De eerste samenwerking tussen Stichting Duurzaam Eindhoven en Stad van Morgen (STIR leercoöperatie) heeft een vruchtbare middag opgeleverd. Voor de Tegenlicht uitzending en het debat op zondag 15 mei over “geluk” waren zo’n 200 deelnemers aanwezig.
Geluk is een begrip dat we tijdens de STIR avondcolleges behandeld hadden als bron van inspiratie. Ook tijdens het AiREAS POP onderzoek over de relatie tussen stress een gezondheid kwam het thema voorbij. Er bestaat in de Stad van Morgen dus veel kennis en deskundigheid in de theorie maar ook de praktische uitvoering van geluk. Het is dan ook belangrijk dat momenten van inspiratie doorgepakt worden in het training en coaching aanbod van onze STIR Academy zowel voor de individu als voor het bedrijfsleven en overheid. Het feit dat ruim 90% van de werknemers in Nederland zich ongelukkig voelt in hun werk is een teken van ongerustheid. Ongelukkige mensen zijn minder productief, sneller ziek en stralen hun ongenoegen uit naar de omgeving. Het is zowel voor het welzijn, de gezondheid en de productiviteit van Nederland belangrijk dat we investeren in geluk.
Samen met Duurzaam Brabant begint de STIR Academy van de Stad van Morgen een geluksprogramma. Mocht u vrijblijvend belangstelling hebben in het programma of suggesties wilt leveren dan kunt u hier uw gegevens achter laten en nemen wij contact met u op.
Op 18 April kwamen een 60 tal mensen bij elkaar in het Designhuis van Eindhoven om met elkaar fase 2 van gebiedsontwikkeling “groen – blauwe ruit”, ook Rijk Dommel en Aa genoemd, in te vullen volgens de Sustainocratische werkwijze. Fase 1 hadden we op 2 maart gedaan door met elkaar vanuit het hoger doel van gezondheid naar het gebied te kijken en ideeën te opperen.
6 keuze gebieden kwamen uit het 2 maart overleg
Het gebied omvat Eindhoven en Helmond en verschillende kleinere gemeenten
De uitdaging werd extra complex omdat ook de bestuurlijke agenda van het gebied met de werkwijze werd gecombineerd. Daardoor werden de aandachtsgebieden die op 2 maart sustainocratisch werden gekozen uitgebreid met de dossiers waar de overheid mee werkt. Omdat we voor onszelf geen enkele uitdaging uit de weg gaan werd ook nog eens het Visie 2070 onderzoek van de TU/e studenten eraan toegevoegd. Dit gaat niet over kernwaarden noch dossiers maar over trends. Drie verschillende onderbouwingen en manier van kijken naar de werkelijkheid in één middag. Uniek, complex, verwarrend en dynamisch tegelijkertijd. Inspirerend voor de één, totaal onmogelijk voor de ander. Helemaal volgens de tijdgeest waarin we leven.
Tafels in multidisciplinair gesprek over project mogelijkheden
Stap 3
Vanuit Stad van Morgen perspectief werden 5 tafels gecreëerd die 2 keer met elkaar konden zoeken naar innovatieve projectvoorstellen die breed multidisciplinair gedragen konden worden. Stap 3 is dat iedereen in het beoogde gebied meedoet door samen prioriteiten te kiezen tussen de voorstellen. Het voorstel of de voorstellen die het grootste multidisciplinaire draagvlak krijgt wordt uitgewerkt tot project met investering van middelen, commitments en mensen. Doet u mee? Het gaat er om dat u keuzes maakt voor projectvoorstellen waar u een persoonlijke of professionele bijdrage aan kunt leveren. Dit is de stand van zaken dat uit 18 april is gekomen:
1. Mobiliteit en gezondheid
Projectvoorstel a: gegevens verzamelen in de regio over positieve en negatieve mobiliteit in relatie tot gezondheid.
Projectvoorstel b: meetinfrastructuur ala AiREAS (www.aireas.com) uitrollen om het onzichtbare zichtbaar te maken.
2. Natuur en recreatie
Projectvoorstel a: scholen en jongeren actief betrekken via studie, sport en andere programma’s
Projectvoorstel b: uitnodiging tot het uitproberen van innovaties die bij bewezen resultaat als export product gaan dienen.
Van arbeid naar participatie
De omschakeling van een arbeid naar participatie maatschappij verlangt tevens dat de bestuurlijke instrumenten die we hanteren zich aanpassen. Gesalarieerde arbeid was bijvoorbeeld een uitstekende basis voor een reguleerbare, controleerbare en belastbare ambtelijke financiële wereld binnen een gesalarieerde en contractuele arbeidscultuur. Ongeveer een derde van de Haagse schatkist is ervan afhankelijk. Het vangnet instrument van sociale uitkeringen, die de financiële overbrugging van een arbeidscontract naar een ander dient te faciliteren als ertussen een periode van werkloosheid zit, heeft prima werk verricht. Maar het systeem is vooral geschikt als er voor de hele maatschappij voldoende contractuele werkgelegenheid is en werkloosheid een uitzondering, niet de regel. Zo niet dan wordt het voor de bestuurders een enorme kostenpost die zowel bureaucratisch als belastingtechnisch de pan uitgroeit. Voor de deelnemers aan de vangnetprogramma’s wordt het een frustrerend knellend dwangbuis van oude regels die allerlei nieuwe sociaal innovatieve opties in de weg staan en het menselijke creatieve reactievermogen teniet doet met alle gevolgen van dien.
Van democratie naar Sustainocratie
De “participatie maatschappij” kan vanuit vele gezichtspunten worden uitgelegd. De mens als burger participeert namelijk altijd. De context van participatie is echter belangrijk. Doet men mee als bezoldigd deelnemer of deelneemster aan arbeidsprocessen? Of als vrijwilliger die onbezoldigd iets bijdraagt? Of door maandelijks verplicht op een uitkering te wachten om dan weer een lading postzegels te kunnen kopen voor de nieuwe ronde verplicht CV’s versturing?
Of doet men mee als pionier door te werken aan een maatschappelijke transitie naar iets nieuws?
De participatie maatschappij in de context is van de Stad van Morgen geeft betekenis aan een evolutionair nieuw maatschappijmodel dat resoneert met menselijke kernwaarden in plaats van geld en belastingen. De maatschappelijke belasting is inzet en talent, niet geld of schuld. Er ontstaat een samenwerking tussen de belangrijke pilaren van de mens aangestuurd door de mens, niet het systeem. Deze pilaren die samenwerken met dit evolutionair burgerschap zijn de overheid, het innovatieve ondernemerschap en onderwijs. Het is nieuwe wereld van waardecreatie en de onderlinge verdeling ervan.Het blijkt een geheel andere maatschappij waarin men participeert dan de oude. Er ontstaat een spanningsveld tussen twee werelden.
De deelnemende werknemers en bestuurders van participerende instellingen zijn bezoldigd in een beloningsstructuur. Ze krijgen van hun instelling de ruimte om (experimenteel) mee te kunnen doen aan de vernieuwingsprocessen en waardecreatie. Daarmee zit men in twee werelden.
Voor de participerende burgers ligt dat anders. Die zijn niet bezoldigd. We doen mee vanuit wederkerig eigenbelang, uitgedrukt in geld en-of waarde. Men heeft de vrijheid om mee te doen omdat men in de oude maatschappijvorm geen enkele kans meer heeft om zichzelf nuttig te maken. De sturing van geld is geblokkeerd en het vangnet is ontoereikend of de bijbehorende druk onmenselijk. Men zoekt een nieuwe weg door zich te laten sturen door iets anders, een bezieling waar wél mogelijkheden in te vinden zijn. Zich laten sturen door menselijke kernwaarden kan dan vanuit de mens maar ook vanuit het institutionele systeem. Hoe vinden we een juiste balans zonder dat de vernieuwing geschaad wordt terwijl de pioniers zowel institutioneel als persoonlijk daarin zich kunnen ontwikkelen? Dat doen we door instrumenten aan te passen.
Nieuwe of aangepaste instrumenten
We kunnen stellig een aantal aannames nu hard maken:
Door de nieuwe psycho-sociale bewustwording vindt een enorme gedrag en keuze omslag plaats op zowel bestuurlijk institutioneel niveau als bij de burgers.
Deze omslag resulteert in een nieuwe sociaal innovatieve benadering rondom de invulling van de daadwerkelijke kernwaarden van ons menselijk bestaan. De toepassing van wetenschap en technologie in deze aangepaste maatschappelijke context zorgt voor geheel nieuwe pionierswereld en bijbehorende emerging market impuls.
De échte participatie maatschappij is een evolutie, geen revolutie, met een nieuwe economische cyclus mits deze kan doorbreken.
Deze opkomende markten en innovaties verlangen een andere samenstelling van de sociaal economische werkelijkheid, de beloning en bestuurlijke betrokkenheid.
Deze opkomende markten hebben ook de inzet van mensen nodig dat veel verder gaat dan vrijwilligerswerk. Er is een geheel nieuw leerproces bij van toepassing voordat deze ontwikkeling ook gaat behoren tot de economische handelswereld. De inzet is voorhanden maar vooralsnog geblokkeerd.
De oude vangnetinstrumenten kunnen omgezet worden als brug voor de maatschappelijke transitie tussen werkelijkheden, inclusief aanpassing van het bestuur en het instrumentarium, in plaats van persoonlijke transitie tussen arbeidcontracten.
Enkele oplossingen
Multidisciplinaire cocreatie
Het aanvaarden van Sustainocratie als beter sturingsinstrument dan de gangbare geldafhankelijke democratie is niet altijd even gemakkelijk. Maar sturing vanuit een kernwaarde zoals “gezondheid” is moeilijk te negeren door de belangenpartijen als we vervuiling zien die de mens beschadigt. Bestuurders zijn ook mensen en vaak voldoende opgeleid en op leeftijd dat het psychosociale bewustzijn ook hen heeft geroerd. Maar de gangbare overheersende geldafhankelijke democratie heeft argumenten van buiten nodig om te komen tot nieuw structuren. Samenwerking vanuit deze nieuwe kernwaarden levert zowel de vooruitgang op als de argumentatie voor een geweldloze transitie en aanpassing tussen systeeminstrumenten.
Participatie Fonds
Samen met het regio bestuur van een gebied creëren we een Participatie Fonds. We definiëren `participatie´ dan vanuit het sustainocratische gedachtegoed van menselijke kernwaarden. Dit fonds is gericht op de inzet en het ontwikkelen van talent in de nieuwe, zich ontpoppende bewustwording en innovaties. Vanuit dit fonds trekken we geschikte én beschikbare mensen. Bijvoorbeeld mensen die nu in de Bijstand zitten. De Bijstand wordt door hetzelfde bestuur gemanaged. Het vangnet blijft voor de deelnemers hetzelfde qua maandelijkse steun maar de omringende afspraken zijn geheel anders. Men wordt meegenomen in unieke processen waar men een nieuwe professionele identiteit mee op kan bouwen. De zogenaamde emerging markets, binnen de kaders van de maatschappelijk transitie op gebied van structurele verduurzaming, worden gaandeweg opgebouwd en geconsolideerd in de opkomende economie waardoor de deelnemers op termijn uit het Participatie Fonds verdwijnen en opgenomen worden in de reguliere bezoldigde of ondernemende maatschappij.
Het opzetten van een Participatie Fonds is niet zo moeilijk als we overeenstemming krijgen over de onderbouwing. Uiteindelijk hevelen we mensen én middelen over uit de Bijstand naar het Participatie Fonds. Het geld blijft hetzelfde alleen de omringende factoren niet. De enige weerstand die we ontmoeten is van bestuurders die tijdelijk belang hechten aan hun Bijstand dossier en de bijbehorende wetgeving in plaats van het scheppen van de (experimentele) ruimte scheppen voor de vernieuwende fondsvorming en uitvoering.
Het Participatie Fonds kan zich daarbij ontwikkelen tot een regionaal multidisciplinair Innovatie Fonds als eenmaal ook die dynamiek aanvaard wordt door ondernemerschap als vaststaande aanpak van permanente, waarden-gedreven innovatie. Daar participeren straks ook de pensioenfondsen in, ondernemers via Royalty’s, Europees geld voor regionale verbinding, enz. Men aanvaardt verandering als constante zonder groeiprocessen te schaden zolang die niet schadelijk zijn.
Nieuwe waarde-eenheid
Het huidige geldsysteem zit verweven in een dynamiek die nog stamt uit het industriële tijdperk. Daarom wordt een schroefjes aandraaiende arbeider wel beloond en een zorgzame alleenstaande moeder met kleine kinderen niet. Binnen de context van “waarden” is de een actief in het geldsysteem en de ander binnen de natuurlijke menselijke kernwaarden. Het begrip “waarde” is toe aan herziening, net als het bijbehorende waardecreatieproces en beloningssysteem. Veel mensen houden zich bezig met uiterst professioneel vrijwilligerswerk omdat er geen beloningsstructuur aan is verbonden. Of omdat geldbeloning eenzijdig is gestructureerd.
Het huidige geld is veelal gebaseerd op een transactiemodel, de uitwisseling van producten of diensten waarbij ook geld als dienst wordt neergezet, altijd als schuld niet als middel. Producten noch diensten zijn het onderpand, tenzij het om vastgoed gaat, maar je arbeidsvermogen in de oude gesalarieerde werkelijkheid wél. In een arbeidsrelatie krijg je een salaris als beloning. Je kunt dan een schuld aangaan ten opzichte van toekomstige beloningen, mits deze contractueel gegarandeerd zijn. In de nieuwe participatie maatschappij gaat het echter om waardecreatie. Bij creatie van de waarde bestaat deze waarde dus nog niet want anders zou je het kunnen kopen. Zo ontstaat door de participatie in plaats van handel. Het is daarom een ander soort economie, de Transformatie Economie. Een waardecreatie proces kost moeite, talent, inzet en verwacht een resultaat. Dat resultaat is een winst die niet altijd economisch is zoals in het geldsysteem maar een echte tastbare waarde vertegenwoordigt in maatschappelijke, menselijke of milieu begrippen. In de Sustainocratie van de Stad van Morgen hanteren we zelfs het 4 x winst principe. 3 x winst in waardecreatie en 1 x winst in het economische handelsverkeer of de kostenbesparing als de waarde eenmaal bestaat. De waarden die gecreëerd worden zijn dan niet meteen uit te drukken in geld maar wel in verdeelbare belangen. Een waarde-eenheid die we aan waardecreatie koppelen kan dan gepositioneerd worden als verdeelsleutel in plaats van handelsmunt. Een voorbeeld.
Denk even aan voedselproductie. Het bewerken en bemesten van de grond, het zaaien en verzorgen van het voedsel en de groei ervan heeft gewoon tijd nodig voordat de waardecreatie in de vorm van voeding kan worden geoogst en verdeeld. Men kan de gerelateerde arbeid economiseren en verrekenen met de toekomstige afzet van het voedsel in de handelsdynamiek. Men kan ook de arbeid waarderen als inzet en vervolgens een verdeelsleutel toepassen wanneer het voedsel beschikbaar is.
Hetzelfde geldt voor de Piramide Stad. Door er samen aan te bouwen met een overvloed aan woningen kan de deelnemer een woning krijgen door inzet en deelnemen aan het bouwproces en verdeling van de overvloed van verkoopbare extra woningen.
Stad van Morgen heeft de filosofie al vaker uitgedragen middels de AiREAS, de Gunst en andere initiatieven. Als instanties niet meedoen vanuit overtuiging dan komt het niet van de grond. Kortom, het blijft belangrijk dat er over waarde en waardeverdeling consensus komt die buiten de macht van banken, verzekeringen en centrale overheden vallen.
Van gezondheid-zorg naar zorg voor gezondheid
Dit is ook zo´n enorme omslag waarin bewustwording en transitie van ons instrumentarium tot spanningen maar ook enorme kansen leidt. Gezondheid-zorg is reactief. We tolereren vervuiling en een levensstijl die ongezondheid bevorderd en zetten er een kostbaar systeem tegenover die de problemen dient op te lossen als ze zich voordoen. Met het gevolgd dat de mens en haar omgeving zodanig is aangetast dat we het met geld niet meer op kunnen lossen en we het risico lopen als biologische soort te verdwijnen of hele zware schade op te doen waardoor al ons welzijn verdwijnt.
Zorgen voor gezondheid is een proactief vernieuwende en innovatieve aanpak waarbij wij als mens en maatschappij ons het vooralsnog abstracte begrip van gezondheid moeten leren eigen maken en vormgeven ten behoeve van onze evolutie en overlevingsmechanisme vanuit bewustwording.
Conclusie
Als onze oude instrumenten niet meer de gewenste resultaten opleveren dan moeten we bereid zijn ze aan te passen. Dat gaat niet meteen maar stap voor stap door twee systemen, oud en nieuw, naast elkaar te aanvaarden en de transitie zich organisch te laten voltrekken door zelfbewust keuzes te maken. De belangrijkste transitie van het instrumentarium is de bestuurlijke. Deze is georiënteerd rond oude politiek economische belangen die de vernieuwende transitie volledig in de weg staan door conservatieve krachten. Het aanvaarden van een nieuwe, om te beginnen externe sturing, kunnen nieuwe politieke en economische belangen ontstaan waaraan men governance gaat relateren en het proces gaandeweg overneemt. Behoud en verandering gaan alleen samen als ze elkaar aanvaarden als belangrijke bouwstenen die met elkaar in balans dienen te zijn. De motivatie van behoud en die van verandering levert een permanent en noodzakelijk spanningsveld op dat als ecosysteem zorgt voor elkaar. Stad van Morgen staat aan de kant van waarden-gedreven verandering en helpt het bestuurlijke zich te vernieuwen door instrumentverandering en transities te onderbouwen voor bestuurlijk behoudontwikkeling van waarden die er toe doen.
Natuurlijk komt alweer de vraag naar voren of “ik” mij verkiesbaar wil stellen voor burgermeesterschap Eindhoven? Enerzijds komt dit door het schijnbare onvermogen van de gemeenteraad van Eindhoven om te komen tot een raadscommissie die de opvolger van burgemeester Rob van Gijzel moet selecteren en de kandidaten voorstellen. De politieke verdeeldheid die dit tijdperk kenmerkt is geen enkele basis voor consensus. De huidige burgemeester komt uit een oud politiek nest maar heeft zich ontpopt tot iemand die met nieuwetijds denken zich populair heeft gemaakt maar zich vaak sterk belemmerd lijkt te voelen in het keurslijf van de Haagse en partij verzuiling. De Eindhovense gemeenteraad is slechts een weerspiegeling van een situatie die onhoudbare proporties heeft aangenomen. Hoe kan daaruit nog een burgemeester voortkomen?
Anderzijds komt de vraag uit kringen die in Sustainocratie een oplossing zien voor de vele uitdagingen waar we als stad en wereldwijde gemeenschap voor staan. Aangezien ik in Eindhoven veelal het voortouw neem als ervaringsdeskundige in een maatschappelijke werkwijze die ikzelf al experimenterend heb doen ontstaan, samen met de inzet van zoveel stadsgenoten en bestuurders, ziet men in mij ook een vorm van democratische optie van volksvertegenwoordiging. Aangezien men denkt in termen van de oude democratie, met haar partijprogrammas en belangen leiders, is het niet zo moeilijk om Sustainocratie ook als “partij” te zien en het leiderschap naar voren te schuiven.
Wezenlijke verschillen
Sustainocratie is net als Democratie gebaseerd op de vrijheid van meningsuiting en keuze. Het zijn twee overkoepelende begrippen die een soort levensformule vertegenwoordigen. Democratie is ook geen politieke partij hooguit de basis voor politieke stromingen. Wat Sustainocratie juist karakteriseert is dat niet het democratisch eigenbelang stuurt maar de wetenschappelijk onderbouwde duurzame natuurlijke kernwaarden van ons menselijke bestaan en evolutie. In Sustainocratie debateren we niet over politieke economische belangen of richting maar over kernwaarden gedreven prioriteiten in multidisciplinaire cocreatie.
Het huidige bestuurlijke stelsel is volledig gebaseerd op het democratisch clusteren van het individuele eigenbelang in partijprogramma’s. Elke individue in een democratie kan zo kijken welke partij het eigenbelang het beste behartigt. Daar wordt men lid van om ook in de mogelijke bestuursverdeling mee te delen. Of men kiest erop tijdens verkiezingen. Partijbelang staat boven het menselijke belang. Toen er nog een twee partijen stelsel was pingpongde de maatschappij tussen deze uitersten, populair rechts of links gedoopt. Nu is men echter zo genuanceerd geworden dat er gefragmenteerde belangen via allerlei partijen hun eigen versnipperde stem laten horen. Consensus is steeds vaker onmogelijk. De tijd is aangebroken dat er weer bestuurlijke cohesie komt. Dat verlangt een evolutie in onze denkwijze en structuren. Vrijheid is te vrijblijvend geworden waardoor eigenbelang het hoogste woord voert met het gevolg dat er een enorme hiërarchie is ontstaan rond de enige oudtijdse kernwaarde die ons nog bindt: geld. Maar geld is een onnatuurlijk gemanipuleerd menselijk principe en bedenksel zonder echte waarde. Het wordt door beperkte kringen gemanaged via een schuldsysteem waar macht aan wordt ontleend. Gekoppeld aan eigenbelang ontstaat de huidige situatie van verschillen, morele blindheid, structurele afhankelijkheid en despoten-gedrag op geldgedreven leiderschap niveau.
Sustainocratie is wezenlijk anders
Binnen Sustainocratie clusteren wij niet rondom democratisch eigenbelang maar multidisciplinair rondom universeel onderbouwde kernwaarden van de mens. Wij hebben geen partijen maar project en resultaat gedreven multidisciplinaire clusters rondom het regionale en algemene belang van de duurzame ontwikkeling en het welzijn van de mens. De evolutionaire richting staat vast, de democratische multidisciplinaire clusters gaan over prioriteitstelling in het cocreëren en waarborgen van de kernwaarden in een aldoor veranderende omgeving.
“De overheid” in een democratie is een uitvoeringsorganisatie binnen een politiek economisch gefragmenteerde werkelijkheid. In Sustainocratie is het gezaghebbend rondom het faciliteren van optimale infrastructuur en buitengewone diensten vanuit gemeenschapskapitaal in een concreet territorium. Uit datzelfde kapitaal worden prikkelende innovaties bekostigd die meetbaar bijdragen aan de regionale ontwikkeling van de kernwaarden samen met innovatieve ondernemers, sociaal betrokken wetenschap en scholen, en een nieuwe versie van participatief burgerschap.
Als de stad Eindhoven integraal zou overstappen op Sustainocratie dan zou de positie van de burgemeester zich manifesteren als kaderbewaker van het menselijk belang vanuit de Sustainocratische kernwaarden. Dat is iets wat ik nu al doe als tafelvoorzittende Sustainocraat in AiREAS en de andere sustainocratische clusters. De gemeenteraad zou omgezet worden tot vertegenwoordiging van de dynamische clusters van multidisciplinaire waardecreatie middels samenwerking. Sustainocraten vormen een overleg commissie om onderling de processen af te stemmen en versterken. De raadsvergaderingen gaan dan over het evalueren van de bereikte resultaten en de mogelijkheid om deze uit te vergroten. Er wordt gestuurd vanuit participatie, kernwaarden, gelijkwaardigheid, doelgerichtheid en waardeverdeling.
De juridische samenhang transformeert van controle en reguleringsmechanisme naar een solidariteit principe vanuit inzet en talent, gebaseerd op de waardekolom van cocreatie en verdeelsleutels. Schuld houdt op te bestaan. Overvloed is de basis. Het basisvermogen van de gemeente is haar gemeenschap. Door samen de kernwaarden te waarborgen en verdelen ontstaat cohesie, betrokkenheid en harmonie. In deze situatie is zelfs een participatiefonds denkbaar waaruit iedereen een basisinkomen geniet maar ook structureel bijdraagt aan de gemeenschap. Talent, Inzet en Resultaat bepaalt de Wederkerigheid, niet macht, belastingen, schuldbekentenissen en georganiseerd eigenbelang.
Aangezien Sustainocratie nog niet algemeen aanvaardt is als alternatief voor de democratie is burgemeesterschap een schijnbare utopie ook staan beide werkelijkheden naast elkaar in de maatschappij en wordt Sustainocratie steeds meer gesteund, ook in bestuurlijke kringen. Het wordt zelfs gezien als evolutionair. Het zal daarom niet vreemd zijn dat gaandeweg het niveau 4 gebiedsontwikkeling, het participatie model van Sustainocratie zich uitvergroot totdat het algemeen in het gebied van toepassing is. Het is slechts een kwestie van tijd en het goede voorbeeld.
Recent kreeg ik het krantenbericht van Dirk onder ogen waaruit zou blijken dat hij en zijn partner uit huis worden gezet omdat hij zijn dak groen had geverfd. Nu wil de media berichten wel eens met enige sensatie inkleuren. Als persoon die in de nieuwe werkelijkheid leeft van Sustainocratie, de democratie die zich door menselijke kernwaarden laat aansturen, kijk ik naar deze berichtgeving met verbazing en herkenning. Herkenning omdat ik het natuurlijk ook allemaal heb meegemaakt en verbazing dat dit nu, anno 2016, nog steeds gebeurt. Hebben we dan niets geleerd in al die tijd van crisissen en gedwongen zelfreflectie? Kennelijk leeft de oude aftakelende en nieuwe opbouwende wereld nog braaf naast elkaar en af en toe bereikt dan zo’n menselijk drama de keukentafel en het persoonlijk contact.
Sustainocratie wordt al thematisch toegepast in verschillende regio’s en steden, zoals bijvoorbeeld AiREAS gezonde gebiedsontwikkeling in Eindhoven en Breda, het Rijk Dommel en Aa, FRE²SH samenredzaamheid, CITI-MAP en de wereldwijde nieuwe leeromgeving die ontstaat via STIR Academy. Deze nieuwe werkelijkheid is niet zomaar ontstaan. Daaraan is een lijdensweg vooraf gegaan waarin ik die van Dirk herken. Maar, zoals Socrates heel wijs heeft gezegd, “je kunt je leven lang vechten tegen het systeem of al je energie steken in het creëren van iets nieuws”. Dat vechten ben ik al lang afgeleerd. Het creëren van iets nieuws is veel leuker. Terwijl je daarmee bezig bent wordt je vanzelf de Goliath van je eigen nieuwe werkelijkheid en is de rest ellende van vroeger waar we allemaal veel van hebben geleerd en nooit meer opnieuw willen meemaken. Prof. Paul de Blot van Business Spiritualiteit Nyenrode zei het ook zo mooi: “Alles wat je hebt kun je kwijtraken, alles wat je bent niet” refererend aan zijn eigen 5 jaren in het Jappenkamp in de tweede wereldoorlog. Focus op het zijn en niet het hebben, leven in plaats van overleven.
En dan Dirk. Die zit er nog midden in. Wereldwijd investeren we in groene daken in onze nieuwe wereld, al dan niet bedekt met etenswaren, wegens de energiebesparing en duurzame oplossingen van zulke dakbedekking. Maar ergens in de regelgeving van de stad Oss staat dat een groen dak niet mag. Handhavers hebben Dirk verplicht zijn dak te veranderen of een boete te betalen. Dat kan Dirk niet want hij zit met zijn zieke lijf in de WAO en heeft al moeite om het hoofd boven het geld-gedreven water te houden. Daarnaast heeft hij een beleggingshypotheek waar sinds de kredietcrisis alleen maar meer schulden door zijn ontstaan. Het huis staat onder water. De hypotheek is in feite een gedrocht dat nooit had mogen ontstaan en strafbaar gesteld zou moeten worden, en uiteindelijk bijgedragen heeft aan het verdwijnen van vertrouwen in het gecorrumpeerde bankwezen. Dit bankwezen blijft op haar stutten daar en eist haar betalingen op want anders wordt de woning van Dirk, met groen dak en al, in de verplichte verkoop gegooid. Dirk beweegt stad en land tegen de bestuurlijke, ambtelijke en bancaire onmenselijkheid maar vangt overal bot behalve sensatiegerichte media aandacht. “Een gebroken mens”, ooit de Willy Wortel in de bedrijven waar hij werkte, een creatieve geest die in zijn tuin een sprookjesbeleving aan het maken was en nu met lede ogen ziet dat de natuur het overneemt en zijn droom wordt overwoekerd. Zijn partner heeft het ook zwaar en kampt met depressies. Slachtoffers van een corrupt dwangsysteem en een blind handhavingsprincipe dat weerlegbaar is als men de context zou durven aanpassen aan een nieuwe werkelijkheid. Het gebeurt nog te vaak in Nederland dat ambtenaren blind vast houden aan hun regels en daar mensen koudbloedig in de vernieling mee brengen omdat het systeem nu eenmaal belangrijker is dan de logica van het menselijk bestaan. Dat geldt helemaal voor banken. Als het huis van Dirk ver onder de eigenlijke waarde is geveild dan legt men de restschuld bij hem neer, Dirk kan verhuizen naar de daklozenopvang of krijgt een huurwoning toegewezen met arbeidsongeschiktheid voorzieningen waar de gemeente wel een potje voor heeft en gaat in de schuldsanering. Het huis wordt weer verkocht aan een nieuw hypothecair slachtoffer, het dak blijft waarschijnlijk gewoon groen en de bank dekt haar boekhoudkundig verlies af bij de staat waar een garantiefonds de belangen van de bank in stand houdt. Het is een boekhoudkundig verlies want Dirk heeft al ruim 25 jaar betaald dus de banken hebben al dik geld verdiend aan de relatie. Eigenlijk is het crimineel schandalig. Maar zo ziet de bank, het juridische systeem en de overheid het niet. Er ligt een getekende overeenkomst en die is bindend.
En Dirk? Ach weer zo’n zelfredzame creatieve figuur die niet meer binnen de radartjes van het manipulatiesysteem paste en er zonder enige emotie uitgespuugd wordt, net zoals zovelen in het land, om daarna in de kostenbesparende zorgstaat terecht te komen die vooral wil dat mensen voor zichzelf gaan zorgen maar wel naar de pijpen dansen van de regels. Hoe krom wil je het hebben? Het is onbegrijpelijk dat er nog geen opstand is geweest tegen beleid en banken.
Tijdens de wereldwijde bijeenkomst in het Evoluon in 2010 ter ere van de Earth Charter, een verdrag dat door allerlei wereldleiders ergens in 2000 werd getekend voor het behoud van onze leefomgeving De Aarde, sprak ook Jacques Fresco. Hij is de grondlegger van het Venus Project, dik in de 90 maar vitaal en welbespraakt. Nadat ik mijn podiumverhaal had gedaan over alle onrecht dat mij was aangedaan door banken en overheden en de Wereldwijde transformatie die ik vorm wilde geven, kwam hij aan het woord. In plaats van een verhaal over architectuur en stadsdesign ging hij met de vuist in de lucht “alle huidige politici en bankiers kunnen rechtstreeks naar de gevangenis”. Het redeneerde fel dat de geschiedenis heeft uitgewezen dat alle ellende op deze wereld, alle oorlogen en misstanden veroorzaakt zijn door de belangenstrijd tussen deze zogenaamde elite en volksvertegenwoordigers. En zo is het ook, nog steeds. Daarom moeten we af van deze oude werkelijkheid van hiërarchische hebzucht culturen waar we zelf van aan de “democratische” basis staan, vaak ook uit eigenbelang. Tijdens verkiezingstijden wordt ons hoop verkocht (koopkracht, geld genoeg, huisvesting, enz) en tijdens de regeerperioden alleen maar gezaaid met angsten om de hiërarchie en onderdrukking in stand te houden.
Wat ben ik blij dat ik mij nu omring met de vele mensen, inclusief bestuurders, die het beter voorhebben met de mens en mensheid en wij door middel van multidisciplinaire samenwerking aan onze kernwaarden de zin en onzin van alles wat hierboven staat beschreven de rug toe keren. We hebben nog een lange en intense weg te gaan. De geschiedenis zal ongetwijfeld de kentering kenmerken en uiteindelijk het tijdperk van moedwillige vernietiging van menselijke waarden in perspectief plaatsen. Het opbouwen van de nieuwe samenleving geschied met vertrouwen, samenhorigheid en gelijkheid in de verdeling van de waarden. Maar wat schiet Dirk hiermee op? Niets! Hij moet zich nog los worstelen van de monsters die hem in hun greep hebben, inclusief het eigen monster van zelfbeklag en weemoed. Eenmaal vrij dan is hij en zijn partner meer dan welkom om weer energie te putten uit de nieuwe werkelijkheid en als herboren Willy Wortel de wereld in te kleuren met innovatie die dienstbaar is aan mens en omgeving.
Brabant is druk doende met de Brabantse Health Deal. Deze contextverandering van beleid en gebiedsontwikkeling biedt enorm veel nieuwe kansen voor ondernemers. Wilt u zich oriënteren dan kan dat middels de laagdrempelige ochtend workshops die STIR organiseert vanaf 22 maart:
Sectie C, Daalakkersweg 8, kamer 2-178 (3e verdieping) te Eindhoven.
Tijd: van 09:30 tot 12:30
Kosten: 10 euro per deelnemer
Maximaal 10 personen per sessie
Workshop door Jean-Paul Close – grondlegger Sustainocratie, actief voorbereider Brabantse Health Deal
Datums: 22 maart, 23 maart, 29 maart, 31 maart
Even aanmelden in verband met ruimte en planning: jp@stadvanmorgen.com
We denken vaak dat we zelfstandig keuzes maken maar ons gedrag wordt grotendeels bepaald door de omgeving waarin we leven. Dat is zo vreemd nog niet want het leven op Aarde is pas ontstaan toen de omgevingsfactoren zodanig optimaal waren dat de bouwstenen van het leven elkaar konden vinden. Die bouwstenen moesten wel aanwezig zijn. Uit dat prille leven is uiteindelijk na miljarden jaren de mens ontstaan. In deze evolutie zijn we steeds spiegelend bezig geweest met omgevingsfactoren. Pas sinds ongeveer 50.000 jaar bijvoorbeeld heeft de mens geen natuurlijke vijanden meer die op ons eigen evolutie niveau functioneren. Die remmende factor verdween waardoor de groei van de soort zich exponentieel kon ontwikkelen.
Wat geldt voor de algehele ontwikkeling van de mens geldt ook voor de individu en de manier waarop wij omgaan met het dagelijkse leven. Tijdens het AiREAS onderzoek naar de relatie tussen luchtkwaliteit, onze gezondheid en onze levensstijl kwamen we tot inzicht dat onze cultuur alles bepalend is voor onze eigen bijdrage en blootstelling aan luchtvervuiling. Als we dat aan willen pakken door te gaan sturen op gezondheid dan moeten we zowel ons gedrag als onze sociaal culturele omgeving aanpassen. Ons gedrag aanpassen is een eenvoudige keuze. Maar wat is onze omgeving? Die bestaat uit twee belangrijke factoren:
De tastbare zaken die ons omringen
De manier waarop we ons in onze dagelijkse behoeften voorzien
Veel mensen zeiden tijdens dat AiREAS onderzoek dat ze hun gedrag wel wilden aanpassen door de bewustwording rond vervuiling en klimaatverandering maar dat ze sociaal economische verplichtingen hebben die de keuze in de weg staan. Als we deze verplichtingen bestuderen dan zien we dat ze vervuilend gedrag zelfs beloont met salarissen en bestuurlijke goedkeuring wegens economische toegevoegde waarde. Dat blijkt natuurlijk een probleem want hoe groter deze economie des te groter de vervuiling en bijgaande kosten. Als we ons gedrag dus zelfbewust aan willen passen aan de eisen van deze tijd dan dienen we de omgevingsfactoren te veranderen waaraan we ons spiegelen.
De tastbare zaken die ons omringen
De manier waarop onze huidige maatschappij is ingericht is gebaseerd op automobiliteit en logistieke processen die uit het industriële tijdperk zijn ontstaan. Daarom zien we naoorlogse steden met brede lanen, parkeerstroken en allerlei faciliteiten die de winkel en industriële gebieden bereikbaar maken. Oude steden waren veel compacter opgezet zoals we dat nog terugzien in de vele oude stadskernen van steden. De groei van de wereldbevolking en verstedelijking heeft deze ruimtelijke benadering explosief doen toenemen. Zo zien we dat we ons omringen door een enorme voorraad aan winkels, supermarkten, parkeergarages en faciliteiten met een gigantische ruimtelijke belasting. De problemen die we qua vervuiling en klimaat voor onze kiezen krijgen worden via kostbare regelgeving, zorginstanties en belastingen aangepakt.
De manier waarop we ons in onze dagelijkse behoeften voorzien
De belangrijkste motivator van de mens is de invulling van de dagelijkse levensbehoeften. Als deze ontbreken is er een probleem. De tastbare omgeving geeft ons een gevoel van overvloed maar deze is alleen toegankelijk via geld. Daarom is de primaire levensbehoefte van de mens veranderd naar “voldoende financiële middelen” om toegang te blijven krijgen tot de overvloed die ons omringt. Als men onvoldoende geld middelen heeft dan ervaart men de overvloed als tekort. Wanneer men het heeft over “brood op de plank” dan denkt men echt niet aan het planten van tarwe, het zorgen voor melk en gist, en het bakken van het brood. Men denkt aan die euros die nodig zijn om een brood te kopen.
Onze omgeving heeft zich geëconomiseerd en wij zelf ook. Onze relatie met de werkelijkheid is via onze portemonnee en niet ons natuurlijke bewustzijn.
De grote omslag
Abstracte zaken, zoals de door de Stad van Morgen wetenschappelijk onderbouwde kernwaarden van het bestaan, raken ons pas via het bewustzijn als ze ontbreken. Daarom is het structureren van het maatschappelijk belang erom heen een zaak van bewustwording (aanvaarden van de kernwaarden als basisverantwoordelijkheid) en senior leiderschap (waken over de mens tegen de onbewuste zelf). De huidige wereldwijde problemen van armoede, vervuiling, klimaat, migraties, oorlogen, enz tonen ons aan dat we onszelf hebben verloochend door ons blindelings te spiegelen aan de geldgedreven wereld in plaats van onze kernwaarden. Door de geldafhankelijkheid staan we zelfs niet stil bij de kernwaarden, totdat het tegendeel zich manifesteert, maar dan is het vaak al te laat.
Dat ondertussen de geldwereld door menselijke hebzucht en manipulatie is doorvlochten tot proporties die het voortbestaan van de soort bedreigt dringt door tot het bewustzijn van de meeste mensen. Maar dan begint het pas. Onze omgeving is nog steeds zoals het was en onze manier van zorgen voor onze basisbehoeften ook. Als ons bewustzijn onze geest opent dan gaan we op zoek naar alternatieven. Als die niet bestaan dan hebben we de optie ze te creëren. Dan ineens bestaat de oude werkelijkheid nog wel maar wordt aangevuld door het nieuwe beeld dat het “anders moet”. Dat spreekt onze creativiteit aan waardoor we op zoek gaan naar cohesie met gelijkdenkenden en het opbouwen van het alternatief.
Een minderheid gaat zo experimenteren met innovatie door andere omgevingsfactoren te zoeken of ze te creëren. Maar ook hun gedrag is gebaseerd op omgevingsfactoren. Vaak reageert men op onaanvaardbare consequenties en is boos op datgene wat de problemen veroorzaakt. Men is boos op de banken, de overheid, het bedrijfsleven of de buren. Allemaal externe zekerheden die overhoop zijn gehaald en die geen antwoord krijgen van buiten af. Als we echter deze medemensen wegwijs maken in de kernwaarden dan zien we een combinatie van eigen verantwoordelijkheid en dat wat we van onze omgeving verlangen om nieuwe zekerheden te scheppen die buiten de economische werkelijkheid omgaan. Deze mensen scheppen een nieuwe band met de omgeving door de omgeving aan te passen vanuit bewustzijn.
Onder deze omstandigheden treffen zich tegenwoordig mensen met allerlei verantwoordelijkheden en niveaus van autoriteit. Zij gaan gezamenlijk aan de slag om weer een band te creeren tussen de nieuwe context, het bewustzijn en gebiedsontwikkeling keuzes. Ineens zien we dat de sturende kernwaarden tot een geheel andere ruimtelijke inrichting en beleving komt dan voorheen. Een transitie voltrekt zich. Maar ook deze is gemotiveerd door omgevingsfactoren die niet meer voldeden en nu passend worden gemaakt. Het enige verschil: we doen het samen.
In regio Brabant zijn we steeds op zoek naar icoon-projecten, ofwel betekenisvolle projecten met pit, karakter, uitstraling en aantrekkingskracht. Dit dient passend te zijn in het gedachtegoed van co-creatie rond kernwaarden zoals bijvoorbeeld de Health Deal die we samen aan het formuleren zijn.
Een van de grootste uitdagingen waar ook deze regio voor staat is huisvesting binnen de context van samen-redzaamheid. Stad van Morgen kan zich goed vinden in de filosofie van 75 jarige architect Aad Breed. Deze bestaat uit fundamenteel een aantal algemeen aanvaardde principes:
De wereldbevolking groeit nog steeds en deze groei (en bestaande bevolking) heeft behoefte aan een woning, voeding, water, en gezonde leefomgeving.
De mensen trekken naar steden wegens de schijnovervloed die een aantrekkingskracht heeft, maar ook omdat in ruimtelijk opzicht de stad de beste mogelijkheden biedt tot efficiënte samenleving en diensten.
De mens heeft echter ook betrokkenheid nodig bij de invulling van de eigen behoeften.
Het speculatieve kapitaalsysteem is uit de tijd en veroorzaakt gigantische vervuiling, armoede, vluchtelingen en vele andere problemen. De steden die uit dit systeem zijn ontstaan of doorontwikkeld zijn asociaal, duur, kwetsbaar, gevaarlijk en niet (meer) bestand tegen de eisen van deze tijd.
In de Stad van Morgen is het basisvermogen in een gebied de mens met haar de inzet, bewustzijn en creativiteit
De Stad van Morgen wordt dan ook door multidisciplinaire cocreatie, Sustainocratie, gebouwd of getransformeerd, niet door projectontwikkelaars of banken.
We zijn steden aan het transformeren maar gaan er nu ook een bouwen!
De Piramide Stad
Deze heeft inderdaad de vorm van een piramide maar wordt ook gerealiseerd vanuit het Piramide Paradigma van 4 x winst (maatschappelijke, ecologische, gebruikers en economische winst).
Vier van deze vierkantjes kunnen worden gecreëerd op een oppervlakte van 200 m2 en huisvesten 1000 mensen per vierkant in ruime 4 persoons-woningen. Men kijkt altijd uit over een veld zo groot als een voetbalveld waar men zelfvoorzienend producten kan verbouwen of recreatie kan beoefenen. Verderop kijkt men naar de immense natuur van enkele kilometers die de piramide omringt.
Binnen in de piramide zitten de algemene voorzieningen, zoals afvalverwerking, energieopwekking, zorgsystemen, verbindende transport elementen, enz. Op de laagste laag wordt voedsel volgens de modernste technieken verbouwd. Daar bevinden zich ook winkeltjes en diensten. De hele gemeenschap is betrokken bij de waardecreatie en verdeling ervan onderling. De hele stad is samenvoorzienend in een circulaire economie en waardesysteem.
Deze piramidestad wordt opgebouwd door de huidige lokale werklozen en eventuele vluchtelingen. In 3 jaar tijd is het gereed en krijgt elke deelnemer 1 lastenvrije woning volgens eigen specificatie en positie. Maar men heeft 3 keer zoveel gebouwd. Die overvloed wordt verkocht of verhuurd en de extra middelen zorgen voor de aflossing van de investering en een basisinkomen voor de oorspronkelijke bouwers die tegelijkertijd zorgen voor de productiviteit in en rond de piramide.
Op een oppervlakte van Eindhoven kunnen zo 12 Miljoen mensen worden gehuisvest in cohesie en samenhorigheid met minimale ruimtelijke belasting en overvloed aan natuurlijke bronnen erom heen.
Beginnen met een kleine piramide op een oppervlakte van enkele 100den vierkante meters kan een icoon worden voor de regio, een proof of principle voor een nieuwe manier van huisvesting en participatie maatschappij.
Vlak voor de zomer van 2014 voelde Marja zich beroerd. Ze ging naar de dokter en na intensieve onderzoek werd geconstateerd dat haar maag maagkanker had en haar eierstokken eierstok kanker die echter beide niks met elkaar te maken hadden. De schok was enorm, voor haarzelf maar ook voor haar omgeving. We werkten al geruime tijd intensief samen aan de gezonde stad en Marja draagt haar steentje bij op gebied van creativiteit, stadslandbouw en huiskamerontmoetingen in haar wijk. Ineens kijk je dan de eindigheid van je leven in de ogen, nog veel te vroeg. Hoe ga je daar mee om?
Eind 2014 werd ze geopereerd en werden de schadelijke cellen weggehaald. 2015 werd dan ook ingeleid met een moeizame maar bemoedigend herstel. Totdat in de zomer werd geconstateerd dat de problemen waren teruggekeerd. Marja belde haar vrienden, familie en kennissen persoonlijk op met de boodschap `ik ga dood´. Volgens de medische voorspelling had ze nog zo´n 3 maanden te leven. En nu? Chemokuur, wel of niet? Bijwerkingen aanvaarden, wel of niet? Hoop opgeven, en dan? Wachten op de dood? Of dat laatste restje leven omarmen terwijl je lijf het laat afweten?
Marja schrijft regelmatig nieuwsbrieven om iedereen op de hoogte te houden. Ik heb haar gevraagd of ik mocht bloggen, intens geïnspireerd door haar verhaal en keuzes. Dat mocht. Marja is gekenmerkt nu als iemand met `een beperkte levensverwachting´ maar ondertussen besef ik, uit haar nieuwsbrieven en helaas sporadisch persoonlijk contact, dat ze het laatste jaar zo intens en zo zelfbewust heeft beleefd dat het alle andere levensjaren mogelijk overtreft. Hoe vreemd moet het zijn als je steeds gezonder en bewuster wordende geest naar het eigen stoffelijke lichaam kijkt dat gaandeweg afbrokkelt tot het op een dag ophoudt te functioneren. Je kijkt ernaar en beseft hoe eindig het vleesgeworden bestaan is en hoe oneindig het bewustzijn. Wat is leven uiteindelijk? Dat hoopje stof dat om een of andere magische reden bij elkaar kwam om een mens of ander leven wezen te vormen? Of is het juist die universele magie zelf die moleculen aan elkaar weet te verbinden en er bewustzijn aan toevoegt? De twee, stof en ziel, zijn verbonden maar Marja ziet ze nu ook los van elkaar. Ze ziet ineens de energie van andere mensen, kan gevoelens en emoties waarnemen en beleeft de omgeving veel intenser dan ooit tevoren. Haar lichaam sterft maar Marja leeft en beleeft intens.
Door het constateren van haar naderende einde verdwenen allerlei “verplichtingen” die haar leven vóór de alarmerende boodschap bezig hielden. Overleven hoeft ineens niet meer. Daardoor ontstond mentale ruimte om zowel het sterfproces als het overgebleven leven te relativeren. Angst is vaak een zorg dat onze dagelijkse keuzes beïnvloedt. Maar als je weet dat je doodgaat dan hoef je daar niet meer bang voor de zijn. Wat blijft er dan over? De moed opbrengen om te leven, elke dag die er is dragelijk maken en beleven.
Dankbaarheid vult nu haar bestaan. Elke minuscuul gebaar, elke moment, elke kleur of geur krijgt betekenis. Binnen haar mogelijkheden wordt ze weer actief. Uitstapjes worden enorm gewaardeerd, ze stelt haar huis weer open voor ontmoetingen, schrijft met gemak en transparantie over haar leven, zorgen en ervaringen met de medische processen die ze door moet maken met allerlei vervelende bijwerkingen. Ze spreekt vol lof over de hulp die ze aangeboden krijgt, de liefde van andere mensen voor haar als stervende onbekende. Ze spreekt vol verbazing over haar eigen proces om hulp gewoon te aanvaarden, zonder weerstand. Zo´n zelfstandige, eigenzinnige, onafhankelijke vrouw die ineens omringd wordt door de liefde van (onbekende) mensen die haar helpen te leven. Misschien dringt het dan door dat die levensenergie, die magie, zich niet beperkt tot het samensmeden van een levend lichaam maar ook de basis is van een samenleving of samen-beleving. Pas dan is het leven compleet en oneindig. Je verbindt dan met die levende energie die het universum levens-scheppend maakt en kun je het leven zelf zien als een wezenlijk onderdeel van het bestaan. Zonder leven zou niets bestaan omdat we het niet beleven. De dood is dan niets anders dan de bevestiging van het leven en het scheppen van ruimte voor vernieuwing. Je moet geleefd hebben om te aanvaarden dat je leven de oneindigheid van het universum voedt en je bewustzijn dat telkens weer laat ervaren.
Soms moet je kennis maken met de dood om te beseffen wat echt leven is. Het is nu bijna een jaar geleden dat Marja te horen kreeg dat ze nog 3 maanden te leven had. Ze maakt nu vakantieplannen, is een inzameling begonnen om de organisaties te steunen die haar en anderen het leven zo aangenaam mogelijk maken. We gaan allemaal op een dag dood maar al die andere dagen niet!
Dank Marja en Snoopy voor de echte wijsheid.
Naschrift: Marja heeft op 4 juni 2016 haar zieke lichaam teruggegeven aan de natuur. Haar bewustzijn leeft voort net als haar opdracht aan ons: LEEF!
Op 5 maart werd ik gevraagd om tijdens Proeftuin Houten uit te leggen hoe Sustainocratie functioneert door middel van de Stad van Morgen voorbeelden FRE2SH en AiREAS. De middag was multidisciplinair co-creatief opgezet door betrokken Houtense mensen van verschillende achtergrond. Persoonlijk voel ik mij bij het Houtense proces van verduurzaming betrokken dankzij de warme ontmoeting met Houtense wethouder Jocko Rensen vorig jaar toen hij de moeite nam om naar Eindhoven te komen om de energie te proeven van de multidisciplinaire co-creatie van ons. Marc Faber is burger in Houten en is al sinds het prille begin betrokken bij de processen van de Stad van Morgen. Door het bestuurlijk contact kon ook een link worden gelegd met Marc als potentiële lokale sustainocraat. Uiteindelijk kan ik zelf onmogelijk verantwoordelijkheid nemen voor sustainocratische processen in Houten. Dat dient lokaal te gebeuren, door mensen uit Houten zelf en volgens de prioriteiten van en energie in de regio. Sustainocratisch Eindhoven en ikzelf kunnen hooguit inspireren en onze ervaring ter beschikking stellen over de kaders en werkwijze van het niveau 4 eco-systeem maar de inkleuring en innovatie moet 100% lokaal ontstaan.
Burgemeester Wouter de Jong van Houten en een van de organisatoren doen de aftrapEen intensief programma vol Houtens initiatieven
Tot mijn verrassing was een intensief middagprogramma georganiseerd met betrokkenheid van het voltallige bestuurlijk team van Burgemeester en Wethouders die de hele middag aanwezig waren. Heel transparant en openhartig werd met elkaar de verbindende dialoog opgezocht met boeiende presentaties van een grote diversiteit aan vernieuwing.
Mijn eerste opvolg contact met Houten, na het bezoek van de wethouder aan Eindhoven, was de Krachtfabriek geweest en kennismaking met Houten Kantelt, de eerste een initiatief om mensen met een arbeidsprobleem een plek te geven om zich weer zelfstandig en onder begeleiding te ontplooien middels workshops, gefaciliteerde creatieprocessen, enz. Deze krachtfabriek bevond zich ergens in een verlaten schooltje in een wijk en had nog geen prominente plek in Houten maar gaf wel de positieve energie weer van een ontkiemende beweging die op gang kwam. Houten Kantelt was initiatief van Hendrik Jaap Batenburg die allerlei verduurzamingslijnen samen trachtte te laten smelten, een beetje zoals Stad van Morgen dat trachtte te doen in 2009.
Nu, een jaar na die kennismaking, constateer ik tot mijn grote genoegen én verrassing dat die beweging uitgegroeid was tot een bruisende diversiteit van initiatieven op alle fronten van aandacht. Het enige wat ik nog miste was die duidelijk verbindende rol van multidisciplinaire cocreatie richting natuurlijke kernwaarden. De kernwaarden waren in gefragmenteerde vorm alom aanwezig maar vormden nog geen geheel. Dat is ongetwijfeld de volgende stap. De proeftuin fase gaf ruimte aan het ontstaan van een diversiteit aan initiatieven, de zogeheten bewustzijn-gedreven creatie, allemaal op zichzelf staand, kwetsbaar maar ook allemaal even passievol en gedreven neergezet.
Hendrik-Jaap, initiatiefnemer van Houten Kantelt presenteert de portal HIP van Houten waar alle initiatieven zich kunnen verzamelen
Dat bleek ook tijdens de sessie van Annette de Vries die de uitdaging poneerde dat in 2018 20% van alle voedsel dat in Houten wordt geconsumeerd ook lokaal wordt geproduceerd. De meningen waren meteen verdeeld. De spanning tussen benodigde massaproductie om een stad te bedienen en de kleinschaligheid van samen-redzaamheid leidde al snel tot veel discussie en stellingnames die niet tot verbinding kwamen. Op het einde kwam rust toen ik de FRE2SH aanpak verbond met multidisciplinair samenwerken vanuit het hogere doel van samen-redzaamheid in een breder perspectief dan alleen de gefragmenteerde werkelijkheid van voedsel. Door verschillende belangen te combineren onder een regional cocreatie paraplu konden ook investeringen worden geoptimaliseerd en energie worden gebundeld dat elkaar niet bijt (bijvoorbeeld voedsel productie en recreatie met mobiliteit). De gedachten om dit alles met alle stakeholders samen in een coöperatieve vereniging te organiseren rondom een Sustainocraat en met directe betrokkenheid van de 4 x O’s: overheid, onderwijs, ondernemers en omgeving (mens en natuur) bleek de groep te inspireren.
De weg van de goede intenties naar een zichzelf voedend gebied
Dit multidisciplinaire proces kwam ook weer ter sprake tijdens de ontmoeting met de burgemeester en wethouder. De zorgpunten waar de bestuurders mee worstelen zijn vaak gebiedsoverstijgend waardoor de vraag gesteld wordt waar de verantwoordelijkheid in eerste instantie genomen dient te worden? Ik vertelde hen dat we dit in Eindhoven ook hadden doorgemaakt toen het over luchtkwaliteit ging. Zelf verantwoordelijkheid nemen op stadsniveau voor het aandeel van het probleem dat de stad toekomt maakt de onderhandeling met de omgeving veel krachtiger. Die opvatting was in Eindhoven doorslaggevend geweest om bestuurlijke steun te krijgen voor AiREAS. In feite zien we dat maatschappelijke innovaties ergens in de maatschappij ontstaan en pas doordringen tot de lokale bestuurlijke werkelijkheid als tastbaar bewijs zichtbaar wordt. De stad is daarom vaak de eerste graadmeter van structurele verandering waarna de hoger gelegen hiërarchie pas aan de beurt komt. Voor passievolle bestuurders is het vaak lastig om de balans te vinden hierin, zeker als men posities in alle bestuurslagen heeft bekleed. Zo wilde de wethouder mijn positie als verbindend Sustainocraat op niveau 4 gebiedsontwikkeling verwarren met “ego” in plaats van initiatiefnemer. Dat is een logische redenatie van iemand die gewend is om een bestuurlijke rol in een hiërarchie te spelen en nu bewust moeite doet om op de achtergrond te treden waardoor er maatschappelijke ruimte ontstaat voor zaken zoals de proeftuin. Zo’n ruimte heeft echter alle tendens om uit te monden in chaos als er geen nieuwe richting de ruimte in beslag neemt. Die richting wordt in Sustainocratie bepaald door de natuurlijke kernwaarden: gezondheid, veiligheid, samenredzaamheid, basisbehoeften (voedsel, water en lucht) en zelfbewustzijn. Deze kernwaarden zijn een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van allemaal samen. Daarom ontstaan de dynamische clusters die voorgezeten worden door de lokale Sustainocraat om zo het noodzakelijke gevoel van gelijkwaardigheid te krijgen.
De wethouder wordt zo partner aan de cocreatie tafel en niet de sturende factor. Het is dan gemakkelijk de Sustainocraat te verwarren met een nieuwe bestuurlijke rol in plaats van vertegenwoordiger van een kernwaarde als hoger gemeenschappelijk doel. Dat is een leerproces van loslaten en het laten ontstaan van een nieuwe rolverdeling waar we allemaal doorheen gaan, overal.
Houten is rijp voor een fundamentele keuze vanuit innerlijke waarden die de robuustheid en onderbouwing van de identiteit van Houten de komende decennia gaat bepalen. De Sustainocratische kernwaarden geven richting waar bijvoorbeeld Gezond Houten een geheel eigen invulling aan geeft dat proeftuin overstijgend is. Binnen dat kader constateerden we samen twee innovatiestromen waar multidisciplinair innovatief op kan worden ingezet:
Houtense AiREAS: Luchtkwaliteit, gezondheid en mobiliteit
Basisinfrastructuur voor meten lokale luchtkwaliteit
Incubator Houtense innovaties voor betere lucht en mobiliteit
Verbinden van Houtens initiatieven op gebied van sport, roeiwedstrijd, activiteiten met ouderen
Het nieuwe werken, flexplekken, distributie, enz
Houtense FRE2SH: Samen-redzaamheid in integrale productiviteit basisbehoeften en kwaliteit van leven (water, voedsel)
Voedselbehoefte verbinden aan lokale productiviteit
Ruimtelijke organisatie afstemmen op basisbehoeften voedsel, water
Innovatie richten op circulair gebruik (afval) enz
Houten is ook klaar om met elkaar een of meerdere icoon-projecten te starten die de uitstraling van Houten bepalen voor de toekomst en de cohesie onderling smeedt door het creatievermogen dat ontstaat te verbinden aan een inspirerende ruimtelijke structuur. Daarom vind ik Houten een echte Stad van Morgen met alle ingrediënten die nodig zijn om kwetsbaarheid om te zetten in eigen kracht.