6 aandachtspunten burgerparticipatie en mede verantwoordelijkheid

Tijdens het stadsdebat afgelopen zaterdag in de raadzaal van Eindhoven, over burgerparticipatie en het samen dragen van maatschappelijke verantwoordelijkheden volgens geformuleerde kernwaarden zoals gezondheid en luchtkwaliteit, kwamen zes aandachtspunten unaniem naar voren. Het debat was georganiseerd door Stichting STIR  (Stad van Morgen) en AiREAS naar aanleiding van de expositie tijdens Dutch Design Week 2016 over gezondheid gedreven gebiedsontwikkeling volgens het sustainocratische maatschappijmodel. In dit model wordt gesteld dat menselijke kernwaarden (zoals gezondheid) alleen waargemaakt kunnen worden in strikte samenwerking tussen de verschillende onderdelen van een samenleving: burgers, overheid, wetenschap en innovatief ondernemerschap. Omdat functies in onze traditionele en verouderde manier van samenleven gescheiden zijn werd de aandacht voor de kernwaarden nooit gemeenschappelijk noch in de gefragmenteerde verantwoordelijkheden gedragen. Hierdoor beleven we de huidige situatie van intense wereldwijde vervuiling, misbruik van grondstoffen en politiek economische sturing met veel bureaucratie en regelgeving, reagerend op problemen maar nergens in staat om eenzijdig een proactieve benadering te formuleren voor een duurzaam menselijk voortbestaan. Kritieke situaties stapelen zich op.

Sustainocratie wordt daarom steeds vaker gezien als een noodzakelijke evolutionaire stap in gebieds-en maatschappijontwikkeling maar vergt daarbij een geheel nieuwe omgang en samenhang tussen alle belangenpartijen. Die samenhang wordt ook wel het nieuwe niveau (niveau 4) van gebiedsontwikkeling genoemd, een niveau waarin de onderliggende functionele niveaus samenkomen en zich verbinden aan het nastreven van de geformuleerde menselijke en natuurlijke kernwaarden.

De vele internationale bezoekers tijdens Dutch Design Week reageerden aangenaam verrast over het ontstaan van Sustainocratie in Eindhoven, de gemeenschappelijke expositie hierover in het gemeentehuis en de praktische uitvoering via (onder andere) AiREAS. Velen namen ervan kennis, noteerden de publicaties hierover, om het ook in te gaan voeren in hun thuisgebied ergens in de wereld.

In Eindhoven gaan we echter weer stappen verder. De fase van het activeren van proactief betrokken burgerschap in de Sustainocratische processen is in volle gang, net als het betrekken van de vele instanties die gewend zijn om op een hele andere manier met elkaar en hun institutionele opdracht om te gaan. De recent geformuleerde bestuurlijke Health Deal in Brabant is misschien een mooie kapstok voor besluitvorming en beleid maar dient zich wel te verbinden aan burgerparticipatie, initiatieven en gemeenschappelijk gedragen programma’s. Kernwaarden zoals gezondheid kun je namelijk niet kopen, je maakt ze waar, samen! In een koop en verkoop georiënteerde maatschappij overheerst geld met de “economie” als maatstaf waarin allerlei beloningsstructuren mensen en instanties bezig houden. Maar het nastreven en onderhouden van kernwaarden is geen handelseconomie. Het is een cocreatie met doelgerichte veranderingen vanuit een gemeenschappelijk gedragen bewustwording en dragen van verantwoordelijkheid. Deze doet er veel toe maar niet past in die oude wereld van regulering, geldgedreven beloning of afhankelijkheden. Er zijn nieuwe instrumenten nodig die deze vorm op niveau 4 consolideren.

Het debat begon met presentaties van burgers die pioniers zijn in deze ontwikkeling. Zij tonen hun motivatie, aanpak, successen en doorzettingsvermogen. De vraag in het debat is geënt op het uitvergroten en consolideren van de initiatieven in een nieuw geformaliseerde maatschappelijke context. Nu is de evolutie nog te veel afhankelijk van pioniers en daarom erg persoonsgebonden en kwetsbaar. Het veralgemeniseren van de processen vergt erkenning en positionering dat onderdeel is van een nieuwe werkelijkheid en complexiteit.

De zes grote lijnen zijn daarvan het resultaat:

1. Erkennen en waarderen van sociaal ondernemen.

2. Indexeren en meetbaar maken van sociaal ondernemerschap.

3. Wijkgerichte burger betrokkenheid creëren.

4. Durf bestuurlijke ambities gezonde verstedelijking hoog te leggen.

5. De jongeren betrekken bij de maatschappelijke uitdagingen.

6. Internationale uitwisseling  van het goede voorbeeld.

Er is een manifest ontstaan uit dit debat dat de punten verder toelicht. Het manifest kunt u hier downloaden manifestburgerparticipatie-2 en eventueel ondersteunen.

Stadsdebat burger verantwoordelijkheid gezonde verstedelijking

Gezondheid is geen politiek economisch discussiepunt. Het is een van de 5 sustainocratische kernwaarden en daarom een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van ons allemaal! Een gezonde stad creëren en onderhouden we samen!

Help mee onze prioriteiten te stellen voor de komende jaren.

Burgers aan zet: Stadsdebat – Raadzaal Eindhoven – Zaterdag 29 oktober – 14:00 – 16:30 (Gratis aanmelden kan hier)

stadsdebat-gezonde-stad-burgers2-2

Gratis geld of basisinkomen

Geld is een menselijk bedenksel, een concept dat niet bestaat totdat er betekenis aan wordt gegeven. “Gratis” betekent “kost geen geld”. Dus “gratis geld” geeft betekenis aan niets, een loze dubbelzinnigheid die pas betekenis krijgt als waarde wordt toegekend aan “geld” waarna het eventueel zonder verplichtingen kan worden weggegeven, zoals men suggereert met het basisinkomen. Wij hebben geldsystemen geschapen die pas betekenis kregen toen wij het verbonden hebben aan een geaccepteerd waardemiddel, zoals goud, ruilhandel of arbeid. Geld is niet gratis als het verbonden wordt aan een onderpand. Gratis geld bestaat alleen als er geen echte tastbare waarde aan ten grondslag ligt en toch wordt gebruikt.

Schuld is gratis geld
Deze stelling zullen banken niet leuk vinden maar het is wel zo. De rente en teruggave die de bank verlangt bestaat nog niet. Die moet nog gecreëerd worden. Het geld van de schuld heeft daarom de toekomst als onderpand door een schuldbekentenis te aanvaarden als “waarde”. Als wij daarvoor tekenen zijn we vrijwilligers in een slavernij door de schuldbekentenis. We krijgen geld dat nog niets is. We erkennen dit “niets” als schuld en geven vervolgens macht aan de schuldeisers van niets om ons leven de komende jaren te beheersen. Wat krijgen we ervoor terug? Een huis dat we 3 keer hebben betaald en levenslang hebben geïnvesteerd in het terugbetalen, met rente, van niets. De waarde die ontstaat met schuld is macht van schuldeisers over de toekomst van schuldenaars. Doordat geld als schuld vrij en gratis in omloop wordt gebracht, en wij er dingen mee kunnen kopen die voor ons van waarde zijn (voedsel, kleding, vertier) stellen wij die aanschafwaarde op dus ook op nul. Wij hebben er zelf geen waarde tegenover gesteld, behalve de toekomst die nog niet bestaat, maar consumeren toch waarde die wij onttrekken aan de natuur, creativiteit en arbeid van het verleden en heden. Kortom we vernietigen waarde met geld dat daarom negatieve waarde vertegenwoordigt waar ook nog eens een lange termijn renteplicht tegenover staat (meer waarde onttrekking).

Het alles vernietigende systeem door focus op consumptie en schuld
Het alles vernietigende systeem door focus op consumptie en schuld

Het moge duidelijk zijn dat het schuldsysteem met geld een alles vernietigend systeem is, zeker als er meer en meer geld in wordt gestopt om het in stand te houden. Klimaatverandering, vervuiling, armoede, verstedelijking, oorlog, enz kan er allemaal aan worden ontleend. Sterker nog. Als dit zo doorgaat bestaat de mens over enkele decennia niet meer omdat we zoveel waarde hebben onttrokken aan onze omgeving dat er geen natuurlijk bestaansrecht meer mogelijk is. Omdat geld en schuld gratis is wordt de onderbroken evolutie van de mens, en veel ander leven op Aarde, de kostbaarste prijs die wij betalen, die niet uit te drukken is in geld, maar wel in verantwoordelijkheid. Verantwoordelijkheid heeft echter (nog) geen formele waarde in het menselijk bestaan. Dat besef dringt langzaam door bij de bevolking maar niet de geld of schuldafhankelijke machtssystemen.

Basis inkomen
Veel wordt gesproken over een basisinkomen voor iedereen. Dit zou rust brengen bij alle mensen zodat men zich kan concentreren op het zinnig invullen van het leven. Voorstanders van dit voorstel zien het basisinkomen als voorschot op waardecreatie van morgen, een schuld dus. Anderen zien het als een mogelijke belastingpost (teruggeefgeld) voor de rijken die zoveel geld hebben vergaard over de schulden van de anderen. Zo’n basisinkomen houdt in ieder geval een basis consumptie patroon in stand. Dat is voor velen op dit moment belangrijk omdat het de context decennia lang heeft bepaald van onze huidige maatschappelijke organisatie en cultuur. Maar wat het niet doet is de piramide van leveranciers reguleren die op de achtergrond bijdragen aan de waardeonttrekking door concurrentie en kosten optimalisatie, noch een belastingcultuur die exponentieel stijgt door de consequenties achteraf aan te pakken en daar macht aan ontleent. Hierdoor blijven structureel tekorten ontstaan die het basisinkomen onderhevig maken aan noodzakelijke inflatie om mensen in hun behoeften te laten voorzien. Dit ontwikkelt exponentiële proporties waardoor uiteindelijk de waardeonttrekking zo groot is dat het geld van het basisinkomen gaandeweg waardeloos wordt en de toekomst niet meer bestaat omdat het is leeggezogen zonder er iets voor tegenover te stellen.

De oplossing is geen middenweg maar een omslag
Het probleem van het huidige geld, ook het basisinkomen, is dat het gebaseerd is op het verkeerde onderpand (de toekomst) en al ons materialisme dat daarop is gebaseerd. Geld dient afgestemd te zijn op bestaande reële waarden. De waarden die wij in ons materialisme erkennen zijn uitsluitend die van grondstoffen en arbeid, niet die van verantwoordelijkheid en verduurzaming. De eerste twee zijn betrokken bij de huidige gewaardeerde waardeonttrekking terwijl de laatste twee betekenis geven aan niet gewaardeerde daadwerkelijke waardecreatie. Doordat verantwoordelijkheid niet gewaardeerd wordt met geld slaat de balans door naar onverantwoordelijkheid waar wél een geldbedrag voor staat.

Waardecreatie vanuit verantwoordelijkheid kan meetbaar gekoppeld worden aan een basisinkomen
Waardecreatie vanuit verantwoordelijkheid kan meetbaar gekoppeld worden aan een basisinkomen

De oplossing ligt dus in het belonen van verantwoordelijkheden in plaats van onverantwoordelijkheden. Dan kan een basisinkomen gekoppeld worden aan gedragsnormen zoals het opvoeden van de kinderen, het helpen van ouderen, het schoonhouden van de natuur, innoveren op basis van veiligheid en gezondheid, enz. De beloning wordt afgestemd op waardecreatie van nu naar de toekomst door de waardevermindering van verleden aan te pakken. In mijn, in 2011 via email verspreidde boek “The Global Shift” leg ik al wat basis voorwaarden voor een geconditioneerd basisinkomen waarin het geldsysteem gebaseerd is op de waardering van verantwoordelijkheid in plaats van consumptie. Als men het vertrouwen schaadt van verantwoordelijkheid dan kan dat ten kosten gaan van het basisinkomen. Men kan echter ook carrière maken in verantwoordelijkheid door de maatschappelijke basis te overstijgen in ondernemerschap, bestuurlijke functies, cocreatieve samenwerking of kennisontwikkeling en deling. Het verdelen van waardecreatie is een hele andere manier van leven dan dat wat we hebben gecreëerd op basis van schulden en waardevernietiging. Er ontstaat een circulaire economie. Deze passen we in bescheiden kringen al toe in Eindhoven, zoals in AiREAS, maar kan veel meer gestructureerd, met de betrokkenheid van het hele gebied (Sustainocratie). Zo willen we met AiREAS munten mensen belonen die bijdragen aan het cocreëren van de gezonde stad en hen met die munten lokale privileges geven die hun verantwoordelijkheid-zin beantwoordt met erkenning.

De transformatieve omslag kan parallel lopen
De twee verschillende maatschappij modellen en economische systemen staan hier samengevoegd in een tekening dat de basis kan vormen van een cultuuromslag die vanuit Nederland de wereld in kan waaieren.

Twee Nederlanden. De ene machtig en blokkerend, de andere gedreven en ethisch op een nieuw niveau
Twee Nederlanden. De ene machtig en blokkerend, de andere gedreven en ethisch op een nieuw niveau

Het laatste woord

We worden weer overspoeld met speelgoedreclame dus zal de Sinterklaastijd wel weer in aantocht zijn. Steeds vroeger in het jaar wordt de goedheiligman verbonden aan de verkoopbelangen van een consumptie gedreven maatschappij. Zijn kerkelijke boodschap als redder van kinderzieltjes uit de moordende hebzucht van een handelaar wordt zo ontkracht.

Het zwarte gezicht van zijn knechten wordt door de vieze schoorsteen veroorzaakt wanneer hij presentjes aflevert voor de kinderen. Maar nu wordt het zwarte gezicht met dezelfde schijnheiligheid verbonden aan slavernij en discriminatie, een oud schaamtegevoel uit onze eigen “gouden eeuw”.

Hebben of gebruiken?

“Papa, dat speelgoed hoef ik het niet te “hebben”, ik wil er gewoon een keer mee spelen”. Datzelfde geldt ook voor mij. Ik hoef die auto niet te hebben, ik heb er alleen af en toe een nodig, soms uit noodzaak, soms om er mee te spelen. Volgens de minister president dien ik echter beter het landsbelang door de auto in eigendom te nemen. Daar heb ikzelf andere opvattingen over als ik naar al die geparkeerde blikken bakken kijk die de straten bevolken. We hebben nog een cultuur van hebben. Die van gebruiken komt eraan.

Het systeem wil dat ik consumeer door aan te schaffen, ik wil gewoon gebruiken en teruggeven.
Het systeem wil dat ik consumeer door aan te schaffen, ik wil gewoon gebruiken en teruggeven.

Mens of systeem?

Mijn dochters groeien op in een wereld waarin we zelf leren kijken naar de werkelijkheid en het interpreteren op basis van ethische aspecten en verantwoordelijkheden die de omgevingscultuur stelselmatig lijkt af te breken. Op school “waar iedereen zichzelf mag zijn” moet men huiswerk inleveren over het verschil tussen allochtonen en autochtonen. Ik was 42 toen ik de woorden moest opzoeken in het woordenboek bij terugkeer naar Nederland. Ik was 27 jaar allochtoon geweest en had het nooit geweten. In Nederland werd mijn gezin bestempeld met discriminerende woorden.  De blog van Paul de Blot praat over “legalen en illegalen”, recht en onrecht over de onmenselijkheid van systemen die mensen beoordelen en veroordelen op afkomst.

Burgerparticipatie of verantwoordelijkheid in menselijkheid?

Tijdens een recente “burgerparticipatie” bijeenkomst vertelt de kersverse wethouder dat de burger mag meepraten maar de overheid het laatste woord heeft. Dat is een boeiende opstelling als burgers samenkomen om te praten over verantwoordelijkheid, ethiek of verwijtbaarheid in schending van menselijke en milieuwaarden. Men stelt gemeenschappelijke acties voor om te ondernemen om daarna terug gefloten te worden door de toestemming en beoordelingscriteria.

Een week later zit een andere wethouder aan tafel om samen met de burgerbevolking verantwoordelijkheid te nemen in een sustainocratisch proces over de gezonde stad. Dezelfde wereld, hetzelfde systeem, andere mensen, andere opvattingen en betrokkenheid of keuzes. De een doet het wel, de ander niet. Menselijkheid!

Wat leren wij onze kinderen?

Maar het gaat om verantwoordelijkheid nemen. Wat leren wij onze kinderen? Hoe gaan wij met elkaar om op straat? Welke verantwoording is nodig als je zelfbewust hebt leren bijdragen aan leefbaarheid? Waarom een kostbare bureaucratie van kwartjes om dubbeltjes te beoordelen? Hoe zit dat met verantwoordelijkheid en ethiek?

Het laatste woord heeft niet de wethouder, niet het systeem, niet de overheid noch de bank. Het laatste woord heeft de mens, de natuur en ons ge-weten in maatschappijspel dat we samen spelen. Het laatste woord heeft duurzame menselijke vooruitgang. Morgen is gisteren begonnen om er vandaag verantwoordelijkheid voor te nemen.

Een kind weet dat en dit kind zit in ons allemaal. We hebben niets, ook al bezitten we alles. In het spel van het leven gebruiken we alleen maar en geven alles terug wanneer we klaar zijn. Het laatste woord hebben wij niet want dan zouden onze kinderen niets meer te zeggen hebben. We hebben het laatste woord als we als mens uitgespeeld uitgespeeld zijn. Dan is het te laat.

 

1% transformatie = 100 % acceleratie

De mens gedraagt zich net als een pompoenplant. Deze groeit maar door en woekert over alles heen. Als er ergens een obstakel is dan stopt de groei niet maar verandert van richting.

In onze economie gebeurt dat ook.

Bedrijven
Wanneer een bedrijf geen groei meer ondervindt dan moet er een richting verandering plaats vinden. Die verandering hoeft niet groot te zijn maar heeft wel grote consequenties. Zonder verandering zou het bedrijf ophouden te bestaan. Met de aanpassing is vooruitgang weer mogelijk. Daarin zijn veel keuzes. Dat vinden veel ondernemers moeilijk.

Als groei hapert dan gelden de regels:
1% transformatie = 100 % acceleratie.
Maar ook:
1% transformatie = 100 % transpiratie

Transpiratie ontstaat omdat “verandering” enorm moeilijk is. In onze huidige maatschappij zijn er al zoveel stromingen dat richting verandering bijna onvermijdelijk in het vaarwater komt van een ander. Het vinden van het spreekwoordelijke “gat in de markt” is daarom een uitdaging op zich. Richting verandering kan dan op verschillende manieren. Door net als een pompoenplant gewoon van richting te veranderen of door zelfbewust te transformeren naar iets anders dan een pompoenplant. Iets nieuws dus.

Denk aan Nokia die veranderde van elektronica fabrikant in GSM marktleider, Nintendo die met de Wii een nieuwe succesfase insloeg of Apple die met de i-reeks de wereld van communicatie revolutioneerde.

Nederlandse Staat
De staat heeft die transformatie mogelijkheid veel minder. De staat werkt met en voor “het succes van haar bevolking”. Als de staat als instituut in crisis verkeert dan kan het niet zomaar transformeren tenzij het een nieuw staatsmodel zou kiezen. Dat gebeurt niet snel in vredestijd.

Men kan dan alleen als land weer succesvol worden door de cultuur transformatie van de bevolking te faciliteren en eventueel als instituut mee te transformeren. Dat is moeilijk.

In de Stad van Morgen richten wij ons op hulp bij transformatie, zowel in richting verandering als integrale aanpassing, in het bedrijfsleven,  de overheid en hele maatschappij. Wij helpen ook bij de transpiratie door niet vanuit crisis en herstel te redeneren maar vanuit kans en vooruitgang.

In vele gevallen nemen we er zelfs integraal verantwoordelijkheid voor zodat de gevestigde orde het maar hoeft over te nemen als acceleratie weer mogelijk is. We vragen hen dan om mee te doen. De transpiratie van de omgeving gaat dan voor zitten in het weghalen en opruimen van obstakels. Een even eerzaam werk als men daarmee het eigen succes bevordert.
Voorbeeld: AiREAS (gezonde stad )

Transformatie formule

 > 1 = succes
> 1 = succes

 

Sustainocratisch Zaanstad

Op 10 April 2013 was ik uitgenodigd  om te spreken door de lokale politieke beweging ROSA. Men wilde de negativiteit doorbreken van het crisisgevoel dat ook deze regio te pakken had. Het oog was gevallen op de Sustainocratische processen in Eindhoven die gebruik maken van de ruimte die ontstaat door de crisissen om integrale vernieuwing toe te passen. Zo zat ik op 10 April in de trein  om voor 75% minder CO2 uitstoot een paar uur later in Zaanstad aan te komen. Wat mij meteen opviel was de beeldschone hoogbouw in Noord Hollandse stijl van een conferentieoord bij de uitgang van het station. Ik wandelde langs de prachtig opgeknapte gracht richting de brede rivier de Zaan. De bijeenkomst werd gehouden in het cafe van de bioscoop die gebruik maakte van een oud fabriekspand langs het water.

De wandeling gaf in het geheel geen gevoel van crisis maar als je wat nader kijkt dan zie je dat de mooie winkelpandjes bezet zijn met landelijke en wereldwijde franchizes die we overal tegenkomen in elke binnenstad. Dit toont de distributiecultuur waarin het het geld maar een richting in vloeit, en dat is van de retailshop naar de gecentraliseerde hoofdkantoren. Behalve de vaak goedkope werkgelegenheid voor jongeren in de winkeltjes en logistieke bevoorrading blijft er niet veel geld hangen in de stad zelf. De industrielen van het verleden zijn vertrokken en de lokale oudetijdse bedrijven hebben het moeilijk of gaan failliet onder de rook van het grote economische speculatiecentrum Amsterdam. Dat is de ene werkelijkheid.

Ik kijk naar de Zaanstad met andere ogen. Ik zie een prachtige brede rivier met een overvloed aan water. Een lokale bevolking die geschiedenis maakte door eigenwijs te zijn ten opzichte van de hoofdstad en dingen te doen die in Amsterdam niet mogelijk waren. Een bevolking die trots is op haar geschiedenis en de oude structuren en uitstraling in stand houdt door er wat mee te doen, zoals de frabiekslocatie waar ik mocht spreken. Ik zie een gebied dat zich uitstrekt tot aan Den Helder om zelfvoorziende samen te werken met de andere gemeenschappen van het Noorden. Als ik dat zie dan sta ik met de rug naar de hoofdstad Amsterdam en beleef ik zelfredzaamheid, zelfbewustzijn, creativiteit, eigenheid en samenwerking. Maar voor mij is kijken op die manier heel normaal omdat ik dat al jaren doe vanuit mijn eigen zelfbewustwording in Eindhoven. Eindhoven is natuurlijk heel anders dan de Zaanstreek, maar als je je bewust bent van je kwetsbaarheid dan ontdek je tevens je gigantische krachten zeker als een crisis je de ogen opent voor andere werkelijkheden. Dat gebeurd in Eindhoven steeds beter nu men ook Sustainocratie voorzichtig omarmt als eerste in de wereld. Deze meoeizame eerste lokale precedenten staan ter beschikking als men in de Zaanstad ook de keuze durft te maken. Dan zal het al een stukje gemakkelijker gaan omdat het proces bekend is.

Als je de wereld anders leert bezien door je radikaal om te draaien van de centralisatie van klatergoud en geldafhankelijkheid dan zie je jezelf en de kracht van zelfbehoud vanuit zelfkennis. Dan ontstaat een nieuwe wereld vol nieuwe kansen en mogelijkheden die alleen afhankelijk zijn van de durf van de lokale bevolking, de creativiteit, de visie en ondernemende wens er samen iets moois van te maken. Dat was ik komen vertellen en toen we de volgende dag het Dagblad van Noord Holland opensloegen zagen we dat de boodschap door de verslaggever duidelijk was verwoord. Nu is het aan de aanwezigen of men er iets mee doet. Ik verwacht het wel. Mijn zegen en hulp hebben ze al.

De boodschap komt over
De boodschap komt over

Welzijn is geen kostenpost

Toen ik naar Nederland terugverhuisde in 2001 kreeg ik de cultuurschok van mijn leven. Wat was er gebeurd met het land dat ik in 1974 formeel achter mij had gelaten en waar ik weer naar terugkeerde na 27 jaar “om mijn kinderen óók de cultuur van papa mee te geven”? Dit was niet de cultuur waarnaar ik terug was gekeerd en het was helemaal niet de cultuur die ik over wilde dragen aan mijn kinderen.

Ik was mij in een klap bewust geworden dat maatschappijen niet altijd hetzelfde blijven, dat zij veranderen, soms ten goede, soms helemaal de verkeerde kant op. Dat laatste was voor mijn gevoel met Nederland gebeurd. Maar wat was er dan zo anders tussen het Nederland van de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw en dat van nu? De essentie in het antwoord ligt in de vraag “hoe gaan wij om met menselijk welzijn?”.

In de naoorlogse jaren bouwden wij samen aan een nieuwe maatschappij. Maatschappelijk welzijn werd een van de belangrijke voorwaarden voor het voorkomen van oorlogen zoals de eerste en tweede wereldoorlog. De koude oorlog die erop volgde tussen grootmachten Amerika en Rusland kwam nooit tot een werkelijk handgemeen, ook al heeft het regelmatig op het randje gestaan, omdat de angst van de huidige vernietigingskracht sinds de tweede wereldoorlog er nog stevig in zat.

Ondertussen ontwikkelde Europa een beleid dat gericht was op welzijn. Want mensen in een welzijn situatie gaan niet snel een oorlog met elkaar aan. Daar is dan de basis niet voor uit de angst om welzijn te verliezen. Welzijn betekent dan dat de hele bevolking basiszekerheden geniet waardoor misstanden geen voedingsbodem worden voor sociale onrust en negatieve machtontwikkeling. Maar voor welzijn moet wel hard worden gewerkt. In die jaren 60 en 70 was samenwerking en opbouw een gemeen goed dat vanuit de naoorlogse energie nog algemeen voelbaar was. Toch was de wederopbouw van het land grotendeels klaar en de eerste belangrijke dippen in de maatschappelijke structuur werden voelbaar. Er werden maatregelen getroffen in de vorm van arbeidsduurverkorting e.d. om vooral de spreiding van de overgebleven arbeid te reguleren. Zekerheden waren ondergebracht in voorzieningen die kostbaar waren maar die moesten wel opgebracht worden door een werkende bevolking. Nederland groeide langzaam naar een risicomijdend landje dat vooral haar structuur moest beheersen door een evenwicht te houden tussen arbeid en zekerheden. Er moesten nieuwe wegen gevonden worden om voldoende economisch draagvlak te creeren voor het behoud van die stabiliteit. In Amerika liep men al enige jaren voorop met marketing en een consumptiegedreven maatschappij. In de jaren 70 omarmden de Europese landen stapje voor stapje ook dit maatschappijbeeld van belastbaar eigenbelang. Overvloed van goederenconsumptie werd ook als welzijn gezien en een mooie kans om een economie te creeren die daarop gebaseerd was.

De transformatie werd in gang gezet van een maatschappij die inhoudelijk gericht was op bouwen aan welzijn naar een maatschappij die functioneert rond het consumeren van welzijn. Toen ik dus bijna 30 jaar later terugkeerde naar Nederland was welzijn geen verantwoordelijkheid meer maar een kostenpost. Dat heeft ingrijpende gevolgen gehad voor de landscultuur en structuur. De algemeen maatschappelijke beleving van welzijn was veranderd van een innerlijke zekerheid naar uiterlijk vertoon. In plaats van er zelf hard voor te werken via inzet werd welzijn gezien als recht waarbij het begrip van innerlijke waarden was verworden tot externe waarden.

Toen ik dus in Nederland kwam was die nieuwe materialistische beleving in de cultuur als een koude douche omdat juist die warme opbouwcultuur van Nederland nog in mijn geheugen gegrift stond. De bijkomende problematiek van een cultuur waarin welzijn als consumptief fenomeen wordt gezien is dat de zekerheden opgebouwd worden uit belastingen op consumptie en via verzekeringen terwijl de bevolking alle mogelijke verantwoordelijkheden uitbesteed aan de buitenwereld. De kwaliteit van welzijn is niet meer wat men er zelf maar wat de omgeving ervan maakt. Welzijn is ondergeschikt gemaakt aan institutionele belangen die allen vanuit geld aangestuurd worden. Gezondheidzorg, ouderenzorg, kinderopvang, buitenschoolse activiteiten, politie, kinderbescherming, thuiszorg, enz, zijn allemaal kostenposten.

De overheid dient haar zorgtaak dan vanuit geldgedreven maatsregelen en ontwikkelt een structuur waarin geld en niet de mens de hoofdrol speelt. Zolang de mens maar blijft consumeren zou alles goed moeten gaan want dan spekt de koopkracht de kostbare schatkist. Dat zo’n consumerende mens uiteindelijk kraagzuchtig, gemakzuchtig, hebzuchtig en wat al meer “zuchtig” wordt merkt dan vooral iemand die uit het buitenland terug verhuisd en ermee wordt geconfronteerd. Daarbij kwam dat ik ook in Spanje in een opbouwland had gewoond nadat de dictator Franco in 1975 was overleden. Ik had dus alleen warmte van verantwoordelijkheid meegemaakt en niet de koude van het consumerende eigenbelang.

Mijn Braziliaanse echtgenote kreeg in de verhuiswagen, onderweg naar Nederland, in Parijs een paniekaanval en wilde het liefste rechtsomkeer maken, terug naar Spanje. Dat was onmogelijk omdat we in Spanje onze zaken hadden afgesloten en op weg waren naar een nieuwe toekomst. De koudheid van Nederland was haar spiritueel al tegemoet gereisd maar die gevoeligheid had ik toen nog niet ontwikkeld. In Nederland kregen wij zoveel problemen te verwerken dat uiteindelijk het huwelijk op de klippen liep en ik moest onderduiken met mijn kinderen wegens de aggressie van mijn wederhelft. Haar aggressie was niets vergeleken met de aggressie van de maatschappelijke structuur die geen verantwoordelijkheid wilde nemen om mij te helpen maar vooral van mij verlangde dat ik in het geldsysteem bleef meedraaien. Veiligheid van mijn kinderen was ook een uitbesteedbare kostenpost geworden en ikzelf een instrument om geld te verdienen om vooral veel welzijn te consumeren, zoals het uitbesteden van mijn kinderen. Dat zag ik echter niet als welzijn. De angst voor aggressie en ontvoeringsgevaar kon ik alleen beheersbaar maken door zelf welzijn te creeren.

Welzijn is geen consequentie van geldinvesteringen maar een van eigen verantwoordelijkheid. Dat bewustzijn ontstond bij mij heel direct door een persoonlijke lijdensweg. Mijn natuurlijke omgeving wist niet meer met die verantwoordelijkheid om te gaan en ook niet met het faciliteren ervan in mijn vrijheid om eraan te kunnen voldoen. Ik moest in verzet komen tegen een cultuur die het welzijn van mijn kinderen op een andere manier invulde dan ik, namelijk vanuit het koude van uitbesteding in plaats van de warmte van het gezin. Zo ook de zorg voor de ouderen, minderheden, enz. Het liefst was ik weg gegaan totdat ik inzag dat de rest van de wereld ook dezelfde trekjes begon te vertonen. Weggaan was geen optie, mij inzetten voor een nieuwe cultuur van menselijkheid bleef over. Dat kon ik mijn kinderen beloven.

Voor mij werd duidelijk dat welzijn geen kostenpost mag zijn maar een intrinsieke motivatie om er rechtstreeks verantwoordelijkheid voor te nemen. Onze maatschappij heeft geld geplaatst tussen de mens en haar belangen en daar machtposities aan gerelateerd die alleen het geld dienen maar de afstand vergroten tot de werkelijkheid van menselijke waarden. De mens die zich omringt voelt met het klatergoud van de materiele belangen ziet het probleem niet zo snel behalve dat de kosten schrikbarende proporties aannemen, waar men dan plichtsgetrouw over zal klagen. De maatregelen die de geldgedreven overheid nu denkt te moeten nemen om de geldelijke belangen te incasseren zijn enorm. Maar wat nog veel gevaarlijker is zijn de maatregelen die men denkt te moeten nemen om hen te controleren die aanspraak hebben gemaakt op de zekerheden die ooit gelijkheid moesten scheppen om oorlogen te voorkomen. Deze maatregelen vormen nu de basis van ongelijkheid.

Welzijn is geen kostenpost omdat het dan uiteindelijk alleen ter beschikking komt voor de hoogste bieder en geen enkele zekerheid meer biedt voor degenen die het niet meer kunnen opbrengen. Dan staat de gelijkwaardigheid op het spel waardoor onrust, chaos en opstand op termijn de ruimte krijgen.

Sinds 2001 heb ik het mijn missie gemaakt om de maatschappij weer verantwoordelijkheid te laten dragen door inzet van energie en talent voor ons welzijn door er eerst zelf mee te beginnen. Waar de mens welzijn wil genieten moet de mens zelf voor welzijn zorgen, niet het systeem van uitbestedingen. Dat is sustainocratie, geen kostenpost maar eigen en gemeenschappelijke verantwoordelijkheid.

Nederlandse economie is verrot

Geld heeft geen kleur, geur, noch smaak. Wanneer je geld hebt dan kun je er allemaal leuke dingen mee doen. Vanuit dat algemene perspectief staan we zelden stil bij het concept “geld” behalve dat we er voldoende van willen hebben om aan onze dagelijkse behoeften te kunnen voldoen én een beetje meer. Hoe we met geld om gaan heet “economie” en er zijn goede en slechte versies. En dat heeft helemaal niets met veel of weinig geld, groei of krimpt te maken. Het verwijst naar de cultuur van al of geen waardecreatie.

Waardecreatie 
Een cultuur van waardecreatie heeft niet perse geld nodig want geld zelf heeft geen waarde. Het is hooguit een catalysator om waarde te kunnen creëren. In de oorsprong van het industriële tijdperk werd volop waarde gecreëerd omdat de fabriekjes dingen produceerden die mensen echt konden gebruiken. Stoelen, tafels, kasten, fietsen, enz. Gebruiksartikelen die het dagelijks bestaan gemakkelijker maakten werden gefabriceerd. Geld had een tegenwaarde in goud en vertegenwoordigde een voorraadje arbeid. Iemand ging ambachtelijk werken en kreeg daarvoor in ruil geld. Daarmee kocht men spullen die men zelf gemaakt had tijdens het werk en zo circuleerde het geld weer gewoon terug. Dat noemen we een kringloop-economie, een economie waarin geld een proces mogelijk maakt waarin waarde wordt gecreerd en het geld weer vrijkomt voor hetgebruik in waardecreatie. Als het om een stoel gaat is die waarde “kunnen zitten” of “kunnen uitrusten”” . “Fietsen” of “zich sneller dan lopen van A naar B kunnen verplaatsen” als het om een fiets gaat, of “eten” als het om dagelijkse voeding gaat. Lokaal bedient lokaal door te werken aan het vervaardigen van de behoeften en dit onderling te betalen wegens die behoeften. Geld komt onveranderd uit dit proces en wat er overblijft is een concrete meerwaarde die voorheen niet bestond, of die hernieuwd diende te worden.

Om die meerwaarde te creëren diende men creatief te ondernemen, ambachtelijk te werken en samen initiatieven te nemen.

Geld heeft zelf dus hier geen waarde maar stelt in staat om toegevoegde waarde te creëren. Dat is de goede economie. De deelnemers verdelen de toegevoegde waarde onderling al naar gelang de inzet in het proces en talent om het mogelijk te maken (in sustainocratie noemen we dit “buddinomics” om een onderscheid te kunnen maken met “economics”).

Waarde consumeren
Een andere vorm van economie is die van waardeconsumptie. Dat is een economie waarin geld nodig is om de gebruiksartikelen te mogen kopen en gebruiken, consumeren. Om zo’n economie stabiel te houden dient waardecreatie sterk afgestemd te zijn met waardeconsumptie want anders zouden er overschotten of tekorten ontstaan, ook in geld. Dat zou weer een hapering in het circuleren van het geld veroorzaken met problemen als gevolg. Dat is een moeilijk maatschappelijk proces. Als er bijvoorbeeld teveel stoelen worden gemaakt die dan niet afgenomen worden in de lokale geldgebaseerde kringloop dan is er meer geld in omloop door de gedane arbeid maar dit vloeit niet terug doordat men geen stoelen meer nodig heeft. Het stoelenbedrijf dreigt dan in de problemen te komen. Deze zoekt nieuwe afzetmarkten voor het overschot, om de uitbetaalde arbeid terug te verdienen en weer terug te investeren in een nieuwe cyclus. Men gaat dus op zoek naar nieuwe markten. In de nieuwe markten zit geen kringloop economie omdat de arbeid die gedaan wordt om de stoelen te maken elders wordt gedaan dan waar het verkocht wordt. Geld om de stoelen te kopen vloeit dus weg uit het gebied naar het gebied van de fabriek. Het geld kan dus niet lokaal meer worden hergebruikt in een nieuwe cyclus. En bij de fabriek ontstaat een nieuwe kringloop waar meer geld nodig is voor lokale arbeid voor overproductie. Er is dus overal een onbalans.

Dat gaat misschien even goed zolang er niet teveel andere gelijkwaardige bedrijven op het pad komen. Want dan begint concurrentie dat dwingt tot waardevermindering of het creëren van een onderscheidend vermogen via “het anders zijn en blijven”. De zuigkracht van kapitaal naar de plek van waardecreatie maakt de fabriek afhankelijk van de “markt” waar het niet wederkerig mee omgaat met arbeid. Er ontstaat een onbelans in de kringloop die de kringloop kwetsbaar maakt voor alle betrokken partijen. De “economie” wordt aangetast zowel aan de kant van consumeren als aan de kant van produceren. Als “wereldeconomie” zou dit goed kunnen komen als er een wereldse kringloop zou zijn maar die is er (nog) niet. We praten over een globale consumptie-economie maar niet een globale waarde-creatie economie.

Als er daarentegen tekorten ontstaan in een consumptie economie door te kleinschalige productie en een te grote vraag dan gaan er weer andere krachten werken. De prijs kan dan omhoog gedreven worden of men investeert om meer te kunnen gaan produceren voor de vraag. Er is dus meer geld nodig om te kunnen groeien. Als deze groei is afgestemd op de juiste vraag dan komt dat extra geld gewoon weer terug en is er geen enkel probleem. Wel natuurlijk als over dit extra geld rente betaald moet worden want dat gaat ten kosten van het ingelegde geld. Er vindt waardecreatie plaats maar ook waardeonttrekking (rente) via het geld.

Als geld geen catalysator meer is maar een doel op zich voor partijen via rente of winst op geld, dan kan dat alleen door waarde te onttrekken aan het uiteindelijke waardecreatieproces.

Er is nog een manier om geld te laten groeien en dat is door speculatie. Door kapitaalgoederen (goud, zilver, huizen, autos, ed.) schaars te houden stijgt de waarde van het object in een consumptie-economie. Het geld dat de waarde bepaalt van het object wordt niet meer afgestemd op de arbeid die erin wordt gestopt maar de wens die men heeft om het object te hebben. Zo ontstaat de hebzucht in een consumenten economie. De economie groeit maar de waarde vermindert.

In feite verrot de economie van binnen uit, niet alleen door structurele waardeontrekking uit de omgeving en onze toekomst maar ook door de blinde mentaliteit van “het vermeende recht tot consumeren” zonder wederkerigheid van onszelf.

De verrotte Nederlandse economie
In de Nederlandse economie, net als die van de meeste landen van de wereld tegenwoordig, speelt het bovenstaande op gigantisch niveau. Nederland is afhankelijk van de rest van de wereld voor haar economische stabiliteit door groei die gebaseerd is op twee pilaren: speculatie en consumptie. Op twee fronten wordt dus structureel waarde onttrokken aan de maatschappij. Paradoxaal stijgt de hoeveelheid geld die in omloop wordt gebracht om beide pilaren in stand te houden. Het is allemaal een hypthecaire schuld op de toekomst om ons huidige consumptieniveau op peil te houden omdat de economie daarop is gebaseerd, juist om de consequenties ervan te kunnen financieren. Om effectief te kunnen consumeren moet de infrastructuur worden aangepast voor goederen en personen vervoer. Er moeten winkelcentra beschikbaar zijn die het gemakkelijk maken om te kunnen consumeren en de voorraden van beschikbare materialen moeten overvloedig aanwezig zijn om de consumptie optimaal te laten verlopen. Onze betrokkenheid in de economie is via werkzaamheden aan de infrastructuur en de distributie van de goederen. De enige “toegevoegde waarde” is die van het in stand houden van de etalage voor de consument. De mens is verworden tot een gebruikersmachine die geld verslind om goederen te verslinden. De goederen voor consumptie worden amper meer lokaal gemaakt noch van waarde voorzien maar komen overal vandaan. Vandaar dat geld structureel wegvloeit uit Nederland naar andere gebieden of blijft hangen in het speculatieve distributiesysteem.

Overconsumptie leidt uiteindelijk tot het uitdrogen van de aarde, de vervuiling van ons nest, de opkomst van de vele consumptieziekten (psychische hebzucht klachten, gezondheidproblemen, onderlinge problemen, enz), klimaatverandering, de verloedering van jaloerse onderlinge menselijke relaties, enz. We zien een stijging van criminaliteit, ongezondheid, armoede, vervuiling alom en tegelijkertijd een stijging in inflatie, economische groei en groei in de algemene geldelijke schulden van de individu en de omgeving. De economie is verrot en de maatschappelijke mentaliteit ook. Er wordt geen waarde meer toegevoegd aan de maatschappij door onszelf en wij hebben het structureel onttrokken door onszelf te verzieken op alle fronten.

Het geld is precies hetzelfde, of het nu uit een kringloop economie komt waar het geen waarde heeft maar bijdraagt aan waardecreatie, of in een consumptie-economie waar het bijdraagt aan algehele vernietiging. Het gaat niet om het geld zelf maar de manier waarop wij ermee omgaan, het belang dat wij eraan hechten en de waarden die wij onderling al dan niet verdelen. De huidige manier in Nederland is verziekt. Wat nu?

Rotte economie herstellen?
Van een goede naar een slechte economie verhuizen is gemakkelijk. Men hoeft het geld maar te koppeken aan consumeren in plaats van het creëren van waarde. Dan is het kwaad geschiedt (gebeurde in de jaren 70) en stuurt men op de onverzadigbare hebzucht van de mens met alle gevolgen van dien. Uiteindelijk leidt dit tot gigantische crisissen, niet alleen economisch maar vooral ook psychisch en maatschappelijk. Die werkelijkheid zien wij overal om ons heen.

Van een verrotte economie naar een gezonde verhuizen is nagenoeg onmogelijk omdat men de mentaliteit van de bevoking én de aan hebzucht verbonden maatschappelijk organisatie volledig moet omdraaien. Dat wil zeggen dat wij weer om moeten leren gaan met directe waardecreatie, zelfvoorziening en persoonlijke inzet en verdeling van waarde. Dat betekent dat de bevolking, die generaties lang omringd is geweest met een feestwinkel van consumptieartikelen ineens moet kijken wat men er zelf nog van kan maken in een duidelijke wederkerige relatie met haar (natuurlijke) omgeving? Niet veel waarschijnlijk omdat we dat niet meer gewend zijn en ook in gedrag niet voor worden opgevoed. Men heeft twee linkerhanden ontwikkeld en een grote broekzak. Daarnaast zijn alle consequenties van de hebzuchtperiode zo groot dat er veel middelen nodig zijn om er iets tegen te kunnen doen. Die middelen worden nu nog uitgedrukt in geld. En dat geld moet uit de belastingen van een consumerende bevolking komen. Eigenlijk moet het komen vanuit inzicht en inzet van de bevolking zelf maar dan staat er geen geld meer tegenover maar gezondheid, de reparatie van een ongezonde maatschappij en zware arbeid vanuit inzicht. En daar zijn wij niet meer toe bereid.

Dat werk gaat generaties lange inzet kosten. De natuur lost dit soort situaties veel handiger op door ons onszelf te helpen vernietigen. Dat is de werkelijke hypotheek die wij op inze toekomst hebben gelegd, namelijk de dood van onze kinderen en kleinkinderen die wij elke kans hebben ontnomen door hen een mentaliteit over te dragen in een vervuilde omgeving die alleen maar leidt tot dood en verderf. Dat is de consequentie van onze hebzucht maar omdat deze verblindt binnen de rotheid van de economie en ons eigenbelang zal het ons over het algemeen een rotzorg wezen. Wie dan leeft, wie dan zorgt.

De enigen die verantwoordelijkheid kunnen nemen zijn wijzelf, de volwassen generatie en via onderwijs en opvoeding ook naar de toekomstige generaties.

Sustainocratie is een voorbeeld van een oplossing in een complexe, geinstitutionaliseerde maatschappij. Waardecreatie staat dan voorop en kan snel worden waargemaakt én Nederland zelfs op de wereldkaart zetten als gebied waar voor het eerst echt verantwoordelijkheid werd genomen.

“Dankjewel papa en mama” kan dan uiteindelijk in de toekomst verschillende betekenissen hebben in de ondertoon. Wij bepalen welke.

Wat is dan “sustainocratie”?

Sustainocratie bestaat uit “sustainability” en “democracy”. Het betekent zoveel als “duurzame menselijke vooruitgang op een democratische manier”. Dat verschilt niet zoveel van een normale democratie zou je misschien zeggen maar dat doet het wel. Hier treft u een korte uitleg (10 minuten op YouTube) van mij tijdens een wandeling in 2012 op verzoek van Nicolette Meeder.

Wat is duurzame vooruitgamg?

Het grote verschil is juist dat het maatschappij-doel vast staat, namelijk: duurzame menselijke vooruitgang. De democratische discussie, de vrijheid van meningsuiting en handelen vanuit verantwoordelijkheden is dan volledig gericht op dat hogere doel.

Dat is leuk en aardig en zal ook iedereen wel begrijpen maar in de Stad van Morgen zaten we nog met één groot probleem. Wat verstaan we onder woorden als duurzaamheid, duurzame vooruitgang en duurzame menselijke vooruitgang? Er zijn veel definities in omloop maar geen enkele gaf ons voldoende handvatten om er dagelijks verantwoordelijkheid voor te nemen, als instelling noch als individu. Ook als ik vroeg in een congres “wat verstaat u onder duurzaamheid?” dan was het antwoord altijd iets tastbaars op gebied van energie, fair trade, gezond eten, enz maar niemand keek naar een breder evolutionair menselijk perspectief, onze levensstijl of de kijk op de wereld die wij hanteren en waarop wij onze dagelijkse verantwoordelijkheden afstemmen. Wij hadden een definitie nodig die ons kon helpen om verantwoordelijkheid te nemen voor de mens zelf.

Definitie van “duurzame menselijke vooruitgang”

 Samen blijven werken aan een gezonde, vitale, veilige, vooruitstrevend zelfredzame menselijke maatschappij, binnen de context van onze aldoor veranderende natuurlijke omgeving.

Deze definitie is van een hele andere orde dan de manier waarop onze maatschappij vandaag de dag democratisch is ingericht rondom geldgedreven eigenbelang  zonder verwijzing naar concrete verantwoordelijkheden voor de mens zelf, laat staan de relatie die wij hebben met van onze omgeving. We zien de dingen die we willen hebben als externe zekerheden waarmee we ons omringen. We debatteren heel democratisch over het in stand houden van deze zekerheden die we ooit verworven hebben en stemmen op politieke partijen die daar allerlei beloftes over doen maar ondertussen dragen wij onbewust bij aan de aftakeling van onze omgeving en onszelf. Straks is er geen democratische keuze meer mogelijk omdat onze heb- en heerszucht roofbouw heeft gepleegd op onszelf en de natuur. Vaak gaat dat zonder dat we er veel van merken omdat we omringd zijn door allerlei geruststellende geluiden van overheden en instellingen die ons proberen aan te tonen dat het wel goed zit. Dat is natuurlijk niet zo.

Co-creatie

Als we het BAGE proces doormaken dan worden we er ons bewust van en zien we ook hoe we veelal door die belangenpartijen gemanipuleerd worden, inclusief het rechtsysteen. We noemen dit “het systeem” dat we hebben opgebouwd met elkaar en waarin we een gelukkig leven hebben geleid. Daar is de moderne democratie ook voor bedoeld. Dat kan nog altijd, zeker gezien de technologische en wetenschappelijke ontwikkelingen die we hebben doorgemaakt, maar dan moeten we ons de definitie van duurzame menselijke vooruitgang eigen gaan maken. Dat blijkt toch vaak moeilijker dan we denken.

De begrippen gezondheid, veiligheid, vitaliteit zijn niet te waarborgen uitsluitend met geld. Het zijn begrippen die gefundeerd zijn op ethiek terwijl een systeem van regels en wetten niet strikt gebaseerd is op morele zingeving, hooguit straffen van immorele of onethisch gedrag volgens een normering binnen het systeem.  We zien dat deze begrippen noodzakelijkerwijs gepaard gaan met de ontwikkeling van ons bewustzijn rondom de manier waarop wij met onszelf en elkaar omgaan. We zien dan ook hoe we onze omgeving vervuilen en daarbij ook onze eigen gezondheid en vooruitstrevendheid. Het is niet moeilijk in te zien dat als een “gezonde leefomgeving” de maatschappelijke norm zou moeten zijn er een heleboel zou moeten gaan veranderen in de maatschappij, in onze eigen levensstijl maar ook de hele maatschappelijke organisatie, tot aan de grondwet toe.

We willen dan al snel de opgebouwde structuur van onze maatschappij als vaststaand feit aanvaarden en oplossingen trachten te zoeken binnen de gestelde kaders. Maar ook de geschiedenis toont dat af en toe die blinde toevlucht tot oude kaders juist leidt tot de instorting van het systeem. Sustainocratie schept op eenvoudige wijze een alternatief dat zich voor uiterst concrete belangen van harmonie, balans en stabiliteit bedient van de bestaande pilaren van de huidige maatschappij maar in een andere co-creatieve verhouding met elkaar. Heb en heerszucht zullen wij nooit elimineren uit de menselijke natuur maar kunnen het wel ondergeschikt maken aan vrede en vooruitgang.

Door de mens centraal te stellen staat meteen de maatschappij ter discussie die decennia, bijna eeuwen lang, rondom geld heeft gedraaid en zich heeft ontwikkeld. De verschillen tussen maatschappijbeelden, mens of geld centraal, zijn in deze tekening ondergebracht.

Image
Sustainocratie positioneert zich met welzijn boven hebzucht zonder hebzucht ter discussie te stellen

Sustainocratie laat een maatschappij niet cyclisch meer vervallen in chaos zoals dat in het verleden gebeurde met oorlogen, recessies en depressies. Door de maatschappelijke context te verleggen naar welzijn kan hebzucht een ondergeschikt belang zijn dat aan banden wordt gelegd ten behoeve van duurzame menselijke vooruitgang. Een sustainocratie zet daarom geen streep door onze menselijke evolutie maar vult het aan met wat we over de eeuwen heen geleerd hebben. Het is een aanpak die de mens centraal stelt rondom een structuur van hoger bewustzijn waarin macht en autoriteit erkend blijft maar wel als toegevoegde waarde voor de mens en natuur en niet ten kosten van. Iedereen wordt uitgenodigd om daar mede verantwoordelijkheid voor te nemen en deel uit te gaan maken van Sustainocratie. Het is een persoonlijke keuze op basis van ethiek, verantwoordelijkheid en zelfbewustzijn.  Het nieuwe leiderschap, dat bent u zelf.

De Sustainocratie ziet er dan zo uit:

Sustainocratie is een tagel met fysieke mensen die autoriteit toevoegen an co-creatie voor menselijk belang
Sustainocratie is een tafel met fysieke mensen die autoriteit toevoegen aan co-creatie voor menselijk belang, harmonische relaties met mens en omgeving, en ethiek