Geheimen van echte welvaart

De laatste tijd wordt ik met regelmaat geattendeerd op het boekje dat ik in 2009 publiceerde via Shaker Media: Geheimen van echte Welvaart. Het verhaal introduceert de verhouding tussen de morele en materiële complexiteit, het zijn en het doen, en het evenwicht op basis van gelijkwaardigheid (maar niet hetzelfde) van man en vrouw. Hieruit is eindelijk Sustainocratie in 2012 is ontstaan. Het boekje blijft tijdloos relevant en zeker het lezen waard omdat het tracht de complexiteit terug te brengen tot een eenvoudige uitleg. Het is voor een klein bedrag (destijds relevant en het bedrag is niet voor mij maar voor de uitgever) te downloaden via Shaker…….

978-90-489-0023-7_Cover_B

 

Het nieuwe rekenen

In de huidige maatschappij overheerst het denken in economische parameters. De maatschappij is een soort zwarte doos waar je geld in stopt en er komt geld uit. Zolang er meer geld uitkomt dan erin gestopt wordt lijkt iedereen tevreden. Binnen in die doos zien we allerlei radartjes die bezig zijn met geldschepping. Geld is een illusie die je kunt uitvergroten door ermee te goochelen. Als het maken en verkopen van een product “2€” kost en de verkoopprijs “6€” bedraagt dan is er ineens 4€ aan geldwaarde geschapen. Winst noemt men dat. Die 4€ vertegenwoordigt een illusie want het product van 2€ en 6€ is exact hetzelfde. Er tussenin zit een emotionele waarde van de consument die het product heeft gekocht. De 4€ winst zijn dus niets anders dan een emotie, een illusie van waarde die men wil hebben en er een geldprijs voor over heeft.  Met emoties kun je spelen en dat doet de huidige maatschappij dan ook. Als ik een huis wil hebben dan kan ik het kopen of huren. In beide gevallen moet ik een prijs betalen die overeenkomt met de emotie van het beschikbaar krijgen van de woonruimte. Dat heeft veelal helemaal niets te maken met de kostprijs van die woonruimte. Zo werkt het spel van de zwarte doos, geld erin, meer geld eruit. Groei-economie noemen we dat.

Maar het geld dat de consument nodig heeft om iets te kopen en daarmee het geldscheppingsproces mogelijk maakt moet ook ergens vandaan komen. Meestal komt dat uit arbeid, een werkproces dat gekoppeld is aan het creëren van de producten. Als ik dus arbeider ben in het proces dat een product van 2€ op de markt zet en dat ik als consument voor 6€ koop dan zit er een belangrijk gat tussen wat ik als arbeider kan verdienen en wat ik als consument kan kopen. Dat gat wordt opgevuld door diefstal, erfenissen of schulden. Schulden zijn een beslag op inkomsten in de toekomst die onmogelijk te voldoen is als de verhouding tussen mijn productiviteit en  consumptie zover uit elkaar ligt. Met automatisering van productiviteit heb ik daarbij steeds minder kans op arbeid. Met de concurrentie op grondstoffen en de groei van de wereldbevolking zal wat ik wens te consumeren steeds duurder worden. De rekensom van geldschepping en de zwarte doos werkt nog steeds maar ikzelf als mens, arbeider en consument ga onderuit. Een erfenis helpt en anders moeten we diefstal plegen op onze wereldwijde omgeving (lees lagelonenlanden, klimaatverandering, grondstofoorlogen, bodemverschraling, enz) om onszelf toch in stand te houden. De manier van rekenen werkt dus alleen voor de economist maar niet voor de burger noch mens.

De nieuwe manier van rekenen

De maatschappij is nog steeds een zwarte doos maar in plaats van geld stoppen we er menselijke betrokkenheid in en er komt wederkerigheid uit. Betrokkenheid vertaalt zich in energie en talent van de mensen in de maatschappij en wederkerigheid is de verdeelsleutel van wat men door de betrokkenheid weet te realiseren in de vorm van productiviteit. Binnen die zwarte doos willen we nog steeds toegang tot producten en stoppen er nog steeds arbeid in door onze betrokkenheid. We verdelen echter de producten die zo gecreëerd worden onderling vanuit wederkerigheid en als er iets over is dan kunnen we het met anderen ruilen of verkopen die er behoefte aan hebben en ook dat weer onderling verdelen. Het creatieve vermogen van de mens is ongekend en zeker als de mens die vermogens vanuit samenwerking bundelt. Er ontstaat een zwarte doos van overvloed, zonder schulden en waarin de mens als arbeider en consument optimaal rendeert door cocreatie en samenwerking. Zo’n maatschappij noemen we een Sustainocratie.

Gemeentelijke Duurzaamheid Index

We zijn als maatschappij vooral in de ban geraakt van economische indexen. Ons besteedbare vermogen, het huishoudboekje, ons salaris, de hoogte van de uitkering, koopkracht, beurskoersen, winst, enz vertroebelen onze kijk op de wereld. Die indexen zijn zo sturend geworden dan we vaak vergeten dat economie geen doel op zich is maar hooguit een middel. Het doel van elk levend organisme (zoals de mens) is een duurzaam en evolutionair voortbestaan van zichzelf als soort en wat daaruit ontstaat. Het gaat dan niet alleen om het welzijn zelf maar ook de manier waarop we er zelfbewust aan bijdragen. Steeds vaker worden mensen, bestuurders en instanties zich ervan bewust dat we ons te afhankelijk hebben gemaakt van economische prikkels en belangen waardoor we de consequenties voor ons echte voortbestaan uit het oog zijn verloren, sterker nog, we zijn er niet eens meer integraal bij betrokken…. totdat we ermee worden geconfronteerd. Maar dan is het te laat.

13690814_1197679613617529_7404227188029195870_n
De manier van kijken naar onze werkelijk geeft verrassend nieuwe inzichten

Daarom zien we dat steeds meer mensen en instanties afstand doen van economie als maatstaf. In de Stad van Morgen hanteren wij de 5 kernwaarden van Sustainocratie als maatstaf voor onze eigen definitie van duurzame menselijke vooruitgang. We kunnen daar met gemak een index van maken. Dat levert echter redelijk frustrerende resultaten op omdat in de wereld van verstedelijking die kernwaarden juist nooit echt een rol hebben gespeeld en derhalve op alle fronten een dikke onvoldoende scoren. Dat in schril contrast met de economische cijfers van een stad die vooral zijn gebaseerd op de waardering in geld van vastgoedtekorten, arbeid en goederenstromen. Men kijkt dan naar een groei-economie terwijl veelal de rekeningen, in de vorm van maatschappelijke lasten, vervuiling, criminaliteit en risico’s, via schulden, belastingen, kostenbesparingen en regelgeving gemanaged wordt zonder de echte oorsprong van de problemen onder ogen te zien. Men wil gewoon meer economische groei omdat er macht aan wordt ontleend maar er geen enkele betere of harmonieus duurzame wereld uit voortkomt.

Binnen de contouren van Sustainocratie blijken de steden daarom dodelijk kwetsbaar en die kwetsbaarheid wordt vooral veroorzaakt door focus op (groei)economie in plaats van het nastreven van echte kernwaarden. Een mooi initiatief dat zich tussen de twee werelden plaatst is de Gemeentelijke Duurzaamheid Index (GDI). De definitie die men hanteert voor duurzame vooruitgang is gebaseerd op de Brundtland definitie van de VN uit 1987 maar men geeft er wel een geheel eigen wending aan. Die wending maakt het waardevol omdat men economie nuanceert tussen mens en milieu. De PPP (people, planet, profit) beweging zien we erin terug maar wel met “profit” als middel en niet als doel zoals velen het nog steeds zien. In de Stad van Morgen vertalen we het Engelse “profit” niet in geldwinst maar maatschappelijke en ecologische meerwaarde. De GDI baseert zich op publiekelijk beschikbare gegevens en waardeert deze langs een as van 0 tot 10. Door allerlei parameters in te delen in de PPP kaart ontstaat een scoreplaatje van de betreffende gemeente. Zo kan iedereen meekijken naar het beleid en de effectiviteit ervan op gebied van de GDI definitie van duurzaamheid. Ook de landelijke ontwikkeling vertonen een beeld dat zeker de moeite waard is om naar te kijken en als betrokken maatschappelijke groepen eens wat mee te doen.

Eindhoven scoort volgens GDI een onvoldoende: 4, iets slechter dan gemiddeld Nederland (4,3)

eindhoven-2016
Eindhoven GDI

Het burger stadsdebat van eind oktober heeft aangetoond dat Eindhovens burgerschap haar bestuur verwijt om met veel te weinig ambitie bezig te zijn. Ook de enorme tendens van sociaal ondernemen dat een vlucht neemt in het gebied wordt onvoldoende erkend of gefaciliteerd. Men laat zich nog teveel beïnvloeden door conservatieve, vaak twijfelachtige economische lobby’s in plaats van  het nastreven van kernwaarden en duurzaam vooruitstrevende indicatoren. Als we naar de GDI kijken dan zijn het vooral de kleinere gemeenschappen die goed scoren terwijl de grotere steden, het Noorden en absolute Zuiden van Nederland veel te wensen over laten. Provinciaal zien we Noord en Zuid Holland, Utrecht, Zeeland, Groningen en Limburg als slechtst scorende gebieden. Al met al pleit dit niet voor verstedelijking en als we dan toch steden wensen dan moet het beleid drastisch veranderen.

landelijk-plaatje-gdi

Geluk toepassen

De eerste samenwerking tussen Stichting Duurzaam Eindhoven en Stad van Morgen (STIR leercoöperatie) heeft een vruchtbare middag opgeleverd. Voor de Tegenlicht uitzending en het debat op zondag 15 mei over “geluk” waren zo’n 200 deelnemers aanwezig.

Geluk is een begrip dat we tijdens de STIR avondcolleges behandeld hadden als bron van inspiratie. Ook tijdens het AiREAS POP onderzoek over de relatie tussen stress een gezondheid kwam het thema voorbij. Er bestaat in de Stad van Morgen dus veel kennis en deskundigheid in de theorie maar ook de praktische uitvoering van geluk. Het is dan ook belangrijk dat momenten van inspiratie doorgepakt worden in het training en coaching aanbod van onze STIR Academy zowel voor de individu als voor het bedrijfsleven en overheid. Het feit dat ruim 90% van de werknemers in Nederland zich ongelukkig voelt in hun werk is een teken van ongerustheid. Ongelukkige mensen zijn minder productief, sneller ziek en stralen hun ongenoegen uit naar de omgeving. Het is zowel voor het welzijn, de gezondheid en de productiviteit van Nederland belangrijk dat we investeren in geluk.

Samen met Duurzaam Brabant begint de STIR Academy van de Stad van Morgen een geluksprogramma. Mocht u vrijblijvend belangstelling hebben in het programma of suggesties wilt leveren dan kunt u hier uw gegevens achter laten en nemen wij contact met u op.

 

Bij een nieuwe maatschappijvorm horen andere instrumenten

Van arbeid naar participatie
De omschakeling van een arbeid naar participatie maatschappij verlangt tevens dat de bestuurlijke instrumenten die we hanteren zich aanpassen. Gesalarieerde arbeid was bijvoorbeeld een uitstekende basis voor een reguleerbare, controleerbare en belastbare ambtelijke financiële wereld binnen een gesalarieerde en contractuele arbeidscultuur. Ongeveer een derde van de Haagse schatkist is ervan afhankelijk. Het vangnet instrument van sociale uitkeringen, die de financiële overbrugging van een arbeidscontract naar een ander dient te faciliteren als ertussen een periode van werkloosheid zit, heeft prima werk verricht. Maar het systeem is vooral geschikt als er voor de hele maatschappij voldoende contractuele werkgelegenheid is en werkloosheid een uitzondering, niet de regel. Zo niet dan wordt het voor de bestuurders een enorme kostenpost die zowel bureaucratisch als belastingtechnisch de pan uitgroeit. Voor de deelnemers aan de vangnetprogramma’s wordt het een frustrerend knellend dwangbuis van oude regels die allerlei nieuwe sociaal innovatieve opties in de weg staan en het menselijke creatieve reactievermogen teniet doet met alle gevolgen van dien.

Van democratie naar Sustainocratie
De “participatie maatschappij” kan vanuit vele gezichtspunten worden uitgelegd. De mens als burger participeert namelijk altijd. De context van participatie is echter belangrijk. Doet men mee als bezoldigd deelnemer of deelneemster aan arbeidsprocessen? Of als vrijwilliger die onbezoldigd iets bijdraagt? Of door maandelijks verplicht op een uitkering te wachten om dan weer een lading postzegels te kunnen kopen voor de nieuwe ronde verplicht CV’s versturing?

Of doet men mee als pionier door te werken aan een maatschappelijke transitie naar iets nieuws?

De participatie maatschappij in de context is van de Stad van Morgen geeft betekenis aan een evolutionair nieuw maatschappijmodel dat resoneert met menselijke kernwaarden in plaats van geld en belastingen. De maatschappelijke belasting is inzet en talent, niet geld of schuld. Er ontstaat een samenwerking tussen de belangrijke pilaren van de mens aangestuurd door de mens, niet het systeem. Deze pilaren die samenwerken met dit evolutionair burgerschap zijn de overheid, het innovatieve ondernemerschap en onderwijs. Het is nieuwe wereld van waardecreatie en de onderlinge verdeling ervan.Het blijkt een geheel andere maatschappij waarin men participeert dan de oude. Er ontstaat een spanningsveld tussen twee werelden.

De deelnemende werknemers en bestuurders van participerende instellingen zijn bezoldigd in een beloningsstructuur. Ze krijgen van hun instelling de ruimte om (experimenteel) mee te kunnen doen aan de vernieuwingsprocessen en waardecreatie. Daarmee zit men in twee werelden.

Voor de participerende burgers ligt dat anders. Die zijn niet bezoldigd. We doen mee vanuit wederkerig eigenbelang, uitgedrukt in geld en-of waarde. Men heeft de vrijheid om mee te doen omdat men in de oude maatschappijvorm geen enkele kans meer heeft om zichzelf nuttig te maken. De sturing van geld is geblokkeerd en het vangnet is ontoereikend of de bijbehorende druk onmenselijk. Men zoekt een nieuwe weg door zich te laten sturen door iets anders, een bezieling waar wél mogelijkheden in te vinden zijn. Zich laten sturen door menselijke kernwaarden kan dan vanuit de mens maar ook vanuit het institutionele systeem. Hoe vinden we een juiste balans zonder dat de vernieuwing geschaad wordt terwijl de pioniers zowel institutioneel als persoonlijk daarin zich kunnen ontwikkelen? Dat doen we door instrumenten aan te passen.

Nieuwe of aangepaste instrumenten
We kunnen stellig een aantal aannames nu hard maken:

  • Door de nieuwe psycho-sociale bewustwording vindt een enorme gedrag en keuze omslag plaats op zowel bestuurlijk institutioneel niveau als bij de burgers.
  • Deze omslag resulteert in een nieuwe sociaal innovatieve benadering rondom de invulling van de daadwerkelijke kernwaarden van ons menselijk bestaan. De toepassing van wetenschap en technologie in deze aangepaste maatschappelijke context zorgt voor geheel nieuwe pionierswereld en bijbehorende emerging market impuls.
Dood of leven
De échte participatie maatschappij is een evolutie, geen revolutie, met een nieuwe economische cyclus mits deze kan doorbreken.
  • Deze opkomende markten en innovaties verlangen een andere samenstelling van de sociaal economische werkelijkheid, de beloning en bestuurlijke betrokkenheid.
  • Deze opkomende markten hebben ook de inzet van mensen nodig dat veel verder gaat dan vrijwilligerswerk. Er is een geheel nieuw leerproces bij van toepassing voordat deze ontwikkeling ook gaat behoren tot de economische handelswereld. De inzet is voorhanden maar vooralsnog geblokkeerd.

De oude vangnetinstrumenten kunnen omgezet worden als brug voor de maatschappelijke transitie tussen werkelijkheden, inclusief aanpassing van het bestuur en het instrumentarium, in plaats van persoonlijke transitie tussen arbeidcontracten.

Enkele oplossingen

Multidisciplinaire cocreatie
Het aanvaarden van Sustainocratie als beter sturingsinstrument dan de gangbare geldafhankelijke democratie is niet altijd even gemakkelijk. Maar sturing vanuit een kernwaarde zoals “gezondheid” is moeilijk te negeren door de belangenpartijen als we vervuiling zien die de mens beschadigt. Bestuurders zijn ook mensen en vaak voldoende opgeleid en op leeftijd dat het psychosociale bewustzijn ook hen heeft geroerd. Maar de gangbare overheersende geldafhankelijke democratie heeft argumenten van buiten nodig om te komen tot nieuw structuren. Samenwerking vanuit deze nieuwe kernwaarden levert zowel de vooruitgang op als de argumentatie voor een geweldloze transitie en aanpassing tussen systeeminstrumenten.

Participatie Fonds
Samen met het regio bestuur van een gebied creëren we een Participatie Fonds. We definiëren `participatie´ dan vanuit het sustainocratische gedachtegoed van menselijke kernwaarden. Dit fonds is gericht op de inzet en het ontwikkelen van talent in de nieuwe, zich ontpoppende bewustwording en innovaties. Vanuit dit fonds trekken we geschikte én beschikbare mensen. Bijvoorbeeld mensen die nu in de Bijstand zitten. De Bijstand wordt door hetzelfde bestuur gemanaged. Het vangnet blijft voor de deelnemers hetzelfde qua maandelijkse steun maar de omringende afspraken zijn geheel anders. Men wordt meegenomen in unieke processen waar men een nieuwe professionele identiteit mee op kan bouwen. De zogenaamde emerging markets, binnen de kaders van de maatschappelijk transitie op gebied van structurele verduurzaming, worden gaandeweg opgebouwd en geconsolideerd in de opkomende economie waardoor de deelnemers op termijn uit het Participatie Fonds verdwijnen en opgenomen worden in de reguliere bezoldigde of ondernemende maatschappij.

Het opzetten van een Participatie Fonds is niet zo moeilijk als we overeenstemming krijgen over de onderbouwing. Uiteindelijk hevelen we mensen én middelen over uit de Bijstand naar het Participatie Fonds. Het geld blijft hetzelfde alleen de omringende factoren niet. De enige weerstand die we ontmoeten is van bestuurders die tijdelijk belang hechten aan hun Bijstand dossier en de bijbehorende wetgeving in plaats van het scheppen van de (experimentele) ruimte scheppen voor de vernieuwende fondsvorming en uitvoering.

Het Participatie Fonds kan zich daarbij ontwikkelen tot een regionaal multidisciplinair Innovatie Fonds als eenmaal ook die dynamiek aanvaard wordt door ondernemerschap als vaststaande aanpak van permanente, waarden-gedreven innovatie. Daar participeren straks ook de pensioenfondsen in, ondernemers via Royalty’s, Europees geld voor regionale verbinding, enz. Men aanvaardt verandering als constante zonder groeiprocessen te schaden zolang die niet schadelijk zijn.

Nieuwe waarde-eenheid
Het huidige geldsysteem zit verweven in een dynamiek die nog stamt uit het industriële tijdperk. Daarom wordt een schroefjes aandraaiende arbeider wel beloond en een zorgzame alleenstaande moeder met kleine kinderen niet. Binnen de context van “waarden” is de een actief in het geldsysteem en de ander binnen de natuurlijke menselijke kernwaarden. Het begrip “waarde” is toe aan herziening, net als het bijbehorende waardecreatieproces en beloningssysteem. Veel mensen houden zich bezig met uiterst professioneel vrijwilligerswerk omdat er geen beloningsstructuur aan is verbonden. Of omdat geldbeloning eenzijdig is gestructureerd.

Het huidige geld is veelal gebaseerd op een transactiemodel, de uitwisseling van producten of diensten waarbij ook geld als dienst wordt neergezet, altijd als schuld niet als middel. Producten noch diensten zijn het onderpand, tenzij het om vastgoed gaat, maar je arbeidsvermogen in de oude gesalarieerde werkelijkheid wél. In een arbeidsrelatie krijg je een salaris als beloning. Je kunt dan een schuld aangaan ten opzichte van toekomstige beloningen, mits deze contractueel gegarandeerd zijn. In de nieuwe participatie maatschappij gaat het echter om waardecreatie. Bij creatie van de waarde bestaat deze waarde dus nog niet  want anders zou je het kunnen kopen. Zo ontstaat door de participatie in plaats van handel.  Het is daarom een ander soort economie, de Transformatie Economie. Een waardecreatie proces kost moeite, talent, inzet en verwacht een resultaat. Dat resultaat is een winst die niet altijd economisch is zoals in het geldsysteem maar een echte tastbare waarde vertegenwoordigt in maatschappelijke, menselijke of milieu begrippen. In de Sustainocratie van de Stad van Morgen hanteren we zelfs het 4 x winst principe. 3 x winst in waardecreatie en 1 x winst in het economische handelsverkeer of de kostenbesparing als de waarde eenmaal bestaat. De waarden die gecreëerd worden zijn dan niet meteen uit te drukken in geld maar wel in verdeelbare belangen. Een waarde-eenheid die we aan waardecreatie koppelen kan dan gepositioneerd worden als verdeelsleutel in plaats van handelsmunt. Een voorbeeld.

Denk even aan voedselproductie. Het bewerken en bemesten van de grond, het zaaien en verzorgen van het voedsel en de groei ervan heeft gewoon tijd nodig voordat de waardecreatie in de vorm van voeding kan worden geoogst en verdeeld. Men kan de gerelateerde arbeid economiseren en verrekenen met de toekomstige afzet van het voedsel in de handelsdynamiek. Men kan ook de arbeid waarderen als inzet en vervolgens een verdeelsleutel toepassen wanneer het voedsel beschikbaar is.

Hetzelfde geldt voor de Piramide Stad. Door er samen aan te bouwen met een overvloed aan woningen kan de deelnemer een woning krijgen door inzet en deelnemen aan het bouwproces en verdeling van de overvloed van verkoopbare extra woningen.

Stad van Morgen heeft de filosofie al vaker uitgedragen middels de AiREAS, de Gunst en andere initiatieven. Als instanties niet meedoen vanuit overtuiging dan komt het niet van de grond. Kortom, het blijft belangrijk dat er over waarde en waardeverdeling consensus komt die buiten de macht van banken, verzekeringen en centrale overheden vallen.

Van gezondheid-zorg naar zorg voor gezondheid
Dit is ook zo´n enorme omslag waarin bewustwording en transitie van ons instrumentarium tot spanningen maar ook enorme kansen leidt. Gezondheid-zorg is reactief. We tolereren vervuiling en een levensstijl die ongezondheid bevorderd en zetten er een kostbaar systeem tegenover die de problemen dient op te lossen als ze zich voordoen.  Met het gevolgd dat de mens en haar omgeving zodanig is aangetast dat we het met geld niet meer op kunnen lossen en we het risico lopen als biologische soort te verdwijnen of hele zware schade op te doen waardoor al ons welzijn verdwijnt.

Zorgen voor gezondheid is een proactief vernieuwende en innovatieve aanpak waarbij wij als mens en maatschappij ons het vooralsnog abstracte begrip van gezondheid moeten leren eigen maken en vormgeven ten behoeve van onze evolutie en overlevingsmechanisme vanuit bewustwording.

Conclusie
Als onze oude instrumenten niet meer de gewenste resultaten opleveren dan moeten we bereid zijn ze aan te passen. Dat gaat niet meteen maar stap voor stap door twee systemen, oud en nieuw, naast elkaar te aanvaarden en de transitie zich organisch te laten voltrekken door zelfbewust keuzes te maken. De belangrijkste transitie van het instrumentarium is de bestuurlijke. Deze is georiënteerd rond oude politiek economische belangen die de vernieuwende transitie volledig in de weg staan door conservatieve krachten. Het aanvaarden van een nieuwe, om te beginnen externe sturing, kunnen nieuwe politieke en economische belangen ontstaan waaraan men governance gaat relateren en het proces gaandeweg overneemt. Behoud en verandering gaan alleen samen als ze elkaar aanvaarden als belangrijke bouwstenen die met elkaar in balans dienen te zijn. De motivatie van behoud en die van verandering levert een permanent en noodzakelijk spanningsveld op dat als ecosysteem zorgt voor elkaar. Stad van Morgen staat aan de kant van waarden-gedreven verandering en helpt het bestuurlijke zich te vernieuwen door instrumentverandering en transities te onderbouwen voor bestuurlijk behoudontwikkeling van waarden die er toe doen.

Kiezen tussen leven en dood

Het STIR avondcollege van 17 februari ging over fundamentele keuzes maken. De mens karakteriseert zich door haar creativiteit en zelfbewust intelligentie. Daardoor zijn we geworden wat we zijn, een levende soort die zich omringt met spullen die ons welzijn aan aanzien verschaffen. We zijn in feite een soort wonder van de natuur omdat in dat creatievermogen wij niet worden overtroffen door andere soorten. Daarom willen wij ook wel geloven dat we geen natuurlijke evolutie zijn maar dat er ergens een hogere macht ons deze krachten heeft gegeven.

Tegelijkertijd zijn we tegenwoordig ook erkend als de 6e oorzaak van massavernietiging van leven, inclusief onszelf, sinds het ontstaan van de Aarde. Dit tijdperk van vervuiling, misbruik van grondstoffen en onze natuurlijke bronnen, de concurrentieoorlogen en manipulatie rond geldgedreven belangen, deze algehele vernietiging van leven door de mens, heeft een eigen naam: het Anthropocene.

Dood of leven 0

Alles verwijst naar het industriële tijdperk dat sinds het introduceren van de stoommachine ons in staat heeft gesteld massaal gebruiksartikelen te gaan produceren. Die artikelen hebben grondstoffen nodig die vaak voortkomen van levende soorten (planten en dieren) die we daarvoor dood moeten maken. Doordat de beloningsstructuur van arbeid in de fabrieken niet in natura maar met geld werd afgehandeld ontstond een geldgedreven cultuur van economische groei enerzijds en economische afhankelijkheid anderzijds. Binnen die economie werd consumeren van dode producten een belangrijke drijfveer maar ontwikkelde ons bewustzijn en creatievermogen zich niet meer om balans te houden met onze natuurlijke omgeving.

Het industriële tijdperk ontwikkelde sterk vanuit bijvoorbeeld de textiel industrie met groot gebruik van katoen, een natuurlijke grondstof. De enorme toename van behoefte aan katoen en de verwerking ervan ging gepaard met een gigantische toename van landschapsvernietiging en vervuiling.

Een ander voorbeeld is de vleesindustrie die ons in onze voedselbehoefte voorziet. Nederland is een van de grootste vleesproducten ter wereld en heeft er een intensieve industriële productie van gemaakt. Voer voor de beesten komt veelal uit Zuid Amerika waar belangrijke bosgebieden worden gekapt om plaats te maken voor veevoer productie. De massaproductiviteit en consumistische levensstijl, zonder algemeen bewustzijn over de consequentie, heeft ons een gevoel van rijkdom gegeven ten kosten van het leven op Aarde. Dit gebrek aan bewustzijn zien we ook terug in de voedselverspilling.

Als we de economische pieken aanschouwen die we sinds dit industriële tijdperk hebben meegemaakt dan constateren we dat de pieken vooral werden veroorzaakt door nieuwe vormen van mobiliteit die de handelsbelangen in bereik deden groeien. Globaliseren was het gevolg. Gecombineerd met een enorme groei van de wereldbevolking werd de geldgedreven economie rond handel in dode spullen de oorzaak van onze massavernietiging. Verstedelijking is slechts een afspiegeling van deze drang naar consumptie van de dood. Steden zijn bolwerken van cement, asfalt en glas met een beeld van overvloed in winkels en supermarkten zonder de zelfvernietiging zichtbaar te maken. Wat de mens niet ziet of voelt hoort niet tot onze werkelijkheid waardoor we geestesdood raken zoals het cement dat ons omringt.

Dood of leven

Maar de introductie van internet en persoonlijke computersystemen hebben ons massaal toegang gegeven tot kennis. De vele verstoringen van de wereld, die zich uiten via massale migraties van vluchtelingen, grondstofschandalen, uitingen van financiële hebzucht en macht, enz. bereiken het collectieve bewustzijn. Gaandeweg bouwt de massavernietiging zich verder op maar ook een nieuw psychosociaal bewustzijn.

De onterechte kapitaalinjecties na de kredietcrisis heeft de wereldwijde cyclus van de dood gerekt en de massale omslag afgehouden. Bijbehorende positieve consequentie was dat initiatieven zoals Sustainocratie (niveau 4 gebiedsontwikkeling) zich in argumentatie en bewijsvoering verder konden verstevigen. Hoe robuuster het antwoord op het stimuleren en heractiveren van ons creatieve zelfbewustzijn en vermogen tot een evolutionaire aanpak des te sneller de ommekeer wereldwijd tot stand komt, zonder de bijbehorende traditionele tussenfase van wereldoorlogen of volkerenmoord.

Dood of leven 2

In de Stad van Morgen hebben we de evolutionaire keuze dus al gemaakt en focussen met succes of de winst van kernwaarden van het leven zelf die we niet kunnen kopen maar wel creëren en onderling verdelen in echte en veilige overvloed. Tijdens het tweede deel van de avondinspiratie maken we een lijstje van de multidisciplinaire co-creatieprojecten waar we mee bezig zijn:

  • AiREAS – gezonde stad Eindhoven, Breda en Helmond
  • AiREAS – gezonde airport – airport dicht 2 weken
  • AiREAS Turkije via Erasmus+ en BdT
    • Ankara – kindvriendelijke stad
    • Soma – luchtvervuiling van deze mijnstad
    • Izmir – gezonde havenstad
  • FRE2SH Turkije
    • Malatya – voedsel en energie
  • SAFE Turkije
    • Grensgebied met Syrië vrij maken van landmijnen
  • FRE2SH Eindhoven – Son en Breugel/Gemert
    • Consumptie / Productie – Aristo
    • Gemert kruidengebied
  • STIR
    • Sustainocratische ontwikkelingen Interreg V (Aken, Leuven, Genk, Luik, Maastricht)
    • India Sustainocratie
    • China LOI
    • Health Deal Brabant
    • Groen/blauwe ruit Eindhoven – Helmond
    • 23 Mei – Regionaal bezoek Europa Smart City
    • Brainport participatief leren
    • Sustainocraten opleiding
    • Erasmus+ Spanje
  • FRE2SH Deventer – regionale samenredzaamheid en resilience
  • FRE2SH Houten – regionale samenredzaamheid en productiviteit
  • FRE2SH Eindhoven – transformatie wijken
    • Energie coöperatie

Twee gebeurtenissen in 2015 hebben ons geconsolideerd in de wereld van zelfbewuste evolutie:

  1. De formele erkenning van Sustainocratisch AiREAS als peer 4 gebiedsontwikkeling zoals door het Presencing Institute beschreven als co-creatief ecosysteem.
  2. Het VINCI innovatie award dat aantoont dat waardecreatie ook economische waarde heeft. AiREAS fase 1 heeft aangetoond dat elke geïnvesteerde euro een return geeft van vele malen die euro. Maar omdat AiREAS belang hecht aan gezonde verstedelijking en niet aan het geld wordt het geld een middel voor verdere ontwikkelingen.  Het loslaten van geld als doel en aanvaarden van kernwaarden als creatieve richtlijn en verdeelsleutel is wellicht de moeilijkste keuze voor mensen en instantie. Toch is het één met de keuze tussen leven en dood.

Uiteindelijk vatten we de aanpak van de STIR en aanverwante cocreatie tafels en coöperatieve verenigingen samen in 4 stappen, te beginnen met de waardengedreven keuze.

Dood of leven 3

Zo eren wij de uitspraak van Socrates: “Je kunt je leven lang vechten tegen het systeem of al je energie steken in het creëren van iets nieuws”. Wij steken onze energie in de creatie van iets nieuws en laten ons prikkelen door ons zelfbewustzijn en het drama van zelfvernietiging dat we ombuigen tot de kracht en pracht van het leven.

17 februari avondinspiratie kiezen tussen leven en dood

Kiezen tussen leven en dood

Dit klinkt dramatisch maar in essentie is het waar het in de huidige wereldorde om gaat. Wij hebben een wereldeconomie gecreëerd dat handelt in dode dingen waar we allemaal veel waarde aan hechten. Wij mensen kleden ons met dode materialen, eten gedood voedsel, wonen in dode stenen huizen en maken levende dingen dood om er de vele producten van te maken waar wij ons mee omringen. Er wordt aangedrongen op een groei-economie omdat we al die dode dingen een economische waarde hebben gegeven en er een sport van maken om de waarde zoveel mogelijk te optimaliseren door ermee te handelen. Een groei economie heeft derhalve behoefte aan veel meer dode dingen en speculeert ermee door een psychologisch gevoel van tekort te veroorzaken in de menselijke mentaliteit van hebzucht.

AiREAS India
De complexe dualiteit van de mens geeft ons een keuze

Door deze focus op dode dingen is onze aandacht verdwenen over de essentie van alles, het leven. Niet voor niets worden wij mensen nu gezien als 6e oorzaak van massavernietiging van het leven op Aarde sinds het ontstaan van onze planeet. Dit intense drama speelt zich onder ons af en is zichtbaar door de vele vluchtelingen, armoede en vervuiling in de wereld. Wij hechten zoveel waarde aan deze economie van de dood dat we het leven erbij laten. Maar de mens heeft een keuze. Kiezen wij voor het leven? Of de dood? Welke rol speelt Eindhoven of Nederland in deze? Welke beweging ontstaat er in de wereld? Wat doet de Stad van Morgen?

Inspirator: Jean-Paul Close

Locatie: Fontys Hogeschool te Eindhoven, Rachelmolen 1, lokaal 0.13

Tijd: van 19:00 tot 21:30

Kosten: 5 euro koffie bijdrage of 1 AiREAS muntje

Voor wie? Voor iedereen

Aanmelden wegens planning aub: nicolette.meeder@stadvanmorgen.com