Spanningsveld systeem en mens

image

“Iedereen moet zich aan de regels houden” hoort men steeds vaker uit de hoek van de overheid.  Meestal gaat dat gepaard met een razzia in een wijk op zoek naar geld en illegalen. Maar ook de overheid dient zich aan regels te houden. De regels van de menselijkheid. De relatie is soms ver te zoeken hetgeen een spanningsveld oplevert waaruit allerlei chaotische toestanden ontstaan. De tendens is nu negatief ook al werken velen aan het positieve, door vaak op het randje van burger ongehoorzaamheid de systeem werkelijkheid aan de kaak te stellen. Van beide kanten worden we uitgedaagd om “ethiek” en verantwoordelijkheid” te herdefiniëren in de moderne maatschappij.

Spanningsveld, mens en beleidcontrast

In dit artikel wordt gekeken naar het spanningsveld tussen twee parallel lopende werelden, die van de natuurlijke mens en van het functioneren van een modern maatschappij systeem. Dit spanningsveld levert positieve interactie op maar kan ook leiden tot crisis. Op dit moment zijn we in crisis en wordt het spanningsveld groter omdat het systeem en de mens voor hetzelfde probleem tegenstrijdige oplossingen bedenken.

In dit plaatje geef ik twee werelden weer die met elkaar een noodzakelijk spanningsveld beleven, de natuurlijke wereld en de onnatuurlijke wereld.

Het spanningsveld bepaalt vooruitgang of crisis
Het spanningsveld bepaalt vooruitgang of crisis

De “natuurlijke” wereld is die van moleculen, levensvormen, natuurlijke omgeving, evolutie, enz waar ook de mens een biologisch en evolutionair onderdeel van is. De mens functioneert in groepsverband en hanteert daarbinnen allerlei zelfbedachte mechanismen die op zich ook een evolutie en leerproces doormaken. We noemen dit “het systeem” omdat het instrumenten omvat waaraan door de mens bedachte economische en politieke waarden worden gehecht. Dit systeem is “onnatuurlijk” en dient zich af te stemmen op de mens en omgeving met het oog op scheppen van bepaalde harmonieuze rust en zekerheden. Zonder het systeem zou de mens een losgeslagen element zijn op zoek naar eigen individuele zekerheden middels onderlinge concurrentie en een zekere Darwinistische chaos.

Dankzij het systeem ontstaat een cultuur waarin de mens zich ordent volgens eigen opgestelde regels. Het systeem heeft echter de tendens een eigen leven te gaan leiden waardoor de afstand tot de menselijke natuur groeit en een spanningsveld laat zien die uitmondt in crisis. Teveel systeem is dus ook niet goed. Nu zien we dat het systeem zekerheden heeft opgeleverd maar ook lokale en wereldwijde vervuiling, verkeerde infrastructuur keuzes, ramp-scenarios, menselijke vervreemding, migraties, de angst voor de ander, vereenzaming, verstedelijking, individualisering, enz. Het spanningsveld levert dus een constante en boeiende interactie op die wij vooruitgang noemen door de constante stress tussen zekerheden en onzekerheden, menselijkheid en onmenselijkheid.

Vier grote aandachtsvelden

In het leerproces over de omgang met deze twee contrasten zien wij de interactie tussen het DOEN (organiseren, structureren, produceren, systeem) en ZIJN (ethiek verantwoordelijkheden, (natuur)bewustzijn, mens) waardoor er vier grote aandachtsvelden ontstaan: groei (afhankelijkheid cultuur), chaos (crisis ), aanpassing (menselijkheid) en symbiose (evenwicht tussen systeem en menselijkheid).

Natuurlijke evolutie
Natuurlijke evolutie

Het hele verhaal wordt complexer doordat wij vanuit “het systeem” hebben leren denken in termen van uitsluitend geld en economie. Onze maatschappij beperkt haar systeemdenken door in financiering te redeneren vanuit geldgedreven transacties (consumptie). Want daarover wordt belasting geheven waar weer systeemzaken uit worden betaald,   en bedrijfswinsten geboekt om vervolgens deze transactie wereld verder te stimuleren. Omdat tegenwoordig de gevolgen van dit economische systeem op de natuur en natuurlijke mens zo groot zijn geworden is de economie van die gevolgen ook enorm stijgend.

De gevolgen economie overtreft de primaire economie
De gevolgen economie overtreft de primaire economie

Door de groeiende crisis in de transactie en gevolgen economie is er een enorme stress gekomen in het gehele systeem. Daarboven op komt het economische systeem dat ook nog eens een schuldenlast hanteert op gebruikte materiële middelen. Omdat men van binnenuit het systeem uitsluitend redeneert aan de hand van economische prikkels komt men tot twee problematische maatregelen:

  • Men wil de transactie economie zo snel mogelijk herstellen en laten groeien
  • Men wil kosten besparen op de gevolgen economie (zoals de zorg).

In deze enorme systeemstress vergeet men “de mens” en “de natuur” waardoor het spanningsveld tussen beiden werelden alleen maar groter wordt. Een mooi voorbeeld kunt u zien in dit recente interview met wethouder Lenie Scholten van Eindhoven. Zij gaat over het zorgbeleid en zit midden in die economische systeemstress.

Wat we in het filmpje constateren is een beleid dat gebaseerd is op het voor een deel robotiseren van de zorg met het oog op besparingen op arbeidskosten. Voor een stad als Eindhoven is dit misschien geloofwaardig wegens de hightech cultuur van de stad, Brainport en de Technische Universiteit. Ook vanuit de transactie economische gedachten kunnen argumenten deze ontwikkeling onderbouwen, zeker als wij ons baseren op de systeemafhankelijkheid van de mens met bijbehorend economisch groeisysteem in een vergrijzende omgeving.

Daar is niets mis mee, geredeneerd vanuit die denktrant die zich positioneert in het systeemgebied van “groei zonder menselijkheid” van het van doen en zijn. Elke technologisch innovatie met bijbehorende diensten is natuurlijk een “product” dat aangeschaft wordt als transactie en op die manier ook weer via de belastingen bijdraagt aan de overheid economie. Op zich een prima gedachten als je midden in dat “systeem” zit. De kosten worden afgedekt met de middelen uit belasting.

Geredeneerd vanuit de menskant is het anders
Binnen de wereld van biologische werkelijkheden is de mens enorm gebaat bij groepsdynamiek. De kern van menselijke vooruitgang is het gezin en de familie. Het is gebleken dat “elkaar helpen” genoegdoening schept en zingeving verschaft aan grote bevolkingsgroepen die anderszins maar lastig actief zouden zijn op de arbeidsmarkt. “Zorg” was lange tijd een interactie tussen generaties waarin de overdracht van culturele waarden even belangrijk waren als het opvangen van kinderen. Grootouders hadden autoriteit die in de familie respectvolle relaties gaf. Dit is grotendeels verdwenen en ondergebracht in systemen zonder warmte, waarden, respect noch generationele expertise.

Niet alles hoeft geprofessionaliseerd te zijn zoals men dat nu heeft georganiseerd vanuit een puur systeem gedreven economisch oogpunt. De mens is verworden tot een opsomming van gefragmenteerde acties die allemaal ge-economiseerd kunnen worden door er een belastbare tijdbesteding, robot of prijskaartje aan te hangen. Denk aan acties zoals wakker worden (medicijn), opstaan (dienstverlening en controle), persoonlijke hygiëne, aankleden (elk kledingstuk per sok, kous, spelt, enz), gezelschap, entertainment, koffie zetten, licht aan, licht uit, schoonmaken, toilet, en dan het hele proces andersom. Hoe individueler des te groter het economische belang en de macht van de systemen. Integrale afhankelijkheid ontstaat dan van systeembelangen, met erachter ook hele optimaliseer processen, netwerken en bureaucratische programma’s die men moet handhaven en uitbreiden en die niets meer met de mens te maken hebben. Ze gebruiken de natuurlijke mens als object. Dat is de basis van de huidige crisissen.

De individu is doelwit van processen waar elke vorm van zingeving, waarde en menselijkheid uit is verdwenen. Zorgverleners in het huidige systeem die, exclusief reistijd, 7 minuten de tijd krijgen om bij iemand met overgewicht de sokken aan te trekken, worden geconfronteerd met een medemens die gewoon even een praatje wil maken. Als het aan het systeem ligt wordt daar ook weer een praatrobot voor bedacht maar aan de menselijke warmte wordt niet gedacht. De vereenzaming van de ouderen wordt opgevangen door een efficiënt systeem gericht op taken die de noodzaak van menselijke interactie steeds verder op de achtergrond brengen. Recent werd bijvoorbeeld een 60 jarig huwelijksfeest in een gewone flat georganiseerd waarbij alle flatbewoners waren uitgenodigd. Voor enkele ouderen was de drempel van angst voor andere mensen zo groot dat zij een week lang in de zenuwen hadden gezeten over het feest. Daar zijn geen robots voor, die veroorzaken juist het probleem dat onzichtbaar blijft voor het systeem door inherente onmenselijkheid.

Intermenselijke verbanden zijn gebaseerd op gewoonte, behoefte en gelegenheid. Als de behoefte en gelegenheid weggenomen wordt door het als inkoopproduct beschikbaar te stellen verdwijnt de gewoonte en ook de gedragsdynamiek. Men raakt geïrriteerd, intolerant en asociaal naar elkaar. Er ontstaan perverse gedragsstoornissen die door een effectieve “zorg”alleen maar worden aangewakkerd en uitvergroot, hetgeen weer aanleiding is voor wethouders en systeemlobbyisten om meer geld te vragen voor het zorgsysteem.

De persoonlijke lokale werkgelegenheid in productie wordt onderuit gehaald en ondergebracht in productiviteit die ongetwijfeld grotendeels in fabrieken van China en India wordt uitgevoerd. De gecentraliseerde dienstverlening is gebaseerd op statistieken, knopjes, toeters en bellen zonder menselijke interactie terwijl de bevolking gemiddeld steeds ouder wordt en steeds meer als kasplantje wordt behandeld en vereenzaamd.

De huidige economie vertoont al gigantische tekorten wegens de zorgstaat en niemand weet nog hoe men het kan opbrengen. Het gaat er niet om of we de robots wel of niet kunnen betalen. Die vraag stellen we ons ook niet over de stofzuiger, vaatwasser of wasmachine. Het gaat erom in hoeverre de maatschappij de last van onmenselijkheid op psychisch, lichamelijk, spiritueel, sociaal en financieel niveau aan kan zonder aan zichzelf ten onder te gaan?

Spanningsveld
Het contrast is groot als we beide werelden naast elkaar leggen. In de huidige maatschappij ligt er een zekere macht en autoriteit bij de overheden die vanuit de eenzijdige systeembenadering redeneren en de instrumenten van techniek, politiek en economie hanteren. Vaak vraagt men aan de Stad van Morgen waarom wij geen politieke partij vormen? Het bovenstaande geeft aan dat dit onmogelijk is. De natuur en de biologische mens trekt zich niets aan van geld of politiek. Mensen krijgen diabetisch, kanker of hartziekten of een wethouder nu robots bedenkt, geld vrijmaakt of uitsluitend redeneert vanuit gevolgen. De natuur is niet voor de gek te houden en gezondheid, veiligheid of zelfredzaamheid zijn natuurlijke bronnen van productiviteit, interactie en creativiteit die door het systeemgeweld alleen maar worden verziekt en daarna omringt door systemen. Dat levert altijd crisis op en onhoudbaarheid. Vandaar dat wij de kant van de natuurlijke mens kiezen en trachten het spanningsveld te minderen door de interactie aan te gaan met het systeem middels de toepassing van bewustzijn en kennis.

Dat is ook de reden waarom wij coöperaties opzetten waar alle partijen in vertegenwoordigd zijn om vanuit de mens naar het systeem te redeneren in plaats van eenzijdig vanuit het systeem naar de mens. De keuze van de wethouder wordt dan genuanceerd en onder druk gezet door experimenten te voeren die de menselijkheid als uitgangspunt nemen en niet uitsluitend systeeminstrumenten. We vermijden op die manier de confrontatie tussen mens en systeem die onvermijdelijk gebeurt wanneer het te laat is. Een modern maatschappij positioneert zich op de punt van symbiose. Dit betekent ook dat de mens en maatschappij een balans dienen te zoeken tussen natuur en systeem. Dat kan alleen als deze op gelijkwaardige basis met elkaar schakelen en niet hoeven te polderen over menselijk belang ten opzichte van systeembelang. Zowel systeem en mens zoeken dan het hogere menselijke doel van gezondheid en zelfredzaamheid waarbij toegepaste technieken een onderdeel zijn van het instrumentarium maar niet om de mens afhankelijk te maken maar de mens te faciliteren in haar levensgenot. Samen, liefde, gemeenschap, generaties en geven aan elkaar is van evolutionaire belang en kan niet zomaar weggepoetst worden door geldbelang. Het is een menselijke verantwoordelijkheid die we uit gemakzucht wel eens vergeten maar vroeg of laat ons met de neus op de feiten druk. Robots, net als de overheid als instelling, zijn een instrument van de mens voor de mens, en niet andersom. Dan pas heerst er stabiliteit, vooruitgang en harmonie. Dat komt alleen tot stand door de samenwerking in plaats van confrontatie tussen tegenstellingen op zoek naar compromis met menselijkheid als uitgangspunt.

Daarom wordt de bestuurders in de overheid en het bedrijfsleven vanuit hun eigen menselijkheid lid van Sustainocratische samenwerking. Zo kan men het systeemdenken nuancering met menselijkheid en het spanningsveld positief krijgen en houden.

De economie van het transformeren

In de levende natuur is transformatie overduidelijk zichtbaar. Als je moet concurreren dan zijn er maar twee mogelijkheden, je wint of je verliest. De verliezer verdwijnt in de vergetelheid,  de winnaar overleeft tot een volgende ronde. Wat gebeurt er als concurrentie zo divers is dat het niets meer oplevert omdat het geen winnaars meer heeft, alleen verliezers? Daar kunnen we nog uitgebreid over filosoferen maar wat we altijd zien in levende werkelijkheden (bewustzijn toegevoegd aan materiële en energetische banden)  is dat er dan een integrale vernieuwing plaats vindt, door invloeden van buitenaf of een transformatie van binnenuit. Dat is de consequentie van de dynamiek van het leven zelf.

Transformatie Economie
We gebruiken even niet de natuur maar de “economie van het transformeren”. In essentie vertoont een economie veel gelijkenissen met de natuur en geldt deze als bron van inspiratie voor succes,  groei, harmonie, concurrentie of evolutionaire verandering. Veel economen hebben niets met vergelijkingen met de natuur omdat men uitsluitend de werkelijkheid aanvaardt van “winst”. Binnen de gefragmenteerde wereld van eenzijdige productiviteit sluit het invloeden van buitenaf grotendeels uit. Men noemt dit “concreet” en “realistisch” maar dat is veel te beperkt als we een enkele verlies en winst rekening plaatsen binnen de context van een veranderende, veel grotere omgeving. Winst en verlies wordt dan vooral een korte termijn meet instrument waarin innovatie als kostenpost wordt meegenomen maar transformatie buiten beschouwing wordt gelaten. Men ervaart het als “abstract”.

Dat geldt voor bedrijven maar ook voor maatschappijen, zeker als deze op een transactie economie zijn gebaseerd waarin de variabelen zijn teruggebracht tot de hoeveelheid en waarde van transacties die omgaan in een gebied. Dan verschilt een maatschappij niet veel van een bedrijf. Een bedrijf kan de strijd verliezen en verdwijnen in een faillissement waardoor er ruimte ontstaat voor groei van de oude vijanden of voor nieuwkomers. Een land of gebied kun je wel economisch failliet verklaren maar het verdwijnt niet zomaar tenzij de zwakte het een prooi maakt voor agressie en inlijving van buitenaf. Dat is redelijk uit de tijd tegenwoordig.

Een land is als een soort begrensd territoriaal ecosysteem dat crisissen beleeft door invloeden van binnen en buiten om er in potentie steeds op een nieuwe manier uit te komen. Er ontstaat op termijn noodgedwongen een transformatie proces,  ofwel “een integrale aanpassing aan een nieuwe werkelijkheid”. Vaak gaat de breuk met de conservatieve, diplomatieke gevestigde orde gepaard met een opstand,  stakingen of zelfs een oorlog. Dan vindt ook het verval plaats dat de basis schept voor een integraal nieuwe werkelijkheid, helaas pas na veel ellende en verderf.

In de economische cyclus van bijvoorbeeld Kondratiev spreken we dan van een nieuwe opleving door de introductie en toepassing van ingrijpende vernieuwingen die een nieuwe economische cyclus inluiden (van zo’n 54 jaar). Denk aan de bloei van de scheepvaart in de gouden 17e eeuw van Nederland dankzij fundamentele uitvindingen die massale scheepsbouw mogelijk maakten. Of de toepassing ervan in de industriële processen van de textiel die het industriële tijdperk inluidden in Engeland in het begin van de 18e eeuw. De trein, die daarna het logistieke netwerk uitvergrootte, de telefoon voor wereldwijde telecommunicatie, de computersystemen, netwerken en PC die het kennistijdperk inluidden en internet dat de wereld van kennisdeling revolutioneert. Maar ook de watersnoodramp in 1953 die heeft geleid tot de ontwikkeling van wereldwijd erkende expertise op water gebied.

Als we terugkijken in de geschiedenis zien we dat de transformaties allemaal een plek kregen op een moment dat de gevestigde orde een punt van competitieve verzadiging bereikte, groei niet meer mogelijk bleek, de status quo leidde tot verzwakking en recessie of werd verrast door een catastrofe. Was dat niet te voorzien? Soms niet maar in vele gevallen wel. Ontkenning hoort bij de weerstand van conservatieve krachten.

Huidige tijd
Ook nu weer zien we zo’n periode waarin we een grote transformatie tegemoet gaan die wellicht alle voorgaande voorbeelden zal overtreffen. We hebben het voor het eerst over een globaal fenomeen. Wat uiteindelijk doorslaggevend zal zijn om het nieuwe tijdperk open te breken is nog de vraag. De oorzaak kan worden gevonden in het huidige systeem van schulden met gigantische consequenties tot gevolg op gebied van ecologische, menselijke en economische onbalans.

De genoemde lijst van technologische doorbraken suggereert dat ook nu weer de techniek voor de transformatie zal zorgen. Er wordt er dan ook flink geïnvesteerd door overheden in gesubsidieerde vormen van innovatie in de hoop dat men het lontje van de transformatie aansteekt en extra profijt neemt van de transitie.

Zo werkt het echter niet.
De gesubsidieerde innovatievormen missen veelal de pijn en creativiteit die aan integrale vernieuwing ten grondslag ligt. Een innovatieve olifant zal ook nooit een aap bedenken. De olifant zal meestal een andere olifant bedenken. Dat is voor de transformatie economie echter niet voldoende. Een transformatie stelt juist de oude werkelijkheid ter discussie door de oude werkelijkheid te confronteren met geheel nieuwe inzichten en oplossingen. De gevestigde orde zal dan ook nooit de transformatie bedenken hooguit leren faciliteren uit zelfbewustzijn.

De genoemde complexe onbalans (mens, milieu en economie) suggereert echter een veel ingrijpender proces dan puur technologisch. De vele rampen die de mens raken overal ter wereld geven onze kwetsbaarheid weer. Er staat veel meer op het spel waar we tegelijkertijd aandacht aan moeten besteden en dat heeft niets te maken met het instand houden van het verleden. We dienen urgent omgaan met onze toekomst. Tot op heden lukt dat onvoldoende.

Nokia als voorbeeld oude technologie transformatie
In het bedrijfsleven kennen we allemaal het bedrijf Nokia. Ooit begon Nokia als fabrikant van rubber laarzen om daarna te transformeren naar een elektronica gigant. Toen de concurrentie te groot werd probeerde het eerst samen te werken maar dat lukte niet. Het besloot uiteindelijk wederom te transformeren met een nieuwe kijk op mobiele telefonie en werd wereldwijd marktleider. Deze positie staat na 20 jaar weer ter discussie. De vraag is of Nokia in staat is om haar transformatieve kunsten nogmaals uit te voeren of dit keer ten onder gaat in het concurrentie geweld? Toch heeft Nokia geschiedenis geschreven door te laten zien dat “het kan”. Er zijn nog meer voorbeelden, maar dat zijn, net als Nokia, vooral uitzonderingen die de regel bevestigen. Als het bedrijfsleven het moeilijk vindt bedenk u moeilijk het is in een maatschappelijke democratie! ?

Nieuwe complexiteit
Van alle economische technieken blijkt transformatie de allermoeilijkste. Het combineert noodzaak met visie, leiderschap en gelegenheid. Toch vormt transformatie de enige werkelijke basis van vooruitgang. Zonder transformatie zou elke economie zich verzadigen, nooit vernieuwen en uiteindelijk een dood sterven. Dat zien we nu een beetje gebeuren door de constante kapitaal injecties die oude economieën moeten behouden terwijl we zien dat het  helemaal niets oplevert. Het enige wat men doet is de noodzakelijke transformatie in de weg blijven staan.

Transformeren vormt dus een wezenlijk onderdeel van het economische leven. Een moderne zichzelf respecterende maatschappij neemt het dan ook enorm serieus. De grote vraag is altijd “wanneer activeert het zich?”. En wanneer “breekt het door om de werkelijkheid te veranderen?”. In dit plaatje toon ik een formule dat kan helpen, los van de vraag waar en hoe de transformatie moet plaatsvinden.

 1 = succes
< 1 = crisis, > 1 = succes

Kan het begrip “transformatie” standaard gaan behoren tot de economische werkelijkheid? Niet als kansloterij in een sinusgolf van Kondratiev, maar als wezenlijk zelfbewust instrument binnen de werkelijkheid van een vooruitstrevende maatschappij? Tot op heden niet omdat men de cyclus aanvaardde als feit niet als eenzijdige werkelijkheid.

Sustainocratie
Met de introductie van Sustainocratie kunnen we nu voor het volmondig met “ja” antwoorden. Maar dat wil nog niet zeggen dat het meteen met alle egaars wordt ontvangen. Als gezegd is de economische werkelijkheid nog steeds gebaseerd op de eenzijdigheid van winst op basis van groei en neemt “verandering” alleen ter harte als het de oude werkelijkheid in stand houdt.  De gevestigde orde heeft voor twee dingen angst: chaos en verandering. Door de introductie van Sustainocratie wordt chaos vermeden en wordt de gevestigde orde deelgenoot van de verandering door het te faciliteren, niet te sturen of manipuleren. Dat stukje kost nog even moeite ook zijn machthebbers door de dreiging van chaos steeds meer bereid om experimenteel mee te doen.

De economische werkelijkheid toont de klassieke cyclus van de menselijke complexiteit.  Als we economie en menselijkheid naast elkaar leggen dan zijn de prikkels voor transformatie ruim van te voren te herkennen. Omdat de traditionele economie draait rond tastbare materialistische instrumenten (transactie, product, dienst, winst, verlies) introduceert Sustainocratie de transformatie economie dat draait om een aantal wezenlijke maar voor de materialist “abstracte” menselijke zaken. Deze zijn:

  • Gezondheid
  • Veiligheid
  • Zelfredzaamheid
  • Kennis
  • Voeding (inclusief water)

Als we deze zaken projecteren op de succes formule dan zien wij de negatieve ontwikkeling ervan binnen het kernwoord “gevolgen”. Rondom de gevolgen is ook een economie ontstaan die groei vertoont maar zich voedt door de huidige primaire economie van consumeren. Wij trachten die gevolgen te compenseren middels externe sociale zekerheden zoals een uitstekende gezondheid zorg, groeiende politie aandacht, enz. Maar deze gevolgen overtreffen op termijn de groei en tonen dit al geruime tijd eerder in de macro economische ontwikkelingen. De gevolgen hebben altijd te maken met de mens en haar natuurlijke omgeving. We kunnen daarin ook de klimaatverandering, stijgende zeeniveaus en opwarming van de Aarde onder scharen maar ook de cultuurmigraties verstedelijking en groeiende afhankelijkheid van onhoudbare systemen.

De schreeuw is daarom voor Transformatie. Omdat we dit voor het eerst in onze economische en maatschappelijke beleving horen en weten te interpreteren trachten we ook het een plekje te geven. Om dat te laten gebeuren dienen er twee dingen tegelijk te gebeuren:

  1. Blokkerende zekerheden dienen stapsgewijs opgeheven te worden
  2. De maatschappij dient zich open te gaan stellen voor transformaties en deze gaan faciliteren

Ad 1. Het wegnemen van blokkerende zekerheden gaat niet alleen om de huidige kostenbesparende praktijken van het weghalen van steunmiddelen aan kwetsbare groepen. Het juist vooral om het wegnemen van de steunpilaren waaraan oude hierarchieën hun zekerheid ontlenen en hen uitdagen de transformatie zelf aan te gaan door de pijn die is ontstaan. We moeten aanvaarden dat dit economische slachtoffers oplevert die ooit behoorden tot de trotse diversiteit van het verleden. Het gaat dan zeker niet om het bezuinigen maar om het veroorzaken van een zichzelf opschonende nieuwe werkelijkheid. Dat wat sterk is om te blijven blijft dat wat niet sterk genoeg is verdwijnt of wordt opgegeten door een sterkere.

Dat geldt ook voor de sociale zekerheden. Mensen in de bloei van hun leven dienen dat te benutten voor de toepassing van creativiteit als ze daar de tijd en ruimte voor krijgen. Er ontstaat een cultuur rond verandering waarin de vernieuwing zich manifesteert. Door deze vernieuwing te koppelen aan veranderbewuste pilaren van de maatschappij (overheid, onderwijs, ondernemerschap en omgeving) kan er ruimte ontstaan om de innovaties uit te vergroten tot een nieuwe werkelijkheid.

Ad 2. Open stellen voor transformatieve vernieuwing gebeurt alleen als je er midden in zit en betrokken raakt vanuit eigen belang. Dat valt niet te sturen maar wel te faciliteren. Daarom kan een Triple Helix boeiende olifantachtige vernieuwingen bedenken maar zonder de betrokkenheid van de bevolking nooit tot de transformaties komen. De mens moet in een transformatie een kernrol spelen en dat gebeurt binnen Sustainocratie. In Sustainocratie wordt vanuit de menselijkheid naar de structuren gekeken, niet vanuit de structuren naar de mens. Deelnemende organisaties worden op bestuurlijk niveau gevraagd als mens aanwezig te zijn en dan pas hun bestuurlijke talenten en autoriteit in te zetten. De daadwerkelijke innovaties komen echter van buiten maar dienen de verbindende ruimte te krijgen om te groeien. Ook daarin faciliteert Sustainocratie omdat het onbevooroordeeld insluit en nooit uitsluit. Nieuwe initiatieven worden op basis van gelijkwaardigheid gehoord en getoetst aan het hoger menselijke doel waar men voor staat.

Andere economievormen

Er zijn ook andere economievormen die niet gebaseerd zijn op de beperking van materialisme, transacties en speculatieve handel in tekorten. Denk bijvoorbeeld aan de economie die zich baseert op de creatieve daadkracht van de mens en waardengedreven gunpatronen naar anderen. Ondanks het feit dat deze economievormen misschien meer moderne ruimte tot groei bieden dan de oude industriële basis, zal ook deze uiteindelijk weer tegen een plafond aanlopen. Dat is prima want dan ontstaat ook weer de transformatieve basis voor vernieuwing volgens de omgevingsfactoren van dat concrete tijdperk. Van belang is dat dan al de transformatie, transformatie economie en misschien ook geheel nieuwe vormen van Sustainocratie zijn gaan behoren tot de nieuwe werkelijkheid en geen problemen meer opleveren, niet voor de mens, niet voor onze omgeving en ook niet voor de economie.

1% transformeren is 100% groeisucces maar ook 100% van de moeilijkheid
1% transformeren is 100% groeisucces maar ook 200% van de moeilijkheid

Algemene beschouwingen 2013 en menselijkheid

Het debat tijdens de algemene beschouwingen in de tweede kamer gaat over systeempolitiek, macht en geld. In het onderstaande plaatje geef ik het spanningsveld weer van de huidige werkelijkheid.

Onze toekomst wordt bepaald door de ontwikkeling van het spanningsveld in deze complexe tijden.
Onze toekomst wordt bepaald door de ontwikkeling van het spanningsveld in deze complexe tijden.

De geschiedenis heeft ons getoond dat het spanningsveld onderhevig is aan cyclische patronen die te maken hebben met de menselijke en universele natuur.  Als het spanningsveld de mens en het systeem uit elkaar drijft dan kan het breken. In het verleden ontstond dan burger opstand, oorlog of het algehele verval en zelfs verdwijnen van een maatschappij.

In onze huidige werkelijkheid loopt deze spanning al geruime tijd steeds hoger op. Uit het plaatje blijkt dat dit twee kanten heeft, de mens en het systeem, die beide verantwoordelijk zijn voor het veroorzaken en oplossen van de stress. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan.

Aan de kant van het systeem staat de democratie met veel conservatieve neiging tot behoud van verworven rechten en handhaving van plichten. Na een grote piek van welzijn in de cyclus stijgt de spanning om dit welzijn systematisch in stand te houden door de afhankelijkheden die de burger eraan ontleent. Aan de menskant ontstaan de symptomen van menselijke stress die zich gaandeweg opbouwt (armoede, werkloosheid, verschillen tussen rijk en arm, voedselbank, criminaliteit, enz). De mens wordt uitgedaagd de eigen verantwoordelijkheden in ogenschouw te nemen om welzijn te behouden of opnieuw op te bouwen. De natuurlijke mens is dan erg creatief maar vaak niet direct passend in het oude systeembelang. Er ontstaat een uniek spanningsveld tussen vernieuwende en conservatieve krachten die de natuurlijke weg opzoeken.

Transformatie Economie

(Download hier een praktische uitnodig bestuurdersregio Eindhoven  GemeenteSustainocratie (1) )

Om de spanning te ontlasten heb ik de Transformatie Economie (Sustainocratie) geïntroduceerd. Dit is voor mijn gevoel en inzicht een noodzakelijke aanvulling op de democratie en even menselijk. De Transformatie Economie groeit als het spanningsveld zich vergroot en krimpt als het spanningsveld zich verkleind. Dit is nieuw en heeft zich nog nooit vertoond in onze geschiedenis. Voorheen werd transformatie ingegeven door een breuk waarna men opnieuw kon beginnen. Dat kunnen we ons in de huidige wereldmaatschappij niet meer permitteren. Het is ook niet nodig omdat onze kennis over de menselijke complexiteit gigantisch is toegenomen en wij ook daarin verantwoordelijkheid kunnen nemen in onze structuren.

Het aanvaarden van Sustainocratie is lastig voor de oudetijdse machtsstructuren maar in tijden van groeiende spanningen en onzekerheden is het juist de redding van die macht. Men laat wat macht los en doet mee aan Sustainocratie met autoriteit waardoor de macht zich via de transformatie weer bevestigt.

De Transformatie Economie plaatst zich buiten de systeem werkelijkheid richt zich op de kern van de menselijke welzijnsuitdagingen door “het systeem” uit te nodigen naar de mens kant en niet andersom. Sustainocratie is geen aparte maatschappij noch instelling. Het is een serie van transformatieve coöperaties rond specifieke menselijke kernzaken. De transformaties hebben een effect zowel op de menskant als de systeemkant. Daarom doen alle kernpartijen mee (overheid, ondernemerschap, burgers en wetenschap).

Met deze aanpak wordt in Eindhoven en Noord Brabant projectmatig ge-experimenteerd. Het is vooralsnog in een pioniersfase. De eerste resultaten zijn zo bemoedigend voor alle betrokken partijen dat het steeds meer steun krijgt. De Transformatie Economie voegt met Sustainocratie een belangrijke variabel toe aan de succesfactor van duurzamer maatschappelijke en economische ontwikkelingen:

De succes formule
De succes formule

In de, op natuurwetten gebaseerde, formule activeert “Transformatie” zich vooral als groei hapert, gevolgen te groot worden, concurrentie noopt tot verandering of lokale harmonie onevenwichtig is geraakt. In een “normale” duurzaam vooruitstrevende maatschappij is “transformatie” maar een klein percentage van de werkelijkheid maar kost wel de nodige moeite omdat het richting bepalend is door in te gaan op veranderprikkels. Lokale balans of onbalans kan daarbij uitstekend helpen om prioriteiten te bepalen. De onzichtbare variabel in deze formule die we er zelf aan toe kunnen voegen is “graad van integraal bewustzijn” hetgeen een toegepast leerproces weergeeft op basis van ervaringen, samenhang en open kijk op het leven zelf.

Jean-Paul Close

Sustainocratie, de huidige werkelijkheid en de Transformatie Economie

jp@stadvanmorgen.com

Circus MenZ

Rik Konings is al vele jaren betrokken bij de Stad van Morgen en draagt steeds bij met zijn unieke talenten en inzet als bron van inspiratie voor iedereen. Wat Rik vooral zo uniek maakt is zijn menselijkheid en de kunst dit beeldend te vertalen voor het gevoel van anderen. Zij worden zo in eigen bewustwording gesterkt door de toepassing van het zijns gericht doen. Wat betekent dat?

Rik laat mensen simpele dingen uit het dagelijks leven doen en helpt erover te reflecteren, na te denken. Iedereen kan zo kleine dingen emotioneel ervaren die er vaak lotsbepalend toe doen als je ze eenmaal begrijpt. Dat klinkt tegenstrijdig maar dat is het niet. Wat kunt u leren bijvoorbeeld van een vallende bal als Rik u voor het eerst laat jongleren met 3 ballen? Wat kunt u leren van een roos die balanceert op het puntje van uw vinger? Wat kunt u leren van het kiezen van een gesprekspersoon “die u het minst aardig vindt”? Wat leert u als iemand juist u kiest?

Dagelijkse thema’s als angst, verzet, jaloezie, plezier, onzekerheid, balans, vriendschap, vertrouwen, gelijkheid, vrouwelijkheid, mannelijkheid, enz…..komen tot leven in het bewustzijn door ze niet alleen te ervaren maar ook zelfbewust mee om te leren gaan.

Mens zijn kunt u als dagelijkse stress ervaren maar ook als een groot avontuur, een circus waarin elk moment een nieuwe emotie te beleven valt en waarin u zelf de clown, de leeuwentemmer, de stunt man of vrouw, of de popcornverkoper bent, of misschien wel even in het publiek zit en geniet van de capriolen van de anderen met ohhh, aahhh en applaus.

Wilt u Rik een keer ontmoeten. Dat kan nu al door naar zijn korte boodschap te kijken en luisteren. Want hij nodigt u uit naar zijn “Circus MenZ” waar u kunt beleven dat dit circus eigenlijk wij allemaal samen zijn en u altijd een eigen hoofdrol speelt. U kunt ook naar de avondcolleges komen waar Rik veelal de tweede spreker uitnodigt en zelf actief aanwezig is.

Uitnodiging tot Circus MenZ van Rik Konings

Een gevallen bal is een cadeautje
Een gevallen bal is een cadeautje

Creatie, co-creatie en geld verdienen

Regelmatig ontstaat er een discussie als we praten over de manier van (samen) werken in de Stad van Morgen (Stichting STIR). Dan gaat het vooral over wanneer men nu een factuur mag sturen en wanneer iets “gratis” gebeurd? Het verschil zit ‘m in de manier waarop wij tegen ondernemen aankijken, de manier waarop vernieuwingen tot stand komen en wanneer iets een co-creatieproces is of een product-verkoopproces. Wanneer is er budget en wanneer niet?

Creatie:

Creatie is de essentie van ondernemen, of het nu industrieel is, dienstverlenend, maatschappelijk, kunstzinnig, ….. Het is tevens de voedende basis van het onderscheidende vermogen van een bedrijf, de duurzaamheid van het bestaansrecht. Dit geldt zowel voor de individu als zelfredzaam en zelfreflecterend persoon, als voor een instelling of zelfs de gehele maatschappij. Het creatieproces is derhalve een investering in jezelf en de toekomst. Wanneer ik het woord “investering” noem denken de meeste mensen meteen weer aan geld en niet zichzelf (talent). Maar met geld doe je in een creatieproces helemaal niets want dan heeft het alleen de waarde van een schuld. En een schuld ga je aan als je erop vertrouwt het terug te kunnen betalen. Dat conditioneert dan weer je creatieproces dat automatisch gericht moet zijn op geldverdienen terwijl de droom bijna altijd toch eerst iets anders voor ogen heeft.

Creatie komt voort uit het intense verlangen om iets nieuws, iets anders neer te zetten dan datgene dat al bestaat. Het is een sterke innerlijke drang, een passie, die zich als een vulkaan doet aanvoelen binnen de ondernemer. Om die droom, want creatie gaat eerst uit van een soort droom, een ideaal, een denkbeeldig iets dat alleen in de geest van de ondernemer bestaat en nog niet in het echt, te verwezenlijken moeten er veel dingen gedaan worden. Soms komt daar wat geld bij kijken om bepaalde benodigdheden te kopen of in te huren. Soms zijn er mensen die zich tegen betaling aanbieden om je te helpen je droom waar te maken. Dan moet je zelf keuzes maken en kijken of je budget hebt, die betaalde hulp echt nodig hebt of het alleen kunt. Of je maakt er een co-creatie van met mensen die dezelfde droom ook waar willen maken en verschillende talenten aan die van jou toevoegen. In principe is geld niet nodig. Daar krijg je de droom niet mee bewaarheid, alleen misschien wat instrumenten om er aan te werken . Wat men vooral nodig heeft in deze fase is de visie, het doorzettingsvermogen, geloof in jezelf, eigenwijsheid en de verbindende kracht om anderen mee te krijgen in de creatie.

Creatie is daarom de essentie van duurzame vooruitgang.

Het is ook de basis van een gezonde economie, niet andersom (ook zo’n misvatting). Er wordt echter in dit stadium helemaal geen geld mee verdiend, het kost meestal alleen geld en héél véél moeite. Voor degene die creëert gaat het niet om het geld maar om het creatieproces zelf en het beoogde eindresultaat dat vaak een menselijke waarde omvat dat niet in geld is uit te drukken. Dat zijn de échte ondernemers, in tegenstelling tot de algemene, foutieve opvatting dat ondernemers uitsluitend “geldverdieners” zijn. Die zijn er ook, de concurrerende productverkopers, maar die werken op basis van andere parameters (prijs, distributiekanalen, marketing, inkoop, voorraden, balans, enz) en waarden die al in prioducten zijn omgezet. Daar is niets mis mee maar heeft minder met waardecreatie te maken, wel met economie (ruilhandel van bestaande waarden en handel in tekorten). De ene ondernemer is dus de andere niet.

Creatie en Stichting STIR

Stad van Morgen is een stichting voor permanente waardecreatie. Wij stellen steeds de complexe maatschappij ter discussie vanuit onze visie voor duurzame menselijke vooruitgang, onze eigen stip op de horizon. De mens heeft de neiging om steeds van die stip af te willen wijken. Onze  wispelturige natuur laat zich vooral  aansturen door materieel heb en heerszucht om dan door crisissen en bijbehorende pijn weer tot bezieling en heroriëntatie te worden gedwongen. Dit geeft dus altijd weer aanleiding voor ondernemende mensen om te dromen dat het ook anders kan. Zij brengen dan stabiliteit door vernieuwing. Dat is ook een van de redenen dat in tijden van een gelddepressie of oorlog de meeste nieuwe uitvindingen zijn gedaan, niet in tijden van financiële hoogtij. (Zie ook mijn blogartikel in het Engels over Kondratieff versus Close). Dit proces levert uiteindelijk een maatschappelijke slingerlijn op die met vallen en opstaan vooruit gaat.

Stad van Morgen zit vooral aan de kant van het opstaan, vaak nog voordat we gevallen zijn.

Ja maar…..

Ik weet het! Er moet brood op de plank komen en al dat creëren vanuit een droom is mooi en aardig maar ik zal toch moeten overleven in deze maatschappij die alles vertaald heeft in geld. Natuurlijk snappen we dat. Maar het is niet de verantwoordelijkheid van de Stad van Morgen of de coöperaties die eruit ontstaan om het geldbelang te dienen. Wij creëren samen nieuwe waarden die nog niet bestaan en dus ook nog geen prijskaartje hebben. Dat uit het co-creatie proces verkoopbare waarden ontstaan is duidelijk alleen weten we vooraf nog niet wat. Dat is het doel ook niet. In de Stad van Morgen handelen we alsof het altijd een depressie is. Het haalt het beste uit de mens naar boven en in tijden dat er in de omgeving geen direct crisisgevoel heerst is er toch “markt” voor integrale vernieuwing. Wat we gezien hebben tot nu toe is:

  • Deelnemers kwamen zo in de aandacht dat ze een baan aangeboden hebben gekregen bij een van de institutionele partners,
  • Deelnemers kregen een belangrijke opdracht omdat zij op een duidelijke manier talent en integriteit zichtbaar maakten.
  • Nieuwe producten en diensten zijn ontstaan die verkoopbaar werden zonder nog concurrentie omdat ze zo vernieuwend zijn. Ze komen op de markt met een maatschappelijk verhaal dat eigenlijk geen marketing nodig heeft
  • Nieuwe professionele samenwerkingsverbanden ontstaan die weer nieuwe korte termijn co-creaties opleveren.
  • De co-creatie de medewerking krijgt van de overheid en bepaalde trajecten als productontwikkeling worden gezien waar subsidies aan worden geplakt zonder dat wij er een ellenlange aanvraag voor moeten voorbereiden of bedenken.
  • Investeerder raken geinteresseerd
  • De stip op de horizon leidt tot allerlei tussenstapjes waar wel weer allerlei geldbelangen uit komen rollen voor de deelnemers. Een co-creatie hoeft dus geen oneindig lange termijn ding te zijn maar kan ook allerlei korte termijn acties zijn
  • Deelname aan deze co-creatie je eigen verkoopverhaal versterkt als je ergens acquisitie gaat doen.

Co-creatie leidt dus onverminderd tot allerlei onvoorspelbare en voorspelbare  kansen, ook materiele, mits het voortkomt uit loyaliteit, menselijkheid en betrouwbaarheid. Een wolf in schaapskleren valt van zelf door de mand. En zoals Prof. Paul de Blot ooit zei: “alles wat ik gepland heb is niets van terecht gekomen”. Zodra je  bevooroordeelde verwachtingen gaat scheppen die voortkomen uit het materiele eigenbelang dan loop je de kans het hogere doel te verstoren en dan komen die onverwachte en verwachte vruchten niet voorbij. Laat het geluk je toevallen door open, onbevooroordeeld en zonder verwachtingen vooraf deel te nemen aan dit soort processen. De rest komt vanzelf. Zorg er zelf voor dat je je tijd goed verdeelt tussen co-creatie in het waarmaken van dromen, en het oogsten van wat je al in het verleden zelf gezaaid hebt. Van dat laatste leef je vandaag van het eerste leef je morgen.

Waarde creatie en handel zijn verschillende dingen
Waarde creatie en handel zijn verschillende dingen

Co-creatie

Co-creatie is hetzelfde proces als creatie maar dan wordt het gedaan door de samenwerking van verschillende partijen die eenzelfde droom met elkaar delen. Het is wederom niet geld maar waarde-gedreven. De waarde is menselijk en wordt bepaald door de visie en passie die de deelnemers aan het co-creatieproces bindt. Ook co-creatie is geen geldmachine maar een investering van passie, daadkracht, kennis en energie. De wederkerigheid zit ‘m in het waarmaken van de visie en daar de eer voor krijgen, allereerst door zichzelf te prijzen, nog voordat anderen het eventueel doen. Denk aan de schilder Vincent van Gogh die een ondernemende creator was maar dat alleen voor zichzelf beleefde, zonder de huidige erkenning te hebben mogen ervaren. Dat in tegenstelling tot Rembrandt van Rijn die ondernemende creator was maar dit ook in zijn eigen tijd om wist te zetten in roem en eer door af en toe zijn creatiedrang ondergeschikt te maken aan zijn materiële belangen en bijbehorende concessies te doen. Van Gogh kon dat psychisch en emotioneel niet. Creatie is sterk “zijn” gedreven vanuit allerlei motivaties, meestal ethisch, functioneel en expressief.

Stichting STIR en co-creatie

De stichting heeft co-creatie tot een kunst verheven waar zelfs de grootste instellingen aan meedoen en het onderscheid vaak zelf ook nog niet helemaal begrijpen. Zo hebben wij het co-creatieproces, dat zich sturend op het hoogste maatschappelijke niveau afspeelt binnen een concreet gebied, zelfs een aparte naam gegeven: Sustainocratie. Dit in tegenstelling tot een “economische democratie” die aangestuurd wordt vanuit het consumeren van waarden en het handelen erin vanuit tekorten.

AiREAS is een concreet voorbeeld van een sustainocratisch proces in een gebied (nu nog Eindhoven). Het gaat bij AiREAS niet om geldverdienen maar om het samen creëren van een gezonde stad. Hoe doe je zoiets? Hoe draag je eraan bij? Wie is verantwoordelijk? Dat heeft niets met economie te maken maar met menselijkheid en duurzaamheid, maar ook met permanente creatie en co-creatie, gedrag en mentaliteit, ethiek en expressie. In een samenleving verandert er steeds wat, veroorzaakt door mensen of onze natuurlijke omgeving. Dat valt niet te plannen maar wel op te reageren en anticiperen door creatief gedrag. Als men dat samen doet met een belang van allemaal dan ontstaat er iets nieuws, een permanente drang tot verandering. Dit kun je niet budgetteren, niet plannen en niet inkopen. Co-creatie is op basis van vrijwillige commitment binnen de mogelijkheden die men heeft. Men doet mee omdat men het voor zichzelf belangrijk vindt en erin gelooft. Ook de te verwachten wederkerigheid bepaalt men daarin zelf.

Binnen de context van het model van de menselijke complexiteit (Zie de tekening eerder in dit schrijven en het boek Sustainocratie, de nieuwe democratie) is creatie en co-creatie vooral een uiting en ontwikkeling van het “zijn”, de “ik ben” – identiteit. De deelnemers aan het proces ondergaan een leerproces door vanuit zingeving te handelen. Dit leerproces, dat zich ook uit in de professionaliteit van de deelnemers, is voor de betrokkenen essentieel om zich aan de waarden van een veranderende werkelijkheid te binden en de eigen identiteit eraan te koppelen. Dit doet men niet alleen wegens de mogelijke erkenning die men erdoor krijgt vanuit de omgeving maar vooral vanuit de innerlijke vreugde van het bijdragen aan iets belangrijks voor zichzelf.

Uit dit proces kunnen natuurlijk nieuwe producten, diensten en zienswijzen ontstaan maar gegarandeerd is dat niet. Wel leren we allemaal en tegelijkertijd wordt de omgeving er beter van in vele opzichten. Dat ziet men ook om ons heen omdat het co-creatieproces ons nu eenmaal zichtbaar maakt in een omgeving die geheel anders functioneert. Wij roeren in die maatschappij en daaruit ontstaat de vernieuwing.

Living Lab

AiREAS in Eindhoven heeft daarom de status van een Living Lab, met de nadruk op de co-creatieve menselijkheid van “living”. Alle betrokken partijen komen zichzelf tegen in dat proces, krijgen een innerlijke drang om zichzelf te overstijgen boven het gangbare uit en in de creatie vernieuwing te introduceren die hun eigenheid als talent en ondernemer of organisatie verder onderstreept. Het raakt de ziel van de onderneming, of het nu de overheid is, een multinational, een kleine zelfstandige of een gezinslid op de hoek van de straat. We kunnen over het algemeen stellen dat een crisis (zoals aangegeven in het complexiteiten model) altijd zal bestaan al gevolg van het uitmelken van onze cashcows en het beveiligen van de belangen door groeiende bureaucratie. Een persoon, bedrijf of maatschappij die niet compenseert met een duidelijke waardecreatie ontwikkeling zal uiteindelijk de crisis ervaren als losstaand geheel in plaats van een oplosbaar incident binnen een groter geheel. In een bos vallen ook bomen om, maar het bos blijft bestaan. In een materialistische economie zonder evenredige ruimte voor waardecreatie valt één boom om en zal het hele bos omvallen. Dat zien we nu ook gebeuren overal.

Geld verdienen

Zodra een creatie zichtbaar is geworden voor de omgeving dan ontstaat er een erkenning of een (soms tijdelijke) afwijzing. De droom voor de ondernemer, of co-creërende groep, heeft zich gemanifesteerd in de werkelijkheid en die werkelijkheid moet ermee om leren gaan. Soms snapt de omgeving het nog niet en gaat er tijd overheen voordat men de waarde van de creatie weet te waarderen in bijvoorbeeld geld, zoals nu gebeurd met de schilderijen van Vicent van Gogh. Of de President van Amerika in 1897 over de telefoon “een prachtige uitvinding maar waar dient het voor?”.  Vaak is het toch ook redelijk snel wereldveranderend, zoals is gebeurd met de i-serie producten van Apple of in vroegere decennia door Microsoft of Nintendo en vele anderen nog op product niveau. Nu praten we over integraal maatschappelijke transformaties die nog een tikje ingrijpender en complex zijn dan alleen het creerende succesvolle bedrijf.

Zodra een creatie gemeengoed is geworden dan wordt het materieel uitgemolken door de volgers die zelf niet het creatie talent hebben. Ook de mensen en organisaties die wél de creatie hebben waargemaakt kunnen hun materiële slaatje slaan uit hun werk door het te vermarkten. Dat is weer een kunst apart. Deze “marktleiders” hebben vaak de erkenning en zijn dan ook in materiële zin veel succesvoller dan de volgers (tussen 4 en 9 x winstgevender volgens enkele studies).

Stad van Morgen en geld verdienen

Stichting STIR laat dit geld-verdien-proces over aan de ondernemers en co-creërende partners. Het gaat ons om het creatie en co-creatieproces zelf, de ethische voeding van vooruitgang en een gezonde economie. Onze partners blijven eigenaar van hun eigen creaties en leerproces. Stad van Morgen schept alleen de omstandigheden om in de complexiteit van de huidige maatschappij en binnen de abstracte context van duurzame menselijke vooruitgang te experimenteren en het beste van elkaar te laten zien, zonder er facturen tegenover te stellen. Wij kopen geen producten maar benutten deelnemende talenten om tot integraal duurzame vernieuwing te komen op gebied van toegepaste innovatie. Het eigenbelang haalt de deelnemer er uiteindelijk zelf wel uit. Daarom ontstaat vaak een 1+1 > 2 in dit roerproces dat uiteindelijk leidt tot blijvende partnerrelaties, nieuwe economische impulsen, ook in de geldgedreven wereld door de meerwaarde die ontstaat en waar ook commerciële belangen aan kunnen worden ontleend.

Stichting STIR (Stad van Morgen) is eigenlijk een moderne vorm van integraal duurzame publieke R&D. De partners zelf financieren de processen vanut eigen vermogen. Het vermogen van STIR is de co-creerende verbinding. Behalve dat heeft de stichting geen eigen middelen.

Coöperaties

Specifieke complexe co-creatie processen die een concreet hoger doel nastreven, zoals AiREAS, worden daarom ondergebracht in een coöperatieve vereniging waarin bindende afspraken kunnen worden ondergebracht over eigendomsrechten en verdelingen. Deze komen voort uit de co-creaties die uiteindelijk al dan niet vermarkt kunnen worden. De coöperatie zelf speelt dan een essentiële rol maar ook elk van de leden die de co-creaties mogelijk maken.

Investeren in waardecreatie in Living Lab Eindhoven
Investeren in waardecreatie in Living Lab Eindhoven

Een van de problemen waar we dan tegenaan lopen is dat de meeste organisaties in een multidisciplinaire context, zoals een Sustainocratie, alleen een co-creatieproces willen ingaan als iemand er vooraf een budget tegenover stelt. Dan komen we in de wereld van subsidies en overheidsgelden terecht waardoor er een lastige discussie plaats vindt over eigendomsrecht, opdrachtgever/klant, wederkerigheid, aansprakelijkheden, als ook de sturende belangen van de overheid zelf. Door budgettering vooraf te eisen creëert men automatisch een hiërarchische verhouding van afhankelijkheden omdat men een materiële schuld aangaat. Het is dan nog maar de vraag of men tot echt iets nieuws komt want de verstrekker van de middelen stelt ook eisen vanuit een vooroordeel en economisch of risico belang vooraf. In Nederland is men vaak te risicomijdend om met risicokapitaal te durven werken. Daarnaast is risicokapitaal vooral bedoeld om geldbelangen aan te jagen. De voeding (zie tekening) die juist crisismijdend is en door de Stichting STIR (Stad van Morgen) wordt gevoed vanuit bewustzijn is juist die van ethiek en menselijkheid, de werkelijke waarden waar het om gaat.

Daarom werken we in de Stad van Morgen in eerste instantie zonder geld met uitzondering van wat vrijblijvend sponsorgeld voor de beperkte lopende kosten. In de coöperaties zoals AiREAS (EQoL, Stad-VERS, STIR, etc) werken we dan altijd met een nulbudget als uitgangspositie zodat er een transparante discussie komt over het doel of tussendoel dat we willen bereiken en wat we daar qua diversiteit aan middelen voor nodig hebben. Dan kan iedereen de belangen op tafel leggen, de middelen toekennen en beperkingen of zienswijzen kenbaar maken. Zo wordt altijd gezorgd naar een weg vooruit ook al is die via een slingerweg. Wat er verder uit de co-creatie coöperatie komt qua waarden is vooraf nog onduidelijk. Eenmaal gemanifesteerd in de werkelijkheid komen de belangen weer aan bod in de handel van de gecreerde en erkende waarden (economie).

Gemeenschapsgeld

Aan de andere kant rijst de vraag waar gemeenschapsgeld dan voor dient? Alleen voor infrastructurele en zorgstaat aangelegenheden in een economie? Alleen voor controle en bureaucratie? Of ook voor het faciliteren van complexe, onafhankelijke co-creatie? Zeker binnen een Sustainocratie geldt primair de duurzame menselijke vooruitgang in een regio. Is het dan ook niet logisch dat de gemeenschap zelf investeert in co-creatie door inzet van eigen middelen? Zijn die eigen middelen dan, behalve de aanwezige bevolking en haar diversiteit aan professionele initiatieven, ook het belastinggeld dat men inlegt? Het zijn boeiende vragen die ook co-creatief een antwoord verlangen.

In een Sustainocratie proberen we het co-creatieproces zuiver te houden door alle partners evenredig te laten investeren en daarna de eventuele producten en diensten die eruit voortvloeien te borgen in de coöperatie en via de leden. Maar de waarden die gecreëerd worden zijn veelal anders dan geld (zoals gezondheid, stabiliteit, veiligheid, enz). Geld wordt daarna weer door de verkoopkanalen verdiend en maatschappelijk belast. Niet alleen de producten en diensten die ontstaan hebben waarden maar het holistische eindresultaat en de aanpak zelf ook.

Door de gelijkwaardigheid aan de cocreatie tafel kan een ieder zijn of haar twijfels of vragen hierover kwijt en wordt gezamenlijk gezocht naar een geruststellende oplossing. Per slot van rekening willen we ons niet beperken door angst maar sterken door onderlinge oplossingsgerichtheid en vertrouwen.

Het vinden van transparant oplossingen samen vergt een uiting van verantwoordelijkheid en commitment van de partijen door middel van een lidmaatschap. Vaak is onduidelijk of het co-creatie belang of het uiteindelijke geldbelang de boventoon voert in de relaties. Dat blijkt gaandeweg. Ook is duidelijkheid hierin vaak strijdig met de gangbare regelgeving die co-creatie (nog) niet als maatschappelijke drijfveer erkent, uitsluitend de materiële kant van de relaties, via afhankelijkheden, risico’s en en aansprakelijkheden binnen een economie.

De grootste bijkomende uitdaging ten behoeve van holistische waardecreatie, naast het intense en vruchtbare maatschappelijk duurzaam co-creëren, is voor ons het proces om ruimte te scheppen door ook een gemeenschappelijk co-creatieproces te starten in de risicomijdende regelgeving en een verzuilde maatschappij van afhankelijkheden . Dit proces is nu al zichtbaar, ook bij de leden. Het gehele model is uiteindelijk een crisismijdend maatschappijmodel dat voor de hele menselijke wereld veel goeds kan brengen. En dat is ons heel veel waard.

Nederland wordt klimaatnalatigheid verweten

Als je met wat instrumenten uit de ruimte naar Europa kijkt dan ziet het gebied van Nederland er wel erg roodgekleurd uit.

Het vervuilingsgebied van Europa
Het vervuilingsgebied van Europa

De graad van vervuiling komt grotendeels overeen met de dichtheid van logistieke en industriële activiteiten, de concentratie van de 300 jarige ontwikkeling van het industriële tijdperk. Als je daar ook de economische ontwikkeling overheen legt dan ontstaat er een belangrijke parallel.

Nu heeft deze zelfde evolutie ook een weerslag op de gezondheid van de lokale bevolking en de bijdrage van een gebied aan de klimaatontwikkeling van de wereld. De lokale gezondheidproblemen worden gecompenseerd door een sterke consequentiegedreven gezondheidszorg waardoor mensen weliswaar ongezond maar ook weer opgelapt worden. Daar omheen is ook weer een belangrijke economie ontstaan.

Terwijl de economische drijfveer zich manifesteerde als belangrijkste motor van de samenleving, ontstond tegelijkertijd de drang naar ontkenning van ethische verantwoordelijkheden. Gedurende lange tijd werd vooral rond de hete brei heen gedraaid met het excuus dat oorzaak en effect (nog) amper een wetenschappelijke basis bevatte. Aansprakelijkheid is moeilijk te aanvaarden als verwijtbaarheid nog op losse schroeven staat. Geleidelijk aan begint daar nu verandering in te komen. De wetenschappelijke inzichten die de problematiek bevestigen beginnen door te dringen tot de publieke opinie en de beleidskantoren. Zij doordringen het gordijn van verwarring van zwaar gesubsidieerde rapporten die moeite doen om het geheel te ontkennen.

Als je bovenstaande plaatje zo bekijkt dan mag Nederland zeker ter verantwoording worden geroepen, zowel door de lokale bevolking als door de gehele wereld. Net zoals wij Brazilië vragen om de economie rond houtkap te herzien ten behoeven van de zuurstofvoorziening van de hele wereld mag de wereld ook Nederland vragen haar economie te herzien ten behoeve van klimaat en volksgezondheid van de wereld. Nederland poogt dan wel met haar economische daadkracht maar zou zich ook diep moeten schamen dat die daadkracht verworven is ten kosten van onze natuurlijke omgeving, inclusief de medemens in de wereld. Dan is het zeker terecht dat men Nederland nalatigheid verwijt. Dan blijft er niet veel anders over voor Nederland om haar verantwoordelijkheid te erkennen en twee structurele maatregelen te nemen:

  1. Haar ontkenning te laten varen en open gaan staan voor herpositionering van het land ten behoeve van duurzame menselijke vooruitgang
  2. Een structureel korte en lange termijn innovatiebeleid toe gaan passen waarin menselijke gezondheid, omgevingskwaliteit en veiligheid de basis vormt.

Juist daarin zit ook weer een enorm grote potentiële economische kans. Door verantwoordelijkheid te nemen voor iets waar we nu pas echt iets over te weten komen kan Nederland een intellectuele en bedrijfskundige positie verwerven rond deze maatregelen die uiteindelijk ook door andere dichtbevolkte gebieden zullen moeten worden genomen. Deze expertise geeft weer extra export kansen, net zoals water kennis, huishouding en beveiliging een extra impuls kreeg na de watersnoodramp in 1953. Nu hebben we ook met een milieuramp te maken die de daadkracht van een ondernemend volk zoals Nederland nodig heeft.

Daarnaast vervult Nederland een belangrijke functie in Europa als deltagebied voor logistieke activiteiten. Dat dit vervuiling en klimaatproblemen met zich meebrengt is pas de laatste decennia bekend. De rest van de wereld kan dan wel van Nederland verantwoordelijkheid eisen maar verwacht ook van Nederland dat zij haar huidige rol optimaal blijft vervullen. De verantwoordelijkheid voor het geheel is dus ook van de omringde landen. Door zelf verantwoordelijkheid te gaan nemen kan Nederland ook de Europese gemeenschap vragen om mede-verantwoordelijkheid, niet door zich te laten beboeten maar door samen te gaan werken aan integrale innovatie dat verder gaat dan de aanpak van milieu en klimaatproblemen maar ook de basis van welzijn aandacht schenkt. Daarin kan Nederland en omgeving voor heel Europa en de wereld een belangrijke rol spelen.

Economie versus Sustainocratie

Een van de belangrijkste belemmeringen van de Nederlandse staat om verantwoordelijkheid te nemen voor menselijkheid en milieu is haar afhankelijkheid van de huidige economische structuur van onze financiële huishouding. Men ziet milieu en volksgezondheid nu nog als kostenpost met als gevolg dat de focus ligt op een groei-economie.

Maar dat hoeft juist geen belemmering te zijn maar een grote kans.

Als we sustainocratie ter harte nemen dan plaatsen wij het menselijk belang als voorwaarde voor de democratie. Dat wil zeggen dat de democratie niet meer vrijblijvend wordt maar structureel afgestemd wordt op integraal duurzame menselijke belangen. Als we daaraan de integrale economie verbinden dan schoont het zichzelf op. De huidige economie is gefragmenteerd onuitvoerbaar afhankelijk van onvoorspelbaarheid. Dat zorgt er voor dat de Nederlandse staat geen enkel zich meer heeft op de werkelijkheid omdat die werkelijkheid gewoon niet bestaat. Men is consequentiegedreven hetgeen in deze tijd en met de huidige wetenschap zoveel is als “dweilen met de kraan open”. Dat is niet op te brengen vanuit een geldgedreven schuldsysteem en speculaties. Wij moeten af van de consequenties en de maatschappij bouwen op verantwoordelijkheden. Dat kan de overheid niet alleen, dat is een taak voor de gehele menselijkheid in een gebied.

Sustainocratie is een nutgedreven samenwerking
Sustainocratie is een nutgedreven samenwerking

En dat is precies wat Sustainocratie doet. Het plaatst menselijkheid in het centrum van de belangen en maakt integrale economie (zowel baten als lasten) ondergeschikt aan “het geheel”. Dat wil zeggen dat we de kraan langzaam dicht draaien en de blower op Nederland zetten terwijl we dweilen. Op termijn is de omslag een feit. We worden ons dan ook bewust van verantwoordelijkheden voor lokale zelfvoorziening, hetgeen de gehele bevolking aan het werk kan zetten om bij te dragen aan een stabiele economie van welzijn en voorspoed. En we kunnen het. Gaandeweg is Nederland een land “van het volk” geworden waarin de diversiteit van macht en vrijheid op elkaar inwerken. Sustainocratie bevestigt dit door “macht” autoriteit te geven namens de bevolking en “vrijheid” te voorzien van verantwoordelijkheid.

Daarom is Sustainocratie instantaan toe te passen. Het respecteert de historische machtsontwikkelingen door ze te bevestigen en ze te verbinden aan universeel menselijk  belang dat door de mens zelf gedragen wordt via een duidelijke definitie van duurzame menselijke vooruitgang.

AiREAS

Dat wij dit kunnen toepassen wordt aangetoond door AiREAS in Eindhoven, een coöperatie van verschillende belangen die samenwerken aan een gezonde stad. De coöperatie legt onderling verantwoording af voor de vooruitgang die men samen boekt in de stad. De coöperatie wordt aangestuurd door inzicht in gezondheid en omgevingskwaliteit, dus niet door institutioneel eigenbelang of een individuele machtspositie. Het is een waarden-gedreven samenwerking hetgeen zich ontwikkelt naar een gezonde, integraal duurzame economie op basis van co-creatie. Het vormt een transformatie waarin onze huidige economische kwetsbaarheid zich transformeert naar ondernemende kracht.

Conclusie

Nederland mag dan wel verweten worden voor haar nalatigheid maar dient ook geprezen te worden voor haar openheid en transparantie als het erop aan komt. Macht in Nederland is functioneel ook al wordt er vaak nog misbruik van gemaakt. Dat is mens eigen en zal de komende jaren verder genuanceerd worden naar mate de kracht van het gekaderd loslaten duidelijk wordt. Het kaderen moet dienstbaar zijn naar meetbare menselijkheid en dat biedt Sustainocratie, een Nederlands product dat we eerst op Nederland moeten durven toepassen. Dan zal de huidige zwakte en verwijtbaarheid van Nederland zich ontwikkelen tot kracht en wederom een piek van ontwikkeling vertegenwoordigen van deze regio. Een nieuwe gouden tijd.