Brabantse Health Deal

Keuze 2
Keuzes maken

In Brabant en de rest van de wereld is een psychosociale transitie gaande die het algemene begrip “gezondheid” sturend op de agenda zet van gebiedsontwikkeling. Deze transitie is steeds sterker zichtbaar op vele fronten waar mensen en instanties zich ondernemend inzetten met gezondheid als leidraad. Het raakt alles wat betekenisvol is in onze samenleving, van tastbare dingen zoals voeding, voedselproductie, gebruik van grondstoffen, landschapsbenutting, productiviteit, verdeling van producten, financieringsmodellen, waardesystemen en de herontwikkeling van de stedelijke vormgeving maar ook de vernieuwende relatie stad en platteland. Tot de ontastbare zaken zoals het bewustzijn, (multi)cultuur, gedrag, onderwijs en omgangsvormen. Het is een trend die zich in sneltreinvaart ontwikkelt en niet te stoppen is. Dit wordt gekenmerkt als een maatschappelijke “evolutie”, een nieuwe economische Kondratiev cyclus, een niveau 4 gebiedsaanpak, een Sustainocratie.

Deze breed gedragen evolutie is spectaculair want het geeft betekenis aan het herformuleren van onze zekerheden. De vorige fase van onze maatschappelijke en bestuurlijke manier van doen stamt uit het begin van de 18e eeuw, geformaliseerd in het begin van de 19e eeuw, nadat we Napoleon hadden verslagen. Het heeft ons veel vooruitgang gebracht maar tekent zich nu af op weg naar een afgrond. Deze algehele bewustwording vertaalt zich in de verlegging van onze route door keuzes te maken. Gaan we door als vanouds? Dan storten we in een afgrond. Zetten we de wissel om? Dan bouwen we aan nieuwe zekerheden maar wel via een gemeenschappelijk gedragen keuze en commitment. Het bestuur van onze maatschappij kan daarin niet achterblijven. Initiatief wordt nu ook bestuurlijk genomen om deze transitie te borgen in een nieuw beleid-elan. Dat maakt de tijd waarin we leven een van de meest uitdagende en boeiende ooit.

Dood of leven 0
Deze keuze hebben we in Brabant al gemaakt. We gaan voor leven vanuit bewustzijn en creativiteit. Gezondheid is daarin sturend. Dit moeten we alleen nog formaliseren.

Daarom beklinken wij op 22 maart nogmaals onze Brabantse Health Deal, deze keer door ook het regionale bestuur uit te nodigen zich bewust en met hun toebedeelde autoriteit in te gaan zetten voor deze nieuwe werkelijkheid en routeplan. Dat doen we door samen en met alle belangenpartijen de commitment uit te spreken om alle onze sociale, economische en politieke keuzes primair te gaan toetsen aan innovatie met gezondheid als doel. Dit commitment doen we samen.

Dood of leven 3
Dit doen we allemaal samen (burgers, overheid, onderwijs en ondernemers)

Betrokken zijn de vele gemeentes in Brabant, de provincie, de vele waarden gedreven ondernemers, zorg voor gezondheid instellingen, betrokken burgers, onderwijs en wetenschap. De gezonde maatschappij is per slot van rekening een multidisciplinaire cocreatie.

De volgende mijlpalen zijn:

  • 22 Maart – Health Deal gemeenschappelijk erkennen en formaliseren als wisselkeuze met bijbehorende transitie en inzet van beschikbare middelen. Geef aan beneden als u mee wilt committeren.
  • 28 juni – BrabantStad – verbinden van beleidstafel overleg (mobiliteit, voedseltransitie, enz) met deze multidisciplinaire vooruitgang
  • 22 juli – De Brabantse Health Deal wordt getekend
  • Oktober 2016 – Dutch Design Week – podium en feest voor alle mooie voorbeelden vanuit gezondheid en gezonde gebiedsontwikkeling en ondernemerschap die in Brabant zichtbaar zijn en zich krachtig manifesteren.

Meedoen?  Mail even: jean-paul.close@stadvanmorgen.com

De toekomst van onderwijs

Ons huidige onderwijs stamt nog grotendeels uit het industriële tijdperk. Als je dit als uitgangspunt hebt…..

Massaproductie-2

dan wordt dit je onderwijssysteem….

schoolklas2

met als hoofdzaak langdurig in dezelfde houding zitten, gehoorzamen en vooral geen eigen gedachten erop na houden. Rekenen en taal is belangrijk om productie bij te kunnen houden en instructies te kunnen volgen. Uit de toon vallen wordt gestraft net als te laat komen of een brutale opmerking plaatsen. Kortom, de jeugd wordt gedrild tot robot van een standaard piramide proces.

hierarchie-238x300

Einde tijdperk

Wat heeft deze breinloze maatschappij ons opgeleverd? Een ontzielde maatschappij die verslaafd is aan consumptie, zich laat aansturen door een schuldsysteem met de macht  in handen van enkelingen die met geld omgaan. We zijn de 6e oorzaak van massavernietiging van alle leven op onze planeet sinds het ontstaan van de Aarde en de 1e die dat zogenaamd doet als zelfbewust, intelligent wezen, geschapen naar het evenbeeld van de Schepper.

Een Amerikaanse senator zei recent zelfbewust: `wij zijn de eerste generatie die zich bewust is geworden van een enorm probleem, en de laatste die er wat aan kan doen´.

Het nieuwe onderwijs

Het leren van nu is een vuistslag van bewustwording. Jongeren groeien op in gescheiden ouder gezinnen, tussen cement en beton van verstedelijking en in de decadentie van de allesvernietiging. Met hulp van internet en inzichten van het tijdperk dat hen is overgedragen door de voorgaande generatie gaan ze aan de slag vanuit creativiteit en gedrevenheid. Precies het tegenovergestelde is de norm: geen gehoorzaamheid maar oplossingsgerichtheid, geen gemanagede ondergeschiktheid maar zelf-leiderschap en co-creatie, geen hiërarchie maar dynamisch clusteren rond uitdagingen van deze tijd, geen industriële processen maar kernwaarden gedreven initiatieven. Geen standaard, maar diversiteit, originaliteit en authenticiteit.

Stad van Morgen noemt dit Participerend Leren. De jongeren krijgen geen opdrachten maar worden betrokken bij gebiedsontwikkeling. Zij gaan zelf aan de slag en passen hun belangstelling, talent en keuzes toe in het creëren van waarden voor zichzelf en de omgeving. Terwijl ze daar naar op zoek zijn ontmoeten ze leermomenten waar ze zelf oplossingen voor trachten te vinden uit intrinsieke motivatie. Wij omringen hen met gespecialiseerde kennis die hen voedt wanneer er zelf om vragen. We hebben allerlei gewenningsprogramma´s:

  • Ondernemer van je eigen leven
  • Op zoek naar de held
  • School of Talents
  • Erasmus+

Dood of leven 3

Het is een leerproces dat niet leeftijd gebonden is. We doen het samen, met de natuurlijke kernwaarden van leren leven als richtlijn. De resultaten zijn verbluffend, innovatief en de basis van een geheel nieuwe maatschappelijke invulling, organisatie, onderlinge relatie tussen instanties en bevolking en een geheel nieuwe economie. Alles tesamen heet het Sustainocratie, de democratie rond natuurlijke kernwaarden.

Dood of leven

 

 

De gunst als waarde-eenheid

Stel u nu eens voor dat we de gunst aan elkaar als waarde van samenredzaamheid gaan beschouwen en dit structureren in een wijk, buurt, straat of dorp. Hoe zou dat kunnen werken?

We gaan ervan uit dat iedereen in een gemeenschap wel wat kan bijdragen aan anderen in diezelfde gemeenschap. Een gunst verlenen. Er zijn heel veel gunsten denkbaar. Van het zetten van koffie voor wat oudere, eenzame mensen, een praatje houden met een zieke, boodschappen doen voor die jonge moeder die op de baby moet passen, een zelf verbouwde krop sla weggeven, of een handvol sperzieboontjes, aardappels, een bosje bloemen. De hond uitlaten, even op de kinderen passen, helpen met witten, de tuin doen, de auto wassen, hondenpoep opruimen of zwerfafval inzamelen en weggooien in de container. We zouden iets kunnen helpen schouwen of dat moeilijke fornuis aan de achterkant een keer schoon komen maken. Allemaal van die kleine dingen die het leven voor de ander én onszelf zoveel aangenamer of gemakkelijker maakt.

Maar we zijn zelf ook mens en kunnen ook wel eens een gunst gebruiken. Als we nu eens gemiddeld uitgaan van 3 gunsten per dag voor iedereen in de wijk, die door iedereen op hun eigen manier worden opgebracht en aan elkaar wordt gegund. Dan hebben we het over zo’n 100 gunsten per persoon per maand. In een buurt waar 200 mensen wonen is dat een vermogen van 20.000 gunsten. Meestal is dat vermogen onzichtbaar, onbenut en ook nog eens slecht verdeeld. Er zijn mensen die altijd voor een ander klaarstaan terwijl anderen niet eens om een gunst durven vragen maar er enorm veel behoefte aan hebben. Vele anderen zijn zo druk en in de stress dat ze af en toe wel eens een beroep op een ander zouden willen doen maar niet weten hoe. Als de gunst echter gemeenschappelijk gedragen wordt dan kan men er ook zonder gene mee om gaan.

Als we de “Gunst” tastbaar en zichtbaar maken dan hebben we een grote pot van 20.000 Gunsten elke maand beschikbaar in de buurt. Die verdelen we onder de 200 buurtbewoners, ieder 100 Gunsten. Elke keer als men een gunst ontvangt van een andere wijkbewoner, spontaan of door erom te vragen, geeft de gunstgever 1 van zijn 100 Gunsten terug aan de grote pot. Daarna kan men hij of zij nog 99 gunsten geven. Degene die de gunst heeft weggegeven mag natuurlijk zelf ook gunsten ontvangen op precies dezelfde manier. Zo behouden we gelijkwaardigheid en gelijke verdeling van de beschikbare gunsten. En de gunst blijft in de sfeer van de geefcultuur. Het is de kunst om alle gunsten aan het einde van de maand weer terug te hebben in de pot zodat de volgende maand de cyclus weer door kan gaan. Dan zijn er 20.000 gunsten verstrekt in de buurt en is de buurt erdoor verrijkt vanuit samenredzaamheid.

Buurtproductiviteit kan op deze manier gestimuleerd worden door tastbare en ontastbare zaken met elkaar te combineren. Denk bijvoorbeeld aan het samen verbouwen en verdelen van voedsel in de buurt. Het beschikbaar stellen van de tuin voor voedselteelt is een gunst, het meehelpen planten, wieden, oogsten of verwerken is ook een gunst. Het samen koken en opeten ook. Zo zou het gunstvermogen in de wijk het geldvermogen voor een deel kunnen ontlasten (wat we samen kunnen creëren hoeven we niet te kopen) zodat ook het besteedbare geldvermogen in de buurt groter wordt. Het zelfregulerende vermogen van de gunsten kan basisvoorzieningen zodanig beschikbaar maken dan behoeftige mensen in hun belangen worden voorzien via de gunstpatronen die afgestemd kunnen worden op dat wat leeft in de buurt. Iedereen doet mee. Als iemand Gunsten over houdt aan het einde van de maand kunnen we ons afvragen waarom deze persoon onvoldoende gunsten heeft weggegeven? Misschien te druk, afgezonderd, eenzaam of ziek? Misschien weet de persoon niet eens wat hij of zij als gunst bij zou kunnen dragen terwijl iedereen zoveel talent heeft om te delen.

Er ontstaat een vorm van buurt-medeleven of empathie in de vorm van zorg voor elkaar. Zelfs de Gunstadministratie kan als gunst worden beschouwd. Als er veel behoefte is aan voedselgunsten dan zal er meer aandacht aan voedselproductie en verdeling worden besteed. Als er meer gunsten nodig zijn op gebied van ouderenhulp of eenzaamheid bestrijding dan zal het gunstenpakket zichzelf daar naar toe reguleren.

Zo wordt de Gunst circulair vermogen en een token van mensgerichte waardecreatie met zelfregulerende kwaliteit van leven en sociale cohesie als hoogste doel. Belangrijk in het proces is dat de Gunst eenheid in een afgebakend gebied zich laat kenmerken en organiseren zodat de gemeenschap zich eromheen gaat identificeren. Het gebied dient zo klein te zijn dat er een persoonlijke band kan ontstaan die het onpersoonlijke individualisme doorbreekt. Maar ook groot genoeg dat er voldoende diversiteit aan inzetbaar gunsttalent en vermogen is om zich gaandeweg te structureren rond de verschillende behoeften die het gebied en bevolking kenmerken. Aangezien de Gunst een intermenselijke daad is van liefde en betrokkenheid kan deze overal worden uitgevoerd alsof het een basisinkomen betreft van barmhartigheid en maatschappelijke cocreatie.

Kiezen tussen leven en dood

Het STIR avondcollege van 17 februari ging over fundamentele keuzes maken. De mens karakteriseert zich door haar creativiteit en zelfbewust intelligentie. Daardoor zijn we geworden wat we zijn, een levende soort die zich omringt met spullen die ons welzijn aan aanzien verschaffen. We zijn in feite een soort wonder van de natuur omdat in dat creatievermogen wij niet worden overtroffen door andere soorten. Daarom willen wij ook wel geloven dat we geen natuurlijke evolutie zijn maar dat er ergens een hogere macht ons deze krachten heeft gegeven.

Tegelijkertijd zijn we tegenwoordig ook erkend als de 6e oorzaak van massavernietiging van leven, inclusief onszelf, sinds het ontstaan van de Aarde. Dit tijdperk van vervuiling, misbruik van grondstoffen en onze natuurlijke bronnen, de concurrentieoorlogen en manipulatie rond geldgedreven belangen, deze algehele vernietiging van leven door de mens, heeft een eigen naam: het Anthropocene.

Dood of leven 0

Alles verwijst naar het industriële tijdperk dat sinds het introduceren van de stoommachine ons in staat heeft gesteld massaal gebruiksartikelen te gaan produceren. Die artikelen hebben grondstoffen nodig die vaak voortkomen van levende soorten (planten en dieren) die we daarvoor dood moeten maken. Doordat de beloningsstructuur van arbeid in de fabrieken niet in natura maar met geld werd afgehandeld ontstond een geldgedreven cultuur van economische groei enerzijds en economische afhankelijkheid anderzijds. Binnen die economie werd consumeren van dode producten een belangrijke drijfveer maar ontwikkelde ons bewustzijn en creatievermogen zich niet meer om balans te houden met onze natuurlijke omgeving.

Het industriële tijdperk ontwikkelde sterk vanuit bijvoorbeeld de textiel industrie met groot gebruik van katoen, een natuurlijke grondstof. De enorme toename van behoefte aan katoen en de verwerking ervan ging gepaard met een gigantische toename van landschapsvernietiging en vervuiling.

Een ander voorbeeld is de vleesindustrie die ons in onze voedselbehoefte voorziet. Nederland is een van de grootste vleesproducten ter wereld en heeft er een intensieve industriële productie van gemaakt. Voer voor de beesten komt veelal uit Zuid Amerika waar belangrijke bosgebieden worden gekapt om plaats te maken voor veevoer productie. De massaproductiviteit en consumistische levensstijl, zonder algemeen bewustzijn over de consequentie, heeft ons een gevoel van rijkdom gegeven ten kosten van het leven op Aarde. Dit gebrek aan bewustzijn zien we ook terug in de voedselverspilling.

Als we de economische pieken aanschouwen die we sinds dit industriële tijdperk hebben meegemaakt dan constateren we dat de pieken vooral werden veroorzaakt door nieuwe vormen van mobiliteit die de handelsbelangen in bereik deden groeien. Globaliseren was het gevolg. Gecombineerd met een enorme groei van de wereldbevolking werd de geldgedreven economie rond handel in dode spullen de oorzaak van onze massavernietiging. Verstedelijking is slechts een afspiegeling van deze drang naar consumptie van de dood. Steden zijn bolwerken van cement, asfalt en glas met een beeld van overvloed in winkels en supermarkten zonder de zelfvernietiging zichtbaar te maken. Wat de mens niet ziet of voelt hoort niet tot onze werkelijkheid waardoor we geestesdood raken zoals het cement dat ons omringt.

Dood of leven

Maar de introductie van internet en persoonlijke computersystemen hebben ons massaal toegang gegeven tot kennis. De vele verstoringen van de wereld, die zich uiten via massale migraties van vluchtelingen, grondstofschandalen, uitingen van financiële hebzucht en macht, enz. bereiken het collectieve bewustzijn. Gaandeweg bouwt de massavernietiging zich verder op maar ook een nieuw psychosociaal bewustzijn.

De onterechte kapitaalinjecties na de kredietcrisis heeft de wereldwijde cyclus van de dood gerekt en de massale omslag afgehouden. Bijbehorende positieve consequentie was dat initiatieven zoals Sustainocratie (niveau 4 gebiedsontwikkeling) zich in argumentatie en bewijsvoering verder konden verstevigen. Hoe robuuster het antwoord op het stimuleren en heractiveren van ons creatieve zelfbewustzijn en vermogen tot een evolutionaire aanpak des te sneller de ommekeer wereldwijd tot stand komt, zonder de bijbehorende traditionele tussenfase van wereldoorlogen of volkerenmoord.

Dood of leven 2

In de Stad van Morgen hebben we de evolutionaire keuze dus al gemaakt en focussen met succes of de winst van kernwaarden van het leven zelf die we niet kunnen kopen maar wel creëren en onderling verdelen in echte en veilige overvloed. Tijdens het tweede deel van de avondinspiratie maken we een lijstje van de multidisciplinaire co-creatieprojecten waar we mee bezig zijn:

  • AiREAS – gezonde stad Eindhoven, Breda en Helmond
  • AiREAS – gezonde airport – airport dicht 2 weken
  • AiREAS Turkije via Erasmus+ en BdT
    • Ankara – kindvriendelijke stad
    • Soma – luchtvervuiling van deze mijnstad
    • Izmir – gezonde havenstad
  • FRE2SH Turkije
    • Malatya – voedsel en energie
  • SAFE Turkije
    • Grensgebied met Syrië vrij maken van landmijnen
  • FRE2SH Eindhoven – Son en Breugel/Gemert
    • Consumptie / Productie – Aristo
    • Gemert kruidengebied
  • STIR
    • Sustainocratische ontwikkelingen Interreg V (Aken, Leuven, Genk, Luik, Maastricht)
    • India Sustainocratie
    • China LOI
    • Health Deal Brabant
    • Groen/blauwe ruit Eindhoven – Helmond
    • 23 Mei – Regionaal bezoek Europa Smart City
    • Brainport participatief leren
    • Sustainocraten opleiding
    • Erasmus+ Spanje
  • FRE2SH Deventer – regionale samenredzaamheid en resilience
  • FRE2SH Houten – regionale samenredzaamheid en productiviteit
  • FRE2SH Eindhoven – transformatie wijken
    • Energie coöperatie

Twee gebeurtenissen in 2015 hebben ons geconsolideerd in de wereld van zelfbewuste evolutie:

  1. De formele erkenning van Sustainocratisch AiREAS als peer 4 gebiedsontwikkeling zoals door het Presencing Institute beschreven als co-creatief ecosysteem.
  2. Het VINCI innovatie award dat aantoont dat waardecreatie ook economische waarde heeft. AiREAS fase 1 heeft aangetoond dat elke geïnvesteerde euro een return geeft van vele malen die euro. Maar omdat AiREAS belang hecht aan gezonde verstedelijking en niet aan het geld wordt het geld een middel voor verdere ontwikkelingen.  Het loslaten van geld als doel en aanvaarden van kernwaarden als creatieve richtlijn en verdeelsleutel is wellicht de moeilijkste keuze voor mensen en instantie. Toch is het één met de keuze tussen leven en dood.

Uiteindelijk vatten we de aanpak van de STIR en aanverwante cocreatie tafels en coöperatieve verenigingen samen in 4 stappen, te beginnen met de waardengedreven keuze.

Dood of leven 3

Zo eren wij de uitspraak van Socrates: “Je kunt je leven lang vechten tegen het systeem of al je energie steken in het creëren van iets nieuws”. Wij steken onze energie in de creatie van iets nieuws en laten ons prikkelen door ons zelfbewustzijn en het drama van zelfvernietiging dat we ombuigen tot de kracht en pracht van het leven.

17 februari avondinspiratie kiezen tussen leven en dood

Kiezen tussen leven en dood

Dit klinkt dramatisch maar in essentie is het waar het in de huidige wereldorde om gaat. Wij hebben een wereldeconomie gecreëerd dat handelt in dode dingen waar we allemaal veel waarde aan hechten. Wij mensen kleden ons met dode materialen, eten gedood voedsel, wonen in dode stenen huizen en maken levende dingen dood om er de vele producten van te maken waar wij ons mee omringen. Er wordt aangedrongen op een groei-economie omdat we al die dode dingen een economische waarde hebben gegeven en er een sport van maken om de waarde zoveel mogelijk te optimaliseren door ermee te handelen. Een groei economie heeft derhalve behoefte aan veel meer dode dingen en speculeert ermee door een psychologisch gevoel van tekort te veroorzaken in de menselijke mentaliteit van hebzucht.

AiREAS India
De complexe dualiteit van de mens geeft ons een keuze

Door deze focus op dode dingen is onze aandacht verdwenen over de essentie van alles, het leven. Niet voor niets worden wij mensen nu gezien als 6e oorzaak van massavernietiging van het leven op Aarde sinds het ontstaan van onze planeet. Dit intense drama speelt zich onder ons af en is zichtbaar door de vele vluchtelingen, armoede en vervuiling in de wereld. Wij hechten zoveel waarde aan deze economie van de dood dat we het leven erbij laten. Maar de mens heeft een keuze. Kiezen wij voor het leven? Of de dood? Welke rol speelt Eindhoven of Nederland in deze? Welke beweging ontstaat er in de wereld? Wat doet de Stad van Morgen?

Inspirator: Jean-Paul Close

Locatie: Fontys Hogeschool te Eindhoven, Rachelmolen 1, lokaal 0.13

Tijd: van 19:00 tot 21:30

Kosten: 5 euro koffie bijdrage of 1 AiREAS muntje

Voor wie? Voor iedereen

Aanmelden wegens planning aub: nicolette.meeder@stadvanmorgen.com

2 februari STIR avondinspiratie

Verbinden

Voor dit jaar hebben we besloten om de STIR avondinspiratie sessies te oriënteren rond praktische zaken vanuit Sustainocratie, de kernwaarden gedreven participatiemaatschappij. Deze keer, op verzoek van deelnemers, gaan we in op de vraag:

`Hoe verbind ik met een onbekende?`

In Sustainocratische processen is dynamisch clusteren voor projectmatige multidisciplinaire samenwerking essentieel. Constant komen nieuwe gezichten en talenten in beeld die al dan niet zich verbinden aan de gemeenschappelijke uitdagingen. Hoe gaan we daar mee om? Hoe gaat dat in zijn werk? Hoe blijven de verhoudingen in tact en wanneer valt een band weer uit elkaar?

De inspiratie wordt ingeleid door Jean-Paul Close, initiatiefnemer van de Stad van Morgen en Sustainocratie, de verbinder van vele 1000-den mensen en instanties.

Deelname is geschikt voor iedereen. Even aanmelden aub.

Tijd: 19.00 tot 21.30,     Locatie: Fontys, Rachelmolen 1, Gebouw R1, lokaal 0.13

Kosten: 5 euro koffiebijdrage of een AiREAS muntje

Aanmelden: nicolette.meeder@stadvanmorgen.com

Consequenties van Sustainocratisch samenwerken

De STIR avondinspiratie van 20 januari stond in het teken van de consequenties van niveau 4 gebiedsontwikkeling, ofwel Sustainocratie. Bij de vraag wat dit nu betekent voor alle belangenpartijen (overheid, bedrijfsleven, wetenschap, burgers, de andere niveaus, het wettelijke systeem of het geld) kwamen we al snel allereerst op het voorbeeld van participatief onderwijs dat we toepassen in het Erasmus+ programma met Turkse jongeren en ook neer trachten te leggen bij het Nederlands onderwijs.

fb_img_1453379304481.jpg
Erasmus+ groep uit Turkije

Participatief onderwijs gaat uit van betrokkenheid bij de ontwikkeling van de Sustainocratische kernwaarden in de maatschappij. Door de leerweg van een beroepskeuze uitnodigend toe te passen in een concrete en reële alledaagse uitdaging worden de jongeren geraakt waardoor ze in enkele dagen leren en borgen wat in cognitieve overdracht jaren duurt of zelfs nooit plaats vindt. Dit (levenslang) leren door participeren verlangt een geheel andere leeromgeving en begeleiding dan het traditionele klassikaal verblijf. Het gaat namelijk niet primaire om de theorie maar de praktische toepassing ervan voorafgaand aan het leerproces. De onderwijzer wordt coach in een productief lerende omgeving. Daarin kunnen tegelijkertijd verschillende leerwegen samenkomen die elk de ruggespraak met een of meerdere docenten verlangen. Als voorbeeld nemen we de jongeren uit Turkije die gevraagd worden te helpen in onze communicatie met de Turkse gemeenschap in Eindhoven. De jongeren projecteren de hulpvraag op hun studierichting en passen die toe door iets te creëren, zoals een website, posters, een theatershow of presentatie. In korte tijd leren ze omgaan met de technieken, de maatschappelijke uitdaging, de praktijk issues in verschillende landen en zichzelf positioneren in deze werkelijkheid met eigen talent, inzicht, motivatie en waarde gedreven inzet.

Theoretiseren gebeurt met terugwerkende kracht, verbindend met daadwerkelijke beleefde ervaringen. Zo bereiken we een ongekend patroon van waardengedreven kennisontwikkeling maar ook commitment aan maatschappelijke uitdagingen.

Burgerschap
“De jeugd staat relatief onbevooroordeeld open voor nieuwe kennis en vaardigheden”, suggereerde iemand die aanwezig was. Toen kwam de vraag hoe we andere en oudere burgers mee kunnen krijgen in dit soort waardecreatie processen? Dit was een boeiende kwestie omdat het alle verhoudingen raakt van een mens in relatie tot de omgeving en dat wat men verwacht van burgerschap in de diversiteit van paradigma’s waar we op verschillende niveaus waarde aan hechten. En wat motiveert mensen? In een economisch gedreven speculatieve omgeving gaat het vooral om geld en de afhankelijkheid daarvan. Iemand meekrijgen in waardecreatie verlangt een positieve prikkel én beloning. Beloning wordt zeker niet altijd in geld uitgedrukt maar in wederkerigheid.

De Turkse studenten werden bijvoorbeeld beloond met inzichten, kennisontwikkeling en praktische vaardigheden. Maar voor de gemiddelde burger is dat niet zo. Mensen die geen financiële zorgen hebben, zoals degenen met een pensioen of een uitkering zijn geneigd een zinvolle daginvulling te zoeken in de wereld van vrijwilligers werk. De beloning is dan de dagbesteding en de relatie met andere mensen of situaties.

Maar mensen die financiële verplichtingen hebben zijn minder geneigd mee te doen met maatschappelijke waardecreatie omdat er geen beloningsstructuur tegenover staat waar men wat mee kan rond deze verplichtingen. De kernwaarden zelf zijn niet te koop en vergen bewustzijn en cocreatie. De beloning van een gezonde levensstijl en leefomgeving betaalt niet de hypotheek in handen van vastgoed gedreven manipulatie noch eten uit de supermarkt.

Men wordt dus aangestuurd door de geldgedreven belangen. Sociale innovatie is daarom beperkt mogelijk. Alleen bijvoorbeeld als het valt binnen de economische sfeer zoals verandering in consument keuzes, waarbij prijs nog altijd sturend blijkt. We zien daarbij ook dat een belangrijk deel van het bestaande beloningssysteem bijdraagt aan de problemen, niet de oplossing. Denk aan de vervuiling van woon werk verkeer.

Dit brengt ons op de behoefte aan een nieuw waardesysteem dat participatie in waardecreatie opvangt.

Economie 2

De optie van twee waardesystemen

Met een enkel waardesysteem, de Euro, dat zich heeft ontwikkeld tot speculatief systeem, wordt waardecreatie niet beloond. Het wordt vaak zelfs gezien als risico omdat innovatie de gevestigde orde ter discussie zou kunnen stellen. Dat hoort namelijk bij verandering. Door een andere (lokale) waarde-eenheid te introduceren, die de transitie vorm geeft vanuit kernwaarden, dan zien we dat, wanneer de handel terugvalt de creativiteit toeneemt en andersom, wanneer de handel toeneemt komt creativiteit in verval. Beide systemen vullen elkaars gaten waardoor een harmonieuze samenhang kan ontstaan.

Als men niet met een duaal waardesysteem wil werken dan dient men de resultaten van speculatie evenredig te belasten om zo waardecreatie (niet de bureaucratie) te voeden. Dat is vaak lastig omdat speculatie te maken heeft met hebzucht en machtsbelangen die zich niet zomaar laten belasten en eerder een lobby vormen om dat juist niet te doen.

Dat brengt ons op ondernemerschap. Het gros van het huidige ondernemerschap voegt geen waarde toe maar handelt speculatief met waarden die elders zijn gecreëerd. Men speculeert door te concurreren. Deze marktconfrontatie zorgt voor waardeonttrekking in de keten zodra er meer dan 2 concurrenten optreden in een marktsegment. Belangrijker is de creatieve waarde van disruptieve innovatie van het bedrijfsleven, ofwel het creëren van iets totaal nieuws dat zich laat stimuleren door aandacht voor onze kernwaarden. Dit is de basis voeding van een harmonieuze economie, niet groei. Groei is slechts een natuurlijke bevestiging van ruimte en aandacht.

Waarde gedreven ondernemerschap kan nooit alleen verantwoordelijkheid nemen. Dat dient in de context geplaatst te worden van onze collectieve verantwoordelijkheden. Dat noemen we multidisciplinair, context gedreven ondernemen, ofwel het piramide paradigma of 4 x winst model.

Pyramid 3

Het brengt ons automatisch op multidisciplinaire cocreatie als waardecreatie systeem met faciliterende aandacht van de lokale overheid.

De overheid is de volgende die de consequenties aanvaardt. In plaats van zich duaal te richten op infrastructuur ontwikkeling, belasting inning en bureaucratische regelgeving, wordt het partner in haar eigen maatschappelijke cocreatie rond menselijke kernwaarden. Dat vergt een grote omslag daar de overheid de laatste decennia de aandacht vooral heeft gevestigd op economische groei met steun en stimulans van speculatie, met bankbelangen, in plaats van harmonisering en vernieuwende ideeën.

“Niet top down, niet bottom up, maar allemaal tegelijk!” was de boodschap van een van de betrokken wethouders. Zeggen is een, vormgeving en deelname is iets heel anders.

Financiële modellen staan ter discussie en verlangen creatieve innovatie. Nu wordt de overheid nog gefinancierd vanuit BTW (consumeren), IB (contract arbeid) en VB (winstgevend speculanten) met wat gasbaten (9%). Dit model voedt het probleem van de maatschappelijke onbalans. Loslaten kan de overheid niet want alles is gestoeld op dit inkomstenpatroon. Er dient dus iets nieuws te ontstaan waardoor de overheid mee kan opbouwen aan de vernieuwing terwijl het oude wordt afgebouwd. Datzelfde geldt ook voor het bedrijfsleven, de zekerheden van de bevolking, het onderwijs enz. Ook het juridische systeem kan op de schop omdat het modellen in stand helpt houden die uit de tijd zijn, inclusief justitie zelf. Denk aan de solidariteit wetgeving die participatie in zorg uitsluitend uitdrukt in geld in plaats van zorg voor elkaar.

Tot slot zien we dat de doorbraak tot niveau 4 gebiedsontwikkeling voortkomt uit de aanwezigheid van de eerste 3 niveaus, inclusief slimme hulpmiddelen en prikkels voor innovatieve ontwikkelingen. Maar als niveau eenmaal is bereikt dan stelt de kernwaarden gedreven werkelijkheid de onderliggende structuren weer ter discussie omdat ze meestal niet voldoen aan de nieuwe context van niveau 4. Kijk bijvoorbeeld naar de plannen rond de luchthaven van Eindhoven. Maar verandering brengt nieuwe werkgelegenheid, betrokkenheid en inspiratie.

Visgraat airport workshop
Vanuit de context `health deal` ontstaat een geheel andere mobiliteit dan toen `economische groei` voorop stond. Alles staat ter discussie.

Conclusie

De consequenties van Sustainocratie zijn gigantisch en alles omvattend. Door de evolutie naar niveau 4 van gebiedsontwikkeling ontstaat een geheel nieuwe onderlinge relatie tussen mensen, instanties, middelen en betrokkenheid. Er ontstaat een vibrerende gemeenschap waarin alles kan mits het bijdraagt aan de duurzame ontwikkeling van onze kernwaarden.

20 januari STIR Avondcollege – Avondinspiratie

Titel: Consequenties voor iedereen van niveau 4 gebiedsontwikkeling (participatie maatschappij)

Inspirator: Jean-Paul Close

Locatie: Fontys Eindhoven, Rachelmolen 1, lokaal R1, 0.13

Tijd: 19:00 – 21:30

Introductie: In de hele wereld ontwikkelen gebieden zich met de intentie van burgerparticipatie. Dat kan op twee manieren worden uitgelegd:

1. De burger mag meepraten maar de bestuurlijke hiërarchie is de baas.
2. Zowel bestuur als burgers leven zich in in kernwaarden en nemen samen verantwoordelijkheid.

Dit laatste is waar het college over gaat. Wat betekent dit voor een gebied, de bestuurders, ambtenaren en burgers of ondernemers. Wat betekent dit voor het onderwijs?

Level 4

Voor: iedereen
Kosten: 5€ of AiREAS muntje

Aanmelden: nicolette.meeder@stadvanmorgen.com

Gemeenten zijn de weg kwijt in databeleid

De Stad van Morgen positioneert zich structureel in de Sustainocratische werkelijkheid van kernwaarden gedreven samenwerking. Dit wordt ook wel peer 4 gebiedsontwikkeling genoemd. Hierin worden we geconfronteerd met de, hopelijk tijdelijke, schizofrenie van overheden ten aanzien van hun databeleid. Dat is begrijpelijk als je voortkomt uit de wereld van controle, beheersing en bureaucratie en ineens wordt geconfronteerd met een werkelijkheid waarin men geacht wordt te faciliteren met transparantie, openheid en co-creatie. Terwijl het ene deel van de overheid vast zit in het ene kader experimenteert het andere deel met de vernieuwing. Maar snapt men wel de nieuwe spelregels?
Hierbij een aantal reflecties van onze partners:
 De weg kwijt:
(Een gefrustreerde ambtenaar)
“Gemeenten zijn wat automatisering betreft de weg kwijt. Ze hebben zichzelf afhankelijk gemaakt van een paar leveranciers die handig gebruikt maken van de situatie. Zelfs landelijke organisaties zoals KING, wat staat voor kwaliteit, weet niet wat de juiste route is en bedenkt geweldig indrukwekkende standaards die door hun complexiteit niet werkbaar blijken. Leveranciers steunen die zwakte omdat dat in hun eigen belang is. Ze spreken elkaar toe hoe goed ze zijn en kunnen het op die manier nog lang volhouden. Ook gemeenten doen daar een bijdrage aan omdat ze het zelf gewoon niet meer weten en… “een kwaliteitsinstituut zal wel weten hoe het moet”, toch? “Gelukkig” zijn er aanbesteding procedures bedacht die er voor zorgen dat gemeenten “juiste” keuzes maken. Als je gewoon beschrijft wat je wilt en vertaalt naar eisen en wensen dan kan er toch niets fout gaan? Een aantal procedure stappen doorlopen, hier en daar een score toekennen aan de leverancier die zich goed presenteert en dan, na een optelsom, waar het bedrag van de kosten een belangrijke rol speelt, een keuze maken. En dan na een lang proces vol met problemen blijkt het geweldige product toch niet helemaal zo goed als toen gepresenteerd in de aanbesteding. Maar we zijn van goede wil en gaan er met z’n alle de schouders onder zetten, toch?
Gemeenten proberen wel het een en ander te keren zoals die steden die een samenwerkingsverband opzoeken met andere gemeenten om de ICT anders te organiseren. Leveranciers (namen noemen we niet) lachen daarom. Degenen die zo’n traject achter de rug hebben tonen het volgende: Bedenk goede statements voor een visie, kies voor een avontuurlijke route, en constateer dat je het tegenovergestelde bereikt na een moeizaam proces en vele euro’s minder. En natuurlijk tot het laatste moment volhouden dat we toch allemaal wel erg goed bezig zijn.”
Ontkennen hoort nu eenmaal standaard bij een bureaucratie die zichzelf in stand wil houden (zie het rode vlak in het plaatje hieronder). Als men controle op zou geven wordt men geconfronteerd met angst. Als er geen alternatief voor handen is binnen de kaders van bewustwording dan grijpt men vast aan de strohalm van een kostbaar in zichzelf gekeerd beleid.
Als het rode vlak regeert dan groeit vanzelf de vernieuwing vanuit het gele vlak waarbij het oranje vlak het kaf van koren scheidt.
De wet van de tegenstellingen: Als het rode vlak regeert dan groeit vanzelf de vernieuwing vanuit het gele vlak waarbij het oranje vlak het kaf van koren scheidt ten behoeve van de ontwikkeling van het groene vlak van harmonie. (“La comedia divina”, Dante, uitgedrukt in Sustainocratische processen)
Menshouderij
(Kritische burger)
We komen uit een politiek economische wereld van “effectieve mensenhouderij” waarbij de burger zich vooral als betalende arbeid verlenende consument diende te gedragen en als zodanig door Big Brother werd gecontroleerd op belastbaarheid, normen en regels. Met geld werd de mens afhankelijk gemaakt van een “zorgsysteem” dat enerzijds de mens apathisch maakte voor verantwoordelijkheden en anderzijds het systeem oppermachtig in beheersing en controle. Het achterliggende automatiseringsbeleid levert een wirwar van controle wensen op die het straatbeeld vullen met camera’s, lussen, detectiesystemen en controle instrumenten. Smart City wordt het ook genoemd waarbij de slimmigheden vooral het machtsysteem dienen. Het is een goudmijn voor technologische aanbieders die de schijnbaar onuitputtelijke financiële bronnen van de belastingbetaler, publieke schuldontwikkeling en onbekwaamheid van het hongerige sturingssysteem, gebruikt om een infuus van afhankelijkheid aan te brengen. De openbare aanbesteding gaat naar de goedkoopste aanbieder maar eenmaal binnen is het infuus aangelegd en kan het plukwerk beginnen. Samenwerking tussen gemeenten biedt geen soelaas want elke gemeente heeft een andere mensenhouderij samenstelling met geheel eigen besluit patronen vanuit macht. Technologische optimalisering wordt bereikt door weer standaarden te bedenken voor kostenbesparing die de betrokken aanbieders graag tegen kostbare tarieven en interne implementatie en trainingsprogramma’s waar willen maken die de organisatorische inefficiëntie blijvend voeden.
Open data
(Stad van Morgen)
Ondertussen biedt internet de burgerij een onuitputtelijke bron aan informatie, vaak ook aangeleverd door overheid instanties die een open data beleid nastreven binnen de kaders van de nieuwe “participatie maatschappij”. Maar een veelvoud aan sensoren, datastromen en allerlei vormen van interpretaties zijn ook uit andere bronnen beschikbaar waardoor de mens zelf na gaat denken en relaties legt tussen wat men ziet en wil geloven. Het vertrouwen in de, via controle en onderdrukking, wakende overheid is verdwenen omdat verschillende werkelijkheden doordringen tot het bewustzijn van de gemiddelde mens. Men voelt zich al snel gedwongen, gecontroleerd, beknot in vrijheid, bedrogen, kwetsbaar en gemanipuleerd. De tegenreactie is om een geheel eigen werkelijkheid te creëren die vaak gebaseerd is op eigen brononderzoek en interpretatie. Open data is nu onbeheersbaar en overheden doen er goed aan om energie te steken in de omgang ermee dan het trachten te reguleren ervan.
Juridische valkuilen
(AiREAS)
Ondertussen willen overheden open data portalen aanleggen. Maar welke criteria pas je toe als jezelf al een imago hebt van manipulatie? Juristen van de overheid benaderen de Stad van Morgen via bijvoorbeeld AiREAS om te vragen hoe we juridisch om dienen te gaan met open data? Wet en regelgeving hanteert niet bij uitstek een morele maatstaf maar vooral een die de werkelijkheid van politieke economische sturing van ondersteunende regels voorziet, niet van zelfreflectie.
Denk bijvoorbeeld aan de wettelijke onschendbaarheid van de Nederlandse Staat ten opzichte van haar eigen beleid. Als wij als burgers aanspraak willen maken op artikel 11 van de grondwet  (onschendbaarheid van het menselijke lichaam), wanneer we het politiek economische beleid verantwoordelijk maken voor de lucht en bodemvervuiling vandoor ons lichaam dodelijk wordt vervuild, dan kan de regering zich beroepen op “behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen”. De prioriteit is dan niet de grondwet maar het politiek economische systeembelang. En de burger heeft geen recht tot formele tegenspraak. Dus creëert de burger een nieuwe maatschappij naast de oude, vanuit de natuurlijke vrijheid die niet door menselijke structuren is tegen te houden. Internet en open data helpen daarbij.
De grondwet geeft ook in artikel 1 het recht van gelijke behandeling en verbod op discriminatie. De economische ongelijkheid, de hiërarchische belangenbehartiging en machtsverdeling, de armoedeontwikkeling en het incassobeleid, de behandeling van vluchtelingen (mensen die zich ook in Nederland bevinden), enz halen stelselmatig de grondwet onderuit “omdat de overheid dat mag”.
Level 4
Wat bepaalt het gebruik van data?
De weg vooruit
(Stad van Morgen)
Op peer 4 niveau van gebiedsontwikkeling nemen onafhankelijke Sustainocraten de rol van tafelvoorzitter op zich om op die manier de grondwettelijke gelijkwaardigheid tussen alle partijen te waarborgen én het hogere doel van kernwaarden zoals gezondheid (lichamelijke integriteit) samen veilig te stellen of te herstellen door middel van innovaties. De overheid krijgt zo de mogelijkheid om zichzelf te herzien binnen de kaders van duurzame evolutie door faciliterend en zelfcorrigerend op te treden. Dat gebeurt alleen als het om fundamentele kernwaarden gaat. Dat geldt overigens ook voor de andere partners, inclusief de ICT bedrijven die nu de maatschappij op kosten jagen uit eigenbelang zonder kwaliteit te verschaffen. In het geval van een participatie maatschappij is het hoger doel vanuit kernwaarden sturend, niet de oude blokkerende wetten en regels of politiek-economische lobbies, afhankelijkheden, controle-mechanismen noch aanbestedingen. Een belangrijk deel van kostbare automatisering rond controle van procedures kan worden opgeheven. Door de processen buiten te hiërarchie te plaatsen ontstaat een participatieproces op basis van respect en vertrouwen, iets wat de overheid, ondanks de vele bestuurders en ambtenaren van ontzettend goede wil, niet zelf eenzijdig kan maar wel bij aan kan sluiten.
Als er dan een open data portaal moet komen dan gaat het niet om de open data zelf maar de waardengedreven context waarin deze geplaatst wordt. Denk aan AiREAS waar de gezonde verstedelijking, gezien vanuit luchtkwaliteit, de context bepaalt van het grote knoppenteam. Dat team draait zelf niet aan de grote knoppen maar zorgt dat degenen die dat wel doen dit kunnen doen met een hoge graad van betrouwbaarheid en compleetheid van de gegevensvoorziening. Essentieel is dan de systeem onafhankelijkheid van het portaal en de context waarin deze zich organiseert ten bate van een ieder die ermee wenst te werken als data of geautomatiseerde niveaus van integratie.
Context gedreven open data portaal
Context gedreven open data portaal (AiREAS).
Door dit soort activiteiten in formele waardengedreven peer 4 context te plaatsen (zoals AiREAS of FRE2SH of STIR) regeert het systeem niet meer maar de kernwaarden. Hierdoor wordt het kaf van het koren gescheiden in het beleid, de deelnemende instanties en concrete toegevoegde waarde van de keuzes. Daar is op alle niveau moed en doorzettingsvermogen voor  nodig.
In AIREAS bijvoorbeeld wordt heel veel moeite gedaan om kwaliteit lagen te bewaken, soms met tijdelijke weerstand van de geld of macht gedreven partners (leveranciers of overheid). Door het multidisciplinaire karakter is er geen eenzijdige keuze dus ook geen veto maar een die door de groep wordt gedragen ten behoeve van leefbaarheid en kwaliteit van samenwerking. Als steeds meer roadmaps worden overgeheveld van systeem naar participatiebelang dan zal ook de schizofrenie van de overheid in haar interne spanningsveld tussen systeemoverheersing en partnerschap gaandeweg opgeheven worden door duidelijke bestuurlijke en operationele innovatie en optimalisatie.
Trainingen om bestuurlijk te leren omgaan met de cyclus en de peer 4 evolutie worden door de STIR Academy georganiseerd.