Huisvesting of vastgoedbeheer

De media kopte vandaag “22% meer uit huis plaatsingen” en berichtte dat de woningbouw corporaties “zich zorgen maken”.

Zorgen?
Waar maakt de woningbouw zich zorgen over? Over het feit dat zij mensen en zelfs hele gezinnen op straat zetten wegens betalingsachterstand? Die bezorgdheid zou getuigen van menselijkheid ook al kunnen we ons dan afvragen waarom men de mensen überhaupt op straat zet? Bij menselijkheid zou het primair moeten gaan om huisvesting. Je zet dan niet een gezin op straat met hun hele boedel maar tracht oplossingen te vinden.

In een restaurant maken wij het oude grapje dat als we niet kunnen betalen wij de afwas moeten doen. Waarom is dat niet mogelijk bij huisvesting? Als men niet kan betalen dan zijn er toch mogelijkheden om zich op een andere manier verdienstelijk te maken? Men zou kunnen schilderen, wijk activiteiten organiseren, ouderen in de buurt helpen, buren helpen met de tuin, hondenpoep opruimen, enz. Waarom moet dat via zwaar gesubsidieerde instanties over de rug van de belastingbetaler in plaats van rechtstreeks?

Dat biedt de Stad van Morgen aan de woningbouw door middel van structurele samenwerking tussen buren. Het gaat dan niet om geld maar een vorm van wederkerigheid dat niet uitgedrukt wordt in geld maar in woonruimte en waarden.

Geen enkele woningcorporatie gaat daarop in omdat men zich geen zorgen maakt over de medemens noch bij oplossingen waar men zelf verantwoordelijkheid voor kan dragen. Men maakt zich zorgen over het feit dat bewoners niet kunnen betalen. Het gaat om het geld, niet de oplossing noch het probleem. Een uit huis plaatsing kost ook nog eens geld die men nergens kan verhalen. De woningbouw corporaties maken zich zorgen over zichzelf. Zij plaatsen de verantwoordelijkheid bij de huurders maar deze kan geen verantwoordelijkheid nemen voor een gemanipuleerd geldsysteem.

Men valt in handen van familie of een opvangsysteem voor daklozen. Ook deze zwaar gesubsidieerde organisaties, die veelal net zoveel personeel hebben als mensen die ze moeten “helpen”, gaan niet in op de uitnodiging van de Stad van Morgen om wat te doen aan de maatschappelijke context. Dat is hun belang niet. Het belang van de opvang is de relatie daklozen en subsidie. Bij meer daklozen stelt men de maatschappij niet ter discussie maar klopt aan voor meer subsidie. Als een deel van dat geld geïnvesteerd zou worden in maatschappelijke verandering dan zouden er geen daklozen zijn. De overheid stelt dat ze “het goed geregeld heeft” en ontleent macht aan het vangnet en het probleem. De dakloze krijgt een dak binnen de geldafhankelijke cultuur maar geen eigenwaarde noch mogelijkheden om zich zelfredzaam te ontwikkelen. De overheid verhoogt de belastingdruk en bureaucratie.

Mensonwaardig
Het is allemaal krom en mensonwaardig. De leegstand in de kantoorruimtes is gigantisch. Stad van Morgen stelt voor om de gebouwen te gebruiken voor mensen en gezinnen die buiten de economische wereld zijn gevallen, huisvesting en vooral emotionele en psychische rust nodig hebben om zich als mens in burgerschap te herstellen.

De Stad van Morgen aanpak is gericht op menselijkheid en de wederopbouw van menswaardigheid en toegevoegde waarde. In eerste instantie gaat het dan niet om geld maar de waarde van positief ondernemend burgerschap. We passen de STIR lus toe om mensen uit hun uitzichtloze isolement te halen waar de economie en maatschappij toe heeft geleid en helpen de mensen middels het sustainocratische “ondernemer van je eigen leven”. Het blijkt dat de leegstand in vastgoed fiscaal aantrekkelijker is dan middels samenwerking met Stad van Morgen. De betreffende wethouders willen niet eens met ons aan tafel. De instanties houden zich gesloten voor verandering en bezigen mensenhouderij vanuit macht en geldzucht.

Toen ik constateerde dat stichtingen, die gesubsidieerd worden uit onze belastingmiddelen en daarmee honderden mensen plegen te helpen, moesten stoppen wegens de onwaarschijnlijke druk van de huurlasten, sprak ik de wethouder erop aan. De conservatieve vastgoed lobby blijkt zo sterk dat meer, voor de mens bedoeld subsidie geld verdwijnt aan huurpenningen dan aan hulpverlening. Schandalig dat de dode stenen waardevoller zijn dan de menselijke interactie en het beleid dit niet kan of wil doorbreken. De wethouder reageerde niet. Ik wel maar boks op tegen conservatieve oude belangen.

En daar zit de kern van ons landelijke probleem. Vastgoed is een speculatief leven gaan leiden dat gaandeweg de menselijke waarden is gaan overtreffen als we het in geld uitdrukken. Huisvesting is een grondwettelijk recht maar ondergeschikt geraakt aan het geldbelang van de muren. Huisvesting is nodig voor zowel de veiligheid van wonen als de menselijke interactie voor waardecreatie. Als voor de maatschappij de muren meer waard zijn geworden dan de toegevoegde waarde die de mens kan leveren binnen de muren dan is de mens een last en de muren een lust. De maatschappelijke beleidsfocus gaat naar de lusten en niet de lasten, naar vastgoed niet huisvesting. Daarin zit de onmenselijkheid en de basis van onze crisissen.

Als Stad van Morgen praat over de grote transformatie dan gaat deze over het veranderen van dit doorgeslagen materialisme (vastgoed, speculatie met tekorten, muren, geld) naar menselijkheid en duurzame vooruitgang die door de mens wordt gecreëerd (veiligheid, creativiteit, innovatie, sociale cohesie, samenwerking, enz). Het is een cultuur verandering van machtige dode stenen naar krachtige creatief samenwerkende mensen. Stad van Morgen blijft de overheid, woningbouwcorporaties en medemens uitnodigingen om samen die transitie aan te gaan. Te beginnen met de combinatie daklozen en leegstaande panden. Daarmee bouwen wij een gezonde nieuwe werkelijkheid en uiteindelijk een nieuwe economie van menselijke waarden en waardecreatie. Wie doet mee?

Nederlandse economie is verrot

Geld heeft geen kleur, geur, noch smaak. Wanneer je geld hebt dan kun je er allemaal leuke dingen mee doen. Vanuit dat algemene perspectief staan we zelden stil bij het concept “geld” behalve dat we er voldoende van willen hebben om aan onze dagelijkse behoeften te kunnen voldoen én een beetje meer. Hoe we met geld om gaan heet “economie” en er zijn goede en slechte versies. En dat heeft helemaal niets met veel of weinig geld, groei of krimpt te maken. Het verwijst naar de cultuur van al of geen waardecreatie.

Waardecreatie 
Een cultuur van waardecreatie heeft niet perse geld nodig want geld zelf heeft geen waarde. Het is hooguit een catalysator om waarde te kunnen creëren. In de oorsprong van het industriële tijdperk werd volop waarde gecreëerd omdat de fabriekjes dingen produceerden die mensen echt konden gebruiken. Stoelen, tafels, kasten, fietsen, enz. Gebruiksartikelen die het dagelijks bestaan gemakkelijker maakten werden gefabriceerd. Geld had een tegenwaarde in goud en vertegenwoordigde een voorraadje arbeid. Iemand ging ambachtelijk werken en kreeg daarvoor in ruil geld. Daarmee kocht men spullen die men zelf gemaakt had tijdens het werk en zo circuleerde het geld weer gewoon terug. Dat noemen we een kringloop-economie, een economie waarin geld een proces mogelijk maakt waarin waarde wordt gecreerd en het geld weer vrijkomt voor hetgebruik in waardecreatie. Als het om een stoel gaat is die waarde “kunnen zitten” of “kunnen uitrusten”” . “Fietsen” of “zich sneller dan lopen van A naar B kunnen verplaatsen” als het om een fiets gaat, of “eten” als het om dagelijkse voeding gaat. Lokaal bedient lokaal door te werken aan het vervaardigen van de behoeften en dit onderling te betalen wegens die behoeften. Geld komt onveranderd uit dit proces en wat er overblijft is een concrete meerwaarde die voorheen niet bestond, of die hernieuwd diende te worden.

Om die meerwaarde te creëren diende men creatief te ondernemen, ambachtelijk te werken en samen initiatieven te nemen.

Geld heeft zelf dus hier geen waarde maar stelt in staat om toegevoegde waarde te creëren. Dat is de goede economie. De deelnemers verdelen de toegevoegde waarde onderling al naar gelang de inzet in het proces en talent om het mogelijk te maken (in sustainocratie noemen we dit “buddinomics” om een onderscheid te kunnen maken met “economics”).

Waarde consumeren
Een andere vorm van economie is die van waardeconsumptie. Dat is een economie waarin geld nodig is om de gebruiksartikelen te mogen kopen en gebruiken, consumeren. Om zo’n economie stabiel te houden dient waardecreatie sterk afgestemd te zijn met waardeconsumptie want anders zouden er overschotten of tekorten ontstaan, ook in geld. Dat zou weer een hapering in het circuleren van het geld veroorzaken met problemen als gevolg. Dat is een moeilijk maatschappelijk proces. Als er bijvoorbeeld teveel stoelen worden gemaakt die dan niet afgenomen worden in de lokale geldgebaseerde kringloop dan is er meer geld in omloop door de gedane arbeid maar dit vloeit niet terug doordat men geen stoelen meer nodig heeft. Het stoelenbedrijf dreigt dan in de problemen te komen. Deze zoekt nieuwe afzetmarkten voor het overschot, om de uitbetaalde arbeid terug te verdienen en weer terug te investeren in een nieuwe cyclus. Men gaat dus op zoek naar nieuwe markten. In de nieuwe markten zit geen kringloop economie omdat de arbeid die gedaan wordt om de stoelen te maken elders wordt gedaan dan waar het verkocht wordt. Geld om de stoelen te kopen vloeit dus weg uit het gebied naar het gebied van de fabriek. Het geld kan dus niet lokaal meer worden hergebruikt in een nieuwe cyclus. En bij de fabriek ontstaat een nieuwe kringloop waar meer geld nodig is voor lokale arbeid voor overproductie. Er is dus overal een onbalans.

Dat gaat misschien even goed zolang er niet teveel andere gelijkwaardige bedrijven op het pad komen. Want dan begint concurrentie dat dwingt tot waardevermindering of het creëren van een onderscheidend vermogen via “het anders zijn en blijven”. De zuigkracht van kapitaal naar de plek van waardecreatie maakt de fabriek afhankelijk van de “markt” waar het niet wederkerig mee omgaat met arbeid. Er ontstaat een onbelans in de kringloop die de kringloop kwetsbaar maakt voor alle betrokken partijen. De “economie” wordt aangetast zowel aan de kant van consumeren als aan de kant van produceren. Als “wereldeconomie” zou dit goed kunnen komen als er een wereldse kringloop zou zijn maar die is er (nog) niet. We praten over een globale consumptie-economie maar niet een globale waarde-creatie economie.

Als er daarentegen tekorten ontstaan in een consumptie economie door te kleinschalige productie en een te grote vraag dan gaan er weer andere krachten werken. De prijs kan dan omhoog gedreven worden of men investeert om meer te kunnen gaan produceren voor de vraag. Er is dus meer geld nodig om te kunnen groeien. Als deze groei is afgestemd op de juiste vraag dan komt dat extra geld gewoon weer terug en is er geen enkel probleem. Wel natuurlijk als over dit extra geld rente betaald moet worden want dat gaat ten kosten van het ingelegde geld. Er vindt waardecreatie plaats maar ook waardeonttrekking (rente) via het geld.

Als geld geen catalysator meer is maar een doel op zich voor partijen via rente of winst op geld, dan kan dat alleen door waarde te onttrekken aan het uiteindelijke waardecreatieproces.

Er is nog een manier om geld te laten groeien en dat is door speculatie. Door kapitaalgoederen (goud, zilver, huizen, autos, ed.) schaars te houden stijgt de waarde van het object in een consumptie-economie. Het geld dat de waarde bepaalt van het object wordt niet meer afgestemd op de arbeid die erin wordt gestopt maar de wens die men heeft om het object te hebben. Zo ontstaat de hebzucht in een consumenten economie. De economie groeit maar de waarde vermindert.

In feite verrot de economie van binnen uit, niet alleen door structurele waardeontrekking uit de omgeving en onze toekomst maar ook door de blinde mentaliteit van “het vermeende recht tot consumeren” zonder wederkerigheid van onszelf.

De verrotte Nederlandse economie
In de Nederlandse economie, net als die van de meeste landen van de wereld tegenwoordig, speelt het bovenstaande op gigantisch niveau. Nederland is afhankelijk van de rest van de wereld voor haar economische stabiliteit door groei die gebaseerd is op twee pilaren: speculatie en consumptie. Op twee fronten wordt dus structureel waarde onttrokken aan de maatschappij. Paradoxaal stijgt de hoeveelheid geld die in omloop wordt gebracht om beide pilaren in stand te houden. Het is allemaal een hypthecaire schuld op de toekomst om ons huidige consumptieniveau op peil te houden omdat de economie daarop is gebaseerd, juist om de consequenties ervan te kunnen financieren. Om effectief te kunnen consumeren moet de infrastructuur worden aangepast voor goederen en personen vervoer. Er moeten winkelcentra beschikbaar zijn die het gemakkelijk maken om te kunnen consumeren en de voorraden van beschikbare materialen moeten overvloedig aanwezig zijn om de consumptie optimaal te laten verlopen. Onze betrokkenheid in de economie is via werkzaamheden aan de infrastructuur en de distributie van de goederen. De enige “toegevoegde waarde” is die van het in stand houden van de etalage voor de consument. De mens is verworden tot een gebruikersmachine die geld verslind om goederen te verslinden. De goederen voor consumptie worden amper meer lokaal gemaakt noch van waarde voorzien maar komen overal vandaan. Vandaar dat geld structureel wegvloeit uit Nederland naar andere gebieden of blijft hangen in het speculatieve distributiesysteem.

Overconsumptie leidt uiteindelijk tot het uitdrogen van de aarde, de vervuiling van ons nest, de opkomst van de vele consumptieziekten (psychische hebzucht klachten, gezondheidproblemen, onderlinge problemen, enz), klimaatverandering, de verloedering van jaloerse onderlinge menselijke relaties, enz. We zien een stijging van criminaliteit, ongezondheid, armoede, vervuiling alom en tegelijkertijd een stijging in inflatie, economische groei en groei in de algemene geldelijke schulden van de individu en de omgeving. De economie is verrot en de maatschappelijke mentaliteit ook. Er wordt geen waarde meer toegevoegd aan de maatschappij door onszelf en wij hebben het structureel onttrokken door onszelf te verzieken op alle fronten.

Het geld is precies hetzelfde, of het nu uit een kringloop economie komt waar het geen waarde heeft maar bijdraagt aan waardecreatie, of in een consumptie-economie waar het bijdraagt aan algehele vernietiging. Het gaat niet om het geld zelf maar de manier waarop wij ermee omgaan, het belang dat wij eraan hechten en de waarden die wij onderling al dan niet verdelen. De huidige manier in Nederland is verziekt. Wat nu?

Rotte economie herstellen?
Van een goede naar een slechte economie verhuizen is gemakkelijk. Men hoeft het geld maar te koppeken aan consumeren in plaats van het creëren van waarde. Dan is het kwaad geschiedt (gebeurde in de jaren 70) en stuurt men op de onverzadigbare hebzucht van de mens met alle gevolgen van dien. Uiteindelijk leidt dit tot gigantische crisissen, niet alleen economisch maar vooral ook psychisch en maatschappelijk. Die werkelijkheid zien wij overal om ons heen.

Van een verrotte economie naar een gezonde verhuizen is nagenoeg onmogelijk omdat men de mentaliteit van de bevoking én de aan hebzucht verbonden maatschappelijk organisatie volledig moet omdraaien. Dat wil zeggen dat wij weer om moeten leren gaan met directe waardecreatie, zelfvoorziening en persoonlijke inzet en verdeling van waarde. Dat betekent dat de bevolking, die generaties lang omringd is geweest met een feestwinkel van consumptieartikelen ineens moet kijken wat men er zelf nog van kan maken in een duidelijke wederkerige relatie met haar (natuurlijke) omgeving? Niet veel waarschijnlijk omdat we dat niet meer gewend zijn en ook in gedrag niet voor worden opgevoed. Men heeft twee linkerhanden ontwikkeld en een grote broekzak. Daarnaast zijn alle consequenties van de hebzuchtperiode zo groot dat er veel middelen nodig zijn om er iets tegen te kunnen doen. Die middelen worden nu nog uitgedrukt in geld. En dat geld moet uit de belastingen van een consumerende bevolking komen. Eigenlijk moet het komen vanuit inzicht en inzet van de bevolking zelf maar dan staat er geen geld meer tegenover maar gezondheid, de reparatie van een ongezonde maatschappij en zware arbeid vanuit inzicht. En daar zijn wij niet meer toe bereid.

Dat werk gaat generaties lange inzet kosten. De natuur lost dit soort situaties veel handiger op door ons onszelf te helpen vernietigen. Dat is de werkelijke hypotheek die wij op inze toekomst hebben gelegd, namelijk de dood van onze kinderen en kleinkinderen die wij elke kans hebben ontnomen door hen een mentaliteit over te dragen in een vervuilde omgeving die alleen maar leidt tot dood en verderf. Dat is de consequentie van onze hebzucht maar omdat deze verblindt binnen de rotheid van de economie en ons eigenbelang zal het ons over het algemeen een rotzorg wezen. Wie dan leeft, wie dan zorgt.

De enigen die verantwoordelijkheid kunnen nemen zijn wijzelf, de volwassen generatie en via onderwijs en opvoeding ook naar de toekomstige generaties.

Sustainocratie is een voorbeeld van een oplossing in een complexe, geinstitutionaliseerde maatschappij. Waardecreatie staat dan voorop en kan snel worden waargemaakt én Nederland zelfs op de wereldkaart zetten als gebied waar voor het eerst echt verantwoordelijkheid werd genomen.

“Dankjewel papa en mama” kan dan uiteindelijk in de toekomst verschillende betekenissen hebben in de ondertoon. Wij bepalen welke.