Tag Archives: leeromgeving

Brief aan alle partners over de School of Talents

9 Jan

Het is lastig voor onze vele partners om optimaal gebruik te maken van niveau 4 gebiedsontwikkeling. Men doet mee uit gefragmenteerd eigenbelang en is tevens afhankelijk van de sturing van een cultuur waarin onze dimensie nog niet structureel vertegenwoordigd is. Vechten vaak tegen de bierkaai en uiterst vermoeiend voor de partners die inzien hoeveel kansen er te creëren zijn op multidisciplinair cocreatie (Eco-City) niveau. Hulp is nu aanwezig. School of Talents (of Wellness) is de leerschool van de Stad van Morgen waarin we dit verder kunnen vormgeven. Een briefje aan het begin van het jaar is misschien zo relevant. Meer dan 230 directe en lokale partners (burgers, overheden, semi-overheid, bedrijven, ondernemers, onderwijs, enz) hebben het ontvangen.


Geachte partners,

allereerst onze beste wensen aan elkaar voor een gezond en vooruitstrevend cocreatie-jaar!

Al sinds 2009 pionieren we samen in iets dat uiteindelijk het 4e niveau van gebiedsontwikkeling (Sustainocratie! Middels AiREAS, FRE2SH en COS3i) werd genoemd, een fundamentalistische mensgerichte en cocreatieve benadering van “slim” (niveau 3). Velen in de wereld kijken mee met ons en er zijn allerlei aanvragen omdat “men dit ook wil”. Die schijnwerpers zijn het mooist als we zelf optimaal gebruik blijven maken van wat we hebben gecreëerd en er resultaten mee blijven boeken. Dat is niet altijd even gemakkelijk.
School of Talents en School of Wellness (hetzelfde, twee namen door cultuurverschillen in landen) van de Stad van Morgen is gericht op participerende leerprocessen individueel en collectief op niveau 4.
Hoe kunnen we u helpen zichzelf of als organisatie te sterken in dit nieuwe gebied? Enkele voorbeelden in januari:
Hulp voor organisaties: Naar de kern van de zaak
Internationaal erkende hulpmiddelen zoals de Theorie U, onze eigen MDE Index, enz.
Onafhankelijke onderzoek opdrachten voor prioriteit keuzes vanuit de Sustainocratische kernwaarden.
Innovatiekracht van studenten en werklozen om uit te kiezen: Sponsor uw eigen eerste innovatie keuzes
  • Op dit moment lopen een kleine 100 MBO/HBO en universitaire studenten stage of doen hun afstudeeropdracht bij de School of Talents in Eindhoven. Zij worden gevraagd om high impact innovaties te bedenken of baanbrekende inzichten te verstrekken die de brug slaan naar het creëren en vasthouden van de kernwaarden.
    • U sponsort het proces met relatief kleine bedragen (2500€ per student, 5000€ algeheel thematisch ongeacht hoeveelheid studenten)
    • U krijgt als eerste de rapportage
    • U krijgt eerste keuze voor innovaties
    • U krijgt eerste keuze in bewezen jong of nieuw talent voor werving
  • Ook een 6 tal mensen met een traumatische achtergrond die in ons weerbaarheid traject zich in 3 fasen uiterst positief ontwikkelen tot volwaardige en uiterst waardevolle arbeidskrachten.
  • Na 1500 internationale studenten tussen 2015 en 2016 hebben we in 2018 weer Erasmus+ uitwisselingsprogramma’s waarin we de studenten betrekken bij AiREAS, FRE2SH en COS3i. Ervaring heeft geleerd dat dit een sterk uitzaai effect heeft, we uiteindelijk ook bestuurders op bezoek krijgen maar ook naar de landen uitgenodigd worden. Om de relaties projectmatig op te volgen in het buitenland hebben wij uw (financiële) steun nodig. Uiteindelijk gaat het om uw succes in die andere landen. Wij doen alle voorbereidend werk en leveren de context.

Via de blogs van de Stad van Morgen en School of Talents communiceren wij algemeenheden. Alleen persoonlijk maken we concrete afspraken.

Hartelijke groet,
Jean-Paul Close

Hippisch leercentrum Deurne in de knel

28 Dec

Op 3e kerstdag 2013 besloten wij, ondanks de geruchten van de aankomende sluiting, het hippisch leercentrum van Helicon Opleidingen in Deurne te bezoeken. Ons 18 jarige in de paardensport getalenteerde nichtje uit Spanje wil graag verder in deze mooie sport en misschien ooit het niveau van haar idool Anky van Grunsven behalen. Het hippisch centrum in Deurne vond zij de beste op dit gebied.

Behalve enkele fietsen en een verloren geparkeerde auto was het indrukwekkende gebied verlaten. Er stonden zelfs geen paarden in de wei. Het was de eerste keer dat wij het terrein bezochten ondanks ons eigen rijke paardrij verleden voordat wij naar Spanje waren vertrokken in de jaren 70. Jarenlang hadden wij thuis een eigen “bak” gehad, pensionpaarden, kleinschalige fokstal en onze eigen deelname aan de vele regionale concoursen waar mijn broer en ik geduchte concurrenten waren die een mooie prijzenkast wisten te verzamelen. Wij hadden een van onze vele paarden desrijds wel meegenomen naar Barcelona maar van topsport kwam aldaar weinig terecht. In Nederland was de hippische sport enorm populair en ontwikkeld maar in Spanje erg elitair. Daarin hadden wij geen positie. Onze paardrij carrière verviel in hobbyisme en onze wegen ontwikkelden zich op andere gebieden. Dat ons nichtje onze voetsporen weer opzocht na al die jaren raakte ons innerlijke paardenbloed. Met de overgebleven o-benen van de vele paardrij uren, de prijzenkast van die tijd nog in ons hoofd en al onze intense ervaringen op de wekelijkse concoursen (dressuur, cross en springen in 1 dag!!) en dagelijkse verzorging thuis, betraden wij de installaties.

De troosteloosheid van  gebrek aan bruisende activiteiten die wij rond paarden altijd hebben meegemaakt compenseerde met de uitgebreide, prachtige installaties op het gebied. Onze gedachten gingen naar de moeite die wij vroeger moesten doen om natuurlijke hindernissen na te bouwen waar onze paarden problemen mee hadden gehad tijdens een military, terwijl al die faciliteiten hier gewoon ter gebruik beschikbaar waren. In onze gedachten zagen we ons weer van de heuvel met bijbehorende trapsgewijze hindernis naar boven en beneden suizen, van licht naar donker en donker naar licht, elke met een eigen moeilijkheid graad voor onszelf én onze combinatie.

De kleine hoeveelheid paarden die wij er aantroffen stonden er keurig verzorgd bij, dik in het stro, mooi in de dekens en een zuivere pluk hooi om te eten. De gebouwen en terreinen zagen er keurig onderhouden uit. Hoe kon dit nu failliet gaan?

Effect van gefragmenteerde belangen

Mijn duurzaam ondernemersbloed gaat dan weer kloppen en kijk ik met de ogen vanuit verschillende werkelijkheden naar de gebiedsdynamiek. Het is dan niet moeilijk het probleem te ontrafelen en ook niet moeilijk om de oplossingen te bedenken.

Dit centrum is in 1969 opgezet als uniek leercentrum binnen de wereld van paardensport. De MBO en HBO beroepsopleiding is nu in handen van Helicon, ook bekend als Groenschool. De jongeren krijgen zowel praktische als theoretische ervaring aangereikt. De aantrekkingskracht van het centrum was jarenlang gewaarborgd door een kwalitatief hoge standaard en de betrokkenheid van grote namen uit de internationale paardenwereld. De selectie van studenten was dan ook van hoog niveau.

Door de crisis vielen de aanmeldingen terug en focuste het beleid op het “aantal studenten” door concessies te doen die de kwaliteit hebben aangetast. De grote namen verdwenen en uiteindelijk ook de financiële stabiliteit. Er moest jaarlijks veel geld bij totdat een faillissement onafwendbaar leek. Een doorstart is misschien mogelijk in 2016 door onderhandeling met nieuwe partijen maar vooralsnog is daar nog onduidelijkheid over.

Sustainocratische kijk op de zaken

In economische groeitijden is gefragmenteerde specialisatie misschien haalbaar en zelfs gebruikelijk. Dan heeft een school zoals deze bestaansrecht binnen het educatieve systeem. Het mag geen verrassing zijn dat als de economische groei in verval raakt het centrum in de problemen komt door de eenzijdige belangen. Het is namelijk opgezet vanuit de gefragmenteerde economische werkelijkheid binnen het educatieve systeem en niet vanuit de essentie waar het in dit centrum om zou moeten gaan: de passie en dynamiek van de sportieve en professionele paardenwereld.

In de wereld van Sustainocratische gebiedsontwikkeling is “leren” inherent aan een levenswijze, geen gefragmenteerde praktijk ernaast. Ook spelen economische belangen een secondaire rol door geld (net als leren) als middel en niet als doel te positioneren. Dat wil zeggen dat een hippisch leercentrum als Deurne nooit uitsluitend als educatief centrum zou zijn gepositioneerd maar als topsport concentratiepunt rond paard en mens waarin hoogwaardige kennis integraal noodzakelijk is, bedacht én toegepast wordt. In deze opzet komen studenten uit de hele wereld op die kennis af en beginnen een leerschool waarin de uitblinkers ter plekke hun CV op kunnen bouwen om daarmee de wereld te kunnen gaan bevolken als ze er rijp voor zijn. Het centrum zou zich kunnen vertakken via eigen hippische netwerken in de hele wereld.

Economie is altijd ondergeschikt aan een hoger doel en “leren” structureel onderdeel van een grotere werkelijkheid. Educatieve onderwijsinstellingen zijn dan samenwerkingspartners maar nooit eigenaar. Zo’n centrum is dan een kloppend hart waarin bijvoorbeeld op tweede kerstdag de tradities van Sint Stefanus hoog worden gehouden en de gehele regio betrokken wordt bij paard en ruiter gerelateerde feestelijkheden, tochten en zegeningen. Aansluitend zou er een driedaags internationaal concours worden gehouden dat onderdeel is van de wereld hiërarchie van vaardigheden en paarden persoonlijkheden. Binnen het leerproces wordt dan niet alleen de rationele kennis overgedragen maar vooral ook de passie en emotie gedeeld die gepaard gaat bij hoogwaardige liefdevolle interactie tussen mens en natuur.

Dat bruisend hart van paardensport zou de kern moeten zijn van de installaties, het gebied, de leiding, medewerkers en bezoekers. Elke minuut zou worden benut voor en door de wereld van specialisatie, ondertussen dit integrale gevoel meegevend aan degenen die er komen leren vanuit onderwijsinstellingen uit de hele wereld. Het hele gebied wordt dan onderhouden door samenwerking en belangenverdeling, niet inkoop en verkoop. Blokeconomie noemen we dat waarin geld ondergeschikt is gemaakt aan de winst op gebied van paardenliefde en sportieve expertise ontwikkeling lokaal en wereldwijd.

Het is daarom treurig voor mensen met een hart voor het paard om zulke unieke en prachtige installaties onbenut te zien door de eenzijdige belangen van een educatieve organisatie, hoe groen ook georiënteerd. Hopelijk wordt de doorstart opgepakt op een manier waarbinnen liefde en passie regeert, de hele regio wordt betrokken en de paardenwereld een ontmoetingsplek heeft van niveau. Waarbij paard een “p” toevoegt aan people, planet, profit door zich harmonieus samen met elkaar te ontwikkelen.

Verduurzamingsmodel

Verduurzamingsmodel, toe te passen op Hippisch leercentrum Deurne

Waarbij de meetlat van prestaties wordt gelegd naast paard en ruiter, verzorger of menner en niet uitsluitend de verlies en winst rekening door aantal leerlingen, eigen bijdragen en overheidsgeld. Dan hoeven de huidige studenten hun heil niet te vinden in het buitenland zoals ze nu helaas voorzien maar tot de top blijven behoren in eigen land waar het ooit al ontstond, bestond en dreigde te verdwijnen door doorgeslagen, koude economische fragmentatie in plaats van integrale menselijkheid en passie voor een van de mooiste interacties tussen mens en natuur in de geschiedenis van de mens: het paard.

Natuurlijk is Helicon dit niet geheel te verwijten. Zij is als organisatie het resultaat van een tijdperk dat eindigt. Helicon heeft een boeiende ontwikkeling op gebied van gedifferentieerd onderwijs toegevoegd, een modern vervolg op de vroeger ambachtschool. Het gaat dan ook niet om het verleden en de  begrijpelijke keuzes die hebben geleid tot de teloorgang. Het gaat nu om de capaciteit van Helicon en de regio om te schakelen en verbanden te scheppen voor de komen jaren door de waarden van dit centrum samen in te schatten en weer op te bouwen volgens de normen van deze tijd. Paardensport is uniek fenomeen dat voor jong en oud opvoedkundige mogelijkheden biedt die niet verloren mogen gaan. De sportieve en professionele relatie tussen mens en paard is er een van vele duizenden jaren dat zeker een centrum van wereldniveau waard is. Of we in staat zijn om dit centrum het gewenste leven in te blazen ligt aan onszelf, zoals zoveel projecten in de regio die door de oude, decennia lange, fragmentatie van belangen in de problemen zijn gekomen en toe zijn aan nieuwe combinaties. Al tijdens het avondcollege met Wiet van Meel  (volhoudbare initiatieven) kwamen de projecten voorbij die de cultuur en waarden van het Brabantse gebied op niveau kunnen tillen vanuit passievolle, waardengedreven samenwerking. Die tendens zal steeds verder aanwakkeren nu de “groei-economie van speculatie” geen zekerheden meer biedt en plaats maakt voor nieuwe ontwikkelingen op gebied van waardecreatie en transitie economie.

De kansen liggen voor het grijpen, ook voor dit centrum. Ook wij (Stad van Morgen) zullen de hand uitreiken.

Jean-Paul Close, sustainocraat en oud wedstrijdruiter.

jp@stadvanmorgen.com

Huidig onderwijs leert niets

8 Nov

De leerprestaties van jongeren zijn onder de maat vindt de inspectie en het ministerie van onderwijs van Nederland. Men plaatst de verantwoordelijkheid van het leren bij de jongeren via een leerplicht maar vergeet daarbij dat leren zich uitsluitend voltrekt vanuit een maatschappelijk context. Als er geen hoger maatschappelijk doel wordt gesteld dan zal er door niemand, jongeren noch ouderen, een leerdoel worden bereikt. Waarom leren? Wat is het nut? Welke innerlijke motivatie spreekt men aan om te leren? Jongeren hebben sinds 1900 in Nederland een leerplicht maar Nederland heeft vooral een onderwijs plicht. In de huidige scholen vormt “onderwijs” een doel op zich aangestuurd door het beleid uit Den Haag waarbij de scholen beperkte vrijheden hebben om zich te ontwikkelen volgens een eventueel eigen maatschappij beeld. Men is afhankelijk van de middelen die per leerling worden toegekend en dient via diploma uitreiking aan een normering te voldoen. Welk verband er ligt tussen maatschappij en normering is veelal ver te zoeken en de leerling is een middel om de school in stand te houden.

In dit huidige onderwijs leert men niets.

Om “het leren” te begrijpen grijp ik even naar een vergelijking die we ook gebruiken voor het bedrijfsleven en de maatschappij zelf, namelijk die van de individuele vrijheid en sturing.

Onderwijs is geen doel op zich maar functioneel binnen een maatschappelijke context

In onze democratie gaan wij uit van grote individuele vrijheid. Maar we gaan er ook van uit dat wij een maatschappij draaiende houden waarin een hoge graad van gemeenschappelijk welzijn wordt genoten. Dat betekent dus ook dat onze vrijheid niet vrijblijvend is maar bij zou moeten dragen aan de inhoudelijk invulling van de maatschappij. Wat die kaders zijn dient maatschappelijk duidelijk te zijn. Dat is het niet. In een geldgedreven consumptie maatschappij is geld en consumeren misschien een maatschappelijk kader waar omheen een economie draait maar opvoedkundig verwachten wij natuurlijk veel meer van een maatschappij. Denk daarbij aan ethiek, sociale cohesie en duurzame vooruitgang. Deze essentiële parameters zijn niet meer aanwezig en als zodanig ook niet te vinden in een onderwijscultuur.

Bij het ontbreken van een hoger maatschappelijk kader dat de hebzucht van een geldgedreven maatschappij overstijgt met ethische normen (zoals sustainocratie de democratie nuanceert met duurzame menselijke vooruitgang) vervalt het onderwijs tot een gefragmenteerde, doelloze overdracht van kennis. Als de leerprestaties van de jongeren dan onder de maat zijn dan duidt dat niet op de jongeren maar op de leeromgeving. De scholen, ouders en de overheid dienen dan vooral bij zichzelf te raden te gaan.

De jeugd is perfect in staat gebleken om van alles te leren binnen de mogelijkheden van hun open vrijheden en vanuit een intrinsieke, ongestuurde motivatie. Denk daarbij aan social media, elektronica en de vele prikkels die een consumptie gerichte maatschappij hen opdringt. Die prikkels raken het eigenbelang zoals Mitra zo mooi vertelt in zijn  toespraak over “The hole the wall”, een experiment in India waarin ongeletterde straatkinderen geconfronteerd werden met een gat in de muur en een computer. De natuurlijke nieuwsgierigheid, de open onderlinge communicatie en concurrentie, samen met de vele dingen die ze met het apparaat konden ontdekken leidde tot verrassende resultaten. Binnen 6 maanden beheersten honderden jongeren vele Engelstalige computerwoorden, wisten ze hoe het apparaat en de software werkte en konden ze aangeven welke verbeteringen erop toegepast konden worden. De onderlinge stimulans zorgde voor een zelflerend proces dat zijn weerga niet kent in de moderne onderwijswereld.

Onze huidige maatschappij is voor de meeste jongeren een gat in de muur waarmee men experimenteert zonder toezicht noch concreet doel. De stimulans die zij krijgen horen bij de normale opgroeiende, zoekende jeugd die is omringd door een cultuur van koopkracht (hebben). Binnen die cultuur spelen ouders de rol van financier en de overheid die van lastpost. Het zwarte gat van de maatschappij waarin de jongeren met hun ongenuanceerde vrijheden experimenteren en elkaar uitdagen tot uitersten vormt een schril contrast met het huidige onderwijs. Dit probeert normen en waarden op te leggen vanuit “verplichtingen” om zodoende enig overwicht te behouden op deze jeugd. Via de leerplicht worden de jongeren geacht om op een bepaalde tijd op school te zijn en na een aantal uren weer weg te gaan. Op de vraag waarom ze naar school gaan wordt geantwoord “omdat het moet”.

Het huidige onderwijs is vooral gefocust op het overdragen van rationele, cognitieve vaardigheden, zoals rekenen, taal en andere tastbaarheden. Naar mate de jongeren ouder worden wordt in het onderwijs van ze verwacht dat ze een vak leren. Wat de overheid vergeet is dat rationaliseren van informatie pas pakkend beklijft in de bewustwording van de jongeren als zij het verwerken middels emotionele en lichamelijke ervaringen. De hele dag in een schoolbank zitten is geen stimulans. Het uit het hoofd leren en automatiseren van de tafeltjes of het leren van de provincies en hoofdsteden van Nederland heeft pas blijvend invloed als het zich verbindt aan de belevingswereld van de jeugd.

Als de jeugd zich niet binnen een grotere maatschappelijke context weet te plaatsen richt zij haar eigen ontwikkeling op de vergelijking met leeftijdgenoten en niet die van een persoonlijke, volwassen toekomst en verantwoordelijkheid. Daarvoor is een referentiekader nodig met de volwassen werkelijkheid.  Onderwijzen gaat niet over het pure cognitieve leerproces maar de bewustwording van zichzelf in een maatschappelijke context. Dat vergt iets anders van het onderwijs dan het afvinken van aanwezigheid lijstjes en het plaatsen van gedragskruisjes bij elke afwijking van de algemene norm. Elk kind is anders, heeft een geheel eigen belevingswereld die positief kan worden beïnvloed door het kind te betrekken bij een hoger doel. Maar dan moet dat hoger doel wél bestaan.

Een kind, een puber of een jong volwassene kan uitstekend zelfstandig leren, uitgedaagd worden, allerlei informatiebronnen verwerken en uiteindelijk uiten in zeer diverse vormen van wijsheden die ontstaan. Alles bepalend is uiteindelijk de cultureel, maatschappelijke omgeving waarin het leerproces wordt gestimuleerd. Als de prikkels gaan over de laatste mode, meer geld hebben dan de ander, al dan niet verantwoordelijkheid nemen, angst of durven, wat heb ik en hoe zie ik er uit, dan zullen de jongeren die prikkels gebruiken in hun reactieproces. Reflectie gebeurd bij jongeren nog sterk op basis van het “eerst doen, daarna leren”, al experimenterend met het leven in de onbevangenheid van de beveiligde creativiteit. Onbevangen omdat zij zelf kunnen experimenteren en beveiligd omdat zij nog worden omringd door ouders en school die verantwoordelijkheid nemen voor de maatschappelijke inhoud en veiligheid in de ontwikkeling van de onschuld. Reflectie is essentieel maar dient plaats vinden binnen aanvaardbaar nut en kaders die de jongeren kunnen begrijpen.

Het huidige systeem van verplichten, straffen, examineren, normeren en reguleren toont uitsluitend de machteloze beperking van het onderwijssysteem als eenzijdig instrument dat haar verbinding is kwijtgeraakt met het grotere geheel. Natuurlijk passen de jongeren daar niet in omdat zij zelf een holistisch menselijk bestaan en ontwikkeling leiden die niet te minimaliseren valt.

Door onderwijs te ommuren en af te zonderen van de maatschappelijke context mist men de voorbeeldfunctie die de jongeren nodig hebben om  te reflecteren over de theoretische werkelijkheid die hen wordt verkocht als gedragsnorm. Vertrouwen, gelijkwaardigheid, respect, veiligheid, gezondheid, kennis zijn thema’s die genoemd worden in de boeken maar in de omgeving structureel worden verkwanseld. Het gezinsleven bestaat amper, jongeren groeien op van opvang tot opvang, binnen gescheiden ouder situaties, los van familiaire relaties en veelal met allerlei gedragsstempeltjes vanuit de overheid. De norm is utopisch beperkend en de afwijking wordt de norm. Het zijn niet de jongeren die niet voldoen maar hun verplichte leeromgeving waarin ze verplicht worden te doen waar ze geen enkel nut in zien.

Een hoger doel heeft te maken met gezondheid, welzijn, sociale cohesie, onderlinge relatie, zelfkennis en de kennis van de ander, veiligheid, samenwerking, visie, verantwoordelijkheid nemen, een maatschappelijke richting (duurzame menselijke vooruitgang) en alle daaraan gerelateerde kennisbehoeften. Er dient een verbintenis te zijn tussen de unieke persoon en de omgeving die zich samen ontwikkelen volgens een bepaalde natuurlijke, dynamische, evolutionaire code waar de jeugd haar eigenheid op creatieve manier in kwijt kan om de eigen toegevoegde waarde te ontdekken. In een jagersstam zien de jongeren de ouderen op jacht gaan en kijken er naar uit om een keer mee te mogen. Bij een timmerman zal de zoon of dochter geneigd zijn de hamer een keer te pakken en iets te knutselen. Maar als de ouders ’s morgens van huis gaan en ’s avonds thuis komen is er amper interactie en geen enkel volwassen voorbeeld. Ook in de wijken zijn er geen functionele prikkels die de jongeren aanzetten tot het nemen van verantwoordelijkheden.

Kortom, in een maatschappij zonder hoger doel zijn er geen emotionele prikkels die leiden tot een intrinsieke motivatie van de jongeren om iets te leren. Als de school daar ook nog eens negatieve prikkels tegenover zet door een bureaucratische, gefragmenteerde werkwijze, zonder verband tussen reflectieve cognitie en jeugdige emoties met een welhaast militaristische afrekening van aanwezigheid en gedrag, dan ontstaat er een generatie die meer leert op straat dan op school. En dat mag niet de bedoeling zijn.

We zijn toe aan een sustainocratische transformatie van het onderwijs door het weer een structurele, functioneel inhoudelijke pilaar van de maken van duurzame menselijke vooruitgang. Onderwijs is geen gefragmenteerd doel op zich maar stelt de mens centraal in haar duurzame ontwikkeling.

Het onderwijs is dienstbaar aan de menselijke vooruitgang