Niveau 4 stadsontwikkeling

Deze blog gaat over 4 niveaus van verstedelijking. Drie ervan zijn hiërarchisch ingericht, de vierde is sustainocratisch. De stap van 3 naar 4 is ingrijpend en zeker als het zich blijvend dient te integreren in een duurzame stedelijke eco-dynamiek. Zover zijn we nog niet. Niveau 4 manifesteert zich als dieper bewuste oplossing en transformatief spanningsveld tegelijkertijd.

Level 4

Volgens een extern rapport voor het gemeentebestuur van Eindhoven is het AiREAS initiatief van de Stad van Morgen (STIR) een niveau 4 manier van verstedelijking. Het is tevens een van de weinige, zoniet enige in de wereld dat stand houdt onder druk van de drie hiërarchisch gestuurde onderlagen. Hoe zit dat met die 4 niveaus en waarom is niveau 4 zo uniek, belangrijk en kwetsbaar?

Het eerste niveau van verstedelijking is het ontwerp van een basis-infrastructuur. Er zijn wegen nodig maar ook riolering, elektriciteit, voorzieningen, enz. Dat geldt voor elke stad waarin natuurlijke diversiteit de identiteit van de stad bepaald. Een havenstad is anders dan een stad op een logistiek knooppunt of handelsroute. In de basis infrastructuur treffen we de geschiedenis van zo’n stad, met oude stadsmuren, kerken, kastelen, kades en bestrating. Hele woonwijken, winkelgebieden en kantoorcentra behoren tot het uiterlijk van een stad.

Het tweede niveau verbindt de verschillende infrastructuren om stadsmanagement efficiënt en effectief te maken. Denk aan de manier waarop elektriciteit wordt afgestemd op vraag in seizoenen of wegen worden afgestemd op bereikbaarheid van winkelcentra of ziekenhuizen. Om de investering in infrastructuur te kunnen financieren draait het in de stad om geld via belastingen. Door de hiërarchische positie van de stad in een land int de staat het grootste deel van de belastingen en wordt het stadsbestuur onderdeel van het landsbelang. Men krijgt middelen toebedeeld volgens een verdeelsleutel waarin het bureaucratische landsbelang de overhand heeft.

Het derde niveau kennen we als de Smart City. Door toepassing van technologie wordt gedrag gecontroleerd, systemen geïntegreerd en belangen tussen institutionele partijen (overheid, bedrijfsleven en onderwijs – triple helix) onderling afgestemd volgens de politieke en economische sturing. Smart betekent “slim” maar dat kan op verschillende manieren uitgelegd worden. Technologie in handen van bureaucratie en controle heeft een hele andere slimme structuur dan technologie voor maatschappelijke cocreatie en productiviteit samen met de burgers. Niveau 3 is van groeiend belang gezien de uitdagingen van deze tijd. Drinkwater wordt schaarser en intelligente distributie en verwerkingssystemen zijn belangrijk. Steden zijn dichtgemetseld met asfalt, cement en glas waardoor de klimaatverandering en bijbehorende regelval of hitte perioden speciale aandacht vragen voor slimme oplossingen, vaak met terugkeer van de natuur in de verstedelijking maar ook de inzet van de bevolking zelf uit eigen wel-belevingsdrang.

Niveau vier wordt bereikt wanneer de instellingen zich bewust worden van hun eigen en stedelijke kwetsbaarheid door structurele afhankelijkheid van geld met goederenstromen van buiten de stad zonder dat er lokale productiviteit tegenover staat. Of de toename van verwijtbare problemen zoals vervuiling, armoede ontwikkeling en kostbare remediale infrastructuur en zorg oplossingen die niet meer via belastingen te dekken zijn. Geld van stedelijke productiviteit verdampt naar buiten de stad via landelijke belastingen of bedrijfskundige concentraties elders. Hierdoor komt het stadsbestuur in de klauwen van hogere economische en politieke belangen terecht terwijl het wel de lokale politieke, economische en maatschappelijke verantwoordelijkheid draagt. Als men echt wil besturen dan dient de stad gezien te worden als een centrum van authenticiteit door zich veel onafhankelijker op te gaan stellen. Dat kan alleen door de bevolking aan te sporen medeverantwoordelijkheid te nemen voor de ontwikkeling van de stad. Economische drijfveren zijn dan te onpersoonlijk en nog ondergeschikt aan de afhankelijkheid structuren. De grote uitdagingen van deze tijd brengen ons al snel op menselijke kernwaarden waar men zich wél persoonlijk voor in wil zetten. Die ontwikkelingen vallen echter buiten de economische patronen van oude geïndustrialiseerde belangen die eigen zijn aan de onderliggende niveaus. Een nieuw waardesysteem is nodig op lokaal stadsniveau.

Waar slimme infrastructuur keuzes en speculatieve groeipatronen rondom economische geldbelangen nog vanuit de bestuurlijke hiërarchie gecoördineerd konden worden wenst het productief nastreven van kernwaarden voor de mens en natuur een andere relatie tussen de omgeving en het gedrag van het bestuur en de bevolking. Niveau 4 draait om heel andere doelstellingen dan de onderliggende niveaus. Paradoxaal zijn de eerste 3 niveaus nodig om ze daarna via niveau 4 te gaan aanpassen aan een nieuwe complexiteit. AiREAS streeft naar gezondheid en luchtkwaliteit, FRE2SH naar stad/platteland productiviteit en samenredzaamheid, de STIR leercoöperatie naar levenslang leren, SAFE naar de innovatieve transitie voor onafhankelijkheid van gevaarlijke grondstoffen. Kernwaarde gedreven samenwerking is de essentie van menselijke maatschappijvormen waarbij we allemaal verantwoordelijkheid nemen en investeren in ons integrale welzijn. De stedelijke ontwikkeling tot en met niveau 3 was gebaseerd op bestuurlijke en economische afhankelijkheid. Niveau 4 draait echter de zaak om en stuurt aan op gemeenschappelijke verantwoordelijkheid en productiviteit.

Het stadsbestuur reguleert niet op niveau 4 maar faciliteert door ruimte te scheppen voor innovaties en samenredzaamheid. De kwetsbaarheid door afhankelijkheden mindert omdat mensen verantwoordelijkheden nemen die de ruimte opvullen. Als de menselijke en natuurlijke kernwaarden van Sustainocratie centraal komen te staan, om de balans te herstellen tussen mens en omgeving, dan dient de bevolking en het bestuur samen een waarde en niet geldgedreven interactie aan te gaan. Dat laatste vormt een probleem ten opzichte van de onderliggende bestuurlijke gelaagdheid. Niveau 1, 2 en 3 zijn opgebouwd door economische en politieke lobbies op gebied van vastgoed, constructiewerken en technologie. Op niveau 4 gaat de aandacht naar geheel andere zaken die de lobby aantasten. Bestuurders die op niveau 4 actief willen zijn krijgen al snel te maken met moties van wantrouwen en tegenwerken op de onderliggende niveaus die het liefst alleen maar groei wensen uit economisch eigenbelang.

Stad van Morgen biedt de doorbraak zonder amper bestuurlijk risico. Door de Sustainocraat te positioneren op niveau 4 en het bestuur van niveau 3 uit te nodigen naar een werkelijkheid van multidisciplinaire samenwerking op basis van menselijke kernwaarden, kan het bestuur amper weigeren. Niveau 4 is dan een populair initiatief waar het bestuur zich bij dient aan te sluiten als het voeling wil blijven houden met de gemeenschap en optimaal wenst te profiteren van de inzet van de eigen bevolking. Dat is tevens het argument naar de oude lobby die zich dient te schikken in de nieuwe verhoudingen die ontstaan en waar de bevolking verantwoordelijkheid voor neemt.

Eindhoven is pionier dankzij de relatie Sustainocratische Stad van Morgen (niveau 4) en Slimme Stad van Vandaag (niveau 3).

De economische waarde van een gezonde stad

Wat is een gezonde stad?
Een gezonde stad is een complexe, verzamelde menselijke leefomgeving waarin men harmonieus vooruitstrevend omgaat met elkaar en de natuurlijke omgeving. In een gezonde stad leven gezonde en actieve mensen. De gezondheid van de stad en die van de mens levert een wederkerigheid op die uit te drukken is in economische waarden.

Er zijn drie soorten economische waarden:

  1. Speculatief: dat is de economische waarde die ontstaat wanneer er een tekort heerst en dit de prijs van een gewenst artikel, product of dienst omhoog drijft.
  2. Spiritueel: (niet te verwarren met “religieus”) dit is de waarde van de omgang met elkaar en de natuurlijke omgeving ten behoeve van zorgzaamheid, zelf en samen redzaamheid, co-creatie en verbondenheid. Het geeft ook betekenis aan “de bezieling” van de gemeenschap waaraan vitaliteit, productiviteit en waarden gedreven ondernemerschap aan wordt ontleend.
  3. Creatief: dat is het vermogen om nieuwe waarden te scheppen die voorheen nog niet bestonden.

Een gezonde stad waakt er voor dat de focus van economische waarden niet op 1 (speculatief) komt te liggen maar juist op 2 (spiritueel) en 3 (creatief). De meeste steden en landen zitten in een transitie fase omdat de economische verhoudingen lange tijd juist op speculatief niveau lagen waardoor de culturen onmenselijk werden met enorme consequenties voor de omgeving, de inwoners én de economie. Het “voordeel” van die historische ontwikkeling is dat we nu inzicht hebben gekregen in de harmonieuze en niet harmonieuze context en de dramatische gevolgen als we de verkeerde weg kiezen. Het nadeel is dat het inzicht er niet veel toe doet als de macht die aan de misstanden  en speculaties wordt ontleend niet opgeheven wordt. De genoemde transitie is derhalve transformatief en gaat gepaard met veel menselijk én institutioneel leed maar ook passie en gedrevenheid om het spanningsveld te overbruggen. Men is echter alleen bereid dit aan te gaan als men ertoe gedwongen wordt (crisis) of als er precedenten zijn die zo overtuigend zijn dat andere gebieden ze gaan overnemen (goede voorbeeld). Stad van Morgen tracht in Eindhoven zulke precedenten zichtbaar te maken.

De economische waarde van productiviteit
Als we de bezieling ter harte nemen van een bevolking om samen vorm te geven aan hun eigen belangen en behoeften, door samenwerking, dan ontstaat een circulaire economie met een zelfregulerend vermogen. De waarde wordt dan afgestemd op de invulling van de behoeften en leefbaarheid. Dat wat men zelf produceert hoeft men niet te kopen. Het schept een graad van onafhankelijkheid van speculanten doordat men zorg draagt voor de eigen overvloed, afgestemd op de eigen werkelijkheid. Uiteindelijk draait het in economie niet om de hoeveelheid geld maar om de circulatie ervan in waarde creatie processen. Geld is een katalysator, geen doel op zich. De hoeveelheid productiviteit en de echte waarden die daaruit ontstaat is de werkelijke economie.

Talent x Inzet x Waarde creatie = Wederkerigheid (waarden consumptie)

De relatie tussen eigen productiviteit en eigen consumptie is van belang om de spirituele en creatieve inzet en het talent te prikkelen. In een stad die oorspronkelijk opgezet is vanuit speculatief handelsbelang is dit erg moeilijk maar niet onmogelijk. In plaats van te concurreren tussen de steden of de eigen bevolking uit te melken voor industriële of handelsbelangen kan men op zoek gaan naar de nieuwe verhoudingen waaraan gemeenschappelijke waarden kunnen worden ontleend. Alles wat de stadsbevolking zelf produceert hoeft ook de stad niet in te kopen, noch schulden voor te ontwikkelen die via de belastingen weer over de bevolking wordt uitgesmeerd. Meerwaarde kan dan worden gezocht in de eigenheid van de stad die tot een harmonieuze band kan leiden van toegevoegde waarde met andere steden of gebieden. Deze toegevoegde waarde zit m in de verschillen tussen de steden en gebieden, niet de overeenkomsten.

De kracht van eigenheid
Uitgaande van het feit dat elke gezonde stad primair zich focust op zelfredzaamheid met integrale betrokkenheid van de lokale bevolking is 70% – 90% van de economie circulair en lokaal. Die bezieling is noodzakelijk om niet in de sfeer van speculatieve belangen terecht te komen van mensen of organisaties buiten het eigen beïnvloedingsgebied. De kracht van deze eigenheid, die ook te vinden is in waarde gedreven bedrijven, zit dan in resultaat gedreven cohesie en samenhang. In die sterkte vindt ook de creativiteit plaats die tot innovatie en vooruitgang leidt. De innovatie is dan gericht op de eigenwaarde. Omdat elke stad demografisch, historisch en cultureel anders is ontstaat er ook authentieke waarde creatie die inspirerend of uitwisselbaar blijkt met andere gebieden. Dit levert de overige 30% – 10% van de economie op. Deze zorgt er tevens voor dat eigen tekorten aangevuld worden door eigen meerwaarde uit te wisselen met die van andere gebieden.

De waarden gedreven economie heeft geen schulden
Als we naar de oude speculatieve werkelijkheid kijken in gebieden dan zien we dat de rijkdom zich niet collectief vergaart maar daar waar de macht van speculatie zich concentreert. De rest van de bevolking ontwikkelt een noodgedwongen schuld waar ook weer speculatie en macht op wordt uitgeoefend. Dit levert altijd crisissen op zoals historisch aan te tonen is.

De spirituele en creatieve werkelijkheid werkt zonder schulden omdat het volledig geënt is op het creëren van waarden die men vervolgens voor eigen gebruik consumeert.

Gezonde mensen zijn niet kostbaar
Naast de productiviteit van gezonde mensen, waarbij gezondheid niet alleen lichamelijk gemeten wordt maar vooral ook in termen van mentaliteit, bezieling, gedrevenheid en empathie, zijn gezonde mensen geen kostenpost. Door de mentaliteit van waarde creatie heft men onderlinge zorgen op zonder het te economiseren of economisch met ziekte en leed te speculeren. In een gezonde stad is de beste zekerheid de gemeenschapszin in plaats van een zorginstantie en verzekeringsbedrijf. Dit plaatje van het vooruitschuiven van verantwoordelijkheden is in een gezonde stad met gezonde, productieve mensen niet denkbaar. Aangezien dit wél het geval is in de meeste steden van de wereld zien we een tendens ontstaan om “gezondheid” als basis beleid op te nemen in plaats van “zorg” mede uit economisch belang.

Conclusie
Een gezonde stad is op de korte en lange termijn van enorme economische waarde door de optimale samenhang die wordt bewaakt door zelf en samen redzaamheid te stimuleren en faciliteren, en speculatie te ontmoedigen en voorkomen. Een netwerk van gezonde steden zal uiteindelijk veel van de kritieke knelpunten van de huidige economische wereld oplossen en de leefbaarheid herstellen die nu zwaar is aangetast in de meeste gebieden. Voorwaarde voor de gezonde stad ontwikkeling in een transitie is dat de oude machtscultuur rond speculatieve belangen ophoudt te bestaan en vervangen wordt door waarden gedreven, lokale en eventuele interlokale co-creatie. Dat loslaat proces is misschien het lastigste van alles omdat macht zich niet gemakkelijk vrijwillig laat ontzetten. Tegelijkertijd moet de bevolking weer leren voor zichzelf op te komen in positieve productiviteit. Daarom gaat dit proces geleidelijk en nooit in een keer omdat dat laatste een enorme chaos zou opleveren die erger is dan de oude, vervuilde speculatieve werkelijkheid.

De grote omslag – 6 – geld

Dit is de 6e blog uit de serie van 20 over de grote omslag. De auteur is Jean-Paul Close, initiatiefnemer van de Stad van Morgen, een stichting waarin de grote omslag al maatschappelijke werkelijkheid is geworden.

Blog 6 – Geld

Toen er nog geen geld was
Toen er nog geen geld was

Geld is op dit moment alles bepalend in de wereld. Het is een standaard om “waarden” uit te wisselen (transactie economie) volgens afgesproken regels. Geld bestaat alleen op die manier anders zou het in ons dagelijks leven niet voorkomen. De natuur kent ook geen geld. Geld is een menselijk bedenksel, een handelsinstrument dat uit is gegroeid tot dominant en riskant machtsbolwerk.

Geld heeft een evolutie doorgemaakt
Geld was ooit een middel om diensten te honoreren die niet op een andere, directere manier te compenseren waren met gunsten. Geld ontstond als muntwaarde in eigen gewicht van edele metalen. De graad van metaal-zeldzaamheid maakte het een ideaal compensatie middel. Het was transportabel, standaard, overdraagbaar en relatief waardevast. Dit waren kwaliteiten die andere waarde-instrumenten niet tegelijk hadden. Grond en huisvesting zijn niet transportabel, voedsel is niet houdbaar noch waardevast of standaard. Geld wel. Dit heeft gaandeweg geld zo populair gemaakt als instrument en dat is het nog steeds. Het heeft ons als mens in de gelegenheid gesteld om op geldbasis rijkdom te creëren, ook al is het concept “geld” grotendeels fictief geworden. De onderliggende metaalwaarde van het geld zelf is verdwenen. Waar is de waarde van modern geld dan op gebaseerd? Op macht! En dat is precies wat uiteindelijk heeft geleid tot grote problemen die de basis vormen van de grote omslag.

Geld ging tussen mens en behoeften staan
In vroegere tijden had men geen geld en was men vooral afhankelijk van de rechtstreekse relatie met de natuur voor de invulling van basisbehoeften. De natuur was geen gemakkelijke partner. Aan de “onzichtbare hand” die de natuur regeerde zijn vele gezichten gegeven omdat het voortbestaan van de mens er afhankelijk van was. Men vereerde de goede gunsten van overvloed en had intense angst voor de torn die armoede, dood en verderf veroorzaakte. Ruilen werd een manier om de vele tekorten aan te vullen wanneer de nood aan de man kwam. De opkomst van geld als standaard groeide uit tot innovatief alternatief op de normale ruilhandel. De groei van de wereldbevolking bevorderde de ruilhandel en de groei van het belang van geld.

Later werd daar ook de industriële arbeidsrelatie op gebaseerd waardoor geld synoniem kwam te staan voor toegankelijkheid tot behoefte invulling. De marktconcentraties van handel werden tevens de groeigebieden van geldbelang. Gaandeweg ging geld volledig tussen de mens en natuur staan. Zonder geld was er geen toegang meer tot waarden (huisvesting, zekerheden, voeding, mobiliteit, grondstoffen, enz). Zo werd geld het ultieme machtsinstrument voor degenen die ermee konden manipuleren en speculeren.

Geld en Macht staat tussen de mens en de natuur
Geld en Macht staat tussen de mens en de natuur

Er ontstonden twee werelden:

  • de economische relatie met de natuur voor grondstoffen en levensbehoeften
  • de economische relatie met de mens als consument.

Beide relaties zijn onderhevig aan economische regels van efficiëntie, winst en kostenoptimalisatie, maar ook van beschikbaarheid van geld. Zo ontstond ook het schuldensysteem dat mensen en instanties in staat stelde geld te gaan gebruiken in allerlei processen waar men zonder geld geen toegang kon krijgen. Het beschikbaar stellen van geld was ooit in handen van koning of keizerrijken die goud als onderpand gebruikten maar kwam uiteindelijk in private handen terecht zonder enige vorm van onderpand.

Geld is nu machtig en speculatief

Door het weghalen van de metaalwaarde is de waarde van geld variabel geworden en afhankelijk van allerlei omstandigheden. Waar vroeger de hoeveelheid geld in circulatie gerelateerd was van de hoeveelheid edelmetalen die erin verwerkt waren of, in later stadium, als onderpand dienden, is het nu mogelijk dat de geldvoorraad groeit zonder dat er geld bijgedrukt wordt. Dat is natuurlijk vreemd voor iets dat niet meer bestaat als fysieke ruileenheid maar als macht instrument. Het middel is dus fictief geworden, afhankelijk van de speculatie die eraan verbonden wordt en de emotionele waarde (noodzaak gedreven) die wij er zelf aan geven.

Als voorbeeld kunnen we huizen noemen. Een huis in 1970 was 70.000 gulden waard als we het zouden willen kopen. Dat is zo’n 33.000 euro. Een bank verstrekte een hypotheek met 7% rente in die tijd waardoor de kostprijs die opgebracht moest worden in 10 jaar verdubbelde. Men had na 10 jaar (7% over 33K€ a 10 jaar = 33K€, een verdubbeling) het hele huis via de rente al een keer betaald maar de lening zelf niet. Een hypotheek van 30 jaar zorgde voor nog eens 20 jaar verplichtingen. Uiteindelijk zou men zich eigenaar mogen noemen na 30 jaar en het huis 4 x betaald hebben!! Al die tijd diende het huis als onderpand voor de bankbelangen. Door de bank was dus 3 x 33.000 euro schijnbaar uit het niets gecreëerd, uitsluitend door het inlegbedrag te faciliteren en rente met garanties te vragen.

Waar kwam die enorme geldcreatie vandaan? Die werd door de hypotheekbetaler opgebracht middels 30 jaar arbeid en door de belastingdienst verspreid over de gehele bevolking door de hypotheekaftrek. Geldcreatie ging ten kosten van arbeidsdynamiek. Lucratief voor de banken én de overheid die zo de bevolking dwong om in het gereguleerde arbeidsproces deel te blijven nemen. De overheid inde erover inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. Geld werd het ultieme macht en sturingsinstrument door het creëren van schuld en afhankelijkheid, een samenzwering tussen overheid en banken. Natuurlijk werd dit getolereerd door de bevolking die mee kon doen in het speculatieproces dat een gigantische groei vertoonde die de schijn van rijkdom als worst voor de neuzen van iedereen hield.

De overheid ging over tot het openstellen van de grenzen voor goedkope arbeid-krachten die allemaal huisvesting nodig hadden. Een tekort zorgde voor een waardestijging van alle huizen. De hypotheekrente daalde naar 3,5% maar de prijs per woning vertienvoudigde in 30 jaar tijd. Het pand van 33.000 euro in 1970 kostte in 2000 al 330.000 euro zonder dat er iets aan was toegevoegd, behalve slijtage en ouderdom. De banken vierden hoogtij en de belastingstructuur ook. Zelfs de huiseigenaren waren tevreden want zij zagen dat een kostprijs van 4 x 33.000 euro uitmondde in een gigantische winst (10 x 33.000 euro).

Het is niet vreemd dat de focus op stenen belangrijker werd dan de oude industriële focus op ondernemerschap. Stenen bleken waardevast en economisch groeiend onder de juiste manipulatieve voorwaarden terwijl innovatie een ondernemersrisico omvatte dat in ons kleine, logistieke landje beter elders kon worden genomen (bijv. in ondernemersland USA). Zo werd Nederland geldgedreven, speculatief met huizen, logistiek, handel en goedkope arbeid. De economische luchtballonnen groeiden tot het schijnbaar oneindige en zo ook de macht van geld waar maatschappelijke zorg aan werd ontleend.

Alles uitgedrukt in geld
Door de druk van geld in ons dagelijks leven werd het alles bepalend voor ons gedrag en ons denken. Wonen, verzekeringen, voeding, kleding, luxe, recreatie, zorg, enz wordt vertaald in geld en geld kon alleen verdiend worden door arbeid in institutionele structuren die in de wereldwijde logistiek, speculatie, bureaucratie en semi-overheid (zorg, onderwijs, defensie, enz) functioneren. Als men het niet kon verdienen door arbeid dan was een uitkering een tijdelijk vangnet, de stijgende huizenprijs een garantie voor de toekomst en het schuldsysteem een constante druk om te presteren uit angst het welzijn van wonen en consumeren kwijt te raken. Geen wonder dat de overheid veel huiseigenaren wilde.

Recent gaf premier Rutte nog de aloude maatschappelijke instructie “koop een huis en een auto, dan helpt u de noodlijdende economie”. Die stelling is echter achterhaald door de grote omslag.

Gaandeweg begon de onbalans zich te manifesteren door verschillende crisissen. De economische luchtballonen schoten lek. Arbeidsduurverkorting, vervroegde pensioenen, verhoging van belastingen en steeds gemakkelijkere leningen zorgen voor tijdelijke pleisters op de macro-economische lekkende wonden maar bleken vooral uitstel van executie. De overheid kon niet anders dan focussen op groei-economie, koopkracht, controle instrumenten (bureaucratie) en stimulans van de consumptie economie omdat het daar haar groeiende lasten uit kon compenseren. BTW werd gaandeweg de grootste inkomstenbron, met gezondheid en ouderenzorg de grootste kostenpost. De menselijke complexiteit van hebzucht, gemakzucht, macht, speculatie en eigenbelang had zijn werk gedaan en deed de rest.

Geld speelde een verschillende rol over tijd
Geld speelt een verschillende rol over tijd. Nu is het almachtig maar nep

De situatie is onhoudbaar geworden. Voorheen werd geld weggeven in ruil voor bewezen diensten. Tijdens het industriële tijdperk was het een middel om circulair waarde te creëren en arbeid te compenseren. Maar nu is geld zelf een doel geworden voor alle betrokken partijen waardoor de consequenties op wereld niveau enorm zijn. Geldbelangen staan tegenwoordig boven menselijkheid, duurzame menselijke vooruitgang en de natuur.

Voorbeeld: De analyse van een hoogleraar van de Universiteit van Utrecht toont het effect van bepaalde pesticiden op de bijenstand, de bijbehorende consequenties voor onze voedselvoorziening, insectenetende vogelsoorten (30% verminderd in enkele jaren) en de afgeleide risico’s voor het voortbestaan van de mensheid door de ecologische schade van de zenuwstoffen. De reactie van het landsbestuur was dat de economische belangen van tuinders en onze export boven het verbieden van de pesticide gaat en het daarbij juridisch niet ondersteund zou worden. 

Onze prioriteiten zijn dodelijk geworden door de afhankelijkheid van geld. De catastrofes dienen zich wereldwijd en lokaal aan, niet alleen direct zicht en voelbaar maar ook als sluipmoordenaars in de vorm van ziektes.

Geld zelf is niet het probleem.

Als alle geld dat voor handen is in de wereld verdeeld zou worden over de wereldbevolking van 7 miljard mensen dan zou iedereen meervoudig miljonair zijn. Waarom is er dan zoveel ongelijkheid, armoede, oorlog, crisis en vervuiling? Dat komt door de manier waarop geld als product, doel en machtsinstrument is georganiseerd. Het is in handen van enkelingen die het geld als schuldsysteem hanteren om macht uit te oefenen uit eigenbelang. De evolutie van de mens, en zelfs het leven op Aarde, is in handen gekomen van deze immorele speculanten en hun eisen.

Tijd voor de grote omslag

Maar hoe? De staat is gegijzeld door het geldsysteem uit eigen machtsbelangen, de beursgenoteerde bedrijven eveneens en de schuld-lijdende, geldafhankelijke bevolking ook. Er is maar één manier. Door het fictieve geld dat in de jaren 70 is ontstaan de rug toe te keren en te aanvaarden dat schuld niet bestaat, alleen duurzame menselijkheid en vooruitgang.

Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, ondanks het feit dat het een eenvoudige keuze is. De moeilijkheid is niet het zelfbewust kiezen maar het gebrek aan een systeemalternatief om de behoefte invulling van de mens gaande te houden. We hebben onderlinge afhankelijkheden gecreëerd op basis van geld tussen alle instellingen en mensen op Aarde. We zijn in steden gaan wonen waarin overvloed via winkels beschikbaar is maar men geen enkele andere keuze heeft dan middels geld er zich toegang toe verschaffen. Los van de loslaat keuze is er daarom een spanningsveld tussen de oude wereld die de geldafhankelijkheid kost wat kost in stand wenst te houden, met het gangbare immorele wetboek in de hand, en een nieuwe wereld die op zoek is naar functionele alternatieven. De grote omslag verkeert slechts in een pioniersfase met allerlei experimenten zonder nog een eenduidige route. Ondertussen stapelen de problemen zich op.

De greep van het geld
De greep van het geld

Het model van de menselijke complexiteit helpt

Geldbelangen positioneren zich in gemanagde groei terwijl de omslag zich in de leiderschapsfase van cocreatie positioneert
Geldbelangen positioneren zich in management van groei terwijl de grote omslag zich in de leiderschapsfase van cocreatie positioneert

In de wereld van verandering zijn er allerlei stromingen zichtbaar. Deze zijn te plaatsen binnen de context van elk van de vier velden (groei, chaos, verandering, symbiose) van het model van de menselijke complexiteit of op de transitie tussen de velden (angst, bewustwording, cocreatie, gemakzucht). Elke stroming heeft potentieel, afhankelijk van de manier waarop ons (morele) bewustzijn, visie en noodzaak het concept “geld” ter discussie durft te stellen en er waardige alternatieven voor bedenkt.

Stroming 1 – Groei

Deze positie in het model omvat niet alleen groei maar ook de op gemak gebaseerde afhankelijkheid van de bevolking, zoals we dat nu kennen. Het gemak wordt niet alleen gediend vanuit voldoende geldmiddelen (koopkracht) maar ook de automatisering en robotisering van menselijke handelingen zodat we op termijn niets meer hoeven doen. Er zijn stemmen die meer controle, meer overheid, meer automatisering en meer kunstmatige intelligentie zien als oplossing voor alles wat de mens nodig heeft.

Zo zien we dat wereldmachten met elkaar samenspannen om een soort nieuwe wereldorde te stichten met een nieuwe overkoepelende munteenheid die op termijn de dollar en euro zouden kunnen overtreffen als macht instrument.

We zien ook veel stemmen opgaan om de bevolking een standaard basisinkomen te verschaffen om vrede te bewaren, de consumptie patronen te handhaven en de productieprocessen verder te optimaliseren.

Al deze initiatieven gaan uit van een wereldmarkt van 7 – 9 miljard consumenten binnen de greep van geldbelangen. Speculatie op basis van tekorten zorgt voor een groeispurt in economische belangen waardoor de rijken enorm rijk kunnen worden.

Angst regeert omdat men bang is de controle en macht kwijt te raken aan de blokken die de grootste hoeveelheid grondstoffen beheersen en de hand op de knip kunnen leggen en de groeiprocessen laten verstoren.  Men verkeert permanent in een spagaat tussen de concurrentie, diplomatie en groeibelangen met crisis als een gemene adder onder het gras. Men denkt met kapitaalinjecties, regulering en technologische innovatie de zaken op te kunnen lossen. Deze stroming is machtig en sterk ontkennend als het gaat om verantwoordelijkheden en consequenties voor mens en planeet.

Een andere groeistroming zijn bepaalde religieuze groeperingen die hun hiërarchische godsleer op willen dringen als alternatief op het kapitalisme. Men heeft het heft in handen in delen van de wereld en zoek dezelfde uitbreiding als het kapitalisme. Het valt ook onder de immorele positionering van groei omdat men geen harmonie zoekt maar dood en verderf zaait onder andersdenkenden. Deze groepen gaat het niet om geld maar godsdienstige macht en onderdrukking. Door de crisissen in de geldwereld vinden deze groepen ruimte voor groei.

Stroming 2: Chaos en opstand

Deze stroming geeft weer dat als we doorgaan vanuit het groeiperspectief de mensheid in 2050 gedecimeerd is door oorlogen, hongersnood, catastrofes, enz. Op internet zijn programma’s te zien waarin de spanningen in de wereld sinds 1970 staan weergegeven. Er is een explosieve trend zichtbaar van vele lokale conflicten die opbouwen naar wereldproblemen.

Sommige economische stromingen staan achter de oplopende spanningen uit economische belang rond oorlogvoering en wederopbouw. Deze worden echter tegengesproken door de opvattingen dat de huidige status van technologie rond oorlogsvoering uiteindelijk alles vernietigend zou zijn. De vele gemengde belangen op wereldschaal met de huidige bevolkingsdichtheid zou oorlog tot de grootste en meest dramatische ontwikkeling maken van de wereldgeschiedenis. De vele filmpjes en foto’s op social media over dat waar de mens toe in staat is in de religieuze conflicten in het midden oosten zorgen al voor een algemene publieke opinie dat dit ten alle tijden voorkomen dient te worden.

We zien een tendens van groeiende criminaliteit, zelfs in de wereld van risico kapitaal waar een salaris en bonuscultuur aantoont dat men alleen tegen de hoogste beloning als systeem huurling wil fungeren en het geweten afkoopt.

In chaos en ellende speelt geld geen rol. Bij een gedecimeerde wereldbevolking stort de economie in elkaar en daarbij de machtsposities van de huidige belangenpartijen. Na de chaos kan een nieuwe wereldorde, met de overgebleven bevolking, opgebouwd worden die de geldmanipulatie en macht opbouw van deze tijd tracht te voorkomen door maatschappelijke maatregelen te introduceren zoals na WWII sociale zekerheden werden veralgemeniseerd als vredesinstrument.

Deze stroming toont meerdere gezichten. Enerzijds zijn er de mensen die vanuit de chaos terug proberen te komen tot de oude standaards van structurele welzijn. Zij organiseren zich rond oude opvattingen, helaas vaak tegen beter weten in maar onderworpen aan de conservatieve druk van een volk. Ook zijn er die criminaliteit tot een standaard maken. Men maakt misbruik van oude rijkdom om zich die toe te eigenen middels agressie en misdaad. Terroristische stromingen werpen zich op tegen het kapitalisme en zoeken verstoring van de wereldorde zonder zich te bekommeren om de consequenties of alternatieven.

Tot slot is er een groep die uit de chaos opstaat vanuit zelfbewustzijn dat het ook anders kan. Zij vormen de basis van de 3e stroming.

Stroming 3: Bewustwording

Het is natuurlijk uiterst verwerpelijk dat miljarden mensen het onderspit dreigen te delven omdat een maatschappelijke structuur zich kost wat kost in stand tracht te houden en daarbij de mens en Aarde kapot maakt door het eigenbelang van (relatief) enkelingen afgespiegeld op de onbewuste, afhankelijke massa. Bewustzijn is een groot goed maar als de afhankelijkheid van de machtscultuur zo groot is dan kan men er weinig mee. In deze categorie zijn ook weer verschillende stromingen te zien:

  • Religieuze stromingen verwijzen naar het uit elkaar trekken van de Godsdienst en Geldbelangen in de Staatshuishouding en wensen een staat die gebaseerd is op religieuze maatstaven. Men ziet de mens en natuur als Gods werk dat gerespecteerd dient te worden onder de sturende autoriteit van de Kerk, godsleer en oude geschriften.
  • Moderne oermensen zoeken weer de directe relatie op met de natuur en zelfvoorziening door de oude maatschappelijke orde, verstedelijking en geldafhankelijkheid de rug toe te keren. Sommigen zoeken mogelijkheden om als commune een soort Utopia op te bouwen.
  • Nieuwe waardesystemen zijn al vele decennia actief om de ruilhandel in ere te herstellen en lokaal te verbinden. De huidige wereldwijde geldeenheden voeden de lokale cohesie niet en verdampen naar de schuldeisers en machtsinstellingen. Nieuwe, lokale waardesystemen zorgen voor het behoud van lokale waardecirculatie en hernieuwde productiviteit met nieuwe voorwaarden.
  • Doomdenkers leggen de verantwoordelijkheid bij een hogere universele macht en stellen dat wat we ook doen, uiteindelijk een meteoriet of ander verschijnsel uit de ruimte ons zal vernietigen of tot de orde roepen.

Deze groeperingen en stromingen formuleren de meest concrete veranderingsmodellen ook al wil men twee onderdelen van de stroming identificeren die putten uit hun eigen energie:

  • geloof georiënteerd en religie gestuurd
  • kennis georiënteerd en samenwerking gestuurd

Stroming 4: co-creatie en harmonie

Een boeiende suggestie in deze context is de zogeheten “monetaire reset”. Het stelt de machtspositie van de schuldeisers ter discussie en stelt voor om deze middels een administratieve tussenstap op te lossen. De reset haalt de schuldangel uit de economie waardoor we weer op “nul” komen te staan. Hierdoor is de druk van de ketel om te focussen op groei en schuldaflossing terwijl men stil kan gaan staan bij de aanpak van de wereldproblemen.

Tabula Rasa van Werner van Ginneken
Tabula Rasa van Werner van Ginneken

Los van geld staan we in deze stroming stil bij de situatie van 7 miljard mensen en de consequenties van ons oude model. We gaan op zoek naar een nieuwe samenhang waarin de mens, de natuur en onze complexe samenleving leidt tot duurzame stabiliteit. Een bekend voorbeeld van deze algemene wens is de PPP (People, Planet, Profit) die rond de millennium wisseling de intrede deed. Helaas vatten veel oude instellingen de P van Profit nog op als het oude winstmodel van de groei-economieën in plaats van de betekenis van “waardecreatie”.

Samenhang georiënteerde initiatieven plaatsen geld wederom als een van de beschikbare middelen en zijn de mens, natuur en onze doelgerichte productiviteit de basis voor duurzame (menselijke) vooruitgang. Deze stroming is de omgekeerde spiegeling van de huidige, geldgedreven complexiteit. Het is de stroming die de Stad van Morgen zich eigen heeft gemaakt en van waaruit wij de maatschappelijke herpositionering organiseren. We gebruiken daarbij de veranderingsgezindheid van bepaalde elementen uit alle drie de voorgaande stromingen.

  • Stroming 1: Veel bestuurders in de geldgedreven systemen zijn zich bewust van de risico’s die men loopt als men op die voet voortzet. Men zoekt mee naar alternatieven en gaat graag in op de uitnodiging om een soort maatschappelijke R&D aan te gaan met de Stad van Morgen in het cohesie en cocreatie gebied. Men put daar innovatieve inspiratie uit en doet mee aan verandering door zelf de chaos voor de instelling beheersbaar te maken via een nieuwetijdse bezieling.
  • Stroming 2: Chaos is nodig om van het ene paradigma te transformeren naar het volgende. Maar dit kan ook door het verstand te gebruiken en deze chaos multidisciplinair aan te gaan. Als we weten wat we willen bereiken dan is chaos geen dreiging maar een uitdaging met zonneschijn  als belofte na een regenbui. Het is de zonneschijn die motiveert om de regenbui te trotseren. Voor veel gefragmenteerde belangpartijen betekent de deelname ook weer een nieuwetijds groeipotentieel dat waarde toevoegt aan de wereldse ontwikkelingen, in plaats van onttrekken.
  • Stroming 3: Bewustwording biedt innovatieve aandacht aan de meest uiteenlopende uitdagingen. Sociale, technische en zelfs bestuurlijke en religieuze innovaties ontwikkelen zich voor inspiratie en algemene aanvaarding. Door ons open te stellen voor de positief gestelde cocreatieve veranderingen en deze al kaderend te positioneren in de wereld van grote hotspots en knelpunten ontwikkelen we draagvlak voor vernieuwing. Ook godsleer speelt hier een rol maar dan vanuit de vernieuwende gecombineerde opvattingen van kennis en geloof. Daar zal ik het in een van de blogs nog specifiek over hebben.
  • Stroming 4 is uitnodigend en confronterend tegelijkertijd. Het toont de wereld vanuit een nieuwe complexiteit waarin autoriteit en verantwoordelijkheid op een andere manier wordt gedeeld dan we gewend zijn. De monetaire reset is een mentaal en technisch instrument om de oude tijd structureel, rationeel en emotioneel los te laten. Voor de sustainocratische coalities is dat van geen belang omdat deze zich geldloos positioneren. Het zijn geen handels maar waarde-creatie coalities gebaseerd op multidisciplinaire verantwoordelijkheid in plaats van transactie. Deelname spiegelt zowel het positieve als negatieve waardoor de deelnemers in een spagaat komen van persoonlijke en professionele chaos die noopt tot keuzes. Het voordeel is dat men er niet alleen voor staat en vanuit een concreet hoger doel argumenten ontwikkelt en steun ontvangt om de chaos te overbruggen. Er ontstaat dan een nieuwe werkelijkheid waarin ook geld op een nieuwe wijze is gepositioneerd. Ook de alternatieve, uiterst lokaal gedreven waardesystemen krijgen een plek om de lokale economie te sterken, los van de wereldwijde manipulaties.

De keuze om deel te nemen op basis van verantwoordelijkheid en ethiek

Conclusie
Geld blijkt cultuur gevoelig. De cultuur van macht en afhankelijkheid is heel anders dan de cultuur van waarde schepping en cocreatie. De verschillen hebben wij keihard ervaren in de Stad van Morgen toen wij de Sustainocratische projecten vorm gaven. Een sfeer van wantrouwen, afhankelijkheid en concurrentie maakte plaats voor professionaliteit, vertrouwen en samenhorigheid. Cultuurverandering is dus goed mogelijk als de juiste context wordt gecreëerd. Ze kunnen zelfs naast elkaar bestaan en elkaar aanvullen zoals de transformatie economie ons heeft getoond. Geld dient daarbij als middel gekaderd te zijn, net als specialiteiten, kennis en inzet.

De manier waarop wij met geld om zijn gegaan en er onszelf afhankelijk van hebben gemaakt, zonder het te kaderen volgens morele verantwoording, zal de geschiedenis ingaan als een duistere periode in het bestaan van de mens. Nog nooit heeft zo’n grote groep mensen het zo goed gehad ten kosten van zichzelf, de mensheid en onze leefomgeving. Nog nooit heeft een zo kleine groep mensen zoveel alles vernietigende macht gehad over onze evolutie als soort en die van onze omgeving. Binnen de menselijke complexiteit zijn er echter voldoende mogelijkheden voor handen om veranderingen aan te brengen, zoals hierboven wordt weergegeven. Alle mogelijke uitingen van de mens om hier het hoofd aan te bieden zullen voorkomen, net zoals we alle stromingen in de wereld kunnen zien gebeuren. Welke uiteindelijk blijvend doorslaggevend zal zijn moeten we nog bezien. Dat we op dit moment een groot risico lopen is genoeg aanleiding om de oude macht-structuren vanuit natuurlijke krachten, inclusief de massale bewustwording van de mens, te vervangen.

AiREAS is gericht op de "gezonde stad"die door burger ondernemerschap wordt gerealiseerd, ongeacht de professionele functie van de burger
AiREAS is gericht op de “gezonde stad”die door burger ondernemerschap zonder geldbelang wordt gerealiseerd

Sustainocratie vs Democratie

Angst regeert

Angst is een democratische drijfveer, maar niet voor altijd

De grote waarde van een democratie is dat de bevolking eens in de zoveel tijd haar volksvertegenwoordiging mag kiezen. Ondertussen is er de vrijheid van meningsuiting en het rechtssysteem om de orde een beetje te bewaken. In principe is dit een grote winst van onze organisatorische evolutie. De bevolking lijkt het voor het zeggen te hebben terwijl de regering vooral moet voldoen aan de wensen van de massa om herkozen te worden.

Maar werkt dat echt?

In Nederland leven wij in een van de rijkste landen ter wereld. Dat hebben wij voor elkaar gekregen door een sterke handelscultuur en de voorzichtigheid om voldoende sociale zekerheden op te bouwen voor als het een keer minder gaat of als we door leeftijd kunnen gaan genieten van een verzorgde oude dag. Als we dan naar de stembus gaan dan stemmen we vooral op de belofte om die luxe situatie te behouden.

We zijn namelijk bang. Bang om ons werk te verliezen, bang om de hypotheek niet te kunnen betalen, bang dat we niet meer twee keer per jaar op vakantie kunnen, bang dat we geen nieuwe meubels meer kunnen kopen, bang dat onze auto het begeeft en we niet meer kunnen rijden, bang dat we niet meer naar de dokter kunnen als we ziek zijn, bang om ons pensioen te verliezen, bang dat de buren meer hebben dan wij, bang dat de kinderen niet het beste van het beste krijgen,…… bang bang bang.

We zijn vooral bang omdat wij zelf niets in de hand hebben. We zijn voornamelijk afhankelijk van het functioneren van een economie die in handen is van allemaal onzichtbare mensen. Zolang dat goed gaat zijn we tevreden. Dan klagen we misschien dat het misschien ook beter kan maar in essentie zijn we blij dat we het allemaal nog hebben. We hoeven maar op televisie te kijken om te weten dat het ook anders kan. Maar dat is gelukkig ergens anders in de wereld, niet bij ons.

Als we dan naar de stembus gaan dan stemmen we op behoud. We zijn bang dat we onze situatie kwijt kunnen raken dus luisteren we naar de beloftes van mensen die zeggen dat ze alles in stand kunnen houden en zelf verbeteren. Sinds 2000 hebben we 6 regeringen gehad die allemaal via de stembus het mandaat van behoud kregen maar telkens dat niet konden waarmaken. Zij gingen vroegtijdig ten onder om plaats te maken voor de volgende die ons overstelpte met beloftes. Sinds 2008 is er ook nog de kredietcrisis die ons heeft aangetoond dat degenen die wij het meeste wilden vertrouwen, de banken, dit en ons spaargeld hadden verkwanseld aan allerlei twijfelachtige buitenlandse handeltjes die men financierde door onze huizenmarkt kunstmatig op te drijven en ons via de hypotheek 25 jaar lang kaal te plukken en nog banger te maken.

Ook de regering laat zien dat zij alleen maar haar beloftes waar kan maken door de rekening bij ons zelf neer te leggen. Jaren lang speelden ze onder een hoedje met de banken. In 10 jaar tijd zijn de lasten via de belastingen verdubbeld. Hoeveel kan onze angst nog verduren?

De maatschappelijke lasten via de belastingen zijn verdubbeld in 10 jaar tijd
De maatschappelijke lasten via de belastingen zijn verdubbeld in 10 jaar tijd

Van angst naar moed is een kleine stap

Het wordt duidelijk gaandeweg dat de oplossing niet ligt bij angst maar bij moed. Die afhankelijkheid van allerlei onzichtbaar personen is geen optie meer als uit die onzichtbaarheid alleen maar incasso’s verschijnen waar we zelf geen enkele schuld aan hebben maar die ons via de stembus wél worden toegerekend. Wie kunnen we vertrouwen als de banken en de regering alleen maar zichzelf in stand houden en geen enkele zekerheid meer bieden voor onze toekomst? Hoe lang accepteren we nog dat de rekening om onze angst te sussen aan onszelf en onze kinderen ver in de toekomst wordt gepresenteerd? Hoe lang duurt het nog voordat het allemaal als een plumpudding in elkaar zakt en we inderdaad niets meer hebben?

Het democratische systeem is uitstekend maar evenzeer een last als het achterliggende systeem niet meer voldoet. Verandering kan dan niet zomaar organisch via de stembus omdat de massa nooit ineens geconfronteerd wordt met het inzicht van de noodzaak tot verandering. Daarvoor is men te bang. Het verleden terug verlangen is veilig en bekend. Veranderen is instemmen met het onbekende. Wie krijgt de democratische massa zover dat men ingaat op verandering als de problemen nog maar pas echt bij de deskundigen bekend zijn? Zodra de massa er mee eens is dan is de plumpudding allang in elkaar gezakt.

De oplossing moet dus van buiten de gangbare werkelijkheid komen maar wel op een nette manier. De “onnette” manier is die van de gefragmenteerde opstand zoals staking, barricadewerk en zelfs vormen van terrorisme of activisme.

In de moderne tijd is er ook een andere optie. Dat noemen wij het opzetten van de “transformatie economie”, een verandersysteem dat werkt op basis van ethiek en verantwoordelijkheid. Sustainocratie is zo’n verander economie. Men kiest in een democratie voor de afhankelijkheid en welzijn. In de Sustainocratie neemt men verantwoordelijkheid door deel te nemen aan duurzame zelfredzaamheid. Men werkt dus mee aan veranderingen die het duurzame welzijn in gevaar brengen vanuit een inzicht dat door de massa nog niet wordt gedragen.

Vertrouwen in onszelf

De enige die we kunnen vertrouwen dat zijn wij zelf. Als we vertrouwen willen uit besteden via de democratische weg dan weten we al bij voorbaat dat er niets van terecht komt zoals de situatie er NU voor staat. Daar hoeven we dan al niet meer bang voor te zijn. De angst verplaatst zich dan naar onszelf. Hoe betrouwbaar en talentvol ben ikzelf om richting te geven aan de toekomst en zekerheden te creëren waar ik en mijn omgeving wat aan heeft? Ook dat is beangstigend maar die pijn schept wel mentale ruimte om na te denken over mijn eigen rol in dit geheel? Wat doe ik eigenlijk? Hoe zelfredzaam ben ik? Hoe zelfbewust ben ik over de werkelijkheid? Als ik zo afhankelijk ben hoe zorg ik dat ik weer wat controle krijgt over mijn eigen leven?

In kringen van menselijk ontwikkeling wordt dat proces “bewustwording” genoemd. “Alles wat ik heb kan ik verliezen” en dat schept angst waar anderen gebruik of misbruik van maken. “Alles wat ik ben neemt niemand van mij af” en is de basis van het scheppen van zekerheden en zelfvertrouwen.

Wanneer wij in de Stad van Morgen praten over de “transitie economie” dan hebben we het allereerst over de verandering van mentaliteit van angst voor het onbekende naar vertrouwen in jezelf. Pas met dat zelfvertrouwen kan men de verbintenis aangaan met anderen en samen gaan werken aan hernieuwde zekerheden. Soms dient dat zelfvertrouwen op zoek te gaan naar nieuwe talenten die men vaak wel heeft maar in de afhankelijkheid wereld niet werden benut maar in die nieuwe wereld juist enorm van toepassing zijn. Die oude vaardigheden die men loslaat waren veelal kunstjes die door de omgeving werden verlangd, de nieuwe vaardigheden komen meestal van binnenuit en worden geboren uit de passie van de mens zelf. Men staat er dan ook veel authentieker mee in het leven.

Maar dat is allemaal een proces. Ondertussen gaan we naar de stembus weer in Maart 2014 voor de raadverkiezingen. Nu regeert angst nog in heel Nederland. Als we naar de raadverkiezing gaan laten dan vooral stemmen op die mensen die in staat zijn om ons de ruimte te geven om onszelf weer te ontwikkelen. De nieuwe gemeentelijke besturen kunnen faciliterend lid worden van burgerinitiatieven (géén participatie want we participeren nergens in maar nemen zelf verantwoordelijkheid) en samen gaan werken aan de transitie.

Laat Maart 2014 een stapje zijn in de omslag van een cultuur van angst naar een van zelfverzekerdheid. We willen geen rekeningen meer hebben van onze overheden maar zelf waarden creëren zodat we onze maatschappij zonder schulden zelf kunnen dragen.

Sustainocratie, de transformatie economie

U kunt ook desgewenst gratis (niet vrijblijvend) lid worden van Sustainocratie (de transformatie economie). Dat is geen politiek partij maar een verander initiatief dat helpt de maatschappelijke onbalans saneren die door angst is ontstaan, door collectieve angst blijft regeren en de zaak democratisch alleen maar verergerd. Als u lid wordt van Sustainocratie dan nodigen wij u regelmatig uit om mee te doen met de transformatie via vreedzame veranderprojecten in speciale coöperaties waar paradoxaal ook de overheid, wetenschap en het bedrijfsleven zich bij aansluit. Kijk naar bijvoorbeeld AiREAS

Creatie, co-creatie en geld verdienen

Regelmatig ontstaat er een discussie als we praten over de manier van (samen) werken in de Stad van Morgen (Stichting STIR). Dan gaat het vooral over wanneer men nu een factuur mag sturen en wanneer iets “gratis” gebeurd? Het verschil zit ‘m in de manier waarop wij tegen ondernemen aankijken, de manier waarop vernieuwingen tot stand komen en wanneer iets een co-creatieproces is of een product-verkoopproces. Wanneer is er budget en wanneer niet?

Creatie:

Creatie is de essentie van ondernemen, of het nu industrieel is, dienstverlenend, maatschappelijk, kunstzinnig, ….. Het is tevens de voedende basis van het onderscheidende vermogen van een bedrijf, de duurzaamheid van het bestaansrecht. Dit geldt zowel voor de individu als zelfredzaam en zelfreflecterend persoon, als voor een instelling of zelfs de gehele maatschappij. Het creatieproces is derhalve een investering in jezelf en de toekomst. Wanneer ik het woord “investering” noem denken de meeste mensen meteen weer aan geld en niet zichzelf (talent). Maar met geld doe je in een creatieproces helemaal niets want dan heeft het alleen de waarde van een schuld. En een schuld ga je aan als je erop vertrouwt het terug te kunnen betalen. Dat conditioneert dan weer je creatieproces dat automatisch gericht moet zijn op geldverdienen terwijl de droom bijna altijd toch eerst iets anders voor ogen heeft.

Creatie komt voort uit het intense verlangen om iets nieuws, iets anders neer te zetten dan datgene dat al bestaat. Het is een sterke innerlijke drang, een passie, die zich als een vulkaan doet aanvoelen binnen de ondernemer. Om die droom, want creatie gaat eerst uit van een soort droom, een ideaal, een denkbeeldig iets dat alleen in de geest van de ondernemer bestaat en nog niet in het echt, te verwezenlijken moeten er veel dingen gedaan worden. Soms komt daar wat geld bij kijken om bepaalde benodigdheden te kopen of in te huren. Soms zijn er mensen die zich tegen betaling aanbieden om je te helpen je droom waar te maken. Dan moet je zelf keuzes maken en kijken of je budget hebt, die betaalde hulp echt nodig hebt of het alleen kunt. Of je maakt er een co-creatie van met mensen die dezelfde droom ook waar willen maken en verschillende talenten aan die van jou toevoegen. In principe is geld niet nodig. Daar krijg je de droom niet mee bewaarheid, alleen misschien wat instrumenten om er aan te werken . Wat men vooral nodig heeft in deze fase is de visie, het doorzettingsvermogen, geloof in jezelf, eigenwijsheid en de verbindende kracht om anderen mee te krijgen in de creatie.

Creatie is daarom de essentie van duurzame vooruitgang.

Het is ook de basis van een gezonde economie, niet andersom (ook zo’n misvatting). Er wordt echter in dit stadium helemaal geen geld mee verdiend, het kost meestal alleen geld en héél véél moeite. Voor degene die creëert gaat het niet om het geld maar om het creatieproces zelf en het beoogde eindresultaat dat vaak een menselijke waarde omvat dat niet in geld is uit te drukken. Dat zijn de échte ondernemers, in tegenstelling tot de algemene, foutieve opvatting dat ondernemers uitsluitend “geldverdieners” zijn. Die zijn er ook, de concurrerende productverkopers, maar die werken op basis van andere parameters (prijs, distributiekanalen, marketing, inkoop, voorraden, balans, enz) en waarden die al in prioducten zijn omgezet. Daar is niets mis mee maar heeft minder met waardecreatie te maken, wel met economie (ruilhandel van bestaande waarden en handel in tekorten). De ene ondernemer is dus de andere niet.

Creatie en Stichting STIR

Stad van Morgen is een stichting voor permanente waardecreatie. Wij stellen steeds de complexe maatschappij ter discussie vanuit onze visie voor duurzame menselijke vooruitgang, onze eigen stip op de horizon. De mens heeft de neiging om steeds van die stip af te willen wijken. Onze  wispelturige natuur laat zich vooral  aansturen door materieel heb en heerszucht om dan door crisissen en bijbehorende pijn weer tot bezieling en heroriëntatie te worden gedwongen. Dit geeft dus altijd weer aanleiding voor ondernemende mensen om te dromen dat het ook anders kan. Zij brengen dan stabiliteit door vernieuwing. Dat is ook een van de redenen dat in tijden van een gelddepressie of oorlog de meeste nieuwe uitvindingen zijn gedaan, niet in tijden van financiële hoogtij. (Zie ook mijn blogartikel in het Engels over Kondratieff versus Close). Dit proces levert uiteindelijk een maatschappelijke slingerlijn op die met vallen en opstaan vooruit gaat.

Stad van Morgen zit vooral aan de kant van het opstaan, vaak nog voordat we gevallen zijn.

Ja maar…..

Ik weet het! Er moet brood op de plank komen en al dat creëren vanuit een droom is mooi en aardig maar ik zal toch moeten overleven in deze maatschappij die alles vertaald heeft in geld. Natuurlijk snappen we dat. Maar het is niet de verantwoordelijkheid van de Stad van Morgen of de coöperaties die eruit ontstaan om het geldbelang te dienen. Wij creëren samen nieuwe waarden die nog niet bestaan en dus ook nog geen prijskaartje hebben. Dat uit het co-creatie proces verkoopbare waarden ontstaan is duidelijk alleen weten we vooraf nog niet wat. Dat is het doel ook niet. In de Stad van Morgen handelen we alsof het altijd een depressie is. Het haalt het beste uit de mens naar boven en in tijden dat er in de omgeving geen direct crisisgevoel heerst is er toch “markt” voor integrale vernieuwing. Wat we gezien hebben tot nu toe is:

  • Deelnemers kwamen zo in de aandacht dat ze een baan aangeboden hebben gekregen bij een van de institutionele partners,
  • Deelnemers kregen een belangrijke opdracht omdat zij op een duidelijke manier talent en integriteit zichtbaar maakten.
  • Nieuwe producten en diensten zijn ontstaan die verkoopbaar werden zonder nog concurrentie omdat ze zo vernieuwend zijn. Ze komen op de markt met een maatschappelijk verhaal dat eigenlijk geen marketing nodig heeft
  • Nieuwe professionele samenwerkingsverbanden ontstaan die weer nieuwe korte termijn co-creaties opleveren.
  • De co-creatie de medewerking krijgt van de overheid en bepaalde trajecten als productontwikkeling worden gezien waar subsidies aan worden geplakt zonder dat wij er een ellenlange aanvraag voor moeten voorbereiden of bedenken.
  • Investeerder raken geinteresseerd
  • De stip op de horizon leidt tot allerlei tussenstapjes waar wel weer allerlei geldbelangen uit komen rollen voor de deelnemers. Een co-creatie hoeft dus geen oneindig lange termijn ding te zijn maar kan ook allerlei korte termijn acties zijn
  • Deelname aan deze co-creatie je eigen verkoopverhaal versterkt als je ergens acquisitie gaat doen.

Co-creatie leidt dus onverminderd tot allerlei onvoorspelbare en voorspelbare  kansen, ook materiele, mits het voortkomt uit loyaliteit, menselijkheid en betrouwbaarheid. Een wolf in schaapskleren valt van zelf door de mand. En zoals Prof. Paul de Blot ooit zei: “alles wat ik gepland heb is niets van terecht gekomen”. Zodra je  bevooroordeelde verwachtingen gaat scheppen die voortkomen uit het materiele eigenbelang dan loop je de kans het hogere doel te verstoren en dan komen die onverwachte en verwachte vruchten niet voorbij. Laat het geluk je toevallen door open, onbevooroordeeld en zonder verwachtingen vooraf deel te nemen aan dit soort processen. De rest komt vanzelf. Zorg er zelf voor dat je je tijd goed verdeelt tussen co-creatie in het waarmaken van dromen, en het oogsten van wat je al in het verleden zelf gezaaid hebt. Van dat laatste leef je vandaag van het eerste leef je morgen.

Waarde creatie en handel zijn verschillende dingen
Waarde creatie en handel zijn verschillende dingen

Co-creatie

Co-creatie is hetzelfde proces als creatie maar dan wordt het gedaan door de samenwerking van verschillende partijen die eenzelfde droom met elkaar delen. Het is wederom niet geld maar waarde-gedreven. De waarde is menselijk en wordt bepaald door de visie en passie die de deelnemers aan het co-creatieproces bindt. Ook co-creatie is geen geldmachine maar een investering van passie, daadkracht, kennis en energie. De wederkerigheid zit ‘m in het waarmaken van de visie en daar de eer voor krijgen, allereerst door zichzelf te prijzen, nog voordat anderen het eventueel doen. Denk aan de schilder Vincent van Gogh die een ondernemende creator was maar dat alleen voor zichzelf beleefde, zonder de huidige erkenning te hebben mogen ervaren. Dat in tegenstelling tot Rembrandt van Rijn die ondernemende creator was maar dit ook in zijn eigen tijd om wist te zetten in roem en eer door af en toe zijn creatiedrang ondergeschikt te maken aan zijn materiële belangen en bijbehorende concessies te doen. Van Gogh kon dat psychisch en emotioneel niet. Creatie is sterk “zijn” gedreven vanuit allerlei motivaties, meestal ethisch, functioneel en expressief.

Stichting STIR en co-creatie

De stichting heeft co-creatie tot een kunst verheven waar zelfs de grootste instellingen aan meedoen en het onderscheid vaak zelf ook nog niet helemaal begrijpen. Zo hebben wij het co-creatieproces, dat zich sturend op het hoogste maatschappelijke niveau afspeelt binnen een concreet gebied, zelfs een aparte naam gegeven: Sustainocratie. Dit in tegenstelling tot een “economische democratie” die aangestuurd wordt vanuit het consumeren van waarden en het handelen erin vanuit tekorten.

AiREAS is een concreet voorbeeld van een sustainocratisch proces in een gebied (nu nog Eindhoven). Het gaat bij AiREAS niet om geldverdienen maar om het samen creëren van een gezonde stad. Hoe doe je zoiets? Hoe draag je eraan bij? Wie is verantwoordelijk? Dat heeft niets met economie te maken maar met menselijkheid en duurzaamheid, maar ook met permanente creatie en co-creatie, gedrag en mentaliteit, ethiek en expressie. In een samenleving verandert er steeds wat, veroorzaakt door mensen of onze natuurlijke omgeving. Dat valt niet te plannen maar wel op te reageren en anticiperen door creatief gedrag. Als men dat samen doet met een belang van allemaal dan ontstaat er iets nieuws, een permanente drang tot verandering. Dit kun je niet budgetteren, niet plannen en niet inkopen. Co-creatie is op basis van vrijwillige commitment binnen de mogelijkheden die men heeft. Men doet mee omdat men het voor zichzelf belangrijk vindt en erin gelooft. Ook de te verwachten wederkerigheid bepaalt men daarin zelf.

Binnen de context van het model van de menselijke complexiteit (Zie de tekening eerder in dit schrijven en het boek Sustainocratie, de nieuwe democratie) is creatie en co-creatie vooral een uiting en ontwikkeling van het “zijn”, de “ik ben” – identiteit. De deelnemers aan het proces ondergaan een leerproces door vanuit zingeving te handelen. Dit leerproces, dat zich ook uit in de professionaliteit van de deelnemers, is voor de betrokkenen essentieel om zich aan de waarden van een veranderende werkelijkheid te binden en de eigen identiteit eraan te koppelen. Dit doet men niet alleen wegens de mogelijke erkenning die men erdoor krijgt vanuit de omgeving maar vooral vanuit de innerlijke vreugde van het bijdragen aan iets belangrijks voor zichzelf.

Uit dit proces kunnen natuurlijk nieuwe producten, diensten en zienswijzen ontstaan maar gegarandeerd is dat niet. Wel leren we allemaal en tegelijkertijd wordt de omgeving er beter van in vele opzichten. Dat ziet men ook om ons heen omdat het co-creatieproces ons nu eenmaal zichtbaar maakt in een omgeving die geheel anders functioneert. Wij roeren in die maatschappij en daaruit ontstaat de vernieuwing.

Living Lab

AiREAS in Eindhoven heeft daarom de status van een Living Lab, met de nadruk op de co-creatieve menselijkheid van “living”. Alle betrokken partijen komen zichzelf tegen in dat proces, krijgen een innerlijke drang om zichzelf te overstijgen boven het gangbare uit en in de creatie vernieuwing te introduceren die hun eigenheid als talent en ondernemer of organisatie verder onderstreept. Het raakt de ziel van de onderneming, of het nu de overheid is, een multinational, een kleine zelfstandige of een gezinslid op de hoek van de straat. We kunnen over het algemeen stellen dat een crisis (zoals aangegeven in het complexiteiten model) altijd zal bestaan al gevolg van het uitmelken van onze cashcows en het beveiligen van de belangen door groeiende bureaucratie. Een persoon, bedrijf of maatschappij die niet compenseert met een duidelijke waardecreatie ontwikkeling zal uiteindelijk de crisis ervaren als losstaand geheel in plaats van een oplosbaar incident binnen een groter geheel. In een bos vallen ook bomen om, maar het bos blijft bestaan. In een materialistische economie zonder evenredige ruimte voor waardecreatie valt één boom om en zal het hele bos omvallen. Dat zien we nu ook gebeuren overal.

Geld verdienen

Zodra een creatie zichtbaar is geworden voor de omgeving dan ontstaat er een erkenning of een (soms tijdelijke) afwijzing. De droom voor de ondernemer, of co-creërende groep, heeft zich gemanifesteerd in de werkelijkheid en die werkelijkheid moet ermee om leren gaan. Soms snapt de omgeving het nog niet en gaat er tijd overheen voordat men de waarde van de creatie weet te waarderen in bijvoorbeeld geld, zoals nu gebeurd met de schilderijen van Vicent van Gogh. Of de President van Amerika in 1897 over de telefoon “een prachtige uitvinding maar waar dient het voor?”.  Vaak is het toch ook redelijk snel wereldveranderend, zoals is gebeurd met de i-serie producten van Apple of in vroegere decennia door Microsoft of Nintendo en vele anderen nog op product niveau. Nu praten we over integraal maatschappelijke transformaties die nog een tikje ingrijpender en complex zijn dan alleen het creerende succesvolle bedrijf.

Zodra een creatie gemeengoed is geworden dan wordt het materieel uitgemolken door de volgers die zelf niet het creatie talent hebben. Ook de mensen en organisaties die wél de creatie hebben waargemaakt kunnen hun materiële slaatje slaan uit hun werk door het te vermarkten. Dat is weer een kunst apart. Deze “marktleiders” hebben vaak de erkenning en zijn dan ook in materiële zin veel succesvoller dan de volgers (tussen 4 en 9 x winstgevender volgens enkele studies).

Stad van Morgen en geld verdienen

Stichting STIR laat dit geld-verdien-proces over aan de ondernemers en co-creërende partners. Het gaat ons om het creatie en co-creatieproces zelf, de ethische voeding van vooruitgang en een gezonde economie. Onze partners blijven eigenaar van hun eigen creaties en leerproces. Stad van Morgen schept alleen de omstandigheden om in de complexiteit van de huidige maatschappij en binnen de abstracte context van duurzame menselijke vooruitgang te experimenteren en het beste van elkaar te laten zien, zonder er facturen tegenover te stellen. Wij kopen geen producten maar benutten deelnemende talenten om tot integraal duurzame vernieuwing te komen op gebied van toegepaste innovatie. Het eigenbelang haalt de deelnemer er uiteindelijk zelf wel uit. Daarom ontstaat vaak een 1+1 > 2 in dit roerproces dat uiteindelijk leidt tot blijvende partnerrelaties, nieuwe economische impulsen, ook in de geldgedreven wereld door de meerwaarde die ontstaat en waar ook commerciële belangen aan kunnen worden ontleend.

Stichting STIR (Stad van Morgen) is eigenlijk een moderne vorm van integraal duurzame publieke R&D. De partners zelf financieren de processen vanut eigen vermogen. Het vermogen van STIR is de co-creerende verbinding. Behalve dat heeft de stichting geen eigen middelen.

Coöperaties

Specifieke complexe co-creatie processen die een concreet hoger doel nastreven, zoals AiREAS, worden daarom ondergebracht in een coöperatieve vereniging waarin bindende afspraken kunnen worden ondergebracht over eigendomsrechten en verdelingen. Deze komen voort uit de co-creaties die uiteindelijk al dan niet vermarkt kunnen worden. De coöperatie zelf speelt dan een essentiële rol maar ook elk van de leden die de co-creaties mogelijk maken.

Investeren in waardecreatie in Living Lab Eindhoven
Investeren in waardecreatie in Living Lab Eindhoven

Een van de problemen waar we dan tegenaan lopen is dat de meeste organisaties in een multidisciplinaire context, zoals een Sustainocratie, alleen een co-creatieproces willen ingaan als iemand er vooraf een budget tegenover stelt. Dan komen we in de wereld van subsidies en overheidsgelden terecht waardoor er een lastige discussie plaats vindt over eigendomsrecht, opdrachtgever/klant, wederkerigheid, aansprakelijkheden, als ook de sturende belangen van de overheid zelf. Door budgettering vooraf te eisen creëert men automatisch een hiërarchische verhouding van afhankelijkheden omdat men een materiële schuld aangaat. Het is dan nog maar de vraag of men tot echt iets nieuws komt want de verstrekker van de middelen stelt ook eisen vanuit een vooroordeel en economisch of risico belang vooraf. In Nederland is men vaak te risicomijdend om met risicokapitaal te durven werken. Daarnaast is risicokapitaal vooral bedoeld om geldbelangen aan te jagen. De voeding (zie tekening) die juist crisismijdend is en door de Stichting STIR (Stad van Morgen) wordt gevoed vanuit bewustzijn is juist die van ethiek en menselijkheid, de werkelijke waarden waar het om gaat.

Daarom werken we in de Stad van Morgen in eerste instantie zonder geld met uitzondering van wat vrijblijvend sponsorgeld voor de beperkte lopende kosten. In de coöperaties zoals AiREAS (EQoL, Stad-VERS, STIR, etc) werken we dan altijd met een nulbudget als uitgangspositie zodat er een transparante discussie komt over het doel of tussendoel dat we willen bereiken en wat we daar qua diversiteit aan middelen voor nodig hebben. Dan kan iedereen de belangen op tafel leggen, de middelen toekennen en beperkingen of zienswijzen kenbaar maken. Zo wordt altijd gezorgd naar een weg vooruit ook al is die via een slingerweg. Wat er verder uit de co-creatie coöperatie komt qua waarden is vooraf nog onduidelijk. Eenmaal gemanifesteerd in de werkelijkheid komen de belangen weer aan bod in de handel van de gecreerde en erkende waarden (economie).

Gemeenschapsgeld

Aan de andere kant rijst de vraag waar gemeenschapsgeld dan voor dient? Alleen voor infrastructurele en zorgstaat aangelegenheden in een economie? Alleen voor controle en bureaucratie? Of ook voor het faciliteren van complexe, onafhankelijke co-creatie? Zeker binnen een Sustainocratie geldt primair de duurzame menselijke vooruitgang in een regio. Is het dan ook niet logisch dat de gemeenschap zelf investeert in co-creatie door inzet van eigen middelen? Zijn die eigen middelen dan, behalve de aanwezige bevolking en haar diversiteit aan professionele initiatieven, ook het belastinggeld dat men inlegt? Het zijn boeiende vragen die ook co-creatief een antwoord verlangen.

In een Sustainocratie proberen we het co-creatieproces zuiver te houden door alle partners evenredig te laten investeren en daarna de eventuele producten en diensten die eruit voortvloeien te borgen in de coöperatie en via de leden. Maar de waarden die gecreëerd worden zijn veelal anders dan geld (zoals gezondheid, stabiliteit, veiligheid, enz). Geld wordt daarna weer door de verkoopkanalen verdiend en maatschappelijk belast. Niet alleen de producten en diensten die ontstaan hebben waarden maar het holistische eindresultaat en de aanpak zelf ook.

Door de gelijkwaardigheid aan de cocreatie tafel kan een ieder zijn of haar twijfels of vragen hierover kwijt en wordt gezamenlijk gezocht naar een geruststellende oplossing. Per slot van rekening willen we ons niet beperken door angst maar sterken door onderlinge oplossingsgerichtheid en vertrouwen.

Het vinden van transparant oplossingen samen vergt een uiting van verantwoordelijkheid en commitment van de partijen door middel van een lidmaatschap. Vaak is onduidelijk of het co-creatie belang of het uiteindelijke geldbelang de boventoon voert in de relaties. Dat blijkt gaandeweg. Ook is duidelijkheid hierin vaak strijdig met de gangbare regelgeving die co-creatie (nog) niet als maatschappelijke drijfveer erkent, uitsluitend de materiële kant van de relaties, via afhankelijkheden, risico’s en en aansprakelijkheden binnen een economie.

De grootste bijkomende uitdaging ten behoeve van holistische waardecreatie, naast het intense en vruchtbare maatschappelijk duurzaam co-creëren, is voor ons het proces om ruimte te scheppen door ook een gemeenschappelijk co-creatieproces te starten in de risicomijdende regelgeving en een verzuilde maatschappij van afhankelijkheden . Dit proces is nu al zichtbaar, ook bij de leden. Het gehele model is uiteindelijk een crisismijdend maatschappijmodel dat voor de hele menselijke wereld veel goeds kan brengen. En dat is ons heel veel waard.