Solidariteitsprincipe en gewetensbezwaar

In Nederland geldt het wettelijke solidariteitsprincipe dat wij allen meebetalen aan zaken zoals de gezondheidszorg. Alleen mensen die wegens religieuze overtuiging daar niet aan mee willen doen, omdat zij hun eigen lotsbestemming in handen van een hogere macht leggen, kunnen daar afstand van doen. Zij dragen niet bij aan het zorgsysteem maar zijn toch maatschappelijk solidair door een hoger belastingtarief te betalen. Op zich is er niets mis mee dat er vanuit algemene solidariteit een norm van gelijkwaardigheid is ingesteld. Wat wel mis blijkt is dat die solidariteit alleen via geld aan een wild groeiend zorgsysteem is gekoppeld. Dit systeem is weer structureel onderdeel van een geldafhankelijke consumptiegedreven economie. En deze economievorm blijkt aantoonbaar vervuilend en schadelijk voor de mens en haar natuurlijke omgeving.

Het doet zich dus enerzijds voor dat de zorglasten van deze economie de pan uit rijzen en deze lasten via het solidariteitsprincipe over de rug van de bevolking een exponentiële groei doormaken. Daarentegen zijn er steeds meer mensen die geen religieuze maar ethische bezwaren hebben tegen de manier waarop de consumptie-economie de aarde en de mens kapot dreigt te maken. Het grote overheid systeem is echter ingericht op basis van deze economie en zal zich niet meteen geroepen voelen om het aan te pakken want deze zit te complex in elkaar. De consequenties zijn gigantisch en veroorzaken een groeiende maatschappelijke en economische onstabiliteit waar geen solidariteit maatstaven meer mee te verenigen zijn. Solidariteit mag niet automatisch betekenen dat de overheid een vrijbrief heeft om de lasten te blijven verhogen en die als maatschappelijke verplichting op de leggen zonder ingrijpende alternatieven te aanvaarden. Dat is dan geen solidariteit meer maar systeemdictatuur.

De zelfbewuste kritische bevolking is daarentegen zeer goed in staat om alternatieven te bedenken en te introduceren die wél ethisch verantwoord zijn volgens de inzichten van vandaag. Men wordt echter door het solidariteitsprincipe tegenhouden, op onterechte kosten gejaagd en gedwongen mee te blijven doen waar men morele gewetensbezwaren tegen koestert. De zelfbewuste en participatieve bevolking ziet namelijk in dat de zorgtaak die de overheid op zich heeft genomen (en die de bevolking destijds uit handen heeft gegeven) helemaal niet bij de overheid thuis hoort. Gezondheid is primair een eigen verantwoordelijkheid en zorg iets dat prima lokaal te regelen is met relatief weinig middelen als daaraan een sterke sociale cohesie aan wordt gekoppeld. Kortom men wil weer steeds meer zelf doen, zelf organiseren en zelf verantwoordelijkheid nemen.

Wie moet nu solidair zijn met wie? De zelfredzame burger die de overheidsfinanciën en structuur moet helpen waarborgen met middelen? Of de overheid die zelfredzaamheid dient te faciliteren en aanvullen? Het is een impasse tussen twee wereldbeelden, de een dominant in uitvoering en de andere  ethisch gemotiveerd. Hoe gaan we hier mee om?

De overheid heeft ooit de wet van solidariteit gemaakt maar heeft niet kunnen voorzien dat het betreffende maatschappijmodel zelf ter discussie kon komen te staan. Solidariteit aan de medemens is een maar dat dit via het regerende geldsysteem tevens impliciet de solidariteit betekent met het in verval geraakte maatschappijmodel gaat voor steeds meer mensen te ver. Men wil de extra lasten niet betalen die ontransparant over de schutting worden gegooid terwijl de essentie van ons bestaan als kostenpost wordt verkocht in plaats van een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid.

Het geweten is er om ethische vraagstukken te verantwoorden en duidelijke keuzes te maken. Deze zijn dan niet religieus maar bestaansrechtelijk. Als dan ook blijkt dat vanuit die bezieling men geheel nieuwe zorgstructuren kan bedenken die wel voldoen aan de holistische criteria van ethiek dan kan en mag de overheid haar eigen oude model niet af blijven dwingen.De overheid dient dan solidariteit te tonen voor de integrale vernieuwing van de maatschappij, vanuit de maatschappij zelf, vanuit de bevolking zelf. Men is niet in gebreke door niet mee te willen betalen aan systemen die men verwerpelijk vindt, als men zelfstandig een redelijk alternatief introduceert waar de medemens ook mee bediend wordt, gelijk of misschien zelfs beter dan in het oude systeem.

Maar dan komen we in conflict met de huidige democratische rechtstaat. De centrale overheid heeft de electorale macht om over het regerende zorgsysteem te besluiten en zo ook over de geldelijke solidariteit van de bevolking verlangen. Men heeft via datzelfde principe de mogelijkheid om zelfs nieuwe initiatieven te blokkeren door solidariteit te eisen via de belastingen. De verplichtingen van verzekeringen, belastingen, eigen risicos, enz dwingen de bevolking haast wel tot het nemen van het heft in eigen hand. De overheid dient los te laten aan de solidariteitsnorm uitgedrukt in geld en aanvaarden dat mensen solidair naar elkaar kunnen zijn zonder tussenkomst van de overheid. Dat betekent tevens dat de overheid de inkomsten gaat missen die het nu de bevolking oplegt maar daar staat tegenover dat de lasten van de overheid ook beduidend verlagen omdat ze uit het overheid circuit worden gehaald. Dat gaat natuurlijk ten kosten van de huidige machtsposities en institutionele lobbies vanuit het eigenbelang in verzekeringsmaatschappij en grote zorginstellingen. Maar deze zullen toch omvallen als het grootste deel van Nederland haar huidige zorglasten niet meer kan of wil betalen.

Kortom, solidariteit mag niet beperkend werken middels een gewetenloze en belastende  kostenpost en dwangmaatregel. Het dient een maatschappelijk gedragsontwikkeling te zijn die de vrijheid geniet om vanuit ethiek zich vernieuwend te manifesteren  door het gemeenschappelijk belang te dienen met alternatieven. Daar gewetensbezwaren nu nog beperkt zijn tot religie met een solidariteitsbeginsel vertaalt in geld zijn wij toe aan een grondwettelijke discussie en verandering. Voorafgaand aan rechtsfilosofie en jurisprudentie kunnen experimentele initiatieven toegestaan worden in een overzichtelijke omgeving, gebied om zo als maatstaf te gaan dienen voor de schaalvergroting van maatregelen.

Jean-Paul Close

Als je druk bent met de stukjes overzie je het geheel niet

Als ik mensen en organisaties vraag om mee te doen aan mensgedreven sustainocratische projecten dan wordt ik geconfronteerd met de verwarring rond de gefragmenteerde belangen van elk van hen. Men is zo getraind om vanuit de stukjes van het grote belang te redeneren dat men het geheel niet overziet. En dat is niet zo vreemd want “het geheel” waar ik het over heb is “de mens en haar duurzame vooruitgang”. Mijn gesprekspartners redeneren in termen van economie, geld en kosten, en verbinden dit aan iets concreets, iets tastbaars, zoals een product, een dienst, een consequentie, een ziekte, een verandering, een optimalisatie, een advies….

Mijn gedrevenheid gaat over menselijke belangen zoals gezondheid, veiligheid, vitaliteit, dagelijks eten en drinken, wonen en bewustwording. Het zijn thema’s die één maatschappelijk geheel vormen in een maatschappij met duurzame ambities van stabiliteit en leefbaarheid. Voor mijn economische gesprekspartners is het te abstract, niet tastbaar genoeg. Dat ik vanuit die abstractie van menselijkheid terugwerk naar de huidige werkelijkheid, waarin die menselijkheid ver te zoeken is, blijkt voor die gesprekspartners veelal te ingewikkeld. Men reageert dan dat als ik een product of dienst wil ik het van hen kan kopen. Als ik de mens centraal stel wordt mij een product aangeboden. Zo ben ik omringd door aanbiedingen. Maar ik wil geen producten, ik wil een gezonde maatschappij. Hoe verbind ik het een met het ander?

Organisaties concurreren om producten aan mij te verkopen terwijl ik hen vraag om samen met mij een gezonde maatschappij te maken. Men vraagt mij dan of ik budget heb, hoeveel producten ik van hen nodig heb en wanneer? Wordt de maatschappij gezond als ik die producten koop? Of toepas? Ik denk het niet. Daar is meer voor nodig. Dus waarom zou ik ze kopen? Als we die producten of diensten bedenken en samen toepassen om een gezonde maatschappij te creëren, lukt het dan? Ik weet het niet maar het is het proberen waard. Dan stoppen we de creativiteit niet in concurrentie ten behoeve van geld verdienen maar gebruiken we het in waardecreatie ten behoeve van onszelf. Dat is lastig voor degenen die geld als doel hebben gesteld, minder lastig voor degenen die zich willen onderscheiden vanuit een concrete toegevoegde waarde.

Als men met mij samenwerkt vanuit dat onderscheidende vermogen dan hoeft niemand meer te concurreren want het gaat niet meer om het product maar om de resultaatgedrevenheid van de samenwerking. De ondernemer verbindt zich niet met mij door iets te verkopen maar met het eindresultaat waaraan waarde kan worden verbonden door iets bij te dragen. Het resultaat wordt uitgedrukt in gezondheid of veiligheid, twee basis zekerheden van duurzame menselijke samenlevingsvormen. Dat is de moeite waard om voor samen te werken.

“Maar wie betaalt ervoor?” Dat is altijd een grappige vraag want uiteindelijk wie heeft ervoor gezorgd dat de huidige maatschappij ongezond zou zijn? In onze consumptie gedreven structuur hebben we daar allemaal onze stinkende best voor gedaan én voor betaald. Als we dan weer een gezonde maatschappij willen hebben zullen we er allemaal voor moeten investeren, niet “iemand die de opdracht geeft”. We geven de opdracht aan onszelf. Dat wil niet zeggen dat er geen wederkerigheid is in de aanpak maar deze komt niet vooraf. We gaan samen bepalen welke prioriteiten we stellen, wat we daarbij nodig hebben en hoe het gaan aanpakken. Dan pas is ook duidelijk wat voor kapitaal er nodig is, dat zich niet alleen uitdrukt in geld maar ook in de hoeveelheid visie, kennis, menskracht, creativiteit, ruimte, overtuigingskracht, enz. En dan weten we ook wat we terug hopen te verwachten (resultaat) zodat we met elkaar meetbaar vooruitgaan.

Bovenstaande proces welkt vanuit het geheel naar de stukjes. Elk stukje is een onderdeel van de grote interactieve legpuzzel. Alleen de stukjes die zichzelf aanpassen aan de puzzel, dus kennis durven nemen van het geheel kunnen schakelen met hun omgeving om zich in te passen in het totaalbeeld. De stukjes die te druk met zichzelf zijn zullen nooit passend gemaakt kunnen worden en ploeteren voort als concurrerende eenlingen. Ik nodig de ondernemers uit om  zich verankeren in een groter geheel. Dat brengt wel enorme verantwoordelijkheid met zich mee. Met het creëren van een enkel product volstaat men niet want er wordt niet verbonden met het product maar met de creatieve ondernemer die steeds weer met nieuwe toegevoegde waarde komt.

Het blijkt enorm moeilijk om economische partijen te overtuigen om hun individualisme los te laten en deel te nemen aan de onvoorspelbaarheid van een lokale resultaatgedreven coalitie. Het vergt namelijk zelfvertrouwen in het eigen ondernemerschap zelf. Men verkoopt in feite zichzelf op basis van authenticiteit  daadkracht, betrouwbaarheid, betrokkenheid en initiatiefname. Men neemt verantwoordelijkheid in het geheel waardoor men verbintenissen smeedt die veel verder gaan en blijvend tot stand komen dan het leveren van een enkel product tegen een factuur.

Die eigenheid hebben veel ondernemende mensen niet. Men legt alle verwachtingen in het product dat in een concurrentiestrijd alleen maar waarde verliest. Men is bang de eigenheid te verliezen dat men identificeert via het product, geen controle meer te hebben over zichzelf door van het product af te stappen en zich te verbinden aan een waardengerelateerd eindresultaat. Maar het tegendeel is waar. Talent is bijna niet te evenaren als het zich authentiek manifesteert in de groep. Talent wordt gevormd door de eigenheid van de persoon of organisatie in kwestie.  Het product is maar een eenmalig onderdeel van de relatie (korte termijn). Talent verbindt zich aan de maatschappelijke, ethische, milieutechnische en omgevingswaarden die de mens constant beïnvloeden (lange termijn).

Kortom, als je druk bent met de stukjes dan overzie je het geheel niet. Dan ben je bezig met het overleven en niet met het leven zelf. Dat geldt voor ondernemers maar ook voor wetenschapper, scholen, overheden enz. Dat maakt ons eerste sustainocratische proces in Eindhoven, AiREAS genaamd, zo uniek. Want het verzamelt juist al deze partijen op basis van het geheel. Door de lange termijn van ons eigen welzijn en welbevinden te definiëren via gezondheid en omgevingskwaliteit bepalen wij ook onze korte termijn interactie. We draaien de wereld om en zien dan ook bij elke bijeenkomst dat er rust komt, een drang tot presteren vanuit eigenheid, zelfvertrouwen en betrouwbaarheid in de groep ten behoeve van het grote het grote geheel, volledig vertrouwend dat vanuit het geheel men ook op de juiste manier gecompenseerd wordt. Niet vooraf maar naar mate de waarde die we creëren zichtbaar wordt. De mensen die er aan mee doen onderscheiden zich al door zich niet als stukje te zien maar als mens, die door het geheel te dienen zichzelf dient. Zij samen hebben de wereld al veranderd.

Nu de rest nog.

Lokale belastingen voor lokale projecten

De gemeente is van de dag voor 90% van haar financiering afhankelijk van de centrale overheid. De centrale overheid int ook het gros van de belastingen. Daar moet verandering in komen. Het is van belang dat er lokaal waarde wordt gecreëerd in de regio’s. Dat kan alleen als er ook een wederkerig belang ontstaat tussen de betaling van belastingen en het terugvloeien ervan in maatschappelijke vooruitgang. Door de belastingen via Den Haag te sluizen is er geen enkele betrokkenheid tussen waar de middelen vandaan komen en waar ze naar toe vloeien. De bestuurlijke en menselijke werkelijkheid ligt erg ver uit elkaar.

In Eindhoven zijn wij bezig met de eerste Sustainocratische processen in de wereld. Dat wil zeggen dat wij lokaal zowel persoonlijk (burgerinzet en betrokkenheid) als institutioneel (overheid, bedrijfsleven en scholengemeenschap) verantwoordelijkheid nemen voor onze lokale duurzame vooruitgang. Door dit vorm te geven ontstaan er lokale initiatieven die algemeen erkende duurzaamheid criteria ter harte nemen omdat deze aantoonbaar bijdragen aan de leefbaarheid van de lokale bevolking. Zo denken wij aan initiatieven in de kringloop-economie, een economie waarin gebruik van producten wordt gestimuleerd in plaats van het aanschaffen ervan. Systemen op basis van gebruik verlangen een sterke lokale verbintenis tussen gemeentelijke beleidmakers en bevolkingsgroepen in wijken. De interactie komt dan al snel tot uitvoerende projecten die gefinancierd moeten worden uit gemeenschappelijke middelen. Dan is de lokale bereidheid logisch om in de waardeprocessen ook rekening te houden met afdracht van belastingen voor het vervolg ervan. Dat is een lokaal circuit:

Image

Dit is een regionaliseringsproces dat natuurlijk de verhoudingen met Den Haag op scherp zet. De economie kan echter alleen een impuls krijgen als structureel de maatschappij verandert met de inzet van alle betrokkenen. Dan moet die verandering ook zo dicht mogelijk bij de medemens worden toegestaan en gefaciliteerd. Het living lab van Eindhoven is daar een goede basis voor en kan vooralsnog een uitzonderingspositie krijgen om de gevolgen meetbaar en inzichtelijk te maken voor iedereen. De komende maanden zal dit meerdere malen op tafel gebracht worden in de groepsprocessen die zich ontwikkelen. In deze tijden van financiële moeilijkheden zal het een proces van geven en nemen zijn dat we met zijn allen vormgeven.

Boek aankondiging: Sustainocratie, de nieuwe democratie

Vandaag mocht ik de eerste proefdruk ontvangen van mijn nieuwe boek over de complexe maatschappelijke veranderingen waar wij voor staan en die ik middels “sustainocratie” tot een vernieuwende doorbraak tracht te brengen voor de mens en mensheid. Dat klinkt nogal hoogdravend want wie ben ik per slot van rekening om zoiets voor te stellen, laat staan vorm te geven?

Boven alles ben ik “een mens”, een zelfbewust wezen dat het resultaat is van miljoenen jaren evolutie en zelf aan het begin staat van het vervolg van deze menselijkheid door mijn eigen vaderschap. Ik ben mij bewust van mijn omgeving zoals deze door de natuur en de mens zelf wordt vormgegeven. Binnen dat laatste kan ik mij neerleggen wat anderen voor de mens beslissen of daar zelf een beeld bij vormen en verantwoordelijkheid nemen voor mijn keuzes. Dit boek, en alle handelingen van mij die eraan zijn voorafgegaan en nog zullen komen, zijn onderdeel van mijn bewustwording, de inzichten die ik gaandeweg heb ontwikkeld over menselijke organisaties en mijn eigen manier om verantwoordelijkheid te nemen voor de conclusies waartoe ik ben gekomen. Zoals Prof. Paul de Blot zo mooi aangeeft in zijn voorwoord in het boek “Dit boek gaat over menselijkheid in menselijke organisaties”.

Sustainocratie, de nieuwe democratie

Het boek gaat dan ook over de manier waarop wij invulling geven aan onze vrijheid (democratie) en de duurzame menselijke ontwikkeling (sustainability) door middel van onze keuzes, institutionele organisaties, ondernemerschap en on onderlinge samenwerking. Het boek stelt veel van onze huidige maatschappelijke complexiteit ter discussie, niet omdat het zo verkeerd is maar omdat we toe zijn aan een intense verandering. We lopen de kans dat, als we teveel vasthouden aan oplossingen uit het verleden, we onszelf in de grootst mogelijke moeilijkheden brengen voor de toekomst. In het boekje geef ik een beeld van de moeilijkheden waar we mee kampen als maatschappij, de oude machtsstructuren die het maar moeilijk vinden om los te laten, en de enorme daadkracht van de vele visionaire mensen die de transformatie aandurven die zich voor ons aftekent. En daarin zit de missie die ik mij eigen heb gemaakt, namelijk de tijd nemen om te experimenteren met inzichten om zo tot een concrete, praktische oplossing te komen die niet alleen idealistisch is  maar ook een realistisch draagvlak vormt voor zowel de individuele mens als de institutionele autoriteiten. Ondertussen wordt Sustainocratie reeds toegepast in AiREAS, The STIR Academy, EQoL, enz. Het bestaat dus waardoor het boekje een extra draagvlak krijgt.

Ondanks deze ogenschijnlijke “gouden greep” om veel menselijk leed te voorkomen en duurzame menselijke vooruitgang samen waar te maken, is Sustainocratie “een wereld op zijn kop” voor iedereen die eraan begint. Het is vooral een gigantische uitdaging waarin we allemaal een hoofdrol spelen, ongeacht leeftijd, oorsprong of functie.

Uitgever: MultiLibris – www.multilibris.nl

ISBN: 978 94 6000 0157

Auteur: Jean-Paul Close met voorwoord: Prof. Paul de Blot

Winkelprijs: onder de 20€

De heiligheid van het menselijk bestaan

Recent keek ik naar een tv programma over business & spiritualiteit waarin een spiritueel leider een eredoctoraat ontving en ook in ontvangst nam. Met grote verwondering heb ik zitten kijken hoe de beste man met alle egaars werd ontvangen en behandeld, hoe Zijne Heiligheid, zoals gezegd, dit eredoctoraat in ontvangst nam en daarmee spiritualiteit als heiligheid in een geldgedreven instituut vast legt. Zie ik hier een verschuiving van de vergane macht van spiritualiteit binnen de kerk naar macht in het bedrijfsleven?

De heiligheid van het bestaan ervaren, het opbouwen van innerlijke kracht, hier eigenaarschap overnemen, ontwikkelen tot Ik Ben, Zelf zijn en er zijn voor anderen en er vervolgens naar leven is de essentie van en voor ieder mens. Het weten en leven van menselijkheid, dat mogen we niet in instituten onder voorwaarden van het instituut vastleggen, deze hiërarchie dient los gelaten te worden. Dan pas ontstaat er spirituele kracht vanuit ieders essentie, is er ruimte voor ieders uniekheid, ruimte om zijn unieke talent in de wereld zichtbaar te maken, ruimte om de spirituele verbondenheid te voelen. Vanuit diep geleefde spiritualiteit schaadt je niet, maar creëer je welzijn met elkaar voor elkaar. Een reflectie over spiritualiteit en de kiem van mens zijn.

Je kan vanuit 2 werelden naar mensen kijken, vanuit tekorten of vanuit de overvloeden die de mens rijk is. Ik neem je graag mee met een kijkje in de positieve wereld van de mens en haar mogelijkheden. De kiem die in ieder mens zit is schoonheid, harmonie & liefde, als we daar nu eens vanuit gaan. Spiritualiteit  is een kracht van onze geest van vertrouwen, je veilig voelen bij jezelf, verantwoordelijkheid nemen, veiligheid vanuit je zijn aan anderen geven, morele waarden, gedragen voelen in het universum, het scherpen van je intuïtie, weten op het juiste moment en in kracht en liefde durven te handelen wat veel verder uitstrekt dan direct zichtbaar is. Ik kan er nog een paar noemen, compassie, integriteit, oprechtheid. Het zijn heerlijke vrouwelijke eigenschappen en als vrouw ben ik dankbaar dat ik ze mag uitdragen en leven om mijn kinderen in hun eigen kracht en talent te laten ontwikkelen, maar ook anderen mee te inspireren. Maar zoals ook blijkt, mensen vreselijk mee te irriteren.  Als mens hebben wij allen deze spirituele kracht maar door macht, hiërarchie en institutionaliseren hiervan en willen bezitten onderdrukt zijn. Ik zal de macht & de kracht illustreren met een persoonlijk voorbeeld:

Sinds 6 jaar leef ik samen met “mijn” 3 kinderen gescheiden van hun vader. Van geboorte af aan zijn de kinderen grotendeels onder mijn hoede. Al die tijd en nog steeds heb ik de vader hoog gedragen en alle gelegenheid en ruimte geboden om samen met “zijn” kinderen te zijn. In 2011 besloot ik tezamen met de kinderen te verhuizen naar Eindhoven om de activiteiten van The STIR Academy verder helpen te brengen in haar ontwikkeling. Tegelijkertijd was ik het al langer niet eens met het onderwijs van mijn kinderen en op een van de scholen werd ook letterlijk gezegd, we maken de zijnsontwikkeling van je kind kapot. Tijd was rijp voor verandering. De vader van de kinderen was tegen de verhuizing. Na mediation bleef hij op zijn standpunt staan en weigerde mee te werken en daagde mij voor de rechter. Ik zelf had de keuze gemaakt te gaan, samen met de kinderen, ook zij wilden met mij mee. 1 van de kinderen twijfelde. Voor mij was mijn keuze een keuze voor voortzetting van mijn levenswerk, waarom ik hier ben op aarde, uiteraard ontstaan uit een lange historie.

Op de dag van verhuizing stond ik ‘ s ochtends voor de rechter. Als vrouw en moeder werd ik letterlijk met alles wat maar kon worden aangedragen behandelt als een stuk vuil en tot op de grond afgemaakt. De advocaat van de vader was een vrouw, de rechter een man. Ik had op dat moment geen inkomen wegens ontslag door recessie, moest mijn huis uit kon ik niet meer betalen en had geen uitkering. Na 3 dagen kwam de uitslag van de rechter: Ik mocht niet binnen 15 kilometer verhuizen buiten mijn oude woonplaats. Dwangsom van €500,00 per dag. Als de moeder dan zo nodig moest, diende er een bodemprocedure te worden gevoerd en diende de kinderen zolang bij de vader te wonen. De vader woonde inmiddels niet in de buurt, had al jaren een relatie, maar had om de procedure te winnen “even” een woning in de buurt van mijn oude woonplaats geregeld.

Inmiddels zaten mijn kinderen en ik in Eindhoven. Had zelf een huis geregeld, de overgang naar de nieuwe scholen, etc. Er volgde een heel intens proces, waarbij de angst van de ander zo zichtbaar was, maar waar ik me tegelijkertijd ook af vroeg, wat voor boodschap geeft hij af aan zijn kinderen? Het volledig willen vernietigen van de vrouw die zijn kinderen heeft gebaard en gevoed en die hem al die jaren hoog houdt in de onvoorwaardelijkheid naar zijn kinderen en zijn kinderen naar hem. Wat moest ik doen? Als ik dat proces rationeel zou benaderen zou ik het verliezen door de macht van het systeem en zouden de kinderen bij hem moeten gaan wonen. En dat wilden ze niet. Hier ontstond een proces waaruit ik vanuit mijn intuïtie handelde. Ik heb de kinderen gezegd hem dat zelf te vertellen, zelf verantwoordelijkheid te nemen, gesteund door mij, onvoorwaardelijk, welke keuze ze ook zouden maken, als het maar hun keuze was. Ik belde hem op en zei ik breng de kinderen bij je met een boodschap. In vertrouwen en overgave heb ik hier letterlijk alles los gelaten. Na drie dagen kreeg ik een telefoontje, de kinderen komen morgen terug en ik ga accoord dat ze bij je blijven in Eindhoven.

Wat ik er mee wil laten zien is dat de heiligheid van het bestaan en de spirituele kracht van en voor ons allemaal is, het is onze natuur en we kunnen en mogen het niet institutionaliseren, dat is het negeren van onze zijns kracht, de morele waarden, de ethiek en de kracht van ons duurzame bestaan.
Hoe kan men dit willen blijven onderdrukken, zo’ n schoonheid, heiligheid van het menselijk zijn, van het leven. Kijk vandaag eens in de spiegel, naar je naasten, je kinderen, je geliefde, durf je heel voorzichtig een van de schoonheden in hun te zien en cadeau terug te geven? Is die parel vast te leggen in een instituut? Is die te beheersen? Nee toch, die glorie, die heiligheid is de kern van spiritualiteit van en voor ons allen en met geen macht aan banden te leggen. Ontdek haar, leef haar, geniet en deel & leef met elkaar in liefde.

Nicolette Meeder, november 2012

Huidig onderwijs leert niets

De leerprestaties van jongeren zijn onder de maat vindt de inspectie en het ministerie van onderwijs van Nederland. Men plaatst de verantwoordelijkheid van het leren bij de jongeren via een leerplicht maar vergeet daarbij dat leren zich uitsluitend voltrekt vanuit een maatschappelijk context. Als er geen hoger maatschappelijk doel wordt gesteld dan zal er door niemand, jongeren noch ouderen, een leerdoel worden bereikt. Waarom leren? Wat is het nut? Welke innerlijke motivatie spreekt men aan om te leren? Jongeren hebben sinds 1900 in Nederland een leerplicht maar Nederland heeft vooral een onderwijs plicht. In de huidige scholen vormt “onderwijs” een doel op zich aangestuurd door het beleid uit Den Haag waarbij de scholen beperkte vrijheden hebben om zich te ontwikkelen volgens een eventueel eigen maatschappij beeld. Men is afhankelijk van de middelen die per leerling worden toegekend en dient via diploma uitreiking aan een normering te voldoen. Welk verband er ligt tussen maatschappij en normering is veelal ver te zoeken en de leerling is een middel om de school in stand te houden.

In dit huidige onderwijs leert men niets.

Om “het leren” te begrijpen grijp ik even naar een vergelijking die we ook gebruiken voor het bedrijfsleven en de maatschappij zelf, namelijk die van de individuele vrijheid en sturing.

Onderwijs is geen doel op zich maar functioneel binnen een maatschappelijke context

In onze democratie gaan wij uit van grote individuele vrijheid. Maar we gaan er ook van uit dat wij een maatschappij draaiende houden waarin een hoge graad van gemeenschappelijk welzijn wordt genoten. Dat betekent dus ook dat onze vrijheid niet vrijblijvend is maar bij zou moeten dragen aan de inhoudelijk invulling van de maatschappij. Wat die kaders zijn dient maatschappelijk duidelijk te zijn. Dat is het niet. In een geldgedreven consumptie maatschappij is geld en consumeren misschien een maatschappelijk kader waar omheen een economie draait maar opvoedkundig verwachten wij natuurlijk veel meer van een maatschappij. Denk daarbij aan ethiek, sociale cohesie en duurzame vooruitgang. Deze essentiële parameters zijn niet meer aanwezig en als zodanig ook niet te vinden in een onderwijscultuur.

Bij het ontbreken van een hoger maatschappelijk kader dat de hebzucht van een geldgedreven maatschappij overstijgt met ethische normen (zoals sustainocratie de democratie nuanceert met duurzame menselijke vooruitgang) vervalt het onderwijs tot een gefragmenteerde, doelloze overdracht van kennis. Als de leerprestaties van de jongeren dan onder de maat zijn dan duidt dat niet op de jongeren maar op de leeromgeving. De scholen, ouders en de overheid dienen dan vooral bij zichzelf te raden te gaan.

De jeugd is perfect in staat gebleken om van alles te leren binnen de mogelijkheden van hun open vrijheden en vanuit een intrinsieke, ongestuurde motivatie. Denk daarbij aan social media, elektronica en de vele prikkels die een consumptie gerichte maatschappij hen opdringt. Die prikkels raken het eigenbelang zoals Mitra zo mooi vertelt in zijn  toespraak over “The hole the wall”, een experiment in India waarin ongeletterde straatkinderen geconfronteerd werden met een gat in de muur en een computer. De natuurlijke nieuwsgierigheid, de open onderlinge communicatie en concurrentie, samen met de vele dingen die ze met het apparaat konden ontdekken leidde tot verrassende resultaten. Binnen 6 maanden beheersten honderden jongeren vele Engelstalige computerwoorden, wisten ze hoe het apparaat en de software werkte en konden ze aangeven welke verbeteringen erop toegepast konden worden. De onderlinge stimulans zorgde voor een zelflerend proces dat zijn weerga niet kent in de moderne onderwijswereld.

Onze huidige maatschappij is voor de meeste jongeren een gat in de muur waarmee men experimenteert zonder toezicht noch concreet doel. De stimulans die zij krijgen horen bij de normale opgroeiende, zoekende jeugd die is omringd door een cultuur van koopkracht (hebben). Binnen die cultuur spelen ouders de rol van financier en de overheid die van lastpost. Het zwarte gat van de maatschappij waarin de jongeren met hun ongenuanceerde vrijheden experimenteren en elkaar uitdagen tot uitersten vormt een schril contrast met het huidige onderwijs. Dit probeert normen en waarden op te leggen vanuit “verplichtingen” om zodoende enig overwicht te behouden op deze jeugd. Via de leerplicht worden de jongeren geacht om op een bepaalde tijd op school te zijn en na een aantal uren weer weg te gaan. Op de vraag waarom ze naar school gaan wordt geantwoord “omdat het moet”.

Het huidige onderwijs is vooral gefocust op het overdragen van rationele, cognitieve vaardigheden, zoals rekenen, taal en andere tastbaarheden. Naar mate de jongeren ouder worden wordt in het onderwijs van ze verwacht dat ze een vak leren. Wat de overheid vergeet is dat rationaliseren van informatie pas pakkend beklijft in de bewustwording van de jongeren als zij het verwerken middels emotionele en lichamelijke ervaringen. De hele dag in een schoolbank zitten is geen stimulans. Het uit het hoofd leren en automatiseren van de tafeltjes of het leren van de provincies en hoofdsteden van Nederland heeft pas blijvend invloed als het zich verbindt aan de belevingswereld van de jeugd.

Als de jeugd zich niet binnen een grotere maatschappelijke context weet te plaatsen richt zij haar eigen ontwikkeling op de vergelijking met leeftijdgenoten en niet die van een persoonlijke, volwassen toekomst en verantwoordelijkheid. Daarvoor is een referentiekader nodig met de volwassen werkelijkheid.  Onderwijzen gaat niet over het pure cognitieve leerproces maar de bewustwording van zichzelf in een maatschappelijke context. Dat vergt iets anders van het onderwijs dan het afvinken van aanwezigheid lijstjes en het plaatsen van gedragskruisjes bij elke afwijking van de algemene norm. Elk kind is anders, heeft een geheel eigen belevingswereld die positief kan worden beïnvloed door het kind te betrekken bij een hoger doel. Maar dan moet dat hoger doel wél bestaan.

Een kind, een puber of een jong volwassene kan uitstekend zelfstandig leren, uitgedaagd worden, allerlei informatiebronnen verwerken en uiteindelijk uiten in zeer diverse vormen van wijsheden die ontstaan. Alles bepalend is uiteindelijk de cultureel, maatschappelijke omgeving waarin het leerproces wordt gestimuleerd. Als de prikkels gaan over de laatste mode, meer geld hebben dan de ander, al dan niet verantwoordelijkheid nemen, angst of durven, wat heb ik en hoe zie ik er uit, dan zullen de jongeren die prikkels gebruiken in hun reactieproces. Reflectie gebeurd bij jongeren nog sterk op basis van het “eerst doen, daarna leren”, al experimenterend met het leven in de onbevangenheid van de beveiligde creativiteit. Onbevangen omdat zij zelf kunnen experimenteren en beveiligd omdat zij nog worden omringd door ouders en school die verantwoordelijkheid nemen voor de maatschappelijke inhoud en veiligheid in de ontwikkeling van de onschuld. Reflectie is essentieel maar dient plaats vinden binnen aanvaardbaar nut en kaders die de jongeren kunnen begrijpen.

Het huidige systeem van verplichten, straffen, examineren, normeren en reguleren toont uitsluitend de machteloze beperking van het onderwijssysteem als eenzijdig instrument dat haar verbinding is kwijtgeraakt met het grotere geheel. Natuurlijk passen de jongeren daar niet in omdat zij zelf een holistisch menselijk bestaan en ontwikkeling leiden die niet te minimaliseren valt.

Door onderwijs te ommuren en af te zonderen van de maatschappelijke context mist men de voorbeeldfunctie die de jongeren nodig hebben om  te reflecteren over de theoretische werkelijkheid die hen wordt verkocht als gedragsnorm. Vertrouwen, gelijkwaardigheid, respect, veiligheid, gezondheid, kennis zijn thema’s die genoemd worden in de boeken maar in de omgeving structureel worden verkwanseld. Het gezinsleven bestaat amper, jongeren groeien op van opvang tot opvang, binnen gescheiden ouder situaties, los van familiaire relaties en veelal met allerlei gedragsstempeltjes vanuit de overheid. De norm is utopisch beperkend en de afwijking wordt de norm. Het zijn niet de jongeren die niet voldoen maar hun verplichte leeromgeving waarin ze verplicht worden te doen waar ze geen enkel nut in zien.

Een hoger doel heeft te maken met gezondheid, welzijn, sociale cohesie, onderlinge relatie, zelfkennis en de kennis van de ander, veiligheid, samenwerking, visie, verantwoordelijkheid nemen, een maatschappelijke richting (duurzame menselijke vooruitgang) en alle daaraan gerelateerde kennisbehoeften. Er dient een verbintenis te zijn tussen de unieke persoon en de omgeving die zich samen ontwikkelen volgens een bepaalde natuurlijke, dynamische, evolutionaire code waar de jeugd haar eigenheid op creatieve manier in kwijt kan om de eigen toegevoegde waarde te ontdekken. In een jagersstam zien de jongeren de ouderen op jacht gaan en kijken er naar uit om een keer mee te mogen. Bij een timmerman zal de zoon of dochter geneigd zijn de hamer een keer te pakken en iets te knutselen. Maar als de ouders ’s morgens van huis gaan en ’s avonds thuis komen is er amper interactie en geen enkel volwassen voorbeeld. Ook in de wijken zijn er geen functionele prikkels die de jongeren aanzetten tot het nemen van verantwoordelijkheden.

Kortom, in een maatschappij zonder hoger doel zijn er geen emotionele prikkels die leiden tot een intrinsieke motivatie van de jongeren om iets te leren. Als de school daar ook nog eens negatieve prikkels tegenover zet door een bureaucratische, gefragmenteerde werkwijze, zonder verband tussen reflectieve cognitie en jeugdige emoties met een welhaast militaristische afrekening van aanwezigheid en gedrag, dan ontstaat er een generatie die meer leert op straat dan op school. En dat mag niet de bedoeling zijn.

We zijn toe aan een sustainocratische transformatie van het onderwijs door het weer een structurele, functioneel inhoudelijke pilaar van de maken van duurzame menselijke vooruitgang. Onderwijs is geen gefragmenteerd doel op zich maar stelt de mens centraal in haar duurzame ontwikkeling.

Het onderwijs is dienstbaar aan de menselijke vooruitgang

Eetbaar bos

Vandaag kreeg ik een berichtje van onze Spaanse stichting STIR collega, Luis. Luis probeert zich al geruime tijd hard te maken voor verduurzamings-processen in Madrid. Hij heeft al van alles geprobeerd, zoals lokale bio-energie opwekking, luchtkwaliteit alla AiREAS, het opzetten van een ZP club, het gebruiken van leegstand voor voedsel, nieuwe mobiliteit, enz.

Nu was hij twee dagen te gast in Valencia bij een man die een eigen eetbaar bos in stand houdt. Met veel bewondering kwam hij terug naar Madrid en stuurde mij een aantal YouTube filmpjes uit de serie “onbekende mensen”. Hierin is de 73 jarige man te zien die vol overgave vertelt over de overvloed die de natuur hem biedt en hoe de natuur zelfstandig zorgt voor zichzelf door een enorme diversiteit van soorten op elkaar af te stemmen in een natuurlijke cyclus. De man laat de natuur het werk doen maar beheerst het bos zodanig dat alles wat er groeit eetbaar nut heeft voor de mens.

Luis vergeleek het met de supermarkt in de stad. Je loopt naar binnen en waar het oog reikt kun je voedsel vinden. “Alleen heb ik in de supermarkt nog nooit vruchten zelf op de grond zien groeien of hangend aan het plafond”, en zinder tussenkomst van geld. Luis schreef enthousiast dat als je op de grond kijkt je sla ziet, en andijvie, rapen, albahaca, munt, witte bonen, Spaanse pepers, kalebassen,  groene bonen, diverse kruiden, enz…..Als je op ooghoogte kijkt dan zie je kakis, sinaasappels, mais, bananen, appels, perziken, mango’s ……en als je de lucht in kijkt dan zie avogados, noten, bamboe, druiven, nog meer bananen, enz. Hij vertelt dat hij de oefening had gedaan om te kijken of hij ergens in het bos een plekje kon vinden waar geen eetbaar voedsel te vinden was. Dat kon hij niet.

De eigenaar is een lokale bekendheid omdat hij regenwater natuurlijk zuivert en aanvult met een beetje zeewater. Dit werk gezondheid bevorderend, net als allerlei planten en kruiden, waarmee hij dienstbaar is voor vele mensen in de omgeving. Van overrijpe vruchten worden wijnsoorten gemaakt. Hij is ook via internet actief in Afrika om in Congo mensen te leren omgaan met eetbaar bosbouw door de natuur de vrije maar niet vrijblijvende loop te laten.

Het is een werkelijke kringloop economie waar geen geld in omgaat maar waar wederkerigheid bestaat tussen mens en natuur. Luis keerde enthousiast terug naar Madrid waar wij de uitdaging al geruime tijd hebben geformuleerd om “de eetbare stad” te maken, net als wij dat in Eindhoven proberen vanuit sustainocratische processen. Natuurlijk is een open grondgebied aan de Middellandse Zee beter geschikt om met de natuur een samenspel te creëren dan de dichtgemetselde binnenstad van Madrid, Eindhoven of willekeurig welke grote stad dan ook. Maar daar gaat het juist om. Door de natuur te weren uit de stad zijn wij afhankelijk geworden van voedselsystemen die  geïmporteerd  worden van buiten te stad. De massale aanvoer past geen permacultuur toe noch wederkerigheid met de natuur. Het is een gefragmenteerd proces van massaal eenrichtingverkeer. Voedsel wordt door gespecialiseerde massaproducenten gemaakt en verkocht via gecentraliseerde groothandels. Het proces is gericht op winst waardoor de productiegrond wordt uitgebuit en de uiteindelijke producten steeds meer voedingswaarden verliezen. De verwerking en het logistieke proces is sterk vervuilend en verkwistend in tegenstelling tot de lokale kringloop van het eetbare bos.

55% van de wereldbevolking woont en werkt in de stad en heeft amper enige relatie met het platteland, laat staan met de natuur. Dit vormt de basis van een van meest ingewikkelde crisissen ooit. Ingewikkeld omdat er gigantische economische machten rond voedsel en medicijnen distributie zijn gebouwd maar ook omdat de steden amper mogelijkheden bieden voor enige vorm van natuurlijke zelfredzaamheid. Daarnaast heeft de stadsbevolking weinig tot geen enkel benul over het belang van voedsel, de natuurlijke kringloop of de herkomst van wat er in de supermarkt ligt, laat staan de grote consequenties van dit systeem.

Voedsel de stad in brengen, op de manier zoals de man in Valencia het verbouwt, lijkt een utopisch uitdaging. Toch biedt de stad veel meer mogelijkheden dan men denkt als de basis van verticale en horizontale permacultuur eenmaal is aangebracht. De natuur kan een nieuwe kringloop ontwikkelen die gebruik maakt van de samenstelling van een stad. Die is niet veel anders dan een kaal berglandschap of de oude overwoekerde steden van de oude culturen in Zuid en Midden Amerika. Als we de natuur een handje helpen door oppervlakten te bewerken voor plantengroei en waterhuishouding  met de planten op groene of natte daken en verlichtingstechnieken gebruiken in verticale gebouwen die benut kunnen worden voor voedsel, dan kan er veel verrassend werk verricht worden.

In Nederland trachten we dit te doen met de vele achtertuintjes van de mensen waardoor deze niet alleen voor recreatie maar ook multifunctioneel voor voedsel en energiewinning gebruikt kunnen worden. Om tot het benutten van de grond, het midden en hoge verticale ruimtelijke oppervlak te komen is praktische kennis nodig. Op planten gebied is die misschien wel sporadisch aanwezig maar vanuit binnenstedelijke toepassingen staat de wetenschap nog maar in de kinderschoenen.

In verschillende landen, en nu ook in Nederland, wordt er al ge-geëxperimenteerd maar niet zoals de Stad van Morgen dat zou willen. De economische drijfveren van de toegepaste modellen zorgen dat de focus gaat naar geautomatiseerde processen en volume productie zonder amper werkgelegenheid of natuurlijke biodiversiteit. Men organiseert het weer vanuit een materiële doelstelling zodat er geoptimaliseerde binnenstedelijke productie-units komen. Toegang tot de productiviteit is dan weer middels geldverkeer. Het logistieke proces wordt misschien ingekort doordat de productie dichter bij de consument komt te staan maar de betrokkenheid van mens missen we nog.

Stad van Morgen ziet het echter anders. Wij willen de overvloed van de dynamische natuur in verband brengen met de creatieve inzet en betrokkenheid van de mens zelf. Zo kan de menselijke dienstbaarheid beloond worden met vruchtgebruik. Dit schept een onderlinge menselijke en natuurlijke band terwijl het een uitstekend leerproces blijkt voor mensen die vastgelopen zijn in een andere maatschappelijke context. De rechtstreekse wederkerigheid van de natuur werkt therapeutisch voor velen, jong en oud.

De sustainocratische coöperatie in oprichting waar een ieder zich aan kan sluiten in Nederland heet STAD-VERS (STAD-Voedsel, Recreatie, Energie, Sustainocratie). In Spanje CERS. VERS gaat in een regio pas van start als er voldoende buren zijn om een eerste stap te zetten. Eén enkele achtertuin is niet voldoende. We hebben er meerdere nodig en liefst aansluitend, of iemand die een gebouw beschikbaar stelt op basis van wederkerigheid. Die verantwoordelijkheid dienen de bewoners van een straat of wijk zelf te nemen. Wij zorgen voor de kennis, gereedschappen, technologie, ervaring, het waardesysteem voor de verdelingen en het bewaken van het samenwerkingskader.

Zoals de 73 jarige heer zei toen hij zich excuseerde om weer in zijn eetbare bos aan de slag te gaan: “Voor jullie is tijd misschien geld, voor mij is tijd LEVEN”. En die menselijke levendigheid door wederkerige verbintenis met onze natuurlijke omgeving willen wij ook graag in de steden ontwikkelen.

Aanmelden voor STAD-VERS Eindhoven: nicolette.meeder@stadvanmorgen.com

Homo Europeanus

We redeneren helemaal fout als we het over Europa hebben. Er wordt alleen over geld, schulden en belastingen gesproken maar nergens horen we de unieke kracht van Europa, de europese mens, de Homo Europeanus.

Europa heeft een unieke samenstelling van regios die elk weer een eigen identiteit hebben. Deze identiteit heeft te maken met de lokale geschiedenis, migraties, oorlogen, natuurrampen, geografische en klimatologische kenmerken, religie, personen en maatschappijvormen die het geheel hebben beinvloed.

Als we bezien hoe divers uniek Europa is vanuit het menselijk perspectief dan kunnen we gaan kijken naar onze kunst in de vorm van schilderijen, architectuur, stedenbouw, muziek, dans, enz. Dit heeft weer zijn weerslag gehad in onze literatuur, creativiteit, communicatie, welzijn, onderlinge relaties, enz. Soms heeft het geleid tot belangrijke confrontaties en in andere perioden tot intensieve samenwerkingen.

Industrieel, agrarisch, intellectueel, recreatief, spiritueel heeft het continent de meest boeiende ontwikkelingen doorgemaakt die in de open grens situatie van vandaag een toegevoegde waarde van versmelting heeft gebracht die elke regionale cultuur weer heeft verrijkt met vernieuwende elementen en een open wereldbeeld. Regios die hameren op autonomie willen zich vaak verzelfstandigen vanuit een ouderwetse dogmatische staatsverhouding en voor zichzelf een natuurlijke positie bepalen binnen de lappendeken van Europa.

Deze enorme menselijkheid, die in verenigd Europa tot een nieuw hoogtepunt is gekomen dankzij de moderne tijd, staat onder druk door het alles verziekende geldbelang. De kracht van de Homo Europeanus is geworteld in de moderne tijd van onderlinge communicatie, intensieve culturele kennismaking en kruisbestuiving. Door deze intense waarden ondergeschikt te maken aan zielloze geldelijke belangen haalt men de aandacht weg van de potentiele moderne productiviteit van deze nieuwe multiculturele menselijkheid. Door te sturen op schulden en rente ontkracht Europa zichzelf en zuigt het zich leeg totdat een ouderwetse regionale burgeropstand de institutionele eigenbelangen tot de orde roept aan de hand van veel menselijk leed en confrontatie.

Het is tijd om de rente-economie te laten varen en de menselijkheid de kans te gunnen zich te manifesteren in productiviteit en zelfredzaamheid, door dit te faciliteren vanuit de gemeenschappelijkheid die ons bindt uit ethisch en historisch respect. Geen banken noch overheden maken Europa. Europa is van de moderne mens die zelf in staat is zich te herstellen van deze morele crisis door haar innerlijke waarden opnieuw te bepalen en zich er voor in te zetten, met ondersteunende hulp van en voor elkaar. Die waarden zijn Europees, niet vanuit geldbelang of onderlinge schuld maar vanuit de wens om als mens Europees te zijn met in achtname van onze regionale eigenheid en autenticiteit. Want dat maakt Europa wat het is, een van de boeienste continenten op aarde, waar we allemaal trots op zijn. Maar dan moet het geld snel ondergeschikt worden gemaakt aan deze werkelijke waarden en Europa afspraken gaan maken over zelfredzaamheid in plaats van ondergeschiktheid.

Reactie op noodbrief Jan Rotmans

Op 8 oktober stuurt Jan Rotmans een brief “Samen uit de crisis” naar de heren Rutte en Samson die in onderhandeling zijn om een coalitie te vormen voor de (on)regeerbaarheid van Nederland de komende 2 a 4 jaar. De brief is een op het eerste gezicht bewonderenswaardig open intentie om aandacht en verantwoordelijkheid te vragen voor duurzaamheid in Nederland. Allerlei bekende namen uit de institutionele wereld van bedrijven en wetenschap zijn er aan toegevoegd.

Als men echter wat beter kijkt dan lost de brief helemaal niets op, is het een weeklacht van institutioneel eigenbelang in crisis en draaien de aangedraagde oplossingen uitsluitend om een aangepaste vorm van productiviteit en een focus op energieneutraliteit. Dit laatste is ook al de gemakkelijke lobby van Urgenda (Jan Rotmans) dat door “onafhankelijke media in crisis” als VPRO Tegenlicht is opgepikt omdat het vanuit een paniekscenario de onbewuste bevolking raakt met argumenten over huishoudkosten, olievoorraden en klimaatvervuiling – tenzij men daken volstouwt met zonnepanelen via Urgenda. Ondertussen dendert de crisis lekker door, wordt de armoede alleen maar groter in Nederland en draait Rotmans gezellig met zijn clubje om de werkelijkheid heen.

Er zijn twee dingen die opvallen aan de brief van Rotmans:

1. Waar is de mens?

Het gaat in de brief alleen om externe zaken, zoals energie, bouwen, enz.

Dat zijn thema’s die zwaar ge-economiseerd zijn. Deze vergroenen is natuurlijk prima maar in een geldgedreven wereld zal altijd geld en niet groen de prioriteit krijgen. De Haagse overheid stuurt niet op landsbelang maar “noodgedwongen” op rijksbegroting en daarin zit geen enkele emotionele drijfveer, alleen incassodrang. Subsidies in vergroening leveren in principe geen extra belastinginkomsten op, alleen onkosten. Den Haag heeft andere prioriteiten, zoals export, koopkracht en werkgelegenheid (allemaal belastbaar).

Voorbeeld: Stad van Morgen was gestart in Eindhoven met een coöperatie van “kwaliteit van het leven” waarin energiezelfvoorziening door de mens zelf opgebracht wordt en winst teruggeïnvesteerd in woningverbetering. Den Haag belde om het af te blazen omdat het project niet om geld ging maar leefbaarheid en daarom “niet belastbaar” was. Stad van Morgen ging door maar verloor de ondersteuning van andere institutionele partijen die uit angst voor hun Haagse geldafhankelijkheid zich terug trokken uit het initiatief.

In de brief wordt de factor “mens” in zijn geheel niet genoemd. Toch draait verduurzaming over de continuiteit en inhoudelijk waarde van onze maatschappij, niet van onze economie, zelfs niet in eerste instantie om energie, hoe urgent het ook is om onafhankelijk te worden van olie en gas. Maar dan gaat het over hele andere zaken dan alleen de huishoudens.

Duurzaamheid gaat om de mens niet het geld. De mens eerst, dan samenwerken aan welzijn en dan pas kijken hoe we waarde eventueel vertalen naar waardesystemen. Rotmans redeneert uitsluitend vanuit geld en systemen terwijl de aanhef van zijn brief daar juist afstand van zou willen nemen.

2. Zelf verantwoordelijkheid nemen?

De brief is een open vraag voor aandacht bij het (toekomstige) kabinet voor verduurzaming, een soort toestemming om iets te doen, een vingerwijzen om verantwoordelijkheid te nemen. Waar haalt Rotmans die vraag vandaan? In het hele electorale programma is dit niet aan de orde geweest omdat alle politieke partijen die de media wisten te halen de prioriteiten anders hebben gelegd. Dat komt omdat de politiek verantwoordelijkheid wil nemen voor het verleden, want dat is electoraal te verkopen, de huidige crisis en groeiende chaos in de toekomst kun je aan de straatstenen niet kwijt. Die krijg je dus ook niet in een coalitie-akkoord waar rechts meer wegen wil voor distributie van goederen en mensen, en links meer oude geldelijke zekerheden zoals pensioenen en uitkeringen. Beide zijn alleen te verenigen als ze akkoord gaan met verder speculeren met geld. En dat is precies waarom Den Haag geen vergroening op de agenda heeft staan en de brief rechtstreeks in de prullebak gooit.

Waar het echter om gaat is dat wij als maatschappij zelf verantwoordelijkheid nemen. En dat vraagt Rotmans niet.

Het bedrijfsleven vergroent uit eigenbelang niet gemeenschapsbelang en daar hoeft dus ook geen subsidie aan verleend te worden. Waar het bedrijfsleven goed aan zou doen is om haar positionering aan te passen van volume productiviteit en geldgedrevenheid naar werkelijke toegevoegde maatschappelijke waarde door toegepaste innovatie. Iets waar we met veel moeite stappen in maken bij de Stad van Morgen juist omdat je duurzaamheid niet koopt of verkoopt maar samen creert, óók met het bedrijfsleven! Delen van het bedrijfsleven beginnen dat te snappen maar zijn nog erg gebonden aan aandeelhouders die de dienst uitmaken in plaats van echt vernieuwend ondernemerschap. Het multinationale bedrijfsleven wil intern de transitie misschien aangaan maar moet dat doen met behoud van korte termijn omzet en winst. Dat laatste is onmogelijk want in de werkelijke verduurzaming zullen de verhoudingen tussen omzet, winst en verantwoordelijkheden juist heel anders eruit gaan zien. De crisissen zullen daarom de meeste grote bedrijven in en onderuit halen voordat het bewustzijn van de transformatie hen heeft doen veranderen. Nu overleeft men nog bij gratie van enkele groeigebieden in de wereld, maar dat is voor korte duur. China toont ook al scheuren. Overleven is niets anders dan op kosten van subsidies transformeren in een wereldbeeld dat nog steeds geld en niet verantwoordelijkheid nastreeft. Maar wie spreekt de ondernemingen aan op hun verantwoordelijkheid. Zeker als men niet eens weet wat verantwoordelijkheid is in een tijd dat wereldbeelden ter discussie staan en ethiek nog onderaan in de lijst van strategische overwegingen staat?

Het wetenschappelijk onderwijs heeft vooralsnog geweigerd om nieuwe paradigmas, die haaks op die van kapitalistische geldstructuren staan, te aanvaarden in het academische lesprogramma. Stad van Morgen vraagt al jaren “welke verantwoordelijkheid nemen jullie? Het in stand houden van een geldgedreven (Amerikaans) paradigma via een gemanipuleerd leeraanbod? Of het ontwikkelen van een objectieve, open wetenschappelijke benadering rond verschillende maatschappijvormen en de keuze aan de leerling laten?”.  Uitzonderingen op hoogleraarniveau daargelaten, die op persoonlijke titel wél verantwoordelijkheid willen nemen, geven de institutionele universiteiten geen antwoord en blinken uit door gebrek aan verandering. Niets doen lijkt “veiliger” dan wetenschappelijk kleur bekennen.

Dat komt o.a. door de afhankelijkheid van de academische wereld van de bereidheid van het bedrijfsleven en de overheid om als hoogstbiedenden de dure MBa, Phd’s enz af te nemen. Men is in de academische wereld net zo geldgedreven en afhankelijk geworden als bij de overheid en het bedrijfsleven. Wetenschappelijke onderzoeken die dit gedrag structureel ter discussie stellen vinden weinig ondersteunend support om tot een promotie te komen. Iedereen in deze is institutioneel risicomijdend. Nieuwetijdse intellectuelen breken niet door met een titel achter of voor hun naam, maar zij leveren wel degelijk de vernieuwende inzichten die door het materialisme niet worden erkend.

De vraag is straks welk waardeoordeel aan een titel van deze instellingen verbonden wordt. In een tijd van paradigma verandering zou dat wel een heel verrassend uit kunnen pakken.

Dit is zo ingeworteld gebleken dat de Stad van Morgen haar eigen academie voor toegepast hoger bewustzijn heeft opgezet voor gratis onderwijs (dus niet geld maar waardegedreven) verbonden aan sustainocratische processen. Uiteindelijk zullen wij ook mensen gaan promoveren onder onze eigen vlag waarbij juist het gebrek aan erkenning van de gevestigde orde tot de kwaliteit van de promotie gaat behoren. Dat hoort bij een transformatie. Men neemt afstand van iets dat onhoudbaar is, moreel, ethisch en praktisch intellectueel.

Conclusie

Brieven schrijven aan Den Haag om toestemming en geld te vragen voor eenzijdige schijnoplossingen met een manipulerende titel “samen uit de crisis” is net zo onduurzaam als immoreel. Den Haag kan eenzijdig niets oplossen behalve veel belastinggeld innen en stoppen in gesubsidieerde innovaties maar dat geld is er niet. Belastinginkomsten zitten vastgespijkert in bureaucratie en oude geldgedreven opvattingen zoals het dicht blijven plakken van een lekgeslagen economische luchtballon. Daarnaast is het onmogelijk dat de exponentiele groei van de miljoenennota opgebracht kan worden door een noodlijdende maatschappij die zelf geldafhankelijk is. Den Haag is economisch, maatschappelijk en moreel failliet maar wil dat (nog) niet erkennen. Het is geen verwijt aan Rotmans dat hij zo’n brief schrijft. Zijn gezichtsveld is ook maar beperkt door het wereldje waarin hij verkeert. Hij vertegenwoordigt dan moedig de oude wereld van eigenbelang.

We zullen het zelf moeten doen, niet de overheid.

We moeten daarnaast de overheid helpen haar zaakje op orde te krijgen, iets wat ze zelf niet kan puur door de manier waarop ze is gestructureerd. Volgens eigen Haagse onderzoeken is gebleken dat de Haagse werkelijkheid en die van de maatschappij al decennia lang uit elkaar zijn gegroeid en eigenlijk het land onregeerbaar maakt. Dat Den Haag zich profileert als een groot incassobureau is de macht van de onmacht.

Als wij een duurzame maatschappij willen dan zal de mens weer centraal moeten komen te staan. Deze mens zal dan zelf ook verantwoordelijkheid moeten gaan nemen. Het enige wat wij Den Haag kunnen en moeten vragen is om dit niet in de weg te staan want dat zou historisch verwijtbaar zijn op ethisch vlak. Een nieuwe maatschappij wordt parallel geboren aan de oude, met toepassing van de leerweg die we met elkaar hebben doorlopen de laatste eeuwen. Op termijn zal het de oude achter zich laten, niet omdat deze weggeconcurreerd wordt maar omdat deze in haar eigen crisissen wegkwijnt of onderweg overstapt op werkelijke vernieuwing. Overheden, onderwijsinstellingen, bedrijven die de transitie aan willen gaan kunnen het voortouw nemen, zoals velen dat ook doen door bijvoorbeeld experimenteel samen te gaan werken in sustainocratie met alle consequenties van een transformatie. Dan verbinden zij zich aan de mens, niet andersom.

Huidige maatschappij zit nog steeds in de ontkennende fase terwijl de chaos zich opbouwt

Om tot verandering te komen is maatschappelijke moed nodig om de angst te overwinnen van het verdwijnen van oude (geld) zekerheden. Die angst kan pas overwonnen worden als men bereid is het oude paradigma los te gaan laten. Crisis is daarbij een hulpmiddel. Brieven zoals die van Rotmans zijn dan ook een wanhopige kreet om het oude in een nieuw jasje te steken maar lossen niets op omdat hun oude zekerheden weggevallen zijn. De brief creert wel openingen voor dit dit soort reacties, en dat is natuurlijk ook al heel wat.

Ondertussen bouwen we gewoon door met de mensen (ook institutioneel actief) die het wél inzien.

AiREAS Eindhoven formele kickoff – sustainocratie

Op donderdag 11.10.12 ging AiREAS het eerste sustainocratische samenwerkingsverband van start waarbij burgers het initiatief nemen om een multidisciplinair samenwerkingsverband aan te gaan met institutionele partijen voor een concreet menselijk doel, in dit geval de gezonde stad Eindhoven vanuit luchtkwaliteit.

AiREAS
AiREAS is het 1e sustainocratische proces in de wereld

Welzijn is geen kostenpost maar het resultaat van doelgericht samen verantwoordelijkheid nemen (sustainocratie – Jean-Paul Close) 

Onder uiterst professionele en bezielende begeleiding van ceremoniemeester en mede-initiatiefnemer Marco van Lochem werd het ochtendprogramma uitgevoerd. Het eerste gaf hij het woord aan Jean-Paul Close die de menselijkheid en burgerverantwoordelijkheid van AiREAS onderstreepte vanuit zijn eigen innerlijke motivatie om een “mensgerichte maatschappij over te dragen aan zijn kinderen”.

YouTube (10 min) http://www.youtube.com/watch?v=4amu1U0Mnr0

Marco van Lochem was ceremonie-meester van de officiele AiREAS presentatie

Wethouder Schreurs benadrukte daarna dat de ontwikkeling van de maatschappij in evolutionaire fasen verloopt en we nu in een fase zijn aangeland waarin menselijkheid en samenwerking van essentieel belang is. Men was in het verleden niet altijd in staat om individueel verantwoordelijkheid te nemen maar die ruimte ontstaat nu wel. AiREAS is daar een mooi voorbeeld van. YouTube filmpje (7 min): http://www.youtube.com/watch?v=eHMFQTunO1E

Wethouder Mary-Ann Schreurs benadrukt de verandering van de maatschappij

Het panel van institutionele partijen, die deel uit maken van het samenwerkingsverband, kwam aan het woord door middel van interviewster en zelfstandig verslaggeefster Debbie Langelaan.

YouTube filmpje (47 min): http://www.youtube.com/watch?v=D5yDpb4T4xk

Top directieleden van institutionele deelnemers aan het AiREAS “gezond Eindhoven” living lab

Gerard de Groot (ECN) benadrukte het unieke van deze samenwerking (in 20 jaar heb ik zo iets nog nooit meegemaakt) en de kracht om vanuit de directe betrokkenheid met de maatschappij en wetenschappelijke inzichten nieuwe producten te kunnen ontwikkelen.

Ronald Wolff van Philips Research bezag dat er veel raakvlakken liggen met allerlei afdelingen en belangen binnen Philips waardoor het extra complex werd om die complexiteit intern te regelen. Daar is Philips doorheen en heeft zeker groen licht om mee te doen. Uit Shanghai wordt al meegekeken om te bezien of het AiREAS model aldaar tot uitvoering kan worden gebracht. AiREAS in Eindhoven is een nieuwe norm aan het creeren voor mensgedreven samenwerking waar andere steden niet achter mogen blijven.

Jan van de Bovenkamp (I’mtech) laat zien dat Imtech nauw betrokken is bij maatschappelijke belangen en stelt apparatuur beschikbaar om de datastromen te ontvangen en verwerken die gegenereerd worden. Hij benadrukt de belangstelling die in de wereld bestaat voor het meekijken wat er in AiREAS gebeurd. Imtech heeft een intern stuk gepubliceerd over AiREAS dat naar alle grote partijen in Nederland gaat. Men neemt proactief deel aan het proces en neemt initiatief.

Imtech's internal publication
Alfred Stein
van de technische universiteit Twente refereerde aan ervaringen die opgedaan waren in Rotterdam en het boeiende proces om als wetenschap rechtstreeks aan tafel te zitten voor vernieuwende inzichten en mee te kunnen sturen in de beleidvorming rondom o.a. metingen.

Simon Middelkamp is directielid ecologie en milieu in de Provincie Noord Brabant en benadrukt dat het belang van de provincie vooral is om de werkwijze van AiREAS te bestuderen voor toepassing in andere gebieden van de provincie waar grote uitdagingen zijn. Zo wordt bijvoorbeeld intensieve veehouderij genoemd.

AiREAS in de wijk Doornakkers met de Stad van Morgen

Hans Verhoeven is projectleider bij de gemeente Eindhoven en bracht het belang van de burgerparticipatie aan de orde. In de zaal waren op uitnodiging van de gemeente meerdere wijkverenigingen aanwezig die zo hun betrokkenheid toonden bij dit bijzondere project. Het “onzichtbare zichtbaar maken” werd benadrukt zodat men concreet verantwoordelijkheid kon gaan nemen op basis van bewustwording en inzichten.

Ruim 50 deskundigen en belangenpartijen netwerken rond AiREAS

Er volgde ruime gelegenheid tot netwerken en onderling overleg waar de verbanden onderling werden gelegd en afspraken gemaakt. Er is bijna 450000 euro beschikbaar gesteld voor de uitrol van de meetnetwerken en het doen van wetenschappelijk onderzoek. Veel werd er door aanwezigen benadrukt om vooral niet bang te zijn om open te communiceren met de burgers. Na het informele overleg was er gelegenheid om wat interactieve vragen te stellen waarbij vooral burgerparticipanten zich kenbaar maakten om verantwoordelijkheid te gaan nemen. Organisaties als Trefpunt Groen (Joop van Hout) en Duurzaam Eindhoven (Hans de Beule) en Stad van Morgen (Nicolette Meeder) zijn interactieve structuren voor interactie met allerlei burgerinitiatieven.

Tijdens de afsluitende speech benadrukte Marco van Lochem nogmaals het belang van het experimenteren, levend lab, en de technologische en sociale innovatie die men beoogd door deze samenwerking. Uiteindelijk ziet hij de droom dat AiREAS uitwaaiert over de hele wereld om vanuit burgerparticipatie en institutionele uitvergroting die wereld gezonder te maken.

YouTube video: http://www.youtube.com/watch?v=sw8vBe-A9i0

Al met al kunnen we terugkijken naar een boeiende bijeenkomst van alle mensen die AiREAS vorm geven en met dank aan Maaike Veenbrink van SRE die de organisatie op zich heeft genomen en dit tot in de puntjes heeft verzorgd.

Ook het Eindhovens Dagblad en CityTV.nl waren aanwezig. De volgende dag heeft de krant er uitgebreid aandacht aan besteed. De reportage van CityTV.nl zal binnenkort op YouTUbe beschikbaar komen.

Eindhovens Dagblad besteedt veel aandacht aan het onderwerp

De website http://www.aireas.com/air (die door Commilfo van Tim Heukelom is ontwikkeld) wordt ingericht om met forums een interactief medium te worden met de bevolking. De echte uitdaging begint nu pas. Het meetsysteem dat geinstalleerd wordt zal ook de stad moeten uitdagen om tot ondernemende acties te komen die er toe bijdragen dat de gezondheid gaandeweg bevorderd wordt. Het systeem wordt tevens benut voor allerlei wetenschappelijke onderzoeken die weer bijdragen aan de kennis in de stad over haar eigen functioneren en de consequenties ervan. Al met al zal de lokale bevolking en haar institutionele organisaties samen gaan werken met de durf om te ondernemen en de angst voor verandering te minimaliseren door het experimentele karakter van deze aanpak.

Volgens velen stelt AiREAS een nieuwe cooperatieve maatschappelijke norm waar andere steden niet bij achter kunnen blijven en dat van toepassing kan zijn op vele andere uitdagingen van een complexe maatschappij waar geld geen oplossingen biedt.

“Luchtvervuiling en fijnstof is een menselijke factor sinds de ontwikkeling van dorp en stadgemeenschappen in de prehistorie. Het gaat er niet om dat we het bestaan of de effecten ervan ontkennen of als kostenpost beschouwen. Het is van belang dat we er mee leren omgaan binnen de context van de duurzame ontwikkeling van ons bestaan” (Jean-Paul Close)