De Stad van Morgen positioneert zich als verbinder op de zogenaamde niveau 4 bewustzijnsgedreven cocreatie van gebiedsontwikkeling. Dat is een moderne manier om SAMEN (mens en instellingen) verantwoordelijkheid te nemen voor een aantal essentiële waarden die we niet kunnen noch mogen delegeren. De gemeenteraad verkiezing 2022 zijn daarom geschikt om te kijken met wie we de komende vier jaar als bevolking gaan optrekken in multidisciplinaire samenwerkingsverbanden ala AiREAS (gezondheid en gezonde leefomgeving), COS3i (sociale inclusie en zorg voor gezondheid voor en met elkaar), of FRE2SH (stadslandbouw en de platteland transitie). Ook de energie uitdaging is groot. We wonen verkeerd. Alleen maar bijbouwen lost de problemen niet op, we moeten anders gaan wonen en beter gebruik maken van de woonoppervlakte die er al is.
Voor de politieke partijen die zich verkiesbaar stellen is dit een uitdaging op zich. Wat gebeurd er als ze de stemmen eenmaal binnen hebben. Hoe toont men het gezicht naar de beoogde samenwerking? Wat onderhandeld men in een coalitieakkoord en zorgt met voor de bestuurlijke ruimte voor cocreatie met de omgeving? Er is veel te doen, en zeker niet gemakkelijk allemaal…..Uiteindelijk is de gemeente slechts één van de vier poten aan de tafel van duurzame menselijke vooruitgang (niveau 4). Al die poten zijn essentieel maar dan moeten ze zich optimaal gedragen als fundament van de cocreatie tafel.
Toen rond 1905 het eerste ziekenfonds voor werknemers (1900) werd overgenomen door de overheid, en zich ontwikkelde als verplichte ziekenkosten verzekering voor de hele bevolking, ontstond langzaam de blauwdruk voor een zorgmaatschappij. In de naoorlogse jaren 60 en 70 groeiden die uit tot een “verzorgingsmaatschappij” waarin de overheid allerlei verantwoordelijkheden naar zich toe trok die uiteindelijk zouden leiden tot een enorm waterhoofd aan kostbare belangen. De consequenties voor de hele samenleving waren destijds nog niet te overzien. Nu, drie generaties verder, kunnen we dat wel.
We gaan natuurlijk uit van de goede bedoelingen van die oorspronkelijke opzet. Argumenten zoals het voorkomen van nieuwe oorlogssituaties door maatschappelijke onrust, de te verwachten vergrijzing, het ontzorgen van ouders ten bate van het arbeidsproces, een vangnet voor tijdelijke arbeidsongeschikten, zieken of werklozen, enz hadden een onderbouwde logica.
Als we nu afstandelijk naar de ontwikkelingen kijken dan zien we dat verzorging gaandeweg verward werd met bemoeizucht en betutteling. Daar werd een wildgroei aan instanties, regelgeving en bijbehorende dossier ambtenarij aan verbonden. Dit waterhoofd aan belangen groeide uit tot een meerkoppig gezwel dat een eigen leven ging leiden. Een leven die de werkende Nederlander al snel niet meer kon opbrengen waardoor de extra benodigde financiering verlegd werd via het schuldenpakket naar een speculatieve benadering van een groei-economie. De steeds afhankelijker wordende groepen van de bevolking werd steeds vaker gezien als profiteurs dan als zorgbehoevenden. De financiële belangenwereld werd het infuus waar het waterhoofd zich mee in stand moest houden. Dwang en controle werden meer norm dan uitzondering met een groeiend ambtenaren apparaat dat dit moest uitvoeren.
Dit alles heeft een evolutionaire logica binnen de context van een maatschappij die gefocust is op afstemming via onderlinge geldbelangen. De problemen hebben de tendens zich exponentieel op te stapelen terwijl belang gehecht wordt aan de tendens niet het omkeren ervan. Kortom instellingen worden onderdeel van het probleem, niet de oplossing waardoor ze zichzelf overbodig zouden maken.
Sinds de bankencrisis van 2008 werd de onhoudbaarheid van dit waterhoofd duidelijk, mede wegens de manipulatieve krachten die eruit waren ontstaan. De bankwereld was niet de enige waar misbruik tot luchtbellen was uitgegroeid. Overal om ons heen is het misbruik zichtbaar en komt tot uiting via klimaatproblemen, groeiende armoede, drama’s zoals de toeslagenaffaire, vervuilingspatronen en afvalbergen, groeiende groepen getraumatiseerde inwoners in uitzichtloze situaties, algehele ongezondheid, enz. Daar komt nu ook de dreiging van pandemieën bij, golven van ziektepatronen in dichtbevolkte gebieden, vooral daar waar ongezondheid of ongezonde situaties zich voordoen.
Waar in feite steeds meer zorg nodig is wordt al jaren structureel kosten bespaard die nopen om de maatschappij aan banden te geleggen omdat men de toegeëigende verantwoordelijkheden niet meer aankan. Het waterhoofd blijft zichzelf voeden als een gezwel dat steeds meer pijn doet dan het verzacht. De wereldwijde drang tot vaccinatie en technologische controle middelen zijn een zoveelste uiting van de machteloosheid die men met dwang tracht te verdoezelen.
Een extra dimensie van de problematiek is dat de huidige vorm van democratie niet bijdraagt aan de oplossing. De stemmen van de meest afhankelijke bevolkingsgroepen bepalen veelal de uitkomst van verkiezingen. Men is over het algemeen bang om vermeende zekerheden te verliezen. Zo komen de grote structurele uitdagingen pas aan bod als alles fout dreigt te gaan of instort. Er is een vorm leiderschap ontstaan van meerlaagse, in stand te houden eigenbelangen, niet duidelijke visie noch mindset op gebied van duurzame menselijke en maatschappelijke vooruitgang.
De transitie naar de geoliede horizontale welzijnsmaatschappij
Gezondheid en welzijn kun je niet kopen, ook niet inspuiten met vaccins. Gezondheid komt tot uiting middels bewustwording, eigen en samen gedragen verantwoordelijkheid, innerlijk drijfveren, participatieve betrokkenheid en een gezondheid gedreven beleid tot samenwerking. Zo’n welzijn gedreven maatschappij is geen kostenpost vanuit zorg, betutteling en regelgeving. Het is een verantwoordelijkheid gedreven co-creatie van iedereen die betrokken is bij dit welzijn, voor zichzelf en allemaal samen. Dat geldt voor de inwoners zelf, de overheid, de kennisinstellingen, het bedrijfsleven en het onderwijs.
“In de natuur is alles altijd gezond. Dat wat ongezond is sterft en maakt plaats voor een nieuwe cyclus van gezondheid”, een keiharde en onaangename waarheid die ook geldt voor de mens en haar instanties. Daarom heeft Sustainocratie “gezondheid” als eerste natuurlijke kernwaarde opgenomen waar we allemaal samen verantwoordelijk voor zijn. Althans, als we ons duurzame voortbestaan serieus willen nemen.
In plaats van de wildgroei aan belang dragende instanties dient de bevolking een belangrijk deel van haar eigen verantwoordelijkheid weer op zich te nemen, eventueel geholpen door gespecialiseerde instellingen die mede het hogere welzijnsdoel invulling geven en niet puur het eigenbelang. Deze instellingen ontwikkelen een geïntegreerde functie in het gemeenschappelijke, multidisciplinaire setting waarin inzet, doelstellingen en verantwoordelijkheden samen worden afgestemd.
De eerste stap is dat de bevolking zelf die verantwoordelijkheid omarmt door de ondernemende stappen te zetten in de invulling van haar gezondheid als basisbehoefte en van daaruit een nieuwe relatievorm op te bouwen met haar institutionele en natuurlijke omgeving.
Dat is een lastige stap als men al generaties lang niet meer gewend is om een community te vormen en samen de verantwoordelijkheden van onderlinge verzorging te dragen. Ook lastig als men gewend is aan een schijnovervloed via consumptieve keuzes en ineens de levensstijl moet downgraden naar datgene wat de community zelf kan produceren/cocreëren. Toepassing van kennis, technologie en innovaties kan daarbij van grote hulp zijn maar dan moet men er eerst weer mee leren omgaan. Ondanks de moeilijkheden zien we dit toch gebeuren.
Het zijn de pioniers in de wijken, in de buurten, die de basis opzetten voor een groeiende samenhorigheid en betrokkenheid. Gaandeweg bouwt de geld en andere afhankelijkheid af en groeit de waardecreatie en verdeling onderling. Het oude waterhoofd probeert zichzelf even krampachtig in stand te houden maar loopt lekgeslagen gaandeweg leeg. Bij de regionale overheden is dit bewustzijn steeds sterker aan het doordringen en ontstaan er coalities met de lokale bevolking. De Sustainocratische aanpak is daar al enige tijd een voorbeeld van met de Stad van Morgen als horizontale verbinder aan een vijftal gedefinieerde kernwaarden, waaronder gezondheid.
Zondag, 19 december om 19:30 verbindt Jean-Paul Close zich via zoom op Facebook live met Maxwell (10) in California (Amerika). Hij heeft via zijn moeder contact opgenomen omdat hij meer wilde weten over Sustainocratie.
Einstein zei ooit: “Als je het niet aan een zes jarige kunt uitleggen dan snap je het zelf niet”.
Dus gaat Jean-Paul, de bedenker van het moeilijke woord, de uitdaging aan. Moeder Kayla zal modereren en de techniek aansturen. Ook zijn andere jonge kinderen met hun ouders uitgenodigd om vragen te stellen. Het zal zeker een verrassing zijn hoe dit mooie initiatief zich zal ontwikkelen. Het is zeker interessant om te zien hoe we de jonge generatie kunnen bevredigen in hun prille nieuwsgierigheid en misschien een zaadje planten voor de toekomst. U kunt meekijken als u wilt, live via de FB pagina van moeder Kayla.
Op 25 januari 2022 organiseert STIR (de wereldwijde Stad van Morgen) een internationale online dialoog over “Vrede“. De dialoog is in het Engels. Wat zegt dat woord U? Wat is de betekenis? Hoe komt het tot stand? En hoe kunnen we het behouden?
De van Nigeriaanse oorsprong Ukpeme Okon is Ambassadeur van de Vrede van de Verenigde Naties. Zij is medeorganisator van onze dialoog. Naast haar werk in Amerika als advocate, is ze moeder, muzikante en oprichtster van het Nigeriaanse bemiddelingsbureau voor lokale conflicten voordat ze tot een rechtszaak komen. In juli 2022 organiseert zij een wereldwijd vredes Jazzconcert dat online wordt uitgezonden.
Op de foto: het vreedzame meertje bij Chata Mirdada in Polen waar we gezondheid retraites organiseren
Jean-Paul Close is de initiatiefnemer van STIR en vormgever van de maatschappijvisie Sustainocratie. Hierin zorgen wij als mens voor onze duurzame ontwikkeling volgens de richtlijnen van een vijftal essentiële kernwaarden en onze gemeenschappelijke verantwoordelijkheid om deze voor onszelf en elkaar te waarborgen.
Ons wereldwijde initiatief “World Happiness Bird” heeft er een uitdaging aan verbonden. Het nodigt uit tot het weergeven via een vorm van expressie “wat vrede betekent voor u?”. Een tekening, een gedicht, een schilderij, een lied (al dan niet van uzelf), een zinssnede of gezegde, een opvatting, een ervaring, een video. Deel het met ons zodat we het met de wereld kunnen delen. Tijdens de online sessie zullen we er een aantal uitlichten en delen.
De vredes dialoog is een initiatief dat voortkomt uit de wekelijkse zoomsessies op dinsdagmiddag. De aanleiding is de noodzakelijke aandacht voor vrede door de groeiende onrust in de wereld wegens klimaat gerelateerde problemen, lokale onrusten en conflicten, vluchtelingen, migraties, hongersnoden, rampen, enz.
Aanmelden voor de sessie op de 25e?
You are invited to a Zoom meeting. When: Jan 25, 2022 05:00 PM Amsterdam
Vandaag was ik uitgedaagd door een studente van Fontys om haar eigen klasgenoten en haarzelf ook weer uit te dagen. Zij studeren communicatie technieken met een speciale focus op de culturele sector. De grote vraag was “hoe ontstaan communities?” en natuurlijk ook “hoe houd je ze levendig in stand?”.
Ikzelf mocht hen prikkelen met mijn eigen community drang rondom het samen (instellingen en mensen gelijk) verantwoordelijkheid nemen voor onze menselijke kernwaarden. Dat is natuurlijk leuk en aardig en een bewijs dat communities rondom onze grote maatschappelijke uitdagingen kunnen ontstaan. Maar ik heb ook één grote zwakte: “ik weet niet hoe ik jongeren mee kan krijgen” in al mijn uitdagingen. Logisch dat ik deze groep om hulp vroeg. Daarvoor had ik met name AiREAS genomen als uitdaging.
Wat maakt een community?
De aanpak was intensief. Een korte uitleg van mij moest hen prikkelen om aan de slag te gaan met hun creativiteit. Ik vertelde over mijn eigen processen om tot Sustainocratie te komen, de verschillende communities die erin zijn ontstaan, en AiREAS als concrete uitdaging voor vandaag, inclusief mijn hulpvraag.
Daarna kregen deze jonge mannen en vrouwen ongeveer 90 minuten de tijd om een concreet plan te ontwerpen ter presentatie. In die 90 minuten gingen ze door verschillende stadia. Allereerst moesten ze zien te begrijpen wat er bedoeld werd. Het thema luchtkwaliteit wordt niet onderwezen op school. Ook de problematiek van Noord West Europa op gebied van luchtvervuiling was niet echt tot hen doorgedrongen. Ze gingen op zoek naar kennis op internet en probeerden tegelijkertijd een idee te vormen over wat nu de theoretische basis is voor het vormen van een community.
“Een community bestaat uit gelijkgestemden die samen de interesse in een bepaald onderwerp delen” was één van de definities die men wist aan te dragen.
Daarna moest er nog een plan bedacht worden dat zou leiden tot community-vorming, betrokkenheid van jongeren én verbetering van luchtkwaliteit. De groep had zich verdeeld in vijf subgroepjes, elk van 3 personen. De docent en ikzelf deden een rondje om de groepjes eventueel bij te staan bij vragen of tips. De gesprekken die ik voerde waren betrokken, relevant, analytisch, enz. Men wist zich in te leven in hun eigen community gedrag in het dagelijks leven, of het ontbreken ervan door persoonlijke omstandigheden, corona of een beeld van een bepaalde cultuurontwikkeling rond individualisme.
Tot slot moesten ze zich ook nog voorbereiden op een presentatie. Dat wil zeggen, de keuze maken wie wat presenteerde, in welke vorm en met welke ondersteuning? Zelfs daarin bleken deze studenten uit te blinken. Elke presentatie werd verbaal goed gebracht en ondersteund door professioneel beeldmateriaal.
Uiteindelijk werden vijf project ideeën geopperd, onderbouwd en getoetst aan de groep zelf als doelgroep. Het idee “adopteer een plant” ontving meteen veel bijval. De andere ideeën ook maar leverden eerst wat aanvullende discussies op. Opvallend was geweest de groepsdynamiek waarmee men de uitdaging was aangegaan, hoe de groepjes met de stress dip omgingen om tot een gewenste keuze te komen en de professionaliteit rond de uiteindelijke uitvoering van de presentatie. En dat alles in 90 minuten tijd!
Deze groepjes zijn natuurlijk uitgedaagd om hun creativiteit in de praktijk tot uitvoering te brengen, samen met de partners in de AiREAS community. Zonder uitzondering werd dit geaccepteerd. Wij zullen hier met veel genoegen de uitvoering volgen en kijken hoe die uiteindelijk wordt geïmplementeerd en met welke 4 x WIN resultaten.
Het eerste 3D bedrijfsplan ter wereld is een doosje
Henry Mentink heeft niet alleen het Veerhuis opgericht. Hij is tevens initiatiefnemer van het deelauto concept MyWheels en degene die met een kruiwagen vol zand naar Parijs gaat lopen in 2022 om de Aarde in zijn geheel op de werelderfgoedlijst te krijgen. Hij leeft zijn eigen innerlijke passie via de initiatieven die hij neemt. Deze sluiten ook weer aan op de grote uitdagingen van deze tijd. Zo weet hij zijn innerlijke beleving te verenigen met zich externe verbintenissen. In zakelijke termen noemen we zoiets ook wel “Business Spiritualiteit” en in termen van Sustainocratie: 4 x WIN.
Henry maakte er een originele, geheel eigen versie van, die hij gebruikte in zijn gesprek met de Triodos bank voor de financiering van enkele plannen. Deze legt hij hier uit als het eerste 3D bedrijfsplan ter wereld.
Leonie Haas tekende een maatschappij in wording volgens de inzichten die Daan Fousert weergeeft in zijn boek “Leiderschap voor Toekomstmakers”. Omdat ik er veel in herkende van de totstandkoming en uitvoering van Sustainocratie, vroeg ik toestemming om het te gebruiken. Zelfs veel van de onderbouwing ervan is erin verwerkt. Herkent u zich in de beelden? Deze gelden overigens ook voor instellingen in transitie, zoals overheden, bedrijven, scholen…..