Voedsel vormt de groene Eindhovense dialoog

28 september doen we de kick-off in het multiculturele ontmoetingscentrum S-Plaza in de oude Schellens fabriek aan de Vestdijk langs de Dommel. Het betreft de start  van de groene dialoog rondom voedsel in zijn algemeenheid en samenwerking op gebied van kwaliteit, beschikbaarheid en innovatie van voedsel specifiek. Het doel van de kick-off is drieledig:

  1. Een permanente ontmoetingsplek faciliteren in S-Plaza waar men gelijkgestemde mensen kan ontmoeten voor besprekingen, plannen smeden, samenwerking coördineren, ruilsessies organiseren, handelen, enz gericht op de kernwaarde van voedsel in de regio.
  2. Regelmatig (wekelijks – elke woensdag?) thema-avonden faciliteren waarin allerlei aspecten over voedsel aan de orde komen en mensen aan het woord kunnen komen die in Eindhoven en omstreken actief zijn op dit gebied.
  3. Communicatie en samenwerking bevorderen tussen initiatiefnemers en de bevolking van Eindhoven en Brabant met het oog op de verdere ontwikkeling van een duurzame stad-platteland beleving, gezondheid ontwikkeling, betrokkenheid, voedseleducatie, duurzame voedselinnovatie en financiering van activiteiten.

Het initiatief is van een groepje maatschappelijk betrokken sociale ondernemers:

  • Patrick van de Voort – bekend van de Kleurrijke Stad, raadslid en initiatiefnemer/beheerder van S-Plaza als multiculturele ont-moetingsplek en voedseldialoog,
  • Rik Konings – bekend van Circus Menz en de jonglerende marathonloper,
  • Anna en Laura – communicatie onderneemsters met passie voor beeldende kunst via foto en film,
  • Jean-Paul Close – sustainocraat in de Stad van Morgen en initiatiefnemer van de FRE2SH stad-platteland verbindende multidisciplinaire beweging en platform

Samen vormen wij het team dat gaat proberen zo veel mogelijk initiatieven met elkaar te laten verbinden, uitgroeien, bekend en zichtbaar maken binnen de kaders van voedsel en innovatie.

Waarom vinden wij dit belangrijk?

Een greep uit het nieuws:

  • Venezuela kampt met een voedseltekort. Door de dalende olieprijzen kan het land onvoldoende voedsel importeren en is er een tekort aan basisvoorzieningen zoals brood. Door de tekorten is de inflatie omhoog geschoten met 700%!
  • Een belangrijk deel van de vluchtelingen problematiek wordt niet primaire veroorzaakt door het oorlogsgeweld maar het structurele gebrek aan voedsel voor de bevolking.
  • Een belangrijk deel van onze klimaatproblemen en luchtvervuiling wordt veroorzaakt door eenzijdige landbouw, gerelateerde boskap en het besproeien van de landschappen het chemische gifsoorten.
  • Het industriële, massaal geproduceerde voedsel heeft vaak nog maar 20% voedselwaarde vergeleken met biologisch, natuurlijk voedsel. Het gebrek aan voedingsstoffen wordt aangevuld door kostbare, kunstmatige supplementen en de natuurlijk drang om meer te eten, met lichamelijke onbalans tot gevolg.
  • Er zijn boeren die in de schuldsanering zitten omdat ze uitgemolken zijn door de groothandels en tegelijk zich in de schulden moeten steken door nieuwe regelgeving. Velen gaan failliet en opvolging is nagenoeg niet te vinden door een totaal verkeerde economische balans in de voedselketen.
  • De geldgedreven voedselbaronnen in het politiek-economische systeem gedragen zich hetzelfde als de banken ten tijden van de kredietcrisis. Hebzucht regeert ten kosten van de gezondheid en veiligheid van de mens.

In positieve zin kunnen we berichten dat:

  • er sinds 2009 een sterke impuls is waar te nemen rondom stadslandbouwinitiatieven,
  • kleinschalige en gevarieerde veeteelt en landbouw ontstaat, geconcentreerd op kwaliteit in plaats van volume,
  • nieuwe voedselbanden zich ontwikkelen tussen regionale productie en consumptie zonder tussenkomst van groothandel,
  • het publieke bewustzijn ontstaat dat biologisch niet duurder is dan het gemanipuleerde voedsel, zeker als men de voedingswaarde in acht neemt,
  • bestuurlijk een Brabantse Health Deal is gesloten waardoor er ruimte ontstaat voor multidisciplinair samenwerken zonder de politieke economische sturing maar op basis van menselijke kernwaarden,
  • we de hele stad, dus ook de daken, verticale oppervlakten, parken, enz als groene ontwikkeling met voedselpotentieel,
  • in Rijk van Dommel en Aa we verder willen met voedsel proeftuinen, innovaties in samenwerking met 6 gemeenten, burgers, onderwijs en ondernemers,
  • veel basisscholen beginnen met een moestuin voor educatieve doeleinden en daarbij de ouderen uit de omgeving betrekken voor samenwerking. Een mooi contact tussen jong en oud terwijl er samen wordt gewerkt aan lekkere dingen.
  • en voor iedereen geldt dat wat je zelf verzorgd hebt en daarna plukt véél lekkerder is dan wat uit zo’n pakje komt.
  • verschillende grootgebruikers van vers voedsel in Eindhoven bereid zijn hun inkoop te doen via samenwerking in plaats van groothandel,
  • onze stadspoorten, die een soort overgang lieten beleven tussen de stadsmens en de geneugten van het platteland, ontwikkelen zich tot groene aders diep in de stad.
  • de bevolking neemt geen genoegen meer met de afhankelijk positie van handel en politiek waaruit zoveel schandalen zijn voortgekomen. Steeds meer mensen nemen zelf initiatief en gaan op zoek naar kwaliteit van leven via betrouwbare relatie of het opbouwen van eigen kennis en vaardigheden.
  • enz

Hoe dan ook is de ingrijpende transitie nu zichtbaar maar nog te veel gefragmenteerd en kleinschalig. Het is nu vooral zaaks om er een culturele werkelijkheid van te maken dat integraal maatschappelijk gedragen wordt door ons allemaal middels inzet en betrokkenheid. Onze regionale innovatieve geest die de regio wereldwijd kenmerkt kan ook allerlei interessante wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen eraan toevoegen. Kortom…….S-Plaza – onze eigen grensverleggende groene voedseldialoog!

Diana Livingstone

Heeft u ooit van Diana Livingstone gehoord? Eind jaren 80 bewoog zij hemel en aarde om de politieke leiders zover te krijgen dat ze tijdens de top van Rio in 1992 een “top soil” resolutie aan zouden nemen. Ze kreeg het voor elkaar en men tekende voor het in stand houden en verbeteren van de voeding van onze aardbodem door ons organisch afval te verwerken tot humus.

Peanut_Kompost_Humus_Experiment[1]

 

Diana werkt al jaren in Bali waar ze met de lokale bevolking werkt aan het rijk maken van de voedingsbodem voor het verbeteren van het voedselrendement middels het teruggeven aan de aarde van organische grondstoffen.

Vandaag had ik haar aan de lijn voor samenwerking met FRE2SH waar ze graag aan meedoet.

Stadsdebat luchtkwaliteit en gezondheid

Ter gelegenheid van het 5 jarige bestaan van AiREAS in Eindhoven organiseerde de Stad van Morgen als oprichtingspartner van deze vorm van kernwaarde gedreven samenwerking een uniek stadsdebat om te delen wat we geleerd hebben en met elkaar te kijken naar de toekomst. Hier kunt u de presentaties en de interactie met de aanwezige deelnemers integraal terugzien.

AiREAS 5 jaar logo slide V4

Een greep uit de gecommitteerde partners in AiREAS

We creëren onze eigen terreur

Nederland is een van ’s werelds grootste vleesproducenten. Hoe kan dat in zo’n klein deltalandje aan de Noordzee? Door de intensieve veehouderij. 

Regelmatig moet Nederland met schaamrood bekennen dat ze met haar welvarende handelsgeest de grenzen van ethiek aftast en soms ver overschrijdt. Als er geld te verdienen valt dan is mens en natuur ondergeschikt. Het politiek economische samenspel over de rug van onze kernwaarden is een van de redenen waarom de Stad van Morgen Sustainocratie heeft opgezet. Helaas moeten wij het nog doen met de macht van de oude bestuurlijke werkelijkheid. 

Nederland heeft geen terrorisme nodig. Wij hebben onze eigen ontvlambare risico’s zelf gecreëerd. Al jaren heeft de Stad van Morgen deze intensieve veehouderij op het netvlies wegens de beest en mens onterende industriële productie processen waarbij massaal veevoer wordt geïmporteerd uit Verweggistan zoals Brazilië, met de nodige snelgroeimiddelen in levende dieren gestopt om zo snel mogelijk slachtrijp te zijn voor de export. Wat blijft in Nederland achter? Wat weggesaneerde werkgelegenheid, schulden aan banken wegens kostbare installaties voor automatisering en tegemoetkomen aan regelgeving, bureaucratie, stront en luchtvervuiling. 

Het economisch perspectief is sturend. Maar de producent kan alleen maar overleven door te groeien in export en productiviteit. Ondertussen gaan de maatschappelijke problemen tikken als een tijdbom.

Twee zorgwekkende interviews:

1. Van Dick Veerman van food log

Dick sprak tijdens onze publieke kickoff in 2009 al bij ons in Eindhoven. 7 jaar zijn we verder, inclusief misschien het meest indrukwekkende samenwerkingsverband luchtkwaliteit en volksgezondheid van Europa. Maar op provinciaal niveau stapelen de risico’s zich op.

http://www.foodlog.nl/artikel/ggd-arts-van-de-sande-politiek-begrijpt-gevaar-intensieve-veehouderij-niet/
2. Onderzoek luchtkwaliteit Brabant en Limburg 

Enige maanden geleden werd ik uitgenodigd voor overleg in de provincie over het onderzoek luchtkwaliteit in relatie tot intensieve veehouderij. Stad van Morgen vliegt de problemen aan vanuit gebiedsontwikkeling waarin de kernwaarden van de mens centraal staan. Dat betekent dat voedsel integraal aandacht behoeft als maatschappelijke kernwaarde in samenhang met alle andere issues zoals luchtkwaliteit. “We snappen allemaal dat we het probleem integraal aan moeten pakken maar dat krijgen wij er politiek niet door.” Aldus de programmaleider. Dus maar weer terugvallen op regelgeving. Kostbaar voor de boer, producent en maatschappij. En de risico’s blijven door tikken. Het rapport is uit. 

http://www.omroepbrabant.nl/?news/2459341003/Meer+longkanker+in+Brabant+door+intensieve+veeteelt.aspx

Tijd voor een nieuwe maatschappelijke sturing. 

G1000 Eindhoven

G1000 kwam mij ter oren tijdens onze Stad van Morgen gesprekken over de “Geluksinfrastructuur” in de regio Rijk van Dommel en Aa. Het leek mij meteen een geweldig initiatief dus schreef ik mijzelf in, ook al behoorde ik niet tot de burger loting die er kennelijk aan vooraf was gegaan. Mijn eigen rol was gewoon zelfverkozen deelnemer. Ik schreef mij in als “vrijdenker”, een van de opties die beschikbaar waren.

Verschillende uitgangspunten in de G1000 opzet kwamen sterk overeen met het maatschappijmodel en aanpak dat Stad van Morgen via Sustainocratie hanteert. De G1000 aanpak is echter groots, met indrukwekkende technische middelen en een strakke regie. In het Beursgebouw van Eindhoven kwamen die zaterdag, 25 juni, zo’n 500 mensen bij elkaar. Dat is indrukwekkend. Een groot deel van de aanwezigen waren mensen uit het bekende Eindhovens circuit van uiterst bevlogen en betrokken burgers. Toch zagen we ook een bont nieuw gezelschap van ouderen en jongeren die hun zaterdag investeerden in een nieuw avontuur.

20160625_141653.jpg
Veel boeiende interactie tussen de mensen uit de stad en hun opvattingen over samen leven

Stad van Morgen heeft veel leuke bijeenkomsten georganiseerd de afgelopen 7 jaar maar kwamen nooit veel verder dan zo’n 150 deelnemers per keer. Toch was de Stad van Morgen werkwijze uitgegroeid tot een fenomeen in allerlei steden en gebieden in Europa en de rest van de wereld. Ons succes was te wijten aan de focus op menselijke kernwaarden, ondergebracht in “Sustainocratie”, een andere vorm van democratie, en de multidisciplinaire coöperaties die daaruit ontstonden. Volume is blijkbaar niet van belang om succesvol te zijn, de boodschap wel, net als de continuïteit vanuit veranderingsgezindheid.

Maar G1000 richtte zich wel op volume. Het commentaar was dan ook vaak van teleurstelling dat nergens in Nederland, ook niet in Eindhoven, sinds het ontstaan van het initiatief, men in staat was geweest om de beoogde 1000 deelnemers bij elkaar te krijgen. Gezien onze eigen ervaring met “burgerparticipatie” vonden we een opkomst van 500 toch uiterst bewonderenswaardig en zeker geen teleurstelling waardig. Ook de technische infrastructuur was zeker een hoogstandje van de organisatie.

“Niemand is de baas” was ook een G1000 boodschap maar wat was dan wel richtinggevend? Sturend bleek de democratische keuze (wat zou je in Eindhoven willen zien) die per tafel uitgediscussieerd moest worden. Zo ontstonden er kernwoorden die via de techniek als hoofdzaak naar voren werden gebracht. Daar mocht de zaal dan weer uit kiezen en via een scherm volgen of ze ook daadwerkelijk zichtbaar werden.

20160625_114917.jpg
Veel techniek werd ingezet 

De top tien van kernwoorden die vandaag gekozen werden waren: verbinding, basisinkomen, veiligheid, leefbaarheid, groen, openheid, samenwerking, diversiteit, communicatie, ontmoetingen.

Het is boeiend om te zien dat het klaarblijkelijk in de zaal ook om “waarden” gaat. De sturende kernwaarden uit Sustainocratie zijn: gezondheid, veiligheid, samenredzaamheid, zelfbewustzijn en de invulling van de 3 basisbehoeften: voedsel, water en lucht. Die kernwaarden kunnen we grotendeels ook terugvinden in de woordenoogst van de G1000 ochtend. Het leeft dus steeds meer in het bewustzijn van een grotere groep mensen.

Hier kwam een van de problemen van de G1000 aanpak naar voren. De inhoudelijke discussies aan de tafels moesten samengevat worden in een kernwoord. Zo’n kernwoord is slechts een schrille afspiegeling van de mooie gesprekken die werden gevoerd. Ook was de vraagstelling van de organisatie veelal verwarrend zodat aan de tafel een discussie ontstond over wat men nu eigenlijk precies wilde. Eén woord per deelnemer is natuurlijk beperkend. Op een bestand van 400 actieve deelnemers is een eenvoudig woord dat toevallig 20 keer genoemd wordt al snel een top tien kandidaat terwijl woorden met een diepere inhoud vaak niet aan bod komen simpelweg omdat complexere woorden veel variaties kennen. Een veel beter systeem zou zijn om de tafel middels 7 kernwoorden hun gesprek te laten samenvatten. 100 tafels leveren dan 700 kernwoorden op die een veel duidelijkere afspiegeling geven van een groepsdynamiek. Zo kunnen bepaalde kernwoorden ook gecombineerd worden zoals bijvoorbeeld “verbinding, ontmoetingen en communicatie” suggereert.In de Stad van Morgen is juist die combinatie de basis van het succes van dynamisch clusteren, zoals wij het noemen. Kijk naar AiREAS, dat vanuit de kernwaarde “gezondheid” gekoppeld is aan “luchtkwaliteit” en “gebiedsdynamiek”.

G1000 gaat vervolgens verder door de opgebrachte woorden als tafelthema onder te brengen in een volgende discussie ronde. Net als in de Stad van Morgen tracht G1000 tafels multidisciplinair te bezetten. Die groepsdiscussie dient de weg te volgen van dromen, denken, doen, met als eindresultaat een prezi – presentatie waar de hele zaal vervolgens individueel op kan stemmen. Iedere persoon mocht 4 stemmen uitbrengen. De gekozen “winnaars” bleken de meest opvallende en aansprekende presentaties, niet de beste inhoudelijke plannen.

Dit leverde het tweede punt van verbetering op. Aan de tafels werden vaak inhoudelijk erg scherpe en constructieve gesprekken gevoerd met als uitkomst een uitstekende basis voor een cocreatief project in de stad. Maar als dit niet goed uit de verf komt in de prezi dan is al het werk verloren. Bij navraag aan deelnemers of ze ook aan het vervolg mee wilden doen kwam daarom vaak een negatief antwoord. “Te weinig diepgang in het eindresultaat” werd vaak gesteld. En daar kon ik mij ook in vinden.

Over het algemeen werd de dag als erg positief ervaren. Dat kwam niet door de resultaten die, zoals gezegd, een schrale weerspiegeling waren van de daadwerkelijke kracht en opgebrachte resultaten van de interacties aan de tafels. Het was juist de dynamiek van de ontmoeting, het uitwisselen van gedachten en het samen komen tot consensus dat de mensen aansprak. Wat dat betreft is deze G1000 een enorm succes van verbinding, empathie, ontmoeting en communicatie onderling, eigenlijk een mooie weerspiegeling van de kernwoorden die in de ochtend naar voren zijn gekomen. Er is echter veel meer uit te halen wil het zich nestelen in een maatschappij als inspraak alternatief voor de huidige politieke – economische werkelijkheid. De uiteindelijke uitkomst is te simplistisch en minimalistisch vergeleken met de daadwerkelijke inhoud die gedurende de daginvestering van zoveel mensen werd geboetseerd en geeft daarom een vertekend beeld van de kracht van participatief burgerschap. In de krant van maandag werd ook dit aangehaald met een terechte kritische noot over de verkozen zwoele, mierzoete, kleinerende manier van presenteren waardoor een regelmatige graad van irritatie werd waargenomen over de rol van de deelnemers (we zijn geen schoolklasje) of het belang van de sturing van techniek in het proces in plaats van de inhoud.

Dat neemt niet weg dat de G1000 aanpak, met de nodige fundamentele aanpassingen ook een structurele rol zou kunnen spelen in de processen van de Stad van Morgen. Nu werd dat door de indrukwekkende groep enthousiaste vrijwilligers op uiterst professionele wijze neergezet. Met de beoogde aanpassingen zou het onderdeel van een resultaat gedreven aanpak kunnen worden waar ook ondernemers, onderwijs en wetenschap bij aanschuiven en de organisatie teams erkend worden in hun professionaliteit met een resultaatgebonden wederkerigheid.

Barcelona, parel aan de Middellandse zee

Zoals sommigen van u misschien weten ben ik als tiener opgegroeid in en rondom Barcelona. Als 16 jarige landde ik op het kleine streek vliegveld van Prat de Llobregat in 1974 om voor het eerste voet te zetten op wat mijn tweede vaderland zou worden. Uiteindelijk zijn mijn twee kinderen er geboren, de een in Madrid de ander in de buurt van Barcelona. Maar in 1974 was daar nog geen sprake van. Barcelona was een smerige havenstad onder de rook van chemische fabrieken zoals “La Seda” die zorgden voor permanente geur van rotte eieren als je er langs reed. De binnenstad was voor mij een openbaring als plattelandsventje met een paardrij-achtergrond. Voor het eerst betrad ik een miljoenenstad. In 1977 ging ik naar Engeland in (Small Giant) York om te studeren maar Barcelona bleef mijn thuishaven omdat mijn familie zich er permanent gevestigd had.

Zo zag ik gaandeweg te transformatie van die zwarte, donker sfeer in de stad naar een bruisende metropool vol innovatie en vernieuwing. Verschillende belangrijke evenementen droegen daar aan bij en waar ik op verschillende manieren bij betrokken was. De wereldkampioenschappen van 1982 beleefde ik als gids en reisleider, een werk waar ik van genoot en dat mij hielp bij het zorgen van financiële middelen voor mijn studie in Engeland en mijn hobby aldaar, parachutespringen, dat ik elk weekeinde beoefende als het weer het ook maar enigszins toestond. De openingswedstrijd met Maradona als sterspeler voor Argentinië staat mij nu nog bij. Ik zag het vanuit de nok van het Camp Nou met 220.000 mensen in het publiek. Maradona was alleen herkenbaar voor mij door zijn enorme bos haren hetgeen hem ook zijn bijnaam van Pluisje had opgeleverd.

Spanje is sinds 1986 lid van de Europese Unie en heeft sindsdien een enorme moderniseringsslag meegemaakt in infrastructuur en bereikbaarheid.  De wegen rondom Barcelona transformeerden en het vliegveldje werd een internationale luchthaven. De stimulans voor ondernemers in de regio om mee te doen aan de modernisering was enorm. De bevolking ging zich modieus kleden en gedroegen zich als gegoede handelspartners met een centraal Europese mentaliteit.

In 1992 werden de Olympische spelen gehouden In Barcelona. Ik was nu volwassen en zelf in 1990 uitgezonden door Philips naar Spanje om als algemeen directeur voor de telecomdivisies door het leven te gaan. Mijn standplaats was Madrid maar het belangrijkste sateliet-kantoor was Barcelona waar ik wekelijks vertoefde. We deden prestige projecten met de lokale overheid en ik zag de transformatie van het havengebied met de Olympische stad die er gebouwd werd. De binnenstad was al onderworpen aan allerlei gestimuleerde private investeringen van ondernemers die hun gevels en uitstraling hadden gemoderniseerd.

In 2000 keerde ik tijdelijk terug naar de regio als telecom adviseur wegens de geboorte van mijn tweede dochter als tussenstap voor mijn terugkeer na 27 jaar naar Nederland (2001). Barcelona verkeerde in een economische dip omdat veel grote bedrijven aan het centraliseren van belangen waren geslagen. Dat betekende dat investeringen voor lokale fabricage activiteiten in de pre-europese tijd werden weggehaald en naar andere gebieden verhuisd. Mijn laatste beeld van Barcelona was er een van een prachtige binnenstad, zware luchtvervuiling, mede door de ligging van de stad en alle activiteiten, en industriële randgebieden die steeds verder in verval raakten. Lege gebouwen, werkloosheid, enz. Voor mij was dat ook aanleiding om mijn heil te zoeken in centraal Europa.

Daarna gebeurde er van alles met mij en mijn gezin waardoor ik mij moest gaan focussen op mijn activiteiten in Eindhoven. Hierdoor schoot mijn relatie met Barcelona er een beetje bij in. Totdat ik vorig jaar werd uitgenodigd werd om te spreken tijdens het grote wereldcongres van Slimme Steden in Barcelona. Wat had deze stad zich krachtig ontdaan van alle littekens van vergane glorie en geïnvesteerd in het creëren van toegevoegde waarde door midden in de wereldmaatschappij te gaan staan. De binnenstad was volledig autovrij gemaakt waardoor er ruimte ontstond voor ontmoetingen, sfeer en gezelligheid. De metro was uitstekend en betaalbaar in vergelijking met de andere steden waar ik dat jaar was geweest. Het verkeer was aan snelheid limieten gebonden om verdere vervuiling te voorkomen. En er waren hele vernieuwde stadsdelen gekomen in de plaats van de verpauperde industriële gebieden van eind jaren 90.

Natuurlijk kan er nog veel meer gebeuren in de stad en dat zal ongetwijfeld ook zijn weg vinden maar het resultaat van nu was al voldoende om als voorbeeld enkele maanden later in India te worden aangewezen. Kennelijk valt het anderen ook op.

En dan lees ik vandaag in de blog van de burgemeester van de stad dat de gemeenteraad heeft besloten niet meer in zee te gaan met bedrijven die hun geld wegsluizen naar belastingparadijzen en ook niet bedrijven die geen maatregelen nemen om hun eigen vervuiling tegen te gaan door structurele innovatie. Nu is de vraag of men ambtelijk ook in staat is om te investeren in waardecreatie in plaats van de goedkoopste te selecteren tussen de aanbieders waar men weer meer eisen aan stelt? We zullen zien.

Via verschillende kanalen zijn we bezig om in Barcelona een AiREAS en STIR achtig initiatief op te zetten. Dit soort signalen geven de burger moed, dat regelgeving en transparantie nu ook open gaat staan voor structurele participatie vanuit menselijke kernwaarden. We zullen zien de komende tijd.

Het doet mij in ieder geval deugd dat Barcelona in staat blijkt om een bepaalde “kwaliteit van leven” lijn vast te houden die ze sinds de dood van Franco in 1975 heeft ingezet. Het is bij uitstek een parel aan de Middellandse Zee en zeker een parel in de complexe stedelijke ontwikkelingen van historische kustgebieden. Daarbij toont de stad dat “stilzitten is achteruitgang” geen optie is en men vanuit bewustwording bereid is grenzen te verleggen.

Blauw groene ruit – projectdefinitie fase

17 juni in het Design House te Eindhoven.

Samen verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het gebied gebaseerd op gezondheid, leefbaarheid en kwaliteit van leven, uitgevoerd door thematische tafels die democratisch zijn ontstaan.

Rijk Dommel en Aa 17 juni (1)
Participatie maatschappij in actie Stad – Platteland

Iedereen die een bijdrage kan leveren aan de cocreatie mag meedoen.

http://www.eventbrite.nl/e/tickets-the-landscape-in-between-co-creatie-25771093033?aff=ebapi&aff=eanddiscrelepopu&ref=eanddiscrelepopu

Initiatief van de Stad van Morgen, Rijk Dommel en Aa en Visie 2070 TU/e

Geschiedenis

Fase 0: September 2015 – Diner pensant – bestuurlijke introductie Brabantse Health Deal volgens Sustainocratisch model en met AiREAS als voorbeeld.

Fase 1: 2 Maart – Gezondheid gedreven werkelijkheid? Wat gaan we doen?

Fase 2: 18 April – Hoe verbinden we met de beleidsdossiers van de overheid?

Fase 3: 17 Juni – Na de prioriteitskeuzes gaan we projecten definiëren.

Participatiemaatschappij door appelboompjes

In januari 2014 verdeelde de Stad van Morgen 100 appelboompjes voor de openbare ruimte van Eindhoven. De boompjes waren op de kop getikt door Nicolette Meeder en trokken meteen de aandacht van allerlei mensen die er een projectje van maakten in hun buurt of met kinderen van de lokale basisschool. Het blog verslag kunt u hier lezen.

Toeval wil dat 2,5 jaar laten wat mensen elkaar treffen onder de Plataan van de Wasvenboerderij. In verband met de geluksroute zouden er verhalen verteld worden. Het gesprek kwam even op de kennismaking en de appelboompjes van destijds kwamen ter sprake. Het was een feestje van herkenning maar riep meteen de vraag op wat er sindsdien was gebeurd met de aanwezigheid van de boompjes in de wijk. Ik vroeg Manon om haar hartverwarmende verhaal te delen met ons.


In januari 2014 hebben Daniëlle en ik 3 appelboompjes op mogen halen bij Nicolette.

7c
Boompjes halen bij Nicolette (januari 2014)

In een saaie grasstrook aan de Gemberstraat hebben we ze geplant.

28 (1)
Een van de drie boompjes

Buren kwamen zeggen dat dat niet zomaar mocht, maar wij hadden dit al met de gemeente kort gesloten. “Die zullen hier niet lang staan met al die jeugd” was een veelgehoorde opmerking.

In het eerste voorjaar – toen de prachtige bloesem zich liet zien – kwam er een buurvrouw bedanken: “Wat mooi wat jullie hebben gedaan! Die bloesem doet me denken aan mijn jeugd. Wij hadden een appelboomgaard. Ik moet elke dag even langs de boompjes lopen.”

12b (2)
Bloesem in de wijk
045
De wijk in bloei

Toen de eerste appeltjes kwamen, hoorde ik op een ochtend door mijn open raam een klein meisje tegen haar moeder zeggen : ‘Mama, zullen we weer even naar de appeltjes gaan kijken? “

13b (1)
Appeltjes kijken

En toen de appels groter en zwaarder werden, belde op een dag een buurman aan: “Ik zie dat de appelboompjes bijna bezwijken onder de appels. Zal ik helpen de takken te ondersteunen met stokken? Ik heb er thuis nog wel een paar liggen. “

13b (5)
Zorg door betrokkenheid
13b (4)
Zorgzaam

De kleine jongens van de Gemberstraat mochten de eerste bijna rijpe appeltjes plukken. Ze konden niet wachten. Met glimmende ogen zaten ze even later in het gras erop te knauwen. We hadden het plan om appeltaarten voor de buurt te bakken, maar dat ging helaas niet door. Op een dag lagen alle appeltjes op de straat. Toch door baldadige lui eraf gerukt. Verschillende buren kwamen dit verontwaardigd melden.

Inmiddels hadden Daniëlle en ik mooie bolletjes in de boomspiegels geplant en daar kwamen veel complimenten over: “De buurt wordt steeds mooier!” Het leek me een leuk idee om ook bollen te planten in de strook tussen de appelboompjes door, zodat de maaimachine niet de hele tijd ertussendoor moest manoeuvreren. Ik vroeg aan de gemeente of we in het gras ook bollen mochten zetten en toen bleek er nog een partij biologische bollen te liggen die speciaal goed waren voor de bijen.

De gemeente wilde die wel met een machine planten en ook de andere grasstroken daarin meenemen. Omdat de buren van de Gemberstraat graag met zijn allen op het gras zitten, ben ik met ze gaan overleggen en hebben we samen besloten dat we een deel met en een deel zonder bollen wilden. Toen de eerste bloemetjes dit voorjaar hun kopjes lieten zien, kwam er een buurman van wat verderop aanbellen die wilde weten of ik voor die bloemen had gezorgd.

Even werd ik bang: Zou hij het er niet mee eens zijn? Nee, hij stak zijn duim op en zei enthousiast: “Het is geweldig! Wat een verrassing! De buurt fleurt ervan op!”

Toen de appelboompjes weer in bloei stonden, zag ik op een ochtend dat van het laatste boompje helaas de top was afgerukt. Hier schrok ik wel van. Ik knipte het netjes bij in de hoop dat het hier bij zou blijven. Die avond werd er bij me aangebeld door een buurvrouw: “Manón! Heb je al gezien dat er een top van een van de boompjes is afgeknipt!” Dat vond ik weer een mooi moment omdat blijkt hoe goed de boompjes in de gaten gehouden worden.

En toen afgelopen week bleek dat de takken van dat ene boompje te zwaar naar beneden hingen, was het deze buurvrouw die met haar man samen ervoor zorgde dat er stokken kwamen die de boel ondersteunden. Daar stonden ze met zijn tweeën zorgzaam dat boompje te verzorgen. Ik mocht geen foto maken omdat hij in de ziektewet zit, maar het was een foto waard.

Hoe drie kleine boompjes voor schoonheid en betrokkenheid zorgen in een buurt.


Dit is het verhaal met bijbehorende foto’s van Manon. Hartverwarmend, betrokken, sociaal, positief en helemaal wat we allemaal willen in en met onze stad die door en voor mensen en instanties tot een liefdevolle beleving is geworden waar we allemaal gelukkig van worden. Vieren is net zo belangrijk als het initiatief nemen zelf. Want wie weet zijn er weer anderen die zo de moed en kracht verzamelen om ook zoiets te beginnen. Het mag, het kan en het levert zoveel energie op en positiviteit op. Wie volgt…….

Small Giants: Fort Collins, Colorado, USA

In Eindhoven zijn we niet de enigen die maatregelen nemen om zelfbewust de kwaliteit van ons leven en leefomgeving te verbeteren. Het is leerzaam om ook eens naar andere steden in de wereld te kijken en te bezien hoe zij omgaan met de werkelijkheid. Zo werden we geattendeerd om een kleine gemeenschap (151.000 mensen) in de Verenigde Staten. Fort Collins in Colorado schrijft dat ze wellicht de allereerste gemeente is die de afdelingen voor economisch gezondheid, milieudiensten en sociale duurzaamheid onder een paraplu hebben gevat – de afdeling “verduurzamingsdiensten”. Zij zoeken hiermee de samenwerking met de bevolking en noemen dit de “triple bottom-up”. Kijk hier naar een mooi filmpje over deze stad die stelt dat ze “de beste plek is om te leven in Amerika”. Oordeel zelf:

Op de site van de stad treffen we een aantal video’s aan die te maken hebben met tips en maatregelen over de verbetering van de luchtkwaliteit. De stad heeft bijvoorbeeld een drukke spoorader die vaak voor verkeersopstoppingen zorgt. De tip is om bij een oponthoud van langer dan 30 seconden de motor uit te zetten.

Dat het allemaal niet gemakkelijk is getuigd het uitgebreide rapport dat de stad publiceert en waarin nogal wat hoge risico factoren worden opgenomen waar men rekening mee dient te houden. Bewustzijn is de eerste stap naar maatregelen. De menselijke kernwaarden zoals gezonde lucht en beschikbaar drinkwater zijn knelpunten die door menselijk toedoen en klimaatverandering in geding zijn. Mooi is te zien dat men er transparant en zelfbewust mee omgaat…. Download hier het boeiende rapport . Samenredzaamheid op gebied van voedsel en veiligheid komt niet aan de orde maar aandacht op gebied van de energietransitie juist volop. Voedsel en gezondheidzorg blijken namelijk ondergebracht in de Larimer county, een soort samenwerking tussen gemeenten.

De ligging van de stad in een landklimaat zorgt voor allerlei invloeden van buitenaf waar men mee geconfronteerd wordt. Dat bepaalt ook de mentaliteit waarmee verschillende instanties omgaan met de werkelijkheid. Zo doet de lokale universiteit onderzoek naar het effect van Radon in de lucht op onze gezondheid. Een onderzoeker is de natuurkundige Nederlander Leo Moorman die nu als zelfstandig ondernemer zijn specialisatie beschikbaar stelt en woonachtig is in deze stad. Hij attendeert op bepaalde gebieden in Nederland waar dit fenomeen van radium in de grond en in bouwmaterialen onze gezondheid kan beïnvloeden.

Tot slot wat mogelijk interessante opmerkingen:

De aandacht voor kwaliteit van leven in Fort Collins is niet zweverig maar uiterst aantrekkelijk, zoveel zelfs dat een directe link gelegd wordt met het economische welzijn in de regio dat met een werkloosheid cijfer van 3,9% tot de best presterende communities van Amerika behoort.

De nummer 1 tip voor een gezonde leefomgeving van Fort Collins: 1. Teleworking
Save time and money by working from home. Check to see if your employer has teleworking options. Teleworking helps reduce traffic congestion and pollution, not to mention office politics! Contact the City’s SmartTrips office to receive a free teleworking kit that will help guide you and your employer through the process of establishing a complete telework program.

Het maandsalaris van de burgemeester: 1141$, ruim onder de Balkenende norm 😉