Meisjes en jongens doen het anders

AiREAS was een van de vele opdrachtgevers in HAVO/VWO. Het Heerbeeck College in Best had het dit jaar anders aangepakt. Dit jaar geen individuele presentaties in de les. Aan zo’n 20 tafels in de Aula konden de vele groepjes van 4 jongeren hun onderzoek presenteren. Als opdrachtgever konden we op die manier meerdere presentaties meemaken. 

Los van de inhoudelijke presentatie van onze eigen groep werden we vooral geïnteresseerd in de manier waarop deze 16 tot 18 jarigen hun onderzoek hadden uitgevoerd in teamverband. Tot onze verrassing bleken de teams die uitsluitend uit jongens bestonden het volledig anders aan te pakken dan de groepjes die volledig uit meisjes bestonden.

De jongens creëerden al snel een hiërarchie. Een van de jongens was de baas of voorzitter terwijl de rest onderling taken kregen toebedeeld. Bij de ene groep werkte dit uitstekend omdat de “baas” autoriteit had in de vorm van visie en kennis. De presentatie en het eindproduct had kwaliteit en de groep toonde cohesie maar ook afhankelijkheid van de autoriteit. Voor een andere groep werkte de hiërarchie juist averechts. De “voorzitter” had een economische insteek die alleen maar leidde tot verwarring, onenigheid en gebruik van macht in plaats van dialoog. De eindpresentatie was dan ook 3xniks.

Bij de meisjes waren de presentaties en inhoudelijke resultaten bewonderenswaardig. Elk van de teamleden bleek even deskundig en inhoudelijk op de hoogte. Bij navraag over hun manier van organiseren bleken ze op basis van gelijkwaardigheid en overleg hun project uitgevoerd te hebben. Een van de groepjes bleken vriendinnen die als groep hadden gewerkt. Een andere groep had elkaar door het project leren kennen en ook dezelfde techniek toegepast. Gaandeweg waren ze vriendinnen geworden. 

We hebben te weinig groepjes kunnen spreken om een statistisch oordeel te kunnen vellen. De eerste indruk van de verschillen waren frappant genoeg om uit te nodigen tot vervolg onderzoek tijdens andere interacties met scholieren.

FabCafe wereldwijd initiatief

Met belangstelling kijkt de Stad van Morgen naar het FabCafe initiatief dat zich in verschillende delen van de wereld heeft ontpopt tot een ontmoetingsplek voor spontane maakinitiatieven. Het doet mij denken aan Houten en hun Krachtfabriek. In Eindhoven kan ik mij een bruisend FabCafe voorstellen op Sectie-C, Strijp-S, Strijp-TQ of de oude Schellensfabriek.

Samenwerkingspartners in Rotterdam zijn er ook mee bezig en zoeken een geschikte ruimte (zie hieronder hun presentatie). Stad van Morgen ziet vooral in de combinatie tussen FabCafe en School of Talents een mooie kans…..

fabcafe1

Wie heeft er zin om hierin te experimenteren en investeren? Mail dan even naar mij: jp@stadvanmorgen.com

 

Geluk komt van lukken

GELUK(T) is de titel van een programma dat zich vanaf januari tot de geluksweek in maart 2017 voltrekt. Het bestaat uit 6 gemeenschappelijke thema sessies, een of meerdere samenwerkingstrajecten binnen de sustainocratische werkwijze van maatschappelijk ondernemen vanuit kernwaarden, en het hoogtepunt tijdens de geluksweek zelf. Het programma is niet alleen leuk en leerzaam maar vooral ook een oogopener over wat geluk nu eigenlijk is en hoe men het eigen geluk en dat van anderen positief kan beïnvloeden.

gelukt-untitled-page-1

Met het programma kan iedereen meedoen die op onze manier geluk wil ervaren. U dient wel het hele programma mee te doen. Dat kost allemaal niet zoveel tijd en is te combineren in overleg met andere activiteiten.

We draaien het programma desgewenst ook met mensen uit de overheid, het bedrijfsleven of studenten om zo kennis te maken met teambuilding, gelukkig werken en samen vieren van eigen successen en die van anderen.

Begin januari zijn de twee kickoff bijeenkomsten die ook meer informatie verstrekken. Nu kunt u zichzelf of als organisatie al aanmelden. We kunnen onbeperkt veel mensen aan mits we tijdig groepen kunnen samenstellen.

Eindhoof je mee? Programma

De werk of verdiepingssessies van de Stad van Morgen worden gehouden in de ruimte 0.06 Verdijk kamer in het Stadhuis. Graag even aanmelden vooraf in verband met beperkte ruimte (maximaal 20 deelnemers per keer).

Eindhoof je mee speelt zich af in het gemeentehuis van Eindhoven op de 1e verdieping, dagelijks van 11:00 tot 18:00, met een tentoonstelling en gespreksmogelijkheden over gezonde verstedelijking tijdens DDW2016 (22 oktober tot en met 30 oktober)

eindhoof-je-mee

DDW2016 speciale sessies. Hoe ziet de stad er straks uit als we samen verantwoordelijkheid nemen?

Doe een keer mee met een Sustainocratische discussie. Experimenteer met uw burgerschap. Tijdens de Dutch Design Week 2016 heeft de Stad van Morgen 6 gelegenheden gecreëerd om ons samen te verdiepen in de manier waarop de stad Eindhoven transformeert als we de thema’s verbinden aan een kernwaarde zoals gezondheid en er samen verantwoordelijkheid voor nemen (overheid, wetenschap, burgers, ondernemers).  Aanmelden kan helemaal onderaan …..

breakout-sessies

Wel even aanmelden aub voor de verdiepingssessies want er zijn beperkt hoeveelheid plaatsen. Het stadsdebat zal apart worden aangekondigd met aanmeldingsmogelijkheden. Deze zal in de raadzaal worden gehouden.

Manifest burger betrokkenheid Smart Cities EU

Zowel STIR (Stad van Morgen) als ook AiREAS hebben hard en kritisch meegewerkt aan het opstellen van een manifest waarin betrokkenheid van burgers bij het ontwikkelen van hun eigen kwaliteit van leven in hun eigen leefomgeving gestimuleerd wordt in heel Europa.

Het manifest is nu klaar in definitieve vorm. Ikzelf heb reeds getekend naar volle tevredenheid omdat alle punten van onze kritiek in voorgaande versie zijn meegenomen en uitgewerkt. Ruim 50 andere partijen hebben eraan meegewerkt.

I_endorse_theManifesto.png

Wij bevelen ten zeerste aan dat ons netwerk dit manifest ook ondertekent zodat we samen de EU zover kunnen krijgen middels toekenning van middelen en aandacht deze vorm van samenwerking verder inhoudelijk uit te gaan werken.

 

De graanschuur in het Genneper park

Genneper parken is een prachtig stukje Gestel in Eindhoven. Ik leg de nadruk op Gestel omdat er al ruim 580 jaar geschiedenis drukt op het gebied volgens het al even oude lokale St. Joris Gilde. De Genneper watermolen werd zelfs al in 1249 genoemd! Pas in 1920 is Gestel als dorp geannexeerd bij de stad Eindhoven die zich sindsdien tracht te profileren als wereldstad van innovatie met behoud van een groene inslag. Dat levert prachtige gebieden en routes op om te wandelen, te fietsen, te ontmoeten en te recreëren. Drie fundamentele groene stroken worden gekenmerkt als “stadspoorten”: Wasven, Genneper park en de Wielewaal (nu ook de Groene Corridor)  maar zijn vooral nog verbindende zones van de oude dorpsgemeenschappen van destijds. Nu levert het een uniek beeld op van een Eindhoven dat een authentieke samenstelling heeft van harde zakelijke en zachte natuurlijke impressies. Nog doorgeslagen hard en koud in de binnenstad ondanks vooruitgang op gebied van terrasjes en ontmoetingsmogelijkheden, mooi zacht op vele beeldschone plekken langs de Dommel en in de Stadspoorten.

Eindhovenaren identificeren zich sterk met deze samenhang waarin men kan genieten van de ijsvogel, een 300 jaar oude plataan en ongekende natuurschoon terwijl we verwikkeld zitten in de grootste technologische en design uitdagingen van deze tijd. Deze contrasten van yin-yang, rust en stress, groen en beton, zorgen voor een lokale mentaliteit van aanpakken onder de paraplu van Brabantse gezelligheid en gemoedelijkheid. Deze realiteit is verder geprikkeld door de wereldwijde eisen voor onze evolutionaire kernwaarden. Dat Eindhoven als eerste gemeenschap zich manifesteert op het gebied van Sustainocratie, de democratie vanuit menselijke kernwaarden, kan alleen evolutionair worden gezien als logische stap.

Maar dat gaat niet zonder schermutselingen met onszelf in diezelfde dualiteit. Zo ook de bestuurlijke transitie in de nieuwe samenhang. Met passie en gedrevenheid verbindt bestuurlijk Eindhoven zich met onze AiREAS beweging voor gezonde verstedelijking vanuit luchtkwaliteit, om met net zoveel tegenstelling in onhandigheid en gebrek aan faciliterende stellingname te klungelen met het gesloten Milieu Educatie Centrum en de cocreatie van de Genneper park positionering, inclusief de boerderij, het zwembad, de schaatsbaan, enz. Een en ander heeft natuurlijk een belangrijke achtergrond. Terwijl AiREAS een gemeenschappelijke investering is in allerlei innovatiestromen, zonder ander oud zeer dan onze luchtvervuiling, blijken de sociaal recreatieve milieu gebouwen en gebieden uit de kluiten gewassen subsidieslurpers te zijn geworden uit een oud economische groeitijdperk in het kielzog van de vooruitstrevende komeet die sinds 2009 de broekriem aan dient te trekken. Semi-overheid als “psuedo-maatschappelijk-ondernemerschap” is nu eenmaal in de volksmond een relatief veilig subsidieputje voor afgeschreven of geparkeerde ambtenaren en, als de instellingen groot genoeg zijn, ook voor oud bestuurders uit het ons kent ons netwerk. Semi-overheid is altijd een kostenpost, een wildgroei tijdens hoogtijdagen en een last in moeilijke tijden.

Als de kink in de kabel van de economie komt dan dienen kosten bespaard te worden. En dat kan alleen door het scheppen van chaos juist omdat onze wettelijke kaders wel instrumenten hebben voor saneringen, faillissementen en afschrijvingen van gedwongen ontslagen maar niet voor netjes gestructureerde transities naar een betere en opgeschoonde samenwerkingsvorm met respect voor de medemens. De andere kant van de transitie blijft dan met de ellende van de voorgangers zitten terwijl men juist een schone lei wenst. Dat in die ambtelijke chaos ook jarenlange gebruikers de dupe worden is “colateral damage” (nevenschade) omdat het opschoon doel van chaos de gebruikte middelen heiligt. Het is nooit een eerzame zaak.

Uit deze situatie leren we twee belangrijke dingen:

  • Semi-overheid is geen basis voor betrouwbare samenwerking, zeker niet in tijden van maatschappelijke heroriëntatie of transitie. Het dient zoveel mogelijk gemeden te worden. Ze probeert zich altijd in stand te houden met de hulp van de politieke partijbelangen en blokkeert de natuurlijke veerkracht van maatschappelijk ondernemerschap.
  • De centrale overheid dient zich te houden aan haar basis verantwoordelijkheden als faciliterende ruggengraat van een maatschappij waaraan vruchtbare symbiotische (= wederzijds afhankelijke en elkaar steunende) relaties groeien gebaseerd op vertrouwen en samen(niet markt)werking.

De Graanschuur

Wat er overgebleven is van het Milieu Educatie Centrum is een geraamte met een dak vol asbest, een ziekelijke afspiegeling van de boodschap die het trachtte uit te stralen. Het gemeentelijke besluit tot sluiting had menigeen al tot actie gebracht om het gebied naar zich toe te trekken (ook de Stad van Morgen, om er een internationale school van Sustainocratie van te maken) maar met de overdracht ervan aan een zorginstelling (ook semi-overheid) was het gemeenschappelijke gevoel tot een dieptepunt gedaald. “We zijn het kwijt”, dacht menigeen triest. Totdat er ineens een oproep verscheen onder de naam “de Graanschuur”. Onder de bezielde, verkennende leiding van Wieteke Brocken werd er open huis gehouden deze week om te bezien hoe allerlei partijen zich weer kunnen verbinden aan de regionale uitdaging.  Er werd een tijdpad van 2 jaar voorgelegd waarin men gebruik kan gaan maken van de installaties. Er kon horeca in, of bijeenkomsten worden gehouden. Dat van de asbest was zeker een probleem maar redelijk beheersbaar zolang men er rekening mee hield.

De belangstelling is groot, de onzekerheid ook

Het voorstelrondje duurde lang omdat iedereen een geheel eigen verhaal en emotie verbond aan de locatie. De situatieschets van Wieteke was helder en transparant. Voor een lange termijnplan was er voor het gevoel geen ruimte. De 2 jaar leek afgestemd op het afsluiten van deze bestuurlijke beleidsperiode en om besluitvorming over het gebied over de verkiezingen heen te tillen. Op zich ook een logische zaak, als dit echt de achterliggende gedachten zou zijn, gezien de andere brandhaarden in de regio die misschien met veel moeite financieel geblust waren, en menig bestuurder en beleidsambtenaar deed afbranden, maar nog steeds volop maatschappelijk aanwezig waren, ook in de volksmond. Deze politieke vooruit schuif praktijken in de 4 jaarlijkse beleidsperiodes is één van de grote tekortkomingen van de gangbare democratie en iets waar Sustainocratie bijvoorbeeld geen last van heeft.

Tijdelijk gebruik van de Graanschuur was een optie, in de sfeer van coaching bijeenkomsten, start van wandelroutes of opname in onze geluksinfrastructuur, creatieve experimenten met studenten in als gebouw maar vooral als gebied. Als het gebouw en de omgeving echter in onze handen van multidisciplinaire coöperatieve cocreatie zou komen op niveau 4 dan was een lange termijn gebied commitment essentieel met bijbehorende garantie dat degenen die meewerken aan de opbouw van het gebied ook delen in het vruchtgebruik. Investeren in een grotendeels gesloopt gebouw voor de korte periode van 2 jaar is op zijn minst risicovol, gebruik ervan maken niet natuurlijk maar dan is er al keuze genoeg in Eindhoven, allen in een soortgelijke afwachtende houding met veel tijdelijke gebruikers. Ook nieuwetijdse pioniers zoals wij willen zich ontwikkelen tot kwalitatief hoogwaardige sectoren die niet steeds op de afvalhoop van het verleden dienen te gedijen maar er ruimte in willen vinden voor het nieuwe elan, niet gefragmenteerd voor ons alleen maar voor allemaal samen als samenleving. Maar dan verwacht de overheid een zak met geld om te kunnen blijven reguleren en controleren in plaats van de uitnodiging te aanvaarden om samen te investeren in cocreatie. Een proactieve, loslatende en faciliterende partner zoals de overheid is net zo belangrijk als het enthousiasme van de diversiteit aan deelnemers die het nieuwe verhaal mee willen schrijven.

Gelukkig hebben we Wieteke nog……

Wordt vervolgt……

Betrokkenheid is het nieuwe geld

Tijdens de kick-off van de groene dialoog in Eindhoven gisterenavond viel de opmerking dat “voedsel gratis zou moeten zijn voor iedereen”. Dit is een boeiende visie die we toch wat trachten te nuanceren. Gratis wordt namelijk geassocieerd met “voor niets” en dat het beschikbaar is “zonder er iets voor te doen”. En dat is een misverstand want de wekelijkse discussie draait om onze voedselzekerheden en hoe we daar samen verantwoordelijkheid voor kunnen nemen. 

Nu is voedsel in een stedelijke omgeving bijna uitsluitend beschikbaar via geld. Als je geen toegang hebt tot geld dan heb je ook geen toegang tot de overvloed aan etenswaren doe via de commerciële kanalen wordt aangeboden. Armoede wordt niet gezien als het ontbreken van zekerheden maar het ontbreken van geld. Voedsel komt zo in handen van geldgedreven speculanten waardoor er allerlei onmenselijke misstanden ontstaan die zelfs op termijn ons duurzame voortbestaan als soort kunnen bedreigen door alle neveneffecten op onszelf en onze planeet. Allerlei voorbeelden komen voorbij die onze huidige voedselkwetsbaarheid duidelijk maken. 

Een alternatief is dat voedsel als kernwaarde voor het menselijke voortbestaan wordt erkend door ons allemaal. Hierdoor moet het uit het manipulatieve geldsysteem worden ontheven om vrij toegankelijk te worden in goede verdeling voor iedereen. Dat kan alleen als iedereen weer betrokken raakt bij het creëren van onze voedselvoorziening. Dat kan op vele manieren. Bijvoorbeeld door deel te nemen aan de voedselproductie of in de distributie onderling, de verwerking, de bereiding, het bedenken van innovaties of door het beschikbaar stellen van middelen. 

Er werd gesproken over lokale productiviteit, in de stad bijvoorbeeld, daarna de productiviteit in de nabijheid, bijvoorbeeld op fiets afstand en dan op auto afstand, enz waarbij de verhoudingen in volume, behoefte, schaarste en specialisatie kan worden uitgedrukt. Daar waar meer mensen betrokken zijn kan volume ontstaan met verdeelbare productiviteit. Naar mate de afstand groter wordt verminderd de betrokkenheid om plaats te maken voor specialisatie of zeldzaamheid. 

Om het lokale volume en de diversiteit van voedsel op peil te brengen werd gesproken over de toepassing van meerlaagse voedselbossen, indoor technieken die de natuur nabootsen maar geen last hebben van seizoenen noch hagelbuien of tornados en herinrichting van het publieke domein. In al die toepassingen en inzichten zit veel kennis, vaardigheden en arbeid verstopt. Door dit te ruilen voor een verdeelsleutel van de overvloed die men samen genereert is er geen geld meer nodig. Dat is namelijk vervangen door iets anders van veel meer waarde: betrokkenheid. 

In onze voedselzekerheden van morgen is daarom betrokkenheid het nieuwe geld, net als in alle menselijke kernwaarden die ons voortbestaan en welzijn garanderen. 

Voedsel expertise verzamelt zich in de groene dialoog elke woensdagavond