Nu de eerst leden zich hebben aangemeld kan de VE2RS wijkcoöperatie van start in Eindhoven en omgeving. Wat kunt u verwachten?
In algemene zin gaan we experimenteren met het thema “zelfredzaamheid en samenwerking” op gebied van duurzame wijk en gebiedsontwikkeling. Een aantal zaken zijn al lopende:
1. Gemeenschappelijke inkoop van:
Energie
Stadslandbouwproducten
Workshops
Lokale recreatie
Verzekeringen
Mobiliteit
2. Samenwerking op gebied van:
Energie productie
Verbetering van de woning
Verbetering leefbaarheid
Stadslandbouw in de wijk en uw tuin
Sociale cohesie
Wijkprojecten
Advies
Wijkgezondheid
Wijkveiligheid
Wijkverduurzaming
Wijk-economie
Wijk-dienstverlening
Activiteiten
Wijk-ondernemerschap
Woonachtig in of om Eindhoven? VE2RS zal steeds verder groeien in de wijken en ontmoetingsplekken creëren waar men bij elkaar kan komen.
De wijkcoöperatie VE2RS is onder de Stichting STIR (www.stadvanmorgen.com) gestart en groeit. Vanaf het 100-ste lid zal de coöperatie zich notarieel verzelfstandigen. Wijken vormen vanaf 100 leden een eigen zelfstandige VE2RS groep volgens de algemene kaders van deze coöperatie.
Angst is een democratische drijfveer, maar niet voor altijd
De grote waarde van een democratie is dat de bevolking eens in de zoveel tijd haar volksvertegenwoordiging mag kiezen. Ondertussen is er de vrijheid van meningsuiting en het rechtssysteem om de orde een beetje te bewaken. In principe is dit een grote winst van onze organisatorische evolutie. De bevolking lijkt het voor het zeggen te hebben terwijl de regering vooral moet voldoen aan de wensen van de massa om herkozen te worden.
Maar werkt dat echt?
In Nederland leven wij in een van de rijkste landen ter wereld. Dat hebben wij voor elkaar gekregen door een sterke handelscultuur en de voorzichtigheid om voldoende sociale zekerheden op te bouwen voor als het een keer minder gaat of als we door leeftijd kunnen gaan genieten van een verzorgde oude dag. Als we dan naar de stembus gaan dan stemmen we vooral op de belofte om die luxe situatie te behouden.
We zijn namelijk bang. Bang om ons werk te verliezen, bang om de hypotheek niet te kunnen betalen, bang dat we niet meer twee keer per jaar op vakantie kunnen, bang dat we geen nieuwe meubels meer kunnen kopen, bang dat onze auto het begeeft en we niet meer kunnen rijden, bang dat we niet meer naar de dokter kunnen als we ziek zijn, bang om ons pensioen te verliezen, bang dat de buren meer hebben dan wij, bang dat de kinderen niet het beste van het beste krijgen,…… bang bang bang.
We zijn vooral bang omdat wij zelf niets in de hand hebben. We zijn voornamelijk afhankelijk van het functioneren van een economie die in handen is van allemaal onzichtbare mensen. Zolang dat goed gaat zijn we tevreden. Dan klagen we misschien dat het misschien ook beter kan maar in essentie zijn we blij dat we het allemaal nog hebben. We hoeven maar op televisie te kijken om te weten dat het ook anders kan. Maar dat is gelukkig ergens anders in de wereld, niet bij ons.
Als we dan naar de stembus gaan dan stemmen we op behoud. We zijn bang dat we onze situatie kwijt kunnen raken dus luisteren we naar de beloftes van mensen die zeggen dat ze alles in stand kunnen houden en zelf verbeteren. Sinds 2000 hebben we 6 regeringen gehad die allemaal via de stembus het mandaat van behoud kregen maar telkens dat niet konden waarmaken. Zij gingen vroegtijdig ten onder om plaats te maken voor de volgende die ons overstelpte met beloftes. Sinds 2008 is er ook nog de kredietcrisis die ons heeft aangetoond dat degenen die wij het meeste wilden vertrouwen, de banken, dit en ons spaargeld hadden verkwanseld aan allerlei twijfelachtige buitenlandse handeltjes die men financierde door onze huizenmarkt kunstmatig op te drijven en ons via de hypotheek 25 jaar lang kaal te plukken en nog banger te maken.
Ook de regering laat zien dat zij alleen maar haar beloftes waar kan maken door de rekening bij ons zelf neer te leggen. Jaren lang speelden ze onder een hoedje met de banken. In 10 jaar tijd zijn de lasten via de belastingen verdubbeld. Hoeveel kan onze angst nog verduren?
De maatschappelijke lasten via de belastingen zijn verdubbeld in 10 jaar tijd
Van angst naar moed is een kleine stap
Het wordt duidelijk gaandeweg dat de oplossing niet ligt bij angst maar bij moed. Die afhankelijkheid van allerlei onzichtbaar personen is geen optie meer als uit die onzichtbaarheid alleen maar incasso’s verschijnen waar we zelf geen enkele schuld aan hebben maar die ons via de stembus wél worden toegerekend. Wie kunnen we vertrouwen als de banken en de regering alleen maar zichzelf in stand houden en geen enkele zekerheid meer bieden voor onze toekomst? Hoe lang accepteren we nog dat de rekening om onze angst te sussen aan onszelf en onze kinderen ver in de toekomst wordt gepresenteerd? Hoe lang duurt het nog voordat het allemaal als een plumpudding in elkaar zakt en we inderdaad niets meer hebben?
Het democratische systeem is uitstekend maar evenzeer een last als het achterliggende systeem niet meer voldoet. Verandering kan dan niet zomaar organisch via de stembus omdat de massa nooit ineens geconfronteerd wordt met het inzicht van de noodzaak tot verandering. Daarvoor is men te bang. Het verleden terug verlangen is veilig en bekend. Veranderen is instemmen met het onbekende. Wie krijgt de democratische massa zover dat men ingaat op verandering als de problemen nog maar pas echt bij de deskundigen bekend zijn? Zodra de massa er mee eens is dan is de plumpudding allang in elkaar gezakt.
De oplossing moet dus van buiten de gangbare werkelijkheid komen maar wel op een nette manier. De “onnette” manier is die van de gefragmenteerde opstand zoals staking, barricadewerk en zelfs vormen van terrorisme of activisme.
In de moderne tijd is er ook een andere optie. Dat noemen wij het opzetten van de “transformatie economie”, een verandersysteem dat werkt op basis van ethiek en verantwoordelijkheid. Sustainocratie is zo’n verander economie. Men kiest in een democratie voor de afhankelijkheid en welzijn. In de Sustainocratie neemt men verantwoordelijkheid door deel te nemen aan duurzame zelfredzaamheid. Men werkt dus mee aan veranderingen die het duurzame welzijn in gevaar brengen vanuit een inzicht dat door de massa nog niet wordt gedragen.
Vertrouwen in onszelf
De enige die we kunnen vertrouwen dat zijn wij zelf. Als we vertrouwen willen uit besteden via de democratische weg dan weten we al bij voorbaat dat er niets van terecht komt zoals de situatie er NU voor staat. Daar hoeven we dan al niet meer bang voor te zijn. De angst verplaatst zich dan naar onszelf. Hoe betrouwbaar en talentvol ben ikzelf om richting te geven aan de toekomst en zekerheden te creëren waar ik en mijn omgeving wat aan heeft? Ook dat is beangstigend maar die pijn schept wel mentale ruimte om na te denken over mijn eigen rol in dit geheel? Wat doe ik eigenlijk? Hoe zelfredzaam ben ik? Hoe zelfbewust ben ik over de werkelijkheid? Als ik zo afhankelijk ben hoe zorg ik dat ik weer wat controle krijgt over mijn eigen leven?
In kringen van menselijk ontwikkeling wordt dat proces “bewustwording” genoemd. “Alles wat ik heb kan ik verliezen” en dat schept angst waar anderen gebruik of misbruik van maken. “Alles wat ik ben neemt niemand van mij af” en is de basis van het scheppen van zekerheden en zelfvertrouwen.
Wanneer wij in de Stad van Morgen praten over de “transitie economie” dan hebben we het allereerst over de verandering van mentaliteit van angst voor het onbekende naar vertrouwen in jezelf. Pas met dat zelfvertrouwen kan men de verbintenis aangaan met anderen en samen gaan werken aan hernieuwde zekerheden. Soms dient dat zelfvertrouwen op zoek te gaan naar nieuwe talenten die men vaak wel heeft maar in de afhankelijkheid wereld niet werden benut maar in die nieuwe wereld juist enorm van toepassing zijn. Die oude vaardigheden die men loslaat waren veelal kunstjes die door de omgeving werden verlangd, de nieuwe vaardigheden komen meestal van binnenuit en worden geboren uit de passie van de mens zelf. Men staat er dan ook veel authentieker mee in het leven.
Maar dat is allemaal een proces. Ondertussen gaan we naar de stembus weer in Maart 2014 voor de raadverkiezingen. Nu regeert angst nog in heel Nederland. Als we naar de raadverkiezing gaan laten dan vooral stemmen op die mensen die in staat zijn om ons de ruimte te geven om onszelf weer te ontwikkelen. De nieuwe gemeentelijke besturen kunnen faciliterend lid worden van burgerinitiatieven (géén participatie want we participeren nergens in maar nemen zelf verantwoordelijkheid) en samen gaan werken aan de transitie.
Laat Maart 2014 een stapje zijn in de omslag van een cultuur van angst naar een van zelfverzekerdheid. We willen geen rekeningen meer hebben van onze overheden maar zelf waarden creëren zodat we onze maatschappij zonder schulden zelf kunnen dragen.
Sustainocratie, de transformatie economie
U kunt ook desgewenst gratis (niet vrijblijvend) lid worden van Sustainocratie (de transformatie economie). Dat is geen politiek partij maar een verander initiatief dat helpt de maatschappelijke onbalans saneren die door angst is ontstaan, door collectieve angst blijft regeren en de zaak democratisch alleen maar verergerd. Als u lid wordt van Sustainocratie dan nodigen wij u regelmatig uit om mee te doen met de transformatie via vreedzame veranderprojecten in speciale coöperaties waar paradoxaal ook de overheid, wetenschap en het bedrijfsleven zich bij aansluit. Kijk naar bijvoorbeeld AiREAS
De discussie is weer opgelaaid over de antroposofische stroming in de bevolking die hun kinderen niet willen inenten tegen bepaalde ziekten. Die discussie is op zich prima en heel antroposofisch als erdoor een openheid in dialoog ontstaat over essentiële levensvragen. Wanneer echter de discussie geblokkeerd wordt door dogmatische opvattingen of “God’s wil” dan hebben we meer te maken met religie dan antroposofie.
Antroposofie is een filosofische levensbeschouwing waarin de ontwikkeling van het bewustzijn een natuurlijke oorsprong heeft met een natuurlijk spirituele en zintuiglijke evolutionaire context. Daarin past niet “het is zoals het is” noch “het is zoals Rudolph Steiner het heeft gezegd” maar wel “het is zoals ik het voel en zelfbewust beredeneer”. De kern van de discussie gaat over “wat is natuurlijk evolutionair en wat niet?”. Voor mij gaat de discussie over “waarvoor neem ik verantwoordelijkheid en op welke gronden baseer ik mijn keuzes?”.
Toepassen van kennis
De mens onderscheidt zich van een groot deel van de levende omgeving door onze zelfbewuste toepassing van kennis. Dit doen we natuurlijk uit eigenbelang en de toepassing ervan is op zichzelf al evolutionair, niet alleen voor onszelf als soort maar ook voor onze omgeving. Waar leggen we onze grenzen? Wat moeten we aan de natuur overlaten en wat mogen we een handje helpen vanuit de ontwikkeling van onze kennis en hulpmiddelen?
Ethische vraagstukken
In de antroposofie is het ontstaan van de mens al geprogrammeerd in de beginselen van het ontstaan van het leven, niet in haar definitieve fysieke vorm maar wel als een zich ontwikkelend bewustzijn. Zo heeft Steiner het over onder andere de “vuurwezens” waar in verschillende fasen van alles bij kwam. De interactie en samenvoegingen van elementen en natuurverschijnselen zijn alles bepalend geweest. In feite komt het met nuance verschillen overeen met het scheppingsverhaal en ook met mijn eigen werk dat zich uit in “het geheim van het leven”. Hierbij moeten we in acht nemen dat ik veel vrijer schrijf over opvattingen vandaag dan men dat in het verleden kon doen door allerlei overheersende dogma’s die gevaarlijk zichzelf in stand hielden en nieuwe redenaties tegenwerkten.
De natuurlijke levenswetten gelden natuurlijk ook voor alle levende wezens die zijn ontstaan, ons omringen of zijn verdwenen, niet alleen de mens. Dus ook de wereld van insecten, bacteriën en virussen.
Antroposofie en Sustainocratie
Terwijl antroposofie filosofeert over “de mens” als voorbestemd zelfbewust onderdeel van onze natuurlijke omgeving gaat Sustainocratie over de manier waarop wij zelfbewust met onszelf en onze omgeving omgaan als menselijke samenleving binnen een dynamisch universum. Volgens het model van de menselijke complexiteit en de uiting in “het geheim van het leven” zien we vier natuurlijke aandachtsgebieden die de antroposofische bedenkingen omvatten.
1. Harmonie
Ons universum is harmonieus door de constante verandering die steeds weer een nieuwe balans zoekt. Dit universum speelt zich af buiten maar ook binnen de mens zelf. Wij zijn in alle aspecten hetzelfde als onze universele omgeving en ontwikkelen ons volgens de functionele werkwijze hiervan, niet dat van het niveau van ons bewustzijn maar van dat deel dat we denken te snappen. Om zelf in harmonie te blijven dienen het op te zoeken met onze aldoor veranderende omgeving. Hierin heeft de mens maar een doel: het in stand houden van zichzelf als levende soort. Het zelfbewustzijn helpt ons daarbij en zorgt voor de evolutionaire context die verder gaat dan Darwinistische omstandigheden. Wij beïnvloeden onze omgeving zelfbewust en beredeneren de effecten van onze beïnvloeding. Andere soorten hebben dezelfde doelstelling voor zichzelf maar misschien een andere instrumentarium waardoor er een interactie plaats vindt tussen de mens en de omgeving. Deze uit zich op verschillende manieren waarbij harmonie het uitgangspunt is, niet de instandhouding van het fragment. Daar zorgt het fragment, zoals de mens, zelf voor binnen haar eigen mogelijkheden. Symbiose noemen we dat, ofwel de kunst van het samen leven maar ook overleven.
We kunnen dat romantiseren maar ook noodzakelijkerwijs relativeren. We hebben onze omgeving nodig om te leven. Deze levende omgeving reageert uit eigenbelang op de veranderingen die de mens veroorzaakt. In vele gevallen is dit bedreigende voor de mens en dwingt de mens tot een reactie
2. Groei
Als een soort de kans krijgt om te groeien dan doet deze dat totdat er grenzen worden bereikt van de groei. De mens als soort groeit exponentieel binnen de beperkte fysieke ruimte van onze leefomgeving. De omgeving past zich op de groei van de mens aan terwijl ze zelf ook uit is op groei. Maar hoe groter de mensheid des te interactiever de omgeving met de mens omgaat uit eigenbelang. Zo kan de levende wereld de mens ervaren vanuit elk van de vier contexten voor de eigen groei. Het gaat dan niet alleen om de soorten die wij zien maar ook de vele soorten die wij niet zien.
De mens als wezen is zelf een symbiotische samenstelling van miljarden wezens die samen het bestaansrechtelijke leven van onszelf beïnvloeden. In feite zijn wij een universum op zich, een weerspiegeling van de werkelijkheid buiten ons, in alle opzichten. Als wij de symbiose beïnvloeden dan beïnvloeden wij onszelf. Maar in ons zijn ook die miljarden wezen actief in hun eigen processen.
3. Concurrentie
Alles in de natuur concurreert. Ook de mens met alle mogelijke bedreigingen en kansen. Wij lijken soms te denken dat wij geen natuurlijke vijanden hebben maar dat is niet waar. Naast onszelf als onze gevaarlijkste tegenspeler is de wereld van insecten, planten, bacteriën en virussen zowel een symbiotische alliantie als een permanente bedreiging. Dat wij daar slim mee om trachten te gaan is ook natuurlijk. Wij hebben bijvoorbeeld geleerd om ons voedsel te koken voor onze veiligheid. We braden ons vlees voor betere vertering. We hebben muren en steden gebouwd om onze mogelijke natuurlijke vijanden de baas te blijven. Wij bedenken allemaal middelen tegen muggen, steekvliegen en ongedierte (voor ons dan). Hoe ver dienen wij daarin te gaan voordat het onszelf evolutionair gaat benadelen in plaats van helpen?
Die wisselwerking tussen eigenbelang, beheersing en de effecten ervan, onze natuurlijke drang tot groei, de concurrentie voor ruimte en de ontwikkeling van ons bewustzijn, van ons individuele zelf en in onze organisatievormen, hoort daar ook bij. Lang hebben wij onze velden bespoten voor overvloedige voedselproductiviteit maar we zien nu een effect op onze eigen lichamelijke weerstand en vervuiling via ziektes. De bijensterfte wordt ook de mens verweten en heeft uiteindelijk weerslag op voedsel. Antibiotica heeft ons geholpen totdat bacteriën er resistent tegen werden. Nu moeten we weer op zoek naar iets anders.
Kortom, de natuur reageert op alles wat wij doen en bedenken. En de natuur is veel creatiever dan wij waarbij de lange termijn niet in onze handen is maar beïnvloed wordt door vele verschillende variabelen. De kern van ons bewustzijn is een leerproces van onze eigen acties. Daarin staat de mens centraal in haar duurzame menselijke vooruitgang. In onze concurrentie met onze omgeving dienen wij in acht te nemen wat dienstbaar is naar ons bestaan en wat uiteindelijk bedreigend is door ons eigen toedoen? Soms weten wij dat niet vooraf en dienen we het te ervaren. Soms kunnen we dat beredeneren door ethiek en verantwoordelijkheid tot te passen in ons leven en de maatschappijvorm die wij kiezen.
Vanuit deze context is inenting tegen bepaalde bedreigingen een prima concurrentiemiddel om weerstand te bieden tegen de agressie van onze omgeving. Het is iets anders wanneer wij de inenting doen uit gemakzucht, bijvoorbeeld als een bepaalde ziekte nooit levensbedreigend is en misschien zelfs wel bijdraagt aan de natuurlijk weerstand opbouw van de mens. Wanneer is een vaccin een toevoeging aan onze evolutionaire kansen en wanneer is het een uiting van hebzucht van de materialistische of gemakzuchtige cultuur? Daarin speelt antroposofie een gewetensrol die van wezenlijk belang is om de juiste overwegingen te maken.
4. Aanpassing
Zowel de natuur als de mens onderscheidt zich door de mogelijkheid zich aan te passen aan nieuwe werkelijkheden. Voor de mens is dat een leerproces dat het bewustzijn net zoveel aangaat als onze lichamelijke, spirituele en emotionele ontwikkeling via reflectie en beredenering. We hebben een deel van onze ontwikkeling zelf in de hand en een deel helemaal niet. Waar vinden wij de balans? Ook dat is een natuurlijk proces van actie en reactie op verschillende invloedsniveaus om ons heen. Het bewustzijn van het leven zit ingebakken in het universum, of dat nu in de directe omgeving van onszelf is of elders in het heelal. Uitsluitende onder de juiste omstandigheden wordt het leven geactiveerd en komt het tot ontwikkeling in al haar diversiteit en complexiteit. Dat dan steeds weer een mensachtig bewustzijnsniveau bereikt kan worden is ook weer afhankelijk van allerlei factoren. Ons bestaan is daarom redelijk uitzonderlijk en uniek. Daar mogen we niet lichtzinnig mee omgaan. De antroposofische reflectie is daarom zeker zo interessant omdat het ons weer bewust maakt van een omringende werkelijkheid die ook met de mens omgaat en waar wij het cirkeltje steeds weer rond mee proberen te maken vanuit een nieuwe mogelijke harmonie, als was het door de eliminatie van een mogelijke vijand.
Conclusie
Het krijgen van kinderen is een evolutionair progressieve daad. Het begeleiden van de kinderen naar volwassenheid is een ethisch bestaansrechtelijk gedragen verantwoordelijkheid. Het bepalen van vaccins en middelen voor onszelf is een persoonlijke keuze. Maar het bepalen ervan voor onze kinderen heeft een geheel andere antroposofische dimensie. Kinderen zijn niet ons eigendom maar onze verantwoordelijkheid. Hun opgroeiende fasen dienen gesteund te worden door de volwassenen op basis van antroposofische criteria van verantwoordelijkheid rond gezondheid, veiligheid, welzijn en toegepaste kennis voor optimale ontwikkeling naar volwassenheid. De opvattingen die de zelfbewuste ouder op zichzelf toepast zijn niet automatisch van toepassing op het kind. Daar dient een gewetenslag overheen te gaan van reflectie die een kind niet zelf kan nemen. De beste personen die de keuze kunnen maken zijn de ouders natuurlijk. Hierbij dient men zich af te vragen wat het effect zal zijn op het eigen kind en in hoeverre de eigen keuze de wereld om ons heen beïnvloedt. Laten we ons manipuleren door oude of nieuwe dogma’s of passen wij antroposofie toe in de meest verdiepende zin?
Welke keuzes wij ook maken, aanvaarden wij de verantwoordelijkheid ten opzichte van onszelf, ons nageslacht en onze omgeving? En dat geldt niet alleen voor vaccins maar voor elke keuze in het dagelijks leven.
Op Zaterdag 3 Augustus kopte het Eindhovens Dagblad “Verzorgingsstaat wordt ‘doe-democratie'”. Het artikel verwijst naar de onbetaalbaarheid van de verzorgingsstaat en de manier waarop veel vrijwilligers al op hun eigen manier vernieuwing brengen door zelf verantwoordelijkheden te gaan dragen in plaats van deze van externe organisaties te verwachten.
Contrast
De verzorgingsmaatschappij heeft een historische opbouw. Het feit dat deze onbetaalbaar is geworden komt door een aantal maatschappelijke keuzes die al zo ver als 1798 terug te voeren zijn toen de eerste grondwet zich ontwikkelde in Nederland. De huidige grondwet dateert van Thorbecke rond 1850. Eind 18e eeuw ging de discussie nog over “gezondheid” wegens de sterfte onder de bevolking door de vervuiling van de industriële activiteiten. Medio 19 eeuw was de discussie veranderd in “gezondheidszorg”.
Dat verschil tussen “gezondheid” en “gezondheidszorg” is essentieel in de ontwikkeling van onze maatschappij. De eerste is proactief (zorgen voor gezonde omstandigheden) in de benadering en de andere reactief (reageren op ongezondheid). Het ging allemaal over de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid die men kon aanvaarden als overheid. Gezondheid kan men reguleren door maatregelen en voorzieningen rondom ongezondheid. Daaruit ontstond een regeringsapparaat die de ontwikkeling van gezondheid moest afwegen tegen de economische.
Gezondheidzorg werd een overheidtaak in haar dienstbaarheid naar de bevolking om de productiviteit zo hoog mogelijk te houden. Ongezonde mensen zijn een last en gezonde mensen een lust (via de belastingen op productiviteit). Toen na de tweede wereldoorlog ook de sociale zekerheden belangrijk werden om nieuwe oorlogsomstandigheden te voorkomen ontstond de materiële drang om allerlei potjes op te bouwen via belastingen, pensioenen en verzekeringen. Nederland is daarin nog steeds het meest geavanceerde land van de wereld met enorme hoeveelheden geld die samen zijn gebracht door de naoorlogse generaties.
Marktwerking
Die aanpak heeft ons een lange periode van vrede opgeleverd. Ook is de levensverwachting van de bevolking gestegen met ruim 20 jaar!. We kunnen dus niet zeggen dat dit allemaal slecht is geweest. Integendeel.
Wat echter veel lastiger is gebleken is de menselijke natuur. Als iemand een leven lang spaart voor een zorgeloze oude dag dan kun je hem of haar dat niet afpakken. Als die persoon dan 20 jaar langer leeft dan oorspronkelijk werd berekend dan zullen de beloftes afgestemd moeten worden op een nieuwe werkelijkheid. Als de bevolking langer leeft en allerlei kwaaltjes krijgt door de levensstijl die wij hebben ontwikkeld dan gaan de zorgkosten ook enorm omhoog. De overheid heeft steeds meer geld nodig en de volking heeft steeds groter verzorgingsverwachtingen. In een democratie waarin de macht toebedeeld wordt door het in stand houden van een luxe situatie betekent dat de regering maatregelen zoekt die de macht niet schaden en toch de verwachtingen waar maakt. Naar mate de zekerheidspotjes groeiden groeide ook de macht van de bewakers van deze potjes en de relatie met de regeringsmensen.
De bevolking werd rijker in middelen en leefde langer met meer vrije tijd, minder productiviteit en meer zorgbehoeften. De overheid had al het Amerikaanse model overgenomen van individuele consumptie en eigenbelang als belastbaar systeem. Dat leverde een sterk consumptie gedreven maatschappij op maar ook de evenredige ontwikkeling van welvaart kwalen. Ook de productiviteit liep achteruit omdat de bevolking gemakzuchtig werd door alle zekerheid zonder bijbehorend productiviteit besef. Dit wilde men compenseren door te concentreren op kennis in plaat van handvaardigheid. Van het een komt het ander. De inflatie dwong te werken aan een groei economie door consumptie te verhogen en speculatie te introduceren in de kapitaal goederen markt. De salarissen stegen door meer op kennis te focussen terwijl het zorgland ook een logistiek doorschuifland werd. Het leverde allemaal een groei op in belastinginkomsten en ook een sterke afhankelijkheid van de ontwikkelingen in de wereld.
De zorglasten stegen evenredig en moesten omlaag. Zo’n 50% van de staatslast was zorg gerelateerd aan de kant van overheid uitgaven. Men wilde liever de zorg via belastbare kant organiseren. Dat probeerde men via “marktwerking”. Dat wil zeggen dat het zorgsysteem uit handen wordt gegeven aan ondernemers en semi overheid waardoor het middels subsidies en regelgeving kan worden geoptimaliseerd. Dat was de intentie in de jaren 70 maar de werkelijkheid liep heel anders.
De gesubsidieerde zorginstellingen gingen gefragmenteerde hulp verlenen waar elke dienst een eigen economie ontwikkelde met bijbehorende bureaucratie en hiërarchie. De marktwerking op de fragmenten leverde geen besparing op maar juist het tegendeel, een explosieve exponentiële wildgroei aan zorg die langs elkaar heen werkt, ondoorzichtig is en totaal onbeheersbaar. Dat is de situatie van vandaag.
Sinds de kredietcrisis in 2008 is de economische luchtballon kapot. De speculatie op kapitaalgoederen is gestopt en toont een krimp. Daaraan was het vermogen gekoppeld van het land. Om toch door te kunnen gaan deed men een beroep op de staatsschuld maar dat kan niet oneindig doorgaan. Nu al draagt elke Nederlander een schuld via de overheid van 23000€ per persoon. De overheid kan niet anders dan zich stapsgewijs terugtrekken uit de gecreëerde onhoudbaarheid om te voorkomen dat er een hypotheek gelegd wordt op de toekomst.
Gevaarlijke contrasten
De maatschappij wordt uit elkaar getrokken. Dat komt door de drang vande oude hiërarchische structuren om zich via belastingen en geld voor een onhoudbaar deel verplicht in stand te willen houden. Hierdoor wordt alles alleen maar kostbaarder, de lasten van de bevolking verzwaren nog meer en de maatschappij wordt gaandeweg uit elkaar gehaald in minstens drie grote sectoren.
1. De graaiwereld
De bestuurders in die maatschappelijke organisatie hebben zelf geen enkel vertrouwen meer in de toekomst en compenseren hun eigenbelang door torenhoge salarissen te eisen. In die wereld zijn nog vele normale mensen actief die een salaris ontvangen voor hun werk en bang zijn om hun baan te verliezen. Zij zien de betaalde arbeidsmogelijkheden om zich heen alleen maar schaarser worden terwijl ze lasten (hypotheek, schoolgaande kinderen, levensstijl) dragen die hen verplichten mee te gaan in de in stand houderij.
Er zijn ook enorm veel misstanden, profiteurs en boeven actief op alle niveaus in die wereld , die nog even snel een geldslaatje mee willen pikken in de chaos die is ontstaan van bestuurlijke en operationele wanorde. Ondertussen stijgen de maatschappelijke lasten alleen maar onder het mom van “maatschappelijke plicht”, “Europa” en “solidariteit” die de grenzen van de ethische normering allang voorbij zijn. Nu zijn het nog de wettelijke hulpmiddelen van een dwangbestuur dat geen ander alternatief te bieden heeft dan de zorgcultuur op re vangen door een geldgedreven dictatuur en tegelijkertijd “het teruggeven” van verantwoordelijkheden aan de bevolking. Dit laatste onder het mom van kostenbesparing terwijl de druk van de lasten het belasten alleen maar toeneemt. En de onmenselijkheid ook want gaandeweg is de gelijkwaardigheid in de maatschappij aangetast. Alleen als je geld en een betaalde baan hebt tel je mee ook al wordt alles duurder en zwaarder belast.
De andere wereld
Dan is er die andere wereld. De wereld van de onbetaalde vrijwilligers. Dit zijn de mensen die geen toegang meer hebben tot het opgeblazen geldcircuit en nu het heft in handen nemen door zelf maar waarden te gaan creëren zonder dat er een beloning tegenover staat, behalve een “dankjewel”, een bloemetje of een lintje als het uitkomt. Toch moeten deze mensen ook eten, ergens wonen en zich in stand houden in een wereld die alleen toegankelijk is met geld. Zij zijn dan misschien de doeners die zich ontzorgen door zich onafhankelijk op te stellen van een failliete zorgstaat, het wordt er door de verhardende geldomgeving niet gemakkelijker op gemaakt.
In die nieuwe “doe” wereld zien wij dan ook weer twee werelden ontstaan. De eerste wereld is die van vrijwilligers die op een of andere manier (pensioen, uitkering, verzekering, erfenis, oud opgebouwd vermogen) in de geldwereld redelijk ingedekt en zelfredzaam genoeg zijn maar graag hun overvloed aan tijd en energie zinnig besteden door iets toe te voegen waar de behoefte het grootst is. Deze groep komt de noodleidende zorgstaat goed uit natuurlijk want dat vrijwilligerswerk compenseert de gaten die vallen in de oude aanpak. Zo lijkt het alsof alles nog als vanouds functioneert maar dat is natuurlijk niet zo. Deze vrijwilligersgroep is vermogend totdat de koek op is. Hun zekerheden worden ook aangetast door de ten dode opgeschreven, op geld beluste instanties die de lasten opdrijven en op lusten inboeten.
De nieuwe wereld
Dan is er die andere “doe” groep, de mensen die geen rugzakje hebben om op te teren en ook niet in aanmerking komen voor de overgebleven gemakken van een oud overheid of verzekerings infuus. En ook niet meer zomaar terecht kunnen op de arbeidsmarkt. Dat zijn de mensen die proberen (via o.a. de Stad van Morgen) te gaan werken aan zelfvoorziening voor basisbehoeften, zoals voedsel, huisvesting, enz. Het zijn vaak mensen die geen beroep wensen te doen op zwaar gesubsidieerde stichtingen die daklozen moeten helpen alsof het zwervers zijn of een voedselbank alsof ze blij moeten zijn met de afdankertjes van de elite omdat deze vooruitgang blijft blokkeren uit eigenbelang. Deze groep voelt zich behandeld als afdankertjes van een zieke maatschappij en groepeert zich om zelf geheel nieuwe zekerheden op te bouwen.
De mogelijkheden van deze groep zijn beperkt omdat de omringende dwangstructuur nog steeds sturend is op de geldelijke eigen belangen in plaats van deze groep te faciliteren op vernieuwing. De spanning bouwt op tussen de uitersten. Wij zijn een van de meest vermogende landen van de wereld maar ook een waar de vernieuwing zodanig geblokkeerd wordt dat er een drijfzand is ontstaan van armoede waar Nederland langzaam in wegzakt. Niemand laat zich zomaar opofferen door een geldstaat die dwang uitoefent waar de redelijk weg is. Dan is de opstand nabij.
Van verzorging naar ontzorging
Als we naar het bovenstaande verhaal kijken dan tekent zich een lastig beeld af waar maatschappelijke stromingen lijnrecht tegenover elkaar komen te staan. De sustainocratische aanpak van de Stad van Morgen tracht er wat aan te doen via de vreedzame weg door de tegenstellingen te verenigen in een gemeenschappelijk hoger doel: duurzame menselijkheid.
Dat is geen gemakkelijke taak. Want enerzijds moet de productiviteit omhoog van de bevolking maar dan niet volgens de normen van de gevestigde orde (sturend op afhankelijkheid via het kostbare zorgsysteem) maar volgens die van zelfredzaamheid in integrale gezondheid. We moeten dus niet primair uit zijn op geld verdienen maar op welzijn door eigen verantwoordelijkheid te nemen. Dat is strijdig met het economisch belang maar noodzakelijk vanuit duurzame menselijkheid. Het risico bestaat nu serieus dat de bevolking op verschillende manieren in opstand komt, enerzijds om oude vermeende rechten af te dwingen, anderzijds om ruimte te eisen voor zelfredzaamheid. In beide gevallen richt het verzet en de agressie zich tot de overheid die in alle gevallen incompetent blijkt.
Stad van Morgen probeert “ontzorging” door te voeren door in economisch in verval geraakte gebieden en gebouwen nieuwe zelfredzaamheid initiatieven te ontplooien volgens het sustainocratische fundament. De gebieden hebben daarvoor veel potentieel terwijl ze voor de geldgedreven eigenaren een last zijn geworden. Door daar de vernieuwing op te bouwen verstoren wij de economische belangen niet in de economische bolwerken maar nemen wel de kans om onze visie zichtbaar te maken voor een algemene toepassing. Dit doen wij niet geïsoleerd zoals vroeger religieuze organisaties de afzondering verkozen. Dat doen door samenwerkingsverbanden te starten met de belangenpartijen.
Sustainocratie brengt de verschillende belangenpartijen bij elkaar vanuit een regionaal perspectief. Zo steunt de geldwereld de waarde creatie en voedt de nieuwe waarde de economische ontwikkeling. Stap voor stap hopen we dan een moderne maatschappelijke organisatie functioneel te tonen die ontzorgt in plaats van verzorgt, door doelgericht samen werken in plaats van economische structuren en afhankelijkheid.
In mijn vorige blog over zelfredzaamheid vertelde ik over de zoektocht naar een stuk grond, 300m2, de beelden hierbij en de natuurlijke manier waarop alles zich hier in organiseerde. Het buffelen, maar ook vreugde, schoonheid en verbondenheid met de natuur en natuurlijk leven. Inmiddels zijn we een poosje verder en hebben we de eerste ervaringen opgedaan. Het weer speelde daarbij een grote rol, waarbij een “achterstand” van zeker 6 weken een uitwerking heeft op het geheel. De maaltijden thuis krijgen inmiddels een steeds groener karakter. Het zinnenstrelende verse erwtje, de verbondenheid met de natuur, welzijn van alle kinderen, de voedselketen en onze activiteiten voor Coöperatie VE2RS gaven mij inspiratie om deze blog te schrijven. Ik raak daarbij meteen aan zingeving en hoe zich dat in haar natuurlijke proces kan ontvouwen.
Bij het werken met levend groen is het net als bij kinderen opvoeden, je van baby af aan (uiteraard ook in de buik) moet blijven waarnemen om te zien waar je kan faciliteren aan de natuurlijke groei van je kind, telkens een moment of omgeving scheppen waarin het zich verder kan ontwikkelen. Waar het ontplooien van een eigenheid samen gaat met een besef van dienstbaarheid aan de samenleving, de natuur of iets anders buiten zichzelf. Dat is onze natuur en dit vraagt om natuurlijke ontvouwing van onze volledige potentie, als kind, als vrouw, als man, als mens. Zo raken we nooit werkeloos. Het zit in ons, maar als we als mens nee gaan zeggen tegen deze natuurlijke staat van Zijn dan gaat het goed fout, kijk maar om je heen. Natuur zijn wij als mens en natuur is overal en je er natuurlijk naar verhouden of aan overgeven is het grootste geschenk wat je jezelf en je omgeving kunt geven.
Het is natuurlijk dat een vrouw het leven draagt, leven brengt, kinderen baart, ze erna voedt (borstvoeding), beschermd, de ontwikkeling “draagt” in liefdevolle aanwezigheid. Zij staat van nature ook dicht bij de voedselketen, verbonden en afgestemd vanuit vertrouwen en wijsheid op kinderen wat “nodig” is voor hun groei en welzijn. Dat is een natuurlijke imprint en een enorme natuurlijke vrouwelijke spirituele liefdeskracht in het belang van leven verder brengen van het kind, van allen, van het hele gezin.
Alles binnen de natuur heeft zo zijn harmonische plaats en ons gedrag dient zich daarbij aan te sluiten om tot algehele harmonie te komen. De diepe imprint van natuurlijk leven die een ieder in zich heeft, maar die we ons dienen te herinneren. Heiligheid van bestaan, van mens zijn, respect naar alles wat leeft, het gezin, waar moederschap ruimte krijgt, de vrouw de natuurlijke primaat heeft en de man zijn dienende functie in de samenleving kan uitoefenen.
Helaas is dit in de huidge samenleving “vergeten” en durft men het niet meer te leven. De jeugd is het meest kwetsbare en kostbaarste van onze samenleving en die heeft begeleiding nodig. Zij ervaren nu grote schade door de manier waarop de maatschappij en onderwijs is ingericht. Waar ook zorg en waardering voor het “eeuwige vrouwelijke” in de mens volledig wordt geruïneerd. Puur gericht op geld verdienen, emancipatie uitgedrukt in geld verdienen, onafhankelijk zijn, wat in de huidige maatschappelijke context een werkelijkheid schept van “eenmancipatie” en geld uitgeven om de economie in stand te houden. Gericht op voeding consumeren. Gelukkig wordt steeds meer bekend over de manipulatie van voedsel en de gevolgen hiervan voor gezondheid en welzijn van ons allen en vraag je je af of het nog verantwoordelijk is wat je kinderen op hun bord voor zet?
Wat kan je eraan doen. Hoe kan je het nu allemaal dichter bij huis halen? Waar begin je dan? Op je balkon, je voortuin, met of zonder je buren? Met de hele buurt? Vragen om over na te denken, vragen hoe ga je daar mee om naar je kinderen en onderwijs, neem je die verantwoordelijkheid? Wat laat je los? Vanuit een waardegedreven menselijke coöperatie kan je een hoop doen met je talenten, samenwerking en eigen middelen ( ruimte, materialen, etc) om tot volle voedsel productie voor aangesloten leden te komen. In Eindhoven is een coöperatie in ontwikkeling, zie Http://stadvanmorgen.wordpress.com/mijn-wijk/ve2rs-wijkcooperatie/
Bijgaand filmpje, The Path to freedom, brengt het beeld waarbij het hele gezin bijdraagt en zelfvoorzienend is in de voedselketen en restaurateurs uit de omgeving verse groenten komen kopen. De “winst” wordt voor minimale kosten gebruikt en de rest gaat terug in het gezin. Hier is duidelijk zichtbaar dat een gezin ook een bedrijf is, een waardengedreven bedrijf, die zorgt voor haar vooruitgang.
De transitie vraagt ruimte voor allerlei mogelijkheden en vraagt duidelijk om het oorspronkelijke, het natuurlijke weer te laten zijn en te stoppen met natuurvernietiging van mens en haar natuurlijke omgeving. Waar samen, vanuit gelijkwaardigheid, wordt gewerkt om gezin zelfredzaam te maken, als “bedrijf”, niet afhankelijk van de externe omstandigheden. Heel duidelijk hoor en zie je deze vraag en zoektocht hiernaar in de samenleving. De behoefte om er te zijn voor elkaar, waar ruimte voor gemeenschap is, zelfredzaamheid, veiligheid, harmonie, natuurlijk leven. Waarbij de zingevingsvraag, de existentiële vraag van leven, vanuit een veilige basis een zoektocht mag bieden aan kinderen om expressie van hun eigenheid te geven in een respectvolle relatie tot al wat leeft, nu en in de toekomst……
Vanuit de Stad van Morgen ontstaan praktische multidisciplinaire samenwerkingsverbanden. Zo gaat AiREAS over gezondheid in relatie tot onze leefomgeving. VE2RS gaat over “zelfredzaamheid”.
Logo van VE2RS
“Alles wat je zelf produceert hoef je niet in te kopen”. Deze simpele waarheid is een van de kernen van een stabiele maatschappij. Zelfvoorziening zorgt niet alleen dat de onkosten minder worden maar ook dat men onafhankelijker door het leven gaat. Daardoor is men minder kwetsbaar voor gebeurtenissen van buitenaf. Men is ook veel zelfbewuster over de leefomgeving en dat wat nodig is om tot een wederkerige relatie te komen met onze natuurlijke omgeving.
VE2RS is een wijk coöperatie die gaat over Voedsel, Energie, Educatie, Recreatie en Samenwerking. Door de openbare en private ruimte te benutten voor dit soort zaken kan in de wijk een levendige dynamiek ontstaam waar iedereen wat aan heeft. Degenen die het leuk vinden om eraan mee te werken melden zich aan. Dat kan door kennis of arbeid in te brengen maar ook door bijvoorbeeld de tuin of geld ter beschikking te stellen. Waar het om gaat is dat wij samen, binnen de mogelijkheden die wij hebben, zo veel mogelijk gaan produceren voor eigen gebruik.
Drie proeftuinen op wijkniveau
3 Proefgebieden
Op 30 juni deden wij de kickoff van de wijk coöperatie in Doornakkers tijdens de “Doornakkers voelt zich goed” markt die door lokale wijkbewoners en ondernemers is opgezet. De wijkmarkt was opgezet om de sociale cohesie weer aan te jagen. Zie hier een korte impressie van degenen die het organiseerden:
Wijkondernemers bundelen hun kennis en producten aan om mensen in de wijk zover te krijgen om samen te gaan experimenteren met zelfredzaamheid op allerlei fronten.
De twee stands van de coöperaties AiREAS en VE2RS met onze samenwerkende ondernemers
Het was allereerst onwennig voor de bezoekers want samenwerking in coöperatieve vorm is nieuw voor vele mensen. We zijn zo geindoctrineerd dat we alles dienen in te kopen dat wij zelfvoorziening niet onmiddellijk aanvaarden. Het lijkt moeilijk, lastig en kostbaar. En dat is het misschien ook als men zich helemaal alleen in het avontuur stort. Maar als men samen verantwoordelijkheid neemt dan is het een stuk gemakkelijker.
Murat is vrachtwagen chauffeur maar houdt ervan om tuinen aan te leggen.
Doornakkers is erg multicultureel. Dat schept een veelzijdige band waarin creativiteit vanuit verschillende inzichten ruimschoots voor handen is. Veel mensen staan graag klaar voor andere mensen maar soms is stap om spontaan iets voor elkaar te doen een beetje groot. Via de coöperatie kunnen alle mensen zich inzetten zonder angst of reserves.
Wij danken Talitha en haar team van Local Heros voor de organisatie waar wij zomaar bij aan konden sluiten en een naadloze verbintenis vonden. We gaan dit verder uitbouwen en met regelmaat organiseren. Talitha heeft het de weg gewezen. Nu is het tijd dat we het allemaal samen verder doortrekken.
Stip op de horizon: zelfredzaamheid door samenwerking in VE2RS
Op 20 September 2013 zal de kick off plaats vinden van het grote STIR Innovatie spel. Gedurende 6 maanden zullen Innovatie Teams strijden om de inlegpot.
Het spel speelt zich af in Eindhoven en omstreken.
De hogere innovatie doelen zijn deze keer “het bedenken van toepasbare innovaties” voor:
Gezonde stad (mentaal, luchtkwaliteit, lichamelijk, enz)
Energie neutrale stad
De duurzame toekomst van de “kleine gemeente”?
Wie schrijven zich in?
De helden:
Bedrijven die zich willen profileren in de markt van MVO.
Overheden die innovatie willen voor gebiedsverduurzaming
Scholen en Universiteiten die open staan voor vernieuwing
De uitdagende innovatie teams:
Innovatie Teams (in worden) uit verschillende sectoren
Studenten
ZP-ers
Tijdelijk werklozen op zoek naar uitdaging
Expats in verbindingsfase
Bedrijfsleven
Burgerparticipatie groepen
Teams die zich in het andere spel “Het Geheim” vormen
NB: Streefbedrag van de pot is 50.000 – 10.000 euro
Aparte inschrijving voor helden en innovatie teams. Het zijn twee verschillende soorten deelnemers ook al komen ze misschien van dezelfde instelling. Een instelling hoeft zich niet als held in te schrijven als men een innovatie team op wenst te geven. Het een staat los van het ander. Inschrijven voor beide heeft zo z’n voordelen.
Tijdens het STIR avondcollege van 14 Mei werd het ontstaan en de evolutie van het leven op aarde in verband gebracht met de huidige maatschappelijke werkelijkheid, de crisissen die wij beleven en de complexiteit waar we tegen aan lopen als mens en maatschappij. In dit artikeltje tracht ik het verband van toegevoegde waarde te leggen tussen Sustainocratie en de Parlementaire Democratie.
Bewustzijn
We hebben gezien dat het ontstaan en de evolutie van het leven op Aarde is gebaseerd op een vorm van muzikaal bewustzijn. Het allereerste levensdoel van tot leven komende stoffen is “groei”. Deze oorspronkelijk groeidrang zit moleculair ingebakken in ons eigen leven en dat wat ons omringt als natuur. Groei in een beperkte omgeving is echter nooit oneindig. Zo hebben wij in het college 4 bewustzijnsniveaus besproken:
Groei – de natuurlijk drang van elk levend wezen
Concurrentie – de strijd als groei botsingen oplevert
Verandering – confrontaties uit de weg gaan door “anders” te zijn
Symbiose – de kunst van het samen leven
Menselijke doorbraak:
De mens is in haar oorspronkelijke evolutionaire doorbraak doorgestoten naar een unieke situatie op niveau 3 van het “anders” zijn door een zeldzame combinatie van zelfbewustzijn en lichamelijke kenmerken. Dit gaf de mens de vrije ruimte om weer op een hoger niveau 1 van de evolutieladder te beginnen en onbeperkt te gaan groeien in een schijnbaar oneindig grote omgeving, zonder andere natuurlijke groeivijanden dan de mens zelf. Andere menssoorten zijn gaandeweg verdrongen of uitgestorven en alleen onze soort bleef over.
De eerste fase van de mens, enkele miljoenen jaren geleden werd alleen beperkt door de kunst van het vinden van onderdak en voldoende voedsel. Naar verloop van tijd kwam men vaker soortgenoten tegen die ook op zoek waren naar voedsel en groei. De mens werd de concurrent van de mens (niveau 2). Ons bewustzijn ging zich concentreren op de confrontaties met die ene mens. Onze creativiteit richtte zich daarop en daaraan hebben we veel technologische vooruitgang te danken.
Door het vrije spel in de natuurlijk omgeving creëerde de mens onderling een soort menselijk nevenuniversum dat dezelfde evolutionaire bewustzijnsfasen doorloopt als de oorsprong en evolutie van het alle leven samen. Eerst kwam er groei. Daarna concurrentie, met veel technologische uitdagingen om de Darwinistische wet van de sterkste en slimste toe te passen. Dat zien we nog steeds in onze wereldmaatschappijen. Toen de confrontaties te ernstig werden kwam er verandering bij in de vorm van nieuwe samenlevingsvormen en diplomatie. Al die tijd ging alle aandacht naar de mens, de gevaarlijke potentiële conflicten en onze wedijver om uit te blinken in competitieve daadkracht.
Geen enkel moment is er nog bewust aandacht geweest voor fase 4: symbiose o.a. met onze natuurlijke omgeving.
Grote gevolgen
De enorme bevolkingsexplosie, groeiende welvaart en welzijnsniveaus van de mensheid in haar “eigen universum” ontwikkelde al snel gigantische gevolgen voor de natuurlijke omgeving. Deze werden echter pas de laatste halve eeuw zichtbaar. De mens blijkt zo intensief aanwezig vanuit menselijk eigenbelang dat wij onze eigen leefomgeving dreigen te plunderen en vernietigen. Aan de menselijke symbiose die wij voor alle mensen onderling hebben geprobeerd te bewerkstelligen met medezeggenschap, kennisontwikkeling via onderwijs en een Parlementaire Democratie, gebaseerd op vrijheid van meningsuiting, maatschappelijke participatie en stemrecht dient nu ook een symbiose met onze natuurlijke omgeving te worden toegevoegd. Dat is een geheel nieuwe uitdaging op zich.
Vanuit een democratie blijken de gewenste resultaten op dit moment niet bereikbaar. Dat komt door de democratische cultuur die is ontstaan rond eigenbelang.
Eigenbelang
Organische ontwikkelingen van de mens zijn reacties op de gevolgen van de democratische processen en gefragmenteerde structuren rond eigenbelang. Wij vervuilen ons eigen nest op zo’n manier dat wij noodgedwongen weer in aanraking komen met het grotere geheel. De natuurlijke omgeving, waarin wij zijn ontstaan is het echte universum waar wij als mens ons niet gescheiden van ontwikkelen. Klimaatveranderingen, omgevingsvervuiling, culturele confrontaties door migraties, vernietiging van grondstoffen door verkeert en niet circulair gebruik, verstedelijking, welvaartsziektes, criminaliteit, enz. Het zijn allemaal consequenties waar reactief op gereageerd wordt wanneer het al te laat is. De gevolgeneconomie groeit op dit moment met 7% procent per jaar (een verdubbeling elke 10 jaar!!) en is niet meer te bekostigen uit de noodlijdende primaire consumptie economie.
Het menselijke en genetische anthropocene (tijdperk waarin de invloed van de mens op Aarde onuitwisbare gevolgen achterlaat) is volledig aan de gang met een sterke vernietigingskracht voor onszelf. Ondanks de solidariteit van de bevolking met de natuur en omgeving, en ondanks de regelgeving die ontstaat uit deze problemen, zien wij dat de problemen zich alleen maar opstapelen.
De democratie lost het als systeem niet op maar toch dienen wij verantwoordelijkheid te nemen voor ons eigen bewustzijn rond de situatie. Hoe?
Daardoor is Sustainocratie ontstaan, een samenwerkingsvorm rond symbiotische uitdagingen waar alle partijen van een duurzaam vooruitstrevende maatschappij zich hard voor willen maken, het alleen niet kunnen, en zich er samen voor inzetten. Maar dat laatste is een probleem. Want onder wiens autoriteit werkt men samen?
Democratie en Sustainocratie
Onze huidige democratische structuur is niet gebaseerd op bewustzijn of verandering maar op eigenbelang in het verkrijgen en behouden van situaties van overvloed. Democratische overheden worden niet gevraagd om een leiderschapsrol te vervullen voor verandering maar om een maatschappij succesvol te managen rond behoud van een genoten luxe. Maatschappelijke overvloed, vrede en voorspoed maakt gemakzuchtig en hebzuchtig, hetgeen de huidige democratievorm tot onmogelijk instrument maakt voor structurele verandering. Gevolgen zoals klimaatverandering, vervuiling, migraties met cultuurconfrontaties, oorlogen om grondstoffen, schaarste, economische problemen, enz creëren conflicten en crisissen. Deze zijn niet vanuit een democratische consensus oplosbaar.
Nog nooit heeft een meerderheid ergens in de wereld een verandering veroorzaakt. Daarvoor is het in de menselijke maat onmogelijk om overeenstemming te krijgen. Complexe veranderingen komen door chaos, oorlog, opstand en crisissen of door de interactie en samenwerking van minderheden die de vrijheid nemen om de confrontatie aan te gaan met werkelijkheid en verandering door te voeren. Sustainocratie is een georganiseerde multidisciplinaire minderheid ten behoeve van structurele niet democratische verandering.
Sustainocratie werkt onafhankelijk vanuit een duidelijke en permanente menselijke stip op de horizon en gemeenschappelijke besef dat alleen een gezonde, vitale, veilige, zelfredzame menselijke samenleving in symbiotische samenhang met haar natuurlijke omgeving ook een gezonde democratie oplevert. Management en leiderschap zijn twee totaal verschillende belevingen waar je de gemiddelde mens niet mee kunt opzadelen.
Door Sustainocratie (zie plaatsje hieronder) te aanvaarden in een maatschappij (als gemeenschappelijke drijfveer voor integraal menselijk belang binnen de context van de natuurlijke omgeving) kunnen er multidisciplinaire verbanden ontstaan die de maatschappij vrijwaren van crisissen en voeden met nieuwe innovaties die grote chaos, conflicten en depressies voorkomen. We maken functioneel, evolutionair (niet hiërarchisch) leiderschap onderdeel de maatschappelijke beleving als hoogste vorm van bewustzijn. Hieruit ontstaan dan innovaties die uniek zijn en een nieuwe fase van welvaart en groei in kunnen luiden.
Huidige Parlementaire Democratie: concensus van de meerderheid, eigenbelang, vrijheid, verzuiling, gelijkwaardigheid, economische groei, concurrentie, geldafhankelijkheid, economie, zorg, regelgeving, structuur en organisatie: de wetten van de verdeelde massa(management – controle/beter) – focus op behoud
Sustainocratie: universeel menselijke belang, duurzame symbiose, universele waarden, waardecreatie, multidisciplinaire samenwerking, permanente toegepaste innovatie, toegepaste kennis, democratie gericht op vrijheid van keuzes en prioriteiten, niet van doelstellingen: duurzame menselijke vooruitgang (leiderschap – visie/anders) – focus op verandering
Sustainocratie en Democratie
Deze yin-yang achtige relatie tussen democratie en sustainocratie dient elkaar steeds weer uit te dagen zodat de democratie zich permanent moderniseert zonder schade aan te richten aan haar omgeving en met behoud van overvloed voor de bevolking.
Sustainocratie mag dan ook niet geïnstitutionaliseerd worden want dan ontwikkelt het zich ook weer als zichzelf instant houdende structuur. Het dient een functionele beweging te zijn die zich voedt vanuit de noodzaak van aanpassing (niveau 3 van bewustzijn) en symbiose tussen mens en de natuur (niveau 4) dat door alle kernpartijen van de maatschappij gedragen wordt. Het leiderschap in Sustainocratie wordt aangestuurd door de omstandigheden van lokale duurzame stabiliteit behoeften (zie hieronder). Het wordt door initiatiefnemers opgezet die niet de baas zijn maar uitnodigen tot de coöperatieve co-creatie vanuit de 5 kernprincipes van harmonie tussen duurzame menselijkheid en natuurlijke omgeving.
Gezondheid
Veiligheid
Welzijn
Toegepaste kennis
Zelfredzaamheid
Alle 5 de thema’s zijn inhoudelijk gebaseerd op de kern van evolutionaire duurzaamheid. Als deze kernfactoren goed worden behartigd zorgen ze voor de juiste integrale vernieuwing. Deze leidt dan weer tot optimale groei en concurrentieperspectieven in de maatschappelijke dynamiek en economische daadkracht zonder onnodige confrontaties met andere groepen of kosten met risico’s door gevolgen. Het geeft dienstbaarheid vanuit innovatiekracht.
Sustainocratie is daarom een noodzakelijke aanvulling op de huidige parlementaire democratie, die deze van een duidelijke stip op de horizon voorziet van menselijkheid waar weer allerlei belangen aan kunnen worden ontleend. Sustainocratie in tegenstelling tot democratie dient niet gefinancierd te worden, alleen opgestart met een minimum aan startkapitaal als katalysator. Dit kapitaal dient alleen om van de maatschappelijke partners het vertrouwen te krijgen door hen middelen te tonen waar men voor gaat samen werken. Die middelen worden als katalysator ingezet. Sustainocratie is een waardecreatie instrument dat zichzelf bedruipt uit de coöperatieve resultaat gedrevenheid. Waarden die zich bevestigen worden in de economie opgenomen en uitvergroot. Daarvan is een deel voor de vervolgstappen van de Sustainocratie juist omdat Sustainocratie zich altijd in de toekomst plaatst met terugwerking naar het heden. Het is even wennen aan de plek die Sustainocratie in neemt maar daar waar het functioneert zijn de vruchten al zichtbaar.
Sustainocratie is niet democratisch omdat het van algemeen erkend belang is waar altijd voor gekozen dient te worden. Het wordt wel democratisch uitgevoerd in de prioriteitstelling en keuzes van het moment.
Sustainocratie wordt uitgevoerd door minderheden die bereid zijn vanuit menselijk perspectief de eigen professionaliteit en autoriteit te koppelen aan het algemene belang. Het zijn stuk voor stuk mensen met passie voor de mens en menselijke vooruitgang, waarbij ook machtsposities functioneel zijn voor het bereiken van de juiste resultaten.
Precedenten
AiREAS (gezondheid en omgevingskwaliteit), VE2RS (zelfredzaamheid en wederkerigheid met de omgeving) en STIR (bewustzijnontwikkeling en toepassing) zijn concrete voorbeelden van Sustainocratische initiatieven die de democratie aanvullen met een innovatieve dynamiek die voortkomt uit geheel eigen drijfveren (stip van duurzame menselijkheid) anders dan de parlementaire democratie (behoud, groei, concurrentie, welzijn en reactie op gevolgen).
“Wakker worden” is een veel gehoorde term de laatste tijd. Meestal is het wakker wordt proces gerelateerd aan een intense ervaring die mensen meemaken. Wakker worden geeft betekenis aan een nieuwe kijk op het leven, een kijk die veel meer het gevoel van een werkelijkheidbesef weergeeft dan een soort verdoofde toestand waarin men voorheen verkeerde. Dat “voorheen” was dan het genot van een baan, een rustig leventje, huisje-boompje-beestje. Wanneer echter dit gevoel van oneindige continuiteit weg komt te vallen door het verlies van een baan, door ineens uit huis te gaan van de ouders en op jezelf gaan wonen, als je terugkeert naar Nederland na een lang verblijf in het buitenland, of als je een zorgtaak hebt gehad thuis en nu terug wenst te keren naar arbeid buitenshuis….het zijn allemaal van die kruispunten waarin men geconfronteerd wordt met zichzelf, wakker worden en keuzes maken.
Wakkere mensen
De oude zekerheden of verplichtingen zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen en men ervaart een leegte, een loslaatproces, wat opgevolgd dient te worden door nieuwe bezigheden en voldoening. Men gaat open staan voor nieuwe ontmoetingen, nieuwe ideeen, nieuwe relaties, nieuwe uitdagingen. Deze openheid maakt deze groep mensen tot een ideale bron van inspiratie voor maatschappelijke innovaties. Reeds in eerdere blogs (in mijn Engelse blog bijv de relatie Kondratieff en Close) heb ik aangetoond dat een crisis leidt tot bewustwording. Op maatschappelijk niveau heeft een depressie altijd geleid tot maatschappelijke innovatie dat daarna weer een periode van vele decennia voorspoed heeft opgeleverd. Waarom moeten wij dan innovaties overlaten aan de zogenaamde beleidspeerpunten en hooggesalarieerde figuren en gesubsieerde instanties in de maatschappij? Zij missen het wakker worden en staan niet op een kruispunt in hun leven. Zij die wel in de bloei van hun creativiteit staan worden weggestopt in een uitkering of outplacement regeling en niet benut.
Maatschappelijk spel met de werkelijkheid
De twee spelen van de Stad van Morgen via STIR, “het geheim” en “de held” zijn gericht op het verbinden tussen de oude en nieuwe werkelijkheden, de ingeslapen en wakker geworden werkelijkheid, met baanbrekende innovaties. Mensen die op een kruispunt van hun leven zitten spelen het spel om de maatschappij uit te dagen tot verandering. De beste innovaties worden dan ook daadwerkelijk uitgevoerd door de innovatieteams die ze hebben uitgewerkt samen met de professionele deelnemers. Zo voedt de ene werkelijkheid de andere volgens een stramien van vooruitgang.
Als de werkloosheid groeit in een land dan moet er vernieuwing plaats vinden. Dat kan niet door de mensen weer op zoek te laten gaan naar een vergelijkbare plek van hun verleden. Dat kan alleen als er aangepaste mogelijkheden worden geschapen die passen in de tijdgeest van het moment. Wie beter om die te bepalen en aan te duiden dan de mensen die er rechtsstreeks belang bij hebben? Zo worden de institutionele spelers uitgedaagd zich open te stellen voor vernieuwing die aangedragen wordt door de zelfbewuste werklozen die “het anders willen”.
De spelen spelen zich af in de gangbare werkelijkheid waardoor de virtuele oplossingen eerst virtueel getoetst kunnen worden aan de eisen van het spel en daarna worden gepresenteerd aan de gangbare werkelijkheid voor toepassing. Zo kan een maatschappij zich wakker houden door de juiste mensen te betrekken bij de juiste processen op het juiste moment en de juiste ondersteuning.
Uitproberen
Wij gaan deze gedachten uitproberen in verschillende gebieden van Nederland en het buitenland door beide spelen uit te zetten en te voorzien van partnerships. Het spel is reeds uitontwikkeld en gespeeld met succes in 2012 en kan alleen maar groeien met de ervaringen die wij hebben opgebouwd. De werkelijkheid simuleren met de werkelijkheid is niet gemakkelijk en daar een stip op de horizon aan toevoegen die de zweverige abstractie van economische groei overstijgt is zelfs een uitdaging op zich. De aanpak heeft zich historisch al bewezen, echter altijd achteraf. Dit is de eerste keer dat wij het vooraf al gaan benutten. Een spel is altijd leuk en vooral als het alleen maar winnaars kent.
In September 2013 gaat het spel van start in Eindhoven. Deelname van lokale institutionele partijen staat vanaf nu open.
Het thema van dit college gaat over harmonie, muziek en het leven.
Mineur en majeur, en hierin de balans zien te vinden is voor iedereen een nobel streven. Je komt ter wereld en slaakt daarbij jouw eerste toon, dat je diezelfde levensenergie uiteindelijk weer zal uitblazen, dat weten we gewoon. Het gaat om die tijd ertussen, wat doe jij daarmee, ben je je bewust van jouw vele mogelijkheden? Of houd jij liever je adem in, deins je mee op die grote stroom en bedenk je je niet zo gemakkelijk een reden? Het leven is als een doolhof, groot en onbekend, waarbij je ontelbare keren valt en uiteindelijk toch weer opstaat en doorrent. En vraag je je weleens af, waar ga ik naartoe, waar wil ik heen?
Luister dan naar het lied van je hart, daar vind je het antwoord vrijwel meteen.Toen we jong waren, onbezonnen en vrij wisten we vaak al vroeg wat we het liefste deden of wilde worden en voelden we ons blij. Nog geen disbalans van hart en hoofd, dit pure gevoel had ons nog niet van onze vrijheid beroofd. Gevangen in een web van wirwar en draden, blijven we vaak dezelfde wegen bewandelen , en zien we niet meer dat we zelf verantwoordelijk zijn voor onze eigen daden. Er gloort hoop aan de horizon voor diegene die de moed heeft om goed naar zichzelf te kijken. Diegene die liever op korte termijn denkt, zal uiteindelijk zichzelf ook weer tegenkomen, juist omdat je deze obstakels in het leven niet kunt ontwijken. Het leven gaat niet altijd over rozen en klinkt ons niet altijd als muziek in de oren, maar juist om er dan de dialoog mee aan te gaan kan het ons de schaduwzijden ervan doen bekoren. Die lef is nodig om te durven leven, als je de ander kant opkijkt is dat laf, in eerste instantie tegenover jezelf, maar kun je anderen om je heen ook niet veel geven.Kijken naar jezelf in de zin van wie ben ik zonder alle poespas eromheen, is een andere vraag dan wie wil je zijn, meestal weten we dat wel meteen. Het is juist de kunst terug te gaan naar jouw kern en de reden van jouw bestaan.
Dan pas kun je jouw bestemming, jouw zielendoel vinden, en de ups and downs van het leven aangaan. Dus luister naar elk thema dat de revue passeert in jouw leven, en bekijk het van alle kanten, om er daarmee op eigen wijze klank aan te geven. Niets is daarbij goed of fout, het is maar hoe jij verkiest ernaar te kijken, hoe jij het beschouwt. Met vallen en opstaan leren we een hoop, soms ontwarren we bepaalde zaken, soms komen we er tijdelijk door in de knoop. Toch geeft het idee dat je telkens weer een keuze hebt rust en hoop, en gaat het fenomeen “leven om te overleven” niet met je aan de loop.Want net als dat muziekstuk dat je op diverse manieren kunt arrangeren, zo kan ook jij jouw leven dirigeren leren. Geef je dat stokje door waarmee je dirigeert, of zing jij nu je eigen lied, zodat jij niet ook weer jouw kinderen met bepaalde overtuigingen bezeerd? Sleutelwoorden van het leven zijn uiteindelijk voor eenieder harmonie en balans, dus luister naar jouw ziel, speel geen tweede viool meer en grijp die kans! Als je dan ooit terugkijkt op jouw levensverhaal, kun je met trots zeggen: Ik heb het leven dat voor me bestemt was geleden, maar ondanks alle mineurs en majeurs heeft het me niet moe gestreden. Heb ik geluk gekend alsook verdriet, en kun je tijdens je laatste adem fluisteren; het is goed zoals het was, ik zing vanaf nu alleen nog maar het hoogste lied.