In regio Brabant zijn we steeds op zoek naar icoon-projecten, ofwel betekenisvolle projecten met pit, karakter, uitstraling en aantrekkingskracht. Dit dient passend te zijn in het gedachtegoed van co-creatie rond kernwaarden zoals bijvoorbeeld de Health Deal die we samen aan het formuleren zijn.
Een van de grootste uitdagingen waar ook deze regio voor staat is huisvesting binnen de context van samen-redzaamheid. Stad van Morgen kan zich goed vinden in de filosofie van 75 jarige architect Aad Breed. Deze bestaat uit fundamenteel een aantal algemeen aanvaardde principes:
De wereldbevolking groeit nog steeds en deze groei (en bestaande bevolking) heeft behoefte aan een woning, voeding, water, en gezonde leefomgeving.
De mensen trekken naar steden wegens de schijnovervloed die een aantrekkingskracht heeft, maar ook omdat in ruimtelijk opzicht de stad de beste mogelijkheden biedt tot efficiënte samenleving en diensten.
De mens heeft echter ook betrokkenheid nodig bij de invulling van de eigen behoeften.
Het speculatieve kapitaalsysteem is uit de tijd en veroorzaakt gigantische vervuiling, armoede, vluchtelingen en vele andere problemen. De steden die uit dit systeem zijn ontstaan of doorontwikkeld zijn asociaal, duur, kwetsbaar, gevaarlijk en niet (meer) bestand tegen de eisen van deze tijd.
In de Stad van Morgen is het basisvermogen in een gebied de mens met haar de inzet, bewustzijn en creativiteit
De Stad van Morgen wordt dan ook door multidisciplinaire cocreatie, Sustainocratie, gebouwd of getransformeerd, niet door projectontwikkelaars of banken.
We zijn steden aan het transformeren maar gaan er nu ook een bouwen!
De Piramide Stad
Deze heeft inderdaad de vorm van een piramide maar wordt ook gerealiseerd vanuit het Piramide Paradigma van 4 x winst (maatschappelijke, ecologische, gebruikers en economische winst).
Vier van deze vierkantjes kunnen worden gecreëerd op een oppervlakte van 200 m2 en huisvesten 1000 mensen per vierkant in ruime 4 persoons-woningen. Men kijkt altijd uit over een veld zo groot als een voetbalveld waar men zelfvoorzienend producten kan verbouwen of recreatie kan beoefenen. Verderop kijkt men naar de immense natuur van enkele kilometers die de piramide omringt.
Binnen in de piramide zitten de algemene voorzieningen, zoals afvalverwerking, energieopwekking, zorgsystemen, verbindende transport elementen, enz. Op de laagste laag wordt voedsel volgens de modernste technieken verbouwd. Daar bevinden zich ook winkeltjes en diensten. De hele gemeenschap is betrokken bij de waardecreatie en verdeling ervan onderling. De hele stad is samenvoorzienend in een circulaire economie en waardesysteem.
Deze piramidestad wordt opgebouwd door de huidige lokale werklozen en eventuele vluchtelingen. In 3 jaar tijd is het gereed en krijgt elke deelnemer 1 lastenvrije woning volgens eigen specificatie en positie. Maar men heeft 3 keer zoveel gebouwd. Die overvloed wordt verkocht of verhuurd en de extra middelen zorgen voor de aflossing van de investering en een basisinkomen voor de oorspronkelijke bouwers die tegelijkertijd zorgen voor de productiviteit in en rond de piramide.
Op een oppervlakte van Eindhoven kunnen zo 12 Miljoen mensen worden gehuisvest in cohesie en samenhorigheid met minimale ruimtelijke belasting en overvloed aan natuurlijke bronnen erom heen.
Beginnen met een kleine piramide op een oppervlakte van enkele 100den vierkante meters kan een icoon worden voor de regio, een proof of principle voor een nieuwe manier van huisvesting en participatie maatschappij.
Op 5 maart werd ik gevraagd om tijdens Proeftuin Houten uit te leggen hoe Sustainocratie functioneert door middel van de Stad van Morgen voorbeelden FRE2SH en AiREAS. De middag was multidisciplinair co-creatief opgezet door betrokken Houtense mensen van verschillende achtergrond. Persoonlijk voel ik mij bij het Houtense proces van verduurzaming betrokken dankzij de warme ontmoeting met Houtense wethouder Jocko Rensen vorig jaar toen hij de moeite nam om naar Eindhoven te komen om de energie te proeven van de multidisciplinaire co-creatie van ons. Marc Faber is burger in Houten en is al sinds het prille begin betrokken bij de processen van de Stad van Morgen. Door het bestuurlijk contact kon ook een link worden gelegd met Marc als potentiële lokale sustainocraat. Uiteindelijk kan ik zelf onmogelijk verantwoordelijkheid nemen voor sustainocratische processen in Houten. Dat dient lokaal te gebeuren, door mensen uit Houten zelf en volgens de prioriteiten van en energie in de regio. Sustainocratisch Eindhoven en ikzelf kunnen hooguit inspireren en onze ervaring ter beschikking stellen over de kaders en werkwijze van het niveau 4 eco-systeem maar de inkleuring en innovatie moet 100% lokaal ontstaan.
Burgemeester Wouter de Jong van Houten en een van de organisatoren doen de aftrapEen intensief programma vol Houtens initiatieven
Tot mijn verrassing was een intensief middagprogramma georganiseerd met betrokkenheid van het voltallige bestuurlijk team van Burgemeester en Wethouders die de hele middag aanwezig waren. Heel transparant en openhartig werd met elkaar de verbindende dialoog opgezocht met boeiende presentaties van een grote diversiteit aan vernieuwing.
Mijn eerste opvolg contact met Houten, na het bezoek van de wethouder aan Eindhoven, was de Krachtfabriek geweest en kennismaking met Houten Kantelt, de eerste een initiatief om mensen met een arbeidsprobleem een plek te geven om zich weer zelfstandig en onder begeleiding te ontplooien middels workshops, gefaciliteerde creatieprocessen, enz. Deze krachtfabriek bevond zich ergens in een verlaten schooltje in een wijk en had nog geen prominente plek in Houten maar gaf wel de positieve energie weer van een ontkiemende beweging die op gang kwam. Houten Kantelt was initiatief van Hendrik Jaap Batenburg die allerlei verduurzamingslijnen samen trachtte te laten smelten, een beetje zoals Stad van Morgen dat trachtte te doen in 2009.
Nu, een jaar na die kennismaking, constateer ik tot mijn grote genoegen én verrassing dat die beweging uitgegroeid was tot een bruisende diversiteit van initiatieven op alle fronten van aandacht. Het enige wat ik nog miste was die duidelijk verbindende rol van multidisciplinaire cocreatie richting natuurlijke kernwaarden. De kernwaarden waren in gefragmenteerde vorm alom aanwezig maar vormden nog geen geheel. Dat is ongetwijfeld de volgende stap. De proeftuin fase gaf ruimte aan het ontstaan van een diversiteit aan initiatieven, de zogeheten bewustzijn-gedreven creatie, allemaal op zichzelf staand, kwetsbaar maar ook allemaal even passievol en gedreven neergezet.
Hendrik-Jaap, initiatiefnemer van Houten Kantelt presenteert de portal HIP van Houten waar alle initiatieven zich kunnen verzamelen
Dat bleek ook tijdens de sessie van Annette de Vries die de uitdaging poneerde dat in 2018 20% van alle voedsel dat in Houten wordt geconsumeerd ook lokaal wordt geproduceerd. De meningen waren meteen verdeeld. De spanning tussen benodigde massaproductie om een stad te bedienen en de kleinschaligheid van samen-redzaamheid leidde al snel tot veel discussie en stellingnames die niet tot verbinding kwamen. Op het einde kwam rust toen ik de FRE2SH aanpak verbond met multidisciplinair samenwerken vanuit het hogere doel van samen-redzaamheid in een breder perspectief dan alleen de gefragmenteerde werkelijkheid van voedsel. Door verschillende belangen te combineren onder een regional cocreatie paraplu konden ook investeringen worden geoptimaliseerd en energie worden gebundeld dat elkaar niet bijt (bijvoorbeeld voedsel productie en recreatie met mobiliteit). De gedachten om dit alles met alle stakeholders samen in een coöperatieve vereniging te organiseren rondom een Sustainocraat en met directe betrokkenheid van de 4 x O’s: overheid, onderwijs, ondernemers en omgeving (mens en natuur) bleek de groep te inspireren.
De weg van de goede intenties naar een zichzelf voedend gebied
Dit multidisciplinaire proces kwam ook weer ter sprake tijdens de ontmoeting met de burgemeester en wethouder. De zorgpunten waar de bestuurders mee worstelen zijn vaak gebiedsoverstijgend waardoor de vraag gesteld wordt waar de verantwoordelijkheid in eerste instantie genomen dient te worden? Ik vertelde hen dat we dit in Eindhoven ook hadden doorgemaakt toen het over luchtkwaliteit ging. Zelf verantwoordelijkheid nemen op stadsniveau voor het aandeel van het probleem dat de stad toekomt maakt de onderhandeling met de omgeving veel krachtiger. Die opvatting was in Eindhoven doorslaggevend geweest om bestuurlijke steun te krijgen voor AiREAS. In feite zien we dat maatschappelijke innovaties ergens in de maatschappij ontstaan en pas doordringen tot de lokale bestuurlijke werkelijkheid als tastbaar bewijs zichtbaar wordt. De stad is daarom vaak de eerste graadmeter van structurele verandering waarna de hoger gelegen hiërarchie pas aan de beurt komt. Voor passievolle bestuurders is het vaak lastig om de balans te vinden hierin, zeker als men posities in alle bestuurslagen heeft bekleed. Zo wilde de wethouder mijn positie als verbindend Sustainocraat op niveau 4 gebiedsontwikkeling verwarren met “ego” in plaats van initiatiefnemer. Dat is een logische redenatie van iemand die gewend is om een bestuurlijke rol in een hiërarchie te spelen en nu bewust moeite doet om op de achtergrond te treden waardoor er maatschappelijke ruimte ontstaat voor zaken zoals de proeftuin. Zo’n ruimte heeft echter alle tendens om uit te monden in chaos als er geen nieuwe richting de ruimte in beslag neemt. Die richting wordt in Sustainocratie bepaald door de natuurlijke kernwaarden: gezondheid, veiligheid, samenredzaamheid, basisbehoeften (voedsel, water en lucht) en zelfbewustzijn. Deze kernwaarden zijn een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van allemaal samen. Daarom ontstaan de dynamische clusters die voorgezeten worden door de lokale Sustainocraat om zo het noodzakelijke gevoel van gelijkwaardigheid te krijgen.
De wethouder wordt zo partner aan de cocreatie tafel en niet de sturende factor. Het is dan gemakkelijk de Sustainocraat te verwarren met een nieuwe bestuurlijke rol in plaats van vertegenwoordiger van een kernwaarde als hoger gemeenschappelijk doel. Dat is een leerproces van loslaten en het laten ontstaan van een nieuwe rolverdeling waar we allemaal doorheen gaan, overal.
Houten is rijp voor een fundamentele keuze vanuit innerlijke waarden die de robuustheid en onderbouwing van de identiteit van Houten de komende decennia gaat bepalen. De Sustainocratische kernwaarden geven richting waar bijvoorbeeld Gezond Houten een geheel eigen invulling aan geeft dat proeftuin overstijgend is. Binnen dat kader constateerden we samen twee innovatiestromen waar multidisciplinair innovatief op kan worden ingezet:
Houtense AiREAS: Luchtkwaliteit, gezondheid en mobiliteit
Basisinfrastructuur voor meten lokale luchtkwaliteit
Incubator Houtense innovaties voor betere lucht en mobiliteit
Verbinden van Houtens initiatieven op gebied van sport, roeiwedstrijd, activiteiten met ouderen
Het nieuwe werken, flexplekken, distributie, enz
Houtense FRE2SH: Samen-redzaamheid in integrale productiviteit basisbehoeften en kwaliteit van leven (water, voedsel)
Voedselbehoefte verbinden aan lokale productiviteit
Ruimtelijke organisatie afstemmen op basisbehoeften voedsel, water
Innovatie richten op circulair gebruik (afval) enz
Houten is ook klaar om met elkaar een of meerdere icoon-projecten te starten die de uitstraling van Houten bepalen voor de toekomst en de cohesie onderling smeedt door het creatievermogen dat ontstaat te verbinden aan een inspirerende ruimtelijke structuur. Daarom vind ik Houten een echte Stad van Morgen met alle ingrediënten die nodig zijn om kwetsbaarheid om te zetten in eigen kracht.
Dit klinkt dramatisch maar in essentie is het waar het in de huidige wereldorde om gaat. Wij hebben een wereldeconomie gecreëerd dat handelt in dode dingen waar we allemaal veel waarde aan hechten. Wij mensen kleden ons met dode materialen, eten gedood voedsel, wonen in dode stenen huizen en maken levende dingen dood om er de vele producten van te maken waar wij ons mee omringen. Er wordt aangedrongen op een groei-economie omdat we al die dode dingen een economische waarde hebben gegeven en er een sport van maken om de waarde zoveel mogelijk te optimaliseren door ermee te handelen. Een groei economie heeft derhalve behoefte aan veel meer dode dingen en speculeert ermee door een psychologisch gevoel van tekort te veroorzaken in de menselijke mentaliteit van hebzucht.
De complexe dualiteit van de mens geeft ons een keuze
Door deze focus op dode dingen is onze aandacht verdwenen over de essentie van alles, het leven. Niet voor niets worden wij mensen nu gezien als 6e oorzaak van massavernietiging van het leven op Aarde sinds het ontstaan van onze planeet. Dit intense drama speelt zich onder ons af en is zichtbaar door de vele vluchtelingen, armoede en vervuiling in de wereld. Wij hechten zoveel waarde aan deze economie van de dood dat we het leven erbij laten. Maar de mens heeft een keuze. Kiezen wij voor het leven? Of de dood? Welke rol speelt Eindhoven of Nederland in deze? Welke beweging ontstaat er in de wereld? Wat doet de Stad van Morgen?
Inspirator: Jean-Paul Close
Locatie: Fontys Hogeschool te Eindhoven, Rachelmolen 1, lokaal 0.13
Voor dit jaar hebben we besloten om de STIR avondinspiratie sessies te oriënteren rond praktische zaken vanuit Sustainocratie, de kernwaarden gedreven participatiemaatschappij. Deze keer, op verzoek van deelnemers, gaan we in op de vraag:
`Hoe verbind ik met een onbekende?`
In Sustainocratische processen is dynamisch clusteren voor projectmatige multidisciplinaire samenwerking essentieel. Constant komen nieuwe gezichten en talenten in beeld die al dan niet zich verbinden aan de gemeenschappelijke uitdagingen. Hoe gaan we daar mee om? Hoe gaat dat in zijn werk? Hoe blijven de verhoudingen in tact en wanneer valt een band weer uit elkaar?
De inspiratie wordt ingeleid door Jean-Paul Close, initiatiefnemer van de Stad van Morgen en Sustainocratie, de verbinder van vele 1000-den mensen en instanties.
Deelname is geschikt voor iedereen. Even aanmelden aub.
De STIR avondinspiratie van 20 januari stond in het teken van de consequenties van niveau 4 gebiedsontwikkeling, ofwel Sustainocratie. Bij de vraag wat dit nu betekent voor alle belangenpartijen (overheid, bedrijfsleven, wetenschap, burgers, de andere niveaus, het wettelijke systeem of het geld) kwamen we al snel allereerst op het voorbeeld van participatief onderwijs dat we toepassen in het Erasmus+ programma met Turkse jongeren en ook neer trachten te leggen bij het Nederlands onderwijs.
Erasmus+ groep uit Turkije
Participatief onderwijs gaat uit van betrokkenheid bij de ontwikkeling van de Sustainocratische kernwaarden in de maatschappij. Door de leerweg van een beroepskeuze uitnodigend toe te passen in een concrete en reële alledaagse uitdaging worden de jongeren geraakt waardoor ze in enkele dagen leren en borgen wat in cognitieve overdracht jaren duurt of zelfs nooit plaats vindt. Dit (levenslang) leren door participeren verlangt een geheel andere leeromgeving en begeleiding dan het traditionele klassikaal verblijf. Het gaat namelijk niet primaire om de theorie maar de praktische toepassing ervan voorafgaand aan het leerproces. De onderwijzer wordt coach in een productief lerende omgeving. Daarin kunnen tegelijkertijd verschillende leerwegen samenkomen die elk de ruggespraak met een of meerdere docenten verlangen. Als voorbeeld nemen we de jongeren uit Turkije die gevraagd worden te helpen in onze communicatie met de Turkse gemeenschap in Eindhoven. De jongeren projecteren de hulpvraag op hun studierichting en passen die toe door iets te creëren, zoals een website, posters, een theatershow of presentatie. In korte tijd leren ze omgaan met de technieken, de maatschappelijke uitdaging, de praktijk issues in verschillende landen en zichzelf positioneren in deze werkelijkheid met eigen talent, inzicht, motivatie en waarde gedreven inzet.
Theoretiseren gebeurt met terugwerkende kracht, verbindend met daadwerkelijke beleefde ervaringen. Zo bereiken we een ongekend patroon van waardengedreven kennisontwikkeling maar ook commitment aan maatschappelijke uitdagingen.
Burgerschap
“De jeugd staat relatief onbevooroordeeld open voor nieuwe kennis en vaardigheden”, suggereerde iemand die aanwezig was. Toen kwam de vraag hoe we andere en oudere burgers mee kunnen krijgen in dit soort waardecreatie processen? Dit was een boeiende kwestie omdat het alle verhoudingen raakt van een mens in relatie tot de omgeving en dat wat men verwacht van burgerschap in de diversiteit van paradigma’s waar we op verschillende niveaus waarde aan hechten. En wat motiveert mensen? In een economisch gedreven speculatieve omgeving gaat het vooral om geld en de afhankelijkheid daarvan. Iemand meekrijgen in waardecreatie verlangt een positieve prikkel én beloning. Beloning wordt zeker niet altijd in geld uitgedrukt maar in wederkerigheid.
De Turkse studenten werden bijvoorbeeld beloond met inzichten, kennisontwikkeling en praktische vaardigheden. Maar voor de gemiddelde burger is dat niet zo. Mensen die geen financiële zorgen hebben, zoals degenen met een pensioen of een uitkering zijn geneigd een zinvolle daginvulling te zoeken in de wereld van vrijwilligers werk. De beloning is dan de dagbesteding en de relatie met andere mensen of situaties.
Maar mensen die financiële verplichtingen hebben zijn minder geneigd mee te doen met maatschappelijke waardecreatie omdat er geen beloningsstructuur tegenover staat waar men wat mee kan rond deze verplichtingen. De kernwaarden zelf zijn niet te koop en vergen bewustzijn en cocreatie. De beloning van een gezonde levensstijl en leefomgeving betaalt niet de hypotheek in handen van vastgoed gedreven manipulatie noch eten uit de supermarkt.
Men wordt dus aangestuurd door de geldgedreven belangen. Sociale innovatie is daarom beperkt mogelijk. Alleen bijvoorbeeld als het valt binnen de economische sfeer zoals verandering in consument keuzes, waarbij prijs nog altijd sturend blijkt. We zien daarbij ook dat een belangrijk deel van het bestaande beloningssysteem bijdraagt aan de problemen, niet de oplossing. Denk aan de vervuiling van woon werk verkeer.
Dit brengt ons op de behoefte aan een nieuw waardesysteem dat participatie in waardecreatie opvangt.
De optie van twee waardesystemen
Met een enkel waardesysteem, de Euro, dat zich heeft ontwikkeld tot speculatief systeem, wordt waardecreatie niet beloond. Het wordt vaak zelfs gezien als risico omdat innovatie de gevestigde orde ter discussie zou kunnen stellen. Dat hoort namelijk bij verandering. Door een andere (lokale) waarde-eenheid te introduceren, die de transitie vorm geeft vanuit kernwaarden, dan zien we dat, wanneer de handel terugvalt de creativiteit toeneemt en andersom, wanneer de handel toeneemt komt creativiteit in verval. Beide systemen vullen elkaars gaten waardoor een harmonieuze samenhang kan ontstaan.
Als men niet met een duaal waardesysteem wil werken dan dient men de resultaten van speculatie evenredig te belasten om zo waardecreatie (niet de bureaucratie) te voeden. Dat is vaak lastig omdat speculatie te maken heeft met hebzucht en machtsbelangen die zich niet zomaar laten belasten en eerder een lobby vormen om dat juist niet te doen.
Dat brengt ons op ondernemerschap. Het gros van het huidige ondernemerschap voegt geen waarde toe maar handelt speculatief met waarden die elders zijn gecreëerd. Men speculeert door te concurreren. Deze marktconfrontatie zorgt voor waardeonttrekking in de keten zodra er meer dan 2 concurrenten optreden in een marktsegment. Belangrijker is de creatieve waarde van disruptieve innovatie van het bedrijfsleven, ofwel het creëren van iets totaal nieuws dat zich laat stimuleren door aandacht voor onze kernwaarden. Dit is de basis voeding van een harmonieuze economie, niet groei. Groei is slechts een natuurlijke bevestiging van ruimte en aandacht.
Waarde gedreven ondernemerschap kan nooit alleen verantwoordelijkheid nemen. Dat dient in de context geplaatst te worden van onze collectieve verantwoordelijkheden. Dat noemen we multidisciplinair, context gedreven ondernemen, ofwel het piramide paradigma of 4 x winst model.
Het brengt ons automatisch op multidisciplinaire cocreatie als waardecreatie systeem met faciliterende aandacht van de lokale overheid.
De overheid is de volgende die de consequenties aanvaardt. In plaats van zich duaal te richten op infrastructuur ontwikkeling, belasting inning en bureaucratische regelgeving, wordt het partner in haar eigen maatschappelijke cocreatie rond menselijke kernwaarden. Dat vergt een grote omslag daar de overheid de laatste decennia de aandacht vooral heeft gevestigd op economische groei met steun en stimulans van speculatie, met bankbelangen, in plaats van harmonisering en vernieuwende ideeën.
“Niet top down, niet bottom up, maar allemaal tegelijk!” was de boodschap van een van de betrokken wethouders. Zeggen is een, vormgeving en deelname is iets heel anders.
Financiële modellen staan ter discussie en verlangen creatieve innovatie. Nu wordt de overheid nog gefinancierd vanuit BTW (consumeren), IB (contract arbeid) en VB (winstgevend speculanten) met wat gasbaten (9%). Dit model voedt het probleem van de maatschappelijke onbalans. Loslaten kan de overheid niet want alles is gestoeld op dit inkomstenpatroon. Er dient dus iets nieuws te ontstaan waardoor de overheid mee kan opbouwen aan de vernieuwing terwijl het oude wordt afgebouwd. Datzelfde geldt ook voor het bedrijfsleven, de zekerheden van de bevolking, het onderwijs enz. Ook het juridische systeem kan op de schop omdat het modellen in stand helpt houden die uit de tijd zijn, inclusief justitie zelf. Denk aan de solidariteit wetgeving die participatie in zorg uitsluitend uitdrukt in geld in plaats van zorg voor elkaar.
Tot slot zien we dat de doorbraak tot niveau 4 gebiedsontwikkeling voortkomt uit de aanwezigheid van de eerste 3 niveaus, inclusief slimme hulpmiddelen en prikkels voor innovatieve ontwikkelingen. Maar als niveau eenmaal is bereikt dan stelt de kernwaarden gedreven werkelijkheid de onderliggende structuren weer ter discussie omdat ze meestal niet voldoen aan de nieuwe context van niveau 4. Kijk bijvoorbeeld naar de plannen rond de luchthaven van Eindhoven. Maar verandering brengt nieuwe werkgelegenheid, betrokkenheid en inspiratie.
Vanuit de context `health deal` ontstaat een geheel andere mobiliteit dan toen `economische groei` voorop stond. Alles staat ter discussie.
Conclusie
De consequenties van Sustainocratie zijn gigantisch en alles omvattend. Door de evolutie naar niveau 4 van gebiedsontwikkeling ontstaat een geheel nieuwe onderlinge relatie tussen mensen, instanties, middelen en betrokkenheid. Er ontstaat een vibrerende gemeenschap waarin alles kan mits het bijdraagt aan de duurzame ontwikkeling van onze kernwaarden.
Met dank aan LinkedIn en de TED contributie van een onderzoek Psychologe van Harvard, Amy Cuddy, hebben we nu een boeiend idee hoe men bij een eerste ontmoeting naar een ander kijkt.
Bij een ontmoeting gaat dit natuurlijk op aan beide kanten. In een wereld van economische belangen vertaalt `vertrouwen` zich al snel in een innerlijke vraag `gaat deze persoon iets van mij wegpakken?´. In intercultureel onderzoek van de Stad van Morgen rond de `angst voor de ander` is dit een prangend aspect dat de sociale relaties met migranten vaak in de weg staat. De Nederlander staat bekend als iemand die een ander op straat scherp aankijkt. Een andere cultuur heeft daar moeite mee. Het enige wat de Nederlander wil is een korte groet. Dit wordt ervaren als een teken van `ik ben te vertrouwen` waardoor de angst of twijfel verdwijnt en de aandacht onmiddellijk verslapt. Men zoekt geen contact maar het wegnemen van onzekerheid. In andere culturen is `elkaar negeren` ook zo´n aspect met de achterliggende gedachten dat `als ik laat blijken dat iemand voor mij niet bestaat dan is het ook geen gevaar tenzij anders blijkt´.
In de Stad van Morgen doen we aan dynamisch en multidisciplinair clusteren van mensen en instanties rondom processen van waardecreatie. Clusteren rond samenwerking en innovatieve productiviteit ontstaat pas als men zich verbindt aan de uitdaging. Vaak komen mensen of bedrijven binnen met de uitstraling `ik kom halen wat er te halen valt´ in plaats van `ik kom helpen om iets van waarde te creëren´. De eerste groep is niet in staat te verbinden en de tweede juist wel.
De eerste groep heeft zich sterk afhankelijk gemaakt van economische belangen, vaak door verplichtingen zoals een hypotheek of maandelijkse lasten, of de druk van een acquisitie/geld gedreven instelling. Zulke mensen en instanties komen niet ver in de Stad van Morgen omdat men onbetrouwbaarheid uitstraalt door gebrek aan verbinding en de focus op korte termijn financieel resultaat zonder bij te dragen aan het waardecreatie proces waaraan het financiële resultaat kan worden ontleend. In feite ontstaat dan waarde-onttrekking, hetgeen de basis blijkt van alle politieke-economische en sociale problemen van deze tijd.
De tweede groep straalt betrouwbaarheid uit door zelfvertrouwen en betrokkenheid bij een waardengedreven proces. Zij verbindt wél en in de multidisciplinaire context krijgt toegang tot de middelen die vrijgemaakt worden om het waardecreatieproces vorm te geven. Men verdient dus twee keer, de eerste keer door betrokkenheid en de tweede door het uitvergroot proces van gecreëerde waarden.
Dynamisch clusteren in de Stad van Morgen draait dus om de energie van de eerste indruk in wederzijdse zin. Als vertrouwen er niet is dan ontstaat er geen band en als vertrouwen geschaad wordt dan loopt een cluster de kans om uit elkaar te vallen. In een werkelijkheid waarin we allemaal door de Staat tot een schuldsituatie gedwongen worden is de Staat de eerste instantie die betrouwbaarheid problemen heeft waardoor sociale cohesie alleen mogelijk blijkt als men zelf anders in de werkelijkheid gaat staan dan de huidige Staat opdraagt. “Het falen van de Staat” is een werkstuk dat draait om de band tussen de gemeenschap en de individu. Als deze band verdwijnt door gebrek aan onderling vertrouwen en respect dan is er geen gemeenschap meer.
De grote maatschappelijke omslag is er dus een op basis van vertrouwen en die kan alleen worden bereikt als we doorbreken in de productiviteit van een participatiemaatschappij (sustainocratie – niveau 4 gebiedsontwikkeling) waarin de Staat faciliteert en de waarden onderling worden gecreëerd en verdeeld in plaats van geroofd door bank en overheid met apathie of anarchie tot gevolg. Multidisciplinaire cocreatie is de weg vooruit en de eerste krachtige voorbeelden zijn zichtbaar geworden in AiREAS, FRE2SH en STIR Academy. Het warme gevoel overheerst en zorgt ervoor dat het groeit alsof we bezig zijn met onze eigen maatschappelijke klimaatverandering.
Introductie: In de hele wereld ontwikkelen gebieden zich met de intentie van burgerparticipatie. Dat kan op twee manieren worden uitgelegd:
1. De burger mag meepraten maar de bestuurlijke hiërarchie is de baas.
2. Zowel bestuur als burgers leven zich in in kernwaarden en nemen samen verantwoordelijkheid.
Dit laatste is waar het college over gaat. Wat betekent dit voor een gebied, de bestuurders, ambtenaren en burgers of ondernemers. Wat betekent dit voor het onderwijs?
De provincie Noord Brabant heeft in haar beleid “de gezonde leefomgeving” opgenomen. Op 2 september kwam een groepje betrokken mensen bij elkaar om hierover van gedachten te wisselen daar de provincie formeel een programma wil opstellen voor de komende 6 jaar.
Stad van Morgen mocht ook haar prikkelende visie en aanpak presenteren daar deze stichting gezondheid als basisvoorwaarde stelt voor een stabiele, vooruitstrevende maatschappij. De essentie van de Sustainocratische boodschap van de Stad van Morgen is dat voor de verantwoordelijkheid rond menselijke kernwaarden, waar gezondheid onder valt, wij een nieuw bestuursmodel nodig hebben voor zowel de stad, de provincie als het hele land. Het goede nieuws is dat we er in Brabant al 5 jaar mee experimenteren, en met succes.
Hieronder treft u de tekst en enkele slides van de presentatie:
Slide 1 van 15:
Mijn naam is Jean-Paul Close. Ik ben de grondlegger van Sustainocratie. Dat is een nieuwe democratie die gebaseerd is op echte menselijke kernwaarden, zoals onze gezondheid, kwaliteit van het leven, goede voeding en onze productieve relatie met de natuur.
Maar ook de gezonde manier van het aansturen van onze maatschappij.
Slide 2:
In Brabant experimenteren we hier al mee sinds 2009 via de Stichting Stad van Morgen. Na 5000 jaar maatschappij geschiedenis zien we hoe pervers steden omgaan met besluitvorming rond menselijke kernwaarden. Steden zijn namelijk nooit bedacht vanuit duurzame menselijkheid, milieu of gezondheid……
Slide 3:
….maar altijd vanuit verdediging, uitbuiting, speculatie en handel. De stad is daarnaast uiterst kwetsbaar omdat het structureel afhankelijk is van goederen van buiten de stad. Goederen zijn “waarden” die men koopt met geld. De stad speculeert met gebouwen, grond en handel uit belastbaar geldbelang. De politiek van geld en economie staat zo bestuurlijk centraal, de mens niet, en maskeert alle kwetsbaarheid vraagstukken.
Slide 4:
Kijk naar Eindhoven. In 1486 stonden er nog maar 6 huizen omdat alles was geplunderd? In 1800 was de gemiddelde levensverwachting slechts 30 jaar door de vervuiling van de textiel en tabaksindustrie. In de jaren 90 werd Brainport opgericht wegens de economische kwetsbaarheid door afhankelijkheid van Philips en DAF.
Slide 5:
De bestuursvorm in de stad is gebaseerd op een hiërarchie waarin politiek en economie de geldafhankelijkheid reguleert, niet ons geweten. De grote gevolgen op mens en natuur worden eerst ontkend om daarna als kostenpost opgevoerd te worden in de bureaucratie via belasting en regelgeving met toepassing van kostbare remediale reparatie maatregelen (bijvoorbeeld het zorgsysteem). Dezelfde geldgedreven bestuursvorm regeert ook het land (alsof het een stad betreft).
De sturing overheest de menselijke motivatie vanuit politiek en economie, niet ethiek en zelfcorrectie
Slide 6:
Stadsgerelateerde politiek en economie zijn zo al ruim 5000 jaar alles bepalend (ook landelijk), niet gezondheid of andere kernwaarden van het menselijke bestaan. Maar wat heeft de provincie dat een stad niet heeft? Het platteland! Wat is het belang van het platteland voor de stad? Waar komen de echte waarden vandaan waar een stad structureel van afhankelijk is? Niet uit de stad, integendeel.
Slide 7:
Bedenk bijvoorbeeld hoeveel uw stad uitgeeft aan vervuilend verkeer, asfalteren, cement, bouwwerken of beton uit economisch belang? En hoeveel in verhouding om een gezonde leefomgeving of zelfvoorziening te creëren? Als de stad gezond wil worden moet de 5000 jaar oude bestuursmentaliteit volledig op zijn kop, maar ook de manier waarop de stad zich met het platteland verhoudt.
Slide 8:
Het hele economische systeem blijkt uitsluitend ongezonde, vervuilende activiteiten te belonen en een hebzuchtige mentaliteit. Huidige stadsgerelateerde politiek en economische regelgevingen handhaving wil gezondheid zelfs vaak dwarsbomen uit economisch belang. Dit ondanks een landelijke grondwet die zogenaamd de mens veilig stelt tegen het perverse systeem.
Slide 9:
Kortom, voor gezonde verstedelijking dient een nieuw sturingsmechanisme te komen voor stad en regio. Als wij dat zelf niet doen dan grijpt de natuur in door middel van enorme catastrofes. Belangrijk is allereerst dat de steden zich onderdeel gaan voelen van een groter geheel en vanuit die context een nieuwe relatie aangaan met bijvoorbeeld de provincie.
Slide 10:
De grootste innovatie aller tijden is de dus niet technologisch noch sociaal maar de integrale verandering van onze maatschappelijke structuren, prioriteiten en verantwoordelijkheden. Dat is niet gemakkelijk. Maar we doen het wel. Hier, in deze zaal. De oplossing die we in Brabant hebben bedacht en samen uitproberen is even simpel als effectief.
Slide 11:
De eerste stap is dat de oude politieke en economische sturing vrijwillig een stap opzij doet als het gaat om de kernwaarde “gezondheid”. In plaats van sturend wordt de overheid faciliterend voor integrale vernieuwing, inclusief zichzelf. Een partner in plaats van de overheersende baas. Dan ontstaat ruimte voor ongekende innovatie.
In de ruimte die ontstaat positioneert de Stad van Morgen haar Sustainocratische samenwerkingsprocessen
Slide 12:
De sturing wordt overgenomen door de vele grote wereldwijde uitdagingen rond menselijke kernwaarden. Deze trachten we eerst lokaal op te lossen volgens onze eigen inzichten en prioriteiten. In AiREAS richten wij ons bijvoorbeeld SAMEN op gezondheid en luchtkwaliteit. In FRE2SH leggen we SAMEN een nieuwe relatie tussen stad en platteland op basis van gelijkwaardigheid in plaats van economische ondergeschiktheid.
Slide 13:
Door nieuwe sturing verandert de publieke motivatie. Iedereen wordt integraal betrokken bij de uitdagingen, kernwaarden én verantwoordelijkheden. Sustainocratie creëert kernwaarden gedreven innovatieve samenwerking tussen burgers, de lokale overheid, de wetenschap én innovatief ondernemerschap. AiREAS is het bekende voorbeeld.
Slide 14:
De gevolgen van deze aanpak zijn dat we ongekende, innovatieve oplossingen bedenken én op onszelf toepassen. De stad én het platteland worden weer productief in plaats van alleen consumptie gedreven. Dat hebben we de laatste 5 jaar bewezen. Tegelijk ontstaat een gezondere leefomgeving voor onszelf én een geheel nieuwe wereldeconomie die we vanuit Brabant introduceren.
Slide 15:
De vragen die we ons kunnen stellen vandaag zijn: Als we gezondheid als kernwaarde oppakken waar leggen we onze prioriteiten projectmatig? Als het oude bestuur opzij stapt en faciliteert, wie dient zich te betrekken bij elk van de projecten? Als politiek en economie niet sturend mogen zijn met welk waardesysteem belonen we de deelnemende partijen? Hoe borgen we de resultaten om ze wereldwijd uit te vergroten in een nieuwe economie?
En hier is ie dan, de prachtige FRE2SH boerderij van Jeroen Bartels en de inzet lokale Sustainocraat Hans Leemans, in Schalkhaar (Deventer).
De boerderij is al een verzamelplek waar ambachtelijke initiatieven tot bloei kunnen komen. Het miste nog het hogere doel waardoor er geen verbindende cohesie was tussen de diversiteit aan deelnemers. FRE2SH gaat verder dan de boerderij alleen en legt een verbinding met Stad-Platteland op basis van een overkoepelende gemeenschappelijke uitdaging samengevat in 3 kernwoorden:
* regionale kwaliteit van leven,
* samenredzaamheid
* productiviteit
Jeroen en Hans zijn bezig met lokale waardecreatie vanuit de boerderij en zoeken de verbanden met de regio op bestuurlijk, educatief, burgers en innovatief ondernemers-niveau volgens het model van Sustainocratie van de Stad van Morgen. Zo ligt de focus op FRE2SH (lokale co-creatie van de basisbehoeften met kwaliteit in alles wat er gebeurd) maar is er ook ruimte voor AiREAS, STIR HUB en Academy, etc.
Lidmaatschap in het FRE2SH netwerk vertegenwoordigt een commitment van samenwerking aan het genoemde hogere doel. Uiteindelijk is dat commitment veel meer waard dan een lidmaatschapprijs. Waardecreatie in elk gebied ontstaat anders ook al zijn de FRE2SH kaders hetzelfde. Elke innovatie wordt in het netwerk gedeeld en uitvergroot. Ook worden projecten opgestart met de lokale partners volgens de ruimte van samenwerking die ontstaat door een “terugtredende overheid” en creatieve oplossingen zoals FRE2SH die uitnodigen tot een nieuw tijdperk. People, Planet, Profit wordt dan “Mens, Leefomgeving, Waardecreatie”. Terugtredende overheid schept ruimte tot waardengedreven samenwerking
We zijn enthousiast over de FRE2SH keuze van “de Oorsprong” en kijken uit naar de vele mooie initiatieven die er gaan ontstaan.
De grootste uitdagingen van deze tijd zijn geformuleerd in de bedreiging van klimaatverandering, algehele vervuiling, uitdroging van de Aarde, de bijbehorende enorme massa migraties van armoede naar vermeende kansen, enz. En al deze bedreigingen komen paradoxaal voort uit een maatschappelijke structuur en cultuur waar wij “zekerheden” aan ontlenen. Als wij de bedreigingen aan willen pakken moeten wij de maatschappelijke structuur en cultuur, inclusief de vermeende zekerheden, opzeggen om te kunnen werken aan een nieuwe wereldwijde balans. Maar dat kan niet omdat we gedwongen worden vast te houden aan de oude structuur omdat we daar zogenaamde schulden in hebben opgebouwd die ons ten laste worden gelegd, we afhankelijk zijn van het systeem voor voeding, huisvesting en ander basiszekerheden, en dit alles wordt gereguleerd door een geldsysteem waar wij wettelijk solidair in moeten participeren om zorg terug te krijgen ook al weten we dat dit systeem de Aarde, het klimaat, de natuur en de samenleving kapot maakt. We leven in een omgeving van gedwongen onvermogen om verantwoordelijkheid te nemen daar waar onze bewustwording ons toe leidt. Als we individueel loslaten is er geen ruimte voor zelf of samen-redzaamheid door sociale en structurele innovatie. Als we vast blijven houden zijn we medeplichtig aan de algehele vernietiging van alles wat ons heilig is, wegens angst, gevoel van onvermogen en korte termijn eigenbelang. We worden gegijzeld door dit gedwongen onvermogen.
Bewustwording
Dit alles dringt pas tot ons bewustzijn door wanneer we in een fase aan zijn geland waarin het systeem zelf ons op het randje van het onvermogen heeft geplaatst omdat de werking ervan geen betrokkenheid van ons meer kan verlangen omdat het geen verbindingen meer biedt (bijvoorbeeld arbeid). We komen emotioneel en functioneel los te staan van de structuur en alleen verbonden via de geld-zekerheden die ons nog tijdelijk worden aangeboden in ruil voor onze systeem solidariteit (waar macht aan is verbonden), een vorm van gedwongen apathie. De mens is echter een actief wezen waarbij zowel onvermogen als gebrek aan activiteit uiteindelijk leidt tot crisis in de vorm van echtscheidingen, gebrek aan positief zelfbeeld, zelfmoordneigingen, verslavingen, enz. Men kan die onderdrukken door de hersenen op nul te zetten en de emoties te verdoezelen door (vaak boos een gefrustreerd) te verwijzen naar de verantwoordelijkheden van het systeem zelf naar ons toe (zogenaamde mensenrechten zonder persoonlijke bijdrage). Men kan ook de persoonlijke nullijn doorbreken en op zoek gaan naar ruimte om de vernieuwing mede vorm te geven in de groepen die ontstaan met doelgerichtheid, passie en medeleven rond de uitdagingen in plaats van de zekerheden (die al snel als onzekerheden worden ervaren).
Stad van Morgen
Al sinds 2009 groepeert de Stad van Morgen (Stichting STIR) mensen die deze nullijn zijn doorgebroken. Dat zijn niet alleen individuen die door de oude cultuur zijn uitgespuugd maar ook mensen in leidinggevende posities binnen organisaties die ook op het randje van het gedwongen onvermogen zitten door de verschillende verplichtingen waar ze aan moeten voldoen en het gebrek aan mogelijkheden om ze waar te maken. Leidinggevenden gaan dan op zoek naar vernieuwende inspiratie en mogelijkheden en komen al snel terecht bij de initiatieven van de Stad van Morgen. Zo zijn er wethouders, bedrijfsdirecties en wetenschappers die zich komen laten inspireren of zich proactief verbinden aan initiatieven omdat ze daar de bronnen vinden voor de vernieuwing van hun eigen instelling en genoegdoening in hun eigen verantwoordelijkheden.
Stad van Morgen is dan een katalysator tussen de grote uitdagingen van deze tijd, het opbreken van het gedwongen onvermogen en de opbouw van argumentatie en waardecreatie van de integrale vernieuwing. Aangezien de Stad van Morgen mensenwerk is dat zich vertaalt in professionalisering van de maatschappelijke transformatie, zijn alle mensen welkom die een persoonlijke bijdrage kunnen leveren aan de processen, de een vanuit talent of inzet, de ander vanuit macht, middelen of autoriteit. Dankzij de aanwezigheid van de Stad van Morgen is het gedwongen onvermogen relatief geworden aan persoonlijke keuzes. De dwang van de oude structuur zal zich niet opheffen als er geen aanvaardbaar alternatief voor in de plaats komt. Dat alternatief ontstaat niet zomaar. Stad van Morgen plaatst zich op het fundament van het alternatief dat zich spiegelt aan een nieuwe definitie van welzijn en duurzame menselijke vooruitgang:
“Samen blijven werken aan een gezonde, vitale, veilige, zelfbewuste en samen-redzame menselijke samenleving binnen de aldoor veranderende context van onze natuurlijke omgeving” (Sustainocratie).
Door samen de nieuwe samenleving op te bouwen op dat fundament hevelen we stapsgewijs de bruikbare onderdelen van de oude samenleving over naar het nieuwe formaat en bijbehorende opbouwende zekerheden. Langzaam vervalt de dwang van het oude en ontwikkelt zich de cohesie van de nieuwe. Alle deelnemers ondergaan een geheel eigen transformatie waarin oude zekerheden van afhankelijkheid plaats maken voor nieuwe die door eigen verantwoordelijkheid zijn gecreëerd.
Huidige opties:
Stichting STIR: overkoepelend transformatief onderzoek, uitproberen, evalueren, meten en communiceren. (Zo is sustainocratie ontstaan)
Stichting STIR is overal actief waar voldoende mensen tot groepsvorming over willen gaan.
Deze leercoöperatie werkt op Europees niveau middels allerlei samenwerkingsverbanden en lokaal ge-managede STIR HUBS
Deze coöperatie heeft vele Micro’s (korte leerervaringen) en de School of Talents gericht op mensen met speciale talenten zoals dyslexie, adhd ….
FRE2SH city farm coöperatie:voor lokale productiviteit en consumptie van de menselijke basisbehoeften op basis van betrokkenheid, eerlijke verdeling en kwaliteit.
Er is een FRE2SH city farm in Breugel (nabij Eindhoven) en verschillende proposities in de Brabantse natuur.
Er zijn verschillende FRE2SH initiatieven in wijken van Eindhoven.
TWIP is een apart initaitief
Verbinden is eenvoudig, commitments waarmaken doen we samen.