In dit filmpje ziet u waarom rijken rijker worden en de massa alleen maar armer en “schuldiger”.
En in dit introductiefilmpje van Kassa ziet u hoe dit ook in Nederland toegepast wordt.
Om dit te doorbreken zijn er twee inzichten dingen nodig:
Onzin 1: Schuld
* schuld bestaat niet, geconditioneerde bruikleen wel (van de natuur, niet mensen onderling)
Onzin 2: Koopkracht
* vermogen is niet wat men consumeert maar wat men creëert (gericht op leven en vooruitgang).
U kunt beide onzinnigheden weg nemen door persoonlijke keuze. Moeilijk? U staat niet alleen. U kunt zich verenigen en samenwerken zoals een echte maatschappij betaamt. Als we de keuze niet vrijwillig maken dan gebeurt het wel een keer onverwacht.
Jean-Paul Close vraagt Lotte van Lith hoe ze op Dabrowski is gekomen?
Gastdocente Lotte van Lith vertelt dat ze per toeval in contact is gekomen met Dabrowski. Tijdens online conversaties met iemand ging het over “hoogbegaafdheid”. Dabrowski bracht zowel herkenning als een passie om ermee aan de slag te gaan. Nu maakt Lotte het haar beroep om mensen te helpen met de inzichten. website Lotte
De presentatie van Lotte begint met de vele gevoeligheden van de mens en hoe we daar positief mee om zouden kunnen gaan.
De lagen van bewustzijn in een positieve interpretatie
Ze introduceert de vijf bewustzijn niveaus van Dabrowski:
1e Primaire integratie
2e Eenlagige desintegratie
3e Spontane meerjarige desintegratie
4e georganiseerde, meerlagige desintegratie (fase van groei empathie)
Na de pauze volgde een interactie over het gebruik van Dabrowski, met name in het onderwijs door de aanwezigheid van gespecialiseerde leerkrachten. Hoe maak je jongelui in een ontwikkelfase duidelijk wat de fasen inhouden als ze zelf nog in een beginfase van positieve desintegratie zitten? Wat is de verhouding tussen de cognitieve leerbasis van het huidige onderwijs en de veel bredere menselijkheid? Terecht werd even verwezen naar de verschillende interpretaties van het woord “positief”. Positief gevonden worden in een HIV test is iets anders dan positief omgaan met andere mensen.
Dat gaf voor Jean-Paul Close aanleiding om even terug te komen op de essentie van deze reeks colleges: menselijkheid en duurzame menselijke vooruitgang.
Om menselijkheid te begrijpen is het boeiend om Dabrowski te verbinden met de andere bewustzijn modellen en inzichten die in de colleges gehanteerd worden. Die helpen ook weer om de evolutionaire context van de mens in haar omgeving te doorgronden. Jean-Paul tekent de andere benaderingen (zijn/doen van Paul de Blot en menselijke complexiteit van Jean – Paul Close) die in voorgaande colleges zijn gehanteerd. Zo wordt het principe genoemd van “het bewust experimenteren met de werkelijkheid (doen), de basis van “zingeving””(nut) en de positieve synchronisatie van het leven met (muzikale) frequenties in het universum. Met een instrumentarium van zeker vier elkaar aanvullende inzichten kan Dabrowski helpen bij de interpretatie van situaties die tot allerlei verwarringen zouden kunnen leiden en op die manier inzicht verschaffen voor zekerheid (bijv angstig zijn mag maar het is ook fijn te weten dat “angst” niet het enige is).
Verwarring
Er zijn voorbeelden te over die aantonen dat de interpretatie van wat onze zintuigen ons aanbieden niet altijd berust op de werkelijkheid. Zie bijvoorbeeld dit filmpje:
Als onze zintuigen ons al in verwarring brengen wat als daar dan ook mee wordt gemanipuleerd in onze omgang met elkaar en in het vormen van complexe maatschappelijke structuren? Tijdens het college werd al geduid op de verwarring over de betekenis van woorden (bijv. Positief) en het belang van de context en interactie.
Verschillende werkelijkheden als context
De verwijzing die bewustzijn koppelt aan nieuwe maatschappelijke werkelijkheden, zoals de definitie van duurzame menselijke vooruitgang waaraan het AiREAS project “de gezonde stad” is ontleend, leverde ook weer veel interactie op. Terwijl delen van de zaal reflecteren vanuit de vrije, ongestuurde ontwikkeling van het individuele bewustzijn met de fasen van Dabrowski als richtlijn, introduceert Jean-Paul de mogelijkheid om de fasen te verbinden aan doelgerichtheid en de verschillende werkelijkheden waarin ons bewustzijn zich kan manifesteren. Dat de huidige werkelijkheid (interpretatie van de werkelijkheid) niet de enige is kan door de elkaar aanvullende toepassing van de de verschillende modellen worden duidelijk gemaakt. Als daaraan concrete nieuwe doelstellingen gekoppeld worden, zoals Close experimenteert met de “gezonde stad”, openbaart zich, volgens Close, gemakkelijker de diversiteit van de bewustwording dan vanuit een cognitie gedreven beperking en enkelvoudige manifestatie van de werkelijkheid.
Nicolette Meeder deed een passievol betoog over haar geloof in het leerproces van kennismaking met de verschillende werkelijkheden in de menselijke complexiteit zoals dit in STIR wordt toegepast. Zij deed haar beklag dat het huidige onderwijs hier niet aan tegemoet komt hetgeen zij ook voor haar eigen kinderen ziet als een beperking in hun ontwikkeling. STIR biedt zich aan om er verandering in aan te brengen door uit te nodigen naar een nieuwe werkelijkheid (duurzame menselijkheid) maar ontmoet veelal gesloten deuren ondanks empathie van bestuurders. Deze voelen zich gedwongen of genoodzaakt vanuit het huidige systeem te besturen in plaats van avonturen te starten waar het instituut niet op wordt afgerekend.
Het gesprek ging daarna over het spanningsveld tussen het eigen geweten en de functie die men invult in de maatschappij. Waar neem je verantwoordelijkheid voor? Wil je als leerkracht de confrontatie aangaan met het systeem of pas je je aan? Kun je je eigenheid daar dan in kwijt? Waar “kun” je verantwoordelijkheid voor nemen?
Dat bleken vragen waar divers op werd gereageerd. Moeilijke vragen die ook niet zomaar door de generieke abstractie van Dabrowski worden beantwoord. Jean-Paul doet een beroep op de deelnemers om ermee te experimenteren en voor zichzelf een beeld te vormen van de eigen processen. Als voorbeeld wordt zijn eigen uitnodiging naar een nieuwe werkelijkheid genoemd waarbij men de keuze heeft om mee te gaan of niet.
Lotte had de zaal gevraagd om 5 waarden voor zichzelf te formuleren.
De waarden uit de zaal
De reflectie over deze lijst van waarden leverde ook weer discussie op. Neem ik mijn eigen waarden of laat ik mij ook inspireren door de waarden van anderen? Wat is authenticiteit?
Jean-Paul suggereert dat men die waarden pakt waar men ook persoonlijk verantwoordelijkheid voor kan nemen. Ook dat leverde weerstand op hier een daar. Deelneemster Josje Bakker nam echter de gelegenheid om haar eigen woorden en waarden om te zetten in poëzie waarmee ze de zaal verraste.
Josje met haar spontane interactie
De discussies en uitwisseling van meningen had de gemoederen danig opgewarmd. Nicolette zou een aantal oefeningen doen met de groep maar dat schoot er bij in gezien de tijd. Uiteindelijk nodigde zij de groep uit tot een oefening van “vertrouwen” door samen al staand een rust moment te beleven met muziek.
Steeds meer technieken ontstaan om onze voedselschaarste op te lossen. Natuurlijk is de eerste stap ons bewustzijn rondom voedsel, onze huidige, vernietigende omgang met de natuur en onze kwetsbaarheid door afhankelijkheid. De tweede stap is om er wat mee te doen. Als we zelf lokaal zelfvoorzienendheid ontwikkelen dan kunnen we de grote wereldwijde voedsel stromen ontlasten. Een aantal voorbeelden die te integreren zijn in elke stad, misschien zelfs met boeiende nieuwe straatbeelden van water, planten en vissen, middels geintegreerde infrastructuren die ook andere effecten hebben (zoals koeling van de stad, recreatie, kunst, uitstraling, enz).
Stadsland en tuinbouw:
Vis:
Veel van dit soort systemen worden commercieel opgezet door samenwerking tussen overheden en bedrijven. Hierdoor worden grote groepen lokale mensen uitgesloten in het opzetten (arbeid) en gebruiken ervan (consumptie). In de STIR (Stad van Morgen) zoeken we niet direct de economie maar cohesie en cocreatie middels coöperatieve waarde creatie. Daarbij nodigen we de overheid en het bedrijfsleven ook uit maar niet vanuit afhankelijkheid maar samenwerking. De “economie” bestaat dan uit inzet (arbeid en kennis) en wederkerigheid (productiviteit en resultaat) waarvij alleen overschotten verhandeld worden. Hoe meer mensen eraan mee doen des te ambitieuzer de projecten worden.
Economie (handel) en zelfredzaamheid (zelf produceren) staan elkaar in de weg. Daardoor ontstaat er stress en een transitie die dan op zoek gaat naar een nieuwe balans tussen beide. Het ligt per gebied aan de daadkracht van de bevolking zelf om daarin een weg te vinden.
“Toen de Weense overheid in 1765 een catalogus samenstelde van verboden boeken werd het door zoveel Oostenrijkers gebruikt als lectuurgids dat de Habsburgse sensoren zich verplicht voelden om de catalogus zelf als verboden boek op de lijst te plaatsen.”
Verbod is een prikkel voor bewustzijn ontwikkeling. Waarom is iets “verboden”? Het is de basis om het uit te proberen om er zelf een oordeel over te vellen. De verboden film “Turks fruit” werd een van de meest bekeken documenten uit de geschiedenis van de Nederlandse filmindustrie.
Verbieden is een positieve prikkel voor ongehoorzaam gedrag.
Er is de laatste jaren een nieuwe vorm van ondernemen ontstaan door een frisse kijk op burgerschap en bijbehorende veranderdrang.
Stad van Morgen partner STIR Academy biedt vanaf januari 2014 trainingen die gebaseerd zijn op 10 jaar burgerschap ervaringen en betrokkenheid van 1000den mensen en instanties.
Maar eerst een situatie schets.
Het artikel in het Eindhovens Dagblad van 18 december 2013
Burgerschap geeft betekenis aan het “horen bij een gemeenschap”. Groepsvorming geeft het gevoel van veiligheid en geborgenheid waar iedereen aan bijdraagt. Dat zou de kern moeten zijn van een samenleving. De huidige maatschappijvorm laat echter steken vallen waardoor veel mensen “het anders willen” en dingen gaan ondernemen om zaken te veranderen. Het ondernemende burgerschap heeft een bron van onvrede en positivisme tegelijkertijd omdat het “ook anders kan.” Die motivatie heeft een aantal redenen:
* men is modern zelfbewust geworden door bijvoorbeeld nieuws, vrijheid van meningsuiting, internet, vergelijkende kennis door reisgedrag en hogere opleidingsniveaus, * overheid en banken worden verantwoordelijk geacht voor de grote crisissen en een aantal schandalen waardoor vertrouwen structureel is geschaad. Men is geneigd zelf meer na te gaan denken over ethiek en verantwoordelijkheid dan klakkeloos het beleid van de overheid (of diensten van banken) te accepteren. * het politieke systeem is te verzuild en versnipperd, met oude machtposities die vernieuwing in de weg staan. Men zoekt naar andere wegen dan stemgedrag of eigen politieke ambities om zekerheden of veranderingen op te bouwen. * veel maatschappelijke “producten” staan ter discussie om allerlei redenen. De formele oplossingen zijn veelal sterk politiek en economisch gekleurd ten kosten van zekerheden. Burgerschap zoekt zelf alternatieven en verwacht ruimte om te experimenteren. * het werkgelegenheid systeem dekt de lading van de bevolking niet meer. Beleerde, ervaren mensen die geen betaalde bezigheid kunnen vinden zoeken zingeving door onder andere het systeem deels of in het geheel ter discussie te stellen. Zij ondernemen vanuit zingeving en veranderdrang. * veel gepensioneerden zijn nog in de bloei van hun leven en ondernemen zaken die zij nuttig vinden en passen bij hun oorspronkelijke expertise of gewenste tijdbesteding.
Dat zijn maar enkele voorbeelden die wij zijn tegengekomen. Er zijn er ongetwijfeld meer. Van belang is de tedens om vanuit een nieuw maatschappijbeeld te redeneren dan dat wat ons regeert en vanuit dat beeld actie te ondernemen. Hoe dat beeld eruit ziet varieert per persoon of groep.
De VNG (vereniging van Nederlandse gemeenten) heeft een onderzoek gedaan naar burgerparticipatie en initiatieven. Ook de Universiteit van Tilburg volgt de ontwikkelingen die volgens de onderzoekers sinds de jaren 70 zich manifesteren. De verklaring die men zoekt of geeft is niet altijd evenredig aan onze ervaringen omdat men (top down) vanuit het systeem redeneert naar burgerschap en wij (bottom up) vanuit de mens. Het thema is actueler dan ooit omdat van beide kanten oplossingen voor grote uitdagingen gezocht worden bij de burgers ook al kan de motivatie verschillen.
Burgerschap beleeft een uniek spanningsveld tussen natuurlijke en systeem verantwoordelijkheden. Wat is ethisch? Wat is verantwoordelijk? Is alles wat “moet” wel juist?
Er zijn minstens vier ondernemende burgerschap tendensen:
1. Zelfbewust keuzes maken. Kijken naar de duurzame oorsprong van producten, het bonafide imago van de leverancier, de zelfbewuste keuze tussen alternatieven, enz schept bewustzijn dat niet alles zomaar verantwoord bij ons in huis komt. We kunnen zelf verantwoordelijkheid nemen door geen genoegen meer te nemen met willekeur maar zelfbewust belangrijke keuzes af te stemmen op onze eigen normen en waarden. Dat vergt wat meer tijd en overleg dan een blindelingse aanschaf. Dat is ook ondernemen, in de betekenis van iets doen dat goed voelt en een bijdrage levert aan ons leefmilieu of samenleving.
2. Beleid beïnvloeding. Dit is de oudste vorm van actief burgerschap. Veel actieve burgerparticipatie is gericht op kleinschalige buurt activiteiten. Door zich druk te maken over zaken als omgevingskwaliteit, burenoverlast, onderhoud, speeltuintjes, enz treedt men op naar de overheid als men verantwoordelijkheid wil nemen. Veel gemeenten stellen wijkbudgetten en subsidies beschikbaar voor deze activiteiten die echter nog steeds in de toestemming cultuur vallen van “u mag meepraten maar de overheid is de baas”.
Ook milieu organisaties, actiegroepen, wijkverenigingen, enz vallen onder deze groep en lobbyen op alle niveaus. Ook de “democratische oppositie traditie” werkt beleid beïnvloeding via actief burgerschap in de hand.
3. Vernieuwd innovatief. Dan zijn er de initiatieven die op een vernieuwde manier omgaan met de maatschappij en veelal de oude vormen aanvullen met nieuwe en daarvoor ruimte zoeken. Denk hierbij aan stadslandbouw, energie coöperaties, buurtwachten, ruilbeurzen, burenhulp, enz. Sommige burger ondernemerschap bewegingen zijn puur individueel opgezet. Anderen uiten zich als samenwerkingsvormen die in soms over komen waaien uit het buitenland. Denk aan Transition Towns, LETs, enz.
Kern van deze vorm van maatschappelijk ondernemen is dat het vaak gebaseerd is op andere waarden en wederkerigheid dan geld.
4. Beleid vervangend. Dan is er de aanpak van bijvoorbeeld de Stad van Morgen waarin de overheid en andere systeem partijen uitgenodigd worden tot een nieuwe of aangepaste werkelijkheid. Denk aan AiREAS, VE2RS en GroZ als sustainocratische werkvormen. Wij presenteren een aangepaste vorm van democratie en maatschappelijke doelgerichtheid dan wat we gewend zijn en nodigen de gevestigde orde uit om het met ons uit te proberen. Voor beleidmakers is er een nieuwe keuze naast de beperkingen van de traditionele operationele werkelijkheid die ook hen in de problemen brengt. Sustainocratie vervangt bijvoorbeeld de overheid niet maar nodigt uit tot een andere omgeving waardoor men ook met andere voorwaarden leert omgaan en eventueel terug vertaalt naar een eigen institutionele transformatie. AiREAS is een burger initiatief voor het creëren van een gezonde stad met participatie van overheid, wetenschap, bedrijfsleven en andere burgers.
Workshop agenda: Wilt u meer weten over de workshopagenda van STIR Academy en op de hoogte gehouden worden dan kunt u hier uw gegevens achterlaten:
Steeds meer raken we (Stad van Morgen) verwikkeld in discussies over zorg en zelfredzaamheid en wat nu zou moeten veranderen in onze maatschappij? Zo komen ook de afvinkdokter, 10 minuutjeshuisarts en nepfactuur tandarts voorbij. Het is een fenomeen van deze tijd waarin alles op klok moet en door een ieder anders wordt geïnterpreteerd.
De afvinkdokter
Jan stort onverwacht in elkaar. Hartinfarct denken omstanders en bellen 112. Het eerste wat Jan zich weer herinnert is de mond van de ambulance medewerker die hem reanimeert. Met loeiende sirenes wordt hij naar het ziekenhuis vervoerd. Daar volgt een hart onderzoek. De hartspecialist constateert dat hij het niet aan zijn hart heeft. “U mag weer naar huis.”
Pardon? Naar huis?! Een uur geleden lag hij stervende op straat. Waarom? Het ligt niet aan het hart maar wat dan wel? “Ik doe alleen hart” zegt de specialist en daarmee is de kous af. Voor hem althans. Niet voor Jan want die heeft de angst goed te pakken.
Het bovenstaande verhaal kan aangevuld worden met allerlei voorbeelden van de gefragmenteerde afvinkcultuur in de medische wereld. Op zich is het logisch want door bepaalde ziektebeelden uit te sluiten komt misschien de oorzaak wel een keer bovendrijven. Daar hebben veel medici een kostbaar netwerk van belangen omheen gebouwd. Men verwijst mensen door zonder specifieke noodzaak maar om “af te vinken”. De onderliggende stroom is puur economisch ook al wordt het vanuit menselijkheid “verkocht”. De afgebakende eilandjes leven dan een leven dat meetbaar is op basis van economische relaties. De wildgroei die ontstaat is al snel onoverzichtelijk en wordt ook als “noodzakelijk” ervaren. De patiënt (ook cliënt! genoemd) wordt van kastje naar de muur gestuurd zonder dat ergens een holistisch beeld wordt bewaakt van de persoon. Elk stukje staat op zichzelf, voelt zich onmisbaar, doet stinkend zijn/haar best maar binnen de muren van de eigen tunnel visie.
10 minuutjeshuisarts
Het is algemeen bekend dat de huisarts de consults plant in blokjes van 10 minuten. Dat is een prima insteek om de tijd redelijk efficiënt te benutten. Een mens is echter geen 10 minuutjes mens. De een gaat naar de huisarts voor een minuutje omdat het euvel bekend is maar even door de deskundige moet worden bevestigd. De ander gaat wegens eenzaamheid en maakt van de huisarts een uitje dat variable wordt opgerekt. Natuurlijk zit daartussen van alles dat met de 10 minuutjes wordt teruggebracht tot een redelijke standaard en gemiddelde.
Maar dan is er ook de opvatting van de huisarts en organisatie waarin men werkt. De 10 minuten krijgen een economische status: 10 minuten = 1 consult = “x” euro. Als vader Piet met dochter Jennifer binnen komt wegens herstel van een ingegroeide teennagel van de dochter zijn ze na 3 minuten weer klaar. Piet besluit de tijd goed te benutten en brengt zijn eigen prostaat klachten nog even ter sprake. De huisarts geeft aan dat hij dan een tweede consult moet rekenen. Dezelfde 10 minuten tijd worden dan 2 of 3 economische 10 minuutjes. Voor de huisarts is dat handig om de facturatie wat op te krikken en de lege 10 minutenblokjes aan te vullen. Als bedrijf is dat natuurlijk interessant en dan gaat het veelal een eigen leven leiden. Huisartsen worden gestuurd op aantal economische 10 minuten in plaats van dienstverlening. Zo kan het gebeuren dat er economisch efficiënte huisartsen zijn die goed scoren met hun 10 economische minuutjes en er zelfs meer declareren dan een natuurlijke werkdag heeft. Door patiënten naar elkaar door te verwijzen volgens de afvinkcultuur kan een patiënt een oneindige cirkel van consults volgen die nergens toe leidt behalve een constante stroom 10 minuutjes. Door het misbruik gaan de verzekeringen meer controle uitoefenen en bureaucratie invoeren waardoor de premies omhoog gaan. Want de consument betaalt altijd de rekening!
Nepfactuur tandarts
Je komt net van de tandarts na een korte behandeling. Als je dan na een paar weken de rekening krijgt voor de verzekering dan blijker er allerlei onherkenbare handelingen op te staan. Je bent geen tandarts dus denkt het zal wel goed wezen”. Maar nu een groot deel van de kosten op eigen conto komen via het eigen risico kijk je toch eens kritisch naar zo’n factuur. Röntgenfoto? Niet gemaakt, in ieder geval niet waar jij bij was. Eenzelfde rekening van een behandeling 6 jaar geleden toont een bedrag dat 25% is dan die van nu, met hele andere en simpele beschrijvingen.
Ook de tandarts rekent consult kosten. Vroeger was je in een keer klaar en nu kun je drie keer terug komen voor zaken waarvan jezelf denkt dat ze gemakkelijk in een keer afgehandeld kunnen worden.
Marktwerking
Marktwerking noemt men dat. Het economiseren van gefragmenteerde belangen. De economie gaat erop vooruit maar de zorg achteruit. De patiënt wordt cliënt. Maar de cliënt is helemaal geen klant. Dat is de overheid en de verzekering die de facturen betaald. Die zijn zo gebureaucratiseerd en ongevoelig omdat men deze economie in haar eigen belang verwerkt via de belastingen en premies. 10 jaar geleden was de gemiddelde zorglast per inwoner van Nederland 1000 euro zonder eigen risico. Nu is dat 5000 euro met eigen risico er boven op.
Alternatieve zorgsystemen mogen niet geïmplementeerd worden omdat de Nederlander gebonden is aan de wet van solidariteit. Logisch in maatschappelijk opzicht, onlogisch wanneer de economie de overhand heeft genomen en het uitgekiende bedrog zich heeft genesteld in de structuur als een hardnekkig virus.
Hoe reageert de bevolking? Men gaat minder naar de dokter als men niet kan betalen. Voor de rest? Worden we aan het lijntje gehouden met toeslagen en afhankelijkheid. De vergrijzing doet de rest. Half Nederland is chronisch lichamelijk ziek en daarom te afhankelijk om in opstand te komen. De rest is bestuurlijk ziek door economie de menselijkheid te laten verzieken.
Wat doet de Stad van Morgen? Wij introduceren GroZ: Gezondheid, regionaal ondernemerschap voor Zelfredzaamheid. Solidariteit begint bij onszelf en onze omgeving, niet een vastgelopen corrupt systeem.
Met tussenpozen van 2 jaar wordt door het ministerie een conferentie georganiseerd die de naam ROET heeft gekregen. Normaal gesproken wordt deze conferentie gehouden in een van de vier grote steden van Nederland. Deze keer echter had Edwin de vraag gekregen of Noord Brabant als gastheer kon optreden. Het verband met onze AiREAS (www.aireas.com) samenwerking in Eindhoven werd snel gelegd door het pionierschap van Edwin in AiREAS. Dus zat ik op 13 november als toehoorder in de zaal van het High Tech Campus met het stiekeme genoegen toch een beetje bij te hebben gedragen aan dit Haagse feestje in onze stad. Dit genoegen deelden ook andere aanwezigen die nauw betrokken zijn bij onze samenwerking voor een gezonde stad terwijl zij hun verbazing uitten dat AiREAS geen enkel punt van aandacht kreeg als praktisch concept terwijl het grootste deel van de sprekers en het lokale publiek tot het samenwerkingsverband behoren. Maar AiREAS is een burger initiatief met lidmaatschap van de overheid. Deze bijeenkomst is van landelijke aard, aangestuurd door de Haagse politiek, waarin de kracht van samenwerking nog niet aan de orde is.
De toespraken waren vooral gericht op de ambtelijke beleving van de uitdaging rond luchtkwaliteit en volksgezondheid. Het was dan ook boeiend om te zien hoe ver men was gekomen met allerlei maatregelen op gebied van verkeersstromen, infrastructuur, onderzoeken en beleid.
Interessant is ook de benadering op basis van statistieken over de belangrijkste gezondheid bedreigende factoren. Er zit enorm veel kennis en goede wil in de overheid maar ook onmacht en eenzijdigheid (te veel ambtelijke organisatie en geen samenwerking).
Mooi was de interactie met de zaal door de dagvoorzitter. Regelmatig kwam uit de zaal de vraag voor aandacht voor burger verantwoordelijkheid en de multidisciplinaire interactie waardoor er toch wat veelzijdige balans kwam. Zo kwam ook het spanningsveld weer in beeld tussen de systeem complexiteit van Den Haag en de menselijkheid benadering van AiREAS. Ergens in het midden komen we bij elkaar maar de uitgangspunten willen nogal verschillen.
Ik noteerde enkele opmerkingen:
* toen burger verantwoordelijkheid rond luchtverontreiniging ter sprake kwam vond de staatssecretaris het belangrijk om toch ook het economische belang nog even te benadrukken.
* de beperking van de overheid kwam aan het licht toen vervuild auto rijden en open haard stoken betiteld werden als “recht” dat moeilijk aan te pakken is.
* “we zijn allereerst mens” zei de wethouder van Eindhoven (partner in AiREAS).
* “hemel op Aarde is mogelijk, een kwestie van willen” zei Ruud Koornstra in een clownesk duet met de wethouder. Maar de boodschap was duidelijk. Er is vaak geen kwade wil maar gebrek aan zelfbewuste keuze. Dan valt men terug op oude tradities. Bij keuze kiest men graag de hemel op Aarde.
* Subsidies worden uitgetrokken om de meest vervuilende auto’s te laten vervangen voor schonere. “Zo wordt de vervuiler beloond en degene die verantwoordelijkheid heeft genomen niet.” Het gevoel in de zaal gaf aan dat dit de verkeerde weg was.
* Adviseur van Bree gaf een uitgewerkt beeld van “wat betekent dat nu “de gezonde stad”?”. Het was voor het eerst dat de beleving van gezondheid in de stad werd uitgespit in complexiteit. Dat deed mij genoegen omdat het laat zien dat het leeft. Maar tussen het presenteren van een advies en het praktisch uitvoeren van de transformatie zit toch een extra dimensie. Ook al werd AiREAS niet genoemd was de sfeer wel degelijk aanwezig.
Onze uitdaging is dat we laten zien aan de hele wereld dat het ook echt kan. Dan is het geen Haags feestje meer maar een succes van de Nederlandse bevolking die de schouders heeft gezet onder een van de meest uitdagende problemen van deze tijd. Dat begint in Eindhoven maar komt vanzelf terecht in de andere gebieden, ook in Den Haag. Al met al was het een boeiende conferentie maar nog steeds geldt de opmerking van Isha die wij aanpassen aan onze beleving:
“Zolang men niet investeert in bewustwording, verantwoordelijkheid en samenwerking zal verduurzaming vooral een thema blijven voor conferenties.”
We waren als AiREAS uitgenodigd om mee te doen met de Vitale Wijk op de beursvloer van Innovatie Estafette en Horizon 2020. Maar hoe beeld je de samenwerkingsvorm uit waar wij voor staan (overheid, bedrijfsleven, wetenschap en burgers voor luchtkwaliteit en volksgezondheid) als een beurs traditioneel opgezet is om dingen aan elkaar te verkopen?
Wat hebben wij te verkopen als we aan de medemens vragen om het nemen van verantwoordelijkheid door samenwerking?
AiREAS op een van de schermen
Natuurlijk had het samenwerkingsverband AiREAS ook producten opgeleverd die we aan zouden kunnen bieden, zoals de Airbox maar hoe zorgen we ervoor dat we niet overkomen als leverancier maar werkwijze?
Uiteindelijk besloten we aanwezig te zijn met tokens en een spelvorm. Het idee was dat de beurs bezoekers wat meer interactief zouden omgaan met de standhouders en zo een token konden verdienen die men kon inruilen voor een workshopje over samenwerking.
Er kwam weer niets van terecht.
De tokens werden geaccepteerd, in een laadje gestopt en vergeten in de hectiek van het verkoopproces van de standhouders. Ook onze kleine ronde matjes ontvingen weerstand van de organisatie want er zou iemand over kunnen struikelen. Dat kon natuurlijk niet over de vele kabels die de organisatie zelf onder verantwoordelijkheid had.
Omdat we toch niets te verkopen hebben als samenwerkingsverband stelden we ons flexible op. We liepen veel mensen tegen het lijf die iets wilden weten over samenwerking maar het nergens konden vinden. Ik vertelde graag over wat wij ervaren. Geen workshops maar directe interactie. Leuke mensen allemaal die niet op zoek waren naar producten maar inspiratie. Ik kon constateren dat de beweging er goed in zit in de regios maar dat er nogal wat moet gebeuren om tot de juiste multidisciplinaire samenwerking te komen. AIREAS in Eindhoven werd als uniek ervaren maar de toepassing van Sustainocratische processen zelf vergt nog wat bewustwording en durf. Vaak zit nog vast in de toestemming cultuur van de overheid en de behoefte aan geld om stappen te nemen. De zaak omdraaien zoals we in AiREAS doen was inspirerend voor de bezoekers.
Ook ontdekten we een nieuwe uitdaging voor onze ILM (lucht meet systeem) die we life lieten zien via een 3D tafel. Het partnerschap met Jeroen Heindijk in deze liet zo zijn onverwachte vruchten afwerpen. Jeroen had zich, net als wij, als verbinder opgesteld met mooie resultaten die we zeker hebben kunnen appreciëren. De real time weergave van de 28 Airboxes in Eindhoven gaf ons beelden waar we zelf vragen bij gingen stellen. Het was voor het eerst dat ook wij dit zagen omdat de installatie nog kersvers is. Het riep meteen een nieuwe uitdaging op over de interpretatie van complexe gegevens en de communicatie ervan. Alleen meten is nog niet weten. Meteen na de RAI werd een nieuw wetenschappelijk project gedefinieerd. Zo snel gaat dat in AiREAS.
Conclusie
De algemene boodschap van de beurs was duidelijk: “de hele maatschappij betrekken”. De vraag is alleen “waarbij”? Daar willen de meningen nogal over verschillen. Economie? Technologie? Mens? Milieu? Verandering?
Veel werd er gesproken over producten, nooit over de mens. Uiteindelijk moest ik denken aan de zinsnede die vandaag in mijn mailbox kwam:
“Unless humanity invests in consciousness actively, sustainability will be just a subject of conferences” (isha foundation)
Het STIR avondcollege van 5 november 2013 stond in het teken van complexe verduurzamingsprocessen. Gastdocenten zijn Wiet van Meel (Pontifax) en Patrick van der Voort (Kleurrijke stad).
Wiet van Meel – Pontifax
Wiet van Meel is opgegroeid in Esbeek, een plattelandsgemeenschap nabij Hilvarenbeek. Als jonge knaap wilde hij al op een eerlijke manier dingen voor elkaar krijgen in een gemeenschap waar tegenstrijdigheden en onrechtvaardigheden meer de regel dan de uitzondering waren. Wiet leerde dat binnen de tegenstrijdigheden ook gemeenschappelijke belangen te vinden waren die partijen tot elkaar konden brengen. Al experimenterend ontwikkelde hij voor zichzelf een beeld dat met de tijd evolutioneerde tot een aanpak om complexe uitdagingen aan te pakken. De moderne People, Planet, Profit ideologie maakt het compleet.
Hij raakte verwikkeld in grote maatschappelijke trajecten in de Kempen en later ook heel Europa waar veel verschillende partijen en grote bevolkingsgroepen bij betrokken zijn. Zijn verduurzamingsmodel heeft hij vandaag uitgelegd.
Wiet verdeelt de werkelijkheid in twee horizontale gebieden:
Sociaal – De mens en de menselijke omgangsvormen
Materiaal – De manier waarop we omgaan met materialen om dingen te bouwen en maken
Als je die twee gebieden toepast op de People, Planet, Profit ideologie van bijvoorbeeld een harmonieuze gebiedsontwikkeling dan ontstaat het volgende model:
Verduurzamingsmodel van Wiet van Meel
In elk van de velden van het verduurzamingsmodel (“Duurzaamheid bestaat niet”, aldus Wiet, “het is een mooi streven”) zijn bedrijven en instanties actief die vaak muren hebben opgeworpen rondom hun eigen beperkte kijk op de wereld. Door partijen te vinden in elk van de 6 velden rondom een concrete uitdaging, en deze samen aan tafel te zetten, ontstaat er een mogelijke dynamiek die bruggen slaat tussen de velden. Men kan samen gaan werken in waardecreatie waar allen wat aan hebben. Het hele gebied gaat er op vooruit.
“Overal zijn mensen te vinden die fatsoenlijk (definitie van Wiet: met respect voor mens en omgeving) om willen gaan met elkaar en de ontwikkeling van hun belangen”, zegt Wiet met passie en overgave. Die mensen zijn het die samen vooruitgang boeken.
Verschillende voorbeelden werden aangehaald die u in de presentatie van Wiet (Presentatie wiet verduurzaming 5-11-2013 stir) kunt terugzien. Boeiend waren de projecten in Haarlemmermeer (ganzen en Schiphol), manege in de Kempen en coöperatief Esbeek zelf, allemaal gebaseerd op waardengedreven samenwerking. Wiet biedt zich aan om anderen te helpen die ermee aan de slag willen gaan. Als voorbeeld en case werden de plannen van Patrick van der Voort gebruikt.
Patrick van der Voort
Patrick van der Voort – Kleurrijke Stad Eindhoven
Patrick is actief als initiatiefnemer van de “Kleurrijke Stad Eindhoven” op sociaal maatschappelijk vlak met de positieve multiculturele beleving van de maatschappij. Hij vertelt hoe hij vele projecten initieert met multiculturele jongeren en betrokkenheid van onder andere de scholen. Zo viert hij binnenkort het 10 jarig bestaan van multicultureel sporten waarin alle nationaliteiten van Eindhoven samen een lokaal “wereldkampioenschap” spelen. Per slot van rekening is de hele wereld vertegenwoordigd in de stad.
De case “World Plaza” werd ter plekke uitgewerkt
Patrick wil graag een stap verder gaan en een World Plaza opzetten voor de multiculturele ontmoeting en sociaal ondernemerschap met een inspirerend en aantrekkelijk multicultureel programma. De moeilijkheidsgraad is groot door de afhankelijkheid en mogelijke betrokkenheid van vele partijen. Daarom is het interessant om het plan als case te gebruiken met het model van Wiet als leidraad.
De case “World Plaza” door Wiet en Patrick
Al snel werd duidelijk dat het professionele netwerk van Patrick erg sterk zich heeft ontwikkeld op sociaal maatschappelijk vlak (het veld rechtsboven in de tekening op de foto) maar er een onbalans is in de andere velden. Het lijkt moeilijk om dat op te lossen maar na een uitdagend vraag en antwoordspel van Wiet blijkt dat het netwerk van Patrick vele malen groter is dan hij professioneel benut. Dat geldt natuurlijk voor iedereen. We hebben toeleveranciers, klanten, privé relaties, bankrekeningen, vrienden, enz. En al deze relaties hebben weer een netwerk van relaties.
Door het hele spectrum van menselijke relaties en verbintenissen te raadplegen konden een aantal vakjes al ingevuld worden met positieve intenties. In het avondcollege zitten ook weer mensen met een professioneel en privaat netwerk die meteen aangesproken werden voor de opbouw van een band.
De boodschap was duidelijk. Als je wat groots wilt bereiken dan breek je eerst je eigen muren af en kijkt integraal naar je relatienetwerk. Die ga je dan betrekken met het model als gids. Al doende vullen de gaten zich en ontstaan er verrijkende verbanden van waardecreatie. Zo kan de World Plaza een kloppend hart worden met veel interactie met de omgeving en betrokkenheid van allerlei directe en indirecte belangen die elkaar structureel en “volhoudbaar” aanvullen.
NB Volhoudbaar is een mooi woord uit de vocabulair van Wiet, zijn eigenwijze maar doeltreffende en inspirerende benadering van verduurzaming.
VE2RS en GroZ in AiREAS
Het model van Wiet werd ook in verband gebracht met de gezonde stad ontwikkeling via AiREAS. Het blijkt een mooie praktische benadering tussen Sustainocratie en gebiedsontwikkeling. We gaan het dan ook experimenteel toepassen in VE2Rs en GroZ.
Wij danken Wiet en Patrick voor hun inspirerende woorden en interactie, en natuurlijk alle aanwezigen voor hun commitment aan een boeiend leerproces.
Volgend college:
Het volgende avondcollege is op 3 December met het thema “de 5 bewustzijnsniveaus van Dabrowski”