Het debat tijdens de algemene beschouwingen in de tweede kamer gaat over systeempolitiek, macht en geld. In het onderstaande plaatje geef ik het spanningsveld weer van de huidige werkelijkheid.
Onze toekomst wordt bepaald door de ontwikkeling van het spanningsveld in deze complexe tijden.
De geschiedenis heeft ons getoond dat het spanningsveld onderhevig is aan cyclische patronen die te maken hebben met de menselijke en universele natuur. Als het spanningsveld de mens en het systeem uit elkaar drijft dan kan het breken. In het verleden ontstond dan burger opstand, oorlog of het algehele verval en zelfs verdwijnen van een maatschappij.
In onze huidige werkelijkheid loopt deze spanning al geruime tijd steeds hoger op. Uit het plaatje blijkt dat dit twee kanten heeft, de mens en het systeem, die beide verantwoordelijk zijn voor het veroorzaken en oplossen van de stress. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan.
Aan de kant van het systeem staat de democratie met veel conservatieve neiging tot behoud van verworven rechten en handhaving van plichten. Na een grote piek van welzijn in de cyclus stijgt de spanning om dit welzijn systematisch in stand te houden door de afhankelijkheden die de burger eraan ontleent. Aan de menskant ontstaan de symptomen van menselijke stress die zich gaandeweg opbouwt (armoede, werkloosheid, verschillen tussen rijk en arm, voedselbank, criminaliteit, enz). De mens wordt uitgedaagd de eigen verantwoordelijkheden in ogenschouw te nemen om welzijn te behouden of opnieuw op te bouwen. De natuurlijke mens is dan erg creatief maar vaak niet direct passend in het oude systeembelang. Er ontstaat een uniek spanningsveld tussen vernieuwende en conservatieve krachten die de natuurlijke weg opzoeken.
Om de spanning te ontlasten heb ik de Transformatie Economie (Sustainocratie) geïntroduceerd. Dit is voor mijn gevoel en inzicht een noodzakelijke aanvulling op de democratie en even menselijk. De Transformatie Economie groeit als het spanningsveld zich vergroot en krimpt als het spanningsveld zich verkleind. Dit is nieuw en heeft zich nog nooit vertoond in onze geschiedenis. Voorheen werd transformatie ingegeven door een breuk waarna men opnieuw kon beginnen. Dat kunnen we ons in de huidige wereldmaatschappij niet meer permitteren. Het is ook niet nodig omdat onze kennis over de menselijke complexiteit gigantisch is toegenomen en wij ook daarin verantwoordelijkheid kunnen nemen in onze structuren.
Het aanvaarden van Sustainocratie is lastig voor de oudetijdse machtsstructuren maar in tijden van groeiende spanningen en onzekerheden is het juist de redding van die macht. Men laat wat macht los en doet mee aan Sustainocratie met autoriteit waardoor de macht zich via de transformatie weer bevestigt.
De Transformatie Economie plaatst zich buiten de systeem werkelijkheid richt zich op de kern van de menselijke welzijnsuitdagingen door “het systeem” uit te nodigen naar de mens kant en niet andersom. Sustainocratie is geen aparte maatschappij noch instelling. Het is een serie van transformatieve coöperaties rond specifieke menselijke kernzaken. De transformaties hebben een effect zowel op de menskant als de systeemkant. Daarom doen alle kernpartijen mee (overheid, ondernemerschap, burgers en wetenschap).
Met deze aanpak wordt in Eindhoven en Noord Brabant projectmatig ge-experimenteerd. Het is vooralsnog in een pioniersfase. De eerste resultaten zijn zo bemoedigend voor alle betrokken partijen dat het steeds meer steun krijgt. De Transformatie Economie voegt met Sustainocratie een belangrijke variabel toe aan de succesfactor van duurzamer maatschappelijke en economische ontwikkelingen:
De succes formule
In de, op natuurwetten gebaseerde, formule activeert “Transformatie” zich vooral als groei hapert, gevolgen te groot worden, concurrentie noopt tot verandering of lokale harmonie onevenwichtig is geraakt. In een “normale” duurzaam vooruitstrevende maatschappij is “transformatie” maar een klein percentage van de werkelijkheid maar kost wel de nodige moeite omdat het richting bepalend is door in te gaan op veranderprikkels. Lokale balans of onbalans kan daarbij uitstekend helpen om prioriteiten te bepalen. De onzichtbare variabel in deze formule die we er zelf aan toe kunnen voegen is “graad van integraal bewustzijn” hetgeen een toegepast leerproces weergeeft op basis van ervaringen, samenhang en open kijk op het leven zelf.
Jean-Paul Close
Sustainocratie, de huidige werkelijkheid en de Transformatie Economie
Voor het eerst in jaren is mijn voorspelling voor Prinsjesdag niet uitgekomen en daar ben ik redelijk blij om. In voorgaande jaren kon ik mij er gemakkelijk van afmaken door te voorspellen dat op Prinsjesdag er weer een begroting zou komen met een stijging van 6%. Dat kwam steevast op de halve Miljard verschil uit. In dit plaatje van vorig jaar laat ik het zien:
Prinsjesdag 2003 tot en met 2012
In ruim 10 jaar tijd gingen de overheid uitgaven steevast met 6% omhoog hetgeen een verdubbeling betekende in 11 jaar tijd!! Schrikbarend als we ons bedenken dat wij samen die kosten op moeten brengen en er naar verhouding maar bar weinig voor terugkregen. Hoe brengen we de vele Miljarden op?
4 grote lijnen:
Consumeren: Dat is te zien aan de BTW dat een aantal jaren geleden de grootste inkomstenpost werd van de overheid. Het is de belasting die wij betalen over de goederen die wij inkopen. Daar kunnen we de accijns ook aan toevoegen.
Werken: Dat zien we aan de Inkomsten Belasting die ingehouden wordt van ons loon.
Geld verdienen: Dit bedrag komt terug in de Vennootschap Belasting die geïnd wordt over de winst van de bedrijven
Gasbaten: De inkomsten van Nederland over de verkoop van gas uit eigen bodem.
De overheid stuurt het land dus aan op basis van deze parameters. Met deze inkomsten kan men het ambtenaren apparaat betalen, de benodigde infrastructuur, de scholing, de politie, de zorg, zekerheden en de rente over staatsleningen.
Transactie economie
In feite draait alles om de belastbaarheid van het heen en weer schuiven van producten en diensten (transacties) met de arbeid en winst die eraan verbonden wordt. We zien diezelfde basisdynamiek ook terugkomen in de zogeheten “gevolgeneconomie” die zich ontwikkelt rond de kosten van de samenleving en de consequenties van deze op levensstijl, de mens, het milieu en de maatschappelijke organisatie.
Die gevolgen zetten juist onze wereld op zijn kop:
De gevolgen economie overtreft de primaire economie
De opeenstapeling van crisissen die wij de laatste 10 jaar hebben meegemaakt, met een doorslaggevend dieptepunt in 2008 (kredietcrisis), toont ons nu dat de gevolgen door blijven lopen terwijl die transactie-economie structureel blijft haperen.
De overheid heeft met kapitaalinjecties, mooi weer verhalen en redding van banken nog jarenlang geprobeerd om ons aan te zetten tot het aanschaffen van kapitaalgoederen (huis, auto) waarop een belangrijk deel van de economische luchtballon dreef, maar het mocht niet baten. De bomen groeien niet tot aan de hemel. Maar die gevolgen groeien maar door.
Doorbraak 2013?
Voor het eerst zien wij in de miljoenennota 2013 een trenddoorbraak waarin de overheid haar gevecht heeft opgegeven om het verleden in stand te houden met bijbehorend verzet tegen verandering. Den Haag begint tekenen te vertonen van besef van de veranderende werkelijkheid en dat geeft ook ons (voorop lopers in de transformatie economie) het prille vertrouwen dat we misschien ooit ook samen kunnen werken met de centrale overheid en niet alleen met de gemeentes en provincies. Tot op heden waren het twee volstrekt gescheiden werelden.
Wat is dan die doorbraak 2013?
Miljoenennota 2013
Het eerste wat natuurlijk opvalt is de veelbesproken besparing. In 2012 werd nog een nota gepresenteerd met de traditionele 6% verhoging ten opzicht van het jaar daarvoor. Dit jaar is de verhoging er niet. De absolute hoogte van overheidsuitgave anno 2014 is nagenoeg hetzelfde als 2013. Dat is betekenisvol omdat duidelijk de overheid uitgaven bevroren zijn in absolute zin. Binnen de inhoudelijke details is er dus enorm geknok ontstaan om de zaken “anders” te gaan doen, vaak ten kosten van allerlei afhankelijke mensen en structuren door besparingsdrang in plaats van verandering zelf. Het dwingt die structuren wel tot kritische zelfbeschouwing. En dat is een begin.
Wat ook opvalt is het verschil tussen de inkomsten en uitgaven. De economie draait onvoldoende en ondanks de bevriezing van de traditionele 6 % verhoging is er een belangrijk gat. Dat drijft de staatsschuld omhoog met bijbehorende rentelasten. Dat is geen gezond beeld.
En dan is er nog die “zorgstaat” dat meer dan 50% van de begroting opslokt. Een goed functionerende staat faciliteert vooruitgang door maatregelen waardoor de bevolking optimaal voor zichzelf kan zorgen. We zien hier de omgekeerde wereld met een totaal verkeerde positionering van de functies van een moderne staat. De staat is geen instituut maar en samen-leving, een soort coöperatie waarin kerntaken onderling zijn verdeeld. In deze maatschappij is de staat de overheid, de burgers zijn de financiers via consumptie zonder dat er verantwoordelijkheden tegenover staan. De overheid kan die wel af proberen te dwingen door druk op werkgelegenheid en arbeidsbemiddeling maar dat komt al snel overeen met een nationaal strafkamp zonder intrinsieke motivatie. De gevolgen zijn uitgedrukt in de gevolgen-economie.
Maar voor Den Haag is dat allemaal “geld” zonder psychologie noch spiritualiteit. De gevolgen van onze consumptie gedreven economie gaan onverminderd door en hebben weerslag op de mens, de levensverwachting, het gedrag, het milieu, ons welzijn, enz. Die kosten kunnen nergens meer op worden verhaald nu de zorgstaat omvalt. Dus praat de minister president over een “participatie maatschappij”, los van alle zorgzaamheid die nu onttrokken wordt door de overheid. Er worden verantwoordelijkheden, die in het verleden door de overheid waren opgenomen, teruggelegd bij de bevolking.
En verantwoordelijkheid gaat niet om geld. Dat draait om waarden. Die koop je niet maar worden gecreëerd. “Participatiemaatschappij” is dan het verkeerde woord want in feite participeren we altijd al, of het nu is als financier door consumptie en arbeid of door de problemen voor onze kiezen te krijgen als het fout is gegaan. Wat het kabinet eigenlijk wil is een “initiatief-neem-maatschappij”. Maar dat gaat niet zomaar. Je kunt wel los willen laten maar we hebben generaties lang de bevolking in afhankelijkheid opgevoed en aan het overheid infuus gehangen. De regering wil besparen maar tegelijkertijd dient ineens de hele maatschappij te transformeren. Wil de regering die transformatie wel?
Het is lastig voor de centrale overheid. Hoe laat je de oude zorgtaken los, met bijbehorende machtsposities en structuren? En hoe stel je jezelf faciliterend op zonder dat er in belastinginkomsten op achteruit te gaan? De belastingen houden dan wel een grote bureaucratie in stand maar zijn ook de basis van de overgebleven zekerheden van grote groepen mensen. Hoe doe je zoiets zonder ook je partijbelang onherstelbaar te schaden in de stembus?
Dat kan geen van allen! De verandering gaat ten kosten van het verleden en er vallen slachtoffers. Kan de centrale overheid dat alleen? Nee, natuurlijk niet want die oude sturing systemen zijn vastgeroest na 150 jaar gebruik, wortel schieten en verankering.
Belangrijk is dat de losse schroeven van het kabinet en onze maatschappelijke structuur zelf zichtbaar zijn geworden. Men is noodgedwongen in een transformatie terecht gekomen en dient zich open te gaan stellen voor alternatieven. Dat dit proces gepaard gaat met de nodige innerlijke schermutselingen moge duidelijk zijn. We leven per slot van rekening in een verzuilde democratische structuur waarin eerste alle kalveren én koeien verdronken moeten zijn voordat men niet de put dempt (alle belangen rond een open put lobbyen gewoon door) maar overweegt een nieuwe te slaan op basis van ervaringen en parlementaire commissies. Het schip lijkt meer lekgeslagen en gestrand dan zinkende. Op een gestrand schip wacht iedereen op nieuw hoog water. Een zinkend schip wordt verlaten en met leert weer zwemmen.
De eerste tekenen van echte verandering zijn nu zichtbaar maar men roert nog steeds in het 150 jaar oude Thorbecke pannetje. Als de inkomsten dan niet uit auto’s en huizen komen dan zoekt het kabinet heil in het verhogen van de belasting op consumptie en gebruik. Men gaat ervan uit dat de consument evenveel blijft consumeren en daardoor de belastinginkomsten stijgen. Maar dat is natuurlijk niet zo. Als men niet consumeert dan gaat er arbeid verloren, gaan de gevolgkosten omhoog en schrijdt de crisis voort tot uiteindelijke chaos. De overheid laat los maar niet voldoende. Men stuurt nogsteeds met dezelfde middelen.
Conclusie
De belangrijkste conclusie die we kunnen verbinden aan Prinsjesdag 2013 is dat het kabinet eindelijk het verleden voor een belangrijk deel heeft losgelaten. Beter laat dan nooit zeggen we dan maar. De bevolking zal het maar moeilijk begrijpen terwijl we ons vaak afvragen of de regering zelf wel begrijpt waar ze naar toe wil? Besparingen enerzijds en de verandering van belastingstromen zijn de belangrijkste beleidsaanwijzingen. Maar dit mist elke vorm van creativiteit en opening voor vernieuwing. Of dat achter de schermen er wel is vragen we ons af.
De toekomst verlangt nog veel meer van ons maar dat ligt niet alleen aan Den Haag. Initiatiefname is essentieel, niet uit participatiedrang maar vanuit het besef dat zelfleiderschap beter is dan afhankelijkheid van een instortend systeem. Uiteindelijk werkt natuurlijk de gecreëerde opening van de alom aanwezige overheid mee. Maar die overheid is steeds kouder en materialistischer in haar geldnood terwijl de huidige maatschappij juist menselijkheid verlangt. Dat kan het systeem niet opbrengen waardoor het lijkt of de premier vraagt om participatie in het begrip voor de onmenselijkheid. Dat komt er niet en het onbegrip zal alleen maar groeien.
Wij mensen onder elkaar kunnen die menselijkheid wel opbrengen maar dan niet met de bevriezende adem van een belasting en schuldstaat in ons nek. Hopelijk beseft de overheid dat op termijn ook en laat het haar dictatoriale koude materialisme enigszins varen. Dat hoeft zeker niet door met geld te gaan smijten en oude afhankelijkheden in stand te laten houden. Dat kan vooral door levend lab constructies toe te staan, te stimuleren en faciliteren, transformatiefondsen (anders dan investeringsfondsen) in te stellen en nieuwe waarden zich eerst te laten consolideren voordat men de belastinghamer er weer op loslaat.
Tot slot
In mijn openingszin zeg ik dat ik “redelijk” blij ben. Dat is al een wereld van verschil vergeleken met al die jaren dat ik mij publiekelijk ergerde aan die regeringen die maar blind vast bleven houden aan het verleden. Ik zie prille openheid tot verandering en dat maakt mij blij. Waar ik nog vele honderden slagen om de arm bij houd is de manier waarop de centrale overheid zich nu ontwikkelt tussen koude dwang en warme bevrijding. De blauwdrukken van transformatie zijn al in ontwikkeling in ee maatschappij en worden toegepast buiten Dem Haag om, maar het Thorbecke systeem blijft nog veelal een rem en geen gaspedaal. De dag dat Den Haag (actief!) lid wordt van bijvoorbeeld Sustainocratie zou ook voor Den Haag een opluchting zijn. Wie weet komt dat nog als ook het vertrouwen dat buiten de regering ook oplossingen te vinden zijn. Vooralsnog is mijn negativiteit veranderd in “the benefit of the doubt” hetgeen al een betere basis is voor de toekomst.
Sustainocratie is een transformatieve toevoeging waar de overheid aan deel kan nemen. Het veroorzaakt de transformatie van de economie parallel met de maatregelen in de oude structuur. Toepassing verlangt durf en bereidheid tot een coöperatieve samenleving.
Tijdens het STIR avondcollege van 14 Mei werd het ontstaan en de evolutie van het leven op aarde in verband gebracht met de huidige maatschappelijke werkelijkheid, de crisissen die wij beleven en de complexiteit waar we tegen aan lopen als mens en maatschappij. In dit artikeltje tracht ik het verband van toegevoegde waarde te leggen tussen Sustainocratie en de Parlementaire Democratie.
Bewustzijn
We hebben gezien dat het ontstaan en de evolutie van het leven op Aarde is gebaseerd op een vorm van muzikaal bewustzijn. Het allereerste levensdoel van tot leven komende stoffen is “groei”. Deze oorspronkelijk groeidrang zit moleculair ingebakken in ons eigen leven en dat wat ons omringt als natuur. Groei in een beperkte omgeving is echter nooit oneindig. Zo hebben wij in het college 4 bewustzijnsniveaus besproken:
Groei – de natuurlijk drang van elk levend wezen
Concurrentie – de strijd als groei botsingen oplevert
Verandering – confrontaties uit de weg gaan door “anders” te zijn
Symbiose – de kunst van het samen leven
Menselijke doorbraak:
De mens is in haar oorspronkelijke evolutionaire doorbraak doorgestoten naar een unieke situatie op niveau 3 van het “anders” zijn door een zeldzame combinatie van zelfbewustzijn en lichamelijke kenmerken. Dit gaf de mens de vrije ruimte om weer op een hoger niveau 1 van de evolutieladder te beginnen en onbeperkt te gaan groeien in een schijnbaar oneindig grote omgeving, zonder andere natuurlijke groeivijanden dan de mens zelf. Andere menssoorten zijn gaandeweg verdrongen of uitgestorven en alleen onze soort bleef over.
De eerste fase van de mens, enkele miljoenen jaren geleden werd alleen beperkt door de kunst van het vinden van onderdak en voldoende voedsel. Naar verloop van tijd kwam men vaker soortgenoten tegen die ook op zoek waren naar voedsel en groei. De mens werd de concurrent van de mens (niveau 2). Ons bewustzijn ging zich concentreren op de confrontaties met die ene mens. Onze creativiteit richtte zich daarop en daaraan hebben we veel technologische vooruitgang te danken.
Door het vrije spel in de natuurlijk omgeving creëerde de mens onderling een soort menselijk nevenuniversum dat dezelfde evolutionaire bewustzijnsfasen doorloopt als de oorsprong en evolutie van het alle leven samen. Eerst kwam er groei. Daarna concurrentie, met veel technologische uitdagingen om de Darwinistische wet van de sterkste en slimste toe te passen. Dat zien we nog steeds in onze wereldmaatschappijen. Toen de confrontaties te ernstig werden kwam er verandering bij in de vorm van nieuwe samenlevingsvormen en diplomatie. Al die tijd ging alle aandacht naar de mens, de gevaarlijke potentiële conflicten en onze wedijver om uit te blinken in competitieve daadkracht.
Geen enkel moment is er nog bewust aandacht geweest voor fase 4: symbiose o.a. met onze natuurlijke omgeving.
Grote gevolgen
De enorme bevolkingsexplosie, groeiende welvaart en welzijnsniveaus van de mensheid in haar “eigen universum” ontwikkelde al snel gigantische gevolgen voor de natuurlijke omgeving. Deze werden echter pas de laatste halve eeuw zichtbaar. De mens blijkt zo intensief aanwezig vanuit menselijk eigenbelang dat wij onze eigen leefomgeving dreigen te plunderen en vernietigen. Aan de menselijke symbiose die wij voor alle mensen onderling hebben geprobeerd te bewerkstelligen met medezeggenschap, kennisontwikkeling via onderwijs en een Parlementaire Democratie, gebaseerd op vrijheid van meningsuiting, maatschappelijke participatie en stemrecht dient nu ook een symbiose met onze natuurlijke omgeving te worden toegevoegd. Dat is een geheel nieuwe uitdaging op zich.
Vanuit een democratie blijken de gewenste resultaten op dit moment niet bereikbaar. Dat komt door de democratische cultuur die is ontstaan rond eigenbelang.
Eigenbelang
Organische ontwikkelingen van de mens zijn reacties op de gevolgen van de democratische processen en gefragmenteerde structuren rond eigenbelang. Wij vervuilen ons eigen nest op zo’n manier dat wij noodgedwongen weer in aanraking komen met het grotere geheel. De natuurlijke omgeving, waarin wij zijn ontstaan is het echte universum waar wij als mens ons niet gescheiden van ontwikkelen. Klimaatveranderingen, omgevingsvervuiling, culturele confrontaties door migraties, vernietiging van grondstoffen door verkeert en niet circulair gebruik, verstedelijking, welvaartsziektes, criminaliteit, enz. Het zijn allemaal consequenties waar reactief op gereageerd wordt wanneer het al te laat is. De gevolgeneconomie groeit op dit moment met 7% procent per jaar (een verdubbeling elke 10 jaar!!) en is niet meer te bekostigen uit de noodlijdende primaire consumptie economie.
Het menselijke en genetische anthropocene (tijdperk waarin de invloed van de mens op Aarde onuitwisbare gevolgen achterlaat) is volledig aan de gang met een sterke vernietigingskracht voor onszelf. Ondanks de solidariteit van de bevolking met de natuur en omgeving, en ondanks de regelgeving die ontstaat uit deze problemen, zien wij dat de problemen zich alleen maar opstapelen.
De democratie lost het als systeem niet op maar toch dienen wij verantwoordelijkheid te nemen voor ons eigen bewustzijn rond de situatie. Hoe?
Daardoor is Sustainocratie ontstaan, een samenwerkingsvorm rond symbiotische uitdagingen waar alle partijen van een duurzaam vooruitstrevende maatschappij zich hard voor willen maken, het alleen niet kunnen, en zich er samen voor inzetten. Maar dat laatste is een probleem. Want onder wiens autoriteit werkt men samen?
Democratie en Sustainocratie
Onze huidige democratische structuur is niet gebaseerd op bewustzijn of verandering maar op eigenbelang in het verkrijgen en behouden van situaties van overvloed. Democratische overheden worden niet gevraagd om een leiderschapsrol te vervullen voor verandering maar om een maatschappij succesvol te managen rond behoud van een genoten luxe. Maatschappelijke overvloed, vrede en voorspoed maakt gemakzuchtig en hebzuchtig, hetgeen de huidige democratievorm tot onmogelijk instrument maakt voor structurele verandering. Gevolgen zoals klimaatverandering, vervuiling, migraties met cultuurconfrontaties, oorlogen om grondstoffen, schaarste, economische problemen, enz creëren conflicten en crisissen. Deze zijn niet vanuit een democratische consensus oplosbaar.
Nog nooit heeft een meerderheid ergens in de wereld een verandering veroorzaakt. Daarvoor is het in de menselijke maat onmogelijk om overeenstemming te krijgen. Complexe veranderingen komen door chaos, oorlog, opstand en crisissen of door de interactie en samenwerking van minderheden die de vrijheid nemen om de confrontatie aan te gaan met werkelijkheid en verandering door te voeren. Sustainocratie is een georganiseerde multidisciplinaire minderheid ten behoeve van structurele niet democratische verandering.
Sustainocratie werkt onafhankelijk vanuit een duidelijke en permanente menselijke stip op de horizon en gemeenschappelijke besef dat alleen een gezonde, vitale, veilige, zelfredzame menselijke samenleving in symbiotische samenhang met haar natuurlijke omgeving ook een gezonde democratie oplevert. Management en leiderschap zijn twee totaal verschillende belevingen waar je de gemiddelde mens niet mee kunt opzadelen.
Door Sustainocratie (zie plaatsje hieronder) te aanvaarden in een maatschappij (als gemeenschappelijke drijfveer voor integraal menselijk belang binnen de context van de natuurlijke omgeving) kunnen er multidisciplinaire verbanden ontstaan die de maatschappij vrijwaren van crisissen en voeden met nieuwe innovaties die grote chaos, conflicten en depressies voorkomen. We maken functioneel, evolutionair (niet hiërarchisch) leiderschap onderdeel de maatschappelijke beleving als hoogste vorm van bewustzijn. Hieruit ontstaan dan innovaties die uniek zijn en een nieuwe fase van welvaart en groei in kunnen luiden.
Huidige Parlementaire Democratie: concensus van de meerderheid, eigenbelang, vrijheid, verzuiling, gelijkwaardigheid, economische groei, concurrentie, geldafhankelijkheid, economie, zorg, regelgeving, structuur en organisatie: de wetten van de verdeelde massa(management – controle/beter) – focus op behoud
Sustainocratie: universeel menselijke belang, duurzame symbiose, universele waarden, waardecreatie, multidisciplinaire samenwerking, permanente toegepaste innovatie, toegepaste kennis, democratie gericht op vrijheid van keuzes en prioriteiten, niet van doelstellingen: duurzame menselijke vooruitgang (leiderschap – visie/anders) – focus op verandering
Sustainocratie en Democratie
Deze yin-yang achtige relatie tussen democratie en sustainocratie dient elkaar steeds weer uit te dagen zodat de democratie zich permanent moderniseert zonder schade aan te richten aan haar omgeving en met behoud van overvloed voor de bevolking.
Sustainocratie mag dan ook niet geïnstitutionaliseerd worden want dan ontwikkelt het zich ook weer als zichzelf instant houdende structuur. Het dient een functionele beweging te zijn die zich voedt vanuit de noodzaak van aanpassing (niveau 3 van bewustzijn) en symbiose tussen mens en de natuur (niveau 4) dat door alle kernpartijen van de maatschappij gedragen wordt. Het leiderschap in Sustainocratie wordt aangestuurd door de omstandigheden van lokale duurzame stabiliteit behoeften (zie hieronder). Het wordt door initiatiefnemers opgezet die niet de baas zijn maar uitnodigen tot de coöperatieve co-creatie vanuit de 5 kernprincipes van harmonie tussen duurzame menselijkheid en natuurlijke omgeving.
Gezondheid
Veiligheid
Welzijn
Toegepaste kennis
Zelfredzaamheid
Alle 5 de thema’s zijn inhoudelijk gebaseerd op de kern van evolutionaire duurzaamheid. Als deze kernfactoren goed worden behartigd zorgen ze voor de juiste integrale vernieuwing. Deze leidt dan weer tot optimale groei en concurrentieperspectieven in de maatschappelijke dynamiek en economische daadkracht zonder onnodige confrontaties met andere groepen of kosten met risico’s door gevolgen. Het geeft dienstbaarheid vanuit innovatiekracht.
Sustainocratie is daarom een noodzakelijke aanvulling op de huidige parlementaire democratie, die deze van een duidelijke stip op de horizon voorziet van menselijkheid waar weer allerlei belangen aan kunnen worden ontleend. Sustainocratie in tegenstelling tot democratie dient niet gefinancierd te worden, alleen opgestart met een minimum aan startkapitaal als katalysator. Dit kapitaal dient alleen om van de maatschappelijke partners het vertrouwen te krijgen door hen middelen te tonen waar men voor gaat samen werken. Die middelen worden als katalysator ingezet. Sustainocratie is een waardecreatie instrument dat zichzelf bedruipt uit de coöperatieve resultaat gedrevenheid. Waarden die zich bevestigen worden in de economie opgenomen en uitvergroot. Daarvan is een deel voor de vervolgstappen van de Sustainocratie juist omdat Sustainocratie zich altijd in de toekomst plaatst met terugwerking naar het heden. Het is even wennen aan de plek die Sustainocratie in neemt maar daar waar het functioneert zijn de vruchten al zichtbaar.
Sustainocratie is niet democratisch omdat het van algemeen erkend belang is waar altijd voor gekozen dient te worden. Het wordt wel democratisch uitgevoerd in de prioriteitstelling en keuzes van het moment.
Sustainocratie wordt uitgevoerd door minderheden die bereid zijn vanuit menselijk perspectief de eigen professionaliteit en autoriteit te koppelen aan het algemene belang. Het zijn stuk voor stuk mensen met passie voor de mens en menselijke vooruitgang, waarbij ook machtsposities functioneel zijn voor het bereiken van de juiste resultaten.
Precedenten
AiREAS (gezondheid en omgevingskwaliteit), VE2RS (zelfredzaamheid en wederkerigheid met de omgeving) en STIR (bewustzijnontwikkeling en toepassing) zijn concrete voorbeelden van Sustainocratische initiatieven die de democratie aanvullen met een innovatieve dynamiek die voortkomt uit geheel eigen drijfveren (stip van duurzame menselijkheid) anders dan de parlementaire democratie (behoud, groei, concurrentie, welzijn en reactie op gevolgen).
“Wakker worden” is een veel gehoorde term de laatste tijd. Meestal is het wakker wordt proces gerelateerd aan een intense ervaring die mensen meemaken. Wakker worden geeft betekenis aan een nieuwe kijk op het leven, een kijk die veel meer het gevoel van een werkelijkheidbesef weergeeft dan een soort verdoofde toestand waarin men voorheen verkeerde. Dat “voorheen” was dan het genot van een baan, een rustig leventje, huisje-boompje-beestje. Wanneer echter dit gevoel van oneindige continuiteit weg komt te vallen door het verlies van een baan, door ineens uit huis te gaan van de ouders en op jezelf gaan wonen, als je terugkeert naar Nederland na een lang verblijf in het buitenland, of als je een zorgtaak hebt gehad thuis en nu terug wenst te keren naar arbeid buitenshuis….het zijn allemaal van die kruispunten waarin men geconfronteerd wordt met zichzelf, wakker worden en keuzes maken.
Wakkere mensen
De oude zekerheden of verplichtingen zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen en men ervaart een leegte, een loslaatproces, wat opgevolgd dient te worden door nieuwe bezigheden en voldoening. Men gaat open staan voor nieuwe ontmoetingen, nieuwe ideeen, nieuwe relaties, nieuwe uitdagingen. Deze openheid maakt deze groep mensen tot een ideale bron van inspiratie voor maatschappelijke innovaties. Reeds in eerdere blogs (in mijn Engelse blog bijv de relatie Kondratieff en Close) heb ik aangetoond dat een crisis leidt tot bewustwording. Op maatschappelijk niveau heeft een depressie altijd geleid tot maatschappelijke innovatie dat daarna weer een periode van vele decennia voorspoed heeft opgeleverd. Waarom moeten wij dan innovaties overlaten aan de zogenaamde beleidspeerpunten en hooggesalarieerde figuren en gesubsieerde instanties in de maatschappij? Zij missen het wakker worden en staan niet op een kruispunt in hun leven. Zij die wel in de bloei van hun creativiteit staan worden weggestopt in een uitkering of outplacement regeling en niet benut.
Maatschappelijk spel met de werkelijkheid
De twee spelen van de Stad van Morgen via STIR, “het geheim” en “de held” zijn gericht op het verbinden tussen de oude en nieuwe werkelijkheden, de ingeslapen en wakker geworden werkelijkheid, met baanbrekende innovaties. Mensen die op een kruispunt van hun leven zitten spelen het spel om de maatschappij uit te dagen tot verandering. De beste innovaties worden dan ook daadwerkelijk uitgevoerd door de innovatieteams die ze hebben uitgewerkt samen met de professionele deelnemers. Zo voedt de ene werkelijkheid de andere volgens een stramien van vooruitgang.
Als de werkloosheid groeit in een land dan moet er vernieuwing plaats vinden. Dat kan niet door de mensen weer op zoek te laten gaan naar een vergelijkbare plek van hun verleden. Dat kan alleen als er aangepaste mogelijkheden worden geschapen die passen in de tijdgeest van het moment. Wie beter om die te bepalen en aan te duiden dan de mensen die er rechtsstreeks belang bij hebben? Zo worden de institutionele spelers uitgedaagd zich open te stellen voor vernieuwing die aangedragen wordt door de zelfbewuste werklozen die “het anders willen”.
De spelen spelen zich af in de gangbare werkelijkheid waardoor de virtuele oplossingen eerst virtueel getoetst kunnen worden aan de eisen van het spel en daarna worden gepresenteerd aan de gangbare werkelijkheid voor toepassing. Zo kan een maatschappij zich wakker houden door de juiste mensen te betrekken bij de juiste processen op het juiste moment en de juiste ondersteuning.
Uitproberen
Wij gaan deze gedachten uitproberen in verschillende gebieden van Nederland en het buitenland door beide spelen uit te zetten en te voorzien van partnerships. Het spel is reeds uitontwikkeld en gespeeld met succes in 2012 en kan alleen maar groeien met de ervaringen die wij hebben opgebouwd. De werkelijkheid simuleren met de werkelijkheid is niet gemakkelijk en daar een stip op de horizon aan toevoegen die de zweverige abstractie van economische groei overstijgt is zelfs een uitdaging op zich. De aanpak heeft zich historisch al bewezen, echter altijd achteraf. Dit is de eerste keer dat wij het vooraf al gaan benutten. Een spel is altijd leuk en vooral als het alleen maar winnaars kent.
In September 2013 gaat het spel van start in Eindhoven. Deelname van lokale institutionele partijen staat vanaf nu open.
Van Werner van Ginneken, onze STIR partner in Antwerpen kwam dit stukje tekst dat ik graag deel. Niet omdat het om mij gaat maar om Werner. Hij legt het weer bij mij nav van wat kritiek op mijn vele volgeschreven boeken, teksten en blogs door opbouwende supporters. Het zegt genoeg:
Je mededogen is grenzeloos, alsook je eindeloze volharding in het overgul strooien van heelder collecties literaire parelsnoeren, elk aspect ervan schitterend en blakend in een rijke eenvoud en diep getuigend van een innerlijk glanzende natuur. Tussen de moreel-intelligente barbarij van het economische slagveld kan elk lichtpuntje tellen en moge de geldschrokkende monetaire zwijnen duizendmaal gezegend zijn, met zo iemand in hun midden die hen in wezen goed genegen is en die het van harte met hen meent, onderwijl de besproken materie beter beheersend dan de Masters in de moshpit zelf. Enfin, voorlopig nog pretenderen trotse bezitters van een of ander geautoriseerd brevet in de Economie tot zelfs in de Psychologie toe, de enige echte waarheid in pacht te hebben, ondertussen nogal vrij duidelijk en heel professioneel gedemonstreerd in het virtuoze failliet van hun conservatieve werkterreinen annex denkpatronen en tonen tegelijk hierbij de volgehouden negatie van zowat al je posts, wat de ontwrichtende pathologie van een acute ego- of etnocentrische regressie van sommige voor intelligent doorgaande posters zowaar bevestigd, alle beschikbare kennis hierover ten spijt. Ik hoop met je mee op een goede afloop.
Soms zijn woorden overbodig en volstaat een beeld, zoals dit van de economische status van Europa. Het sterkt nog te meer in het doen wat we moeten doen, in woorden maar ook Sustainocratische daden. Hij die niets zegt spreekt ook.
Tijdens de gesprekken in Eindhoven met de vele mensen die iets willen doen op gebied van stadlandbouw ontstaat er steeds een mooi beeld tussen twee werkelijkheden, die van het geld verdienen en die van zelfvoorziening. Eigenlijk is het vergelijkbaar met de rest van ons land en de keuzes die wij dagelijks maken. Laten we eens kijken.
Een stukje grond
Neem nu een stukje grond van een paar honderd vierkante meter. Wat wilt u ermee doen als u zich gaat verdiepen in stadslandbouw? De discussie komt op gang tussen de mensen.
Geld verdienen
Wil ik het benutten om er geld mee te verdienen? Welke keuzes maak ik? Welke gewassen leveren het meeste op en hoe kan ik het veldje het beste benutten? Om er zoveel mogelijk mee te verdienen. In onze regio (Eindhoven) hebben we verschillende voorbeelden. Zo is er op de hoek van de Celebeslaan een driehoekig veld dat jaarlijks allereerst wordt benut voor het telen van bloemen en in een tweede ronde worden sier en consumptie pompoenen gezaaid die rond de tijd van Halloween beschikbaar zijn in alle soorten en maten. Zo levert het veld twee keer winst op voor de belangenpartijen die het uiterst professioneel benaderen met maar een klein groepje mensen.
We hoeven maar door ons land te rijden en we zien veel meer voorbeelden van de eenzijdige gewassen die massaal geteeld worden voor de volume verkoop op geldgedreven velden. Bloembollen, mais, prei, aardappelen, enz. Het is eenzijdigheid die opvalt en die veelal is afgestemd op omzetmogelijkheden.
Tulpen voor de verkoop
Zelfvoorziening
Even verderop in dezelfde staart heeft de Wasvenboerderij een groentetuin waarin de diversiteit voor eigen gebruik in het restaurant zichtbaar is. Er staan geen eenzijdige plantensoorten maar een veelvoud van groenten in verschillende groeifasen en rijping. Er is ook wel een verbinding met geld verdienen omdat de oogst gebruikt wordt binnen het restaurant maar toch geeft het een aardig beeld van het verschil in gebruik van een lap grond afhankelijk van de keuze die men maakt. De diversiteit van plantengroei is opvallend omdat het is afgestemd op eigen gebruik. Men hoeft het niet in te kopen.
Diversiteit van permacultuur
In de omgeving van Eindhoven en de meeste steden zijn allerlei stadslandbouwveldjes te zien waar je de keuzes van de eigenaren kunt aanschouwen door de eenzijdigheid of diversiteit van de soorten die erop staan in de loop van het seizoen.
Stadslandbouw
Nu is stadslandbouw een nieuwe tak van sport waarbij private en publieke ruimtes gebruikt kunnen worden vanuit dit soort keuzes waar er nog een aantal aan kunnen worden toegevoegd. Een stad is historisch gezien altijd benut vanuit grond en vastgoedbelangen waar rondom heen allerlei menselijke activiteiten werden georganiseerd die niets met voedsel of de natuur te maken hadden. De stad was vooral een concentratie van materieel belang waar veel mensen samen drommen om te handelen, plezier te maken, of samen te wonen en werken. Een stad is voor een verzamelplek van veel mensen met een grote geldconcentratie en bijbehorende dynamiek, maar ook grote afhankelijkheid. Zonder geld kan een stad niet functioneren. De stad draait om distributie en een soort mierennest van menselijke belangen. De natuur is er bij traditie uit geweerd.
Moderne inzichten tonen dat het weghalen van de natuur erg nadelige effecten heeft op de bewoners van de stad. De temperatuur van een stad is gemiddeld hoger dan buiten de stad. De stad vervuilt de atmosfeer doordat plantensoorten, die zuiverend werken, er niet aanwezig zijn. De stad heeft last van wateroverlast bij zware regenval doordat oude waterstromen zijn vernield door de fundamenten van de oude stedenbouw . En ga zo maar door. Die concentratie van eenzijdige belangen heeft ervoor gezorgd dat de natuur uit de stad is verdwenen. Zelfs de mens in de stad weet nog amper wat de natuur is. Dat heeft geleid tot consequenties waar men nu van terug aan het komen is. De kosten van deze consequenties vormen een secondaire economie (algemene vervuiling en natuurlijke onbalans) die drie tot zeven keer zo snel groeit als de primaire stadseconomie (van consumptie).
Gezonde stad
Nu gingen de mensen niet naar de stad puur om hun gezondheid. De aantrekkingskracht van de stad was op vele fronten juist belangrijker dan de gezondheid. Maar ongezondheid is een last en als de consumptie economie hapert door crisissen of ander oorzaken dan is de last wel erg voelbaar. Om de stad gezonder te krijgen kunnen allerlei maatregelen getroffen worden maar de eenvoudigste is om de natuur weer toegang te geven tot het stadsgebied. Dat gebeurde vroeger door bomen te planten die sterk genoeg waren om de luchtvervuiling te weerstaan. Veel steden hebben zo lange rijen platanen langs hun wegen geplaatst (Bijv. Barcelona). Maar in onze moderne tijd willen we kijken naar meer multifunctionele toepassingen. Want planten leveren niet alleen een mooi gezicht, ze zijn ook warmtewerend, geven voedsel, zorgen voor energie, waterhuishouding, zijn goed voor de menselijke psyche, enz.
De toepassing van stadslandbouw kan de gezondheid van de stad positief beïnvloeden door de terugkeer van de natuur in onze omgeving. Maar ook dat heeft weer consequenties. Bloemen en planten brengen allerlei andere diersoorten (insecten, vogels) met zich mee waar we niet meer aan gewend zijn in de stad. Ook merken we dat mensen gaandeweg allergien hebben ontwikkeld en minder weerstand hebben tegen pollen en andere effecten van de natuur. De mens en natuur zijn uit elkaar gedreven en het naar elkaar toebrengen levert een nieuwe ongekende reactie van gewenning op. Het benutten van de daken en de muren in de stad voor levend groen en water is een onbekend gebied van innovaties waar de mens nu aan toe is. Het gaat dan niet alleen om voedsel maar ook alle bijkomende neveneffecten die van invloed zijn op onze kwaliteit van het leven. Er ontwikkelt zich gaandeweg een nieuwe stadscultuur waarin ook weer de keuze van geld verdienen en zelfredzaamheid een rol speelt die door de verschillende disciplines van de stad op een andere manier worden geïnterpreteerd.
Professioneel vrijwilligerswerk
Zo kan de overheid van de stad zich misschien bekommeren om de gezondheid die een positieve weerslag heeft op de kosten van de zorg en de productiviteit van de bevolking. Maar het bedrijfsleven zal zich ook transformeren om de binnenstedelijke voedsel en energie ontwikkeling een plekje te geven. De voor en tegenstanders van natuur in de stad, met alle bijverschijnselen van dien, zullen ook met elkaar overweg moeten. De openbare ruimte is voor iedereen maar als er voedsel wordt geteeld dan blijken er eigenaren te zijn. Hoe gaan we ermee om? Het zijn allemaal vraagstukken die wij in de Stad van Morgen meenemen in onze proefgebieden. Door het Sustainocratisch aan te pakken leggen we een verbintenis tussen deze ontwikkelingen en een menselijk belang. Zo speelt bij stadslandbouw het thema “zelfredzaamheid” een grote rol. We kunnen de mensen weer leren omgaan met samenwerking, onderling overleg en waardecreatie. Maar bij levend groen speelt “gezondheid” ook een grote rol. Het gaat er bij ons niet zo zeer om het eigenaarschap van het voedsel (dat natuurlijk respectvol dient te worden verdeeld al nagelang inzet en talent) maar vooral om de effecten op de natuur van de mens en de duurzame vooruitgang die wij boeken door hier open mee te experimenteren. Die vooruitgang wordt dan gerelateerd aan algemene menselijkheid (gezondheid, veiligheid, zelfredzaamheid) en niet de gefragmenteerde eigenbelangen. Daardoor zijn wij ook in staat om verschillen van inzicht en belangen te overstijgen met het hogere doel. Betrokken zijn de overheid, de burgerbevolking, de ondernemers, de scholen en de wetenschap. Dat levert alles te samen altijd wel een stapje vooruit op ongeacht de onderlinge schermutselingen of verschillen.
Toen de Stad van Morgen bezig was met het organiseren van een lokale Energie Coöperatie (2010) in Eindhoven volgens het Sustainocratische model werden we teruggefloten door de landelijke overheid. Men kon en wilde ons niet ondersteunen vanuit de toenmalige Green Deal omdat de aanpak “niet belastbaar” was. Toen de landelijke overheid moeilijk deed trokken fundamentele lokale partners zich ook terug. Zij hadden allen een belang om Den Haag tot vriend te behouden. Het initiatief viel uit elkaar. Als zo iets gebeurt dan realiseer je je weer een keer dat het in Den Haag alleen maar om geld en macht gaat.
De aanpak van de Stad van Morgen was georganiseerd vanuit menselijkheid en dat creëert een groot dilemma. Wij presenteerden onze local Energy & Quality of Life (EQoL) als gesloten lokaal systeem waarin energie een betaalmiddel was voor andere participatie zaken op gebied van lokale leefbaarheid. Maar dat zinde de landelijke overheid niet. De nationale overheid inkomsten zijn direct en indirect bij elkaar opgeteld, grof geschat, voor minstens 50% afhankelijk van ons energiegebruik. Dat is veel zult u zeggen maar als je kijkt naar de manier waarop de consumptie-economie in elkaar zit dan zijn het niet alleen de accijns op brandstoffen die tot die inkomsten behoren. Tel daarbij ook op de logistieke activiteiten van goederendistributie, het gebruik van op olie gebaseerde grondstoffen in de producties, onze verwarming en kookgedrag thuis, de belastingen op al deze producten, de werkgelegenheid van deze productiviteit en retail van consumptie, btw over retail, enz. Haal energie weg en er blijft niets over van de Nederlandse overheid door totaal gebrek aan inkomsten wegens instorting van de dynamiek waar onze economie op is gebaseerd.
Ook de bevolking heeft haar lifestyle gebaseerd op energiegebruik waardoor het ene en het andere een logisch verband heeft van wederzijdse afhankelijkheid. Zolang het gebruik van energie in geld uitgedrukt wordt kan de overheid het belasten en daarmee zichzelf in stand houden. Iedereen happy. Niet dus.
De traditionele bron van deze (op fossiele brandstof gebaseerde) energie is aan het uitputten en de consumptie in de hele wereld neemt toe door de welvaart en consumptiegroei in vele landen. De energiekosten rijzen de pan uit en het gevaar van structurele tekorten in de toekomst vereist een urgente transitie. Voor de overheid is de energie transitie (van fossiel naar iets anders) fundamenteel mits deze hetzelfde geld in het laadje blijft brengen. Voor de consument is het van belang om onze levensstijl te handhaven.
Maar er is nog iets dat misschien veel belangrijker is. De eeuwenlange verbranding van fossiele brandstoffen blijkt een ongeevenaarde vervuiling en structureel ontkende (door de machtsposities rond fossiele energie) klimaatverandering teweeg te hebben gebracht. De bijbehorende gevolgeneconomie groeit schrikbarend en kan alleen bekostigd worden vanuit de primaire consumptieeconomie. De gevolgeneconomie groeit met 7% per jaar en vertegenwoordigt daarmee een verdubbeling elke 10 jaar. Die economie heeft ook nieuwe machtposities gecreerd met een krachtige lobby, een grote bureaucratie van controle en voorzieningen met bijbehorende publieke afhankelijkheden via zorg en verzekeringen. Dit moet allemaal via de belasting van de consument afgedekt worden door meer energiegebruik. Gaf de overheid in 2003 nog 113 Miljard uit, nu anno 2013 is dat 278 miljard. In 2023 ruim 550 Miljard als we op deze weg doorgaan. Maar nog steeds is er die 50% afhankelijkheidsverhouding van energie, of meer. De macht die aan energie gerelateerd wordt in Den Haag staat energie innovaties in de weg die geen geld in het laadje brengen ook al brengen ze wel leefbaarheid en menselijkheid. Maar diezelfde macht brengt onmacht op gebied van menselijkheid omdat men eigenlijk bezig is de mens en misschien wel het leven op Aarde uit te roeien. Dit compenseert men door gezondheid zorg en wetenschappelijk onderzoek naar de gevolgen maar de oorzaak aanpakken kan de macht niet wegens structurele onmacht.
Voor de bevolking zijn er langzaamaan oogkleppen afgevallen en duidelijk geworden dat wij ruim 100 jaar bewust weg zijn gehouden van enig energie alternatief terwijl die wel bestonden. Door gemakzucht hebben wij dat ook toegestaan. Wij dragen onbewust ook onze verantwoordelijkheid.
Verkeerde perceptie
In onze omgeving is energie ruimschoots voor handen. Het is alleen van belang dat we leren hoe we er anders mee om kunnen gaan. De perceptie die over energie is ontstaan is verkeerd en heeft alles te maken met de onze huidige aangeleerde kijk op het leven. Waar gebruiken wij energie voor in ons privéleven?
Voor verwarming van onze huizen, het water, de douche
Voor verlichting en elektronische apparatuur
Om eten te bereiden
Voor vele vormen van mobiliteit
Dat is het antwoord dat de meeste mensen zouden geven omdat men zo de energie ziet die men inkoopt. Men vergeet echter dat wij zelf in leven blijven door energie. En dat komt niet uit het stopcontact. Als levend wezen nemen wij energie tot ons via voedsel. Daarbij voeden wij ons ook met vitaminen die ontstaan door wisselwerking van onszelf en voedsel met zonlicht. Voedsel, energie en ons leven kan dus niet los van elkaar worden gezien. Wij zijn ooit als soort ontstaan in een geldloze wereld dankzij deze relatie. Het is essentieel in een stabiele maatschappij dat wij daar zelfbewust en zelfredzaam mee omgaan. We kunnen deze essentie niet zomaar uitbesteden aan grote machthebbers en onze perceptie door gemakzucht vertroebelen door andere zaken belangrijker te gaan vinden. Als wij ons bestaan effectief organiseren dan nemen wij energie en voedsel serieus. Dat betekent ook dat wij onze eigen omgeving serieus moeten nemen uit levensbelang, niet geldbelang.
Door de economie vanuit consumptie en geldafhankelijkheid te organiseren ontstaan alle misstanden. Als we de economie organiseren rond gebruik en eigen inzet en verantwoordelijkheid met in acht name van duurzame menselijkheid dan kunnen vele misstanden opgelost worden. Het gaat niet om geldsystemen maar om duurzame menselijke vooruitgang.
De zon is gratis en de planten groeien weelderig zelfs als wij er niet naar omkijken. Als wij een beetje sturen dan geven die planten een overvloed aan voedsel en herbruikbaar afval voor energievoorziening. We hoeven niet eens te reizen hiervoor zoals we nu doen om geld te verdienen. Energie is van onszelf en dat mogen wij opeisen vanuit een natuurlijk perspectief door er zelfvoorzienend mee om te gaan. We hebben voor onszelf het dilemma geschapen door het uit handen te geven. Misschien wordt het tijd om daar zelf eens goed over na te denken en het weer terug te nemen.
Het dilemma van vervuiling, fossiele brandstoffen, klimaatproblemen lossen de machthebbers niet op want zij hebben hun macht eraan ontleend. Als het opgelost wordt is het omdat wij daar zelf verantwoordelijkheid voor nemen als individu en som der individuen in concrete samenwerking. Wij passen onze levensstijl aan, worden zelfredzaam, gebruiken geen fossiele brandstoffen meer en trachten zoveel mogelijk over te stappen op eigen productiviteit. We accepteren geen blokkerende maatregelen meer die ons leven en leefbaarheid in de weg staan. Wij zijn zelf de overheid die ondergeschikt is aan de mens, niet andersom. Wij hebben onze eigen autoriteit. En dat begint thuis, lokaal en in onze gemeentes. Niet in Den Haag of Brussel. Maar vaak staat gemakzucht ons eigenbelang in de weg en daar ontleent de macht haar macht aan en wij onze onmacht.
Tsja, en dat is voor iedereen nog steeds een gigantisch dilemma.
Zijn naam is Victor Sonna en hij komt oorspronkelijk uit Kameroen. Hij is in Nederland gebleven na zijn studie aan de Design Academy in Eindhoven. We zien hem regelmatig fietsen op die gekke fiets van hem. De wielen staan zo ver uit elkaar dat je zou denken dat je er doorheen zou zakken als je erop zit. Alles is krom en niets hetzelfde. Het is een blikvanger op en top. Kinderen kijken hem na en maken opmerkingen. Volwassenen wenden hun blik af omdat ze niet weten hoe ze moeten reageren op zo’n donker zwarte verschijning op een fiets waarvan geen touw aan vast te knopen lijkt.
Victor: Fiets van zwerfafval
Vandaag trof ik hem toevallig in de straat en vroeg hem hoe hij in vredesnaam zo’n gedrocht in elkaar heeft kunnen zetten? “Hoe ben je ertoe gekomen?” vroeg ik hem. Hij antwoordde dat mensen zoveel weggooien dat hij er een fiets van heeft gemaakt. De uitleg raakte mij. Het was een vertoning van onze wegwerpcultuur, het oneindige zwerfvuil dat zich opstapelt in de buurten en onze bossen tot ergernis van een ieder die ik ken, dat niemand er ooit neer heeft gegooid maar er toch samen een grote puinhoop van maakt. Deze man brengt deze werkelijkheid onder onze neus door erop te gaan fietsen! Geniaal!
Mijn waardering was enorm en ik vroeg op ik een foto mocht maken? Dat mocht en ik kreeg zijn naam op een kaartje waarop een andere fiets staat afgebeeld. Een prachtig kunstwerk met de naam “The Persistence of Memory”. Een kunstobject dat in elke tuingalerij of museum een ereplek verdient. Ik kijk uit naar een volgende ontmoeting met hem om hem verder te betrekken bij de Stad van Morgen, en zijn creatietalent en bewustzijn over te dragen op de jongeren, ouderen door zijn voorbeeld en aangrijpende transformaties.
Vooruitlopend op de boeiende STIR avondcolleges in Eindhoven (en binnenkort ook in Antwerpen) over geld, schuld en macht (na de zomer) wil ik u nu alvast deelgenoot maken van een aantal documenten van onze nieuwe STIR partner en Sustainocraat in wording in Antwerpen, Werner van Ginneken.
De interessante conclusie is dat
“Schuld niet echt bestaat. Het is een pressiemiddel”
Er zijn alvast twee pdf-documenten van Werner kunt u hier downloaden
Werner gebruikt elke principes van Fisher en Einstein in rekenkundige vergelijkingen die op papier natuurlijk erg logisch zijn maar in de werkelijkheid opboksen tegen een niet wiskundig fenomeen: de menselijke complexiteit. Dat laatste verdient natuurlijk onze STIR aandacht. Hoe gaan we hier mee om? Daarvoor gebruik ik liever even mijn eigen woorden. Die van Werner kunt op papier lezen en na de zomer persoonlijk met hem in het college bespreken.
Berg geld
Pak al het geld van Nederland (of België) en gooi het op een hoop. Maak een foto van die hoop en geef nu al het geld aan de Nederlanders (of Belgen) om er wat mee te doen. Als men klaar is dan gooien we al het geld weer op de hoop en maken er nog een foto van. Er is niets veranderd. Beide foto’s zijn gelijk.
Een hoop geld
Geld is dus een stabiele factor, het blijft altijd hetzelfde. Het is een tastbaar middel. Schuld heeft niets met het geld te maken want schuld is niet tastbaar, het is een onderlinge afspraak rond het wegnemen van geld van de hoop om het te gebruiken en te zorgen dat het weer op de hoop komt. De hoop blijft zo intakt en kan keer op keer gebruikt worden in de processen waar het voor bedoeld is. Dat laat Werner zien aan de hand van vergelijkingen die aantonen dat Schuldeiser en Schuldenaar tegen elkaar weggestreept kunnen worden. Zolang de hoop compleet is dan is er ook geen schuld.
Bewustwording door even te roeren in wat begrippen
Vanaf hier ga ik in de beeldvorming blijven roeren om duidelijk te maken dat de crisissen waar we mee te maken hebben geen enkele betekenis hebben, in tegenstelling tot wat machthebbers ons willen doen geloven. We gaan terug naar die twee gelijke hopen geld. Tussen de eerste en tweede berg van hetzelfde geld is wel degelijk wat veranderd. Namelijk datgene wat men met het geld heeft gedaan. Men heeft het ingewisseld voor onderlinge gunsten (emotionele waarde). In het proces is er wat geld zelf betreft niets gebeurd alleen het is van hand veranderd volgens een maatschappelijke afspraak en is daardoor een gunst aan de maatschappij toegevoegd. Het geld brengt dus vooruitgang door de uitwisseling van gunsten te stimuleren en tastbaar te maken. Een maatschappij brengt in principe geld in circulatie om die reden. Dat heet waardecreatie. Schuld bestaat dan niet omdat geld neutraal is en alleen de onderlinge gunsten waarde hebben.
Als iemand geld heeft maar (nog) geen gunsten nodig heeft dan kan deze het aan iemand anders geven (of uitlenen) die er wel behoefte aan heeft. De som van de actie is dat we er integraal op vooruitgaan. Dat is de oorsprong van de coöperatieve bank (Dhr. Raiffaisen). Ik kan zelf altijd iemand weer een gunst doen en daar geld voor krijgen dat ik alleen nodig heb als ik zelf ook iets nodig heb dat met geld wordt betaald. Zo is geld gewoon een middel in circulatie.
Natuurlijk kan ik de schuld noteren van de geldlening die ik iemand heb gedaan. Dan is hij mij geld of een gunst schuldig. Door het proces om te keren kan de schuldenaar gunsten uit gaan wisselen voor geld en zo de schulden aflossen door het geld terug te geven. Deze schuld kan natuurlijk ook in gunsten worden afgelost want geld en gunst zijn uitwisselbaar. Geld in omloop creëert zo alleen maar menselijke waarden. Schuld en schuldeiser strepen zich tegen elkaar weg zolang het motortje van waardecreatie blijft draaien. En het geld in omloop blijft nog steeds dezelfde grote hoop. De samenleving draait om de onderlinge afspraken rond geld en de uitwisseling van gunsten waarbij schuld en schuldeisers in onderling evenwicht blijven.
Waarom zitten we dan zo in de crisis?
Er zijn verschillende redenen. Er ontstaat een probleem als iemand mij geld wil lenen zodat ik gunsten kan kopen en deze schuldeiser mij niet één maar twéé gunsten terugvraagt. Op het moment van de lening is het geld één gunst waard in mijn handen maar op papier ben ik er twee schuldig. Ik moet dus zelf dubbel zoveel gunsten doen om in de omloop in het reine te komen. Het is oneerlijk dat de schuldeiser de schuld dubbel opeist dan hij gegeven heeft. Waarom accepteren we dan zo’n deal? Omdat we misschien iets nodig hebben voor het dagelijks leven dat op een andere manier niet verkrijgen is (macht door het creëren van tekorten), zoals een huis om te wonen. Door ons afhankelijk te maken van geld voor onze dagelijkse behoeften en niet van onze gunsten bepaalt het geldsysteem wat geldwaarde heeft en wat niet.
Als de schuldeiser geen gunsten terug wil, alleen meer geld dan dwingt hij mij mijn eigenwaarde te halveren en dubbel zo hard bepaalde gunsten (die geld opleveren, niet noodzakelijkerwijs maatschappelijke vooruitgang) uit te gaan delen waar ikzelf niets aan heb (behalve het in stand houden van mijzelf, geen enkele vooruitgang). Of ik moet meer schulden maken. Uiteindelijk stagneert de wereld van gunsten en geld en ontstaat er een crisis omdat niets meer circuleert. Geld gaat maar een kant opstromen, namelijk van schulden naar schuldeiser. Dat kan natuurlijk niet want schulden worden nu gecreëerd zonder dat er geld of gunsten tegenover hebben gestaan. Er is dan geen waardecreatie meer, alleen waardevernietiging. Degene die met het geld omgaat heeft een onterechte machtspositie door te eisen wat niet opeisbaar is. Er wordt geld gevraagd dat er niet is. Men wil steeds meer dan de berg groot is. Dat kan niet en bestaat ook niet in de echte wereld want wij als bevolking maken geen nieuw geld maar gebruiken geld alleen voor gunsten. Alleen in een virtuele wereld van schuld en macht kan de geldverplichting groeien vanuit schuldaanvaarding of opgelegde verplichting vanuit macht. Als wij dus het woord “groei-economie” horen dan zijn het deze speculanten die aan het werk zijn door meer geld aan ons terug te vragen dan er ooit in circulatie is geweest. Dat doet men dan door een claim te leggen op de toekomst, onze toekomst. Hierdoor wordt de bevolking in feite gegijzeld in een schuldsysteem.
Een tweede probleem ontstaat als wij gunsten vragen van buiten ons circulaire gunsten gebied. Wij krijgen dus gunsten maar het geld verdwijnt. De berg wordt kleiner. Een maatschappij kan dat compenseren door er geld bij te leggen om de berg in stand te houden voor lokaal gebruik maar dan ontstaat er een vertekend beeld. Door schuldeisers en schulden tegen elkaar weg te schrappen in een circulaire economie blijft het stabiele geld over. Maar nu verdwijnt het stabiele geld, ontvangen wij gunsten en is er niets weg te schrappen. Het stabiele geld is weg en laat alleen schulden achter. Het cirkeltje is doorbroken en het hoopje geld verdwijnt. Door het aan te vullen verhogen wij alleen de schuldontwikkeling, geen waardecreatie. Dat is tijdelijk goed voor het machtsysteem maar niet voor de maatschappij. Daarom moeten er kapitaal injecties komen om het hoopje in stand te houden, maar die lossen niets op want die worden toch weer leeggezogen of uitgewisseld tegen oude schulden.
De oplossingen
Er zijn natuurlijk vele oplossingen te bedenken. Zo kan het cirkeltje weer sluitend worden gemaakt door geld lokaal te houden en weer te koppelen aan gunsten in plaats van schulden. We zien overal op dit moment kleine waardesystemen ontstaan die deze functie op zich nemen nu de Euro onstabiel is geworden. We praten dan niet over een groei-economie maar een welzijnsmaatschappij (zoals sustainocratie).
Men kan ook de waarde van geld ten opzichte van de gunsten halveren in plaats van te verdubbelen. Een soort negatieve rente. Dan lost de schuld vanzelf op naar mate de bevolking weer in actie komt met gunsten verlenen. Dat is echter een puur technisch oplossing als we de oude explosie van onterechte schulden willen blijven erkennen. Het is niet echt praktisch omdat geld zelf geen waarde heeft. Dus de helft van niets is niets. We verdubbelen ons waardebesef van gunsten ten opzichte van geld en dat levert een moeilijke situatie op lokaal.
Men kan ook een wereldeconomie afspreken maar dan moeten de parameters van de gunsten wel gelijk getrokken worden in alle landen. China heeft een lager arbeidsloon dan Europa of USA. Een euro krijgt meer gunsten in China dan elders in de wereld. Daarom trekt de Euro ook massaal naar China en circuleert het niet in Europa. Als China echter gunsten terug wil vragen aan Europa kost het haar het dubbele of meer dan wanneer ze het zelf doet. Daarom ontwikkelt China zich zo snel met de middelen van buitenaf en zuigt het Europa en Amerika leeg. We moeten dus ophouden om gunsten te vragen aan China (zelfredzaamheid). En als ik China zeg dan gaat het over alle lageloon landen natuurlijk. China is echter een grootmacht in deze die snel haar eigen megacrisis ontwikkeld op deze manier.
Men kan ook weer de “gunsten economie” opbouwen en geld op een secondaire plaats zetten. Geld wordt dan het middel dat het ooit bedoeld is en niet het doel om alleen maar stijgende onwerkelijke schulden te betalen. Dat zijn allemaal keuzes die een mens eenzijdig kan maken en dan in conflict komt met het dominante schuldensysteem, of collectief regionaal door de schuldeisers uit te sluiten en samen te werken vanuit waardecreatie. Dan komt men misschien in conflict met schuldgerelateerde juridische ontwikkelingen van de laatste decennia maar ook dat zijn onderlinge afspraken over een morele soevereiniteit waar met samen uit kan komen.
Macht is het probleem
We komen altijd in het vaarwater van de machtsposities die zijn ontleend aan het geld, leen en het verhoogde terugeis systeem. Men wil alleen geld en geen gunsten dus raakt het land werkeloos en steekt men zich in grotere virtuele (want het verschuldigde geld bestaat niet eens in de vaste werkelijkheid) geldschulden om de eerste schulden af te kunnen betalen. Moderne juridische systemen zijn rond de geldelijke concentraties van macht gebouwd waardoor er ook een moreel conflict ontstaat in het juridische systeem. Ook vrouwe Justitia heeft zich laten verleiden door de blinddoek voor te doen, niet om onpartijdig te kunnen oordelen maar door de werkelijkheid niet te hoven zien in haar oordeel. Moraal is zo uitgesloten van de werkelijkheid. Vrouwe Justitia wordt uitgedaagd zich te herstellen door haar blinddoek af te doen, haar maagdelijke morele onafhankelijkheid te herstellen en een nieuwe fase van morele bewustwording in te luiden in ons samenlevingssysteem. Dat is ook moeilijk natuurlijk omdat ook het bewakende juridische systeem in de machtige handen is gevallen van het schuldsysteem en dienstbaar is geworden aan hebzucht in plaats van menselijkheid. De nieuwe vorm van democratie lost dit op maar dan moeten we wel de oude opzij durven zetten. Dat is een keuze vanuit zelfbewustzijn.
Als men dus weer gunsten gaat leveren aan elkaar dan lost ook het schuldprobleem zich op door de omgekeerde evenredigheid. De machtsposities stellen echter eisen aan de aard van de gunsten door ze te verbinden aan geld en nieuwe schulden (denk aan het zorgsysteem). Die eisen worden weer in verband gebracht met het eigenbelang van het systeem dat schuld koestert wegens de macht die het oplevert door bijvoorbeeld arbeid met geld te honoreren in relatie tot productie, distributie en consumptie in plaats van welzijn . Dit is een samenspel tussen banken (schuldbeheerders) en overheden (systeembeheerders) die beide de macht verdelen door de mensen schulden voor te houden en af te dwingen. De mens kan niet anders omdat de basisbehoeften in overvloed getoond worden maar alleen toegankelijk zijn met geld. En dat laatste is alleen beschikbaar onder omstandigheden die door macht zijn bepaald.
Emotioneel probleem
Voor de bevolking is dit alles een emotioneel probleem. Schuld wordt van buitenaf opgelegd vanuit de tastbare wereld (geld), vaak met wettelijke plichten (macht) terwijl deze op te lossen is door de energetische (gunsten) wereld. Door als individu schuld niet meer te erkennen (teruggeven aan de schuldeiser met de opmerking “niet van mij”) is die emotie weg en kan er gewerkt worden aan die werkelijkheid van gunsten. Dat is lastig omdat banken en overheden een aantal emotionele waarden van ons onder controle hebben door ze in geldschuld te vertalen. Denk aan onze huisvesting, voedsel, gezondheidszorg of pensioenen. Dat is macht over werkelijke behoeften. Maar deze zelfde instanties hebben ooit geld gecreëerd om een gemeenschap te verleiden tot productiviteit op basis van onderlingen gunsten uitgedrukt in geld. Nu die productiviteit door macht-hebzucht is verdwenen is de macht ook uitgehold omdat deze alleen op schuld is gebaseerd. Voor de normale mens levert dit angst om de zekerheden te verliezen en voor de machtssystemen de angst om hun macht te verliezen. Angst is de essentie van de crisis en blokkeert een oplossing totdat een emotionele ontploffing (chaos, oorlog, enz) de zaak op pijnlijke wijze saneert.
De werkelijkheid is echter anders dan de machthebbers verkopen. Huizen, dokters, geld, grond, mensen en de hele tastbare wereld is hetzelfde, met en zonder schuld. Schuld is een opgedrongen afspraak waar men macht aan ontleent maar het is virtueel. Alleen die tastbare wereld is reëel en wordt gebruikt als werkelijke zekerheid. Vaste middelen worden gebruikt voor leven en welzijn. Gunsten zijn ook echt, door de emotionele waarde die eraan wordt ontleend van vooruitgang. Schuld en bijbehorende macht is virtueel, niet bestaand en wordt alleen bewerkelijkheid door er een rechtstaat en politiemacht aan te koppelen onder beheer van de machthebbers. Deze schuldenwereld heeft de gunstenwereld bevroren waardoor de tastbare wereld niet meer voor vooruitgang wordt gebruikt. We staan stil. Alleen de schulden bouwen op en de misstanden. De “macht” staat op drijfzand. Als de mens geen toegang meer krijgt tot overvloed verschaft zij zich toegang met geweld om te overleven.
Door de schulden weg te nemen komt de gunstenwereld weer op gang en draait de maatschappij op termijn weer optimaal. De enige die ophoudt te bestaan is de huidige bank die virtuele schulden beheert die toch in de werkelijkheid niet bestaan. En de dominante overheid die weer moet gaan faciliteren in plaats van controleren en speculeren zodat vooruitgang wordt geboekt en geen stilstand. Dat is allemaal niet zo moeilijk. Het is gewoon een erkenning van de echte werkelijkheid, onze angst een realistisch plekje geven, macht ontkennen en lossen door onze onderlinge afspraken een beetje aan te passen. In feite is het een simpele keuze tussen menselijke waarden of niet bestaande schulden.
Kan dat zonder kleerscheuren?
Ja, als men Sustainocratie toepast, ook in het machtsysteem. Een aantal jaren geleden bestond Sustainocratie nog niet maar nu wel. Destijds kon men zich nog verschuilen als machthebbers in de onwetendheid en een oorlog of opstand als “onverwachte” consequentie aanvaarden. Nu is er een vraag (eis eigenlijk) om menselijk verantwoordelijkheid aan degenen die vooruitgang blokkeren door macht onterecht uit te blijven oefenen. Ze hebben nu een vrijwillige keuze die opeisbaar is door menselijkheid. Men is voor altijd verwijtbaar als men die keuze niet bekrachtigt, en een held van vandaag en de toekomst als men deze omarmt en toepast. Men kan macht uitoefenen als historisch despoot of macht transformeren in autoriteit voor menselijke vooruitgang en de wereld in gaan als held. De keuze is aan de machthebber. Gelukkig zijn er genoeg die die keuze al hebben gemaakt.
Op 10 April 2013 was ik uitgenodigd om te spreken door de lokale politieke beweging ROSA. Men wilde de negativiteit doorbreken van het crisisgevoel dat ook deze regio te pakken had. Het oog was gevallen op de Sustainocratische processen in Eindhoven die gebruik maken van de ruimte die ontstaat door de crisissen om integrale vernieuwing toe te passen. Zo zat ik op 10 April in de trein om voor 75% minder CO2 uitstoot een paar uur later in Zaanstad aan te komen. Wat mij meteen opviel was de beeldschone hoogbouw in Noord Hollandse stijl van een conferentieoord bij de uitgang van het station. Ik wandelde langs de prachtig opgeknapte gracht richting de brede rivier de Zaan. De bijeenkomst werd gehouden in het cafe van de bioscoop die gebruik maakte van een oud fabriekspand langs het water.
De wandeling gaf in het geheel geen gevoel van crisis maar als je wat nader kijkt dan zie je dat de mooie winkelpandjes bezet zijn met landelijke en wereldwijde franchizes die we overal tegenkomen in elke binnenstad. Dit toont de distributiecultuur waarin het het geld maar een richting in vloeit, en dat is van de retailshop naar de gecentraliseerde hoofdkantoren. Behalve de vaak goedkope werkgelegenheid voor jongeren in de winkeltjes en logistieke bevoorrading blijft er niet veel geld hangen in de stad zelf. De industrielen van het verleden zijn vertrokken en de lokale oudetijdse bedrijven hebben het moeilijk of gaan failliet onder de rook van het grote economische speculatiecentrum Amsterdam. Dat is de ene werkelijkheid.
Ik kijk naar de Zaanstad met andere ogen. Ik zie een prachtige brede rivier met een overvloed aan water. Een lokale bevolking die geschiedenis maakte door eigenwijs te zijn ten opzichte van de hoofdstad en dingen te doen die in Amsterdam niet mogelijk waren. Een bevolking die trots is op haar geschiedenis en de oude structuren en uitstraling in stand houdt door er wat mee te doen, zoals de frabiekslocatie waar ik mocht spreken. Ik zie een gebied dat zich uitstrekt tot aan Den Helder om zelfvoorziende samen te werken met de andere gemeenschappen van het Noorden. Als ik dat zie dan sta ik met de rug naar de hoofdstad Amsterdam en beleef ik zelfredzaamheid, zelfbewustzijn, creativiteit, eigenheid en samenwerking. Maar voor mij is kijken op die manier heel normaal omdat ik dat al jaren doe vanuit mijn eigen zelfbewustwording in Eindhoven. Eindhoven is natuurlijk heel anders dan de Zaanstreek, maar als je je bewust bent van je kwetsbaarheid dan ontdek je tevens je gigantische krachten zeker als een crisis je de ogen opent voor andere werkelijkheden. Dat gebeurd in Eindhoven steeds beter nu men ook Sustainocratie voorzichtig omarmt als eerste in de wereld. Deze meoeizame eerste lokale precedenten staan ter beschikking als men in de Zaanstad ook de keuze durft te maken. Dan zal het al een stukje gemakkelijker gaan omdat het proces bekend is.
Als je de wereld anders leert bezien door je radikaal om te draaien van de centralisatie van klatergoud en geldafhankelijkheid dan zie je jezelf en de kracht van zelfbehoud vanuit zelfkennis. Dan ontstaat een nieuwe wereld vol nieuwe kansen en mogelijkheden die alleen afhankelijk zijn van de durf van de lokale bevolking, de creativiteit, de visie en ondernemende wens er samen iets moois van te maken. Dat was ik komen vertellen en toen we de volgende dag het Dagblad van Noord Holland opensloegen zagen we dat de boodschap door de verslaggever duidelijk was verwoord. Nu is het aan de aanwezigen of men er iets mee doet. Ik verwacht het wel. Mijn zegen en hulp hebben ze al.