Tijdens de gesprekken in Eindhoven met de vele mensen die iets willen doen op gebied van stadlandbouw ontstaat er steeds een mooi beeld tussen twee werkelijkheden, die van het geld verdienen en die van zelfvoorziening. Eigenlijk is het vergelijkbaar met de rest van ons land en de keuzes die wij dagelijks maken. Laten we eens kijken.
Een stukje grond
Neem nu een stukje grond van een paar honderd vierkante meter. Wat wilt u ermee doen als u zich gaat verdiepen in stadslandbouw? De discussie komt op gang tussen de mensen.
Geld verdienen
Wil ik het benutten om er geld mee te verdienen? Welke keuzes maak ik? Welke gewassen leveren het meeste op en hoe kan ik het veldje het beste benutten? Om er zoveel mogelijk mee te verdienen. In onze regio (Eindhoven) hebben we verschillende voorbeelden. Zo is er op de hoek van de Celebeslaan een driehoekig veld dat jaarlijks allereerst wordt benut voor het telen van bloemen en in een tweede ronde worden sier en consumptie pompoenen gezaaid die rond de tijd van Halloween beschikbaar zijn in alle soorten en maten. Zo levert het veld twee keer winst op voor de belangenpartijen die het uiterst professioneel benaderen met maar een klein groepje mensen.
We hoeven maar door ons land te rijden en we zien veel meer voorbeelden van de eenzijdige gewassen die massaal geteeld worden voor de volume verkoop op geldgedreven velden. Bloembollen, mais, prei, aardappelen, enz. Het is eenzijdigheid die opvalt en die veelal is afgestemd op omzetmogelijkheden.
Tulpen voor de verkoop
Zelfvoorziening
Even verderop in dezelfde staart heeft de Wasvenboerderij een groentetuin waarin de diversiteit voor eigen gebruik in het restaurant zichtbaar is. Er staan geen eenzijdige plantensoorten maar een veelvoud van groenten in verschillende groeifasen en rijping. Er is ook wel een verbinding met geld verdienen omdat de oogst gebruikt wordt binnen het restaurant maar toch geeft het een aardig beeld van het verschil in gebruik van een lap grond afhankelijk van de keuze die men maakt. De diversiteit van plantengroei is opvallend omdat het is afgestemd op eigen gebruik. Men hoeft het niet in te kopen.
Diversiteit van permacultuur
In de omgeving van Eindhoven en de meeste steden zijn allerlei stadslandbouwveldjes te zien waar je de keuzes van de eigenaren kunt aanschouwen door de eenzijdigheid of diversiteit van de soorten die erop staan in de loop van het seizoen.
Stadslandbouw
Nu is stadslandbouw een nieuwe tak van sport waarbij private en publieke ruimtes gebruikt kunnen worden vanuit dit soort keuzes waar er nog een aantal aan kunnen worden toegevoegd. Een stad is historisch gezien altijd benut vanuit grond en vastgoedbelangen waar rondom heen allerlei menselijke activiteiten werden georganiseerd die niets met voedsel of de natuur te maken hadden. De stad was vooral een concentratie van materieel belang waar veel mensen samen drommen om te handelen, plezier te maken, of samen te wonen en werken. Een stad is voor een verzamelplek van veel mensen met een grote geldconcentratie en bijbehorende dynamiek, maar ook grote afhankelijkheid. Zonder geld kan een stad niet functioneren. De stad draait om distributie en een soort mierennest van menselijke belangen. De natuur is er bij traditie uit geweerd.
Moderne inzichten tonen dat het weghalen van de natuur erg nadelige effecten heeft op de bewoners van de stad. De temperatuur van een stad is gemiddeld hoger dan buiten de stad. De stad vervuilt de atmosfeer doordat plantensoorten, die zuiverend werken, er niet aanwezig zijn. De stad heeft last van wateroverlast bij zware regenval doordat oude waterstromen zijn vernield door de fundamenten van de oude stedenbouw . En ga zo maar door. Die concentratie van eenzijdige belangen heeft ervoor gezorgd dat de natuur uit de stad is verdwenen. Zelfs de mens in de stad weet nog amper wat de natuur is. Dat heeft geleid tot consequenties waar men nu van terug aan het komen is. De kosten van deze consequenties vormen een secondaire economie (algemene vervuiling en natuurlijke onbalans) die drie tot zeven keer zo snel groeit als de primaire stadseconomie (van consumptie).
Gezonde stad
Nu gingen de mensen niet naar de stad puur om hun gezondheid. De aantrekkingskracht van de stad was op vele fronten juist belangrijker dan de gezondheid. Maar ongezondheid is een last en als de consumptie economie hapert door crisissen of ander oorzaken dan is de last wel erg voelbaar. Om de stad gezonder te krijgen kunnen allerlei maatregelen getroffen worden maar de eenvoudigste is om de natuur weer toegang te geven tot het stadsgebied. Dat gebeurde vroeger door bomen te planten die sterk genoeg waren om de luchtvervuiling te weerstaan. Veel steden hebben zo lange rijen platanen langs hun wegen geplaatst (Bijv. Barcelona). Maar in onze moderne tijd willen we kijken naar meer multifunctionele toepassingen. Want planten leveren niet alleen een mooi gezicht, ze zijn ook warmtewerend, geven voedsel, zorgen voor energie, waterhuishouding, zijn goed voor de menselijke psyche, enz.
De toepassing van stadslandbouw kan de gezondheid van de stad positief beïnvloeden door de terugkeer van de natuur in onze omgeving. Maar ook dat heeft weer consequenties. Bloemen en planten brengen allerlei andere diersoorten (insecten, vogels) met zich mee waar we niet meer aan gewend zijn in de stad. Ook merken we dat mensen gaandeweg allergien hebben ontwikkeld en minder weerstand hebben tegen pollen en andere effecten van de natuur. De mens en natuur zijn uit elkaar gedreven en het naar elkaar toebrengen levert een nieuwe ongekende reactie van gewenning op. Het benutten van de daken en de muren in de stad voor levend groen en water is een onbekend gebied van innovaties waar de mens nu aan toe is. Het gaat dan niet alleen om voedsel maar ook alle bijkomende neveneffecten die van invloed zijn op onze kwaliteit van het leven. Er ontwikkelt zich gaandeweg een nieuwe stadscultuur waarin ook weer de keuze van geld verdienen en zelfredzaamheid een rol speelt die door de verschillende disciplines van de stad op een andere manier worden geïnterpreteerd.
Professioneel vrijwilligerswerk
Zo kan de overheid van de stad zich misschien bekommeren om de gezondheid die een positieve weerslag heeft op de kosten van de zorg en de productiviteit van de bevolking. Maar het bedrijfsleven zal zich ook transformeren om de binnenstedelijke voedsel en energie ontwikkeling een plekje te geven. De voor en tegenstanders van natuur in de stad, met alle bijverschijnselen van dien, zullen ook met elkaar overweg moeten. De openbare ruimte is voor iedereen maar als er voedsel wordt geteeld dan blijken er eigenaren te zijn. Hoe gaan we ermee om? Het zijn allemaal vraagstukken die wij in de Stad van Morgen meenemen in onze proefgebieden. Door het Sustainocratisch aan te pakken leggen we een verbintenis tussen deze ontwikkelingen en een menselijk belang. Zo speelt bij stadslandbouw het thema “zelfredzaamheid” een grote rol. We kunnen de mensen weer leren omgaan met samenwerking, onderling overleg en waardecreatie. Maar bij levend groen speelt “gezondheid” ook een grote rol. Het gaat er bij ons niet zo zeer om het eigenaarschap van het voedsel (dat natuurlijk respectvol dient te worden verdeeld al nagelang inzet en talent) maar vooral om de effecten op de natuur van de mens en de duurzame vooruitgang die wij boeken door hier open mee te experimenteren. Die vooruitgang wordt dan gerelateerd aan algemene menselijkheid (gezondheid, veiligheid, zelfredzaamheid) en niet de gefragmenteerde eigenbelangen. Daardoor zijn wij ook in staat om verschillen van inzicht en belangen te overstijgen met het hogere doel. Betrokken zijn de overheid, de burgerbevolking, de ondernemers, de scholen en de wetenschap. Dat levert alles te samen altijd wel een stapje vooruit op ongeacht de onderlinge schermutselingen of verschillen.
Toen de Stad van Morgen bezig was met het organiseren van een lokale Energie Coöperatie (2010) in Eindhoven volgens het Sustainocratische model werden we teruggefloten door de landelijke overheid. Men kon en wilde ons niet ondersteunen vanuit de toenmalige Green Deal omdat de aanpak “niet belastbaar” was. Toen de landelijke overheid moeilijk deed trokken fundamentele lokale partners zich ook terug. Zij hadden allen een belang om Den Haag tot vriend te behouden. Het initiatief viel uit elkaar. Als zo iets gebeurt dan realiseer je je weer een keer dat het in Den Haag alleen maar om geld en macht gaat.
De aanpak van de Stad van Morgen was georganiseerd vanuit menselijkheid en dat creëert een groot dilemma. Wij presenteerden onze local Energy & Quality of Life (EQoL) als gesloten lokaal systeem waarin energie een betaalmiddel was voor andere participatie zaken op gebied van lokale leefbaarheid. Maar dat zinde de landelijke overheid niet. De nationale overheid inkomsten zijn direct en indirect bij elkaar opgeteld, grof geschat, voor minstens 50% afhankelijk van ons energiegebruik. Dat is veel zult u zeggen maar als je kijkt naar de manier waarop de consumptie-economie in elkaar zit dan zijn het niet alleen de accijns op brandstoffen die tot die inkomsten behoren. Tel daarbij ook op de logistieke activiteiten van goederendistributie, het gebruik van op olie gebaseerde grondstoffen in de producties, onze verwarming en kookgedrag thuis, de belastingen op al deze producten, de werkgelegenheid van deze productiviteit en retail van consumptie, btw over retail, enz. Haal energie weg en er blijft niets over van de Nederlandse overheid door totaal gebrek aan inkomsten wegens instorting van de dynamiek waar onze economie op is gebaseerd.
Ook de bevolking heeft haar lifestyle gebaseerd op energiegebruik waardoor het ene en het andere een logisch verband heeft van wederzijdse afhankelijkheid. Zolang het gebruik van energie in geld uitgedrukt wordt kan de overheid het belasten en daarmee zichzelf in stand houden. Iedereen happy. Niet dus.
De traditionele bron van deze (op fossiele brandstof gebaseerde) energie is aan het uitputten en de consumptie in de hele wereld neemt toe door de welvaart en consumptiegroei in vele landen. De energiekosten rijzen de pan uit en het gevaar van structurele tekorten in de toekomst vereist een urgente transitie. Voor de overheid is de energie transitie (van fossiel naar iets anders) fundamenteel mits deze hetzelfde geld in het laadje blijft brengen. Voor de consument is het van belang om onze levensstijl te handhaven.
Maar er is nog iets dat misschien veel belangrijker is. De eeuwenlange verbranding van fossiele brandstoffen blijkt een ongeevenaarde vervuiling en structureel ontkende (door de machtsposities rond fossiele energie) klimaatverandering teweeg te hebben gebracht. De bijbehorende gevolgeneconomie groeit schrikbarend en kan alleen bekostigd worden vanuit de primaire consumptieeconomie. De gevolgeneconomie groeit met 7% per jaar en vertegenwoordigt daarmee een verdubbeling elke 10 jaar. Die economie heeft ook nieuwe machtposities gecreerd met een krachtige lobby, een grote bureaucratie van controle en voorzieningen met bijbehorende publieke afhankelijkheden via zorg en verzekeringen. Dit moet allemaal via de belasting van de consument afgedekt worden door meer energiegebruik. Gaf de overheid in 2003 nog 113 Miljard uit, nu anno 2013 is dat 278 miljard. In 2023 ruim 550 Miljard als we op deze weg doorgaan. Maar nog steeds is er die 50% afhankelijkheidsverhouding van energie, of meer. De macht die aan energie gerelateerd wordt in Den Haag staat energie innovaties in de weg die geen geld in het laadje brengen ook al brengen ze wel leefbaarheid en menselijkheid. Maar diezelfde macht brengt onmacht op gebied van menselijkheid omdat men eigenlijk bezig is de mens en misschien wel het leven op Aarde uit te roeien. Dit compenseert men door gezondheid zorg en wetenschappelijk onderzoek naar de gevolgen maar de oorzaak aanpakken kan de macht niet wegens structurele onmacht.
Voor de bevolking zijn er langzaamaan oogkleppen afgevallen en duidelijk geworden dat wij ruim 100 jaar bewust weg zijn gehouden van enig energie alternatief terwijl die wel bestonden. Door gemakzucht hebben wij dat ook toegestaan. Wij dragen onbewust ook onze verantwoordelijkheid.
Verkeerde perceptie
In onze omgeving is energie ruimschoots voor handen. Het is alleen van belang dat we leren hoe we er anders mee om kunnen gaan. De perceptie die over energie is ontstaan is verkeerd en heeft alles te maken met de onze huidige aangeleerde kijk op het leven. Waar gebruiken wij energie voor in ons privéleven?
Voor verwarming van onze huizen, het water, de douche
Voor verlichting en elektronische apparatuur
Om eten te bereiden
Voor vele vormen van mobiliteit
Dat is het antwoord dat de meeste mensen zouden geven omdat men zo de energie ziet die men inkoopt. Men vergeet echter dat wij zelf in leven blijven door energie. En dat komt niet uit het stopcontact. Als levend wezen nemen wij energie tot ons via voedsel. Daarbij voeden wij ons ook met vitaminen die ontstaan door wisselwerking van onszelf en voedsel met zonlicht. Voedsel, energie en ons leven kan dus niet los van elkaar worden gezien. Wij zijn ooit als soort ontstaan in een geldloze wereld dankzij deze relatie. Het is essentieel in een stabiele maatschappij dat wij daar zelfbewust en zelfredzaam mee omgaan. We kunnen deze essentie niet zomaar uitbesteden aan grote machthebbers en onze perceptie door gemakzucht vertroebelen door andere zaken belangrijker te gaan vinden. Als wij ons bestaan effectief organiseren dan nemen wij energie en voedsel serieus. Dat betekent ook dat wij onze eigen omgeving serieus moeten nemen uit levensbelang, niet geldbelang.
Door de economie vanuit consumptie en geldafhankelijkheid te organiseren ontstaan alle misstanden. Als we de economie organiseren rond gebruik en eigen inzet en verantwoordelijkheid met in acht name van duurzame menselijkheid dan kunnen vele misstanden opgelost worden. Het gaat niet om geldsystemen maar om duurzame menselijke vooruitgang.
De zon is gratis en de planten groeien weelderig zelfs als wij er niet naar omkijken. Als wij een beetje sturen dan geven die planten een overvloed aan voedsel en herbruikbaar afval voor energievoorziening. We hoeven niet eens te reizen hiervoor zoals we nu doen om geld te verdienen. Energie is van onszelf en dat mogen wij opeisen vanuit een natuurlijk perspectief door er zelfvoorzienend mee om te gaan. We hebben voor onszelf het dilemma geschapen door het uit handen te geven. Misschien wordt het tijd om daar zelf eens goed over na te denken en het weer terug te nemen.
Het dilemma van vervuiling, fossiele brandstoffen, klimaatproblemen lossen de machthebbers niet op want zij hebben hun macht eraan ontleend. Als het opgelost wordt is het omdat wij daar zelf verantwoordelijkheid voor nemen als individu en som der individuen in concrete samenwerking. Wij passen onze levensstijl aan, worden zelfredzaam, gebruiken geen fossiele brandstoffen meer en trachten zoveel mogelijk over te stappen op eigen productiviteit. We accepteren geen blokkerende maatregelen meer die ons leven en leefbaarheid in de weg staan. Wij zijn zelf de overheid die ondergeschikt is aan de mens, niet andersom. Wij hebben onze eigen autoriteit. En dat begint thuis, lokaal en in onze gemeentes. Niet in Den Haag of Brussel. Maar vaak staat gemakzucht ons eigenbelang in de weg en daar ontleent de macht haar macht aan en wij onze onmacht.
Tsja, en dat is voor iedereen nog steeds een gigantisch dilemma.
Zijn naam is Victor Sonna en hij komt oorspronkelijk uit Kameroen. Hij is in Nederland gebleven na zijn studie aan de Design Academy in Eindhoven. We zien hem regelmatig fietsen op die gekke fiets van hem. De wielen staan zo ver uit elkaar dat je zou denken dat je er doorheen zou zakken als je erop zit. Alles is krom en niets hetzelfde. Het is een blikvanger op en top. Kinderen kijken hem na en maken opmerkingen. Volwassenen wenden hun blik af omdat ze niet weten hoe ze moeten reageren op zo’n donker zwarte verschijning op een fiets waarvan geen touw aan vast te knopen lijkt.
Victor: Fiets van zwerfafval
Vandaag trof ik hem toevallig in de straat en vroeg hem hoe hij in vredesnaam zo’n gedrocht in elkaar heeft kunnen zetten? “Hoe ben je ertoe gekomen?” vroeg ik hem. Hij antwoordde dat mensen zoveel weggooien dat hij er een fiets van heeft gemaakt. De uitleg raakte mij. Het was een vertoning van onze wegwerpcultuur, het oneindige zwerfvuil dat zich opstapelt in de buurten en onze bossen tot ergernis van een ieder die ik ken, dat niemand er ooit neer heeft gegooid maar er toch samen een grote puinhoop van maakt. Deze man brengt deze werkelijkheid onder onze neus door erop te gaan fietsen! Geniaal!
Mijn waardering was enorm en ik vroeg op ik een foto mocht maken? Dat mocht en ik kreeg zijn naam op een kaartje waarop een andere fiets staat afgebeeld. Een prachtig kunstwerk met de naam “The Persistence of Memory”. Een kunstobject dat in elke tuingalerij of museum een ereplek verdient. Ik kijk uit naar een volgende ontmoeting met hem om hem verder te betrekken bij de Stad van Morgen, en zijn creatietalent en bewustzijn over te dragen op de jongeren, ouderen door zijn voorbeeld en aangrijpende transformaties.
Rik Konings is al vele jaren betrokken bij de Stad van Morgen en draagt steeds bij met zijn unieke talenten en inzet als bron van inspiratie voor iedereen. Wat Rik vooral zo uniek maakt is zijn menselijkheid en de kunst dit beeldend te vertalen voor het gevoel van anderen. Zij worden zo in eigen bewustwording gesterkt door de toepassing van het zijns gericht doen. Wat betekent dat?
Rik laat mensen simpele dingen uit het dagelijks leven doen en helpt erover te reflecteren, na te denken. Iedereen kan zo kleine dingen emotioneel ervaren die er vaak lotsbepalend toe doen als je ze eenmaal begrijpt. Dat klinkt tegenstrijdig maar dat is het niet. Wat kunt u leren bijvoorbeeld van een vallende bal als Rik u voor het eerst laat jongleren met 3 ballen? Wat kunt u leren van een roos die balanceert op het puntje van uw vinger? Wat kunt u leren van het kiezen van een gesprekspersoon “die u het minst aardig vindt”? Wat leert u als iemand juist u kiest?
Dagelijkse thema’s als angst, verzet, jaloezie, plezier, onzekerheid, balans, vriendschap, vertrouwen, gelijkheid, vrouwelijkheid, mannelijkheid, enz…..komen tot leven in het bewustzijn door ze niet alleen te ervaren maar ook zelfbewust mee om te leren gaan.
Mens zijn kunt u als dagelijkse stress ervaren maar ook als een groot avontuur, een circus waarin elk moment een nieuwe emotie te beleven valt en waarin u zelf de clown, de leeuwentemmer, de stunt man of vrouw, of de popcornverkoper bent, of misschien wel even in het publiek zit en geniet van de capriolen van de anderen met ohhh, aahhh en applaus.
Wilt u Rik een keer ontmoeten. Dat kan nu al door naar zijn korte boodschap te kijken en luisteren. Want hij nodigt u uit naar zijn “Circus MenZ” waar u kunt beleven dat dit circus eigenlijk wij allemaal samen zijn en u altijd een eigen hoofdrol speelt. U kunt ook naar de avondcolleges komen waar Rik veelal de tweede spreker uitnodigt en zelf actief aanwezig is.
Vooruitlopend op de boeiende STIR avondcolleges in Eindhoven (en binnenkort ook in Antwerpen) over geld, schuld en macht (na de zomer) wil ik u nu alvast deelgenoot maken van een aantal documenten van onze nieuwe STIR partner en Sustainocraat in wording in Antwerpen, Werner van Ginneken.
De interessante conclusie is dat
“Schuld niet echt bestaat. Het is een pressiemiddel”
Er zijn alvast twee pdf-documenten van Werner kunt u hier downloaden
Werner gebruikt elke principes van Fisher en Einstein in rekenkundige vergelijkingen die op papier natuurlijk erg logisch zijn maar in de werkelijkheid opboksen tegen een niet wiskundig fenomeen: de menselijke complexiteit. Dat laatste verdient natuurlijk onze STIR aandacht. Hoe gaan we hier mee om? Daarvoor gebruik ik liever even mijn eigen woorden. Die van Werner kunt op papier lezen en na de zomer persoonlijk met hem in het college bespreken.
Berg geld
Pak al het geld van Nederland (of België) en gooi het op een hoop. Maak een foto van die hoop en geef nu al het geld aan de Nederlanders (of Belgen) om er wat mee te doen. Als men klaar is dan gooien we al het geld weer op de hoop en maken er nog een foto van. Er is niets veranderd. Beide foto’s zijn gelijk.
Een hoop geld
Geld is dus een stabiele factor, het blijft altijd hetzelfde. Het is een tastbaar middel. Schuld heeft niets met het geld te maken want schuld is niet tastbaar, het is een onderlinge afspraak rond het wegnemen van geld van de hoop om het te gebruiken en te zorgen dat het weer op de hoop komt. De hoop blijft zo intakt en kan keer op keer gebruikt worden in de processen waar het voor bedoeld is. Dat laat Werner zien aan de hand van vergelijkingen die aantonen dat Schuldeiser en Schuldenaar tegen elkaar weggestreept kunnen worden. Zolang de hoop compleet is dan is er ook geen schuld.
Bewustwording door even te roeren in wat begrippen
Vanaf hier ga ik in de beeldvorming blijven roeren om duidelijk te maken dat de crisissen waar we mee te maken hebben geen enkele betekenis hebben, in tegenstelling tot wat machthebbers ons willen doen geloven. We gaan terug naar die twee gelijke hopen geld. Tussen de eerste en tweede berg van hetzelfde geld is wel degelijk wat veranderd. Namelijk datgene wat men met het geld heeft gedaan. Men heeft het ingewisseld voor onderlinge gunsten (emotionele waarde). In het proces is er wat geld zelf betreft niets gebeurd alleen het is van hand veranderd volgens een maatschappelijke afspraak en is daardoor een gunst aan de maatschappij toegevoegd. Het geld brengt dus vooruitgang door de uitwisseling van gunsten te stimuleren en tastbaar te maken. Een maatschappij brengt in principe geld in circulatie om die reden. Dat heet waardecreatie. Schuld bestaat dan niet omdat geld neutraal is en alleen de onderlinge gunsten waarde hebben.
Als iemand geld heeft maar (nog) geen gunsten nodig heeft dan kan deze het aan iemand anders geven (of uitlenen) die er wel behoefte aan heeft. De som van de actie is dat we er integraal op vooruitgaan. Dat is de oorsprong van de coöperatieve bank (Dhr. Raiffaisen). Ik kan zelf altijd iemand weer een gunst doen en daar geld voor krijgen dat ik alleen nodig heb als ik zelf ook iets nodig heb dat met geld wordt betaald. Zo is geld gewoon een middel in circulatie.
Natuurlijk kan ik de schuld noteren van de geldlening die ik iemand heb gedaan. Dan is hij mij geld of een gunst schuldig. Door het proces om te keren kan de schuldenaar gunsten uit gaan wisselen voor geld en zo de schulden aflossen door het geld terug te geven. Deze schuld kan natuurlijk ook in gunsten worden afgelost want geld en gunst zijn uitwisselbaar. Geld in omloop creëert zo alleen maar menselijke waarden. Schuld en schuldeiser strepen zich tegen elkaar weg zolang het motortje van waardecreatie blijft draaien. En het geld in omloop blijft nog steeds dezelfde grote hoop. De samenleving draait om de onderlinge afspraken rond geld en de uitwisseling van gunsten waarbij schuld en schuldeisers in onderling evenwicht blijven.
Waarom zitten we dan zo in de crisis?
Er zijn verschillende redenen. Er ontstaat een probleem als iemand mij geld wil lenen zodat ik gunsten kan kopen en deze schuldeiser mij niet één maar twéé gunsten terugvraagt. Op het moment van de lening is het geld één gunst waard in mijn handen maar op papier ben ik er twee schuldig. Ik moet dus zelf dubbel zoveel gunsten doen om in de omloop in het reine te komen. Het is oneerlijk dat de schuldeiser de schuld dubbel opeist dan hij gegeven heeft. Waarom accepteren we dan zo’n deal? Omdat we misschien iets nodig hebben voor het dagelijks leven dat op een andere manier niet verkrijgen is (macht door het creëren van tekorten), zoals een huis om te wonen. Door ons afhankelijk te maken van geld voor onze dagelijkse behoeften en niet van onze gunsten bepaalt het geldsysteem wat geldwaarde heeft en wat niet.
Als de schuldeiser geen gunsten terug wil, alleen meer geld dan dwingt hij mij mijn eigenwaarde te halveren en dubbel zo hard bepaalde gunsten (die geld opleveren, niet noodzakelijkerwijs maatschappelijke vooruitgang) uit te gaan delen waar ikzelf niets aan heb (behalve het in stand houden van mijzelf, geen enkele vooruitgang). Of ik moet meer schulden maken. Uiteindelijk stagneert de wereld van gunsten en geld en ontstaat er een crisis omdat niets meer circuleert. Geld gaat maar een kant opstromen, namelijk van schulden naar schuldeiser. Dat kan natuurlijk niet want schulden worden nu gecreëerd zonder dat er geld of gunsten tegenover hebben gestaan. Er is dan geen waardecreatie meer, alleen waardevernietiging. Degene die met het geld omgaat heeft een onterechte machtspositie door te eisen wat niet opeisbaar is. Er wordt geld gevraagd dat er niet is. Men wil steeds meer dan de berg groot is. Dat kan niet en bestaat ook niet in de echte wereld want wij als bevolking maken geen nieuw geld maar gebruiken geld alleen voor gunsten. Alleen in een virtuele wereld van schuld en macht kan de geldverplichting groeien vanuit schuldaanvaarding of opgelegde verplichting vanuit macht. Als wij dus het woord “groei-economie” horen dan zijn het deze speculanten die aan het werk zijn door meer geld aan ons terug te vragen dan er ooit in circulatie is geweest. Dat doet men dan door een claim te leggen op de toekomst, onze toekomst. Hierdoor wordt de bevolking in feite gegijzeld in een schuldsysteem.
Een tweede probleem ontstaat als wij gunsten vragen van buiten ons circulaire gunsten gebied. Wij krijgen dus gunsten maar het geld verdwijnt. De berg wordt kleiner. Een maatschappij kan dat compenseren door er geld bij te leggen om de berg in stand te houden voor lokaal gebruik maar dan ontstaat er een vertekend beeld. Door schuldeisers en schulden tegen elkaar weg te schrappen in een circulaire economie blijft het stabiele geld over. Maar nu verdwijnt het stabiele geld, ontvangen wij gunsten en is er niets weg te schrappen. Het stabiele geld is weg en laat alleen schulden achter. Het cirkeltje is doorbroken en het hoopje geld verdwijnt. Door het aan te vullen verhogen wij alleen de schuldontwikkeling, geen waardecreatie. Dat is tijdelijk goed voor het machtsysteem maar niet voor de maatschappij. Daarom moeten er kapitaal injecties komen om het hoopje in stand te houden, maar die lossen niets op want die worden toch weer leeggezogen of uitgewisseld tegen oude schulden.
De oplossingen
Er zijn natuurlijk vele oplossingen te bedenken. Zo kan het cirkeltje weer sluitend worden gemaakt door geld lokaal te houden en weer te koppelen aan gunsten in plaats van schulden. We zien overal op dit moment kleine waardesystemen ontstaan die deze functie op zich nemen nu de Euro onstabiel is geworden. We praten dan niet over een groei-economie maar een welzijnsmaatschappij (zoals sustainocratie).
Men kan ook de waarde van geld ten opzichte van de gunsten halveren in plaats van te verdubbelen. Een soort negatieve rente. Dan lost de schuld vanzelf op naar mate de bevolking weer in actie komt met gunsten verlenen. Dat is echter een puur technisch oplossing als we de oude explosie van onterechte schulden willen blijven erkennen. Het is niet echt praktisch omdat geld zelf geen waarde heeft. Dus de helft van niets is niets. We verdubbelen ons waardebesef van gunsten ten opzichte van geld en dat levert een moeilijke situatie op lokaal.
Men kan ook een wereldeconomie afspreken maar dan moeten de parameters van de gunsten wel gelijk getrokken worden in alle landen. China heeft een lager arbeidsloon dan Europa of USA. Een euro krijgt meer gunsten in China dan elders in de wereld. Daarom trekt de Euro ook massaal naar China en circuleert het niet in Europa. Als China echter gunsten terug wil vragen aan Europa kost het haar het dubbele of meer dan wanneer ze het zelf doet. Daarom ontwikkelt China zich zo snel met de middelen van buitenaf en zuigt het Europa en Amerika leeg. We moeten dus ophouden om gunsten te vragen aan China (zelfredzaamheid). En als ik China zeg dan gaat het over alle lageloon landen natuurlijk. China is echter een grootmacht in deze die snel haar eigen megacrisis ontwikkeld op deze manier.
Men kan ook weer de “gunsten economie” opbouwen en geld op een secondaire plaats zetten. Geld wordt dan het middel dat het ooit bedoeld is en niet het doel om alleen maar stijgende onwerkelijke schulden te betalen. Dat zijn allemaal keuzes die een mens eenzijdig kan maken en dan in conflict komt met het dominante schuldensysteem, of collectief regionaal door de schuldeisers uit te sluiten en samen te werken vanuit waardecreatie. Dan komt men misschien in conflict met schuldgerelateerde juridische ontwikkelingen van de laatste decennia maar ook dat zijn onderlinge afspraken over een morele soevereiniteit waar met samen uit kan komen.
Macht is het probleem
We komen altijd in het vaarwater van de machtsposities die zijn ontleend aan het geld, leen en het verhoogde terugeis systeem. Men wil alleen geld en geen gunsten dus raakt het land werkeloos en steekt men zich in grotere virtuele (want het verschuldigde geld bestaat niet eens in de vaste werkelijkheid) geldschulden om de eerste schulden af te kunnen betalen. Moderne juridische systemen zijn rond de geldelijke concentraties van macht gebouwd waardoor er ook een moreel conflict ontstaat in het juridische systeem. Ook vrouwe Justitia heeft zich laten verleiden door de blinddoek voor te doen, niet om onpartijdig te kunnen oordelen maar door de werkelijkheid niet te hoven zien in haar oordeel. Moraal is zo uitgesloten van de werkelijkheid. Vrouwe Justitia wordt uitgedaagd zich te herstellen door haar blinddoek af te doen, haar maagdelijke morele onafhankelijkheid te herstellen en een nieuwe fase van morele bewustwording in te luiden in ons samenlevingssysteem. Dat is ook moeilijk natuurlijk omdat ook het bewakende juridische systeem in de machtige handen is gevallen van het schuldsysteem en dienstbaar is geworden aan hebzucht in plaats van menselijkheid. De nieuwe vorm van democratie lost dit op maar dan moeten we wel de oude opzij durven zetten. Dat is een keuze vanuit zelfbewustzijn.
Als men dus weer gunsten gaat leveren aan elkaar dan lost ook het schuldprobleem zich op door de omgekeerde evenredigheid. De machtsposities stellen echter eisen aan de aard van de gunsten door ze te verbinden aan geld en nieuwe schulden (denk aan het zorgsysteem). Die eisen worden weer in verband gebracht met het eigenbelang van het systeem dat schuld koestert wegens de macht die het oplevert door bijvoorbeeld arbeid met geld te honoreren in relatie tot productie, distributie en consumptie in plaats van welzijn . Dit is een samenspel tussen banken (schuldbeheerders) en overheden (systeembeheerders) die beide de macht verdelen door de mensen schulden voor te houden en af te dwingen. De mens kan niet anders omdat de basisbehoeften in overvloed getoond worden maar alleen toegankelijk zijn met geld. En dat laatste is alleen beschikbaar onder omstandigheden die door macht zijn bepaald.
Emotioneel probleem
Voor de bevolking is dit alles een emotioneel probleem. Schuld wordt van buitenaf opgelegd vanuit de tastbare wereld (geld), vaak met wettelijke plichten (macht) terwijl deze op te lossen is door de energetische (gunsten) wereld. Door als individu schuld niet meer te erkennen (teruggeven aan de schuldeiser met de opmerking “niet van mij”) is die emotie weg en kan er gewerkt worden aan die werkelijkheid van gunsten. Dat is lastig omdat banken en overheden een aantal emotionele waarden van ons onder controle hebben door ze in geldschuld te vertalen. Denk aan onze huisvesting, voedsel, gezondheidszorg of pensioenen. Dat is macht over werkelijke behoeften. Maar deze zelfde instanties hebben ooit geld gecreëerd om een gemeenschap te verleiden tot productiviteit op basis van onderlingen gunsten uitgedrukt in geld. Nu die productiviteit door macht-hebzucht is verdwenen is de macht ook uitgehold omdat deze alleen op schuld is gebaseerd. Voor de normale mens levert dit angst om de zekerheden te verliezen en voor de machtssystemen de angst om hun macht te verliezen. Angst is de essentie van de crisis en blokkeert een oplossing totdat een emotionele ontploffing (chaos, oorlog, enz) de zaak op pijnlijke wijze saneert.
De werkelijkheid is echter anders dan de machthebbers verkopen. Huizen, dokters, geld, grond, mensen en de hele tastbare wereld is hetzelfde, met en zonder schuld. Schuld is een opgedrongen afspraak waar men macht aan ontleent maar het is virtueel. Alleen die tastbare wereld is reëel en wordt gebruikt als werkelijke zekerheid. Vaste middelen worden gebruikt voor leven en welzijn. Gunsten zijn ook echt, door de emotionele waarde die eraan wordt ontleend van vooruitgang. Schuld en bijbehorende macht is virtueel, niet bestaand en wordt alleen bewerkelijkheid door er een rechtstaat en politiemacht aan te koppelen onder beheer van de machthebbers. Deze schuldenwereld heeft de gunstenwereld bevroren waardoor de tastbare wereld niet meer voor vooruitgang wordt gebruikt. We staan stil. Alleen de schulden bouwen op en de misstanden. De “macht” staat op drijfzand. Als de mens geen toegang meer krijgt tot overvloed verschaft zij zich toegang met geweld om te overleven.
Door de schulden weg te nemen komt de gunstenwereld weer op gang en draait de maatschappij op termijn weer optimaal. De enige die ophoudt te bestaan is de huidige bank die virtuele schulden beheert die toch in de werkelijkheid niet bestaan. En de dominante overheid die weer moet gaan faciliteren in plaats van controleren en speculeren zodat vooruitgang wordt geboekt en geen stilstand. Dat is allemaal niet zo moeilijk. Het is gewoon een erkenning van de echte werkelijkheid, onze angst een realistisch plekje geven, macht ontkennen en lossen door onze onderlinge afspraken een beetje aan te passen. In feite is het een simpele keuze tussen menselijke waarden of niet bestaande schulden.
Kan dat zonder kleerscheuren?
Ja, als men Sustainocratie toepast, ook in het machtsysteem. Een aantal jaren geleden bestond Sustainocratie nog niet maar nu wel. Destijds kon men zich nog verschuilen als machthebbers in de onwetendheid en een oorlog of opstand als “onverwachte” consequentie aanvaarden. Nu is er een vraag (eis eigenlijk) om menselijk verantwoordelijkheid aan degenen die vooruitgang blokkeren door macht onterecht uit te blijven oefenen. Ze hebben nu een vrijwillige keuze die opeisbaar is door menselijkheid. Men is voor altijd verwijtbaar als men die keuze niet bekrachtigt, en een held van vandaag en de toekomst als men deze omarmt en toepast. Men kan macht uitoefenen als historisch despoot of macht transformeren in autoriteit voor menselijke vooruitgang en de wereld in gaan als held. De keuze is aan de machthebber. Gelukkig zijn er genoeg die die keuze al hebben gemaakt.
De Kinderombudsman komt op voor de rechten van kinderen en jongeren en adviseert aan het parlement alsmede andere organisaties. Volgens het Centraal Plan Bureau is het aantal kinderen en jongeren dat in armoede leeft op dit moment 1 op 9 pratende over minimaal 377.000 levens. Het in kaart brengen van gegevens van Gemeenten en CPB geven een eenzijdig beeld. De verborgen armoede, de niet gemelde of zichtbare schrijnende situaties ontwikkelen zich in bosjes om ons heen, die men niet wil zien en velen melden dit echter niet bij een Gemeente.
Door de crisis verwacht men een steeds grotere en snellere groei van armoede alsook steeds meer jongeren die zonder werk zitten en komen te zitten. Dus ook zonder inkomen. Het kabinet nodigt uit voor herstel van economische groei, ruimte voor consumeren van flatscreens en auto’s. Alleen die kunnen kinderen en hun kinderen niet eten…..
Hierbij neem ik de gelegenheid om deze onethische benadering en het volledig in de uitverkoop zetten van Nederlandse kinderen en het voorbij gaan aan verantwoordelijkheden van de basis waar kinderen echt recht op hebben onder het mes en breng de mogelijkheid om pro actief op armoede(ook geestelijke) te reageren hoe wij dat doen voor nu en in de toekomst graag in beeld.
Het scheppen van dualiteit en het uit elkaar drijven van de samenleving voor economisch gewin heeft zijn beste tijd gehad. Mensen worden wakker en willen daar niet meer aan mee werken en gaan echte verantwoordelijkheid nemen. Verantwoordelijkheid voor kinderen, voor zichzelf, voor anderen, voor hun omgeving. Men gaat niet meer mee in het herhalen van zaken die niet toereikend zijn aan de verandering, de transformatie. De transformatie waarbij de mensheid wordt uitgenodigd te gaan begrijpen en bewust te worden dat de crisis, financieel en moreel, laat zien dat mens en natuur niet een passief iets zijn, geen machine zijn, maar levend, gezien en ongezien, gevoeld en ongevoeld met elkaar in verbinding zijn. Niet voor niets tonen steeds meer onderzoeken aan dat kinderen(uiteraard ook volwassenen) welvaren, in verbinding met de natuur. Zo ook hoe groente en fruitelijkere voedselketen het kind nuttigt hoe vitaler het kind. We dienen dan ook uiterst respectvol met leven om te gaan.
Waarom ik dit benoem en beschrijf is dat wij graag willen laten zien dat er alternatieve mogelijkheden zijn die pro actief zijn en op korte en lange termijn een bijdrage kunnen gaan leveren aan het terugdringen van armoede. Nu worden projecten opgestart om armoede te bestrijden, consequentie gedreven, zoals Voedselbanken, geld inzamelen, overvloeden aan eten weggegooid. Bij de Gemeente je hele hebben en houwen bloot moeten geven om wat centen en verwijzingen te krijgen om te eten, om aan voedsel voor je kind te komen.
Zo breng je kinderen en volwassenen ook nog in een slachtoffer rol. Ze worden buitengesloten uit de samenleving en in een afhankelijke rol geplaatst. Terwijl wij toch allemaal graag willen dat kinderen in hun eigen kracht staan en blijven staan. Daar kunnen we bij helpen…..
Zo pakken wij dat vanuit menselijke integrale duurzaamheid aan. Een stip op de horizon met een hoger doel, in deze situatie Gezondste Stad, waarbij wijken door middel van allerlei projecten leef en eetbaar groen worden gemaakt. Een driejarig programma wordt aan scholen aangeboden waarin de school samen met haar leerlingen en ouders in de wijk centraal staat. Vanuit het belang kinderen in een natuurlijke omgeving te laten opgroeien en verantwoordelijkheid te nemen gaan wij ook samen met hun en lokale ondernemers de openbare ruimte in richten voor ontdekking van de natuur, leef en eetbaar groen maken van de weg naar school. Zo ook groen in de school. Tevens leren ze in de programma’s wat eetbaar is en wat niet. Zelf leren voedsel te verbouwen, zelfvoorzienend te worden, bewust te worden en verantwoordelijkheid hiervoor te kunnen nemen op korte en lange termijn.
Het waarom en hoe van zelfredzaamheid en zelfvoorzienendheid, in verbinding met het Universum wordt integraal op korte en lange termijn aangereikt aan kinderen, jongeren en ouders. Gefragmenteerd en eenzijdig is armoede uiteindelijk niet op te lossen, laat staan aan te pakken.
Het dwingt om een verantwoordelijke gezamenlijke aanpak in het belang van elk kind en mens, nu en voor de toekomst.
Elk kind dat in armoede leeft is er een teveel….en samen brengen wij daar verandering in en nodigen je van harte uit mee te doen aan waardegedreven groei en verantwoordelijkheid voor de mens. Doe je mee?
Op 10 April 2013 was ik uitgenodigd om te spreken door de lokale politieke beweging ROSA. Men wilde de negativiteit doorbreken van het crisisgevoel dat ook deze regio te pakken had. Het oog was gevallen op de Sustainocratische processen in Eindhoven die gebruik maken van de ruimte die ontstaat door de crisissen om integrale vernieuwing toe te passen. Zo zat ik op 10 April in de trein om voor 75% minder CO2 uitstoot een paar uur later in Zaanstad aan te komen. Wat mij meteen opviel was de beeldschone hoogbouw in Noord Hollandse stijl van een conferentieoord bij de uitgang van het station. Ik wandelde langs de prachtig opgeknapte gracht richting de brede rivier de Zaan. De bijeenkomst werd gehouden in het cafe van de bioscoop die gebruik maakte van een oud fabriekspand langs het water.
De wandeling gaf in het geheel geen gevoel van crisis maar als je wat nader kijkt dan zie je dat de mooie winkelpandjes bezet zijn met landelijke en wereldwijde franchizes die we overal tegenkomen in elke binnenstad. Dit toont de distributiecultuur waarin het het geld maar een richting in vloeit, en dat is van de retailshop naar de gecentraliseerde hoofdkantoren. Behalve de vaak goedkope werkgelegenheid voor jongeren in de winkeltjes en logistieke bevoorrading blijft er niet veel geld hangen in de stad zelf. De industrielen van het verleden zijn vertrokken en de lokale oudetijdse bedrijven hebben het moeilijk of gaan failliet onder de rook van het grote economische speculatiecentrum Amsterdam. Dat is de ene werkelijkheid.
Ik kijk naar de Zaanstad met andere ogen. Ik zie een prachtige brede rivier met een overvloed aan water. Een lokale bevolking die geschiedenis maakte door eigenwijs te zijn ten opzichte van de hoofdstad en dingen te doen die in Amsterdam niet mogelijk waren. Een bevolking die trots is op haar geschiedenis en de oude structuren en uitstraling in stand houdt door er wat mee te doen, zoals de frabiekslocatie waar ik mocht spreken. Ik zie een gebied dat zich uitstrekt tot aan Den Helder om zelfvoorziende samen te werken met de andere gemeenschappen van het Noorden. Als ik dat zie dan sta ik met de rug naar de hoofdstad Amsterdam en beleef ik zelfredzaamheid, zelfbewustzijn, creativiteit, eigenheid en samenwerking. Maar voor mij is kijken op die manier heel normaal omdat ik dat al jaren doe vanuit mijn eigen zelfbewustwording in Eindhoven. Eindhoven is natuurlijk heel anders dan de Zaanstreek, maar als je je bewust bent van je kwetsbaarheid dan ontdek je tevens je gigantische krachten zeker als een crisis je de ogen opent voor andere werkelijkheden. Dat gebeurd in Eindhoven steeds beter nu men ook Sustainocratie voorzichtig omarmt als eerste in de wereld. Deze meoeizame eerste lokale precedenten staan ter beschikking als men in de Zaanstad ook de keuze durft te maken. Dan zal het al een stukje gemakkelijker gaan omdat het proces bekend is.
Als je de wereld anders leert bezien door je radikaal om te draaien van de centralisatie van klatergoud en geldafhankelijkheid dan zie je jezelf en de kracht van zelfbehoud vanuit zelfkennis. Dan ontstaat een nieuwe wereld vol nieuwe kansen en mogelijkheden die alleen afhankelijk zijn van de durf van de lokale bevolking, de creativiteit, de visie en ondernemende wens er samen iets moois van te maken. Dat was ik komen vertellen en toen we de volgende dag het Dagblad van Noord Holland opensloegen zagen we dat de boodschap door de verslaggever duidelijk was verwoord. Nu is het aan de aanwezigen of men er iets mee doet. Ik verwacht het wel. Mijn zegen en hulp hebben ze al.
April is een boeiende tijd voor leerkrachten, ouders en jongeren uit groep 8. De citotoetsen zijn achter de rug, de uitslagen bekend, de spanning weg. De keuze voor de middelbare is gemaakt en het uitvlieg proces is begonnen. Vooral de meiden hebben er zin in.
Groep breekt uit elkaar
Veel kinderen hebben de laatste 8 jaar of langer lief en leed met elkaar gedeeld in dezelfde klas. Groepjes van vrienden zijn ontstaan, weer opgebroken en nieuwe samenstellingen uitgeprobeerd. Steeds weer werden ze in de klas en de groep uitgedaagd tot elkaar. De een heeft de uitdagingen als pesterijen ervaren, de andere juist als prikkels om zich te onderscheiden. Macht, ondergeschiktheid, liefde en haat, bravoure en gemenigheid, vriendschap en vijandschap, het is allemaal de revu gepasseerd. Kortom, ze groeienden met elkaar op, in al hun diversiteit van verschillen maar toch als gelijken in de klas. De al dan niet wisseldende leerkrachten hebben hun stempel gedrukt. De een wegens de discipline van handhaving, de andere wegens de empathie rond het opgroeiproces, weer een ander onder de prestatiedruk van het schoolsysteem. Of alles te samen natuurlijk als je als leerkracht groep 7 of 8 moet begeleiden.
De groep is nagenoeg hetzelfde gebleven en nu gaat dat intense veranderen want men waaierd uit naar “de middelbare”. De groep valt uit elkaar. Vriend en vijand vertrekt naar een andere school. Misschien heeft dit wel mede de keuze van de nieuwe school bepaald, naast de beinvloeding van de ouders, de leraren en de toetsresultaten. Het vooruitzicht van de scheiding brengt spanning, onzekerheid en nieuwsgierigheid tegelijkertijd. De jonge pubertjes voelen ook nog eens de hormonen gieren door hun jeudige lijfjes waardoor de verwarring nogal eens compleet kan zijn. Men laat het kind in zich achter op de basisschool en de weg naar volwassenheid staat open.
De veren worden opgepoetst
Meisjes zijn vroeger nieuwsgierig en rijper dan de nog speelse jongens. De meisjes zien hun lichaam veranderen en bespreken belangrijke zaken zoals ongesteldheid, haargroei, borsten en andere uiterlijkheden. Jongetjes worden steeds belangrijker en het vooruitzicht van een nieuwe lichting kersverse, onbekende andonissen vult de jonge vrouw met spanningen. Kleding, haarstijl, make-up, manier van lopen en gedragen wordt zelfbewust uitgeprobeerd en onderling gecommuniceerd. Onbewuste jongens die zelf nog liever voetballen, bpmenklimmen en stoeien worden ineens geconfronteerd met het vrouwelijk geweld van de concurrerende en zoekende meisjes. De veren worden opgepoetst voor de aanstaande nieuwe omgeving en de oude omgeving dient als experiment. Ruzietjes ontstaan tussen vriendinnen, strijd tussen tegenstanders en begrip tussen de neutrale meidenrelaties. Uitersten worden uitvergroot en de onstabiliteit groeit. De meiden zijn bijna klaar om uit het nest weg te vliegen. Het loslaten is begonnen en de identiteiten worden ingevuld met eigenheid en invloeden van de directe omgeving.
Ouders
Ouders kennen hun dochters nog amper terug. De relatie wordt afstandelijk als vriendinnen bij elkaar zijn en vertrouwelijk als een volwassen oor nodig is voor de nodig twijfels. Geheimpjes stapelen zich op en als ouder vraag je je af of er nog enige grip is op het gedrag van de kinderen? Die is er natuurlijk wel al wil de jeugd vooral haar eigen experimenten in vrijheid beleven. Alleen de blauwe plekken, emotioneel, psychisch en lichamelijk, verlangen verzorging thuis, de rest wordt grotendeels geheim gehouden. Men zoekt de grenzen op door zichzelf toestemming te geven en op te eisen in plaats van deze te vragen.
Geheimhouding of geheimzinnigheid hoort daarbij om het oordeel van de volwassenen niet te hoeven of willen meewegen of een verbod uit te moeten leggen aan vrienden. Het enige wat ons als ouders overblijft is de deur van het huiselijk nest wagenwijd open te blijven houden voor de vleugellam geslagen zieltjes die wij met volwassen warmte weer oplappen voor een volgend uitvlieg avontuur. “Vertrouwen” wordt het kernwoord van communicatie tussen jong en oud met daarbinnen oneindig veel leermomenten die zich vanzelf aandienen. We mogen alleen diep hopen dat onze jongeren in deze spannende periode van hun leven niet in 7 sloten tegelijk lopen of ergens blijvende schade oplopen. Toch valt het allemaal niet te voorkomen hoe goed we ook onze jeugd omringen met veiligheid. Het is juist die onveiligheid waar zij mee om moeten leren gaan. En dat lukt natuurlijk nooit als wij ze daarvan weg proberen te houden. Geven en nemen is dan ons ouderlijke middel waarbij stukje bij beetje loslaten gepaard gaat met durfdosering alsof het gaat om een elastiekje dat steeds meer rek ontwikkelt door trekken aan beide kanten.
De middelbare
Voor iedereen is dit een stap in het luchtledige. Loslaten is een emotioneel moment voor de ouders. Je kind gaat zelf op de fiets naar school. Meefietsen is veelal uit den boze want ze willen zelfstandig overkomen bij de andere jongeren. Voor het kind is dit een proces waarin zij moet leren omgaan met verantwoordelijkheid. Losgelaten betekent vrijheid maar geen vrijblijvendheid. Daar gaat de een zelfbewuster mee om dan de ander. Ook het nemen van teveel vrijheden is een keuze met allerlei consequenties die uiteindelijk zich vanzelf presenteren. Maar ook het zichzelf ontzeggen van vrijheden levert consequenties op die tot allerlei situaties kunnen leiden. De middelbare school is een moment waarin allerlei uitersten weer tot explosie komen. Stabiliteit is gedurende enkele maanden ver te zoeken. Omgevingsfactoren (school, leraren, andere kinderen, weg naar huis, de situatie thuis, enz) zijn bepalend maar ook de manier waarop de jongeren op zoek gaan naar hun eigen harmonie door allereerst de nieuwe chaos te ontmoeten en een plekje te geven. Deze chaos is nu al in groep 8 in de maak en kan positief worden beinvloed door het alvast te erkennen en de sfeer van de middelbare een beetje voor te proeven, nu nog op het bekende terrein van de basisschool. Deze laatste maanden voorafgaand aan de zomervakantie zijn dan ook van fundamenteel belang.
Harmonie
Uiteindelijk gaat het om het belangrijkste leerproces van de mens, namelijk het zoeken naar balans en harmonie door om te leren gaan met veranderingen. Deze zoektocht heeft ervoor gezorgd dat wij nieuwe instrumenten en inzichten hebben ontwikkeld en vooruitgang hebben geboekt. Verandering is de enige vorm om stabiliteit te waarborgen en dat is precies wat de jongeren voor het eerst aan het leren zijn. De identiteit ontwikkelt zich nu met een groeiend zelfbeeld door zich te spiegelen met anderen in harmonie en onbalans. Hoe zij ermee omgaan geeft volwassen momenten voor reflectie met de pubers aan de hand van hun ervaringen en bereidheid zich in vertrouwen kwetsbaar op te stellen naar de ouders in plaats van zoekende leeftijdgenoten. Zo rationaliseren zij emoties en leren zich weerbaar op te stellen door de confrontatie aan te gaan met een onstabiele werkelijkheid en er zelf stabiliteit in te creeren door middel van creativiteit, weerstand en aanpassingsvermogen. Zo ontstaat zelfbewustzijn dat nodig is voor een volwassen leven waarin men uiteindelijk zelf weer de warme stabiele nestwarmte ter beschikking stelt aan de eigen opgroeiende kinderen. Dan begint het proces weer van voren af aan.
Op een en dezelfde dag kreeg ik een aantal berichten tegelijkertijd die allemaal het begrip Sustainocratie een warm hart toekennen.
Het begon met berichtje vanuit de Universiteit van Berlijn dat een hoogleraar mij wilde bellen om met mij te praten. Dit was dankzij de introductie van onze gastspreker, Sandra Joosten, afgelopen dinsdag. Het enthousiasme spatte van de eerste contacten af.
Daarop volgend kreeg ik de trotse melding uit Brussel dat onze AiREAS plannen in Eindhoven voor het co-creeren van de Gezondste stad “waren goedgekeurd” door de Europese Commissie voor luchtkwaliteit voor aandacht tijdens de Green Week 2013 in Juni. Nu had ik niet echt om goedkeuring gevraag maar wel om een stukje erkenning omdat er toch zo’n 40.000 mensen direct en indirect bij betrokken zijn. Toch mooi als al dat werk minstens beloond wordt met een beetje aandacht. En die kregen we “omdat de commissie enthousiast was geworden over Sustainocratie”.
Bijna tegelijkertijd, alle goede dingen komen in 3 zegt men komt het volgende mailtje binnen over een column die eindigt met Sustainocratie. Men vraagt of ik de column wil delen maar dan doe ik de auteur tekort want de passie die in dit mailtje geschreven staat gaat veel verder dan de formaliteit en beperking van een column. Rob Adank schrijft mij en introduceert voor ons allemaal een recent overleden fenomeen uit Antwerpen die ik u ook niet wil onthouden. Phil Bosmans, een Montforteaan op de dag datwij een bod brengen op het Montforteanenklooster in de buurt van Eindhoven.
Dus dan maar de hele mail gedeeld met u en u vindt de links vanzelf wel naar de stukken die u interessant vindt. Ik vind de mens interessant die de moeite doet om met mij te delen vanuit een stukje emotie en liefde voor het werk en de boodschap die we verkondigen en zo mogelijk ook zelf invullen.
Beste Jean Paul,
Ik vind het vooral boeiend om anderen te prikkelen, bewust te maken en te inspireren en herken bij jou diezelfde passie en -drive! Frits Nies is o.a. columnist binnen het kennisnetwerk ‘Commercieel Excelleren’ en bovendien afgestudeerd criminoloog. De huidige actualiteiten vormden onze springplank en gaven aanleiding samen een column te schrijven. Wij dienen immers aan de vertaalslag vanuit onze huidige crises, frustraties en decepties richting hoopvoller toekomstperspectief…
Hollande – Sustainocracy – Cahuzac
De Franse ex-minister van Begroting Jérôme Cahuzac heeft toegegeven dat hij jarenlang een Zwitserse bankrekening had. Hollande spreekt over ‘een belediging voor de republiek’. Elke democratie en politicus is gaandeweg kansloos als de juiste denkbeelden en drijfveren in onze samenleving blijken te ontbreken. Dit is beschamend en mensonterend. Mensen worden evenmin gelukkig met geld en (schijnbare macht) naast het gaandeweg ontberen van elk hoopvol perspectief. Dát is immers juist waar wij zowel individueel evenals collectief naar hunkeren. Op enig moment hebben Media gaandeweg morele (marktconforme?) verplichtingen jouw (c.q. onze) initiatieven enthousiast ‘free publicity’ te geven. Hopelijk mag Nederland haar rol als Gidsland op enig moment herontdekken…
Column Marktconforme eufemismen
Hierbij onze zojuist geplaatste column ‘Marktconforme eufemismen‘ via het WebBlog Commercieel Excelleren. Wij sluiten doelbewust af met hoopvolle perspectieven en aandacht voor Sustainocratie! Wellicht is het, mede gelet op die huidige actualiteiten, de moeite waard deze column (inclusief hyperlink) bovendien op jouw website te plaatsen. Wij kunnen dit inzicht alvast met ons netwerk/universiteiten/media delen als inspirerende aanleiding om hierop individueel en collectief te gaan reageren.
Phil Bosmans – Paul de Blot
Zoals je weet ben ik een groot fan van Phil Bosmans èn Paul de Blot. Ik volg Paul’s Weblog en blikte n.a.v. onze dialoog aanvullend terug op de – tijdloos actuele – registratie bij van MKB Krachtcentrale in 2009. Naarmate de problemen toenemen, groeit ons verlangen naar ‘authentieke- menswaardige lichtpunten’. Hopelijk kan het jou-, Paul de Blot, Herman Wijffels en ‘talloze bondgenoten’ inspireren hierop vooral samen verder voort te gaan borduren. Marktconforme media met enig gevoel voor een toekomstgerichte democratie, mogen ons gaandeweg iets meer wind in de zeilen (free publicity) geven.
Authentieke wind in ‘Sustainocratische zeilen’
Jouw visie is positief prikkelend. Ik hoop jou met bijgaande documenten aanvullend te kunnen inspireren. Deze tijdgeest daagt ons uit effectiever samen te werken.
Phil Bosmans is al vanaf 1987 mijn grote inspirator en beste vriend. Zijn eclatante succes vanuit Antwerpen zou op enig moment geloofwaardige (authentieke) wind in ‘Sustainocratische zeilen’ kunnen vormen. Ik heb verrassend veel materiaal beschikbaar, zowel geschreven evenals in prikkelende gesproken dialogen. Bijgaande documenten spreken hierbij voor zichzelf. Ook de feedback van Phil Bosmans geeft je als tip van de sluier alvast enig beeld van onze – ruim 25 jarige – relatie. Samen met mijn vrouw zat ik medio januari 2012 aan zijn sterfbed. Phil gelooft echter niet in de dood, zie bijgaand zijn het Phil Bosmans 1 juli 1922 – 17 jan 2012.JPG. Zijn BZN leeft en bruist met inspirerende verbinding tot in BON/Duitsland. Nb . Bedenk dat Nederland 21 jaar eerder begon met ‘Verbeter de wereld en begin bij jezelf’, en dat BZN juist vanuit Antwerpen wereldwijd doorbrak. In Nederland dient Cordaid haar organisatie te halveren, dus krijgt CordaidBZN geen levensvatbare impuls. Men laat vooralsnog pijnlijk veel kansen liggen. Misschien zouden wij samen – via een andere weg – ons Nationaal geheugen kunnen opfrissen met kansrijke impulsen.
Als deze column jou inspireert, is het denkbaar ergens in mei samen onze prikkelende voorjaarscolumn te schrijven. Jij mag hiertoe, wat mij betreft, de voorzet geven, zodra je het gevoel hebt dat wij elkaar kunnen inspireren en -versterken. Het zou ook prachtig zijn om naar zin-zoekende ondernemers (succesvolle kapitaal-krachtige familiebedrijven) bij onze initiatieven te betrekken. Dát waarborgt continuïteit en de juiste flow bij alles wat wij ten goede in beweging kunnen brengen.
De avond stond in het teken van “zingeving” en als voorbeeld werd de bezieling van familiebedrijven aangehaald. Waarom zijn familiebedrijven in staat om allerlei recessies, oorlogen en crisissen te doorstaan? Wat maakt een familiebedrijf zo duurzaam?
Wim Bouwman is de eerste spreker en deskundige in familiebedrijven door zijn eigen ervaringen thuis en nu als vertrouwenspersoon bij bedrijvende families. Er zijn ruim 260.000 familiebedrijven in Nederland en een belangrijk onderdeel van de Nederlandse economie wordt erdoor vertegenwoordigd. Een familiebedrijf is een onderneming waar meer dan een familielid eigenaar en werkzaam is. Wim vertelt over zijn persoonlijke ervaringen en de verschillende situaties die de generaties doormaken. Vaak worden familieleden al bij de geboorte gekenmerkt als de opvolger van het familiebedrijf en op die manier opgeleid.
Wim Bouwman
Ondanks enkele grote familiebedrijven die zich ontwikkeld hebben tot multinationale giganten zijn de meeste familiebedrijven erg lokaal georienteerd met een concrete relatie van toegevoegde waarde en wederkerigheid met de directe omgeving. De bedrijven zijn enorm zin-gedreven en achten het personeel als belangrijkste kapitaal. Daar is veelal ook een familaire band mee ontstaan mede wegens de regionale band. Deze vorm van bedrijfvoering wordt tegenwoordig steeds serieuzer genomen in de Nederlandse maatschappij als duurzame maatschappelijke drijfveer.
Op de vraag waarom familiebedrijven zo weerbaar zijn in de turbulentie van de tijden die wij doormaken antwoordt Wim dat er meerdere zaken aan ten grondslag kunnen liggen:
Familieondernemers zijn echte ondernemers. Dat wil zeggen dat zij van huis uit meegekregen hebben dat zij iets moeten toevoegen aan de omgeving waar beide wat aan hebben in wederkerigheid. Zo leert men dat van generatie op generatie. Iemand zei bij het begin van een crisis “he he, nu krijg ik eindelijk de kans om weer te ondernemen!”
Familiebedrijven zijn bedrijven die menselijkheid intens beleven. Het woord “familie” omvat dat al. Als men keuzes moet maken in een familiebdrijf dan zijn er meerdere partijen die zich ermee bemoeien. De besluiten zijn daardoor vaak wel overwogen.
Een familiebedrijf heeft een eigen identiteit van zelfvertrouwen, zeker als het al verschillende zwaar weer perioden heeft doorstaan. Het kan zich inleven in het verleden en dat van voorouders om er inspiratie uit te putten voor de toekomst.
Een nieuwe generatie zoekt de bezielende ruimte voor innovatie, ook binnen het bedrijf of de positionering ervan. Dat wil nog al eens stress opleveren tussen de jonge en oudere generatie. Maar de bedrijven zijn gewend aan een vorm van verandering en aanpassing waardoor men dit ook als duurzaam kenmerk hanteert. Men durft te veranderen.
Wim stelde zich kwetsbaar op door over zijn eigen familie te praten, zijn relatie met zijn vader en de problemen die hij heeft ervaren die hem weer aan hebben gespoord om op zoek te gaan naar zijn eigen identiteit, kracht en zelfvertrouwen. Deze worsteling van het loslaten van de invloed van de vader en het ontdekken van de eigen bezieling is iets wat hij ook veelal terugziet bij de bedrijven. Ook multi en interculturele aspecten komen tegenwoordig aan de orde, zoals het Duitse familiebedrijf dat zich een markt wenst te verwerven in Nederland. Hoe ga je daarmee om?
Wim Bouwman
Uiteindelijk kwamen we tot de conclusie dat “menselijkheid” het basiskenmerk vertegenwoordigt van familiebedrijven waarin emotie, harmonieuze relatie met de omgeving en zelfvertrouwen in verandering net zo belangrijk is als de bedrijfvoering zelf. Ook de begeleiding en opleiding van de opvolging, vooral in menselijkheid, bleek een essentieel onderscheidend punt.
De mens staat centraal
Als tweede spreker presenteerden wij onze mistery guest, Sandra Joosting. Sandra werkte in het onderwijs om tot de conclusie te komen, tijdens een gesprek met ouders over hun kind, dat zij niet kon noch wilde oordelen over dat kind en dat het onderwijs veel te beperkend was voor de jongeren. Zij besloot op te stappen en op zoek te gaan naar een nieuwe bezieling in haar leven.
Sandra Joosting
Na verloop van tijd kwam zij in aanraking met “de geluksbrenger”, een manier om bij jezelf te komen door oordeelloos om te gaan met schilderen. Zij liet ons een rozijn bekijken en bevoelen en uiteindelijk opeten om ons tot onszelf te brengen in het oordeel. Door niet te oordelen schep je ruimte voor de ander om te ZIJN.
Rik en zijn rozijn
Sandra vertelde het verhaal van een meisje dat op reis ging nadat ze het tekenen niet meer leuk vond omdat ze altijd moest tekenen wat van haar verwacht werd en anderen er “wat van meosten vinden”. Todat zij in Parijs zichzelf tegenkwam en zich leerde uiten zonder externe belangen maar vanuit innerlijke vrijheid. Dat meisje was zij natuurlijk zelf.
Ook Sandra stelde zich kwetsbaar op door de dialoog met de zaal aan te gaan op verschillende momenten van haar eigen leven en de keuzes die zij heeft gemaakt. Ook zij heeft de moed opgebracht om los te laten door te ontdekken dat iets niet bij haar past en ruimte te scheppen om ergens te ontdekken wat zij wel is. De zin uit zich dan in verzet over een onwenselijke situatie, de zoektocht naar zichzelf en de vreugde van het vinden. Vanuit die kracht presenteert ook Sandra zich, net als Wim, naar de medemens om hen ruimte te bieden de zin in zichzelf te ontdekken.