14. Ethiek in 3 fasen

Deze blogserie van 20 over de grote omslag wordt u aangeboden door Jean-Paul Close, grondlegger van Sustainocratie en oprichter van o.a. de Stad van Morgen. De serie brengt de complexe transitie in beeld waar de mensheid in verwikkeld is geraakt en ons de komende decennia ingrijpend bezig zal houden.

Blog 14: Ethiek

Wikipedia: Ethiek (Grieks: èthos, gewoonte of zedelijke handeling) of moraalwetenschap is een tak van de filosofie die zich bezighoudt met de kritische bezinning over het juiste handelen.

Vandaag stond in de krant een artikel over de verkiezingsstrijd in de Amerikaanse staat Maine onder de kop “banen zijn toch belangrijker dan het milieu?”. De transitie die de staat meemaakt gaat over het historische belang van de fabrieken ten opzichten van het moderne belang van de leefbaarheid. De hele discussie geeft een maatschappelijke ontwikkeling weer die valt onder het hoofdstuk “ethiek” ofwel de evolutie van de morele opvattingen over de mens, natuur en samenleven.

Gisteren kwam mij de “luchtzuiverende woontoren” uit China onder ogen, een vergelijkbaar begrip als de luchtzuiverende intensieve veehouderij in Brabant of het feit dat men in een auto schonere lucht ademt door luchtfilters dan buiten de auto in de benzinedampen van hetzelfde voertuig.

200 jaar geleden trok niemand zich wat aan van het milieu. De wereld was zo groot dat de natuur de vernietigende kracht van een miljard mensen nog wist te verdoezelen. De mens was vooral bezig met zichzelf, de onderdrukking en de onderlinge conflicten. Het begrip “mensenrechten” bestond nog niet waarbij het uitbaten van mensen weelderig tierde door de kastenverhoudingen die waren ontstaan. De verstedelijking en industrialisering zorgde voor zoveel vervuiling dat  het arbeidersbestand stierf aan allerlei ziektes. Er is zelfs een tijd geweest dat de gemiddelde leeftijd daalde tot 30 jaar! Net als nu in gettos van grote steden. Dat was aanleiding in Nederland om de eerste grondwet op te stellen waarin ook rekening werd gehouden met de consequenties van handelen op de mens en de noodzaak om met elkaar zaken af te stemmen die uit gingen van een zeker harmonie tussen menselijke en economische belangen door o.a. hygiene en vervuiling te reguleren. Deze grondwet was vooral gericht op het in leven houden van volwassen arbeiders, niet nog vanuit een moreel standpunt.

Nog steeds treffen we gebieden aan waar de mens volledig ondergeschikt is aan het nietsontziende wanbeleid van de macht. De vuilste steden bevinden zich in het verre en midden oosten onder de rook van ongereguleerde industriële processen. Het is niet moeilijk in te zien dat deze zelfde gebieden een politiek klimaat hebben van geldgedreven onderdrukking en gebrek aan respect voor het leven, laat staan voor de mens. Het debat over ethiek gaat dus ver terug en lijkt, met de huidige situatie van klimaatverandering, opwarming van de Aarde, energietransitie, armoede en catastrofes te leiden tot een wereldwijde transitie. Daarin zien we 3 fasen die we al in historische context kunnen plaatsen:

Fase 1:  Totale apathie, ontkenning of gebrek aan onbewustzijn. Dit zijn de gebieden waarin milieu en mens ondergeschikt zijn aan machtsbelangen en er geen enkel beleid gericht is op balans of leefbaarheid.

Fase 2: Reactieve benadering
De evolutionaire stap die onder andere Nederland 200 jaar geleden maakte door volksgezondheid en leefbaarheid op te nemen in de grondwet is een voorbeeld van de ontwikkeling die gaande is. De reactieve benadering is bewust van vervuiling en consequenties maar tracht deze op te lossen middels maatregelen. Zo zien we dat onze onbalans met de natuur heeft geleid tot een enorme toename aan kankergevallen. De reactieve benadering heeft geleid tot een explosieve groei van de farmaceutische industrie die medicijnen ontwikkelde om kanker te bestrijden. Binnen deze categorie valt ook het luchtzuiverende bouwwerk van China of het beleid rond uitstoot van intensieve veehouderij. Er wordt niet nagedacht over de oorzaak maar het oplossen van de consequenties. Zo is een duale economie ontstaan die enerzijds de consumptiepatronen stimuleert en anderzijds oplossingen introduceert rond de consequenties van consumptir.

De reactieve aanpak schuift verantwoordelijkheden voor zich uit en de consequenties stapelen zich uiteindelijk op zodat er een situatie van crisis ontstaat. Deze uit zich niet alleen in economische onbalans maar vooral ook in menselijk leed. Overgewicht, diabetes, gedragsstoornissen, enz zijn allemaal consequenties van een combinatie van reactief maatschappelijk bewustzijn en een levenstijl die hebzucht verward met welzijn.

Problemen vooruitschuiven levert crisissituaties op
Problemen vooruitschuiven levert crisissituaties op

Fase 3: proactieve verantwoordelijkheid
In deze fase geraakt men wanneer beseft wordt dat reageren op consequenties de problemen niet weg neemt maar opstapelt tot een exponentieel probleem. Dan zien we dat ineens het besef omslaat en we geen pleisters meer maken voor de wonden maar de oorzaak opzoeken en tot de slotsom komen dat de basiswaarden voor de mens uiteindelijk de kern vormen van een stabiele maatschappelijke organisatie. Leefbaarheid in relatie tot gezondheid zorgt voor productiviteit, sociale cohesie en maatschappelijke balans. Arbeid wordt in relatie gebracht tot wederkerigheid op gebied van welzijn in plaats van industriële activiteiten en geld. Het debat over “banen versus milieu” in Maine is dan irrelevant als we de zaak omdraaien en ons afvragen “wat moeten we doen voor ons welzijn in Maine?” De maatschappij ziet zichzelf, de leefbaarheid en het welzijn als een co-creatie in plaats van een remedie.

Waar staan we in de evolutie?
We zien dat het bewustzijn de route van de globalisering van industrialisering volgt. In de meeste landen, zoals India en China of Brazilië, waar de industriële processen terecht zijn gekomen, werd allereerst de fase van ontkenning of apathie gehanteerd. De industrie, handel en macht was belangrijker dan de mens. Veel westerse landen waren al geruime tijd in fase 2 aangeland, de reactieve manier om economische ontwikkelingen te stimuleren en via verzekeringen, belastingen en regulering de consequenties aan te pakken. Deze reactieve fase bereikt nu ook de landen als China en Brazilië, en ook de steden die de consequenties van de vervuiling meer voelen dan het platteland. Voor de westerse landen betekende dit een economisch tijdperk rond kennis ontwikkeling en export van regels, maatregelen en consequentie gedreven technologieën. Terwijl de primaire consumptie economie een boost doormaakte in de globalisering naar het Verre Oosten werd de secondaire economie van zorg en belastingen de drijfveer van de landen waar de industrieën waren verdwenen en de consumptie als economische maatstaf was geïntroduceerd. In Nederland betekende dit een maatschappij die in toenemende mate afhankelijke werd van belastingdruk om kosten te dekken. Tussen 2001 en 2014 is die druk nagenoeg verdrievoudigd (90 Miljard naar 280 miljard Euro). Dit vooruitschuiven van de problemen, samen met de grote gevolgen die zich wereldwijd opstapelen door de combinatie van apathie en consequentie gedreven beleid zou een belastingdruk in 2025 opleveren van 560 Miljard Euro). De kosten-tsunami die ik in bovenstaande tekening heb weergegeven staat voor onze neus.

Maar daar gaat het niet om. Waar het om gaat is dat we gaan beseffen dat de enorme problematiek niet op te lossen is met geld. Zelfs de speculatieve vastgoedbubbel die de kosten moest dekken van de vergrijzing blijkt de onbalans alleen maar te vergroten doordat de ethiek rond de mens is verdwenen en de maatschappij verwikkeld is geraakt in een piramidesysteem van schuldeisers in plaats van waardecreatie. De chaos dwingt tot bewustwording waardoor de derde evolutionaire fase zich aandient.

Sustainocratie

Fase 3 is in ontwikkeling met precedenten zoals AiREAS, een multidisciplinaire samenwerkingsvorm die de gezondheid van de mens centraal stelt en niet het dweilen van vuil met de open kraan. De aanpak in AiREAS vertegenwoordigt een omgekeerde wereld waardoor er zoveel innovatieve krachten ontstaan in de gemeenschappen dat er voor de komende decennia voldoende arbeid is voor iedereen om de vernieuwing en opschoning vorm te geven. De kaders van  de proactieve benadering van Sustainocratie tonen aan dat de reactieve benadering een gigantische transitie door moet maken. De consumptie en consequentie economie transformeert naar de holistische economie van waardecreatie en duurzame menselijke vooruitgang. Dat gaat gepaard met een geheel nieuw waardesysteem, nieuwe onderlinge verhoudingen tussen kernfiguren van de maatschappij en de herdefinitie van het rechtssysteem, de grondwet en de nieuwetijdse ethische onderbouwing van onze samenleving.

Nu nog zijn het kleine parels van cocreatie die vanuit AiREAS en FRE2SH hun experimentele weg vinden in het opzetten van de nieuwe evolutionaire werkelijkheid. We leven nog in de maatschappelijke context van fase 2 maar de transitie naar fase 3 is gaande. Als deze fase eenmaal integraal wordt gedragen in Nederland en Europa dan verschuift het spanningsveld van de gehele wereld. Gaandeweg zullen ook de andere gebieden overstappen op fase 2 en ten slotte fase 3. De transitie van fase 1 naar 2 is nog volop gaande, ook in Europese steden en regios. In 2012 zat ik nog bij een schouderophalende directie milieu van de stad Madrid en nu, 2 jaar later heeft de burgerbevolking de autovrije stad geëist en bestuurlijk support afgedwongen. Het gaat ineens snel. De blokkades van weleer heffen zich op en de ethische discussie krijgt diepgang dat het loslaat proces van fase 2 naar 3 vorm geeft. Daarin lopen organisaties als AiREAS voorop en tonen aan voor de rest van de wereld dat “het ook anders kan”. Het is een logische stap in de evolutie van de mens en zal een stapsgewijs proces doormaken dat wellicht in een enkele tientallen jaren is beslecht.

Van ontkenning naar aanvaarding in 200 jaar
Van ontkenning naar aanvaarding in 200 jaar

Het is ook niet meer dan normaal dat in o.a. de Nederland de basis wordt gelegd voor deze omschakeling. Als we dat met meer gedrevenheid doen dan hebben we een boeiende taak om de golfbeweging van verandering die ontstaat in de wereld te begeleiden met onze eigen innovatieve krachten. Dit heb ik de Transformatie Economie genoemd, een economie die Nederland zich eigen kan maken door Sustainocratie te ontheffen van experiment en te integreren met het landbeleid.

De 3 fasen van de menselijke evolutie. De transitie tussen fase 2 en 3 is nu gaande
De 3 fasen van de menselijke evolutie. De transitie tussen fase 2 en 3 is nu gaande

 

Jean-Paul Close

 

 

Het laatste woord

We worden weer overspoeld met speelgoedreclame dus zal de Sinterklaastijd wel weer in aantocht zijn. Steeds vroeger in het jaar wordt de goedheiligman verbonden aan de verkoopbelangen van een consumptie gedreven maatschappij. Zijn kerkelijke boodschap als redder van kinderzieltjes uit de moordende hebzucht van een handelaar wordt zo ontkracht.

Het zwarte gezicht van zijn knechten wordt door de vieze schoorsteen veroorzaakt wanneer hij presentjes aflevert voor de kinderen. Maar nu wordt het zwarte gezicht met dezelfde schijnheiligheid verbonden aan slavernij en discriminatie, een oud schaamtegevoel uit onze eigen “gouden eeuw”.

Hebben of gebruiken?

“Papa, dat speelgoed hoef ik het niet te “hebben”, ik wil er gewoon een keer mee spelen”. Datzelfde geldt ook voor mij. Ik hoef die auto niet te hebben, ik heb er alleen af en toe een nodig, soms uit noodzaak, soms om er mee te spelen. Volgens de minister president dien ik echter beter het landsbelang door de auto in eigendom te nemen. Daar heb ikzelf andere opvattingen over als ik naar al die geparkeerde blikken bakken kijk die de straten bevolken. We hebben nog een cultuur van hebben. Die van gebruiken komt eraan.

Het systeem wil dat ik consumeer door aan te schaffen, ik wil gewoon gebruiken en teruggeven.
Het systeem wil dat ik consumeer door aan te schaffen, ik wil gewoon gebruiken en teruggeven.

Mens of systeem?

Mijn dochters groeien op in een wereld waarin we zelf leren kijken naar de werkelijkheid en het interpreteren op basis van ethische aspecten en verantwoordelijkheden die de omgevingscultuur stelselmatig lijkt af te breken. Op school “waar iedereen zichzelf mag zijn” moet men huiswerk inleveren over het verschil tussen allochtonen en autochtonen. Ik was 42 toen ik de woorden moest opzoeken in het woordenboek bij terugkeer naar Nederland. Ik was 27 jaar allochtoon geweest en had het nooit geweten. In Nederland werd mijn gezin bestempeld met discriminerende woorden.  De blog van Paul de Blot praat over “legalen en illegalen”, recht en onrecht over de onmenselijkheid van systemen die mensen beoordelen en veroordelen op afkomst.

Burgerparticipatie of verantwoordelijkheid in menselijkheid?

Tijdens een recente “burgerparticipatie” bijeenkomst vertelt de kersverse wethouder dat de burger mag meepraten maar de overheid het laatste woord heeft. Dat is een boeiende opstelling als burgers samenkomen om te praten over verantwoordelijkheid, ethiek of verwijtbaarheid in schending van menselijke en milieuwaarden. Men stelt gemeenschappelijke acties voor om te ondernemen om daarna terug gefloten te worden door de toestemming en beoordelingscriteria.

Een week later zit een andere wethouder aan tafel om samen met de burgerbevolking verantwoordelijkheid te nemen in een sustainocratisch proces over de gezonde stad. Dezelfde wereld, hetzelfde systeem, andere mensen, andere opvattingen en betrokkenheid of keuzes. De een doet het wel, de ander niet. Menselijkheid!

Wat leren wij onze kinderen?

Maar het gaat om verantwoordelijkheid nemen. Wat leren wij onze kinderen? Hoe gaan wij met elkaar om op straat? Welke verantwoording is nodig als je zelfbewust hebt leren bijdragen aan leefbaarheid? Waarom een kostbare bureaucratie van kwartjes om dubbeltjes te beoordelen? Hoe zit dat met verantwoordelijkheid en ethiek?

Het laatste woord heeft niet de wethouder, niet het systeem, niet de overheid noch de bank. Het laatste woord heeft de mens, de natuur en ons ge-weten in maatschappijspel dat we samen spelen. Het laatste woord heeft duurzame menselijke vooruitgang. Morgen is gisteren begonnen om er vandaag verantwoordelijkheid voor te nemen.

Een kind weet dat en dit kind zit in ons allemaal. We hebben niets, ook al bezitten we alles. In het spel van het leven gebruiken we alleen maar en geven alles terug wanneer we klaar zijn. Het laatste woord hebben wij niet want dan zouden onze kinderen niets meer te zeggen hebben. We hebben het laatste woord als we als mens uitgespeeld uitgespeeld zijn. Dan is het te laat.

 

Sustainocratisch debureaucratiseren

De Nederlandse maatschappij zitten in een spagaat tussen de macht van de alles blokkerende dictatoriale bureaucratie en de vrijheid van de vooruitstrevende democratie. Sinds de introductie van Sustainocratie in 2012 kunnen machthebbers die niet gehinderd zijn door bureaucratisch eigenbelang een betekenisvolle vooruitstrevende stempel drukken met debureaucratisering tot gevolg binnen een maatschappij die anders in een crisis en opstand zou belanden.  Dit gebeurt vooralsnog op lokaal, gemeentelijk niveau maar kan wereldwijde proporties aannemen als de waarde ervan ook door autoritaire personen wordt ingezien. De bestuurders hebben een uitvergrote verantwoordelijkheid, ook in de ze keuze, maar elk van ons heeft die keuze ook als bestuurder van ons dagelijks leven.

Bureaucratie is heerszucht, geen vooruitgang

De Nederlandse maatschappij is bol komen te staan van heerszuchtige praktijken die de vooruitgang in de weg staan. De crisissen die ons land al decennia lang teisteren hebben die bureaucratie alleen maar verder aangewakkerd. Deze heeft zich alleen in stand weten te houden door de speculatie rond grond, vastgoed en zorg met de hulp van een vrijgegeven financiële markt. De economie groeit nu al geruime tijd niet meer omdat het spel uit is en in ons land geen andere bronnen van waardecreatie zijn overgebleven die de klappen kunnen opvangen. We hangen nog aan het zijden draadje van ons geografische positie, de bijbehorende logistieke relatie met Europa en onze satellietfunctie voor een land als Duitsland.  Voor de rest is Nederland uitgehold door de machtsbeluste bureaucraten die erop uit zijn geen spaan heel te laten van het land totdat de melkkoe tot aan de merg is leeggemolken en achtergelaten wordt met een materiële schuld voor de komende generaties. Er zijn voorbeelden te over van machtsmisbruik met het wetboek of het politieke handjeklap in de hand. Kijk hoe in 15 jaar tijd de verzorgingsplaatsen voor speciale zorg behoevende bejaarden is gehalveerd terwijl de kosten van de zorg zijn vervijf- en tienvoudigd. Kijk hoe infrastructuurbesluiten werden genomen ten behoeve van de vastgoedbelangen van lokale politieke machthebbers. Kijk hoe oude politici de duurbetaalde plekjes bezetten van de nuts en geldhierarchie uit zogenaamd nationaal (eigen)belang en op die manier het spel in het ons kent ons netwerk houden, al dan niet met een liberaal, arbeiders of christen-logo als bindend boegbeeld. De nationale en private schuld hoopt zich op en de maatschappij wordt gedwongen deze weg in stand te houden via verkeerde werkgelegenheid, belastingen en opgelegde regels.

Er wordt veel gesproken over de vele complexe dossiers van de ambtenaren die zouden leiden tot machtsmisbruik in gemeenten door de ondeskundigheid van de raad en tijdelijke bewindslieden onder de meer vaste elite positie van de burgemeester en omringde politiek getinte magnaten. De “te kleine”gemeenten moeten gefuseerd worden zodat de schaalgrootte van de macht zich kan vergroten en de besluitvorming nog ondoorgrondelijker wordt, met geheime achterklap door enkelingen die zich de koek van belangen onderling verdelen. Geen wet die er tegen op kan omdat de spaghetti van loodzware maatschappelijke bureaucratie als een kankergezwel de werkelijkheid onttrekt aan het zicht van elke vorm van ethiek.  Leefbaarheidsteams, burgerparticipatiebelangen, burgerinitiatieven, welwillende ambtenaren worden stelselmatig gepasseerd door de schijnvertoning van duurbetaalde instanties die zich samenwerkend noemen en uiteindelijk voor veel geld helemaal niets doen, behalve zichzelf in stand houden.

Niets nieuws

Bovenstaande is van alle tijden en is altijd de onderliggende oorzaak geweest van oorlogen, opstanden en het instorten van zogenaamde  beschavingen. Het enige beschaafde aan die samenlevingen is dat de wettelijke onderdrukte bevolking zich geruime tijd koest hield om de moed op te brengen zichzelf op te offeren voor gerechtigheid. De historische kennis van de gebeurtenissen is uitgebreid voor handen en ook al worden de toenmalige bureaucraten en machtswellustelingen verheerlijkt in de geschiedenisboeken. De verwijtbaarheid van hun moordzuchtig, hebzuchtig of kortzichtige gedrag staat buiten kijf. Veel van de huidige machthebbers zullen ook de geschiedenis in gaan als mensen die uit eigenbelang en dat van hun steunpilaren de mensheid in een diep dal hebben gestort.

Er is echter een modern groot verschil met het verleden, vroeger (en in sommige gebieden in de wereld nog steeds, maar onder zware druk) was macht absoluut, tegenwoordig relatief. Dat is essentieel en ook de reden waarom wij nu wel de kans hebben om via diplomatie en menselijkheid de macht te herpositioneren door het te blijven relativeren. Dat is tevens de route om de debureaucratisering mogelijk te maken zonder dat dit gepaard gaat met een burgeropstand of oorlog tegen de hiërarchie (zoals in Egypte, Syrië, enz) en bijbehorende groeiende armoede en ellende.

Sustainocratie debureaucratiseert zonder de macht omver te werpen, wel te herschikken

In Sustainocratie (de nieuwe democratie) wordt de gefragmenteerde institutionele macht juist erkend wegens de doelgerichte autoriteit die het vertegenwoordigt, niet de blokkerende machtspositie die het regelmatig uit. Sustainocratische processen worden georganiseerd rondom concrete menselijke belangen, zoals gezondheid, veiligheid, zelfredzaamheid, welzijn, voedsel, kennisontwikkeling, enz. Deze belangen zijn de basis van een stabiele samenleving en dienen in balans te zijn om te stabiliteit te waarborgen. Gecentraliseerde gebiedsoverstijgende machtsposities leveren daar geen enkele toegevoegde waarde, lokale autoriteiten juist wel. Echter dienen de lokale autoriteiten zich niet op te stellen vanuit een bevooroordeelde eigenbelang positie maar een faciliterende autoritaire kracht die kleine positieve vooruitgangsprocessen uit kan vergroten door de positie die men bekleedt.  In feite bevestigt de machthebber de positie van autoriteit door effectief te faciliteren en de erkenning ervan te genieten door de vooruitgang die de bevolking erdoor boekt. Daar passen geen “beoordelende” dossiertrajecten meer bij want de processen zijn niet gestuurd op eigenbelang maar gemeenschappelijk resultaat. Macht wordt gekoppeld aan waardecreatie en niet aan creëren van tekorten. Waarde is het doel, niet het eigen geld. Als macht gekoppeld wordt dan waardecreatie in plaats van eigen geld dan wordt het blijvend en van historische betekenis.

De kracht van de sustainocratische processen is dat zij multidisciplinair worden uitgevoerd waardoor de  daadwerkelijke gefragmenteerde krachten van de mens tot een uiterste worden uitgedaagd. De gebiedsverantwoordelijke faciliteert optimaal de waardengedreven vooruitgangsprocessen waardoor de toegevoegde waarde bij blijft dragen aan de lokale krachtsituatie in een bevolkingsgebied. De ondernemende verantwoordelijke worden uitgedaagd om technologische en sociale innovaties zichtbaar te maken die er toe doen in een resultaatgedreven proces, en de wetenschappelijke kennisstructuren zorgen ervoor dat de processen gestoeld zijn op actuele kennisniveau en toepassing ervan. Gaandeweg wordt de behoefte ontwikkeld om nieuwe vormen van kennis te ontwikkelen en daarmee de wetenschap verder te voeden voor duurzame vooruitgang. Succes bevestigt macht en autoriteit als deze zich vertaalt in menselijkheid en duurzame menselijke ontwikkeling die vanuit de mens zelf komt.  Paradoxaal zien we dan dat de gemeenschappelijk “waarde” van een gebied, dus ook het vastgoed, de gronden, zich bestendigen doordat de menselijke omgeving zich weer bestendigt vanuit stabiliteit, samenwerking en aantoonbare vooruitstrevendheid.

In dit plaatje laat ik het verschil zien aan de hand van de positionering van ethiek, structuur en organisatie.

Persoonlijk bestuurlijke keuze om te faciliteren of te blokkeren
Persoonlijk bestuurlijke keuze om te faciliteren of te blokkeren

Persoonlijke bestuurlijke keuze en publieke controle 

Door de relativering van macht over allerlei instanties is de mensgedreven samenwerking een persoonlijke keuze van de machthebber. Dit wordt vaak beïnvloed door de (geheime) eigen belangen van de persoon in kwestie. Deze verdoezeld men nog steeds vanuit partijpolitieke samenzweringen en achterkamertjes die het daglicht niet kunnen verdragen, vaak gerelateerd aan oude familiaire vermogensposities, erfrecht en eigendommen. Maar zoals steeds vaker zichtbaar wordt nu in de media zijn die spelletjes zichtbaarder en gemakkelijker aanwijsbaar. Er is geen enkele machthebber meer die ongemoeid zijn of haar gang kan gaan maar men wordt vaak omringd door allerlei ander mensen met autoriteit die bereid zijn onethisch gedrag aan de kaak te stellen. Als dat gebeurd in de geld-gedreven economie dan ontstaat er een onstabiliteit. Maar als welwillende mensen met autoriteit zich in gaan zetten voor duurzame vooruitgang dan schoont het tegelijkertijd de tegenwerkende krachten op, ook als zij wegens ondoorzichtige spelletjes bepaalde posities bekleden. Sustainocratie biedt een structurele weg uit de crisis door de verhoudingen te verleggen met exact dezelfde mensen als in de geldgedreven economie, echter verbonden aan ethische menselijkheid ipv geld. Dat is een persoonlijke bestuurlijke keuze die sterk afhankelijk is van de ruggengraat van de betreffende persoon. De omgeving kan de persoon wijzen op verantwoordelijkheden en zelfs aan de kaak stellen als er een eigen belang vermoed wordt dat door een bepaalde werkwijze wordt gevoed.

Sinds het opzetten van het allereerste sustainocratische proces in Eindhoven tekenen zich de bestuurders af die vanuit lange termijn ethiek en daadkracht inzetten voor de maatschappij en degenen die een stoel warm houden uit macht door instellingen in stand te houden ten kosten van structurele vooruitgang. Steeds meer zullen die zaken zichtbaar worden en uiteindelijk bepalend voor het aanzien van de persoon in kwestie en de ontwikkeling van diens carrière  De vraag “waar neem je verantwoordelijkheid voor?” horen we steeds vaker  met het oog op faciliterende autoriteit en samenwerking. Terwijl de vraag geformuleerd wordt vanuit de authentieke wens tot vooruitgang zal dezelfde publieke daadkracht zich  steeds sterker manifesteren om verwijtbaar gedrag buiten spel te zetten en met oude en nieuwe wettelijke middelen tot de orde te roepen. Sinds er een keuze is heeft de macht eigenlijk alleen maar een keuze, en dat is duurzame menselijke vooruitgang steunen of een heel goede verklaring bedenken waarom men het niet doet.

En diezelfde keuze dienen wij ons ook af te vragen op individuele basis. Zijn wij zo afhankelijk geworden van de geld dat wij geen ethische keuzes meer maken? Of stellen wij ons wel eens vragen over menselijkheid en de dagelijkse keuzes die wij maken? Waar nemen wij verantwoordelijkheid voor als puntje bij paaltje komt? Wat doet u bijvoorbeeld als ik u uitnodig om samen te werken aan het co-creëren van de “gezondste stad van de wereld”? Bent u bereid om in uw eigen privé domein en manier van leven (kleine) veranderingen of aanpassingen door te voeren die daaraan bij dragen?

Creatie, co-creatie en geld verdienen

Regelmatig ontstaat er een discussie als we praten over de manier van (samen) werken in de Stad van Morgen (Stichting STIR). Dan gaat het vooral over wanneer men nu een factuur mag sturen en wanneer iets “gratis” gebeurd? Het verschil zit ‘m in de manier waarop wij tegen ondernemen aankijken, de manier waarop vernieuwingen tot stand komen en wanneer iets een co-creatieproces is of een product-verkoopproces. Wanneer is er budget en wanneer niet?

Creatie:

Creatie is de essentie van ondernemen, of het nu industrieel is, dienstverlenend, maatschappelijk, kunstzinnig, ….. Het is tevens de voedende basis van het onderscheidende vermogen van een bedrijf, de duurzaamheid van het bestaansrecht. Dit geldt zowel voor de individu als zelfredzaam en zelfreflecterend persoon, als voor een instelling of zelfs de gehele maatschappij. Het creatieproces is derhalve een investering in jezelf en de toekomst. Wanneer ik het woord “investering” noem denken de meeste mensen meteen weer aan geld en niet zichzelf (talent). Maar met geld doe je in een creatieproces helemaal niets want dan heeft het alleen de waarde van een schuld. En een schuld ga je aan als je erop vertrouwt het terug te kunnen betalen. Dat conditioneert dan weer je creatieproces dat automatisch gericht moet zijn op geldverdienen terwijl de droom bijna altijd toch eerst iets anders voor ogen heeft.

Creatie komt voort uit het intense verlangen om iets nieuws, iets anders neer te zetten dan datgene dat al bestaat. Het is een sterke innerlijke drang, een passie, die zich als een vulkaan doet aanvoelen binnen de ondernemer. Om die droom, want creatie gaat eerst uit van een soort droom, een ideaal, een denkbeeldig iets dat alleen in de geest van de ondernemer bestaat en nog niet in het echt, te verwezenlijken moeten er veel dingen gedaan worden. Soms komt daar wat geld bij kijken om bepaalde benodigdheden te kopen of in te huren. Soms zijn er mensen die zich tegen betaling aanbieden om je te helpen je droom waar te maken. Dan moet je zelf keuzes maken en kijken of je budget hebt, die betaalde hulp echt nodig hebt of het alleen kunt. Of je maakt er een co-creatie van met mensen die dezelfde droom ook waar willen maken en verschillende talenten aan die van jou toevoegen. In principe is geld niet nodig. Daar krijg je de droom niet mee bewaarheid, alleen misschien wat instrumenten om er aan te werken . Wat men vooral nodig heeft in deze fase is de visie, het doorzettingsvermogen, geloof in jezelf, eigenwijsheid en de verbindende kracht om anderen mee te krijgen in de creatie.

Creatie is daarom de essentie van duurzame vooruitgang.

Het is ook de basis van een gezonde economie, niet andersom (ook zo’n misvatting). Er wordt echter in dit stadium helemaal geen geld mee verdiend, het kost meestal alleen geld en héél véél moeite. Voor degene die creëert gaat het niet om het geld maar om het creatieproces zelf en het beoogde eindresultaat dat vaak een menselijke waarde omvat dat niet in geld is uit te drukken. Dat zijn de échte ondernemers, in tegenstelling tot de algemene, foutieve opvatting dat ondernemers uitsluitend “geldverdieners” zijn. Die zijn er ook, de concurrerende productverkopers, maar die werken op basis van andere parameters (prijs, distributiekanalen, marketing, inkoop, voorraden, balans, enz) en waarden die al in prioducten zijn omgezet. Daar is niets mis mee maar heeft minder met waardecreatie te maken, wel met economie (ruilhandel van bestaande waarden en handel in tekorten). De ene ondernemer is dus de andere niet.

Creatie en Stichting STIR

Stad van Morgen is een stichting voor permanente waardecreatie. Wij stellen steeds de complexe maatschappij ter discussie vanuit onze visie voor duurzame menselijke vooruitgang, onze eigen stip op de horizon. De mens heeft de neiging om steeds van die stip af te willen wijken. Onze  wispelturige natuur laat zich vooral  aansturen door materieel heb en heerszucht om dan door crisissen en bijbehorende pijn weer tot bezieling en heroriëntatie te worden gedwongen. Dit geeft dus altijd weer aanleiding voor ondernemende mensen om te dromen dat het ook anders kan. Zij brengen dan stabiliteit door vernieuwing. Dat is ook een van de redenen dat in tijden van een gelddepressie of oorlog de meeste nieuwe uitvindingen zijn gedaan, niet in tijden van financiële hoogtij. (Zie ook mijn blogartikel in het Engels over Kondratieff versus Close). Dit proces levert uiteindelijk een maatschappelijke slingerlijn op die met vallen en opstaan vooruit gaat.

Stad van Morgen zit vooral aan de kant van het opstaan, vaak nog voordat we gevallen zijn.

Ja maar…..

Ik weet het! Er moet brood op de plank komen en al dat creëren vanuit een droom is mooi en aardig maar ik zal toch moeten overleven in deze maatschappij die alles vertaald heeft in geld. Natuurlijk snappen we dat. Maar het is niet de verantwoordelijkheid van de Stad van Morgen of de coöperaties die eruit ontstaan om het geldbelang te dienen. Wij creëren samen nieuwe waarden die nog niet bestaan en dus ook nog geen prijskaartje hebben. Dat uit het co-creatie proces verkoopbare waarden ontstaan is duidelijk alleen weten we vooraf nog niet wat. Dat is het doel ook niet. In de Stad van Morgen handelen we alsof het altijd een depressie is. Het haalt het beste uit de mens naar boven en in tijden dat er in de omgeving geen direct crisisgevoel heerst is er toch “markt” voor integrale vernieuwing. Wat we gezien hebben tot nu toe is:

  • Deelnemers kwamen zo in de aandacht dat ze een baan aangeboden hebben gekregen bij een van de institutionele partners,
  • Deelnemers kregen een belangrijke opdracht omdat zij op een duidelijke manier talent en integriteit zichtbaar maakten.
  • Nieuwe producten en diensten zijn ontstaan die verkoopbaar werden zonder nog concurrentie omdat ze zo vernieuwend zijn. Ze komen op de markt met een maatschappelijk verhaal dat eigenlijk geen marketing nodig heeft
  • Nieuwe professionele samenwerkingsverbanden ontstaan die weer nieuwe korte termijn co-creaties opleveren.
  • De co-creatie de medewerking krijgt van de overheid en bepaalde trajecten als productontwikkeling worden gezien waar subsidies aan worden geplakt zonder dat wij er een ellenlange aanvraag voor moeten voorbereiden of bedenken.
  • Investeerder raken geinteresseerd
  • De stip op de horizon leidt tot allerlei tussenstapjes waar wel weer allerlei geldbelangen uit komen rollen voor de deelnemers. Een co-creatie hoeft dus geen oneindig lange termijn ding te zijn maar kan ook allerlei korte termijn acties zijn
  • Deelname aan deze co-creatie je eigen verkoopverhaal versterkt als je ergens acquisitie gaat doen.

Co-creatie leidt dus onverminderd tot allerlei onvoorspelbare en voorspelbare  kansen, ook materiele, mits het voortkomt uit loyaliteit, menselijkheid en betrouwbaarheid. Een wolf in schaapskleren valt van zelf door de mand. En zoals Prof. Paul de Blot ooit zei: “alles wat ik gepland heb is niets van terecht gekomen”. Zodra je  bevooroordeelde verwachtingen gaat scheppen die voortkomen uit het materiele eigenbelang dan loop je de kans het hogere doel te verstoren en dan komen die onverwachte en verwachte vruchten niet voorbij. Laat het geluk je toevallen door open, onbevooroordeeld en zonder verwachtingen vooraf deel te nemen aan dit soort processen. De rest komt vanzelf. Zorg er zelf voor dat je je tijd goed verdeelt tussen co-creatie in het waarmaken van dromen, en het oogsten van wat je al in het verleden zelf gezaaid hebt. Van dat laatste leef je vandaag van het eerste leef je morgen.

Waarde creatie en handel zijn verschillende dingen
Waarde creatie en handel zijn verschillende dingen

Co-creatie

Co-creatie is hetzelfde proces als creatie maar dan wordt het gedaan door de samenwerking van verschillende partijen die eenzelfde droom met elkaar delen. Het is wederom niet geld maar waarde-gedreven. De waarde is menselijk en wordt bepaald door de visie en passie die de deelnemers aan het co-creatieproces bindt. Ook co-creatie is geen geldmachine maar een investering van passie, daadkracht, kennis en energie. De wederkerigheid zit ‘m in het waarmaken van de visie en daar de eer voor krijgen, allereerst door zichzelf te prijzen, nog voordat anderen het eventueel doen. Denk aan de schilder Vincent van Gogh die een ondernemende creator was maar dat alleen voor zichzelf beleefde, zonder de huidige erkenning te hebben mogen ervaren. Dat in tegenstelling tot Rembrandt van Rijn die ondernemende creator was maar dit ook in zijn eigen tijd om wist te zetten in roem en eer door af en toe zijn creatiedrang ondergeschikt te maken aan zijn materiële belangen en bijbehorende concessies te doen. Van Gogh kon dat psychisch en emotioneel niet. Creatie is sterk “zijn” gedreven vanuit allerlei motivaties, meestal ethisch, functioneel en expressief.

Stichting STIR en co-creatie

De stichting heeft co-creatie tot een kunst verheven waar zelfs de grootste instellingen aan meedoen en het onderscheid vaak zelf ook nog niet helemaal begrijpen. Zo hebben wij het co-creatieproces, dat zich sturend op het hoogste maatschappelijke niveau afspeelt binnen een concreet gebied, zelfs een aparte naam gegeven: Sustainocratie. Dit in tegenstelling tot een “economische democratie” die aangestuurd wordt vanuit het consumeren van waarden en het handelen erin vanuit tekorten.

AiREAS is een concreet voorbeeld van een sustainocratisch proces in een gebied (nu nog Eindhoven). Het gaat bij AiREAS niet om geldverdienen maar om het samen creëren van een gezonde stad. Hoe doe je zoiets? Hoe draag je eraan bij? Wie is verantwoordelijk? Dat heeft niets met economie te maken maar met menselijkheid en duurzaamheid, maar ook met permanente creatie en co-creatie, gedrag en mentaliteit, ethiek en expressie. In een samenleving verandert er steeds wat, veroorzaakt door mensen of onze natuurlijke omgeving. Dat valt niet te plannen maar wel op te reageren en anticiperen door creatief gedrag. Als men dat samen doet met een belang van allemaal dan ontstaat er iets nieuws, een permanente drang tot verandering. Dit kun je niet budgetteren, niet plannen en niet inkopen. Co-creatie is op basis van vrijwillige commitment binnen de mogelijkheden die men heeft. Men doet mee omdat men het voor zichzelf belangrijk vindt en erin gelooft. Ook de te verwachten wederkerigheid bepaalt men daarin zelf.

Binnen de context van het model van de menselijke complexiteit (Zie de tekening eerder in dit schrijven en het boek Sustainocratie, de nieuwe democratie) is creatie en co-creatie vooral een uiting en ontwikkeling van het “zijn”, de “ik ben” – identiteit. De deelnemers aan het proces ondergaan een leerproces door vanuit zingeving te handelen. Dit leerproces, dat zich ook uit in de professionaliteit van de deelnemers, is voor de betrokkenen essentieel om zich aan de waarden van een veranderende werkelijkheid te binden en de eigen identiteit eraan te koppelen. Dit doet men niet alleen wegens de mogelijke erkenning die men erdoor krijgt vanuit de omgeving maar vooral vanuit de innerlijke vreugde van het bijdragen aan iets belangrijks voor zichzelf.

Uit dit proces kunnen natuurlijk nieuwe producten, diensten en zienswijzen ontstaan maar gegarandeerd is dat niet. Wel leren we allemaal en tegelijkertijd wordt de omgeving er beter van in vele opzichten. Dat ziet men ook om ons heen omdat het co-creatieproces ons nu eenmaal zichtbaar maakt in een omgeving die geheel anders functioneert. Wij roeren in die maatschappij en daaruit ontstaat de vernieuwing.

Living Lab

AiREAS in Eindhoven heeft daarom de status van een Living Lab, met de nadruk op de co-creatieve menselijkheid van “living”. Alle betrokken partijen komen zichzelf tegen in dat proces, krijgen een innerlijke drang om zichzelf te overstijgen boven het gangbare uit en in de creatie vernieuwing te introduceren die hun eigenheid als talent en ondernemer of organisatie verder onderstreept. Het raakt de ziel van de onderneming, of het nu de overheid is, een multinational, een kleine zelfstandige of een gezinslid op de hoek van de straat. We kunnen over het algemeen stellen dat een crisis (zoals aangegeven in het complexiteiten model) altijd zal bestaan al gevolg van het uitmelken van onze cashcows en het beveiligen van de belangen door groeiende bureaucratie. Een persoon, bedrijf of maatschappij die niet compenseert met een duidelijke waardecreatie ontwikkeling zal uiteindelijk de crisis ervaren als losstaand geheel in plaats van een oplosbaar incident binnen een groter geheel. In een bos vallen ook bomen om, maar het bos blijft bestaan. In een materialistische economie zonder evenredige ruimte voor waardecreatie valt één boom om en zal het hele bos omvallen. Dat zien we nu ook gebeuren overal.

Geld verdienen

Zodra een creatie zichtbaar is geworden voor de omgeving dan ontstaat er een erkenning of een (soms tijdelijke) afwijzing. De droom voor de ondernemer, of co-creërende groep, heeft zich gemanifesteerd in de werkelijkheid en die werkelijkheid moet ermee om leren gaan. Soms snapt de omgeving het nog niet en gaat er tijd overheen voordat men de waarde van de creatie weet te waarderen in bijvoorbeeld geld, zoals nu gebeurd met de schilderijen van Vicent van Gogh. Of de President van Amerika in 1897 over de telefoon “een prachtige uitvinding maar waar dient het voor?”.  Vaak is het toch ook redelijk snel wereldveranderend, zoals is gebeurd met de i-serie producten van Apple of in vroegere decennia door Microsoft of Nintendo en vele anderen nog op product niveau. Nu praten we over integraal maatschappelijke transformaties die nog een tikje ingrijpender en complex zijn dan alleen het creerende succesvolle bedrijf.

Zodra een creatie gemeengoed is geworden dan wordt het materieel uitgemolken door de volgers die zelf niet het creatie talent hebben. Ook de mensen en organisaties die wél de creatie hebben waargemaakt kunnen hun materiële slaatje slaan uit hun werk door het te vermarkten. Dat is weer een kunst apart. Deze “marktleiders” hebben vaak de erkenning en zijn dan ook in materiële zin veel succesvoller dan de volgers (tussen 4 en 9 x winstgevender volgens enkele studies).

Stad van Morgen en geld verdienen

Stichting STIR laat dit geld-verdien-proces over aan de ondernemers en co-creërende partners. Het gaat ons om het creatie en co-creatieproces zelf, de ethische voeding van vooruitgang en een gezonde economie. Onze partners blijven eigenaar van hun eigen creaties en leerproces. Stad van Morgen schept alleen de omstandigheden om in de complexiteit van de huidige maatschappij en binnen de abstracte context van duurzame menselijke vooruitgang te experimenteren en het beste van elkaar te laten zien, zonder er facturen tegenover te stellen. Wij kopen geen producten maar benutten deelnemende talenten om tot integraal duurzame vernieuwing te komen op gebied van toegepaste innovatie. Het eigenbelang haalt de deelnemer er uiteindelijk zelf wel uit. Daarom ontstaat vaak een 1+1 > 2 in dit roerproces dat uiteindelijk leidt tot blijvende partnerrelaties, nieuwe economische impulsen, ook in de geldgedreven wereld door de meerwaarde die ontstaat en waar ook commerciële belangen aan kunnen worden ontleend.

Stichting STIR (Stad van Morgen) is eigenlijk een moderne vorm van integraal duurzame publieke R&D. De partners zelf financieren de processen vanut eigen vermogen. Het vermogen van STIR is de co-creerende verbinding. Behalve dat heeft de stichting geen eigen middelen.

Coöperaties

Specifieke complexe co-creatie processen die een concreet hoger doel nastreven, zoals AiREAS, worden daarom ondergebracht in een coöperatieve vereniging waarin bindende afspraken kunnen worden ondergebracht over eigendomsrechten en verdelingen. Deze komen voort uit de co-creaties die uiteindelijk al dan niet vermarkt kunnen worden. De coöperatie zelf speelt dan een essentiële rol maar ook elk van de leden die de co-creaties mogelijk maken.

Investeren in waardecreatie in Living Lab Eindhoven
Investeren in waardecreatie in Living Lab Eindhoven

Een van de problemen waar we dan tegenaan lopen is dat de meeste organisaties in een multidisciplinaire context, zoals een Sustainocratie, alleen een co-creatieproces willen ingaan als iemand er vooraf een budget tegenover stelt. Dan komen we in de wereld van subsidies en overheidsgelden terecht waardoor er een lastige discussie plaats vindt over eigendomsrecht, opdrachtgever/klant, wederkerigheid, aansprakelijkheden, als ook de sturende belangen van de overheid zelf. Door budgettering vooraf te eisen creëert men automatisch een hiërarchische verhouding van afhankelijkheden omdat men een materiële schuld aangaat. Het is dan nog maar de vraag of men tot echt iets nieuws komt want de verstrekker van de middelen stelt ook eisen vanuit een vooroordeel en economisch of risico belang vooraf. In Nederland is men vaak te risicomijdend om met risicokapitaal te durven werken. Daarnaast is risicokapitaal vooral bedoeld om geldbelangen aan te jagen. De voeding (zie tekening) die juist crisismijdend is en door de Stichting STIR (Stad van Morgen) wordt gevoed vanuit bewustzijn is juist die van ethiek en menselijkheid, de werkelijke waarden waar het om gaat.

Daarom werken we in de Stad van Morgen in eerste instantie zonder geld met uitzondering van wat vrijblijvend sponsorgeld voor de beperkte lopende kosten. In de coöperaties zoals AiREAS (EQoL, Stad-VERS, STIR, etc) werken we dan altijd met een nulbudget als uitgangspositie zodat er een transparante discussie komt over het doel of tussendoel dat we willen bereiken en wat we daar qua diversiteit aan middelen voor nodig hebben. Dan kan iedereen de belangen op tafel leggen, de middelen toekennen en beperkingen of zienswijzen kenbaar maken. Zo wordt altijd gezorgd naar een weg vooruit ook al is die via een slingerweg. Wat er verder uit de co-creatie coöperatie komt qua waarden is vooraf nog onduidelijk. Eenmaal gemanifesteerd in de werkelijkheid komen de belangen weer aan bod in de handel van de gecreerde en erkende waarden (economie).

Gemeenschapsgeld

Aan de andere kant rijst de vraag waar gemeenschapsgeld dan voor dient? Alleen voor infrastructurele en zorgstaat aangelegenheden in een economie? Alleen voor controle en bureaucratie? Of ook voor het faciliteren van complexe, onafhankelijke co-creatie? Zeker binnen een Sustainocratie geldt primair de duurzame menselijke vooruitgang in een regio. Is het dan ook niet logisch dat de gemeenschap zelf investeert in co-creatie door inzet van eigen middelen? Zijn die eigen middelen dan, behalve de aanwezige bevolking en haar diversiteit aan professionele initiatieven, ook het belastinggeld dat men inlegt? Het zijn boeiende vragen die ook co-creatief een antwoord verlangen.

In een Sustainocratie proberen we het co-creatieproces zuiver te houden door alle partners evenredig te laten investeren en daarna de eventuele producten en diensten die eruit voortvloeien te borgen in de coöperatie en via de leden. Maar de waarden die gecreëerd worden zijn veelal anders dan geld (zoals gezondheid, stabiliteit, veiligheid, enz). Geld wordt daarna weer door de verkoopkanalen verdiend en maatschappelijk belast. Niet alleen de producten en diensten die ontstaan hebben waarden maar het holistische eindresultaat en de aanpak zelf ook.

Door de gelijkwaardigheid aan de cocreatie tafel kan een ieder zijn of haar twijfels of vragen hierover kwijt en wordt gezamenlijk gezocht naar een geruststellende oplossing. Per slot van rekening willen we ons niet beperken door angst maar sterken door onderlinge oplossingsgerichtheid en vertrouwen.

Het vinden van transparant oplossingen samen vergt een uiting van verantwoordelijkheid en commitment van de partijen door middel van een lidmaatschap. Vaak is onduidelijk of het co-creatie belang of het uiteindelijke geldbelang de boventoon voert in de relaties. Dat blijkt gaandeweg. Ook is duidelijkheid hierin vaak strijdig met de gangbare regelgeving die co-creatie (nog) niet als maatschappelijke drijfveer erkent, uitsluitend de materiële kant van de relaties, via afhankelijkheden, risico’s en en aansprakelijkheden binnen een economie.

De grootste bijkomende uitdaging ten behoeve van holistische waardecreatie, naast het intense en vruchtbare maatschappelijk duurzaam co-creëren, is voor ons het proces om ruimte te scheppen door ook een gemeenschappelijk co-creatieproces te starten in de risicomijdende regelgeving en een verzuilde maatschappij van afhankelijkheden . Dit proces is nu al zichtbaar, ook bij de leden. Het gehele model is uiteindelijk een crisismijdend maatschappijmodel dat voor de hele menselijke wereld veel goeds kan brengen. En dat is ons heel veel waard.

Solidariteitsprincipe en gewetensbezwaar

In Nederland geldt het wettelijke solidariteitsprincipe dat wij allen meebetalen aan zaken zoals de gezondheidszorg. Alleen mensen die wegens religieuze overtuiging daar niet aan mee willen doen, omdat zij hun eigen lotsbestemming in handen van een hogere macht leggen, kunnen daar afstand van doen. Zij dragen niet bij aan het zorgsysteem maar zijn toch maatschappelijk solidair door een hoger belastingtarief te betalen. Op zich is er niets mis mee dat er vanuit algemene solidariteit een norm van gelijkwaardigheid is ingesteld. Wat wel mis blijkt is dat die solidariteit alleen via geld aan een wild groeiend zorgsysteem is gekoppeld. Dit systeem is weer structureel onderdeel van een geldafhankelijke consumptiegedreven economie. En deze economievorm blijkt aantoonbaar vervuilend en schadelijk voor de mens en haar natuurlijke omgeving.

Het doet zich dus enerzijds voor dat de zorglasten van deze economie de pan uit rijzen en deze lasten via het solidariteitsprincipe over de rug van de bevolking een exponentiële groei doormaken. Daarentegen zijn er steeds meer mensen die geen religieuze maar ethische bezwaren hebben tegen de manier waarop de consumptie-economie de aarde en de mens kapot dreigt te maken. Het grote overheid systeem is echter ingericht op basis van deze economie en zal zich niet meteen geroepen voelen om het aan te pakken want deze zit te complex in elkaar. De consequenties zijn gigantisch en veroorzaken een groeiende maatschappelijke en economische onstabiliteit waar geen solidariteit maatstaven meer mee te verenigen zijn. Solidariteit mag niet automatisch betekenen dat de overheid een vrijbrief heeft om de lasten te blijven verhogen en die als maatschappelijke verplichting op de leggen zonder ingrijpende alternatieven te aanvaarden. Dat is dan geen solidariteit meer maar systeemdictatuur.

De zelfbewuste kritische bevolking is daarentegen zeer goed in staat om alternatieven te bedenken en te introduceren die wél ethisch verantwoord zijn volgens de inzichten van vandaag. Men wordt echter door het solidariteitsprincipe tegenhouden, op onterechte kosten gejaagd en gedwongen mee te blijven doen waar men morele gewetensbezwaren tegen koestert. De zelfbewuste en participatieve bevolking ziet namelijk in dat de zorgtaak die de overheid op zich heeft genomen (en die de bevolking destijds uit handen heeft gegeven) helemaal niet bij de overheid thuis hoort. Gezondheid is primair een eigen verantwoordelijkheid en zorg iets dat prima lokaal te regelen is met relatief weinig middelen als daaraan een sterke sociale cohesie aan wordt gekoppeld. Kortom men wil weer steeds meer zelf doen, zelf organiseren en zelf verantwoordelijkheid nemen.

Wie moet nu solidair zijn met wie? De zelfredzame burger die de overheidsfinanciën en structuur moet helpen waarborgen met middelen? Of de overheid die zelfredzaamheid dient te faciliteren en aanvullen? Het is een impasse tussen twee wereldbeelden, de een dominant in uitvoering en de andere  ethisch gemotiveerd. Hoe gaan we hier mee om?

De overheid heeft ooit de wet van solidariteit gemaakt maar heeft niet kunnen voorzien dat het betreffende maatschappijmodel zelf ter discussie kon komen te staan. Solidariteit aan de medemens is een maar dat dit via het regerende geldsysteem tevens impliciet de solidariteit betekent met het in verval geraakte maatschappijmodel gaat voor steeds meer mensen te ver. Men wil de extra lasten niet betalen die ontransparant over de schutting worden gegooid terwijl de essentie van ons bestaan als kostenpost wordt verkocht in plaats van een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid.

Het geweten is er om ethische vraagstukken te verantwoorden en duidelijke keuzes te maken. Deze zijn dan niet religieus maar bestaansrechtelijk. Als dan ook blijkt dat vanuit die bezieling men geheel nieuwe zorgstructuren kan bedenken die wel voldoen aan de holistische criteria van ethiek dan kan en mag de overheid haar eigen oude model niet af blijven dwingen.De overheid dient dan solidariteit te tonen voor de integrale vernieuwing van de maatschappij, vanuit de maatschappij zelf, vanuit de bevolking zelf. Men is niet in gebreke door niet mee te willen betalen aan systemen die men verwerpelijk vindt, als men zelfstandig een redelijk alternatief introduceert waar de medemens ook mee bediend wordt, gelijk of misschien zelfs beter dan in het oude systeem.

Maar dan komen we in conflict met de huidige democratische rechtstaat. De centrale overheid heeft de electorale macht om over het regerende zorgsysteem te besluiten en zo ook over de geldelijke solidariteit van de bevolking verlangen. Men heeft via datzelfde principe de mogelijkheid om zelfs nieuwe initiatieven te blokkeren door solidariteit te eisen via de belastingen. De verplichtingen van verzekeringen, belastingen, eigen risicos, enz dwingen de bevolking haast wel tot het nemen van het heft in eigen hand. De overheid dient los te laten aan de solidariteitsnorm uitgedrukt in geld en aanvaarden dat mensen solidair naar elkaar kunnen zijn zonder tussenkomst van de overheid. Dat betekent tevens dat de overheid de inkomsten gaat missen die het nu de bevolking oplegt maar daar staat tegenover dat de lasten van de overheid ook beduidend verlagen omdat ze uit het overheid circuit worden gehaald. Dat gaat natuurlijk ten kosten van de huidige machtsposities en institutionele lobbies vanuit het eigenbelang in verzekeringsmaatschappij en grote zorginstellingen. Maar deze zullen toch omvallen als het grootste deel van Nederland haar huidige zorglasten niet meer kan of wil betalen.

Kortom, solidariteit mag niet beperkend werken middels een gewetenloze en belastende  kostenpost en dwangmaatregel. Het dient een maatschappelijk gedragsontwikkeling te zijn die de vrijheid geniet om vanuit ethiek zich vernieuwend te manifesteren  door het gemeenschappelijk belang te dienen met alternatieven. Daar gewetensbezwaren nu nog beperkt zijn tot religie met een solidariteitsbeginsel vertaalt in geld zijn wij toe aan een grondwettelijke discussie en verandering. Voorafgaand aan rechtsfilosofie en jurisprudentie kunnen experimentele initiatieven toegestaan worden in een overzichtelijke omgeving, gebied om zo als maatstaf te gaan dienen voor de schaalvergroting van maatregelen.

Jean-Paul Close