Hippisch leercentrum Deurne in de knel

Op 3e kerstdag 2013 besloten wij, ondanks de geruchten van de aankomende sluiting, het hippisch leercentrum van Helicon Opleidingen in Deurne te bezoeken. Ons 18 jarige in de paardensport getalenteerde nichtje uit Spanje wil graag verder in deze mooie sport en misschien ooit het niveau van haar idool Anky van Grunsven behalen. Het hippisch centrum in Deurne vond zij de beste op dit gebied.

Behalve enkele fietsen en een verloren geparkeerde auto was het indrukwekkende gebied verlaten. Er stonden zelfs geen paarden in de wei. Het was de eerste keer dat wij het terrein bezochten ondanks ons eigen rijke paardrij verleden voordat wij naar Spanje waren vertrokken in de jaren 70. Jarenlang hadden wij thuis een eigen “bak” gehad, pensionpaarden, kleinschalige fokstal en onze eigen deelname aan de vele regionale concoursen waar mijn broer en ik geduchte concurrenten waren die een mooie prijzenkast wisten te verzamelen. Wij hadden een van onze vele paarden desrijds wel meegenomen naar Barcelona maar van topsport kwam aldaar weinig terecht. In Nederland was de hippische sport enorm populair en ontwikkeld maar in Spanje erg elitair. Daarin hadden wij geen positie. Onze paardrij carrière verviel in hobbyisme en onze wegen ontwikkelden zich op andere gebieden. Dat ons nichtje onze voetsporen weer opzocht na al die jaren raakte ons innerlijke paardenbloed. Met de overgebleven o-benen van de vele paardrij uren, de prijzenkast van die tijd nog in ons hoofd en al onze intense ervaringen op de wekelijkse concoursen (dressuur, cross en springen in 1 dag!!) en dagelijkse verzorging thuis, betraden wij de installaties.

De troosteloosheid van  gebrek aan bruisende activiteiten die wij rond paarden altijd hebben meegemaakt compenseerde met de uitgebreide, prachtige installaties op het gebied. Onze gedachten gingen naar de moeite die wij vroeger moesten doen om natuurlijke hindernissen na te bouwen waar onze paarden problemen mee hadden gehad tijdens een military, terwijl al die faciliteiten hier gewoon ter gebruik beschikbaar waren. In onze gedachten zagen we ons weer van de heuvel met bijbehorende trapsgewijze hindernis naar boven en beneden suizen, van licht naar donker en donker naar licht, elke met een eigen moeilijkheid graad voor onszelf én onze combinatie.

De kleine hoeveelheid paarden die wij er aantroffen stonden er keurig verzorgd bij, dik in het stro, mooi in de dekens en een zuivere pluk hooi om te eten. De gebouwen en terreinen zagen er keurig onderhouden uit. Hoe kon dit nu failliet gaan?

Effect van gefragmenteerde belangen

Mijn duurzaam ondernemersbloed gaat dan weer kloppen en kijk ik met de ogen vanuit verschillende werkelijkheden naar de gebiedsdynamiek. Het is dan niet moeilijk het probleem te ontrafelen en ook niet moeilijk om de oplossingen te bedenken.

Dit centrum is in 1969 opgezet als uniek leercentrum binnen de wereld van paardensport. De MBO en HBO beroepsopleiding is nu in handen van Helicon, ook bekend als Groenschool. De jongeren krijgen zowel praktische als theoretische ervaring aangereikt. De aantrekkingskracht van het centrum was jarenlang gewaarborgd door een kwalitatief hoge standaard en de betrokkenheid van grote namen uit de internationale paardenwereld. De selectie van studenten was dan ook van hoog niveau.

Door de crisis vielen de aanmeldingen terug en focuste het beleid op het “aantal studenten” door concessies te doen die de kwaliteit hebben aangetast. De grote namen verdwenen en uiteindelijk ook de financiële stabiliteit. Er moest jaarlijks veel geld bij totdat een faillissement onafwendbaar leek. Een doorstart is misschien mogelijk in 2016 door onderhandeling met nieuwe partijen maar vooralsnog is daar nog onduidelijkheid over.

Sustainocratische kijk op de zaken

In economische groeitijden is gefragmenteerde specialisatie misschien haalbaar en zelfs gebruikelijk. Dan heeft een school zoals deze bestaansrecht binnen het educatieve systeem. Het mag geen verrassing zijn dat als de economische groei in verval raakt het centrum in de problemen komt door de eenzijdige belangen. Het is namelijk opgezet vanuit de gefragmenteerde economische werkelijkheid binnen het educatieve systeem en niet vanuit de essentie waar het in dit centrum om zou moeten gaan: de passie en dynamiek van de sportieve en professionele paardenwereld.

In de wereld van Sustainocratische gebiedsontwikkeling is “leren” inherent aan een levenswijze, geen gefragmenteerde praktijk ernaast. Ook spelen economische belangen een secondaire rol door geld (net als leren) als middel en niet als doel te positioneren. Dat wil zeggen dat een hippisch leercentrum als Deurne nooit uitsluitend als educatief centrum zou zijn gepositioneerd maar als topsport concentratiepunt rond paard en mens waarin hoogwaardige kennis integraal noodzakelijk is, bedacht én toegepast wordt. In deze opzet komen studenten uit de hele wereld op die kennis af en beginnen een leerschool waarin de uitblinkers ter plekke hun CV op kunnen bouwen om daarmee de wereld te kunnen gaan bevolken als ze er rijp voor zijn. Het centrum zou zich kunnen vertakken via eigen hippische netwerken in de hele wereld.

Economie is altijd ondergeschikt aan een hoger doel en “leren” structureel onderdeel van een grotere werkelijkheid. Educatieve onderwijsinstellingen zijn dan samenwerkingspartners maar nooit eigenaar. Zo’n centrum is dan een kloppend hart waarin bijvoorbeeld op tweede kerstdag de tradities van Sint Stefanus hoog worden gehouden en de gehele regio betrokken wordt bij paard en ruiter gerelateerde feestelijkheden, tochten en zegeningen. Aansluitend zou er een driedaags internationaal concours worden gehouden dat onderdeel is van de wereld hiërarchie van vaardigheden en paarden persoonlijkheden. Binnen het leerproces wordt dan niet alleen de rationele kennis overgedragen maar vooral ook de passie en emotie gedeeld die gepaard gaat bij hoogwaardige liefdevolle interactie tussen mens en natuur.

Dat bruisend hart van paardensport zou de kern moeten zijn van de installaties, het gebied, de leiding, medewerkers en bezoekers. Elke minuut zou worden benut voor en door de wereld van specialisatie, ondertussen dit integrale gevoel meegevend aan degenen die er komen leren vanuit onderwijsinstellingen uit de hele wereld. Het hele gebied wordt dan onderhouden door samenwerking en belangenverdeling, niet inkoop en verkoop. Blokeconomie noemen we dat waarin geld ondergeschikt is gemaakt aan de winst op gebied van paardenliefde en sportieve expertise ontwikkeling lokaal en wereldwijd.

Het is daarom treurig voor mensen met een hart voor het paard om zulke unieke en prachtige installaties onbenut te zien door de eenzijdige belangen van een educatieve organisatie, hoe groen ook georiënteerd. Hopelijk wordt de doorstart opgepakt op een manier waarbinnen liefde en passie regeert, de hele regio wordt betrokken en de paardenwereld een ontmoetingsplek heeft van niveau. Waarbij paard een “p” toevoegt aan people, planet, profit door zich harmonieus samen met elkaar te ontwikkelen.

Verduurzamingsmodel
Verduurzamingsmodel, toe te passen op Hippisch leercentrum Deurne

Waarbij de meetlat van prestaties wordt gelegd naast paard en ruiter, verzorger of menner en niet uitsluitend de verlies en winst rekening door aantal leerlingen, eigen bijdragen en overheidsgeld. Dan hoeven de huidige studenten hun heil niet te vinden in het buitenland zoals ze nu helaas voorzien maar tot de top blijven behoren in eigen land waar het ooit al ontstond, bestond en dreigde te verdwijnen door doorgeslagen, koude economische fragmentatie in plaats van integrale menselijkheid en passie voor een van de mooiste interacties tussen mens en natuur in de geschiedenis van de mens: het paard.

Natuurlijk is Helicon dit niet geheel te verwijten. Zij is als organisatie het resultaat van een tijdperk dat eindigt. Helicon heeft een boeiende ontwikkeling op gebied van gedifferentieerd onderwijs toegevoegd, een modern vervolg op de vroeger ambachtschool. Het gaat dan ook niet om het verleden en de  begrijpelijke keuzes die hebben geleid tot de teloorgang. Het gaat nu om de capaciteit van Helicon en de regio om te schakelen en verbanden te scheppen voor de komen jaren door de waarden van dit centrum samen in te schatten en weer op te bouwen volgens de normen van deze tijd. Paardensport is uniek fenomeen dat voor jong en oud opvoedkundige mogelijkheden biedt die niet verloren mogen gaan. De sportieve en professionele relatie tussen mens en paard is er een van vele duizenden jaren dat zeker een centrum van wereldniveau waard is. Of we in staat zijn om dit centrum het gewenste leven in te blazen ligt aan onszelf, zoals zoveel projecten in de regio die door de oude, decennia lange, fragmentatie van belangen in de problemen zijn gekomen en toe zijn aan nieuwe combinaties. Al tijdens het avondcollege met Wiet van Meel  (volhoudbare initiatieven) kwamen de projecten voorbij die de cultuur en waarden van het Brabantse gebied op niveau kunnen tillen vanuit passievolle, waardengedreven samenwerking. Die tendens zal steeds verder aanwakkeren nu de “groei-economie van speculatie” geen zekerheden meer biedt en plaats maakt voor nieuwe ontwikkelingen op gebied van waardecreatie en transitie economie.

De kansen liggen voor het grijpen, ook voor dit centrum. Ook wij (Stad van Morgen) zullen de hand uitreiken.

Jean-Paul Close, sustainocraat en oud wedstrijdruiter.

jp@stadvanmorgen.com

Rijk, rijker, arm, armer, onzin, onzinniger

In dit filmpje ziet u waarom rijken rijker worden en de massa alleen maar armer en “schuldiger”.

En in dit introductiefilmpje van Kassa ziet u hoe dit ook in Nederland toegepast wordt.

Om dit te doorbreken zijn er twee inzichten dingen nodig:

Onzin 1: Schuld
* schuld bestaat niet, geconditioneerde bruikleen wel (van de natuur, niet mensen onderling)

Onzin 2: Koopkracht
* vermogen is niet wat men consumeert maar wat men creëert (gericht op leven en vooruitgang).

U kunt beide onzinnigheden weg nemen door persoonlijke keuze. Moeilijk? U staat niet alleen. U kunt zich verenigen en samenwerken zoals een echte maatschappij betaamt. Als we de keuze niet vrijwillig maken dan gebeurt het wel een keer onverwacht.

Overheid, crisis, bewustzijn en sustainocratie

We hebben als overheid zoveel te doen en er is zo weinig geld“.

Dat is de noodkreet die we te horen krijg uit overheidskringen als we aanspraak trachten te maken op kleine bedragen voor het voeden van Sustainocratische processen.

Er is veel geld maar het wordt aan de verkeerde dingen uitgegeven“, is het tegengeluid dat we eveneens horen.

Waar zit de logica in die tegenstrijdigheden als we beredeneren dat de belastingdruk over de bevolking in 13 jaar tijd bijna is verdrievoudigd?

Waar komt dit contrast in visies en beleid vandaan? Wat verwachten we eigenlijk van de overheid, en wat niet? Waar zit het probleem? Hoe lossen we (wie?) het op?

De overheid
We zijn het er allemaal wel over eens dat wij niet zonder “overheid” kunnen. De maatschappij zou uitmonden in een chaos van allerlei tegenstrijdigheden. Er is gaandeweg een instituut ontstaan dat verantwoordelijkheden draagt in een afgebakend gebied. Wat voor betekenis geven wij aan die overheid verantwoordelijkheden?

Een democratische systeem biedt soelaas om tot een grote gemene deler te komen in de keuzes van de massa, met een oppositie die het beleid steeds toetst op houdbaarheid. Dat is een prachtig ideaal maar in de huidige praktijk gaat dat fout. Er ontstaan zelfs crisissen! Waarom?

Collectief bewustzijn en democratie
Wanneer we naar het recente avondcollege van Dabrowski teruggrijpen dan zien we dat het gros van de bevolking op niveau 1 (1e integratie) van het bewustzijn verkeert. Men beredeneert de werkelijkheid vanuit een onbewust overlevingsmechanisme, het pure ongenuanceerde eigenbelang. De democratische maatschappijvorm geeft stemrecht aan iedereen. In de gelaagdheid van bewustzijn regeert dus het minst bewuste. Vanuit dit bewustzijn stemt men op zekerheden waar men zich daarna zelf niet meer druk over hoeft te maken.

Hoe meer zekerheden men op dit bewustzijnsniveau aangeboden krijgt hoe loyaler men zich opstelt ten opzichte van het systeem. Het systeem op haar beurt ontleent macht (de overheid is de baas) aan deze afhankelijkheid.

Daarop is een parlementaire democratie gebaseerd.

Maar alle aangeboden externe zekerheden moeten opgebracht worden. Hoe? Dat maakt op dit bewustzijnsniveau niet uit. “Belofte maakt schuld” is de simpele redenering van stemgerechtigden en laat de keuzes over aan de gekozen.

In onze moderne maatschappij worden alle zekerheden uitgedrukt in geld en diensten. In die combinatie van beperkt collectief bewustzijn, geldafhankelijkheid en verworven zekerheden zit de kern van het terugkerende probleem:

  • welke zekerheden biedt de overheid in een democratisch proces om support voor zichzelf te winnen in een wereld waarin eigenbeland onbewust domineert?
  • wat kan de overheid waarmaken met de middelen die het aan de maatschappij kan onttrekken?
  • waar komen die middelen vandaan?
  • wat gebeurt er als die middelen minderen in plaats van meerderen?

In dit introductiefilmpje van Kassa zien we al een opeenstapeling van consequenties door manipulatie op niveau 1 van bewustzijn. Zijn wij zo dom? Is de manipulatie zo slim?

Geen van beiden. Het heeft niets met intelligentie te maken maar met (gebrek aan) bewustzijn in een functionerende, georganiseerde menselijke werkelijkheid waar niemand vraagtekens bij zet, totdat het te laat is en ons bewustzijn bereikt.

Tekortkomingen van de democratie
De standaard democratische samenlevingsvorm toont twee standaard tekortkomingen:

  1. In tijden van crisis staat het verandering in de weg. “Crisis” is een metafoor voor “een onhoudbare situatie van zekerheden die weg dreigen te vallen”. De politieke macht is afhankelijk van haar historische beloftes van zekerheden en tracht die in stand te houden uit eigenbelang. Het weghalen ervan ondermijnt de electorale basis en bestaande macht. Niemand stemt op minder, wel op meer, zeker als dit wordt uitgedrukt in geld.
  2. Het model is gebaseerd op de grote gemene deler in lokaal menselijk bewust en onbewust eigenbelang. Verandering wordt nooit door meerderheden gedragen, zeker niet als het gaat om aanpassong van een luxe levensstijl, alleen door zelfbewuste minderheden.

In een democratie lijkt het dus niet te gaan om wat een natuurlijke overheidstaak zou zijn maar “wat men politiek kan verkopen aan haar onbewuste stemgerechtigde burgers om daarna macht uit te oefenen?”. De menselijke natuur doet de rest zowel in het stemgedrag rond zekerheden als de bijbehorende manipulatie om macht. In dat spanningsveld is amper ruimte voor de grote verantwoordelijkheden van deze tijd. Die zijn niet democratisch verkoopbaar zonder consequenties voor de oude zekerheden of de machtsposities.

200 jaar opbouw van explosieve nieuwe werkelijkheden
Het democratische overheidsmodel is ontstaan in de periode 1798 – 1814 (eerste Nederlandse grondwet) met aanscherping in 1848 (Thorbecke) en 1970 (marktwerking). Destijds (1814) was er een wereldbevolking van 1 miljard (nu 7 miljard!). De maatschappij bestond uit agrarische processen met een groeiend spanningsveld door de industriële, geldgedreven activiteiten en bijbehorende verstedelijking. Medio 20e eeuw werd de voornamelijk industriële economie (productiviteit via industrieel ondernemen en arbeid) getransformeerd naar de lokale consumptie economie (logistiek, retail en koopkracht) van producten. Geld werd stuurmiddel waar zekerheden aan werden ontleend. Later kwam daar ook de lokale gevolgen-economie bij (diensten en zorg). De gevolgen-economie legde druk via de belastingen op de consumptie waardoor in de jaren 70 de marktwerking in werd gesteld. Zo konden banken vrij gaan speculeren. Zorgsystemen moesten zich leaner gaan manifesteren en semi-overheid werd sterk gebureaucratiseerd. De speculatieve waardevermeerdering en inflatie werd belast wegens de stijgende maatschappelijke kosten. Op die manier ontstond een gigantische economische luchtballon, vooral door de stijgende huizenmarkt dat als maatschappelijk vermogen werd gerekend. Met dat weer als onderpand kon de overheid (via belastingen) en de bevolking (via de waardestijging van vastgoed, erfenissen, beleggingen) zich rijk blijven rekenen. De semi overheid kon zo uit haar voegen groeien met grote hiërarchische structuren en belangen die door speculatieve economische groei werden afgedekt. De kernwaarden van de regering werden uitgedrukt in groei economie. De kernwaarden van de bevolking in consumptie kracht.

Dom? Nee, in die tijd de normaalste zaak van de wereld. Slim? Nee, ook niet, gewoon “gezond” speculatief ondernemerschap waar jaarlijks een schepje bovenop werd gedaan. Het proces leek zich oneindig door te kunnen laten trekken. Niemand was zich bewust van de onbalans die zich opbouwde.

Nog steeds regeert deze zienswijze ondanks het bewustzijn dat het systeem niet meer voldoet aan de eisen van de tijd.

“Dom” en “roekeloos” zijn opvattingen van nu, ná de kredietcrisis, met terugwerkende kracht vanuit een nieuw bewustzijn. Maar het probleem lost zich daarmee niet op. Onze maatschappij is gebaseerd op die oude luchtballon die zekerheden heeft verschaft waar velen nog steeds van genieten (koopkracht en macht) en dit via democratische wegen blijven opeisen. We zijn ons nu misschien bewust van de fouten uit het verleden maar dat bewustzijn stelt ons niet in staat om een diepgewortelde, verankerde structuur te vervangen voor iets dat solide is en soortgelijke welvaart of welzijn biedt als voorheen. De huidige Haagse overheid is gebonden aan het zoeken naar oplossingen binnen de werkelijkheid die de problemen heeft gecreëerd. Dat geldt voor de democratische regering maar niet voor hele de bevolking. Verandering, zowel noodzaak als aanpak, komt niet vanuit het systeem maar van er buiten.

De tijden zijn daarbij nog veel meer veranderd dan uitsluitend lokaal politiek en economisch wordt verantwoord. Denk aan de aandachtspunten op gebied van klimaatverandering, vervuiling, volksmigraties, enz. Deze zien we niet terug in de democratie maar drukken wel al jaren op het lastenpakket van de overheid.

De rol van bewustzijn
Weer teruggrijpend op Dabrowski, nu we het hebben behandeld, zien we dat empathie pas aan de orde komt in gelaagdheid 3. Empathie is nodig om de bevolking mee te krijgen in moderne processen van sociale en milieu aanpassingen. Het zijn echter nog maar minderheden die op dat bewustzijnniveau zijn aangeland. Ons onderwijssysteem zou kunnen helpen maar is nog ingericht op het voeden van cognitie in functie van de overheersende en sturende democratische en economische werkelijkheid. Het voedt het bewustzijn niet om het eerste niveau van Dabrowski te overstijgen.

Isha foundation: “als er niet geïnvesteerd wordt in bewustwording dan blijft verduurzaming een onderwerp dat zich beperkt tot conferenties.”

De omstandigheden die veel mensen (ook jongeren) voor hun kiezen krijgen vouden wel de bewustwording “dat het anders moet” maar laten het verwerkingsproces over aan de individu zelf, zonder steun of hulp. Deze is al zoekende naar de eigen identiteit volgens de bewustwordingspatronen waardoor de kans op verwarring groter is dan duidelijkheid. Men begint te snappen dat zekerheden niet vrijblijvend ontstaan uit een democratisch proces maar als men ruimte zoekt naar eigen verantwoordelijkheid dan is die ook moeilijk te vinden of te verkrijgen omdat deze niet past in het gangbare economische en politieke belangen systeem.

Zo ontstaat het contrast van een overheid met een permanent geldtekort en een groeiende groep die vindt dat de middelen verkeert besteed worden.

Toch ligt in bewustwording de toekomst van onze democratische vrijheid en maatschappelijke ontwikkelingen op weg naar duurzame vooruitgang. Voordat empathie gemeengoed is geworden en de bevolking in staat stelt zelfstandig te veranderen moet ergens verantwoordelijkheid worden genomen. Dit wordt nog niet door de massa wordt gedragen door onbewust gedrag noch door het systeem wegens gebondenheid aan conservatieve materiële structuur belangen.

Als verandering niet volgens de oude democratische basis van vrijheid van keuze kan dan moet “ethisch verantwoord leiderschap” het op zich nemen. Maar wat is dan die vorm van leiderschap? 

Dat betekent tevens dat wij de oude (huidige) democratische vorm ter discussie mogen stellen als ontoereikend voor de uitdagingen van deze tijd. We dienen daar die nieuwe vorm van leiderschap aan toe te voegen. Democratie met richting dus. Wat geeft voldoende geëmancipeerde vrijheid tot duurzame ontwikkeling zonder dictatoriale menselijke dominantie? Wat vermijdt het risico van chaos en opstand door weerbarstigheid van oude systemen?

Sustainocratie biedt een oplossing.

De rol van Sustainocratie
Sustainocratie voegt een concrete missie, een stip op de horizon, toe aan de democratie en maatschappelijke beleving: duurzame menselijke vooruitgang. Het beoogde leiderschap wordt niet door een charismatische (politieke) persoon verstrekt maar door deze definitie, stip en richting van maatschappelijke vooruitstrevendheid en balans. Het geeft richting en verantwoordelijkheid waar men vervolgens ook weer democratische, politieke en economische belangen aan kan ontlenen door er aan deel te nemen:

Duurzame menselijke vooruitgang: Samen blijven werken aan een gezonde, vitale, veilige en zelfredzame menselijke maatschappij binnen de context van onze aldoor veranderende natuurlijke omgeving.

Zowel bestuurlijk als persoonlijk, en in samenwerking, kan men er verantwoordelijkheid voor nemen. De definitie is een noodzakelijke moderne toevoeging aan de grondwet van een gebied. Maar om zover te komen dient de democratische onbalans van een 200 jarige ontwikkeling doorbroken te worden. Het is geen democratisch proces maar een van aanvaarding van collectieve basisverantwoordelijkheden namens de bevolking niet door de bevolking. Dat gebeurt dan eerst door Sustainocratische processen als experiment te organiseren waar alle maatschappelijke actoren direct bij betrokken zijn. Er ontstaan dan twee werkelijkheden (twee verschillende kaders: democratie en sustainocratie) waartussen een zelfbewuste transformatie plaats vindt doordat sustainocratie niet de handicap heeft van de oude werkelijkheid. Sustainocratie functioneert volgens een andere kader definitie dan onze huidige democratie (gebaseerd op een vernietigende consumptie economie).

Er kan naar hartelust geëxperimenteerd worden met de opbouw van nieuwe zekerheden onder moderne voorwaarden binnen een nieuw kader.

De kern van de overheid
We kunnen uit bovenstaande de kern van de overheid op twee manieren samenvatten:

* Oude overheid: “het regionale instituut dat lokale zekerheden faciliteert”
* Nieuwe overheid “het regionale instituut dat duurzame menselijke vooruitgang faciliteert”

Het onderscheid lijkt minimaal maar is significant groot. Aan lokale zekerheden ontleent de bevolking vermeende “rechten” terwijl duurzame menselijke vooruitgang juist een proces aanduidt waar men zekerheden aan ontleent door aan bij te dragen. Dat zijn twee totaal verschillende democratieën. Waar liggen verantwoordelijkheden bij de ene definitie van de overheid en de andere?

In Nederland, en een groot deel van de wereld, regeert een overheid die zekerheden tracht te faciliteren via democratisch gekozen “producten” (beloftes) die men niet meer waar kan maken door het wankele fundament waarop ze gebaseerd zijn. De structuur van de overheid heeft zich exponentieel ontwikkeld op basis van de zekerheden die het faciliteert. De wildgroei in de semi-overheid, die de zekerheden moet aanbieden, is gigantisch en wordt via stijgende belastingdruk in stand gehouden. De huidige politieke overheid is in dienst geraakt van de semi-overheid die losgeslagen is geraakt van de werkelijkheid door economische eigenbelangen.

Als wij de kernrol van de overheid echter in gedachten transformeren naar “het faciliteren van duurzame menselijke vooruitgang” dan kunnen we ook samen met de oude overheid de transitie gaan plannen:

  • met de verandering van democratische keuzes die zich spiegelen aan een hoger verduurzamingsdoel,
  • door de afbouw van de semi-overheid,
  • en de opbouw van waardengedreven maatschappelijke betrokkenheid en initiatieven (participatie-maatschappij).
  • door de transformatie van het onderwijs naar bewustwordingsprocessen

Er is een kader keuze met een transformatieve brug. Stap voor stap ontwikkelt zich de nieuwe maatschappij door loslaten en aanvaarden van doelgerichte vernieuwing binnen een kader dat de vernieuwing veroorzaakt.

De brug wordt geslagen door Sustainocratie.

Verschillende overheden
Verschillende overheden

Eten in de stad

Steeds meer technieken ontstaan om onze voedselschaarste op te lossen. Natuurlijk is de eerste stap ons bewustzijn rondom voedsel, onze huidige, vernietigende omgang met de natuur en onze kwetsbaarheid door afhankelijkheid. De tweede stap is om er wat mee te doen. Als we zelf lokaal zelfvoorzienendheid ontwikkelen dan kunnen we de grote wereldwijde voedsel stromen ontlasten. Een aantal voorbeelden die te integreren zijn in elke stad, misschien zelfs met boeiende nieuwe straatbeelden van water, planten en vissen, middels geintegreerde infrastructuren die ook andere effecten hebben (zoals koeling van de stad, recreatie, kunst, uitstraling, enz).

Stadsland en tuinbouw:

Vis:

Veel van dit soort systemen worden commercieel opgezet door samenwerking tussen overheden en bedrijven. Hierdoor worden grote groepen lokale mensen uitgesloten in het opzetten (arbeid) en gebruiken ervan (consumptie). In de STIR (Stad van Morgen) zoeken we niet direct de economie maar cohesie en cocreatie middels coöperatieve waarde creatie. Daarbij nodigen we de overheid en het bedrijfsleven ook uit maar niet vanuit afhankelijkheid maar samenwerking. De “economie” bestaat dan uit inzet (arbeid en kennis) en wederkerigheid (productiviteit en resultaat) waarvij alleen overschotten verhandeld worden. Hoe meer mensen eraan mee doen des te ambitieuzer de projecten worden.

Economie (handel) en zelfredzaamheid (zelf produceren) staan elkaar in de weg. Daardoor ontstaat er stress en een transitie die dan op zoek gaat naar een nieuwe balans tussen beide. Het ligt per gebied aan de daadkracht van de bevolking zelf om daarin een weg te vinden.

Burgerschap is het nieuwe ondernemen

Er is de laatste jaren een nieuwe vorm van ondernemen ontstaan door een frisse kijk op burgerschap en bijbehorende veranderdrang.

Stad van Morgen partner STIR Academy biedt vanaf januari 2014 trainingen die gebaseerd zijn op 10 jaar burgerschap ervaringen en betrokkenheid van 1000den mensen en instanties.

Maar eerst een situatie schets.

Het artikel in het Eindhovens Dagblad van 18 december 2013
Het artikel in het Eindhovens Dagblad van 18 december 2013

Burgerschap geeft betekenis aan het “horen bij een gemeenschap”. Groepsvorming geeft het gevoel van veiligheid en geborgenheid waar iedereen aan bijdraagt. Dat zou de kern moeten zijn van een samenleving. De huidige maatschappijvorm laat echter steken vallen waardoor veel mensen “het anders willen” en dingen gaan ondernemen om zaken te veranderen. Het ondernemende burgerschap heeft een bron van onvrede en positivisme tegelijkertijd omdat het “ook anders kan.” Die motivatie heeft een aantal redenen:

* men is modern zelfbewust geworden door bijvoorbeeld nieuws, vrijheid van meningsuiting, internet, vergelijkende kennis door reisgedrag en hogere opleidingsniveaus,
* overheid en banken worden verantwoordelijk geacht voor de grote crisissen en een aantal schandalen waardoor vertrouwen structureel is geschaad. Men is geneigd zelf meer na te gaan denken over ethiek en verantwoordelijkheid dan klakkeloos het beleid van de overheid (of diensten van banken) te accepteren.
* het politieke systeem is te verzuild en versnipperd, met oude machtposities die vernieuwing in de weg staan. Men zoekt naar andere wegen dan stemgedrag of eigen politieke ambities om zekerheden of veranderingen op te bouwen.
* veel maatschappelijke “producten” staan ter discussie om allerlei redenen. De formele oplossingen zijn veelal sterk politiek en economisch gekleurd ten kosten van zekerheden. Burgerschap zoekt zelf alternatieven en verwacht ruimte om te experimenteren.
* het werkgelegenheid systeem dekt de lading van de bevolking niet meer. Beleerde, ervaren mensen die geen betaalde bezigheid kunnen vinden zoeken zingeving door onder andere het systeem deels of in het geheel ter discussie te stellen. Zij ondernemen vanuit zingeving en veranderdrang.
* veel gepensioneerden zijn nog in de bloei van hun leven en ondernemen zaken die zij nuttig vinden en passen bij hun oorspronkelijke expertise of gewenste tijdbesteding.

Dat zijn maar enkele voorbeelden die wij zijn tegengekomen. Er zijn er ongetwijfeld meer. Van belang is de tedens om vanuit een nieuw maatschappijbeeld te redeneren dan dat wat ons regeert en vanuit dat beeld actie te ondernemen. Hoe dat beeld eruit ziet varieert per persoon of groep.

De VNG (vereniging van Nederlandse gemeenten) heeft een onderzoek gedaan naar burgerparticipatie en initiatieven. Ook de Universiteit van Tilburg volgt de ontwikkelingen die volgens de onderzoekers sinds de jaren 70 zich manifesteren. De verklaring die men zoekt of geeft is niet altijd evenredig aan onze ervaringen omdat men (top down) vanuit het systeem redeneert naar burgerschap en wij (bottom up) vanuit de mens. Het thema is actueler dan ooit omdat van beide kanten oplossingen voor grote uitdagingen gezocht worden bij de burgers ook al kan de motivatie verschillen.

image
Burgerschap beleeft een uniek spanningsveld tussen natuurlijke en systeem verantwoordelijkheden. Wat is ethisch? Wat is verantwoordelijk? Is alles wat “moet” wel juist?

Er zijn minstens vier ondernemende burgerschap tendensen:

1. Zelfbewust keuzes maken. Kijken naar de duurzame oorsprong van producten, het bonafide imago van de leverancier, de zelfbewuste keuze tussen alternatieven, enz schept bewustzijn dat niet alles zomaar verantwoord bij ons in huis komt. We kunnen zelf verantwoordelijkheid nemen door geen genoegen meer te nemen met willekeur maar zelfbewust belangrijke keuzes af te stemmen op onze eigen normen en waarden. Dat vergt wat meer tijd en overleg dan een blindelingse aanschaf. Dat is ook ondernemen, in de betekenis van iets doen dat goed voelt en een bijdrage levert aan ons leefmilieu of samenleving. 

2. Beleid beïnvloeding. Dit is de oudste vorm van actief burgerschap. Veel actieve burgerparticipatie is gericht op kleinschalige buurt activiteiten. Door zich druk te maken over zaken als omgevingskwaliteit, burenoverlast, onderhoud, speeltuintjes, enz treedt men op naar de overheid als men verantwoordelijkheid wil nemen. Veel gemeenten stellen wijkbudgetten en subsidies beschikbaar voor deze activiteiten die echter nog steeds in de toestemming cultuur vallen van “u mag meepraten maar de overheid is de baas”.

Ook milieu organisaties, actiegroepen, wijkverenigingen, enz vallen onder deze groep en lobbyen op alle niveaus. Ook de “democratische oppositie traditie” werkt beleid beïnvloeding via actief burgerschap in de hand.

3. Vernieuwd innovatief. Dan zijn er de initiatieven die op een vernieuwde manier omgaan met de maatschappij en veelal de oude vormen aanvullen met nieuwe en daarvoor ruimte zoeken. Denk hierbij aan stadslandbouw, energie coöperaties, buurtwachten, ruilbeurzen, burenhulp, enz. Sommige burger ondernemerschap bewegingen zijn puur individueel opgezet. Anderen uiten zich als samenwerkingsvormen die in soms over komen waaien uit het buitenland. Denk aan Transition Towns, LETs, enz.

Kern van deze vorm van maatschappelijk ondernemen is dat het vaak gebaseerd is op andere waarden en wederkerigheid dan geld.

4. Beleid vervangend. Dan is er de aanpak van bijvoorbeeld de Stad van Morgen waarin de overheid en andere systeem partijen uitgenodigd worden tot een nieuwe of aangepaste werkelijkheid. Denk aan AiREAS, VE2RS en GroZ als sustainocratische werkvormen. Wij presenteren een aangepaste vorm van democratie en maatschappelijke doelgerichtheid dan wat we gewend zijn en nodigen de gevestigde orde uit om het met ons uit te proberen. Voor beleidmakers is er een nieuwe keuze naast de beperkingen van de traditionele operationele werkelijkheid die ook hen in de problemen brengt. Sustainocratie vervangt bijvoorbeeld de overheid niet maar nodigt uit tot een andere omgeving waardoor men ook met andere voorwaarden leert omgaan en eventueel terug vertaalt naar een eigen institutionele transformatie.
image
AiREAS is een burger initiatief voor het creëren van een gezonde stad met participatie van overheid, wetenschap, bedrijfsleven en andere burgers.

Workshop agenda:
Wilt u meer weten over de workshopagenda van STIR Academy en op de hoogte gehouden worden dan kunt u hier uw gegevens achterlaten:

Mail: nicolette.meeder@stadvanmorgen.com ovv burgerschap

De afvinkdokter, 10 minuutjes en nepfactuur

Steeds meer raken we (Stad van Morgen) verwikkeld in discussies over zorg en zelfredzaamheid en wat nu zou moeten veranderen in onze maatschappij? Zo komen ook de afvinkdokter, 10 minuutjeshuisarts en nepfactuur tandarts voorbij. Het is een fenomeen van deze tijd waarin alles op klok moet en door een ieder anders wordt geïnterpreteerd.

De afvinkdokter
Jan stort onverwacht in elkaar. Hartinfarct denken omstanders en bellen 112. Het eerste wat Jan zich weer herinnert is de mond van de ambulance medewerker die hem reanimeert. Met loeiende sirenes wordt hij naar het ziekenhuis vervoerd. Daar volgt een hart onderzoek. De hartspecialist constateert dat hij het niet aan zijn hart heeft. “U mag weer naar huis.”

Pardon? Naar huis?! Een uur geleden lag hij stervende op straat. Waarom? Het ligt niet aan het hart maar wat dan wel? “Ik doe alleen hart” zegt de specialist en daarmee is de kous af. Voor hem althans. Niet voor Jan want die heeft de angst goed te pakken.

Het bovenstaande verhaal kan aangevuld worden met allerlei voorbeelden van de gefragmenteerde afvinkcultuur in de medische wereld. Op zich is het logisch want door bepaalde ziektebeelden uit te sluiten komt misschien de oorzaak wel een keer bovendrijven. Daar hebben veel medici een kostbaar netwerk van belangen omheen gebouwd. Men verwijst mensen door zonder specifieke noodzaak maar om “af te vinken”. De onderliggende stroom is puur economisch ook al wordt het vanuit menselijkheid “verkocht”. De afgebakende eilandjes leven dan een leven dat meetbaar is op basis van economische relaties. De wildgroei die ontstaat is al snel onoverzichtelijk en wordt ook als “noodzakelijk” ervaren. De patiënt (ook cliënt! genoemd) wordt van kastje naar de muur gestuurd zonder dat ergens een holistisch beeld wordt bewaakt van de persoon. Elk stukje staat op zichzelf, voelt zich onmisbaar, doet stinkend zijn/haar best maar binnen de muren van de eigen tunnel visie.

10 minuutjeshuisarts
Het is algemeen bekend dat de huisarts de consults plant in blokjes van 10 minuten. Dat is een prima insteek om de tijd redelijk efficiënt te benutten. Een mens is echter geen 10 minuutjes mens. De een gaat naar de huisarts voor een minuutje omdat het euvel bekend is maar even door de deskundige moet worden bevestigd. De ander gaat wegens eenzaamheid en maakt van de huisarts een uitje dat variable wordt opgerekt. Natuurlijk zit daartussen van alles dat met de 10 minuutjes wordt teruggebracht tot een redelijke standaard en gemiddelde.

Maar dan is er ook de opvatting van de huisarts en organisatie waarin men werkt. De 10 minuten krijgen een economische status: 10 minuten = 1 consult = “x” euro. Als vader Piet met dochter Jennifer binnen komt wegens herstel van een ingegroeide teennagel van de dochter zijn ze na 3 minuten weer klaar. Piet besluit de tijd goed te benutten en brengt zijn eigen prostaat klachten nog even ter sprake. De huisarts geeft aan dat hij dan een tweede consult moet rekenen. Dezelfde 10 minuten tijd worden dan 2 of 3 economische 10 minuutjes. Voor de huisarts is dat handig om de facturatie wat op te krikken en de lege 10 minutenblokjes aan te vullen. Als bedrijf is dat natuurlijk interessant en dan gaat het veelal een eigen leven leiden. Huisartsen worden gestuurd op aantal economische 10 minuten in plaats van dienstverlening. Zo kan het gebeuren dat er economisch efficiënte huisartsen zijn die goed scoren met hun 10 economische minuutjes en er zelfs meer declareren dan een natuurlijke werkdag heeft. Door patiënten naar elkaar door te verwijzen volgens de afvinkcultuur kan een patiënt een oneindige cirkel van consults volgen die nergens toe leidt behalve een constante stroom 10 minuutjes. Door het misbruik gaan de verzekeringen meer controle uitoefenen en bureaucratie invoeren waardoor de premies omhoog gaan. Want de consument betaalt altijd de rekening!

Nepfactuur tandarts
Je komt net van de tandarts na een korte behandeling. Als je dan na een paar weken de rekening krijgt voor de verzekering dan blijker er allerlei onherkenbare handelingen op te staan. Je bent geen tandarts dus denkt het zal wel goed wezen”. Maar nu een groot deel van de kosten op eigen conto komen via het eigen risico kijk je toch eens kritisch naar zo’n factuur. Röntgenfoto? Niet gemaakt, in ieder geval niet waar jij bij was. Eenzelfde rekening van een behandeling 6 jaar geleden toont een bedrag dat 25% is dan die van nu, met hele andere en simpele beschrijvingen.

Ook de tandarts rekent consult kosten. Vroeger was je in een keer klaar en nu kun je drie keer terug komen voor zaken waarvan jezelf denkt dat ze gemakkelijk in een keer afgehandeld kunnen worden.

Marktwerking
Marktwerking noemt men dat. Het economiseren van gefragmenteerde belangen. De economie gaat erop vooruit maar de zorg achteruit. De patiënt wordt cliënt. Maar de cliënt is helemaal geen klant. Dat is de overheid en de verzekering die de facturen betaald. Die zijn zo gebureaucratiseerd en ongevoelig omdat men deze economie in haar eigen belang verwerkt via de belastingen en premies. 10 jaar geleden was de gemiddelde zorglast per inwoner van Nederland 1000 euro zonder eigen risico. Nu is dat 5000 euro met eigen risico er boven op.

Alternatieve zorgsystemen mogen niet geïmplementeerd worden omdat de Nederlander gebonden is aan de wet van solidariteit. Logisch in maatschappelijk opzicht, onlogisch wanneer de economie de overhand heeft genomen en het uitgekiende bedrog zich heeft genesteld in de structuur als een hardnekkig virus.

Hoe reageert de bevolking? Men gaat minder naar de dokter als men niet kan betalen. Voor de rest? Worden we aan het lijntje gehouden met toeslagen en afhankelijkheid. De vergrijzing doet de rest. Half Nederland is chronisch lichamelijk ziek en daarom te afhankelijk om in opstand te komen. De rest is bestuurlijk ziek door economie de menselijkheid te laten verzieken.

Wat doet de Stad van Morgen? Wij introduceren GroZ: Gezondheid, regionaal ondernemerschap voor Zelfredzaamheid. Solidariteit begint bij onszelf en onze omgeving, niet een vastgelopen corrupt systeem.

AiREAS in de RAI

We waren als AiREAS uitgenodigd om mee te doen met de Vitale Wijk op de beursvloer van Innovatie Estafette en Horizon 2020. Maar hoe beeld je de samenwerkingsvorm uit waar wij voor staan (overheid, bedrijfsleven, wetenschap en burgers voor luchtkwaliteit en volksgezondheid) als een beurs traditioneel opgezet is om dingen aan elkaar te verkopen?

Wat hebben wij te verkopen als we aan de medemens vragen om het nemen van verantwoordelijkheid door samenwerking?

image
AiREAS op een van de schermen

Natuurlijk had het samenwerkingsverband AiREAS ook producten opgeleverd die we aan zouden kunnen bieden, zoals de Airbox maar hoe zorgen we ervoor dat we niet overkomen als leverancier maar werkwijze?

Uiteindelijk besloten we aanwezig te zijn met tokens en een spelvorm. Het idee was dat de beurs bezoekers wat meer interactief zouden omgaan met de standhouders en zo een token konden verdienen die men kon inruilen voor een workshopje over samenwerking.

Er kwam weer niets van terecht.

De tokens werden geaccepteerd, in een laadje gestopt en vergeten in de hectiek van het verkoopproces van de standhouders. Ook onze kleine ronde matjes ontvingen weerstand van de organisatie want er zou iemand over kunnen struikelen. Dat kon natuurlijk niet over de vele kabels die de organisatie zelf onder verantwoordelijkheid had.

Omdat we toch niets te verkopen hebben als samenwerkingsverband stelden we ons flexible op. We liepen veel mensen tegen het lijf die iets wilden weten over samenwerking maar het nergens konden vinden. Ik vertelde graag over wat wij ervaren. Geen workshops maar directe interactie. Leuke mensen allemaal die niet op zoek waren naar producten maar inspiratie. Ik kon constateren dat de beweging er goed in zit in de regios maar dat er nogal wat moet gebeuren om tot de juiste multidisciplinaire samenwerking te komen. AIREAS in Eindhoven werd als uniek ervaren maar de toepassing van Sustainocratische processen zelf vergt nog wat bewustwording en durf. Vaak zit nog vast in de toestemming cultuur van de overheid en de behoefte aan geld om stappen te nemen. De zaak omdraaien zoals we in AiREAS doen was inspirerend voor de bezoekers.

Ook ontdekten we een nieuwe uitdaging voor onze ILM (lucht meet systeem) die we life lieten zien via een 3D tafel. Het partnerschap met Jeroen Heindijk in deze liet zo zijn onverwachte vruchten afwerpen. Jeroen had zich, net als wij, als verbinder opgesteld met mooie resultaten die we zeker hebben kunnen appreciëren. De real time weergave van de 28 Airboxes in Eindhoven gaf ons beelden waar we zelf vragen bij gingen stellen. Het was voor het eerst dat ook wij dit zagen omdat de installatie nog kersvers is. Het riep meteen een nieuwe uitdaging op over de interpretatie van complexe gegevens en de communicatie ervan. Alleen meten is nog niet weten. Meteen na de RAI werd een nieuw wetenschappelijk project gedefinieerd. Zo snel gaat dat in AiREAS.

Conclusie
De algemene boodschap van de beurs was duidelijk: “de hele maatschappij betrekken”. De vraag is alleen “waarbij”? Daar willen de meningen nogal over verschillen. Economie? Technologie? Mens? Milieu? Verandering?

Veel werd er gesproken over producten, nooit over de mens. Uiteindelijk moest ik denken aan de zinsnede die vandaag in mijn mailbox kwam:

“Unless humanity invests in consciousness actively, sustainability will be just a subject of conferences” (isha foundation)

En gelijk hebben ze.

Wiet van Meel – volhoudbare initiatieven

Het STIR avondcollege van 5 november 2013 stond in het teken van complexe verduurzamingsprocessen. Gastdocenten zijn Wiet van Meel (Pontifax) en Patrick van der Voort (Kleurrijke stad).

image
Wiet van Meel – Pontifax

Wiet van Meel is opgegroeid in Esbeek, een plattelandsgemeenschap nabij Hilvarenbeek. Als jonge knaap wilde hij al op een eerlijke manier dingen voor elkaar krijgen in een gemeenschap waar tegenstrijdigheden en onrechtvaardigheden meer de regel dan de uitzondering waren. Wiet leerde dat binnen de tegenstrijdigheden ook gemeenschappelijke belangen te vinden waren die partijen tot elkaar konden brengen. Al experimenterend ontwikkelde hij voor zichzelf een beeld dat met de tijd evolutioneerde tot een aanpak om complexe uitdagingen aan te pakken. De moderne People, Planet, Profit ideologie maakt het compleet.

Hij raakte verwikkeld in grote maatschappelijke trajecten in de Kempen en later ook heel Europa waar veel verschillende partijen en grote bevolkingsgroepen bij betrokken zijn. Zijn verduurzamingsmodel heeft hij vandaag uitgelegd.

Wiet verdeelt de werkelijkheid in twee horizontale gebieden:

  • Sociaal – De mens en de menselijke omgangsvormen
  • Materiaal – De manier waarop we omgaan met materialen om dingen te bouwen en maken

Als je die twee gebieden toepast op de People, Planet, Profit ideologie van bijvoorbeeld een harmonieuze gebiedsontwikkeling dan ontstaat het volgende model:

Verduurzamingsmodel
Verduurzamingsmodel van Wiet van Meel

In elk van de velden van het verduurzamingsmodel (“Duurzaamheid bestaat niet”, aldus Wiet, “het is een mooi streven”) zijn bedrijven en instanties actief die vaak muren hebben opgeworpen rondom hun eigen beperkte kijk op de wereld. Door partijen te vinden in elk van de 6 velden rondom een concrete uitdaging, en deze samen aan tafel te zetten, ontstaat er een mogelijke dynamiek die bruggen slaat tussen de velden. Men kan samen gaan werken in waardecreatie waar allen wat aan hebben. Het hele gebied gaat er op vooruit.

“Overal zijn mensen te vinden die fatsoenlijk (definitie van Wiet: met respect voor mens en omgeving) om willen gaan met elkaar en de ontwikkeling van hun belangen”, zegt Wiet met passie en overgave. Die mensen zijn het die samen vooruitgang boeken.

Verschillende voorbeelden werden aangehaald die u in de presentatie van Wiet (Presentatie wiet verduurzaming 5-11-2013 stir)  kunt terugzien. Boeiend waren de projecten in Haarlemmermeer (ganzen en Schiphol), manege in de Kempen en coöperatief Esbeek zelf, allemaal gebaseerd op waardengedreven samenwerking. Wiet biedt zich aan om anderen te helpen die ermee aan de slag willen gaan. Als voorbeeld en case werden de plannen van Patrick van der Voort gebruikt.

Patrick van der Voort

image
Patrick van der Voort – Kleurrijke Stad Eindhoven

Patrick is actief als initiatiefnemer van de “Kleurrijke Stad Eindhoven” op sociaal maatschappelijk vlak met de positieve multiculturele beleving van de maatschappij. Hij vertelt hoe hij vele projecten initieert met multiculturele jongeren en betrokkenheid van onder andere de scholen. Zo viert hij binnenkort het 10 jarig bestaan van multicultureel sporten waarin alle nationaliteiten van Eindhoven samen een lokaal “wereldkampioenschap” spelen. Per slot van rekening is de hele wereld vertegenwoordigd in de stad.

image
De case “World Plaza” werd ter plekke uitgewerkt

Patrick wil graag een stap verder gaan en een World Plaza opzetten voor de multiculturele ontmoeting en sociaal ondernemerschap met een inspirerend en aantrekkelijk multicultureel programma. De moeilijkheidsgraad is groot door de afhankelijkheid en mogelijke betrokkenheid van vele partijen. Daarom is het interessant om het plan als case te gebruiken met het model van Wiet als leidraad.

image
De case “World Plaza” door Wiet en Patrick

Al snel werd duidelijk dat het professionele netwerk van Patrick erg sterk zich heeft ontwikkeld op sociaal maatschappelijk vlak (het veld rechtsboven in de tekening op de foto) maar er een onbalans is in de andere velden. Het lijkt moeilijk om dat op te lossen maar na een uitdagend vraag en antwoordspel van Wiet blijkt dat het netwerk van Patrick vele malen groter is dan hij professioneel benut. Dat geldt natuurlijk voor iedereen. We hebben toeleveranciers, klanten, privé relaties, bankrekeningen, vrienden, enz. En al deze relaties hebben weer een netwerk van relaties.

Door het hele spectrum van menselijke relaties en verbintenissen te raadplegen konden een aantal vakjes al ingevuld worden met positieve intenties. In het avondcollege zitten ook weer mensen met een professioneel en privaat netwerk die meteen aangesproken werden voor de opbouw van een band.

De boodschap was duidelijk. Als je wat groots wilt bereiken dan breek je eerst je eigen muren af en kijkt integraal naar je relatienetwerk. Die ga je dan betrekken met het model als gids. Al doende vullen de gaten zich en ontstaan er verrijkende verbanden van waardecreatie. Zo kan de World Plaza een kloppend hart worden met veel interactie met de omgeving en betrokkenheid van allerlei directe en indirecte belangen die elkaar structureel en “volhoudbaar” aanvullen.

NB Volhoudbaar is een mooi woord uit de vocabulair van Wiet, zijn eigenwijze maar doeltreffende en inspirerende benadering van verduurzaming.

VE2RS en GroZ in AiREAS

Het model van Wiet werd ook in verband gebracht met de gezonde stad ontwikkeling via AiREAS. Het blijkt een mooie praktische benadering tussen Sustainocratie en gebiedsontwikkeling. We gaan het dan ook experimenteel toepassen in VE2Rs en GroZ.

Wij danken Wiet en Patrick voor hun inspirerende woorden en interactie, en natuurlijk alle aanwezigen voor hun commitment aan een boeiend leerproces.

Volgend college:

Het volgende avondcollege is op 3 December met het thema “de 5 bewustzijnsniveaus van Dabrowski”