Sociaal ondernemen is de motor van vooruitgang

Sociaal ondernemen is volgens het manifest burgerparticipatie van de Stad van Morgen slechts gebrekkig erkend terwijl het de motor is voor de ontwikkeling van banen, maatschappelijke bezuinigingen en het debureaucratiseren van onze gemeenschap. Volgens een artikel vandaag in het Eindhovens Dagblad heeft het onderzoekbureau McKinsey aangetoond dat deze banenmotor in Nederland alleen al goed is geweest voor 25.000 nieuwe banen in de laatste 5 jaren met ruim 2000 sociale onderneming die zijn gestart in die periode.

20161115_100809.jpg

De tendens is alleen maar groeiende. Stad van Morgen focust zich al jaren integraal op deze manier van ondernemen als structurele oplossing voor de lokale en wereldproblemen die veroorzaakt worden door de waardevernietiging van puur geld-gedreven belangen. In 2008 publiceerden we een analyse van 300 bedrijven op basis van de 4 x winst index (ofwel het piramide paradigma) die we hadden ontwikkeld. Daarin keken we naar het ondernemerslandschap in Nederland en kwamen tot een gemene deler van een “C”. Dat wilde zeggen dat in Nederland net zoveel waarde wordt toegevoegd als onttrokken aan de economie. Kortom we stonden stil. En stilstand is achteruitgang. Nederland scoort slecht in waardecreatie.

Ondanks de positieve tendens die vandaag werd gepubliceerd in de krant is de erkenning van deze sector nog minimaal. Dat heeft twee belangrijke redenen:

  • De geld-gedreven sector wordt in de politiek-economische hiërarchie geliefd omdat het meetbaar resultaten oplevert die te vertalen zijn naar statistieken maar ook belastingsystemen en macht. Geld heeft geen kleur of geur en verlangt weinig visie maar vertegenwoordigt grote belangen. Ethiek en moraal spelen amper een rol in die wereld die zich via “groei” manifesteert als maatschappelijk belangrijk maar in essentie onze leefomgeving, onderlinge relaties en toekomstperspectieven totaal kapot heeft gemaakt. Sociaal ondernemen wordt in deze sferen van beleid vaak gezien als zweverig, vrijwilligerswerk en onrealistisch. Dat komt omdat het fenomeen op geheel andere succesfactors wordt beoordeeld dan de geldnorm die de andere sector erop nahoudt.
  • Sociaal ondernemen mist nog een concreet meetinstrument om de impact ervan inzichtelijk te maken. Dat is ook moeilijk want hoe meet je zaken als gezondheid, harmonie, geluk, liefde of gezond eten en gezonde lucht? Het ontbreken van zo’n instrument is een handicap waardoor deze vorm van ondernemen ook geen erkenning geniet bij het UWV of andere instanties die mensen zoveel mogelijk willen onderbrengen in de geld-gedreven wereld die men erkent en herkent en zo min mogelijk in dat sociale gebeuren waar men geen grip op heeft. Echter zijn de tekenen zodanig dat men er rekening mee moet gaan houden. We doen er goed aan wat meetinstrumenten toe te voegen aan sociaal ondernemen, als is het maar in het taalgebruik van de geld-gedreven overheersers:
    • Sociaal ondernemen creëert banen door maatschappelijke empathie en betrokkenheid
    • Geld-gedreven ondernemen vernietigt banen door automatisering van processen, verhuizen naar lageloonlanden en waardevernietiging in de productieketen.
    • Sociaal ondernemen werkt lastenverlichtend omdat het maatschappelijke lasten ombuigt naar kansen voor investering in waardecreatie door allerlei vormen van toegepaste innovatie.
    • Geld-gedreven ondernemen verlegt de kosten van de consequenties op maatschappij en milieu naar de bevolking die het via belastingen en regelgeving maar ook via hun gezondheid moet bekopen.
    • Sociaal ondernemen werkt debureaucratiserend waardoor niet alleen de kosten van de maatschappij omlaag gaan maar ook de vele blokkerende factoren die vooruitgang in de weg staan.
    • Geld-gedreven ondernemen heeft zowel belang bij het creëren van de problemen als bij het oplossen ervan omdat de financiering geput wordt uit de bevolking. Grote delen van semi-overheid instanties en gesubsidieerde bedrijven hebben hele machtige hiërarchieën geschapen die met deze dualiteit omgaan met alle vormen van bureaucratie en regelgeving erbij.
    • Sociaal ondernemen wordt door conservatief geld-gedreven belangen als bedreigend ervaren omdat het vernieuwingen introduceert die ten kosten kunnen gaan van groei patronen die men vast wenst te houden.
    • Geld-gedreven ondernemen wordt door de vooruitstrevende sociale belangen gezien als de uitvergrotende factor van de waarden als deze eenmaal zijn gecreëerd en zichtbaar gemaakt. Sociaal ondernemen wordt daarom gezien als de koplopers van vooruitgang.

Volgens de Stad van Morgen worden onze gemeenschapsgelden nog steeds bestuurlijk verkwanseld aan het behouden en tegen faillissement beschermen van geld-gedreven belangen. Een maatschappelijk beleid gericht op het aanvaarden van kernwaarden gedreven evolutie en vooruitgang door het stimuleren van sociaal en ecologisch gedreven veranderingen levert veel meer op dan het huidige beleid. Stad van Morgen maakt dat waar in Sustainocratische samenwerkingsvormen zoals AiREAS dat goed is voor een omgeving van 100den sociale ondernemingen met enorm veel arbeid en marktontwikkeling.

De grote omslag – 8 – arbeid

Dit is de 8e blog in de serie van 20 over de grote omslag van Jean-Paul Close, initiatiefnemer van de Stad van Morgen (STIR).

Deze blog gaat over arbeid

Blog 8 – arbeid

Een van de grootste vraagstukken van deze tijd is de evolutie van betrokkenheid bij de maatschappelijke inzet en productiviteit, vaak ook “arbeid” genoemd. Het woord verwijst vandaag de dag naar betaald werk in een arbeidsrelatie. Het is een begrip dat voortkomt uit de industrialisering en zich heeft ontwikkeld tot een van de pilaren van onze economie. Iemand die werkt krijgt salaris en met salaris heeft men toegang tot de invulling van levensbehoeften en luxe. Het feit dat men afhankelijk is van iemand anders voor een salaris noemen we “transactie economie”. De geldstroom die ontstaat is onderhevig aan allerlei spanningsvelden zoals beschreven in blog 6 over Geld.

Arbeid is op die manier verworden tot een van de drie grote inkomstenbronnen van de overheid, naast BTW en vennootschapsbelasting. Het is daarom niet vreemd dat de overheid sterk aanstuurt op betaalde arbeidsrelaties. Zo is er een cultuur ontstaan waarin iemand die een baan heeft “erbij hoort” en iemand zonder baan niet. Met een baan heeft men een inkomen en toegang tot de maatschappelijke diensten en zekerheden. Men kan een huis huren of kopen, de supermarkt bezoeken, energie inkopen en luxe verwerven.

Zo zien we dat in onze huidige maatschappelijke context het mogelijk is dat een bestrafte pedofiel in gesalarieerde dienst van de sociale werkplaats een huis kan betrekken en een luxe leven leiden terwijl een werkloze moeder van drie kinderen uit huis geplaatst wordt wegens huurachterstand. De vraag kunnen we ons stellen of we als maatschappij onze aandacht en focus wel juist leggen? Binnen de context van de evolutie en menselijke complexiteit is het krijgen en opvoeden van kinderen een heilige taak die omringd zou moeten zijn met respect, steun en hulp. De moeder met kinderen is in de evolutie waardevoller dan de man die schroefjes aandraait in de fabriek. Nu is dat vreemd genoeg andersom.

Waar leggen we de maatschappelijke focus?
Waar leggen we de maatschappelijke focus? Arbeid of Inzet?

Spanningsveld

Het geldgedreven systeem levert een spanningsveld op met het natuurlijke evolutionaire systeem. De mens speelt een rol in beide werkelijkheden en ervaart de stress tussen de systemen als een persoonlijke en vaak ook collectieve crisis. Die kan worden veroorzaakt door beide kanten. Het geldsysteem kan zo immoreel worden dat het armoede, ongelijkheden en misstanden veroorzaakt die niet meer door het geldsysteem worden opgevangen. Er vallen dan mensen letterlijk buiten het systeem. De getroffen mensen zijn dan al snel aangewezen op de natuurlijke werkelijkheid door opgevangen te worden door de medemens of zich in de natuur terug te trekken en vanuit zelfredzaamheid weer een bestaan op te bouwen. Als dit niet lukt dan komt men in een bedreigende situatie terecht.

Ook de evolutionaire natuurlijke werkelijkheid kan voor crisis zorgen door ziektes, catastrofes, rampen, klimaatproblemen, enz. die weer de geldgedreven werkelijkheid onderuit halen en hele maatschappijen in de problemen helpen. In deze tekening heb ik de mens geplaatst tussen de twee werkelijkheden waarin ik een onderscheid maak tussen de essentie van het mens zijn zoals beschreven in blog 2 over moleculaire opbouw van ons bestaan en blog 7 over God en ons burgerschap in een maatschappelijke werkelijkheid waaraan we door inzet of arbeid bijdragen.

Het spanningsveld in beeld gebracht
Het spanningsveld in beeld gebracht

De bewustwording die wij doormaken als mens wanneer wij geconfronteerd worden met onze basisbelangen als natuurlijk fenomeen is vooral een contrast met ons handelen in de automatisering van een bepaalde burgerschap-cultuur. Het spanningsveld is positief geladen wanneer wij ons bewust zijn van onze natuurlijke werkelijkheid in relatie tot onze maatschappelijke organisatie en onze inzet en interactie afstemmen op duurzame menselijke vooruitgang. Wanneer wij dat niet doen en ons alleen focussen op geldgedreven groei van het systeem dan raken wij los van het natuurlijke systeem waardoor de gevolgen zich middels crisis opbreken zowel individueel als collectief. De negatieve energie in het spanningsveld is waar te nemen door de toename van armoede, criminaliteit, opstand, zelfmoorden, agressie, ongelijkheid en immoreel systeemgedrag (zoals de bonuscultuur, vervuiling, machtsmisbruik, enz). De negatieve energie bouwt zich op en breekt door een recessie, depressie of oorlog. Paradoxaal lijkt het onmogelijk om de negatieve energie te doorbreken omdat de regerende systeemmacht dezelfde instrumenten gebruikt om de problemen op te lossen die ze veroorzaakt hebben. Hierdoor wordt het probleem alleen maar erger en loopt het spanningsveld steeds sterker op.

De grote omslag

Binnen de inspiratie van het model van menselijke complexiteit zien we ook beide spanningsvelden terug. De positieve lading ligt boven de horizontale lijn van materiële complexiteit die doorbroken wordt door de lijn van morele bewustwording. Onder de lijn is de negatieve lading die zich door groei laat opbouwen en via chaos tot explosie komt. De maatschappelijke focus op groei is dodelijk voor onze evolutionaire verwachtingen. De onbalans bouwt zich op terwijl de reacties aan de kant van bewustwording op zich laten wachten.

Natuurlijke evolutie
Natuurlijke evolutie

De maatschappelijke onbalans wordt veroorzaakt door een maatschappij type dat niet gebaseerd is op ons huidige menselijke bewustzijnsniveau maar op de elementaire bouwsteen van het onbewuste, daar waar de moraal nog geen opbouw heeft ondervonden. In essentie hebben wij ons ondergeschikt gemaakt aan een gevoelloos groeisysteem dat gebaseerd is op lucht en ten kosten van alles zichzelf opblaast door geen enkele rekening te houden met de natuur van de mens en omgeving. Als de mens ophoudt te bestaan dan houdt ook het geld op te bestaan en alles wat eraan is gerelateerd. Geld is afhankelijk van het voortbestaan van de mens en de planeet, niet andersom. En de mens is afhankelijk van haar natuurlijke omgeving en de manier waarop we ermee omgaan, niet de economie.

De grote omslag draait daarom het de maatschappelijke herstructurering waarin geld weer ondergeschikt wordt gemaakt aan natuurlijk menselijk belang. Onze morele verantwoording naar onszelf moet weer tot uiting komen in een systeem dat korte en lange termijn belangen evolutionair op elkaar afstemmen. Arbeid is niet dienstbaar naar het geldsysteem maar inzetbaar voor de waardecreatie van een natuurlijk menswaardig bestaan. We hebben het dan niet over de industriële belangen van schroefjes aandraaien of de belastbaarheid van transacties maar over de waardengedreven inzet en wederkerigheid van onze activiteiten.

Sustainocratie

De oplossing is niet zo moeilijk als het lijkt. Het is helemaal niet nodig dat onze maatschappij door de vernietiging van een oorlog of depressie gaat om orde op zaken te stellen. We moeten aanspraak maken op ons bewustzijn en onze maatschappelijke structuur en samenhang afstemmen op de natuurlijke werkelijkheid waar wij afhankelijk van zijn. Sustainocratie heeft dat eenvoudig opgelost door verantwoordelijkheid en handel van elkaar los te koppelen en verantwoordelijkheid van een maatschappelijk hoger doel te voorzien. Handel en economie schikt zich dan naar menselijkheid en niet andersom. Door de transformatie economie van Sustainocratie toe te voegen aan onze bestuurlijke werkelijkheid schonen we vanzelf onze systemen op wanneer het spanningsveld van positief naar negatief dreigt om te slaan. We worden alert op het spanningsveld zelf en putten uit onze kennis, maatschappelijke cocreatie en samenwerking om de balans te herstellen. Uiteindelijk ontstaat een cultuur van samenhorigheid en duurzame ontwikkelingen die welzijn in stand houdt voor de mens zonder een aanslag te doen op de medemens noch onze natuurlijk omgeving.

Verantwoordelijkheid levert waarden die de handel doet groeien
Sustainocratie: Verantwoordelijkheid levert waarden die de handel doet groeien

 

Transformatie economie - leiderschap voedt management
Sustainocratie: Duurzaam leiderschap van waardecreatie voedt financieel leiderschap van groei
Allerlei Sustainocratische initiatieven van Stad van Morgen zichtbaar in de 2013 kerstwens
Allerlei Sustainocratische initiatieven van Stad van Morgen zichtbaar in de 2013 kerstwens

www.stadvanmorgen.com

Nederland wordt klimaatnalatigheid verweten

Als je met wat instrumenten uit de ruimte naar Europa kijkt dan ziet het gebied van Nederland er wel erg roodgekleurd uit.

Het vervuilingsgebied van Europa
Het vervuilingsgebied van Europa

De graad van vervuiling komt grotendeels overeen met de dichtheid van logistieke en industriële activiteiten, de concentratie van de 300 jarige ontwikkeling van het industriële tijdperk. Als je daar ook de economische ontwikkeling overheen legt dan ontstaat er een belangrijke parallel.

Nu heeft deze zelfde evolutie ook een weerslag op de gezondheid van de lokale bevolking en de bijdrage van een gebied aan de klimaatontwikkeling van de wereld. De lokale gezondheidproblemen worden gecompenseerd door een sterke consequentiegedreven gezondheidszorg waardoor mensen weliswaar ongezond maar ook weer opgelapt worden. Daar omheen is ook weer een belangrijke economie ontstaan.

Terwijl de economische drijfveer zich manifesteerde als belangrijkste motor van de samenleving, ontstond tegelijkertijd de drang naar ontkenning van ethische verantwoordelijkheden. Gedurende lange tijd werd vooral rond de hete brei heen gedraaid met het excuus dat oorzaak en effect (nog) amper een wetenschappelijke basis bevatte. Aansprakelijkheid is moeilijk te aanvaarden als verwijtbaarheid nog op losse schroeven staat. Geleidelijk aan begint daar nu verandering in te komen. De wetenschappelijke inzichten die de problematiek bevestigen beginnen door te dringen tot de publieke opinie en de beleidskantoren. Zij doordringen het gordijn van verwarring van zwaar gesubsidieerde rapporten die moeite doen om het geheel te ontkennen.

Als je bovenstaande plaatje zo bekijkt dan mag Nederland zeker ter verantwoording worden geroepen, zowel door de lokale bevolking als door de gehele wereld. Net zoals wij Brazilië vragen om de economie rond houtkap te herzien ten behoeven van de zuurstofvoorziening van de hele wereld mag de wereld ook Nederland vragen haar economie te herzien ten behoeve van klimaat en volksgezondheid van de wereld. Nederland poogt dan wel met haar economische daadkracht maar zou zich ook diep moeten schamen dat die daadkracht verworven is ten kosten van onze natuurlijke omgeving, inclusief de medemens in de wereld. Dan is het zeker terecht dat men Nederland nalatigheid verwijt. Dan blijft er niet veel anders over voor Nederland om haar verantwoordelijkheid te erkennen en twee structurele maatregelen te nemen:

  1. Haar ontkenning te laten varen en open gaan staan voor herpositionering van het land ten behoeve van duurzame menselijke vooruitgang
  2. Een structureel korte en lange termijn innovatiebeleid toe gaan passen waarin menselijke gezondheid, omgevingskwaliteit en veiligheid de basis vormt.

Juist daarin zit ook weer een enorm grote potentiële economische kans. Door verantwoordelijkheid te nemen voor iets waar we nu pas echt iets over te weten komen kan Nederland een intellectuele en bedrijfskundige positie verwerven rond deze maatregelen die uiteindelijk ook door andere dichtbevolkte gebieden zullen moeten worden genomen. Deze expertise geeft weer extra export kansen, net zoals water kennis, huishouding en beveiliging een extra impuls kreeg na de watersnoodramp in 1953. Nu hebben we ook met een milieuramp te maken die de daadkracht van een ondernemend volk zoals Nederland nodig heeft.

Daarnaast vervult Nederland een belangrijke functie in Europa als deltagebied voor logistieke activiteiten. Dat dit vervuiling en klimaatproblemen met zich meebrengt is pas de laatste decennia bekend. De rest van de wereld kan dan wel van Nederland verantwoordelijkheid eisen maar verwacht ook van Nederland dat zij haar huidige rol optimaal blijft vervullen. De verantwoordelijkheid voor het geheel is dus ook van de omringde landen. Door zelf verantwoordelijkheid te gaan nemen kan Nederland ook de Europese gemeenschap vragen om mede-verantwoordelijkheid, niet door zich te laten beboeten maar door samen te gaan werken aan integrale innovatie dat verder gaat dan de aanpak van milieu en klimaatproblemen maar ook de basis van welzijn aandacht schenkt. Daarin kan Nederland en omgeving voor heel Europa en de wereld een belangrijke rol spelen.

Economie versus Sustainocratie

Een van de belangrijkste belemmeringen van de Nederlandse staat om verantwoordelijkheid te nemen voor menselijkheid en milieu is haar afhankelijkheid van de huidige economische structuur van onze financiële huishouding. Men ziet milieu en volksgezondheid nu nog als kostenpost met als gevolg dat de focus ligt op een groei-economie.

Maar dat hoeft juist geen belemmering te zijn maar een grote kans.

Als we sustainocratie ter harte nemen dan plaatsen wij het menselijk belang als voorwaarde voor de democratie. Dat wil zeggen dat de democratie niet meer vrijblijvend wordt maar structureel afgestemd wordt op integraal duurzame menselijke belangen. Als we daaraan de integrale economie verbinden dan schoont het zichzelf op. De huidige economie is gefragmenteerd onuitvoerbaar afhankelijk van onvoorspelbaarheid. Dat zorgt er voor dat de Nederlandse staat geen enkel zich meer heeft op de werkelijkheid omdat die werkelijkheid gewoon niet bestaat. Men is consequentiegedreven hetgeen in deze tijd en met de huidige wetenschap zoveel is als “dweilen met de kraan open”. Dat is niet op te brengen vanuit een geldgedreven schuldsysteem en speculaties. Wij moeten af van de consequenties en de maatschappij bouwen op verantwoordelijkheden. Dat kan de overheid niet alleen, dat is een taak voor de gehele menselijkheid in een gebied.

Sustainocratie is een nutgedreven samenwerking
Sustainocratie is een nutgedreven samenwerking

En dat is precies wat Sustainocratie doet. Het plaatst menselijkheid in het centrum van de belangen en maakt integrale economie (zowel baten als lasten) ondergeschikt aan “het geheel”. Dat wil zeggen dat we de kraan langzaam dicht draaien en de blower op Nederland zetten terwijl we dweilen. Op termijn is de omslag een feit. We worden ons dan ook bewust van verantwoordelijkheden voor lokale zelfvoorziening, hetgeen de gehele bevolking aan het werk kan zetten om bij te dragen aan een stabiele economie van welzijn en voorspoed. En we kunnen het. Gaandeweg is Nederland een land “van het volk” geworden waarin de diversiteit van macht en vrijheid op elkaar inwerken. Sustainocratie bevestigt dit door “macht” autoriteit te geven namens de bevolking en “vrijheid” te voorzien van verantwoordelijkheid.

Daarom is Sustainocratie instantaan toe te passen. Het respecteert de historische machtsontwikkelingen door ze te bevestigen en ze te verbinden aan universeel menselijk  belang dat door de mens zelf gedragen wordt via een duidelijke definitie van duurzame menselijke vooruitgang.

AiREAS

Dat wij dit kunnen toepassen wordt aangetoond door AiREAS in Eindhoven, een coöperatie van verschillende belangen die samenwerken aan een gezonde stad. De coöperatie legt onderling verantwoording af voor de vooruitgang die men samen boekt in de stad. De coöperatie wordt aangestuurd door inzicht in gezondheid en omgevingskwaliteit, dus niet door institutioneel eigenbelang of een individuele machtspositie. Het is een waarden-gedreven samenwerking hetgeen zich ontwikkelt naar een gezonde, integraal duurzame economie op basis van co-creatie. Het vormt een transformatie waarin onze huidige economische kwetsbaarheid zich transformeert naar ondernemende kracht.

Conclusie

Nederland mag dan wel verweten worden voor haar nalatigheid maar dient ook geprezen te worden voor haar openheid en transparantie als het erop aan komt. Macht in Nederland is functioneel ook al wordt er vaak nog misbruik van gemaakt. Dat is mens eigen en zal de komende jaren verder genuanceerd worden naar mate de kracht van het gekaderd loslaten duidelijk wordt. Het kaderen moet dienstbaar zijn naar meetbare menselijkheid en dat biedt Sustainocratie, een Nederlands product dat we eerst op Nederland moeten durven toepassen. Dan zal de huidige zwakte en verwijtbaarheid van Nederland zich ontwikkelen tot kracht en wederom een piek van ontwikkeling vertegenwoordigen van deze regio. Een nieuwe gouden tijd.