De economische waarde van een gezonde stad

Wat is een gezonde stad?
Een gezonde stad is een complexe, verzamelde menselijke leefomgeving waarin men harmonieus vooruitstrevend omgaat met elkaar en de natuurlijke omgeving. In een gezonde stad leven gezonde en actieve mensen. De gezondheid van de stad en die van de mens levert een wederkerigheid op die uit te drukken is in economische waarden.

Er zijn drie soorten economische waarden:

  1. Speculatief: dat is de economische waarde die ontstaat wanneer er een tekort heerst en dit de prijs van een gewenst artikel, product of dienst omhoog drijft.
  2. Spiritueel: (niet te verwarren met “religieus”) dit is de waarde van de omgang met elkaar en de natuurlijke omgeving ten behoeve van zorgzaamheid, zelf en samen redzaamheid, co-creatie en verbondenheid. Het geeft ook betekenis aan “de bezieling” van de gemeenschap waaraan vitaliteit, productiviteit en waarden gedreven ondernemerschap aan wordt ontleend.
  3. Creatief: dat is het vermogen om nieuwe waarden te scheppen die voorheen nog niet bestonden.

Een gezonde stad waakt er voor dat de focus van economische waarden niet op 1 (speculatief) komt te liggen maar juist op 2 (spiritueel) en 3 (creatief). De meeste steden en landen zitten in een transitie fase omdat de economische verhoudingen lange tijd juist op speculatief niveau lagen waardoor de culturen onmenselijk werden met enorme consequenties voor de omgeving, de inwoners én de economie. Het “voordeel” van die historische ontwikkeling is dat we nu inzicht hebben gekregen in de harmonieuze en niet harmonieuze context en de dramatische gevolgen als we de verkeerde weg kiezen. Het nadeel is dat het inzicht er niet veel toe doet als de macht die aan de misstanden  en speculaties wordt ontleend niet opgeheven wordt. De genoemde transitie is derhalve transformatief en gaat gepaard met veel menselijk én institutioneel leed maar ook passie en gedrevenheid om het spanningsveld te overbruggen. Men is echter alleen bereid dit aan te gaan als men ertoe gedwongen wordt (crisis) of als er precedenten zijn die zo overtuigend zijn dat andere gebieden ze gaan overnemen (goede voorbeeld). Stad van Morgen tracht in Eindhoven zulke precedenten zichtbaar te maken.

De economische waarde van productiviteit
Als we de bezieling ter harte nemen van een bevolking om samen vorm te geven aan hun eigen belangen en behoeften, door samenwerking, dan ontstaat een circulaire economie met een zelfregulerend vermogen. De waarde wordt dan afgestemd op de invulling van de behoeften en leefbaarheid. Dat wat men zelf produceert hoeft men niet te kopen. Het schept een graad van onafhankelijkheid van speculanten doordat men zorg draagt voor de eigen overvloed, afgestemd op de eigen werkelijkheid. Uiteindelijk draait het in economie niet om de hoeveelheid geld maar om de circulatie ervan in waarde creatie processen. Geld is een katalysator, geen doel op zich. De hoeveelheid productiviteit en de echte waarden die daaruit ontstaat is de werkelijke economie.

Talent x Inzet x Waarde creatie = Wederkerigheid (waarden consumptie)

De relatie tussen eigen productiviteit en eigen consumptie is van belang om de spirituele en creatieve inzet en het talent te prikkelen. In een stad die oorspronkelijk opgezet is vanuit speculatief handelsbelang is dit erg moeilijk maar niet onmogelijk. In plaats van te concurreren tussen de steden of de eigen bevolking uit te melken voor industriële of handelsbelangen kan men op zoek gaan naar de nieuwe verhoudingen waaraan gemeenschappelijke waarden kunnen worden ontleend. Alles wat de stadsbevolking zelf produceert hoeft ook de stad niet in te kopen, noch schulden voor te ontwikkelen die via de belastingen weer over de bevolking wordt uitgesmeerd. Meerwaarde kan dan worden gezocht in de eigenheid van de stad die tot een harmonieuze band kan leiden van toegevoegde waarde met andere steden of gebieden. Deze toegevoegde waarde zit m in de verschillen tussen de steden en gebieden, niet de overeenkomsten.

De kracht van eigenheid
Uitgaande van het feit dat elke gezonde stad primair zich focust op zelfredzaamheid met integrale betrokkenheid van de lokale bevolking is 70% – 90% van de economie circulair en lokaal. Die bezieling is noodzakelijk om niet in de sfeer van speculatieve belangen terecht te komen van mensen of organisaties buiten het eigen beïnvloedingsgebied. De kracht van deze eigenheid, die ook te vinden is in waarde gedreven bedrijven, zit dan in resultaat gedreven cohesie en samenhang. In die sterkte vindt ook de creativiteit plaats die tot innovatie en vooruitgang leidt. De innovatie is dan gericht op de eigenwaarde. Omdat elke stad demografisch, historisch en cultureel anders is ontstaat er ook authentieke waarde creatie die inspirerend of uitwisselbaar blijkt met andere gebieden. Dit levert de overige 30% – 10% van de economie op. Deze zorgt er tevens voor dat eigen tekorten aangevuld worden door eigen meerwaarde uit te wisselen met die van andere gebieden.

De waarden gedreven economie heeft geen schulden
Als we naar de oude speculatieve werkelijkheid kijken in gebieden dan zien we dat de rijkdom zich niet collectief vergaart maar daar waar de macht van speculatie zich concentreert. De rest van de bevolking ontwikkelt een noodgedwongen schuld waar ook weer speculatie en macht op wordt uitgeoefend. Dit levert altijd crisissen op zoals historisch aan te tonen is.

De spirituele en creatieve werkelijkheid werkt zonder schulden omdat het volledig geënt is op het creëren van waarden die men vervolgens voor eigen gebruik consumeert.

Gezonde mensen zijn niet kostbaar
Naast de productiviteit van gezonde mensen, waarbij gezondheid niet alleen lichamelijk gemeten wordt maar vooral ook in termen van mentaliteit, bezieling, gedrevenheid en empathie, zijn gezonde mensen geen kostenpost. Door de mentaliteit van waarde creatie heft men onderlinge zorgen op zonder het te economiseren of economisch met ziekte en leed te speculeren. In een gezonde stad is de beste zekerheid de gemeenschapszin in plaats van een zorginstantie en verzekeringsbedrijf. Dit plaatje van het vooruitschuiven van verantwoordelijkheden is in een gezonde stad met gezonde, productieve mensen niet denkbaar. Aangezien dit wél het geval is in de meeste steden van de wereld zien we een tendens ontstaan om “gezondheid” als basis beleid op te nemen in plaats van “zorg” mede uit economisch belang.

Conclusie
Een gezonde stad is op de korte en lange termijn van enorme economische waarde door de optimale samenhang die wordt bewaakt door zelf en samen redzaamheid te stimuleren en faciliteren, en speculatie te ontmoedigen en voorkomen. Een netwerk van gezonde steden zal uiteindelijk veel van de kritieke knelpunten van de huidige economische wereld oplossen en de leefbaarheid herstellen die nu zwaar is aangetast in de meeste gebieden. Voorwaarde voor de gezonde stad ontwikkeling in een transitie is dat de oude machtscultuur rond speculatieve belangen ophoudt te bestaan en vervangen wordt door waarden gedreven, lokale en eventuele interlokale co-creatie. Dat loslaat proces is misschien het lastigste van alles omdat macht zich niet gemakkelijk vrijwillig laat ontzetten. Tegelijkertijd moet de bevolking weer leren voor zichzelf op te komen in positieve productiviteit. Daarom gaat dit proces geleidelijk en nooit in een keer omdat dat laatste een enorme chaos zou opleveren die erger is dan de oude, vervuilde speculatieve werkelijkheid.

14. Ethiek in 3 fasen

Deze blogserie van 20 over de grote omslag wordt u aangeboden door Jean-Paul Close, grondlegger van Sustainocratie en oprichter van o.a. de Stad van Morgen. De serie brengt de complexe transitie in beeld waar de mensheid in verwikkeld is geraakt en ons de komende decennia ingrijpend bezig zal houden.

Blog 14: Ethiek

Wikipedia: Ethiek (Grieks: èthos, gewoonte of zedelijke handeling) of moraalwetenschap is een tak van de filosofie die zich bezighoudt met de kritische bezinning over het juiste handelen.

Vandaag stond in de krant een artikel over de verkiezingsstrijd in de Amerikaanse staat Maine onder de kop “banen zijn toch belangrijker dan het milieu?”. De transitie die de staat meemaakt gaat over het historische belang van de fabrieken ten opzichten van het moderne belang van de leefbaarheid. De hele discussie geeft een maatschappelijke ontwikkeling weer die valt onder het hoofdstuk “ethiek” ofwel de evolutie van de morele opvattingen over de mens, natuur en samenleven.

Gisteren kwam mij de “luchtzuiverende woontoren” uit China onder ogen, een vergelijkbaar begrip als de luchtzuiverende intensieve veehouderij in Brabant of het feit dat men in een auto schonere lucht ademt door luchtfilters dan buiten de auto in de benzinedampen van hetzelfde voertuig.

200 jaar geleden trok niemand zich wat aan van het milieu. De wereld was zo groot dat de natuur de vernietigende kracht van een miljard mensen nog wist te verdoezelen. De mens was vooral bezig met zichzelf, de onderdrukking en de onderlinge conflicten. Het begrip “mensenrechten” bestond nog niet waarbij het uitbaten van mensen weelderig tierde door de kastenverhoudingen die waren ontstaan. De verstedelijking en industrialisering zorgde voor zoveel vervuiling dat  het arbeidersbestand stierf aan allerlei ziektes. Er is zelfs een tijd geweest dat de gemiddelde leeftijd daalde tot 30 jaar! Net als nu in gettos van grote steden. Dat was aanleiding in Nederland om de eerste grondwet op te stellen waarin ook rekening werd gehouden met de consequenties van handelen op de mens en de noodzaak om met elkaar zaken af te stemmen die uit gingen van een zeker harmonie tussen menselijke en economische belangen door o.a. hygiene en vervuiling te reguleren. Deze grondwet was vooral gericht op het in leven houden van volwassen arbeiders, niet nog vanuit een moreel standpunt.

Nog steeds treffen we gebieden aan waar de mens volledig ondergeschikt is aan het nietsontziende wanbeleid van de macht. De vuilste steden bevinden zich in het verre en midden oosten onder de rook van ongereguleerde industriële processen. Het is niet moeilijk in te zien dat deze zelfde gebieden een politiek klimaat hebben van geldgedreven onderdrukking en gebrek aan respect voor het leven, laat staan voor de mens. Het debat over ethiek gaat dus ver terug en lijkt, met de huidige situatie van klimaatverandering, opwarming van de Aarde, energietransitie, armoede en catastrofes te leiden tot een wereldwijde transitie. Daarin zien we 3 fasen die we al in historische context kunnen plaatsen:

Fase 1:  Totale apathie, ontkenning of gebrek aan onbewustzijn. Dit zijn de gebieden waarin milieu en mens ondergeschikt zijn aan machtsbelangen en er geen enkel beleid gericht is op balans of leefbaarheid.

Fase 2: Reactieve benadering
De evolutionaire stap die onder andere Nederland 200 jaar geleden maakte door volksgezondheid en leefbaarheid op te nemen in de grondwet is een voorbeeld van de ontwikkeling die gaande is. De reactieve benadering is bewust van vervuiling en consequenties maar tracht deze op te lossen middels maatregelen. Zo zien we dat onze onbalans met de natuur heeft geleid tot een enorme toename aan kankergevallen. De reactieve benadering heeft geleid tot een explosieve groei van de farmaceutische industrie die medicijnen ontwikkelde om kanker te bestrijden. Binnen deze categorie valt ook het luchtzuiverende bouwwerk van China of het beleid rond uitstoot van intensieve veehouderij. Er wordt niet nagedacht over de oorzaak maar het oplossen van de consequenties. Zo is een duale economie ontstaan die enerzijds de consumptiepatronen stimuleert en anderzijds oplossingen introduceert rond de consequenties van consumptir.

De reactieve aanpak schuift verantwoordelijkheden voor zich uit en de consequenties stapelen zich uiteindelijk op zodat er een situatie van crisis ontstaat. Deze uit zich niet alleen in economische onbalans maar vooral ook in menselijk leed. Overgewicht, diabetes, gedragsstoornissen, enz zijn allemaal consequenties van een combinatie van reactief maatschappelijk bewustzijn en een levenstijl die hebzucht verward met welzijn.

Problemen vooruitschuiven levert crisissituaties op
Problemen vooruitschuiven levert crisissituaties op

Fase 3: proactieve verantwoordelijkheid
In deze fase geraakt men wanneer beseft wordt dat reageren op consequenties de problemen niet weg neemt maar opstapelt tot een exponentieel probleem. Dan zien we dat ineens het besef omslaat en we geen pleisters meer maken voor de wonden maar de oorzaak opzoeken en tot de slotsom komen dat de basiswaarden voor de mens uiteindelijk de kern vormen van een stabiele maatschappelijke organisatie. Leefbaarheid in relatie tot gezondheid zorgt voor productiviteit, sociale cohesie en maatschappelijke balans. Arbeid wordt in relatie gebracht tot wederkerigheid op gebied van welzijn in plaats van industriële activiteiten en geld. Het debat over “banen versus milieu” in Maine is dan irrelevant als we de zaak omdraaien en ons afvragen “wat moeten we doen voor ons welzijn in Maine?” De maatschappij ziet zichzelf, de leefbaarheid en het welzijn als een co-creatie in plaats van een remedie.

Waar staan we in de evolutie?
We zien dat het bewustzijn de route van de globalisering van industrialisering volgt. In de meeste landen, zoals India en China of Brazilië, waar de industriële processen terecht zijn gekomen, werd allereerst de fase van ontkenning of apathie gehanteerd. De industrie, handel en macht was belangrijker dan de mens. Veel westerse landen waren al geruime tijd in fase 2 aangeland, de reactieve manier om economische ontwikkelingen te stimuleren en via verzekeringen, belastingen en regulering de consequenties aan te pakken. Deze reactieve fase bereikt nu ook de landen als China en Brazilië, en ook de steden die de consequenties van de vervuiling meer voelen dan het platteland. Voor de westerse landen betekende dit een economisch tijdperk rond kennis ontwikkeling en export van regels, maatregelen en consequentie gedreven technologieën. Terwijl de primaire consumptie economie een boost doormaakte in de globalisering naar het Verre Oosten werd de secondaire economie van zorg en belastingen de drijfveer van de landen waar de industrieën waren verdwenen en de consumptie als economische maatstaf was geïntroduceerd. In Nederland betekende dit een maatschappij die in toenemende mate afhankelijke werd van belastingdruk om kosten te dekken. Tussen 2001 en 2014 is die druk nagenoeg verdrievoudigd (90 Miljard naar 280 miljard Euro). Dit vooruitschuiven van de problemen, samen met de grote gevolgen die zich wereldwijd opstapelen door de combinatie van apathie en consequentie gedreven beleid zou een belastingdruk in 2025 opleveren van 560 Miljard Euro). De kosten-tsunami die ik in bovenstaande tekening heb weergegeven staat voor onze neus.

Maar daar gaat het niet om. Waar het om gaat is dat we gaan beseffen dat de enorme problematiek niet op te lossen is met geld. Zelfs de speculatieve vastgoedbubbel die de kosten moest dekken van de vergrijzing blijkt de onbalans alleen maar te vergroten doordat de ethiek rond de mens is verdwenen en de maatschappij verwikkeld is geraakt in een piramidesysteem van schuldeisers in plaats van waardecreatie. De chaos dwingt tot bewustwording waardoor de derde evolutionaire fase zich aandient.

Sustainocratie

Fase 3 is in ontwikkeling met precedenten zoals AiREAS, een multidisciplinaire samenwerkingsvorm die de gezondheid van de mens centraal stelt en niet het dweilen van vuil met de open kraan. De aanpak in AiREAS vertegenwoordigt een omgekeerde wereld waardoor er zoveel innovatieve krachten ontstaan in de gemeenschappen dat er voor de komende decennia voldoende arbeid is voor iedereen om de vernieuwing en opschoning vorm te geven. De kaders van  de proactieve benadering van Sustainocratie tonen aan dat de reactieve benadering een gigantische transitie door moet maken. De consumptie en consequentie economie transformeert naar de holistische economie van waardecreatie en duurzame menselijke vooruitgang. Dat gaat gepaard met een geheel nieuw waardesysteem, nieuwe onderlinge verhoudingen tussen kernfiguren van de maatschappij en de herdefinitie van het rechtssysteem, de grondwet en de nieuwetijdse ethische onderbouwing van onze samenleving.

Nu nog zijn het kleine parels van cocreatie die vanuit AiREAS en FRE2SH hun experimentele weg vinden in het opzetten van de nieuwe evolutionaire werkelijkheid. We leven nog in de maatschappelijke context van fase 2 maar de transitie naar fase 3 is gaande. Als deze fase eenmaal integraal wordt gedragen in Nederland en Europa dan verschuift het spanningsveld van de gehele wereld. Gaandeweg zullen ook de andere gebieden overstappen op fase 2 en ten slotte fase 3. De transitie van fase 1 naar 2 is nog volop gaande, ook in Europese steden en regios. In 2012 zat ik nog bij een schouderophalende directie milieu van de stad Madrid en nu, 2 jaar later heeft de burgerbevolking de autovrije stad geëist en bestuurlijk support afgedwongen. Het gaat ineens snel. De blokkades van weleer heffen zich op en de ethische discussie krijgt diepgang dat het loslaat proces van fase 2 naar 3 vorm geeft. Daarin lopen organisaties als AiREAS voorop en tonen aan voor de rest van de wereld dat “het ook anders kan”. Het is een logische stap in de evolutie van de mens en zal een stapsgewijs proces doormaken dat wellicht in een enkele tientallen jaren is beslecht.

Van ontkenning naar aanvaarding in 200 jaar
Van ontkenning naar aanvaarding in 200 jaar

Het is ook niet meer dan normaal dat in o.a. de Nederland de basis wordt gelegd voor deze omschakeling. Als we dat met meer gedrevenheid doen dan hebben we een boeiende taak om de golfbeweging van verandering die ontstaat in de wereld te begeleiden met onze eigen innovatieve krachten. Dit heb ik de Transformatie Economie genoemd, een economie die Nederland zich eigen kan maken door Sustainocratie te ontheffen van experiment en te integreren met het landbeleid.

De 3 fasen van de menselijke evolutie. De transitie tussen fase 2 en 3 is nu gaande
De 3 fasen van de menselijke evolutie. De transitie tussen fase 2 en 3 is nu gaande

 

Jean-Paul Close

 

 

Verslag avondcollege 16 april – alternatieve waardesystemen

Wat is waarde?

Op de vraag van “wat is eigenlijk waarde?” kwam een grote diversiteit aan antwoorden. Jean-Paul legde de link met de evolutie van het leven op Aarde. De allereerst waarde is natuurlijk “het leven” zelf dat door de unieke omstandigheden op onze planeet tot stand is gekomen door de harmonieuze verbintenissen tussen moleculen. Die harmonieuze, energetische verbanden zijn ook de eerste materiële dragers van de waarde van het leven. Dit zien we ook in de onderlinge relaties tussen onszelf, binnen in ons lichaam met miljarden minuscule wezens, met onze relaties onderling en met onze natuurlijke omgeving.

Jean-Paul vraagt "wat is waarde"?
Jean-Paul vraagt “wat is waarde”?

Vanuit dat perspectief toont hij de vier gebieden die elk uit gaan van eigen waardesystemen: groei (hebzucht), concurrentie (chaos, overleven), bewustwording (leiderschap, verandering) en nieuwe harmonie (gemeenschap, samenleving, cohesie). Binnen de context van harmonie gelden andere waarden dan in groei of concurrentie. Wanneer wij samen een maatschappij vormen dan zoeken wij harmonieuze waarden binnen die gemeenschap. Waarom zouden we anders een stabiele, gebied gebonden groep vormen? De waarden die een stabiele gemeenschap waarborgen zijn volgens de Sustainocratische leer: voeding (incl drinkwater), gezondheid, veiligheid (incl. huisvesting, respect), zelfbewustzijn en zelfredzaamheid (als groep door de inzet van de individuen).

Als we naar onze huidige maatschappij kijken kunnen we ons afvragen of we wel maatschappij zijn? De onderlinge relatie tussen burgers, instanties en de omgeving is op basis van geld uitgedrukt in Euros, een groei-economie en vele concurrerende consequenties die haaks staan op de duurzame principes van harmonie. We kunnen dus stellen dat wij geen harmonieuze samenleving hebben, meer een gebaseerd op groei (hebzucht) en concurrentie. Hierdoor ontstaan crisissen die te maken hebben met “points of singularity”, ofwel de onhoudbaarheid van exponentiële groei. Het natuurlijke resultaat is dat het systeem instort. Dat kan de vernietiging van het systeem tot gevolg hebben of het fractaal opdelen van het systeem in kleinere eenheden. Dat laatste gebeurt dan weer in het veld van chaos door de onderlinge concurrentie tussen de kleinere, eenzijdig op geld gebaseerde eenheden. Dit is een normaal, natuurlijk proces dat alleen doorbroken kan worden door een nieuwe fase van bewustwording (verandering en aanpassing) en differentiatie op weg naar harmonieuze verhoudingen.

De grote vraag is in deze maatschappij van vandaag hoe wij van een euro-afhankelijke hebzucht maatschappij van onzekerheden kunnen transformeren naar een waarden-gedreven harmonie maatschappij van zekerheden?

Waar we staan, waar we naartoe willen maar NIET via collectieve chaos
Waar we staan, waar we naartoe willen, maar NIET via collectieve chaos

Loes van Zuijlen

Loes van Zuijlen
Loes van Zuijlen

Website Loes: http://www.verantwoordanders.nl/

Loes is van huis uit maatschappelijk werkster maar heeft besloten zich te gaan oriënteren op de nieuwe maatschappelijke verhoudingen die nodig zijn om weer een fase van harmonie te brengen. Haar werkgebied is Tilburg waar zij met allerlei waardesystemen heeft geëxperimenteerd. Zij heeft kennis van de ruilhandel, LET’s, enz maar heeft steeds gemerkt dat de nieuwe systemen maar een versnipperde of eenzijdige vorm van ontwikkeling doormaakten. Dat werd veroorzaakt door de menselijkheid van de betrokken partijen. Voor materiële zaken zoals ruilen van voedsel of technische middelen is de waardebepaling redelijk te beheersen maar bij immateriële zaken, zoals zorg is dat veel lastiger. Het onderlinge contact, de vertrouwensbasis en kwaliteit zijn ook maatstaven die aandacht behoeven en niet in de sfeer van vrijblijvendheid dienen te hangen. Zij presenteert een, voor haarzelf revolutionair systeem op basis van punten en spreekt de intentie uit om dit in Tilburg uit te rollen. Daarbij komt ze, net als iedereen, dezelfde beren op de weg tegen. Ze heeft haar hoop gevestigd op Europese steun en vraagt aan Jean-Paul waarom bepaalde Eindhovense zaken niet ook in Tilburg gedaan worden? Het antwoord is eenvoudig. Alle pioniersinitiatieven zijn mensenwerk en nog geen systeem. Het is erg netwerk intensief om dit van de grond te krijgen. Wij (Stad van Morgen) hebben wel een netwerk in Tilburg maar nog geen mensen die zich volgens de Sustainocratische kaders verbinden en lokaal uit willen dragen. Ook in Eindhoven hebben we heel veel tijd nodig gehad om de lokale waardeprocessen te bewijzen en te borgen.

In het college zitten mensen met ervaring op gebied van alternatieve waardesystemen
In het college zitten mensen met ervaring op gebied van alternatieve waardesystemen

Naar aanleiding van de presentatie van Loes kwam de interactie op gang met de ervaringsdeskundigen die vanuit de zaal hun eigen ervaringen deelden. Zo kwam men al snel de conclusie dat waardesystemen gebaseerd dienen te zijn op onderling vertrouwen. Dit kan vooral zich ontwikkelen als de participanten elkaar kennen. De lokale context is daarom belangrijk als ook de diversiteit van de ruilmogelijkheden. Zodra materiële zaken zich mengen met menselijke dan komen er meer dingen bij kijken dan alleen de beschikbaarheid van vraag en aanbod via een website.

Vertrouwen is pas de 4e laag in de waardekolom

De discussie over menselijk talent en vertrouwen was aanleiding voor Jean-Paul om twee kernzaken ter inspiratie mee te geven aan de aanwezigen:

1. De waardekolom in de context van harmonieuze relaties (in tegenstelling tot hebzucht en concurrerende relaties)

  • Basis – Talent (“Ik Ben” = de som van de ethische, empathische normen en waarden waarmee iemand zich verbindt met de groep)
  • Veiligheid (het onderlinge respect waarmee men met elkaar omgaat)
  • Gelijkwaardigheid (niemand is meer of minder. Men schakelt op basis van menselijk waarden en hogere doelen)
  • Vertrouwen (zonder empathie, veiligheid of gelijkwaardigheid is vertrouwen NIET mogelijk)
  • Samenwerking (resultaat, waarde of hoger doel gedreven)

2. De waardeformule

Talent x Inzet x Hoger Doel = Meerwaarde x Wederkerigheid

Als voorbeeld wordt AiREAS Eindhoven genoemd waarin het hogere doel “gezonde stad vanuit luchtkwaliteit” is en de meerwaarde wordt bepaald door de multidisciplinaire stappen die de leden zetten. Bovenstaande waardecreatieproces wordt er integraal in toegepast. De Euro speelt erin amper een rol, hooguit als investeringsmiddel. Hieronder de recente verslagen van de AiREAS bijeenkomsten die altijd publiekelijk bekend worden gemaakt (vertrouwen)

Zo ook de AiREAS munt die als “zijn”munt gericht wordt op gedragsverandering in plaats van materialisme.

De colleges worden bezocht door mensen die zich ook inzetten voor de veranderingen in de maatschappij
De colleges worden bezocht door mensen die zich ook inzetten voor de veranderingen in de maatschappij

Volgend college: 6 mei 2014

Het volgende college gaat weer over bewustwording.

De consument is de klos

De basis van de consumenten economie is dat de consument consumeert. Degenen die deze consumptie mogelijk maken beveiligen hun economische belangen optimaal door consumptie in contracten vast te leggen. Wanneer het de consument economisch minder gaat (hetgeen steeds vaker gebeurd) dan is men de klos. Een greep uit berichten van instanties wanneer een consumptie contract wordt verbroken:

* Mobiele telefoon: Wij brengen u de 7 resterende maanden in rekening.
* Koophuis: Als hoofdelijk aansprakelijke bent u verantwoordelijk voor het negatieve saldo en de restschuld van de verplichte verkoop.
* Huurhuis: U heeft een contract waarin u zich verplicht per maand te betalen. Als u per 3 maanden betaalt volgt uit huis plaatsing omdat u niet aan uw contractverplichtingen voldoet.
* Onterechte terugvordering bijstand: Er volgt geen tussenkomst van de rechter. U kunt bezwaar maken dat door de overheid zelf wordt beoordeeld. De overheid heeft daarna het recht via de deurwaarder rechtstreeks beslag te leggen op uw bezittingen.
* Achterstallige betalingen: U bent incasso en rentekosten verschuldigd als ook eventuele gerechtelijke kosten.
* Verzekering: uw zorgtoeslag betalen wij rechtstreeks aan de zorgverzekeraar en u betaalt verplicht een verhoogde premie van 40%.
* Energierekening: Bij betalingsachterstand schakelen wij meteen gemeentelijke schuldhulpverlening in en maken geen rechtstreekse afspraken.
* Vervuiling: De vervuiler betaalt en dat is de consument via belastingen en eigen gezondheid. Het beleid verplicht tot vervuiling om de maatregelen via belastingen te kunnen bekostiging.
* Solidariteit: De wet van solidariteit bepaalt dat alle Nederlanders evenredig meebetalen aan de zorglasten. Deze worden echter door semioverheid omhoog gedreven waardoor men in 10 jaar 5x zoveel betaalt zonder alternatieve keuzemogelijkheden noch ondernemende vrijheid ervoor.

Basis van menselijk bestaan
De contracten gaan vooral over huisvesting, energie, verzekeringen en communicatie. De belastingen komen daar ook bij. Het gaat om de basiszekerheden van de mens die zo in de macht van geldgedreven contracten terecht zijn gekomen met evenredige manipulaties van de belangenpartijen die zo juridisch gesteund worden. Moreel is het debat niet mogelijk want “regels zijn regels” en “u heeft toch een contract getekend?”.

Zo is een persoon of gezin die in financiële problemen komt te verkeren al snel tussen 20% en 40% duurder uit dan de meer welgestelde burgers. De contracten gaan over de basiselementen van een menswaardig bestaan die ook veelal een grondwettelijke kern hebben. Men kan niet anders dan zich ondergeschikt maken aan de contracten door gebrek aan alternatieven. De grondwet wordt zo ondergeschikt gemaakt aan economische belangen van bedrijven, overheden en semioverheid, terwijl de grondwet oorspronkelijk voor integrale menselijkheid was opgesteld.

Juridisch heeft de consument geen kans want een contract is een bindende overeenkomst. Wetten ook, hoe verwerpelijk ook, omdat zij zogenaamd democratisch tot stand zijn gekomen. Maar dat is niet zo. De burger stemt voor zekerheden maar het bestuur regeert vanuit geldbelang en afhankelijkheid waar men zekerheden aan ontleent die niet meer voor iedereen toegankelijk zijn. De overeenkomsten en verschillen tussen economie en menselijkheid zijn niet eenvoudig te onderscheiden maar het spanningsveld is overduidelijk aanwezig tussen materiële belangen en schade aan menselijkheid.

Maatschappelijk zijn de kansen voor verandering beperkt omdat de geldgedreven belangenlobby, die over de contracten gaat, machtig is in een bestuur dat zich afhankelijk heeft gemaakt van dezelfde geldbelangen via de organisatie van de belastingen en de uitgaven aan gevolgenbestrijding.

Groeiend spanningsveld
Het probleem wordt steeds groter omdat de beide kanten van het spanningsveld zich voeden met de tegenstrijdigheid. Het geldbelang scherpt de contracten en bureaucratie aan terwijl men economisch onder druk staat. Het menselijke belang staat steeds meer op de tocht door de onmenselijkheid van de zuigkracht van de contracten en wetten waardoor steeds meer mensen in de problemen komen. Aan die problemen ontleent het geldsysteem en de bureaucratie weer macht waardoor het ene het andere voedt.

Maatschappelijke onrust en onrecht bouwt zich op. De mens voelt zich machteloos. Het geldsysteem valt om en verweert zich met onmenselijke maatregelen.

Niet constitutioneel
We maken hooguit een veranderkans als we de contracten en wetontwikkeling zelf (als mens) op morele gronden onconstitutioneel zouden verklaren, in strijd met de grondwet. We kunnen ook, daar waar mogelijk, zelfredzaamheid betrachten zodat contacten geen grip meer hebben op ons. Maar die mogelijkheden zijn beperkt.

De transformatie kan vrijwillig of noodgedwongen

Wat kunnen we doen als we ons verenigen? We kunnen eisen van menselijkheid gaan stellen aan het bestuur. We kunnen zelf initiatieven ontplooien. Dat is wat de Stad van Morgen doet.

Met terugwerkende kracht kan misschien juridisch actie worden ondernomen met betrekking tot koophuizen waarbij hypotheken door banken, met steun van de overheid, onder valse voorwendselen zijn verstrekt.

Bij huurhuizen mag een woningbouwcorporatie geen beperkingen opleggen als mensen een evenredige bijdrage kunnen leveren in natura of termijnen.

Overheid mag geen wetten opleggen die eenzijdig materialisme in de hand werken en menselijkheid onconstitutioneel maken.

De solidariteitwet moet op de schop om ruimte te bieden aan nieuwe zorg en zelfredzaamheid alternatieven.

Consumptie contracten mogen geen diensten in rekening brengen die niet zijn geconsumeerd, zeker niet bij contractbreuk onder force majeur.

Leegstand dient beschikbaar te komen voor opvang van mensen en gezinnen die tijd nodig hebben voor bezinning en heroriëntatie van hun eigenwaarde en maatschappelijke bijdragen.

Zelfontplooiingsmogelijkheden dienen geschapen te worden in vrijheid, zonder beperkende blokkades, om tot maatschappelijke vernieuwing te leiden, vooral in tijden van spanning tussen materiële en menselijke belangen. Zelfredzaamheid is een recht dat door de economische afhankelijkheideis wordt ontnomen.

Ook de staat moet zich juridisch en maatschappelijk verantwoorden voor menselijkheid in plaats van alleen democratie (in tijden van materiële hebzucht komt armoede noch menselijkheid democratisch in beeld) of financieel. Dat betekent dat de controle instanties over de overheid (bijv. De ombudsman) juridische instrumenten moet krijgen om impasses of onbalans te doorbreken.

Hier zal de Stad van Morgen zich hard voor maken de komende tijd, gebruik makend van de STIR lus en de bereidheid van instanties om een nieuwe verantwoordelijkheidbalans te creëren tussen consumptie, productiviteit, verantwoordelijkheid en duurzame menselijkheid.

Verslag 19 Februari – avondcollege

1e Avondcollege “doen”:  “Ons voedsel is niet vanzelfsprekend”

Om te beginnen keken we gezamenlijk naar deze documentaire van Rebecca Hosking over “de boerderij van morgen” dat ons toont dat onze voedselvoorziening van vandaag snel niet meer mogelijk zal zijn. Dat komt door de manier waarop we ons afhankelijk hebben gemaakt van olie.

Tijdens de reflectiesessie na de pauze werd de vraag gesteld “wat doen we ermee?” Deze vraag bleek lastig te plaatsen voor de aanwezigen dus werd het anders gesteld.
image

“Als de situatie van vandaag A is, en B de situatie in de toekomst waarin er geen olie meer is, wat zal er gaan veranderen?”

Om de vraag verder te kunnen brengen binnen de belevingswereld van de deelnemers werd een onderscheid gemaakt tussen de vier kerngebieden van samenwerking in Sustainocratie: de overheid vanuit een gebiedsverantwoordelijkheid, ondernemerschap vanuit product en diensten creatie, onderwijs in het leveren van kennis en burgers door gedragsverandering.

De groepsconclusie was al snel gevormd dat de documentaire geen onzin verkocht en we inderdaad richting de B situatie zouden gaan. Dan zouden we veel meer zelf doen op gebied van productiviteit. Er zou ook veel meer samengewerkt moeten worden binnen kortere afstanden.

image

Al snel begon men terug te redeneren vanuit B naar A en wat er zoal zou verdwijnen dat we vandaag als normaal beschouwen. Auto’s bijvoorbeeld en de bekende vormen van mobiliteit. Ongetwijfeld zouden we technologische ontwikkelingen meemaken die zaken zouden vervangen maar luxe als de computer, telefoon, beveiliging en controle systemen, enz zouden verdwijnen en plaats maken voor interactie met veel minder controle. De energie alternatieven zouden belangrijkere doelen dienen.

De vraag werd gesteld wat we vandaag al zouden kunnen doen met dit bewustzijn? Wat doen we zelf?

* Experimenteren met eigen groenten verbouwen
* Nu al andere vormen van mobiliteit kiezen
* Energie besparen
* Bloggen, met anderen erover praten
* Meedoen, helpen met Permanent Beta dagen zoals 22/23 Maart
* Dingen bedenken die spelenderwijs anderen ook op het bewustzijnspad brengen
* enz

Uitgebreid werd stilgestaan bij de rol van het onderwijs, het creatief ondernemen vanuit onderscheidend vermogen en het blokkerende belang van de overheid door conservatieve geldbelangen. De overheid is wellicht hierdoor de laatste om overstag te gaan. De traditionele inkomsten van de huidige overheid zullen transformeren, net als de waarde ontwikkeling van de lokale munt waarin veel meer local content zal worden gevonden.

Ook werd duidelijk dat dit alles niet zonder pijn van het loslaten en chaos kan gaan omdat de oude werkelijkheid van geld en afhankelijkheid de vernieuwing op gebied van zelfredzaamheid en onafhankelijk in de weg staat door tegenstrijdigheden in de belangen. Die worden alleen formeel overbrugt door chaos en crisis.

Daarom werd ook duidelijk dat burger “ongehoorzaamheid” de enige weg blijkt om vooruit te gaan met de vraag aan de overheid om te faciliteren tegen haar ogenschijnlijke eigenbelang in. Op gemeentelijk niveau kan dat lukken maar hoe hoger naar Den Haag des te lastiger dit wordt. Toch kan het niet anders. Voorbeelden van andere landen werden aangehaald om te kijken hoe zij ermee omgaan of wat zij voor hun kiezen krijgen. Taiwan bijvoorbeeld als eiland met 23 Miljoen mensen. Duitsland, die de schaamte van de oorlogen niet te boven is en daardoor misschien eerder duurzame veranderingen doorvoert dan Nederland. Engeland via het filmpje van Hosking. De hongersnood van Ierland (ook een eiland) in 1850.

Tot slot werd Permament Beta aangehaald als het antwoord van de Stad van Morgen op de getoonde problematiek. Ben en Marja waren aanwezig om dit te bekrachtigen, als ook het positieve effect van hun werk.
image

Door dingen tastbaar te maken voor anderen creëert men verbinding dat uiteindelijk uitmondt in steun en vooruitgang. Dat tonen Marja en Ben met hun resultaten die door zijn gedrongen tot de hogere bestuurlijke en ambtelijke niveaus. Het goede voorbeeld zonder toestemming vooraf doet meer dan al die congressen bij elkaar.

Allen zijn uitgenodigd om te helpen, zich te laten inspireren en daarna de lat hoger te leggen in het eigen gebied. Bij het afscheid kwamen we tot de conclusie dat alle deelnemers, met uitzondering van iemand uit Boxtel, op de fiets naar het college waren gekomen.

Het begin is er. B bestaat al en wordt langzaam groter.

Volgende colleges:
* “zijn” ontwikkeling: 1 april – het bewustzijn van de jongeren, met Jason Clarke
* “doe” avondcollege: 19 maart – onze suikerverslaving, met Eva van Zeeland (Miss Natural)

Twijfelachtig recht en onrecht van investeerders

Soms vragen we ons af waarom onze eigen overheid moedwillig menselijkheid of verduurzamingsbelangen in de weg staat? Dit boeiende artikel over investeringsverdragen geeft een beeld van de macht die investeringsbedrijven hebben door economische belangen contractueel veilig te stellen die achteraf strijdig zijn met het milieu en menselijk belang, of zelfs het lokale economische en politieke. Het kost de overheden miljarden om er onder uit te komen. Onstabiele ontwikkelingslanden waren logische voorlopers van de verdragen maar de verduurzamingsontwikkeling in Westerse landen confronteert de overheden met aansprakelijkheid uit onverwachte en ongewenste hoek.

http://www.ftm.nl/exclusive/de-wondere-wereld-van-investeringsverdragen/

De wereld van economische belangen is tot stand gekomen tijdens een lange periode waarin milieu en menselijke belangen ondergeschikt waren. Investeerders willen hun belangen veilig stellen door voorwaarden te bepalen voor het geval men niet de ruimte krijgt of behoudt om hun plannen waar te blijven maken. Dat is voor de betrokken partijen wederzijds interessant omdat de investeringen een win-win situatie opleveren. Daar is niets mis mee.

Het gaat fout wanneer bewustzijn zich ontwikkelt over de consequenties van de investeringen op de bevolking, de lokale natuur, de productiviteit, economie, enz. Wanneer men de zaak wil terugdraaien wordt aanspraak gemaakt op het verdrag. In de moderne opvatting over van milieu en menselijkheid ethiek zijn bepaalde organisaties aantoonbaar verantwoordelijk voor grote misstanden in de wereld. Als er recht zou zijn bepaald op basis van deze ethiek en verantwoordelijkheden dan zouden deze  organisaties te boek gaan als crimineel en strafbaar. Aangezien ons milieubewustzijn pas later is gegroeid dan ons economische belang zijn de verdragen van deze organisaties nog steeds “bonafide” volgens internationale omgangsnormen. Het komt dan voor dat deze organisaties hun winst opeisen als zij worden beknot op hun activiteiten.

Het artikel verwijst naar de tabaks-, mijn- en energie industrie maar soortgelijke onderlinge verplichtingen zijn ook nationaal van kracht op vele andere gebieden. Denk bijvoorbeeld aan de hypotheekrelatie tussen banken en overheden rond de huizenmarkt. Velen vragen zich af waarom de overheid niet ingrijpt namens de bevolking en het schuld of renteprobleem aanpakt? De banken hebben zich ingedekt waardoor de winst die zij zouden verliezen door de overheid opgehoest zou moeten worden door afspraken over garantiefondsen. Dat kan alleen over de rug van de belastingbetaler. Het politieke belang is zodanig dat men de voorkeur geeft aan een transitie van jaren waarin onderhandelingen de boventoon voeren. Crisis helpt de overheid in de hand om bepaalde hervormingseisen te kunnen stellen die op termijn een nieuwe People, Planet, Profit harmonie oplevert. Maar ondertussen is herziening van oude afspraken een kostbare klus waarvan de oorsprong en gevolgen volgens moderne opvattingen moeilijk te verkopen blijkt aan een gemeenschap.

Stad van Morgen

Ook de Stad van Morgen wordt geconfronteerd met blokkerende situaties die door de positionering van Sustainocratische programma’s aan het licht komen. Die situaties zijn niet verwijtbaar aan instanties omdat zij pas ontstaan als er verandering wordt voorgesteld volgens nieuwe bewustzijnsnormen. Volgens de oude normen was de situatie volstrekt logisch. Denk bijvoorbeeld aan de verantwoordelijkheid die wij als onafhankelijke mens (niet burger) nemen op gebied van duurzame milieu en menselijkheid en aan de overheid vragen mee te doen. In feite stellen wij nieuwe ethische verantwoordelijkheden aan ons burgerschap waarbij zowel de mens als het systeem tot nieuwe inzichten komt en daardoor ook tot nieuwe verhoudingen en afspraken. Deze zijn dan nog niet juridisch onderbouwd of treffen zelfs juridische tegenstrijdigheden aan. Ook economisch en politiek zijn de veranderingen strijdig met regerende structuren. De transformatie is daarom complex, onverkoopbaar en vaak alleen inzichtelijk voor mensen met een open of ingewijde status. Dat maakt het ook voor hen enorm moeilijk.

Als voorbeeld noemen wij ons programma voor de gezonde stad middels luchtkwaliteit verbetering (AiREAS – www.aireas.com). Wij nodigen de regionale overheid uit om mede verantwoordelijkheid te nemen door deelname aan een waardengedreven coöperatie. Deze zelfde overheid is ook investeerder met belastinggeld in de aanpak. Daar zit dan “het probleem”.

In de huidige maatschappelijke organisatie kan de overheid bepaalde zaken subsidiëren die haar eigen belang dienen. Men toetst voorstellen op basis van haar belangen, stelt middelen beschikbaar en controleert de uitvoering. Men besteedt dus uit aan een organisatie. In Sustainocratie werken we echter met gemeenschappelijke verantwoordelijkheid, beseffend dat bepaalde zaken niet uit te besteden zijn. We vragen de overheid dus om onze eigen publieke middelen in te brengen in de relatie en zelf de gebiedsverantwoordelijkheid te blijven dragen. De overheid mag dan niet controleren waar zij zelf mede verantwoordelijkheid in draagt. Dat stuit op juridische bezwaren uit de oude, gefragmenteerde maatschappelijke taakverdelingen en bureaucratie.

Sustainocratie gaat uit van een vijftal universele kernverantwoordelijkheden die economische en politieke belangen overstijgen. De bepaling van deze verantwoordelijkheden heeft een historische onderbouwing met vele duizenden jaren bewijsvoering. Toch zijn ze nog nooit doorgedrongen tot het formele recht en onrecht omdat deze zich altijd ondergeschikt hebben ontwikkeld aan de politieke en economische belangen. De tendens is om die verhoudingen aan te passen en op wereldniveau nieuwe ethische bepalingen de duurzame ontwikkeling van de mensheid te laten bepalen. De misstanden die de verdragen en oude regelgeving vertonen binnen het nieuwe bewustzijn zijn voldoende aanleiding om daar de komende jaren doorslaggevende vooruitgang in te boeken. De vraag is of dat mogelijk is binnen de oudetijdse context en belangenverhoudingen of dat we vanuit menselijkheid verantwoordelijkheid dienen te nemen en op die manier de katalysator vormen voor onze organisaties om de vernieuwing te omarmen door deze eerst naast zich te aanvaarden en gaandeweg over te nemen.

De eerste stappen zijn gezet, maar soms is het allemaal veel moeilijker dan men op eerste gezicht via de publieke opinie kan waarnemen. Door de 5 kernverantwoordelijkheden van Sustainocratie als stip op de horizon te plaatsen ontrafeld zich de problematiek vanzelf. Nu zitten we echter nog in de fase van aanvaarding van de 5 kernverantwoordelijkheden als leidinggevend waar economische, politieke en straks ook juridische belangen ondergeschikt aan gemaakt worden en zichzelf opschonen van oudetijdse onbalans.

Jean-Paul Close (Sustainocraat)

Overheid, crisis, bewustzijn en sustainocratie

We hebben als overheid zoveel te doen en er is zo weinig geld“.

Dat is de noodkreet die we te horen krijg uit overheidskringen als we aanspraak trachten te maken op kleine bedragen voor het voeden van Sustainocratische processen.

Er is veel geld maar het wordt aan de verkeerde dingen uitgegeven“, is het tegengeluid dat we eveneens horen.

Waar zit de logica in die tegenstrijdigheden als we beredeneren dat de belastingdruk over de bevolking in 13 jaar tijd bijna is verdrievoudigd?

Waar komt dit contrast in visies en beleid vandaan? Wat verwachten we eigenlijk van de overheid, en wat niet? Waar zit het probleem? Hoe lossen we (wie?) het op?

De overheid
We zijn het er allemaal wel over eens dat wij niet zonder “overheid” kunnen. De maatschappij zou uitmonden in een chaos van allerlei tegenstrijdigheden. Er is gaandeweg een instituut ontstaan dat verantwoordelijkheden draagt in een afgebakend gebied. Wat voor betekenis geven wij aan die overheid verantwoordelijkheden?

Een democratische systeem biedt soelaas om tot een grote gemene deler te komen in de keuzes van de massa, met een oppositie die het beleid steeds toetst op houdbaarheid. Dat is een prachtig ideaal maar in de huidige praktijk gaat dat fout. Er ontstaan zelfs crisissen! Waarom?

Collectief bewustzijn en democratie
Wanneer we naar het recente avondcollege van Dabrowski teruggrijpen dan zien we dat het gros van de bevolking op niveau 1 (1e integratie) van het bewustzijn verkeert. Men beredeneert de werkelijkheid vanuit een onbewust overlevingsmechanisme, het pure ongenuanceerde eigenbelang. De democratische maatschappijvorm geeft stemrecht aan iedereen. In de gelaagdheid van bewustzijn regeert dus het minst bewuste. Vanuit dit bewustzijn stemt men op zekerheden waar men zich daarna zelf niet meer druk over hoeft te maken.

Hoe meer zekerheden men op dit bewustzijnsniveau aangeboden krijgt hoe loyaler men zich opstelt ten opzichte van het systeem. Het systeem op haar beurt ontleent macht (de overheid is de baas) aan deze afhankelijkheid.

Daarop is een parlementaire democratie gebaseerd.

Maar alle aangeboden externe zekerheden moeten opgebracht worden. Hoe? Dat maakt op dit bewustzijnsniveau niet uit. “Belofte maakt schuld” is de simpele redenering van stemgerechtigden en laat de keuzes over aan de gekozen.

In onze moderne maatschappij worden alle zekerheden uitgedrukt in geld en diensten. In die combinatie van beperkt collectief bewustzijn, geldafhankelijkheid en verworven zekerheden zit de kern van het terugkerende probleem:

  • welke zekerheden biedt de overheid in een democratisch proces om support voor zichzelf te winnen in een wereld waarin eigenbeland onbewust domineert?
  • wat kan de overheid waarmaken met de middelen die het aan de maatschappij kan onttrekken?
  • waar komen die middelen vandaan?
  • wat gebeurt er als die middelen minderen in plaats van meerderen?

In dit introductiefilmpje van Kassa zien we al een opeenstapeling van consequenties door manipulatie op niveau 1 van bewustzijn. Zijn wij zo dom? Is de manipulatie zo slim?

Geen van beiden. Het heeft niets met intelligentie te maken maar met (gebrek aan) bewustzijn in een functionerende, georganiseerde menselijke werkelijkheid waar niemand vraagtekens bij zet, totdat het te laat is en ons bewustzijn bereikt.

Tekortkomingen van de democratie
De standaard democratische samenlevingsvorm toont twee standaard tekortkomingen:

  1. In tijden van crisis staat het verandering in de weg. “Crisis” is een metafoor voor “een onhoudbare situatie van zekerheden die weg dreigen te vallen”. De politieke macht is afhankelijk van haar historische beloftes van zekerheden en tracht die in stand te houden uit eigenbelang. Het weghalen ervan ondermijnt de electorale basis en bestaande macht. Niemand stemt op minder, wel op meer, zeker als dit wordt uitgedrukt in geld.
  2. Het model is gebaseerd op de grote gemene deler in lokaal menselijk bewust en onbewust eigenbelang. Verandering wordt nooit door meerderheden gedragen, zeker niet als het gaat om aanpassong van een luxe levensstijl, alleen door zelfbewuste minderheden.

In een democratie lijkt het dus niet te gaan om wat een natuurlijke overheidstaak zou zijn maar “wat men politiek kan verkopen aan haar onbewuste stemgerechtigde burgers om daarna macht uit te oefenen?”. De menselijke natuur doet de rest zowel in het stemgedrag rond zekerheden als de bijbehorende manipulatie om macht. In dat spanningsveld is amper ruimte voor de grote verantwoordelijkheden van deze tijd. Die zijn niet democratisch verkoopbaar zonder consequenties voor de oude zekerheden of de machtsposities.

200 jaar opbouw van explosieve nieuwe werkelijkheden
Het democratische overheidsmodel is ontstaan in de periode 1798 – 1814 (eerste Nederlandse grondwet) met aanscherping in 1848 (Thorbecke) en 1970 (marktwerking). Destijds (1814) was er een wereldbevolking van 1 miljard (nu 7 miljard!). De maatschappij bestond uit agrarische processen met een groeiend spanningsveld door de industriële, geldgedreven activiteiten en bijbehorende verstedelijking. Medio 20e eeuw werd de voornamelijk industriële economie (productiviteit via industrieel ondernemen en arbeid) getransformeerd naar de lokale consumptie economie (logistiek, retail en koopkracht) van producten. Geld werd stuurmiddel waar zekerheden aan werden ontleend. Later kwam daar ook de lokale gevolgen-economie bij (diensten en zorg). De gevolgen-economie legde druk via de belastingen op de consumptie waardoor in de jaren 70 de marktwerking in werd gesteld. Zo konden banken vrij gaan speculeren. Zorgsystemen moesten zich leaner gaan manifesteren en semi-overheid werd sterk gebureaucratiseerd. De speculatieve waardevermeerdering en inflatie werd belast wegens de stijgende maatschappelijke kosten. Op die manier ontstond een gigantische economische luchtballon, vooral door de stijgende huizenmarkt dat als maatschappelijk vermogen werd gerekend. Met dat weer als onderpand kon de overheid (via belastingen) en de bevolking (via de waardestijging van vastgoed, erfenissen, beleggingen) zich rijk blijven rekenen. De semi overheid kon zo uit haar voegen groeien met grote hiërarchische structuren en belangen die door speculatieve economische groei werden afgedekt. De kernwaarden van de regering werden uitgedrukt in groei economie. De kernwaarden van de bevolking in consumptie kracht.

Dom? Nee, in die tijd de normaalste zaak van de wereld. Slim? Nee, ook niet, gewoon “gezond” speculatief ondernemerschap waar jaarlijks een schepje bovenop werd gedaan. Het proces leek zich oneindig door te kunnen laten trekken. Niemand was zich bewust van de onbalans die zich opbouwde.

Nog steeds regeert deze zienswijze ondanks het bewustzijn dat het systeem niet meer voldoet aan de eisen van de tijd.

“Dom” en “roekeloos” zijn opvattingen van nu, ná de kredietcrisis, met terugwerkende kracht vanuit een nieuw bewustzijn. Maar het probleem lost zich daarmee niet op. Onze maatschappij is gebaseerd op die oude luchtballon die zekerheden heeft verschaft waar velen nog steeds van genieten (koopkracht en macht) en dit via democratische wegen blijven opeisen. We zijn ons nu misschien bewust van de fouten uit het verleden maar dat bewustzijn stelt ons niet in staat om een diepgewortelde, verankerde structuur te vervangen voor iets dat solide is en soortgelijke welvaart of welzijn biedt als voorheen. De huidige Haagse overheid is gebonden aan het zoeken naar oplossingen binnen de werkelijkheid die de problemen heeft gecreëerd. Dat geldt voor de democratische regering maar niet voor hele de bevolking. Verandering, zowel noodzaak als aanpak, komt niet vanuit het systeem maar van er buiten.

De tijden zijn daarbij nog veel meer veranderd dan uitsluitend lokaal politiek en economisch wordt verantwoord. Denk aan de aandachtspunten op gebied van klimaatverandering, vervuiling, volksmigraties, enz. Deze zien we niet terug in de democratie maar drukken wel al jaren op het lastenpakket van de overheid.

De rol van bewustzijn
Weer teruggrijpend op Dabrowski, nu we het hebben behandeld, zien we dat empathie pas aan de orde komt in gelaagdheid 3. Empathie is nodig om de bevolking mee te krijgen in moderne processen van sociale en milieu aanpassingen. Het zijn echter nog maar minderheden die op dat bewustzijnniveau zijn aangeland. Ons onderwijssysteem zou kunnen helpen maar is nog ingericht op het voeden van cognitie in functie van de overheersende en sturende democratische en economische werkelijkheid. Het voedt het bewustzijn niet om het eerste niveau van Dabrowski te overstijgen.

Isha foundation: “als er niet geïnvesteerd wordt in bewustwording dan blijft verduurzaming een onderwerp dat zich beperkt tot conferenties.”

De omstandigheden die veel mensen (ook jongeren) voor hun kiezen krijgen vouden wel de bewustwording “dat het anders moet” maar laten het verwerkingsproces over aan de individu zelf, zonder steun of hulp. Deze is al zoekende naar de eigen identiteit volgens de bewustwordingspatronen waardoor de kans op verwarring groter is dan duidelijkheid. Men begint te snappen dat zekerheden niet vrijblijvend ontstaan uit een democratisch proces maar als men ruimte zoekt naar eigen verantwoordelijkheid dan is die ook moeilijk te vinden of te verkrijgen omdat deze niet past in het gangbare economische en politieke belangen systeem.

Zo ontstaat het contrast van een overheid met een permanent geldtekort en een groeiende groep die vindt dat de middelen verkeert besteed worden.

Toch ligt in bewustwording de toekomst van onze democratische vrijheid en maatschappelijke ontwikkelingen op weg naar duurzame vooruitgang. Voordat empathie gemeengoed is geworden en de bevolking in staat stelt zelfstandig te veranderen moet ergens verantwoordelijkheid worden genomen. Dit wordt nog niet door de massa wordt gedragen door onbewust gedrag noch door het systeem wegens gebondenheid aan conservatieve materiële structuur belangen.

Als verandering niet volgens de oude democratische basis van vrijheid van keuze kan dan moet “ethisch verantwoord leiderschap” het op zich nemen. Maar wat is dan die vorm van leiderschap? 

Dat betekent tevens dat wij de oude (huidige) democratische vorm ter discussie mogen stellen als ontoereikend voor de uitdagingen van deze tijd. We dienen daar die nieuwe vorm van leiderschap aan toe te voegen. Democratie met richting dus. Wat geeft voldoende geëmancipeerde vrijheid tot duurzame ontwikkeling zonder dictatoriale menselijke dominantie? Wat vermijdt het risico van chaos en opstand door weerbarstigheid van oude systemen?

Sustainocratie biedt een oplossing.

De rol van Sustainocratie
Sustainocratie voegt een concrete missie, een stip op de horizon, toe aan de democratie en maatschappelijke beleving: duurzame menselijke vooruitgang. Het beoogde leiderschap wordt niet door een charismatische (politieke) persoon verstrekt maar door deze definitie, stip en richting van maatschappelijke vooruitstrevendheid en balans. Het geeft richting en verantwoordelijkheid waar men vervolgens ook weer democratische, politieke en economische belangen aan kan ontlenen door er aan deel te nemen:

Duurzame menselijke vooruitgang: Samen blijven werken aan een gezonde, vitale, veilige en zelfredzame menselijke maatschappij binnen de context van onze aldoor veranderende natuurlijke omgeving.

Zowel bestuurlijk als persoonlijk, en in samenwerking, kan men er verantwoordelijkheid voor nemen. De definitie is een noodzakelijke moderne toevoeging aan de grondwet van een gebied. Maar om zover te komen dient de democratische onbalans van een 200 jarige ontwikkeling doorbroken te worden. Het is geen democratisch proces maar een van aanvaarding van collectieve basisverantwoordelijkheden namens de bevolking niet door de bevolking. Dat gebeurt dan eerst door Sustainocratische processen als experiment te organiseren waar alle maatschappelijke actoren direct bij betrokken zijn. Er ontstaan dan twee werkelijkheden (twee verschillende kaders: democratie en sustainocratie) waartussen een zelfbewuste transformatie plaats vindt doordat sustainocratie niet de handicap heeft van de oude werkelijkheid. Sustainocratie functioneert volgens een andere kader definitie dan onze huidige democratie (gebaseerd op een vernietigende consumptie economie).

Er kan naar hartelust geëxperimenteerd worden met de opbouw van nieuwe zekerheden onder moderne voorwaarden binnen een nieuw kader.

De kern van de overheid
We kunnen uit bovenstaande de kern van de overheid op twee manieren samenvatten:

* Oude overheid: “het regionale instituut dat lokale zekerheden faciliteert”
* Nieuwe overheid “het regionale instituut dat duurzame menselijke vooruitgang faciliteert”

Het onderscheid lijkt minimaal maar is significant groot. Aan lokale zekerheden ontleent de bevolking vermeende “rechten” terwijl duurzame menselijke vooruitgang juist een proces aanduidt waar men zekerheden aan ontleent door aan bij te dragen. Dat zijn twee totaal verschillende democratieën. Waar liggen verantwoordelijkheden bij de ene definitie van de overheid en de andere?

In Nederland, en een groot deel van de wereld, regeert een overheid die zekerheden tracht te faciliteren via democratisch gekozen “producten” (beloftes) die men niet meer waar kan maken door het wankele fundament waarop ze gebaseerd zijn. De structuur van de overheid heeft zich exponentieel ontwikkeld op basis van de zekerheden die het faciliteert. De wildgroei in de semi-overheid, die de zekerheden moet aanbieden, is gigantisch en wordt via stijgende belastingdruk in stand gehouden. De huidige politieke overheid is in dienst geraakt van de semi-overheid die losgeslagen is geraakt van de werkelijkheid door economische eigenbelangen.

Als wij de kernrol van de overheid echter in gedachten transformeren naar “het faciliteren van duurzame menselijke vooruitgang” dan kunnen we ook samen met de oude overheid de transitie gaan plannen:

  • met de verandering van democratische keuzes die zich spiegelen aan een hoger verduurzamingsdoel,
  • door de afbouw van de semi-overheid,
  • en de opbouw van waardengedreven maatschappelijke betrokkenheid en initiatieven (participatie-maatschappij).
  • door de transformatie van het onderwijs naar bewustwordingsprocessen

Er is een kader keuze met een transformatieve brug. Stap voor stap ontwikkelt zich de nieuwe maatschappij door loslaten en aanvaarden van doelgerichte vernieuwing binnen een kader dat de vernieuwing veroorzaakt.

De brug wordt geslagen door Sustainocratie.

Verschillende overheden
Verschillende overheden

1% transformatie = 100 % acceleratie

De mens gedraagt zich net als een pompoenplant. Deze groeit maar door en woekert over alles heen. Als er ergens een obstakel is dan stopt de groei niet maar verandert van richting.

In onze economie gebeurt dat ook.

Bedrijven
Wanneer een bedrijf geen groei meer ondervindt dan moet er een richting verandering plaats vinden. Die verandering hoeft niet groot te zijn maar heeft wel grote consequenties. Zonder verandering zou het bedrijf ophouden te bestaan. Met de aanpassing is vooruitgang weer mogelijk. Daarin zijn veel keuzes. Dat vinden veel ondernemers moeilijk.

Als groei hapert dan gelden de regels:
1% transformatie = 100 % acceleratie.
Maar ook:
1% transformatie = 100 % transpiratie

Transpiratie ontstaat omdat “verandering” enorm moeilijk is. In onze huidige maatschappij zijn er al zoveel stromingen dat richting verandering bijna onvermijdelijk in het vaarwater komt van een ander. Het vinden van het spreekwoordelijke “gat in de markt” is daarom een uitdaging op zich. Richting verandering kan dan op verschillende manieren. Door net als een pompoenplant gewoon van richting te veranderen of door zelfbewust te transformeren naar iets anders dan een pompoenplant. Iets nieuws dus.

Denk aan Nokia die veranderde van elektronica fabrikant in GSM marktleider, Nintendo die met de Wii een nieuwe succesfase insloeg of Apple die met de i-reeks de wereld van communicatie revolutioneerde.

Nederlandse Staat
De staat heeft die transformatie mogelijkheid veel minder. De staat werkt met en voor “het succes van haar bevolking”. Als de staat als instituut in crisis verkeert dan kan het niet zomaar transformeren tenzij het een nieuw staatsmodel zou kiezen. Dat gebeurt niet snel in vredestijd.

Men kan dan alleen als land weer succesvol worden door de cultuur transformatie van de bevolking te faciliteren en eventueel als instituut mee te transformeren. Dat is moeilijk.

In de Stad van Morgen richten wij ons op hulp bij transformatie, zowel in richting verandering als integrale aanpassing, in het bedrijfsleven,  de overheid en hele maatschappij. Wij helpen ook bij de transpiratie door niet vanuit crisis en herstel te redeneren maar vanuit kans en vooruitgang.

In vele gevallen nemen we er zelfs integraal verantwoordelijkheid voor zodat de gevestigde orde het maar hoeft over te nemen als acceleratie weer mogelijk is. We vragen hen dan om mee te doen. De transpiratie van de omgeving gaat dan voor zitten in het weghalen en opruimen van obstakels. Een even eerzaam werk als men daarmee het eigen succes bevordert.
Voorbeeld: AiREAS (gezonde stad )

Transformatie formule

 > 1 = succes
> 1 = succes

 

De economie van het transformeren

In de levende natuur is transformatie overduidelijk zichtbaar. Als je moet concurreren dan zijn er maar twee mogelijkheden, je wint of je verliest. De verliezer verdwijnt in de vergetelheid,  de winnaar overleeft tot een volgende ronde. Wat gebeurt er als concurrentie zo divers is dat het niets meer oplevert omdat het geen winnaars meer heeft, alleen verliezers? Daar kunnen we nog uitgebreid over filosoferen maar wat we altijd zien in levende werkelijkheden (bewustzijn toegevoegd aan materiële en energetische banden)  is dat er dan een integrale vernieuwing plaats vindt, door invloeden van buitenaf of een transformatie van binnenuit. Dat is de consequentie van de dynamiek van het leven zelf.

Transformatie Economie
We gebruiken even niet de natuur maar de “economie van het transformeren”. In essentie vertoont een economie veel gelijkenissen met de natuur en geldt deze als bron van inspiratie voor succes,  groei, harmonie, concurrentie of evolutionaire verandering. Veel economen hebben niets met vergelijkingen met de natuur omdat men uitsluitend de werkelijkheid aanvaardt van “winst”. Binnen de gefragmenteerde wereld van eenzijdige productiviteit sluit het invloeden van buitenaf grotendeels uit. Men noemt dit “concreet” en “realistisch” maar dat is veel te beperkt als we een enkele verlies en winst rekening plaatsen binnen de context van een veranderende, veel grotere omgeving. Winst en verlies wordt dan vooral een korte termijn meet instrument waarin innovatie als kostenpost wordt meegenomen maar transformatie buiten beschouwing wordt gelaten. Men ervaart het als “abstract”.

Dat geldt voor bedrijven maar ook voor maatschappijen, zeker als deze op een transactie economie zijn gebaseerd waarin de variabelen zijn teruggebracht tot de hoeveelheid en waarde van transacties die omgaan in een gebied. Dan verschilt een maatschappij niet veel van een bedrijf. Een bedrijf kan de strijd verliezen en verdwijnen in een faillissement waardoor er ruimte ontstaat voor groei van de oude vijanden of voor nieuwkomers. Een land of gebied kun je wel economisch failliet verklaren maar het verdwijnt niet zomaar tenzij de zwakte het een prooi maakt voor agressie en inlijving van buitenaf. Dat is redelijk uit de tijd tegenwoordig.

Een land is als een soort begrensd territoriaal ecosysteem dat crisissen beleeft door invloeden van binnen en buiten om er in potentie steeds op een nieuwe manier uit te komen. Er ontstaat op termijn noodgedwongen een transformatie proces,  ofwel “een integrale aanpassing aan een nieuwe werkelijkheid”. Vaak gaat de breuk met de conservatieve, diplomatieke gevestigde orde gepaard met een opstand,  stakingen of zelfs een oorlog. Dan vindt ook het verval plaats dat de basis schept voor een integraal nieuwe werkelijkheid, helaas pas na veel ellende en verderf.

In de economische cyclus van bijvoorbeeld Kondratiev spreken we dan van een nieuwe opleving door de introductie en toepassing van ingrijpende vernieuwingen die een nieuwe economische cyclus inluiden (van zo’n 54 jaar). Denk aan de bloei van de scheepvaart in de gouden 17e eeuw van Nederland dankzij fundamentele uitvindingen die massale scheepsbouw mogelijk maakten. Of de toepassing ervan in de industriële processen van de textiel die het industriële tijdperk inluidden in Engeland in het begin van de 18e eeuw. De trein, die daarna het logistieke netwerk uitvergrootte, de telefoon voor wereldwijde telecommunicatie, de computersystemen, netwerken en PC die het kennistijdperk inluidden en internet dat de wereld van kennisdeling revolutioneert. Maar ook de watersnoodramp in 1953 die heeft geleid tot de ontwikkeling van wereldwijd erkende expertise op water gebied.

Als we terugkijken in de geschiedenis zien we dat de transformaties allemaal een plek kregen op een moment dat de gevestigde orde een punt van competitieve verzadiging bereikte, groei niet meer mogelijk bleek, de status quo leidde tot verzwakking en recessie of werd verrast door een catastrofe. Was dat niet te voorzien? Soms niet maar in vele gevallen wel. Ontkenning hoort bij de weerstand van conservatieve krachten.

Huidige tijd
Ook nu weer zien we zo’n periode waarin we een grote transformatie tegemoet gaan die wellicht alle voorgaande voorbeelden zal overtreffen. We hebben het voor het eerst over een globaal fenomeen. Wat uiteindelijk doorslaggevend zal zijn om het nieuwe tijdperk open te breken is nog de vraag. De oorzaak kan worden gevonden in het huidige systeem van schulden met gigantische consequenties tot gevolg op gebied van ecologische, menselijke en economische onbalans.

De genoemde lijst van technologische doorbraken suggereert dat ook nu weer de techniek voor de transformatie zal zorgen. Er wordt er dan ook flink geïnvesteerd door overheden in gesubsidieerde vormen van innovatie in de hoop dat men het lontje van de transformatie aansteekt en extra profijt neemt van de transitie.

Zo werkt het echter niet.
De gesubsidieerde innovatievormen missen veelal de pijn en creativiteit die aan integrale vernieuwing ten grondslag ligt. Een innovatieve olifant zal ook nooit een aap bedenken. De olifant zal meestal een andere olifant bedenken. Dat is voor de transformatie economie echter niet voldoende. Een transformatie stelt juist de oude werkelijkheid ter discussie door de oude werkelijkheid te confronteren met geheel nieuwe inzichten en oplossingen. De gevestigde orde zal dan ook nooit de transformatie bedenken hooguit leren faciliteren uit zelfbewustzijn.

De genoemde complexe onbalans (mens, milieu en economie) suggereert echter een veel ingrijpender proces dan puur technologisch. De vele rampen die de mens raken overal ter wereld geven onze kwetsbaarheid weer. Er staat veel meer op het spel waar we tegelijkertijd aandacht aan moeten besteden en dat heeft niets te maken met het instand houden van het verleden. We dienen urgent omgaan met onze toekomst. Tot op heden lukt dat onvoldoende.

Nokia als voorbeeld oude technologie transformatie
In het bedrijfsleven kennen we allemaal het bedrijf Nokia. Ooit begon Nokia als fabrikant van rubber laarzen om daarna te transformeren naar een elektronica gigant. Toen de concurrentie te groot werd probeerde het eerst samen te werken maar dat lukte niet. Het besloot uiteindelijk wederom te transformeren met een nieuwe kijk op mobiele telefonie en werd wereldwijd marktleider. Deze positie staat na 20 jaar weer ter discussie. De vraag is of Nokia in staat is om haar transformatieve kunsten nogmaals uit te voeren of dit keer ten onder gaat in het concurrentie geweld? Toch heeft Nokia geschiedenis geschreven door te laten zien dat “het kan”. Er zijn nog meer voorbeelden, maar dat zijn, net als Nokia, vooral uitzonderingen die de regel bevestigen. Als het bedrijfsleven het moeilijk vindt bedenk u moeilijk het is in een maatschappelijke democratie! ?

Nieuwe complexiteit
Van alle economische technieken blijkt transformatie de allermoeilijkste. Het combineert noodzaak met visie, leiderschap en gelegenheid. Toch vormt transformatie de enige werkelijke basis van vooruitgang. Zonder transformatie zou elke economie zich verzadigen, nooit vernieuwen en uiteindelijk een dood sterven. Dat zien we nu een beetje gebeuren door de constante kapitaal injecties die oude economieën moeten behouden terwijl we zien dat het  helemaal niets oplevert. Het enige wat men doet is de noodzakelijke transformatie in de weg blijven staan.

Transformeren vormt dus een wezenlijk onderdeel van het economische leven. Een moderne zichzelf respecterende maatschappij neemt het dan ook enorm serieus. De grote vraag is altijd “wanneer activeert het zich?”. En wanneer “breekt het door om de werkelijkheid te veranderen?”. In dit plaatje toon ik een formule dat kan helpen, los van de vraag waar en hoe de transformatie moet plaatsvinden.

 1 = succes
< 1 = crisis, > 1 = succes

Kan het begrip “transformatie” standaard gaan behoren tot de economische werkelijkheid? Niet als kansloterij in een sinusgolf van Kondratiev, maar als wezenlijk zelfbewust instrument binnen de werkelijkheid van een vooruitstrevende maatschappij? Tot op heden niet omdat men de cyclus aanvaardde als feit niet als eenzijdige werkelijkheid.

Sustainocratie
Met de introductie van Sustainocratie kunnen we nu voor het volmondig met “ja” antwoorden. Maar dat wil nog niet zeggen dat het meteen met alle egaars wordt ontvangen. Als gezegd is de economische werkelijkheid nog steeds gebaseerd op de eenzijdigheid van winst op basis van groei en neemt “verandering” alleen ter harte als het de oude werkelijkheid in stand houdt.  De gevestigde orde heeft voor twee dingen angst: chaos en verandering. Door de introductie van Sustainocratie wordt chaos vermeden en wordt de gevestigde orde deelgenoot van de verandering door het te faciliteren, niet te sturen of manipuleren. Dat stukje kost nog even moeite ook zijn machthebbers door de dreiging van chaos steeds meer bereid om experimenteel mee te doen.

De economische werkelijkheid toont de klassieke cyclus van de menselijke complexiteit.  Als we economie en menselijkheid naast elkaar leggen dan zijn de prikkels voor transformatie ruim van te voren te herkennen. Omdat de traditionele economie draait rond tastbare materialistische instrumenten (transactie, product, dienst, winst, verlies) introduceert Sustainocratie de transformatie economie dat draait om een aantal wezenlijke maar voor de materialist “abstracte” menselijke zaken. Deze zijn:

  • Gezondheid
  • Veiligheid
  • Zelfredzaamheid
  • Kennis
  • Voeding (inclusief water)

Als we deze zaken projecteren op de succes formule dan zien wij de negatieve ontwikkeling ervan binnen het kernwoord “gevolgen”. Rondom de gevolgen is ook een economie ontstaan die groei vertoont maar zich voedt door de huidige primaire economie van consumeren. Wij trachten die gevolgen te compenseren middels externe sociale zekerheden zoals een uitstekende gezondheid zorg, groeiende politie aandacht, enz. Maar deze gevolgen overtreffen op termijn de groei en tonen dit al geruime tijd eerder in de macro economische ontwikkelingen. De gevolgen hebben altijd te maken met de mens en haar natuurlijke omgeving. We kunnen daarin ook de klimaatverandering, stijgende zeeniveaus en opwarming van de Aarde onder scharen maar ook de cultuurmigraties verstedelijking en groeiende afhankelijkheid van onhoudbare systemen.

De schreeuw is daarom voor Transformatie. Omdat we dit voor het eerst in onze economische en maatschappelijke beleving horen en weten te interpreteren trachten we ook het een plekje te geven. Om dat te laten gebeuren dienen er twee dingen tegelijk te gebeuren:

  1. Blokkerende zekerheden dienen stapsgewijs opgeheven te worden
  2. De maatschappij dient zich open te gaan stellen voor transformaties en deze gaan faciliteren

Ad 1. Het wegnemen van blokkerende zekerheden gaat niet alleen om de huidige kostenbesparende praktijken van het weghalen van steunmiddelen aan kwetsbare groepen. Het juist vooral om het wegnemen van de steunpilaren waaraan oude hierarchieën hun zekerheid ontlenen en hen uitdagen de transformatie zelf aan te gaan door de pijn die is ontstaan. We moeten aanvaarden dat dit economische slachtoffers oplevert die ooit behoorden tot de trotse diversiteit van het verleden. Het gaat dan zeker niet om het bezuinigen maar om het veroorzaken van een zichzelf opschonende nieuwe werkelijkheid. Dat wat sterk is om te blijven blijft dat wat niet sterk genoeg is verdwijnt of wordt opgegeten door een sterkere.

Dat geldt ook voor de sociale zekerheden. Mensen in de bloei van hun leven dienen dat te benutten voor de toepassing van creativiteit als ze daar de tijd en ruimte voor krijgen. Er ontstaat een cultuur rond verandering waarin de vernieuwing zich manifesteert. Door deze vernieuwing te koppelen aan veranderbewuste pilaren van de maatschappij (overheid, onderwijs, ondernemerschap en omgeving) kan er ruimte ontstaan om de innovaties uit te vergroten tot een nieuwe werkelijkheid.

Ad 2. Open stellen voor transformatieve vernieuwing gebeurt alleen als je er midden in zit en betrokken raakt vanuit eigen belang. Dat valt niet te sturen maar wel te faciliteren. Daarom kan een Triple Helix boeiende olifantachtige vernieuwingen bedenken maar zonder de betrokkenheid van de bevolking nooit tot de transformaties komen. De mens moet in een transformatie een kernrol spelen en dat gebeurt binnen Sustainocratie. In Sustainocratie wordt vanuit de menselijkheid naar de structuren gekeken, niet vanuit de structuren naar de mens. Deelnemende organisaties worden op bestuurlijk niveau gevraagd als mens aanwezig te zijn en dan pas hun bestuurlijke talenten en autoriteit in te zetten. De daadwerkelijke innovaties komen echter van buiten maar dienen de verbindende ruimte te krijgen om te groeien. Ook daarin faciliteert Sustainocratie omdat het onbevooroordeeld insluit en nooit uitsluit. Nieuwe initiatieven worden op basis van gelijkwaardigheid gehoord en getoetst aan het hoger menselijke doel waar men voor staat.

Andere economievormen

Er zijn ook andere economievormen die niet gebaseerd zijn op de beperking van materialisme, transacties en speculatieve handel in tekorten. Denk bijvoorbeeld aan de economie die zich baseert op de creatieve daadkracht van de mens en waardengedreven gunpatronen naar anderen. Ondanks het feit dat deze economievormen misschien meer moderne ruimte tot groei bieden dan de oude industriële basis, zal ook deze uiteindelijk weer tegen een plafond aanlopen. Dat is prima want dan ontstaat ook weer de transformatieve basis voor vernieuwing volgens de omgevingsfactoren van dat concrete tijdperk. Van belang is dat dan al de transformatie, transformatie economie en misschien ook geheel nieuwe vormen van Sustainocratie zijn gaan behoren tot de nieuwe werkelijkheid en geen problemen meer opleveren, niet voor de mens, niet voor onze omgeving en ook niet voor de economie.

1% transformeren is 100% groeisucces maar ook 100% van de moeilijkheid
1% transformeren is 100% groeisucces maar ook 200% van de moeilijkheid

Stress in het onderwijs

STIR Academy is een initiatief van de Stad van Morgen om samen de transformatie van het onderwijs aan te gaan. Onderaan het artikel kunt u zich aanmelden voor meer informatie

Ruim 25 jaar aftakeling in het onderwijs
Nu de economische crisis haar sporen achter laat in de maatschappij en zich dieper wortelt zien we het spanningsveld tussen de koudheid van het systeem en de warmtebehoefte van de medemens alleen maar groeien. Ook hebben wij het onderwijs zich de laatste 25-30 jaar zien ontwikkelen naar systeemstructuren rondom vooral emotieloze cognitieve vaardigheden, ontdaan van elke vorm van menselijkheid en menselijke omgangsvormen, alsof het gaat om het programmeren van robotjes.

In dit plaatje tonen we het groeiende onnatuurlijke spanningsveld tussen de mens en het systeem:

Het spanningsveld tussen mens en systeem wordt steeds groter maar daartussenin zitten onze kinderen.
Het spanningsveld tussen mens en systeem wordt steeds groter maar daartussenin zitten onze kinderen.

Leerkrachten raken in de stress

Uitval, gestreste leerkrachten, stafblaadjes, kruisjes, gedragsstempeltjes, groeiende bureaucratie, inspecties, cijfercultuur, enz drijven de zelfbewuste, gepassioneerde leerkrachten tegen de muren omhoog. Systeem georiënteerde figuren maken van de school een strafkamp. De afstand tussen de mensgedreven professionals en de geldafhankelijke besturen wordt zichtbaar.

De kinderen en jeugd hebben een leerplicht maar de school heeft een onderwijsplicht. Maar wat is “onderwijs”? Door de uitval gaan steeds meer scholen over op geautomatiseerde computersystemen om toch aan hun uren te voldoen. Of men laat de jeugd “zelfstudie” verrichten. Vanuit de verantwoordelijkheid van menselijkheid en de intensiteit van het leerproces op basis van verwerking van emoties, lichamelijke ontwikkeling, spiritualiteit (de essenties van het leven die elk systeem overstijgen) als ook de vaardigheden in bewustwording, is dit onaanvaardbaar.

Leerkrachten worden niet afgerekend op hun menselijkheid maar op de toepassing van een onmenselijk systeem. Zelfs bestuurders willen het anders maar zien vaak amper een uitweg. Er is niet meer geld voor het onderwijs maar met geld los je gebrek aan menselijkheid niet op. Daar is iets anders voor nodig.

Ouders én kinderen worden mondig
De klachten en weerstand hopen zich op. Scholen en leerkrachten worden zelfs bedreigd, ouderavonden lopen in het honderd, gesprekken tussen medewerkers en ouders lopen uit op hoog oplopende ruzies, kinderen snappen het niet. De jeugd gaat verplicht naar school maar leert meer op straat waar ook het onrecht wordt uitgespeeld tussen de leeftijden. Jongeren verlangen naar het einde van hun schooltijd en ouders ook. Want dan begint het échte leven pas met alle sociaal, emotionele en intellectuele achterstand die onze jeugd gaandeweg heeft opgelopen, met alle consequenties van dien. Het onderwijs wordt nu geacht als een kostbare onmenselijke verplichting dat men liever kwijt is dan rijk. Dit is niet eens een verspilling van middelen maar dat van de maatschappelijke waarden die ons bestaansrecht geven als gemeenschap.

We staan vaak onze jongeren verplicht af aan een opleidingssysteem waar wij geen vertrouwen aan hechten. Dat moet anders!

Er zijn natuurlijk uitzonderingen, zoals overal en met alles in het land, maar die bevestigen helaas de stelling in plaats van haar ter discussie te stellen. Alleen de scholen die aan het overheidsinfuus hangen en naar de pijpen dansen van “het systeem” overleven en dat zijn juist de omgevingen waar we onze jeugd het liefst niet willen hebben. Alternatieven zijn ofwel te kostbaar, te ver weg of op een andere manier onbereikbaar. Ook samenwerkende ouders, nieuwetijdse schooltjes, nieuwe modellen, die binnen het onderwijs alternatieven, steun en visie aanbieden, krijgen hun financiering niet rond of wordt de toegang tot het systeem ontzegd.

Transformatie
Zo kan het niet langer. De afstand tussen dat wat wij willen voor onze kinderen en de aangeboden werkelijkheid is te groot geworden. Het gaat om de toekomstige generaties die zo opgroeien in de onmenselijkheid en zich radeloos afvragen waar zij met hun emoties naar toe moeten? De een kiest drugs of alcohol, de ander springt voor de trein, soms zoekt men de criminaliteit of raakt te vroeg zwanger op zoek naar menselijke warmte. De dure, stempelgedreven zorg en strafcultuur maakt het alleen maar erger.

Het gaat niet om een vingertje opsteken en klagen. Het gaat om het verbinden van de mens en het leersysteem met de menselijke werkelijkheid in de opvoeding, opleiding en begeleiding van onze jeugd. Elke mens is “een held” en leert het hele leven om te gaan met de zoektocht naar het geheim van duurzame welzijn en vooruitgang. Dit gebeurt door geprikkelde interactie met de omgeving en reflectie over de eigen resultaten. We moeten als mens weer het menszijn gaan waarborgen in onze omgeving en systemen, te beginnen met het onderwijs!

Ons kind is een held op levensreis
Ons kind is een held op levensreis

Sustainocratie wil geen nieuw schoolsysteem introduceren maar het hele schoolbeleid aanpakken en helpen transformeren naar iets waar we trots op willen zijn, niet enkele kinderen en ouders, maar allemaal. We hebben geen extra geld nodig maar de bereidheid van “het systeem” zelf om los te laten en lid te worden van “toegepaste kennis en menselijkheid” als doelgericht samenwerkingsverband tussen de mens als burger, overheid, onderwijs, wetenschap en bedrijfsleven, rond duurzame menselijkheid.

We doen de transformatie niet alleen maar allemaal samen. We maken de kloof (het spanningsveld) tussen de warme mens en koude cultuur weer kleiner en beheersbaar. Wij nemen de verbindende verantwoordelijkheid op ons en nodigen uit tot de “transformatie”.  We hebben er geen moeite mee om dit de komende 10 jaar te doen als experiment, bijvoorbeeld in Noord Brabant.

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨