In regio Brabant zijn we steeds op zoek naar icoon-projecten, ofwel betekenisvolle projecten met pit, karakter, uitstraling en aantrekkingskracht. Dit dient passend te zijn in het gedachtegoed van co-creatie rond kernwaarden zoals bijvoorbeeld de Health Deal die we samen aan het formuleren zijn.
Een van de grootste uitdagingen waar ook deze regio voor staat is huisvesting binnen de context van samen-redzaamheid. Stad van Morgen kan zich goed vinden in de filosofie van 75 jarige architect Aad Breed. Deze bestaat uit fundamenteel een aantal algemeen aanvaardde principes:
De wereldbevolking groeit nog steeds en deze groei (en bestaande bevolking) heeft behoefte aan een woning, voeding, water, en gezonde leefomgeving.
De mensen trekken naar steden wegens de schijnovervloed die een aantrekkingskracht heeft, maar ook omdat in ruimtelijk opzicht de stad de beste mogelijkheden biedt tot efficiënte samenleving en diensten.
De mens heeft echter ook betrokkenheid nodig bij de invulling van de eigen behoeften.
Het speculatieve kapitaalsysteem is uit de tijd en veroorzaakt gigantische vervuiling, armoede, vluchtelingen en vele andere problemen. De steden die uit dit systeem zijn ontstaan of doorontwikkeld zijn asociaal, duur, kwetsbaar, gevaarlijk en niet (meer) bestand tegen de eisen van deze tijd.
In de Stad van Morgen is het basisvermogen in een gebied de mens met haar de inzet, bewustzijn en creativiteit
De Stad van Morgen wordt dan ook door multidisciplinaire cocreatie, Sustainocratie, gebouwd of getransformeerd, niet door projectontwikkelaars of banken.
We zijn steden aan het transformeren maar gaan er nu ook een bouwen!
De Piramide Stad
Deze heeft inderdaad de vorm van een piramide maar wordt ook gerealiseerd vanuit het Piramide Paradigma van 4 x winst (maatschappelijke, ecologische, gebruikers en economische winst).
Vier van deze vierkantjes kunnen worden gecreëerd op een oppervlakte van 200 m2 en huisvesten 1000 mensen per vierkant in ruime 4 persoons-woningen. Men kijkt altijd uit over een veld zo groot als een voetbalveld waar men zelfvoorzienend producten kan verbouwen of recreatie kan beoefenen. Verderop kijkt men naar de immense natuur van enkele kilometers die de piramide omringt.
Binnen in de piramide zitten de algemene voorzieningen, zoals afvalverwerking, energieopwekking, zorgsystemen, verbindende transport elementen, enz. Op de laagste laag wordt voedsel volgens de modernste technieken verbouwd. Daar bevinden zich ook winkeltjes en diensten. De hele gemeenschap is betrokken bij de waardecreatie en verdeling ervan onderling. De hele stad is samenvoorzienend in een circulaire economie en waardesysteem.
Deze piramidestad wordt opgebouwd door de huidige lokale werklozen en eventuele vluchtelingen. In 3 jaar tijd is het gereed en krijgt elke deelnemer 1 lastenvrije woning volgens eigen specificatie en positie. Maar men heeft 3 keer zoveel gebouwd. Die overvloed wordt verkocht of verhuurd en de extra middelen zorgen voor de aflossing van de investering en een basisinkomen voor de oorspronkelijke bouwers die tegelijkertijd zorgen voor de productiviteit in en rond de piramide.
Op een oppervlakte van Eindhoven kunnen zo 12 Miljoen mensen worden gehuisvest in cohesie en samenhorigheid met minimale ruimtelijke belasting en overvloed aan natuurlijke bronnen erom heen.
Beginnen met een kleine piramide op een oppervlakte van enkele 100den vierkante meters kan een icoon worden voor de regio, een proof of principle voor een nieuwe manier van huisvesting en participatie maatschappij.
Op 5 maart werd ik gevraagd om tijdens Proeftuin Houten uit te leggen hoe Sustainocratie functioneert door middel van de Stad van Morgen voorbeelden FRE2SH en AiREAS. De middag was multidisciplinair co-creatief opgezet door betrokken Houtense mensen van verschillende achtergrond. Persoonlijk voel ik mij bij het Houtense proces van verduurzaming betrokken dankzij de warme ontmoeting met Houtense wethouder Jocko Rensen vorig jaar toen hij de moeite nam om naar Eindhoven te komen om de energie te proeven van de multidisciplinaire co-creatie van ons. Marc Faber is burger in Houten en is al sinds het prille begin betrokken bij de processen van de Stad van Morgen. Door het bestuurlijk contact kon ook een link worden gelegd met Marc als potentiële lokale sustainocraat. Uiteindelijk kan ik zelf onmogelijk verantwoordelijkheid nemen voor sustainocratische processen in Houten. Dat dient lokaal te gebeuren, door mensen uit Houten zelf en volgens de prioriteiten van en energie in de regio. Sustainocratisch Eindhoven en ikzelf kunnen hooguit inspireren en onze ervaring ter beschikking stellen over de kaders en werkwijze van het niveau 4 eco-systeem maar de inkleuring en innovatie moet 100% lokaal ontstaan.
Burgemeester Wouter de Jong van Houten en een van de organisatoren doen de aftrapEen intensief programma vol Houtens initiatieven
Tot mijn verrassing was een intensief middagprogramma georganiseerd met betrokkenheid van het voltallige bestuurlijk team van Burgemeester en Wethouders die de hele middag aanwezig waren. Heel transparant en openhartig werd met elkaar de verbindende dialoog opgezocht met boeiende presentaties van een grote diversiteit aan vernieuwing.
Mijn eerste opvolg contact met Houten, na het bezoek van de wethouder aan Eindhoven, was de Krachtfabriek geweest en kennismaking met Houten Kantelt, de eerste een initiatief om mensen met een arbeidsprobleem een plek te geven om zich weer zelfstandig en onder begeleiding te ontplooien middels workshops, gefaciliteerde creatieprocessen, enz. Deze krachtfabriek bevond zich ergens in een verlaten schooltje in een wijk en had nog geen prominente plek in Houten maar gaf wel de positieve energie weer van een ontkiemende beweging die op gang kwam. Houten Kantelt was initiatief van Hendrik Jaap Batenburg die allerlei verduurzamingslijnen samen trachtte te laten smelten, een beetje zoals Stad van Morgen dat trachtte te doen in 2009.
Nu, een jaar na die kennismaking, constateer ik tot mijn grote genoegen én verrassing dat die beweging uitgegroeid was tot een bruisende diversiteit van initiatieven op alle fronten van aandacht. Het enige wat ik nog miste was die duidelijk verbindende rol van multidisciplinaire cocreatie richting natuurlijke kernwaarden. De kernwaarden waren in gefragmenteerde vorm alom aanwezig maar vormden nog geen geheel. Dat is ongetwijfeld de volgende stap. De proeftuin fase gaf ruimte aan het ontstaan van een diversiteit aan initiatieven, de zogeheten bewustzijn-gedreven creatie, allemaal op zichzelf staand, kwetsbaar maar ook allemaal even passievol en gedreven neergezet.
Hendrik-Jaap, initiatiefnemer van Houten Kantelt presenteert de portal HIP van Houten waar alle initiatieven zich kunnen verzamelen
Dat bleek ook tijdens de sessie van Annette de Vries die de uitdaging poneerde dat in 2018 20% van alle voedsel dat in Houten wordt geconsumeerd ook lokaal wordt geproduceerd. De meningen waren meteen verdeeld. De spanning tussen benodigde massaproductie om een stad te bedienen en de kleinschaligheid van samen-redzaamheid leidde al snel tot veel discussie en stellingnames die niet tot verbinding kwamen. Op het einde kwam rust toen ik de FRE2SH aanpak verbond met multidisciplinair samenwerken vanuit het hogere doel van samen-redzaamheid in een breder perspectief dan alleen de gefragmenteerde werkelijkheid van voedsel. Door verschillende belangen te combineren onder een regional cocreatie paraplu konden ook investeringen worden geoptimaliseerd en energie worden gebundeld dat elkaar niet bijt (bijvoorbeeld voedsel productie en recreatie met mobiliteit). De gedachten om dit alles met alle stakeholders samen in een coöperatieve vereniging te organiseren rondom een Sustainocraat en met directe betrokkenheid van de 4 x O’s: overheid, onderwijs, ondernemers en omgeving (mens en natuur) bleek de groep te inspireren.
De weg van de goede intenties naar een zichzelf voedend gebied
Dit multidisciplinaire proces kwam ook weer ter sprake tijdens de ontmoeting met de burgemeester en wethouder. De zorgpunten waar de bestuurders mee worstelen zijn vaak gebiedsoverstijgend waardoor de vraag gesteld wordt waar de verantwoordelijkheid in eerste instantie genomen dient te worden? Ik vertelde hen dat we dit in Eindhoven ook hadden doorgemaakt toen het over luchtkwaliteit ging. Zelf verantwoordelijkheid nemen op stadsniveau voor het aandeel van het probleem dat de stad toekomt maakt de onderhandeling met de omgeving veel krachtiger. Die opvatting was in Eindhoven doorslaggevend geweest om bestuurlijke steun te krijgen voor AiREAS. In feite zien we dat maatschappelijke innovaties ergens in de maatschappij ontstaan en pas doordringen tot de lokale bestuurlijke werkelijkheid als tastbaar bewijs zichtbaar wordt. De stad is daarom vaak de eerste graadmeter van structurele verandering waarna de hoger gelegen hiërarchie pas aan de beurt komt. Voor passievolle bestuurders is het vaak lastig om de balans te vinden hierin, zeker als men posities in alle bestuurslagen heeft bekleed. Zo wilde de wethouder mijn positie als verbindend Sustainocraat op niveau 4 gebiedsontwikkeling verwarren met “ego” in plaats van initiatiefnemer. Dat is een logische redenatie van iemand die gewend is om een bestuurlijke rol in een hiërarchie te spelen en nu bewust moeite doet om op de achtergrond te treden waardoor er maatschappelijke ruimte ontstaat voor zaken zoals de proeftuin. Zo’n ruimte heeft echter alle tendens om uit te monden in chaos als er geen nieuwe richting de ruimte in beslag neemt. Die richting wordt in Sustainocratie bepaald door de natuurlijke kernwaarden: gezondheid, veiligheid, samenredzaamheid, basisbehoeften (voedsel, water en lucht) en zelfbewustzijn. Deze kernwaarden zijn een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van allemaal samen. Daarom ontstaan de dynamische clusters die voorgezeten worden door de lokale Sustainocraat om zo het noodzakelijke gevoel van gelijkwaardigheid te krijgen.
De wethouder wordt zo partner aan de cocreatie tafel en niet de sturende factor. Het is dan gemakkelijk de Sustainocraat te verwarren met een nieuwe bestuurlijke rol in plaats van vertegenwoordiger van een kernwaarde als hoger gemeenschappelijk doel. Dat is een leerproces van loslaten en het laten ontstaan van een nieuwe rolverdeling waar we allemaal doorheen gaan, overal.
Houten is rijp voor een fundamentele keuze vanuit innerlijke waarden die de robuustheid en onderbouwing van de identiteit van Houten de komende decennia gaat bepalen. De Sustainocratische kernwaarden geven richting waar bijvoorbeeld Gezond Houten een geheel eigen invulling aan geeft dat proeftuin overstijgend is. Binnen dat kader constateerden we samen twee innovatiestromen waar multidisciplinair innovatief op kan worden ingezet:
Houtense AiREAS: Luchtkwaliteit, gezondheid en mobiliteit
Basisinfrastructuur voor meten lokale luchtkwaliteit
Incubator Houtense innovaties voor betere lucht en mobiliteit
Verbinden van Houtens initiatieven op gebied van sport, roeiwedstrijd, activiteiten met ouderen
Het nieuwe werken, flexplekken, distributie, enz
Houtense FRE2SH: Samen-redzaamheid in integrale productiviteit basisbehoeften en kwaliteit van leven (water, voedsel)
Voedselbehoefte verbinden aan lokale productiviteit
Ruimtelijke organisatie afstemmen op basisbehoeften voedsel, water
Innovatie richten op circulair gebruik (afval) enz
Houten is ook klaar om met elkaar een of meerdere icoon-projecten te starten die de uitstraling van Houten bepalen voor de toekomst en de cohesie onderling smeedt door het creatievermogen dat ontstaat te verbinden aan een inspirerende ruimtelijke structuur. Daarom vind ik Houten een echte Stad van Morgen met alle ingrediënten die nodig zijn om kwetsbaarheid om te zetten in eigen kracht.
In Brabant en de rest van de wereld is een psychosociale transitie gaande die het algemene begrip “gezondheid” sturend op de agenda zet van gebiedsontwikkeling. Deze transitie is steeds sterker zichtbaar op vele fronten waar mensen en instanties zich ondernemend inzetten met gezondheid als leidraad. Het raakt alles wat betekenisvol is in onze samenleving, van tastbare dingen zoals voeding, voedselproductie, gebruik van grondstoffen, landschapsbenutting, productiviteit, verdeling van producten, financieringsmodellen, waardesystemen en de herontwikkeling van de stedelijke vormgeving maar ook de vernieuwende relatie stad en platteland. Tot de ontastbare zaken zoals het bewustzijn, (multi)cultuur, gedrag, onderwijs en omgangsvormen. Het is een trend die zich in sneltreinvaart ontwikkelt en niet te stoppen is. Dit wordt gekenmerkt als een maatschappelijke “evolutie”, een nieuwe economische Kondratiev cyclus, een niveau 4 gebiedsaanpak, een Sustainocratie.
Deze breed gedragen evolutie is spectaculair want het geeft betekenis aan het herformuleren van onze zekerheden. De vorige fase van onze maatschappelijke en bestuurlijke manier van doen stamt uit het begin van de 18e eeuw, geformaliseerd in het begin van de 19e eeuw, nadat we Napoleon hadden verslagen. Het heeft ons veel vooruitgang gebracht maar tekent zich nu af op weg naar een afgrond. Deze algehele bewustwording vertaalt zich in de verlegging van onze route door keuzes te maken. Gaan we door als vanouds? Dan storten we in een afgrond. Zetten we de wissel om? Dan bouwen we aan nieuwe zekerheden maar wel via een gemeenschappelijk gedragen keuze en commitment. Het bestuur van onze maatschappij kan daarin niet achterblijven. Initiatief wordt nu ook bestuurlijk genomen om deze transitie te borgen in een nieuw beleid-elan. Dat maakt de tijd waarin we leven een van de meest uitdagende en boeiende ooit.
Deze keuze hebben we in Brabant al gemaakt. We gaan voor leven vanuit bewustzijn en creativiteit. Gezondheid is daarin sturend. Dit moeten we alleen nog formaliseren.
Daarom beklinken wij op 22 maart nogmaals onze Brabantse Health Deal, deze keer door ook het regionale bestuur uit te nodigen zich bewust en met hun toebedeelde autoriteit in te gaan zetten voor deze nieuwe werkelijkheid en routeplan. Dat doen we door samen en met alle belangenpartijen de commitment uit te spreken om alle onze sociale, economische en politieke keuzes primair te gaan toetsen aan innovatie met gezondheid als doel. Dit commitment doen we samen.
Dit doen we allemaal samen (burgers, overheid, onderwijs en ondernemers)
Betrokken zijn de vele gemeentes in Brabant, de provincie, de vele waarden gedreven ondernemers, zorg voor gezondheid instellingen, betrokken burgers, onderwijs en wetenschap. De gezonde maatschappij is per slot van rekening een multidisciplinaire cocreatie.
De volgende mijlpalen zijn:
22 Maart – Health Deal gemeenschappelijk erkennen en formaliseren als wisselkeuze met bijbehorende transitie en inzet van beschikbare middelen. Geef aan beneden als u mee wilt committeren.
28 juni – BrabantStad – verbinden van beleidstafel overleg (mobiliteit, voedseltransitie, enz) met deze multidisciplinaire vooruitgang
22 juli – De Brabantse Health Deal wordt getekend
Oktober 2016 – Dutch Design Week – podium en feest voor alle mooie voorbeelden vanuit gezondheid en gezonde gebiedsontwikkeling en ondernemerschap die in Brabant zichtbaar zijn en zich krachtig manifesteren.
Ons huidige onderwijs stamt nog grotendeels uit het industriële tijdperk. Als je dit als uitgangspunt hebt…..
dan wordt dit je onderwijssysteem….
met als hoofdzaak langdurig in dezelfde houding zitten, gehoorzamen en vooral geen eigen gedachten erop na houden. Rekenen en taal is belangrijk om productie bij te kunnen houden en instructies te kunnen volgen. Uit de toon vallen wordt gestraft net als te laat komen of een brutale opmerking plaatsen. Kortom, de jeugd wordt gedrild tot robot van een standaard piramide proces.
Einde tijdperk
Wat heeft deze breinloze maatschappij ons opgeleverd? Een ontzielde maatschappij die verslaafd is aan consumptie, zich laat aansturen door een schuldsysteem met de macht in handen van enkelingen die met geld omgaan. We zijn de 6e oorzaak van massavernietiging van alle leven op onze planeet sinds het ontstaan van de Aarde en de 1e die dat zogenaamd doet als zelfbewust, intelligent wezen, geschapen naar het evenbeeld van de Schepper.
Een Amerikaanse senator zei recent zelfbewust: `wij zijn de eerste generatie die zich bewust is geworden van een enorm probleem, en de laatste die er wat aan kan doen´.
Het nieuwe onderwijs
Het leren van nu is een vuistslag van bewustwording. Jongeren groeien op in gescheiden ouder gezinnen, tussen cement en beton van verstedelijking en in de decadentie van de allesvernietiging. Met hulp van internet en inzichten van het tijdperk dat hen is overgedragen door de voorgaande generatie gaan ze aan de slag vanuit creativiteit en gedrevenheid. Precies het tegenovergestelde is de norm: geen gehoorzaamheid maar oplossingsgerichtheid, geen gemanagede ondergeschiktheid maar zelf-leiderschap en co-creatie, geen hiërarchie maar dynamisch clusteren rond uitdagingen van deze tijd, geen industriële processen maar kernwaarden gedreven initiatieven. Geen standaard, maar diversiteit, originaliteit en authenticiteit.
Stad van Morgen noemt dit Participerend Leren. De jongeren krijgen geen opdrachten maar worden betrokken bij gebiedsontwikkeling. Zij gaan zelf aan de slag en passen hun belangstelling, talent en keuzes toe in het creëren van waarden voor zichzelf en de omgeving. Terwijl ze daar naar op zoek zijn ontmoeten ze leermomenten waar ze zelf oplossingen voor trachten te vinden uit intrinsieke motivatie. Wij omringen hen met gespecialiseerde kennis die hen voedt wanneer er zelf om vragen. We hebben allerlei gewenningsprogramma´s:
Ondernemer van je eigen leven
Op zoek naar de held
School of Talents
Erasmus+
Het is een leerproces dat niet leeftijd gebonden is. We doen het samen, met de natuurlijke kernwaarden van leren leven als richtlijn. De resultaten zijn verbluffend, innovatief en de basis van een geheel nieuwe maatschappelijke invulling, organisatie, onderlinge relatie tussen instanties en bevolking en een geheel nieuwe economie. Alles tesamen heet het Sustainocratie, de democratie rond natuurlijke kernwaarden.
Stel u nu eens voor dat we de gunst aan elkaar als waarde van samenredzaamheid gaan beschouwen en dit structureren in een wijk, buurt, straat of dorp. Hoe zou dat kunnen werken?
We gaan ervan uit dat iedereen in een gemeenschap wel wat kan bijdragen aan anderen in diezelfde gemeenschap. Een gunst verlenen. Er zijn heel veel gunsten denkbaar. Van het zetten van koffie voor wat oudere, eenzame mensen, een praatje houden met een zieke, boodschappen doen voor die jonge moeder die op de baby moet passen, een zelf verbouwde krop sla weggeven, of een handvol sperzieboontjes, aardappels, een bosje bloemen. De hond uitlaten, even op de kinderen passen, helpen met witten, de tuin doen, de auto wassen, hondenpoep opruimen of zwerfafval inzamelen en weggooien in de container. We zouden iets kunnen helpen schouwen of dat moeilijke fornuis aan de achterkant een keer schoon komen maken. Allemaal van die kleine dingen die het leven voor de ander én onszelf zoveel aangenamer of gemakkelijker maakt.
Maar we zijn zelf ook mens en kunnen ook wel eens een gunst gebruiken. Als we nu eens gemiddeld uitgaan van 3 gunsten per dag voor iedereen in de wijk, die door iedereen op hun eigen manier worden opgebracht en aan elkaar wordt gegund. Dan hebben we het over zo’n 100 gunsten per persoon per maand. In een buurt waar 200 mensen wonen is dat een vermogen van 20.000 gunsten. Meestal is dat vermogen onzichtbaar, onbenut en ook nog eens slecht verdeeld. Er zijn mensen die altijd voor een ander klaarstaan terwijl anderen niet eens om een gunst durven vragen maar er enorm veel behoefte aan hebben. Vele anderen zijn zo druk en in de stress dat ze af en toe wel eens een beroep op een ander zouden willen doen maar niet weten hoe. Als de gunst echter gemeenschappelijk gedragen wordt dan kan men er ook zonder gene mee om gaan.
Als we de “Gunst” tastbaar en zichtbaar maken dan hebben we een grote pot van 20.000 Gunsten elke maand beschikbaar in de buurt. Die verdelen we onder de 200 buurtbewoners, ieder 100 Gunsten. Elke keer als men een gunst ontvangt van een andere wijkbewoner, spontaan of door erom te vragen, geeft de gunstgever 1 van zijn 100 Gunsten terug aan de grote pot. Daarna kan men hij of zij nog 99 gunsten geven. Degene die de gunst heeft weggegeven mag natuurlijk zelf ook gunsten ontvangen op precies dezelfde manier. Zo behouden we gelijkwaardigheid en gelijke verdeling van de beschikbare gunsten. En de gunst blijft in de sfeer van de geefcultuur. Het is de kunst om alle gunsten aan het einde van de maand weer terug te hebben in de pot zodat de volgende maand de cyclus weer door kan gaan. Dan zijn er 20.000 gunsten verstrekt in de buurt en is de buurt erdoor verrijkt vanuit samenredzaamheid.
Buurtproductiviteit kan op deze manier gestimuleerd worden door tastbare en ontastbare zaken met elkaar te combineren. Denk bijvoorbeeld aan het samen verbouwen en verdelen van voedsel in de buurt. Het beschikbaar stellen van de tuin voor voedselteelt is een gunst, het meehelpen planten, wieden, oogsten of verwerken is ook een gunst. Het samen koken en opeten ook. Zo zou het gunstvermogen in de wijk het geldvermogen voor een deel kunnen ontlasten (wat we samen kunnen creëren hoeven we niet te kopen) zodat ook het besteedbare geldvermogen in de buurt groter wordt. Het zelfregulerende vermogen van de gunsten kan basisvoorzieningen zodanig beschikbaar maken dan behoeftige mensen in hun belangen worden voorzien via de gunstpatronen die afgestemd kunnen worden op dat wat leeft in de buurt. Iedereen doet mee. Als iemand Gunsten over houdt aan het einde van de maand kunnen we ons afvragen waarom deze persoon onvoldoende gunsten heeft weggegeven? Misschien te druk, afgezonderd, eenzaam of ziek? Misschien weet de persoon niet eens wat hij of zij als gunst bij zou kunnen dragen terwijl iedereen zoveel talent heeft om te delen.
Er ontstaat een vorm van buurt-medeleven of empathie in de vorm van zorg voor elkaar. Zelfs de Gunstadministratie kan als gunst worden beschouwd. Als er veel behoefte is aan voedselgunsten dan zal er meer aandacht aan voedselproductie en verdeling worden besteed. Als er meer gunsten nodig zijn op gebied van ouderenhulp of eenzaamheid bestrijding dan zal het gunstenpakket zichzelf daar naar toe reguleren.
Zo wordt de Gunst circulair vermogen en een token van mensgerichte waardecreatie met zelfregulerende kwaliteit van leven en sociale cohesie als hoogste doel. Belangrijk in het proces is dat de Gunst eenheid in een afgebakend gebied zich laat kenmerken en organiseren zodat de gemeenschap zich eromheen gaat identificeren. Het gebied dient zo klein te zijn dat er een persoonlijke band kan ontstaan die het onpersoonlijke individualisme doorbreekt. Maar ook groot genoeg dat er voldoende diversiteit aan inzetbaar gunsttalent en vermogen is om zich gaandeweg te structureren rond de verschillende behoeften die het gebied en bevolking kenmerken. Aangezien de Gunst een intermenselijke daad is van liefde en betrokkenheid kan deze overal worden uitgevoerd alsof het een basisinkomen betreft van barmhartigheid en maatschappelijke cocreatie.
Het STIR avondcollege van 17 februari ging over fundamentele keuzes maken. De mens karakteriseert zich door haar creativiteit en zelfbewust intelligentie. Daardoor zijn we geworden wat we zijn, een levende soort die zich omringt met spullen die ons welzijn aan aanzien verschaffen. We zijn in feite een soort wonder van de natuur omdat in dat creatievermogen wij niet worden overtroffen door andere soorten. Daarom willen wij ook wel geloven dat we geen natuurlijke evolutie zijn maar dat er ergens een hogere macht ons deze krachten heeft gegeven.
Tegelijkertijd zijn we tegenwoordig ook erkend als de 6e oorzaak van massavernietiging van leven, inclusief onszelf, sinds het ontstaan van de Aarde. Dit tijdperk van vervuiling, misbruik van grondstoffen en onze natuurlijke bronnen, de concurrentieoorlogen en manipulatie rond geldgedreven belangen, deze algehele vernietiging van leven door de mens, heeft een eigen naam: het Anthropocene.
Alles verwijst naar het industriële tijdperk dat sinds het introduceren van de stoommachine ons in staat heeft gesteld massaal gebruiksartikelen te gaan produceren. Die artikelen hebben grondstoffen nodig die vaak voortkomen van levende soorten (planten en dieren) die we daarvoor dood moeten maken. Doordat de beloningsstructuur van arbeid in de fabrieken niet in natura maar met geld werd afgehandeld ontstond een geldgedreven cultuur van economische groei enerzijds en economische afhankelijkheid anderzijds. Binnen die economie werd consumeren van dode producten een belangrijke drijfveer maar ontwikkelde ons bewustzijn en creatievermogen zich niet meer om balans te houden met onze natuurlijke omgeving.
Het industriële tijdperk ontwikkelde sterk vanuit bijvoorbeeld de textiel industrie met groot gebruik van katoen, een natuurlijke grondstof. De enorme toename van behoefte aan katoen en de verwerking ervan ging gepaard met een gigantische toename van landschapsvernietiging en vervuiling.
Een ander voorbeeld is de vleesindustrie die ons in onze voedselbehoefte voorziet. Nederland is een van de grootste vleesproducten ter wereld en heeft er een intensieve industriële productie van gemaakt. Voer voor de beesten komt veelal uit Zuid Amerika waar belangrijke bosgebieden worden gekapt om plaats te maken voor veevoer productie. De massaproductiviteit en consumistische levensstijl, zonder algemeen bewustzijn over de consequentie, heeft ons een gevoel van rijkdom gegeven ten kosten van het leven op Aarde. Dit gebrek aan bewustzijn zien we ook terug in de voedselverspilling.
Als we de economische pieken aanschouwen die we sinds dit industriële tijdperk hebben meegemaakt dan constateren we dat de pieken vooral werden veroorzaakt door nieuwe vormen van mobiliteit die de handelsbelangen in bereik deden groeien. Globaliseren was het gevolg. Gecombineerd met een enorme groei van de wereldbevolking werd de geldgedreven economie rond handel in dode spullen de oorzaak van onze massavernietiging. Verstedelijking is slechts een afspiegeling van deze drang naar consumptie van de dood. Steden zijn bolwerken van cement, asfalt en glas met een beeld van overvloed in winkels en supermarkten zonder de zelfvernietiging zichtbaar te maken. Wat de mens niet ziet of voelt hoort niet tot onze werkelijkheid waardoor we geestesdood raken zoals het cement dat ons omringt.
Maar de introductie van internet en persoonlijke computersystemen hebben ons massaal toegang gegeven tot kennis. De vele verstoringen van de wereld, die zich uiten via massale migraties van vluchtelingen, grondstofschandalen, uitingen van financiële hebzucht en macht, enz. bereiken het collectieve bewustzijn. Gaandeweg bouwt de massavernietiging zich verder op maar ook een nieuw psychosociaal bewustzijn.
De onterechte kapitaalinjecties na de kredietcrisis heeft de wereldwijde cyclus van de dood gerekt en de massale omslag afgehouden. Bijbehorende positieve consequentie was dat initiatieven zoals Sustainocratie (niveau 4 gebiedsontwikkeling) zich in argumentatie en bewijsvoering verder konden verstevigen. Hoe robuuster het antwoord op het stimuleren en heractiveren van ons creatieve zelfbewustzijn en vermogen tot een evolutionaire aanpak des te sneller de ommekeer wereldwijd tot stand komt, zonder de bijbehorende traditionele tussenfase van wereldoorlogen of volkerenmoord.
In de Stad van Morgen hebben we de evolutionaire keuze dus al gemaakt en focussen met succes of de winst van kernwaarden van het leven zelf die we niet kunnen kopen maar wel creëren en onderling verdelen in echte en veilige overvloed. Tijdens het tweede deel van de avondinspiratie maken we een lijstje van de multidisciplinaire co-creatieprojecten waar we mee bezig zijn:
AiREAS – gezonde stad Eindhoven, Breda en Helmond
AiREAS – gezonde airport – airport dicht 2 weken
AiREAS Turkije via Erasmus+ en BdT
Ankara – kindvriendelijke stad
Soma – luchtvervuiling van deze mijnstad
Izmir – gezonde havenstad
FRE2SH Turkije
Malatya – voedsel en energie
SAFE Turkije
Grensgebied met Syrië vrij maken van landmijnen
FRE2SH Eindhoven – Son en Breugel/Gemert
Consumptie / Productie – Aristo
Gemert kruidengebied
STIR
Sustainocratische ontwikkelingen Interreg V (Aken, Leuven, Genk, Luik, Maastricht)
India Sustainocratie
China LOI
Health Deal Brabant
Groen/blauwe ruit Eindhoven – Helmond
23 Mei – Regionaal bezoek Europa Smart City
Brainport participatief leren
Sustainocraten opleiding
Erasmus+ Spanje
FRE2SH Deventer – regionale samenredzaamheid en resilience
FRE2SH Houten – regionale samenredzaamheid en productiviteit
FRE2SH Eindhoven – transformatie wijken
Energie coöperatie
Twee gebeurtenissen in 2015 hebben ons geconsolideerd in de wereld van zelfbewuste evolutie:
De formele erkenning van Sustainocratisch AiREAS als peer 4 gebiedsontwikkeling zoals door het Presencing Institute beschreven als co-creatief ecosysteem.
Het VINCI innovatie award dat aantoont dat waardecreatie ook economische waarde heeft. AiREAS fase 1 heeft aangetoond dat elke geïnvesteerde euro een return geeft van vele malen die euro. Maar omdat AiREAS belang hecht aan gezonde verstedelijking en niet aan het geld wordt het geld een middel voor verdere ontwikkelingen. Het loslaten van geld als doel en aanvaarden van kernwaarden als creatieve richtlijn en verdeelsleutel is wellicht de moeilijkste keuze voor mensen en instantie. Toch is het één met de keuze tussen leven en dood.
Uiteindelijk vatten we de aanpak van de STIR en aanverwante cocreatie tafels en coöperatieve verenigingen samen in 4 stappen, te beginnen met de waardengedreven keuze.
Zo eren wij de uitspraak van Socrates: “Je kunt je leven lang vechten tegen het systeem of al je energie steken in het creëren van iets nieuws”. Wij steken onze energie in de creatie van iets nieuws en laten ons prikkelen door ons zelfbewustzijn en het drama van zelfvernietiging dat we ombuigen tot de kracht en pracht van het leven.
Barbara Riesebos heeft op allerlei manieren ervaring opgedaan met luisteren naar mensen: als advocaat, moeder, buurtbemiddelaar, transformatief mediator, eigen kracht coördinator, voorzitter van een stichting waar werd gewerkt met en voor kwetsbare mensen en als begeleider van een verhalentafel waar mensen iets van hun levenservaring kunnen delen.
De kracht van luisteren kan mensen verbinden met zichzelf en anderen, en kan er toe leiden dat mensen helderheid krijgen over hun eigen situatie en zich van daaruit open gaan stellen voor anderen.
Luisteren op een manier waarop mensen gaan ontdekken wat de volgende stap zou kunnen zijn om met een probleem of conflictsituatie om te gaan leidt vaak ook tot meer zelfvertrouwen en het nemen van de eigen verantwoordelijkheid.
Op 1 maart wil Barbara graag met u in gesprek gaan over verschillende manieren van luisteren en wat onze barrières zijn om een goede luisteraar te kunnen zijn.
Bovendien wil Barbara graag een plek creëren waar luisteren centraal staat omdat zij denkt dat onze samenleving daardoor verrijkt kan worden. Dit idee zal Barbara toelichten. Het is een plan waarvan zij hoopt dat het samen met anderen verder vorm kan krijgen, op de manier waarop de pioniers in America samen met hun buren een schuur bouwden.
Voor wie? Iedereen die belangstelling heeft in duurzame menselijke vooruitgang
Dit klinkt dramatisch maar in essentie is het waar het in de huidige wereldorde om gaat. Wij hebben een wereldeconomie gecreëerd dat handelt in dode dingen waar we allemaal veel waarde aan hechten. Wij mensen kleden ons met dode materialen, eten gedood voedsel, wonen in dode stenen huizen en maken levende dingen dood om er de vele producten van te maken waar wij ons mee omringen. Er wordt aangedrongen op een groei-economie omdat we al die dode dingen een economische waarde hebben gegeven en er een sport van maken om de waarde zoveel mogelijk te optimaliseren door ermee te handelen. Een groei economie heeft derhalve behoefte aan veel meer dode dingen en speculeert ermee door een psychologisch gevoel van tekort te veroorzaken in de menselijke mentaliteit van hebzucht.
De complexe dualiteit van de mens geeft ons een keuze
Door deze focus op dode dingen is onze aandacht verdwenen over de essentie van alles, het leven. Niet voor niets worden wij mensen nu gezien als 6e oorzaak van massavernietiging van het leven op Aarde sinds het ontstaan van onze planeet. Dit intense drama speelt zich onder ons af en is zichtbaar door de vele vluchtelingen, armoede en vervuiling in de wereld. Wij hechten zoveel waarde aan deze economie van de dood dat we het leven erbij laten. Maar de mens heeft een keuze. Kiezen wij voor het leven? Of de dood? Welke rol speelt Eindhoven of Nederland in deze? Welke beweging ontstaat er in de wereld? Wat doet de Stad van Morgen?
Inspirator: Jean-Paul Close
Locatie: Fontys Hogeschool te Eindhoven, Rachelmolen 1, lokaal 0.13
De STIR avondinspiratie van 20 januari stond in het teken van de consequenties van niveau 4 gebiedsontwikkeling, ofwel Sustainocratie. Bij de vraag wat dit nu betekent voor alle belangenpartijen (overheid, bedrijfsleven, wetenschap, burgers, de andere niveaus, het wettelijke systeem of het geld) kwamen we al snel allereerst op het voorbeeld van participatief onderwijs dat we toepassen in het Erasmus+ programma met Turkse jongeren en ook neer trachten te leggen bij het Nederlands onderwijs.
Erasmus+ groep uit Turkije
Participatief onderwijs gaat uit van betrokkenheid bij de ontwikkeling van de Sustainocratische kernwaarden in de maatschappij. Door de leerweg van een beroepskeuze uitnodigend toe te passen in een concrete en reële alledaagse uitdaging worden de jongeren geraakt waardoor ze in enkele dagen leren en borgen wat in cognitieve overdracht jaren duurt of zelfs nooit plaats vindt. Dit (levenslang) leren door participeren verlangt een geheel andere leeromgeving en begeleiding dan het traditionele klassikaal verblijf. Het gaat namelijk niet primaire om de theorie maar de praktische toepassing ervan voorafgaand aan het leerproces. De onderwijzer wordt coach in een productief lerende omgeving. Daarin kunnen tegelijkertijd verschillende leerwegen samenkomen die elk de ruggespraak met een of meerdere docenten verlangen. Als voorbeeld nemen we de jongeren uit Turkije die gevraagd worden te helpen in onze communicatie met de Turkse gemeenschap in Eindhoven. De jongeren projecteren de hulpvraag op hun studierichting en passen die toe door iets te creëren, zoals een website, posters, een theatershow of presentatie. In korte tijd leren ze omgaan met de technieken, de maatschappelijke uitdaging, de praktijk issues in verschillende landen en zichzelf positioneren in deze werkelijkheid met eigen talent, inzicht, motivatie en waarde gedreven inzet.
Theoretiseren gebeurt met terugwerkende kracht, verbindend met daadwerkelijke beleefde ervaringen. Zo bereiken we een ongekend patroon van waardengedreven kennisontwikkeling maar ook commitment aan maatschappelijke uitdagingen.
Burgerschap
“De jeugd staat relatief onbevooroordeeld open voor nieuwe kennis en vaardigheden”, suggereerde iemand die aanwezig was. Toen kwam de vraag hoe we andere en oudere burgers mee kunnen krijgen in dit soort waardecreatie processen? Dit was een boeiende kwestie omdat het alle verhoudingen raakt van een mens in relatie tot de omgeving en dat wat men verwacht van burgerschap in de diversiteit van paradigma’s waar we op verschillende niveaus waarde aan hechten. En wat motiveert mensen? In een economisch gedreven speculatieve omgeving gaat het vooral om geld en de afhankelijkheid daarvan. Iemand meekrijgen in waardecreatie verlangt een positieve prikkel én beloning. Beloning wordt zeker niet altijd in geld uitgedrukt maar in wederkerigheid.
De Turkse studenten werden bijvoorbeeld beloond met inzichten, kennisontwikkeling en praktische vaardigheden. Maar voor de gemiddelde burger is dat niet zo. Mensen die geen financiële zorgen hebben, zoals degenen met een pensioen of een uitkering zijn geneigd een zinvolle daginvulling te zoeken in de wereld van vrijwilligers werk. De beloning is dan de dagbesteding en de relatie met andere mensen of situaties.
Maar mensen die financiële verplichtingen hebben zijn minder geneigd mee te doen met maatschappelijke waardecreatie omdat er geen beloningsstructuur tegenover staat waar men wat mee kan rond deze verplichtingen. De kernwaarden zelf zijn niet te koop en vergen bewustzijn en cocreatie. De beloning van een gezonde levensstijl en leefomgeving betaalt niet de hypotheek in handen van vastgoed gedreven manipulatie noch eten uit de supermarkt.
Men wordt dus aangestuurd door de geldgedreven belangen. Sociale innovatie is daarom beperkt mogelijk. Alleen bijvoorbeeld als het valt binnen de economische sfeer zoals verandering in consument keuzes, waarbij prijs nog altijd sturend blijkt. We zien daarbij ook dat een belangrijk deel van het bestaande beloningssysteem bijdraagt aan de problemen, niet de oplossing. Denk aan de vervuiling van woon werk verkeer.
Dit brengt ons op de behoefte aan een nieuw waardesysteem dat participatie in waardecreatie opvangt.
De optie van twee waardesystemen
Met een enkel waardesysteem, de Euro, dat zich heeft ontwikkeld tot speculatief systeem, wordt waardecreatie niet beloond. Het wordt vaak zelfs gezien als risico omdat innovatie de gevestigde orde ter discussie zou kunnen stellen. Dat hoort namelijk bij verandering. Door een andere (lokale) waarde-eenheid te introduceren, die de transitie vorm geeft vanuit kernwaarden, dan zien we dat, wanneer de handel terugvalt de creativiteit toeneemt en andersom, wanneer de handel toeneemt komt creativiteit in verval. Beide systemen vullen elkaars gaten waardoor een harmonieuze samenhang kan ontstaan.
Als men niet met een duaal waardesysteem wil werken dan dient men de resultaten van speculatie evenredig te belasten om zo waardecreatie (niet de bureaucratie) te voeden. Dat is vaak lastig omdat speculatie te maken heeft met hebzucht en machtsbelangen die zich niet zomaar laten belasten en eerder een lobby vormen om dat juist niet te doen.
Dat brengt ons op ondernemerschap. Het gros van het huidige ondernemerschap voegt geen waarde toe maar handelt speculatief met waarden die elders zijn gecreëerd. Men speculeert door te concurreren. Deze marktconfrontatie zorgt voor waardeonttrekking in de keten zodra er meer dan 2 concurrenten optreden in een marktsegment. Belangrijker is de creatieve waarde van disruptieve innovatie van het bedrijfsleven, ofwel het creëren van iets totaal nieuws dat zich laat stimuleren door aandacht voor onze kernwaarden. Dit is de basis voeding van een harmonieuze economie, niet groei. Groei is slechts een natuurlijke bevestiging van ruimte en aandacht.
Waarde gedreven ondernemerschap kan nooit alleen verantwoordelijkheid nemen. Dat dient in de context geplaatst te worden van onze collectieve verantwoordelijkheden. Dat noemen we multidisciplinair, context gedreven ondernemen, ofwel het piramide paradigma of 4 x winst model.
Het brengt ons automatisch op multidisciplinaire cocreatie als waardecreatie systeem met faciliterende aandacht van de lokale overheid.
De overheid is de volgende die de consequenties aanvaardt. In plaats van zich duaal te richten op infrastructuur ontwikkeling, belasting inning en bureaucratische regelgeving, wordt het partner in haar eigen maatschappelijke cocreatie rond menselijke kernwaarden. Dat vergt een grote omslag daar de overheid de laatste decennia de aandacht vooral heeft gevestigd op economische groei met steun en stimulans van speculatie, met bankbelangen, in plaats van harmonisering en vernieuwende ideeën.
“Niet top down, niet bottom up, maar allemaal tegelijk!” was de boodschap van een van de betrokken wethouders. Zeggen is een, vormgeving en deelname is iets heel anders.
Financiële modellen staan ter discussie en verlangen creatieve innovatie. Nu wordt de overheid nog gefinancierd vanuit BTW (consumeren), IB (contract arbeid) en VB (winstgevend speculanten) met wat gasbaten (9%). Dit model voedt het probleem van de maatschappelijke onbalans. Loslaten kan de overheid niet want alles is gestoeld op dit inkomstenpatroon. Er dient dus iets nieuws te ontstaan waardoor de overheid mee kan opbouwen aan de vernieuwing terwijl het oude wordt afgebouwd. Datzelfde geldt ook voor het bedrijfsleven, de zekerheden van de bevolking, het onderwijs enz. Ook het juridische systeem kan op de schop omdat het modellen in stand helpt houden die uit de tijd zijn, inclusief justitie zelf. Denk aan de solidariteit wetgeving die participatie in zorg uitsluitend uitdrukt in geld in plaats van zorg voor elkaar.
Tot slot zien we dat de doorbraak tot niveau 4 gebiedsontwikkeling voortkomt uit de aanwezigheid van de eerste 3 niveaus, inclusief slimme hulpmiddelen en prikkels voor innovatieve ontwikkelingen. Maar als niveau eenmaal is bereikt dan stelt de kernwaarden gedreven werkelijkheid de onderliggende structuren weer ter discussie omdat ze meestal niet voldoen aan de nieuwe context van niveau 4. Kijk bijvoorbeeld naar de plannen rond de luchthaven van Eindhoven. Maar verandering brengt nieuwe werkgelegenheid, betrokkenheid en inspiratie.
Vanuit de context `health deal` ontstaat een geheel andere mobiliteit dan toen `economische groei` voorop stond. Alles staat ter discussie.
Conclusie
De consequenties van Sustainocratie zijn gigantisch en alles omvattend. Door de evolutie naar niveau 4 van gebiedsontwikkeling ontstaat een geheel nieuwe onderlinge relatie tussen mensen, instanties, middelen en betrokkenheid. Er ontstaat een vibrerende gemeenschap waarin alles kan mits het bijdraagt aan de duurzame ontwikkeling van onze kernwaarden.
Met dank aan LinkedIn en de TED contributie van een onderzoek Psychologe van Harvard, Amy Cuddy, hebben we nu een boeiend idee hoe men bij een eerste ontmoeting naar een ander kijkt.
Bij een ontmoeting gaat dit natuurlijk op aan beide kanten. In een wereld van economische belangen vertaalt `vertrouwen` zich al snel in een innerlijke vraag `gaat deze persoon iets van mij wegpakken?´. In intercultureel onderzoek van de Stad van Morgen rond de `angst voor de ander` is dit een prangend aspect dat de sociale relaties met migranten vaak in de weg staat. De Nederlander staat bekend als iemand die een ander op straat scherp aankijkt. Een andere cultuur heeft daar moeite mee. Het enige wat de Nederlander wil is een korte groet. Dit wordt ervaren als een teken van `ik ben te vertrouwen` waardoor de angst of twijfel verdwijnt en de aandacht onmiddellijk verslapt. Men zoekt geen contact maar het wegnemen van onzekerheid. In andere culturen is `elkaar negeren` ook zo´n aspect met de achterliggende gedachten dat `als ik laat blijken dat iemand voor mij niet bestaat dan is het ook geen gevaar tenzij anders blijkt´.
In de Stad van Morgen doen we aan dynamisch en multidisciplinair clusteren van mensen en instanties rondom processen van waardecreatie. Clusteren rond samenwerking en innovatieve productiviteit ontstaat pas als men zich verbindt aan de uitdaging. Vaak komen mensen of bedrijven binnen met de uitstraling `ik kom halen wat er te halen valt´ in plaats van `ik kom helpen om iets van waarde te creëren´. De eerste groep is niet in staat te verbinden en de tweede juist wel.
De eerste groep heeft zich sterk afhankelijk gemaakt van economische belangen, vaak door verplichtingen zoals een hypotheek of maandelijkse lasten, of de druk van een acquisitie/geld gedreven instelling. Zulke mensen en instanties komen niet ver in de Stad van Morgen omdat men onbetrouwbaarheid uitstraalt door gebrek aan verbinding en de focus op korte termijn financieel resultaat zonder bij te dragen aan het waardecreatie proces waaraan het financiële resultaat kan worden ontleend. In feite ontstaat dan waarde-onttrekking, hetgeen de basis blijkt van alle politieke-economische en sociale problemen van deze tijd.
De tweede groep straalt betrouwbaarheid uit door zelfvertrouwen en betrokkenheid bij een waardengedreven proces. Zij verbindt wél en in de multidisciplinaire context krijgt toegang tot de middelen die vrijgemaakt worden om het waardecreatieproces vorm te geven. Men verdient dus twee keer, de eerste keer door betrokkenheid en de tweede door het uitvergroot proces van gecreëerde waarden.
Dynamisch clusteren in de Stad van Morgen draait dus om de energie van de eerste indruk in wederzijdse zin. Als vertrouwen er niet is dan ontstaat er geen band en als vertrouwen geschaad wordt dan loopt een cluster de kans om uit elkaar te vallen. In een werkelijkheid waarin we allemaal door de Staat tot een schuldsituatie gedwongen worden is de Staat de eerste instantie die betrouwbaarheid problemen heeft waardoor sociale cohesie alleen mogelijk blijkt als men zelf anders in de werkelijkheid gaat staan dan de huidige Staat opdraagt. “Het falen van de Staat” is een werkstuk dat draait om de band tussen de gemeenschap en de individu. Als deze band verdwijnt door gebrek aan onderling vertrouwen en respect dan is er geen gemeenschap meer.
De grote maatschappelijke omslag is er dus een op basis van vertrouwen en die kan alleen worden bereikt als we doorbreken in de productiviteit van een participatiemaatschappij (sustainocratie – niveau 4 gebiedsontwikkeling) waarin de Staat faciliteert en de waarden onderling worden gecreëerd en verdeeld in plaats van geroofd door bank en overheid met apathie of anarchie tot gevolg. Multidisciplinaire cocreatie is de weg vooruit en de eerste krachtige voorbeelden zijn zichtbaar geworden in AiREAS, FRE2SH en STIR Academy. Het warme gevoel overheerst en zorgt ervoor dat het groeit alsof we bezig zijn met onze eigen maatschappelijke klimaatverandering.