Dood gaan maar niet vandaag

fb_img_1456664314188.jpg

Vlak voor de zomer van 2014 voelde Marja zich beroerd. Ze ging naar de dokter en na intensieve onderzoek werd geconstateerd dat haar maag maagkanker had en haar eierstokken eierstok kanker die echter beide niks met elkaar te maken hadden. De schok was enorm, voor haarzelf maar ook voor haar omgeving. We werkten al geruime tijd intensief samen aan de gezonde stad en Marja draagt haar steentje bij op gebied van creativiteit, stadslandbouw en huiskamerontmoetingen in haar wijk. Ineens kijk je dan de eindigheid van je leven in de ogen, nog veel te vroeg. Hoe ga je daar mee om?

Eind 2014 werd ze geopereerd en werden de schadelijke cellen weggehaald. 2015 werd dan ook ingeleid met een moeizame maar bemoedigend herstel. Totdat in de zomer werd geconstateerd dat de problemen waren teruggekeerd. Marja belde haar vrienden, familie en kennissen persoonlijk op met de boodschap `ik ga dood´. Volgens de medische voorspelling had ze nog zo´n 3 maanden te leven. En nu? Chemokuur, wel of niet? Bijwerkingen aanvaarden, wel of niet? Hoop opgeven, en dan? Wachten op de dood? Of dat laatste restje leven omarmen terwijl je lijf het laat afweten?

Marja schrijft regelmatig nieuwsbrieven om iedereen op de hoogte te houden. Ik heb haar gevraagd of ik mocht bloggen, intens geïnspireerd door haar verhaal en keuzes. Dat mocht. Marja is gekenmerkt nu als iemand met `een beperkte levensverwachting´ maar ondertussen besef ik, uit haar nieuwsbrieven en helaas sporadisch persoonlijk contact, dat ze het laatste jaar zo intens en zo zelfbewust heeft beleefd dat het alle andere levensjaren mogelijk overtreft. Hoe vreemd moet het zijn als je steeds gezonder en bewuster wordende geest naar het eigen stoffelijke lichaam kijkt dat gaandeweg afbrokkelt tot het op een dag ophoudt te functioneren. Je kijkt ernaar en beseft hoe eindig het vleesgeworden bestaan is en hoe oneindig het bewustzijn. Wat is leven uiteindelijk? Dat hoopje stof dat om een of andere magische reden bij elkaar kwam om een mens of ander leven wezen te vormen? Of is het juist die universele magie zelf die moleculen aan elkaar weet te verbinden en er bewustzijn aan toevoegt? De twee, stof en ziel, zijn verbonden maar Marja ziet ze nu ook los van elkaar. Ze ziet ineens de energie van andere mensen, kan gevoelens en emoties waarnemen en beleeft de omgeving veel intenser dan ooit tevoren. Haar lichaam sterft maar Marja leeft en beleeft intens.

Door het constateren van haar naderende einde verdwenen allerlei “verplichtingen” die haar leven vóór de alarmerende boodschap bezig hielden. Overleven hoeft ineens niet meer. Daardoor ontstond mentale ruimte om zowel het sterfproces als het overgebleven leven te relativeren. Angst is vaak een zorg dat onze dagelijkse keuzes beïnvloedt. Maar als je weet dat je doodgaat dan hoef je daar niet meer bang voor de zijn. Wat blijft er dan over? De moed opbrengen om te leven, elke dag die er is dragelijk maken en beleven.

Dankbaarheid vult nu haar bestaan. Elke minuscuul gebaar, elke moment, elke kleur of geur krijgt betekenis. Binnen haar mogelijkheden wordt ze weer actief. Uitstapjes worden enorm gewaardeerd, ze stelt haar huis weer open voor ontmoetingen, schrijft met gemak en transparantie over haar leven, zorgen en ervaringen met de medische processen die ze door moet maken met allerlei vervelende bijwerkingen. Ze spreekt vol lof over de hulp die ze aangeboden krijgt, de liefde van andere mensen voor haar als stervende onbekende. Ze spreekt vol verbazing over haar eigen proces om hulp gewoon te aanvaarden, zonder weerstand. Zo´n zelfstandige, eigenzinnige, onafhankelijke vrouw die ineens omringd wordt door de liefde van (onbekende) mensen die haar helpen te leven. Misschien dringt het dan door dat die levensenergie, die magie, zich niet beperkt tot het samensmeden van een levend lichaam maar ook de basis is van een samenleving of samen-beleving. Pas dan is het leven compleet en oneindig. Je verbindt dan met die levende energie die het universum levens-scheppend maakt en kun je het leven zelf zien als een wezenlijk onderdeel van het bestaan. Zonder leven zou niets bestaan omdat we het niet beleven. De dood is dan niets anders dan de bevestiging van het leven en het scheppen van ruimte voor vernieuwing. Je moet geleefd hebben om te aanvaarden dat je leven de oneindigheid van het universum voedt en je bewustzijn dat telkens weer laat ervaren.

Soms moet je kennis maken met de dood om te beseffen wat echt leven is. Het is nu bijna een jaar geleden dat Marja te horen kreeg dat ze nog 3 maanden te leven had. Ze maakt nu vakantieplannen, is een inzameling begonnen om de organisaties te steunen die haar en anderen het leven zo aangenaam mogelijk maken. We gaan allemaal op een dag dood maar al die andere dagen niet!

Dank Marja en Snoopy voor de echte wijsheid.

Naschrift: Marja heeft op 4 juni 2016 haar zieke lichaam teruggegeven aan de natuur. Haar bewustzijn leeft voort net als haar opdracht aan ons: LEEF!

Als je druk bent met de stukjes overzie je het geheel niet

Als ik mensen en organisaties vraag om mee te doen aan mensgedreven sustainocratische projecten dan wordt ik geconfronteerd met de verwarring rond de gefragmenteerde belangen van elk van hen. Men is zo getraind om vanuit de stukjes van het grote belang te redeneren dat men het geheel niet overziet. En dat is niet zo vreemd want “het geheel” waar ik het over heb is “de mens en haar duurzame vooruitgang”. Mijn gesprekspartners redeneren in termen van economie, geld en kosten, en verbinden dit aan iets concreets, iets tastbaars, zoals een product, een dienst, een consequentie, een ziekte, een verandering, een optimalisatie, een advies….

Mijn gedrevenheid gaat over menselijke belangen zoals gezondheid, veiligheid, vitaliteit, dagelijks eten en drinken, wonen en bewustwording. Het zijn thema’s die één maatschappelijk geheel vormen in een maatschappij met duurzame ambities van stabiliteit en leefbaarheid. Voor mijn economische gesprekspartners is het te abstract, niet tastbaar genoeg. Dat ik vanuit die abstractie van menselijkheid terugwerk naar de huidige werkelijkheid, waarin die menselijkheid ver te zoeken is, blijkt voor die gesprekspartners veelal te ingewikkeld. Men reageert dan dat als ik een product of dienst wil ik het van hen kan kopen. Als ik de mens centraal stel wordt mij een product aangeboden. Zo ben ik omringd door aanbiedingen. Maar ik wil geen producten, ik wil een gezonde maatschappij. Hoe verbind ik het een met het ander?

Organisaties concurreren om producten aan mij te verkopen terwijl ik hen vraag om samen met mij een gezonde maatschappij te maken. Men vraagt mij dan of ik budget heb, hoeveel producten ik van hen nodig heb en wanneer? Wordt de maatschappij gezond als ik die producten koop? Of toepas? Ik denk het niet. Daar is meer voor nodig. Dus waarom zou ik ze kopen? Als we die producten of diensten bedenken en samen toepassen om een gezonde maatschappij te creëren, lukt het dan? Ik weet het niet maar het is het proberen waard. Dan stoppen we de creativiteit niet in concurrentie ten behoeve van geld verdienen maar gebruiken we het in waardecreatie ten behoeve van onszelf. Dat is lastig voor degenen die geld als doel hebben gesteld, minder lastig voor degenen die zich willen onderscheiden vanuit een concrete toegevoegde waarde.

Als men met mij samenwerkt vanuit dat onderscheidende vermogen dan hoeft niemand meer te concurreren want het gaat niet meer om het product maar om de resultaatgedrevenheid van de samenwerking. De ondernemer verbindt zich niet met mij door iets te verkopen maar met het eindresultaat waaraan waarde kan worden verbonden door iets bij te dragen. Het resultaat wordt uitgedrukt in gezondheid of veiligheid, twee basis zekerheden van duurzame menselijke samenlevingsvormen. Dat is de moeite waard om voor samen te werken.

“Maar wie betaalt ervoor?” Dat is altijd een grappige vraag want uiteindelijk wie heeft ervoor gezorgd dat de huidige maatschappij ongezond zou zijn? In onze consumptie gedreven structuur hebben we daar allemaal onze stinkende best voor gedaan én voor betaald. Als we dan weer een gezonde maatschappij willen hebben zullen we er allemaal voor moeten investeren, niet “iemand die de opdracht geeft”. We geven de opdracht aan onszelf. Dat wil niet zeggen dat er geen wederkerigheid is in de aanpak maar deze komt niet vooraf. We gaan samen bepalen welke prioriteiten we stellen, wat we daarbij nodig hebben en hoe het gaan aanpakken. Dan pas is ook duidelijk wat voor kapitaal er nodig is, dat zich niet alleen uitdrukt in geld maar ook in de hoeveelheid visie, kennis, menskracht, creativiteit, ruimte, overtuigingskracht, enz. En dan weten we ook wat we terug hopen te verwachten (resultaat) zodat we met elkaar meetbaar vooruitgaan.

Bovenstaande proces welkt vanuit het geheel naar de stukjes. Elk stukje is een onderdeel van de grote interactieve legpuzzel. Alleen de stukjes die zichzelf aanpassen aan de puzzel, dus kennis durven nemen van het geheel kunnen schakelen met hun omgeving om zich in te passen in het totaalbeeld. De stukjes die te druk met zichzelf zijn zullen nooit passend gemaakt kunnen worden en ploeteren voort als concurrerende eenlingen. Ik nodig de ondernemers uit om  zich verankeren in een groter geheel. Dat brengt wel enorme verantwoordelijkheid met zich mee. Met het creëren van een enkel product volstaat men niet want er wordt niet verbonden met het product maar met de creatieve ondernemer die steeds weer met nieuwe toegevoegde waarde komt.

Het blijkt enorm moeilijk om economische partijen te overtuigen om hun individualisme los te laten en deel te nemen aan de onvoorspelbaarheid van een lokale resultaatgedreven coalitie. Het vergt namelijk zelfvertrouwen in het eigen ondernemerschap zelf. Men verkoopt in feite zichzelf op basis van authenticiteit  daadkracht, betrouwbaarheid, betrokkenheid en initiatiefname. Men neemt verantwoordelijkheid in het geheel waardoor men verbintenissen smeedt die veel verder gaan en blijvend tot stand komen dan het leveren van een enkel product tegen een factuur.

Die eigenheid hebben veel ondernemende mensen niet. Men legt alle verwachtingen in het product dat in een concurrentiestrijd alleen maar waarde verliest. Men is bang de eigenheid te verliezen dat men identificeert via het product, geen controle meer te hebben over zichzelf door van het product af te stappen en zich te verbinden aan een waardengerelateerd eindresultaat. Maar het tegendeel is waar. Talent is bijna niet te evenaren als het zich authentiek manifesteert in de groep. Talent wordt gevormd door de eigenheid van de persoon of organisatie in kwestie.  Het product is maar een eenmalig onderdeel van de relatie (korte termijn). Talent verbindt zich aan de maatschappelijke, ethische, milieutechnische en omgevingswaarden die de mens constant beïnvloeden (lange termijn).

Kortom, als je druk bent met de stukjes dan overzie je het geheel niet. Dan ben je bezig met het overleven en niet met het leven zelf. Dat geldt voor ondernemers maar ook voor wetenschapper, scholen, overheden enz. Dat maakt ons eerste sustainocratische proces in Eindhoven, AiREAS genaamd, zo uniek. Want het verzamelt juist al deze partijen op basis van het geheel. Door de lange termijn van ons eigen welzijn en welbevinden te definiëren via gezondheid en omgevingskwaliteit bepalen wij ook onze korte termijn interactie. We draaien de wereld om en zien dan ook bij elke bijeenkomst dat er rust komt, een drang tot presteren vanuit eigenheid, zelfvertrouwen en betrouwbaarheid in de groep ten behoeve van het grote het grote geheel, volledig vertrouwend dat vanuit het geheel men ook op de juiste manier gecompenseerd wordt. Niet vooraf maar naar mate de waarde die we creëren zichtbaar wordt. De mensen die er aan mee doen onderscheiden zich al door zich niet als stukje te zien maar als mens, die door het geheel te dienen zichzelf dient. Zij samen hebben de wereld al veranderd.

Nu de rest nog.