Vastgoed voor economische of maatschappelijke doeleinden

We leven in een maatschappij die bezig is met een transformatie, van een noodlijdende  structuur die op zoek is naar een nieuwe lange termijn stabiliteit. Dat betekent dat er verschillende maatschappijbeelden (paradigma’s) ontstaan en zich manifesteren, de een overheersend, de anderen vernieuwend.  In die natuurlijke confrontatie speelt ook het begrip “vastgoed” een uitdagend onderscheidende rol.  Stad van Morgen (Stichting STIR) en bijbehorende STIR Academy zijn actief aan het zoeken naar een of meerdere geschikte locaties om  van daaruit onze eigen sustainocratische visie voor een stabiele maatschappij praktisch vorm te geven. Dit doen we veelal samen met de gevestigde orde  maar wel naast de gangbare maatschappelijke structuur om verschillende redenen.  De voorwaarden waarop wij relaties aangaan staan dan haaks op die van de gefragmenteerde belangen van de huidige vastgoedeigenaren of  beheerders.  Wat is het verschil? En waarom komt er steeds meer ruimte voor Sustainocratie, ook in gebruik van bepaalde vastgoed?  Waarom neemt men Stad van Morgen serieus ook al zijn wij schijnbaar van een andere wereld?

Stad van Morgen (STIR) en vastgoed

STIR gaat uit van een stabiele maatschappij die voortkomt uit het samen dragen van duurzame menselijke verantwoordelijkheden. Dit doen wij door co-creatief met elkaar, de invulling van onze behoeften en de harmonieuze relatie met onze omgeving, om te gaan. De stabiele maatschappij van STIR is zelfvoorzienend op gebied van de essentie van het menselijk bestaan: voedsel, gezondheid, veiligheid, vitaliteit, welzijn (zoals huisvesting, energie, kleding, gebruiksartikelen) en toegepaste kennis. De harmonieuze relatie tussen mensen onderling en onze natuurlijke omgeving is daarin cruciaal. Wij noemen dit Sustainocratie. De beschreven verantwoordelijkheid worden dan resultaatgedreven gedragen door alle maatschappelijke  pilaren samen (regionale overheid, bedrijfsleven, kennisinstellingen en burgerbevolking), in tegenstelling van wat in de huidige maatschappij gebeurt.

Het is een nieuwe vorm van democratie waarin duurzame menselijke vooruitgang ons richting geeft. Zo is STIR met haar sustainocratische organisatie AiREAS bezig met “de gezondste stad” in Eindhoven. Dat is echter maar een (veelzeggend) stapje binnen de complexiteit naar een “andere” werkelijkheid.

Als we goed kijken naar onze huidige samenleving dan is de huidige werkelijkheid geheel anders dan wat wij voorstellen als Sustainocratische maatschappij. Wij zijn als regio volledig afhankelijk van gecentraliseerde belangen en daardoor helemaal niet zelfvoorzienend. Wij zijn afhankelijk van structuren die alleen maar toegankelijk zijn met geld. In de huidige crisistijd is iedereen op zoek naar geld om die afhankelijkheid met middelen af te dekken en op de een of andere manier te “overleven”.  Vastgoed in deze context is een vermogenspositie op een balans die zo snel mogelijk gekapitaliseerd dient te worden. De middelen in een geldafhankelijke maatschappij kan men goed gebruiken. De vele leegstand in alle verzuilde sectoren zijn dan ook een economische aderlating die vooral aandacht krijgt voor urgente herbestemming. Omdat de panden gepositioneerd zijn in een geldgedreven wereld zullen de oplossingen ook in die hoek gezocht worden. Bedrijfspanden worden omgezet in woonruimtes en winkelcentra. Oude kloosters worden hotels. Kerken worden speelzalen of congresruimtes. De dode muren van vastgoed hebben commerciele waarde als onderdeel van een logistiek consumptie proces.  Binnen deze kijk op de maatschappij is de richting en bijbehorende keuze van geldgedrevenheid logisch als ook de bestemming van het vastgoed. De panden zijn een soort retail-eindpunt in een complex proces en op dat punt waardevol.

Maar deze wereld van een consumptiegedreven economie  heeft zijn langste tijd gehad. Dat betekent ook dat er steeds meet leegstand komt in het daarvoor bestemde vastgoed. Gaandeweg hebben de dode muren géén commerciele waarde meer als de commercie hapert.

Menselijkheid en waarden

STIR ziet vastgoed niet als geldobject binnen een geldsysteem. Voor STIR komt vastgoed pas tot leven als er mensen zijn die er gebruik van maken. Het consumptiesysteem is daar een logisch voorbeeld van maar dat is niet het enige waar de mens waarde aan ontleent, ook al lijkt het wel of het economische consumptiesysteem als enige is overgebleven. STIR gebruikt vastgoed als ontmoeting en woonplek binnen menselijke  Sustainocratische co-creatieprocessen. Dat wil zeggen dat wij een pand betrekken om daarbinnen en rondom heen de zelfvoorzienende maatschappij te creëren die in de grote werkelijkheid botst met de oude belangen. Het pand is dan een functioneel geheel binnen een proces, vaak een startpunt voor waardecreatie.   In het begin is die waarde er nog niet omdat we beginnen met niets, behalve een pand en een omringend terrein.

Zo’n pand dient dan ook bepaalde karaktertrekjes te hebben.  We hebben grond nodig om voedsel te verbouwen. En ruimtes voor allerlei activiteiten die te maken hebben met de ontwikkeling van de mens als creatief samenwerkende identiteit,  zoals voor kunst, expressie maar ook ambachtelijke werkzaamheden. We hebben ook eet, rust en slaapvertrekken nodig. Het begrip “verantwoordelijkheid nemen” geeft betekenis aan zelfredzaamheid en is vanuit die context ook van toepassing op het onderhoud van een optimale omgeving, inclusief het pand waarin men de activiteiten organiseert. Ideale bestaande structuren worden veelal gevormd door de oude kloostergemeenschappen die in onze geschiedenis vanuit eenzelfde gedachten zijn ontstaan. De zelfvoorziening vanuit bezieling, ambacht en arbeid had toen een godsdienstig fundament waarbij ook dienstbaarheid naar de omgeving vorm werd gegeven. Vaak hebben dit soort gemeenschappen een naam van een concrete orde, zoals de Dominicanen, Franciscanen, Augustijnen, enz en elk is ooit ontstaan in tijden dat ook een bewsutzijns transformatie aan de orde was. Ze hebben meestal een meer blijvend karakter dan de omringende, op hebzucht gebaseerd structuren die altijd kwetsbaar zijn door hun concurrerende en vernietigende natuur.

Het gaat STIR niet om het vestigen van een nieuwe kloosterorde maar wel om dat gedachtegoed in een gemoderniseerde vorm, zonder oude dogma’s, tot uitvoering te brengen en te integreren in het geheel van de lokale maatschappij. Sustainocratie kan nu eenmaal niet los gezien worden van de integrale maatschappelijke context. Het gaat uit van de mens en niet het geld. Daarom vraagt STIR niet om het eigendom van de panden maar om het gebruik ervan. In de geldgedreven economie wordt de gebruikersrelatie uitgedrukt in een huurcontract tussen partijen waarin een geldelijke verplichting aangegaan wordt. Die relatie kan en wil STIR niet aangaan omdat het beperkingen met zich mee brengt voor beide partijen. STIR  moet zich gaan verbinden met de omgeving vanuit een waardecreatie perspectief, binnen de context van dienstbaarheid in zelfredzaamheid. In die relatie ontstaat wederkerigheid die niet uitsluitend in geld uit te drukken valt. Denk daarbij aan het openstellen van de faciliteiten voor mensen die om wat voor reden dan ook tijdelijk niet mee kunnen komen in de geldgedreven cultuur. STIR helpt hen dan om weer een positief zelfbeeld op te bouwen door de omgang in een niet geldgedreven cultuur waar waardecreatie direct tastbaar wordt gemaakt via arbeid op het land of creatief met elkaar. De onafhankelijkheid van geld is dan essentieel om het juiste  onderscheid te maken.  Wat het pand betreft gaat STIR een relatie aan van onderhoud en verbetering. In de geldgedreven wereld stelt een klant eisen aan de leverancier, ook bij een huurovereenkomst. In een sustainocratische relatie gaan de partijen een samenwerking aan. De een levert het pand en behoudt het eigendom, de andere levert de levendigheid en waardecreatie en zorgt voor de kwaliteit van het pand en de omgeving. De  waardecreatie is evenredig van toepassing is op de middelen die wij gebruiken als de omgeving waar wij mee omgaan. De locatie is een centrum van vernieuwing, inspiratie en innovatieve toepassingen met een constante verwijzing naar menselijk waarden en zelfredzaamheid. Dat geldt ook voor onze relatie met het pand.

De optimale mix tussen regionale zelfvoorziening, technologische innovatie én sociale innovatie, toegepast vanuit een hoger bewustzijn , is de kern voor duurzame menselijke vooruitgang in een regio. AiREAS in Eindhoven is daarvan een voorbeeld en heeft in korte tijd al de aandacht op zich gevestigd uit de hele wereld.

Wethouder Mary-Ann Schreurs benadrukt de verandering van de maatschappij
Wethouder Mary-Ann Schreurs (Eindhoven) benadrukt de verandering van de maatschappij

Boeiend is dat de institutionele belangen ook mee doen met het Sustainocratische centrum. Door een onderscheid te maken tussen niet geld maar zingedreven creatie, co-creatie en verhandeling in de complexiteit van de moderne maatschappij ontstaat er een geheel nieuwe maatschappelijke dynamiek. Sustainocratie is als een publieke R&D met de betrokkenheid van de gehele lokale bevolking en instanties. Het volgt het pad van de natuurlijke processen (zie hieronder) van evolutionaire vernieuwing (Stad van Morgen), co-creatie van vernieuwing (zoals AiREAS) en groei (zoals de huidige maatschappij).

AiREAS is het eerst Sustainocratische proces in een concreet gebied. Een Sustainocratisch centrum voedt de lokale economie met vernieuwende waarden.
AiREAS is het eerst Sustainocratische proces in een concreet gebied. Een Sustainocratisch centrum voedt de lokale economie met vernieuwende waarden.

Stapje voor stapje

Het is een hele weg om de betrokken partijen bekend te maken met het onderscheid tussen de gefragmenteerde belangen van een klant/leverancier relatie in vastgoed-verkoop en verhuur, en duurzame co-creatieve regionale samenwerking met vastgoed en grond als te gebruiken inzet.  STIR maakt haar plannen bekend via de rechtstreekse benadering en verwacht op termijn wereldwijd overal Sustainocratische centra te hebben naast de economische ontwikkelingscentra (steden). De wetenschap dat een maatschappij, die uitsluiten gebaseerd is op geldafhankelijke structuren, altijd met crisissen te maken krijgt, is een gezonde basis voor de ontwikkeling van Sustainocratie voor balans en stabiliteit. Ergens zullen wij onze eerste plek vinden waar wij de stelling aan kunnen tonen met een eerste precedent, net zoals AiREAS een precedent is voor duurzame gebiedsontwikkeling vanuit de intrinsieke burgermotivatie die de lokale institutionele wereld mee heeft gekregen.

Stapje voor stapje zal ook dit zich ontwikkelen, van binnen uit de maatschappij (zoals AiREAS) en ernaast (zoals STIR Academy) waarbij de effecten van de crisis uiteindelijk de opening zullen creëren voor de ruimte die nodig is. Het blijft mensenwerk en uiteindelijk zijn het ook de betrokken bestuurders in de regios die inzien dat het belang van de eigen regionale ontwikkeling voort komt uit een stuk eigenheid die zich niet door speculatie laat ontstaan. Sustainocratie bevestigt de verzuilde machtsposities door ze de kans te geven zich te sterken in resultaatgedreven ontwikkelingen die lokaal zichtbaar zijn vanuit de co-creatie voor het lokale menselijke belang. Die zichtbaarheid is veel moeilijker in de wereld van economie waarin de keten invloed uitoefent op het geheel en daardoor onbeheersbaar is door de individuele bestuurder, die vooral stuurt op gevolgen in plaats van menselijkheid. In Sustainocratie is het resultaat direct verbonden aan de uitvergroting die bestuurlijk wordt veroorzaakt in de co-creatie, door de diversiteit van samenwerkende belangen. Het is een omgekeerde wereld die door de betrokken wereld van macht en autoriteit ook als een oase van bezieling en erkenning vanuit menselijkheid wordt ervaren. Men concurreert namelijk niet maar schept samen waarde, die daarna uitgezet wordt in de economische werkelijkheid waar de jungle van eigenbelang er weer stukjes van maakt in een natuurlijk proces.

Waardengedreven samenwerking
Waardengedreven samenwerking

Een Sustainocratische plek is tevens een verzamelgebouw voor allerlei maatschappelijk betrokken instanties. Ideaal ligt zo’n complex dicht tegen de  geldgedreven wereld aan om vanuit het contrast de bewustwording en stabiliteit te bewerkstelligen.

Waar zijn we geweest?

Sinds het opstarten van onze wens om Sustainocratische centra te gaan creëren (begin 2012) voeren wij gesprekken met:

  • Kloostergemeenschap Steyl voor de grens en Maas regio van Venlo
  • Trainingskazerne Nijmegen (mogelijk technologisch testgebied voor de Stad van de Toekomst)
  • Kloostergemeenschap Wittem voor het gebied Zuid Limburg
  • Stilteklooster Maarssen voor regio Utrecht

In alle gevallen wordt transparant gekeken naar de mogelijkheden. Daarvoor moeten onze gesprekspartners vaak moeilijke wegen bewandelen door de omringende wereld van inzichten en lokale belangen, als ook de oorspronkelijke religieuze belangen die overheersen in de kloosters zelf. Vaak heerst er een geldgebrek waar men een korte termijn oplossing voor zoekt en wil men tevens de oorspronkelijke bezieling in tact houden, ook al raakt deze door vergrijzing van de bewoners in de knel. Daarnaast zijn de oude gebouwen vaak nog doorspekt met nieuwetijdse uitdagingen in onderhoud en sanering die  onmiddellijk gebruik in de weg staan. Geen enkele oplossing lijkt dan ook voor de partijen afdoende de lading van de verantwoordelijkheden te dekken waardoor besluitvorming traag en complex is. Wij wachten geduldig af. STIR heeft alleen haast vanuit de menselijke maat, de belangenpartijen vaak vanuit de korte termijn geldelijke problematiek. Ergens in het midden zullen we elkaar op termijn wel ontmoeten. Als dat gebeurt dan is de bewustwording zodanig dat Sustainocratisch samenwerken gedragen kan worden omdat de stip van nieuwe stabiliteit dan steeds sterker is gaan leven.

Stip-stap, we wachten geduldig af maar zitten niet stil.

Jean-Paul Close

0654326615          jp@stadvanmorgen.com

Mijn werkcollege bij Prof. Paul de Blot

5 Februari 2013,  Business Universiteit Nyenrode – Business Spiritualiteit – Paul de Blot

Samen met Paul de Blot in klooster Maarssen tijdens een feestelijk samenzijn
Samen met Paul de Blot in klooster Maarssen tijdens een feestelijk samenzijn

Het was de tweede keer dat ik werd uitgenodigd door Prof Paul de Blot om een college te geven. De eerste keer was in februari 2009. Op die dag introduceerde ik mijn model van de Menselijke Complexiteit aangepast aan Business Spiritualiteit van Paul. Het was een begin geweest van een proces van bewustwording dat enorm werd geholpen door de toepassing van het model in mijn idealisme en de praktische invulling ervan. Vandaag zijn we 4 jaar verder en is er veel water door de spirituele rivier van mij gegaan. Paul had een voorwoord geschreven in mijn laatste boek: “Sustainocratie, de nieuwe democratie”. Zo kon ik de inhoud en boek presenteren tijdnes het college van vandaag. Het boek ging vooral over het intense proces dat ik doorgemaakt had sinds mijn persoonlijke keuze om mijn omgeving aan te willen passen aan de eisen die ik vanuit mijn innerlijke motivatie was gaan stellen aan de maatschappij. Deze nogal vreemde keuze, om als een soort wereldveranderaar door het leven te gaan, was voortgekomen uit mijn bewustwording na terugkeer naar Nederland en de dramatische persoonlijke consequenties die daaruit voortkwamen.

Introductie van het model

Waarde creatie en handel zijn verschillende dingen
Waarde creatie en handel zijn verschillende dingen

Om mij te presenteren noemde Paul het woord duurzaamheid en vertelde het publiek dat ik er zelf een geheel nieuw woord voor had verzonnen “Sustainocratie”. Hij liet mij aan het woord om even het woord uit te leggen: “Sustainocratie is een verzamelwoord van Duurzame Menselijke vooruitgang (Sustainability) en Democratie. Door een hoger doel te definieren voor een democratie beleving worden nieuwe eisen eraan gesteld”.   Het was boeiend om te zien dat Paul mij verder introduceerde door mijn model zelf op het bord te tekenen. Met een groot kruis gaf hij de plek aan waar het Zijn en Doen zich verenigen in een optimale situatie voor duurzame vooruitgang. Na deze introductie vroeg hij mij waarom ik tot dit beeld was gekomen? Natuurlijk verwees ik weer naar mijn terugkeer vanit Spanje na 27 jaar afwezigheid en de enorme maatschappelijke veranderingen die ik had geconstateerd die voor mijn gevoel niet in het voordeel waren van Nederland. Mijn antwoord was niet helemaal volledig genoeg volgens de oude leermeester want hij vooral op zoek naar de innerlijke bezieling van mij dat tot deze inspiratie had geleid. Ik vertelde het aanwezige publiek over de problemen die wij hadden ondervonden als gezin, het onderduiken met mijn kinderen, de tegenwerking van de instanties, enz. Deze persoonlijk crisis had geleid tot een openbaring maar ook tot een emotioneel besluit dat ik er alles aan zou gaan doen om een andere wereld te creeren die ik wel zou overdragen aan mijn kinderen. Met de intense introductie over de autenticiteit van mijn motivatie mocht ik de zaal gaan toespreken.

“UItnodiging naar mijn wereld”

Er waren zo’n 45 personen aanwezig waarvan enkele bekenden uit de sferen van Paul, en enkele genodigden van mij zelf uit de universitaire, zakelijk en wetenschappelijke wereld. Ik nodigde elk van hen uit om mee te komen naar “mijn wereld”, die wereld in die rechter bovenhoek van spiritualiteit en professionaliteit, ethiek en organisatie, vrouwelijkheid en mannelijkheid, zingeving en uitvoering, enz.

Sustainocratie is een tafel met fysieke mensen die autoriteit toevoegen an co-creatie voor menselijk belang
Sustainocratie is een tafel met fysieke mensen die autoriteit toevoegen an co-creatie voor menselijk belang

Ik vertelde de aanwezigen dat mijn onderduiken mij bewust had gemaakt dat met geld niet alles op te lossen was en ik hele concrete keuzes moest maken toen mijn kinderen gevaar liepen. Het was mij duidelijk geworden dat de basis verantwoordelijkheid van iedere mens, die niet te delegeren valt, de gezondheid en veiligheid omvat van zichzelf en de directe omgeving. Meestal zijn wij zo opgenomen in onze dagelijkse sores dat wij ons niet bewust zijn van dit belang maar als een keer zo’n persoonlijke crisis je op de feiten drukt dan wordt de echte werkelijkheid meteen zichtbaar. Dat was mij overkomen en maakte mij zo bewust dat het heeft geleid tot allerlei persoonlijke inzichten en maatregelen waar ik een nieuwe professionaliteit én levensmissie aan ontleende.  Zo was ik op zoek gegaan naar een definitie voor Duurzame Menselijke vooruitgang en had deze niet gevonden. De gangbare definitie van Brundtland uit 1967 (United Nations) was voor mij niet bruikbaar omdat ik wilde waar ik zelf verantwoordelijkheid voor kon nemen in het hier en nu. Dus heb ik er zelf een gedefinieerd.

“Samen blijven werken aan een gezonde, vitale, veilige en zelfredzame maatschappij binnen de context van onze natuurlijke omgeving”.

Deze definitie kon ik met terugwerkende kracht vergelijken met de huidige beleving van de maatschappij om te constateren dat deze helemaal niet volgens deze principes was ingevuld. Na vele congressen, seminars en consultancy sessies om dit duidelijk te maken aan zoveel mogelijk mensen sinds de kredietcrisis in 2008, bleek men er wel mee eens te zijn over het algemeen maar geen verantwoordelijkheid ervoor wilde nemen wegens de afhankelijkheid van het geldsysteem.  Toen ik besloot om mijzelf buiten het gangbare systeem te plaatsen en anderen uit te nodigen “naar  mijn wereld” nam ik verantwoordelijkheid voor een geheel andere invulling van de manier van samenwerken emn invulling van de maatschappij door zelf die maatschappij “te zijn”. Ik nam verantwoordelijkheid als mens voor de mens en benaderde de institutionele wereld om “mij daarbij te helpen” als instrument, vanuit hun eigen autoriteit en macht. In feite had ik de wereld omgedraaid. In plaats van mijn afhankelijkheid van het institutionele systeem via gesalarieerde werkgelegenheid, nam ik deze wereld op reis in MIJN wereld, op MIJN voorwaarden. Dat was uniek. Er ontstond een stip op de horizon van de gwenste maatschappij waarin ikzelf mij al had gevestigd, en concrete stappen van de rest van de wereld om de transitie van de oude naar de nieuwe vorm te geven, met alle uitdagende moeilijkheden van dien. Met de bezielende zingeving van de stip waren de stappen ook prima de realiseren en ging men zelf de moeilijkheden niet uit de weg.

AiREAS

Zo kon ik uitleggen hoe AiREAS was ontstaan als samenwerkingsverband tussen alle pilaren van de maatschappij, zonder dat iemand op de loonlijst was komen te staan, en met betrokkenheid van duizenden mensen rondom het concept “gezondste stad van de wereld”. Ik kon ook vertellen welke juridische problemen opgelost dienden te worden en de vele beren die wij op de weg tegenkwamen die open, transparante, mensgedreven samenwerking in de weg stonden wegen oude maatschappelijke  structuren.

Het vervuilingsgebied van Europa
Het vervuilingsgebied van Europa

Wij zijn het universum in ons lichaam

Het gegeven dat wij als mens opgebouwd zijn uit moleculen die hetzelfde zijn als de opbouw van onze natuurlijke omgeving schept een wederzijdse verantwoordelijkheid. Een vervuilde omgeving treffen wij ook terug aan in de genetische codering van onze nieuwe generaties die veel meer ziektes als kanker hebben dan onze voorouders. De stempel van ons onbewuste gedrag op ons lichamelijk welzijn is enorm en zal nog generatie lang consequenties opleveren (Anthropceen). Als wij ons daarvan bewust zijn dan is het noodzakelijk om er wat aan te doen. Een economie mag dan groeien maar moet tevens een gezonde omgeving blijven waarborgen. De AiREAS beweging in Eindhoven is daar een bezielde afspiegeling van die weer voortkomt mijn besef van de kernverantwoordelijkheden van ons allen rondom duurzame menselijke vooruitgang.

Ik heb iedere aanwezige uitgenodigd om mee te gaan doen aan de opbouw van deze sustainocratische wereld, puur uit hun evolutionaire eigenbelang. De aanwezigen gaven blijk van inspiratie maar de stap van het nemen van concrete verantwoordelijkheden op dit gebied is veelal een tweede die zich nog moet manifesteren. Ik heb het aan allen gevraagd. “Wat gaat u morgen als u opstaat doen? De instelling waar U voor werkt in stand houden? Of het zien als instrument om bij te gaan dragen aan de sustainocratische nieuwe wereld?”

Kortom: “Waar neemt u in uw dagelijkse zelfbewuste taken verantwoordelijkheid voor?”

Vragen uit de zaal

Tijdens de interactie werd de nadruk gelegd door deelnemers op de spirituele bezielingsnoodzaak hetgeen ik alleen maar kan beamen. Vervolgens ging de discussie vooral over de rol van de verzekeringen en andere dominante instanties in onze huidige maatschappij. Het verschil tussen de wereldbeelden was nog niet meteen duidelijk bij de deelnemers. Dat is ook logisch als men decennia lang opgevoed en geindoctrineerd  is om op een bepaalde manier te denken en handelen. En “carriere maken” op ZIJNs niveau ipv DOE niveau was al voldoende uitdagend. Vragen werden gesteld over het onderwijs, de gezondheid zorg, enz hetgeen duidelijk maakt dat de aanwezigen zich vanuit  een groeiend bewustzijn gingen orienteren op verschillen en vooral de kritische punten van de oude maatschappij. De Sustainocratische maatschappij moest nog landen, zoals gebruikelijk maar had wel een snaar geraakt bij de aanwezigen, zoals bleek uit de boekverkoop en gesprekken die men aan wilde gaan met mij.  Natuurlijk kon ik maar weinig individuele aandacht schenken op dat moment tot mijn spijt en nodig natuurlijk een ieder die aanwezig was op betrokken om met mij te verbinden via LinkedIn, de activiteiten van de Stad van Morgen en AiREAS, of op een andere manier.

Email Jean-Pail Close: jp@stadvanmorgen.com

Sommige mensen hebben zichzelf als talent aangeboden en we zullen zien of die verbintenissen zich ook daadwerkelijk zullen concretiseren. Boeiend is dit netwerk zeker en ongetwijfeld zullen  er dingen uitkomen. Ik heb nogmaals elke aanwezige gevraagd waar men, na het horen van mijn verhaal, verantwoordelijkheid voor gaat nemen, op persoonlijk vlak en op professioneel niveau? Als men in mijn wereld terecht komt dan kan ik bij staan en helpen, ook in de transitie er naar toe, persoonlijk en institutioneel.

Afrondende interactie van Paul

Paul de BLot wist aansluitend het publiek weer te boeien met zijn boute maar terechte  uitspraken, zoals:

  • De bureaucratie is een belemmering van elke vooruitgang
  • Ambtenarij is een machtpositie die we meteen af moeten schaffen
  • Het kind in ons wil spelen want van daaruit zoekt het “verantwoordelijkheid” van binnenuit en niet door externe uitleg.
  • Bureaucratie is alleen macht zonder verantwoordelijkheid

Paul verrijkte de bijeenkomst met allerlei voorbeelden uit het dagelijks leven en was duidelijk zelf geinspireerd. Hij legde het verband tussen verantwoordelijkheid nemen en de permanente zoektocht naar harmonie, zoals in de muziek, door de afsluitende persoon te introduceren. Hij maakte een link naar de innerlijke stilte die veroorzaakt wordt door harmonie en muziek.  Tot de verrassing van het publiek werden wij ingewijd in de tonen van de Didgeridoo uit Australie.

Drone-sound

Het trillende dreunende geluid van dit houten instrument van de eucalyptis heeft een rustgevend effect, zeker als het talent van de blazer zoals wat wij mochten ervaren, het geluid gedurende geruime tijd aan een suk door weet te produceren.

Na de voorstellen ging de discussie over de effecten van geluid op de ziel en de relatie tussen muziek, geluid en spiritualiteit. Het herinnerde mij aan de wiskundige feiten  die de relatie tussen trillingen van muzikale toonhoogten verenigt met de bewegingen van het universum en het ontstaan van het leven.

De Didgeridoo
De Didgeridoo

Dank aan Prof. Paul de Blot en Nyenrode voor deze mogelijkheid om mijn wereld verder kenbaar te maken.

Hoe betrek je 220.000 mensen bij hun eigen omgeving?

De gezondste stad van de wereld

Je kunt dat dan wel in je hoofd hebben maar hoe betrek je 220.000 mensen bij die uitdaging? Dat is de vraag die wij ons stellen in het co-creatie project AiREAS waarin iedereen uitgenodigd wordt om bij te dragen aan een gezonde lucht en omgevingskwaliteit en de eigen gezondheid.

In Eindhoven wonen en leven ca. 220.000 mensen, zonder nog het woon/werk verkeer en stadsbezoek bij te tellen. Al die mensen samen, met al die dynamische menselijke bedrijvigheid, zorgen voor een belasting van de omgeving en de bijbehorende aantasting van onze gezondheid. Dat doen wij niet alleen in Eindhoven. Volgens onderzoek is het hele gebied van midden Europa flink vervuild, met alle consequenties van dien.

Luchtvervuiling streks zich door heel midden Europa uit
Luchtvervuiling streks zich door heel midden Europa uit

Het is een zorgwekkend plaatje maar als je dagelijks van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat bezig bent met je drukke leven dan zegt zo’n plaatje niet zo veel. Behalve misschien dan met zich bewust wordt dat het eigenlijk helemaal niet zo mooi is, maar wat kan een eenling nu doen? Goede vraag die ongetwijfeld desgevraagd de 220.000 mensen zich zullen stellen. Hoe betrek je zoveel drukke mensen bij iets dat zo groot en ontastbaar lijkt?

Onbewust ongezond
Wij worden opgevoed in een geldgedreven maatschappij en zijn ons amper bewust van de consequenties ervan. Af en toe zien we wat op het journaal of in de krant. Recent zagen we een Smog Alarm in België.  We zien ook dat de gebouwen van Peking gezandstraald worden door de oprukkende droogte en bijbehorende zandstormen, en dagelijks zien we de luchtkwaliteit van deze stad via twitter op “hazardous” staan en “unhealthy”. Informatie is er genoeg maar we zijn ons niet bewust, of misschien wel bewust, maar het raakt ons onvoldoende om er zelf wat aan te gaan doen. Wat kunnen we eraan doen? Wat zijn de mogelijkheden? In Peking niet veel maar hier thuis, in Eindhoven?

Zelfs als iedereen mee zou gaan denken aan oplossingen en het gedrag veranderen dan zou het herstel van de luchtkwaliteit in de regio toch waarschijnlijk enkele generaties gaan duren. En dan alleen als de rest van de wereld ook meedoet. Daar zit de kip en het ei van het verhaal. Wie begint eerst? De rest van de wereld of ik? Voor de rest van de wereld steek ik mijn hand niet in het vuur, voor mijzelf wel. Laten we daar eens op concentreren.

Hoe sta IK er tegen over?
Als decennia lange verdieper in de materie van verduurzaming ben ik natuurlijk voor een optimale relatie met one natuurlijke omgeving vanuit het eigen belang om zo gezond en harmonieus mogelijk te leven. Ik realiseer mij ook dat ik zelf verantwoordelijkheid moet nemen om er wat aan te doen. Maar als ik kijk naar al die duizenden auto’s, bussen, open haarden, enz dan denk ik “what the heck! Wat kan IK nou er aan doen?”.

Het liefst had ik zonnepanelen om ook mijn gasverbruik te verlagen. Maar ik woon in een huurhuis en de woningbouw corporatie wil liever zelf een slaatje slaan uit mijn energierekening dan mij te faciliteren met een dak voor mijn zonne-energie en kostenbesparing. Het liefst zou ik een hybride of elektrische auto rijden want dan betaal je geen wegenbelasting en belast ik ook de natuur niet direct (indirect misschien wel maar dat laat ik aan die energieleveranciers zelf over). Maar ik kan mijn oude benzine auto aan de straatstenen niet kwijt en zo’n groene auto is alleen weggelegd voor degenen die het kunnen betalen. Kortom, het systeem maakt het mij niet gemakkelijker om natuurbewust te zijn en aan mijn eigen gezondheid te denken. Ik word van alle kanten beperkt. Daarnaast ben ik boven de 50 dus zal de smerigheid zich al wel in mijn lijf hebben genesteld. Sinds ik weer in Nederland woon merk ik steeds meer pijnen en ongemakken. Last heb ik er nog niet echt van maar het kwaad zal ongetwijfeld al zijn geschiet. Als ik er dus aan ga werken is het niet meteen meer voor mijn eigen levenscomfort maar wel voor dat van mijn kinderen en kleinkinderen.

Ik ben dus liever nu een organisator die eerder alles ter discussie stelt voor de onbevangen en nog redelijk ongerepte jeugd, dan voor mijzelf. Dan besef ik mij meteen dat ikzelf redelijk zelfbewust omga met mijn inkopen en vervoer maar mij ook vaak laat leiden toch door gemakzucht. Als ik dus iets aan die luchtkwaliteit zou moeten doen dan zou ik verwachten dat wij het met zijn allen doen. Maar wie ben ik, met al mijn eigen fouten, om iedereen dat te zeggen? Voor de schone leefomgeving wil ik graag dat mijn normale levenspatroon in tact blijft. Er mogen gerust dingen aan worden toegevoegd die mijn gezondheid bevorderen maar ook mijn democratische keuzevrijheid niet schaden. Kortom, als ik het vanuit mijn dieper bewustzijn al niet structureel aanpak, wat kan ik dan doen om anderen te overtuigen het wel te doen?

Burgerparticipatie
Als iedereen een beetje is zoals ik vanuit gemakzucht dan moet de transitie van A (huidige stad) naar B (schoonste stad) verpakt zitten in de dagelijkse routine en ons daar niet veel vanaf halen. Ons leven veranderen we niet graag, maar ons gedrag bij in en aankopen, of ons autorijden, kunnen we ter discussie stellen. Misschien zie ik wel kansen om dingen te gaan ondernemen en er een boterham mee verdienen.

Daarom gaan wij in AiREAS experimenteren met burgerparticipatie vanuit verschillende thema”s:

  • De wijkbewoner als consument
  • De wijkbewoner op hun grondgebied
  • De wijkbewoner vanuit ondernemend burgerschap.

Burgerschap:
Dit woord is een breed begrip. Ik ben burger in een menselijke maatschappij. Burgerschap betekent eigenlijk dat ik mij bewust moet gaan gedragen volgens een soort burgernorm. Die norm is al decennia dat ik zoveel mogelijk geld moet verdienen om een luxe bestaan te kunnen leiden en via mijn consumptie, investeringen en belastingen bijdraag aan een economie. Dat is mijn burgerschap waar ik niet al te veel vragen over stel. Als ik geen geld verdien dan verlies ik grotendeels mijn luxe bestaan. En tot op heden was dit soort burgerschap van harte gewaardeerd door de wereld om mij heen.

Nu staat het begrip ter discussie. Ben ik als burger mede verantwoordelijk voor een aantal taken, zoals vervuiling of klimaatverandering? In de oude zorgstaat Nederland kon men doen en laten wat men wilde want via de gevolgen-economie en belastingdruk wist de overheid wel instanties in leven te roepen die voor alles een onderzoek konden doen en oplossingen bedenken. Nu wordt ineens van de burger verwacht dat men weer mee gaat denken over van alles en nog wat. De vraag is alleen tot hoever de deelname van de burger gewenst is? Betekent burgerschap dat wij initiatieven mogen gaan nemen of zijn wij een ideeënbus voor de overheid?

In de Stad van Morgen vragen we ons dat niet eens af. Wij vinden dat voor een aantal zaken de overheid nu eenmaal geen verantwoordelijkheid KAN nemen, hooguit faciliterend helpen. Dat is bijvoorbeeld voor gezondheid en veiligheid. Men kan ons omringen met gezondheidszorg en dat repareert de ongezondheid misschien, maar gezondheid is een aangelegenheid van ons zelf. Hetzelfde geldt voor politie en onveiligheid. Veiligheid moet van onszelf komen.

De gezondste stad van de wereld is dus vooral een mindset, een mentaliteit, geen set van regels noch een stad met ziekenhuizen en politieagenten. Het schept een nieuwe dimensie voor burgerschap.

De burger als consument 
Vanuit die nieuwe manier van kijken tegen het burgerschap kunnen we ook onze keuzes bezien over ons consumptie en investeringsgedrag. Als ik zonnepanelen op het dak wil van mijn huurhuis dan kan ik de uitdaging aangaan om mijn huurbaas mee te krijgen in mijn verlangens. Als dat niet lukt kan ik misschien mij verenigen met andere huurders die hetzelfde willen en op die manier onze huurbaas onder druk zetten. Waarom moet ik obstakels aanvaarden als ik ze ook uit de weg kan gaan en oplossingen zoeken? Dat hoort toch ook bij burgerschap. Als ik gezondheid wil en ik kan aantonen dat die zonnepanelen of andere initiatieven daaraan bijdragen wat is dan een huurhuisinstelling om er een stokje voor te steken? Dan belemmeren zij mijn eigen gezondheidstreven en dat van mijn buren? Dan moet men van goede huizen komen als men mij een strobreed in de weg wil leggen. En dat geldt natuurlijk voor alles wat ik in het dagelijks leven doe, binnen mijn eigen comfort zone maar ook in relatie met mijn buitenwereld.

De burger als ondernemer
Bij het woord ondernemer denken veel mensen aan iemand met een eigen bedrijf. Dat is niet zo. We zijn allemaal ondernemers van ons eigen leven. In het dagelijks leven beslissen wij waar wij onze inkopen doen, waar we wonen en bij wie we werken. We klimmen in de boom als ons onrecht wordt aangegaan en durven veelal de confrontatie aan te gaan als we denken dat het ons goed recht is. Wij ondernemen dingen, de hele dag, elke dag!

Ondernemen is eigenlijk een synoniem “dingen doen”, voor de creatie van waarde voor onszelf. Wat is waardevol? En dan erop uit gaan om het te verwezenlijken. Dat is ondernemen. Als je die energie bundelt met meer mensen dan ontstaat er zelfs meer. Zo kunnen ondernemende mensen in eenzelfde wijk tot allerlei bloeiende initiatieven komen. Dan hoeft daar niet eens een bedrijfje tegenover te staan of er geld mee verdiend worden. Veelal is het gewoon een gemeenschappelijk doel dat samen eenvoudiger te bereiken blijkt dan alleen. Even samen naar de stort, of met wat mensen die hekjes timmeren, of wat zwerfafval opruimen, even het verkeer regelen als al die scholieren aan komen fietsen, enz. enz.

Kleine aanpassingen
Door de kleine aanpassingen in het leven mee te nemen vanuit het zelfbewustzijn dat het ook om de gezondheid gaat, kan men bij dragen aan die gezondste stad, zonder er veel extra voor te hoeven doen.

Om mensen dàt duidelijk te maken gaan we de dialoog en ontmoeting met elkaar aan. “Verander de wereld door NIETS te doen” is zo iets. Dan is niets doen uiterst relatief. We bedoelen natuurlijk dat men geen wezenlijke veranderingen hoeft door te voeren in het dagelijks leven. De energierekening onder brengen bij een grote energieleverancier of bij de opkomende wijkenergie coöperatie? Dat is maar een keuze en één handeling. Daarna gebeurt het gewoon door de inzet van anderen. De achtertuin beschikbaar stellen voor groente teelt. De auto laten staan en op de fiets gaan. Een deelauto organiseren met een aantal mensen. De kinderen lopend of op de fiets naar school brengen. Energie opwekken via het raam. Kijken waar het eten vandaan komt dat in de supermarkt ligt. Koop en kook vooral spullen uit de directe omgeving. Eenvoudige dagelijkse keuzes.

Stapje voor stapje, haast ongemerkt zijn wij binnen de kortste keren wat gezonder bezig, zijn er ineens wat grote projecten bij gekomen en ziet de stad er heel anders uit. Binnen een aantal jaren komen andere steden kijken en vragen we ons af hoe het toch zo is gekomen? En dan zien wij, als we goed kijken, dat wij zelf ons leven een tikkie hebben gewijzigd en daarmee onszelf én de hele wereld een dienst hebben bewezen.

Zo moeilijk is het allemaal niet.

 

Creatie, co-creatie en geld verdienen

Regelmatig ontstaat er een discussie als we praten over de manier van (samen) werken in de Stad van Morgen (Stichting STIR). Dan gaat het vooral over wanneer men nu een factuur mag sturen en wanneer iets “gratis” gebeurd? Het verschil zit ‘m in de manier waarop wij tegen ondernemen aankijken, de manier waarop vernieuwingen tot stand komen en wanneer iets een co-creatieproces is of een product-verkoopproces. Wanneer is er budget en wanneer niet?

Creatie:

Creatie is de essentie van ondernemen, of het nu industrieel is, dienstverlenend, maatschappelijk, kunstzinnig, ….. Het is tevens de voedende basis van het onderscheidende vermogen van een bedrijf, de duurzaamheid van het bestaansrecht. Dit geldt zowel voor de individu als zelfredzaam en zelfreflecterend persoon, als voor een instelling of zelfs de gehele maatschappij. Het creatieproces is derhalve een investering in jezelf en de toekomst. Wanneer ik het woord “investering” noem denken de meeste mensen meteen weer aan geld en niet zichzelf (talent). Maar met geld doe je in een creatieproces helemaal niets want dan heeft het alleen de waarde van een schuld. En een schuld ga je aan als je erop vertrouwt het terug te kunnen betalen. Dat conditioneert dan weer je creatieproces dat automatisch gericht moet zijn op geldverdienen terwijl de droom bijna altijd toch eerst iets anders voor ogen heeft.

Creatie komt voort uit het intense verlangen om iets nieuws, iets anders neer te zetten dan datgene dat al bestaat. Het is een sterke innerlijke drang, een passie, die zich als een vulkaan doet aanvoelen binnen de ondernemer. Om die droom, want creatie gaat eerst uit van een soort droom, een ideaal, een denkbeeldig iets dat alleen in de geest van de ondernemer bestaat en nog niet in het echt, te verwezenlijken moeten er veel dingen gedaan worden. Soms komt daar wat geld bij kijken om bepaalde benodigdheden te kopen of in te huren. Soms zijn er mensen die zich tegen betaling aanbieden om je te helpen je droom waar te maken. Dan moet je zelf keuzes maken en kijken of je budget hebt, die betaalde hulp echt nodig hebt of het alleen kunt. Of je maakt er een co-creatie van met mensen die dezelfde droom ook waar willen maken en verschillende talenten aan die van jou toevoegen. In principe is geld niet nodig. Daar krijg je de droom niet mee bewaarheid, alleen misschien wat instrumenten om er aan te werken . Wat men vooral nodig heeft in deze fase is de visie, het doorzettingsvermogen, geloof in jezelf, eigenwijsheid en de verbindende kracht om anderen mee te krijgen in de creatie.

Creatie is daarom de essentie van duurzame vooruitgang.

Het is ook de basis van een gezonde economie, niet andersom (ook zo’n misvatting). Er wordt echter in dit stadium helemaal geen geld mee verdiend, het kost meestal alleen geld en héél véél moeite. Voor degene die creëert gaat het niet om het geld maar om het creatieproces zelf en het beoogde eindresultaat dat vaak een menselijke waarde omvat dat niet in geld is uit te drukken. Dat zijn de échte ondernemers, in tegenstelling tot de algemene, foutieve opvatting dat ondernemers uitsluitend “geldverdieners” zijn. Die zijn er ook, de concurrerende productverkopers, maar die werken op basis van andere parameters (prijs, distributiekanalen, marketing, inkoop, voorraden, balans, enz) en waarden die al in prioducten zijn omgezet. Daar is niets mis mee maar heeft minder met waardecreatie te maken, wel met economie (ruilhandel van bestaande waarden en handel in tekorten). De ene ondernemer is dus de andere niet.

Creatie en Stichting STIR

Stad van Morgen is een stichting voor permanente waardecreatie. Wij stellen steeds de complexe maatschappij ter discussie vanuit onze visie voor duurzame menselijke vooruitgang, onze eigen stip op de horizon. De mens heeft de neiging om steeds van die stip af te willen wijken. Onze  wispelturige natuur laat zich vooral  aansturen door materieel heb en heerszucht om dan door crisissen en bijbehorende pijn weer tot bezieling en heroriëntatie te worden gedwongen. Dit geeft dus altijd weer aanleiding voor ondernemende mensen om te dromen dat het ook anders kan. Zij brengen dan stabiliteit door vernieuwing. Dat is ook een van de redenen dat in tijden van een gelddepressie of oorlog de meeste nieuwe uitvindingen zijn gedaan, niet in tijden van financiële hoogtij. (Zie ook mijn blogartikel in het Engels over Kondratieff versus Close). Dit proces levert uiteindelijk een maatschappelijke slingerlijn op die met vallen en opstaan vooruit gaat.

Stad van Morgen zit vooral aan de kant van het opstaan, vaak nog voordat we gevallen zijn.

Ja maar…..

Ik weet het! Er moet brood op de plank komen en al dat creëren vanuit een droom is mooi en aardig maar ik zal toch moeten overleven in deze maatschappij die alles vertaald heeft in geld. Natuurlijk snappen we dat. Maar het is niet de verantwoordelijkheid van de Stad van Morgen of de coöperaties die eruit ontstaan om het geldbelang te dienen. Wij creëren samen nieuwe waarden die nog niet bestaan en dus ook nog geen prijskaartje hebben. Dat uit het co-creatie proces verkoopbare waarden ontstaan is duidelijk alleen weten we vooraf nog niet wat. Dat is het doel ook niet. In de Stad van Morgen handelen we alsof het altijd een depressie is. Het haalt het beste uit de mens naar boven en in tijden dat er in de omgeving geen direct crisisgevoel heerst is er toch “markt” voor integrale vernieuwing. Wat we gezien hebben tot nu toe is:

  • Deelnemers kwamen zo in de aandacht dat ze een baan aangeboden hebben gekregen bij een van de institutionele partners,
  • Deelnemers kregen een belangrijke opdracht omdat zij op een duidelijke manier talent en integriteit zichtbaar maakten.
  • Nieuwe producten en diensten zijn ontstaan die verkoopbaar werden zonder nog concurrentie omdat ze zo vernieuwend zijn. Ze komen op de markt met een maatschappelijk verhaal dat eigenlijk geen marketing nodig heeft
  • Nieuwe professionele samenwerkingsverbanden ontstaan die weer nieuwe korte termijn co-creaties opleveren.
  • De co-creatie de medewerking krijgt van de overheid en bepaalde trajecten als productontwikkeling worden gezien waar subsidies aan worden geplakt zonder dat wij er een ellenlange aanvraag voor moeten voorbereiden of bedenken.
  • Investeerder raken geinteresseerd
  • De stip op de horizon leidt tot allerlei tussenstapjes waar wel weer allerlei geldbelangen uit komen rollen voor de deelnemers. Een co-creatie hoeft dus geen oneindig lange termijn ding te zijn maar kan ook allerlei korte termijn acties zijn
  • Deelname aan deze co-creatie je eigen verkoopverhaal versterkt als je ergens acquisitie gaat doen.

Co-creatie leidt dus onverminderd tot allerlei onvoorspelbare en voorspelbare  kansen, ook materiele, mits het voortkomt uit loyaliteit, menselijkheid en betrouwbaarheid. Een wolf in schaapskleren valt van zelf door de mand. En zoals Prof. Paul de Blot ooit zei: “alles wat ik gepland heb is niets van terecht gekomen”. Zodra je  bevooroordeelde verwachtingen gaat scheppen die voortkomen uit het materiele eigenbelang dan loop je de kans het hogere doel te verstoren en dan komen die onverwachte en verwachte vruchten niet voorbij. Laat het geluk je toevallen door open, onbevooroordeeld en zonder verwachtingen vooraf deel te nemen aan dit soort processen. De rest komt vanzelf. Zorg er zelf voor dat je je tijd goed verdeelt tussen co-creatie in het waarmaken van dromen, en het oogsten van wat je al in het verleden zelf gezaaid hebt. Van dat laatste leef je vandaag van het eerste leef je morgen.

Waarde creatie en handel zijn verschillende dingen
Waarde creatie en handel zijn verschillende dingen

Co-creatie

Co-creatie is hetzelfde proces als creatie maar dan wordt het gedaan door de samenwerking van verschillende partijen die eenzelfde droom met elkaar delen. Het is wederom niet geld maar waarde-gedreven. De waarde is menselijk en wordt bepaald door de visie en passie die de deelnemers aan het co-creatieproces bindt. Ook co-creatie is geen geldmachine maar een investering van passie, daadkracht, kennis en energie. De wederkerigheid zit ‘m in het waarmaken van de visie en daar de eer voor krijgen, allereerst door zichzelf te prijzen, nog voordat anderen het eventueel doen. Denk aan de schilder Vincent van Gogh die een ondernemende creator was maar dat alleen voor zichzelf beleefde, zonder de huidige erkenning te hebben mogen ervaren. Dat in tegenstelling tot Rembrandt van Rijn die ondernemende creator was maar dit ook in zijn eigen tijd om wist te zetten in roem en eer door af en toe zijn creatiedrang ondergeschikt te maken aan zijn materiële belangen en bijbehorende concessies te doen. Van Gogh kon dat psychisch en emotioneel niet. Creatie is sterk “zijn” gedreven vanuit allerlei motivaties, meestal ethisch, functioneel en expressief.

Stichting STIR en co-creatie

De stichting heeft co-creatie tot een kunst verheven waar zelfs de grootste instellingen aan meedoen en het onderscheid vaak zelf ook nog niet helemaal begrijpen. Zo hebben wij het co-creatieproces, dat zich sturend op het hoogste maatschappelijke niveau afspeelt binnen een concreet gebied, zelfs een aparte naam gegeven: Sustainocratie. Dit in tegenstelling tot een “economische democratie” die aangestuurd wordt vanuit het consumeren van waarden en het handelen erin vanuit tekorten.

AiREAS is een concreet voorbeeld van een sustainocratisch proces in een gebied (nu nog Eindhoven). Het gaat bij AiREAS niet om geldverdienen maar om het samen creëren van een gezonde stad. Hoe doe je zoiets? Hoe draag je eraan bij? Wie is verantwoordelijk? Dat heeft niets met economie te maken maar met menselijkheid en duurzaamheid, maar ook met permanente creatie en co-creatie, gedrag en mentaliteit, ethiek en expressie. In een samenleving verandert er steeds wat, veroorzaakt door mensen of onze natuurlijke omgeving. Dat valt niet te plannen maar wel op te reageren en anticiperen door creatief gedrag. Als men dat samen doet met een belang van allemaal dan ontstaat er iets nieuws, een permanente drang tot verandering. Dit kun je niet budgetteren, niet plannen en niet inkopen. Co-creatie is op basis van vrijwillige commitment binnen de mogelijkheden die men heeft. Men doet mee omdat men het voor zichzelf belangrijk vindt en erin gelooft. Ook de te verwachten wederkerigheid bepaalt men daarin zelf.

Binnen de context van het model van de menselijke complexiteit (Zie de tekening eerder in dit schrijven en het boek Sustainocratie, de nieuwe democratie) is creatie en co-creatie vooral een uiting en ontwikkeling van het “zijn”, de “ik ben” – identiteit. De deelnemers aan het proces ondergaan een leerproces door vanuit zingeving te handelen. Dit leerproces, dat zich ook uit in de professionaliteit van de deelnemers, is voor de betrokkenen essentieel om zich aan de waarden van een veranderende werkelijkheid te binden en de eigen identiteit eraan te koppelen. Dit doet men niet alleen wegens de mogelijke erkenning die men erdoor krijgt vanuit de omgeving maar vooral vanuit de innerlijke vreugde van het bijdragen aan iets belangrijks voor zichzelf.

Uit dit proces kunnen natuurlijk nieuwe producten, diensten en zienswijzen ontstaan maar gegarandeerd is dat niet. Wel leren we allemaal en tegelijkertijd wordt de omgeving er beter van in vele opzichten. Dat ziet men ook om ons heen omdat het co-creatieproces ons nu eenmaal zichtbaar maakt in een omgeving die geheel anders functioneert. Wij roeren in die maatschappij en daaruit ontstaat de vernieuwing.

Living Lab

AiREAS in Eindhoven heeft daarom de status van een Living Lab, met de nadruk op de co-creatieve menselijkheid van “living”. Alle betrokken partijen komen zichzelf tegen in dat proces, krijgen een innerlijke drang om zichzelf te overstijgen boven het gangbare uit en in de creatie vernieuwing te introduceren die hun eigenheid als talent en ondernemer of organisatie verder onderstreept. Het raakt de ziel van de onderneming, of het nu de overheid is, een multinational, een kleine zelfstandige of een gezinslid op de hoek van de straat. We kunnen over het algemeen stellen dat een crisis (zoals aangegeven in het complexiteiten model) altijd zal bestaan al gevolg van het uitmelken van onze cashcows en het beveiligen van de belangen door groeiende bureaucratie. Een persoon, bedrijf of maatschappij die niet compenseert met een duidelijke waardecreatie ontwikkeling zal uiteindelijk de crisis ervaren als losstaand geheel in plaats van een oplosbaar incident binnen een groter geheel. In een bos vallen ook bomen om, maar het bos blijft bestaan. In een materialistische economie zonder evenredige ruimte voor waardecreatie valt één boom om en zal het hele bos omvallen. Dat zien we nu ook gebeuren overal.

Geld verdienen

Zodra een creatie zichtbaar is geworden voor de omgeving dan ontstaat er een erkenning of een (soms tijdelijke) afwijzing. De droom voor de ondernemer, of co-creërende groep, heeft zich gemanifesteerd in de werkelijkheid en die werkelijkheid moet ermee om leren gaan. Soms snapt de omgeving het nog niet en gaat er tijd overheen voordat men de waarde van de creatie weet te waarderen in bijvoorbeeld geld, zoals nu gebeurd met de schilderijen van Vicent van Gogh. Of de President van Amerika in 1897 over de telefoon “een prachtige uitvinding maar waar dient het voor?”.  Vaak is het toch ook redelijk snel wereldveranderend, zoals is gebeurd met de i-serie producten van Apple of in vroegere decennia door Microsoft of Nintendo en vele anderen nog op product niveau. Nu praten we over integraal maatschappelijke transformaties die nog een tikje ingrijpender en complex zijn dan alleen het creerende succesvolle bedrijf.

Zodra een creatie gemeengoed is geworden dan wordt het materieel uitgemolken door de volgers die zelf niet het creatie talent hebben. Ook de mensen en organisaties die wél de creatie hebben waargemaakt kunnen hun materiële slaatje slaan uit hun werk door het te vermarkten. Dat is weer een kunst apart. Deze “marktleiders” hebben vaak de erkenning en zijn dan ook in materiële zin veel succesvoller dan de volgers (tussen 4 en 9 x winstgevender volgens enkele studies).

Stad van Morgen en geld verdienen

Stichting STIR laat dit geld-verdien-proces over aan de ondernemers en co-creërende partners. Het gaat ons om het creatie en co-creatieproces zelf, de ethische voeding van vooruitgang en een gezonde economie. Onze partners blijven eigenaar van hun eigen creaties en leerproces. Stad van Morgen schept alleen de omstandigheden om in de complexiteit van de huidige maatschappij en binnen de abstracte context van duurzame menselijke vooruitgang te experimenteren en het beste van elkaar te laten zien, zonder er facturen tegenover te stellen. Wij kopen geen producten maar benutten deelnemende talenten om tot integraal duurzame vernieuwing te komen op gebied van toegepaste innovatie. Het eigenbelang haalt de deelnemer er uiteindelijk zelf wel uit. Daarom ontstaat vaak een 1+1 > 2 in dit roerproces dat uiteindelijk leidt tot blijvende partnerrelaties, nieuwe economische impulsen, ook in de geldgedreven wereld door de meerwaarde die ontstaat en waar ook commerciële belangen aan kunnen worden ontleend.

Stichting STIR (Stad van Morgen) is eigenlijk een moderne vorm van integraal duurzame publieke R&D. De partners zelf financieren de processen vanut eigen vermogen. Het vermogen van STIR is de co-creerende verbinding. Behalve dat heeft de stichting geen eigen middelen.

Coöperaties

Specifieke complexe co-creatie processen die een concreet hoger doel nastreven, zoals AiREAS, worden daarom ondergebracht in een coöperatieve vereniging waarin bindende afspraken kunnen worden ondergebracht over eigendomsrechten en verdelingen. Deze komen voort uit de co-creaties die uiteindelijk al dan niet vermarkt kunnen worden. De coöperatie zelf speelt dan een essentiële rol maar ook elk van de leden die de co-creaties mogelijk maken.

Investeren in waardecreatie in Living Lab Eindhoven
Investeren in waardecreatie in Living Lab Eindhoven

Een van de problemen waar we dan tegenaan lopen is dat de meeste organisaties in een multidisciplinaire context, zoals een Sustainocratie, alleen een co-creatieproces willen ingaan als iemand er vooraf een budget tegenover stelt. Dan komen we in de wereld van subsidies en overheidsgelden terecht waardoor er een lastige discussie plaats vindt over eigendomsrecht, opdrachtgever/klant, wederkerigheid, aansprakelijkheden, als ook de sturende belangen van de overheid zelf. Door budgettering vooraf te eisen creëert men automatisch een hiërarchische verhouding van afhankelijkheden omdat men een materiële schuld aangaat. Het is dan nog maar de vraag of men tot echt iets nieuws komt want de verstrekker van de middelen stelt ook eisen vanuit een vooroordeel en economisch of risico belang vooraf. In Nederland is men vaak te risicomijdend om met risicokapitaal te durven werken. Daarnaast is risicokapitaal vooral bedoeld om geldbelangen aan te jagen. De voeding (zie tekening) die juist crisismijdend is en door de Stichting STIR (Stad van Morgen) wordt gevoed vanuit bewustzijn is juist die van ethiek en menselijkheid, de werkelijke waarden waar het om gaat.

Daarom werken we in de Stad van Morgen in eerste instantie zonder geld met uitzondering van wat vrijblijvend sponsorgeld voor de beperkte lopende kosten. In de coöperaties zoals AiREAS (EQoL, Stad-VERS, STIR, etc) werken we dan altijd met een nulbudget als uitgangspositie zodat er een transparante discussie komt over het doel of tussendoel dat we willen bereiken en wat we daar qua diversiteit aan middelen voor nodig hebben. Dan kan iedereen de belangen op tafel leggen, de middelen toekennen en beperkingen of zienswijzen kenbaar maken. Zo wordt altijd gezorgd naar een weg vooruit ook al is die via een slingerweg. Wat er verder uit de co-creatie coöperatie komt qua waarden is vooraf nog onduidelijk. Eenmaal gemanifesteerd in de werkelijkheid komen de belangen weer aan bod in de handel van de gecreerde en erkende waarden (economie).

Gemeenschapsgeld

Aan de andere kant rijst de vraag waar gemeenschapsgeld dan voor dient? Alleen voor infrastructurele en zorgstaat aangelegenheden in een economie? Alleen voor controle en bureaucratie? Of ook voor het faciliteren van complexe, onafhankelijke co-creatie? Zeker binnen een Sustainocratie geldt primair de duurzame menselijke vooruitgang in een regio. Is het dan ook niet logisch dat de gemeenschap zelf investeert in co-creatie door inzet van eigen middelen? Zijn die eigen middelen dan, behalve de aanwezige bevolking en haar diversiteit aan professionele initiatieven, ook het belastinggeld dat men inlegt? Het zijn boeiende vragen die ook co-creatief een antwoord verlangen.

In een Sustainocratie proberen we het co-creatieproces zuiver te houden door alle partners evenredig te laten investeren en daarna de eventuele producten en diensten die eruit voortvloeien te borgen in de coöperatie en via de leden. Maar de waarden die gecreëerd worden zijn veelal anders dan geld (zoals gezondheid, stabiliteit, veiligheid, enz). Geld wordt daarna weer door de verkoopkanalen verdiend en maatschappelijk belast. Niet alleen de producten en diensten die ontstaan hebben waarden maar het holistische eindresultaat en de aanpak zelf ook.

Door de gelijkwaardigheid aan de cocreatie tafel kan een ieder zijn of haar twijfels of vragen hierover kwijt en wordt gezamenlijk gezocht naar een geruststellende oplossing. Per slot van rekening willen we ons niet beperken door angst maar sterken door onderlinge oplossingsgerichtheid en vertrouwen.

Het vinden van transparant oplossingen samen vergt een uiting van verantwoordelijkheid en commitment van de partijen door middel van een lidmaatschap. Vaak is onduidelijk of het co-creatie belang of het uiteindelijke geldbelang de boventoon voert in de relaties. Dat blijkt gaandeweg. Ook is duidelijkheid hierin vaak strijdig met de gangbare regelgeving die co-creatie (nog) niet als maatschappelijke drijfveer erkent, uitsluitend de materiële kant van de relaties, via afhankelijkheden, risico’s en en aansprakelijkheden binnen een economie.

De grootste bijkomende uitdaging ten behoeve van holistische waardecreatie, naast het intense en vruchtbare maatschappelijk duurzaam co-creëren, is voor ons het proces om ruimte te scheppen door ook een gemeenschappelijk co-creatieproces te starten in de risicomijdende regelgeving en een verzuilde maatschappij van afhankelijkheden . Dit proces is nu al zichtbaar, ook bij de leden. Het gehele model is uiteindelijk een crisismijdend maatschappijmodel dat voor de hele menselijke wereld veel goeds kan brengen. En dat is ons heel veel waard.

Anders talige blogs

Stad van Morgen is de nationale roepnaam van Stichting STIR die zich internationaal richt op het introduceren en uitbouwen van Sustainocatische processen ten behoeven van duurzame menselijke vooruitgang en het (hopelijk) voorkomen van een chaos die enorm vernietigend zal zijn voor de mens in de komende decennia.

De Engelstalige blog (sinds 2008): http://www.marktleiderschap.wordpress.com

De Spaanstalige blog (sinds vandaag): http://www.fundacionstir.wordpress.com

Zo kunt u uw netwerk in het buitenland ook betrekken bij de maatschappelijke verduurzamingsprocessen waarvoor wij in Nederland het goede voorbeeld trachten te geven.

Het muzikale ontstaan van het leven

Wetenschappelijk onderzoek

In de jaren 80 en 90 deden wiskundigen onderzoek naar harmonieuze verhoudingen zoals die door de mooie tonen van muziek worden weergegeven. Waarom vinden wij bepaalde tonen mooi en andere niet? Het blijkt dat al enige honderden jaren geleden mensen zoals Pythagoras en Galilei zich dit ook hadden afgevraagd. Zij zijn zich destijds al gaan verdiepen in de frequenties van de muziek en kwamen tot verrassende inzichten over wiskundige relaties tussen de tonen. Een mooie discussie vond plaats in 1996 die u hier kunt nalezen zoals verslag gedaan (in het Engels) door Ray Tomes.

Nog verrassender was dat dezelfde wiskundige relaties van muzieknoten terug te vinden zijn in economische (Kondratiev) en astronomische cyclussen. Oorlogen, rampen en andere zaken vonden plaats volgens punten binnen deze  cycli die allemaal direct verband hielden met muzikale toonladders. Dat is natuurlijk wonderbaarlijk.

Onderzoekers zijn gaan kijken naar verschijnselen die volgens een bepaald ritme te verklaren zijn aan de hand van deze gegevens. Tot hun grote verrassing konden zaken zoals de onzichtbare positie van een nog onbekende ster of een wereldveranderende gebeurtenis herleid of zelfs voorspeld worden aan de hand van muzikale berekeningen. Het blijkt dat de hele samenhang van het universum, maar ook de manier waarop onze kleinste deeltjes zich verhouden met elkaar, overeenkomt met die “mooie” muzikale frequenties.

Harmonieuze relaties

Het is dus eigenlijk helemaal niet vreemd dat wij mensen bepaalde tonen als mooi ervaren en andere weer niet. Die tonen bepalen namelijk de natuurlijk harmonie in de relaties tussen elementen. Dit blijkt waarneembaar in de natuur en de cosmos. Als elementen zich aantrekken en afstoten volgens een muzikaal patroon dan heeft dat natuurlijk ook een evenredig effect op het gemoed van de mens. Het is algemeen bekend dat interactie met planten op basis van bepaalde geluid of lichtfrequenties een positie effect heeft op de ontwikkeling en groei ervan. Maar ook wij voelen ons vrolijk of geemotioneerd op basis van muziek. Iemand heeft zelfs een verband gelegd tussen muziek en de 7 chakras.

De uiterst bepalende trillingsfrequenties vormen dus de meetbare basis van het al dan niet ontstaan van harmonieuze relaties tussen verschillende elementen. Dan kan er ook een relatie gelegd worden met het ontstaan en de ontwikkeling van grotere of complexere elementen. Daarin zit een graad van “bewustzijn”. Een frequentie is namelijk een natuurlijk trillingsniveau dat zich uitsluitend verbindt met een bepaald ander trillingsniveau. Zo ontstaan er combinaties van elementen die meer of mindere stabiliteit vertonen door de verbindende frequenties. Dat kan op de kleinste schaal plaatsvinden en zich uitvergroten naar mate elementen groeien en van karakteristieken veranderen (een soort trilingen DNA). Zo zal water een ander “trillingen DNA” hebben dan zeezout of CO2, om maar wat te noemen.

Water is echter zo stabiel in haar harmonieuze verbindingen dat het misschien wel aan de basis heeft gestaan van het ontstaan van leven op Aarde.

Ontstaan van leven

Volgens bovenstaande uitleg van zich verbindende elementen op basis van trillingsfrequenties kun je stellen dat dit een mogelijke basis van bewustzijn vertegenwoordigt. Water (H2O) is bijvoorbeeld geen CO2. Toch zijn die moleculen van water op een stabiele en unieke manier met elkaar verbonden geraakt en gebleven. Water “weet” dus dat het water is anders zou het niet stabiel blijven en uit elkaar vallen. Dit “bewustzijn” wordt ingegeven door de unieke combinaties van muzikale tonen van de combinerende elementen. Muzikaal omdat het “mooi” genoeg is om de verbintenis van elementen te veroorzaken met stabiliteit en harmonie. Datzelfde geldt voor het bewustzijn van CO2 en al die andere elementen die gaandeweg zijn ontstaan in de permanente draaikolk van het universum.

Omdat alles trilt op een bepaalde frequentie, of het nu elementair is of complex, is er een verbintenis mogelijk op andere niveaus. De stabiliteit van die verbintenis wordt bepaald door de stabiliteit of onstabiliteit van de te verbinden elementen op basis van de relatie tussen hun toonhoogten. Bij het ontstaan van de Aarde en de daarop volgende miljoenen jaren werden de elementen veel en hardhandig door elkaar gehusseld door de vurige en ontstuimige situatie van de jonge planeet. Daarom kregen de elementen allerlei kansen om zich onderling te vinden en verbinden. Vuur en hitte accenteert nu eenmaal de trillingen waardoor verbintenissen eerder ontstaan dan in een afgekoelde omgeving. Een natuurlijk selectie vond plaats tussen stabiele en onstabiele vormen onder druk van hitte, bewegingen, inslagen van buitenaf, enz.

Gaandeweg begonnen elementen te ontstaan die een sterke eigen aantrekkingskracht hadden op concrete andere elementen waar zij een band mee hadden, voor groei bijvoorbeeld, net zoiets als een magneet. Zo zien we dat water zich samenvoegt met water als het door de zwartekracht naar beneden stroomt en uiteindelijk zich samen vormt in een rivier of zee. Door de grote varieteit aan frequentieniveaus ontstond er een natuurlijke aantrekkingskracht tussen complexe elementen die zich zo voort gingen bewegen op basis van de elementaire bewustwording vanuit zich aantrekkende en afstondende frequenties. Water had daarbij een essentiele rol omdat het een neutrale vorm had, bewegelijk was door zwartekracht en tevens drager kon zijn van andere elementen die erin konden drijven of oplossen.

Het leven is zo ontstaan als complexe samenhang tussen melodieuze geluidsfrequenties. Er zit dus echt muziek in leven.

Er was eerst geen doel van het leven behalve het reageren op onderlinge trillingen, zoals wij ook doen als wij in aanraking komen met bijvoorbeeld andere mensen. Sommige elementen ontwikkelden een soort zelfbewust doel om te groeien door zich op de frequenties te richten. Zo was er de aantrekkingskracht op andere elementen om natuurlijk te groeien totdat er een bepaalde groeilimiet was bereikt. Dan was de groei verder onhoudbaar maar ging wel door wegens de nooit stoppende muziekale aantrekkingskracht. Het te grote element ging over tot tweedeling. Hierdoor ontstonden nieuwe groeimogelijkheden in de juiste omgeving.

De bewegelijkheid van het prille leven bracht dit in experimenteel contact met allerlei andere elementen die het tot zich nam als voedsel of ermee een verbintenis aanging om per ongeluk tot nieuwe levensvorm te komen. Zo begon de evolutie van het leven op basis van muziek, verbinding, voedselinname, groei en deling. De complexiteit groeide evenredig naar mate de elementen en levende soorten dienden aan te passen aan nieuwe omstandigheden of zich per ongeluk gingen verbinden bij spontaan contact.

Een natuurlijk sellectie ontstond op basis van harmonieuze relaties die steeds weer uitgedaagd werden om de harmonie in stand te houden door zich aan te passen. De een deed dat beter dan de ander en zo groeiden de soorten in een rijke diversiteit van planten en dieren.

De basis bleef natuurlijk het eigenbelang waarbij concrete soorten een vorm van zelfbewustzijn ontwikkelden dat hen in staat stelde beter te concurreren. Men moest ten slotte overleven in een wereld waarin de sterkste, de snelste of de slimste verder kon bestaan en anderen uitstierven. Ondanks het harmonieuze samenspel van de elementen om tot complexe, levende wezens te komen van samenhangende elementen, ontstond een wrede strijd om te overleven. In die complexiteit ontstond uiteindelijk ook de mens.

De mens

De mens is een zelfbewust wezen dat lichamelijk en rationeel een soort evolutionaire perfectie heeft bereikt waardoor het een streepje voor heeft op haar natuurlijke concurrentie. Het zelfbewustzijn ontwikkelde zich sterker en sterker doordat de mens ook leerde omgaan met instrumenten. Ook leerde ze haar muzikale oorsprong omzetten in taal en communicatietechnieken die verder gaan dan de natuurlijk symfonie van trillingen van elke levensvorm. Zelfbewustzijn is echter nog steeds gebaseerd op de Darwinistische concurrentiestrijd met de omgeving om te kunnen overleven, paren en vermenigvuldigen. Agressie, hebzucht en eigenbelang zijn daarom zeer natuurlijke eigenschappen om zichzelf in stand te leren houden. Binnen in de eigenschappen van de mens zitten namelijk ook nog steeds de oeroude eigenschappen van het ontstaan van de Aarde, de mineralen, het water, de eerste eencelligen, de hele evolutie die aan ons is voorafgegaan, enz.

De innerlijke drang naar groei en procreatie heeft enorme effecten op het zelfbewustzijn van de mens. Wij vertonen territoriumgedrag, verdedigen ons eigenbelang met hand en tand en proberen te zorgen voor overvloed aan eten en drinken voor onszelf. We ontwikkelen ons als gemeenschapsdier met afgestemde onderlinge verhoudingen. In deze verschillen wij echt niet veel van andere diersoorten ware het niet dat onze complexiteit ons heeft gevrijwaard van natuurlijke concurrentie (op Aarde in ieder geval). De enige concurrentie die we nog hebben is de mens zelf die wij afrekenen op territorium en afkomst. Zij evenaart ons in bewustzijn en drang naar eigenbelang hetgeen historisch gezien de nodige confrontaties heeft opgeleverd. De ene mens zag de ander niet als soortgenoot met een aantrekkingskracht op trillingsniveau maar als concurrent met een “andere muzikaliteit”. Dat was al te herkennen in de diversiteit van taalontwikkelingen maar ook de vele culturele uitingen.

Weer die harmonische relaties

De mens oefent ook een aantrekking en afstotende kracht uit op elkaar. Wij zijn complexe materiele en immateriele systemen geworden op basis van muzikale noten. Die “muzikaliteit” stemmen wij op elkaar af vanuit de intensiteit van onze cellen. Zo ontstaan er gezinnen, maatschappijen, organisatievormen maar ook oorlogen, schermutselingen, ruzies enz. Dat dit alles in de grote lijnen te voorspellen blijkt volgens wiskundige patronen die het universum ook beheersen maakt het allemaal erg boeiend. Dat onze spiritualiteit gebaseerd is op mooie muziek is al een gewaarwording op zich. Het universum blijkt een groot muziekinstrument.

De gezondheid en psyche van de mens, maar ook van organisatievormen, kan in verband worden gebracht met muzikale frequenties. Daarop zijn bewust en onbewust allerlei medische en paramedische inzichten op gebaseerd. Ook ons voedsel is vooral bruikbaar als het energetisch is afgestemd op ons trillingenpatroon.

De moderne tijd van industrialisering, consumptie economien, de ontwikkeling van geld, en de trektocht naar steden heeft de mens afgezonderd van de natuurlijke omgeving en onderlinge samenwerking. We leven een steeds groter individueel bestaan, statisch opgesloten in een mensenwereld waar het contact met de dynamische wereld van de mens onderling en het universum grotendeels is buitengesloten. Dat dit een negatief effect heeft op de mens zelf blijkt uit dagelijkse statistieken over volksgezondheid, stress en psychische ongemakken. De essentie van vooruitgang in het creeren van nieuwe verbindingen zit ‘m juist in de dynamiek van het in aanraking komen met nieuwe bronnen van energie om te kunnen verbinden. Onze natuurlijke relatie met de omgeving is dan essentieel. Wij zijn gaandeweg de natuurlijk harmonie kwijt geraakt door onwetendheid en dat heeft consequenties voor de kwaliteit van ons leven en onze evolutie.

Er is een nieuw tijdperk in ontwikkeling waarin de mens die juist wél begrijpt. Dit wordt ook het tijdperk van de 5e dimensie van bewustwording genoemd. Het is een tijdperk waarin harmonieuze relaties met de medemens en onze natuurlijke omgeving wordt teruggevonden en verder ontwikkeld. We zijn dus uit muziek onstaan en brengen straks weer muziek terug in ons leven en duurzame vooruitgang.

********************

Dit artikel is gebaseerd op de inzichten van onderzoekers, de ervaringen binnen de Stad van Morgen over het ontstaan van verbindende relaties tussen mensen in onze sustainocratische processen en onze wens om bovenstaande verder te onderzoeken door in de maatschappij te blijven roeren en nieuwe verbintenissen aan te moedigen. In het Engels blog ik ook en uitgebreider soms over deze themas. Indien u belangstelling heeft danzijn hier een paar links:

Me and the universe

Why people avoid spirituality 

stip, stap …… stop niet

Zelfmedeleiden

In 1996 was mijn leven even een chaos. Tegelijk met mijn echtscheiding had ik besloten om bij mijn internationale werkgever weg te gaan. Ik wilde vooral geen ansichtkaartvader te worden voor mijn 2 jarige dochter. Ik moest verhuizen van een riante woning in de duurste wijk van Madrid naar een studentenflatje ergens in de buitengebieden. Mijn dikke expat salaris kon ik vergeten en mijn echtgenote ging met mijn dochter elders wonen. Er moesten diverse rechtszaken gevoerd worden om mijn leven als internationale executive en huwelijkspartner af te sluiten. Ik ging door een diep persoonlijk dal.

Mijn plan was om voor mijzelf te beginnen maar moest drie tot vier maanden overbruggen voordat ik dat kon doen. Eerst netjes afsluiten en dan pas nieuwe dingen starten. Die maanden lagen als een zwart emotioneel gat voor mij en het risico bestond dat ik zou wegkwijnen in zelfbeklag en zieligheid. Het werd voor mij belangrijk  om iets vinden dat gedurende die tijd mijn zinnen zou helpen te verzetten.

Marathon Madrid

In de lokale krant was een trainingsschema verschenen voor de lokale Marathon die drie maanden later zou worden gelopen. Ik besloot mij in te schrijven om er als stip of de horizon naar toe te gaan leven en werken. Elke dag begon ik te trainen om de afstand van ruim 42 km te kunnen overbruggen. Dit hield mij bezig en zorgde ervoor dat ik met een graad van optimisme tegen het leven aan bleef kijken. Ik had iets om naar uit te kijken als prestatie waar ik ondertussen voor moest werken door concrete stappen te ondernemen.

Stip – stap was geboren als aanpak. Een duidelijke stip op de horizon en concrete stappen om die stip te bereiken.

De uiteindelijke marathon heb ik uiteindelijk met veel moeite uitgelopen. De heuvels van Madrid en de oplopende temperatuur bleken vooral de tweede helft van de route een dodelijke aanslag op het doorzettingsvermogen. Toch ging ik door in de wetenschap dat ik dit maar één keer zou doen en daarna misschien nooit weer. Als ongeveer 3200ste van de 6000 deelnemers kwam ik over de eindstreep in een belabberde tijd van 4 uur 22 minuten. Máár….Ik had mijn korte termijn doel bereikt en kon met een tevreden gevoel beginnen aan mijn nieuwe levenspad als ondernemer en een directe vaderrelatie blijven onderhouden met mijn dochter. Mijn oude leven was, voor zover mogelijk en wenselijk, afgesloten en een nieuwe balans was gevonden.

AiREAS 2011

Deze persoonlijke stip/stap strategie was mijn motto geworden voor de verschillende projecten waar ik mij sindsdien op heb geworpen als ondernemer. En zeker nu, als paradigma veranderaar via de stichting STIR ofwel de Stad van Morgen. Daaruit is zo ook AiREAS ontstaan na veel stippen en stappen.

Tijdens een zo’n AiREAS bijeenkomst om burgerparticipatie te bespreken was ook een lokale TV ondernemer aanwezig. Hij wist het nog eens mooi samen te vatten door bijna zingend stip – stap, stip – stap te institutionaliseren. Hij herinnerde mij aan mijn eigen stip-stap destijds in Madrid. De uitspraak ging een leven leiden binnen de groepen die we vormden. Zaken konden nog zo abstract en complex lijken uiteindelijk moesten ze terug gebracht kunnen worden tot stip- stap trajecten. Het werd mijn taak om te zorgen dat er allerlei stip-stap projectjes van waardecreatie ontstonden. Of ze ook daadwerkelijk de eindstreep behaalden moest vaak nog blijken maar het was altijd het proberen waard.

Er waren natuurlijk genoeg mensen en ondernemers die zich alleen aan een enkele stip met stap verbonden om vergelijkbare redenen als ik destijds, namelijk het stellen van een overbruggingsdoel waarna zij weer iets anders gingen doen. Als er echter nieuwe stippen in verschiet lagen dan had men vaak de smaak te pakken om weer eens mee te doen. Soms werd dan de lat zelfs hoger gelegd. Elke stap werd een uitdaging en elke bereikte stip een feestje.

De lijn van duurzame menselijke vooruitgang kon zo bezaaid raken met veel stip-stap projectjes. Het werd als een continue proces ervaren, ook al was het vaak met wisselende deelnemers. Door stippen duidelijk te definiëren, inclusief de wederkerigheid voor de deelnemers aan dat proces, werd het een af te ronden geheel. Elke nieuwe stip kon nieuwe deelnemers krijgen, soms afvallers van de vorige trajecten, of gevoed worden vanuit de bestaande teams. Zo ontstond er een dynamiek van vrije deelname en bijdrage met een geheel eigen filosofie :

stip, stap, …..en stop niet…..

Heerlijk zo’n crisis af en toe

Waarom kan ik zo genieten van een goede crisis? Dat komt omdat ik gemerkt heb dat het dingen in mij naar boven haalt die er anders in verstopt waren gebleven. In mijn diepste dalen heb ik de mooiste momenten van mijn leven beleefd. Tijdens zo’n crisis kom je diep in jezelf terecht en ontstaat er iets, een drang, een noodzaak om sterke emoties te begrijpen en te uiten. En die komen in de meest vreemde manieren naar buiten. Soms heb ik genoeg aan een keiharde schreeuw. Als ik er geen woorden voor vind voor wat ik voel dan uit ik het anders, met een schilderij bijvoorbeeld, een gedicht, een muziekstuk of een lange boswandeling.

Mijn leven heeft zich ontwikkeld van een platte, fijne, intense beleving in mijn jeugd, vergelijkbaar met de landschappen van Nederland, naar een berglandschap vol grote pieken en diepe dalen, te vergelijken met de Pyreneeën in Spanje. Mijn jeugd was vol avontuur dat ik als “normaal” beleefde, onbekommerd. Bewustzijn erover kwam pas later, net als dankbaarheid.

Mijn leven als volwassen beleefde ik anders. Het ging gepaard met een groeiend verantwoordelijkheid gevoel, eerst voor mijn eigen verzelfstandiging, daarna rondom mijn naasten en later mijn kinderen. Het werd een bijzondere leerweg in mijn bewustwording. Van dat laatste werd ik mij ook pas gaandeweg bewust, bewust van mijn bewustwording.

Na verloop van tijd beleefde ik de ene crisis na de ander. De ene keer was het een persoonlijke crisis, of een huwelijkscrisis, daarna weer een  regionale crisis, of een crisis in het bedrijf waar ik werkte of  een wereldcrisis. Sinds 1992 was het voor mij een hele reeks crisissen. Na verloop van tijd ga je er aan wennen en ga je al die pieken en dalen van binnen en buiten jezelf een plekje te geven. De eerste keer bleek het loslaatproces van een oude, vertrouwde piek erg moeilijk. Na de zoveelste keer ga je genieten van elk dal zelf, in de wetenschap dat er ook wel weer een piek op volgt. En daar geniet je dan ook weer van.

Tijdens een piek had ik geld en kon ik allerlei dingen doen, zoals verre reizen malen. In zo’n dal had ik niets, behalve mijzelf, en kon ik dichten, schrijven, muziek luisteren, naar de sterren kijken, natuur bewonderen, wandelen, fietsen of schilderen. Op de hellingen naar beneden of naar boven moest er steeds van alles geregeld worden,  zoals problemen oplossen, uitdagingen bestuderen, dingen organiseren, verhuizen, noem maar op. Ik begon uit te kijken naar de rust van een volgend dal wegens de intense bezieling maar wist ook dat ik de drukte van die pieken nodig had om in mijzelf te blijven geloven. Het een vult het ander aan, het maakt je innerlijk rijk en nuanceert de werkelijkheid doordat niets blijvend is en verandering juist leidt tot inspiratie, passie en genot.

Een crisis is gewoon een loslaatproces, soms persoonlijk vaak omdat de omgeving in verwarring is gebracht en je daarop moet schakelen. Het geeft betekenis aan de wens of noodzaak tot verandering, een onverwachte wending in een route, een kruispunt of een helling. Het doorbreekt een routine en dwingt tot reflectie, beleven, loslaten, vastpakken, ontdekken, uitproberen, doorzetten, geloven, weten, bestuderen…..

Op zo’n moment van mijn innerlijke reis naar betekenis schreef ik bijvoorbeeld deze reflectie, ergens in 1998……. in Spanje…..in het Spaans natuurlijk ….

  • Soy una gota de agua salada
  • Movida por el mar de la vida
  • Evaporada por el calor pasional
  • Por el viento llevado a mi destino
  • Recuerdos alados mojados a mi paso
  • Hasta que caigo en una lluvia de lágrimas
  • Al mar revuelto añorando y esperando
  • Hasta que la pasión me eleve otra-vez

Vertaald:

  • Ik ben een druppel van zout water
  • Bewogen door de zee van het leven
  • Verdampt door de warmte van de passie
  • Op de wind gedragen naar mijn bestemming
  • Gevleugelde herinneringen bevochtigen op mijn weg
  • Totdat ik val in een regen van tranen
  • In de bewogen zee verlangend en wachtend
  • Tot de passie mij weer omhoog voert

Heerlijk zo’n crisis af en toe… het maakt mij BEWUST

Vrijheid, onderdrukking en vooruitgang

We leven in een land in vrede en daarom kunnen wij in vrijheid denken, zols bijvoorbeeld aan onze vooruitgang. Om deze luxe te bereiken is ook een vorm van onderdrukking nodig. Dat lijken twee tegenstrijdige begrippen, vrijheid en onderdrukking, dus laten we er even bij stil gaan staan. Dit is belangrijk omdat het principe van menselijke vooruitgang juist daar weer mee te maken heeft, zeker nu wij uitgedaagd worden door crisissen in onze maatschappij die ook het begrip “vooruitgang” ter discussie stellen.

Vrijheid
Wat is vrijheid eigenlijk? Is het de vrijheid om je te bewegen? Vrijheid van meningsuiting? Keuzevrijheid? Je mag wel iemand beledigen of uitschelden maar niet slaan of vermoorden. Je mag wel karretjes volladen met voedsel in een supermarkt maar niet ermee weglopen zonder te betalen. Je mag de wereld vrij rondreizen maar niet zonder identiteitsbewijs.

Alles wat je mag doen in vrijheid is dus omringd met voorwaarden en beperkingen. We worden in onze vrijheid dus gestuurd en onderdrukt. Deze “onderdrukking” blijkt noodzakelijk om onze vrede en vrijheid te behouden maar waar begint het en waar houdt het op?

Het “zijn”
Vrijheid heeft een directe relatie met de erkenning van een zelfbewust wezen als zelflerende, zelfstandige identiteit. Deze erkenning is op zichzelf ook een blijk van zelfbewustzijn. We stemmen deze erkenning dus op elkaar af door elkaars identiteit te erkennen. We zijn daarin dus geen boom of lantaarnpaal maar een denkend, redenerend, lerend en actief wezen dat in de medemens haar gelijke erkent.

Deze gelijkwaardigheid in het zijn heeft tegelijkertijd een belangrijke consequentie, namelijk dat wij onderling ook afspreken wat voor een ieder van ons belangrijk is en waardoor wij er bewust aandacht aan moeten besteden. Veiligheid is zo’n thema. Doordat wij een zelfbewust wezen zijn kennen wij ook pijn, lijden en de dood als gegeven van ons bestaan. Elkaar vrijwaren van deze zaken is dan ook belangrijk. We worden dus in ons bestaan door onszelf geholpen door onderlinge afspraken te maken die respectvol zijn naar elkaar toe. Daarin kunnen we verder gaan, zoals samenwerken bijvoorbeeld.

Het “doen”
Nu is de mens ook een levend wezen dat zoals elke levende soort wil voldoen aan haar levensbehoeften. We moeten dus overleven om te kunnen leven. In dat aspect zit een doelbewuste actie die samenwerking maar ook de nodige concurrentie met elkaar kan opleveren. We concurreren om voedsel, woonruimte, een partner, enz. In dat doen willen we wel eens onze respectvolle zijns afspraken vergeten en de agressie ontdekken die onze soort ook eigen is. We komen voor ons eigenbelang op. En dat kan soms erg ver gaan. Hoe ver dit mag gaan is afhankelijk van de omgevingsfactoren waarin de confrontatie plaats vindt. In tijden van oorlog zijn vijanden dodelijk op elkaar ingesteld. In tijden van vrede verwacht men van elkaar een soort tolerantie en overredingskracht.

Dat vergt dan weer een stukje opvoeding en opleiding dat ge-ent is op de eigenheid van een lokale omgeving en bijbehorende cultuurontwikkeling. Het overstijgt de individu waardoor er structuren worden gecreëerd rondom het overleven en leven in een regio. Gaandeweg hebben die structuren allerlei instellingen opgeleverd die ook weer onderling met elkaar omgaan. Denk aan overheden, bedrijven, scholen, enz.

Normen en waarden
Afhankelijk van de omstandigheden leggen wij onszelf dus regels (normen) op die ons onderlinge gedrag bepalen. Wij genieten daardoor vrijheden onder voorwaarden. De voorwaarden (waarden) die wij met elkaar afspreken bepalen onze eigen cultuur van vrijheid en de manier waarop wij elkaar aan kunnen spreken op de uitoefening ervan. We noemen dit “maatschappij”.

Tot zover lijkt het allemaal erg logisch maar waarom zijn er dan zoveel verschillende soorten maatschappij? Waarom wordt vrijheid en onderdrukking overal anders toegepast? En zijn onze eigen vrijheden en opgelegde beperkingen wel zo “normaal” voor anderen?

Dat komt omdat in verschillende gebieden de erkenning van de vrije zelfredzame identiteit, de “ik”, niet voor iedereen en overal gelijk wordt erkend. De vrouw wordt wel eens gezien als bezit van de man, bedoeld om er nageslacht mee op te bouwen, maar niet om in gelijkheid en evenredige veiligheid mee om te gaan. De menselijke “ik” van kinderen wordt soms pas erkend als ze een bepaalde leeftijd hebben bereikt en sommige maatschappijen hanteren eigen normen en waarden die zij ook verwachten van andere maatschappijen voordat zij de betreffende mensen als identiteit erkennen. De mens is dus niet zomaar eenduidig als mens aan te duiden maar de inkleuring via normen en waarden van de mens wordt als even belangrijk en soms zelfs belangrijker ervaren.

Lokale onderlinge afspraken gelden vaak wel voor de een maar niet voor de ander op basis van leeftijd, geslacht, huidskleur, geloof, geboortegrond, enz. Het is nog niet zo dat de mens in de hele wereld elke mens automatisch in het “zijn” erkent vanaf de geboorte. Die erkenning wordt ook geconditioneerd door de omringende levensovertuiging en het wereldbeeld van die identiteit die zich gaandeweg lokaal in de geschiedenis heeft ontwikkeld. “Ik ben een zelfbewust menswezen” is derhalve niet onmiddellijk voldoende om als zodanig erkend en gerespecteerd te worden. Er zit vaak meteen al een dikke historische schil omheen. Die schil geldt voor lokale veiligheid maar garandeert niet de veiligheid tussen ALLE mensen.

In tijden van duidelijk afgebakende landen en culturen was dit onderscheid redelijk aanvaardbaar. Het leverde soms oorlogen op maar dat was tussen “mens of maatschappij “soorten” – de “wij” en “niet wij””. In ons huidige tijdperk van open grenzen, multiculturele samensmeltingen en een groeiende wereldpopulatie, is het redeneren en blijven handelen vanuit cultuur-historische verschillen niet of nauwelijks te doen. Zijn wij verschillende soorten mensen? Of hebben wij ons anders ontwikkeld in onderlinge afspraken? Dienen wij onze eigen afzonderlijke afspraken van elkaar af te dwingen of bij gemengde culturen de verschillen overstijgen en de overeenkomsten in t elren zien? Gaan wij dan terug naar de menselijke basis? Loslaten en opnieuw beginnen met het maken van afspraken? Zijn er misschien afspraken die we nu al met elkaar kunnen afstemmen zonder afbreuk te hoeven doen aan onze oorspronkelijke levensovertuiging? Hoe gaan we samen om met onze vrijheid en onze noodzakelijke maar verschillende uiting van onderdrukking?

Ethiek
In een multiculturele samenleving is opnieuw beginnen erg lastig. Een levensovertuiging op basis van normen en waarden die men van huis uit heeft meegekregen laat men niet zomaar los. Die berusten op een “waarheid” die erg sterk van binnenuit wordt beleefd. Moet iedereen zich dan aanpassen aan de normen en waarden van het gebied waarin men komt te wonen?

Betekent dat dan ook niet een verplicht, dwangmatig loslaatproces van iemand’s oorsprong? Wat gebeurd er als men geen van beide eist en de mens zelf laat stoeien met de eigen normen en waarden en die verschillen met de omgeving? Wat is dan het nut van lokale wetgeving en wat is “recht”?

De complexiteit waarmee we in onze vrijheid worden geconfronteerd is dat wij de onderdrukking om die vrijheid te beleven op verschillende manieren hebben ingevuld in onze geschiedenis. Daar zijn vaak goede redenen voor aan te wijzen maar de vraag is dan of die ook in deze tijden nog geldig zijn? En waar of wanneer wel? En wanneer niet? Of zijn ze universeel van toepassing (en opeisbaar) als ze ooit onder concrete omstandigheden lokaal zijn ontstaan.

We komen dan op het terrein van de filosofische en praktische discussie van “ethiek”.

Terwijl normen en waarden een duidelijke lokale oorsprong hebben en bepalend zijn voor de manier waarop wij aldaar onderling met elkaar omgaan, hoe verwerpelijk ook vanuit het blikveld van een andere levensovertuiging, gaat ethiek over universele waarden. Ook dit is natuurlijk een delicaat punt omdat ook religies de pretentie hebben om zich daarover te uiten volgens de geschriften en onderbouwing door een of meerdere profeten. Het kan dus zijn dat de discussie over ethiek tot andere conclusies komt dan die van een bepaalde religie. Waarom is dat?

Ook religie is een vorm van onderdrukking om vrijheid te kunnen beleven. Religies zijn ontstaan in de historische perioden van onzekerheid van de zelfbewuste mens ten opzichte van de mystiek van het leven zelf. Territoriale wetten werden aangevuld met goddelijke wetten. Zo werd het bestaansrechtelijke “zijn” vergoddelijkt en het “doen” vermenselijkt om een onderscheid te kunnen maken in bestaan en gedrag, met verschillende vormen van verwijtbaarheid en schuld. Die vergoddelijking is door de profeten verkondigd om de vaak vastgeroeste lokale normen en waarden te doorbreken met universele reflectie. Daar zijn daarna weer menselijke eigenaardigheden geslopen op gebied van macht en hiërarchie door de dogmatische verkerkelijking van de bewust gekozen onderdelen van universele inzichten. Zo zijn er vanuit eenzelfde oorsprong allerlei verschillende geloofsovertuigingen ontstaan die elkaar ook weer beconcurreren vanuit de regerende dogma’s. De “waarheid” heeft op deze manier verschillende interpretaties gekregen. Ga iemand maar een verkondigen dat zijn of haar “waarheid” meer of minder is dan die van een ander…..

De gemiddelde mens heeft angst en schuldgevoelens die gekoppeld worden aan het bovenmenselijke, de dood en onze evolutie (waaronder de vermeende mogelijkheid van een leven na de dood en de opvattingen over het moment van de wederopstanding). Het is logischerwijs enorm moeilijk voor de mens om hierover zonder onzekerheid te durven relativeren. Men laat zich dus graag risicomijdend beïnvloeden en daar wordt vanuit specifieke overtuigingen weer gebruik van gemaakt om grote groepen mensen te binden aan het een of het ander.

In een enkel gebied waar een meerderheid zich uit hetzelfde geloof bediend zal weinig discussie ontstaan. Wanneer echter verschillende overtuigingen naast elkaar trachten te overleven en leven dan kan de discussie erg intens worden. Geloof gaat niet over wat men doet maar wat men gelooft te zijn en van waaruit men het doen relativeert en goedkeurt. Als het zijn geraakt wordt ontstaat er verschil in de beleving van menselijkheid. Dit verlangt dan een belangrijke bestaansrechtelijke discussie met duidelijke afspraken op basis van onderlinge erkenning. Dat laatste is erg lastig als de oorsprong gelegd wordt in een beleving van goddelijk gelijk.

Ethiek gaat over aantoonbare universele wetten die voor een ieder gelden ongeacht religie of lokaal geldende wetten rond normen en waarden. We leggen onze evolutionaire lat dus hoger door geen afstand te doen van onze overtuigingen of regels maar ze ondergeschikt te maken aan een nieuwe soort maatschappij. Dat is lastig als over erkenning van menselijk “zijn” al meningsverschillen zijn. Als de een de vrouw, het kind of een andere huidskleur wel erkent als gelijke en de andere niet, dan lijkt ethiek afhankelijk gemaakt te worden van een wetenschappelijke interpretatie van “wat is een mens?”.  Hanteren wij dan alleen tastbare bewijsvoering, zoals algemene lichamelijke kenmerken en dna? Of ook spirituele, zoals bewustzijn en bewustwording?

Wanneer is een mens een mens? Die vraag op zich is al een rechtsfilosofische ontwikkeling op gebied van bewustwording. De vraag zou ontkend worden door partijen die het antwoord leggen binnen een externe onzichtbare macht waaraan zij zelf waarden aan ontlenen. “De mens” is voor hen van goddelijke oorsprong en dient verantwoording af te leggen aan dat geloof. Maar ook die goddelijke oorsprong wordt door mensen anders ingevuld. Zijn er verschillende goden die zich uiten in de verschillende religies of is het dezelfde God en geven wij andere interpretaties aan die oorsprong?

Kortom. Ethiek stelt de historische interpretatie ter discussie ten behoeve van de bestaansrechtelijke menselijkheid binnen de context van onze universele oorsprong. Wetenschap en geloof dienen zich af te stemmen op duurzame menselijke vooruitgang van alle partijen. Waar we aan toe blijken te zijn is de erkenning van onze verschillen van opvattingen en het respect om die verschillen te aanvaarden en niet te bestrijden. Om dat te doen is het van belang dat er nieuwe overkoepelende afspraken komen die het universele gedrag en de onderlinge relaties bepalen van de mens of mensen. Dat betekent automatisch dat alle andere overtuigingen, zoals religie maar ook lokale wetten op basis van interpretatie van normen en waarden daar ondergeschikt aan worden gemaakt. Gelijkheid in vrijheid zullen dan maar zeggen maar keuze vrijheid in de beperkingen met in acht name van de universele ethiek.

Sustainocratie

Sustainocratie is een op ethiek gebaseerde maatschappijvorm. Het gaat niet in op levensopvattingen of geloofsovertuigingen maar wel op een gemeenschappelijke universele drang van evolutionaire duurzame vooruitgang. De algemene doelstelling die wij formuleren is vrijgemaakt van elke vorm van oordeel. Het individuele “ik ben” besef mag dan gekleurd zijn, de individuele talentvorming en inzet wordt verbonden aan een resultaat-gedreven missie volgens een universeel ethisch kader. Natuurlijk kan er ook discussie ontstaan over het kader maar dat lost veelal de huidige crisissituatie op. Het kader dient veiligheid te bieden waar anders onveiligheid kan ontstaan in een complexe situatie.

Geld
De complexiteit wordt nog groter nu er zich een andere hiërarchie en schuldsysteem heeft toegevoegd aan de discussie over ethiek: geld. Geld is ook verbonden aan “waarden”. De ontwikkeling van lokale economieën van waarden heeft de hele situatie al van een andere dimensie voorzien. Door geld als overkoepelende zekerheid te gaan zien zijn mensen bereid gebleken hun verschillen ondergeschikt te maken. Dat geeft al aan dat de oorspronkelijke geloofswaarheden en oude dogma’s geen onoverkomelijke hindernis vormen om tot een relatief vreedzame gemengde samenleving te komen. Geld heeft de maatschappij al uitgedaagd om te komen tot een status quo rond een hogere maatschappelijke waarde, namelijk geld. Geld is gekoppeld aan materialisme hetgeen via geld een tegenpool is geworden van het immateriële van het geloof. Er is een nieuw omhulsel geschapen die de mens wederom in verwarring brengt, namelijk dat van de maatschappelijke organisatie rond “het hebben”. De angst rond de onzekerheden van het zijn hebben plaatsgemaakt voor hebzucht uit angst te verliezen wat men heeft. Hebzucht heeft de laatste decennia een verontrustende ontwikkeling doorgemaakt die heeft geleid tot een wereldwijde crisis. Maar ook de macht van het geld beleeft ontkenning over universele waarden door zichzelf als enige waarheid te positioneren.

Dit brengt ethiek tot een verdere dimensie en grotere complexiteit. Niemand doet een ander kwaad door het bestaansrecht te koppelen aan een persoonlijk geloofsovertuiging, tenzij men anderen tracht te dwingen tot eenzelfde geloof. Bij hebzucht is er altijd een zuigkracht dat ten kosten gaat van de omgeving en ook de medemens. Hebzucht individualiseert verschillen en geld helpt bij het scheppen van nieuwe normen en waarden. Welke ethische universele wetten dienen zich te ontwikkelen vanuit het materialisme als dit aantoonbaar ten kosten gaat van het bestaansrecht van anderen? Hoe ontwikkelen normen en waarden zich als geld een andere waardesysteem hanteert dan bestaansrechtelijke waarden van identiteit en menselijkheid? Hoe verhouden deze lokale normen en waarden rondom economische doelstellingen zich ten opzichte van ethiek? Welke rechten ontlenen groepen mensen zich ten opzichte van anderen over het hebben en gebruiken van universele tastbare waarden? Is deze discussie hetzelfde of anders dan de ontastbare waarden van geloof?

Conclusie

Normen, waarden, religie, geloof en geld bevatten in onze moderne tijd een unieke en noodzakelijke bestaansrechtelijke reflectie en globale bewustwording  die wij onder brengen in de universele bezielende discussie van “ethiek”. Onze menselijkheid en duurzame vooruitgang is ervan afhankelijk en de discussie wordt al gevoerd. We hebben echter haast. Nu de enige overkoepelende, verbindende zekerheid in de vorm van geld in crisis verkeerd door menselijk misbruik, is de discussie van groot belang. Bij het wegvallen ervan gaan de onderlinge verschillen zich weer manifesteren met het gevaar dat men terug pakt naar oude zekerheden. Dat maakt de multiculturele maatschappij uiterst kwetsbaar en zelfs gevaarlijk. Ethiek zal dus zowel het principe van het materialisme en het immateriële moeten voorzien van duidelijkheid voordat men weer de oude vormen de boventoon laat voeren met alle gevaren van dien.

Sustainocratie is daarbij een neutrale samenleving- en samenwerkingsvorm dat zich concentreert op evenredige waardecreatie en onderlinge verdeling. Binnen Sustainocratie kan het overleg in praktische zin plaatsvinden om zo de integriteit van alle betrokken  partijen te waarborgen en van een duurzame vooruitgang te voorzien.

Nederland wordt klimaatnalatigheid verweten

Als je met wat instrumenten uit de ruimte naar Europa kijkt dan ziet het gebied van Nederland er wel erg roodgekleurd uit.

Het vervuilingsgebied van Europa
Het vervuilingsgebied van Europa

De graad van vervuiling komt grotendeels overeen met de dichtheid van logistieke en industriële activiteiten, de concentratie van de 300 jarige ontwikkeling van het industriële tijdperk. Als je daar ook de economische ontwikkeling overheen legt dan ontstaat er een belangrijke parallel.

Nu heeft deze zelfde evolutie ook een weerslag op de gezondheid van de lokale bevolking en de bijdrage van een gebied aan de klimaatontwikkeling van de wereld. De lokale gezondheidproblemen worden gecompenseerd door een sterke consequentiegedreven gezondheidszorg waardoor mensen weliswaar ongezond maar ook weer opgelapt worden. Daar omheen is ook weer een belangrijke economie ontstaan.

Terwijl de economische drijfveer zich manifesteerde als belangrijkste motor van de samenleving, ontstond tegelijkertijd de drang naar ontkenning van ethische verantwoordelijkheden. Gedurende lange tijd werd vooral rond de hete brei heen gedraaid met het excuus dat oorzaak en effect (nog) amper een wetenschappelijke basis bevatte. Aansprakelijkheid is moeilijk te aanvaarden als verwijtbaarheid nog op losse schroeven staat. Geleidelijk aan begint daar nu verandering in te komen. De wetenschappelijke inzichten die de problematiek bevestigen beginnen door te dringen tot de publieke opinie en de beleidskantoren. Zij doordringen het gordijn van verwarring van zwaar gesubsidieerde rapporten die moeite doen om het geheel te ontkennen.

Als je bovenstaande plaatje zo bekijkt dan mag Nederland zeker ter verantwoording worden geroepen, zowel door de lokale bevolking als door de gehele wereld. Net zoals wij Brazilië vragen om de economie rond houtkap te herzien ten behoeven van de zuurstofvoorziening van de hele wereld mag de wereld ook Nederland vragen haar economie te herzien ten behoeve van klimaat en volksgezondheid van de wereld. Nederland poogt dan wel met haar economische daadkracht maar zou zich ook diep moeten schamen dat die daadkracht verworven is ten kosten van onze natuurlijke omgeving, inclusief de medemens in de wereld. Dan is het zeker terecht dat men Nederland nalatigheid verwijt. Dan blijft er niet veel anders over voor Nederland om haar verantwoordelijkheid te erkennen en twee structurele maatregelen te nemen:

  1. Haar ontkenning te laten varen en open gaan staan voor herpositionering van het land ten behoeve van duurzame menselijke vooruitgang
  2. Een structureel korte en lange termijn innovatiebeleid toe gaan passen waarin menselijke gezondheid, omgevingskwaliteit en veiligheid de basis vormt.

Juist daarin zit ook weer een enorm grote potentiële economische kans. Door verantwoordelijkheid te nemen voor iets waar we nu pas echt iets over te weten komen kan Nederland een intellectuele en bedrijfskundige positie verwerven rond deze maatregelen die uiteindelijk ook door andere dichtbevolkte gebieden zullen moeten worden genomen. Deze expertise geeft weer extra export kansen, net zoals water kennis, huishouding en beveiliging een extra impuls kreeg na de watersnoodramp in 1953. Nu hebben we ook met een milieuramp te maken die de daadkracht van een ondernemend volk zoals Nederland nodig heeft.

Daarnaast vervult Nederland een belangrijke functie in Europa als deltagebied voor logistieke activiteiten. Dat dit vervuiling en klimaatproblemen met zich meebrengt is pas de laatste decennia bekend. De rest van de wereld kan dan wel van Nederland verantwoordelijkheid eisen maar verwacht ook van Nederland dat zij haar huidige rol optimaal blijft vervullen. De verantwoordelijkheid voor het geheel is dus ook van de omringde landen. Door zelf verantwoordelijkheid te gaan nemen kan Nederland ook de Europese gemeenschap vragen om mede-verantwoordelijkheid, niet door zich te laten beboeten maar door samen te gaan werken aan integrale innovatie dat verder gaat dan de aanpak van milieu en klimaatproblemen maar ook de basis van welzijn aandacht schenkt. Daarin kan Nederland en omgeving voor heel Europa en de wereld een belangrijke rol spelen.

Economie versus Sustainocratie

Een van de belangrijkste belemmeringen van de Nederlandse staat om verantwoordelijkheid te nemen voor menselijkheid en milieu is haar afhankelijkheid van de huidige economische structuur van onze financiële huishouding. Men ziet milieu en volksgezondheid nu nog als kostenpost met als gevolg dat de focus ligt op een groei-economie.

Maar dat hoeft juist geen belemmering te zijn maar een grote kans.

Als we sustainocratie ter harte nemen dan plaatsen wij het menselijk belang als voorwaarde voor de democratie. Dat wil zeggen dat de democratie niet meer vrijblijvend wordt maar structureel afgestemd wordt op integraal duurzame menselijke belangen. Als we daaraan de integrale economie verbinden dan schoont het zichzelf op. De huidige economie is gefragmenteerd onuitvoerbaar afhankelijk van onvoorspelbaarheid. Dat zorgt er voor dat de Nederlandse staat geen enkel zich meer heeft op de werkelijkheid omdat die werkelijkheid gewoon niet bestaat. Men is consequentiegedreven hetgeen in deze tijd en met de huidige wetenschap zoveel is als “dweilen met de kraan open”. Dat is niet op te brengen vanuit een geldgedreven schuldsysteem en speculaties. Wij moeten af van de consequenties en de maatschappij bouwen op verantwoordelijkheden. Dat kan de overheid niet alleen, dat is een taak voor de gehele menselijkheid in een gebied.

Sustainocratie is een nutgedreven samenwerking
Sustainocratie is een nutgedreven samenwerking

En dat is precies wat Sustainocratie doet. Het plaatst menselijkheid in het centrum van de belangen en maakt integrale economie (zowel baten als lasten) ondergeschikt aan “het geheel”. Dat wil zeggen dat we de kraan langzaam dicht draaien en de blower op Nederland zetten terwijl we dweilen. Op termijn is de omslag een feit. We worden ons dan ook bewust van verantwoordelijkheden voor lokale zelfvoorziening, hetgeen de gehele bevolking aan het werk kan zetten om bij te dragen aan een stabiele economie van welzijn en voorspoed. En we kunnen het. Gaandeweg is Nederland een land “van het volk” geworden waarin de diversiteit van macht en vrijheid op elkaar inwerken. Sustainocratie bevestigt dit door “macht” autoriteit te geven namens de bevolking en “vrijheid” te voorzien van verantwoordelijkheid.

Daarom is Sustainocratie instantaan toe te passen. Het respecteert de historische machtsontwikkelingen door ze te bevestigen en ze te verbinden aan universeel menselijk  belang dat door de mens zelf gedragen wordt via een duidelijke definitie van duurzame menselijke vooruitgang.

AiREAS

Dat wij dit kunnen toepassen wordt aangetoond door AiREAS in Eindhoven, een coöperatie van verschillende belangen die samenwerken aan een gezonde stad. De coöperatie legt onderling verantwoording af voor de vooruitgang die men samen boekt in de stad. De coöperatie wordt aangestuurd door inzicht in gezondheid en omgevingskwaliteit, dus niet door institutioneel eigenbelang of een individuele machtspositie. Het is een waarden-gedreven samenwerking hetgeen zich ontwikkelt naar een gezonde, integraal duurzame economie op basis van co-creatie. Het vormt een transformatie waarin onze huidige economische kwetsbaarheid zich transformeert naar ondernemende kracht.

Conclusie

Nederland mag dan wel verweten worden voor haar nalatigheid maar dient ook geprezen te worden voor haar openheid en transparantie als het erop aan komt. Macht in Nederland is functioneel ook al wordt er vaak nog misbruik van gemaakt. Dat is mens eigen en zal de komende jaren verder genuanceerd worden naar mate de kracht van het gekaderd loslaten duidelijk wordt. Het kaderen moet dienstbaar zijn naar meetbare menselijkheid en dat biedt Sustainocratie, een Nederlands product dat we eerst op Nederland moeten durven toepassen. Dan zal de huidige zwakte en verwijtbaarheid van Nederland zich ontwikkelen tot kracht en wederom een piek van ontwikkeling vertegenwoordigen van deze regio. Een nieuwe gouden tijd.