Met deze vraag werkt iedereen dagelijks in een geld afhankelijke cultuur van transacties. Wat moet ik betalen? En wat krijg ik ervoor terug?
Die vragen worden ook gesteld wanneer ik mensen uitgenodig voor sustainocratie en de transformatie economie. In feite vraagt men dan “Als jij verantwoordelijkheid neemt voor verandering? Wat schiet ik ermee op?”
Het uit handen geven van verandering is natuurlijk risicovol. Bij de meeste mensen en instanties geldt: “Alles moet veranderen behalve ik”. Betalen voor verandering is dan een soort verzekering dat voor de betaler alles hetzelfde blijft.
10€!
“Dat is alles wat nodig is om te veranderen” zeg ik dan. De kosten in 2014 om het oude in stand te houden is volgens de overheid 15.570€ per persoon in Nederland met een tekort van 2000 € per persoon. Maar het oude is in crisis. Dat merken we ook want de overheid vraagt meer en we krijgen er steeds minder voor terug. Het oude kan dus niet in stand worden gehouden. Dat betekent meteen “dat het moet veranderen”. Maar men wil geen verandering. Daarom kost het zo veel om het wankele huis te blijven stutten. Wat kost het? Veel! Wat levert het op? Minder dan niets!
Voor een 10tje per persoon zorgen wij voor verandering.
Waar veranderen wij dan naar toe?
vraagt men dan. Naar “duurzame menselijke vooruitgang” is het antwoord. “Wat is dat?”
Ja, het antwoord op die vraag is juist de verandering. Als je die beantwoordt dan is de wereld al veranderd, verdwijnt de crisis en ontstaat voorspoed. En dat allemaal voor een 10tje!
In de praktijk verdelen we die kosten ook nog eens: 50% overheid en 50% per persoon. Ieder 5€ per persoon :-). Niet elke overheid wil dus schieten vaak groepjes veranderingsgezinde mensen het deel van de overheid voor.
Onze economie is te eenzijdig opgebouwd. Het kan anders. Een simpele andere kijk op waarden en waardecreatie levert Nederland minstens 300 miljard op aan bruto binnenlands product zonder ook maar met de ogen te knipperen en bovenop de traditionele productiviteit. Het bespaart Nederland ook nog eens zeker 100 Miljard, simpelweg door dingen anders te gaan zien.
Wat is waardevol voor de mens uitgedrukt in geld?
Alles draait om “perceptie” en het begrip “waardering” in geld. We moeten onderscheid durven maken in “soorten economie”.
Traditie van handel in producten (handelseconomie)
Er wordt door de consument een gevoel van waarde gekoppeld aan producten. Die waarde wordt pas zichtbaar als er een verkooptransactie plaats vindt. Dan wordt het ook uitgedrukt in geld. Dat is een belangrijk principe waardoor de economie redelijk onvoorstelbaar is maar ook te manipuleren.
De “waarde” van het moment van een product wordt bepaald door de concrete behoefte aan het product, de beschikbaarheid, de relatieve zeldzaamheid, de eventuele houdbaarheid van het product of de waarde en het verkoopbeleid. “Behoefte” kan onderverdeeld worden in basisbehoefte, noodzaak, luxe en hebzucht. Bijvoorbeeld:
basisbehoefte: eten, een dak boven het hoofd, drinkwater….
noodzaak: een arts wanneer je ziek bent, politie bij geweld, een rolstoel als je niet kunt lopen …
luxe: meer hebben dan je nodig hebt, overvloed, gemak, vermaak
hebzucht: hebben om te hebben of het te weerhouden van anderen, niet om zelf te gebruiken
De wereld van de handelseconomie speculeert met deze waarden aan de kant van zowel productie, distributie en afname volgens het fenomeen product, klant, winstoptimalisatie. Zo heeft ook het produceren, distribueren en vermarketen van producten (en diensten) “waarde” gekregen voor degenen die daar belang aan hechten (bedrijven).
Het belasten van deze handelseconomie door de overheid wordt gezien als “waarde” omdat men daarmee havens, wegen en spoorlijnen aan kan leggen die de handel bevorderen. Ook onderwijs kan hiertoe behoren omdat het jongeren opleidt voor deze economie rond productcreatie, productiviteit en consumptie. Speculatie met tekorten, diensten rond de supply chain, financiele systemen, enz. horen er ook bij net als de groeiende discussie over ethiek en verantwoordelijkheid.
Dit is niet de enige economie ook al doet men ons dat vaak voorkomen in de consumptie discussie over koopkracht. Er is bijvoorbeeld ook de “crisis economie”.
De handel in crisissen (crisis economie)
Een crisis draait om “het kwijtraken” en de “angst van het kwijtraken”. Er zijn zoveel dingen die we kwijt zouden kunnen raken zoals alles wat we in materiële zin tot eigendom beschouwen. Als we ons in onze basis behoeftevoorzieningen afhankelijk hebben gemaakt van de handelseconomie dan is het kwijtraken van koopkracht beangstigend. Waar anders halen wij onze basisvoorzieningen vandaan? Als die alleen toegankelijk is middels geld (en niet als ruilmiddel van waarde tegen waarde) dan wordt de kans van het ontbreken van geld een angst. Hoe groter die afhankelijkheid des te groter de angstgevoelens.
Maar ook onze gezondheid, veiligheid, welzijn, het leven zelf, kunnen we kwijt raken. Zelfs ons leefmilieu, het drinkwater, enz. Ook dat levert angst op.
Angst is daarom een economie geworden waar velen op inhaken of die angst nu terecht is of niet. Hoe meer we (denken te) hebben des te groter de angst iets kwijt te raken. Men beleeft een permanente psychologie van crisis.
Een crisis is voor veel partijen van waarde en voor anderen is het veel waard om het opgelost te zien om dat gevoel van angst kwijt te raken. Met de angst van de mens wordt dan druk gemarchandeerd en zelfs macht uitgeoefend of verdeeld.
Angst heeft een beklemmend effect dat misbruikt wordt in de crisiseconomie
Een crisis is echter pas een crisis als een angst bewaarheid wordt. Voor die tijd kan er nog van alles gedaan worden. Maar afkopen of uitbesteden van in ruil voor zekerheden levert alleen maar meer angst op. Als te laat is dan kan men er niets meer aan kan doen behalve het zelfbewust aanvaarden van een nieuwe werkelijkheid door de oude los te laten. Dat willen de meeste mensen niet. Men speculeert met wat er “zou kunnen gebeuren” en koopt zekerheden rond problemen die nog niet bestaan. Hoe ver we daarin gaan? Veel te ver! Denk aan ziekenkosten verzekeringen, pensioenen, antivirusprogramma, politie, enz. En al die zekerheden bouwen weer een grote hiërarchie en lobby op om de angst vooral aan te wakkeren en levendig te houden. Men creëert dus zelf de angst, houdt het met betalingen in stand en wakkert het aan totdat het een cultuur van antiwaarde is geworden.
Overheidcrisis is een angstcrisis, lucht dus.
De huidige overheid beleeft een crisis omdat het niet de hoeveelheid geld binnen krijgt die het zou willen hebben. Men verhoogt dan de belastingen waardoor men de koopkracht en handelseconomie verder blokkeert en weer minder binnenkrijgt. Deze reageert door verder waarden te onttrekken uit de keten waardoor het probleem zichzelf versterkt.
Men voedt zo de eigen angst door de werkelijkheid erop af te stemmen. Men ontleent eigenbelang, macht en waarde aan een crisis die niemand van de bevolking snapt, om er oplossingen bij te bedenken die niemand begrijpt of iets aan heeft maar die wel via de belastingen worden verrekend met de maatschappij. Eigenlijk is deze crisis dan de grote “antiwaarde”. Het onttrekt altijd waarde door zichzelf als waarde te verkopen, eigenlijk hetzelfde als waardoor de krediet crisis is ontstaan.
Voor de regering is het een argument om geld te onttrekken aan de maatschappij om “het” op te lossen. Men is alleen bezig met de eigen financiering, niet met waarde. Zo kan men voor altijd bezig zijn met niets en er zelfs macht aan ontlenen terwijl men bewust een crisis in stand houdt. Deze nep overheidcrisis, uit angst zichzelf niet te kunnen bedruipen, wordt dan een echte crisis voor mensen die niet meer in hun basisbehoeften kunnen voorzien en voor een onoplosbaar probleem komen te staan. De overheid lost haar crisis niet op en creëert crisis voor anderen.
De antiwaarde wordt machtiger dan de oorspronkelijke waarde waardoor er echte crisissen ontstaat op mens niveau. Geld pompen in de maatschappij is dan niet de oplossing want dat geld heeft nu een angstwaarde door de insteek van een angstgedreven overheid. De mens gaat eerder hamsteren dan waarde creëren.
Echte waarde is productiviteit Een volksvertegenwoordiging zou zich natuurlijk nooit bezig moeten houden met angsten. Crisis bestaat niet op maatschappij niveau. Een maatschappij bestaat uit een stuk grondgebied en een bevolking. Daar moeten we het mee doen. Dat is niet verandert, we hebben zelfs steeds meer bevolking, dus we zijn niets kwijtgeraakt, we hebben erbij gekregen. We hebben daarom eigenlijk een luxe situatie, geen crisis. De vraag aan de volksvertegenwoordiging is dan “hoe gaan we ermee om?”. Met angst of zelfvertrouwen?
De enige maatschappelijke waarde is vooruitgang door doelgerichte productiviteit afgestemd op de omstandigheden van het moment en de duurzame menselijke vooruitgang die iedereen ambieert, ongeacht waar we geboren zijn maar waar we pp dat moment zijn. Veranderen de omstandigheden dan verandert de productiviteit en inzet ook al is de evolutionaire richting gelijk.
Een risico is pas een probleem als het zich voordoet, zoals een ongeluk of een catastrofe (overstroming, oorlog, aardverschuiving) die de productiviteit en zelfvoorziening in de war schopt. Vooruitzien is prima maar op basis van duurzame vooruitgang, niet uit angst om wat niet is gebeurd of wat men kwijt denkt te kunnen raken.
De instelling van productiviteit heeft niets met geld te maken maar met inzet van bewustzijn, kennis, menselijke creativiteit en energie. Dat is de echte waarde, hoe we die ook omzetten in geld. Het wordt uitgedrukt in echt welzijn. Geld kan daarbij gebuikt worden maar hooguit indirect een maatstaf.
Crisis is bewuste antiwaarde. De huidige regering (en voorgaande) is dus niet bezig met het landsbelang, lost niets op en is verwijtbaar dat het vooruitgang blokkeert op alle fronten.
Balans
De huidige maatschappijbalans is ontwricht door het eigenbelang van de overheid in het financieren en in stand houden van een angstcultuur. Na verloop van tijd weet men ook niet beter. Men denkt blind aan “het systeem” en snapt niets meer van beleid. Het zijn robotjes, geen mensen.Velen zijn bang macht kwijt te raken in plaats van de moed op te brengen om autoriteit te gaan benutten.
Oplossing
De oplossing is eenvoudig. We elimineren de crisis door het af te schaffen. Crisis bestaat niet. Angst dus ook niet. Niet in Nederland. We hebben grond, relaties en bevolking. Wat willen we nog meer voor het scheppen van waarden?
Wat wel bestaat is productiviteit en zelfvertrouwen. We hechten geen waarde meer aan angst want dat is antiwaarde. We hechten waarde aan onszelf en wat we willen bereiken binnen de mogelijkheden die een ieder kan aanreiken. Aan die waarde koppelen we het geld niet aan antiwaarde.
Nieuwe waarde (gunsten economie) – voorbeeld
Neem nu als voorbeeld de waarde van elkaar helpen? Als we een kwartier hulp waarderen als “5 euro”. Het wordt pas geactiveerd wanneer die hulp ook daadwerkelijk gegeven wordt en als hulp wordt ervaren. Net als een productverkoop maar nu als gunst overdracht. Het instrument “tijd” plus “menselijkheid” heeft de waarde van 5 euro afgestemd op de eenheid 15 minuten.
Wat de werkelijke toegevoegde waarde wordt bepaald door de ontvangende partij die aan de productiviteit van tijd, talent en inzet echte waarde ontleent. Dat kan van alles zijn als het maar als positief wordt ervaren.
Er is waarde gecreëerd en 5 euro overgedragen. De 5 euro blijft 5 euro. De gecreëerde waarde is toegevoegd aan de maatschappij. Waarom zou een schroef waarde hebben en een gunst niet? Dat is een kwestie van onderlinge afspraken. Als we allemaal elkaar 4 uur per dag helpen zijn dan 16 blokjes van een kwartier a 5 euro per stuk. Dat hoeft niet op straat te zijn, noch in een bedrijf. We helpen onze kinderen, de buren, onze ouders, onze naasten, enz. Dat gaat niet volgens de productiviteit normen van de handelseconomie maar van de gunsteneconomie. De handelseconomie werkt gemiddeld 200 dagen per jaar a 8 uur per dag. De gunsteneconomie werkt 350 dagen per jaar (15 dagen ruimte voor ziekte) en kent geen 9 tot 5 mentaliteit.
Als 70% van de bevolking (iedereen boven de 12 jaar, onder de 12 jaar is vooral ontvangende partij hetgeen een zorgzame moeder of vader ook waardevol maakt) in staat is om dit te doen, zo’n 12 miljoen mensen dus, dan levert dat een potentiële extra economie op van:
4 uur × 4 kwartier × 350 dagen × 5 € × 12 miljoen mensen = 336 miljard euro bruto binnenlands product.
Net zo belangrijk en waardevol is het verdwijnen van een evenredig deel van de angsteconomie. Op dit moment is dat jaarlijks minimaal 120 miljard euro aan zorg en verzorgingskosten plus een evenredig bedrag aan zekerheden die we afkopen via allerlei verzekeringen. Gaandeweg verdwijnen die kosten uit de overheidsbegroting waardoor ook de bijbehorende bureaucratie kan verdwijnen als sneeuw voor de zon. Hierdoor ontstaat er meer ruimte en vrijheid voor vooruitgang.
Reken uit de winst.
De som van de opbrengst in het BNP is 336 miljard aan circulaire economie waar structurele waarden uit ontstaan die te meten zijn in vooruitgang, inclusief de besparing op de angst cultuur. De belasting hiervan gaat niet naar het aanleggen van nieuwe wegen want dat doet de handelseconomie al, maar het faciliteren van sociale cohesie en onderlinge productiviteit in de buurten en wijken.
Het mooiste van alles
Het mooiste van alles is dat dit gewoon latent aanwezig is in Nederland en alleen maar geactiveerd hoeft te worden. Het brengt de handelseconomie niet in gevaar, in tegendeel. Het haalt wel de risico-economie onderuit maar die is gebaseerd op de antiwaarde van angst die we het liefst zo snel mogelijk kwijt zijn, hoe belangrijk lobbyisten en machthebbers ze ook mogen vinden.
Het geld ligt op straat en de waarde van Nederland zit thuis of is met de verkeerde dingen bezig
Het voegt een vorm nationale productiviteit toe aan ons land die niet uitbesteed kan worden aan China of India. De regering en instanties kunnen er autoriteit aan ontlenen met bijbehorende positieve erkenning. Tot slot brengt het stabiliteit dat als voorbeeld kan dienen voor andere delen van de wereld. Het maakt ons minder kwetsbaar voor invloeden vanuit Brussel of economieën buiten ons land en geeft ons individueel meer ongesubsidieerde koopkracht. Iemand die werkloos is in de handelseconomie kan in de gunsteneconomie prima zelfredzaam zijn. Ouders van kinderen zijn zelfredzaam door hun kinderen op gewaardeerde manier op te voeden in plaats van uit te besteden. Grootouders leveren weer een productieve bijdrage van overdracht van kennis, ervaring en levenswijsheid aan de jongere generaties. En ooj zij worden ervoor gewaardeerd zonder dat het ten kosten gaat van het pensioen dat in het industriële tijdperk is opgebouwd.
En zelfs als we allemaal besluiten dat een kwartier geen 5€ waard is maar 10€ is er geen haan die er naar kraait. Hooguit uit de handelseconomie zich dankbaar uit dat er meer geld in roulatie komt voor consumptie.
En dan zouden we misschien eens kunnen kijken hoe die menselijkheid op het milieu kan worden toegepast want ook daarin is de onbalans groot.
Conclusie
Economie is perceptie en afspraken. Crisis is nep en in handen van antiwaarde tenzij in tijden van natuurlijke catastrofe. Die hebben we wel (klimaat verandering, global warming, vervuiling) maar deze is niet zo zichtbaar. Laten we ons eerst op vooruitgang concentreren. Vooruitgang is echt en in handen van onszelf. Waarderen wij in geld angst of zelfvertrouwen? Dat is een zelfbewuste keuze.
Ondertussen laat Nederland honderden miljarden liggen en zit een groot deel van het land met angst thuis of op het werk.
De wereld gezondheid organisatie heeft deze week voor het eerst bekend gemaakt dat luchtverontreiniging kankerverwekkend is. Een belangrijke doorbraak voor verantwoordelijkheid in duurzame menselijke vooruitgang.
We worden weer overspoeld met speelgoedreclame dus zal de Sinterklaastijd wel weer in aantocht zijn. Steeds vroeger in het jaar wordt de goedheiligman verbonden aan de verkoopbelangen van een consumptie gedreven maatschappij. Zijn kerkelijke boodschap als redder van kinderzieltjes uit de moordende hebzucht van een handelaar wordt zo ontkracht.
Het zwarte gezicht van zijn knechten wordt door de vieze schoorsteen veroorzaakt wanneer hij presentjes aflevert voor de kinderen. Maar nu wordt het zwarte gezicht met dezelfde schijnheiligheid verbonden aan slavernij en discriminatie, een oud schaamtegevoel uit onze eigen “gouden eeuw”.
Hebben of gebruiken?
“Papa, dat speelgoed hoef ik het niet te “hebben”, ik wil er gewoon een keer mee spelen”. Datzelfde geldt ook voor mij. Ik hoef die auto niet te hebben, ik heb er alleen af en toe een nodig, soms uit noodzaak, soms om er mee te spelen. Volgens de minister president dien ik echter beter het landsbelang door de auto in eigendom te nemen. Daar heb ikzelf andere opvattingen over als ik naar al die geparkeerde blikken bakken kijk die de straten bevolken. We hebben nog een cultuur van hebben. Die van gebruiken komt eraan.
Het systeem wil dat ik consumeer door aan te schaffen, ik wil gewoon gebruiken en teruggeven.
Mens of systeem?
Mijn dochters groeien op in een wereld waarin we zelf leren kijken naar de werkelijkheid en het interpreteren op basis van ethische aspecten en verantwoordelijkheden die de omgevingscultuur stelselmatig lijkt af te breken. Op school “waar iedereen zichzelf mag zijn” moet men huiswerk inleveren over het verschil tussen allochtonen en autochtonen. Ik was 42 toen ik de woorden moest opzoeken in het woordenboek bij terugkeer naar Nederland. Ik was 27 jaar allochtoon geweest en had het nooit geweten. In Nederland werd mijn gezin bestempeld met discriminerende woorden. De blog van Paul de Blot praat over “legalen en illegalen”, recht en onrecht over de onmenselijkheid van systemen die mensen beoordelen en veroordelen op afkomst.
Burgerparticipatie of verantwoordelijkheid in menselijkheid?
Tijdens een recente “burgerparticipatie” bijeenkomst vertelt de kersverse wethouder dat de burger mag meepraten maar de overheid het laatste woord heeft. Dat is een boeiende opstelling als burgers samenkomen om te praten over verantwoordelijkheid, ethiek of verwijtbaarheid in schending van menselijke en milieuwaarden. Men stelt gemeenschappelijke acties voor om te ondernemen om daarna terug gefloten te worden door de toestemming en beoordelingscriteria.
Een week later zit een andere wethouder aan tafel om samen met de burgerbevolking verantwoordelijkheid te nemen in een sustainocratisch proces over de gezonde stad. Dezelfde wereld, hetzelfde systeem, andere mensen, andere opvattingen en betrokkenheid of keuzes. De een doet het wel, de ander niet. Menselijkheid!
Wat leren wij onze kinderen?
Maar het gaat om verantwoordelijkheid nemen. Wat leren wij onze kinderen? Hoe gaan wij met elkaar om op straat? Welke verantwoording is nodig als je zelfbewust hebt leren bijdragen aan leefbaarheid? Waarom een kostbare bureaucratie van kwartjes om dubbeltjes te beoordelen? Hoe zit dat met verantwoordelijkheid en ethiek?
Het laatste woord heeft niet de wethouder, niet het systeem, niet de overheid noch de bank. Het laatste woord heeft de mens, de natuur en ons ge-weten in maatschappijspel dat we samen spelen. Het laatste woord heeft duurzame menselijke vooruitgang. Morgen is gisteren begonnen om er vandaag verantwoordelijkheid voor te nemen.
Een kind weet dat en dit kind zit in ons allemaal. We hebben niets, ook al bezitten we alles. In het spel van het leven gebruiken we alleen maar en geven alles terug wanneer we klaar zijn. Het laatste woord hebben wij niet want dan zouden onze kinderen niets meer te zeggen hebben. We hebben het laatste woord als we als mens uitgespeeld uitgespeeld zijn. Dan is het te laat.
Tot mijn vermaak typeerde onze Antwerpse relatie Werner van Ginneken de Sustainocraat als “iemand die niet beter is of slimmer dan iemand anders, hij/zij heeft enkel het inzicht verworven dat iedereen gemakkelijk de deur kan nemen waardoor het probleem niet langer bestaat.” Lees hier de bijdrage van Werner
Een Sustainocraat beseft dat hij of zij een levend wezen is die, net als alle andere levende wezens, zich ontwikkelt in de dynamiek van een natuurlijk universum. Wij proberen dit zelfbewust en in levende vrijheid met kennis te doorgronden en ontwikkelen. In de natuurlijke werkelijkheid bestaan de vele “problemen” niet die door mensen onderling worden gecreëerd. Zo bestaat er in de natuur geen geld en ook geen schuld. Wat wel bestaat is de natuurlijke drang naar groei, eventueel via concurrentie, aanpassingsvermogen of symbiose (de kunst van het samenleven). De mens voegt daar een praktische creatieve vorm van lerend zelfbewustzijn aan toe dat heeft geleid tot een breed arsenaal van instrumenten die de mens helpen in de ontwikkeling van haar belangen.
Dit instrumentarium kan voor en tegen de mens zelf gebruikt worden in diezelfde oorspronkelijke natuurlijke drang die ons en onze omgeving kenmerkt. De mens is haar eigen natuurlijke vriend en vijand. Deze vriend en vijandschap houdt ons zo bezig dat wij niet bewust zijn gebleven van onze natuurlijke omgeving .
De Sustainocraat redeneert wél vanuit deze natuurlijke basis en gebruikt het beschikbare en toekomstige instrumentarium (producten, autoriteit, organisatievormen, kennis) voor de ontwikkeling van “duurzame menselijke vooruitgang” dat als volgt is gedefinieerd:
“Samen blijven werken aan een gezonde, vitale, veilige en zelfredzame menselijke maatschappij binnen de context van onze aldoor veranderende natuurlijke omgeving”.
De Sustainocraat aanvaardt per definitie dat “gezondheid, veiligheid, zelfredzaamheid, voedsel en toegepaste kennis”, behoren tot de kernverantwoordelijkheden van elke mens en maatschappij. Dit verbindt ons onlosmakelijk met ons leefmilieu. Deze kerntaken staan op natuurlijke wijze boven politieke, economische en menselijke organisaties, belangen en rechtsvormen.
Elke mens is in essentie Sustainocraat, ook al hebben wij dit op de achtergrond geschoven. Wanneer het weer doordringt tot ons bewustzijn dan gaan we ons er naar gedragen. Dat is alsof er een deur geopend wordt naar een wereld waar die typische menselijke dogma’s niet bestaan. Het is daarna ook prima mogelijk om de menselijke uitdagingen te relativeren en aan te passen aan dienstbaarheid voor die duurzaam vooruitstrevende menselijkheid. Jezelf Sustainocraat noemen is simpelweg een zelfbewuste erkenning van de eigen natuurlijke oorsprong en een commitment om ernaar te leven.
We treffen Sustainocraten aan in elke functie en status van de bevolking. Sustainocraten vormen waardengedreven bijeenkomsten en samenwerkingsvormen, vooral wanneer de basisprincipes geschaad dreigen te worden door verkeerd gebruik van ons instrumentarium. Sustainocraten benutten hun talent, kennis, functie, autoriteit en verantwoordelijkheid in de maatschappij door de basiswaarden te verdedigen en handhaven middels het goede voorbeeld en resultaatgedreven samenwerking.
Sustainocratie in ons bewustzijn is nieuw. Nog nooit heeft de mens zoveel schade aangericht aan haar natuurlijke omgeving (en zichzelf) om er zelfbewust een wetenschap en gedragskeuze op te gaan baseren. Nu wel.
Dan komen we terug op het beeld dat Werner schetste met de muur en de deur. De muur bestaat alleen voor mensen die hun bewustwording nog niet serieus nemen. Zij laten zich beheersen door de muur van pijn en angst die door de mens zelf is gecreëerd. Als je eenmaal Sustainocraat bent dan blijkt de muur niet te bestaan, de deur ook niet, alleen de grote universele werkelijkheid waarin wij allemaal samen bouwen en genieten van de duurzame ontwikkelingen van een positief ingestelde menselijkheid.
Stel dat er ergens een muur staat waar we met z’n allen tegenaan lopen, na het opruimen van de slachtoffers proberen we terug opnieuw met hetzelfde resultaat. Dit blijven we herhalen, onze doelstelling blijft hetzelfde en dat is voorbij die muur geraken. Plots komt er iemand op het idee om een gat in die muur te hakken, hij plaatst er ook een deur in. We proberen opnieuw en het resultaat is exact hetzelfde dan voorheen. Het gat en de deur heeft dus niet geholpen, het idee gaat de prullenmand in en we doen verder zoals voorheen, slachtoffers opruimen en nog eens proberen, slachtoffers opruimen en nog eens proberen … Aan de andere kant van de muur staan een aantal te roepen dat men eerst die deur moet opendoen vooraleer men door de muur kan, ook niet allemaal tegelijkertijd natuurlijk maar één voor één.
De theorie van de deur klopt niet met de waarneming en is derhalve inconsistent, er is ook geen acceptatie van het probleem dat we telkens tegen een muur lopen wat veel slachtoffers maakt. Achter de muur weet men dat de theorie wel klopt maar de muur staat in de weg om dat duidelijk te krijgen, de deur staat nochtans altijd open. Een Sustainocraat staat aan de andere kant van die muur maar wordt niet begrepen, hij/zij wordt zelfs gevraagd om zich aan te passen aan de regels van voor de muur en dat brengt hem/haar in een ongemakkelijke positie, het is immers zijn/haar wereld niet. Een Sustainocraat is niet beter of slimmer dan iemand anders, hij/zij heeft enkel het inzicht verworven dat iedereen makkelijk die deur kan nemen waardoor het probleem niet langer bestaat.
Het valt ons op dat de lantaarnpaal in Nederland een steeds grotere populariteit kent onder onze vrienden van de natuur. Hier ziet u de Aalscholver in Son en Breugel.
Heeft u ook een foto van de groeiende lantaarnpaal bevolking? Plaats het dan als reactie hieronder of stuur uw foto met uw naam en de locatie van de opname naar;
Jp@stadvanmorgen.com
We gaan er een compilatie van maken om een beeld te scheppen van het aanpassingsvermogen van de dieren aan de mens.
In dit artikel wordt gekeken naar het spanningsveld tussen twee parallel lopende werelden, die van de natuurlijke mens en van het functioneren van een modern maatschappij systeem. Dit spanningsveld levert positieve interactie op maar kan ook leiden tot crisis. Op dit moment zijn we in crisis en wordt het spanningsveld groter omdat het systeem en de mens voor hetzelfde probleem tegenstrijdige oplossingen bedenken.
In dit plaatje geef ik twee werelden weer die met elkaar een noodzakelijk spanningsveld beleven, de natuurlijke wereld en de onnatuurlijke wereld.
Het spanningsveld bepaalt vooruitgang of crisis
De “natuurlijke” wereld is die van moleculen, levensvormen, natuurlijke omgeving, evolutie, enz waar ook de mens een biologisch en evolutionair onderdeel van is. De mens functioneert in groepsverband en hanteert daarbinnen allerlei zelfbedachte mechanismen die op zich ook een evolutie en leerproces doormaken. We noemen dit “het systeem” omdat het instrumenten omvat waaraan door de mens bedachte economische en politieke waarden worden gehecht. Dit systeem is “onnatuurlijk” en dient zich af te stemmen op de mens en omgeving met het oog op scheppen van bepaalde harmonieuze rust en zekerheden. Zonder het systeem zou de mens een losgeslagen element zijn op zoek naar eigen individuele zekerheden middels onderlinge concurrentie en een zekere Darwinistische chaos.
Dankzij het systeem ontstaat een cultuur waarin de mens zich ordent volgens eigen opgestelde regels. Het systeem heeft echter de tendens een eigen leven te gaan leiden waardoor de afstand tot de menselijke natuur groeit en een spanningsveld laat zien die uitmondt in crisis. Teveel systeem is dus ook niet goed. Nu zien we dat het systeem zekerheden heeft opgeleverd maar ook lokale en wereldwijde vervuiling, verkeerde infrastructuur keuzes, ramp-scenarios, menselijke vervreemding, migraties, de angst voor de ander, vereenzaming, verstedelijking, individualisering, enz. Het spanningsveld levert dus een constante en boeiende interactie op die wij vooruitgang noemen door de constante stress tussen zekerheden en onzekerheden, menselijkheid en onmenselijkheid.
Vier grote aandachtsvelden
In het leerproces over de omgang met deze twee contrasten zien wij de interactie tussen het DOEN (organiseren, structureren, produceren, systeem) en ZIJN (ethiek verantwoordelijkheden, (natuur)bewustzijn, mens) waardoor er vier grote aandachtsvelden ontstaan: groei (afhankelijkheid cultuur), chaos (crisis ), aanpassing (menselijkheid) en symbiose (evenwicht tussen systeem en menselijkheid).
Natuurlijke evolutie
Het hele verhaal wordt complexer doordat wij vanuit “het systeem” hebben leren denken in termen van uitsluitend geld en economie. Onze maatschappij beperkt haar systeemdenken door in financiering te redeneren vanuit geldgedreven transacties (consumptie). Want daarover wordt belasting geheven waar weer systeemzaken uit worden betaald, en bedrijfswinsten geboekt om vervolgens deze transactie wereld verder te stimuleren. Omdat tegenwoordig de gevolgen van dit economische systeem op de natuur en natuurlijke mens zo groot zijn geworden is de economie van die gevolgen ook enorm stijgend.
De gevolgen economie overtreft de primaire economie
Door de groeiende crisis in de transactie en gevolgen economie is er een enorme stress gekomen in het gehele systeem. Daarboven op komt het economische systeem dat ook nog eens een schuldenlast hanteert op gebruikte materiële middelen. Omdat men van binnenuit het systeem uitsluitend redeneert aan de hand van economische prikkels komt men tot twee problematische maatregelen:
Men wil de transactie economie zo snel mogelijk herstellen en laten groeien
Men wil kosten besparen op de gevolgen economie (zoals de zorg).
In deze enorme systeemstress vergeet men “de mens” en “de natuur” waardoor het spanningsveld tussen beiden werelden alleen maar groter wordt. Een mooi voorbeeld kunt u zien in dit recente interview met wethouder Lenie Scholten van Eindhoven. Zij gaat over het zorgbeleid en zit midden in die economische systeemstress.
Wat we in het filmpje constateren is een beleid dat gebaseerd is op het voor een deel robotiseren van de zorg met het oog op besparingen op arbeidskosten. Voor een stad als Eindhoven is dit misschien geloofwaardig wegens de hightech cultuur van de stad, Brainport en de Technische Universiteit. Ook vanuit de transactie economische gedachten kunnen argumenten deze ontwikkeling onderbouwen, zeker als wij ons baseren op de systeemafhankelijkheid van de mens met bijbehorend economisch groeisysteem in een vergrijzende omgeving.
Daar is niets mis mee, geredeneerd vanuit die denktrant die zich positioneert in het systeemgebied van “groei zonder menselijkheid” van het van doen en zijn. Elke technologisch innovatie met bijbehorende diensten is natuurlijk een “product” dat aangeschaft wordt als transactie en op die manier ook weer via de belastingen bijdraagt aan de overheid economie. Op zich een prima gedachten als je midden in dat “systeem” zit. De kosten worden afgedekt met de middelen uit belasting.
Geredeneerd vanuit de menskant is het anders
Binnen de wereld van biologische werkelijkheden is de mens enorm gebaat bij groepsdynamiek. De kern van menselijke vooruitgang is het gezin en de familie. Het is gebleken dat “elkaar helpen” genoegdoening schept en zingeving verschaft aan grote bevolkingsgroepen die anderszins maar lastig actief zouden zijn op de arbeidsmarkt. “Zorg” was lange tijd een interactie tussen generaties waarin de overdracht van culturele waarden even belangrijk waren als het opvangen van kinderen. Grootouders hadden autoriteit die in de familie respectvolle relaties gaf. Dit is grotendeels verdwenen en ondergebracht in systemen zonder warmte, waarden, respect noch generationele expertise.
Niet alles hoeft geprofessionaliseerd te zijn zoals men dat nu heeft georganiseerd vanuit een puur systeem gedreven economisch oogpunt. De mens is verworden tot een opsomming van gefragmenteerde acties die allemaal ge-economiseerd kunnen worden door er een belastbare tijdbesteding, robot of prijskaartje aan te hangen. Denk aan acties zoals wakker worden (medicijn), opstaan (dienstverlening en controle), persoonlijke hygiëne, aankleden (elk kledingstuk per sok, kous, spelt, enz), gezelschap, entertainment, koffie zetten, licht aan, licht uit, schoonmaken, toilet, en dan het hele proces andersom. Hoe individueler des te groter het economische belang en de macht van de systemen. Integrale afhankelijkheid ontstaat dan van systeembelangen, met erachter ook hele optimaliseer processen, netwerken en bureaucratische programma’s die men moet handhaven en uitbreiden en die niets meer met de mens te maken hebben. Ze gebruiken de natuurlijke mens als object. Dat is de basis van de huidige crisissen.
De individu is doelwit van processen waar elke vorm van zingeving, waarde en menselijkheid uit is verdwenen. Zorgverleners in het huidige systeem die, exclusief reistijd, 7 minuten de tijd krijgen om bij iemand met overgewicht de sokken aan te trekken, worden geconfronteerd met een medemens die gewoon even een praatje wil maken. Als het aan het systeem ligt wordt daar ook weer een praatrobot voor bedacht maar aan de menselijke warmte wordt niet gedacht. De vereenzaming van de ouderen wordt opgevangen door een efficiënt systeem gericht op taken die de noodzaak van menselijke interactie steeds verder op de achtergrond brengen. Recent werd bijvoorbeeld een 60 jarig huwelijksfeest in een gewone flat georganiseerd waarbij alle flatbewoners waren uitgenodigd. Voor enkele ouderen was de drempel van angst voor andere mensen zo groot dat zij een week lang in de zenuwen hadden gezeten over het feest. Daar zijn geen robots voor, die veroorzaken juist het probleem dat onzichtbaar blijft voor het systeem door inherente onmenselijkheid.
Intermenselijke verbanden zijn gebaseerd op gewoonte, behoefte en gelegenheid. Als de behoefte en gelegenheid weggenomen wordt door het als inkoopproduct beschikbaar te stellen verdwijnt de gewoonte en ook de gedragsdynamiek. Men raakt geïrriteerd, intolerant en asociaal naar elkaar. Er ontstaan perverse gedragsstoornissen die door een effectieve “zorg”alleen maar worden aangewakkerd en uitvergroot, hetgeen weer aanleiding is voor wethouders en systeemlobbyisten om meer geld te vragen voor het zorgsysteem.
De persoonlijke lokale werkgelegenheid in productie wordt onderuit gehaald en ondergebracht in productiviteit die ongetwijfeld grotendeels in fabrieken van China en India wordt uitgevoerd. De gecentraliseerde dienstverlening is gebaseerd op statistieken, knopjes, toeters en bellen zonder menselijke interactie terwijl de bevolking gemiddeld steeds ouder wordt en steeds meer als kasplantje wordt behandeld en vereenzaamd.
De huidige economie vertoont al gigantische tekorten wegens de zorgstaat en niemand weet nog hoe men het kan opbrengen. Het gaat er niet om of we de robots wel of niet kunnen betalen. Die vraag stellen we ons ook niet over de stofzuiger, vaatwasser of wasmachine. Het gaat erom in hoeverre de maatschappij de last van onmenselijkheid op psychisch, lichamelijk, spiritueel, sociaal en financieel niveau aan kan zonder aan zichzelf ten onder te gaan?
Spanningsveld
Het contrast is groot als we beide werelden naast elkaar leggen. In de huidige maatschappij ligt er een zekere macht en autoriteit bij de overheden die vanuit de eenzijdige systeembenadering redeneren en de instrumenten van techniek, politiek en economie hanteren. Vaak vraagt men aan de Stad van Morgen waarom wij geen politieke partij vormen? Het bovenstaande geeft aan dat dit onmogelijk is. De natuur en de biologische mens trekt zich niets aan van geld of politiek. Mensen krijgen diabetisch, kanker of hartziekten of een wethouder nu robots bedenkt, geld vrijmaakt of uitsluitend redeneert vanuit gevolgen. De natuur is niet voor de gek te houden en gezondheid, veiligheid of zelfredzaamheid zijn natuurlijke bronnen van productiviteit, interactie en creativiteit die door het systeemgeweld alleen maar worden verziekt en daarna omringt door systemen. Dat levert altijd crisis op en onhoudbaarheid. Vandaar dat wij de kant van de natuurlijke mens kiezen en trachten het spanningsveld te minderen door de interactie aan te gaan met het systeem middels de toepassing van bewustzijn en kennis.
Dat is ook de reden waarom wij coöperaties opzetten waar alle partijen in vertegenwoordigd zijn om vanuit de mens naar het systeem te redeneren in plaats van eenzijdig vanuit het systeem naar de mens. De keuze van de wethouder wordt dan genuanceerd en onder druk gezet door experimenten te voeren die de menselijkheid als uitgangspunt nemen en niet uitsluitend systeeminstrumenten. We vermijden op die manier de confrontatie tussen mens en systeem die onvermijdelijk gebeurt wanneer het te laat is. Een modern maatschappij positioneert zich op de punt van symbiose. Dit betekent ook dat de mens en maatschappij een balans dienen te zoeken tussen natuur en systeem. Dat kan alleen als deze op gelijkwaardige basis met elkaar schakelen en niet hoeven te polderen over menselijk belang ten opzichte van systeembelang. Zowel systeem en mens zoeken dan het hogere menselijke doel van gezondheid en zelfredzaamheid waarbij toegepaste technieken een onderdeel zijn van het instrumentarium maar niet om de mens afhankelijk te maken maar de mens te faciliteren in haar levensgenot. Samen, liefde, gemeenschap, generaties en geven aan elkaar is van evolutionaire belang en kan niet zomaar weggepoetst worden door geldbelang. Het is een menselijke verantwoordelijkheid die we uit gemakzucht wel eens vergeten maar vroeg of laat ons met de neus op de feiten druk. Robots, net als de overheid als instelling, zijn een instrument van de mens voor de mens, en niet andersom. Dan pas heerst er stabiliteit, vooruitgang en harmonie. Dat komt alleen tot stand door de samenwerking in plaats van confrontatie tussen tegenstellingen op zoek naar compromis met menselijkheid als uitgangspunt.
Daarom wordt de bestuurders in de overheid en het bedrijfsleven vanuit hun eigen menselijkheid lid van Sustainocratische samenwerking. Zo kan men het systeemdenken nuancering met menselijkheid en het spanningsveld positief krijgen en houden.
In de levende natuur is transformatie overduidelijk zichtbaar. Als je moet concurreren dan zijn er maar twee mogelijkheden, je wint of je verliest. De verliezer verdwijnt in de vergetelheid, de winnaar overleeft tot een volgende ronde. Wat gebeurt er als concurrentie zo divers is dat het niets meer oplevert omdat het geen winnaars meer heeft, alleen verliezers? Daar kunnen we nog uitgebreid over filosoferen maar wat we altijd zien in levende werkelijkheden (bewustzijn toegevoegd aan materiële en energetische banden) is dat er dan een integrale vernieuwing plaats vindt, door invloeden van buitenaf of een transformatie van binnenuit. Dat is de consequentie van de dynamiek van het leven zelf.
Transformatie Economie
We gebruiken even niet de natuur maar de “economie van het transformeren”. In essentie vertoont een economie veel gelijkenissen met de natuur en geldt deze als bron van inspiratie voor succes, groei, harmonie, concurrentie of evolutionaire verandering. Veel economen hebben niets met vergelijkingen met de natuur omdat men uitsluitend de werkelijkheid aanvaardt van “winst”. Binnen de gefragmenteerde wereld van eenzijdige productiviteit sluit het invloeden van buitenaf grotendeels uit. Men noemt dit “concreet” en “realistisch” maar dat is veel te beperkt als we een enkele verlies en winst rekening plaatsen binnen de context van een veranderende, veel grotere omgeving. Winst en verlies wordt dan vooral een korte termijn meet instrument waarin innovatie als kostenpost wordt meegenomen maar transformatie buiten beschouwing wordt gelaten. Men ervaart het als “abstract”.
Dat geldt voor bedrijven maar ook voor maatschappijen, zeker als deze op een transactie economie zijn gebaseerd waarin de variabelen zijn teruggebracht tot de hoeveelheid en waarde van transacties die omgaan in een gebied. Dan verschilt een maatschappij niet veel van een bedrijf. Een bedrijf kan de strijd verliezen en verdwijnen in een faillissement waardoor er ruimte ontstaat voor groei van de oude vijanden of voor nieuwkomers. Een land of gebied kun je wel economisch failliet verklaren maar het verdwijnt niet zomaar tenzij de zwakte het een prooi maakt voor agressie en inlijving van buitenaf. Dat is redelijk uit de tijd tegenwoordig.
Een land is als een soort begrensd territoriaal ecosysteem dat crisissen beleeft door invloeden van binnen en buiten om er in potentie steeds op een nieuwe manier uit te komen. Er ontstaat op termijn noodgedwongen een transformatie proces, ofwel “een integrale aanpassing aan een nieuwe werkelijkheid”. Vaak gaat de breuk met de conservatieve, diplomatieke gevestigde orde gepaard met een opstand, stakingen of zelfs een oorlog. Dan vindt ook het verval plaats dat de basis schept voor een integraal nieuwe werkelijkheid, helaas pas na veel ellende en verderf.
In de economische cyclus van bijvoorbeeld Kondratiev spreken we dan van een nieuwe opleving door de introductie en toepassing van ingrijpende vernieuwingen die een nieuwe economische cyclus inluiden (van zo’n 54 jaar). Denk aan de bloei van de scheepvaart in de gouden 17e eeuw van Nederland dankzij fundamentele uitvindingen die massale scheepsbouw mogelijk maakten. Of de toepassing ervan in de industriële processen van de textiel die het industriële tijdperk inluidden in Engeland in het begin van de 18e eeuw. De trein, die daarna het logistieke netwerk uitvergrootte, de telefoon voor wereldwijde telecommunicatie, de computersystemen, netwerken en PC die het kennistijdperk inluidden en internet dat de wereld van kennisdeling revolutioneert. Maar ook de watersnoodramp in 1953 die heeft geleid tot de ontwikkeling van wereldwijd erkende expertise op water gebied.
Als we terugkijken in de geschiedenis zien we dat de transformaties allemaal een plek kregen op een moment dat de gevestigde orde een punt van competitieve verzadiging bereikte, groei niet meer mogelijk bleek, de status quo leidde tot verzwakking en recessie of werd verrast door een catastrofe. Was dat niet te voorzien? Soms niet maar in vele gevallen wel. Ontkenning hoort bij de weerstand van conservatieve krachten.
Huidige tijd
Ook nu weer zien we zo’n periode waarin we een grote transformatie tegemoet gaan die wellicht alle voorgaande voorbeelden zal overtreffen. We hebben het voor het eerst over een globaal fenomeen. Wat uiteindelijk doorslaggevend zal zijn om het nieuwe tijdperk open te breken is nog de vraag. De oorzaak kan worden gevonden in het huidige systeem van schulden met gigantische consequenties tot gevolg op gebied van ecologische, menselijke en economische onbalans.
De genoemde lijst van technologische doorbraken suggereert dat ook nu weer de techniek voor de transformatie zal zorgen. Er wordt er dan ook flink geïnvesteerd door overheden in gesubsidieerde vormen van innovatie in de hoop dat men het lontje van de transformatie aansteekt en extra profijt neemt van de transitie.
Zo werkt het echter niet.
De gesubsidieerde innovatievormen missen veelal de pijn en creativiteit die aan integrale vernieuwing ten grondslag ligt. Een innovatieve olifant zal ook nooit een aap bedenken. De olifant zal meestal een andere olifant bedenken. Dat is voor de transformatie economie echter niet voldoende. Een transformatie stelt juist de oude werkelijkheid ter discussie door de oude werkelijkheid te confronteren met geheel nieuwe inzichten en oplossingen. De gevestigde orde zal dan ook nooit de transformatie bedenken hooguit leren faciliteren uit zelfbewustzijn.
De genoemde complexe onbalans (mens, milieu en economie) suggereert echter een veel ingrijpender proces dan puur technologisch. De vele rampen die de mens raken overal ter wereld geven onze kwetsbaarheid weer. Er staat veel meer op het spel waar we tegelijkertijd aandacht aan moeten besteden en dat heeft niets te maken met het instand houden van het verleden. We dienen urgent omgaan met onze toekomst. Tot op heden lukt dat onvoldoende.
Nokia als voorbeeld oude technologie transformatie
In het bedrijfsleven kennen we allemaal het bedrijf Nokia. Ooit begon Nokia als fabrikant van rubber laarzen om daarna te transformeren naar een elektronica gigant. Toen de concurrentie te groot werd probeerde het eerst samen te werken maar dat lukte niet. Het besloot uiteindelijk wederom te transformeren met een nieuwe kijk op mobiele telefonie en werd wereldwijd marktleider. Deze positie staat na 20 jaar weer ter discussie. De vraag is of Nokia in staat is om haar transformatieve kunsten nogmaals uit te voeren of dit keer ten onder gaat in het concurrentie geweld? Toch heeft Nokia geschiedenis geschreven door te laten zien dat “het kan”. Er zijn nog meer voorbeelden, maar dat zijn, net als Nokia, vooral uitzonderingen die de regel bevestigen. Als het bedrijfsleven het moeilijk vindt bedenk u moeilijk het is in een maatschappelijke democratie! ?
Nieuwe complexiteit
Van alle economische technieken blijkt transformatie de allermoeilijkste. Het combineert noodzaak met visie, leiderschap en gelegenheid. Toch vormt transformatie de enige werkelijke basis van vooruitgang. Zonder transformatie zou elke economie zich verzadigen, nooit vernieuwen en uiteindelijk een dood sterven. Dat zien we nu een beetje gebeuren door de constante kapitaal injecties die oude economieën moeten behouden terwijl we zien dat het helemaal niets oplevert. Het enige wat men doet is de noodzakelijke transformatie in de weg blijven staan.
Transformeren vormt dus een wezenlijk onderdeel van het economische leven. Een moderne zichzelf respecterende maatschappij neemt het dan ook enorm serieus. De grote vraag is altijd “wanneer activeert het zich?”. En wanneer “breekt het door om de werkelijkheid te veranderen?”. In dit plaatje toon ik een formule dat kan helpen, los van de vraag waar en hoe de transformatie moet plaatsvinden.
< 1 = crisis, > 1 = succes
Kan het begrip “transformatie” standaard gaan behoren tot de economische werkelijkheid? Niet als kansloterij in een sinusgolf van Kondratiev, maar als wezenlijk zelfbewust instrument binnen de werkelijkheid van een vooruitstrevende maatschappij? Tot op heden niet omdat men de cyclus aanvaardde als feit niet als eenzijdige werkelijkheid.
Sustainocratie
Met de introductie van Sustainocratie kunnen we nu voor het volmondig met “ja” antwoorden. Maar dat wil nog niet zeggen dat het meteen met alle egaars wordt ontvangen. Als gezegd is de economische werkelijkheid nog steeds gebaseerd op de eenzijdigheid van winst op basis van groei en neemt “verandering” alleen ter harte als het de oude werkelijkheid in stand houdt. De gevestigde orde heeft voor twee dingen angst: chaos en verandering. Door de introductie van Sustainocratie wordt chaos vermeden en wordt de gevestigde orde deelgenoot van de verandering door het te faciliteren, niet te sturen of manipuleren. Dat stukje kost nog even moeite ook zijn machthebbers door de dreiging van chaos steeds meer bereid om experimenteel mee te doen.
De economische werkelijkheid toont de klassieke cyclus van de menselijke complexiteit. Als we economie en menselijkheid naast elkaar leggen dan zijn de prikkels voor transformatie ruim van te voren te herkennen. Omdat de traditionele economie draait rond tastbare materialistische instrumenten (transactie, product, dienst, winst, verlies) introduceert Sustainocratie de transformatie economie dat draait om een aantal wezenlijke maar voor de materialist “abstracte” menselijke zaken. Deze zijn:
Gezondheid
Veiligheid
Zelfredzaamheid
Kennis
Voeding (inclusief water)
Als we deze zaken projecteren op de succes formule dan zien wij de negatieve ontwikkeling ervan binnen het kernwoord “gevolgen”. Rondom de gevolgen is ook een economie ontstaan die groei vertoont maar zich voedt door de huidige primaire economie van consumeren. Wij trachten die gevolgen te compenseren middels externe sociale zekerheden zoals een uitstekende gezondheid zorg, groeiende politie aandacht, enz. Maar deze gevolgen overtreffen op termijn de groei en tonen dit al geruime tijd eerder in de macro economische ontwikkelingen. De gevolgen hebben altijd te maken met de mens en haar natuurlijke omgeving. We kunnen daarin ook de klimaatverandering, stijgende zeeniveaus en opwarming van de Aarde onder scharen maar ook de cultuurmigraties verstedelijking en groeiende afhankelijkheid van onhoudbare systemen.
De schreeuw is daarom voor Transformatie. Omdat we dit voor het eerst in onze economische en maatschappelijke beleving horen en weten te interpreteren trachten we ook het een plekje te geven. Om dat te laten gebeuren dienen er twee dingen tegelijk te gebeuren:
Blokkerende zekerheden dienen stapsgewijs opgeheven te worden
De maatschappij dient zich open te gaan stellen voor transformaties en deze gaan faciliteren
Ad 1. Het wegnemen van blokkerende zekerheden gaat niet alleen om de huidige kostenbesparende praktijken van het weghalen van steunmiddelen aan kwetsbare groepen. Het juist vooral om het wegnemen van de steunpilaren waaraan oude hierarchieën hun zekerheid ontlenen en hen uitdagen de transformatie zelf aan te gaan door de pijn die is ontstaan. We moeten aanvaarden dat dit economische slachtoffers oplevert die ooit behoorden tot de trotse diversiteit van het verleden. Het gaat dan zeker niet om het bezuinigen maar om het veroorzaken van een zichzelf opschonende nieuwe werkelijkheid. Dat wat sterk is om te blijven blijft dat wat niet sterk genoeg is verdwijnt of wordt opgegeten door een sterkere.
Dat geldt ook voor de sociale zekerheden. Mensen in de bloei van hun leven dienen dat te benutten voor de toepassing van creativiteit als ze daar de tijd en ruimte voor krijgen. Er ontstaat een cultuur rond verandering waarin de vernieuwing zich manifesteert. Door deze vernieuwing te koppelen aan veranderbewuste pilaren van de maatschappij (overheid, onderwijs, ondernemerschap en omgeving) kan er ruimte ontstaan om de innovaties uit te vergroten tot een nieuwe werkelijkheid.
Ad 2. Open stellen voor transformatieve vernieuwing gebeurt alleen als je er midden in zit en betrokken raakt vanuit eigen belang. Dat valt niet te sturen maar wel te faciliteren. Daarom kan een Triple Helix boeiende olifantachtige vernieuwingen bedenken maar zonder de betrokkenheid van de bevolking nooit tot de transformaties komen. De mens moet in een transformatie een kernrol spelen en dat gebeurt binnen Sustainocratie. In Sustainocratie wordt vanuit de menselijkheid naar de structuren gekeken, niet vanuit de structuren naar de mens. Deelnemende organisaties worden op bestuurlijk niveau gevraagd als mens aanwezig te zijn en dan pas hun bestuurlijke talenten en autoriteit in te zetten. De daadwerkelijke innovaties komen echter van buiten maar dienen de verbindende ruimte te krijgen om te groeien. Ook daarin faciliteert Sustainocratie omdat het onbevooroordeeld insluit en nooit uitsluit. Nieuwe initiatieven worden op basis van gelijkwaardigheid gehoord en getoetst aan het hoger menselijke doel waar men voor staat.
Andere economievormen
Er zijn ook andere economievormen die niet gebaseerd zijn op de beperking van materialisme, transacties en speculatieve handel in tekorten. Denk bijvoorbeeld aan de economie die zich baseert op de creatieve daadkracht van de mens en waardengedreven gunpatronen naar anderen. Ondanks het feit dat deze economievormen misschien meer moderne ruimte tot groei bieden dan de oude industriële basis, zal ook deze uiteindelijk weer tegen een plafond aanlopen. Dat is prima want dan ontstaat ook weer de transformatieve basis voor vernieuwing volgens de omgevingsfactoren van dat concrete tijdperk. Van belang is dat dan al de transformatie, transformatie economie en misschien ook geheel nieuwe vormen van Sustainocratie zijn gaan behoren tot de nieuwe werkelijkheid en geen problemen meer opleveren, niet voor de mens, niet voor onze omgeving en ook niet voor de economie.
1% transformeren is 100% groeisucces maar ook 200% van de moeilijkheid
STIR Academy is een initiatief van de Stad van Morgen om samen de transformatie van het onderwijs aan te gaan. Onderaan het artikel kunt u zich aanmelden voor meer informatie
Ruim 25 jaar aftakeling in het onderwijs
Nu de economische crisis haar sporen achter laat in de maatschappij en zich dieper wortelt zien we het spanningsveld tussen de koudheid van het systeem en de warmtebehoefte van de medemens alleen maar groeien. Ook hebben wij het onderwijs zich de laatste 25-30 jaar zien ontwikkelen naar systeemstructuren rondom vooral emotieloze cognitieve vaardigheden, ontdaan van elke vorm van menselijkheid en menselijke omgangsvormen, alsof het gaat om het programmeren van robotjes.
In dit plaatje tonen we het groeiende onnatuurlijke spanningsveld tussen de mens en het systeem:
Het spanningsveld tussen mens en systeem wordt steeds groter maar daartussenin zitten onze kinderen.
Leerkrachten raken in de stress
Uitval, gestreste leerkrachten, stafblaadjes, kruisjes, gedragsstempeltjes, groeiende bureaucratie, inspecties, cijfercultuur, enz drijven de zelfbewuste, gepassioneerde leerkrachten tegen de muren omhoog. Systeem georiënteerde figuren maken van de school een strafkamp. De afstand tussen de mensgedreven professionals en de geldafhankelijke besturen wordt zichtbaar.
De kinderen en jeugd hebben een leerplicht maar de school heeft een onderwijsplicht. Maar wat is “onderwijs”? Door de uitval gaan steeds meer scholen over op geautomatiseerde computersystemen om toch aan hun uren te voldoen. Of men laat de jeugd “zelfstudie” verrichten. Vanuit de verantwoordelijkheid van menselijkheid en de intensiteit van het leerproces op basis van verwerking van emoties, lichamelijke ontwikkeling, spiritualiteit (de essenties van het leven die elk systeem overstijgen) als ook de vaardigheden in bewustwording, is dit onaanvaardbaar.
Leerkrachten worden niet afgerekend op hun menselijkheid maar op de toepassing van een onmenselijk systeem. Zelfs bestuurders willen het anders maar zien vaak amper een uitweg. Er is niet meer geld voor het onderwijs maar met geld los je gebrek aan menselijkheid niet op. Daar is iets anders voor nodig.
Ouders én kinderen worden mondig
De klachten en weerstand hopen zich op. Scholen en leerkrachten worden zelfs bedreigd, ouderavonden lopen in het honderd, gesprekken tussen medewerkers en ouders lopen uit op hoog oplopende ruzies, kinderen snappen het niet. De jeugd gaat verplicht naar school maar leert meer op straat waar ook het onrecht wordt uitgespeeld tussen de leeftijden. Jongeren verlangen naar het einde van hun schooltijd en ouders ook. Want dan begint het échte leven pas met alle sociaal, emotionele en intellectuele achterstand die onze jeugd gaandeweg heeft opgelopen, met alle consequenties van dien. Het onderwijs wordt nu geacht als een kostbare onmenselijke verplichting dat men liever kwijt is dan rijk. Dit is niet eens een verspilling van middelen maar dat van de maatschappelijke waarden die ons bestaansrecht geven als gemeenschap.
We staan vaak onze jongeren verplicht af aan een opleidingssysteem waar wij geen vertrouwen aan hechten. Dat moet anders!
Er zijn natuurlijk uitzonderingen, zoals overal en met alles in het land, maar die bevestigen helaas de stelling in plaats van haar ter discussie te stellen. Alleen de scholen die aan het overheidsinfuus hangen en naar de pijpen dansen van “het systeem” overleven en dat zijn juist de omgevingen waar we onze jeugd het liefst niet willen hebben. Alternatieven zijn ofwel te kostbaar, te ver weg of op een andere manier onbereikbaar. Ook samenwerkende ouders, nieuwetijdse schooltjes, nieuwe modellen, die binnen het onderwijs alternatieven, steun en visie aanbieden, krijgen hun financiering niet rond of wordt de toegang tot het systeem ontzegd.
Transformatie
Zo kan het niet langer. De afstand tussen dat wat wij willen voor onze kinderen en de aangeboden werkelijkheid is te groot geworden. Het gaat om de toekomstige generaties die zo opgroeien in de onmenselijkheid en zich radeloos afvragen waar zij met hun emoties naar toe moeten? De een kiest drugs of alcohol, de ander springt voor de trein, soms zoekt men de criminaliteit of raakt te vroeg zwanger op zoek naar menselijke warmte. De dure, stempelgedreven zorg en strafcultuur maakt het alleen maar erger.
Het gaat niet om een vingertje opsteken en klagen. Het gaat om het verbinden van de mens en het leersysteem met de menselijke werkelijkheid in de opvoeding, opleiding en begeleiding van onze jeugd. Elke mens is “een held” en leert het hele leven om te gaan met de zoektocht naar het geheim van duurzame welzijn en vooruitgang. Dit gebeurt door geprikkelde interactie met de omgeving en reflectie over de eigen resultaten. We moeten als mens weer het menszijn gaan waarborgen in onze omgeving en systemen, te beginnen met het onderwijs!
Ons kind is een held op levensreis
Sustainocratie wil geen nieuw schoolsysteem introduceren maar het hele schoolbeleid aanpakken en helpen transformeren naar iets waar we trots op willen zijn, niet enkele kinderen en ouders, maar allemaal. We hebben geen extra geld nodig maar de bereidheid van “het systeem” zelf om los te laten en lid te worden van “toegepaste kennis en menselijkheid” als doelgericht samenwerkingsverband tussen de mens als burger, overheid, onderwijs, wetenschap en bedrijfsleven, rond duurzame menselijkheid.
We doen de transformatie niet alleen maar allemaal samen. We maken de kloof (het spanningsveld) tussen de warme mens en koude cultuur weer kleiner en beheersbaar. Wij nemen de verbindende verantwoordelijkheid op ons en nodigen uit tot de “transformatie”. We hebben er geen moeite mee om dit de komende 10 jaar te doen als experiment, bijvoorbeeld in Noord Brabant.