Op 18 April kwamen een 60 tal mensen bij elkaar in het Designhuis van Eindhoven om met elkaar fase 2 van gebiedsontwikkeling “groen – blauwe ruit”, ook Rijk Dommel en Aa genoemd, in te vullen volgens de Sustainocratische werkwijze. Fase 1 hadden we op 2 maart gedaan door met elkaar vanuit het hoger doel van gezondheid naar het gebied te kijken en ideeën te opperen.
6 keuze gebieden kwamen uit het 2 maart overleg
Het gebied omvat Eindhoven en Helmond en verschillende kleinere gemeenten
De uitdaging werd extra complex omdat ook de bestuurlijke agenda van het gebied met de werkwijze werd gecombineerd. Daardoor werden de aandachtsgebieden die op 2 maart sustainocratisch werden gekozen uitgebreid met de dossiers waar de overheid mee werkt. Omdat we voor onszelf geen enkele uitdaging uit de weg gaan werd ook nog eens het Visie 2070 onderzoek van de TU/e studenten eraan toegevoegd. Dit gaat niet over kernwaarden noch dossiers maar over trends. Drie verschillende onderbouwingen en manier van kijken naar de werkelijkheid in één middag. Uniek, complex, verwarrend en dynamisch tegelijkertijd. Inspirerend voor de één, totaal onmogelijk voor de ander. Helemaal volgens de tijdgeest waarin we leven.
Tafels in multidisciplinair gesprek over project mogelijkheden
Stap 3
Vanuit Stad van Morgen perspectief werden 5 tafels gecreëerd die 2 keer met elkaar konden zoeken naar innovatieve projectvoorstellen die breed multidisciplinair gedragen konden worden. Stap 3 is dat iedereen in het beoogde gebied meedoet door samen prioriteiten te kiezen tussen de voorstellen. Het voorstel of de voorstellen die het grootste multidisciplinaire draagvlak krijgt wordt uitgewerkt tot project met investering van middelen, commitments en mensen. Doet u mee? Het gaat er om dat u keuzes maakt voor projectvoorstellen waar u een persoonlijke of professionele bijdrage aan kunt leveren. Dit is de stand van zaken dat uit 18 april is gekomen:
1. Mobiliteit en gezondheid
Projectvoorstel a: gegevens verzamelen in de regio over positieve en negatieve mobiliteit in relatie tot gezondheid.
Projectvoorstel b: meetinfrastructuur ala AiREAS (www.aireas.com) uitrollen om het onzichtbare zichtbaar te maken.
2. Natuur en recreatie
Projectvoorstel a: scholen en jongeren actief betrekken via studie, sport en andere programma’s
Projectvoorstel b: uitnodiging tot het uitproberen van innovaties die bij bewezen resultaat als export product gaan dienen.
Natuurlijk komt alweer de vraag naar voren of “ik” mij verkiesbaar wil stellen voor burgermeesterschap Eindhoven? Enerzijds komt dit door het schijnbare onvermogen van de gemeenteraad van Eindhoven om te komen tot een raadscommissie die de opvolger van burgemeester Rob van Gijzel moet selecteren en de kandidaten voorstellen. De politieke verdeeldheid die dit tijdperk kenmerkt is geen enkele basis voor consensus. De huidige burgemeester komt uit een oud politiek nest maar heeft zich ontpopt tot iemand die met nieuwetijds denken zich populair heeft gemaakt maar zich vaak sterk belemmerd lijkt te voelen in het keurslijf van de Haagse en partij verzuiling. De Eindhovense gemeenteraad is slechts een weerspiegeling van een situatie die onhoudbare proporties heeft aangenomen. Hoe kan daaruit nog een burgemeester voortkomen?
Anderzijds komt de vraag uit kringen die in Sustainocratie een oplossing zien voor de vele uitdagingen waar we als stad en wereldwijde gemeenschap voor staan. Aangezien ik in Eindhoven veelal het voortouw neem als ervaringsdeskundige in een maatschappelijke werkwijze die ikzelf al experimenterend heb doen ontstaan, samen met de inzet van zoveel stadsgenoten en bestuurders, ziet men in mij ook een vorm van democratische optie van volksvertegenwoordiging. Aangezien men denkt in termen van de oude democratie, met haar partijprogrammas en belangen leiders, is het niet zo moeilijk om Sustainocratie ook als “partij” te zien en het leiderschap naar voren te schuiven.
Wezenlijke verschillen
Sustainocratie is net als Democratie gebaseerd op de vrijheid van meningsuiting en keuze. Het zijn twee overkoepelende begrippen die een soort levensformule vertegenwoordigen. Democratie is ook geen politieke partij hooguit de basis voor politieke stromingen. Wat Sustainocratie juist karakteriseert is dat niet het democratisch eigenbelang stuurt maar de wetenschappelijk onderbouwde duurzame natuurlijke kernwaarden van ons menselijke bestaan en evolutie. In Sustainocratie debateren we niet over politieke economische belangen of richting maar over kernwaarden gedreven prioriteiten in multidisciplinaire cocreatie.
Het huidige bestuurlijke stelsel is volledig gebaseerd op het democratisch clusteren van het individuele eigenbelang in partijprogramma’s. Elke individue in een democratie kan zo kijken welke partij het eigenbelang het beste behartigt. Daar wordt men lid van om ook in de mogelijke bestuursverdeling mee te delen. Of men kiest erop tijdens verkiezingen. Partijbelang staat boven het menselijke belang. Toen er nog een twee partijen stelsel was pingpongde de maatschappij tussen deze uitersten, populair rechts of links gedoopt. Nu is men echter zo genuanceerd geworden dat er gefragmenteerde belangen via allerlei partijen hun eigen versnipperde stem laten horen. Consensus is steeds vaker onmogelijk. De tijd is aangebroken dat er weer bestuurlijke cohesie komt. Dat verlangt een evolutie in onze denkwijze en structuren. Vrijheid is te vrijblijvend geworden waardoor eigenbelang het hoogste woord voert met het gevolg dat er een enorme hiërarchie is ontstaan rond de enige oudtijdse kernwaarde die ons nog bindt: geld. Maar geld is een onnatuurlijk gemanipuleerd menselijk principe en bedenksel zonder echte waarde. Het wordt door beperkte kringen gemanaged via een schuldsysteem waar macht aan wordt ontleend. Gekoppeld aan eigenbelang ontstaat de huidige situatie van verschillen, morele blindheid, structurele afhankelijkheid en despoten-gedrag op geldgedreven leiderschap niveau.
Sustainocratie is wezenlijk anders
Binnen Sustainocratie clusteren wij niet rondom democratisch eigenbelang maar multidisciplinair rondom universeel onderbouwde kernwaarden van de mens. Wij hebben geen partijen maar project en resultaat gedreven multidisciplinaire clusters rondom het regionale en algemene belang van de duurzame ontwikkeling en het welzijn van de mens. De evolutionaire richting staat vast, de democratische multidisciplinaire clusters gaan over prioriteitstelling in het cocreëren en waarborgen van de kernwaarden in een aldoor veranderende omgeving.
“De overheid” in een democratie is een uitvoeringsorganisatie binnen een politiek economisch gefragmenteerde werkelijkheid. In Sustainocratie is het gezaghebbend rondom het faciliteren van optimale infrastructuur en buitengewone diensten vanuit gemeenschapskapitaal in een concreet territorium. Uit datzelfde kapitaal worden prikkelende innovaties bekostigd die meetbaar bijdragen aan de regionale ontwikkeling van de kernwaarden samen met innovatieve ondernemers, sociaal betrokken wetenschap en scholen, en een nieuwe versie van participatief burgerschap.
Als de stad Eindhoven integraal zou overstappen op Sustainocratie dan zou de positie van de burgemeester zich manifesteren als kaderbewaker van het menselijk belang vanuit de Sustainocratische kernwaarden. Dat is iets wat ik nu al doe als tafelvoorzittende Sustainocraat in AiREAS en de andere sustainocratische clusters. De gemeenteraad zou omgezet worden tot vertegenwoordiging van de dynamische clusters van multidisciplinaire waardecreatie middels samenwerking. Sustainocraten vormen een overleg commissie om onderling de processen af te stemmen en versterken. De raadsvergaderingen gaan dan over het evalueren van de bereikte resultaten en de mogelijkheid om deze uit te vergroten. Er wordt gestuurd vanuit participatie, kernwaarden, gelijkwaardigheid, doelgerichtheid en waardeverdeling.
De juridische samenhang transformeert van controle en reguleringsmechanisme naar een solidariteit principe vanuit inzet en talent, gebaseerd op de waardekolom van cocreatie en verdeelsleutels. Schuld houdt op te bestaan. Overvloed is de basis. Het basisvermogen van de gemeente is haar gemeenschap. Door samen de kernwaarden te waarborgen en verdelen ontstaat cohesie, betrokkenheid en harmonie. In deze situatie is zelfs een participatiefonds denkbaar waaruit iedereen een basisinkomen geniet maar ook structureel bijdraagt aan de gemeenschap. Talent, Inzet en Resultaat bepaalt de Wederkerigheid, niet macht, belastingen, schuldbekentenissen en georganiseerd eigenbelang.
Aangezien Sustainocratie nog niet algemeen aanvaardt is als alternatief voor de democratie is burgemeesterschap een schijnbare utopie ook staan beide werkelijkheden naast elkaar in de maatschappij en wordt Sustainocratie steeds meer gesteund, ook in bestuurlijke kringen. Het wordt zelfs gezien als evolutionair. Het zal daarom niet vreemd zijn dat gaandeweg het niveau 4 gebiedsontwikkeling, het participatie model van Sustainocratie zich uitvergroot totdat het algemeen in het gebied van toepassing is. Het is slechts een kwestie van tijd en het goede voorbeeld.
We denken vaak dat we zelfstandig keuzes maken maar ons gedrag wordt grotendeels bepaald door de omgeving waarin we leven. Dat is zo vreemd nog niet want het leven op Aarde is pas ontstaan toen de omgevingsfactoren zodanig optimaal waren dat de bouwstenen van het leven elkaar konden vinden. Die bouwstenen moesten wel aanwezig zijn. Uit dat prille leven is uiteindelijk na miljarden jaren de mens ontstaan. In deze evolutie zijn we steeds spiegelend bezig geweest met omgevingsfactoren. Pas sinds ongeveer 50.000 jaar bijvoorbeeld heeft de mens geen natuurlijke vijanden meer die op ons eigen evolutie niveau functioneren. Die remmende factor verdween waardoor de groei van de soort zich exponentieel kon ontwikkelen.
Wat geldt voor de algehele ontwikkeling van de mens geldt ook voor de individu en de manier waarop wij omgaan met het dagelijkse leven. Tijdens het AiREAS onderzoek naar de relatie tussen luchtkwaliteit, onze gezondheid en onze levensstijl kwamen we tot inzicht dat onze cultuur alles bepalend is voor onze eigen bijdrage en blootstelling aan luchtvervuiling. Als we dat aan willen pakken door te gaan sturen op gezondheid dan moeten we zowel ons gedrag als onze sociaal culturele omgeving aanpassen. Ons gedrag aanpassen is een eenvoudige keuze. Maar wat is onze omgeving? Die bestaat uit twee belangrijke factoren:
De tastbare zaken die ons omringen
De manier waarop we ons in onze dagelijkse behoeften voorzien
Veel mensen zeiden tijdens dat AiREAS onderzoek dat ze hun gedrag wel wilden aanpassen door de bewustwording rond vervuiling en klimaatverandering maar dat ze sociaal economische verplichtingen hebben die de keuze in de weg staan. Als we deze verplichtingen bestuderen dan zien we dat ze vervuilend gedrag zelfs beloont met salarissen en bestuurlijke goedkeuring wegens economische toegevoegde waarde. Dat blijkt natuurlijk een probleem want hoe groter deze economie des te groter de vervuiling en bijgaande kosten. Als we ons gedrag dus zelfbewust aan willen passen aan de eisen van deze tijd dan dienen we de omgevingsfactoren te veranderen waaraan we ons spiegelen.
De tastbare zaken die ons omringen
De manier waarop onze huidige maatschappij is ingericht is gebaseerd op automobiliteit en logistieke processen die uit het industriële tijdperk zijn ontstaan. Daarom zien we naoorlogse steden met brede lanen, parkeerstroken en allerlei faciliteiten die de winkel en industriële gebieden bereikbaar maken. Oude steden waren veel compacter opgezet zoals we dat nog terugzien in de vele oude stadskernen van steden. De groei van de wereldbevolking en verstedelijking heeft deze ruimtelijke benadering explosief doen toenemen. Zo zien we dat we ons omringen door een enorme voorraad aan winkels, supermarkten, parkeergarages en faciliteiten met een gigantische ruimtelijke belasting. De problemen die we qua vervuiling en klimaat voor onze kiezen krijgen worden via kostbare regelgeving, zorginstanties en belastingen aangepakt.
De manier waarop we ons in onze dagelijkse behoeften voorzien
De belangrijkste motivator van de mens is de invulling van de dagelijkse levensbehoeften. Als deze ontbreken is er een probleem. De tastbare omgeving geeft ons een gevoel van overvloed maar deze is alleen toegankelijk via geld. Daarom is de primaire levensbehoefte van de mens veranderd naar “voldoende financiële middelen” om toegang te blijven krijgen tot de overvloed die ons omringt. Als men onvoldoende geld middelen heeft dan ervaart men de overvloed als tekort. Wanneer men het heeft over “brood op de plank” dan denkt men echt niet aan het planten van tarwe, het zorgen voor melk en gist, en het bakken van het brood. Men denkt aan die euros die nodig zijn om een brood te kopen.
Onze omgeving heeft zich geëconomiseerd en wij zelf ook. Onze relatie met de werkelijkheid is via onze portemonnee en niet ons natuurlijke bewustzijn.
De grote omslag
Abstracte zaken, zoals de door de Stad van Morgen wetenschappelijk onderbouwde kernwaarden van het bestaan, raken ons pas via het bewustzijn als ze ontbreken. Daarom is het structureren van het maatschappelijk belang erom heen een zaak van bewustwording (aanvaarden van de kernwaarden als basisverantwoordelijkheid) en senior leiderschap (waken over de mens tegen de onbewuste zelf). De huidige wereldwijde problemen van armoede, vervuiling, klimaat, migraties, oorlogen, enz tonen ons aan dat we onszelf hebben verloochend door ons blindelings te spiegelen aan de geldgedreven wereld in plaats van onze kernwaarden. Door de geldafhankelijkheid staan we zelfs niet stil bij de kernwaarden, totdat het tegendeel zich manifesteert, maar dan is het vaak al te laat.
Dat ondertussen de geldwereld door menselijke hebzucht en manipulatie is doorvlochten tot proporties die het voortbestaan van de soort bedreigt dringt door tot het bewustzijn van de meeste mensen. Maar dan begint het pas. Onze omgeving is nog steeds zoals het was en onze manier van zorgen voor onze basisbehoeften ook. Als ons bewustzijn onze geest opent dan gaan we op zoek naar alternatieven. Als die niet bestaan dan hebben we de optie ze te creëren. Dan ineens bestaat de oude werkelijkheid nog wel maar wordt aangevuld door het nieuwe beeld dat het “anders moet”. Dat spreekt onze creativiteit aan waardoor we op zoek gaan naar cohesie met gelijkdenkenden en het opbouwen van het alternatief.
Een minderheid gaat zo experimenteren met innovatie door andere omgevingsfactoren te zoeken of ze te creëren. Maar ook hun gedrag is gebaseerd op omgevingsfactoren. Vaak reageert men op onaanvaardbare consequenties en is boos op datgene wat de problemen veroorzaakt. Men is boos op de banken, de overheid, het bedrijfsleven of de buren. Allemaal externe zekerheden die overhoop zijn gehaald en die geen antwoord krijgen van buiten af. Als we echter deze medemensen wegwijs maken in de kernwaarden dan zien we een combinatie van eigen verantwoordelijkheid en dat wat we van onze omgeving verlangen om nieuwe zekerheden te scheppen die buiten de economische werkelijkheid omgaan. Deze mensen scheppen een nieuwe band met de omgeving door de omgeving aan te passen vanuit bewustzijn.
Onder deze omstandigheden treffen zich tegenwoordig mensen met allerlei verantwoordelijkheden en niveaus van autoriteit. Zij gaan gezamenlijk aan de slag om weer een band te creeren tussen de nieuwe context, het bewustzijn en gebiedsontwikkeling keuzes. Ineens zien we dat de sturende kernwaarden tot een geheel andere ruimtelijke inrichting en beleving komt dan voorheen. Een transitie voltrekt zich. Maar ook deze is gemotiveerd door omgevingsfactoren die niet meer voldeden en nu passend worden gemaakt. Het enige verschil: we doen het samen.
Op 5 maart werd ik gevraagd om tijdens Proeftuin Houten uit te leggen hoe Sustainocratie functioneert door middel van de Stad van Morgen voorbeelden FRE2SH en AiREAS. De middag was multidisciplinair co-creatief opgezet door betrokken Houtense mensen van verschillende achtergrond. Persoonlijk voel ik mij bij het Houtense proces van verduurzaming betrokken dankzij de warme ontmoeting met Houtense wethouder Jocko Rensen vorig jaar toen hij de moeite nam om naar Eindhoven te komen om de energie te proeven van de multidisciplinaire co-creatie van ons. Marc Faber is burger in Houten en is al sinds het prille begin betrokken bij de processen van de Stad van Morgen. Door het bestuurlijk contact kon ook een link worden gelegd met Marc als potentiële lokale sustainocraat. Uiteindelijk kan ik zelf onmogelijk verantwoordelijkheid nemen voor sustainocratische processen in Houten. Dat dient lokaal te gebeuren, door mensen uit Houten zelf en volgens de prioriteiten van en energie in de regio. Sustainocratisch Eindhoven en ikzelf kunnen hooguit inspireren en onze ervaring ter beschikking stellen over de kaders en werkwijze van het niveau 4 eco-systeem maar de inkleuring en innovatie moet 100% lokaal ontstaan.
Burgemeester Wouter de Jong van Houten en een van de organisatoren doen de aftrapEen intensief programma vol Houtens initiatieven
Tot mijn verrassing was een intensief middagprogramma georganiseerd met betrokkenheid van het voltallige bestuurlijk team van Burgemeester en Wethouders die de hele middag aanwezig waren. Heel transparant en openhartig werd met elkaar de verbindende dialoog opgezocht met boeiende presentaties van een grote diversiteit aan vernieuwing.
Mijn eerste opvolg contact met Houten, na het bezoek van de wethouder aan Eindhoven, was de Krachtfabriek geweest en kennismaking met Houten Kantelt, de eerste een initiatief om mensen met een arbeidsprobleem een plek te geven om zich weer zelfstandig en onder begeleiding te ontplooien middels workshops, gefaciliteerde creatieprocessen, enz. Deze krachtfabriek bevond zich ergens in een verlaten schooltje in een wijk en had nog geen prominente plek in Houten maar gaf wel de positieve energie weer van een ontkiemende beweging die op gang kwam. Houten Kantelt was initiatief van Hendrik Jaap Batenburg die allerlei verduurzamingslijnen samen trachtte te laten smelten, een beetje zoals Stad van Morgen dat trachtte te doen in 2009.
Nu, een jaar na die kennismaking, constateer ik tot mijn grote genoegen én verrassing dat die beweging uitgegroeid was tot een bruisende diversiteit van initiatieven op alle fronten van aandacht. Het enige wat ik nog miste was die duidelijk verbindende rol van multidisciplinaire cocreatie richting natuurlijke kernwaarden. De kernwaarden waren in gefragmenteerde vorm alom aanwezig maar vormden nog geen geheel. Dat is ongetwijfeld de volgende stap. De proeftuin fase gaf ruimte aan het ontstaan van een diversiteit aan initiatieven, de zogeheten bewustzijn-gedreven creatie, allemaal op zichzelf staand, kwetsbaar maar ook allemaal even passievol en gedreven neergezet.
Hendrik-Jaap, initiatiefnemer van Houten Kantelt presenteert de portal HIP van Houten waar alle initiatieven zich kunnen verzamelen
Dat bleek ook tijdens de sessie van Annette de Vries die de uitdaging poneerde dat in 2018 20% van alle voedsel dat in Houten wordt geconsumeerd ook lokaal wordt geproduceerd. De meningen waren meteen verdeeld. De spanning tussen benodigde massaproductie om een stad te bedienen en de kleinschaligheid van samen-redzaamheid leidde al snel tot veel discussie en stellingnames die niet tot verbinding kwamen. Op het einde kwam rust toen ik de FRE2SH aanpak verbond met multidisciplinair samenwerken vanuit het hogere doel van samen-redzaamheid in een breder perspectief dan alleen de gefragmenteerde werkelijkheid van voedsel. Door verschillende belangen te combineren onder een regional cocreatie paraplu konden ook investeringen worden geoptimaliseerd en energie worden gebundeld dat elkaar niet bijt (bijvoorbeeld voedsel productie en recreatie met mobiliteit). De gedachten om dit alles met alle stakeholders samen in een coöperatieve vereniging te organiseren rondom een Sustainocraat en met directe betrokkenheid van de 4 x O’s: overheid, onderwijs, ondernemers en omgeving (mens en natuur) bleek de groep te inspireren.
De weg van de goede intenties naar een zichzelf voedend gebied
Dit multidisciplinaire proces kwam ook weer ter sprake tijdens de ontmoeting met de burgemeester en wethouder. De zorgpunten waar de bestuurders mee worstelen zijn vaak gebiedsoverstijgend waardoor de vraag gesteld wordt waar de verantwoordelijkheid in eerste instantie genomen dient te worden? Ik vertelde hen dat we dit in Eindhoven ook hadden doorgemaakt toen het over luchtkwaliteit ging. Zelf verantwoordelijkheid nemen op stadsniveau voor het aandeel van het probleem dat de stad toekomt maakt de onderhandeling met de omgeving veel krachtiger. Die opvatting was in Eindhoven doorslaggevend geweest om bestuurlijke steun te krijgen voor AiREAS. In feite zien we dat maatschappelijke innovaties ergens in de maatschappij ontstaan en pas doordringen tot de lokale bestuurlijke werkelijkheid als tastbaar bewijs zichtbaar wordt. De stad is daarom vaak de eerste graadmeter van structurele verandering waarna de hoger gelegen hiërarchie pas aan de beurt komt. Voor passievolle bestuurders is het vaak lastig om de balans te vinden hierin, zeker als men posities in alle bestuurslagen heeft bekleed. Zo wilde de wethouder mijn positie als verbindend Sustainocraat op niveau 4 gebiedsontwikkeling verwarren met “ego” in plaats van initiatiefnemer. Dat is een logische redenatie van iemand die gewend is om een bestuurlijke rol in een hiërarchie te spelen en nu bewust moeite doet om op de achtergrond te treden waardoor er maatschappelijke ruimte ontstaat voor zaken zoals de proeftuin. Zo’n ruimte heeft echter alle tendens om uit te monden in chaos als er geen nieuwe richting de ruimte in beslag neemt. Die richting wordt in Sustainocratie bepaald door de natuurlijke kernwaarden: gezondheid, veiligheid, samenredzaamheid, basisbehoeften (voedsel, water en lucht) en zelfbewustzijn. Deze kernwaarden zijn een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van allemaal samen. Daarom ontstaan de dynamische clusters die voorgezeten worden door de lokale Sustainocraat om zo het noodzakelijke gevoel van gelijkwaardigheid te krijgen.
De wethouder wordt zo partner aan de cocreatie tafel en niet de sturende factor. Het is dan gemakkelijk de Sustainocraat te verwarren met een nieuwe bestuurlijke rol in plaats van vertegenwoordiger van een kernwaarde als hoger gemeenschappelijk doel. Dat is een leerproces van loslaten en het laten ontstaan van een nieuwe rolverdeling waar we allemaal doorheen gaan, overal.
Houten is rijp voor een fundamentele keuze vanuit innerlijke waarden die de robuustheid en onderbouwing van de identiteit van Houten de komende decennia gaat bepalen. De Sustainocratische kernwaarden geven richting waar bijvoorbeeld Gezond Houten een geheel eigen invulling aan geeft dat proeftuin overstijgend is. Binnen dat kader constateerden we samen twee innovatiestromen waar multidisciplinair innovatief op kan worden ingezet:
Houtense AiREAS: Luchtkwaliteit, gezondheid en mobiliteit
Basisinfrastructuur voor meten lokale luchtkwaliteit
Incubator Houtense innovaties voor betere lucht en mobiliteit
Verbinden van Houtens initiatieven op gebied van sport, roeiwedstrijd, activiteiten met ouderen
Het nieuwe werken, flexplekken, distributie, enz
Houtense FRE2SH: Samen-redzaamheid in integrale productiviteit basisbehoeften en kwaliteit van leven (water, voedsel)
Voedselbehoefte verbinden aan lokale productiviteit
Ruimtelijke organisatie afstemmen op basisbehoeften voedsel, water
Innovatie richten op circulair gebruik (afval) enz
Houten is ook klaar om met elkaar een of meerdere icoon-projecten te starten die de uitstraling van Houten bepalen voor de toekomst en de cohesie onderling smeedt door het creatievermogen dat ontstaat te verbinden aan een inspirerende ruimtelijke structuur. Daarom vind ik Houten een echte Stad van Morgen met alle ingrediënten die nodig zijn om kwetsbaarheid om te zetten in eigen kracht.
In Brabant en de rest van de wereld is een psychosociale transitie gaande die het algemene begrip “gezondheid” sturend op de agenda zet van gebiedsontwikkeling. Deze transitie is steeds sterker zichtbaar op vele fronten waar mensen en instanties zich ondernemend inzetten met gezondheid als leidraad. Het raakt alles wat betekenisvol is in onze samenleving, van tastbare dingen zoals voeding, voedselproductie, gebruik van grondstoffen, landschapsbenutting, productiviteit, verdeling van producten, financieringsmodellen, waardesystemen en de herontwikkeling van de stedelijke vormgeving maar ook de vernieuwende relatie stad en platteland. Tot de ontastbare zaken zoals het bewustzijn, (multi)cultuur, gedrag, onderwijs en omgangsvormen. Het is een trend die zich in sneltreinvaart ontwikkelt en niet te stoppen is. Dit wordt gekenmerkt als een maatschappelijke “evolutie”, een nieuwe economische Kondratiev cyclus, een niveau 4 gebiedsaanpak, een Sustainocratie.
Deze breed gedragen evolutie is spectaculair want het geeft betekenis aan het herformuleren van onze zekerheden. De vorige fase van onze maatschappelijke en bestuurlijke manier van doen stamt uit het begin van de 18e eeuw, geformaliseerd in het begin van de 19e eeuw, nadat we Napoleon hadden verslagen. Het heeft ons veel vooruitgang gebracht maar tekent zich nu af op weg naar een afgrond. Deze algehele bewustwording vertaalt zich in de verlegging van onze route door keuzes te maken. Gaan we door als vanouds? Dan storten we in een afgrond. Zetten we de wissel om? Dan bouwen we aan nieuwe zekerheden maar wel via een gemeenschappelijk gedragen keuze en commitment. Het bestuur van onze maatschappij kan daarin niet achterblijven. Initiatief wordt nu ook bestuurlijk genomen om deze transitie te borgen in een nieuw beleid-elan. Dat maakt de tijd waarin we leven een van de meest uitdagende en boeiende ooit.
Deze keuze hebben we in Brabant al gemaakt. We gaan voor leven vanuit bewustzijn en creativiteit. Gezondheid is daarin sturend. Dit moeten we alleen nog formaliseren.
Daarom beklinken wij op 22 maart nogmaals onze Brabantse Health Deal, deze keer door ook het regionale bestuur uit te nodigen zich bewust en met hun toebedeelde autoriteit in te gaan zetten voor deze nieuwe werkelijkheid en routeplan. Dat doen we door samen en met alle belangenpartijen de commitment uit te spreken om alle onze sociale, economische en politieke keuzes primair te gaan toetsen aan innovatie met gezondheid als doel. Dit commitment doen we samen.
Dit doen we allemaal samen (burgers, overheid, onderwijs en ondernemers)
Betrokken zijn de vele gemeentes in Brabant, de provincie, de vele waarden gedreven ondernemers, zorg voor gezondheid instellingen, betrokken burgers, onderwijs en wetenschap. De gezonde maatschappij is per slot van rekening een multidisciplinaire cocreatie.
De volgende mijlpalen zijn:
22 Maart – Health Deal gemeenschappelijk erkennen en formaliseren als wisselkeuze met bijbehorende transitie en inzet van beschikbare middelen. Geef aan beneden als u mee wilt committeren.
28 juni – BrabantStad – verbinden van beleidstafel overleg (mobiliteit, voedseltransitie, enz) met deze multidisciplinaire vooruitgang
22 juli – De Brabantse Health Deal wordt getekend
Oktober 2016 – Dutch Design Week – podium en feest voor alle mooie voorbeelden vanuit gezondheid en gezonde gebiedsontwikkeling en ondernemerschap die in Brabant zichtbaar zijn en zich krachtig manifesteren.
Ons huidige onderwijs stamt nog grotendeels uit het industriële tijdperk. Als je dit als uitgangspunt hebt…..
dan wordt dit je onderwijssysteem….
met als hoofdzaak langdurig in dezelfde houding zitten, gehoorzamen en vooral geen eigen gedachten erop na houden. Rekenen en taal is belangrijk om productie bij te kunnen houden en instructies te kunnen volgen. Uit de toon vallen wordt gestraft net als te laat komen of een brutale opmerking plaatsen. Kortom, de jeugd wordt gedrild tot robot van een standaard piramide proces.
Einde tijdperk
Wat heeft deze breinloze maatschappij ons opgeleverd? Een ontzielde maatschappij die verslaafd is aan consumptie, zich laat aansturen door een schuldsysteem met de macht in handen van enkelingen die met geld omgaan. We zijn de 6e oorzaak van massavernietiging van alle leven op onze planeet sinds het ontstaan van de Aarde en de 1e die dat zogenaamd doet als zelfbewust, intelligent wezen, geschapen naar het evenbeeld van de Schepper.
Een Amerikaanse senator zei recent zelfbewust: `wij zijn de eerste generatie die zich bewust is geworden van een enorm probleem, en de laatste die er wat aan kan doen´.
Het nieuwe onderwijs
Het leren van nu is een vuistslag van bewustwording. Jongeren groeien op in gescheiden ouder gezinnen, tussen cement en beton van verstedelijking en in de decadentie van de allesvernietiging. Met hulp van internet en inzichten van het tijdperk dat hen is overgedragen door de voorgaande generatie gaan ze aan de slag vanuit creativiteit en gedrevenheid. Precies het tegenovergestelde is de norm: geen gehoorzaamheid maar oplossingsgerichtheid, geen gemanagede ondergeschiktheid maar zelf-leiderschap en co-creatie, geen hiërarchie maar dynamisch clusteren rond uitdagingen van deze tijd, geen industriële processen maar kernwaarden gedreven initiatieven. Geen standaard, maar diversiteit, originaliteit en authenticiteit.
Stad van Morgen noemt dit Participerend Leren. De jongeren krijgen geen opdrachten maar worden betrokken bij gebiedsontwikkeling. Zij gaan zelf aan de slag en passen hun belangstelling, talent en keuzes toe in het creëren van waarden voor zichzelf en de omgeving. Terwijl ze daar naar op zoek zijn ontmoeten ze leermomenten waar ze zelf oplossingen voor trachten te vinden uit intrinsieke motivatie. Wij omringen hen met gespecialiseerde kennis die hen voedt wanneer er zelf om vragen. We hebben allerlei gewenningsprogramma´s:
Ondernemer van je eigen leven
Op zoek naar de held
School of Talents
Erasmus+
Het is een leerproces dat niet leeftijd gebonden is. We doen het samen, met de natuurlijke kernwaarden van leren leven als richtlijn. De resultaten zijn verbluffend, innovatief en de basis van een geheel nieuwe maatschappelijke invulling, organisatie, onderlinge relatie tussen instanties en bevolking en een geheel nieuwe economie. Alles tesamen heet het Sustainocratie, de democratie rond natuurlijke kernwaarden.
Stel u nu eens voor dat we de gunst aan elkaar als waarde van samenredzaamheid gaan beschouwen en dit structureren in een wijk, buurt, straat of dorp. Hoe zou dat kunnen werken?
We gaan ervan uit dat iedereen in een gemeenschap wel wat kan bijdragen aan anderen in diezelfde gemeenschap. Een gunst verlenen. Er zijn heel veel gunsten denkbaar. Van het zetten van koffie voor wat oudere, eenzame mensen, een praatje houden met een zieke, boodschappen doen voor die jonge moeder die op de baby moet passen, een zelf verbouwde krop sla weggeven, of een handvol sperzieboontjes, aardappels, een bosje bloemen. De hond uitlaten, even op de kinderen passen, helpen met witten, de tuin doen, de auto wassen, hondenpoep opruimen of zwerfafval inzamelen en weggooien in de container. We zouden iets kunnen helpen schouwen of dat moeilijke fornuis aan de achterkant een keer schoon komen maken. Allemaal van die kleine dingen die het leven voor de ander én onszelf zoveel aangenamer of gemakkelijker maakt.
Maar we zijn zelf ook mens en kunnen ook wel eens een gunst gebruiken. Als we nu eens gemiddeld uitgaan van 3 gunsten per dag voor iedereen in de wijk, die door iedereen op hun eigen manier worden opgebracht en aan elkaar wordt gegund. Dan hebben we het over zo’n 100 gunsten per persoon per maand. In een buurt waar 200 mensen wonen is dat een vermogen van 20.000 gunsten. Meestal is dat vermogen onzichtbaar, onbenut en ook nog eens slecht verdeeld. Er zijn mensen die altijd voor een ander klaarstaan terwijl anderen niet eens om een gunst durven vragen maar er enorm veel behoefte aan hebben. Vele anderen zijn zo druk en in de stress dat ze af en toe wel eens een beroep op een ander zouden willen doen maar niet weten hoe. Als de gunst echter gemeenschappelijk gedragen wordt dan kan men er ook zonder gene mee om gaan.
Als we de “Gunst” tastbaar en zichtbaar maken dan hebben we een grote pot van 20.000 Gunsten elke maand beschikbaar in de buurt. Die verdelen we onder de 200 buurtbewoners, ieder 100 Gunsten. Elke keer als men een gunst ontvangt van een andere wijkbewoner, spontaan of door erom te vragen, geeft de gunstgever 1 van zijn 100 Gunsten terug aan de grote pot. Daarna kan men hij of zij nog 99 gunsten geven. Degene die de gunst heeft weggegeven mag natuurlijk zelf ook gunsten ontvangen op precies dezelfde manier. Zo behouden we gelijkwaardigheid en gelijke verdeling van de beschikbare gunsten. En de gunst blijft in de sfeer van de geefcultuur. Het is de kunst om alle gunsten aan het einde van de maand weer terug te hebben in de pot zodat de volgende maand de cyclus weer door kan gaan. Dan zijn er 20.000 gunsten verstrekt in de buurt en is de buurt erdoor verrijkt vanuit samenredzaamheid.
Buurtproductiviteit kan op deze manier gestimuleerd worden door tastbare en ontastbare zaken met elkaar te combineren. Denk bijvoorbeeld aan het samen verbouwen en verdelen van voedsel in de buurt. Het beschikbaar stellen van de tuin voor voedselteelt is een gunst, het meehelpen planten, wieden, oogsten of verwerken is ook een gunst. Het samen koken en opeten ook. Zo zou het gunstvermogen in de wijk het geldvermogen voor een deel kunnen ontlasten (wat we samen kunnen creëren hoeven we niet te kopen) zodat ook het besteedbare geldvermogen in de buurt groter wordt. Het zelfregulerende vermogen van de gunsten kan basisvoorzieningen zodanig beschikbaar maken dan behoeftige mensen in hun belangen worden voorzien via de gunstpatronen die afgestemd kunnen worden op dat wat leeft in de buurt. Iedereen doet mee. Als iemand Gunsten over houdt aan het einde van de maand kunnen we ons afvragen waarom deze persoon onvoldoende gunsten heeft weggegeven? Misschien te druk, afgezonderd, eenzaam of ziek? Misschien weet de persoon niet eens wat hij of zij als gunst bij zou kunnen dragen terwijl iedereen zoveel talent heeft om te delen.
Er ontstaat een vorm van buurt-medeleven of empathie in de vorm van zorg voor elkaar. Zelfs de Gunstadministratie kan als gunst worden beschouwd. Als er veel behoefte is aan voedselgunsten dan zal er meer aandacht aan voedselproductie en verdeling worden besteed. Als er meer gunsten nodig zijn op gebied van ouderenhulp of eenzaamheid bestrijding dan zal het gunstenpakket zichzelf daar naar toe reguleren.
Zo wordt de Gunst circulair vermogen en een token van mensgerichte waardecreatie met zelfregulerende kwaliteit van leven en sociale cohesie als hoogste doel. Belangrijk in het proces is dat de Gunst eenheid in een afgebakend gebied zich laat kenmerken en organiseren zodat de gemeenschap zich eromheen gaat identificeren. Het gebied dient zo klein te zijn dat er een persoonlijke band kan ontstaan die het onpersoonlijke individualisme doorbreekt. Maar ook groot genoeg dat er voldoende diversiteit aan inzetbaar gunsttalent en vermogen is om zich gaandeweg te structureren rond de verschillende behoeften die het gebied en bevolking kenmerken. Aangezien de Gunst een intermenselijke daad is van liefde en betrokkenheid kan deze overal worden uitgevoerd alsof het een basisinkomen betreft van barmhartigheid en maatschappelijke cocreatie.
Het STIR avondcollege van 17 februari ging over fundamentele keuzes maken. De mens karakteriseert zich door haar creativiteit en zelfbewust intelligentie. Daardoor zijn we geworden wat we zijn, een levende soort die zich omringt met spullen die ons welzijn aan aanzien verschaffen. We zijn in feite een soort wonder van de natuur omdat in dat creatievermogen wij niet worden overtroffen door andere soorten. Daarom willen wij ook wel geloven dat we geen natuurlijke evolutie zijn maar dat er ergens een hogere macht ons deze krachten heeft gegeven.
Tegelijkertijd zijn we tegenwoordig ook erkend als de 6e oorzaak van massavernietiging van leven, inclusief onszelf, sinds het ontstaan van de Aarde. Dit tijdperk van vervuiling, misbruik van grondstoffen en onze natuurlijke bronnen, de concurrentieoorlogen en manipulatie rond geldgedreven belangen, deze algehele vernietiging van leven door de mens, heeft een eigen naam: het Anthropocene.
Alles verwijst naar het industriële tijdperk dat sinds het introduceren van de stoommachine ons in staat heeft gesteld massaal gebruiksartikelen te gaan produceren. Die artikelen hebben grondstoffen nodig die vaak voortkomen van levende soorten (planten en dieren) die we daarvoor dood moeten maken. Doordat de beloningsstructuur van arbeid in de fabrieken niet in natura maar met geld werd afgehandeld ontstond een geldgedreven cultuur van economische groei enerzijds en economische afhankelijkheid anderzijds. Binnen die economie werd consumeren van dode producten een belangrijke drijfveer maar ontwikkelde ons bewustzijn en creatievermogen zich niet meer om balans te houden met onze natuurlijke omgeving.
Het industriële tijdperk ontwikkelde sterk vanuit bijvoorbeeld de textiel industrie met groot gebruik van katoen, een natuurlijke grondstof. De enorme toename van behoefte aan katoen en de verwerking ervan ging gepaard met een gigantische toename van landschapsvernietiging en vervuiling.
Een ander voorbeeld is de vleesindustrie die ons in onze voedselbehoefte voorziet. Nederland is een van de grootste vleesproducten ter wereld en heeft er een intensieve industriële productie van gemaakt. Voer voor de beesten komt veelal uit Zuid Amerika waar belangrijke bosgebieden worden gekapt om plaats te maken voor veevoer productie. De massaproductiviteit en consumistische levensstijl, zonder algemeen bewustzijn over de consequentie, heeft ons een gevoel van rijkdom gegeven ten kosten van het leven op Aarde. Dit gebrek aan bewustzijn zien we ook terug in de voedselverspilling.
Als we de economische pieken aanschouwen die we sinds dit industriële tijdperk hebben meegemaakt dan constateren we dat de pieken vooral werden veroorzaakt door nieuwe vormen van mobiliteit die de handelsbelangen in bereik deden groeien. Globaliseren was het gevolg. Gecombineerd met een enorme groei van de wereldbevolking werd de geldgedreven economie rond handel in dode spullen de oorzaak van onze massavernietiging. Verstedelijking is slechts een afspiegeling van deze drang naar consumptie van de dood. Steden zijn bolwerken van cement, asfalt en glas met een beeld van overvloed in winkels en supermarkten zonder de zelfvernietiging zichtbaar te maken. Wat de mens niet ziet of voelt hoort niet tot onze werkelijkheid waardoor we geestesdood raken zoals het cement dat ons omringt.
Maar de introductie van internet en persoonlijke computersystemen hebben ons massaal toegang gegeven tot kennis. De vele verstoringen van de wereld, die zich uiten via massale migraties van vluchtelingen, grondstofschandalen, uitingen van financiële hebzucht en macht, enz. bereiken het collectieve bewustzijn. Gaandeweg bouwt de massavernietiging zich verder op maar ook een nieuw psychosociaal bewustzijn.
De onterechte kapitaalinjecties na de kredietcrisis heeft de wereldwijde cyclus van de dood gerekt en de massale omslag afgehouden. Bijbehorende positieve consequentie was dat initiatieven zoals Sustainocratie (niveau 4 gebiedsontwikkeling) zich in argumentatie en bewijsvoering verder konden verstevigen. Hoe robuuster het antwoord op het stimuleren en heractiveren van ons creatieve zelfbewustzijn en vermogen tot een evolutionaire aanpak des te sneller de ommekeer wereldwijd tot stand komt, zonder de bijbehorende traditionele tussenfase van wereldoorlogen of volkerenmoord.
In de Stad van Morgen hebben we de evolutionaire keuze dus al gemaakt en focussen met succes of de winst van kernwaarden van het leven zelf die we niet kunnen kopen maar wel creëren en onderling verdelen in echte en veilige overvloed. Tijdens het tweede deel van de avondinspiratie maken we een lijstje van de multidisciplinaire co-creatieprojecten waar we mee bezig zijn:
AiREAS – gezonde stad Eindhoven, Breda en Helmond
AiREAS – gezonde airport – airport dicht 2 weken
AiREAS Turkije via Erasmus+ en BdT
Ankara – kindvriendelijke stad
Soma – luchtvervuiling van deze mijnstad
Izmir – gezonde havenstad
FRE2SH Turkije
Malatya – voedsel en energie
SAFE Turkije
Grensgebied met Syrië vrij maken van landmijnen
FRE2SH Eindhoven – Son en Breugel/Gemert
Consumptie / Productie – Aristo
Gemert kruidengebied
STIR
Sustainocratische ontwikkelingen Interreg V (Aken, Leuven, Genk, Luik, Maastricht)
India Sustainocratie
China LOI
Health Deal Brabant
Groen/blauwe ruit Eindhoven – Helmond
23 Mei – Regionaal bezoek Europa Smart City
Brainport participatief leren
Sustainocraten opleiding
Erasmus+ Spanje
FRE2SH Deventer – regionale samenredzaamheid en resilience
FRE2SH Houten – regionale samenredzaamheid en productiviteit
FRE2SH Eindhoven – transformatie wijken
Energie coöperatie
Twee gebeurtenissen in 2015 hebben ons geconsolideerd in de wereld van zelfbewuste evolutie:
De formele erkenning van Sustainocratisch AiREAS als peer 4 gebiedsontwikkeling zoals door het Presencing Institute beschreven als co-creatief ecosysteem.
Het VINCI innovatie award dat aantoont dat waardecreatie ook economische waarde heeft. AiREAS fase 1 heeft aangetoond dat elke geïnvesteerde euro een return geeft van vele malen die euro. Maar omdat AiREAS belang hecht aan gezonde verstedelijking en niet aan het geld wordt het geld een middel voor verdere ontwikkelingen. Het loslaten van geld als doel en aanvaarden van kernwaarden als creatieve richtlijn en verdeelsleutel is wellicht de moeilijkste keuze voor mensen en instantie. Toch is het één met de keuze tussen leven en dood.
Uiteindelijk vatten we de aanpak van de STIR en aanverwante cocreatie tafels en coöperatieve verenigingen samen in 4 stappen, te beginnen met de waardengedreven keuze.
Zo eren wij de uitspraak van Socrates: “Je kunt je leven lang vechten tegen het systeem of al je energie steken in het creëren van iets nieuws”. Wij steken onze energie in de creatie van iets nieuws en laten ons prikkelen door ons zelfbewustzijn en het drama van zelfvernietiging dat we ombuigen tot de kracht en pracht van het leven.
Dit klinkt dramatisch maar in essentie is het waar het in de huidige wereldorde om gaat. Wij hebben een wereldeconomie gecreëerd dat handelt in dode dingen waar we allemaal veel waarde aan hechten. Wij mensen kleden ons met dode materialen, eten gedood voedsel, wonen in dode stenen huizen en maken levende dingen dood om er de vele producten van te maken waar wij ons mee omringen. Er wordt aangedrongen op een groei-economie omdat we al die dode dingen een economische waarde hebben gegeven en er een sport van maken om de waarde zoveel mogelijk te optimaliseren door ermee te handelen. Een groei economie heeft derhalve behoefte aan veel meer dode dingen en speculeert ermee door een psychologisch gevoel van tekort te veroorzaken in de menselijke mentaliteit van hebzucht.
De complexe dualiteit van de mens geeft ons een keuze
Door deze focus op dode dingen is onze aandacht verdwenen over de essentie van alles, het leven. Niet voor niets worden wij mensen nu gezien als 6e oorzaak van massavernietiging van het leven op Aarde sinds het ontstaan van onze planeet. Dit intense drama speelt zich onder ons af en is zichtbaar door de vele vluchtelingen, armoede en vervuiling in de wereld. Wij hechten zoveel waarde aan deze economie van de dood dat we het leven erbij laten. Maar de mens heeft een keuze. Kiezen wij voor het leven? Of de dood? Welke rol speelt Eindhoven of Nederland in deze? Welke beweging ontstaat er in de wereld? Wat doet de Stad van Morgen?
Inspirator: Jean-Paul Close
Locatie: Fontys Hogeschool te Eindhoven, Rachelmolen 1, lokaal 0.13
Voor dit jaar hebben we besloten om de STIR avondinspiratie sessies te oriënteren rond praktische zaken vanuit Sustainocratie, de kernwaarden gedreven participatiemaatschappij. Deze keer, op verzoek van deelnemers, gaan we in op de vraag:
`Hoe verbind ik met een onbekende?`
In Sustainocratische processen is dynamisch clusteren voor projectmatige multidisciplinaire samenwerking essentieel. Constant komen nieuwe gezichten en talenten in beeld die al dan niet zich verbinden aan de gemeenschappelijke uitdagingen. Hoe gaan we daar mee om? Hoe gaat dat in zijn werk? Hoe blijven de verhoudingen in tact en wanneer valt een band weer uit elkaar?
De inspiratie wordt ingeleid door Jean-Paul Close, initiatiefnemer van de Stad van Morgen en Sustainocratie, de verbinder van vele 1000-den mensen en instanties.
Deelname is geschikt voor iedereen. Even aanmelden aub.