Antroposofie en inenting

De discussie is weer opgelaaid over de antroposofische stroming in de bevolking die hun kinderen niet willen inenten tegen bepaalde ziekten. Die discussie is op zich prima en heel antroposofisch als erdoor een openheid in dialoog ontstaat over essentiële levensvragen.  Wanneer echter de discussie geblokkeerd wordt door dogmatische opvattingen of “God’s wil” dan hebben we meer te maken met religie dan antroposofie.

Antroposofie is een filosofische levensbeschouwing waarin de ontwikkeling van het bewustzijn een natuurlijke oorsprong heeft met een natuurlijk spirituele en zintuiglijke evolutionaire context. Daarin past niet “het is zoals het is” noch “het is zoals Rudolph Steiner het heeft gezegd” maar wel “het is zoals ik het voel en zelfbewust beredeneer”. De kern van de discussie gaat over “wat is natuurlijk evolutionair en wat niet?”. Voor mij gaat de discussie over “waarvoor neem ik verantwoordelijkheid en op welke gronden baseer ik mijn keuzes?”.

Toepassen van kennis

De mens onderscheidt zich van een groot deel van de levende omgeving door onze zelfbewuste toepassing van kennis. Dit doen we natuurlijk uit eigenbelang en de toepassing ervan is op zichzelf al evolutionair, niet alleen voor onszelf als soort maar ook voor onze omgeving. Waar leggen we onze grenzen? Wat moeten we aan de natuur overlaten en wat mogen we een handje helpen vanuit de ontwikkeling van onze kennis en hulpmiddelen?

Ethische vraagstukken

In de antroposofie is het ontstaan van de mens al geprogrammeerd in de beginselen van het ontstaan van het leven, niet in haar definitieve fysieke vorm maar wel als een zich ontwikkelend bewustzijn. Zo heeft Steiner het over onder andere de “vuurwezens” waar in verschillende fasen van alles bij kwam. De interactie en samenvoegingen van elementen en natuurverschijnselen zijn alles bepalend geweest. In feite komt het met nuance verschillen overeen met het scheppingsverhaal en ook met mijn eigen werk dat zich uit in “het geheim van het leven”. Hierbij moeten we in acht nemen dat ik veel vrijer schrijf over opvattingen vandaag dan men dat in het verleden kon doen door allerlei overheersende dogma’s die gevaarlijk zichzelf in stand hielden en nieuwe redenaties tegenwerkten.

De natuurlijke levenswetten gelden natuurlijk ook voor alle levende wezens die zijn ontstaan, ons omringen of zijn verdwenen, niet alleen de mens. Dus ook de wereld van insecten, bacteriën en virussen.

Antroposofie en Sustainocratie
Terwijl antroposofie filosofeert over “de mens” als voorbestemd zelfbewust onderdeel van onze natuurlijke omgeving gaat Sustainocratie over de manier waarop wij zelfbewust met onszelf en onze omgeving omgaan als menselijke samenleving binnen een dynamisch universum. Volgens het model van de menselijke complexiteit en de uiting in “het geheim van het leven” zien we vier natuurlijke aandachtsgebieden die de antroposofische bedenkingen omvatten.

1. Harmonie
Ons universum is harmonieus door de constante verandering die steeds weer een nieuwe balans zoekt. Dit universum speelt zich af buiten maar ook binnen de mens zelf. Wij zijn in alle aspecten hetzelfde als onze universele omgeving en ontwikkelen ons volgens de functionele werkwijze hiervan, niet dat van het niveau van ons bewustzijn maar van dat deel dat we denken te snappen. Om zelf in harmonie te blijven dienen het op te zoeken met onze aldoor veranderende omgeving. Hierin heeft de mens maar een doel: het in stand houden van zichzelf als levende soort. Het zelfbewustzijn helpt ons daarbij en zorgt voor de evolutionaire context die verder gaat dan Darwinistische omstandigheden. Wij beïnvloeden onze omgeving zelfbewust en beredeneren de effecten van onze beïnvloeding. Andere soorten hebben dezelfde doelstelling voor zichzelf maar misschien een andere instrumentarium waardoor er een interactie plaats vindt tussen de mens en de omgeving. Deze uit zich op verschillende manieren waarbij harmonie het uitgangspunt is, niet de instandhouding van het fragment. Daar zorgt het fragment, zoals de mens, zelf voor binnen haar eigen mogelijkheden. Symbiose noemen we dat, ofwel de kunst van het samen leven maar ook overleven.

We kunnen dat romantiseren maar ook noodzakelijkerwijs relativeren. We hebben onze omgeving nodig om te leven. Deze levende omgeving reageert uit eigenbelang op de veranderingen die de mens veroorzaakt. In vele gevallen is dit bedreigende voor de mens en dwingt de mens tot een reactie

2. Groei
Als een soort de kans krijgt om te groeien dan doet deze dat totdat er grenzen worden bereikt van de groei. De mens als soort groeit exponentieel binnen de beperkte fysieke ruimte van onze leefomgeving. De omgeving past zich op de groei van de mens aan terwijl ze zelf ook uit is op groei. Maar hoe groter de mensheid des te interactiever de omgeving met de mens omgaat uit eigenbelang. Zo kan de levende wereld de mens ervaren vanuit elk van de vier contexten voor de eigen groei. Het gaat dan niet alleen om de soorten die wij zien maar ook de vele soorten die wij niet zien.

De mens als wezen is zelf een symbiotische samenstelling van miljarden wezens die samen het bestaansrechtelijke leven van onszelf beïnvloeden. In feite zijn wij een universum op zich, een weerspiegeling van de werkelijkheid buiten ons, in alle opzichten. Als wij de symbiose beïnvloeden dan beïnvloeden wij onszelf. Maar in ons zijn ook die miljarden wezen actief in hun eigen processen.

3. Concurrentie
Alles in de natuur concurreert. Ook de mens met alle mogelijke bedreigingen en kansen. Wij lijken soms te denken dat wij geen natuurlijke vijanden hebben maar dat is niet waar. Naast onszelf als onze gevaarlijkste tegenspeler is de wereld van insecten, planten, bacteriën en virussen zowel een symbiotische alliantie als een permanente bedreiging. Dat wij daar slim mee om trachten te gaan is ook natuurlijk. Wij hebben bijvoorbeeld geleerd om ons voedsel te koken voor onze veiligheid. We braden ons vlees voor betere vertering. We hebben muren en steden gebouwd om onze mogelijke natuurlijke vijanden de baas te blijven. Wij bedenken allemaal middelen tegen muggen, steekvliegen en ongedierte (voor ons dan). Hoe ver dienen wij daarin te gaan voordat het onszelf evolutionair gaat benadelen in plaats van helpen?

Die wisselwerking tussen eigenbelang, beheersing en de effecten ervan, onze natuurlijke drang tot groei, de concurrentie voor ruimte en de ontwikkeling van ons bewustzijn, van ons individuele zelf en in onze organisatievormen, hoort daar ook bij. Lang hebben wij onze velden bespoten voor overvloedige voedselproductiviteit maar we zien nu een effect op onze eigen lichamelijke weerstand en vervuiling via ziektes. De bijensterfte wordt ook de mens verweten en heeft uiteindelijk weerslag op voedsel. Antibiotica heeft ons geholpen totdat bacteriën er resistent tegen werden. Nu moeten we weer op zoek naar iets anders.

Kortom, de natuur reageert op alles wat wij doen en bedenken. En de natuur is veel creatiever dan wij waarbij de lange termijn niet in onze handen is maar beïnvloed wordt door vele verschillende variabelen. De kern van ons bewustzijn is een leerproces van onze eigen acties. Daarin staat de mens centraal in haar duurzame menselijke vooruitgang. In onze concurrentie met onze omgeving dienen wij in acht te nemen wat dienstbaar is naar ons bestaan en wat uiteindelijk bedreigend is door ons eigen toedoen? Soms weten wij dat niet vooraf en dienen we het te ervaren. Soms kunnen we dat beredeneren door ethiek en verantwoordelijkheid tot te passen in ons leven en de maatschappijvorm die wij kiezen.

Vanuit deze context is inenting tegen bepaalde bedreigingen een prima concurrentiemiddel om weerstand te bieden tegen de agressie van onze omgeving. Het is iets anders wanneer wij de inenting doen uit gemakzucht, bijvoorbeeld als een bepaalde ziekte nooit levensbedreigend is en misschien zelfs wel bijdraagt aan de natuurlijk weerstand opbouw van de mens. Wanneer is een vaccin een toevoeging aan onze evolutionaire kansen en wanneer is het een uiting van hebzucht van de materialistische of gemakzuchtige cultuur? Daarin speelt antroposofie een gewetensrol die van wezenlijk belang is om de juiste overwegingen te maken.

4. Aanpassing

Zowel de natuur als de mens onderscheidt zich door de mogelijkheid zich aan te passen aan nieuwe werkelijkheden. Voor de mens is dat een leerproces dat het bewustzijn net zoveel aangaat als onze lichamelijke, spirituele en emotionele ontwikkeling via reflectie en beredenering. We hebben een deel van onze ontwikkeling zelf in de hand en een deel helemaal niet. Waar vinden wij de balans? Ook dat is een natuurlijk proces van actie en reactie op verschillende invloedsniveaus om ons heen. Het bewustzijn van het leven zit ingebakken in het universum, of dat nu in de directe omgeving van onszelf is of elders in het heelal. Uitsluitende onder de juiste omstandigheden wordt het leven geactiveerd en komt het tot ontwikkeling in al haar diversiteit en complexiteit. Dat dan steeds weer een mensachtig bewustzijnsniveau bereikt kan worden is ook weer afhankelijk van allerlei factoren. Ons bestaan is daarom redelijk uitzonderlijk en uniek. Daar mogen we niet lichtzinnig mee omgaan. De antroposofische reflectie is daarom zeker zo interessant omdat het ons weer bewust maakt van een omringende werkelijkheid die ook met de mens omgaat en waar wij het cirkeltje steeds weer rond mee proberen te maken vanuit een nieuwe mogelijke harmonie, als was het door de eliminatie van een mogelijke vijand.

Conclusie    

Het krijgen van kinderen is een evolutionair progressieve daad. Het begeleiden van de kinderen naar volwassenheid is een ethisch bestaansrechtelijk gedragen verantwoordelijkheid. Het bepalen van vaccins  en middelen voor onszelf is een persoonlijke keuze. Maar het bepalen ervan voor onze kinderen heeft een geheel andere antroposofische dimensie. Kinderen zijn niet ons eigendom maar onze verantwoordelijkheid. Hun opgroeiende fasen dienen gesteund te worden door de volwassenen op basis van antroposofische criteria van verantwoordelijkheid rond gezondheid, veiligheid, welzijn en toegepaste kennis voor optimale ontwikkeling naar volwassenheid. De opvattingen die de zelfbewuste ouder op zichzelf toepast zijn niet automatisch van toepassing op het kind. Daar dient een gewetenslag overheen te gaan van reflectie die een kind niet zelf kan nemen. De beste personen die de keuze kunnen maken zijn de ouders natuurlijk. Hierbij dient men zich af te vragen wat het effect zal zijn op het eigen kind en in hoeverre de eigen keuze de wereld om ons heen beïnvloedt. Laten we ons manipuleren door oude of nieuwe dogma’s of passen wij antroposofie toe in de meest verdiepende zin?

Welke keuzes wij ook maken, aanvaarden wij de verantwoordelijkheid ten opzichte van onszelf, ons nageslacht en onze omgeving? En dat geldt niet alleen voor vaccins maar voor elke keuze in het dagelijks leven.

Verzorgingsstaat naar Ontzorgingsstaat

Op Zaterdag 3 Augustus kopte het Eindhovens Dagblad “Verzorgingsstaat wordt ‘doe-democratie'”. Het artikel verwijst naar de onbetaalbaarheid van de verzorgingsstaat en de manier waarop veel vrijwilligers al op hun eigen manier vernieuwing brengen door zelf verantwoordelijkheden te gaan dragen in plaats van deze van externe organisaties te verwachten.

Contrast
De verzorgingsmaatschappij heeft een historische opbouw. Het feit dat deze onbetaalbaar is geworden komt door een aantal maatschappelijke keuzes die al zo ver als 1798 terug te voeren zijn toen de eerste grondwet zich ontwikkelde in Nederland. De huidige grondwet dateert van Thorbecke rond 1850. Eind 18e eeuw ging de discussie nog over “gezondheid” wegens de sterfte onder de bevolking door de vervuiling van de industriële activiteiten. Medio 19 eeuw was de discussie veranderd in “gezondheidszorg”.

Dat verschil tussen “gezondheid” en “gezondheidszorg” is essentieel in de ontwikkeling van onze maatschappij. De eerste is proactief (zorgen voor gezonde omstandigheden) in de benadering en de andere reactief (reageren op ongezondheid). Het ging allemaal over de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid die men kon aanvaarden als overheid. Gezondheid kan men reguleren door maatregelen en voorzieningen rondom ongezondheid. Daaruit ontstond een regeringsapparaat die de ontwikkeling van gezondheid moest afwegen tegen de economische.
Gezondheidzorg werd een overheidtaak in haar dienstbaarheid naar de bevolking om de productiviteit zo hoog mogelijk te houden. Ongezonde mensen zijn een last en gezonde mensen een lust (via de belastingen op productiviteit). Toen na de tweede wereldoorlog ook de sociale zekerheden belangrijk werden om nieuwe oorlogsomstandigheden te voorkomen ontstond de materiële drang om allerlei potjes op te bouwen via belastingen, pensioenen en verzekeringen. Nederland is daarin nog steeds het meest geavanceerde land van de wereld met enorme hoeveelheden geld die samen zijn gebracht door de naoorlogse generaties.

Marktwerking
Die aanpak heeft ons een lange periode van vrede opgeleverd. Ook is de levensverwachting van de bevolking gestegen met ruim 20 jaar!. We kunnen dus niet zeggen dat dit allemaal slecht is geweest. Integendeel.

Wat echter veel lastiger is gebleken is de menselijke natuur. Als iemand een leven lang spaart voor een zorgeloze oude dag dan kun je hem of haar dat niet afpakken. Als die persoon dan 20 jaar langer leeft dan oorspronkelijk werd berekend dan zullen de beloftes afgestemd moeten worden op een nieuwe werkelijkheid. Als de bevolking langer leeft en allerlei kwaaltjes krijgt door de levensstijl die wij hebben ontwikkeld dan gaan de zorgkosten ook enorm omhoog. De overheid heeft steeds meer geld nodig en de volking heeft steeds groter verzorgingsverwachtingen. In een democratie waarin de macht toebedeeld wordt door het in stand houden van een luxe situatie betekent dat de regering maatregelen zoekt die de macht niet schaden en toch de verwachtingen waar maakt. Naar mate de zekerheidspotjes groeiden groeide ook de macht van de bewakers van deze potjes en de relatie met de regeringsmensen.

De bevolking werd rijker in middelen en leefde langer met meer vrije tijd, minder productiviteit en meer zorgbehoeften. De overheid had al het Amerikaanse model overgenomen van individuele consumptie en eigenbelang als belastbaar systeem. Dat leverde een sterk consumptie gedreven maatschappij op maar ook de evenredige ontwikkeling van welvaart kwalen. Ook de productiviteit liep achteruit omdat de bevolking gemakzuchtig werd door alle zekerheid zonder bijbehorend productiviteit besef. Dit wilde men compenseren door te concentreren op kennis in plaat van handvaardigheid. Van het een komt het ander. De inflatie dwong te werken aan een groei economie door consumptie te verhogen en speculatie te introduceren in de kapitaal goederen markt. De salarissen stegen door meer op kennis te focussen terwijl het zorgland ook een logistiek doorschuifland werd. Het leverde allemaal een groei op in belastinginkomsten en ook een sterke afhankelijkheid van de ontwikkelingen in de wereld.

De zorglasten stegen evenredig en moesten omlaag. Zo’n 50% van de staatslast was zorg gerelateerd aan de kant van overheid uitgaven. Men wilde liever de zorg via belastbare kant organiseren. Dat probeerde men via “marktwerking”. Dat wil zeggen dat het zorgsysteem uit handen wordt gegeven aan ondernemers en semi overheid waardoor het middels subsidies en regelgeving kan worden geoptimaliseerd. Dat was de intentie in de jaren 70 maar de werkelijkheid liep heel anders.

De gesubsidieerde zorginstellingen gingen gefragmenteerde hulp verlenen waar elke dienst een eigen economie ontwikkelde met bijbehorende bureaucratie en hiërarchie. De marktwerking op de fragmenten leverde geen besparing op maar juist het tegendeel, een explosieve exponentiële wildgroei aan zorg die langs elkaar heen werkt, ondoorzichtig is en totaal onbeheersbaar. Dat is de situatie van vandaag.

Sinds de kredietcrisis in 2008 is de economische luchtballon kapot. De speculatie op kapitaalgoederen is gestopt en toont een krimp. Daaraan was het vermogen gekoppeld van het land. Om toch door te kunnen gaan deed men een beroep op de staatsschuld maar dat kan niet oneindig doorgaan. Nu al draagt elke Nederlander een schuld via de overheid van 23000€ per persoon. De overheid kan niet anders dan zich stapsgewijs terugtrekken uit de gecreëerde onhoudbaarheid om te voorkomen dat er een hypotheek gelegd wordt op de toekomst.

Gevaarlijke contrasten
De maatschappij wordt uit elkaar getrokken. Dat komt door de drang vande oude hiërarchische structuren om zich via belastingen en geld voor een onhoudbaar deel verplicht in stand te willen houden. Hierdoor wordt alles alleen maar kostbaarder, de lasten van de bevolking verzwaren nog meer en de maatschappij wordt gaandeweg uit elkaar gehaald in minstens drie grote sectoren.

1. De graaiwereld
De bestuurders in die maatschappelijke organisatie hebben zelf geen enkel vertrouwen meer in de toekomst en compenseren hun eigenbelang door torenhoge salarissen te eisen. In die wereld zijn nog vele normale mensen actief die een salaris ontvangen voor hun werk en bang zijn om hun baan te verliezen. Zij zien de betaalde arbeidsmogelijkheden om zich heen alleen maar schaarser worden terwijl ze lasten (hypotheek, schoolgaande kinderen, levensstijl) dragen die hen verplichten mee te gaan in de in stand houderij.

Er zijn ook enorm veel misstanden, profiteurs en boeven actief op alle niveaus in die wereld , die nog even snel een geldslaatje mee willen pikken in de chaos die is ontstaan van bestuurlijke en operationele wanorde. Ondertussen stijgen de maatschappelijke lasten alleen maar onder het mom van “maatschappelijke plicht”, “Europa” en “solidariteit” die de grenzen van de ethische normering allang voorbij zijn. Nu zijn het nog de wettelijke hulpmiddelen van een dwangbestuur dat geen ander alternatief te bieden heeft dan de zorgcultuur op re vangen door een geldgedreven dictatuur en tegelijkertijd “het teruggeven” van verantwoordelijkheden aan de bevolking. Dit laatste onder het mom van kostenbesparing terwijl de druk van de lasten het belasten alleen maar toeneemt. En de onmenselijkheid ook want gaandeweg is de gelijkwaardigheid in de maatschappij aangetast. Alleen als je geld en een betaalde baan hebt tel je mee ook al wordt alles duurder en zwaarder belast.

De andere wereld
Dan is er die andere wereld. De wereld van de onbetaalde vrijwilligers. Dit zijn de mensen die geen toegang meer hebben tot het opgeblazen geldcircuit en nu het heft in handen nemen door zelf maar waarden te gaan creëren zonder dat er een beloning tegenover staat, behalve een “dankjewel”, een bloemetje of een lintje als het uitkomt. Toch moeten deze mensen ook eten, ergens wonen en zich in stand houden in een wereld die alleen toegankelijk is met geld. Zij zijn dan misschien de doeners die zich ontzorgen door zich onafhankelijk op te stellen van een failliete zorgstaat, het wordt er door de verhardende geldomgeving niet gemakkelijker op gemaakt.

In die nieuwe “doe” wereld zien wij dan ook weer twee werelden ontstaan. De eerste wereld is die van vrijwilligers die op een of andere manier (pensioen, uitkering, verzekering, erfenis, oud opgebouwd vermogen) in de geldwereld redelijk ingedekt en zelfredzaam genoeg zijn maar graag hun overvloed aan tijd en energie zinnig besteden door iets toe te voegen waar de behoefte het grootst is. Deze groep komt de noodleidende zorgstaat goed uit natuurlijk want dat vrijwilligerswerk compenseert de gaten die vallen in de oude aanpak. Zo lijkt het alsof alles nog als vanouds functioneert maar dat is natuurlijk niet zo. Deze vrijwilligersgroep is vermogend totdat de koek op is. Hun zekerheden worden ook aangetast door de ten dode opgeschreven, op geld beluste instanties die de lasten opdrijven en op lusten inboeten.

De nieuwe wereld
Dan is er die andere “doe” groep, de mensen die geen rugzakje hebben om op te teren en ook niet in aanmerking komen voor de overgebleven gemakken van een oud overheid of verzekerings infuus. En ook niet meer zomaar terecht kunnen op de arbeidsmarkt. Dat zijn de mensen die proberen (via o.a. de Stad van Morgen) te gaan werken aan zelfvoorziening voor basisbehoeften, zoals voedsel, huisvesting, enz. Het zijn vaak mensen die geen beroep wensen te doen op zwaar gesubsidieerde stichtingen die daklozen moeten helpen alsof het zwervers zijn of een voedselbank alsof ze blij moeten zijn met de afdankertjes van de elite omdat deze vooruitgang blijft blokkeren uit eigenbelang. Deze groep voelt zich behandeld als afdankertjes van een zieke maatschappij en groepeert zich om zelf geheel nieuwe zekerheden op te bouwen.

De mogelijkheden van deze groep zijn beperkt omdat de omringende dwangstructuur nog steeds sturend is op de geldelijke eigen belangen in plaats van deze groep te faciliteren op vernieuwing. De spanning bouwt op tussen de uitersten. Wij zijn een van de meest vermogende landen van de wereld maar ook een waar de vernieuwing zodanig geblokkeerd wordt dat er een drijfzand is ontstaan van armoede waar Nederland langzaam in wegzakt. Niemand laat zich zomaar opofferen door een geldstaat die dwang uitoefent waar de redelijk weg is. Dan is de opstand nabij.

Van verzorging naar ontzorging
Als we naar het bovenstaande verhaal kijken dan tekent zich een lastig beeld af waar maatschappelijke stromingen lijnrecht tegenover elkaar komen te staan. De sustainocratische aanpak van de Stad van Morgen tracht er wat aan te doen via de vreedzame weg door de tegenstellingen te verenigen in een gemeenschappelijk hoger doel: duurzame menselijkheid.

Dat is geen gemakkelijke taak. Want enerzijds moet de productiviteit omhoog van de bevolking maar dan niet volgens de normen van de gevestigde orde (sturend op afhankelijkheid via het kostbare zorgsysteem) maar volgens die van zelfredzaamheid in integrale gezondheid. We moeten dus niet primair uit zijn op geld verdienen maar op welzijn door eigen verantwoordelijkheid te nemen. Dat is strijdig met het economisch belang maar noodzakelijk vanuit duurzame menselijkheid. Het risico bestaat nu serieus dat de bevolking op verschillende manieren in opstand komt, enerzijds om oude vermeende rechten af te dwingen, anderzijds om ruimte te eisen voor zelfredzaamheid. In beide gevallen richt het verzet en de agressie zich tot de overheid die in alle gevallen incompetent blijkt.

Stad van Morgen probeert “ontzorging” door te voeren door in economisch in verval geraakte gebieden en gebouwen nieuwe zelfredzaamheid initiatieven te ontplooien volgens het sustainocratische fundament. De gebieden hebben daarvoor veel potentieel terwijl ze voor de geldgedreven eigenaren een last zijn geworden. Door daar de vernieuwing op te bouwen verstoren wij de economische belangen niet in de economische bolwerken maar nemen wel de kans om onze visie zichtbaar te maken voor een algemene toepassing. Dit doen wij niet geïsoleerd zoals vroeger religieuze organisaties de afzondering verkozen. Dat doen door samenwerkingsverbanden te starten met de belangenpartijen.

Sustainocratie brengt de verschillende belangenpartijen bij elkaar vanuit een regionaal perspectief. Zo steunt de geldwereld de waarde creatie en voedt de nieuwe waarde de economische ontwikkeling. Stap voor stap hopen we dan een moderne maatschappelijke organisatie functioneel te tonen die ontzorgt in plaats van verzorgt, door doelgericht samen werken in plaats van economische structuren en afhankelijkheid.

Verslag avondcollege 4 juni

Stip op de horizon

STIR avondcollege in de collegezaal van Fontys Eindhoven
STIR avondcollege in de collegezaal van Fontys Eindhoven

Dit avondcollege is het vervolg van 14 Mei waarin het evolutieproces van het leven in onze natuurlijke oorsprong werd behandeld. De harmonieuze moleculaire verhouding die de oorsprong van het leven omvat ontwikkelde een natuurlijk drang naar groei (voedsel, vermenigvuldiging, formaat, enz). Dit leidt op termijn tot concurrentie waarin de Darwinistische wet van de sterkste een selectie teweeg brengt. Maar tevens ontstaat de drang op concurrentie te mijden door “anders” te zijn middels aanpassing. De enorme diversiteit van leven op onze planeet, waaruit ook de mens is ontstaan, zoekt middels deze constante individuele groei/onderlinge concurrentie/evolutionaire aanpassingen steeds de symbiose op van het samen leven. De onderlinge samenhang is uiteindelijk van belang waarbij de mens dit benaderd vanuit een lerend zelfbewustzijn door vallen en opstaan. Mijn evolutionaire model van de menselijke complexiteit dient dan als bron van inspiratie.

Het evolutie model
Het evolutie model

De stip op de horizon is derhalve ook voor de mens “symbiose” (de kunst van het samen leven) waarbij de lat door ons groeiende bewustzijn steeds hoger wordt gelegd mede door de numerieke groei van de mensheid en de consequenties van de levensstijl die zich gaandeweg heeft ontwikkeld. Deze is prima te bezien vanuit het model en de operationele werkelijkheden die wij tegenkomen in de wereld. De gastdocenten geven dan ook hun eigen visie op het geheel binnen de context van historische menselijke belangen waarin zij hun menselijke en professionele werkelijkheid beleven.

Cor Denneman-Heilscher
Cor Denneman-Heilscher

Cor Denneman-Heilscher

Het levensverhaal van Cor is vergelijkbaar met dat van mij. Ook hij is van het klatergoud van dikbetaalde functies wakker geworden en heeft daarna zijn leven gewijd aan menselijkheid door zich te wijden aan harmonieuze relaties met de natuur. Zijn avontuurlijke werk bracht hem naar grote natuurgebieden in de wereld waar hij zelfstandig gebiedsontwikkeling doet vanuit het “symbiose” gedachtegoed. Er is een economische ondergrond maar geld wordt als katalysator en middel beschouwd nooit als doel op zich. Daardoor kan hij zich zo goed vinden in Sustainocratie en de bijbehorende nuancering van functionele structuren zoals de overheid, banken, enz. Zijn verhaal kunt u via dit korte interviewfilmpje zelf beluisteren en vooral zien.

Sinds 2012 is Cor betrokken bij de Club van Rome. Door zijn doe-gerichte karakter had hij moeite met de kritische houding van deze club en het gebrek aan concrete resultaten in de afgelopen 40 jaar. Dit resulteerde in een open brief aan het bestuur. Volgens Cor sloeg het in als een bom en werd men aangezet tot concrete acties die in de loop van 2013 al zichtbaar gaan worden. 

Erik van Merrienboer
Erik van Merrienboer

Erik van Merrienboer

Erik heb ik leren kennen als wethouder in Eindhoven. Nu werkt hij als directeur  economie in de Provincie Noord Brabant. Wat Erik kenmerkt is de waardengedreven benadering van “economie” in tegenstelling tot de speculatieve afhankelijkheidsbenadering van de centrale overheid. Het college geeft hij als “mens in dienst van de overheid” met een open beschouwing over de veranderende werkelijkheid van de functionaliteit van de instantie en zijn eigen rol daarin.

In zijn gastcollege legt Erik een verbintenis tussen de huidige bestuurlijke en maatschappelijke werkelijkheid in Nederland en mijn evolutie model. Vooral het element “symbiose” sprak tot de verbeelding omdat ook “de kunst van het samen leven” de titel is van het bidboek voor de Culturele Hoofdstad verkiezingen waar Brabant en Eindhoven de hoop op hebben gevestigd. In September 2013 wordt daarover uitsluitsel gegeven. “Kunst” kwam weliswaar vanuit cultuur en design en minder vanuit de gedrevenheid van samenleven maar toch was de verbintenis een boeiende oogopener.

Erik legt een verband met Brabant en de co-creatieve reactie op pijn met integrale vernieuwing door bevolkingsgroepen zelf. Zo verwijst hij naar de jaren 60 als voorbeeld van de weerbaarheid van Brabant als de nood werkelijk het hoogst is. Hij ontkent de maatschappelijke werkelijkheid van een doorgeslagen zorgstructuur niet en de noodzaak voor het ondersteunen van burgerinitiatieven en verantwoordelijkheden door een nieuwe rol van de overheid. Zo verwijst hij naar AiREAS als model dat ook tot een voorstel zou kunnen leiden voor de grote uitdagingen in “de zorg”. Echter blijkt het nog lastig om dit in de lagen van de overheid piramide te laten doordringen.

Ondertussen wijst Erik wel op de vooruitgang die is geboekt in onze lokale symbiose met de natuur en vooral op gebied van waterlandschappen. Al met al breekt Erik een lans voor waardecreatie in Sustainocratie maar heeft zelf moeite nog om in de overheid hiërarchie het nodige begrip te vinden voor de toepassing ervan. Wat ons betreft is dat ook niet nodig als Erik zelf maar, daar waar mogelijk, de ondersteunende ruimte weet te scheppen die nodig is voor het, vooralsnog experimentele “living lab” karakter van Sustainocratische processen zoals AiREAS, VE2RS en STIR.

Rik Konings
Rik Konings

Rik Konings

Voor het tweede gedeelte van de avondcolleges vroeg ik Rik Konings om mensen te vinden die “iets doen” met de deelnemers op gebied van emotionele bewustwording in plaats van het rationele proces in het eerste deel.

Aan het woord kwam Cindy Joos. Zij heeft een fotografie project gedaan “May I look inside” http://nl.blurb.com/books/2224913-may-i-look-inside . http://www.scherpediepte.nl

Na een persoonlijke introductie  presenteerde een aantal polaroid-achtige foto’s waarop het gezicht van mensen te zien waren. Ze begon met een foto van zichzelf en vroeg aan de zaal om dingen te zeggen die opvielen. Daarna deed ze hetzelfde met twee andere foto’s, elk van mannen die zij had meegebracht. Dit programma heet “kijken naar jezelf”.

Deze mannen kwamen daarna ook aan het woord om een contrast te scheppen tussen de indrukken van de getoonde foto’s en de menselijke werkelijkheid. De eerste vertelde dat hij door schulden in zijn leven in aanraking was gekomen met de handel in drugs. Hij wilde zo versneld zijn schulden aflossen maar werd opgepakt, opgesloten en kreeg een strafblad. Zijn mogelijkheden om een leven weer op te bouwen nadat hij van zijn fouten had geleerd werden volgens hem ontnomen omdat voor vele functies een “Verklaring van Goed Gedrag” overgelegd moet worden. Door het strafblad kan dat niet en krijgt hij ook geen baan. De boodschap is enerzijds dat hij nu op basisscholen kinderen bewust maakt wat er kan gebeuren als men de fout in gaat. Anderzijds dat de maatschappij iemand blijft achtervolgen door de fout en geen kans geeft zich te herstellen.

De tweede persoon vertelde dat hij enorme huidproblemen had gehad en deze uiteindelijk voort waren gekomen uit een psychische onbalans. Na herstel van zijn psyche via een reis naar India en kennismaking met chakra’s waren ook zijn lichamelijke klachten verdwenen. Zijn boodschap was dat er meer aandacht dient te komen voor de oorsprong van mogelijke problemen van onbalans in plaats van de symptomen aan te pakken.

Van groot naar klein (dat toch weer groot blijkt)

Via de grote natuurwereld van Cor en de regionale belangen vanuit Erik waren we aangeland op de individuele mens via Rik. De universele waarden van harmonie en levenscomplexiteit zijn voor zowel de mens als de maatschappij en de natuur die ons omringt hetzelfde. Het grote en het kleine vormt zo een groot levend geheel dat zich door bewustzijn ontwikkelt en evolueert. De mens speelt daarin haar eigen rol.

De discussie in de zaal ging verder over de jeugd, zorg en het gebruik maken van creativiteit van mensen in de vrijheid van een persoonlijk kruispunt. Het spelelement van het geheim en de held werd genoemd als positieve dragers voor sociale innovatie die STIR aan het uitrollen is. Een ieder is uitgenodigd om er kennis van te nemen.

Over spelelementen gesproken was ook het moment aangebroken om het Tuintopia spel van Arjen de Vries als beloning voor alle interactie en aandacht uit te delen.  Het spel speelt zich af rondom een huis waar stadslandbouw kan worden gespeeld door 1 a 4 personen. Het geeft een mooi beeld van de balans die nodig is en hoe men overvloed kan creëren door het zelfbewust te organiseren. Het spelletje zal verder worden gebruik door ons voor burgerparticipatie.

De tuin op tafel
De tuin op tafel

Conclusie

Met het evolutiemodel van “zijn” en “doen” als inspiratie en projectiebron van werkelijkheden kon de permanente stip op de horizon duidelijk worden gepositioneerd in het gebied van symbiose. Daarbij hadden ook de persoonlijke verhalen over dienstbaarheid, verantwoordelijkheid, structuren, enz duidelijk laten zien dat harmonie en symbiose voortkomt uit bewustzijn en de toepassing ervan op de veranderende werkelijkheid via een doelbewust aanpassingsvermogen en begrip van de menselijke en natuurlijke complexiteit.  Een ieder kan daar persoonlijk verantwoordelijkheid in nemen en ermee experimenteren vanuit het eigen bewustzijnsproces met in acht name van het grotere geheel dat zo duidelijk zich aftekent via de kennis die wij met elkaar delen. Het maakt alles er niet gemakkelijker op maar wel inzichtelijker.

Het volgende avondcollege is na de zomer, op 3 September en gaat over de rol van geld in duurzame menselijke vooruitgang

Sustainocratie is een noodzakelijke aanvulling op de Parlementaire Democratie

Tijdens het STIR avondcollege van 14 Mei werd het ontstaan en de evolutie van het leven op aarde in verband gebracht met de huidige maatschappelijke werkelijkheid, de crisissen die wij beleven en de complexiteit waar we tegen aan lopen als mens en maatschappij. In dit artikeltje tracht ik het verband van toegevoegde waarde te leggen tussen Sustainocratie en de Parlementaire Democratie.

Bewustzijn

We hebben gezien dat het ontstaan en de evolutie van het leven op Aarde is gebaseerd op een vorm van muzikaal bewustzijn. Het allereerste levensdoel van tot leven komende stoffen is “groei”. Deze oorspronkelijk groeidrang zit moleculair ingebakken in ons eigen leven en dat wat ons omringt als natuur. Groei in een beperkte omgeving is echter nooit oneindig. Zo hebben wij in het college 4 bewustzijnsniveaus besproken:

  1. Groei  –  de natuurlijk drang van elk levend wezen
  2. Concurrentie – de strijd als groei botsingen oplevert
  3. Verandering – confrontaties uit de weg gaan door “anders” te zijn
  4. Symbiose – de kunst van het samen leven

Menselijke doorbraak:

De mens is in haar oorspronkelijke evolutionaire doorbraak doorgestoten naar een unieke situatie op niveau 3 van het “anders” zijn door een zeldzame combinatie van zelfbewustzijn en lichamelijke kenmerken. Dit gaf de mens de vrije ruimte om weer op een hoger niveau 1 van de evolutieladder te beginnen en onbeperkt te gaan groeien in een schijnbaar oneindig grote omgeving, zonder andere natuurlijke groeivijanden dan de mens zelf. Andere menssoorten zijn gaandeweg verdrongen of uitgestorven en alleen onze soort bleef over.

De eerste fase van de mens, enkele miljoenen jaren geleden werd alleen beperkt door de kunst van het vinden van onderdak en voldoende voedsel. Naar verloop van tijd kwam men vaker soortgenoten tegen die ook op zoek waren naar voedsel en groei. De mens werd de concurrent van de mens (niveau 2). Ons bewustzijn ging zich concentreren op de confrontaties met die ene mens. Onze creativiteit richtte zich daarop en daaraan hebben we veel technologische vooruitgang te danken.

Door het vrije spel in de natuurlijk omgeving creëerde de mens onderling een soort menselijk nevenuniversum dat dezelfde evolutionaire bewustzijnsfasen doorloopt als de oorsprong en evolutie van het alle leven samen. Eerst kwam er groei. Daarna concurrentie, met veel technologische uitdagingen om de Darwinistische wet van de sterkste en slimste toe te passen. Dat zien we nog steeds in onze wereldmaatschappijen. Toen de confrontaties te ernstig werden kwam er verandering bij in de vorm van nieuwe samenlevingsvormen en diplomatie. Al die tijd ging alle aandacht naar de mens, de gevaarlijke potentiële conflicten en onze wedijver om uit te blinken in competitieve daadkracht.

Geen enkel moment is er nog bewust aandacht geweest voor fase 4: symbiose o.a. met onze natuurlijke omgeving.

Grote gevolgen

De enorme bevolkingsexplosie, groeiende welvaart en welzijnsniveaus van de mensheid in haar “eigen universum” ontwikkelde al snel gigantische gevolgen voor de natuurlijke omgeving. Deze werden echter pas de laatste halve eeuw zichtbaar. De mens blijkt zo intensief aanwezig vanuit menselijk eigenbelang dat wij onze eigen leefomgeving dreigen te plunderen en vernietigen. Aan de menselijke symbiose die wij voor alle mensen onderling hebben geprobeerd te bewerkstelligen met medezeggenschap, kennisontwikkeling via onderwijs en een Parlementaire Democratie, gebaseerd op vrijheid van meningsuiting, maatschappelijke participatie en stemrecht dient nu ook een symbiose met onze natuurlijke omgeving te worden toegevoegd. Dat is een geheel nieuwe uitdaging op zich.

Vanuit een democratie blijken de gewenste resultaten op dit moment niet bereikbaar. Dat komt door de democratische cultuur die is ontstaan rond eigenbelang.

Eigenbelang

Organische ontwikkelingen van de mens zijn reacties op de gevolgen van de democratische processen en gefragmenteerde structuren rond eigenbelang. Wij vervuilen ons eigen nest op zo’n manier dat wij noodgedwongen weer in aanraking komen met het grotere geheel. De natuurlijke omgeving, waarin wij zijn ontstaan is het echte universum waar wij als mens ons niet gescheiden van ontwikkelen. Klimaatveranderingen, omgevingsvervuiling, culturele confrontaties door migraties, vernietiging van grondstoffen door verkeert en niet circulair gebruik, verstedelijking, welvaartsziektes, criminaliteit, enz. Het zijn allemaal consequenties waar reactief op gereageerd wordt wanneer het al te laat is. De gevolgeneconomie groeit op dit moment met 7% procent per jaar (een verdubbeling elke 10 jaar!!) en is niet meer te bekostigen uit de noodlijdende primaire consumptie economie.

Het menselijke en genetische anthropocene (tijdperk waarin de invloed van de mens op Aarde onuitwisbare gevolgen achterlaat) is volledig aan de gang met een sterke vernietigingskracht voor onszelf. Ondanks de solidariteit van de bevolking met de natuur en omgeving, en ondanks de regelgeving die ontstaat uit deze problemen, zien wij dat de problemen zich alleen maar opstapelen.

De democratie lost het als systeem niet op maar toch dienen wij verantwoordelijkheid te nemen voor ons eigen bewustzijn rond de situatie. Hoe?

Daardoor is Sustainocratie ontstaan, een samenwerkingsvorm rond symbiotische uitdagingen waar alle partijen van een duurzaam vooruitstrevende maatschappij zich hard voor willen maken, het alleen niet kunnen, en zich er samen voor inzetten. Maar dat laatste is een probleem. Want onder wiens autoriteit werkt men samen?

Democratie en Sustainocratie

Onze huidige democratische structuur is niet gebaseerd op bewustzijn of verandering maar op eigenbelang in het verkrijgen en behouden van situaties van overvloed. Democratische overheden worden niet gevraagd om een leiderschapsrol te vervullen voor verandering maar om een maatschappij succesvol te managen rond behoud van een genoten luxe. Maatschappelijke overvloed, vrede en voorspoed maakt gemakzuchtig en hebzuchtig, hetgeen de huidige democratievorm tot onmogelijk instrument maakt voor structurele verandering. Gevolgen zoals klimaatverandering, vervuiling, migraties met cultuurconfrontaties, oorlogen om grondstoffen, schaarste, economische problemen, enz creëren conflicten en crisissen. Deze zijn niet vanuit een democratische consensus oplosbaar.

Nog nooit heeft een meerderheid ergens in de wereld een verandering veroorzaakt. Daarvoor is het in de menselijke maat onmogelijk om overeenstemming te krijgen. Complexe veranderingen komen door chaos, oorlog, opstand en crisissen of door de interactie en samenwerking van minderheden die de vrijheid nemen om de confrontatie aan te gaan met werkelijkheid en verandering door te voeren. Sustainocratie is een georganiseerde multidisciplinaire minderheid ten behoeve van structurele niet democratische verandering.

Sustainocratie werkt onafhankelijk vanuit een duidelijke en permanente menselijke stip op de horizon en gemeenschappelijke besef dat alleen een gezonde, vitale, veilige, zelfredzame menselijke samenleving in symbiotische samenhang met haar natuurlijke omgeving ook een gezonde democratie oplevert. Management en leiderschap zijn twee totaal verschillende belevingen waar je de gemiddelde mens niet mee kunt opzadelen.

Door Sustainocratie (zie plaatsje hieronder) te aanvaarden in een maatschappij (als gemeenschappelijke drijfveer voor integraal menselijk belang binnen de context van de natuurlijke omgeving) kunnen er multidisciplinaire verbanden ontstaan die de maatschappij vrijwaren van crisissen en voeden met nieuwe innovaties die grote chaos, conflicten en depressies voorkomen. We maken functioneel, evolutionair (niet hiërarchisch) leiderschap onderdeel de maatschappelijke beleving als hoogste vorm van bewustzijn. Hieruit ontstaan dan innovaties die uniek zijn en een nieuwe fase van welvaart en groei in kunnen luiden.

Huidige Parlementaire Democratie: concensus van de meerderheid, eigenbelang, vrijheid, verzuiling, gelijkwaardigheid, economische groei, concurrentie, geldafhankelijkheid, economie, zorg, regelgeving, structuur en organisatie: de wetten van de verdeelde massa (management – controle/beter) – focus op behoud

Sustainocratie: universeel menselijke belang, duurzame symbiose,  universele waarden, waardecreatie, multidisciplinaire samenwerking, permanente toegepaste innovatie, toegepaste kennis, democratie gericht op vrijheid van keuzes en prioriteiten, niet van doelstellingen: duurzame menselijke vooruitgang (leiderschap – visie/anders) – focus op verandering

Sustainocratie en Democratie
Sustainocratie en Democratie

Deze yin-yang achtige relatie tussen democratie en sustainocratie dient elkaar steeds weer uit te dagen zodat de democratie zich permanent moderniseert zonder schade aan te richten aan haar omgeving en met behoud van overvloed voor de bevolking.

Sustainocratie mag dan ook niet geïnstitutionaliseerd worden want dan ontwikkelt het zich ook weer als zichzelf instant houdende structuur. Het dient een functionele beweging te zijn die zich voedt vanuit de noodzaak van aanpassing (niveau 3 van bewustzijn) en symbiose tussen mens en de natuur (niveau 4) dat door alle kernpartijen van de maatschappij gedragen wordt. Het leiderschap in Sustainocratie wordt aangestuurd door de omstandigheden van lokale duurzame stabiliteit behoeften (zie hieronder). Het wordt door initiatiefnemers opgezet die niet de baas zijn maar uitnodigen tot de coöperatieve co-creatie vanuit de 5 kernprincipes van harmonie tussen duurzame menselijkheid en natuurlijke omgeving.

  1. Gezondheid
  2. Veiligheid
  3. Welzijn
  4. Toegepaste kennis
  5. Zelfredzaamheid

Alle 5 de thema’s zijn inhoudelijk gebaseerd op de kern van evolutionaire duurzaamheid. Als deze kernfactoren goed worden behartigd zorgen ze voor de juiste integrale vernieuwing. Deze leidt dan weer tot optimale groei en concurrentieperspectieven in de maatschappelijke dynamiek en economische daadkracht zonder onnodige confrontaties met andere groepen of kosten met risico’s door gevolgen. Het geeft dienstbaarheid vanuit innovatiekracht.

Sustainocratie is daarom een noodzakelijke aanvulling op de huidige parlementaire democratie, die deze van een duidelijke stip op de horizon voorziet van menselijkheid waar weer allerlei belangen aan kunnen worden ontleend. Sustainocratie in tegenstelling tot democratie dient niet gefinancierd te worden, alleen opgestart met een minimum aan startkapitaal als katalysator. Dit kapitaal dient alleen om van de maatschappelijke partners het vertrouwen te krijgen door hen middelen te tonen waar men voor gaat samen werken. Die middelen worden als katalysator ingezet.  Sustainocratie is een waardecreatie instrument dat zichzelf bedruipt uit de coöperatieve resultaat gedrevenheid. Waarden die zich bevestigen worden in de economie opgenomen en uitvergroot. Daarvan is een deel voor de vervolgstappen van de Sustainocratie juist omdat Sustainocratie zich altijd in de toekomst plaatst met terugwerking naar het heden. Het is even wennen aan de plek die Sustainocratie in neemt maar daar waar het functioneert zijn de vruchten al zichtbaar.

Sustainocratie is niet democratisch omdat het van algemeen erkend belang is waar altijd voor gekozen dient te worden. Het wordt wel democratisch uitgevoerd in de prioriteitstelling en keuzes van het moment.

Sustainocratie wordt uitgevoerd door minderheden die bereid zijn vanuit menselijk perspectief de eigen professionaliteit en autoriteit te koppelen aan het algemene belang. Het zijn stuk voor stuk mensen met passie voor de mens en menselijke vooruitgang, waarbij ook machtsposities functioneel zijn voor het bereiken van de juiste resultaten.

Precedenten

AiREAS (gezondheid en omgevingskwaliteit), VE2RS (zelfredzaamheid en wederkerigheid met de omgeving) en STIR (bewustzijnontwikkeling en toepassing) zijn concrete voorbeelden van Sustainocratische initiatieven die de democratie aanvullen met een innovatieve dynamiek die voortkomt uit geheel eigen drijfveren (stip van duurzame menselijkheid) anders dan de parlementaire democratie (behoud, groei, concurrentie, welzijn en reactie op gevolgen).

Positionering van Sustainocratisch Ondernemen
Positionering van Sustainocratisch Ondernemen

Gedicht van Irma Lohman

(Blog Irma Lohman)

Gedicht Muziek van het leven, harmonie.

Zelfgeschreven gedicht n.a.v mijn gastcollege 14 mei 2013 bij het STIR avondcollege.

Het thema van dit college gaat over harmonie, muziek en het leven.

Mineur en majeur, en hierin de balans zien te vinden is voor iedereen een nobel streven. Je komt ter wereld en slaakt daarbij jouw eerste toon, dat je diezelfde levensenergie uiteindelijk weer zal uitblazen, dat weten we gewoon. Het gaat om die tijd ertussen, wat doe jij daarmee, ben je je bewust van jouw vele mogelijkheden? Of houd jij liever je adem in, deins je mee op die grote stroom en bedenk je je niet zo gemakkelijk een reden? Het leven is als een doolhof, groot en onbekend, waarbij je ontelbare keren valt en uiteindelijk toch weer opstaat en doorrent. En vraag je je weleens af, waar ga ik naartoe, waar wil ik heen?
Luister dan naar het lied van je hart, daar vind je het antwoord vrijwel meteen.Toen we jong waren, onbezonnen en vrij wisten we vaak al vroeg wat we het liefste deden of wilde worden en voelden we ons blij. Nog geen disbalans van hart en hoofd, dit pure gevoel had ons nog niet van onze vrijheid beroofd. Gevangen in een web van wirwar en draden, blijven we vaak dezelfde wegen bewandelen , en zien we niet meer dat we zelf verantwoordelijk zijn voor onze eigen daden. Er gloort hoop aan de horizon voor diegene die de moed heeft om goed naar zichzelf te kijken. Diegene die liever op korte termijn denkt, zal uiteindelijk zichzelf ook weer tegenkomen, juist omdat je deze obstakels in het leven niet kunt ontwijken. Het leven gaat niet altijd over rozen en klinkt ons niet altijd als muziek in de oren, maar juist om er dan de dialoog mee aan te gaan kan het ons de schaduwzijden ervan doen bekoren. Die lef is nodig om te durven leven, als je de ander kant opkijkt is dat laf, in eerste instantie tegenover jezelf, maar kun je anderen om je heen ook niet veel geven.Kijken naar jezelf in de zin van wie ben ik zonder alle poespas eromheen, is een andere vraag dan wie wil je zijn, meestal weten we dat wel meteen. Het is juist de kunst terug te gaan naar jouw kern en de reden van jouw bestaan.
Dan pas kun je jouw bestemming, jouw zielendoel vinden, en de ups and downs van het leven aangaan. Dus luister naar elk thema dat de revue passeert in jouw leven, en bekijk het van alle kanten, om er daarmee op eigen wijze klank aan te geven. Niets is daarbij goed of fout, het is maar hoe jij verkiest ernaar te kijken, hoe jij het beschouwt. Met vallen en opstaan leren we een hoop, soms ontwarren we bepaalde zaken, soms komen we er tijdelijk door in de knoop. Toch geeft het idee dat je telkens weer een keuze hebt rust en hoop, en gaat het fenomeen “leven om te overleven” niet met je aan de loop.Want net als dat muziekstuk dat je op diverse manieren kunt arrangeren, zo kan ook jij jouw leven dirigeren leren. Geef je dat stokje door waarmee je dirigeert, of zing jij nu je eigen lied, zodat jij niet ook weer jouw kinderen met bepaalde overtuigingen bezeerd? Sleutelwoorden van het leven zijn uiteindelijk voor eenieder harmonie en balans, dus luister naar jouw ziel, speel geen tweede viool meer en grijp die kans! Als je dan ooit terugkijkt op jouw levensverhaal, kun je met trots zeggen: Ik heb het leven dat voor me bestemt was geleden, maar ondanks alle mineurs en majeurs heeft het me niet moe gestreden. Heb ik geluk gekend alsook verdriet, en kun je tijdens je laatste adem fluisteren; het is goed zoals het was, ik zing vanaf nu alleen nog maar het hoogste lied.
Irma Lohman
Irma Lohman
Irma Lohman

Verslag avondcollege 14 Mei – Muziek, leven en harmonie

(Blog Jean-Paul Close)

Pythagoras en Galilei, onbewust grondleggers van bewustzijn

De avond begon met een uiteenzetting over de nieuwsgierigheid van Pythagoras in het “waarom wij mensen bepaalde muziektonen zo mooi vinden?” Hij wist een verband te leggen tussen de tonen door harmonieuze relaties van frequenties te ontdekken. Dat was in 500BC in  het toenmalige Griekenland. Het heeft daarna nog 2000 jaar geduurd voordat Galileo, de vader van de beroemde sterrenkundige Galileo Galilei er een vervolg aan gaf en de ontdekking verfijnde. De harmonieuze relaties vertonen unieke patronen die steeds weer terugkomen in het universum en onze dagelijkse werkelijkheid, zoals wij die kunnen observeren. In de jaren 70 van de vorige eeuw was Ray Tomes bezig met het analyseren van economische schommelingen en ontdekte identieke tijdspatronen die overeen kwamen met de muzikale patronen van Galilei. Hij wilde er eerst niet over praten uit angst voor gek verklaard te worden. Maar toen hij de verbanden tussen harmonieuze toonfrequenties, de opbouw van sterrenstelsels en planeten tot en met ons subatomaire niveau, terug zag bij onderzoeken van andere mensen kroop hij uit zijn schulp. Er volgde een zoektocht naar de betekenis van deze wijsheden die onmiskenbaar een verband legden tussen de cyclussen van menselijke organisatievormen, geboortes, sterfte, klimaatveranderingen, de stand van planeten, enz.

Binnen de visie over de menselijke complexiteit (het conflict tussen het Doen en het Zijn) kon ik zo de verschillende ontdekkingen samensmelten en zelfs tot de conclusie komen dat wij eerst zijn en dan pas doen.  Hoe? De uitleg over het ontstaan van het leven gaat als volgt. Deze is vooralsnog filosofisch maar gebaseerd op wetenschappelijk samengevoegde inzichten die samen een geheel vormen die ook op termijn formeel zal worden bewezen. Natuurlijk is de visie een confrontatie met werkelijkheden waar wij vanuit verschillende culturen mee zijn opgevoed en als “waar” beschouwen, zelfs met hand en tand verdedigen omdat ze ooit zekerheid hebben geboden. Dat hoort bij het proces, zoals ooit ook de moeizame aanvaarding van een ronde Aarde of de Zon als middelpunt van ons stelsel ooit een bron van verzet was van vermeende oudetijdse machtsstructuren.

Het ontstaan van het bewustzijn, de basis van het leven

De cyclussen die door de verschillende genoemde wetenschappers en onderzoekers worden beschreven, als ook de harmonische verhoudingen, zijn ook terug te voeren naar de manier waarop atomen trillen. Deze hebben veelal een positieve of negatieve lading maar ook een variatie in beweging die onder uiterst specifieke omstandigheden harmonieuze frequenties tonen. Deze frequenties hebben unieke eigenschappen, buiten de polariteit van de moleculen om. Hierdoor kunnen er tussen bepaalde moleculen stabiele harmonieuze relaties en verbintenissen ontstaan die op zichzelf OOK een nieuwe, stabiele harmonieuze frequentie teweeg brengen. De eerste komt per toeval tot stand dankzij de unieke omstandigheden van de elementen en omgeving. Daarna is het leven ontstaan met een vorm van organische stabiliteit tussen schijnbaar onverenigbare elementen. Die relatie tussen element A en element B is dus niet op basis van positief of negatief geladenheid maar de harmonie in unieke, zeldzame onderlinge frequenties, muziek dus. A+B wordt zo “(bewust)AB” waar “bewust” betekenis geeft aan de harmonieuze aantrekkingskracht van deze uniek AB combinatie onder speciale omstandigheden waardoor AB een eigen identiteit en gedrag krijgt dat niet behoort tot de traditionele leer van natuurkunde maar gaat behoren tot biologie, het leven. Het leven is nu ontstaan omdat de gestabiliseerde harmonieuze band open staat voor nieuwe harmonieuze bindingen. Hoe groter deze verbintenissen des te krachtiger de aantrekkingskracht en bewuste zoektocht naar nieuwe harmonieuze verbindingen. Dit vertaalt zich in ons gangbare biologische besef  naar “voeding” en “groei”, de eerste drijfveren van het leven.

Door het ontstaan van het leven in een speciale omgeving, waarin ook water een fundamentele rol speelt als drager van vele elementen die door de stroming van water (dat een uiterst neutrale eigenschap heeft als oplosser van vele vaste elementen) met elkaar in aanraking komen, ontstaat ook een organisch groeiproces. Groei van harmonieus samengekomen elementen kan echter niet onbeperkt doorgaan. Het ontwikkelt zich exponentieel waardoor er een punt van verzadiging komt (point of singularity). Als dit punt is bereikt dan stort het verband in als plumpudding of er ontstaan kleinere versies van dezelfde levende vorm (fractale groei). Door de enorme diversiteit van combinaties die ontstaan uit de vroegste harmonieuze verbintenissen ontstaat er een moment dat het op groei gecentreerde leven elkaar tegenkomt en met elkaar noodgedwongen gaat concurreren. Grotere harmonieuze levenscombinaties “eten” kleineren die overeenkomen met een specifiek harmonieus patroon dat de “waarde”van groei tegemoet komt.

Concurrentie geeft een nieuwe impuls aan de ontwikkeling van levensvormen waardoor er een soort Darwinische ontwikkeling ontstaat van de snelste, de grootste, de meest of minst harmonieuze, enz. Maar er ontstaat ook een andere dynamiek die de levende wereld op zijn kop zet: het aanpassingsvermogen. Verschillende soorten ontdekken dat concurreren alleen leidt tot dood en verderf via een bepaald eenzijdig selectieproces. Een doorbraak in de ontwikkeling en groei van vormen van het leven in een omgeving waar “overleven” tot de drijfveren ging horen ontwikkelde zich ook de dissonantie van harmonie en disharmonie waarin het gevoel “angst” zich kon ontwikkelen. Groei en vermenigvuldiging  werd via concurrentie aangevuld met een nieuw fenomeen dat de basis werd voor een nieuwe stap in zintuiglijke bewustwording, namelijk het aanpassingsvermogen door het ontwikkelen van zekerheden juist door confrontaties te mijden in plaats van op te zoeken. Het bewustzijn ging zich aan te passen in een veelzijdigheid van vormen, kleuren, voedingspatronen, enz. Nog steeds ervaren wij de oerimpulsen van onze levensdrang in ons dagelijks bestaan door onze emoties rond angst, tekorten en voortplanting. Deze zien wij ook terug in onze maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven, vormen van zekerheden. macht, enz.

14 mei Muziek (presentatie in PDF)

De hogere stap in het bewustzijn tussen planten en dieren heeft ook een nieuwe dynamiek toegevoegd aan de processen, namelijk die van het maken van onbewuste en zelfbewuste keuzes. De combinatie tussen aanpassen naar niet confronterende relaties in een concurrerende omgeving opende de weg voor wederom een nieuwe vorm van leven en overleven. Dat is het SAMEN leven, de symbiose, waarin verschillende soorten elkaar zodanig ondersteunen waar beiden er voordeel bij beleven. Zo is elke mens zelf als individu een symbiose van miljarden samenlevende soorten organismen. De mens zou niet kunnen bestaan zonder de dynamiek van die organismen die zorgen voor onze lichamelijke balans, onze innerlijke muzikale harmonie. Wij dienen echter zelfbewust te zorgen voor onze eigen harmonie met de grotere universele buitenwereld, wederom om er samen profijt van te ondervinden (duurzame menselijke vooruitgang). Als wij dat niet doen zal de universele werkelijkheid uiteindelijk een nieuwe balans opdringen. Aangezien die onverwacht komt doordat wij er ons niet zelfbewust op hebben afgestemd zal deze als crisis en chaos worden ervaren. Door open te staan voor onze innerlijke kompas, die per slot van rekening miljarden jaren oud en bewust is, kunnen wij ons beeld van de werkelijkheid verenigen en harmonieus afstemmen met de werkelijkheid rond om ons heen. Daarom vinden wij muziek zo mooi, niet omdat de tonen en frequenties ons aanspreken maar omdat wij muziek ZIJN!

Irma Lohman

De tweede docent van de avond was opera zangeres en levenscoach Irma Lohman. Irma heeft gestudeerd aan het conservatorium en in haar jonge jaren veel samengewerkt op de podia van de belangrijkste organisatie van de wereld van muziek en entertainment. Zij is moeder van 6 kinderen, allemaal jongens! De tweede fase van haar leven werd gekenmerkt door de uitdagingen van het leven zelf, het loslaten van de schijnwereld van faam, en de werkelijkheid van een permanente ontdekkingsreis van harmonieuze verhoudingen die vaak niet te voorspellen zijn. De herkenbare problemen van omgevingsfactoren zoals de crisissen, met  burn out van partner, de speciale kenmerken van verschillende kinderen,  economische zorgen en problemen gingen ook parten spelen in haar eigen leven en dat van haar gezin. Haar pijn heeft haar innerlijke zelf losgemaakt en uiteindelijk kon ze zich weer vinden in haar zang, niet meer puur als entertainment instrument maar vooral ook als muzikale boodschapper en verbinder van emoties, nieuwe werkelijkheden en bewustzijn. Zij werkt dan ook als relatie coach en gebruik haar talent en persoonlijke verhaal voor het grotere publiek.

Irma vertelde haar verhaal waarna zij uitgenodigd werd om iets voor ons te zingen. Haar keuze viel op een stuk uit de wereld van opera waarin het drama van het leven verwoord wordt.  Na haar indrukwekkende optreden van 7 minuten lag er een stilte over de deelnemers. Het drama was binnengekomen. De vraag was alleen: “Waarom drama?” Waarom had Irma de keuze gemaakt juist voor dit lied? Was het om haar zangkunsten te vertonen als operazangeres omdat “opera veelal drama vertolkt?” of als boodschap?

Het college was vooral bedoeld om muziek als instrument te laten beleven volgens de context die in het begin van de avond was geschapen. Drama is een voorstelling van een werkelijkheid maar er zijn andere werkelijkheden. Daarom werd de vraag gesteld of zij een keuze kon maken uit haar repertoire om ons allen vrolijk en gelukkig te stemmen? Haar keuze viel op “Summertime”. Na de vertolking van dit nummer was de sfeer inderdaad “anders” in de zaal maar de zwaarte van het eerste lied dreunde nog door.  Op de vraag of wij nu genoeg opgevrolijkt waren kwam het volmondige maar met humor geladen “nee”. Het was tevens een smeekbede van de zaal om door te gaan op onze zoektocht naar het juiste gevoel van de avond. Rik vroeg aan Irma of zij misschien een boodschap wilde zingen vanuit haar innerlijke zelf. Wederom een uitdaging die Irma te beurt viel, haar aan het denken zette maar ook het publiek openstelde voor haar antwoord. Zij verkoos een nummer van Händel.

Na afloop heerste er een gevoel van tevredenheid in de zaal. Vraag en antwoord waren op elkaar afgestemd. Jan verwoordde het mooi door te zeggen dat hij “de innerlijke stilte had beleefd”. Peter vatte de drie nummers samen vanuit zichzelf “bij het eerste nummer ontstond bij mij een vraag die mij al bezig hield. Het tweede nummer zette mij aan het denken en bij het derde nummer kreeg ik van binnen het antwoord”.  Het verbond was muzikaal ontstaan en als bewijs geleverd van de presentatie eerder op de avond. Wij ZIJN muziek en onze werkelijkheden stemmen zich muzikaal op elkaar af in verschillende werkelijkheden. De onderlinge band die was ontstaan tussen Irma en alle deelnemers onderling verlangde een verder bevestiging, een definitieve waarborging van ons innerlijk zijn die avond, onze tijdelijke (misschien wel blijvende) symbiose. Rik vertelde over een ervaring tijdens een Renaissance groep bijeenkomst een jaar of 4 terug waar Paul en Carla van der Velden het lied Nessun Dorma (niemand zal slapen) hadden gezongen. Irma riep dat zij dat lied ook bij zich had! De zaal werd uitgenodigd om samen met haar te komen staan en de energie van die lied over een wakker bestaan te beleven. Het was een waardige en bijzonder afsluiting van de avond. De vertolking was subliem en de aanwezigen hadden zichtbaar moeite om de ontstane band los te laten. De gesprekken gingen door totdat de herhaaldelijke signalen van de school lieten weten dat wij het gebouw en terrein met tegenzin dienden te verlaten.

Al met al een mooie, betekenisvolle avond.  

Irma Brouwer - Opera zangeres en coach
Irma Lohman – Opera zangeres en coach

Het volgende STIR avondcollege is op 4 juni en gaat over de terugkeer van de oerwouden met onze eigen Indiana Jones, Cor Denneman.

Geld, schuld en macht

Schuldenprobleem opgelost?

Vooruitlopend op de boeiende STIR avondcolleges in Eindhoven (en binnenkort ook in Antwerpen) over geld, schuld en macht (na de zomer) wil ik u nu alvast deelgenoot maken van een aantal documenten van onze nieuwe STIR partner en Sustainocraat in wording in Antwerpen, Werner van Ginneken.

De interessante conclusie is dat

“Schuld niet echt bestaat. Het is een pressiemiddel”

Er zijn alvast twee pdf-documenten van Werner kunt u hier downloaden

Technische oplossing voor schuldencomplex

mijlpalen en praktische bezwaren

Werner gebruikt elke principes van Fisher en Einstein in rekenkundige vergelijkingen die op papier natuurlijk erg logisch zijn maar in de werkelijkheid opboksen tegen een niet wiskundig fenomeen: de menselijke complexiteit. Dat laatste verdient natuurlijk onze STIR aandacht. Hoe gaan we hier mee om? Daarvoor gebruik ik liever even mijn eigen woorden. Die van Werner kunt op papier lezen en na de zomer persoonlijk met hem in het college bespreken.

Berg geld

Pak al het geld van Nederland (of België) en gooi het op een hoop. Maak een foto van die hoop en geef nu al het geld aan de Nederlanders (of Belgen) om er wat mee te doen. Als men klaar is dan gooien we al het geld weer op de hoop en maken er nog een foto van. Er is niets veranderd. Beide foto’s zijn gelijk.

Hoop van Geld
Een hoop geld

Geld is dus een stabiele factor, het blijft altijd hetzelfde. Het is een tastbaar middel. Schuld heeft niets met het geld te maken want schuld is niet tastbaar, het is een onderlinge afspraak rond het wegnemen van geld van de hoop om het te gebruiken en te zorgen dat het weer op de hoop komt. De hoop blijft zo intakt en kan keer op keer gebruikt worden in de processen waar het voor bedoeld is. Dat laat Werner zien aan de hand van vergelijkingen die aantonen dat Schuldeiser en Schuldenaar tegen elkaar weggestreept kunnen worden. Zolang de hoop compleet is dan is er ook geen schuld.

Bewustwording door even te roeren in wat begrippen

Vanaf hier ga ik in de beeldvorming blijven roeren om duidelijk te maken dat de crisissen waar we mee te maken hebben geen enkele betekenis hebben, in tegenstelling tot wat machthebbers ons willen doen geloven. We gaan terug naar die twee gelijke hopen geld. Tussen de eerste en tweede berg van hetzelfde geld is wel degelijk wat veranderd. Namelijk datgene wat men met het geld heeft gedaan. Men heeft het ingewisseld voor onderlinge gunsten (emotionele waarde). In het proces is er wat geld zelf betreft niets gebeurd alleen het is van hand veranderd volgens een maatschappelijke afspraak en is daardoor een gunst aan de maatschappij toegevoegd. Het geld brengt dus vooruitgang door de uitwisseling van gunsten te stimuleren en tastbaar te maken. Een maatschappij brengt in principe geld in circulatie om die reden. Dat heet waardecreatie. Schuld bestaat dan niet omdat geld neutraal is en alleen de onderlinge gunsten waarde hebben.

Als iemand geld heeft maar (nog) geen gunsten nodig heeft dan kan deze het aan iemand anders geven (of uitlenen) die er wel behoefte aan heeft. De som van de actie is dat we er integraal op vooruitgaan. Dat is de oorsprong van de coöperatieve bank (Dhr. Raiffaisen). Ik kan zelf altijd iemand weer een gunst doen en daar  geld voor krijgen dat ik alleen nodig heb als ik zelf ook iets nodig heb dat met geld wordt betaald. Zo is geld gewoon een middel in circulatie.

Natuurlijk kan ik de schuld noteren van de geldlening die ik iemand heb gedaan. Dan is hij mij geld of een gunst schuldig. Door het proces om te keren kan de schuldenaar gunsten uit gaan wisselen voor geld en zo de schulden aflossen door het geld terug te geven. Deze schuld kan natuurlijk ook in gunsten worden afgelost want geld en gunst zijn uitwisselbaar. Geld in omloop creëert zo alleen maar menselijke waarden. Schuld en schuldeiser strepen zich tegen elkaar weg zolang het motortje van waardecreatie blijft draaien. En het geld in omloop blijft nog steeds dezelfde grote hoop. De samenleving draait om de onderlinge afspraken rond geld en de uitwisseling van gunsten waarbij schuld en schuldeisers in onderling evenwicht blijven.

Waarom zitten we dan zo in de crisis?

Er zijn verschillende redenen. Er  ontstaat een probleem als iemand mij geld wil lenen zodat ik gunsten kan kopen en deze schuldeiser mij niet één maar twéé gunsten terugvraagt. Op het moment van de lening is het geld één gunst waard in mijn handen maar op papier ben ik er twee schuldig. Ik moet dus zelf dubbel zoveel gunsten doen om in de omloop in het reine te komen. Het is oneerlijk dat de schuldeiser de schuld dubbel opeist dan hij gegeven heeft. Waarom accepteren we dan zo’n deal? Omdat we misschien iets nodig hebben voor het dagelijks leven dat op een andere manier niet verkrijgen is (macht door het creëren van tekorten), zoals een huis om te wonen. Door ons afhankelijk te maken van geld voor onze dagelijkse behoeften en niet van onze gunsten bepaalt het geldsysteem wat geldwaarde heeft en wat niet.

Als de schuldeiser geen gunsten terug wil, alleen meer geld dan dwingt hij mij mijn eigenwaarde te halveren en dubbel zo hard bepaalde gunsten (die geld opleveren, niet noodzakelijkerwijs maatschappelijke vooruitgang)  uit te gaan delen waar ikzelf niets aan heb (behalve het in stand houden van mijzelf, geen enkele vooruitgang). Of ik moet meer schulden maken. Uiteindelijk stagneert de wereld van gunsten en geld en ontstaat er een crisis omdat niets meer circuleert. Geld gaat maar een kant opstromen, namelijk van schulden naar schuldeiser. Dat kan natuurlijk niet want schulden worden nu gecreëerd zonder dat er geld of gunsten tegenover hebben gestaan. Er is dan geen waardecreatie meer, alleen waardevernietiging. Degene die met het geld omgaat heeft een onterechte machtspositie door te eisen wat niet opeisbaar is. Er wordt geld gevraagd dat er niet is. Men wil steeds meer dan de berg groot is. Dat kan niet en bestaat ook niet in de echte wereld want wij als bevolking maken geen nieuw geld maar gebruiken geld alleen voor gunsten. Alleen in een virtuele wereld van schuld en macht kan de geldverplichting groeien vanuit schuldaanvaarding of opgelegde verplichting vanuit macht. Als wij dus het woord “groei-economie” horen dan zijn het deze speculanten die aan het werk zijn door meer geld aan ons terug te vragen dan er ooit in circulatie is geweest. Dat doet men dan door een claim te leggen op de toekomst, onze toekomst. Hierdoor  wordt de bevolking in feite gegijzeld in een schuldsysteem.

Een tweede probleem ontstaat als wij gunsten vragen van buiten ons circulaire gunsten gebied. Wij krijgen dus gunsten maar het geld verdwijnt. De berg wordt kleiner. Een maatschappij kan dat compenseren door er geld bij te leggen om de berg in stand te houden voor lokaal gebruik maar dan ontstaat er een vertekend beeld. Door schuldeisers en schulden tegen elkaar weg te schrappen in een circulaire economie blijft het stabiele geld over. Maar nu verdwijnt het stabiele geld, ontvangen wij gunsten en is er niets weg te schrappen. Het stabiele geld is weg en laat alleen schulden achter. Het cirkeltje is doorbroken en het hoopje geld verdwijnt. Door het aan te vullen verhogen wij alleen de schuldontwikkeling, geen waardecreatie. Dat is tijdelijk goed voor het machtsysteem maar niet voor de maatschappij. Daarom moeten er kapitaal injecties komen om het hoopje in stand te houden, maar die lossen niets op want die worden toch weer leeggezogen of uitgewisseld tegen oude schulden.

De oplossingen

Er zijn natuurlijk vele oplossingen te bedenken. Zo kan het cirkeltje weer sluitend worden gemaakt door geld lokaal te houden en weer te koppelen aan gunsten in plaats van schulden. We zien overal op dit moment kleine waardesystemen ontstaan die deze functie op zich nemen nu de Euro onstabiel is geworden. We praten dan niet over een groei-economie maar een welzijnsmaatschappij (zoals sustainocratie).

Men kan ook de waarde van geld ten opzichte van de gunsten halveren in plaats van te verdubbelen. Een soort negatieve rente. Dan lost de schuld vanzelf op naar mate de bevolking weer in actie komt met gunsten verlenen. Dat is echter een puur technisch oplossing als we de oude explosie van onterechte schulden willen blijven erkennen. Het is niet echt praktisch omdat geld zelf geen waarde heeft. Dus de helft van niets is niets. We verdubbelen ons waardebesef van gunsten ten opzichte van geld en dat levert een moeilijke situatie op lokaal.

Men  kan ook een wereldeconomie afspreken maar dan moeten de parameters van de gunsten wel gelijk getrokken worden in alle landen. China heeft een lager arbeidsloon dan Europa of USA. Een euro krijgt meer gunsten in China dan elders in de wereld. Daarom trekt de Euro ook massaal naar China en circuleert het niet in Europa. Als China echter gunsten terug wil vragen aan Europa kost het haar het dubbele of meer dan wanneer ze het zelf doet.  Daarom ontwikkelt China zich zo snel met de middelen van buitenaf en zuigt het Europa en Amerika leeg. We moeten dus ophouden om gunsten te vragen aan China (zelfredzaamheid). En als ik China zeg dan gaat het over alle lageloon landen natuurlijk. China is echter een grootmacht in deze die snel haar eigen megacrisis ontwikkeld op deze manier.

Men kan ook weer de “gunsten economie” opbouwen en geld op een secondaire plaats zetten. Geld wordt dan het middel dat het ooit bedoeld is en niet het doel om alleen maar stijgende onwerkelijke schulden te betalen. Dat zijn allemaal keuzes die een mens eenzijdig kan maken en dan in conflict komt met het dominante schuldensysteem, of collectief regionaal door de schuldeisers uit te sluiten en samen te werken vanuit waardecreatie. Dan komt men misschien in conflict met schuldgerelateerde juridische ontwikkelingen van de laatste decennia maar ook dat zijn onderlinge afspraken over een morele soevereiniteit waar met samen uit kan komen.

Macht is het probleem
We komen altijd in het vaarwater van de machtsposities die zijn ontleend aan het geld, leen en het verhoogde terugeis systeem. Men wil alleen geld en geen gunsten dus raakt het land werkeloos en steekt men zich in grotere virtuele (want het verschuldigde geld bestaat niet eens in de vaste werkelijkheid) geldschulden om de eerste schulden af te kunnen betalen. Moderne juridische systemen zijn rond de geldelijke concentraties van macht gebouwd waardoor er ook een moreel conflict ontstaat in het juridische systeem. Ook vrouwe Justitia heeft zich laten verleiden door de blinddoek voor te doen, niet om onpartijdig te kunnen oordelen maar door de werkelijkheid niet te hoven zien in haar oordeel. Moraal is zo uitgesloten van de werkelijkheid. Vrouwe Justitia wordt uitgedaagd zich te herstellen door haar blinddoek af te doen, haar maagdelijke morele onafhankelijkheid te herstellen en een nieuwe fase van morele bewustwording in te luiden in ons samenlevingssysteem. Dat is ook moeilijk natuurlijk omdat ook het bewakende juridische systeem in de machtige handen is gevallen van het schuldsysteem en dienstbaar is geworden aan hebzucht in plaats van menselijkheid. De nieuwe vorm van democratie lost dit op maar dan moeten we wel de oude opzij durven zetten.  Dat is een keuze vanuit zelfbewustzijn.

Als men dus weer gunsten gaat leveren aan elkaar dan lost ook het schuldprobleem zich op door de omgekeerde evenredigheid. De machtsposities stellen echter eisen aan de aard van de gunsten door ze te verbinden aan geld en nieuwe schulden (denk aan het zorgsysteem). Die eisen worden weer in verband gebracht met het eigenbelang van het systeem dat schuld koestert wegens de macht die het oplevert door bijvoorbeeld arbeid met geld te honoreren in relatie tot productie, distributie en consumptie in plaats van welzijn . Dit is een samenspel tussen banken (schuldbeheerders) en overheden (systeembeheerders) die beide de macht verdelen door de mensen schulden voor te houden en af te dwingen. De mens kan niet anders omdat de basisbehoeften in overvloed getoond worden maar alleen toegankelijk zijn met geld. En dat laatste is alleen beschikbaar onder omstandigheden die door macht zijn bepaald.

Emotioneel probleem
Voor de bevolking is dit alles een emotioneel probleem. Schuld wordt van buitenaf opgelegd vanuit de tastbare wereld (geld), vaak met wettelijke plichten (macht) terwijl deze op te lossen is door de energetische (gunsten) wereld. Door als individu schuld niet meer te erkennen (teruggeven aan de schuldeiser met de opmerking “niet van mij”)  is die emotie weg en kan er gewerkt worden aan die werkelijkheid van gunsten. Dat is lastig omdat banken en overheden een aantal emotionele waarden van ons onder controle hebben door ze in geldschuld te vertalen. Denk aan onze huisvesting, voedsel, gezondheidszorg of pensioenen. Dat is macht over werkelijke behoeften. Maar deze zelfde instanties hebben ooit geld gecreëerd om een gemeenschap te verleiden tot productiviteit op basis van onderlingen gunsten uitgedrukt in geld. Nu die productiviteit door macht-hebzucht is verdwenen is de macht ook uitgehold omdat deze alleen op schuld is gebaseerd. Voor de normale mens levert dit angst om de zekerheden te verliezen en voor de machtssystemen de angst om hun macht te verliezen. Angst is de essentie van de crisis en blokkeert een oplossing totdat een emotionele ontploffing (chaos, oorlog, enz) de zaak op pijnlijke wijze saneert.

De werkelijkheid is echter anders dan de machthebbers verkopen. Huizen, dokters, geld, grond, mensen en de hele tastbare wereld is hetzelfde, met en zonder schuld. Schuld is een opgedrongen afspraak waar men macht aan ontleent maar het is virtueel. Alleen die tastbare wereld is reëel en wordt gebruikt als werkelijke zekerheid. Vaste middelen worden gebruikt voor leven en welzijn. Gunsten zijn ook echt, door de emotionele waarde die eraan wordt ontleend van vooruitgang. Schuld en bijbehorende macht is virtueel, niet bestaand en wordt alleen bewerkelijkheid door er een rechtstaat en politiemacht aan te koppelen onder beheer van de machthebbers. Deze schuldenwereld heeft de gunstenwereld bevroren waardoor de tastbare wereld niet meer voor vooruitgang wordt gebruikt. We staan stil. Alleen de schulden bouwen op en de misstanden. De “macht” staat op drijfzand. Als de mens geen toegang meer krijgt tot overvloed verschaft zij zich toegang met geweld om te overleven.

Door de schulden weg te nemen komt de gunstenwereld weer op gang en draait de maatschappij op termijn weer optimaal. De enige die ophoudt te bestaan is de huidige bank die virtuele schulden beheert die toch in de werkelijkheid niet bestaan. En de dominante overheid die weer moet gaan faciliteren in plaats van controleren en speculeren zodat vooruitgang wordt geboekt en geen stilstand. Dat is allemaal niet zo moeilijk. Het is gewoon een erkenning van de echte werkelijkheid, onze angst een realistisch plekje geven, macht ontkennen en lossen door onze onderlinge afspraken een beetje aan te passen. In feite is het een simpele keuze tussen menselijke waarden of niet bestaande schulden.

Kan dat zonder kleerscheuren? 

Ja, als men Sustainocratie toepast, ook in het machtsysteem. Een aantal jaren geleden bestond Sustainocratie nog niet maar nu wel. Destijds kon men zich nog verschuilen als machthebbers in de onwetendheid en een oorlog of opstand als “onverwachte” consequentie aanvaarden. Nu is er een vraag (eis eigenlijk) om menselijk verantwoordelijkheid aan degenen die vooruitgang blokkeren door macht onterecht uit te blijven oefenen. Ze hebben nu een vrijwillige keuze die opeisbaar is door menselijkheid. Men is voor altijd verwijtbaar als men die keuze niet bekrachtigt, en een held van vandaag en de toekomst als men deze omarmt en toepast. Men kan macht uitoefenen als historisch despoot of macht transformeren in autoriteit voor menselijke vooruitgang en de wereld in gaan als held. De keuze is aan de machthebber. Gelukkig zijn er genoeg die die keuze al hebben gemaakt.

Blogverslag avondcollege 2 april 2013

De avond stond in het teken van “zingeving” en als voorbeeld werd de bezieling van familiebedrijven aangehaald. Waarom zijn familiebedrijven in staat om allerlei recessies, oorlogen en crisissen te doorstaan? Wat maakt een familiebedrijf zo duurzaam?

Wim Bouwman is de eerste spreker en deskundige in familiebedrijven door zijn eigen ervaringen thuis en nu als vertrouwenspersoon bij bedrijvende families. Er zijn ruim 260.000 familiebedrijven in Nederland en een belangrijk onderdeel van de Nederlandse economie wordt erdoor vertegenwoordigd. Een familiebedrijf is een onderneming waar meer dan een familielid eigenaar en werkzaam is. Wim vertelt over zijn persoonlijke ervaringen en de verschillende situaties die de generaties doormaken. Vaak worden familieleden al bij de geboorte gekenmerkt als de opvolger van het familiebedrijf en op die manier opgeleid.

Wim Bouwman
Wim Bouwman

Ondanks enkele grote familiebedrijven die zich ontwikkeld hebben tot multinationale giganten zijn de meeste familiebedrijven erg lokaal georienteerd met een concrete relatie van toegevoegde waarde en wederkerigheid met de directe omgeving.  De bedrijven zijn enorm zin-gedreven en achten het personeel als belangrijkste kapitaal. Daar is veelal ook een familaire band mee ontstaan mede wegens de regionale band. Deze vorm van bedrijfvoering wordt tegenwoordig steeds serieuzer genomen in de Nederlandse maatschappij als duurzame maatschappelijke drijfveer. 

Op de vraag waarom familiebedrijven zo weerbaar zijn in de turbulentie van de tijden die wij doormaken antwoordt Wim dat er meerdere zaken aan ten grondslag kunnen liggen:

  • Familieondernemers zijn echte ondernemers. Dat wil zeggen dat zij van huis uit meegekregen hebben dat zij iets moeten toevoegen aan de omgeving waar beide wat aan hebben in wederkerigheid. Zo leert men dat van generatie op generatie. Iemand zei bij het begin van een crisis “he he, nu krijg ik eindelijk de kans om weer te ondernemen!”
  • Familiebedrijven zijn bedrijven die menselijkheid intens beleven. Het woord “familie” omvat dat al. Als men keuzes moet maken in een familiebdrijf dan zijn er meerdere partijen die zich ermee bemoeien. De besluiten zijn daardoor vaak wel overwogen.
  • Een familiebedrijf heeft een eigen identiteit van zelfvertrouwen, zeker als het al verschillende zwaar weer perioden heeft doorstaan. Het kan zich inleven in het verleden en dat van voorouders om er inspiratie uit te putten voor de toekomst.
  • Een nieuwe generatie zoekt de bezielende ruimte voor innovatie, ook binnen het bedrijf of de positionering ervan. Dat wil nog al eens stress opleveren tussen de jonge en oudere generatie. Maar de bedrijven zijn gewend aan een vorm van verandering en aanpassing waardoor men dit ook als duurzaam kenmerk hanteert. Men durft te veranderen.

Wim stelde zich kwetsbaar op door over zijn eigen familie te praten, zijn relatie met zijn vader en de problemen die hij heeft ervaren die hem weer aan hebben gespoord om op zoek te gaan naar zijn eigen identiteit, kracht en zelfvertrouwen. Deze worsteling van het loslaten van de invloed van de vader en het ontdekken van de eigen bezieling is iets wat hij ook veelal terugziet bij de bedrijven. Ook multi en interculturele aspecten komen tegenwoordig aan de orde, zoals het Duitse familiebedrijf dat zich een markt wenst te verwerven in Nederland. Hoe ga je daarmee om?

Wim Bouwman
Wim Bouwman

Uiteindelijk kwamen we tot de conclusie dat “menselijkheid” het basiskenmerk vertegenwoordigt van familiebedrijven waarin emotie, harmonieuze relatie met de omgeving en zelfvertrouwen in verandering net zo belangrijk is als de bedrijfvoering zelf. Ook de begeleiding en opleiding van de opvolging, vooral in menselijkheid, bleek een essentieel onderscheidend punt.

De mens staat centraal
De mens staat centraal

Als tweede spreker presenteerden wij onze mistery guest, Sandra Joosting. Sandra werkte in het onderwijs om tot de conclusie te komen, tijdens een gesprek met ouders over hun kind, dat zij niet kon noch wilde oordelen over dat kind en dat het onderwijs veel te beperkend was voor de jongeren. Zij besloot op te stappen en op zoek te gaan naar een nieuwe bezieling in haar leven.

Sandra Joosting
Sandra Joosting

Na verloop van tijd kwam zij in aanraking met “de geluksbrenger”, een manier om bij jezelf te komen door oordeelloos om te gaan met schilderen.  Zij liet ons een rozijn bekijken en bevoelen en uiteindelijk opeten om ons tot onszelf te brengen in het oordeel. Door niet te oordelen schep je ruimte voor de ander om te ZIJN.

Rik en zijn rozijn
Rik en zijn rozijn

Sandra vertelde het verhaal van een meisje dat op reis ging nadat ze het tekenen niet meer leuk vond omdat ze altijd moest tekenen wat van haar verwacht werd en anderen er “wat van meosten vinden”. Todat zij in Parijs zichzelf tegenkwam en zich leerde uiten zonder externe belangen maar vanuit innerlijke vrijheid. Dat meisje was zij natuurlijk zelf.

Ook Sandra stelde zich kwetsbaar op door de dialoog met de zaal aan te gaan op verschillende momenten van haar eigen leven en de keuzes die zij heeft gemaakt. Ook zij heeft de moed opgebracht om los te laten door te ontdekken dat iets niet bij haar past en ruimte te scheppen om ergens te ontdekken wat zij wel is. De zin uit zich dan in verzet over een onwenselijke situatie, de zoektocht naar zichzelf en de vreugde van het vinden. Vanuit die kracht presenteert ook Sandra zich, net als Wim, naar de medemens om hen ruimte te bieden de zin in zichzelf te ontdekken.

Sandra: "kom je spelen?
Sandra: “kom je spelen?”

Meer informatie over:

Wim Bouwman – http://www.rexpect.eu

Sandra Joosten – http://www.schilderoord.nl

Volgende college: 14 Mei (2e dinsdag wegens de meivakantie) – thema: Harmonie (muzikaal)

Verslag avondcollege 5 Maart 2013

Sustainocratie – ontdooiende ego’s

Het eerste colleges heb ikzelf (Jean-Paul Close) voor mijn rekening genomen om de basis te creëren voor de gehele reeks. Waar het vooral om ging was het perspectief creëren van menselijkheid en de daaropvolgende co-creatieve samenwerking aan duurzame vooruitgang zoals in Sustainocratie wordt vorm gegeven. De basis van het verhaal is het besef dat de mens bestaat uit veel meer dan alleen maar rationele vaardigheden. De mens is een complex wezen dat zich ontwikkelt in bewustzijn door middel van reflectie over ervaringen. Daarbij gelden 4 inputkanalen:

  1. Emotionele bewustwording: De zintuigen geven prikkels weer die wij herkennen en waar wij emoties aan verbinden. Door emotionele ervaringen te verwerken ontstaat een groei in bewustwording.
  2. Lichamelijk bewustwording: De tot leven gekomen materiele vorm van ons lichaam heeft een ontwikkeling doorgemaakt waardoor er een samenstelling is die ons tot mens maakt en ons voorziet van lichamelijke vaardigheden. Het lichaam relateert zich met de omgeving door voeding, ademhaling, enz. We worden ons bewust van slijtage, leeftijd, ouderdom en uiteindelijk de dood.
  3.  Spirituele bewustwording: Het besef van wie en wat we zijn in universele context, de zin van het bestaan, de ethiek van ons gedrag, onze relatie tot de natuur, het geloof in onszelf als zelfbewust wezen.
  4. Rationeel bewustzijn: Dit geeft betekenis aan de andere bewustwordingsprocessen door ze in cognitieve denkpatronen te organiseren en te borgen in ons ontwikkelingsproces van “het zijn”
Het logo van STIR vertegenwoordigt dit bewustwordingsproces
Het logo van STIR vertegenwoordigt dit bewustwordingsproces

Deze kanalen vormen tesamen de kern van onze bewustwording (het ZIJN)). Dit  heeft ook weer een aantal niveaus: het onbewustzijn, bewustzijn, zelfbewustzijn en hoger bewustzijn. De mensheid heeft zich tot op heden vooral georganiseerd vanuit het bewustzijn en zelfbewustzijn maar nog nooit als maatschappij rond hoger bewustzijn. Dit laatste was weggelegd voor enkelingen in de geschiedenis maar nu, in onze tijd een steeds groter gemeengoed wordt.

Het “zijn” als leerweg

Veel aandacht gegeven aan het uiteenzetten van het zijn in relatie tot het doen, de leerprocessen, de fase van de huidige maatschappij en de ontwikkelingen die gaan zijn. Waar we vooral op uitkomen is de ontwikkeling, de carriere op zijn’s niveau die wij individueel maar ook met zijn allen doormaken en structureel kunnen beinvloeden. Sustainocratie spreekt de mens aan die ook op verantwoordelijke functies zit en vraagt hen medeverantwoordelijkheid te nemen voor het menselijke aspect. Dit alles komt in het fimpje op YouTube terug.

Bewustwordingsniveaus
Bewustwordingsniveaus

De huidige maatschappij zit vooral in de hebzucht van materiele belangen die aangestuurd wordt door onze afhankelijkheid van externe zekerheden waar het geldsysteem haar macht aan ontleent en er bureaucratisch mee omgaat. De afhankelijke mens heeft zich genesteld in de fase van bewustzijn maar heeft zich in vele opzichten afgesloten van natuurlijke werkelijkheden. Mijn heeft een “bevroren ego”. De situatie van  chaos is herkenbaar aan de groei in armoede, criminaliteit, zelfmoorden, enz .  In positieve zin zijn er mensen die de chaos overstijgen door vanuit de kansen die de bezieling met zich meebrengt voor zichzelf richting te bepalen. Vaak gaat dat gepaard met angst, loslaten van oude zekerheden en vooral de moed en durf om de vernieuwing in te gaan. Zij ontdekken weer hun spiritualiteit, emoties en lichamelijke integriteit of kwetsbaarheid. In feite zijn het “ontdooiende ego’s”die weer op weg zijn naar integraal menselijk ZIJN.

Zij vormen ook het goede voorbeeld dat doet volgen door mensen die erna komen in dat proces. Sustainocratie biedt daarbij de institutionele wereld de kans om de chaos over te slaan door de co-creatie van sustainocarteie aanvaarden vanuit zijns-gericht eigenbelang. Gedurende de avondcolleges zullen we menselijkheid en duurzame menselijke vooruitgang vanuit Sustainocratie, en de vele fasen van het proces tussen de werelden, als rode draad laten volgen.

In de schoolbanken
In de schoolbanken

Angst – Rik Konings

Als tweede spreker tradt op Rik Konings die de deelnemers meenam in de open reflectie over angst en weerstand waarbij men in aanraking kwam met de eigen emotie. De deelnemers werden gevraagd om uit de groep iemand te kiezen waar hij of zij de minsten empathie mee voelde. Die keuze zelf is al confronterend voor beide partijen, de kiezer en de gekozene, en helemaal als deze publiekelijk wordt uitgevoerd. In de dialoog die ontstond moest men een diep gewenste stip op de horizon kiezen waarbij men aangaf weke belemmeringen men zelf had om naar de stip te komen?

Ik had een jongeman gekozen die tijdens het hele college grapjes zat te maken met zijn buurman maar niet tot enige interactie was gekomen met mij of de zaal. Ik had weinig empathie met de persoon en verkoos hem. Tijdens ons tweegesprek bleek dat hij een andere baan wilde maar niet los durfde te laten uit angst zijn financiele zekerheden te verliezen. Ik heb hem toen vertelt over mijn verleden als teamleider van een parachutespring team. Als ik naar buiten wilde vanuit een vliegend vliegtuig om op een wiel of vleugel te gaan staan dan moest ik heel duidelijk mijn houvast coordineren om er niet voortijdig af te vallen. Ik bepaalde uiteindelijk zelf wanneer i zou springen samen met mijn team. Die houvast had hij ook. Hij had een partner die geld verdiende en een baan. Over de baan was hij ontevreden maar de zekerheid was er nog wel. Eigenlijk was er geen enkele reden om niet naar een andere baan te zoeken, behalve de innerlijke onzekerheid. Ik adviseerde hem om gewoon een baan te gaan zoeken zonder de oude nog op te zeggen. Die stap zou al een overwinning zijn voor de persoon in kwestie en dus een stip die tot stap kon worden gemaakt.

Omgaan met angst voor elkaar en voor verandering
Omgaan met angst voor elkaar en voor verandering

Het proces herhaalde zich met verschillende mensen en uiteindelijk werd voor iedereen duidelijk dat er een aantal kernprincipes nodig zijn om vooruit te komen. Met moet vooral durf, zelfkennis, doorzettingsvermogen, visie, enz hebben.  Vanuit die overtuiging werd men uitgedaagd om in een cirkel elkaar hand vast te houden en een woord te zeggen over wat men dan voelt. De kring werd drie keer rond gegaan waarbij verschillende mensen duidelijk aangaven moeite te hebben met de kring, het handen vasthouden, e.d. Men raakt wederom in verwarring wat betreft de comfort zone die uitgedaagd werd zich te verleggen. Andere mensen genoten zichtbaar van het contact en de rust.

War heb je nodig om over je angst heen te stappen?
War heb je nodig om over je angst heen te stappen?

Volgende avondcollege: 2 April 2013 in hetzelfde lokaal R1 – 013 van Fontys te Eindhoven