Eeuwige straf in het onderwijs – het zichtbare tekort aan menselijkheid

Waar je ook om je heen kijkt in het onderwijs, “men” heeft “problemen” met jongeren en hun gedrag en probeert dat op allerlei manieren in toom te houden, onder controle te houden om  jongeren passend in het plaatje van het systeem te vormen. Zo te vormen dat ze straks geld verdienen in een individualistische hebzuchtige samenleving. “Men” weet niet beter, het systeem eist kant en klare kinderen die “systemisch verleid” een keurig papiertje afleveren. Doe je dat niet dan krijg je straf, eeuwige straf. Als “voetveeg van de samenleving” tel je als mens niet meer mee.
Men vergeet 1 ding: het zegt niets over wie kinderen ZIJN.
Hoe gaat dat nu in zijn werk? Met allerlei straffen, vooroordelen, verboden, agressie, beoordelingen, veroordelingen, en macht worden kinderen benaderd uitgaande van hun tekorten en daardoor in een rol van slachtoffer geplaatst. De hulpverleners met stikkers staan overal klaar, want ze dienen “geholpen” te worden om in het gareel mee te lopen.
Voorbeelden: Kindje kan zich niet concentreren, beweeglijk, ADHD stikker. Kinderen die constant gepest worden en tot zelfmoord overgaan. Een docent die na 2 x waarschuwen voor niet nakomen ivm baldadig jeugdig gedrag, gek doen met een muts van een ander tijdens de les, letterlijk tegen over de hele klas tegen betreffende kind zegt: “Als je nu niet nakomt, dan zal ik er voor zorgen dat je van school wordt gestuurd”.  Dit is duidelijk manipulatie uit eigen onmacht hoe hier mee om te gaan. Ook als je zoiets in het gezin tegen een van je kinderen zegt is dat precies hetzelfde, je toont onmacht en je beschadigd de ziel.
Bij vooroordelen, veroordelingen, agressie ligt een immense uitdaging en verantwoordelijkheid voor de mensen die met de jongeren werken. Een uitdaging van zelfdiscipline, kennis en beheersing van zichzelf om niet in de overdracht hun eigen onuitgewerkte persoonlijke stuk hiervan op jongeren te projecteren. Men dient zich daar daadwerkelijk bewust van te worden. Wie oordelen uitspreekt smeert een heleboel vuil op de ziel van kinderen. Dan straffen we het kind, ons zelf en ons allemaal, tot in de eeuwigheid. Angst wordt dan duidelijke geprojecteerd, omdat men geen controle heeft en ontbreekt er elke vorm van vertrouwen. Zo ontstaat heel duidelijk een angstcultuur en een individualistische maatschappij.
Waarom blijven we de keuze maken om op te leiden en straffen vanuit tekorten om vervolgens de “ziekten” weer te moeten genezen? Wat kunnen we wel doen? Kinderen opvoeden en laten leren vanuit hun mogelijkheden, vanuit een positieve mensvisie. Kinderen zowel fysiek, emotioneel, intellectueel en spiritueel zich tot bewuste mensen laten ontwikkelen. Waarbij kennis een onderdeel is, maar niet het uitgangspunt. Die kennis dient dan om toe te passen voor een leven waarin samenwerking, samen leven, voedsel, gezondheid, wonen en gelijkwaardigheid de basis vormen voor een gezond en duurzaam bestaan. Juist ook kinderen ervaringen laten doorleven tot op een spiritueel niveau. De spirituele ervaring, een niveau waarop kinderen niet door toebedeelde tekorten door anderen worden bepaald, maar tot op een niveau waarop het zijn diepste kern ontmoet, de ruimte van de stilte, de ruimte waar Ik Ben in hem is. Op dit unieke plekje zijn mensen gaaf en heel, zuiver, hier zijn ze oorspronkelijk en veilig en geborgen in zichzelf, gedragen in warmte en liefde. Innerlijke veiligheid wordt hier ervaren, zodat die niet in externe materiele zekerheden hoeft te worden gezocht. Dan ontstaat ruimte om vanuit die veiligheid zich te verbinden in vertrouwen met anderen en volop mens te zijn. Authentieke talenten gaan zich ervaren, bewust worden en ontwikkelen. Talent ontwikkeling is een levenslang proces, telkens komt er nieuwe informatie beschikbaar om verder te ontwikkelen.
Ben je zelf nog bewust van je eigen energie en krachtbron die ons allen eigen is? Laten we die toch vooral bij kinderen koesteren, het is hun levensstroom, hun krachtbron van leven in het nu in het verlangen naar de toekomst. Een kind is een levend wezen dat al waardevol van zichzelf en voor zichzelf is. Elk kind is uniek, zoals iedere vingerafdruk in de wereld uniek is, zo heeft ook iedere ziel unieke talenten die gemanifesteerd willen worden. Hoe zou het tot in de eeuwigheid eruitzien als we kinderen leren zich menselijk te ontwikkelen en bewust te worden wie ze zelf als mens ZIJN? Hoe zou het er tot in de eeuwigheid uitzien als we eerst als mensheid mens zouden ZIJN, bewust er te zijn en van daaruit DOEN? Beeld je eens in… een samenleving waarin de eenheid van de mens wordt ervaren, in onderlinge verbondenheid, vanuit ieders uniciteit, waarde en welzijn creërend met elkaar en voor elkaar. Geloof jij erin? Ik wel.

Met niets beginnen

In een sustainocratie wordt steeds waarde gecreëerd, een waarde dus die nu nog niet bestaat. Omdat sustainocratie draait om duurzame menselijke vooruitgang wordt de te creëren waarde dan ook uitgedrukt in menselijke waarden. Dat in tegenstelling tot een economie waarin waardecreatie wordt uitgedrukt in geld. Dat onderscheidt wil nogal eens verwarrend werken bij mensen en instellingen die voor het eerst in een sustainocratisch proces terecht komen en volledig gewend zijn om in hedendaagse economische begrippen te denken. Toch zijn die begrippen goed met elkaar te rijmen in deze tijden alleen moet met anders durven te gaan denken.

  • Sustainocratie begint met niets, behalve een startpunt en een stip op de horizon
  • Het “kapitaal” van sustainocratie is net zo menselijk als de waardengedreven doelstelling
  • Het “kapitaal” vertaalt zich in talent, creativiteit, inzet, betrokkenheid, samenwerking, vertrouwen, enz
  • De menselijke doelstelling vertaalt zich in zaken als gezondheid, veiligheid, welzijn, kennisontwikkeling, voedsel (incl water), sociale cohesie, enz
  • Wederkerigheid is ook menselijk in de vorm van de doelstelling zelf, algemene erkenning, waardering, bewondering,  enz.

Veel van deze punten zijn weer terug te vertalen naar een economie van geld maar dan is de waardering er een binnen de holistische context van geld, niet het gefragmenteerde principe van een besparing, een product of dienst. We dienen het totaal te bezien en niet elk noch de som van de fragmentjes. Daarom ontwikkelt sustainocratie zich ook multidisciplinair waarin de gefragmenteerde belangen zich verbinden tot een geheel vanuit een menselijke doelstelling. De mens en de economie komen dan naast elkaar te staan en niet ondergeschikt van elkaar. Economie is daarbij geen doel waar de mens zich afhankelijk van opstelt maar een van de instrumenten ten behoeve van vooruitgang. Als dit goed gebeurd dan ontwikkelt zowel de mens als de economie zich positief ook al wil er een intensieve transformatie plaats vinden binnen deze algemene constatering op niveau van elk van de oudetijdse fragmenten. En dát maakt het proces zo interessant want het raakt alles en iedereen die erbij betrokken is terwijl het geheel en iedereen erop vooruit gaat.

AiREAS als voorbeeld

AiREAS is een nieuwetijdse sustainocratische coöperatie. Nieuwe tijds omdat het concept “coöperatie” volledig vernieuwd wordt. Waar het vroeger in een coöperatie ging om de materiële belangen van de leden gaat het nu om de immateriële belangen van een menselijke gebied. Dat heeft nog geen juridische basis. De leden van de coöperatie dienen dus niet het eigenbelang door als groep op te treden maar het maatschappij-mens-belang. Men onttrekt dus geen waarden uit de omgeving voor eigen zekerheden maar schept samen nieuwe zekerheden in de omgeving waaruit men dan de eigen zekerheden in wederkerigheid haalt. Dat is de wereld op zijn kop voor de meeste partijen.

De waarde die we beogen in AiREAS Eindhoven is een schone en gezonde stad door de kwaliteit van de omgeving (lucht) te relateren aan de gezondheid van de mens en haar dynamische gedrag in het gebied. De stad is nu niet schoon en gezond ook al wordt er door overheid hard aan gewerkt om dat wel zover te krijgen, echter als gefragmenteerd onderdeel van een geldgedreven economie. Voor de overheid is dat dweilen met de kraan open waar dweilen uitgedrukt wordt in kosten. Maar ook de burgerbevolking ondervindt consequenties van het eenzijdige geldgedreven economische aspect omdat er ziektes en ongemakken ontstaan die de leefbaarheid aantasten en uiteindelijk ook het zorgsysteem belasten.

Werk aan de winkel
Werk aan de winkel

Als we dus stappen maken in ons sustainocratische proces van samenwerking dan zal het plaatje er steeds gezonder uitzien. Maar niet alleen dat. De stad en het gebied zal nog steeds enorm dynamisch zijn, zonder blokkerende regels en verordeningen wegens milieuschade omdat we structureel rekening houden met onze omgeving bij onze activiteiten. Bij de integraal duurzame vooruitgang houden we rekening met de effecten van onze menselijke organisatie op ons milieu en daarbij op onszelf. We passen technologische en sociale innovatie constant toe om vooruit te kunnen.

Zo ontstaat er een circulair proces waarin een economie van geld kan gaan rollen. Daarin heeft het geld zelf geen waarde maar stemt het de waarde af met de inzet, talent en betrokkenheid van de deelnemers. Het kan opgebracht worden door de niet deelnemers die het als een belasting ervaren maar dit graag bijdragen omdat uiteindelijk in wederkerigheid men er zelf ook weer in menselijkheid iets mee opschiet. Het goede voorbeeld doet natuurlijk volgen. In een omgeving waarin verandering de enige constante is zal ook de indirect betrokken mens uitgedaagd worden steeds weer iets ondernemends van zichzelf te laten zien. Zo ontwikkelt creativiteit zich positief in toegepaste zin.

Niet iedereen hoeft dan rechtstreeks betrokken te zijn bij AiREAS maar kan indirect erbij zijn door gedrag te veranderen en initiatieven te ontplooien die vanuit weer een andere sustainocratische coöperatieve zich ontwikkelen. Zo ontstaat een dynamische local 4 local, vooruitstrevende gemeenschap waarin een ieder kan bijdragen als initiatiefnemer van sustainocractische processen, volger (deelnemer) of ondersteunende partij (belasting).

Waardengedreven samenwerking
Waardengedreven samenwerking
Boeiend is toch weer altijd dat in het proces men met niets begint, behalve het startpunt (A) en de wens om te werken naar een eindpunt (B) waarin het beter is.

 

Sustainocratie als regionaal samenwerkingsmodel

Het Eindhovens Dagblad beschreef recent de bestuurlijke twijfels van de grote groep burgemeesters uit de regio Zuid Oost Brabant om het huidige, op te heffen, SRE (Samenwerkingsverband Regio Eindhoven) onder te brengen bij de gemeente Eindhoven. Deze twijfel is herkenbaar omdat op deze manier een stuk bestuurlijke macht zich zou kunnen concentreren in de gemeente Eindhoven. Toch is de samenwerking tussen alle gebiedsverantwoordelijken erg belangrijk voor de regio. Denk daarbij aan de onderling afstemming van verkeer en vervoer belangen, infrastructuur, politiezaken, water en andere gemeentegrens overschrijdende zaken.

Sustainocratie als alternatief

Een sustainocratie is geen apart instituut zoals bijvoorbeeld SRE. Het dient ook geen eenzijdige institutionele belangen. Sustainocratie gaat uit van een hogere maatschappelijk doel waaraan multidisciplinaire de vier “O”s samenwerken. Binnen sustainocratie staat de mens centraal als ook haar zelfredzame relatie met haar natuurlijke omgeving. In dat verband is het sustainocratische model een mogelijke vervanging voor het SRE model. Ik noem het SRE model omdat we even vanuit Eindhoven en Zuid Oost Brabant redeneren waar sustainocratie al in experimentele vorm is ontstaan.

De problemen die de overheid (en de rest van de maatschappij) treffen zijn onder andere die van de maatschappelijke lasten en structurele kosten. Verschillende overheidstructuren die elkaar overlappen vormen nu eenmaal een grote kostenpost. In de sanering zullen dus discussies als hierboven (opheffen van bestuurlijke lagen of doublures) moeten worden gevoerd. Onze huidige maatschappij is echter gefragemneerd opgezet in institutionele belangen die veelal onderling uitsluitend een geldafhankelijke relatie hebbe. Daardoor wordt de besparing, herstucturing en herpositioneringsdiscussie los van elkaar in elk van de pilaren (overheid, bedrijfsleven, onderwijs, burgers, enz)  gevoerd. Dat komt omdat men de problemen afzonderlijk van elkaar ziet door de geketende opbouw van de maatschappij.

Gefragmenteerde belangen met onderlinge geldafhankelijkheid
Gefragmenteerde belangen met onderlinge geldafhankelijkheid

Men heeft een onderlinge afhankelijkheid van geld maar redeneert over het algemeen vanuit het institutionele eigenbelang. Het grote geheel wordt daar niet bij meegenomen. De overheid staat los van het bedrijfsleven, de burgers los van deze twee, enz.  Daar brengt sustainocratie verandering in want alle kostenbesparende maatregelen ten spijt, de maatschappelijke uitdagingen blijven onveranderd bestaan en worden zelfs steeds groter.

Sustainocratie vertegenwoordigt een nieuwetijdse aanpak waarin de gefragmenteerde belangen doorbroken worden door ze op regionaal niveau multidisciplinaire en doelgericht te verenigen. Elk van de deelnemende partijen wordt gesterkt in zijn autoriteit door de authentieke kracht te erkennen. Zo is de overheid met name een gebiedsverantwoordelijke die zich faciliterend opstelt met gemeenschapsmiddelen in het stimuleren van duurzame vooruitgang. Die erkenning geeft de lokale overheid werkelijke macht.

Sustainocratie is een nutgedreven samenwerking
Sustainocratie is een nutgedreven samenwerking

Maar zo dient de toegevoegde waarde in concrete waardecreatie (waarde laten ontstaan waar die er nu nog niet is, dus niet uitgedrukt in geld maar menselijke belangen) van de andere partijen ook te worden erkend en behartigd. De driehoek tussen overheid, bedrijfsleven en onderwijs was al bekend onder de naam “triple helix”. Maar dit omvat nog steeds alleen het institutionele belang. Door burgerparticipatie en burgerverantwoordelijkheid eraan toe te voegen ontstaat sustainocratie.

Deze vorm van samenwerking is niet geld gedreven waardoor de geldafhankelijkheden doorbroken worden en plaats maken voor een discussie over duurzame, waarde-gedreven vooruitgang waarin menselijkheid centraal staat. Een sustainocratische nutgedreven tafel begint altijd met nul-budget en ontwikkelt zich naar mate de deelnemers met elkaar samen korte en lange termijn doelen en beoogde resultaten afspreken. Sustainocratie is een nieuwe tijdse coöperatie waardoor er geen nieuw instituut ontstaat maar men samen gebruik maakt van de gezamelijke middelen die in de regio aanwezig zijn. Op die manier ontstaat een lokale circulaire economie waarin veel zelfvoorzienende initiatieven georganiseerd kunnen worden.

Thema’s die coöperatieve samenwerking kunnen krijgen hebben al een wereldwijd precedent in de regio in de vorm van AiREAS (luchtkwaliteit, volksgezondheid en gebiedsontwikkeling) dat zich vooralsnog vooral beperkt tot Eindhoven in de pioniersfase. Maar belangstelling is reeds getoond vanuit andere gemeenten. AiREAS holt de integriteit van de regionale machtsposities niet uit maar versterkt ze door de gebiedsautoriteit te respecteren en aan te vullen met de technologische en sociale innovatie als ook de wetenschappelijke inzichten die nodig zijn voor vooruitgang. De verbindende sustainocraat heeft geen macht, alleen een kaderbewakende autoriteit. De cooperatie heeft geen eigen gebouwen of personeel maar gebruikt de kracht en macht van de deelnemende partijen. De werkelijk macht ligt bij de institutionele deelnemers die samen faciliterend zijn naar vooruitgang.

Thema’s die nu al onafhankelijk sustainocratische coöperaties zouden kunnen vormen zijn en reeds op de tekentafel zijn gekomen voor toepassing als de tijd rijp is:

* verkeer & vervoer & mobiliteit

* energie en kwaliteit van leven

* voedsel, levend groen en zelfvoorziening

* gezondheid, zorg en sociale cohesie

* veiligheid

* toegepast onderwijs en wetenschap

* enz enz

Aanjager en vormgever van sustainocratische processen is Stichting STIR dat onder de naam Stad van Morgen bekend is in Eindhoven als de mensgerichte Brainport. De stichting zet de basis op totdat de cooperatieve zelfstandig verder kan. Sustainocratie is tevens de meest goedkope vorm om tot structurele, regionale waardecreatie te komen waarbij de waarde uitgedrukt wordt in rechtstreeks overvloeden voor de lokale bevolking die pas ver-economiseerd worden in geld als de overschotten beschikbaar gesteld worden voor verhandeling met handere regios. Zo kan een gebied zich saneren zonder zich aan te tasten in identiteit of machtsverhoudingen.

Het goede voorbeeld kan ook leiden tot kansen naar de rest van de wereld die allemaal met dezelfde bestuurlijke uitdagingen zitten als hier.

Solidariteitsprincipe en gewetensbezwaar

In Nederland geldt het wettelijke solidariteitsprincipe dat wij allen meebetalen aan zaken zoals de gezondheidszorg. Alleen mensen die wegens religieuze overtuiging daar niet aan mee willen doen, omdat zij hun eigen lotsbestemming in handen van een hogere macht leggen, kunnen daar afstand van doen. Zij dragen niet bij aan het zorgsysteem maar zijn toch maatschappelijk solidair door een hoger belastingtarief te betalen. Op zich is er niets mis mee dat er vanuit algemene solidariteit een norm van gelijkwaardigheid is ingesteld. Wat wel mis blijkt is dat die solidariteit alleen via geld aan een wild groeiend zorgsysteem is gekoppeld. Dit systeem is weer structureel onderdeel van een geldafhankelijke consumptiegedreven economie. En deze economievorm blijkt aantoonbaar vervuilend en schadelijk voor de mens en haar natuurlijke omgeving.

Het doet zich dus enerzijds voor dat de zorglasten van deze economie de pan uit rijzen en deze lasten via het solidariteitsprincipe over de rug van de bevolking een exponentiële groei doormaken. Daarentegen zijn er steeds meer mensen die geen religieuze maar ethische bezwaren hebben tegen de manier waarop de consumptie-economie de aarde en de mens kapot dreigt te maken. Het grote overheid systeem is echter ingericht op basis van deze economie en zal zich niet meteen geroepen voelen om het aan te pakken want deze zit te complex in elkaar. De consequenties zijn gigantisch en veroorzaken een groeiende maatschappelijke en economische onstabiliteit waar geen solidariteit maatstaven meer mee te verenigen zijn. Solidariteit mag niet automatisch betekenen dat de overheid een vrijbrief heeft om de lasten te blijven verhogen en die als maatschappelijke verplichting op de leggen zonder ingrijpende alternatieven te aanvaarden. Dat is dan geen solidariteit meer maar systeemdictatuur.

De zelfbewuste kritische bevolking is daarentegen zeer goed in staat om alternatieven te bedenken en te introduceren die wél ethisch verantwoord zijn volgens de inzichten van vandaag. Men wordt echter door het solidariteitsprincipe tegenhouden, op onterechte kosten gejaagd en gedwongen mee te blijven doen waar men morele gewetensbezwaren tegen koestert. De zelfbewuste en participatieve bevolking ziet namelijk in dat de zorgtaak die de overheid op zich heeft genomen (en die de bevolking destijds uit handen heeft gegeven) helemaal niet bij de overheid thuis hoort. Gezondheid is primair een eigen verantwoordelijkheid en zorg iets dat prima lokaal te regelen is met relatief weinig middelen als daaraan een sterke sociale cohesie aan wordt gekoppeld. Kortom men wil weer steeds meer zelf doen, zelf organiseren en zelf verantwoordelijkheid nemen.

Wie moet nu solidair zijn met wie? De zelfredzame burger die de overheidsfinanciën en structuur moet helpen waarborgen met middelen? Of de overheid die zelfredzaamheid dient te faciliteren en aanvullen? Het is een impasse tussen twee wereldbeelden, de een dominant in uitvoering en de andere  ethisch gemotiveerd. Hoe gaan we hier mee om?

De overheid heeft ooit de wet van solidariteit gemaakt maar heeft niet kunnen voorzien dat het betreffende maatschappijmodel zelf ter discussie kon komen te staan. Solidariteit aan de medemens is een maar dat dit via het regerende geldsysteem tevens impliciet de solidariteit betekent met het in verval geraakte maatschappijmodel gaat voor steeds meer mensen te ver. Men wil de extra lasten niet betalen die ontransparant over de schutting worden gegooid terwijl de essentie van ons bestaan als kostenpost wordt verkocht in plaats van een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid.

Het geweten is er om ethische vraagstukken te verantwoorden en duidelijke keuzes te maken. Deze zijn dan niet religieus maar bestaansrechtelijk. Als dan ook blijkt dat vanuit die bezieling men geheel nieuwe zorgstructuren kan bedenken die wel voldoen aan de holistische criteria van ethiek dan kan en mag de overheid haar eigen oude model niet af blijven dwingen.De overheid dient dan solidariteit te tonen voor de integrale vernieuwing van de maatschappij, vanuit de maatschappij zelf, vanuit de bevolking zelf. Men is niet in gebreke door niet mee te willen betalen aan systemen die men verwerpelijk vindt, als men zelfstandig een redelijk alternatief introduceert waar de medemens ook mee bediend wordt, gelijk of misschien zelfs beter dan in het oude systeem.

Maar dan komen we in conflict met de huidige democratische rechtstaat. De centrale overheid heeft de electorale macht om over het regerende zorgsysteem te besluiten en zo ook over de geldelijke solidariteit van de bevolking verlangen. Men heeft via datzelfde principe de mogelijkheid om zelfs nieuwe initiatieven te blokkeren door solidariteit te eisen via de belastingen. De verplichtingen van verzekeringen, belastingen, eigen risicos, enz dwingen de bevolking haast wel tot het nemen van het heft in eigen hand. De overheid dient los te laten aan de solidariteitsnorm uitgedrukt in geld en aanvaarden dat mensen solidair naar elkaar kunnen zijn zonder tussenkomst van de overheid. Dat betekent tevens dat de overheid de inkomsten gaat missen die het nu de bevolking oplegt maar daar staat tegenover dat de lasten van de overheid ook beduidend verlagen omdat ze uit het overheid circuit worden gehaald. Dat gaat natuurlijk ten kosten van de huidige machtsposities en institutionele lobbies vanuit het eigenbelang in verzekeringsmaatschappij en grote zorginstellingen. Maar deze zullen toch omvallen als het grootste deel van Nederland haar huidige zorglasten niet meer kan of wil betalen.

Kortom, solidariteit mag niet beperkend werken middels een gewetenloze en belastende  kostenpost en dwangmaatregel. Het dient een maatschappelijk gedragsontwikkeling te zijn die de vrijheid geniet om vanuit ethiek zich vernieuwend te manifesteren  door het gemeenschappelijk belang te dienen met alternatieven. Daar gewetensbezwaren nu nog beperkt zijn tot religie met een solidariteitsbeginsel vertaalt in geld zijn wij toe aan een grondwettelijke discussie en verandering. Voorafgaand aan rechtsfilosofie en jurisprudentie kunnen experimentele initiatieven toegestaan worden in een overzichtelijke omgeving, gebied om zo als maatstaf te gaan dienen voor de schaalvergroting van maatregelen.

Jean-Paul Close

Als je druk bent met de stukjes overzie je het geheel niet

Als ik mensen en organisaties vraag om mee te doen aan mensgedreven sustainocratische projecten dan wordt ik geconfronteerd met de verwarring rond de gefragmenteerde belangen van elk van hen. Men is zo getraind om vanuit de stukjes van het grote belang te redeneren dat men het geheel niet overziet. En dat is niet zo vreemd want “het geheel” waar ik het over heb is “de mens en haar duurzame vooruitgang”. Mijn gesprekspartners redeneren in termen van economie, geld en kosten, en verbinden dit aan iets concreets, iets tastbaars, zoals een product, een dienst, een consequentie, een ziekte, een verandering, een optimalisatie, een advies….

Mijn gedrevenheid gaat over menselijke belangen zoals gezondheid, veiligheid, vitaliteit, dagelijks eten en drinken, wonen en bewustwording. Het zijn thema’s die één maatschappelijk geheel vormen in een maatschappij met duurzame ambities van stabiliteit en leefbaarheid. Voor mijn economische gesprekspartners is het te abstract, niet tastbaar genoeg. Dat ik vanuit die abstractie van menselijkheid terugwerk naar de huidige werkelijkheid, waarin die menselijkheid ver te zoeken is, blijkt voor die gesprekspartners veelal te ingewikkeld. Men reageert dan dat als ik een product of dienst wil ik het van hen kan kopen. Als ik de mens centraal stel wordt mij een product aangeboden. Zo ben ik omringd door aanbiedingen. Maar ik wil geen producten, ik wil een gezonde maatschappij. Hoe verbind ik het een met het ander?

Organisaties concurreren om producten aan mij te verkopen terwijl ik hen vraag om samen met mij een gezonde maatschappij te maken. Men vraagt mij dan of ik budget heb, hoeveel producten ik van hen nodig heb en wanneer? Wordt de maatschappij gezond als ik die producten koop? Of toepas? Ik denk het niet. Daar is meer voor nodig. Dus waarom zou ik ze kopen? Als we die producten of diensten bedenken en samen toepassen om een gezonde maatschappij te creëren, lukt het dan? Ik weet het niet maar het is het proberen waard. Dan stoppen we de creativiteit niet in concurrentie ten behoeve van geld verdienen maar gebruiken we het in waardecreatie ten behoeve van onszelf. Dat is lastig voor degenen die geld als doel hebben gesteld, minder lastig voor degenen die zich willen onderscheiden vanuit een concrete toegevoegde waarde.

Als men met mij samenwerkt vanuit dat onderscheidende vermogen dan hoeft niemand meer te concurreren want het gaat niet meer om het product maar om de resultaatgedrevenheid van de samenwerking. De ondernemer verbindt zich niet met mij door iets te verkopen maar met het eindresultaat waaraan waarde kan worden verbonden door iets bij te dragen. Het resultaat wordt uitgedrukt in gezondheid of veiligheid, twee basis zekerheden van duurzame menselijke samenlevingsvormen. Dat is de moeite waard om voor samen te werken.

“Maar wie betaalt ervoor?” Dat is altijd een grappige vraag want uiteindelijk wie heeft ervoor gezorgd dat de huidige maatschappij ongezond zou zijn? In onze consumptie gedreven structuur hebben we daar allemaal onze stinkende best voor gedaan én voor betaald. Als we dan weer een gezonde maatschappij willen hebben zullen we er allemaal voor moeten investeren, niet “iemand die de opdracht geeft”. We geven de opdracht aan onszelf. Dat wil niet zeggen dat er geen wederkerigheid is in de aanpak maar deze komt niet vooraf. We gaan samen bepalen welke prioriteiten we stellen, wat we daarbij nodig hebben en hoe het gaan aanpakken. Dan pas is ook duidelijk wat voor kapitaal er nodig is, dat zich niet alleen uitdrukt in geld maar ook in de hoeveelheid visie, kennis, menskracht, creativiteit, ruimte, overtuigingskracht, enz. En dan weten we ook wat we terug hopen te verwachten (resultaat) zodat we met elkaar meetbaar vooruitgaan.

Bovenstaande proces welkt vanuit het geheel naar de stukjes. Elk stukje is een onderdeel van de grote interactieve legpuzzel. Alleen de stukjes die zichzelf aanpassen aan de puzzel, dus kennis durven nemen van het geheel kunnen schakelen met hun omgeving om zich in te passen in het totaalbeeld. De stukjes die te druk met zichzelf zijn zullen nooit passend gemaakt kunnen worden en ploeteren voort als concurrerende eenlingen. Ik nodig de ondernemers uit om  zich verankeren in een groter geheel. Dat brengt wel enorme verantwoordelijkheid met zich mee. Met het creëren van een enkel product volstaat men niet want er wordt niet verbonden met het product maar met de creatieve ondernemer die steeds weer met nieuwe toegevoegde waarde komt.

Het blijkt enorm moeilijk om economische partijen te overtuigen om hun individualisme los te laten en deel te nemen aan de onvoorspelbaarheid van een lokale resultaatgedreven coalitie. Het vergt namelijk zelfvertrouwen in het eigen ondernemerschap zelf. Men verkoopt in feite zichzelf op basis van authenticiteit  daadkracht, betrouwbaarheid, betrokkenheid en initiatiefname. Men neemt verantwoordelijkheid in het geheel waardoor men verbintenissen smeedt die veel verder gaan en blijvend tot stand komen dan het leveren van een enkel product tegen een factuur.

Die eigenheid hebben veel ondernemende mensen niet. Men legt alle verwachtingen in het product dat in een concurrentiestrijd alleen maar waarde verliest. Men is bang de eigenheid te verliezen dat men identificeert via het product, geen controle meer te hebben over zichzelf door van het product af te stappen en zich te verbinden aan een waardengerelateerd eindresultaat. Maar het tegendeel is waar. Talent is bijna niet te evenaren als het zich authentiek manifesteert in de groep. Talent wordt gevormd door de eigenheid van de persoon of organisatie in kwestie.  Het product is maar een eenmalig onderdeel van de relatie (korte termijn). Talent verbindt zich aan de maatschappelijke, ethische, milieutechnische en omgevingswaarden die de mens constant beïnvloeden (lange termijn).

Kortom, als je druk bent met de stukjes dan overzie je het geheel niet. Dan ben je bezig met het overleven en niet met het leven zelf. Dat geldt voor ondernemers maar ook voor wetenschapper, scholen, overheden enz. Dat maakt ons eerste sustainocratische proces in Eindhoven, AiREAS genaamd, zo uniek. Want het verzamelt juist al deze partijen op basis van het geheel. Door de lange termijn van ons eigen welzijn en welbevinden te definiëren via gezondheid en omgevingskwaliteit bepalen wij ook onze korte termijn interactie. We draaien de wereld om en zien dan ook bij elke bijeenkomst dat er rust komt, een drang tot presteren vanuit eigenheid, zelfvertrouwen en betrouwbaarheid in de groep ten behoeve van het grote het grote geheel, volledig vertrouwend dat vanuit het geheel men ook op de juiste manier gecompenseerd wordt. Niet vooraf maar naar mate de waarde die we creëren zichtbaar wordt. De mensen die er aan mee doen onderscheiden zich al door zich niet als stukje te zien maar als mens, die door het geheel te dienen zichzelf dient. Zij samen hebben de wereld al veranderd.

Nu de rest nog.

Lokale belastingen voor lokale projecten

De gemeente is van de dag voor 90% van haar financiering afhankelijk van de centrale overheid. De centrale overheid int ook het gros van de belastingen. Daar moet verandering in komen. Het is van belang dat er lokaal waarde wordt gecreëerd in de regio’s. Dat kan alleen als er ook een wederkerig belang ontstaat tussen de betaling van belastingen en het terugvloeien ervan in maatschappelijke vooruitgang. Door de belastingen via Den Haag te sluizen is er geen enkele betrokkenheid tussen waar de middelen vandaan komen en waar ze naar toe vloeien. De bestuurlijke en menselijke werkelijkheid ligt erg ver uit elkaar.

In Eindhoven zijn wij bezig met de eerste Sustainocratische processen in de wereld. Dat wil zeggen dat wij lokaal zowel persoonlijk (burgerinzet en betrokkenheid) als institutioneel (overheid, bedrijfsleven en scholengemeenschap) verantwoordelijkheid nemen voor onze lokale duurzame vooruitgang. Door dit vorm te geven ontstaan er lokale initiatieven die algemeen erkende duurzaamheid criteria ter harte nemen omdat deze aantoonbaar bijdragen aan de leefbaarheid van de lokale bevolking. Zo denken wij aan initiatieven in de kringloop-economie, een economie waarin gebruik van producten wordt gestimuleerd in plaats van het aanschaffen ervan. Systemen op basis van gebruik verlangen een sterke lokale verbintenis tussen gemeentelijke beleidmakers en bevolkingsgroepen in wijken. De interactie komt dan al snel tot uitvoerende projecten die gefinancierd moeten worden uit gemeenschappelijke middelen. Dan is de lokale bereidheid logisch om in de waardeprocessen ook rekening te houden met afdracht van belastingen voor het vervolg ervan. Dat is een lokaal circuit:

Image

Dit is een regionaliseringsproces dat natuurlijk de verhoudingen met Den Haag op scherp zet. De economie kan echter alleen een impuls krijgen als structureel de maatschappij verandert met de inzet van alle betrokkenen. Dan moet die verandering ook zo dicht mogelijk bij de medemens worden toegestaan en gefaciliteerd. Het living lab van Eindhoven is daar een goede basis voor en kan vooralsnog een uitzonderingspositie krijgen om de gevolgen meetbaar en inzichtelijk te maken voor iedereen. De komende maanden zal dit meerdere malen op tafel gebracht worden in de groepsprocessen die zich ontwikkelen. In deze tijden van financiële moeilijkheden zal het een proces van geven en nemen zijn dat we met zijn allen vormgeven.

Boek aankondiging: Sustainocratie, de nieuwe democratie

Vandaag mocht ik de eerste proefdruk ontvangen van mijn nieuwe boek over de complexe maatschappelijke veranderingen waar wij voor staan en die ik middels “sustainocratie” tot een vernieuwende doorbraak tracht te brengen voor de mens en mensheid. Dat klinkt nogal hoogdravend want wie ben ik per slot van rekening om zoiets voor te stellen, laat staan vorm te geven?

Boven alles ben ik “een mens”, een zelfbewust wezen dat het resultaat is van miljoenen jaren evolutie en zelf aan het begin staat van het vervolg van deze menselijkheid door mijn eigen vaderschap. Ik ben mij bewust van mijn omgeving zoals deze door de natuur en de mens zelf wordt vormgegeven. Binnen dat laatste kan ik mij neerleggen wat anderen voor de mens beslissen of daar zelf een beeld bij vormen en verantwoordelijkheid nemen voor mijn keuzes. Dit boek, en alle handelingen van mij die eraan zijn voorafgegaan en nog zullen komen, zijn onderdeel van mijn bewustwording, de inzichten die ik gaandeweg heb ontwikkeld over menselijke organisaties en mijn eigen manier om verantwoordelijkheid te nemen voor de conclusies waartoe ik ben gekomen. Zoals Prof. Paul de Blot zo mooi aangeeft in zijn voorwoord in het boek “Dit boek gaat over menselijkheid in menselijke organisaties”.

Sustainocratie, de nieuwe democratie

Het boek gaat dan ook over de manier waarop wij invulling geven aan onze vrijheid (democratie) en de duurzame menselijke ontwikkeling (sustainability) door middel van onze keuzes, institutionele organisaties, ondernemerschap en on onderlinge samenwerking. Het boek stelt veel van onze huidige maatschappelijke complexiteit ter discussie, niet omdat het zo verkeerd is maar omdat we toe zijn aan een intense verandering. We lopen de kans dat, als we teveel vasthouden aan oplossingen uit het verleden, we onszelf in de grootst mogelijke moeilijkheden brengen voor de toekomst. In het boekje geef ik een beeld van de moeilijkheden waar we mee kampen als maatschappij, de oude machtsstructuren die het maar moeilijk vinden om los te laten, en de enorme daadkracht van de vele visionaire mensen die de transformatie aandurven die zich voor ons aftekent. En daarin zit de missie die ik mij eigen heb gemaakt, namelijk de tijd nemen om te experimenteren met inzichten om zo tot een concrete, praktische oplossing te komen die niet alleen idealistisch is  maar ook een realistisch draagvlak vormt voor zowel de individuele mens als de institutionele autoriteiten. Ondertussen wordt Sustainocratie reeds toegepast in AiREAS, The STIR Academy, EQoL, enz. Het bestaat dus waardoor het boekje een extra draagvlak krijgt.

Ondanks deze ogenschijnlijke “gouden greep” om veel menselijk leed te voorkomen en duurzame menselijke vooruitgang samen waar te maken, is Sustainocratie “een wereld op zijn kop” voor iedereen die eraan begint. Het is vooral een gigantische uitdaging waarin we allemaal een hoofdrol spelen, ongeacht leeftijd, oorsprong of functie.

Uitgever: MultiLibris – www.multilibris.nl

ISBN: 978 94 6000 0157

Auteur: Jean-Paul Close met voorwoord: Prof. Paul de Blot

Winkelprijs: onder de 20€

De heiligheid van het menselijk bestaan

Recent keek ik naar een tv programma over business & spiritualiteit waarin een spiritueel leider een eredoctoraat ontving en ook in ontvangst nam. Met grote verwondering heb ik zitten kijken hoe de beste man met alle egaars werd ontvangen en behandeld, hoe Zijne Heiligheid, zoals gezegd, dit eredoctoraat in ontvangst nam en daarmee spiritualiteit als heiligheid in een geldgedreven instituut vast legt. Zie ik hier een verschuiving van de vergane macht van spiritualiteit binnen de kerk naar macht in het bedrijfsleven?

De heiligheid van het bestaan ervaren, het opbouwen van innerlijke kracht, hier eigenaarschap overnemen, ontwikkelen tot Ik Ben, Zelf zijn en er zijn voor anderen en er vervolgens naar leven is de essentie van en voor ieder mens. Het weten en leven van menselijkheid, dat mogen we niet in instituten onder voorwaarden van het instituut vastleggen, deze hiërarchie dient los gelaten te worden. Dan pas ontstaat er spirituele kracht vanuit ieders essentie, is er ruimte voor ieders uniekheid, ruimte om zijn unieke talent in de wereld zichtbaar te maken, ruimte om de spirituele verbondenheid te voelen. Vanuit diep geleefde spiritualiteit schaadt je niet, maar creëer je welzijn met elkaar voor elkaar. Een reflectie over spiritualiteit en de kiem van mens zijn.

Je kan vanuit 2 werelden naar mensen kijken, vanuit tekorten of vanuit de overvloeden die de mens rijk is. Ik neem je graag mee met een kijkje in de positieve wereld van de mens en haar mogelijkheden. De kiem die in ieder mens zit is schoonheid, harmonie & liefde, als we daar nu eens vanuit gaan. Spiritualiteit  is een kracht van onze geest van vertrouwen, je veilig voelen bij jezelf, verantwoordelijkheid nemen, veiligheid vanuit je zijn aan anderen geven, morele waarden, gedragen voelen in het universum, het scherpen van je intuïtie, weten op het juiste moment en in kracht en liefde durven te handelen wat veel verder uitstrekt dan direct zichtbaar is. Ik kan er nog een paar noemen, compassie, integriteit, oprechtheid. Het zijn heerlijke vrouwelijke eigenschappen en als vrouw ben ik dankbaar dat ik ze mag uitdragen en leven om mijn kinderen in hun eigen kracht en talent te laten ontwikkelen, maar ook anderen mee te inspireren. Maar zoals ook blijkt, mensen vreselijk mee te irriteren.  Als mens hebben wij allen deze spirituele kracht maar door macht, hiërarchie en institutionaliseren hiervan en willen bezitten onderdrukt zijn. Ik zal de macht & de kracht illustreren met een persoonlijk voorbeeld:

Sinds 6 jaar leef ik samen met “mijn” 3 kinderen gescheiden van hun vader. Van geboorte af aan zijn de kinderen grotendeels onder mijn hoede. Al die tijd en nog steeds heb ik de vader hoog gedragen en alle gelegenheid en ruimte geboden om samen met “zijn” kinderen te zijn. In 2011 besloot ik tezamen met de kinderen te verhuizen naar Eindhoven om de activiteiten van The STIR Academy verder helpen te brengen in haar ontwikkeling. Tegelijkertijd was ik het al langer niet eens met het onderwijs van mijn kinderen en op een van de scholen werd ook letterlijk gezegd, we maken de zijnsontwikkeling van je kind kapot. Tijd was rijp voor verandering. De vader van de kinderen was tegen de verhuizing. Na mediation bleef hij op zijn standpunt staan en weigerde mee te werken en daagde mij voor de rechter. Ik zelf had de keuze gemaakt te gaan, samen met de kinderen, ook zij wilden met mij mee. 1 van de kinderen twijfelde. Voor mij was mijn keuze een keuze voor voortzetting van mijn levenswerk, waarom ik hier ben op aarde, uiteraard ontstaan uit een lange historie.

Op de dag van verhuizing stond ik ‘ s ochtends voor de rechter. Als vrouw en moeder werd ik letterlijk met alles wat maar kon worden aangedragen behandelt als een stuk vuil en tot op de grond afgemaakt. De advocaat van de vader was een vrouw, de rechter een man. Ik had op dat moment geen inkomen wegens ontslag door recessie, moest mijn huis uit kon ik niet meer betalen en had geen uitkering. Na 3 dagen kwam de uitslag van de rechter: Ik mocht niet binnen 15 kilometer verhuizen buiten mijn oude woonplaats. Dwangsom van €500,00 per dag. Als de moeder dan zo nodig moest, diende er een bodemprocedure te worden gevoerd en diende de kinderen zolang bij de vader te wonen. De vader woonde inmiddels niet in de buurt, had al jaren een relatie, maar had om de procedure te winnen “even” een woning in de buurt van mijn oude woonplaats geregeld.

Inmiddels zaten mijn kinderen en ik in Eindhoven. Had zelf een huis geregeld, de overgang naar de nieuwe scholen, etc. Er volgde een heel intens proces, waarbij de angst van de ander zo zichtbaar was, maar waar ik me tegelijkertijd ook af vroeg, wat voor boodschap geeft hij af aan zijn kinderen? Het volledig willen vernietigen van de vrouw die zijn kinderen heeft gebaard en gevoed en die hem al die jaren hoog houdt in de onvoorwaardelijkheid naar zijn kinderen en zijn kinderen naar hem. Wat moest ik doen? Als ik dat proces rationeel zou benaderen zou ik het verliezen door de macht van het systeem en zouden de kinderen bij hem moeten gaan wonen. En dat wilden ze niet. Hier ontstond een proces waaruit ik vanuit mijn intuïtie handelde. Ik heb de kinderen gezegd hem dat zelf te vertellen, zelf verantwoordelijkheid te nemen, gesteund door mij, onvoorwaardelijk, welke keuze ze ook zouden maken, als het maar hun keuze was. Ik belde hem op en zei ik breng de kinderen bij je met een boodschap. In vertrouwen en overgave heb ik hier letterlijk alles los gelaten. Na drie dagen kreeg ik een telefoontje, de kinderen komen morgen terug en ik ga accoord dat ze bij je blijven in Eindhoven.

Wat ik er mee wil laten zien is dat de heiligheid van het bestaan en de spirituele kracht van en voor ons allemaal is, het is onze natuur en we kunnen en mogen het niet institutionaliseren, dat is het negeren van onze zijns kracht, de morele waarden, de ethiek en de kracht van ons duurzame bestaan.
Hoe kan men dit willen blijven onderdrukken, zo’ n schoonheid, heiligheid van het menselijk zijn, van het leven. Kijk vandaag eens in de spiegel, naar je naasten, je kinderen, je geliefde, durf je heel voorzichtig een van de schoonheden in hun te zien en cadeau terug te geven? Is die parel vast te leggen in een instituut? Is die te beheersen? Nee toch, die glorie, die heiligheid is de kern van spiritualiteit van en voor ons allen en met geen macht aan banden te leggen. Ontdek haar, leef haar, geniet en deel & leef met elkaar in liefde.

Nicolette Meeder, november 2012

Belasting is het probleem

De menselijke wereld zit verwikkeld in een gigantisch complex probleem. Dit probleem wordt vooral complex gemaakt door de manier waarop wij onze maatschappij hebben opgebouwd. Als wij in de toekomst enig welzijn willen blijven genieten zullen wij die organizatie volledig om moeten gooien. Daar staan een aantal zaken voor in de weg. Een van de belangrijkste zijn: de belastingen.

Nu wordt door de bevolking de belastingdruk vooral als last ervaren maar deze inkomsten houden wel de dominante overheid gaande die met dat geld een zorgmaatschappij draaiende houdt. De bevolking is ook erg gewend geraakt aan de zekerheden die de overheid met het belastinggeld biedt. Maar waar komt al dat geld vandaan?

Eigenlijk is alles wat wij met geld doen in de maatschappij direct of indirect belast. Zo is er op alles BTW. Dat is sinds enige tijd de grootste bron van inkomsten van de overheid. Deze bron is rechtstreeks gerelateerd aan de hoeveelheid consumptie in onze gemeenschap. Het is dan ook helemaal niet vreemd dat de overheid zich druk maakt over de “koopkracht” van ons allemaal. Kopen levert nu eenmaal veel middelen op.

Maar om ons in gelegenheid te stellen zoveel mogelijk koopprikkels te ontwikkelen is een goede infrastructuur nog voor de bevoorrading van de vele winkels die wij aan kunnen doen. Dat kost natuurlijk geld maar levert ook werkgelegenheid. Werkgelegenheid is ook belastbaar natuurlijk. Zo kennen wij de inkomstenbelasting en inhoudingen voor verschillende verzekeringen (pensioen, zorg). Ook hier is het logisch dat de overheid het belangrijk vindt dat mensen werken, betaald werken dus, want vrijwilligerswerk is misschien nuttig maar draagt niet meteen bij aan de staatskas en potjes voor sociale zekerheden. Dit is ook een hele grote inkomstenbron voor de overheid. Consumeren, verkopen en infrastructuur zijn dus belangrijk.

Dan is er ook nog de manier waarop wij werken, distribueren en inkopen. Auto’s, brandstof, parkeren, gebruik van de wegen, zijn allemaal belastbaar met accijns en directe belastingen. Alle bedrijven die daaraan meewerken dragen ook nog eens belasting af over de winst die men maakt.

Zo zien we dat de manier waarop onze maatschappij is opgebouwd ook structureel belast wordt. We zijn dus erg afhankelijk geworden van geld in de cultuur die is gecreerd in een consumptiegedreven organisatie. Het geldsysteem heeft veel voordelen opgeleverd. Zo leven we veel langer, voelen ons zekerder door alle potjes die ons omringen, hebben veel medische kennis opgebouwd, er is al lang geen oorlog meer, enz. Langer leven kost echter ook geld net als die gezondheidzorg en welzijn van ouderen.

Nu blijkt die organisatie ook te hebben geleid tot nogal wat problemen op gebied van vervuiling, klimaatveranderingen, volksmentaliteit en gezondheid. De druk om de omgeving op te schonen en aan nieuwe normen te gaan voldoen wordt groter. Boetes worden aangekondigd als men niet voldoet. De investeringen om er iets aan te doen zijn gigantisch en ondertussen blijkt ook dat ondanks alles de effecten niet echt optimaal zijn. Nederland speelt een hoofdrol in de wereld van distributie in Europa. Een belangrijk deel van de economie ontwikkelt zich om deze taak maar de consequenties zorgen ook voor veel problemen.

De som van alle maatschappelijke kosten groeit en daarbij de behoefte van de overheid om belastingen te innen om die kosten te dekken.

Ondertussen zijn er steeds meer signalen dat de maatschappelijke basis van een consumptiegedreven economie niet meer houdbaar zijn. De vele crisissen die we ervaren zijn te herleiden naar de misstanden en kraken die zijn ontstaan in het systeem. Met veel moeite probeert de overheid die barsten op te lossen met maatregelen en extra kapitaalinjecties. Toch zien we dat die maatregelen niet leiden tot rust maar meer lijken op uitstel van executie.

Transformatie
Als deze maatschappij dan op springen staat hoe lossen we dit op? Om te beginnen kunnen we de maatschappij niet veranderen door hetzelfde te blijven doen als voorheen. Het moet dus enorm anders. De consumptiestructuur moet doorbroken worden. Dat kann alleen maar door de bevolking zover te krijgen anders met zichzelf om te gaan. Maar dat kan niet zomaar. Als de centrale overheid en het bedrijfsleven iedereen blijven bestoken met koopprikkels uit economisch belang dan zal de intrinsieke motivatie ver te zoeken zijn. Belasting en winst blijven fundamentele drijfveren.

Als het gebied een nieuw hoger doel gaat hanteren, bijvoorbeeld van een consumptie naar een circulaire maatschappij waarin goederen niet van eigendom veranderen maar gebruikt en hergebruikt worden, dan verandert ook de onderliggende structuur van de gehele gemeenschap. Die transformatie kost ook veel geld en wordt niet opgebracht door de economie. Want deze wordt door het lokale circuit juist teruggebracht tot een essentie wegens de inzet van de lokale bevolking. Gebruiken is nu eenmaal anders dan hebben. De logica van de transformatie is erg groot maar omdat de nieuwe maatschappijvorm niet belastbaar is volgens de oude normen zet de centrale overheid de hakken in het zand. De gemeenschap wil zelfvoorzienend worden maar dat dient het landsbelang van geldgedreven belastingcultuur niet. Zelfvoorziening dekt misschien de lading van consumptie maar niet die van de zorglasten noch de herstructurering van de infrastructuur.

Deze paradox van noodzakelijke vernieuwing en de eigen overheid die GEEN verantwoordelijkheid neemt door tegenstrijdige belangen is vaak reden geweest voor burger opstand en zelf oorlog.

Zelfs als de overheid verantwoordelijkheid zou nemen dan is er nog het belang van de distributiebedrijven van consumptiegoederen die zouden claimen dan hun positie zou verzwakken en werkgelegenheid zou gaan kosten.

Waar een centrale overheid in een democratie in het zadel is geholpen door stemmen om stabiliteit te bevorderen en te bereiken kann de overheid eigen alleen maar nuttig zijn door zelf chaos te creeren waaruit vernieuwing kann ontstaan. Maar dat laat de bureaucratie niet toe. Kortom, de belastingen zijn een probleem en staan de vernieuwing in de weg. Ze veroorzaken dus ook de opbouwende druk in de maatschappij die uiteindelijk kan leiden tot een grote oproer. Ondanks de oproer, die vooral vraagt om terugkeer van zekerheden, zal uiteindelijk de overheid het beste eraan doen om de oproer te gebruiken om ruimte te scheppen voor echte verandering. Loslaten dus van verantwoordelijkheden en de belastingen waardoor er ruimte ontstaat voor vernieuwing vanuit de bevolking zelf. Door niet als overheid maar als bevolking verantwoordelijkheid te nemen verandert de context ook van geldafhankelijkheid naar persoonlijke inzet.

Consequentie is echter dat de politieke zuilen een einde bereiken omdat men niet meer voldoet aan de overheid opdracht. De belasting zijn dus het probleem. Een zelfbewuste overheid doekt zichzelf dus op door chaos te aanvaarden, belasting te verlagen en samen met de bevolking de vernieuwing aan te gaan. Sustainocratie biedt die mogelijkheid. Welke overheid durft het aan om los te laten en dit proces op deze manier aan te pakken?

Huidig onderwijs leert niets

De leerprestaties van jongeren zijn onder de maat vindt de inspectie en het ministerie van onderwijs van Nederland. Men plaatst de verantwoordelijkheid van het leren bij de jongeren via een leerplicht maar vergeet daarbij dat leren zich uitsluitend voltrekt vanuit een maatschappelijk context. Als er geen hoger maatschappelijk doel wordt gesteld dan zal er door niemand, jongeren noch ouderen, een leerdoel worden bereikt. Waarom leren? Wat is het nut? Welke innerlijke motivatie spreekt men aan om te leren? Jongeren hebben sinds 1900 in Nederland een leerplicht maar Nederland heeft vooral een onderwijs plicht. In de huidige scholen vormt “onderwijs” een doel op zich aangestuurd door het beleid uit Den Haag waarbij de scholen beperkte vrijheden hebben om zich te ontwikkelen volgens een eventueel eigen maatschappij beeld. Men is afhankelijk van de middelen die per leerling worden toegekend en dient via diploma uitreiking aan een normering te voldoen. Welk verband er ligt tussen maatschappij en normering is veelal ver te zoeken en de leerling is een middel om de school in stand te houden.

In dit huidige onderwijs leert men niets.

Om “het leren” te begrijpen grijp ik even naar een vergelijking die we ook gebruiken voor het bedrijfsleven en de maatschappij zelf, namelijk die van de individuele vrijheid en sturing.

Onderwijs is geen doel op zich maar functioneel binnen een maatschappelijke context

In onze democratie gaan wij uit van grote individuele vrijheid. Maar we gaan er ook van uit dat wij een maatschappij draaiende houden waarin een hoge graad van gemeenschappelijk welzijn wordt genoten. Dat betekent dus ook dat onze vrijheid niet vrijblijvend is maar bij zou moeten dragen aan de inhoudelijk invulling van de maatschappij. Wat die kaders zijn dient maatschappelijk duidelijk te zijn. Dat is het niet. In een geldgedreven consumptie maatschappij is geld en consumeren misschien een maatschappelijk kader waar omheen een economie draait maar opvoedkundig verwachten wij natuurlijk veel meer van een maatschappij. Denk daarbij aan ethiek, sociale cohesie en duurzame vooruitgang. Deze essentiële parameters zijn niet meer aanwezig en als zodanig ook niet te vinden in een onderwijscultuur.

Bij het ontbreken van een hoger maatschappelijk kader dat de hebzucht van een geldgedreven maatschappij overstijgt met ethische normen (zoals sustainocratie de democratie nuanceert met duurzame menselijke vooruitgang) vervalt het onderwijs tot een gefragmenteerde, doelloze overdracht van kennis. Als de leerprestaties van de jongeren dan onder de maat zijn dan duidt dat niet op de jongeren maar op de leeromgeving. De scholen, ouders en de overheid dienen dan vooral bij zichzelf te raden te gaan.

De jeugd is perfect in staat gebleken om van alles te leren binnen de mogelijkheden van hun open vrijheden en vanuit een intrinsieke, ongestuurde motivatie. Denk daarbij aan social media, elektronica en de vele prikkels die een consumptie gerichte maatschappij hen opdringt. Die prikkels raken het eigenbelang zoals Mitra zo mooi vertelt in zijn  toespraak over “The hole the wall”, een experiment in India waarin ongeletterde straatkinderen geconfronteerd werden met een gat in de muur en een computer. De natuurlijke nieuwsgierigheid, de open onderlinge communicatie en concurrentie, samen met de vele dingen die ze met het apparaat konden ontdekken leidde tot verrassende resultaten. Binnen 6 maanden beheersten honderden jongeren vele Engelstalige computerwoorden, wisten ze hoe het apparaat en de software werkte en konden ze aangeven welke verbeteringen erop toegepast konden worden. De onderlinge stimulans zorgde voor een zelflerend proces dat zijn weerga niet kent in de moderne onderwijswereld.

Onze huidige maatschappij is voor de meeste jongeren een gat in de muur waarmee men experimenteert zonder toezicht noch concreet doel. De stimulans die zij krijgen horen bij de normale opgroeiende, zoekende jeugd die is omringd door een cultuur van koopkracht (hebben). Binnen die cultuur spelen ouders de rol van financier en de overheid die van lastpost. Het zwarte gat van de maatschappij waarin de jongeren met hun ongenuanceerde vrijheden experimenteren en elkaar uitdagen tot uitersten vormt een schril contrast met het huidige onderwijs. Dit probeert normen en waarden op te leggen vanuit “verplichtingen” om zodoende enig overwicht te behouden op deze jeugd. Via de leerplicht worden de jongeren geacht om op een bepaalde tijd op school te zijn en na een aantal uren weer weg te gaan. Op de vraag waarom ze naar school gaan wordt geantwoord “omdat het moet”.

Het huidige onderwijs is vooral gefocust op het overdragen van rationele, cognitieve vaardigheden, zoals rekenen, taal en andere tastbaarheden. Naar mate de jongeren ouder worden wordt in het onderwijs van ze verwacht dat ze een vak leren. Wat de overheid vergeet is dat rationaliseren van informatie pas pakkend beklijft in de bewustwording van de jongeren als zij het verwerken middels emotionele en lichamelijke ervaringen. De hele dag in een schoolbank zitten is geen stimulans. Het uit het hoofd leren en automatiseren van de tafeltjes of het leren van de provincies en hoofdsteden van Nederland heeft pas blijvend invloed als het zich verbindt aan de belevingswereld van de jeugd.

Als de jeugd zich niet binnen een grotere maatschappelijke context weet te plaatsen richt zij haar eigen ontwikkeling op de vergelijking met leeftijdgenoten en niet die van een persoonlijke, volwassen toekomst en verantwoordelijkheid. Daarvoor is een referentiekader nodig met de volwassen werkelijkheid.  Onderwijzen gaat niet over het pure cognitieve leerproces maar de bewustwording van zichzelf in een maatschappelijke context. Dat vergt iets anders van het onderwijs dan het afvinken van aanwezigheid lijstjes en het plaatsen van gedragskruisjes bij elke afwijking van de algemene norm. Elk kind is anders, heeft een geheel eigen belevingswereld die positief kan worden beïnvloed door het kind te betrekken bij een hoger doel. Maar dan moet dat hoger doel wél bestaan.

Een kind, een puber of een jong volwassene kan uitstekend zelfstandig leren, uitgedaagd worden, allerlei informatiebronnen verwerken en uiteindelijk uiten in zeer diverse vormen van wijsheden die ontstaan. Alles bepalend is uiteindelijk de cultureel, maatschappelijke omgeving waarin het leerproces wordt gestimuleerd. Als de prikkels gaan over de laatste mode, meer geld hebben dan de ander, al dan niet verantwoordelijkheid nemen, angst of durven, wat heb ik en hoe zie ik er uit, dan zullen de jongeren die prikkels gebruiken in hun reactieproces. Reflectie gebeurd bij jongeren nog sterk op basis van het “eerst doen, daarna leren”, al experimenterend met het leven in de onbevangenheid van de beveiligde creativiteit. Onbevangen omdat zij zelf kunnen experimenteren en beveiligd omdat zij nog worden omringd door ouders en school die verantwoordelijkheid nemen voor de maatschappelijke inhoud en veiligheid in de ontwikkeling van de onschuld. Reflectie is essentieel maar dient plaats vinden binnen aanvaardbaar nut en kaders die de jongeren kunnen begrijpen.

Het huidige systeem van verplichten, straffen, examineren, normeren en reguleren toont uitsluitend de machteloze beperking van het onderwijssysteem als eenzijdig instrument dat haar verbinding is kwijtgeraakt met het grotere geheel. Natuurlijk passen de jongeren daar niet in omdat zij zelf een holistisch menselijk bestaan en ontwikkeling leiden die niet te minimaliseren valt.

Door onderwijs te ommuren en af te zonderen van de maatschappelijke context mist men de voorbeeldfunctie die de jongeren nodig hebben om  te reflecteren over de theoretische werkelijkheid die hen wordt verkocht als gedragsnorm. Vertrouwen, gelijkwaardigheid, respect, veiligheid, gezondheid, kennis zijn thema’s die genoemd worden in de boeken maar in de omgeving structureel worden verkwanseld. Het gezinsleven bestaat amper, jongeren groeien op van opvang tot opvang, binnen gescheiden ouder situaties, los van familiaire relaties en veelal met allerlei gedragsstempeltjes vanuit de overheid. De norm is utopisch beperkend en de afwijking wordt de norm. Het zijn niet de jongeren die niet voldoen maar hun verplichte leeromgeving waarin ze verplicht worden te doen waar ze geen enkel nut in zien.

Een hoger doel heeft te maken met gezondheid, welzijn, sociale cohesie, onderlinge relatie, zelfkennis en de kennis van de ander, veiligheid, samenwerking, visie, verantwoordelijkheid nemen, een maatschappelijke richting (duurzame menselijke vooruitgang) en alle daaraan gerelateerde kennisbehoeften. Er dient een verbintenis te zijn tussen de unieke persoon en de omgeving die zich samen ontwikkelen volgens een bepaalde natuurlijke, dynamische, evolutionaire code waar de jeugd haar eigenheid op creatieve manier in kwijt kan om de eigen toegevoegde waarde te ontdekken. In een jagersstam zien de jongeren de ouderen op jacht gaan en kijken er naar uit om een keer mee te mogen. Bij een timmerman zal de zoon of dochter geneigd zijn de hamer een keer te pakken en iets te knutselen. Maar als de ouders ’s morgens van huis gaan en ’s avonds thuis komen is er amper interactie en geen enkel volwassen voorbeeld. Ook in de wijken zijn er geen functionele prikkels die de jongeren aanzetten tot het nemen van verantwoordelijkheden.

Kortom, in een maatschappij zonder hoger doel zijn er geen emotionele prikkels die leiden tot een intrinsieke motivatie van de jongeren om iets te leren. Als de school daar ook nog eens negatieve prikkels tegenover zet door een bureaucratische, gefragmenteerde werkwijze, zonder verband tussen reflectieve cognitie en jeugdige emoties met een welhaast militaristische afrekening van aanwezigheid en gedrag, dan ontstaat er een generatie die meer leert op straat dan op school. En dat mag niet de bedoeling zijn.

We zijn toe aan een sustainocratische transformatie van het onderwijs door het weer een structurele, functioneel inhoudelijke pilaar van de maken van duurzame menselijke vooruitgang. Onderwijs is geen gefragmenteerd doel op zich maar stelt de mens centraal in haar duurzame ontwikkeling.

Het onderwijs is dienstbaar aan de menselijke vooruitgang