Sustainocratie en Emoties

Gedurende enige weken vult mijn tijdlijn op Facebook zich met spreuken die te maken hadden met gevoelens, emoties, relaties, vertrouwen, cocreatie.

Sommige mensen vroegen zich af wat er aan de hand was? Meestal is men gewend om rationele indrukken te krijgen van de professionele processen van Sustainocratische samenwerkingsverbanden, tekeningen om zaken te verduidelijken en beelden van prestaties die neer zijn gezet. Deze keer ging het heel anders. Het ging over emoties. De reacties waren ineens veel opener van volgers die vaak ook vanuit eigen emoties een verband wisten te leggen. Waar komt dit ineens vandaan? Sommige personen zijn daar debet aan maar het belangrijkste was het COS3I effect.

COS3I: Enige maanden geleden is COS3I ontstaan. We meten namelijk al enige jaren de luchtkwaliteit in de stad met AiREAS en hebben middels het bijbehorende POP onderzoek de relatie weten te leggen tussen onze blootstelling aan vervuiling in de lucht en onze levensstijl. Dat vraagt om actie en burgerbetrokkenheid. Maar moraliseren over luchtkwaliteit is te abstract. Om burgers te betrekken bij Sustainocratie en de kernwaarden zoals luchtkwaliteit of voedsel en samenredzaamheid is veel meer nodig. Zo zijn we een COoöperatie gestart die zich richt op Sociale Inclusie, Innovatie en Integratie: COS3I dus. Die groeide al snel tot een 20 tal deelnemers waarvan een deel vanuit een uitkering tracht richting te geven aan het leven, en anderen een zakelijke insteek inbrachten om te kijken of ze omzet konden draaien via de samenwerking. Twee of drie keer per week kwamen we bij elkaar om te kijken waar we onze prioriteiten konden leggen. De mengelmoes van mannen en vrouwen met eigen belangen, maatschappelijke betrokkenheid en persoonlijke situaties werd een basis voor verdiepende relaties.

Terwijl we bezig waren met het leed onder de bevolking en het geven van handvatten aan processen die we vorm wilden geven, weerstand overwinnen van de gemeente of burgers zelf, sloegen ook de vonken over bij de deelnemers zelf. Uiteindelijk zijn wij zelf die maatschappij met dezelfde symptomen onderling als dat wat we willen aanpakken. Lief en leed ligt dicht bij elkaar, hartstocht en verlangen ook, er hoeft derhalve maar weinig te gebeuren of we worden zelf de doelgroep van COS3I. In onze huidige maatschappij heeft iedereen wel een verhaal, een lading onverwerkte emoties of onbeantwoorde verlangens. Als zo’n groep dan bezig is dan wordt het vaak al snel persoonlijk. Een etentje, samen een terrasje pikken, opkomen voor een van de leden, steun zoeken bij elkaar….en voor je het weet ontstaan er verbandjes die alleen maar groter worden. De zakelijkheid verdwijnt en de mens speelt de hoofdrol.

Ook ik ben daar niet immuun voor.  Dat heb ik mogen ervaren. Gedurende de weken die zakelijk waren begonnen heb ik meer life muziek, samen eten, gedeeld leed, samen lachen en verdiepende persoonlijke gesprekken meegemaakt dan ooit.  De spreuken tonen deze processen, de emoties, de bewustwording vanuit verwerking van pijn en de liefde die we mochten ervaren door elkaar steeds weer op te zoeken, gek te doen, leuke dingen met elkaar te ervaren, elkaar te omhelzen en de grenzen op te zoeken van de persoonlijke banden. De romantiek van mooie mensen, volle maan, warme avonden, gezellige terrasjes zorgde voor onze eigen sociale integratie onderling. De blog die ik ooit schreef over de erotiek van cocreatie werd wederom bewezen. Nu verschijnen er ineens op Facebook antwoorden van mensen die zich ook open stellen, hun emoties delen en als mens zich verbinden op zoek naar een stukje heling en harmonie. En er verschijnen ineens wetenschappelijke artikelen over de rol van emoties in ons leven, dat ze er zelfs structureel betekenis aan geeft. Zonder emoties is het leven ondenkbaar…..

http://bigthink.com/stephen-johnson/everyones-thinking-about-emotions-wrong-says-psychologist-lisa-feldman-barrett

Als deze bruisende interactie, de zielsverwarring, de explosieve hart gedreven poëzie en samenhorigheid in een groep van 20 personen kan ontstaan, hoe zit het dan met 20.000 of 2 Miljoen mensen? Hoe kunnen wij daar een positieve bijdrage aan leveren zonder onszelf steeds weer te verwikkelen in die ontlading? Of is dat juist wat ons zo motiveert? Deze weken heeft een nieuwe dimensie zich aan COS3I toegevoegd, dat van het mens ZIJN en de schoonheid van het zien in elkaar dat wat kwaliteit van leven brengt: de lach, de omhelzing, het gesprek, de liefde voor elkaar, de positieve muziek van het leven met elkaar. De “flow” werd het genoemd samen met het proces van loslaten en laten gaan.

Screenshot_2017-06-16-15-53-07

De emotionele omgangsvormen voor sociale integratie en inclusie vormen een productiviteit op zichzelf, een verbindende uitnodiging tot interactie dat veel verder gaat dan de rationele productiviteit van zakelijke doelstellingen. De “verleiding” van het samen zijn en leuke dingen ondernemen is veel sterker dan de uitnodiging zelf. Het ervaren ervan is soms zo’n openbaring dat mensen er tijdelijk last van hebben door onwennigheid, onderdrukking of langdurig gebrek. Als COS3I daar een rol in kan spelen dan gaan we een uiterst boeiende tijd tegemoet, samen!

COS3I wijkgerichte sociale inclusie in Sustainocratie

COS3I is een wijkgerichte samenwerking om de wijkbewoners te betrekken bij hun eigen leefomgeving en duurzame ontwikkeling. Dat kan op vele manieren.

Het moeilijkste van alles in een maatschappelijke transitie is het meekrijgen van de bevolking in de nieuwe dynamiek van dagelijks handelen. We zitten allemaal in bepaalde gedragspatronen die we gewend zijn. De som van deze patronen van alle 7 miljard mensen samen op Aarde zijn de basis van de grote problemen waar we nu wereldwijd mee kampen (vervuiling, aanpassing aan klimaatverandering, armoede migraties, geweld). Ook lokale problemen kunnen we daaraan wijten, zoals eenzaamheid, sociale exclusie, agressie en criminaliteit, armoede ontwikkeling, enz.

Als we er iets aan willen doen dan dienen we er zelf en samen de schouders onder te zetten en maatregelen te nemen. Binnen de Stad van Morgen helpen de kernwaarden die we voor onszelf bepaald hebben als richtlijn om acties te ontwerpen. Zo ontstaan al die mooie samenwerkingsverbanden. AiREAS bijvoorbeeld heeft ons veel inzicht gegeven over de manier waarop onze eigen levensstijl onze blootstelling aan luchtvervuiling beïnvloed. Daar kunnen we dus al wat aan doen. Maar een hele organisatie opzetten voor luchtvervuiling alleen is onmogelijk want luchtverontreiniging is het resultaat van vele activiteiten die aandacht behoeven. Als we die activiteiten aan willen pakken dan dient het daarom te gaan en zien we als resultaat een betere luchtkwaliteit. Dan komen we al snel op vraagstukken over onze mobiliteitskeuzes, eetgewoontes, maatschappelijke betrokkenheid, bewustwording, enz.

En daarvoor zijn een 20 tal mensen nu samen COS3I gestart.

Kringen: Uit de grote groep ontstaan thematische kringen waar aandacht wordt gefocust en programma’s worden uitgewerkt in de sfeer van “doe je mee?” We willen dan niet het wiel uitvinden maar vooral bestaande programma’s betrekken en ruimte bieden in het consortium zodat het ene initiatief het andere versterkt. Enkele economische dragers dienen dan de financiële basis te vormen die ook de andere maatschappelijke lijntjes mogelijk maken zonder dat we afhankelijk worden van subsidies.

Wijkgebouw: De centrale kracht is een wijkgebouw waaraan de activiteiten worden verbonden als wijkgerichte projecten. Huidige kringen bevatten niet alleen activiteiten voor de Nederlandse ouderen, werklozen, hulpbehoevenden en gezelligheidsmensen. We richten ons integraal op de multiculturele werkelijkheid waarin ook Expats, studenten, migranten enz een belangrijke rol spelen, zeker in Eindhoven.

Huidige plannen en activiteiten zijn:

  • Samen koken en eten: “Eet je mee?” binnen onze multiculturele bevolking zijn er heel veel mensen die het leuk vinden om te koken. Samen eten is een verbindend element waar we tijd voor nemen. Elke keer een ander gerecht, uit een ander land, samengesteld door mensen uit die landen.
  • Mobiliteit: “Ga je mee?” deze kring is bezig met allerlei vormen van mobiliteit zoals duofietsen, fietstaxi’s, recreatietochten…. maar ook lichamelijke activiteiten zoals sport (fietsen, rugby, wandelen) of spel (animal moves, speurtochten, uitdagingen).
  • Projecten: “Doe je mee?” Wijkgerichte projecten op gebied van tuinonderhoud, buurtfeesten, huizenonderhoud, kunst in de wijk,
  • Huiskamer: “Kom je ook?” Gezellig met elkaar een drankje drinken, kaarten, wat muziek spelen of andere dingen doen…

Enz. Alles laagdrempelig, met de inzet van allen die dat willen.

Woonbeleid kan en moet anders

Volgens het sustainocratische gedachtegoed behoort wonen tot de kernwaarde “veiligheid”. Zonder veiligheid is er geen duurzame maatschappijvorming mogelijk omdat personen zich genoodzaakt voelen tot overleven. Dat brengt stress met zich mee dat ten kosten gaat van welzijn, rust en stabiliteit, als ook ten kosten van vrede, cohesie en waarden gedreven productiviteit.  Mensen die in een overlevingsdynamiek terecht komen kijken anders naar ethiek en verantwoordelijkheden omdat het korte termijn eigenbelang voorop komt te staan. Dat wordt verder gesterkt als men uitzicht- en kansloos zich in stand moet trachten te houden en zo soms beslissingen neemt die voor de lange termijn dramatisch uitpakken. Het voorbeeld van slechte hypotheken van banken die uiteindelijk hebben geleid tot de kredietcrisis in 2008 is slechts een voorbeeld van de onstabiliteit die wordt veroorzaakt door radeloze mensen en geldbeluste instanties die elkaar vinden in risicovolle en mensonterende scenario’s.

Sinds de jaren 70 is de landelijke overheid zo geobsedeerd met de stijgende zorgkosten van een vergrijzende maatschappij dat ze het speculatieve kapitalistische systeem hebben omarmd om geld te creëren uit het niets. Destijds was het een geniaal concept. De consequenties werden echter niet alleen onderschat, men was zich er vaak niet eens nog van bewust. Daarmee heeft men tevens de geldgedreven bestuurlijke corruptie van banken, bestuurders en vastgoedmagnaten de ruimte gegeven om zichzelf te verrijken over de rug van de bevolking. Dit vastgoedbeleid is gebaseerd op het creëren van tekorten zodat de huizenprijs stijgt door de enorme vraag. Het geldelijke vermogen in het land werd zo afgestemd op de virtuele waarde van het vastgoed en de terreinen, niet op het gebruik ervan. Zo kon het gebeuren dat leegstand groeide tegelijk met de woonbehoefte en beide elkaar niet konden vinden.

In dezelfde periode verdubbelde de bevolking door migratie. Deze werd allereerst gestuurd door de werving van goedkope handjes voor de simpele fabriek en logistieke processen waar Nederland zich op focuste. Dit, gecombineerd met de geforceerde tekorten in de huizenmarkt, de cultuur van echtscheidingen, waardoor vele mensen alleenstaand werden, al dan niet met kinderen, heeft enorme gevolgen voor het echte welzijn in Nederland. Er is een beperkte rotatie in het wonen omdat mensen een pand niet loslaten voordat ze een ander hebben gevonden. De noodzaak dwingt tot het maken van schulden waardoor geen enkel land in de wereld heeft zo’n enorme geforceerde schuldenlast om te wonen heeft dan Nederland. Het legt tevens de bevolking klem in haar vrijheid tot creatief vermogen omdat men aangewezen is tot een vorm van levenslang gesalarieerde slavernij. Ondertussen stijgen de lasten van mensen die bezwijken onder de lasten, stress en burnouts.

Nu, bijna 50 jaar later komen we als bevolking (niet noodzakelijkerwijs de bestuurders) tot de conclusie dat het anders kan en moet. Aan de speculatieve groei-economie is echter macht verbonden die zich niet zomaar laat opheffen. De gerelateerde wet en regelgeving gaat niet om de mens maar om het in stand houden van deze werkelijkheid die welzijn, speculatie en corruptie tot een beleidscombinatie hebben verheven en het als noodzakelijk en “normaal” afschildert als men erom vraagt. Ondertussen groeit de maatschappelijke ellende.

Hoe dan anders? Volgens Sustainocratie dient de bevolking de maatschappij te dragen, niet technologie, vastgoed of kapitaal. Dit zijn slechts middelen in een constante samenwerking voor duurzaam welzijn en kwaliteit van leven. Een maatschappij waarbinnen het belangrijkste vermogen bestaat uit een creatieve, ondernemende, zelfbewuste bevolking is huisvesting een middel om de betrokken partijen vast te houden en te stimuleren. Huisvesting zou in zo’n geval gratis moeten zijn in ruil voor inzet en betrokkenheid. De huizen zouden zoveel mogelijk zelfvoorzienend moeten zijn en in ruimtelijk opzicht optimaal geprojecteerd worden op kleinschaligheid van duurzaam wonen, of dat nu communities zijn, eenpersoons of gezinswoningen. De betrokken burgers zijn interactief en productief waardoor men met elkaar eet, creëert, liefheeft en activiteiten ontplooit waardoor de gemeenschappelijke ruimtes net zo belangrijker worden als de individuele. Deze laatsten zijn van belang voor het veiligheid aspect van privacy. De gemeenschappelijke ruimtes zijn van belang voor de interactie van plezier, nut en gemeenschappelijke zekerheden.

Het Sustainocratische gedachtegoed ligt echter veel te ver van de werkelijkheid die ons nu omringt. Als we ons stappenplan omarmen dan komen we tot boeiende tussenoplossingen die ruimte proberen te krijgen in een wereld vol (helaas mens eigen) misbruik en macht. We klagen natuurlijk ook het misbruik aan dat we zichtbaar trachten te maken zodat het opzij stapt voor de logica en kracht van onze burger samenwerking.

Zo denken anderen er ook over en delen de visie met ons via allerlei wegen. Ecodorp Boekel is een voorbeeld van een initiatief dat op natuurlijke waarden zich tracht te ontwikkelen. Zo ook dit voorstel dat ik van Hans Steenbergen ontving.

BETAALBARE-HUISVESTING-IS-MOGELIJK

Of dit stuk, waarin de ontwikkeling van onze huidige maatschappelijke koers de problemen alleen maar groter maakt en we uiteindelijk niet meer anders kunnen dan het heft in eigen handen nemen om onze kernwaarden te waarborgen.

https://www.corporatienl.nl/artikelen/we-nationaliseren-de-corporatiebranche-en-geven-mensen-geen-uitkering-maar-een-sleutel-van-een-huis/

Er is heel wat gaande maar de basis is dat we de ruimte niet lijken te krijgen voor de vernieuwing waar zoveel menselijkheid en maatschappelijk welzijn vanaf hangt. Ruimte opeisen is voor velen een brug te ver juist omdat we het hebben over veiligheid en niet over opstand. Maar of er een vreedzame weg is dat zal de nabije toekomst moeten uitwijzen.

Meisjes en jongens doen het anders

AiREAS was een van de vele opdrachtgevers in HAVO/VWO. Het Heerbeeck College in Best had het dit jaar anders aangepakt. Dit jaar geen individuele presentaties in de les. Aan zo’n 20 tafels in de Aula konden de vele groepjes van 4 jongeren hun onderzoek presenteren. Als opdrachtgever konden we op die manier meerdere presentaties meemaken. 

Los van de inhoudelijke presentatie van onze eigen groep werden we vooral geïnteresseerd in de manier waarop deze 16 tot 18 jarigen hun onderzoek hadden uitgevoerd in teamverband. Tot onze verrassing bleken de teams die uitsluitend uit jongens bestonden het volledig anders aan te pakken dan de groepjes die volledig uit meisjes bestonden.

De jongens creëerden al snel een hiërarchie. Een van de jongens was de baas of voorzitter terwijl de rest onderling taken kregen toebedeeld. Bij de ene groep werkte dit uitstekend omdat de “baas” autoriteit had in de vorm van visie en kennis. De presentatie en het eindproduct had kwaliteit en de groep toonde cohesie maar ook afhankelijkheid van de autoriteit. Voor een andere groep werkte de hiërarchie juist averechts. De “voorzitter” had een economische insteek die alleen maar leidde tot verwarring, onenigheid en gebruik van macht in plaats van dialoog. De eindpresentatie was dan ook 3xniks.

Bij de meisjes waren de presentaties en inhoudelijke resultaten bewonderenswaardig. Elk van de teamleden bleek even deskundig en inhoudelijk op de hoogte. Bij navraag over hun manier van organiseren bleken ze op basis van gelijkwaardigheid en overleg hun project uitgevoerd te hebben. Een van de groepjes bleken vriendinnen die als groep hadden gewerkt. Een andere groep had elkaar door het project leren kennen en ook dezelfde techniek toegepast. Gaandeweg waren ze vriendinnen geworden. 

We hebben te weinig groepjes kunnen spreken om een statistisch oordeel te kunnen vellen. De eerste indruk van de verschillen waren frappant genoeg om uit te nodigen tot vervolg onderzoek tijdens andere interacties met scholieren.

Veiligheid in Eindhoven

Veiligheid is volgens de Sustainocratie van de Stad van Morgen een menselijke kernwaarde en voorwaarde voor het vormen van een productieve en duurzame maatschappij. Helaas is in de huidige tijd het woord maatschappij een uitgehold begrip waardoor veiligheid structureel in geding is gekomen. In de huidige stedelijke cultuur wordt dat alleen maar versterkt. Dat kan anders.

Steden zijn onveilig?

Volgens de media is Eindhoven de op één na onveiligste stad van Nederland (2016). Als je de misdaadmeter bekijkt dan is het hommeles in elke grotere stad. Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht vormen onderdeel van de top 10. In vele steden van Amerika en Europa is het zelfs erger door de getto-s die ontstaan in de wijken waarin ongelijkheid leidt tot nieuwe hiërarchievormen van georganiseerde misdaad. Het zijn kleine psuedo koninkrijkjes die zich macht toe-eigenen volgens de oude principes van territoriale afscherming, concurrentie en onderdrukking. Deze vormen van machtsclusters vormen zich rondom belangen van drugs en afpersing, net zoals de gevestigde “legale” orde zich clustert rondom vastgoed,  geld, regels en handel.

De huidige stad is vanuit kapitalisme een bolwerk van geldgedreven en geldafhankelijke structuren die als een eco-systeem door elkaar heen weven. Wat crimineel of niet is wordt bepaald door degenen die het wetboek in handen hebben, niet wat ethisch of moreel onderbouwd is. Geld is sturend, niet het belang van mens. Het geldelijke ecosysteem in de stad levert allerlei verschillen op tussen mensen. Aan die verschillen worden ook weer belangen gekoppeld van geld of macht. Mensen die buiten die wereld stappen moeten zichzelf zien te redden. “Diefstal” is dan een vorm van “zichzelf voeden” met wat de omgeving biedt. Een mens die zichzelf voedt is moeilijk crimineel te noemen, het is vaak slechts een vorm van overleven. Het wordt pas ethisch crimineel wanneer dat gepaard gaat met geweld en schade aan de integriteit van de ander.  Lichamelijk geweld is moreel verwerpelijk net als de minder zichtbare emotionele en psychische schade van criminaliteit. De gevestigde materiële orde zal zich dan niet te veel met lichamelijk geweld bezig houden in eigen land, rond de emotionele en psychische criminaliteit doet de een niet onder van de ander.

Criminaliteit (misdaad) wordt als volgt gedefinieerd: “Criminaliteit kan zeer algemeen worden gedefinieerd als alles wat door een wettelijke bepaling als misdrijf strafbaar is gesteld. Wat als criminaliteit wordt beschouwd, kan dus verschillen van maatschappij tot maatschappij, al naargelang van de heersende normen.”

De huidige stad is verworden tot een bolwerk van individualisme dat zich niet maatschappelijk verbindt maar economisch. En daarin zit ‘m juist het probleem. De doelgerichtheid van een gemeenschap dient veiligheid in stand te houden vanuit het belang van groepsproductiviteit. Als er geen groepsproductiviteit is doordat deze is vervangen door speculatie met kapitaal en afhankelijkheden dan ontstaat op mensniveau een overlevingsdrang. Als men niet krijgt wat men nodig heeft dan neemt men het daar waar men het kan vinden. Politie is een kapitalistisch fenomeen dat niet de veiligheid waarborgt maar omgaat met onveiligheid dat door de ongelijkheid en speculatieve werkwijze zelf wordt veroorzaakt. “Meer blauw op straat” toont dan alleen maar het gebrek aan sociale cohesie en gemeenschapszin rondom natuurlijke kernwaarden. Zodra een gemeenschap onveilig wordt stijgt de achterdocht en het individualisme, dus ook de “criminaliteit” van hen die niet aan de wetten van de omgeving kunnen of willen voldoen. Vanuit een economische basis is dat aanleiding voor politici om meer geld te wensen voor blauw op straat, meer controle maatregelen en regels, dus meer ambtenaren. Zo gaat de belasting omhoog, de druk op de maatschappij ook en loopt de criminaliteit mee omhoog in de pas.

Veiligheid als kernwaarde in een verbonden gemeenschap

Sustainocratie definieert een vijftal condities die een duurzaam vooruitstrevende gemeenschap opleveren. Geld speelt daarin geen rol dus ook geen gerelateerde macht of afhankelijkheden. Als we geld weghalen dan zijn we afhankelijk van elkaar en de productiviteit die we samen vorm geven om waarden te creëren en te verdelen op gelijkwaardige basis. Er is geen speculatie daar de behoeften door de gemeenschap zelf worden ingevuld. Er is geen speculatie als er geen handel is en dus ook geen economie. Als de productiviteit van de gemeenschap voldoende is en de verdeling evenredig over de gehele groep dan is er geen reden tot criminaliteit.

In de huidige stedelijke werkelijkheid klinkt dit als utopie. Dat is echter slechts de manier waarop we zijn geïndoctrineerd. Door ons te bevrijden van die doctrine ontstaat een leegte in de stad die we samen op kunnen gaan vullen. Een stad blijkt dan een el dorado van mensen die wél gemeenschap willen vormen, veiligheid waarborgen naar elkaar toe en samen werken aan onze kernwaarden. Waar veel mensen bij elkaar zijn en zich verbinden aan concrete hogere doelen die de menselijke duurzame ontwikkeling vertegenwoordigen dan ontstaat toegepaste creativiteit. De  groepen eisen hun ruimte op en verenigen zich rondom hun passie en verbondenheid waarbij geld hooguit een secondaire rol speelt. De waardecreatie is de kracht van de gemeenschap die eerst zorgt dat deze in stand gehouden kan worden en de eventuele overvloed via de traditionele economische patronen kan worden verhandeld met andere groepen. De stad transformeert haar ecosysteem naar een ontmoetingsplek, een gebied vol interactie en uitnodiging tot gemeenschappelijke waarden en verdeling. Wonen, samenkomen en actie ondernemen vormt de nieuwe kracht van de stad. De mens en haar belangen staan centraal terwijl ethiek en moraal vanzelf zorgt voor samenhorigheid en corrigerende processen wanneer deze geschaad dreigen te worden.

Het kan dus anders en gelukkig zien we dit in de meeste steden ontstaan, ook in Eindhoven. De graadmeter van criminaliteit is volgens de wet van tegenstelling tevens de peilstok van het tegenovergestelde. Terwijl criminaliteit de chaos verder inhoudelijk vorm geeft werkt de bewustwording aan het creëren van een nieuwe vorm van harmonie. Sustainocratie zet de stip vast waarnaar we kunnen werken terwijl we samen onze chaos ontstijgen en de schouders naast elkaar, arm in arm, onder onze maatschappelijke uitdagingen zetten. Daarin bestaat geen politie, geen blauw, geen bureaucratie maar veiligheid en gezonde samenredzaamheid, zoals het ons via natuurlijke weg is ingegeven.

College onderwijs(1)

De wet van de tegenstellingen toegepast in de opvoeding van jong en oud

Wij hebben geen verzekering nodig, we hebben elkaar

“Wij hebben geen verzekering nodig, we hebben elkaar”. Met deze woorden maakte Dilek Demir het verband duidelijk tussen de Zuid Europese en Turkse familiecultuur en de kernwaarden van Sustainocratie. Aanleiding voor de uitspraak was het bezoek van een 20 tal jonge vrouwelijke ondernemers die op inspiratie-toer waren en de totaal gerenoveerde Edisonstraat aandeden waar de SINI Lunchroom gevestigd is.

Het bezoek was georganiseerd door Laura Conradi die zelf ondernemend bezig is op Strijp-S. De betrokken dames kwamen niet alleen uit Eindhoven maar ook uit andere steden.

“Wij hebben geen verzekering nodig, we hebben elkaar” is relevant omdat de sympathieke eigenaresse van SINI recent in haar lunchroom onwel werd en urgent opgenomen moest worden in het ziekenhuis met problemen aan haar hart. Normaliter in Nederland zou zo’n drama het sluiten van de lunchroom betekenen. Maar in het geval van SINI kwamen familie en vrienden in actie om het bedrijf draaiende te houden. “Een verzekering helpt je wel economisch maar bakt echt geen Turkse pizza’s en zet geen koffie of thee voor onze gasten”. Terwijl de eigenaresse rustig thuis kan uitzieken en lichamelijk maar ook psychisch kan herstellen groeit en bloeit het bedrijf met inzet van de spontaan betrokkenen. Ook de Stad van Morgen verplaatste vele vergaderingen naar de lunchroom zodat het nuttige met het aangename kon worden verenigd.

Het voorbeeld leverde ook de uitdaging op die we in onze COS3I (sociale inclusie, integratie en innovatie) hebben geformuleerd. Hoe kunnen we elkaar zodanig bijstaan, niet alleen vanuit de Sustainocratische stip op de horizon van samenwerking maar ook als het een keer misgaat bij een van de leden van de coöperatie. Hoe creëren we een vangnet voor de continuïteit van het bedrijf zolang de persoon in kwestie tijdelijk uit de running is? Vaak zijn het zzp-ers, kleine zelfstandigen die hun hele zekerheid hebben geïnvesteerd in dat bedrijf. Het Nederlandse zorgsysteem helpt wel bij het herstel van de persoon maar niet het bedrijf.  Daar willen we als COS3I vanuit het Sustainocratische gedachtegoed verandering in aanbrengen. Want ook in het land van vele zelfstandige ondernemers geldt uiteindelijk “Wij hebben geen verzekering nodig, we hebben elkaar”.

 

Burgerparticipatie is de kracht van een samenleving en angst van het beleid

Burgers ZIJN de maatschappij en participeren altijd. Wanneer er dan expliciet gesproken wordt over burgerparticipatie waar hebben we het dan over? Om dát te begrijpen gebruiken we gemakshalve de gelaagdheid van een maatschappij. Aan de basis van onze maatschappij staan wij, de burgers, de mensen die samen de stad, de provincie, het land of continent vormen. De wereldburgers die door ons bestaan “de mensheid” vorm geven die voor zichzelf grenzen heeft opgeworpen om zichzelf een regionale groepsidentiteit te geven waar men zich mee verbonden voelt. Allereerst zijn wij dus mens en als zodanig grenzeloos verbonden aan alle mensen op Aarde. Daarna zijn wij burgers door territoriaal ons te verbinden aan regels die gelden in dat gebied. Die regels komen voort uit een geschiedenis en een mengelmoes van zichzelf toegeëigende machtsposities van bepaalde families of groeperingen en organische ontwikkelingen die een gebied heeft meegemaakt en waaraan we onze identiteit en manier van functioneren ontlenen. Dat heeft gaandeweg een infrastructuur opgeleverd en een diversiteit van opvattingen die eigen zijn aan de lokale demografie en cultuur. Zo is het gekomen dat Nederland anders is dan China of Mexico en ook intern verschillen toont tussen Zuid Holland en Friesland of Limburg, en Eindhoven, Amsterdam of Enschede.

Op wereldschaal is Nederland maar een speldenprik op een landkaart, grotendeels te zien als een deel van de kustlijn van de Noordzee en een grote delta door de monding van enkele grote Europese rivieren. Die positie heeft veel van de ondernemende kracht, handelsgeest en economische drijfveren van Nederland in de wereld bepaald. Als we dan weer kijken naar ons burgers dan is de geografische nietigheid van ons landje en de grootsheid van onze interactie met de wereld zo’n enorm contrast dat we ons af kunnen vragen wat er eigenlijk overblijft voor burgerparticipatie?

Als we dit vragen aan de ministerraad van Nederland dan krijgen we een heel andere benadering dan wanneer we het antropologisch, biologisch, sociologisch of evolutionair bezien vanuit de individu, het gezin of de buurt waarin we wonen. De kracht van het menselijk bestaan is vanuit samenhang, groepsvorming en creatievermogen fundamenteel voor het succes van bedrijven, maatschappijen en gemeenschappen. De sturing van menselijke groepsvormen wordt gevormd rondom belangen die de burgers aanzetten tot deelname aan arbeidsprocessen, vrijwilligerswerk, geloofsuitingen, opstand of vormen van emotieloze ondergeschiktheid. Burgerparticipatie is hier geen onderwerp van debat omdat de burger altijd al participeert. Er kan hooguit een dialoog ontstaan over het eco-systeem waarin men actief is wanneer voortschrijdende inzichten en bewustwording nopen tot het organiseren van nieuwe activiteiten en betrokkenheid, of het laten verdwijnen van activiteiten die in een nieuwe samenstelling niet meer relevant zijn of zelfs schadelijk voor de samenhang.

Regeringen en overheden richten beleid in op basis van regionale sturingsbelangen die een geheel eigen mix vormen tussen gemeenschappelijke zekerheden en uitingen van macht met bijbehorende (eigen)belangen. Als we het in die omgeving hebben over burgerparticipatie dan ontstaat een spanningsveld tussen het organiseren van de zekerheden en de machtsbelangen verbonden aan de gedelegeerde of ingenomen beleidsfuncties. Binnen macht is de opvatting “de burger mag meepraten maar wij zijn de baas”, binnen het organiseren van onze zekerheden regeert de opvatting “de maatschappij structureert zich vanuit interactief burgerschap en het beleid faciliteert”.

In onze huidige Nederlandse maatschappij heerst verwarring binnen de opgebouwde zorgstaat over de macht en burgerparticipatie. En dat komt vooral tot uiting in de zekerheden zoals:

  • gezondheid in relatie tot vervuiling,
  • veiligheid in relatie tot migraties,
  • samenredzaamheid in relatie tot burger en institutionele taakverdeling,
  • bewustwording in relatie tot onderwijsvormen
  • basisvoorzieningen in relatie tot economische afhankelijkheid

Burgerparticipatie eist in dit spanningsveld een deel van haar belastinggeld op voor het structureren van haar eigen zekerheden op basis van samenredzaamheid terwijl het beleid vanuit macht deze gelden toe-eigent om de machtsverhoudingen in stand te houden. Deze spanningen nemen explosieve vormen aan wanneer men niet tot elkaar kan komen. Burgerparticipatie is dan ook de kracht van de samenleving en de angst van het beleid omdat deze weet dat het van burgerparticipatie nooit kan winnen. Macht kan alleen zodanig standvastig optreden dat vertraging optreedt in actief burgerschap waardoor de spanningen alleen maar hoger oplopen.

Als daarentegen macht zich openstelt voor samenwerking en zich transformeert in faciliterende autoriteit met bijbehorende gedeelde omgang met middelen dan wint het aan eigenwaarde in de samenleving en sterkt het de eigen beleidspositie door aanpassingsvermogen en bestuursinnovatie afgestemd op de ontwikkelingen van deze tijd.

In dit laatste helpt de Stad van Morgen door burgers, beleid en bedrijfsleven doelbewust en resultaat gedreven met elkaar te verbinden in Sustainocratische processen. Deelnemers in reeds bestaande processen (AiREAS, FRE2SH, COS3I, School of Talents) erkennen dat ze er allemaal in autoriteit en erkenning op vooruitgaan terwijl het niet deelnemen leidt tot spanningen, kritiek en problemen. Ook binnen de Stad van Morgen groepen en gelieerde initiatieven groeit de wens tot opstand na een periode van bestuurlijke en burger samenhang die de laatste tijd weer lijkt te zijn verdwenen. In de beleid gelederen wijt men dit aan de aanstaande verkiezingen volgend jaar waardoor velen een risicomijdend gedrag vertonen. Binnen Sustainocratie heerst echter de opvatting dat menselijke kernwaarden niet afhankelijk dienen te zijn van verkiezingen maar een permanente rode draad in de maatschappij vormen waar structureel fondsen en ambtenaren aan verbonden dienen te zijn.

Binnenstedelijke voedselzekerheden 

Deze weken aten we botersla, forel, peterselie, viooltjes, enz uit de stadsproductie van onder andere Duurzame Kost. Dit is een tendens die steeds verder gaat om de stad samenvoorzienend te maken op gebied van voedsel. Waarom doen we dit door er als FRE2SH sustainocratisch in samen te werken?

 

 

De Eindhovense forel voor en na de bereiding

 

Duurzame Kost en de Groene Dialoog zijn partners

Met boordevolle supermarkten is het misschien voor velen vreemd om over voedselzekerheden in de stad te praten. Toch zijn stedelijke bevolkingsgroepen structureel kwetsbaar doordat alle voedsel vaak van ver buiten de stad moet komen met nauwelijks betrokkenheid van de stedelijke bevolking. Er is daarom amper voedselbewustzijn laat staan kwetsbaarheidsbesef. Huidig voedsel is onderwerp van speculatie, manipulatie, verspilling, vervuiling, bodemverschraling, ontbossing, overbevissing, enz.

De voedselzekerheden kan men in de stad vergroten door zelf voedsel te gaan verbouwen al dan niet met toegepaste technologieën. FRE2SH is al jarenlang ons Stad van Morgen initiatief om de stedelijke productiviteit, het bewustzijn en de betrokkenheid te stimuleren door middel van samenwerking. Voor goede overlevingskansen dient onze voedselvoorziening niet alleen zo dicht mogelijk bij onszelf te worden aangeboden maar juist te ontstaan. We hanteren grofweg de volgende stellingen dat:

  • Het belangrijkste deel van onze voedselzekerheid op loopafstand beschikbaar moet zijn
  • en op loop en fietsafstand geproduceerd dient te worden liefst met onze betrokkenheid
  • op auto en andere transport afstand dienen producten gehaald te worden die ons lokale dieet aanvullen maar niet bepalen.

Dankzij toegepaste technologie kan veel worden geproduceerd in de stad, op daken en in stadsparken. Er ontstaat tevens een nieuwe relatie tussen stad en platteland. FRE2SH heeft al enkele hectaren in beheer van privé personen die hun grond voor de lange termijn beschikbaar stellen. In en rondom Eindhoven zijn allerlei initiatieven gaande die we niet commercieel maar vanuit het hogere voedselzekerheid doel verbinden.

Deze week hebben we in de Stad van Morgen de volgende Eindhovense stadsproducten binnen FRE2SH op ons menu gehad:

  • Eetbare bloemen (viooltjes)
  • Peterselie
  • Botersla
  • Forellen
  • Brandnetels
  • Munt
  • Honing (van stadsbijen)

En het stadslandbouw buitenseizoen is pas net begonnen. De aquaponics voedselinnovatie is niet seizoen afhankelijk. We kijken nu wat we eraan toe kunnen voegen, zoals vleesvervangende paddenstoelen, kruiden, Chinese kool, enz….

FRE2SH organiseert verdeelpunten voor leden in wijkgebouwen waar voldoende belangstelling ontstaat met betrokken lokale partners. Mensen die meewerken delen mee in de oogst.

 

Olifantengras

Andrea Schrijen (lid van COS3I – sociale innovatie, integratie en inclusie) is alert:

​Fiets ik door Woensel zijn ze ergens stro in een plantsoen aan het verdelen “nee dat is geen stro dat is olifantengras” vermindert onkruidgroei, hoeven ze minder vaak met de auto langs te rijden om het te onderhouden, vermindert CO2. Een betrokken mens niet alleen met de plantsoenen maar ook 5 jaar ervaring met buurtwerk in de Bennekel! Hij wist me heel veel te vertellen over projecten die hij heeft opgezet met sport, groenprojecten en nog meer plannen op de plank heeft liggen: “adopteer een straat” en “eindhoven schoon heel gewoon” Mag ik jullie voorstellen: Cor Tholen. We mogen hem altijd bellen. En hij woont in Wintelre:).

Weer een FRE2SH hectare erbij

Een familie in Gemert stelt voor meerdere jaren hun ruime achtertuin te beschikking voor FRE2SH verticale land en tuinbouw activiteiten samen met de sociale integratie en toegepaste innovatie aanpak van COS3I. De grond wordt bewerkt door mensen die zich via FRE2SH aanmelden voor de samenredzaamheid aanpak waarbij:

  • de opbrengst van de grond onderling verdeeld wordt en
  • de overschotten worden verhandeld met de bevolking in de stad (Eindhoven)

Het maakt niet uit wat voor oppervlakte aangeboden wordt aan FRE2SH. Dat kan een stuk landbouwgrond zijn, een grote achtertuin, een groot dak of een lege verdieping van een gebouw. Uiteindelijk gaat de samenwerking om het experimenteren met het terugdringen van de kwetsbaarheid van de stedelijke bevolking door

  • weer zelf rechtstreeks betrokken te raken bij onze voedselvoorziening
  • de relatie tussen stad en platteland naar gelijkwaardigheid te tillen
  • innovaties toe te passen die behoren tot de uitdagingen van deze tijd
  • mensen zich kunnen betrekken als ze weer actief deel willen nemen aan maatschappelijke processen samen met andere mensen.

Degene die de oppervlakte beschikbaar stelt deelt net zo mee in de verdeelsleutel als degenen die er arbeid of kennis in stoppen. De eigenaar van de oppervlakte heeft het extra voordeel dat het gebied aandacht krijgt door de waarde die erop ontwikkeld wordt. Men kan geen ruimte aanbieden voor een korte tijd. Stadslandbouw is een proces van lange adem om optimaal productief te worden. De eerste kleinschalige resultaten zijn in het eerste seizoen zichtbaar maar de echte productiviteit is pas optimaal vanaf het 5e jaar. Mocht u dus een terrein of ruimte beschikbaar willen stellen dan vragen wij om een overeenkomst te maken met FRE2SH van minimaal 3 jaar.

fre2sh logo

Belangstelling?

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨