In dit filmpje ziet u waarom rijken rijker worden en de massa alleen maar armer en “schuldiger”.
En in dit introductiefilmpje van Kassa ziet u hoe dit ook in Nederland toegepast wordt.
Om dit te doorbreken zijn er twee inzichten dingen nodig:
Onzin 1: Schuld
* schuld bestaat niet, geconditioneerde bruikleen wel (van de natuur, niet mensen onderling)
Onzin 2: Koopkracht
* vermogen is niet wat men consumeert maar wat men creëert (gericht op leven en vooruitgang).
U kunt beide onzinnigheden weg nemen door persoonlijke keuze. Moeilijk? U staat niet alleen. U kunt zich verenigen en samenwerken zoals een echte maatschappij betaamt. Als we de keuze niet vrijwillig maken dan gebeurt het wel een keer onverwacht.
“We hebben als overheid zoveel te doen en er is zo weinig geld“.
Dat is de noodkreet die we te horen krijg uit overheidskringen als we aanspraak trachten te maken op kleine bedragen voor het voeden van Sustainocratische processen.
“Er is veel geld maar het wordt aan de verkeerde dingen uitgegeven“, is het tegengeluid dat we eveneens horen.
Waar zit de logica in die tegenstrijdigheden als we beredeneren dat de belastingdruk over de bevolking in 13 jaar tijd bijna is verdrievoudigd?
Waar komt dit contrast in visies en beleid vandaan? Wat verwachten we eigenlijk van de overheid, en wat niet? Waar zit het probleem? Hoe lossen we (wie?) het op?
De overheid
We zijn het er allemaal wel over eens dat wij niet zonder “overheid” kunnen. De maatschappij zou uitmonden in een chaos van allerlei tegenstrijdigheden. Er is gaandeweg een instituut ontstaan dat verantwoordelijkheden draagt in een afgebakend gebied. Wat voor betekenis geven wij aan die overheid verantwoordelijkheden?
Een democratische systeem biedt soelaas om tot een grote gemene deler te komen in de keuzes van de massa, met een oppositie die het beleid steeds toetst op houdbaarheid. Dat is een prachtig ideaal maar in de huidige praktijk gaat dat fout. Er ontstaan zelfs crisissen! Waarom?
Collectief bewustzijn en democratie
Wanneer we naar het recente avondcollege van Dabrowski teruggrijpen dan zien we dat het gros van de bevolking op niveau 1 (1e integratie) van het bewustzijn verkeert. Men beredeneert de werkelijkheid vanuit een onbewust overlevingsmechanisme, het pure ongenuanceerde eigenbelang. De democratische maatschappijvorm geeft stemrecht aan iedereen. In de gelaagdheid van bewustzijn regeert dus het minst bewuste. Vanuit dit bewustzijn stemt men op zekerheden waar men zich daarna zelf niet meer druk over hoeft te maken.
Hoe meer zekerheden men op dit bewustzijnsniveau aangeboden krijgt hoe loyaler men zich opstelt ten opzichte van het systeem. Het systeem op haar beurt ontleent macht (de overheid is de baas) aan deze afhankelijkheid.
Daarop is een parlementaire democratie gebaseerd.
Maar alle aangeboden externe zekerheden moeten opgebracht worden. Hoe? Dat maakt op dit bewustzijnsniveau niet uit. “Belofte maakt schuld” is de simpele redenering van stemgerechtigden en laat de keuzes over aan de gekozen.
In onze moderne maatschappij worden alle zekerheden uitgedrukt in geld en diensten. In die combinatie van beperkt collectief bewustzijn, geldafhankelijkheid en verworven zekerheden zit de kern van het terugkerende probleem:
welke zekerheden biedt de overheid in een democratisch proces om support voor zichzelf te winnen in een wereld waarin eigenbeland onbewust domineert?
wat kan de overheid waarmaken met de middelen die het aan de maatschappij kan onttrekken?
waar komen die middelen vandaan?
wat gebeurt er als die middelen minderen in plaats van meerderen?
In dit introductiefilmpje van Kassa zien we al een opeenstapeling van consequenties door manipulatie op niveau 1 van bewustzijn. Zijn wij zo dom? Is de manipulatie zo slim?
Geen van beiden. Het heeft niets met intelligentie te maken maar met (gebrek aan) bewustzijn in een functionerende, georganiseerde menselijke werkelijkheid waar niemand vraagtekens bij zet, totdat het te laat is en ons bewustzijn bereikt.
Tekortkomingen van de democratie
De standaard democratische samenlevingsvorm toont twee standaard tekortkomingen:
In tijden van crisis staat het verandering in de weg. “Crisis” is een metafoor voor “een onhoudbare situatie van zekerheden die weg dreigen te vallen”. De politieke macht is afhankelijk van haar historische beloftes van zekerheden en tracht die in stand te houden uit eigenbelang. Het weghalen ervan ondermijnt de electorale basis en bestaande macht. Niemand stemt op minder, wel op meer, zeker als dit wordt uitgedrukt in geld.
Het model is gebaseerd op de grote gemene deler in lokaal menselijk bewust en onbewust eigenbelang. Verandering wordt nooit door meerderheden gedragen, zeker niet als het gaat om aanpassong van een luxe levensstijl, alleen door zelfbewuste minderheden.
In een democratie lijkt het dus niet te gaan om wat een natuurlijke overheidstaak zou zijn maar “wat men politiek kan verkopen aan haar onbewuste stemgerechtigde burgers om daarna macht uit te oefenen?”. De menselijke natuur doet de rest zowel in het stemgedrag rond zekerheden als de bijbehorende manipulatie om macht. In dat spanningsveld is amper ruimte voor de grote verantwoordelijkheden van deze tijd. Die zijn niet democratisch verkoopbaar zonder consequenties voor de oude zekerheden of de machtsposities.
200 jaar opbouw van explosieve nieuwe werkelijkheden
Het democratische overheidsmodel is ontstaan in de periode 1798 – 1814 (eerste Nederlandse grondwet) met aanscherping in 1848 (Thorbecke) en 1970 (marktwerking). Destijds (1814) was er een wereldbevolking van 1 miljard (nu 7 miljard!). De maatschappij bestond uit agrarische processen met een groeiend spanningsveld door de industriële, geldgedreven activiteiten en bijbehorende verstedelijking. Medio 20e eeuw werd de voornamelijk industriële economie (productiviteit via industrieel ondernemen en arbeid) getransformeerd naar de lokale consumptie economie (logistiek, retail en koopkracht) van producten. Geld werd stuurmiddel waar zekerheden aan werden ontleend. Later kwam daar ook de lokale gevolgen-economie bij (diensten en zorg). De gevolgen-economie legde druk via de belastingen op de consumptie waardoor in de jaren 70 de marktwerking in werd gesteld. Zo konden banken vrij gaan speculeren. Zorgsystemen moesten zich leaner gaan manifesteren en semi-overheid werd sterk gebureaucratiseerd. De speculatieve waardevermeerdering en inflatie werd belast wegens de stijgende maatschappelijke kosten. Op die manier ontstond een gigantische economische luchtballon, vooral door de stijgende huizenmarkt dat als maatschappelijk vermogen werd gerekend. Met dat weer als onderpand kon de overheid (via belastingen) en de bevolking (via de waardestijging van vastgoed, erfenissen, beleggingen) zich rijk blijven rekenen. De semi overheid kon zo uit haar voegen groeien met grote hiërarchische structuren en belangen die door speculatieve economische groei werden afgedekt. De kernwaarden van de regering werden uitgedrukt in groei economie. De kernwaarden van de bevolking in consumptie kracht.
Dom? Nee, in die tijd de normaalste zaak van de wereld. Slim? Nee, ook niet, gewoon “gezond” speculatief ondernemerschap waar jaarlijks een schepje bovenop werd gedaan. Het proces leek zich oneindig door te kunnen laten trekken. Niemand was zich bewust van de onbalans die zich opbouwde.
Nog steeds regeert deze zienswijze ondanks het bewustzijn dat het systeem niet meer voldoet aan de eisen van de tijd.
“Dom” en “roekeloos” zijn opvattingen van nu, ná de kredietcrisis, met terugwerkende kracht vanuit een nieuw bewustzijn. Maar het probleem lost zich daarmee niet op. Onze maatschappij is gebaseerd op die oude luchtballon die zekerheden heeft verschaft waar velen nog steeds van genieten (koopkracht en macht) en dit via democratische wegen blijven opeisen. We zijn ons nu misschien bewust van de fouten uit het verleden maar dat bewustzijn stelt ons niet in staat om een diepgewortelde, verankerde structuur te vervangen voor iets dat solide is en soortgelijke welvaart of welzijn biedt als voorheen. De huidige Haagse overheid is gebonden aan het zoeken naar oplossingen binnen de werkelijkheid die de problemen heeft gecreëerd. Dat geldt voor de democratische regering maar niet voor hele de bevolking. Verandering, zowel noodzaak als aanpak, komt niet vanuit het systeem maar van er buiten.
De tijden zijn daarbij nog veel meer veranderd dan uitsluitend lokaal politiek en economisch wordt verantwoord. Denk aan de aandachtspunten op gebied van klimaatverandering, vervuiling, volksmigraties, enz. Deze zien we niet terug in de democratie maar drukken wel al jaren op het lastenpakket van de overheid.
De rol van bewustzijn
Weer teruggrijpend op Dabrowski, nu we het hebben behandeld, zien we dat empathie pas aan de orde komt in gelaagdheid 3. Empathie is nodig om de bevolking mee te krijgen in moderne processen van sociale en milieu aanpassingen. Het zijn echter nog maar minderheden die op dat bewustzijnniveau zijn aangeland. Ons onderwijssysteem zou kunnen helpen maar is nog ingericht op het voeden van cognitie in functie van de overheersende en sturende democratische en economische werkelijkheid. Het voedt het bewustzijn niet om het eerste niveau van Dabrowski te overstijgen.
Isha foundation: “als er niet geïnvesteerd wordt in bewustwording dan blijft verduurzaming een onderwerp dat zich beperkt tot conferenties.”
De omstandigheden die veel mensen (ook jongeren) voor hun kiezen krijgen vouden wel de bewustwording “dat het anders moet” maar laten het verwerkingsproces over aan de individu zelf, zonder steun of hulp. Deze is al zoekende naar de eigen identiteit volgens de bewustwordingspatronen waardoor de kans op verwarring groter is dan duidelijkheid. Men begint te snappen dat zekerheden niet vrijblijvend ontstaan uit een democratisch proces maar als men ruimte zoekt naar eigen verantwoordelijkheid dan is die ook moeilijk te vinden of te verkrijgen omdat deze niet past in het gangbare economische en politieke belangen systeem.
Zo ontstaat het contrast van een overheid met een permanent geldtekort en een groeiende groep die vindt dat de middelen verkeert besteed worden.
Toch ligt in bewustwording de toekomst van onze democratische vrijheid en maatschappelijke ontwikkelingen op weg naar duurzame vooruitgang. Voordat empathie gemeengoed is geworden en de bevolking in staat stelt zelfstandig te veranderen moet ergens verantwoordelijkheid worden genomen. Dit wordt nog niet door de massa wordt gedragen door onbewust gedrag noch door het systeem wegens gebondenheid aan conservatieve materiële structuur belangen.
Als verandering niet volgens de oude democratische basis van vrijheid van keuze kan dan moet “ethisch verantwoord leiderschap” het op zich nemen. Maar wat is dan die vorm van leiderschap?
Dat betekent tevens dat wij de oude (huidige) democratische vorm ter discussie mogen stellen als ontoereikend voor de uitdagingen van deze tijd. We dienen daar die nieuwe vorm van leiderschap aan toe te voegen. Democratie met richting dus. Wat geeft voldoende geëmancipeerde vrijheid tot duurzame ontwikkeling zonder dictatoriale menselijke dominantie? Wat vermijdt het risico van chaos en opstand door weerbarstigheid van oude systemen?
Sustainocratie biedt een oplossing.
De rol van Sustainocratie
Sustainocratie voegt een concrete missie, een stip op de horizon, toe aan de democratie en maatschappelijke beleving: duurzame menselijke vooruitgang. Het beoogde leiderschap wordt niet door een charismatische (politieke) persoon verstrekt maar door deze definitie, stip en richting van maatschappelijke vooruitstrevendheid en balans. Het geeft richting en verantwoordelijkheid waar men vervolgens ook weer democratische, politieke en economische belangen aan kan ontlenen door er aan deel te nemen:
Duurzame menselijke vooruitgang: Samen blijven werken aan een gezonde, vitale, veilige en zelfredzame menselijke maatschappij binnen de context van onze aldoor veranderende natuurlijke omgeving.
Zowel bestuurlijk als persoonlijk, en in samenwerking, kan men er verantwoordelijkheid voor nemen. De definitie is een noodzakelijke moderne toevoeging aan de grondwet van een gebied. Maar om zover te komen dient de democratische onbalans van een 200 jarige ontwikkeling doorbroken te worden. Het is geen democratisch proces maar een van aanvaarding van collectieve basisverantwoordelijkheden namens de bevolking niet door de bevolking. Dat gebeurt dan eerst door Sustainocratische processen als experiment te organiseren waar alle maatschappelijke actoren direct bij betrokken zijn. Er ontstaan dan twee werkelijkheden (twee verschillende kaders: democratie en sustainocratie) waartussen een zelfbewuste transformatie plaats vindt doordat sustainocratie niet de handicap heeft van de oude werkelijkheid. Sustainocratie functioneert volgens een andere kader definitie dan onze huidige democratie (gebaseerd op een vernietigende consumptie economie).
Er kan naar hartelust geëxperimenteerd worden met de opbouw van nieuwe zekerheden onder moderne voorwaarden binnen een nieuw kader.
De kern van de overheid
We kunnen uit bovenstaande de kern van de overheid op twee manieren samenvatten:
* Oude overheid: “het regionale instituut dat lokale zekerheden faciliteert”
* Nieuwe overheid “het regionale instituut dat duurzame menselijke vooruitgang faciliteert”
Het onderscheid lijkt minimaal maar is significant groot. Aan lokale zekerheden ontleent de bevolking vermeende “rechten” terwijl duurzame menselijke vooruitgang juist een proces aanduidt waar men zekerheden aan ontleent door aan bij te dragen. Dat zijn twee totaal verschillende democratieën. Waar liggen verantwoordelijkheden bij de ene definitie van de overheid en de andere?
In Nederland, en een groot deel van de wereld, regeert een overheid die zekerheden tracht te faciliteren via democratisch gekozen “producten” (beloftes) die men niet meer waar kan maken door het wankele fundament waarop ze gebaseerd zijn. De structuur van de overheid heeft zich exponentieel ontwikkeld op basis van de zekerheden die het faciliteert. De wildgroei in de semi-overheid, die de zekerheden moet aanbieden, is gigantisch en wordt via stijgende belastingdruk in stand gehouden. De huidige politieke overheid is in dienst geraakt van de semi-overheid die losgeslagen is geraakt van de werkelijkheid door economische eigenbelangen.
Als wij de kernrol van de overheid echter in gedachten transformeren naar “het faciliteren van duurzame menselijke vooruitgang” dan kunnen we ook samen met de oude overheid de transitie gaan plannen:
met de verandering van democratische keuzes die zich spiegelen aan een hoger verduurzamingsdoel,
door de afbouw van de semi-overheid,
en de opbouw van waardengedreven maatschappelijke betrokkenheid en initiatieven (participatie-maatschappij).
door de transformatie van het onderwijs naar bewustwordingsprocessen
Er is een kader keuze met een transformatieve brug. Stap voor stap ontwikkelt zich de nieuwe maatschappij door loslaten en aanvaarden van doelgerichte vernieuwing binnen een kader dat de vernieuwing veroorzaakt.
Jean-Paul Close vraagt Lotte van Lith hoe ze op Dabrowski is gekomen?
Gastdocente Lotte van Lith vertelt dat ze per toeval in contact is gekomen met Dabrowski. Tijdens online conversaties met iemand ging het over “hoogbegaafdheid”. Dabrowski bracht zowel herkenning als een passie om ermee aan de slag te gaan. Nu maakt Lotte het haar beroep om mensen te helpen met de inzichten. website Lotte
De presentatie van Lotte begint met de vele gevoeligheden van de mens en hoe we daar positief mee om zouden kunnen gaan.
De lagen van bewustzijn in een positieve interpretatie
Ze introduceert de vijf bewustzijn niveaus van Dabrowski:
1e Primaire integratie
2e Eenlagige desintegratie
3e Spontane meerjarige desintegratie
4e georganiseerde, meerlagige desintegratie (fase van groei empathie)
Na de pauze volgde een interactie over het gebruik van Dabrowski, met name in het onderwijs door de aanwezigheid van gespecialiseerde leerkrachten. Hoe maak je jongelui in een ontwikkelfase duidelijk wat de fasen inhouden als ze zelf nog in een beginfase van positieve desintegratie zitten? Wat is de verhouding tussen de cognitieve leerbasis van het huidige onderwijs en de veel bredere menselijkheid? Terecht werd even verwezen naar de verschillende interpretaties van het woord “positief”. Positief gevonden worden in een HIV test is iets anders dan positief omgaan met andere mensen.
Dat gaf voor Jean-Paul Close aanleiding om even terug te komen op de essentie van deze reeks colleges: menselijkheid en duurzame menselijke vooruitgang.
Om menselijkheid te begrijpen is het boeiend om Dabrowski te verbinden met de andere bewustzijn modellen en inzichten die in de colleges gehanteerd worden. Die helpen ook weer om de evolutionaire context van de mens in haar omgeving te doorgronden. Jean-Paul tekent de andere benaderingen (zijn/doen van Paul de Blot en menselijke complexiteit van Jean – Paul Close) die in voorgaande colleges zijn gehanteerd. Zo wordt het principe genoemd van “het bewust experimenteren met de werkelijkheid (doen), de basis van “zingeving””(nut) en de positieve synchronisatie van het leven met (muzikale) frequenties in het universum. Met een instrumentarium van zeker vier elkaar aanvullende inzichten kan Dabrowski helpen bij de interpretatie van situaties die tot allerlei verwarringen zouden kunnen leiden en op die manier inzicht verschaffen voor zekerheid (bijv angstig zijn mag maar het is ook fijn te weten dat “angst” niet het enige is).
Verwarring
Er zijn voorbeelden te over die aantonen dat de interpretatie van wat onze zintuigen ons aanbieden niet altijd berust op de werkelijkheid. Zie bijvoorbeeld dit filmpje:
Als onze zintuigen ons al in verwarring brengen wat als daar dan ook mee wordt gemanipuleerd in onze omgang met elkaar en in het vormen van complexe maatschappelijke structuren? Tijdens het college werd al geduid op de verwarring over de betekenis van woorden (bijv. Positief) en het belang van de context en interactie.
Verschillende werkelijkheden als context
De verwijzing die bewustzijn koppelt aan nieuwe maatschappelijke werkelijkheden, zoals de definitie van duurzame menselijke vooruitgang waaraan het AiREAS project “de gezonde stad” is ontleend, leverde ook weer veel interactie op. Terwijl delen van de zaal reflecteren vanuit de vrije, ongestuurde ontwikkeling van het individuele bewustzijn met de fasen van Dabrowski als richtlijn, introduceert Jean-Paul de mogelijkheid om de fasen te verbinden aan doelgerichtheid en de verschillende werkelijkheden waarin ons bewustzijn zich kan manifesteren. Dat de huidige werkelijkheid (interpretatie van de werkelijkheid) niet de enige is kan door de elkaar aanvullende toepassing van de de verschillende modellen worden duidelijk gemaakt. Als daaraan concrete nieuwe doelstellingen gekoppeld worden, zoals Close experimenteert met de “gezonde stad”, openbaart zich, volgens Close, gemakkelijker de diversiteit van de bewustwording dan vanuit een cognitie gedreven beperking en enkelvoudige manifestatie van de werkelijkheid.
Nicolette Meeder deed een passievol betoog over haar geloof in het leerproces van kennismaking met de verschillende werkelijkheden in de menselijke complexiteit zoals dit in STIR wordt toegepast. Zij deed haar beklag dat het huidige onderwijs hier niet aan tegemoet komt hetgeen zij ook voor haar eigen kinderen ziet als een beperking in hun ontwikkeling. STIR biedt zich aan om er verandering in aan te brengen door uit te nodigen naar een nieuwe werkelijkheid (duurzame menselijkheid) maar ontmoet veelal gesloten deuren ondanks empathie van bestuurders. Deze voelen zich gedwongen of genoodzaakt vanuit het huidige systeem te besturen in plaats van avonturen te starten waar het instituut niet op wordt afgerekend.
Het gesprek ging daarna over het spanningsveld tussen het eigen geweten en de functie die men invult in de maatschappij. Waar neem je verantwoordelijkheid voor? Wil je als leerkracht de confrontatie aangaan met het systeem of pas je je aan? Kun je je eigenheid daar dan in kwijt? Waar “kun” je verantwoordelijkheid voor nemen?
Dat bleken vragen waar divers op werd gereageerd. Moeilijke vragen die ook niet zomaar door de generieke abstractie van Dabrowski worden beantwoord. Jean-Paul doet een beroep op de deelnemers om ermee te experimenteren en voor zichzelf een beeld te vormen van de eigen processen. Als voorbeeld wordt zijn eigen uitnodiging naar een nieuwe werkelijkheid genoemd waarbij men de keuze heeft om mee te gaan of niet.
Lotte had de zaal gevraagd om 5 waarden voor zichzelf te formuleren.
De waarden uit de zaal
De reflectie over deze lijst van waarden leverde ook weer discussie op. Neem ik mijn eigen waarden of laat ik mij ook inspireren door de waarden van anderen? Wat is authenticiteit?
Jean-Paul suggereert dat men die waarden pakt waar men ook persoonlijk verantwoordelijkheid voor kan nemen. Ook dat leverde weerstand op hier een daar. Deelneemster Josje Bakker nam echter de gelegenheid om haar eigen woorden en waarden om te zetten in poëzie waarmee ze de zaal verraste.
Josje met haar spontane interactie
De discussies en uitwisseling van meningen had de gemoederen danig opgewarmd. Nicolette zou een aantal oefeningen doen met de groep maar dat schoot er bij in gezien de tijd. Uiteindelijk nodigde zij de groep uit tot een oefening van “vertrouwen” door samen al staand een rust moment te beleven met muziek.
Steeds meer technieken ontstaan om onze voedselschaarste op te lossen. Natuurlijk is de eerste stap ons bewustzijn rondom voedsel, onze huidige, vernietigende omgang met de natuur en onze kwetsbaarheid door afhankelijkheid. De tweede stap is om er wat mee te doen. Als we zelf lokaal zelfvoorzienendheid ontwikkelen dan kunnen we de grote wereldwijde voedsel stromen ontlasten. Een aantal voorbeelden die te integreren zijn in elke stad, misschien zelfs met boeiende nieuwe straatbeelden van water, planten en vissen, middels geintegreerde infrastructuren die ook andere effecten hebben (zoals koeling van de stad, recreatie, kunst, uitstraling, enz).
Stadsland en tuinbouw:
Vis:
Veel van dit soort systemen worden commercieel opgezet door samenwerking tussen overheden en bedrijven. Hierdoor worden grote groepen lokale mensen uitgesloten in het opzetten (arbeid) en gebruiken ervan (consumptie). In de STIR (Stad van Morgen) zoeken we niet direct de economie maar cohesie en cocreatie middels coöperatieve waarde creatie. Daarbij nodigen we de overheid en het bedrijfsleven ook uit maar niet vanuit afhankelijkheid maar samenwerking. De “economie” bestaat dan uit inzet (arbeid en kennis) en wederkerigheid (productiviteit en resultaat) waarvij alleen overschotten verhandeld worden. Hoe meer mensen eraan mee doen des te ambitieuzer de projecten worden.
Economie (handel) en zelfredzaamheid (zelf produceren) staan elkaar in de weg. Daardoor ontstaat er stress en een transitie die dan op zoek gaat naar een nieuwe balans tussen beide. Het ligt per gebied aan de daadkracht van de bevolking zelf om daarin een weg te vinden.
Er is de laatste jaren een nieuwe vorm van ondernemen ontstaan door een frisse kijk op burgerschap en bijbehorende veranderdrang.
Stad van Morgen partner STIR Academy biedt vanaf januari 2014 trainingen die gebaseerd zijn op 10 jaar burgerschap ervaringen en betrokkenheid van 1000den mensen en instanties.
Maar eerst een situatie schets.
Het artikel in het Eindhovens Dagblad van 18 december 2013
Burgerschap geeft betekenis aan het “horen bij een gemeenschap”. Groepsvorming geeft het gevoel van veiligheid en geborgenheid waar iedereen aan bijdraagt. Dat zou de kern moeten zijn van een samenleving. De huidige maatschappijvorm laat echter steken vallen waardoor veel mensen “het anders willen” en dingen gaan ondernemen om zaken te veranderen. Het ondernemende burgerschap heeft een bron van onvrede en positivisme tegelijkertijd omdat het “ook anders kan.” Die motivatie heeft een aantal redenen:
* men is modern zelfbewust geworden door bijvoorbeeld nieuws, vrijheid van meningsuiting, internet, vergelijkende kennis door reisgedrag en hogere opleidingsniveaus, * overheid en banken worden verantwoordelijk geacht voor de grote crisissen en een aantal schandalen waardoor vertrouwen structureel is geschaad. Men is geneigd zelf meer na te gaan denken over ethiek en verantwoordelijkheid dan klakkeloos het beleid van de overheid (of diensten van banken) te accepteren. * het politieke systeem is te verzuild en versnipperd, met oude machtposities die vernieuwing in de weg staan. Men zoekt naar andere wegen dan stemgedrag of eigen politieke ambities om zekerheden of veranderingen op te bouwen. * veel maatschappelijke “producten” staan ter discussie om allerlei redenen. De formele oplossingen zijn veelal sterk politiek en economisch gekleurd ten kosten van zekerheden. Burgerschap zoekt zelf alternatieven en verwacht ruimte om te experimenteren. * het werkgelegenheid systeem dekt de lading van de bevolking niet meer. Beleerde, ervaren mensen die geen betaalde bezigheid kunnen vinden zoeken zingeving door onder andere het systeem deels of in het geheel ter discussie te stellen. Zij ondernemen vanuit zingeving en veranderdrang. * veel gepensioneerden zijn nog in de bloei van hun leven en ondernemen zaken die zij nuttig vinden en passen bij hun oorspronkelijke expertise of gewenste tijdbesteding.
Dat zijn maar enkele voorbeelden die wij zijn tegengekomen. Er zijn er ongetwijfeld meer. Van belang is de tedens om vanuit een nieuw maatschappijbeeld te redeneren dan dat wat ons regeert en vanuit dat beeld actie te ondernemen. Hoe dat beeld eruit ziet varieert per persoon of groep.
De VNG (vereniging van Nederlandse gemeenten) heeft een onderzoek gedaan naar burgerparticipatie en initiatieven. Ook de Universiteit van Tilburg volgt de ontwikkelingen die volgens de onderzoekers sinds de jaren 70 zich manifesteren. De verklaring die men zoekt of geeft is niet altijd evenredig aan onze ervaringen omdat men (top down) vanuit het systeem redeneert naar burgerschap en wij (bottom up) vanuit de mens. Het thema is actueler dan ooit omdat van beide kanten oplossingen voor grote uitdagingen gezocht worden bij de burgers ook al kan de motivatie verschillen.
Burgerschap beleeft een uniek spanningsveld tussen natuurlijke en systeem verantwoordelijkheden. Wat is ethisch? Wat is verantwoordelijk? Is alles wat “moet” wel juist?
Er zijn minstens vier ondernemende burgerschap tendensen:
1. Zelfbewust keuzes maken. Kijken naar de duurzame oorsprong van producten, het bonafide imago van de leverancier, de zelfbewuste keuze tussen alternatieven, enz schept bewustzijn dat niet alles zomaar verantwoord bij ons in huis komt. We kunnen zelf verantwoordelijkheid nemen door geen genoegen meer te nemen met willekeur maar zelfbewust belangrijke keuzes af te stemmen op onze eigen normen en waarden. Dat vergt wat meer tijd en overleg dan een blindelingse aanschaf. Dat is ook ondernemen, in de betekenis van iets doen dat goed voelt en een bijdrage levert aan ons leefmilieu of samenleving.
2. Beleid beïnvloeding. Dit is de oudste vorm van actief burgerschap. Veel actieve burgerparticipatie is gericht op kleinschalige buurt activiteiten. Door zich druk te maken over zaken als omgevingskwaliteit, burenoverlast, onderhoud, speeltuintjes, enz treedt men op naar de overheid als men verantwoordelijkheid wil nemen. Veel gemeenten stellen wijkbudgetten en subsidies beschikbaar voor deze activiteiten die echter nog steeds in de toestemming cultuur vallen van “u mag meepraten maar de overheid is de baas”.
Ook milieu organisaties, actiegroepen, wijkverenigingen, enz vallen onder deze groep en lobbyen op alle niveaus. Ook de “democratische oppositie traditie” werkt beleid beïnvloeding via actief burgerschap in de hand.
3. Vernieuwd innovatief. Dan zijn er de initiatieven die op een vernieuwde manier omgaan met de maatschappij en veelal de oude vormen aanvullen met nieuwe en daarvoor ruimte zoeken. Denk hierbij aan stadslandbouw, energie coöperaties, buurtwachten, ruilbeurzen, burenhulp, enz. Sommige burger ondernemerschap bewegingen zijn puur individueel opgezet. Anderen uiten zich als samenwerkingsvormen die in soms over komen waaien uit het buitenland. Denk aan Transition Towns, LETs, enz.
Kern van deze vorm van maatschappelijk ondernemen is dat het vaak gebaseerd is op andere waarden en wederkerigheid dan geld.
4. Beleid vervangend. Dan is er de aanpak van bijvoorbeeld de Stad van Morgen waarin de overheid en andere systeem partijen uitgenodigd worden tot een nieuwe of aangepaste werkelijkheid. Denk aan AiREAS, VE2RS en GroZ als sustainocratische werkvormen. Wij presenteren een aangepaste vorm van democratie en maatschappelijke doelgerichtheid dan wat we gewend zijn en nodigen de gevestigde orde uit om het met ons uit te proberen. Voor beleidmakers is er een nieuwe keuze naast de beperkingen van de traditionele operationele werkelijkheid die ook hen in de problemen brengt. Sustainocratie vervangt bijvoorbeeld de overheid niet maar nodigt uit tot een andere omgeving waardoor men ook met andere voorwaarden leert omgaan en eventueel terug vertaalt naar een eigen institutionele transformatie. AiREAS is een burger initiatief voor het creëren van een gezonde stad met participatie van overheid, wetenschap, bedrijfsleven en andere burgers.
Workshop agenda: Wilt u meer weten over de workshopagenda van STIR Academy en op de hoogte gehouden worden dan kunt u hier uw gegevens achterlaten:
Het STIR avondcollege van 5 november 2013 stond in het teken van complexe verduurzamingsprocessen. Gastdocenten zijn Wiet van Meel (Pontifax) en Patrick van der Voort (Kleurrijke stad).
Wiet van Meel – Pontifax
Wiet van Meel is opgegroeid in Esbeek, een plattelandsgemeenschap nabij Hilvarenbeek. Als jonge knaap wilde hij al op een eerlijke manier dingen voor elkaar krijgen in een gemeenschap waar tegenstrijdigheden en onrechtvaardigheden meer de regel dan de uitzondering waren. Wiet leerde dat binnen de tegenstrijdigheden ook gemeenschappelijke belangen te vinden waren die partijen tot elkaar konden brengen. Al experimenterend ontwikkelde hij voor zichzelf een beeld dat met de tijd evolutioneerde tot een aanpak om complexe uitdagingen aan te pakken. De moderne People, Planet, Profit ideologie maakt het compleet.
Hij raakte verwikkeld in grote maatschappelijke trajecten in de Kempen en later ook heel Europa waar veel verschillende partijen en grote bevolkingsgroepen bij betrokken zijn. Zijn verduurzamingsmodel heeft hij vandaag uitgelegd.
Wiet verdeelt de werkelijkheid in twee horizontale gebieden:
Sociaal – De mens en de menselijke omgangsvormen
Materiaal – De manier waarop we omgaan met materialen om dingen te bouwen en maken
Als je die twee gebieden toepast op de People, Planet, Profit ideologie van bijvoorbeeld een harmonieuze gebiedsontwikkeling dan ontstaat het volgende model:
Verduurzamingsmodel van Wiet van Meel
In elk van de velden van het verduurzamingsmodel (“Duurzaamheid bestaat niet”, aldus Wiet, “het is een mooi streven”) zijn bedrijven en instanties actief die vaak muren hebben opgeworpen rondom hun eigen beperkte kijk op de wereld. Door partijen te vinden in elk van de 6 velden rondom een concrete uitdaging, en deze samen aan tafel te zetten, ontstaat er een mogelijke dynamiek die bruggen slaat tussen de velden. Men kan samen gaan werken in waardecreatie waar allen wat aan hebben. Het hele gebied gaat er op vooruit.
“Overal zijn mensen te vinden die fatsoenlijk (definitie van Wiet: met respect voor mens en omgeving) om willen gaan met elkaar en de ontwikkeling van hun belangen”, zegt Wiet met passie en overgave. Die mensen zijn het die samen vooruitgang boeken.
Verschillende voorbeelden werden aangehaald die u in de presentatie van Wiet (Presentatie wiet verduurzaming 5-11-2013 stir) kunt terugzien. Boeiend waren de projecten in Haarlemmermeer (ganzen en Schiphol), manege in de Kempen en coöperatief Esbeek zelf, allemaal gebaseerd op waardengedreven samenwerking. Wiet biedt zich aan om anderen te helpen die ermee aan de slag willen gaan. Als voorbeeld en case werden de plannen van Patrick van der Voort gebruikt.
Patrick van der Voort
Patrick van der Voort – Kleurrijke Stad Eindhoven
Patrick is actief als initiatiefnemer van de “Kleurrijke Stad Eindhoven” op sociaal maatschappelijk vlak met de positieve multiculturele beleving van de maatschappij. Hij vertelt hoe hij vele projecten initieert met multiculturele jongeren en betrokkenheid van onder andere de scholen. Zo viert hij binnenkort het 10 jarig bestaan van multicultureel sporten waarin alle nationaliteiten van Eindhoven samen een lokaal “wereldkampioenschap” spelen. Per slot van rekening is de hele wereld vertegenwoordigd in de stad.
De case “World Plaza” werd ter plekke uitgewerkt
Patrick wil graag een stap verder gaan en een World Plaza opzetten voor de multiculturele ontmoeting en sociaal ondernemerschap met een inspirerend en aantrekkelijk multicultureel programma. De moeilijkheidsgraad is groot door de afhankelijkheid en mogelijke betrokkenheid van vele partijen. Daarom is het interessant om het plan als case te gebruiken met het model van Wiet als leidraad.
De case “World Plaza” door Wiet en Patrick
Al snel werd duidelijk dat het professionele netwerk van Patrick erg sterk zich heeft ontwikkeld op sociaal maatschappelijk vlak (het veld rechtsboven in de tekening op de foto) maar er een onbalans is in de andere velden. Het lijkt moeilijk om dat op te lossen maar na een uitdagend vraag en antwoordspel van Wiet blijkt dat het netwerk van Patrick vele malen groter is dan hij professioneel benut. Dat geldt natuurlijk voor iedereen. We hebben toeleveranciers, klanten, privé relaties, bankrekeningen, vrienden, enz. En al deze relaties hebben weer een netwerk van relaties.
Door het hele spectrum van menselijke relaties en verbintenissen te raadplegen konden een aantal vakjes al ingevuld worden met positieve intenties. In het avondcollege zitten ook weer mensen met een professioneel en privaat netwerk die meteen aangesproken werden voor de opbouw van een band.
De boodschap was duidelijk. Als je wat groots wilt bereiken dan breek je eerst je eigen muren af en kijkt integraal naar je relatienetwerk. Die ga je dan betrekken met het model als gids. Al doende vullen de gaten zich en ontstaan er verrijkende verbanden van waardecreatie. Zo kan de World Plaza een kloppend hart worden met veel interactie met de omgeving en betrokkenheid van allerlei directe en indirecte belangen die elkaar structureel en “volhoudbaar” aanvullen.
NB Volhoudbaar is een mooi woord uit de vocabulair van Wiet, zijn eigenwijze maar doeltreffende en inspirerende benadering van verduurzaming.
VE2RS en GroZ in AiREAS
Het model van Wiet werd ook in verband gebracht met de gezonde stad ontwikkeling via AiREAS. Het blijkt een mooie praktische benadering tussen Sustainocratie en gebiedsontwikkeling. We gaan het dan ook experimenteel toepassen in VE2Rs en GroZ.
Wij danken Wiet en Patrick voor hun inspirerende woorden en interactie, en natuurlijk alle aanwezigen voor hun commitment aan een boeiend leerproces.
Volgend college:
Het volgende avondcollege is op 3 December met het thema “de 5 bewustzijnsniveaus van Dabrowski”
Op het podium staan Martijn Aslander, Peter Ros en Jan-Henk Bouman. Deze jongens zijn de drijvende kracht achter Permanent Beta in Amersfoort.
Permanent Beta betekent zoveel als “altijd in fase van uitproberen”. Dat is een metafoor die uit de wereld van de techniek (Beta testen) komt maar ook van toepassing is op de ontdekkingsreis van iedere zelfbewuste mens en organisatie. Als je maar blijft ontdekken, nieuwe dingen uitproberen en het avontuur van verandering blijft durven aangaan.
Vandaag was de 3e open netwerk dag. Het concept groeit uit tot een begrip in Nederland omdat het onbevooroordeeld, onbevangen en vrij is. Zoekende mensen laten zich inspireren door anderen die iets uitproberen. Het is erg actueel omdat de inrichting van het heden geen zekerheid meer geeft voor de toekomst en men op zoek is naar zekerheden. De een zoekt elementen uit het verleden weer op, anderen putten zekerheid uit de ontwikkeling van iets geheel anders.
Veel mensen hebben het voortouw genomen en zijn in een status van Permanent Beta aangeland. Dat zijn tevens degenen die hun inzichten graag delen met anderen en zo een diversiteit aan inspiratie vertegenwoordigen.
35 sprekers en 230 bezoekers. Gratis (doe je wat in de pot?). 4 zalen van groot tot klein. Voor iedereen wat wils.
Het ging natuurlijk vooral over inzichten rond verandering. Dat is ook wat PermanentBeta oproept en aantrekt. Ook AiREAS http://www.aireas.com en onze Sustainocratische avonturen in Eindhoven kwamen aan bod.
Zoals altijd zijn de contrasten en tegenstellingen bij veranderingsvoorstellen meteen zichtbaar in een zaal. Men wordt geconfronteerd met iets nieuws en beoordeelt ter plekke op basis van de eigen perceptie. De een wordt lyrisch van herkenning, de ander geïrriteerd door de innerlijke weerstand dat een verhaal oproept. Weer anderen zijn getuigen van wat anderen doen maar zien het meer als een circus dan iets waar men zichzelf in verbeeldt.
Het AiREAS en Stad van Morgen verhaal is confronterend. Het roept op tot deelname en verantwoordelijkheid vanuit menselijkheid in plaats van “het systeem”. Het is een ja of nee verhaal. “Ja” is empathisch en “nee” stimuleert innerlijk tot een uitleg waarin het geweten een rol speelt. De reacties zijn dan ook de uitersten van intense support via neutraal tot irritatie.
Zelfs de “ja”s vinden het daarna moeilijk om zichzelf te positioneren in de rol van Sustainocraat ook al voelt men zich ermee vereenzelvigd. De vragen komen dan van het type “hoe doe ik dat?”. Men wordt persoonlijk geconfronteerd met twee praktische en bestaande werkelijkheden (Sustainocratie is geen utopie meer) en een geheel eigen transformatie traject. Dat roept veel vragen en onzekerheden op.
Verandering is een proces van uitersten. Dat was duidelijk te merken op de dag ook al kwamen veel mensen met de veranderbehoefte. Het getuigen zijn van de verandering van een ander hoeft nog niet het antwoord te zijn op de eigen vragen. Vaak roept het juist meer vragen op. De boodschap van Permanent Beta is dan ook duidelijk. Er bestaat geen eenduidig antwoord op alles en ook geen ultieme waarheid. Er bestaat wel een wereld van zelf uitproberen en ervaringen opbouwen die passend zijn voor jezelf. Word zelf Permanent Beta en leer genieten van het experiment dat wij “zelfbewust leven” noemen. De vele sprekers zijn slechts voorbeelden.
Mijn eigen motto is: “De enige constante in het leven is de verandering”.
Verandering kun jezelf veroorzaken door de prikkels van buiten naar binnen te vertalen in actie. Je kunt het je ook laten overkomen. Hoe het ook komt, de verandering is altijd “in een fase van uitproberen”.
Uiterst aanbevelingswaardig en zeker toe te passen in andere steden. Blijf uitproberen! Permanent Beta!
Met deze vraag werkt iedereen dagelijks in een geld afhankelijke cultuur van transacties. Wat moet ik betalen? En wat krijg ik ervoor terug?
Die vragen worden ook gesteld wanneer ik mensen uitgenodig voor sustainocratie en de transformatie economie. In feite vraagt men dan “Als jij verantwoordelijkheid neemt voor verandering? Wat schiet ik ermee op?”
Het uit handen geven van verandering is natuurlijk risicovol. Bij de meeste mensen en instanties geldt: “Alles moet veranderen behalve ik”. Betalen voor verandering is dan een soort verzekering dat voor de betaler alles hetzelfde blijft.
10€!
“Dat is alles wat nodig is om te veranderen” zeg ik dan. De kosten in 2014 om het oude in stand te houden is volgens de overheid 15.570€ per persoon in Nederland met een tekort van 2000 € per persoon. Maar het oude is in crisis. Dat merken we ook want de overheid vraagt meer en we krijgen er steeds minder voor terug. Het oude kan dus niet in stand worden gehouden. Dat betekent meteen “dat het moet veranderen”. Maar men wil geen verandering. Daarom kost het zo veel om het wankele huis te blijven stutten. Wat kost het? Veel! Wat levert het op? Minder dan niets!
Voor een 10tje per persoon zorgen wij voor verandering.
Waar veranderen wij dan naar toe?
vraagt men dan. Naar “duurzame menselijke vooruitgang” is het antwoord. “Wat is dat?”
Ja, het antwoord op die vraag is juist de verandering. Als je die beantwoordt dan is de wereld al veranderd, verdwijnt de crisis en ontstaat voorspoed. En dat allemaal voor een 10tje!
In de praktijk verdelen we die kosten ook nog eens: 50% overheid en 50% per persoon. Ieder 5€ per persoon :-). Niet elke overheid wil dus schieten vaak groepjes veranderingsgezinde mensen het deel van de overheid voor.
Veranderen is het moeilijkste wat er is. Toch is het noodzakelijk in een bedrijf, gezin of maatschappij voor de continuïteit in een veranderende omgeving. Laten we aan de hand van simpele tekeningen er een gevoel bij creëren.
Status quo
Dit is wat we hebben vandaag. Iedereen is blij. Wat we hebben is bekend en vertrouwd. Het geeft een gevoel van zekerheid. Waarom zouden we wat willen veranderen?
Dit is vandaag. Iedereen happy!
Groei
Om verschillende redenen willen we groeien. Denk aan het bedrijf, ons inkomen, de economie, enz.
Groei wordt algemeen aanvaard, als we maar mee groeien
Om te groeien hebben niet veel nodig. Iedereen snapt de vorm en de context. Groei hoort nu eenmaal bij onze oer gevoelens van concurrentie en winst. Groter is nu eenmaal altijd “beter”. Het geeft een gevoel van meer zekerheid. Het kost misschien moeite om te groeien maar het is een moeite die niet veel uitleg nodig heeft.
Crisis en krimp
Lastiger wordt het als we moeten krimpen. “Kleiner” raakt onze psychische gemoederen dat we wat kwijtraken.
Krimp is niet leuk meer
En als we iets los moeten laten geeft dat een gevoel van onzekerheid, minder macht of kracht. Om te minderen moet er overtuiging of noodzaak tegenover staan. We minderen als we crisis ervaren. Door de krimpen ontstaat een nieuwe situatie die misschien beheersbaarder is dan voorheen. Denk aan het voorstel om voor minder geld te gaan werken.
Verandering
Er zijn ook veel situaties wanneer een oude situatie onhoudbaar is geworden en ingrijpend dient te veranderen.
Hoe ziet het nieuwe nu er uit? En is het echt wel nodig?
Maar “verandering” roept veel meer op dan krimp. Waarom anders? En wat is “anders”? De oude vorm is niet meer houdbaar als het niet meer kan groeien, krimpen ook niet en ook niet hetzelfde blijven. Het moet dus anders.
Een consensus rond verandering is in een mensenwereld moeilijk te krijgen. Het verval van de oude situatie moet zo groot zijn of de “nieuwe nu” zo veelbelovend, dan wil men wel overstappen. Maar overstappen waarheen? Voordat het zover is vraagt men zich eerst af of de oude werkelijkheid wel echt ophoudt te bestaan? En hoe moet die nieuwe werkelijkheid er dan uitzien?
Welke keuze?
In plaats van een grote nieuwe werkelijkheid zien we de oude versnipperen in allerlei allerlei nieuwe, experimentele vormen. Ondertussen probeert de oude vorm zich nog in stand te houden. Deze is vertrouwd, ondanks het verval, omdat het toch nog zekerheden blijft bieden aan allerlei mensen.
Elke nieuwe vorm zoekt weer groei door de omgeving te overtuigen. De winnaar is de vorm die sneller groeit dan de anderen.
Risico of uitdaging?
Het oude vertrouwde loslaten en erkennen dat iets nieuws nodig is gaat vaak gepaard met pijnlijke gebeurtenissen die de ogen openen. Niet iedereen laat onmiddellijk los. Als het dan toch moet ervaren wij verandering al snel als risico, vooral als we zien hoeveel verschillende nieuwe vormen uiteindelijk het onderspit delven ten opzichte van de ene die door pakt. De angst om bij de verliezers te horen neemt gemakkelijk de overhand waardoor we verandering uit de weg gaan of bediscussiëren vanuit de “veiligheid” van een oude vertrouwde maar onhoudbare vorm.
Een speciale slag mensen overwint die angst door de verandering als uitdaging te gaan zien. Zij zien de verliezers niet in het proces maar alleen de overwinning door zelfvertrouwen, overtuiging, innerlijke drijfveren en passie. Dat noemen we leiderschap. Zonder leiderschap ontstaat de diversiteit niet en ook niet de nieuwe groeikans. Het leiderschap werkt aanstekelijk op de andere mensen die er ook vertrouwen uit putten.
Iedereen heeft dit leiderschap in zich. Het zijn de omstandigheden die de prikkels van behoud en angst of zelfverzekerdheid en moed doen opbloeien. Soms is het gewoon goed om eraan toe te geven en eraan te beginnen, of iemand te volgen en te helpen die het meeste vertrouwen geeft. Dan is de nieuwe werkelijkheid een feit, of er nu 1 is of 100, de keuze is gemaakt. En dan begint het proces weer opnieuw tot de volgende verandering zich aankondigt.