Multiculturele culinaire proeverij club Eindhoven

Een keer in de maand (of vaker) gaan we eten bij een andere cultuur. Zo maken we kennis met de eetculturen uit de hele wereld. Natuurlijk nodigen wij de andere culturen ook uit om kennis te maken met de Nederlandse eetgewoontes en keuken…..

De multiculturele culinaire proeverij club van Eindhoven

 

Je hoeft geen uren in een vliegtuig te zitten om de cultuur van een land te proeven. In en rondom Eindhoven zijn er veel gelegenheden die ons kennis laten maken met een land en levenswijze via hun kookkunsten. Vaak zijn die heel anders dan die van ons. Het is enorm leerzaam en smakelijk om te proeven uit deze culturele rijkdom in onze directe omgeving.

Waarom deze club?

Stad van Morgen vindt het belangrijk dat een multiculturele omgeving leert omgaan met elkaar op een interculturele manier, op basis van gelijkwaardigheid, respect en vertrouwen in elkaar, en erkenning van onze verschillen. Dat doen we door alle culturen te verbinden binnen de kaders van de menselijke en natuurlijke kernwaarden die we Sustainocratie hebben gedefinieerd. Gezondheid, lichamelijk maar ook in de vorm van gezond met elkaar omgaan, en gezonde voeding zijn daar een onderdeel van. Maar elke cultuur vult dat anders in. De manier van elkaar groeten, tafelmanieren, eetgewoontes, ingrediënten, enz zijn heel divers. We willen niet alleen kennis maken met de keuken en de smaken uit andere landen maar ook het verhaal er achter.

Hoe werkt de club?

De club bouwt een netwerk van relaties op uit de diversiteit van culturen met eetgelegenheden die we herbergen in de stad en omgeving. De restaurant eigenaren worden uitgenodigd om zichzelf, hun cultuur en keuken te presenteren door een representatief menu (meergangen menu of proeverij) samen te stellen en zelf met het gezelschap aan tafel te gaan. We vragen de eigenaar om de achtergrond van zijn of haar komst naar Nederland en Eindhoven en het verhaal van zijn keuze rond het samenstellen van het menu. Veel restaurants sluiten zich ook aan bij het FRE2SH concept van de Stad van Morgen om zo een belangrijk deel van hun grondstoffen lokaal te betrekken.

De club heeft een agenda waar leden en niet leden zich op in kunnen schrijven. U bepaalt dus zelf met welk bezoek en wanneer u meedoet. Er zijn geen verplichtingen verbonden aan het lidmaatschap maar als lid hopen we u toch minstens eens in de maand te zien. Als u drie maanden achter elkaar niet mee heeft gedaan dan vervalt het lidmaatschap. U kunt zo vaak meedoen als u wilt. Per jaar komt eenzelfde restaurant enkele keren voor op de agenda, dus als u een keer verhinderd bent dan krijgt u toch nog de kans om kennis te maken met de cultuur op een ander moment. Het maximum aantal clubdeelnemers per restaurantbezoek is 30 (tenzij anders aangegeven). U betaalt een vast bedrag vooraf voor het menu (leden hebben korting en voorrang) bij aanmelding waarmee de club een budget afspreekt met de restaurant eigenaar of exploitant. Mocht u onverwacht verhinderd zijn op de avond zelf dan krijgt u bij tijdige afmelding uw inleg terug.

Wat kost het?

Lidmaatschap kost 5€ administratie en communicatie kosten per jaar of deel ervan. Het menubudget is gesteld op 20€ voor leden per avond en per persoon (tenzij anders vooraf is aangegeven). Niet leden betalen 25€. Het inlegbedrag is vooral gericht op de eetcultuur. Drank is per keer afhankelijk van het restaurant en het samengestelde menu. Drank dat genuttigd wordt buiten de gestelde afspraken komt apart voor eigen rekening.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

 

FRE2SH groeit in samenredzaamheid en kwaliteit van leven

In deze twee plaatjes laten we de werkwijze van FRE2SH zien. Elk van de gebieden in de kolommen wordt ingevuld door allerlei sociaal en ecologisch gedreven ondernemer’s initiatieven of ondernemingen. Door zich in de FRE2SH coöperatie te verbinden aan het gemeenschappelijke hogere doel van samenredzaamheid en kwaliteit van leven ontstaat er een levende kruisbestuiving dat elkaar enorm versterkt zonder dat daar buitensporige moeite of kosten tegen over staat.

fre2sh
De netwerk coöperatie rondom de invulling van basisbehoeftes van de mens 

Functioneel werkt FRE2SH als volgt. Elke partner heeft een stukje van de puzzel dat men zelf beheert vanuit eigen inzichten, visie, passie, ondernemerschap en vakman(vrouw)schap. Men heeft ook elkaar nodig in een soort keten van overdraagbare of verenigbare waarden of belangen. Door deze waardeprocessen te integreren ontstaat een samenhang dat uitwisselbaar is binnen de groep en verkoopbaar erbuiten.

fre2sh-organisatie
Integratie is gebaseerd op betrokkenheid, inzet, talent en tijd waar waarden tegenover staan die samen worden gecreëerd.

Voorbeeld leden:

  • Voedsel: regionale voedselproductie, restaurants, horeca, wijkgericht initiatieven, voedselinnovatie, facilitaire bedrijven, voedselbos, stadslandbouw,….
  • Recreatie: wandel en fiets routes, sportorganisaties, coaching, natuurclubs, bloemenverenigingen, geluksroute, kunst en cultuur initiatieven, horeca, speeltuinen, zorg en revalidatie, enz
  • Energie: energie innovatie, energie bedrijven, coaching, water als energie, windenergie, vergistingen, zon-energie, bodemwarmte, enz
  • Educatie: scholen, trainingsorganisaties, re-integratie, enz
  • Veiligheid: over de hele linie
  • Gezondheid: ook over de hele linie

Lidmaatschap is kosteloos maar niet vrij van commitment aan het hogere FRE2SH doel.

Meer weten, of aanmelden?

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

Manifest burger betrokkenheid gezondheid

Manifest

Burgerbetrokkenheid en mede-verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van regionale kernwaarden zoals gezondheid

Tijdens DDW2016 werden ruim 1000 bezoekers ontvangen op de 1e verdieping van het gemeentehuis tijdens de expositie over sustainocratisch samenwerken aan gemeenschappelijke kernwaarden zoals onze gezondheid en luchtkwaliteit. Het afsluitende debat in de raadzaal leverde dit manifest van aandachtspunten op om burgers beter te betrekken én erkennen bij de ontwikkeling van onze eigen kernwaarden. Tevens wordt een bestuurlijke oproep gedaan om zich veel ambitieuzer op te stellen in de aanpak voor de verbetering van gezondheid in de binnenstad. Aan het einde van het manifest kunt u eventueel en desgewenst uw steun betuigen. Download hier manifestburgerparticipatie-2 het hele document.

1. Ruimte en waardering voor sociaal ondernemerschap:
Onze gangbare politiek-economische werkelijkheid concentreert zich met name op de speculatieve economie van industrieel materialisme, of dit nu tot uiting komt in productcreatie en handels processen of maatschappelijke dienstverlening. Deze maatschappijvorm werkt problemen in de hand die niet via dezelfde economische drijfveren, regelgeving of bestuur opgelost kunnen worden. Sociaal ondernemerschap doet dat juist wél en zorgt voor vreedzame transitieprocessen die de continuïteit van maatschappelijke en economische stabiliteit waarborgen. Uit sociaal ondernemerschap ontstaat een enorme maatschappelijke kostenbesparing, oplossingsgerichte creativiteit, vermindering van bureaucratie en de basis voor ontwikkeling van nieuwe vormen van arbeid en economie. Sociaal ondernemerschap is de kiem van maatschappelijke, sociale en economische innovaties die voldoen aan de nieuwe eisen van een voortschrijdende evolutie.

Sociaal ondernemen is niet geld maar waarde-gedreven hetgeen een geheel ander verdiensten patroon met zich meebrengt dan de geldafhankelijkheid of sturing van de (stedelijke) omgeving. Als nieuwe waarden zich manifesteren uit sociaal ondernemen worden ze op termijn overgenomen door geld-gedreven ondernemerschap in nieuwe marktontwikkelingen van sociale uitvergroting.  In de huidige tijd is sociaal ondernemen zodanig geprofessionaliseerd en onderdeel geworden van een nieuwe maatschappelijke structuur dat het evenredige erkenning behoeft, niet beperkend vanuit een geldelijke beloning maar vanuit waardering en de toebedeling van emotionele rust en ruimte in de geldafhankelijke wereld die de verstedelijking kenmerkt.

Huidige sociaal ondernemers worden, vaak met nodige vormen van onbegrip, gesteund door partners, een uitkering of pensioen, of familie. Of ze leven op het randje van armoede. Deze onterechte status vertegenwoordigt een gebrek aan erkenning en structuur van deze vorm van maatschappelijke professionaliteit. De stelling van “1% maatschappelijke waardering van sociaal ondernemen vormt de basis van 100% stabiliteit en 200% duurzame regionale evolutie en vooruitgang” kan via sustainocratische processen worden onderbouwd. Geen erkenning maakt elke gemeenschap kwetsbaar voor speculatie, (macht)misbruik en bijbehorende crisissen en depressies.

Actie: STIR (Stad van Morgen) gaat zich namens de debatgroep in sustainocratisch verband de tafel creëren voor het formaliseren van een maatschappelijke erkenning, organisatie en waardering van sociale innovatie en ondernemen.

2. Het indexeren en meetbaar maken van sociaal ondernemen:
De bekende “voetafdruk” heeft bijgedragen aan het bewustzijn van de impact van onze consumptiepatronen en levensstijl op het draagvlak van de Aarde. Een soortgelijke indexering kan helpen door het sociale ondernemen van meetbare instrumenten te voorzien waardoor het onderdeel wordt van de vermogensontwikkeling van een gebied en gemeenschap.

Actie: Stad van Morgen gaat op zoek naar instrumenten voor de indexering van sociaal ondernemen.

3. Op wijkniveau burger betrokkenheid creëren:
“Wie ben je, wat ben je, wat doe je en wat wil je?” zijn vragen die uit zijn op het maatschappelijk betrekken van mensen op basis van hun talent en motivatie. Veel in de wijken krijgt men voor elkaar door met elkaar creatief naar oplossingen te zoeken zonder tussenkomst noch financiering vanuit de overheid. Sociaal ondernemen is een geheel nieuwe dynamiek van verbinden en benutten van wijkgerelateerde vermogensinstrumenten die voorhanden zijn. Wijkgerichte sociale ondernemers die dit voor elkaar krijgen doen dit niet altijd in deeltijd maar zijn fulltime structureel maatschappelijk betrokken en actief. Zij vormen een brug tussen de bestuurlijke ruggengraat van gebiedsontwikkeling en de dynamiek van burgerparticipatie in sociale innovaties. Wederkerigheid is niet alleen genoegdoening maar ook de toegang tot voorzieningen in de vorm van basisbehoeften (wonen, voeding, kleding) zonder dat er op een andere manier dwang bij komt kijken. Betrokkenheid creëren door de sustainocratische kernwaarden te gebruiken als verbindend middel blijkt goed te werken. Wijkgerichte sociale innovatie stuit echter regelmatig op de politiek economische sturing die ver weg staat van de kernwaarden en bijbehorende sociale betrokkenheid. Met de introductie van de Brabantse Health Deal is er aanleiding om overkoepelende stads en wijkgerichte sociale belangen te verenigen. Op sustainocratische manier de wijkgerichte evolutie vormgeven zorgt voor lokale vrije initiatieven die uit de bevolking zelf ontstaan en toch aansluiting vinden op het gebieds-DNA van de gehele regio.

a3p-twitter-logo
Voorbeeld van sociaal ondernemen

Actie: STIR gaat samen met het regionale en stadsbestuur, en wijkgerichte initiatieven deze visie verder onderbouwen, uitvoeren, zichtbaar maken en borgen. De algehele opvatting is dat goede voorbeelden die zichtbaar worden gemaakt veel grotere en blijvende impact hebben doordat anderen het overnemen en gaan volgen. “Nu we zien dat het kan en bestaat, willen wij het ook” is een opmerking die veelbelovend de evolutie kenmerkt.

4. Durf als gebied en gemeente ambitieus te zijn:
Deze verrassende uitspraak kwam naar aanleiding van de ervaringen gedurende de DDW2016. Met de vergroening van de Vestdijk als voorbeeld wordt de constatering geuit dat maatschappelijk draagvlak voor, vanuit kernwaarden beargumenteerde, ingrijpende veranderingen vele malen groter is dan men via o.a. inspraaksessies op bestuurlijk niveau verneemt. Dat komt doordat de mensen die voor verandering zijn geen natuurlijke behoefte hebben zich hierover uit te spreken omdat de voorstellen er toch al liggen. Een veel grotere groep mensen “die het niets uitmaakt” spreekt zich ook niet uit. Alleen degenen die belang hebben bij het uiten van verzet of weerstand laten van zich horen. Dat geeft een vertekend beeld van de werkelijkheid en is geen solide basis voor het maken van bestuurlijke keuzes.

Het zichtbaar maken van de beoogde vernieuwing aan een breed en open gezelschap, zoals de 3D presentatie Vestdijk en vrije ontwerp maquette tijdens de DDW2016, bereikt een veel groter en genuanceerder publiek, zeker als de kernwaarden structureel worden onderbouwd door de voorgestelde aanpassingen. In het geval van de Vestdijk was de algehele publiek bijdrage veel ambitieuzer dan het bestuur. “Als je het doet doe het dan meteen goed en vergroen de gehele binnenstad door het autovrij te maken”, was de veelgehoorde opvatting over de Vestdijk plannen in de binnenstad ook van de bewoners zelf “we zitten in de stank en geluidoverlast van mensen die hier niets te maken hebben.” De verschillende generaties gingen spelenderwijs aan de slag met de uitnodiging tot het bedenken van innovatieve oplossingen. Argumenten werden geopperd die een ieder aan het denken zette.

20161028_125226-1
De Vestdijkvisie van een 9 jarige “en de tunnel is alleen voor bussen of trams”

Ouderen reageren met verhalen over hun eigen beleving van geluid en vervuiling overlast en de ontmoediging door het gebrek aan medewerking die ze ervaren vanuit de overheid (politie en wijkambtenaren “we kunnen niets doen”). Ze reageren blij met de aandacht en met de opvatting “dit had allang eerder gedaan moeten worden”. Vooral de jeugd en jonge ouders laten zich verleiden tot meedenken en benaderen de uitdaging met een autoloze visie, veel groen en een veel grotere aanpak dan het stukje van de Vestdijk. De hele binnenstad autoloos, goed openbaar vervoer, veel levend groen en bereikbaarheid met fiets en te voet. Ondergrondse opties voor verkeer en logistiek werden alom gewaardeerd als bovengronds de vergroening de overhand krijgt.

Zo vroegen ouders zich openlijk af waarom men uitlaatgassen van auto’s en scooters moet tolereren op neus en mond hoogte van hun fietsende kinderen terwijl men als ouder waakt over de gezondheid van zichzelf en hun kroost? Fietspaden liggen tegen het autoverkeer aan hetgeen automatisch zorgt voor verzet van de een tegen de ander. Als die twee vormen van mobiliteit dan toch elk een maatschappelijk belang dienen zorg dan dat ze elkaar niet negatief beïnvloeden en leg, zolang auto’s vervuilen, de infrastructuren ver uit elkaar.

uitlaatgassen
Bezwaar fietsende ouders: “De kwetsbaarste wordt het meest blootgesteld”

Actie: STIR gaat zich via AiREAS verder bekommeren om het structureel verhogen van de bestuurlijke ambities door deze te verbinden met de brede publieke opvattingen, ook vanuit die groepen die niet gemakkelijk zich uiten. Sustainocratisch samenwerken helpt daarbij, zowel het bestuur als de kracht van waarde-gedreven veranderprocessen.

5. Betrek jongeren bij de maatschappelijke uitdagingen
In de groep was men het eens dat het huidige onderwijs veel te vastgebonden blijft aan cognitieve overdracht routines die aanspraak maken op tijdelijke geheugenprocessen van de jongeren maar op geen enkele wijze hun zelfleiderschap noch hun maatschappelijke betrokkenheid stimuleert. Nieuwe vormen van kennisontwikkeling, overdracht en borging, zoals het participerend leren dat de laatste jaren door de Stad van Morgen in de STIR leer coöperatie (waar mogelijk) is toegepast, levert enorm positieve resultaten op zowel in de cognitie en borging van kennis als het stimuleren van betrokkenheid en creatief zelfleiderschap. Deze nieuwe vorm vergt echter veel van de schoolbesturen die hun programma’s en ondersteuningsmechanismen dienen te herzien en structureel aanpassen met geheel nieuwe leermiddelen. Bestuurders gaan die uitdaging veelal niet aan omdat ze zich niet gesteund voelen door de Haagse sturing. De Brabantse Health Deal biedt weliswaar de argumentatie en de Stad van Morgen de werkwijze maar de omslag in en met de scholen vergt veel meer op alle fronten. Dit moeten we gezamenlijk als kans zien en niet geblokkeerd door (school)bestuurders in een hiërarchie van afhankelijkheden. Er is geen enkel denkbaar belang dat de waarde-gedreven evolutie van onze nieuwe generaties in de weg zou mogen staan.

Actie: STIR gaat verder met het opbouwen van het nieuwe scholingssysteem van betrokkenheid en stimulans tot zelfleiderschap. De vrije denkprocessen van de jeugd en de onbevangen creativiteit is een maatschappelijk vermogen dat juist in deze tijden van onschatbare waarde is en gedolven niet bedolven dient te worden.

6. Internationale communicatie en uitwisseling:
De aanwezigheid van internationale deelnemers aan het debat uit Spanje, Afghanistan, en Turkije, gaf een extra dimensie aan de gesprekken die met tolk vertaling en open interactie werden gevoerd. De algehele opvatting werd gedeeld dat de sustainocratisch geformuleerde kernwaarden universeel zijn en derhalve verbindend werken tussen alle gemeenschappen en culturen. Overal in de wereld ontstaat het sociale ondernemen en innovaties, gemotiveerd door inzichten en bewustwording “dat het anders moet” en met hun resultaten de wereld, vaak tegen alle oude opvattingen in, vooruit helpen. Het onderling uitwisselen van ervaringen, lokaal en internationaal is essentieel om met elkaar de lat steeds verder te verhogen. De sustainocratische manier van werken die via de DDW2016 tentoonstelling werd getoond, het burgerparticipatie debat en de ervaringen tijdens de Erasmus+ uitwisseling, hadden de basis gelegd voor deze spontane internationale aanwezigheid in de raadzaal. “Nu het bestaat, willen wij het ook”, komt uit deze groep. Mensen uit andere landen, zoals Zuid Korea, Mexico, China, Peru, Japan, enz hadden zich ook al op deze manier geuit.

Verschillende partijen zijn, net als de Stad van Morgen met de STIR HUBs en leer coöperatie, bezig met een horizontaal kennis en innovatie uitwisselingsprogramma en platforms in Europa. De initiatieven van STIR via AiREAS en Sustainocratie, Pakhuis de Zwijger met Citymakers, de Stadsambassades en de intenties van het WTC zijn hiervan voorbeelden.

Actie: STIR als onderzoeksstichting en initiatiefnemer van Stad van Morgen bewegingen zoals AiREAS, FRE2SH en STIR leer coöperatie zal de samenwerking tussen deze netwerk initiatieven verder trachten op te bouwen zodat er een snelweg van uitwisseling van kennis, goede voorbeelden en innovaties ontstaat en groeit.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

 

6 aandachtspunten burgerparticipatie en mede verantwoordelijkheid

Tijdens het stadsdebat afgelopen zaterdag in de raadzaal van Eindhoven, over burgerparticipatie en het samen dragen van maatschappelijke verantwoordelijkheden volgens geformuleerde kernwaarden zoals gezondheid en luchtkwaliteit, kwamen zes aandachtspunten unaniem naar voren. Het debat was georganiseerd door Stichting STIR  (Stad van Morgen) en AiREAS naar aanleiding van de expositie tijdens Dutch Design Week 2016 over gezondheid gedreven gebiedsontwikkeling volgens het sustainocratische maatschappijmodel. In dit model wordt gesteld dat menselijke kernwaarden (zoals gezondheid) alleen waargemaakt kunnen worden in strikte samenwerking tussen de verschillende onderdelen van een samenleving: burgers, overheid, wetenschap en innovatief ondernemerschap. Omdat functies in onze traditionele en verouderde manier van samenleven gescheiden zijn werd de aandacht voor de kernwaarden nooit gemeenschappelijk noch in de gefragmenteerde verantwoordelijkheden gedragen. Hierdoor beleven we de huidige situatie van intense wereldwijde vervuiling, misbruik van grondstoffen en politiek economische sturing met veel bureaucratie en regelgeving, reagerend op problemen maar nergens in staat om eenzijdig een proactieve benadering te formuleren voor een duurzaam menselijk voortbestaan. Kritieke situaties stapelen zich op.

Sustainocratie wordt daarom steeds vaker gezien als een noodzakelijke evolutionaire stap in gebieds-en maatschappijontwikkeling maar vergt daarbij een geheel nieuwe omgang en samenhang tussen alle belangenpartijen. Die samenhang wordt ook wel het nieuwe niveau (niveau 4) van gebiedsontwikkeling genoemd, een niveau waarin de onderliggende functionele niveaus samenkomen en zich verbinden aan het nastreven van de geformuleerde menselijke en natuurlijke kernwaarden.

De vele internationale bezoekers tijdens Dutch Design Week reageerden aangenaam verrast over het ontstaan van Sustainocratie in Eindhoven, de gemeenschappelijke expositie hierover in het gemeentehuis en de praktische uitvoering via (onder andere) AiREAS. Velen namen ervan kennis, noteerden de publicaties hierover, om het ook in te gaan voeren in hun thuisgebied ergens in de wereld.

In Eindhoven gaan we echter weer stappen verder. De fase van het activeren van proactief betrokken burgerschap in de Sustainocratische processen is in volle gang, net als het betrekken van de vele instanties die gewend zijn om op een hele andere manier met elkaar en hun institutionele opdracht om te gaan. De recent geformuleerde bestuurlijke Health Deal in Brabant is misschien een mooie kapstok voor besluitvorming en beleid maar dient zich wel te verbinden aan burgerparticipatie, initiatieven en gemeenschappelijk gedragen programma’s. Kernwaarden zoals gezondheid kun je namelijk niet kopen, je maakt ze waar, samen! In een koop en verkoop georiënteerde maatschappij overheerst geld met de “economie” als maatstaf waarin allerlei beloningsstructuren mensen en instanties bezig houden. Maar het nastreven en onderhouden van kernwaarden is geen handelseconomie. Het is een cocreatie met doelgerichte veranderingen vanuit een gemeenschappelijk gedragen bewustwording en dragen van verantwoordelijkheid. Deze doet er veel toe maar niet past in die oude wereld van regulering, geldgedreven beloning of afhankelijkheden. Er zijn nieuwe instrumenten nodig die deze vorm op niveau 4 consolideren.

Het debat begon met presentaties van burgers die pioniers zijn in deze ontwikkeling. Zij tonen hun motivatie, aanpak, successen en doorzettingsvermogen. De vraag in het debat is geënt op het uitvergroten en consolideren van de initiatieven in een nieuw geformaliseerde maatschappelijke context. Nu is de evolutie nog te veel afhankelijk van pioniers en daarom erg persoonsgebonden en kwetsbaar. Het veralgemeniseren van de processen vergt erkenning en positionering dat onderdeel is van een nieuwe werkelijkheid en complexiteit.

De zes grote lijnen zijn daarvan het resultaat:

1. Erkennen en waarderen van sociaal ondernemen.

2. Indexeren en meetbaar maken van sociaal ondernemerschap.

3. Wijkgerichte burger betrokkenheid creëren.

4. Durf bestuurlijke ambities gezonde verstedelijking hoog te leggen.

5. De jongeren betrekken bij de maatschappelijke uitdagingen.

6. Internationale uitwisseling  van het goede voorbeeld.

Er is een manifest ontstaan uit dit debat dat de punten verder toelicht. Het manifest kunt u hier downloaden manifestburgerparticipatie-2 en eventueel ondersteunen.

Eindhovens stadsbestuur mag veel ambitieuzer te werk gaan

Dit is een van een verrassende aanbevelingen die uit het stadsdebat is gekomen over burgerparticipatie in kernwaarden gedreven gebiedsontwikkeling dat gisteren plaats vond in de Raadzaal van Eindhoven. Bestuurlijke keuzes en initiatieven blijken volgens de deelnemers aan het debat helemaal niet zo democratisch onderbouwd. Dat komt omdat de toetsing van initiatieven vaak gebeurt via de traditie van “inspraak”. De mensen die op inspraaksessies afkomen blijken maar een deel te zijn van de maatschappelijke werkelijkheid. Het zijn veelal mensen die belang hebben bij het uiten van hun mening. Deze is vaak conservatief of negatief. Degenen die positief staan tegenover verandering hebben veel minder behoefte zich erover te uiten en dit te verdedigen terwijl er een veel grotere groep mensen is die “het niet zoveel uitmaakt”. Dat is de stille meerderheid die ongehoord blijft.

Gedurende de Dutch Design Week 2016 heeft een week lang een expositie gedraaid op het stadhuis over multidisciplinair samenwerken aan een gezonde leefomgeving, met AiREAS (luchtkwaliteit) als prikkelend voorbeeld. Er werden allerlei initiatieven getoond die daaruit direct of indirect voort zijn gekomen. Vele 100-den mensen hebben de expositie en de initiatieven kunnen aanschouwen en met de betrokken initiatiefnemers van gedachten kunnen wisselen. Tot de verrassing van de expobemanning was de reactie over het algemeen niet alleen positief en enthousiast maar zelfs veel meer vooruitstrevend dan men ooit tevoren had vernomen. Opmerkingen als “dit had al veel eerder moeten gebeuren” en, “als je de binnenstad gaat vergroenen doe het dan meteen goed!” werden veelvuldig genoteerd. Weerstand was niet alleen in de ruime minderheid, het was zelfs bijna niet aanwezig.

Tijdens de open uitwisseling van gedachten konden de bezoekers, jong en oud, hun creativiteit de vrije loop laten met verrassende resultaten. Kinderen opperden oplossingen en visies die iedereen versteld deden staan. De jonge ouders genoten zichtbaar van het bewustzijn van hun kinderen en konden alleen maar beamen wat ze als volwassen verantwoordelijke personen voor hun kinderen zouden willen. Gezondheid als kernwaarde bleek bij jong en oud een basisvoorwaarde en de vele bronnen van ergernis juist aanleiding tot onbesproken stress, boosheid en een gevoel van onmacht. “Waarom horen wij deze geluiden niet” vroegen raadsleden, ambtenaren en bestuurders zich openlijk af? Dat komt omdat nu pas, vanuit multidisciplinaire samenwerking de integrale democratische basis voor besluitvorming tot zijn recht komt, niet in de hiërarchische oude wereld van belangen. Dit werd tijdens het debat verder bevestigd.

STIR heeft besloten om deze en de andere grote lijnen van unaniem aanvaarde uitgangspunten op te tekenen als manifest. Deze wordt aangeboden aan het stads en regionale bestuur als ook de andere sustainocratische partners zodat we met elkaar de ambities in de regio op het juiste niveau kunnen tillen.

Samen zaaien, oogsten en eten 

De Groene Dialoog – themasessie van 5 oktober 2016.

Blog: John Schmeitz 

Veel mensen in en rond Eindhoven zijn betrokken en begaan met voedsel. Steeds meer staat gezond voedsel onder druk door economische keuzes, onwetendheid en een te grote drempel om aan gezond voedsel te komen. Daarom hebben verschillende initiatieven de krachten gebundeld en De Groene Dialoog gestart. Na de Kick-Off van woensdag 28 september bij S-Plaze in de Schellensfabriek, is er wekelijks een bijeenkomst om iedereen, die geïnteresseerd is te inspireren en te informeren over wat er gaande is en welke mogelijkheden en dromen er zijn om te zorgen dat iedereen laagdrempelige toegang kan krijgen tot gezond voedsel. Elke dialoog wordt gestart met een aantal sprekers, die vertellen over hun droom en waarom ze die willen verwezenlijken. Uit de inbreng worden dan thema’s gekozen voor de dialoogtafels. De aanwezigen kiezen vervolgens het thema waar ze het meest mee hebben en gaan onder leiding van de inbrenger van het thema in dialoog.

Weliswaar is in dialoog gaan vaak heel voedend en inspirerend, maar tot concrete zaken komt het vaak niet. Zoals één van de initiatiefnemers, Rik Konings, zei: “We heffen het glas, doen een plas en het blijft vaak zoals het was.” Een andere initiatiefnemer, STIR- De Stad van Morgen, heeft ervaring met het komen tot cocreatie met AiREAS en FRE2SH. In een kort overleg voor aanvang is er dan ook geopperd om naast dialoogtafels ook projecttafels mogelijk te maken. Projecttafels gaan concreet iets neerzetten en dialoogtafels is voor inspiratie, dromen en informatie te delen met elkaar. Mocht er kennis nodig zijn aan de projecttafels, die aanwezig is bij een dialoogtafels, dan is het lijntje snel gelegd en kunnen er weer nieuwe verbindingen ontstaan.

Afgelopen woensdagavond 5 oktober waren er drie sprekers: Ben Nas vanuit Stad van Morgen en FRE2SH met het “Voedselbos”, Inge van der Hall van Inge’s Eettafel over zeldzame huisdieren en biodiversiteit en Lotje van der Heijden over pure voeding en voedsel bewustwording.

Zonder daar bewust mee bezig te zijn, bleek later dat van de drie dialoogtafels er zomaar twee met een concreet project kwamen en verder gaan uitwerken.

Het groepje van “het Voedselbos” gaat zich verder verdiepen in het creëren van een Voedselbos en een plek hiervoor uitzoeken binnen de “Groen blauwe Ruit”, wat het gebied is tussen Eindhoven, Helmond en het platteland ingesloten daarboven tussen de kanalen.

Het groepje over biodiversiteit gaat tijdens de Dutch Design Week op 26 oktober vanaf 18 uur een diner met sprekers en dialoog organiseren om mensen kennis te laten maken met het Zeldzame voedsel uit Brabant en bewust te maken, waarom biodiversiteit zo belangrijk is. Het idee heeft als titel “Zeldzaam lekker in Brabant” en er zal voor 60 tot 80 personen gefaciliteerd worden door Patrick van der Voort bij S-Plaze in de Schellensfabriek. Mogelijk dat er ook voorbeelden uit een voedselbos geplaatst gaan worden, zodat dit de twee projectteams ook nog verbindt.

Mooi om te zien, dat hoewel nog niet op zo’n korte termijn verwacht, het zomaar tot concrete projecten kan komen. Dus als je je wil laten inspireren, informeren en dromen delen over voedsel dan was je al bij de Groene Dialoog aan het juiste adres. Wil je ook concreet iets neerzetten, dan ben je ook welkom. En het ontstaan van een project mag, maar hoeft niet. Het kan spontaan ontstaan, zoals afgelopen woensdag ook bleek. Komende weken zullen er naast dialoogtafels ook projectafels bezig zijn om het zaadje van afgelopen woensdagavond verder tot wasdom te laten komen. Heb je iets toe te voegen aan het project, al is het maar voor even, dan ben je altijd welkom. Ook voor woensdagmiddag 26 oktober zoeken we nog vrijwilligers om alles klaar te zetten bij S-Plaza en te helpen bij het diner. Heb je interesse, kom dan volgende week woensdag 12 oktober naar S-Plaza in de Schellensfabriek op de Bleekweg 1F in Eindhoven. Inloop vanaf 19 uur en aanvang 19:30 uur.

Voor meer informatie kun je kijken op Facebook: https://www.facebook.com/De-Groene-Dialoog-bij-S-Plaza-1116647035072928/?fref=ts

De graanschuur in het Genneper park

Genneper parken is een prachtig stukje Gestel in Eindhoven. Ik leg de nadruk op Gestel omdat er al ruim 580 jaar geschiedenis drukt op het gebied volgens het al even oude lokale St. Joris Gilde. De Genneper watermolen werd zelfs al in 1249 genoemd! Pas in 1920 is Gestel als dorp geannexeerd bij de stad Eindhoven die zich sindsdien tracht te profileren als wereldstad van innovatie met behoud van een groene inslag. Dat levert prachtige gebieden en routes op om te wandelen, te fietsen, te ontmoeten en te recreëren. Drie fundamentele groene stroken worden gekenmerkt als “stadspoorten”: Wasven, Genneper park en de Wielewaal (nu ook de Groene Corridor)  maar zijn vooral nog verbindende zones van de oude dorpsgemeenschappen van destijds. Nu levert het een uniek beeld op van een Eindhoven dat een authentieke samenstelling heeft van harde zakelijke en zachte natuurlijke impressies. Nog doorgeslagen hard en koud in de binnenstad ondanks vooruitgang op gebied van terrasjes en ontmoetingsmogelijkheden, mooi zacht op vele beeldschone plekken langs de Dommel en in de Stadspoorten.

Eindhovenaren identificeren zich sterk met deze samenhang waarin men kan genieten van de ijsvogel, een 300 jaar oude plataan en ongekende natuurschoon terwijl we verwikkeld zitten in de grootste technologische en design uitdagingen van deze tijd. Deze contrasten van yin-yang, rust en stress, groen en beton, zorgen voor een lokale mentaliteit van aanpakken onder de paraplu van Brabantse gezelligheid en gemoedelijkheid. Deze realiteit is verder geprikkeld door de wereldwijde eisen voor onze evolutionaire kernwaarden. Dat Eindhoven als eerste gemeenschap zich manifesteert op het gebied van Sustainocratie, de democratie vanuit menselijke kernwaarden, kan alleen evolutionair worden gezien als logische stap.

Maar dat gaat niet zonder schermutselingen met onszelf in diezelfde dualiteit. Zo ook de bestuurlijke transitie in de nieuwe samenhang. Met passie en gedrevenheid verbindt bestuurlijk Eindhoven zich met onze AiREAS beweging voor gezonde verstedelijking vanuit luchtkwaliteit, om met net zoveel tegenstelling in onhandigheid en gebrek aan faciliterende stellingname te klungelen met het gesloten Milieu Educatie Centrum en de cocreatie van de Genneper park positionering, inclusief de boerderij, het zwembad, de schaatsbaan, enz. Een en ander heeft natuurlijk een belangrijke achtergrond. Terwijl AiREAS een gemeenschappelijke investering is in allerlei innovatiestromen, zonder ander oud zeer dan onze luchtvervuiling, blijken de sociaal recreatieve milieu gebouwen en gebieden uit de kluiten gewassen subsidieslurpers te zijn geworden uit een oud economische groeitijdperk in het kielzog van de vooruitstrevende komeet die sinds 2009 de broekriem aan dient te trekken. Semi-overheid als “psuedo-maatschappelijk-ondernemerschap” is nu eenmaal in de volksmond een relatief veilig subsidieputje voor afgeschreven of geparkeerde ambtenaren en, als de instellingen groot genoeg zijn, ook voor oud bestuurders uit het ons kent ons netwerk. Semi-overheid is altijd een kostenpost, een wildgroei tijdens hoogtijdagen en een last in moeilijke tijden.

Als de kink in de kabel van de economie komt dan dienen kosten bespaard te worden. En dat kan alleen door het scheppen van chaos juist omdat onze wettelijke kaders wel instrumenten hebben voor saneringen, faillissementen en afschrijvingen van gedwongen ontslagen maar niet voor netjes gestructureerde transities naar een betere en opgeschoonde samenwerkingsvorm met respect voor de medemens. De andere kant van de transitie blijft dan met de ellende van de voorgangers zitten terwijl men juist een schone lei wenst. Dat in die ambtelijke chaos ook jarenlange gebruikers de dupe worden is “colateral damage” (nevenschade) omdat het opschoon doel van chaos de gebruikte middelen heiligt. Het is nooit een eerzame zaak.

Uit deze situatie leren we twee belangrijke dingen:

  • Semi-overheid is geen basis voor betrouwbare samenwerking, zeker niet in tijden van maatschappelijke heroriëntatie of transitie. Het dient zoveel mogelijk gemeden te worden. Ze probeert zich altijd in stand te houden met de hulp van de politieke partijbelangen en blokkeert de natuurlijke veerkracht van maatschappelijk ondernemerschap.
  • De centrale overheid dient zich te houden aan haar basis verantwoordelijkheden als faciliterende ruggengraat van een maatschappij waaraan vruchtbare symbiotische (= wederzijds afhankelijke en elkaar steunende) relaties groeien gebaseerd op vertrouwen en samen(niet markt)werking.

De Graanschuur

Wat er overgebleven is van het Milieu Educatie Centrum is een geraamte met een dak vol asbest, een ziekelijke afspiegeling van de boodschap die het trachtte uit te stralen. Het gemeentelijke besluit tot sluiting had menigeen al tot actie gebracht om het gebied naar zich toe te trekken (ook de Stad van Morgen, om er een internationale school van Sustainocratie van te maken) maar met de overdracht ervan aan een zorginstelling (ook semi-overheid) was het gemeenschappelijke gevoel tot een dieptepunt gedaald. “We zijn het kwijt”, dacht menigeen triest. Totdat er ineens een oproep verscheen onder de naam “de Graanschuur”. Onder de bezielde, verkennende leiding van Wieteke Brocken werd er open huis gehouden deze week om te bezien hoe allerlei partijen zich weer kunnen verbinden aan de regionale uitdaging.  Er werd een tijdpad van 2 jaar voorgelegd waarin men gebruik kan gaan maken van de installaties. Er kon horeca in, of bijeenkomsten worden gehouden. Dat van de asbest was zeker een probleem maar redelijk beheersbaar zolang men er rekening mee hield.

De belangstelling is groot, de onzekerheid ook

Het voorstelrondje duurde lang omdat iedereen een geheel eigen verhaal en emotie verbond aan de locatie. De situatieschets van Wieteke was helder en transparant. Voor een lange termijnplan was er voor het gevoel geen ruimte. De 2 jaar leek afgestemd op het afsluiten van deze bestuurlijke beleidsperiode en om besluitvorming over het gebied over de verkiezingen heen te tillen. Op zich ook een logische zaak, als dit echt de achterliggende gedachten zou zijn, gezien de andere brandhaarden in de regio die misschien met veel moeite financieel geblust waren, en menig bestuurder en beleidsambtenaar deed afbranden, maar nog steeds volop maatschappelijk aanwezig waren, ook in de volksmond. Deze politieke vooruit schuif praktijken in de 4 jaarlijkse beleidsperiodes is één van de grote tekortkomingen van de gangbare democratie en iets waar Sustainocratie bijvoorbeeld geen last van heeft.

Tijdelijk gebruik van de Graanschuur was een optie, in de sfeer van coaching bijeenkomsten, start van wandelroutes of opname in onze geluksinfrastructuur, creatieve experimenten met studenten in als gebouw maar vooral als gebied. Als het gebouw en de omgeving echter in onze handen van multidisciplinaire coöperatieve cocreatie zou komen op niveau 4 dan was een lange termijn gebied commitment essentieel met bijbehorende garantie dat degenen die meewerken aan de opbouw van het gebied ook delen in het vruchtgebruik. Investeren in een grotendeels gesloopt gebouw voor de korte periode van 2 jaar is op zijn minst risicovol, gebruik ervan maken niet natuurlijk maar dan is er al keuze genoeg in Eindhoven, allen in een soortgelijke afwachtende houding met veel tijdelijke gebruikers. Ook nieuwetijdse pioniers zoals wij willen zich ontwikkelen tot kwalitatief hoogwaardige sectoren die niet steeds op de afvalhoop van het verleden dienen te gedijen maar er ruimte in willen vinden voor het nieuwe elan, niet gefragmenteerd voor ons alleen maar voor allemaal samen als samenleving. Maar dan verwacht de overheid een zak met geld om te kunnen blijven reguleren en controleren in plaats van de uitnodiging te aanvaarden om samen te investeren in cocreatie. Een proactieve, loslatende en faciliterende partner zoals de overheid is net zo belangrijk als het enthousiasme van de diversiteit aan deelnemers die het nieuwe verhaal mee willen schrijven.

Gelukkig hebben we Wieteke nog……

Wordt vervolgt……

De Groene Dialoog kick-off

Met op de voorgrond de zorgen die we ons maken over onze voedselzekerheden en bijbehorende uitdagingen werd op 28 september De Groene Dialoog geopend. Initiatiefnemers zijn:

  • S-Plaza – een nieuw geopende locatie in de oude Schellensfabriek waar Patrick van der Voort zijn droom verwezenlijkt om een multiculturele ontmoetingsplek toe te voegen aan de stad. Hij biedt de ruimte, achtergrond en catering aan.
  • Studio van Origine – het communicatiebureau van Anna en Laura die hun specialiteit mede inzetten voor die zaken waar hun hart en zorgen liggen.
  • Rik Konings – Sociaal ondernemer en ondernemerscoach die veel van zijn tijd en veelzijdigheid steekt in bewustwording, entertainment en verbinding.
  • Stad van Morgen – Stichting STIR die al sinds 2009 tracht om de kernwaarde van ons voedsel structureel op de sustainocratische samenredzaamheidagenda te plaatsen via initiatieven zoals FRE2SH, STIR en AiREAS.

De Groene Dialoog beoogt wekelijks, elke woensdagavond, thematisch aandacht te besteden aan elementen in de voedseltransitie met de hulp van de vele pioniers die hierin actief zijn in de regio en daarbuiten. Pionierschap is vaak nog erg fragmentarisch, kwetsbaar, klein en op zichzelf gericht. Met De Groene Dialoog trachten we het draagvlak voor de initiatieven te vergroten en onderling in samenhang te verbinden zodat er een maatschappelijke transitie plaatsvindt die uiteindelijk leidt tot voedselbetrokkenheid, innovatie en duurzame zekerheden in de regio en ver daarbuiten.

De kick-off

degroenedialoog-foto01-1
Rik Konings nam de rol van moderator op zich.  (Vlnr: Carlos Faes, Ben Nas, Jean-Paul Close, Rik Konings)

Om een beeld te krijgen van wat er zoal speelt in de voedselwereld van Eindhoven en omstreken was de diversiteit aan initiatieven uitgenodigd om zich voor te stellen en 2 minuten te pitchen. De volgende 11 thema’s kwamen aan de orde:

  • Ben – FRE2SH:  Benadrukt het belang van samenhang tussen onze basisbehoeften en kernwaarden zoals voedsel, educatie, energie, gezondheid en veiligheid met de uitnodiging om er samen verantwoordelijkheid voor te nemen.
  • Carlos – Philips Fruittuin: Vertelt over de ontwikkeling van deze educatieve plantage en horeca gelegenheid aan de Oirschotsedijk.
  • Philippe – SUR+: Introduceert een initiatief dat nu al anderhalf jaar zich bezighoudt met het verbinden van productie of inkoop overschotten van voedsel met gebruikersbestemmingen.
  • Jean-Paul – AiREAS: Vertelt over het enorme vervuilingsaspect van de huidige voedselproductiesystemen en het ziekmakende effect op de bevolking.
  • Twan & Sander – Eetbaar groen: Deze twee Fontys studenten willen graag flex-werkplekken in binnenruimtes vergroenen met een diversiteit aan (eetbare)planten met het oog op gezondheid, arbeidsgenot en productiviteit verbetering.
  • Ton – Stadsambassade en Europa Direct: Maakt het Europese netwerk initiatief bekend waarin allerlei steden met elkaar verbonden worden voor de uitwisseling van kennis en ondernemende initiatieven.
  • Arjan – Plukroute: Hoe is het om te wandelen met je kinderen of kleinkinderen al snoepend van wat de natuur om je heen te bieden heeft? Dat is de essentie van de plukroute.
  • Sanne – Cradle to Cradle: Doet een gepassioneerde oproep om bewust te worden van de verspilling van nutriënten en de noodzaak om onszelf en onze voorzieningen circulair herbruikbaar te maken volgens het C2C principe.
  • Terry – Stad-Platteland: Ziet de gelijkwaardige relatie tussen de stad en het platteland vanuit de toegevoegde waarde die elk te bieden heeft aan de mens.
  • Joyce – Indische eetcultuur: Eten is niet alleen een kernwaarde op zichzelf maar ook een element van menselijke interactie, verbroedering en gastvrijheid waar hele culturen op zijn gebaseerd. De Indische eetcultuur is daar een prachtig voorbeeld van zoals we gedurende de avond hebben mogen proeven.
  • Sander – BONT: Nieuwe kansen voor jong talent en ondernemerschap. Verbindt studenten aan innovatieve en inspirerende projecten.

Na afloop van de pitches werden 5 dialoogtafels bevolkt met de volgende stellingen:

  • Alle plantsoenen eetbaar
  • Sluiten van de menselijke kringloop
  • Samen werken, samen leven, samen eten
  • Als we samen niet voor ons voedsel gaan zorgen dan hebben we straks niets te eten.
  • De eetbare stadstuinen van Eindhoven
degroenedialoog-foto08
Duidelijke uitleg over alle lekkers dat de Indische keuken te bieden heeft

De dialoog tafels draaiende rond een eenvoudige set spelregels om iedereen de gelegenheid te geven een inbreng te geven. Na afloop van de ronde tafelgesprekken konden de conclusies nog even worden samengevat waarna men ruim de gelegenheid kreeg om met elkaar na te praten.

degroenedialoog-foto10-1
Enkele simpele regels voor optimale dialoog

De indruk ontstond binnen dit gezelschap dat we echt in een transitie zitten waarin veel nieuwe invalshoeken toch samen een geheel vormen. De groene dialoog is een goede toegevoegde waarde om kennis te maken met de inzichten en initiatieven waardoor er ook een verbindend potentieel ontstaat.

Het thema van de komende woensdagavond 5 oktober: samen zaaien, oogsten en eten. Vanaf 18:00 gelegenheid tot samen eten uit de keuken van S-Plaza (10€). Dialoog start om 19:30.

 

 

 

 

Betrokkenheid is het nieuwe geld

Tijdens de kick-off van de groene dialoog in Eindhoven gisterenavond viel de opmerking dat “voedsel gratis zou moeten zijn voor iedereen”. Dit is een boeiende visie die we toch wat trachten te nuanceren. Gratis wordt namelijk geassocieerd met “voor niets” en dat het beschikbaar is “zonder er iets voor te doen”. En dat is een misverstand want de wekelijkse discussie draait om onze voedselzekerheden en hoe we daar samen verantwoordelijkheid voor kunnen nemen. 

Nu is voedsel in een stedelijke omgeving bijna uitsluitend beschikbaar via geld. Als je geen toegang hebt tot geld dan heb je ook geen toegang tot de overvloed aan etenswaren doe via de commerciële kanalen wordt aangeboden. Armoede wordt niet gezien als het ontbreken van zekerheden maar het ontbreken van geld. Voedsel komt zo in handen van geldgedreven speculanten waardoor er allerlei onmenselijke misstanden ontstaan die zelfs op termijn ons duurzame voortbestaan als soort kunnen bedreigen door alle neveneffecten op onszelf en onze planeet. Allerlei voorbeelden komen voorbij die onze huidige voedselkwetsbaarheid duidelijk maken. 

Een alternatief is dat voedsel als kernwaarde voor het menselijke voortbestaan wordt erkend door ons allemaal. Hierdoor moet het uit het manipulatieve geldsysteem worden ontheven om vrij toegankelijk te worden in goede verdeling voor iedereen. Dat kan alleen als iedereen weer betrokken raakt bij het creëren van onze voedselvoorziening. Dat kan op vele manieren. Bijvoorbeeld door deel te nemen aan de voedselproductie of in de distributie onderling, de verwerking, de bereiding, het bedenken van innovaties of door het beschikbaar stellen van middelen. 

Er werd gesproken over lokale productiviteit, in de stad bijvoorbeeld, daarna de productiviteit in de nabijheid, bijvoorbeeld op fiets afstand en dan op auto afstand, enz waarbij de verhoudingen in volume, behoefte, schaarste en specialisatie kan worden uitgedrukt. Daar waar meer mensen betrokken zijn kan volume ontstaan met verdeelbare productiviteit. Naar mate de afstand groter wordt verminderd de betrokkenheid om plaats te maken voor specialisatie of zeldzaamheid. 

Om het lokale volume en de diversiteit van voedsel op peil te brengen werd gesproken over de toepassing van meerlaagse voedselbossen, indoor technieken die de natuur nabootsen maar geen last hebben van seizoenen noch hagelbuien of tornados en herinrichting van het publieke domein. In al die toepassingen en inzichten zit veel kennis, vaardigheden en arbeid verstopt. Door dit te ruilen voor een verdeelsleutel van de overvloed die men samen genereert is er geen geld meer nodig. Dat is namelijk vervangen door iets anders van veel meer waarde: betrokkenheid. 

In onze voedselzekerheden van morgen is daarom betrokkenheid het nieuwe geld, net als in alle menselijke kernwaarden die ons voortbestaan en welzijn garanderen. 

Voedsel expertise verzamelt zich in de groene dialoog elke woensdagavond

Zelfsturende teams bestaan niet

Dat is natuurlijk een spannende opmerking van iemand die dagelijks bezig is met hiërarchieloze, zichzelf sturende structuren, zoals natuurlijke en menselijke eco-systemen binnen de maatschappelijke leer-experimenten van Stichting STIR. In de Stad van Morgen mengen we individueel zelfleiderschap net zo gemakkelijk met bestuurders van strakke hiërarchische organisaties, eigengereide wetenschappers en “machteloze” burgers in eenzelfde zichzelf sturend team. Hoe zit dat dan met de opmerking dat dit soort teams niet bestaan?

Als we kijken naar al die cursus aanbiedingen rond zelfsturende teams dan valt op dat men het allereerst heeft over “het scheppen van de voorwaarden” of “de organisatie om de teams heen”. Organisaties die het hebben over zelfsturing willen vooral dat hun personeel meer eigen verantwoordelijkheid draagt en initiatief neemt, alleen of in teamverband. Op zich is daar niets mis mee en vaak zelfs erg noodzakelijk in een sterk veranderende omgeving waarin een “hiërarchische toestemmingscultuur” alleen maar de nodige flexibiliteit en daadkracht weghaalt uit een proces. De oude tijd van een “baas met zijn hulpjes” is getransformeerd naar “met experts omringde zelfstandige operationele samenwerkende krachten”.

hierarchie-238x300
Hierarchy: Top level people look down and only see shit. Lower level people look up and only see assholes. 
Dood of leven 3
Het Stad van Morgen dynamisch cluster proces op basis van gelijkwaardigheid

In het geval van de Stad van Morgen gaan we zelfs een grote stap verder. We hebben niemand op de loonlijst en de teams kunnen variëren tussen enkele personen tot duizenden samenwerkende individuen en een grote diversiteit aan instanties. Als we het geheel tillen naar het niveau van een Sustainocratie dan betrekken we met evenveel “gemak” hele regio’s met miljoenen mensen, bedrijven, overheden en wetenschappelijke instellingen. Dynamisch clusteren noemen wij dit waarbij teams zichzelf vormen en verbinden aan de hand van prikkelende motivatie, doelgerichtheid en eigenbelang.  Maar in hoeverre is er sprake van zelfsturing?

Zelfsturing betekent dat men zelf richting bepaalt en vervolgens daar keuzes en acties op afstemt. We hebben allemaal te maken met deze vorm van zelfsturing als we in het dagelijks leven willen bepalen waar we willen werken, wie onze levenspartner wordt en hoe we ons in onze dagelijkse behoeften voorzien. Maar zelfs dan liggen er in de kern voorgeprogrammeerde prikkels die onze vermeende zelfsturing sturen. Onze genetische drang naar het opbouwen van een of meerdere intieme relaties geeft ons weliswaar de schijnbare vrijheid van het kiezen van wie die uitverkorene zou moeten worden maar binnen die keuzeprocessen liggen allerlei zintuiglijke prikkels die onze keuze bewust of onbewust manipuleren en beïnvloeden. De vrijheid van keuze wil nog niet de vrijheid van sturing weergeven. Er is altijd een sturend belang.

Binnen een organisatie, waar personeel een gesalarieerde functie bekleedt, is ondergeschiktheid en loyaliteit aan de belangen van de organisatie essentieel. Dat is op zich al sturend. Dat men daarbinnen de mogelijkheid krijgt om zelf te kijken hoe dit belang het beste gediend kan worden behoort amper tot zelfsturing. Het zou pas zelfsturing zijn als men ook het belang van de organisatie ter discussie zou mogen stellen en uiteindelijk veranderen. Denk aan zelfsturende teams in een zorginstelling. Zij dienen zorg te verlenen. Mocht die zorginstelling lid worden van een Sustainocratisch proces in de Stad van Morgen, waarin we “zorg voor gezondheid” trachten te organiseren in plaats van “gezondheidszorg”, dan zouden de betrokken personen zelfsturend mee gaan werken aan het ter discussie stellen van hun eigen broodheer. Er is dus altijd een kader en doelgerichtheid waarin men al dan niet met een zekere vrijheid zelf kan handelen zonder dat dit vooraf gebeurt met toestemming van een baas. Hoe scherper de kaders des te “vrijer” het personeel of betrokken deelnemers kunnen handelen, ook in het aangeven en nastreven van haalbare doelstellingen maar altijd binnen de kaders.

In Sustainocratie is het democratische kader duidelijk. De 5 natuurlijke en menselijke kernwaarden zijn sturend voor ons zelfleiderschap en de complexiteit van organisatie, innovatie en gebiedsontwikkeling. Deze kernwaarden zijn historisch, wetenschappelijk en praktisch empirisch onderbouwd. Zodra men deze kernwaarden aanvaardt, ongeacht status of autoriteit, dan ontstaat vanzelf het zelfsturende karakter van het zoeken naar verbindingen met anderen die ook die aanvaarding hebben gedaan. Het doel en de richting is dan voor iedereen duidelijk alleen nog niet hoe men het bereikt. Het dynamische clusteren geschiedt dan door het doen van voorstellen, kiezen van prioriteiten en het nemen van initiatief. Vaak is dat “iemand” die het voortouw neemt en allerlei mensen en instanties om zich heen verzameld die waarde kunnen toevoegen aan de missie. Als de groep eenmaal geformeerd is en met elkaar in staat blijkt om een commitment te geven voor een groepsproces met een beoogd eindresultaat dan stapt de initiatiefnemer weer terug in de groep zodat deze zoveel mogelijk zelfsturend kan worden op basis van onderlinge gelijkwaardigheid en vertrouwen in een ieder’s toegevoegde waarde. Als het project is afgerond dan valt de groep weer uit elkaar en schept ruimte om tot nieuwe verbindingen te komen. Zo zien we veel partners in onze processen die in meerdere dynamische clusters een rol spelen.

Kortom, zelfsturende teams bestaan niet, ze kunnen zich hooguit onder de juiste omstandigheden tijdelijk redelijk zelfsturend gedragen. Maar daar is dan een heel proces aan voorafgegaan, is een band ontstaan van onderlinge erkenning, en houdt men eveneens rekening met de eindigheid van het team na het behalen van de gestelde doelen. Uiteindelijk zijn sturend:

  • het kader,
  • het onafhankelijke verbindende initiatief of motief,
  • het gemeenschappelijke doel,
  • het groepsbelang,
  • de unieke kwaliteiten van elke deelnemer,
  • het individuele eigenbelang (wederkerigheid) om te verbinden,
  • en de basisvoorwaarden voor niveau 4 leiderschap in groepsverband: authenticiteit, respect, veiligheid, gelijkwaardigheid, empathie en vertrouwen.