrek aan waardecreatie dat nodig is om de zekerheden te onderbouwen.

Recht op zekerheden, bureaucratie en gebrek aan waardecreatie

Met kapitaalinjecties worden de verkeerde elementen in stand gehouden die juist de problemen hebben veroorzaakt (banken, consumptiefocus en financiele zekerheden) terwijl het onderlinge wantrouwen en de bureaucratie toeneemt wegens de druk van de lasten (die hierdoor maar hoger worden). De schuldenlast stijgt bij alle partijen terwijl de maatschappelijke belasting steeds meer drukt op een onproductieve bevolking. De consumptiecultuur lost het niet op waardoor het faillissement van Nederland ook niet lang meer op zich laat wachten. Kapitaalinjecties die een hypotheek leggen op de toekomst kunnen het nog enige tijd uitstellen maar de ziekte zit al gebakken in de maatschappij.

Daarom verkeert Nederland in geldnood. Maar met geld lost men het niet op dus is al die politieke discussie zinloos in Den Haag. Helaas kan het niet anders omdat de democratie nu eenmaal van de instelling verlangt dat zij het klatergoud in stand houdt, tegen beter weten in, of men weet niet beter, een van de twee.

Waardecreatie is een emotie, een gevoel van innerlijke drang die te maken heeft met zingeving, duurzame vooruitgang en persoonlijke ondernemerschap. Dat ontbreekt in Nederland de laatste decennia en als dat niet snel wordt teruggevonden dan zal ons risicomijdend landje over niet al te lange tijd zich ook in de rij van de probleemlanden van Europa mogen gaan scharen. Als er dan nog sprake is van een Europa.