Overheid, crisis, bewustzijn en sustainocratie

“We hebben als overheid zoveel te doen en er is zo weinig geld“.

Dat is de noodkreet die we te horen krijg uit overheidskringen als we aanspraak trachten te maken op kleine bedragen voor het voeden van Sustainocratische processen.

“Er is veel geld maar het wordt aan de verkeerde dingen uitgegeven“, is het tegengeluid dat we eveneens horen.

Waar zit de logica in die tegenstrijdigheden als we beredeneren dat de belastingdruk over de bevolking in 13 jaar tijd bijna is verdrievoudigd?

Waar komt dit contrast in visies en beleid vandaan? Wat verwachten we eigenlijk van de overheid, en wat niet? Waar zit het probleem? Hoe lossen we (wie?) het op?

De overheid
We zijn het er allemaal wel over eens dat wij niet zonder “overheid” kunnen. De maatschappij zou uitmonden in een chaos van allerlei tegenstrijdigheden. Er is gaandeweg een instituut ontstaan dat verantwoordelijkheden draagt in een afgebakend gebied. Wat voor betekenis geven wij aan die overheid verantwoordelijkheden?

Een democratische systeem biedt soelaas om tot een grote gemene deler te komen in de keuzes van de massa, met een oppositie die het beleid steeds toetst op houdbaarheid. Dat is een prachtig ideaal maar in de huidige praktijk gaat dat fout. Er ontstaan zelfs crisissen! Waarom?

Collectief bewustzijn en democratie
Wanneer we naar het recente avondcollege van Dabrowski teruggrijpen dan zien we dat het gros van de bevolking op niveau 1 (1e integratie) van het bewustzijn verkeert. Men beredeneert de werkelijkheid vanuit een onbewust overlevingsmechanisme, het pure ongenuanceerde eigenbelang. De democratische maatschappijvorm geeft stemrecht aan iedereen. In de gelaagdheid van bewustzijn regeert dus het minst bewuste. Vanuit dit bewustzijn stemt men op zekerheden waar men zich daarna zelf niet meer druk over hoeft te maken.

Hoe meer zekerheden men op dit bewustzijnsniveau aangeboden krijgt hoe loyaler men zich opstelt ten opzichte van het systeem. Het systeem op haar beurt ontleent macht (de overheid is de baas) aan deze afhankelijkheid.

Daarop is een parlementaire democratie gebaseerd.

Maar alle aangeboden externe zekerheden moeten opgebracht worden. Hoe? Dat maakt op dit bewustzijnsniveau niet uit. “Belofte maakt schuld” is de simpele redenering van stemgerechtigden en laat de keuzes over aan de gekozen.

In onze moderne maatschappij worden alle zekerheden uitgedrukt in geld en diensten. In die combinatie van beperkt collectief bewustzijn, geldafhankelijkheid en verworven zekerheden zit de kern van het terugkerende probleem:

  • welke zekerheden biedt de overheid in een democratisch proces om support voor zichzelf te winnen in een wereld waarin eigenbeland onbewust domineert?
  • wat kan de overheid waarmaken met de middelen die het aan de maatschappij kan onttrekken?
  • waar komen die middelen vandaan?
  • wat gebeurt er als die middelen minderen in plaats van meerderen?

In dit introductiefilmpje van Kassa zien we al een opeenstapeling van consequenties door manipulatie op niveau 1 van bewustzijn. Zijn wij zo dom? Is de manipulatie zo slim?

Geen van beiden. Het heeft niets met intelligentie te maken maar met (gebrek aan) bewustzijn in een functionerende, georganiseerde menselijke werkelijkheid waar niemand vraagtekens bij zet, totdat het te laat is en ons bewustzijn bereikt.

Tekortkomingen van de democratie
De standaard democratische samenlevingsvorm toont twee standaard tekortkomingen:

  1. In tijden van crisis staat het verandering in de weg. “Crisis” is een metafoor voor “een onhoudbare situatie van zekerheden die weg dreigen te vallen”. De politieke macht is afhankelijk van haar historische beloftes van zekerheden en tracht die in stand te houden uit eigenbelang. Het weghalen ervan ondermijnt de electorale basis en bestaande macht. Niemand stemt op minder, wel op meer, zeker als dit wordt uitgedrukt in geld.
  2. Het model is gebaseerd op de grote gemene deler in lokaal menselijk bewust en onbewust eigenbelang. Verandering wordt nooit door meerderheden gedragen, zeker niet als het gaat om aanpassong van een luxe levensstijl, alleen door zelfbewuste minderheden.

In een democratie lijkt het dus niet te gaan om wat een natuurlijke overheidstaak zou zijn maar “wat men politiek kan verkopen aan haar onbewuste stemgerechtigde burgers om daarna macht uit te oefenen?”. De menselijke natuur doet de rest zowel in het stemgedrag rond zekerheden als de bijbehorende manipulatie om macht. In dat spanningsveld is amper ruimte voor de grote verantwoordelijkheden van deze tijd. Die zijn niet democratisch verkoopbaar zonder consequenties voor de oude zekerheden of de machtsposities.

200 jaar opbouw van explosieve nieuwe werkelijkheden
Het democratische overheidsmodel is ontstaan in de periode 1798 – 1814 (eerste Nederlandse grondwet) met aanscherping in 1848 (Thorbecke) en 1970 (marktwerking). Destijds (1814) was er een wereldbevolking van 1 miljard (nu 7 miljard!). De maatschappij bestond uit agrarische processen met een groeiend spanningsveld door de industriële, geldgedreven activiteiten en bijbehorende verstedelijking. Medio 20e eeuw werd de voornamelijk industriële economie (productiviteit via industrieel ondernemen en arbeid) getransformeerd naar de lokale consumptie economie (logistiek, retail en koopkracht) van producten. Geld werd stuurmiddel waar zekerheden aan werden ontleend. Later kwam daar ook de lokale gevolgen-economie bij (diensten en zorg). De gevolgen-economie legde druk via de belastingen op de consumptie waardoor in de jaren 70 de marktwerking in werd gesteld. Zo konden banken vrij gaan speculeren. Zorgsystemen moesten zich leaner gaan manifesteren en semi-overheid werd sterk gebureaucratiseerd. De speculatieve waardevermeerdering en inflatie werd belast wegens de stijgende maatschappelijke kosten. Op die manier ontstond een gigantische economische luchtballon, vooral door de stijgende huizenmarkt dat als maatschappelijk vermogen werd gerekend. Met dat weer als onderpand kon de overheid (via belastingen) en de bevolking (via de waardestijging van vastgoed, erfenissen, beleggingen) zich rijk blijven rekenen. De semi overheid kon zo uit haar voegen groeien met grote hiërarchische structuren en belangen die door speculatieve economische groei werden afgedekt. De kernwaarden van de regering werden uitgedrukt in groei economie. De kernwaarden van de bevolking in consumptie kracht.

Dom? Nee, in die tijd de normaalste zaak van de wereld. Slim? Nee, ook niet, gewoon “gezond” speculatief ondernemerschap waar jaarlijks een schepje bovenop werd gedaan. Het proces leek zich oneindig door te kunnen laten trekken. Niemand was zich bewust van de onbalans die zich opbouwde.

Nog steeds regeert deze zienswijze ondanks het bewustzijn dat het systeem niet meer voldoet aan de eisen van de tijd.

“Dom” en “roekeloos” zijn opvattingen van nu, ná de kredietcrisis, met terugwerkende kracht vanuit een nieuw bewustzijn. Maar het probleem lost zich daarmee niet op. Onze maatschappij is gebaseerd op die oude luchtballon die zekerheden heeft verschaft waar velen nog steeds van genieten (koopkracht en macht) en dit via democratische wegen blijven opeisen. We zijn ons nu misschien bewust van de fouten uit het verleden maar dat bewustzijn stelt ons niet in staat om een diepgewortelde, verankerde structuur te vervangen voor iets dat solide is en soortgelijke welvaart of welzijn biedt als voorheen. De huidige Haagse overheid is gebonden aan het zoeken naar oplossingen binnen de werkelijkheid die de problemen heeft gecreëerd. Dat geldt voor de democratische regering maar niet voor hele de bevolking. Verandering, zowel noodzaak als aanpak, komt niet vanuit het systeem maar van er buiten.

De tijden zijn daarbij nog veel meer veranderd dan uitsluitend lokaal politiek en economisch wordt verantwoord. Denk aan de aandachtspunten op gebied van klimaatverandering, vervuiling, volksmigraties, enz. Deze zien we niet terug in de democratie maar drukken wel al jaren op het lastenpakket van de overheid.

De rol van bewustzijn
Weer teruggrijpend op Dabrowski, nu we het hebben behandeld, zien we dat empathie pas aan de orde komt in gelaagdheid 3. Empathie is nodig om de bevolking mee te krijgen in moderne processen van sociale en milieu aanpassingen. Het zijn echter nog maar minderheden die op dat bewustzijnniveau zijn aangeland. Ons onderwijssysteem zou kunnen helpen maar is nog ingericht op het voeden van cognitie in functie van de overheersende en sturende democratische en economische werkelijkheid. Het voedt het bewustzijn niet om het eerste niveau van Dabrowski te overstijgen.

Isha foundation: “als er niet geïnvesteerd wordt in bewustwording dan blijft verduurzaming een onderwerp dat zich beperkt tot conferenties.”

De omstandigheden die veel mensen (ook jongeren) voor hun kiezen krijgen vouden wel de bewustwording “dat het anders moet” maar laten het verwerkingsproces over aan de individu zelf, zonder steun of hulp. Deze is al zoekende naar de eigen identiteit volgens de bewustwordingspatronen waardoor de kans op verwarring groter is dan duidelijkheid. Men begint te snappen dat zekerheden niet vrijblijvend ontstaan uit een democratisch proces maar als men ruimte zoekt naar eigen verantwoordelijkheid dan is die ook moeilijk te vinden of te verkrijgen omdat deze niet past in het gangbare economische en politieke belangen systeem.

Zo ontstaat het contrast van een overheid met een permanent geldtekort en een groeiende groep die vindt dat de middelen verkeert besteed worden.

Toch ligt in bewustwording de toekomst van onze democratische vrijheid en maatschappelijke ontwikkelingen op weg naar duurzame vooruitgang. Voordat empathie gemeengoed is geworden en de bevolking in staat stelt zelfstandig te veranderen moet ergens verantwoordelijkheid worden genomen. Dit wordt nog niet door de massa wordt gedragen door onbewust gedrag noch door het systeem wegens gebondenheid aan conservatieve materiële structuur belangen.

Als verandering niet volgens de oude democratische basis van vrijheid van keuze kan dan moet “ethisch verantwoord leiderschap” het op zich nemen. Maar wat is dan die vorm van leiderschap? 

Dat betekent tevens dat wij de oude (huidige) democratische vorm ter discussie mogen stellen als ontoereikend voor de uitdagingen van deze tijd. We dienen daar die nieuwe vorm van leiderschap aan toe te voegen. Democratie met richting dus. Wat geeft voldoende geëmancipeerde vrijheid tot duurzame ontwikkeling zonder dictatoriale menselijke dominantie? Wat vermijdt het risico van chaos en opstand door weerbarstigheid van oude systemen?

Sustainocratie biedt een oplossing.

De rol van Sustainocratie
Sustainocratie voegt een concrete missie, een stip op de horizon, toe aan de democratie en maatschappelijke beleving: duurzame menselijke vooruitgang. Het beoogde leiderschap wordt niet door een charismatische (politieke) persoon verstrekt maar door deze definitie, stip en richting van maatschappelijke vooruitstrevendheid en balans. Het geeft richting en verantwoordelijkheid waar men vervolgens ook weer democratische, politieke en economische belangen aan kan ontlenen door er aan deel te nemen:

Duurzame menselijke vooruitgang: Samen blijven werken aan een gezonde, vitale, veilige en zelfredzame menselijke maatschappij binnen de context van onze aldoor veranderende natuurlijke omgeving.

Zowel bestuurlijk als persoonlijk, en in samenwerking, kan men er verantwoordelijkheid voor nemen. De definitie is een noodzakelijke moderne toevoeging aan de grondwet van een gebied. Maar om zover te komen dient de democratische onbalans van een 200 jarige ontwikkeling doorbroken te worden. Het is geen democratisch proces maar een van aanvaarding van collectieve basisverantwoordelijkheden namens de bevolking niet door de bevolking. Dat gebeurt dan eerst door Sustainocratische processen als experiment te organiseren waar alle maatschappelijke actoren direct bij betrokken zijn. Er ontstaan dan twee werkelijkheden (twee verschillende kaders: democratie en sustainocratie) waartussen een zelfbewuste transformatie plaats vindt doordat sustainocratie niet de handicap heeft van de oude werkelijkheid. Sustainocratie functioneert volgens een andere kader definitie dan onze huidige democratie (gebaseerd op een vernietigende consumptie economie).

Er kan naar hartelust geëxperimenteerd worden met de opbouw van nieuwe zekerheden onder moderne voorwaarden binnen een nieuw kader.

De kern van de overheid
We kunnen uit bovenstaande de kern van de overheid op twee manieren samenvatten:

* Oude overheid: “het regionale instituut dat lokale zekerheden faciliteert”
* Nieuwe overheid “het regionale instituut dat duurzame menselijke vooruitgang faciliteert”

Het onderscheid lijkt minimaal maar is significant groot. Aan lokale zekerheden ontleent de bevolking vermeende “rechten” terwijl duurzame menselijke vooruitgang juist een proces aanduidt waar men zekerheden aan ontleent door aan bij te dragen. Dat zijn twee totaal verschillende democratieën. Waar liggen verantwoordelijkheden bij de ene definitie van de overheid en de andere?

In Nederland, en een groot deel van de wereld, regeert een overheid die zekerheden tracht te faciliteren via democratisch gekozen “producten” (beloftes) die men niet meer waar kan maken door het wankele fundament waarop ze gebaseerd zijn. De structuur van de overheid heeft zich exponentieel ontwikkeld op basis van de zekerheden die het faciliteert. De wildgroei in de semi-overheid, die de zekerheden moet aanbieden, is gigantisch en wordt via stijgende belastingdruk in stand gehouden. De huidige politieke overheid is in dienst geraakt van de semi-overheid die losgeslagen is geraakt van de werkelijkheid door economische eigenbelangen.

Als wij de kernrol van de overheid echter in gedachten transformeren naar “het faciliteren van duurzame menselijke vooruitgang” dan kunnen we ook samen met de oude overheid de transitie gaan plannen:

  • met de verandering van democratische keuzes die zich spiegelen aan een hoger verduurzamingsdoel,
  • door de afbouw van de semi-overheid,
  • en de opbouw van waardengedreven maatschappelijke betrokkenheid en initiatieven (participatie-maatschappij).
  • door de transformatie van het onderwijs naar bewustwordingsprocessen

Er is een kader keuze met een transformatieve brug. Stap voor stap ontwikkelt zich de nieuwe maatschappij door loslaten en aanvaarden van doelgerichte vernieuwing binnen een kader dat de vernieuwing veroorzaakt.

De brug wordt geslagen door Sustainocratie.

Verschillende overheden
Verschillende overheden

Dabrowski avondcollege 3 december 2013

Jean-Paul Close vraagt Lotte van Lith hoe ze op Dabrowski is gekomen?
Jean-Paul Close vraagt Lotte van Lith hoe ze op Dabrowski is gekomen?

Gastdocente Lotte van Lith vertelt dat ze per toeval in contact is gekomen met Dabrowski. Tijdens online conversaties met iemand ging het over “hoogbegaafdheid”. Dabrowski bracht zowel herkenning als een passie om ermee aan de slag te gaan. Nu maakt Lotte het haar beroep om mensen te helpen met de inzichten. website Lotte

De presentatie van Lotte begint met de vele gevoeligheden van de mens en hoe we daar positief mee om zouden kunnen gaan.

De fasen van bewustzijn in een positieve interpretatie
De lagen van bewustzijn in een positieve interpretatie

Ze introduceert de vijf bewustzijn niveaus van Dabrowski:

  • 1e Primaire integratie
  • 2e Eenlagige desintegratie
  • 3e Spontane meerjarige desintegratie
  • 4e georganiseerde, meerlagige desintegratie (fase van groei empathie)
  • 5e Secundaire integratie

Dabrowski op Internet

Na de pauze volgde een interactie over het gebruik van Dabrowski, met name in het onderwijs door de aanwezigheid van gespecialiseerde leerkrachten. Hoe maak je jongelui in een ontwikkelfase duidelijk wat de fasen inhouden als ze zelf nog in een beginfase van positieve desintegratie zitten? Wat is de verhouding tussen de cognitieve leerbasis van het huidige onderwijs en de veel bredere menselijkheid? Terecht werd even verwezen naar de verschillende interpretaties van het woord “positief”. Positief gevonden worden in een HIV test is iets anders dan positief omgaan met andere mensen.

Dat gaf voor Jean-Paul Close aanleiding om even terug te komen op de essentie van deze reeks colleges: menselijkheid en duurzame menselijke vooruitgang.

Om menselijkheid te begrijpen is het boeiend om Dabrowski te verbinden met de andere bewustzijn modellen en inzichten die in de colleges gehanteerd worden. Die helpen ook weer om de evolutionaire context van de mens in haar omgeving te doorgronden. Jean-Paul tekent de andere benaderingen (zijn/doen van Paul de Blot en menselijke complexiteit van Jean – Paul Close) die in voorgaande colleges zijn gehanteerd. Zo wordt het principe genoemd van “het bewust experimenteren met de werkelijkheid (doen),  de basis van “zingeving””(nut) en de positieve synchronisatie van het leven met (muzikale) frequenties in het universum. Met een instrumentarium van zeker vier elkaar aanvullende inzichten kan Dabrowski helpen bij de interpretatie van situaties die tot allerlei verwarringen zouden kunnen leiden en op die manier inzicht verschaffen voor zekerheid (bijv angstig zijn mag maar het is ook fijn te weten dat “angst” niet het enige is).

Verwarring
Er zijn voorbeelden te over die aantonen dat de interpretatie van wat onze zintuigen ons aanbieden niet altijd berust op de werkelijkheid. Zie bijvoorbeeld dit filmpje:

Als onze zintuigen ons al in verwarring brengen wat als daar dan ook mee wordt gemanipuleerd in onze omgang met elkaar en in het vormen van complexe maatschappelijke structuren? Tijdens het college werd al geduid op de verwarring over de betekenis van woorden (bijv. Positief) en het belang van de context en interactie.

Verschillende werkelijkheden als context
De verwijzing die bewustzijn koppelt aan nieuwe maatschappelijke werkelijkheden, zoals de definitie van duurzame menselijke vooruitgang waaraan het AiREAS project “de gezonde stad” is ontleend, leverde ook weer veel interactie op. Terwijl delen van de zaal reflecteren vanuit de vrije, ongestuurde ontwikkeling van het individuele bewustzijn met de fasen van Dabrowski als richtlijn, introduceert Jean-Paul de mogelijkheid om de fasen te verbinden aan doelgerichtheid en de verschillende werkelijkheden waarin ons bewustzijn zich kan manifesteren. Dat de huidige werkelijkheid (interpretatie van de werkelijkheid) niet de enige is kan door de elkaar aanvullende toepassing van de de verschillende modellen worden duidelijk gemaakt. Als daaraan concrete nieuwe doelstellingen gekoppeld worden, zoals Close experimenteert met de “gezonde stad”, openbaart zich, volgens Close, gemakkelijker de diversiteit van de bewustwording dan vanuit een cognitie gedreven beperking en enkelvoudige manifestatie van de werkelijkheid.

Nicolette Meeder deed een passievol betoog over haar geloof in het leerproces van kennismaking met de verschillende werkelijkheden in de menselijke complexiteit zoals dit in STIR wordt toegepast. Zij deed haar beklag dat het huidige onderwijs hier niet aan tegemoet komt hetgeen zij ook voor haar eigen kinderen ziet als een beperking in hun ontwikkeling. STIR biedt zich aan om er verandering in aan te brengen door uit te nodigen naar een nieuwe werkelijkheid (duurzame menselijkheid) maar ontmoet veelal gesloten deuren ondanks empathie van bestuurders. Deze voelen zich gedwongen of genoodzaakt vanuit het huidige systeem te besturen in plaats van avonturen te starten waar het instituut niet op wordt afgerekend.

Het gesprek ging daarna over het spanningsveld tussen het eigen geweten en de functie die men invult in de maatschappij. Waar neem je verantwoordelijkheid voor? Wil je als leerkracht de confrontatie aangaan met het systeem of pas je je aan? Kun je je eigenheid daar dan in kwijt? Waar “kun” je verantwoordelijkheid voor nemen?

Dat bleken vragen waar divers op werd gereageerd. Moeilijke vragen die ook niet zomaar door de generieke abstractie van Dabrowski worden beantwoord. Jean-Paul doet een beroep op de deelnemers om ermee te experimenteren en voor zichzelf een beeld te vormen van de eigen processen. Als voorbeeld wordt zijn eigen uitnodiging naar een nieuwe werkelijkheid genoemd  waarbij men de keuze heeft om mee te gaan of niet.

Lotte had de zaal gevraagd om 5 waarden voor zichzelf te formuleren.

De waarden uit de zaal
De waarden uit de zaal

De reflectie over deze lijst van waarden leverde ook weer discussie op. Neem ik mijn eigen waarden of laat ik mij ook inspireren door de waarden van anderen? Wat is authenticiteit?

Jean-Paul suggereert dat men die waarden pakt waar men ook persoonlijk verantwoordelijkheid voor kan nemen. Ook dat leverde weerstand op hier een daar. Deelneemster Josje Bakker  nam echter de gelegenheid om haar eigen woorden en waarden om te zetten in poëzie waarmee ze de zaal verraste.

Josje met haar spontane interactie
Josje met haar spontane interactie

De discussies en uitwisseling van meningen had de gemoederen danig opgewarmd. Nicolette zou een aantal oefeningen doen met de groep maar dat schoot er bij in gezien de tijd. Uiteindelijk nodigde zij de groep uit tot een oefening van “vertrouwen” door samen al staand een rust moment te beleven met muziek.

Eten in de stad

Steeds meer technieken ontstaan om onze voedselschaarste op te lossen. Natuurlijk is de eerste stap ons bewustzijn rondom voedsel, onze huidige, vernietigende omgang met de natuur en onze kwetsbaarheid door afhankelijkheid. De tweede stap is om er wat mee te doen. Als we zelf lokaal zelfvoorzienendheid ontwikkelen dan kunnen we de grote wereldwijde voedsel stromen ontlasten. Een aantal voorbeelden die te integreren zijn in elke stad, misschien zelfs met boeiende nieuwe straatbeelden van water, planten en vissen, middels geintegreerde infrastructuren die ook andere effecten hebben (zoals koeling van de stad, recreatie, kunst, uitstraling, enz).

Stadsland en tuinbouw:

Vis:

Veel van dit soort systemen worden commercieel opgezet door samenwerking tussen overheden en bedrijven. Hierdoor worden grote groepen lokale mensen uitgesloten in het opzetten (arbeid) en gebruiken ervan (consumptie). In de STIR (Stad van Morgen) zoeken we niet direct de economie maar cohesie en cocreatie middels coöperatieve waarde creatie. Daarbij nodigen we de overheid en het bedrijfsleven ook uit maar niet vanuit afhankelijkheid maar samenwerking. De “economie” bestaat dan uit inzet (arbeid en kennis) en wederkerigheid (productiviteit en resultaat) waarvij alleen overschotten verhandeld worden. Hoe meer mensen eraan mee doen des te ambitieuzer de projecten worden.

Economie (handel) en zelfredzaamheid (zelf produceren) staan elkaar in de weg. Daardoor ontstaat er stress en een transitie die dan op zoek gaat naar een nieuwe balans tussen beide. Het ligt per gebied aan de daadkracht van de bevolking zelf om daarin een weg te vinden.

Burger ongehoorzaamheid

Het effect van verbieden:

“Toen de Weense overheid in 1765 een catalogus samenstelde van verboden boeken werd het door zoveel Oostenrijkers gebruikt als lectuurgids dat de Habsburgse sensoren zich verplicht voelden om de catalogus zelf als verboden boek op de lijst te plaatsen.” 

Verbod is een prikkel voor bewustzijn ontwikkeling. Waarom is iets “verboden”? Het is de basis om het uit te proberen om er zelf een oordeel over te vellen. De verboden film “Turks fruit” werd een van de meest bekeken documenten uit de geschiedenis van de Nederlandse filmindustrie.

Verbieden is een positieve prikkel voor ongehoorzaam gedrag.

Burgerschap is het nieuwe ondernemen

Er is de laatste jaren een nieuwe vorm van ondernemen ontstaan door een frisse kijk op burgerschap en bijbehorende veranderdrang.

Stad van Morgen partner STIR Academy biedt vanaf januari 2014 trainingen die gebaseerd zijn op 10 jaar burgerschap ervaringen en betrokkenheid van 1000den mensen en instanties.

Maar eerst een situatie schets.

Het artikel in het Eindhovens Dagblad van 18 december 2013
Het artikel in het Eindhovens Dagblad van 18 december 2013

Burgerschap geeft betekenis aan het “horen bij een gemeenschap”. Groepsvorming geeft het gevoel van veiligheid en geborgenheid waar iedereen aan bijdraagt. Dat zou de kern moeten zijn van een samenleving. De huidige maatschappijvorm laat echter steken vallen waardoor veel mensen “het anders willen” en dingen gaan ondernemen om zaken te veranderen. Het ondernemende burgerschap heeft een bron van onvrede en positivisme tegelijkertijd omdat het “ook anders kan.” Die motivatie heeft een aantal redenen:

* men is modern zelfbewust geworden door bijvoorbeeld nieuws, vrijheid van meningsuiting, internet, vergelijkende kennis door reisgedrag en hogere opleidingsniveaus,
* overheid en banken worden verantwoordelijk geacht voor de grote crisissen en een aantal schandalen waardoor vertrouwen structureel is geschaad. Men is geneigd zelf meer na te gaan denken over ethiek en verantwoordelijkheid dan klakkeloos het beleid van de overheid (of diensten van banken) te accepteren.
* het politieke systeem is te verzuild en versnipperd, met oude machtposities die vernieuwing in de weg staan. Men zoekt naar andere wegen dan stemgedrag of eigen politieke ambities om zekerheden of veranderingen op te bouwen.
* veel maatschappelijke “producten” staan ter discussie om allerlei redenen. De formele oplossingen zijn veelal sterk politiek en economisch gekleurd ten kosten van zekerheden. Burgerschap zoekt zelf alternatieven en verwacht ruimte om te experimenteren.
* het werkgelegenheid systeem dekt de lading van de bevolking niet meer. Beleerde, ervaren mensen die geen betaalde bezigheid kunnen vinden zoeken zingeving door onder andere het systeem deels of in het geheel ter discussie te stellen. Zij ondernemen vanuit zingeving en veranderdrang.
* veel gepensioneerden zijn nog in de bloei van hun leven en ondernemen zaken die zij nuttig vinden en passen bij hun oorspronkelijke expertise of gewenste tijdbesteding.

Dat zijn maar enkele voorbeelden die wij zijn tegengekomen. Er zijn er ongetwijfeld meer. Van belang is de tedens om vanuit een nieuw maatschappijbeeld te redeneren dan dat wat ons regeert en vanuit dat beeld actie te ondernemen. Hoe dat beeld eruit ziet varieert per persoon of groep.

De VNG (vereniging van Nederlandse gemeenten) heeft een onderzoek gedaan naar burgerparticipatie en initiatieven. Ook de Universiteit van Tilburg volgt de ontwikkelingen die volgens de onderzoekers sinds de jaren 70 zich manifesteren. De verklaring die men zoekt of geeft is niet altijd evenredig aan onze ervaringen omdat men (top down) vanuit het systeem redeneert naar burgerschap en wij (bottom up) vanuit de mens. Het thema is actueler dan ooit omdat van beide kanten oplossingen voor grote uitdagingen gezocht worden bij de burgers ook al kan de motivatie verschillen.

image
Burgerschap beleeft een uniek spanningsveld tussen natuurlijke en systeem verantwoordelijkheden. Wat is ethisch? Wat is verantwoordelijk? Is alles wat “moet” wel juist?

Er zijn minstens vier ondernemende burgerschap tendensen:

1. Zelfbewust keuzes maken. Kijken naar de duurzame oorsprong van producten, het bonafide imago van de leverancier, de zelfbewuste keuze tussen alternatieven, enz schept bewustzijn dat niet alles zomaar verantwoord bij ons in huis komt. We kunnen zelf verantwoordelijkheid nemen door geen genoegen meer te nemen met willekeur maar zelfbewust belangrijke keuzes af te stemmen op onze eigen normen en waarden. Dat vergt wat meer tijd en overleg dan een blindelingse aanschaf. Dat is ook ondernemen, in de betekenis van iets doen dat goed voelt en een bijdrage levert aan ons leefmilieu of samenleving. 

2. Beleid beïnvloeding. Dit is de oudste vorm van actief burgerschap. Veel actieve burgerparticipatie is gericht op kleinschalige buurt activiteiten. Door zich druk te maken over zaken als omgevingskwaliteit, burenoverlast, onderhoud, speeltuintjes, enz treedt men op naar de overheid als men verantwoordelijkheid wil nemen. Veel gemeenten stellen wijkbudgetten en subsidies beschikbaar voor deze activiteiten die echter nog steeds in de toestemming cultuur vallen van “u mag meepraten maar de overheid is de baas”.

Ook milieu organisaties, actiegroepen, wijkverenigingen, enz vallen onder deze groep en lobbyen op alle niveaus. Ook de “democratische oppositie traditie” werkt beleid beïnvloeding via actief burgerschap in de hand.

3. Vernieuwd innovatief. Dan zijn er de initiatieven die op een vernieuwde manier omgaan met de maatschappij en veelal de oude vormen aanvullen met nieuwe en daarvoor ruimte zoeken. Denk hierbij aan stadslandbouw, energie coöperaties, buurtwachten, ruilbeurzen, burenhulp, enz. Sommige burger ondernemerschap bewegingen zijn puur individueel opgezet. Anderen uiten zich als samenwerkingsvormen die in soms over komen waaien uit het buitenland. Denk aan Transition Towns, LETs, enz.

Kern van deze vorm van maatschappelijk ondernemen is dat het vaak gebaseerd is op andere waarden en wederkerigheid dan geld.

4. Beleid vervangend. Dan is er de aanpak van bijvoorbeeld de Stad van Morgen waarin de overheid en andere systeem partijen uitgenodigd worden tot een nieuwe of aangepaste werkelijkheid. Denk aan AiREAS, VE2RS en GroZ als sustainocratische werkvormen. Wij presenteren een aangepaste vorm van democratie en maatschappelijke doelgerichtheid dan wat we gewend zijn en nodigen de gevestigde orde uit om het met ons uit te proberen. Voor beleidmakers is er een nieuwe keuze naast de beperkingen van de traditionele operationele werkelijkheid die ook hen in de problemen brengt. Sustainocratie vervangt bijvoorbeeld de overheid niet maar nodigt uit tot een andere omgeving waardoor men ook met andere voorwaarden leert omgaan en eventueel terug vertaalt naar een eigen institutionele transformatie.
image
AiREAS is een burger initiatief voor het creëren van een gezonde stad met participatie van overheid, wetenschap, bedrijfsleven en andere burgers.

Workshop agenda:
Wilt u meer weten over de workshopagenda van STIR Academy en op de hoogte gehouden worden dan kunt u hier uw gegevens achterlaten:

Mail: nicolette.meeder@stadvanmorgen.com ovv burgerschap

Spanningsveld systeem en mens

image

“Iedereen moet zich aan de regels houden” hoort men steeds vaker uit de hoek van de overheid.  Meestal gaat dat gepaard met een razzia in een wijk op zoek naar geld en illegalen. Maar ook de overheid dient zich aan regels te houden. De regels van de menselijkheid. De relatie is soms ver te zoeken hetgeen een spanningsveld oplevert waaruit allerlei chaotische toestanden ontstaan. De tendens is nu negatief ook al werken velen aan het positieve, door vaak op het randje van burger ongehoorzaamheid de systeem werkelijkheid aan de kaak te stellen. Van beide kanten worden we uitgedaagd om “ethiek” en verantwoordelijkheid” te herdefiniëren in de moderne maatschappij.

De afvinkdokter, 10 minuutjes en nepfactuur

Steeds meer raken we (Stad van Morgen) verwikkeld in discussies over zorg en zelfredzaamheid en wat nu zou moeten veranderen in onze maatschappij? Zo komen ook de afvinkdokter, 10 minuutjeshuisarts en nepfactuur tandarts voorbij. Het is een fenomeen van deze tijd waarin alles op klok moet en door een ieder anders wordt geïnterpreteerd.

De afvinkdokter
Jan stort onverwacht in elkaar. Hartinfarct denken omstanders en bellen 112. Het eerste wat Jan zich weer herinnert is de mond van de ambulance medewerker die hem reanimeert. Met loeiende sirenes wordt hij naar het ziekenhuis vervoerd. Daar volgt een hart onderzoek. De hartspecialist constateert dat hij het niet aan zijn hart heeft. “U mag weer naar huis.”

Pardon? Naar huis?! Een uur geleden lag hij stervende op straat. Waarom? Het ligt niet aan het hart maar wat dan wel? “Ik doe alleen hart” zegt de specialist en daarmee is de kous af. Voor hem althans. Niet voor Jan want die heeft de angst goed te pakken.

Het bovenstaande verhaal kan aangevuld worden met allerlei voorbeelden van de gefragmenteerde afvinkcultuur in de medische wereld. Op zich is het logisch want door bepaalde ziektebeelden uit te sluiten komt misschien de oorzaak wel een keer bovendrijven. Daar hebben veel medici een kostbaar netwerk van belangen omheen gebouwd. Men verwijst mensen door zonder specifieke noodzaak maar om “af te vinken”. De onderliggende stroom is puur economisch ook al wordt het vanuit menselijkheid “verkocht”. De afgebakende eilandjes leven dan een leven dat meetbaar is op basis van economische relaties. De wildgroei die ontstaat is al snel onoverzichtelijk en wordt ook als “noodzakelijk” ervaren. De patiënt (ook cliënt! genoemd) wordt van kastje naar de muur gestuurd zonder dat ergens een holistisch beeld wordt bewaakt van de persoon. Elk stukje staat op zichzelf, voelt zich onmisbaar, doet stinkend zijn/haar best maar binnen de muren van de eigen tunnel visie.

10 minuutjeshuisarts
Het is algemeen bekend dat de huisarts de consults plant in blokjes van 10 minuten. Dat is een prima insteek om de tijd redelijk efficiënt te benutten. Een mens is echter geen 10 minuutjes mens. De een gaat naar de huisarts voor een minuutje omdat het euvel bekend is maar even door de deskundige moet worden bevestigd. De ander gaat wegens eenzaamheid en maakt van de huisarts een uitje dat variable wordt opgerekt. Natuurlijk zit daartussen van alles dat met de 10 minuutjes wordt teruggebracht tot een redelijke standaard en gemiddelde.

Maar dan is er ook de opvatting van de huisarts en organisatie waarin men werkt. De 10 minuten krijgen een economische status: 10 minuten = 1 consult = “x” euro. Als vader Piet met dochter Jennifer binnen komt wegens herstel van een ingegroeide teennagel van de dochter zijn ze na 3 minuten weer klaar. Piet besluit de tijd goed te benutten en brengt zijn eigen prostaat klachten nog even ter sprake. De huisarts geeft aan dat hij dan een tweede consult moet rekenen. Dezelfde 10 minuten tijd worden dan 2 of 3 economische 10 minuutjes. Voor de huisarts is dat handig om de facturatie wat op te krikken en de lege 10 minutenblokjes aan te vullen. Als bedrijf is dat natuurlijk interessant en dan gaat het veelal een eigen leven leiden. Huisartsen worden gestuurd op aantal economische 10 minuten in plaats van dienstverlening. Zo kan het gebeuren dat er economisch efficiënte huisartsen zijn die goed scoren met hun 10 economische minuutjes en er zelfs meer declareren dan een natuurlijke werkdag heeft. Door patiënten naar elkaar door te verwijzen volgens de afvinkcultuur kan een patiënt een oneindige cirkel van consults volgen die nergens toe leidt behalve een constante stroom 10 minuutjes. Door het misbruik gaan de verzekeringen meer controle uitoefenen en bureaucratie invoeren waardoor de premies omhoog gaan. Want de consument betaalt altijd de rekening!

Nepfactuur tandarts
Je komt net van de tandarts na een korte behandeling. Als je dan na een paar weken de rekening krijgt voor de verzekering dan blijker er allerlei onherkenbare handelingen op te staan. Je bent geen tandarts dus denkt het zal wel goed wezen”. Maar nu een groot deel van de kosten op eigen conto komen via het eigen risico kijk je toch eens kritisch naar zo’n factuur. Röntgenfoto? Niet gemaakt, in ieder geval niet waar jij bij was. Eenzelfde rekening van een behandeling 6 jaar geleden toont een bedrag dat 25% is dan die van nu, met hele andere en simpele beschrijvingen.

Ook de tandarts rekent consult kosten. Vroeger was je in een keer klaar en nu kun je drie keer terug komen voor zaken waarvan jezelf denkt dat ze gemakkelijk in een keer afgehandeld kunnen worden.

Marktwerking
Marktwerking noemt men dat. Het economiseren van gefragmenteerde belangen. De economie gaat erop vooruit maar de zorg achteruit. De patiënt wordt cliënt. Maar de cliënt is helemaal geen klant. Dat is de overheid en de verzekering die de facturen betaald. Die zijn zo gebureaucratiseerd en ongevoelig omdat men deze economie in haar eigen belang verwerkt via de belastingen en premies. 10 jaar geleden was de gemiddelde zorglast per inwoner van Nederland 1000 euro zonder eigen risico. Nu is dat 5000 euro met eigen risico er boven op.

Alternatieve zorgsystemen mogen niet geïmplementeerd worden omdat de Nederlander gebonden is aan de wet van solidariteit. Logisch in maatschappelijk opzicht, onlogisch wanneer de economie de overhand heeft genomen en het uitgekiende bedrog zich heeft genesteld in de structuur als een hardnekkig virus.

Hoe reageert de bevolking? Men gaat minder naar de dokter als men niet kan betalen. Voor de rest? Worden we aan het lijntje gehouden met toeslagen en afhankelijkheid. De vergrijzing doet de rest. Half Nederland is chronisch lichamelijk ziek en daarom te afhankelijk om in opstand te komen. De rest is bestuurlijk ziek door economie de menselijkheid te laten verzieken.

Wat doet de Stad van Morgen? Wij introduceren GroZ: Gezondheid, regionaal ondernemerschap voor Zelfredzaamheid. Solidariteit begint bij onszelf en onze omgeving, niet een vastgelopen corrupt systeem.

ROET conferentie Eindhoven

Met tussenpozen van 2 jaar wordt door het ministerie een conferentie georganiseerd die de naam ROET heeft gekregen. Normaal gesproken wordt deze conferentie gehouden in een van de vier grote steden van Nederland. Deze keer echter had Edwin de vraag gekregen of Noord Brabant als gastheer kon optreden. Het verband met onze AiREAS (www.aireas.com) samenwerking in Eindhoven werd snel gelegd door het pionierschap van Edwin in AiREAS. Dus zat ik op 13 november als toehoorder in de zaal van het High Tech Campus met het stiekeme genoegen toch een beetje bij te hebben gedragen aan dit Haagse feestje in onze stad. Dit genoegen deelden ook andere aanwezigen die nauw betrokken zijn bij onze samenwerking voor een gezonde stad terwijl zij hun verbazing uitten dat AiREAS geen enkel punt van aandacht kreeg als praktisch concept terwijl het grootste deel van de sprekers en het lokale publiek tot het samenwerkingsverband behoren. Maar AiREAS is een burger initiatief met lidmaatschap van de overheid. Deze bijeenkomst is van landelijke aard, aangestuurd door de Haagse politiek, waarin de kracht van samenwerking nog niet aan de orde is.

De toespraken waren vooral gericht op de ambtelijke beleving van de uitdaging rond luchtkwaliteit en volksgezondheid. Het was dan ook boeiend om te zien hoe ver men was gekomen met allerlei maatregelen op gebied van verkeersstromen, infrastructuur, onderzoeken en beleid.

Interessant is ook de benadering op basis van statistieken over de belangrijkste gezondheid bedreigende factoren. Er zit enorm veel kennis en goede wil in de overheid maar ook onmacht en eenzijdigheid (te veel ambtelijke organisatie en geen samenwerking).
image

Mooi was de interactie met de zaal door de dagvoorzitter. Regelmatig kwam uit de zaal de vraag voor aandacht voor burger verantwoordelijkheid en de multidisciplinaire interactie waardoor er toch wat veelzijdige balans kwam. Zo kwam ook het spanningsveld weer in beeld tussen de systeem complexiteit van Den Haag en de menselijkheid benadering van AiREAS. Ergens in het midden komen we bij elkaar maar de uitgangspunten willen nogal verschillen.

Ik noteerde enkele opmerkingen:

* toen burger verantwoordelijkheid rond luchtverontreiniging ter sprake kwam vond de staatssecretaris het belangrijk om toch ook het economische belang nog even te benadrukken.

* de beperking van de overheid kwam aan het licht toen vervuild auto rijden en open haard stoken betiteld werden als “recht” dat moeilijk aan te pakken is.

* “we zijn allereerst mens” zei de wethouder van Eindhoven (partner in AiREAS).

* “hemel op Aarde is mogelijk, een kwestie van willen” zei Ruud Koornstra in een clownesk duet met de wethouder. Maar de boodschap was duidelijk. Er is vaak geen kwade wil maar gebrek aan zelfbewuste keuze. Dan valt men terug op oude tradities. Bij keuze kiest men graag de hemel op Aarde.

* Subsidies worden uitgetrokken om de meest vervuilende auto’s te laten vervangen voor schonere. “Zo wordt de vervuiler beloond en degene die verantwoordelijkheid heeft genomen niet.” Het gevoel in de zaal gaf aan dat dit de verkeerde weg was.

* Adviseur van Bree gaf een uitgewerkt beeld van “wat betekent dat nu “de gezonde stad”?”. Het was voor het eerst dat de beleving van gezondheid in de stad werd uitgespit in complexiteit. Dat deed mij genoegen omdat het laat zien dat het leeft. Maar tussen het presenteren van een advies en het praktisch uitvoeren van de transformatie zit toch een extra dimensie. Ook al werd AiREAS niet genoemd was de sfeer wel degelijk aanwezig.

Onze uitdaging is dat we laten zien aan de hele wereld dat het ook echt kan. Dan is het geen Haags feestje meer maar een succes van de Nederlandse bevolking die de schouders heeft gezet onder een van de meest uitdagende problemen van deze tijd. Dat begint in Eindhoven maar komt vanzelf terecht in de andere gebieden, ook in Den Haag. Al met al was het een boeiende conferentie maar nog steeds geldt de opmerking van Isha die wij aanpassen aan onze beleving:

“Zolang men niet investeert in bewustwording, verantwoordelijkheid en samenwerking zal verduurzaming vooral een thema blijven voor conferenties.”

image