Waarom Nederland in geldnood verkeert

Prinsjesdag 2012 was weer een vertoning van de grote afstand die politiek Den Haag heeft met de werkelijkheid en de politieke onmacht waar men in leeft. De miljoenennota werd gepresenteerd en ondanks de vele bezuiningsacties van het vorige kabinet en dat wat nu in de maakt is schieten we er helemaal niets mee op. De staatschuld stijgt, de overheid kan het probleem niet meer aan en ondertussen worden de lasten van de maatschappij steeds maar hoger zonder dat men er ook maar iets van terugkrijgt behalve meer lasten en schulden. De maatschappij heeft zich rond verkeerde principes ontwikkeld. Probeer daar nog maar eens uit te komen…..

We zien een gemiddelde jaarlijkse stijging van de overheiduitgaven van 6%. Dat is een verdubbeling elke 11,5 jaar. En dat is ook te verifieren. In 2001 was de miljoenennota geen 260 Miljard maar ergens rond de 110 Miljard. De groei in lasten is exponentieel. Hebben we het zoveel beter dankzij die extra lasten? Nee, helemaal niet. Integendeel. Een groot deel van de groei in kosten gaat dan ook zitten in extra bestuurslagen, meer controle en regels, maar geen enkele toegevoegde waarde.

De economische groei in Nederland bleef echter een tijdje steken op ongeveer 3% maar de laatste jaren vertoont deze een afvlakking rond de 0% en soms zelfs een krimp. De grote groei van de onkosten heeft te maken met de manier waarop onze maatschappij is georganiseerd. Die heeft een ontwikkeling doorgemaakt die we nu voor onze kiezen krijgen. Dat ligt niet alleen aan de overheid. Aan de hand van wat plaatjes probeer ik een beeld te schetsen van het complexe probleem. Natuurlijk mag iedereen schieten op de weergave door over details te vallen maar de inhoudelijke tendens en problematiek zal niemand kunnen weerleggen. Helaas eigenlijk want we zitten midden in een schijnbaar onoplosbaar probleem vanuit een puur geldgedreven (lees economie) invalshoek. Er moet iets heel anders gebeuren dan politiek haalbaar is. Dat beschrijf ik al in sustainocratie, maar die oplossing wordt nog niet algemeen aanvaard. Dat komt nog wel…..

Een modern mensenleven:

Als we een normaal mensenleven beschouwen vanuit de traditionele productiviteit dan zien wij een plaatje waarin gezonde volwassenheid een piek vertoont waaraan een opbouwende jeugd vooraf gaat en een lichamelijke aftakeling op latere leeftijd.

De menselijke productiviteit kan positief worden beïnvloed

Een mensenleven wordt in productiviteit positief beinvloed door gezondheid, vrede, opleiding en positieve arbeidsomstandigheden in de directe omgeving. Zo kan men degewenst (motivatie is ook belangrijk) zelfredzaam bijdragen aan de maatschappij waarin men leeft.

De meerwaarde van zo’n productief leven wordt maatschappelijk belast om de investering te dekken die nodig is om die positieve productiviteit in stand te houden. In onze moderne samenleving hebben we tevens alles zodanig ingericht dat een mens zich volledig kan richten op die productiviteit waardoor er niet alleen belastbare meerwaarde optreedt maar ook voldoende extra’s voor investering in wooneigendom, luxe, pensioenen en zekerheden via verzekeringen.

Meerwaarde wordt belast voor zekerheden
Productiviteit en Meerwaarde wordt gebruikt om risico’s af te dekken

Dat is op papier een perfect draaiende economie ware het niet dat de mens nu eenmaal een mens is en geen robot. Wij hebben onze goede en minder goede kwaliteiten. Zo ontwikkelde de maatschappij zich in lutele decennia vanuit een relatief zelfredzame waardengedreven cultuur naar een consumptiecultuur van allerlei externe afhankelijkheden en hebzucht. Een gemeenschap die zichzelf afhankelijk heeft gemaakt van consumptie in plaats van meerwaardecreatie is uiteindelijk gedoemd te mislukken. Waardecreatie is namelijk een goede manier om innovatief bezig te zijn met verandering. Maar consumptie van overvloeden haalt niet de creativiteit maar juist gemak en hebzucht boven bij de mens. Daarnaast is overconsumptie ziekelijk voor de mens én de omgeving  Er ontstaan allemaal negatieve kwaliteiten die uiteindelijk de productiviteit van meerwaarde structureel schaden en zelf volledig teniet doen.

De lasten stijgen exponentieel
Lasten stijgen exponentieel als toegevoegde waarde achter blijft

Enerzijds leven we langer dankzij de medische kennis en langdurige vrede van deze tijd. Maar vanaf een bepaalde leeftijd leven we geen productief leven meer maar soeperen wij een welverdiend pensioen op waarvoor we gespaard denken te hebben. Deze pensioenen zijn gespaard in een economie die met inflatie gepaard gaat. Daardoor moet met het pensioen geld worden gespeculeerd om zowel de prijsstijging over de jaren als de langere levensduur te kunnen financieren.

We hebben daarnaast de maatschappij functioneel zodanig gefragmenteerd dat de oude rol van wijsheid en familiaire ondersteuning van de gepensioneerden niet meer wordt benut. De bewustwording die de ouderen hebben ontwikkeld wordt niet meer structureel overgedragen aan de jongere generaties. Noch krijgt deze generatie hulp van de ouderen in de opvoeding en opvang van de kinderen. Ook dat is structureel ge-economiseerd waardoor de lasten voor de productiviteit alleen maar omhoog zijn gegaan terwijl de generatie die dat als natuurlijk proces had ondergaan zich heeft ontwend van de taak.

De daarop volgende generaties leven met een gevoel van heb en gemakzucht omdat zij omringd zijn door schijnbare overvloed van een distributie maatschappij die erbij gebaat is zoveel mogelijk consumptie impulsen te leveren aan de gemeenschap. Opvoeding en ouderenzorg is uitbesteed aan het systeem waardoor er extra hard moet worden geconsumeerd om die lasten te kunnen bekostigen. Dat werk vindt men vooral in de distributie en verkoop sector welke zich niet kenmerkt door kennis maar vooral kosten efficientie. Hierdoor zijn vooral goedkope handjes van belang en lopen ouderen met een opleiding en ervaring steeds meer in de problemen om een toegevoegde waarde te kunnen leveren. Dankzij internet en webgebaseerde winkels is ook in deze de distributie en verkooparbeid onder druk komen te staan. De overheid gedomineerde instantie zoals zorg, onderwijs, veiligheid, e.d. worden in stand gehouden door de directe en indirecte belastingdruk op de consumptiewereld. Ongezondheid is economie geworden, gezondheid niet. Je hebt echter gezondheid (fysiek en mentaal) nodig voor waardecreatie. Ongezondheid onderbouwt vooral een consequentiegedreven zorgsysteem.

Dit valt om omdat zorg zonder waardecreatie alleen maar met schuld op te lossen is. Maar met welk onderpand? Schuld op een nog onbekende productiviteit in de toekomst?

Zo zijn er veel meer details die de individuele productiviteit omlaag brengen en de maatschappelijke lasten omhoog. Dit is natuurlijk onhoudbaar en ontploft in ons gezicht. Naast een reeds geleden (en voortdurende) kredietcrisis geldt in Nederland een “zekerheden” crisis en een “waardcreatie” crisis. Het gaat dan niet om geld alleen maar om de mentaliteit van de bevolking die oude zekerheden als garantie ziet maar niet het gebrek aan waardecreatie dat nodig is om de zekerheden te onderbouwen.

Recht op zekerheden, bureaucratie en gebrek aan waardecreatie

Met kapitaalinjecties worden de verkeerde elementen in stand gehouden die juist de problemen hebben veroorzaakt (banken, consumptiefocus en financiele zekerheden) terwijl het onderlinge wantrouwen en de bureaucratie toeneemt wegens de druk van de lasten (die hierdoor maar hoger worden). De schuldenlast stijgt bij alle partijen terwijl de maatschappelijke belasting steeds meer drukt op een onproductieve bevolking. De consumptiecultuur lost het niet op waardoor het faillissement van Nederland ook niet lang meer op zich laat wachten. Kapitaalinjecties die een hypotheek leggen op de toekomst kunnen het nog enige tijd uitstellen maar de ziekte zit al gebakken in de maatschappij.

Daarom verkeert Nederland in geldnood. Maar met geld lost men het niet op dus is al die politieke discussie zinloos in Den Haag. Helaas kan het niet anders omdat de democratie nu eenmaal van de instelling verlangt dat zij het klatergoud in stand houdt, tegen beter weten in, of men weet niet beter, een van de twee.

Waardecreatie is een emotie, een gevoel van innerlijke drang die te maken heeft met zingeving, duurzame vooruitgang en persoonlijke ondernemerschap. Dat ontbreekt in Nederland de laatste decennia en als dat niet snel wordt teruggevonden dan zal ons risicomijdend landje over niet al te lange tijd zich ook in de rij van de probleemlanden van Europa mogen gaan scharen. Als er dan nog sprake is van een Europa.

Fasen van de Stad van Morgen

De Stad van Morgen heeft drie van de vier fasen doorlopen die wij nu het BAGE proces noemen. Dit proces doorloopt iedereen die in aanraking komt met onze stichting en de wereldbeelden die wij oproepen om de transitie te onderbouwen tussen de huidige werkelijkheid en dat wat wij als doel stellen (duurzame menselijke vooruitgang volgens onze eigen definitie).

Fase 1: Bewustwording

Deze fase hebben wij intens beleefd. De stichting is ontstaan door de intense bewustwording van mijzelf (inititaiefnemer Jean-Paul Close) maar daar red je het natuurlijk niet mee. Hoe vertaal je persoonlijke inzichten naar een maatschappijbreed gedragen nieuwe complexiteit? Dan is allereerst een veel algemenere bewustwording noodzakelijk.

Stad van Morgen ging daarom aan de slag met het organiseren van allerlei bijeenkomsten. Daarvoor vonden wij onze gelijke in het toemalige duurzaamheid centrum (ICSE) in Eindhoven. Het was een mooie exporuimte van vele duizenden vierkante meters en een auditorium waar we mee aan de slag konden met onze bewustwordingscongressen. We hebben er 8 in totaal georganiseerd samen met allemaal bevlogen mensen op gebied van duurzaamheid.

Er is een verslag gepubliceerd uit die periode (september 2009 tot en met mei 2010) onder de naam 23.000 uur, hetgeen de inschatting weergeeft van de vele uren die vele mensen hebben geinvesteerd in het vormgeven van vernieuwing volgens het Stad van Morgen en hun eigen inzicht en zoektocht.

23000uren (2)

Maar helaas kwam er, behalve bewustwording, niet veel van maatschappelijke verandering terecht. De volgende fase diende zich aan.

Fase 2: Aanvaarding van nieuwe verantwoordelijkheden

In de eerste fase waren wij er als stichting vooral op uit om “anderen” bewust te maken van de grote maatschappelijke uitdagingen via allerlei thematische bijeenkomsten. Wij hoopten natuurlijk dat al die partijen verantwoordelijkheid zouden nemen voor die veranderingen. Waar wij zelf uiteindelijk ons bewust van werden was dat de meeste mensen wel realiseerden wat er toen stond maar opgesloten bleven in de oude keten van afhankelijkheden van de geldgedreven maatschappij. Zij zochten dan ook al snel naar oplossingen binnen die oude structuur. Vaak speelde ook het materiele eigenbelang daarin een rol. Idealisme is prima maar de medemens moet ook overleven en rekeningen betalen in een wereld die draait om geld. De oplossingen die men zocht werden zo mogelijk afgestemd op die belangen.

De stichting en ikzelf kwamen tot de conclusie dat we zo niet verder konden komen. Als wij een doorbraak wilden creeren in de transitie van de gehele maatschappij dan moesten wij daar zelf verantwoordelijkheid voor nemen. Dat is een uiterst intens besluit dat vooral mij als persoon aanging en niet de stichting als instantie. Van een sprekende, visionaire rol transformeerde mijn rol in een van het nemen van het voortouw in nieuwe tijdse verantwoordelijkheden. Daarbij stelde ik mijzelf enorm kwetsbaar op maar diende als voorbeeld voor mogelijke andere pioniers om via de stichting ook mee te gaan doen. Dat is een intense gewaarwording die dan automatisch de volgende fase inluidt.

Fase 3: Gedragsverandering

De stichting begon zich op een andere manier op te stellen in haar omgeving. Allereerst was ikzelf uiteindelijk de enige die zo’n beetje overbleef van de grote groep betrokken mensen. Ik was de enige die verantwoordelijkheid wilde nemen voor het ingrijpende transformatie proces met alle gevolgen van de dien. De andere deelnemers aan fase 1 wilden oplossingen blijven zoeken in het oude paradigma terwijl ikzelf overtuigd was dat het geheel anders moest.

Gedragsverandering is een uitdaging op zich omdat je jezelf ineens ziet in een enorme leegte waar alles nog georganiseerd moet worden en je er helemaal alleen voor staat. Daarbij ben je natuurlijk persoonlijk enorm kwetsbaar omdat je het oude systeem de rug toe keert. Ik had het “geluk” dat ik met redelijke vrijheid en zonder oude lasten van het verleden aan deze taak kon beginnen. Mijn huis en oude zekerheden waren mij al ontnomen. Alles lag dus nu aan mijzelf en mijn eigen geworven souvereiniteit.

Naar mate ik stapje voor stapje onderzocht hoe ik dan die complexe veranderingen door moest gaan voeren, die we in de eerste fase al ideologisch hadden belicht, kwam langzaam het sustainocratische principe in beeld. Het maatschappijbeeld waar we naar toe wilden was er al en zo ook de route via chaos en bezieling om naar een nieuwe complexiteit te gaan werken. Maar dat er ook een mogelijke kortere route was ontdekte ik gaandeweg. Dat deed ik na verloop van tijd niet meer alleen. Er waren concrete initiatieven ontstaan waar zich partners aan hadden gekoppeld:

  • AiREAS: Marco van Lochem
  • STIR Academy: Nicolette Meeder
  • Spanje: Luis Escobar

Zonder de unieke kwaliteiten van deze mensen zou ik de complexiteit nooit zelfstandig aankunnen. Samen begonnen we verantwoordelijkheid te nemen waarbij ik het visionaire kader verder ontwikkelde en mijn partners op de deelgebieden een unieke bijdrage gingen leveren in de praktische concretisering. Dat bleek te werken ook al moesten ook mijn partners het BAGE proces doorlopen. In die fase zaten we anno herfst 2010.

Fase 4: Erkenning

Erkenning van je inzet en verantwoordelijkheid komt als je algemeen aanvaardde resultaten boekt die de mensen die meekijken overtuigen dat je op de goede weg zit. In deze wereld kunnen we grofweg de verhouding 10-80-10 hanteren als we veranderingen willen doorvoeren, Van de 100 mensen:

  • 10% zijn altijd voorstander
  • 80% twijfelen altijd
  • 10% zijn altijd tegenstander

De erkenning van onze resultaten vormen argumenten om de twijfelaars mee te krijgen in de vernieuwingsprocessen. De voorstanders die zich als pionier inzetten hebben de keiharde en vaak enorm moeilijke taak gehad om bewijs te leveren van hun inzet en visie. De mens zoekt zekerheden en wil pas meegaan als die zekerheden geboden worden. Idealisme is een mooie belofte maar blijft zweverig voor de massa als deze zich niet concretiseert in praktische ontwikkelingen. Ook voor de pioniers zelf is erkenning van belang om voortgang te blijven boeken en de aanpak op te gaan schalen naar een groter bereik.

Het is dan ook van enorme betekenis dat de fase van erkenning gezocht wordt bij de invulling van verantwoordelijkheden. Dat kan alleen door het grote idealisme te verkleinen tot haalbare, korte termijn stapjes. Daar zit een uitdaging op zich, zeker als het gaat om de ingrijpende verandering van een Global Shift, een transformatie van het kaliber van een Sustainocratie waarin een nieuwe werkelijkheid gaat overheersen.

In de loop van 2012 zijn de eerste tekenen van erkenning zichtbaar geworden door resultaten op gebied van de STIR Academy (kleinschalig) en later AiREAS (op Sustainocratisch grote schaal). De huidige status van de Stad van Morgen is derhalve er een van doorpakken vanuit de ingeslagen weg en vooral de eerste erkenningen opschallen naar een definitieve status van verandering. Met de ervaringen die wij hebben opgedaan kunnen nieuwe ambities worden aangegaan met geduld omdat we nu de tekenen herkennen die nodig zijn voor de stip-stap processen. Waar we vroeger haast hadden om resultaten te boeken zijn we nu geduldig om de resultaten te waarborgen, zichtbaar te maken en uit te laten groeien tot een wereldveranderende beweging. Sustainocratie bestaat nu en is de fase van kwetsbaarheid doorheen. Het uitzaai proces is begonnen en zal onstuitbaar zijn.

Door de fasen zelfbewust te zijn doorlopen en op te hebben geschreven kunnen we ook respectvol omgaan met de weg die de vele anderen die volgen moeten doormaken. Als dat al moeilijk is op persoonlijk vlak dan kunt u zich voorstellen hoe ingrijpend het is voor instutionele partijen en een hele maatschappij. Maar we hebben aangetoond dat het kan en dat is voor de meeste mensen doorslaggevend om het ook te proberen.

Waar staat de Stad van Morgen voor?

Stad van Morgen is de roepnaam die spontaan is ontstaan toen Jean-Paul Close een beeld schetste van de nieuwe maatschappij die hij voor ogen heeft. De “Stad van Morgen” sprak meer tot de verbeelding dan de Mens, Maatschappij of Samenleving van morgen. De maatschappij anno oprichtingsjaar 2009 is nog erg hard materialistisch waardoor een verwijzing naar iets tastbaars zoals een stad veel meer tot de verbeelding roept dan het abstracte begrip “mens” of “samenleving”. Het doorgeslagen individualisme vindt elke verwijzing naar samenzijn, samenleven, spiritualiteit, e.d. maar zweverig en van een geiten wollen sokken cultuur. Als je verschillende mensen vraagt welk beeld er bij hen opkomt als ik “Stad van Morgen” zeg dan zijn de reacties erg verschillend. De een ziet een bos van wolkenkrabbers met monorails en vliegende auto’s. De ander ziet niet veel anders dan wat we vandaag hebben maar wél een verzameling van huisjes en straten met veel verkeer. 

Dat beeld willen we eigenlijk helemaal niet bij de Stad van Morgen. In onze stichting staat namelijk de mens centraal en helemaal niet de toeters en bellen die ons in de verstedelijking omringen, integendeel. We zien dan ook een enorm groot risico in het stadsbeeld van de toekomst dat men schetst juist omdat het voortkomt uit een vergaande economisering van onze maatschappij. De gevolgen zijn gigantisch geweest door onze afhankelijkheid van geldelijke middelen voor onze dagelijkse behoeften. De toestroom naar de stad is eeuwenlang gaande en nu al woont meer dan 55% van de wereldbevolking in een stad. Steden groeien en daarmee ook de noodzaak om de steden te bevoorraden met alle basisbehoeften van de mens.

Daarin zitten nogal wat uitdagingen. Omdat de toegang tot basisvoorzieningen in de steden wordt georganiseerd via een economische keten van belangen zien we dat de stadsmens alleen toegang heeft tot de basisvoorzieningen als men ook toegang heeft tot geld. De hele stroom van goederen en diensten is zo in speculatieve handen van economische grootmachten die daaruit hun eigenbelang dienen. Dat zou helemaal niet erg zijn als de Aarde een onbeperkte groei zou faciliteren met grondstoffen en ruimte. Maar die zaken zijn beperkt. We hebben een situatie bereikt waarin de economische grootmachten de ruimtelijke ontwikkeling van de mensheid én het gebruik van grondstoffen, ten kosten van onze natuurlijke omgeving, zo hebben misbruikt dat het gevaarlijk is geworden voor het menselijke voortbestaan. We staan de dus op de rand van een afgrond, tenzij er enorm grote veranderingen plaats vinden in onze manier van samen leven.

Aangezien wij een afgrond voor de mensheid helemaal niet leuk vinden concentreert de Stad van Morgen zich als stichting op het zoeken naar oplossingen om die grote veranderingen binnen de complexiteit van ons huidige bestaan vorm te geven. In de wereld wordt die aangeduid met de “Global Shift” of de “Global Transformation”. De aanpak die wij hebben ontwikkeld heet SUSTAINOCRATIE. In een volgende blog zullen we dit begrip verder uitleggen net als de fasen die we doorlopen hebben om op dit punt aan te landen. 

De Stad van Morgen is dus een stichting (Stichting STIR) die zich bezig houdt met pionierswerk op gebied van sustainocratie. Wat dat precies inhoud en welke resultaten wij boeken en welke problemen we tegen komen leest u in de blogs die hierop volgen. Zo zult u gelijkaan misschien ook uw eigen rol in dit proces gaan inzien en u aansluiten bij de ontwikkelingen.

Schrijver van de blog is Jean-Paul Close, initiatiefnemer van de Stad van Morgen, maar naar verloop van tijd zullen ook andere bloggers vanuit sustainocratische processen deelnemen.