Tot mijn verbazing las ik in de krant dat de Russische economie zou leiden aan de “Nederlandse ziekte”. De opmerking werd gemaakt door de Russische premier. Zijn inzicht zou betekenis geven aan de gemakzuchtige eenzijdige economische benadering van handel in fossiele brandstoffen van eigen bodem. De gemakzucht zou elke impuls van creativiteit en economische diversificatie van belangen in de weg staan. Dit is een “ziekte” omdat het een land uiterst kwetsbaar maakt. Het blijkt een term die in de jaren 60 is ontstaan toen de opkomende gasbaten Nederland in een crisis doppelden. Deze “ziekte” tekent Nederland nog steeds. Ook Rusland heeft er kennelijk last van. Alleen Rusland is zich er openlijk van bewust, Nederland blijkbaar veel minder.
We investeren in de zogenaamde kernsectoren om het grote speculatieve geld bij ons te houden. Dat levert geen arbeidsmarkt op nog ondernemers van eigen bodem. Europa heeft een ander bewustzijn dat zich uit in Horizon2020 en een stimulans tracht te zijn voor MKB en eigen inhoudelijke productiviteit. Dat sluit beter aan bij de opvattingen van de Stad van Morgen. Wij zijn hebben geen Dutch disease maar hebben wel last van de omgeving die er onder lijdt. Daarom gaan we de stap nu naar Europa wagen met medewerking van ons netwerk. STIR Antwerpen is een voorbeeld. http://stirantwerpen.wix.com . Ook met AiREAS en VE2RS zijn stappen gezet.
“Dutch disease” kan ik ondertussen toevoegen aan het toch al verontrustende rijtje van verwijzingen in de Engelse taal naar vermeend Nederlands gedrag. Denk aan:
* Dutch courage: dronkenmansmoed
* Go Dutch: ieder voor zich betalen
* Double Dutch: onbegrijpelijk
* Dutch treat: consumeren op andermans kosten
De basis van de consumenten economie is dat de consument consumeert. Degenen die deze consumptie mogelijk maken beveiligen hun economische belangen optimaal door consumptie in contracten vast te leggen. Wanneer het de consument economisch minder gaat (hetgeen steeds vaker gebeurd) dan is men de klos. Een greep uit berichten van instanties wanneer een consumptie contract wordt verbroken:
* Mobiele telefoon: Wij brengen u de 7 resterende maanden in rekening.
* Koophuis: Als hoofdelijk aansprakelijke bent u verantwoordelijk voor het negatieve saldo en de restschuld van de verplichte verkoop.
* Huurhuis: U heeft een contract waarin u zich verplicht per maand te betalen. Als u per 3 maanden betaalt volgt uit huis plaatsing omdat u niet aan uw contractverplichtingen voldoet.
* Onterechte terugvordering bijstand: Er volgt geen tussenkomst van de rechter. U kunt bezwaar maken dat door de overheid zelf wordt beoordeeld. De overheid heeft daarna het recht via de deurwaarder rechtstreeks beslag te leggen op uw bezittingen.
* Achterstallige betalingen: U bent incasso en rentekosten verschuldigd als ook eventuele gerechtelijke kosten.
* Verzekering: uw zorgtoeslag betalen wij rechtstreeks aan de zorgverzekeraar en u betaalt verplicht een verhoogde premie van 40%.
* Energierekening: Bij betalingsachterstand schakelen wij meteen gemeentelijke schuldhulpverlening in en maken geen rechtstreekse afspraken.
* Vervuiling: De vervuiler betaalt en dat is de consument via belastingen en eigen gezondheid. Het beleid verplicht tot vervuiling om de maatregelen via belastingen te kunnen bekostiging.
* Solidariteit: De wet van solidariteit bepaalt dat alle Nederlanders evenredig meebetalen aan de zorglasten. Deze worden echter door semioverheid omhoog gedreven waardoor men in 10 jaar 5x zoveel betaalt zonder alternatieve keuzemogelijkheden noch ondernemende vrijheid ervoor.
Basis van menselijk bestaan
De contracten gaan vooral over huisvesting, energie, verzekeringen en communicatie. De belastingen komen daar ook bij. Het gaat om de basiszekerheden van de mens die zo in de macht van geldgedreven contracten terecht zijn gekomen met evenredige manipulaties van de belangenpartijen die zo juridisch gesteund worden. Moreel is het debat niet mogelijk want “regels zijn regels” en “u heeft toch een contract getekend?”.
Zo is een persoon of gezin die in financiële problemen komt te verkeren al snel tussen 20% en 40% duurder uit dan de meer welgestelde burgers. De contracten gaan over de basiselementen van een menswaardig bestaan die ook veelal een grondwettelijke kern hebben. Men kan niet anders dan zich ondergeschikt maken aan de contracten door gebrek aan alternatieven. De grondwet wordt zo ondergeschikt gemaakt aan economische belangen van bedrijven, overheden en semioverheid, terwijl de grondwet oorspronkelijk voor integrale menselijkheid was opgesteld.
Juridisch heeft de consument geen kans want een contract is een bindende overeenkomst. Wetten ook, hoe verwerpelijk ook, omdat zij zogenaamd democratisch tot stand zijn gekomen. Maar dat is niet zo. De burger stemt voor zekerheden maar het bestuur regeert vanuit geldbelang en afhankelijkheid waar men zekerheden aan ontleent die niet meer voor iedereen toegankelijk zijn. De overeenkomsten en verschillen tussen economie en menselijkheid zijn niet eenvoudig te onderscheiden maar het spanningsveld is overduidelijk aanwezig tussen materiële belangen en schade aan menselijkheid.
Maatschappelijk zijn de kansen voor verandering beperkt omdat de geldgedreven belangenlobby, die over de contracten gaat, machtig is in een bestuur dat zich afhankelijk heeft gemaakt van dezelfde geldbelangen via de organisatie van de belastingen en de uitgaven aan gevolgenbestrijding.
Groeiend spanningsveld
Het probleem wordt steeds groter omdat de beide kanten van het spanningsveld zich voeden met de tegenstrijdigheid. Het geldbelang scherpt de contracten en bureaucratie aan terwijl men economisch onder druk staat. Het menselijke belang staat steeds meer op de tocht door de onmenselijkheid van de zuigkracht van de contracten en wetten waardoor steeds meer mensen in de problemen komen. Aan die problemen ontleent het geldsysteem en de bureaucratie weer macht waardoor het ene het andere voedt.
Maatschappelijke onrust en onrecht bouwt zich op. De mens voelt zich machteloos. Het geldsysteem valt om en verweert zich met onmenselijke maatregelen.
Niet constitutioneel
We maken hooguit een veranderkans als we de contracten en wetontwikkeling zelf (als mens) op morele gronden onconstitutioneel zouden verklaren, in strijd met de grondwet. We kunnen ook, daar waar mogelijk, zelfredzaamheid betrachten zodat contacten geen grip meer hebben op ons. Maar die mogelijkheden zijn beperkt.
De transformatie kan vrijwillig of noodgedwongen
Wat kunnen we doen als we ons verenigen? We kunnen eisen van menselijkheid gaan stellen aan het bestuur. We kunnen zelf initiatieven ontplooien. Dat is wat de Stad van Morgen doet.
Met terugwerkende kracht kan misschien juridisch actie worden ondernomen met betrekking tot koophuizen waarbij hypotheken door banken, met steun van de overheid, onder valse voorwendselen zijn verstrekt.
Bij huurhuizen mag een woningbouwcorporatie geen beperkingen opleggen als mensen een evenredige bijdrage kunnen leveren in natura of termijnen.
Overheid mag geen wetten opleggen die eenzijdig materialisme in de hand werken en menselijkheid onconstitutioneel maken.
De solidariteitwet moet op de schop om ruimte te bieden aan nieuwe zorg en zelfredzaamheid alternatieven.
Consumptie contracten mogen geen diensten in rekening brengen die niet zijn geconsumeerd, zeker niet bij contractbreuk onder force majeur.
Leegstand dient beschikbaar te komen voor opvang van mensen en gezinnen die tijd nodig hebben voor bezinning en heroriëntatie van hun eigenwaarde en maatschappelijke bijdragen.
Zelfontplooiingsmogelijkheden dienen geschapen te worden in vrijheid, zonder beperkende blokkades, om tot maatschappelijke vernieuwing te leiden, vooral in tijden van spanning tussen materiële en menselijke belangen. Zelfredzaamheid is een recht dat door de economische afhankelijkheideis wordt ontnomen.
Ook de staat moet zich juridisch en maatschappelijk verantwoorden voor menselijkheid in plaats van alleen democratie (in tijden van materiële hebzucht komt armoede noch menselijkheid democratisch in beeld) of financieel. Dat betekent dat de controle instanties over de overheid (bijv. De ombudsman) juridische instrumenten moet krijgen om impasses of onbalans te doorbreken.
Hier zal de Stad van Morgen zich hard voor maken de komende tijd, gebruik makend van de STIR lus en de bereidheid van instanties om een nieuwe verantwoordelijkheidbalans te creëren tussen consumptie, productiviteit, verantwoordelijkheid en duurzame menselijkheid.
De gemeenteraad verkiezingen 2014 zijn achter de rug. De herverdeling heeft plaatsgevonden. Het hanengevecht is weer begonnen om de “macht” maar is dat zo terecht?
De gemeentelijke overheid heeft een belangrijke gebiedsfunctie. Maar daar blijft het bij. De duurzame 21e eeuwse gemeenschap is geen eenzijdige overheidtaak (meer) ook al denken sommige partijen of mensen dat nog wel. Daarvoor zijn de maatschappelijke ontwikkelingen te complex, met teveel invloeden van binnen en buitenaf. De maatschappij 3.0 is een cultuur van samenwerking en gedeelde verantwoordelijkheden rondom concrete duurzame doelen.
Daarvoor zijn grote veranderingen nodig die veel eisen van de bestuurders die nu gekozen worden. Zij zullen de transitie moeten waarmaken van een dominante, bureaucratische, machtgedreven overheid naar een participatieve en faciliterende overheid in een coöperatie maatschappij met hogere duurzaam menselijke doelen die politieke en economische belangen overstijgen.
Het gaat niet meer om links of recht
Het niet meer om de kleur van de partij, gefragmenteerde beloftes of eigenbelang van de deelnemers en hun partij aanhangers. Het gaat om grote lokale ontwikkelingen die voortkomen uit wereldwijde uitdagingen (global issues, local solutions, global application) op gebied van integraal menselijkheid en duurzame vooruitgang die een overheid niet alleen aan kan. Het professionele profiel en de menselijkheid van de raadsleden en kandidaat wethouders is doorslaggevend, niet de politieke kleur.
Bepalend voor de gemeentelijke gebiedstoekomst is hun bereidheid en capaciteit vandaag tot transparant en doortastend, multidisciplinair samenwerken aan de grote uitdagingen. Dit gebeurt niet meer op basis van dominantie maar gelijkwaardigheid. Er verandert hierdoor veel voor het hele ambtenaren apparaat, de gemeentelijke werkwijze, enz. Het probleem is dat deze transitie structureel in de weg wordt gestaan door de ouderwetse juridische en operationele verhoudingen die ruim 160 jaar geleden zijn samengesteld en doorontwikkeld. Dit transformeren vergt een uniek bestuursprofiel dat dun is gezaaid. Men levert de macht in voor autoriteit door samen te gaan werken. De raad staat erbij en kijkt ernaar, met een blokkerende mentaliteit of zelfbewustzijn rond grote transformatieve veranderingen.
Stad van Morgen (stichting STIR ) stippelde al in 2009 de grote veranderingslijnen uit die het samen met zelfbewuste bestuurders en ambtenaren in Eindhoven uitprobeerde middels AiREAS, VE2RS en STIR Academy. Veel gemeenten tonen nog moeite met de nieuwe verhoudingen met de lokale bevolking en instanties maar de precedenten zijn positief, noodzakelijk en transformatief. Niet alleen de overheid wordt geraakt door de transformatie, ook alle andere deelnemers moeten zich aanpassen. De een doet dat met meer overtuiging en daadkracht dan de ander. Ook hierin zit een uitdaging waarin vooruitstrevende gemeenschappen kansen ontwikkelen die de conservatieve regios missen. Het is een onstuitbaar proces. Crisissen zullen uiteindelijk zorg dragen voor draagvlak overal. Maar zelfbewuste gemeenschappen nemen het voortouw èn hun kansen.
Hier treft u lijstje van belangrijke veranderingen:
1. Bestuur vanuit oude macht is meer beperkende last dan vooruitstrevende lust.
2. Coöperatie maatschappij in opkomst
3. Toestemmingscultuur op de schop, maakt plaats voor Sustainocratie
4. Alleenrecht over besteding belastinggeld ter discussie
5. Nieuwe juridische basis gebiedsontwikkeling
Ad 1. De macht van de lokale politiek is de laatste decennia erg verminderd. De oude structuur tracht verantwoordelijkheid te blijven dragen door belastingen en bureaucratie te verhogen maar blokkeert ermee de vooruitgang die in de bevolking gaande is. Sommige bestuurders willen wel maar zitten vast in een netwerk van conservatieve belangen en verhoudingen. Hierdoor is veelal de lol van het besturen eraf. De verantwoordelijkheid is te groot en de oude werkwijze te problematisch zodat er nog weinig eer te behalen lijkt.
Er ontstaan bestuurlijke verschillen. De ene wethouder is helemaal voor de autoriteit en kans van doelgericht samenwerken terwijl de andere liever functioneert vanuit besloten machtculturen. Het blijft lastig om BenW, raad, politieke verschillen, conservatieve belangen te betrekken bij vooruitstrevende veranderingen en deze door te voeren. De andere maatschappelijke partijen stellen eisen en willen commitment die de oude Thorbecke cultuur niet kan geven. Het is geen lolletje meer om raad en bestuursfuncties te bekleden terwijl de wereld op zijn kop staat en men ondemocratisch uitgedaagd wordt er verantwoordelijkheid voor te nemen terwijl men er democratisch op wordt afgerekend. Het is een uitdaging die uniek is en van levensbelang. Stad van Morgen nodigt uit om de transformatie aan te gaan en helpt mee.
Ad 2. Er is een transitie gaande waarin verschillende scenario’s zich ontwikkelen. In alle gevallen is lokale politiek en bestuur geen dominante partij meer maar een samenwerkingspartner. Voorbeelden:
* Triple helix: Samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en wetenschap. Deze samenwerking is vooral institutioneel. Dat wil zeggen dat de samenwerkende instanties nog steeds vanuit het oude paradigma van geldafhankelijkheid en macht redeneren. Daarom is men er in Eindhoven op teruggekomen. De belangentegenstellingen wilden te vaak uitmonden in gepolder zonder resultaat.
* Sustainocratie: Hierin staat de mens en milieu centraal met de verschillende instanties (overheid, bedrijven, wetenschap) als instrumentarium voor duurzame ontwikkelingen (global issues, local solutions). AiREAS, VE2RS, enz zijn voorbeelden van moeizame maar succesvolle experimenten die de wereldbelangen inspireren. Sustainocratie hanteert een definitie van duurzame menselijkheid en vooruitgang.
Ad 3. De oude toestemmingscultuur hoort bij de oude dominante overheid. De coöperatie maatschappij verlangt commitment en expertise van de overheid voor gebiedsontwikkeling, hoger doel en bepaalde publieke functies. Het is een faciliterende cultuur waarbij samenwerking gestuurd wordt door het hogere doel van duurzame menselijkheid en vooruitgang, niet partij keuzes noch polderdiscussies of eenzijdige toestemming. Concensus wordt bereikt over prioriteiten en middelen, niet over de richting want die staat vast (duurzame menselijke vooruitgang).
Ad 4. Alleenrecht over besteding belastinggeld is een op te lossen probleem vanuit punt 3. Vandaag nog is een groot deel van de overheid begroting vastgezet in oude aanbestedingen. De vrijheid van handelen is daarom enorm beperkt terwijl de lobby tegen elke verandering druk uit oefent op de beleidstructuren. De coalitie van multidisciplinair samenwerken accepteert geen commitment zonder toegang tot middelen. Het wordt een grote uitdaging om belasting geld in coöperatieve verband te besteden in plaats van eenzijdig.
Ad 5. Bovenstaande geeft tevens aan dat er veel juridische bepalingen uit de oude verzuilde en gefragmenteerde relatie cultuur blokkerend werken in een gedeelde verantwoordelijkheid cultuur. Daar dient verandering in te komen en ook dit gebeurt niet zomaar. 160 jaar van opgebouwde regelgeving transformeer je niet in een keer zonder de maatschappij in chaos te dompelen. De Stad van Morgen heeft de STIR lus geïntroduceerd. Door deze toe te passen ontstaat er een proactief proces. Het verlangt leiderschap van alle betrokken partijen.
De media kopte vandaag “22% meer uit huis plaatsingen” en berichtte dat de woningbouw corporaties “zich zorgen maken”.
Zorgen?
Waar maakt de woningbouw zich zorgen over? Over het feit dat zij mensen en zelfs hele gezinnen op straat zetten wegens betalingsachterstand? Die bezorgdheid zou getuigen van menselijkheid ook al kunnen we ons dan afvragen waarom men de mensen überhaupt op straat zet? Bij menselijkheid zou het primair moeten gaan om huisvesting. Je zet dan niet een gezin op straat met hun hele boedel maar tracht oplossingen te vinden.
In een restaurant maken wij het oude grapje dat als we niet kunnen betalen wij de afwas moeten doen. Waarom is dat niet mogelijk bij huisvesting? Als men niet kan betalen dan zijn er toch mogelijkheden om zich op een andere manier verdienstelijk te maken? Men zou kunnen schilderen, wijk activiteiten organiseren, ouderen in de buurt helpen, buren helpen met de tuin, hondenpoep opruimen, enz. Waarom moet dat via zwaar gesubsidieerde instanties over de rug van de belastingbetaler in plaats van rechtstreeks?
Dat biedt de Stad van Morgen aan de woningbouw door middel van structurele samenwerking tussen buren. Het gaat dan niet om geld maar een vorm van wederkerigheid dat niet uitgedrukt wordt in geld maar in woonruimte en waarden.
Geen enkele woningcorporatie gaat daarop in omdat men zich geen zorgen maakt over de medemens noch bij oplossingen waar men zelf verantwoordelijkheid voor kan dragen. Men maakt zich zorgen over het feit dat bewoners niet kunnen betalen. Het gaat om het geld, niet de oplossing noch het probleem. Een uit huis plaatsing kost ook nog eens geld die men nergens kan verhalen. De woningbouw corporaties maken zich zorgen over zichzelf. Zij plaatsen de verantwoordelijkheid bij de huurders maar deze kan geen verantwoordelijkheid nemen voor een gemanipuleerd geldsysteem.
Men valt in handen van familie of een opvangsysteem voor daklozen. Ook deze zwaar gesubsidieerde organisaties, die veelal net zoveel personeel hebben als mensen die ze moeten “helpen”, gaan niet in op de uitnodiging van de Stad van Morgen om wat te doen aan de maatschappelijke context. Dat is hun belang niet. Het belang van de opvang is de relatie daklozen en subsidie. Bij meer daklozen stelt men de maatschappij niet ter discussie maar klopt aan voor meer subsidie. Als een deel van dat geld geïnvesteerd zou worden in maatschappelijke verandering dan zouden er geen daklozen zijn. De overheid stelt dat ze “het goed geregeld heeft” en ontleent macht aan het vangnet en het probleem. De dakloze krijgt een dak binnen de geldafhankelijke cultuur maar geen eigenwaarde noch mogelijkheden om zich zelfredzaam te ontwikkelen. De overheid verhoogt de belastingdruk en bureaucratie.
Mensonwaardig
Het is allemaal krom en mensonwaardig. De leegstand in de kantoorruimtes is gigantisch. Stad van Morgen stelt voor om de gebouwen te gebruiken voor mensen en gezinnen die buiten de economische wereld zijn gevallen, huisvesting en vooral emotionele en psychische rust nodig hebben om zich als mens in burgerschap te herstellen.
De Stad van Morgen aanpak is gericht op menselijkheid en de wederopbouw van menswaardigheid en toegevoegde waarde. In eerste instantie gaat het dan niet om geld maar de waarde van positief ondernemend burgerschap. We passen de STIR lus toe om mensen uit hun uitzichtloze isolement te halen waar de economie en maatschappij toe heeft geleid en helpen de mensen middels het sustainocratische “ondernemer van je eigen leven”. Het blijkt dat de leegstand in vastgoed fiscaal aantrekkelijker is dan middels samenwerking met Stad van Morgen. De betreffende wethouders willen niet eens met ons aan tafel. De instanties houden zich gesloten voor verandering en bezigen mensenhouderij vanuit macht en geldzucht.
Toen ik constateerde dat stichtingen, die gesubsidieerd worden uit onze belastingmiddelen en daarmee honderden mensen plegen te helpen, moesten stoppen wegens de onwaarschijnlijke druk van de huurlasten, sprak ik de wethouder erop aan. De conservatieve vastgoed lobby blijkt zo sterk dat meer, voor de mens bedoeld subsidie geld verdwijnt aan huurpenningen dan aan hulpverlening. Schandalig dat de dode stenen waardevoller zijn dan de menselijke interactie en het beleid dit niet kan of wil doorbreken. De wethouder reageerde niet. Ik wel maar boks op tegen conservatieve oude belangen.
En daar zit de kern van ons landelijke probleem. Vastgoed is een speculatief leven gaan leiden dat gaandeweg de menselijke waarden is gaan overtreffen als we het in geld uitdrukken. Huisvesting is een grondwettelijk recht maar ondergeschikt geraakt aan het geldbelang van de muren. Huisvesting is nodig voor zowel de veiligheid van wonen als de menselijke interactie voor waardecreatie. Als voor de maatschappij de muren meer waard zijn geworden dan de toegevoegde waarde die de mens kan leveren binnen de muren dan is de mens een last en de muren een lust. De maatschappelijke beleidsfocus gaat naar de lusten en niet de lasten, naar vastgoed niet huisvesting. Daarin zit de onmenselijkheid en de basis van onze crisissen.
Als Stad van Morgen praat over de grote transformatie dan gaat deze over het veranderen van dit doorgeslagen materialisme (vastgoed, speculatie met tekorten, muren, geld) naar menselijkheid en duurzame vooruitgang die door de mens wordt gecreëerd (veiligheid, creativiteit, innovatie, sociale cohesie, samenwerking, enz). Het is een cultuur verandering van machtige dode stenen naar krachtige creatief samenwerkende mensen. Stad van Morgen blijft de overheid, woningbouwcorporaties en medemens uitnodigingen om samen die transitie aan te gaan. Te beginnen met de combinatie daklozen en leegstaande panden. Daarmee bouwen wij een gezonde nieuwe werkelijkheid en uiteindelijk een nieuwe economie van menselijke waarden en waardecreatie. Wie doet mee?
Na het zoveelste conflict met een woningbouwcorporatie, bank of overheid over woonruimte, betalingen, geldbelangen van instanties en uitingen van macht en onmenselijkheid is het tijd dat ook het aspect “duurzame maatschappelijke veiligheid” in relatie tot woonruimte en maatschappelijke waardecreatie projectmatig aandacht krijgt in de Stad van Morgen (naast gezondheid, zelfredzaamheid, voedsel en bewustzijn).
In de huidige publieke discussie over de economische en praktische verduurzaming in Nederland komt het begrip “wonen” nauwelijks voor. In het private debat is het echter aan de orde van de dag door de angst die men heeft om huis en haard kwijt te raken. We leven in een tijdperk waarin huisvesting ondergeschikt is gemaakt aan financiële scenario’s die een beperkend, dominant leven zijn gaan leiden onder overheid, woningbouwcorporaties en bancaire geldgedreven belangen. Het maatschappelijke duurzaam menselijke perspectief is eruit verdwenen. Er is een spanningsveld ontstaan dat ons leidt naar een chaos als we geen maatregelen nemen. Stad van Morgen introduceert voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid een werkwijze die gebaseerd is op bewustwording, verantwoordelijkheid name en samenwerking (sustainocratie). Zo kunnen we de “traditie” van een volksopstand of oorlog voorkomen. Het vergt echter de zelfbewuste deelname van mensen met autoriteit en maatschappelijke besef. En die zijn vaak moeilijk te vinden in de leidinggevende functies van de betreffende instanties. Maar daar komt langzaam verandering in, door crisissen én de uitnodiging van de Stad van Morgen.
Menselijke complexiteit
Onze samenleving, net als de natuur om ons heen, evolueert altijd en aantoonbaar op een cyclische manier via de fasen van groei (hebzucht), verval (crisis), aanpassing (bewustwording) en harmonie (samenwerking) zoals weergegeven in onderstaande tekening.
Traditionele maatschappelijke ontwikkeling (2 miljoen jaar lang)
In het plaatje zien we de traditie van de cyclus die maatschappijen al zo vaak hebben doorlopen. Onze huidige lokale situatie zien we op de lijn van groeiproblemen. We zijn “groei” ruimschoots voorbij, zitten op een dieptepunt van ethische werkwijzen en zijn “op weg naar verval”. Machthebbers manipuleren al enkele decennia de economische groei die men zoveel mogelijk tracht voort te zetten. Al geruime tijd toont dit beleid grote signalen en uitingen van verval die men tracht te ontkennen en tegen te gaan met instrumenten die men ter beschikking heeft. Personeel in leidinggevende functies missen de kennis, het bewustzijn of de moed om het beleid ter discussie te stellen. Men voert het blindelings uit, vaak ondersteund door incassobureaus, deurwaarders en juridische steun met de opmerking “regels zijn regels”. De kredietcrisis van 2008 heeft de onhoudbaarheid van deze onethische ontwikkeling al aangetoond maar in essentie is er niets veranderd. Het ergste moet nog komen hetgeen zich laat voelen in een negatief spanningsveld.
Hoe manifesteert zich het spanningsveld?
De typische negatieve tekenen in een gebied op weg naar verval zijn (algemeen en zeker binnen de context van huisvesting):
verharding van de incassocultuur
onmenselijk gedrag van beleidsmedewerkers (het systeem en de regels zijn dominant)
werkloosheid
men kan niet meer aan de verplichtingen voldoen
voelbaar onbalans tussen vernieuwing en conservatieve belangen
angst
eerste tekenen van opstand
agressie tegen het systeem
verhoogde bureaucratie
belastingverhoging
stijgende lasten
uit huisplaatsingen
stijging van de schulden
vastgoed en geldbelang boven menselijk belang
geld is doel, mens is middel
schuldsanering
verhoogde bijstand
migratie van goedkope arbeidskrachten
stijging criminaliteit
huisvesting is macht
“Wonen” is van huis uit een regionaal dwangmiddel om volgens vooropgestelde criteria deel te nemen aan een maatschappij. Al in tijden van de Romeinen werden mannen gedwongen deel te nemen aan veldtochten in ruil voor een landgoed bij terugkeer. Nu is het “economie”. Als men geld verdient dan heeft men toegang tot allerlei voorzieningen. Zonder geld niet. Geld wordt echter vanuit macht gereguleerd. Huisvesting is dan macht met “het recht huisvesting te ontzeggen”. Als zowel collectieve als gefragmenteerde belangen zich positioneren in “groei” dan is de cyclus van toepassing en crisis/verval onvermijdelijk.
Het kan ook anders.
Stad van Morgen positioneert zich in “harmonie”
Als stichting plaatsen we ons in het gebied van harmonie. Van daaruit nodigen wij mensen en instanties uit om multidisciplinair mee te doen aan integrale, regionale verduurzamingsprocessen. Hierin is huisvesting een belangrijk onderwerp, niet vanuit vastgoed maar vanuit “veiligheid” en vooruitstrevendheid. Om de fasen van collectieve chaos en bewustwording te omzeilen introduceert Stad van Morgen de holistische benadering, Sustainocratie genaamd, gecombineerd met het begrip “Transformatie economie“. Bestuurders worden uitgenodigd naar deze samenwerking waar complexe waardecreatie plaats vindt, zoals wijkvernieuwing en projecten. Instanties die huisvesting faciliteren laten dan specifiek voor dit proces projectmatig het groeiprincipe los op zoek integrale lokale harmonie middels experimentele veranderingen. Men draagt de verantwoordelijkheid niet alleen maar collectief, sustainocratisch gekaderd door een of meerdere sustainocraten.
Huisvesting in dit geval is geen economisch vastgoed management instrument maar een stimulans voor maatschappelijke toegevoegde waarde ontwikkeling. Men biedt dan veiligheid als maatschappelijke motivator, niet tegen geld maar lokale toegevoegde waarde ontwikkeling. Stad van Morgen zoekt 6 woningen in wijken van Eindhoven om ze 5 jaar lang beschikbaar te stellen aan onze teams.
Het regionaal collectieve dient zich altijd te positioneren in “harmonie”
De diversiteit van duurzame belangen op gebied van gezondheid, veiligheid, zelfredzaamheid, bewustwording, voeding, enz is zo groot dat een grote hoeveelheid specialisaties de traditionele cyclus kunnen doorlopen en daarmee de harmonie voeden in een regio.
Stad van Morgen coördineert deze processen door met vastgoedbedrijven afspraken te maken voor het bieden van veiligheid en geborgenheid aan de kleine groep hoogbewuste Sustainocraten die zich daarvoor inzetten, of het leerproces aangaan. Maar 1% veroorzaakt de permanente zoektocht naar stabiliteit en duurzame vooruitgang. Deze levert 100% groeipotentieel voor de partners. De compensatie die men levert is niet economisch maar op basis van “wederkerigheid”. Zo verstoort men het proces van passie en motivatie niet door het te verwarren met dat van groei.
Voorbeeld projecten
Het moge duidelijk zijn dat de aanpak van de Stad van Morgen zo nieuw is dat we in de steden (bolwerk van economische belangen) nog geen steun hebben ontvangen van woningbouwcorporaties. Toch ontwikkelen we in Eindhoven met uiterst bekwame “vrijwilligers” de permanent beta dagen om gaandeweg te laten zien wat we bedoelen. Door het zichtbaar en tastbaar te maken verwachten we het bewustwordingsproces van bestuurders te raken. Met support in wederkerigheid in plaats van alleen geld kunnen wij in de wijken de lat steeds hoger leggen.
In Eindhoven willen wij zo de 6 wijken aanpakken, te beginnen met Gestel (Tongelre, Woensel, Stratum, Strijp en Centrum). Wij zoeken een woning (gesponsord voor 5 jaar) in elke wijk voor onze sustainocratische mensen.
In Vught hebben wij een voorstel gedaan voor Fort Isabella (zie plaatje helemaal onderaan waarin het Fort ook de basis wordt voor regionale ontwikkelingen)
We zoeken op dezelfde manier een pand (oud kasteel of klooster) waarin wij het hele principe van veiligheid, huisvesting en toegevoegde waarde zichtbaar kunnen maken en tegelijkertijd als leerschool op kunnen bouwen voor wereldwijde kennisdeling.
1e Avondcollege “doen”: “Ons voedsel is niet vanzelfsprekend”
Om te beginnen keken we gezamenlijk naar deze documentaire van Rebecca Hosking over “de boerderij van morgen” dat ons toont dat onze voedselvoorziening van vandaag snel niet meer mogelijk zal zijn. Dat komt door de manier waarop we ons afhankelijk hebben gemaakt van olie.
Tijdens de reflectiesessie na de pauze werd de vraag gesteld “wat doen we ermee?” Deze vraag bleek lastig te plaatsen voor de aanwezigen dus werd het anders gesteld.
“Als de situatie van vandaag A is, en B de situatie in de toekomst waarin er geen olie meer is, wat zal er gaan veranderen?”
Om de vraag verder te kunnen brengen binnen de belevingswereld van de deelnemers werd een onderscheid gemaakt tussen de vier kerngebieden van samenwerking in Sustainocratie: de overheid vanuit een gebiedsverantwoordelijkheid, ondernemerschap vanuit product en diensten creatie, onderwijs in het leveren van kennis en burgers door gedragsverandering.
De groepsconclusie was al snel gevormd dat de documentaire geen onzin verkocht en we inderdaad richting de B situatie zouden gaan. Dan zouden we veel meer zelf doen op gebied van productiviteit. Er zou ook veel meer samengewerkt moeten worden binnen kortere afstanden.
Al snel begon men terug te redeneren vanuit B naar A en wat er zoal zou verdwijnen dat we vandaag als normaal beschouwen. Auto’s bijvoorbeeld en de bekende vormen van mobiliteit. Ongetwijfeld zouden we technologische ontwikkelingen meemaken die zaken zouden vervangen maar luxe als de computer, telefoon, beveiliging en controle systemen, enz zouden verdwijnen en plaats maken voor interactie met veel minder controle. De energie alternatieven zouden belangrijkere doelen dienen.
De vraag werd gesteld wat we vandaag al zouden kunnen doen met dit bewustzijn? Wat doen we zelf?
* Experimenteren met eigen groenten verbouwen
* Nu al andere vormen van mobiliteit kiezen
* Energie besparen
* Bloggen, met anderen erover praten
* Meedoen, helpen met Permanent Beta dagen zoals 22/23 Maart
* Dingen bedenken die spelenderwijs anderen ook op het bewustzijnspad brengen
* enz
Uitgebreid werd stilgestaan bij de rol van het onderwijs, het creatief ondernemen vanuit onderscheidend vermogen en het blokkerende belang van de overheid door conservatieve geldbelangen. De overheid is wellicht hierdoor de laatste om overstag te gaan. De traditionele inkomsten van de huidige overheid zullen transformeren, net als de waarde ontwikkeling van de lokale munt waarin veel meer local content zal worden gevonden.
Ook werd duidelijk dat dit alles niet zonder pijn van het loslaten en chaos kan gaan omdat de oude werkelijkheid van geld en afhankelijkheid de vernieuwing op gebied van zelfredzaamheid en onafhankelijk in de weg staat door tegenstrijdigheden in de belangen. Die worden alleen formeel overbrugt door chaos en crisis.
Daarom werd ook duidelijk dat burger “ongehoorzaamheid” de enige weg blijkt om vooruit te gaan met de vraag aan de overheid om te faciliteren tegen haar ogenschijnlijke eigenbelang in. Op gemeentelijk niveau kan dat lukken maar hoe hoger naar Den Haag des te lastiger dit wordt. Toch kan het niet anders. Voorbeelden van andere landen werden aangehaald om te kijken hoe zij ermee omgaan of wat zij voor hun kiezen krijgen. Taiwan bijvoorbeeld als eiland met 23 Miljoen mensen. Duitsland, die de schaamte van de oorlogen niet te boven is en daardoor misschien eerder duurzame veranderingen doorvoert dan Nederland. Engeland via het filmpje van Hosking. De hongersnood van Ierland (ook een eiland) in 1850.
Tot slot werd Permament Beta aangehaald als het antwoord van de Stad van Morgen op de getoonde problematiek. Ben en Marja waren aanwezig om dit te bekrachtigen, als ook het positieve effect van hun werk.
Door dingen tastbaar te maken voor anderen creëert men verbinding dat uiteindelijk uitmondt in steun en vooruitgang. Dat tonen Marja en Ben met hun resultaten die door zijn gedrongen tot de hogere bestuurlijke en ambtelijke niveaus. Het goede voorbeeld zonder toestemming vooraf doet meer dan al die congressen bij elkaar.
Allen zijn uitgenodigd om te helpen, zich te laten inspireren en daarna de lat hoger te leggen in het eigen gebied. Bij het afscheid kwamen we tot de conclusie dat alle deelnemers, met uitzondering van iemand uit Boxtel, op de fiets naar het college waren gekomen.
Het begin is er. B bestaat al en wordt langzaam groter.
Volgende colleges:
* “zijn” ontwikkeling: 1 april – het bewustzijn van de jongeren, met Jason Clarke
* “doe” avondcollege: 19 maart – onze suikerverslaving, met Eva van Zeeland (Miss Natural)
Global issues, local solutions, global application,
De STIR lus
Aan de hand van een 7 tal plaatjes probeer ik weer te geven hoe we te werk gaan in de Stad van Morgen om vanuit de lokale maatschappij om te gaan met de grootste uitdagingen van deze tijd (vervuiling, onveiligheid, opwarming van de Aarde, migraties, stijgende zeeniveaus, en andere door de mens en haar systemen veroorzaakte problemen), lokaal en in de hele wereld. Het proces noemen we Sustainocratie, een nieuw (noodzakelijk) element in een moderne, zelfbewuste en complexe maatschappij:
Stap 1: De huidige maatschappij snappen, inclusief de tekortkomingen
De huidige maatschappelijke structuur (het systeem) is het gevolg van onze ontwikkeling als mens en maatschappij. Het is binnen de landsgrenzen redelijk op zichzelf staand en functioneert volgens lokale economische, juridische, politieke en culturele principes die honderden jaren geleden zijn ontstaan en zich hebben doorontwikkeld. Ze voorziet de deelnemers van zekerheden als men er goed mee omgaat. Daar zijn veel rechten en plichten aan verbonden volgens de gangbare grondwettelijke afspraken. We noemen dit gemakshalve “het systeem”.
De huidige maatschappij werkt blind voor de grotere werkelijkheid
Stap 2: Bewustwording
Wanneer echter zekerheden weg vallen worden we ons bewust van mankementen in het systeem en gaan we aan de slag om er wat aan te doen. Dat gebeurt periodiek door cycli in de menselijke complexiteit. De dieptepunten ervaren wij als crisis maar zijn het broeinest van bewustwording en vernieuwing. Niet altijd verliep zo’n dieptepunt vreedzaam.
In de huidige tijd worden we ons ook bewust van een veel grotere werkelijkheid (de natuur) waar wij problemen in veroorzaken die onze zekerheden schaden. We proberen binnen de beperkingen van de systemen te reageren door de problemen op te lossen die zichtbaar worden. Soms lukt dat redelijk maar vaak ook niet.
Bewustwording is de gewaarwording van een grotere werkelijkheid én de consequenties van ons functioneren
We zien gevolgen in de vorm van klimaatverandering, stijgende zeespiegels, vervuiling, ziektes, grondstoftekorten, migraties van mensen naar andere gebieden, uitdroging, armoede, enz. Het lokale systeem is ineens niet meer heiligmakend maar blijft wel afhankelijkheid afdwingen wegens de complexe manier waarop het zich heeft ontwikkeld. Gebeurtenissen stapelen zich op, problemen ook.
De zelfbewuste mens zoekt naar oplossingen binnen de eigen invloedssfeer. Thuis kan men kleinschalig verantwoordelijkheid nemen (spaarlampen, vaker op de fiets, moestuintjes, energiebesparing). Professioneel is dat vaak lastiger. Sommigen proberen ook in hun professionele functie tot actie over te gaan ook al merkt men dat de doelstelling van de werkgever (nog) amper rekening houdt met dezelfde bewustwording. Steeds meer mensen op bestuurlijke functies trachten een professionele brug trachten te slaan voor integrale vernieuwing. Men loopt dan tegen de beperkingen, de oude positioneringskeuzes én het verzet vanuit het bestaande systeem aan.
Stap 3: Crisissen dwingen tot structuur verandering
De systeemstructuur is via gefragmenteerde belangen zeer dienstbaar aan een “economie” maar kan geen verantwoordelijkheid nemen voor het grotere natuurlijke geheel. Alleen de mens zelf is in staat tot een holistische kijk op de werkelijkheid, echter wordt binnen de systeemdynamiek verblind, verward of afgezonderd door gefragmenteerde belangen en bijbehorende verantwoordelijkheden binnen de instrumenten. Het systeem heeft de tendens te overheersen, niet “de mens”.
Om tot een oplossing te komen zijn er verschillende scenario’s gangbaar in de beeldvorming van mensen en structuren. Van de 4 stromingen hanteert de Stad van Morgen nummer 4, in een variatie die zij zelf heeft ontwikkeld uit natuurlijke inspiratiebronnen:
Groei van gecentraliseerde macht van systeemstructuren (globalisering van eenzijdige, gefragmenteerde en onderling afhankelijke belangen: overheid, bedrijven, wetenschap) met de mens als afhankelijk wezen vis automatisering, robotisering, schuld, geld en geoptimaliseerde (wereld)machtsstructuren,
Chaos via opschonende oorlogen en catastrofes die daarna weer een wederopbouw cyclus mogelijk maken. De mens is niet de enige die chaos bewust of onbewust veroorzaakt.
De hand van God. Het maakt niet uit wat we doen, straks komt een epidemie, vloedgolf, meteoriet of wat dan ook en vaagt ons wel weg. De mens is in handen van de grotere Macht. “Het komt goed” is geloof en de manier waarop kan de mens toch niet begrijpen.
Sustainocratie en de kracht van het harmonieus samenwerken vanuit bewustzijn, talent, kennis en verantwoordelijkheidgevoel, inclusief alle natuurlijke krachten en menselijke instrumenten.
De eerste drie opvattingen zijn het grootst in de menselijke “systeem” wereld van belangen. De 4e is daarentegen amper in de structuren zichtbaar. Toch is deze alom vertegenwoordigd. Voor veel mensen is dat moeilijk te begrijpen omdat privé en professioneel als gescheiden gebieden worden gezien. Totdat wij hen wijzen op de manier waarop zij het eigen leven leiden, een partner binden om een gezin te stichten en omgaan met kinderen, ouders, ouderen, enz. De kern van harmonie en vooruitgang is daar te vinden, bij een ieder thuis. De grote wereld van de natuur werkt op die manier en laat zich steeds weer zien. We zijn alleen niet getraind om het waar te nemen maar kunnen het wel.
Menselijke systemen fragmenteren gewoon de verantwoordelijkheden volgens specialisaties. Het probleem is simpelweg dat we de specialisaties macht toekennen. Het blijven echter instrumenten van de mens. De mens zelf schept zekerheden door ze te gebruiken, niet door ons afhankelijk te maken van ons instrumentarium. Dan gaat het regelmatig fout zoals de geschiedenis en ons heden ons toont.
Stad van Morgen redeneert dan ook allereerst vanuit de natuurlijke mens en nodigt daarna de grote gespecialiseerde functies (overheid, bedrijven en kennisinstellingen) uit om met de mens mee te doen aan het oplossen van onze grote biologische uitdagingen.
Waarden worden gecreëerd buiten het systeem, binnen de universele complexiteit
De daadwerkelijke waardecreatie plaatst ons weer buiten de kunstmatige menselijke systemen. Vanuit die onafhankelijke basis kunnen we de instrumenten, die de mens in miljoenen jaren als hulpmiddel heeft bedacht en toegevoegd aan onze gereedschapskist, uitnodigen mee te doen aan onze duurzame vooruitgang, zonder de beperkingen van het systeem. Iedereen doet gewoon mee, alleen zijn de voorwaarden anders dan in de politieke, economische, culturele en juridische werkelijkheid. Dat moet men durven aanvaarden. Deelname aan Stad van Morgen initiatieven is niet met verlies van de macht en autoriteit, integendeel.
Stap 4: terugkeer naar het systeem
De concrete waarden die men gemeenschappelijk creëert aan “de natuurlijke kant” hebben weer een economische, politieke, culturele en juridische waarde aan de systeemkant. We erkennen natuurlijk dat “het systeem” niet alleen op macht gericht is maar ook op het scheppen van zekerheden voor een gemeenschap. De terugkeer naar het systeem met integrale vernieuwing schept nieuwe zekerheden die uitvergroot kunnen worden door de professionalisering van de innovaties. Zo werkt de Stad van Morgen als een soort lymfatisch systeem dat functioneren gezond kan houden wanneer nodig.
Waarden hebben een economisch en politiek belang die zichtbaar wordt door uitvergroting
Die terugkeer is niet zonder gevolgen voor het systeem. Zonder correctie blijft deze de bekende problemen veroorzaken. De waardecreatie van stap 3 moet dus weer ondergebracht worden in het systeem en dit opschonen of op punten vernieuwen. Dat is vaak een veel moeilijker taak dan de waardecreatie zelf.
Stap 5: Transformatie en borgen van de vernieuwing
De laatste en belangrijkste stap is daarom die van de aanpassing van het systeem, het borgen van de vernieuwing door de integratie ervan in de structuren. Door Sustainocratie toe te passen hoeft het oude systeem niet allereerst te belanden in een collectieve crisis of oorlog maar kan van binnen naar buiten en buiten naar binnen worden gewerkt volgens het 5 stappen systeem. Er worden geen macht posities ter discussie gesteld, uitsluitend gebruikt in de uitnodiging naar het nemen van verantwoordelijkheid. Daarna is het een kwestie van leiderschap in het systeem om de veranderingen door te voeren. Vaak ontmoeten die niet veel weerstand omdat ze middels precedenten en goede voorbeelden tijdens het waardecreatieproces al zichtbaar zijn gemaakt.
Belangen zoals gezondheid en veiligheid worden veelal algemeen gesteund. Voedsel en water is lastiger wegens de economische belangen van betrokken partijen maar zodra het de gezondheid en veiligheid dreigt te gaan schaden zijn maatregelen vaak goed onderbouwd. Hetzelfde geldt voor zelfredzaamheid en zelfbewustzijn als kernposten van Sustainocratische drijfveren.
Integratie van innovatie in de structuren van een maatschappij is fundamenteel voor de duurzame ontwikkeling ervan.
Concluderend:
De samenwerking aan de “natuurkant” hebben we praktisch op twee manieren samengevat:
* zoals wij dat met AiREAS (gezonde stad) in Eindhoven toe passen en bewijzen:
AiREAS is gericht op de “gezonde stad”die door burger ondernemerschap wordt gerealiseerd, ongeacht de professionele functie van de burger
* en in VE2RS (zelfredzame stad)
De logica is groot maar ondanks de eenvoud van de aanpak is de praktische uitvoering een uitdaging op zich. Het blijft mensenwerk. Initiatieven zoals AiREAS, VE2RS, GroZ of STIR zijn geen aparte bolwerken maar harmonieuze, waardengedreven samenwerkingsverbanden. Als de juiste mensen zonder al te veel dubbele agenda’s multidisciplinair samen met elkaar verantwoordelijkheid durven nemen dan is de mens tot alles in staat. Vaak is het echter de mens zelf die haar eigen vooruitgang in de weg blijft staan. Gelukkig zien we steeds meer zelfbewuste mensen op alle posities in de samenleving die openstaan voor deze werkwijze. Het maakt het bestuurlijke werk weer leuk en uitdagend in plaats van het gevoel om baas te zijn van een zinkend schip.
Een gezonde stad creëer je door gezonde dingen samen te doen.
Op 10 januari werden 100 fruitboompje gratis verspreid en ingegraven in heel Eindhoven. Zo’n 1000 mensen, waaronder veel kinderen van basisscholen deden mee. Het initiatief werd opgezet en gecoördineerd door Nicolette Meeder (VE2RS cooperatie en AiREAS) samen met Eetbaar Eindhoven van Peter Verbeek op Facebook. Dit alles als opstapje naar straatcoöperaties en ondernemend burgerschap
Stad van Morgen introduceert in 2014 haar opleiding “ondernemend burgerschap“. Wat betekent dit voor u?
Er zijn 3 aandachtsgebieden:
1. Het verduurzamende huishoudboekje
De som van ons dagelijkse gedrag met ons huishoudboekje is mede bepalend voor onze leefbaarheid op Aarde, onze eigen duurzame stabiliteit, gezondheid, werkgelegenheid en economische ontwikkeling. Daarbij kunt u veel geld overhouden door lokale zelfvoorziening te ondersteunen.
De investering in de opleiding verdient u dubbel en dwars terug door uw te ontwikkelen ondernemend burgerschap.
2. Lokale zelfvoorziening
“Alles wat we zelf doen hoeven we niet in te kopen.” Zelfvoorziening verlangt de lokale inzet door dingen te ondernemen die bijdragen aan die zelfvoorziening. U kunt veel zelf, soms zonder er zelf veel voor te doen.
3. Coöperatief samenwerken
Coöperatief samenwerken zorgt voor het verdelen van de belangen om individuele risico’s en kwetsbaarheid te minderen, resultaten en cohesie te vergroten. Een coöperatie kan al op straatniveau. Men deelt investeringen en participeert samen in de winst.
Uw opleiding in de STIR Academy kost u persoonlijk (per huishouden) een maandelijks bedrag. Dit bedrag wordt niet alleen gebruikt voor theoretische leerprocessen maar vooral ook voor de praktische invulling en ervaring opbouw van uw burgerschap. Mocht u een (straat)coöperatie beginnen dan zorgt Stichting STIR (Stad van Morgen) voor de formaliteiten, infrastructuur en kadering zodat in alle rust samengewerkt kan worden. Dan verplaatst het leerproces van de individu naar de coöperatie met andere materiële voorwaarden.
“Het is mooi te ervaren dat het meer is dan alleen een boompje planten” zegt Fleur Besters terwijl zij met een groepje kinderen en buurtgenoten verantwoordelijkheid heeft genomen voor het planten van 6 van de 100 fruitbomen in de hele stad Eindhoven.
Het VE2RS initiatief van de Stad van Morgen gaat over werkelijke dagelijkse dingen zoals Voedsel, Energie, Educatie, Recreatie en Samenwerking. De kern van het verhaal is zelfredzaamheid, ofwel zelf het heft in handen nemen voor het scheppen van een maatschappij waar je geheel achter kunt staan. Verduurzaming noemen we dat als werkwoord waarin bewustzijnselementen als onze gezondheid, waar komt ons eten vandaan, hoe gaan we om met onze natuurlijke omgeving, hoe creëer je zelf geluk en overvloed, hoe ga ik om met mijn buren……allemaal een onderdeel vormen.
We zijn vanuit de Stad van Morgen al enkele jaren bezig om via wijkmarkten, presentaties, seminars en het goede voorbeeld in eigen huis het Eetbare Stad netwerk op te zetten maar het ging allemaal maar moeizaam. De stadsmens is opgevoed om haar “geluk in te kopen” en daarvoor zich te concentreren op “geld verdienen”. Het maatschappij gebeuren laat men over aan de volksvertegenwoordiging die daar weer autoriteit aan ontleent. Omdat de politiek keuzes maakt op basis van politieke en economische drijfveren is het component “bezieling” (Waar doen we het voor?) weg en maakt plaats voor koud materialisme. Je kunt de medemens er wel op wijzen en vragen om eigen verantwoordelijkheid maar ze zal toch het gevoel moeten krijgen er iets mee te willen en kunnen doen. Rondjes in de wijk met foldertjes leverden bij 350 deurbezoeken slechts 4 belangstellenden op. Kraampjes voor lidmaatschap leverden, na een hele dag werk en weken voorbereiding, slechts 2 leden op voor coöperatief samenwerken.
VE2RS in de Stad via buurtmarkten
In marketing termen is dat een score die een bedrijf zou ontmoedigen. Maar niet de Stad van Morgen. Een ontzielde maatschappij dendert met open ogen van de ene recessie in de andere. De score van betrokkenheid in “het anders dingen willen doen” kan alleen maar groeien doordat steeds meer mensen de warmte van het burger ondernemen opzoeken. Men wordt steeds meer bewust van de eigen verantwoordelijkheid en mogelijkheden en gaat steeds meer doen voor zichzelf en de naasten. Zo zien we in de rapportage in het Eindhovens dagblad, onze lokale krant, dat op gebied van stadslandbouw er al zo’n 3500 mensen actief zijn in de stad. Dat was 5 jaar geleden nog op één hand te tellen.
Dankzij het initiatief van sportcoach Peter Verbeek, om mensen weer eens bij elkaar te roepen die “iets hebben” met het creëren van de Eetbaar Eindhoven, ontstond, na een open bijeenkomst, een Facebook groep waar belangstellenden en initiatiefnemers zich met elkaar konden verbinden. VE2RS had de fruitbomen actie vorig jaar (in 2012) al een keer in handen gehad maar had het net iets te laat ingezet, zonder nog het stedelijk bereik van enthousiaste mensen. Dit jaar (2013) was dat anders. Initiatiefneemster Nicolette Meeder, die de fruitbomen had geregeld en al jaren actief bezig is met de Stad van Morgen, moest met enige tegenzin haar Facebook account (pff wat moet ik nu met Facebook?) weer oppoetsen en openen die ze nog nooit had gebruikt. Zo kon ze haar naam en initiatief verbinden met de Eetbaar Eindhoven groep en bleek het nut van social media als verbindend communicatieplatform. We leerden ook het praktische verschil ervaren tussen LinkedIn, Twitter, Facebook, enz.
De 100 fruitbomen werden “in de groep gegooid” en minimaal gestuurd door de suggestie om ook de scholen en kinderen erbij te betrekken. De email van de wethouder openbare ruimte (Mary Ann Schreurs) van een jaar geleden werd ingezet als geruststelling “dat het mag” (ook al blijkt in de praktijk dat de oordelende toestemmingscultuur bij aangesproken ambtenarij nog wil opleven met “het mag niet”). In de mail wordt de burger vrij spel gegeven in de openbare ruimte voor stadslandbouw maar wel onder twee logische voorwaarden, éen van de gemeente en één van VE2RS:
Gemeente: Informeer de gemeente zodat we niet onbewust en onbedoeld dingen wegmaaien vanuit de stadsdiensten,
VE2RS: Zorg zelf voor cohesie en continuïteit zodat de gemeente niet straks tijdelijk enthousiasme moet oplossen als men afhaakt.
Via de Facebook groep werden alle mogelijke issues in open dialoog opgelost. Hoe plant je een fruitboom? Wanneer gaat ie fruit geven? Hoe zit dat met de bijen en bloempjes? Houd rekening met het onderhoud en de draagwijdte van de boom als deze groeit. Wie haalt de bomen op bij de kweker in West Brabant? Wie heeft nog fietsbanden liggen om de bomen te verbinden met de palen. Wie heeft palen over? Hoe moet dat met die palen en bomen?
De bomen zijn opgehaald en afgeleverd bij Nicolette thuis, elk keurig met een label van de soort
De groepsdynamiek was bewonderenswaardig en hartverwarmend. Op 9 januari werden de bomen opgehaald door Peter Verbeek met een busje bij kweker Verbeek (ook weer zo’n grappig toeval 😉 en afgeleverd bij Nicolette thuis. Instructies voor planten waren rondgestuurd. Op 10.01 was het een komen en gaan van bezoekers in huize Meeder die hun 2, 4 of meer bomen op kwamen halen. Een 10 tal soorten door elkaar, allemaal even eetbaar, die met elkaar in verband werden gebracht voor optimale bestuiving als ze straks groot zijn.
Ophalen is ook een gezellige activiteit. Je ontmoet elkaar weer eens en de koffie vloeit rijkelijk
Regionale fruitboom specialist Carlos Faes en Eindhovense stadspoort Philips Fruittuin haakt aan met een instructiefilmpje en Eindhovens Dagblad besluit twee volle pagina’s te besteden aan stadslandbouw en de plannen van VE2RS.
De facebook groep begint vol te stromen met foto’s van de boomplantende kinderen en grote mensen. De ene groep heeft er naamplaatsjes bij gemaakt, de andere groep zegent de bomen met appelsap en cider, sommige bomen krijgen een eigen naam en in het teamwerk van de betrokken kinderen tekenen zich de begaafdheden af voor de toekomst: de dirigent, de graver, de criticus, de organisator, de kunstenaar, de verhalen verteller, de komiek, enz.
Namen en initiatieven verbinden zich blijvend aan “onze appelboom”
“Je voelt je onderdeel van de gemeenschap” was de reactie van een van de deelnemers en daarmee verwoord hij het hart van de samenwerking. Wat ons betreft in de Stad van Morgen is het duidelijk geworden dat een idealistische stip op de horizon pas praktische werkelijkheid wordt als je dingen ook tastbaar maakt voor de medemens. Het bewustzijn van de samenleving wordt geraakt door de uitnodiging en het aanbod om zich te betrekken vanuit het eigen straat, school of wijk belang. Het gaat niet vanzelf maar laat zich ook niet opdringen. Het is een innerlijk proces van kennismaking, bewustwording, uitnodiging en persoonlijke keuze. Zoveel mensen van alle leeftijden werden praktisch en emotioneel betrokken bij zo iets basaal als een fruitboom en de blijde verwachting van appeltjes.
Met die instrumenten kan de lat steeds hoger worden gelegd. De rol van de Stad van Morgen wordt weergegeven in dit plaatje dat we voor AiREAS (gezonde stad) gebruiken. Hierin wordt ook de instrumentale rol van bedrijven en overheden duidelijk die het burger ondernemerschap kunnen faciliteren en ondersteunen door obstakels weg te nemen en de initiatieven te voeden met kennis en innovaties.
AiREAS is gericht op de “gezonde stad”die door burger ondernemerschap wordt gerealiseerd, ongeacht de professionele functie van de burger (Ve2RS ziet u als bottom up initiatief)